A Time For Burning

Contemporary Films

We hebben jullie historie bestudeerd, begint de jonge Afro-Amerikaanse kapper Ernie Chambers, die later nog zal worden verkozen tot het parlement van de staat Nebraska, tegen pastor Bill Youngdahl van de Omaha Augustana Lutheran Church. Jullie zijn niet degenen die ‘We Shall Overcome’ zongen. Jullie breken beloften. Jullie liegen. Julie verkrachten hele landen en volkeren. Jullie geloof is niet serieus te nemen. En jullie wetten stellen ook niks voor, zo bleek onlangs weer in Alabama.

‘Wat ons betreft is jullie Jezus besmet’, vat Chambers nog even samen voor de witte pastor, die contact wilde zoeken met een nabijgelegen zwarte kerk. ‘Net als al het andere dat jullie ons proberen op te leggen.’ Youngdahl, met al z’n goede bedoelingen, druipt af. Hij deelt in grote lijnen Ernie Chambers’ analyse, maar er zit niets anders op: ze zullen de scherven moeten lijmen. Hij gaat zijn eigen, witte, Lutherse congregatie in contact brengen met de Afro-Amerikaanse gemeenschap.

Daarvoor moet de progressieve pastor echter ook in zijn eigen kerkgemeenschap nog praten als Brugman. Kan de Omaha Augustana Lutheran Church zoveel reuring wel aan? Sommige leden zitten bepaald niet te wachten op ‘geforceerde integratie’. De timing is niet goed, vinden zij. En die zal waarschijnlijk ook nooit goed worden, denkt een kritische kijker er meteen achteraan. Sommige ontwikkelingen komen nu eenmaal altijd te vroeg en moeten worden uitgesteld tot Sint Juttemis.

De observerende documentaire A Time For Burning (56 min.) van Bill Jersey en Barbara Connell speelt zich af in 1965, als de Verenigde Staten in vuur en vlam staan door de strijd van Afro-Amerikanen tegen segregatie. Zij eisen hun burgerrechten op, maar vinden bij de kerk doorgaans geen gewillig gehoor. Tot onbegrip van sommige notabelen. Zeker als het gaat om zwarte soldaten die hebben gevochten in Vietnam. Zij worden in eigen land vaak nog als tweederangs burgers behandeld.

‘Als zo’n ‘negro’ terugkeert en bij mij om een baan komt vragen’, zegt Omaha’s burgemeester Alexander V. Sorensen bijvoorbeeld tijdens een speech voor lokale kerkleiders, ‘ben ik niet de burgemeester die gaat zeggen dat hij niet gekwalificeerd is. Voor jou hebben we geen werk. En als hij met z’n gezin naar een fatsoenlijke woning wil, gaat deze burgemeester ook niet zeggen: sorry, jouw huid is zwart. Je bent voor de rest van je leven veroordeeld tot een getto.’

‘Als de kerk zich hier niet mee gaat bemoeien’, besluit Sorensen alarmistisch. ‘Dan vrees ik voor onze toekomst.’ Hij onderschat echter de weerzin binnen de christelijke gemeenschap om daadwerkelijk te integreren, laat deze klassieke direct cinema-film, in 1967 genomineerd voor een Oscar, feilloos zien. Youngdahls loffelijke initiatief zal vastlopen in een drijfzand van onwil, bureaucratie en geouwehoer. Want daarin kun je, om Jan Schaefer tamelijk bruusk te parafraseren, ook niet bidden.

Draw Me Egypt – Doaa El-Adl, A Stroke Of Freedom

NTR

Elke keer als ze een rode lijn overgaat, ontdekt ze een nieuwe. ‘Het is net een doolhof dat een labyrint vormt’, zegt de Egyptische cartooniste Doaa el-Adl in de documentaire Draw Me Egypt – Doaa El-Adl, A Stroke Of Freedom (50 min.) van regisseur Nada Riyadh, onderdeel van de Draw For Change-serie. ‘Ik wou dat er geen beperkingen bestonden en dat ik vrij was om met mijn eigen ideeën te komen. Dat wens ik elke dag dat ik aan het werk ben.’

El-Adl’s vaste redacteur Amro Sélim, met wie ze al dertien jaar samenwerkt, is van mening dat een cartoonist de grenzen van de vrijheid van meningsuiting moet oprekken. Dat is bepaald geen sinecure in een land als Egypte, waar de Moslimbroederschap nog altijd een belangrijke positie inneemt en menige collega al naar het buitenland is uitgeweken. In de wetenschap ook dat cartoonisten zoals zij, getuige de bloedige aanslag op het satirische tijdschrift Charlie Hebdo in 2015, zomaar doelwit kunnen worden van lieden die weinig respect hebben voor de vrijheid van meningsuiting.

Toen Doaa el-Adl begon te tekenen, keek ze nog, zonder dat ze het zelf echt doorhad, vanuit een traditioneel mannelijk perspectief naar de wereld. De vrouwenfiguren die uit haar tekenpen vloeiden, vertelt ze zelfkritisch, voldeden aan alle stereotypen. Gaandeweg is El-Adl zich echter steeds bewuster geworden van haar eigen positie en heeft ze zich ontwikkeld tot een geduchte tegenstander van eenieder die vrouwen wil beknotten, kleineren of beschadigen. Daarmee voegt ze een eigen perspectief toe aan het maatschappelijke debat. Dat is alleen niet zonder gevaar.

In haar messcherpe werk neemt Dooa El-Adl bijvoorbeeld genitale verminking, groepsverkrachting en de achtergestelde positie van vrouwen in het algemeen op de korrel. Daar zit bepaald niet iedereen op te wachten. Nada Riyadh heeft deze cartoons vanzelfsprekend een prominente plek gegeven in dit boeiende portret van een moedige vrouw, die van geen wijken wil weten en vanuit eigen land blijft werken. ‘Ben je bang dat er iets met je gebeurt?’ vraagt Riyadh nog aan haar protagonist. Die geeft er de voorkeur aan om die vraag niet te beantwoorden.

Trailer Draw Me Egypt – Doaa El-Adl, A Stroke Of Freedom

Federer: Twelve Final Days

Prime Video

Het voelt alsof er een grote wedstrijd op het programma staat, vertelt Roger Federer. De Zwitserse tennislegende staat op het punt om officieel het einde van zijn carrière bekend te maken. ‘Dit zijn het type zenuwen dat ik ga missen, maar waarvan ik ook blij ben dat ik ze kwijt ben nu ik met pensioen ga.’

Bijna 25 jaren aan de mondiale top naderen nu hun einde. Op 41-jarige leeftijd hebben aanhoudende knieproblemen Federer dan toch genoopt om te stoppen. Deze film van Asif Kapadia en Joe Sabia documenteert de allerlaatste dagen van zijn loopbaan en de aanloop naar zijn finale match op 23 september 2022 bij de Laver Cup in Londen. Hij treedt dan namens Europa aan in het dubbelspel, met zijn dierbare vriend en eeuwige rivaal Rafael Nadal aan z‘n zijde.

Nadal en de andere grote tegenstanders uit zijn carrière, Novak Djokovic en Andy Roddick, spelen tevens een belangrijke bijrol in Federer: Twelve Final Days (85 min.), een film die vooral lijkt te zijn bedoeld als eerbetoon aan de sportgigant. Verder zijn Federers ouders en gezin natuurlijk van de partij, belt z’n grootste fan, Vogue-hoofdredactrice Anna Wintour, nog even in en komt ook het grote voorbeeld van de jonge Roger, Bjorn Borg, een praatje maken.

Het zijn taferelen die zijn belang als tennisser onderstrepen en het gewicht van zijn aanstaande afscheid benadrukken. Het zijn alleen niet per definitie ook de bouwstenen voor een grootse en meeslepende film, die ’s mans lange en succesvolle loopbaan recht doen – ook omdat Kapadia en Sabia het aantal flashbacks naar het verleden beperkt houden. Deze documentaire is duidelijk niet bedoeld als alomvattende biografie of carrière-overzicht.

Federer: Twelve Final Days is uiteindelijk precies wat de titel belooft. En dat is wat weinig om anderhalf uur te blijven boeien. Want hoewel de film afstevent op een emotionele climax, waarbij geen van de betrokkenen ’t droog houdt, zijn er onderweg toch te vaak scènes die trekken of waarin de spanning wegvalt. Deze prachtige sportman en bijzondere gelegenheid hadden eigenlijk een enerverendere film verdiend.

Generatie Pa

Bind / NTR

Iemand die voor zijn kinderen zorgt, sommen de drie hoofdpersonen van deze film van Bibi Fadlalla aan het begin op. De beschermer van het gezin en een held voor z’n kinderen. Een vader, kortom. Logisch en toch niet vanzelfsprekend. In het leven van veel kinderen ontbreekt zo’n vaderfiguur. De man zelf laat verstek gaan of is er wel, maar blijft emotioneel afwezig.

In Generatie Pa (55 min.) laat Fadlalla drie zwarte vaders uit Rotterdam, recht in de camera kijkend, aan het woord over hun rol als ouder: jongerenwerker en muzikant Jay Janga, muzikant en organisator Ruwhel Emers en theatermaker en spoken word-artiest Mich Simon, alias Young Mich Poetry (Y.M.P.). Zij hebben stuk voor stuk natuurlijk ook herinneringen aan hun eigen vaders: aan die eerste niet geheel legale autorijles op hun zeventiende, de bezoeken aan drugshuizen of het tevergeefse wachten als hij weer niet kwam opdagen om iets met hen te gaan doen.

Ieder heeft zo z’n eigen beelden bij het vaderschap meegekregen – en dus ook hoe ’t niet moet. En nu proberen ze er zelf het beste van te maken: voorlezen, naar de kermis, een spelletje doen, corrigeren of een nieuw huisdier introduceren. Hun vrouwen blijven intussen vrijwel volledig buiten beeld in deze sfeervolle film. Ze omringen zich wel met vrienden en praten dan over van alles en nog wat. Over slechte rolmodellen zoals R. Kelly en Bill Cosby bijvoorbeeld. En, bij de kapper, of je niet eens moet nadenken voordat je wéér een kind verwekt bij een nieuwe vrouw.

Fadlalla omkleedt hun bespiegelingen, activiteiten en gesprekken met fraaie symbolische sequenties die de vaderrol en het vaderschap representeren, pept de boel op met een bloemrijke soundtrack en levert zo een film af die qua thematiek en opzet netjes aansluit bij twee andere recente Nederlandse documentaires over mannen van nu: Zonen Zonder Vaders (Tessa Louise Pope) en Lucky Boy (Roshan Nejal). Want die nieuwe generatie mannen is genoodzaakt om zich te verhouden tot de hedendaagse wereld en hun eigen rol daarbinnen.

Jongens Zonder Thuis

Gideon Tygozakaria / KRO-NCRV

Ze ogen, denken en gedragen zich als typische jongens. Jongens met petjes, rapmuziek en schietgames. Jongens Zonder Thuis (66 min.), dat ook. Ze zijn tijdelijk ondergebracht bij het kleinschalige woonproject Wonen Met Kansen. Daar worden de Nederlandse tieners, die vaak al een lange weg door de instellingen achter de rug hebben en niet binnen de reguliere jeugdzorg passen, begeleid richting een zelfstandig bestaan.

Maria Mok en Meral Uslu observeren enkele jongeren tijdens hun dagelijkse bezigheden, kijken mee bij wekelijkse therapiesessies en zien hoe ze soms ook persoonlijke begeleiding krijgen. De filmmakers laten de jongens tevens uitgebreid aan het woord over enkele thema’s die hun jonge levens domineren: thuis, vriendschap, zelfbeeld, moeder, angst, (afwezige) vader, toekomst, eenzaamheid en suïcide.

Zo ontrafelen ze levens die vaak al vroeg zijn ontregeld. Bij ouders die niet voor hen konden of wilden zorgen – door psychische problemen, epilepsie of MS bijvoorbeeld. Waarna zij uit huis werden geplaatst. ‘Mijn moeder gaat vrijdag hemelen, die is er vrijdag niet meer’, vertelt Tygo bijvoorbeeld opmerkelijk nuchter. Zijn moeder, die al enige tijd kanker heeft, krijgt dan euthanasie. ‘Ja, ze wil dat ik die spuit erin douw.’

Hij zegt het met de nodige bravoure. ‘Geen vader, geen moeder. Dan is je leven een beetje aan het ophouden, hè? Iedereen gaat dood.’ Het is een tragische conclusie die voor geen mens is te bevatten – en al helemaal niet voor een ontwortelde tiener. De begeleiders proberen Tygo zo goed mogelijk te ondersteunen, want zijn huisgenoten geven nauwelijks sjoege. Die worden te zeer opgeslokt door hun eigen zaken.

Één van die jongens fantaseert zelf over euthanasie. Hij hoopt nog op een andere oplossing, zegt hij, ‘maar waarschijnlijk geen alternatief hebbende in deze ziekte moet ik, denk ik, voor mezelf concluderen dat ik wacht op de dood.’ Later, als hij wordt gevraagd naar het thema eenzaamheid, pakt hij er een liedje van Ramses Shaffy bij, dat hij kent via zijn oma. ‘Sammy, loop niet zo gebogen, denk je dat ze je niet mogen?…’

Ook in deze docu kiezen Mok en Uslu (LongstayDe Verdediging Van Robert M. en De Blauwe Familie) intussen weer voor een zeer basale vlieg op de muur-benadering, waarbij de verwikkelingen van hun protagonisten zonder opsmuk worden gepresenteerd. De jongens, hun (levens)verhalen en de dingen die zij ondernemen of meemaken moeten het doen. Zonder dat dit verder wordt ingekaderd of opgeleukt.

En die jongens, die doen ‘t.

Cybersleuths: The Idaho Murders

Paramount

Het lijkt zowaar op een goddelijk teken. Olivia Vitale van het true crime-account @chroniclesofolivia, met meer dan een miljoen volgers op TikTok, ontdekt dat niemand minder dan Kaylee Goncalves haar volgt. Het voelt als een enorme aansporing. Want Kaylee is zojuist vermoord. Op 13 november 2022, samen met drie studiegenoten van de University Of Idaho. Een motief lijkt er niet te zijn. Of een logische verdachte.

Alle reden dus voor Olivia, een klassieke influencer, om met collega-‘toetsenborddetectives’ zoals de schimmige ‘cybersleuth’ met petje @jonathanleerichesinvestigates, een blonde juice-haaibaai genaamd @jenna_cannella_ en @bullhornbetty, een struise vrouw van middelbare leeftijd die een juridische opleiding schijnt te hebben genoten, te gaan onderzoeken wie de vrienden Ethan Chapin, Xana Kernodle, Madison Mogen en Kaylee Goncalves heeft doodgestoken. Ze leggen daarbij zelfs contact met Kaylee’s ouders, die natuurlijk elke strohalm aangrijpen om klaarheid in de zaak te krijgen.

De vier werden vermoord in hun studentenhuis in het Amerikaanse stadje Moscow, vermoedelijk tijdens hun slaap. Twee andere huisgenoten van 1122 King Road overleefden de aanval. Sterker: zij merkten er niets van. En dat vinden ze in de krochten van het internet natuurlijk héél verdacht. Maar goed: iedereen die in de laatste dagen voor hun dood in de buurt van de vier slachtoffers is gezien, nog een appeltje met één van hen heeft te schillen of simpelweg in de buurt woont en verdachte quotes geeft aan de media wordt voer voor ongebreidelde speculatie op YouTube, TikTok of Insta.

‘In een snel veranderende situatie en een onopgelost misdrijf wordt er nu eenmaal met de vinger gewezen’, probeert Jonathan Lee Riches in Cybersleuths: The Idaho Murders (161 min.) redelijk te klinken. ‘Neem dat vooral niet te persoonlijk.’ Ze zijn immers simpelweg verdachten aan het wegstrepen. Intussen houden de amateurdetectives zich onledig met wat Steve Bannon ooit ‘flooding the zone with shit’ noemde. Het politiekorps van Moscow heeft een dagtaak aan het uittrappen van zulke online-vuurtjes en ziet zich zelfs genoodzaakt om een speciale webpagina te openen: ‘rumor control’.

En dan wordt aan het einde van aflevering één van deze driedelige docuserie van Lucie Jourdan (Our Father), nog geen vijftig dagen na de viervoudige moord, ene Bryan Kohberger gearresteerd. Een verdachte die al die gulzige crimewatchers tot dusver over het hoofd hebben gezien in hun social media-repo’s, podcasts en vlogs. Dat verandert daarna natuurlijk snel. En het vreemde is: Cybersleuths wil duidelijk een punt maken over amateurspeurders, die over de rug van slachtoffers en onschuldige burgers een aardige grijpstuiver verdienen, maar volgt via hen ook gewoon de moordzaak zelf.

Daarin is deze miniserie een stuk dubbelzinniger dan Citizen Sleuth, Chris Kasicks exegese van een ‘moordonderzoek’ van podcasthost Emily Nestor en de true crime-industrie in het algemeen. Jourdan voert alle reguliere deskundigen ook met hun social media-profiel en het bijbehorende aantal volgers op. De grenzen tussen influencers en profi’s die zich hebben ontwikkeld tot hun eigen merk zijn nu eenmaal diffuus. Reguliere media bedienen zich ook van clickbait, stelt Jenna Cannella, die via haar account tevens parfum, pruiken en andere parafernalia aan de vrouw brengt. Wat is dan het verschil?

‘Dit is nu eenmaal mijn baan’, zegt ook Olivia Vitale stellig, voordat ze weer, met haar eigen moeder als cameravrouw, ongevraagd een onderzoekspiste afloopt. En inderdaad: zij is een expert in het opbouwen van een gigantisch publiek met true crime – een publiek dat advocaten overigens maar al te graag gebruiken om hun lezing van de feiten over het voetlicht te brengen – én hoe je daar een inkomen uit kunt halen. Van misdaadonderzoek zelf weet de influencer alleen niet meer dan Jan met de pet. En zij hoeft zich als leek ook niet te bekommeren om professionele standaarden of ethische codes.

In een omgeving waarin scoren zo centraal staat – nieuwe leads, getuigen, (mede)verdachten! – is het onvermijdelijk dat verschillende visies over wat er is gebeurd en wie er de waarheid in pacht hebben ook met elkaar botsen. In de slotaflevering van deze toch wel boeiende miniserie, waarvan elke zelfkritische true crime-kijker zich terstond een beetje schuldig gaat voelen, komen zo ook de detectives zelf onder het vergrootglas te liggen. Wat is hun eigen achtergrond en wat hebben zij te winnen bij hun heksenjachten? En wat zijn de maatschappelijke gevolgen van al het online-rumoer dat steeds groteskere vormen aanneemt?

The Idaho Murders: College Nightmare op Netflix belicht de viervoudige moord vanuit het perspectief van de politie van Moscow en de nabestaanden van de slachtoffers.

Girl, Taken

Abacus

‘Ik vroeg aan God: ga je me nu echt wegnemen terwijl ik mijn dochter nooit meer heb gezien?’ Die werkelijkheid is voor Celeste Nurse niet te bevatten. De Zuid-Afrikaanse vrouw heeft kanker, haar huwelijk met Morné, de vader van haar vier kinderen, ligt aan diggelen en er is nog altijd geen spoor van Zephany.

Het meisje verdwijnt op 30 april 1997, drie dagen na haar geboorte in het Groote Schuur-ziekenhuis te Kaapstad. Terwijl haar jeugdige moeder nog bijkomt van een heftige bevalling wordt zij als baby ontvreemd van de kraamafdeling. Girl, Taken (92 min.) dus. Het gerucht gaat dat Zephany Nurse is gestolen door een vrouw die even daarvoor een miskraam heeft gehad in het ziekenhuis, maar definitief uitsluitsel daarover blijft alsmaar uit.

De tieners Celeste en Morné zijn op dat moment pas enkele maanden getrouwd. In de navolgende jaren zullen ze nog drie kinderen krijgen. Eerst, vier jaar na Zephany, volgt dochter Cassidy. Daarna wordt het gezin nog verrijkt met de jongens Joshua en Micah. Tegelijkertijd blijft het gemis van hun oudste kind danig opspelen. Haar ouders weigeren om Zephany los te laten en blijven, ook jaren na de verdwijning, geloven in haar terugkeer.

Na ruim zeventien jaar, begin 2015, komt de geruchtmakende verdwijningszaak plotseling in een stroomversnelling. Met vrijwel alle direct betrokkenen reconstrueert deze slim opgebouwde film van Francois Verster en Simon Wood hoe de kwestie dan een beslissende wending krijgt en daarna van de ene in de andere verrassende ontwikkeling belandt. Intussen worden ieders incasseringsvermogen en loyaliteit danig op de proef gesteld.

Aan het einde, als alle familieleden van het verdwenen meisje ruim 25 jaar na dato de balans opmaken, is de conclusie onvermijdelijk: deze zaak kent alleen verliezers. Juist dan – en dat is toch wel een verrassing – wordt echter ook duidelijk dat de tijd echt alle wonden kan helen.

How To Rob A Bank

Netflix

Wie is ‘Hollywood’? vragen FBI-agent Shawn Johnson en Mike Magan van de politie van Seattle zich af. Zij jagen begin jaren negentig op een bankovervaller, die soms meerdere malen per dag toeslaat. Hij maakt gebruik van ingenieuze vermommingen en gaat zeer professioneel te werk. Wie is deze ‘meesterovervaller’, die het al snel tot de Most Wanted-lijst van de FBI schopt?

’s Mans identiteit blijft niet lang geheim voor de kijkers van How To Rob A Bank (88 min.). Stephen Robert Morse en Seth Porges introduceren hem vrijwel meteen, via mensen uit zijn directe omgeving. Scott Scurlock is een vrijbuiter, die in zijn directe omgeving vooral bekendheid geniet vanwege een vernuftig gemaakte boomhut, die hij eerst bouwt in de vrije natuur en daarna jarenlang bewoont.

Zijn familie weet niets van zijn andere activiteiten. Veel vrienden tasten ook in het duister – al is de adrenalinejunk vanuit zijn eigen scheikundelab wel betrokken geweest bij de productie van en handel in meth. Hij voldoet echter op geen enkele manier aan het clichébeeld van de oliedomme boef, die direct na het verlaten van de bank, met een zak goudstukken op z’n rug, in de boeien wordt geslagen.

Daarvoor is Scurlock, die zich spiegelt aan de bankrover Bodhi uit de heistfilm Point Break, veel te geslepen. Een Robin Hood-achtige status mag hem echter ook niet worden toegedicht, menen de politiemensen die op hem jagen. Daarvoor heeft hij – samen met zijn handlangers Mark Biggins en Steve Meyers, die beide aan het woord komen in deze film – te veel emotionele schade aangericht.

Het excuus dat een bankoverval een vergrijp zonder slachtoffers is verwijzen zij in elk geval linea recta naar het rijk der fabelen. Ze organiseren dus een klopjacht op de man, die hen steeds te slim af is geweest. Die komt tot een climax rond Thanksgiving 1996, als de overvaller en zijn kornuiten weer eens toeslaan en daarna proberen te vluchten. Een onvervalst spelletje ‘cops & robbers’ komt op gang.

De uitslag daarvan is geen verrassing. How To Rob A Bank moet ’t dus vooral van de psychologische duiding hebben: waarom heeft een ontwikkelde en ogenschijnlijk sociaal bewogen man zoals Scott Scurlock uiteindelijk de afslag richting misdaad genomen, een weg die wel dood móest lopen? En hoe heeft hij dit al die tijd verborgen weten te houden voor het leeuwendeel van zijn directe omgeving?

En daarmee komen Morse en Porges heel aardig weg. Hun film ontwikkelt zich tot een boeiend portret van een man die er klaarblijkelijk van genoot om een middelvinger op te steken naar het gezag en gaandeweg ook niet meer anders leek te kunnen. Met ‘live free or die’ als even treffende als tragische lijfspreuk.

Truman & Tennessee: An Intimate Conversation

Dogwoof

De wegen van Tennessee Williams (1911-1983) en Truman Capote (1924-1984) bleven elkaar een leven lang kruisen. Zij behoorden tot de belangrijkste Amerikaanse schrijvers van hun tijd en waren ook ruim veertig jaar bevriend met elkaar. De twee leerden elkaar kennen toen Truman zestien was. Tennessee liep toen al tegen de dertig. Binnen enkele jaren zouden ze allebei doorbreken met hun debuut: het toneelstuk The Glass Menagerie (Williams, 1944) en de roman Other Voices, Other Rooms (Capote, 1948).

In de navolgende jaren zouden ze uitgroeien tot chroniqueurs van hun tijd en wereld. Tennessee deed dat veelal met theaterstukken. Die werden vaak ook verfilmd, zoals A Streetcar Named Desire, Cat On A Hot Tin Roof en Baby Doll. En Truman Capote, een graag geziene societyfiguur, manifesteerde zich nadrukkelijk met de novelle Breakfast At Tiffany’s en leverde daarna een huiveringwekkende true crime-klassieker af, In Cold Blood, een boek waaraan hij volgens eigen zeggen bijna kapot ging. 

In het dubbelportret Truman & Tennessee: An Intimate Conversation (85 min.) laat regisseur Lisa Immordino Vreeland de twee auteurs zichzelf én elkaar kenschetsen. Zo had Williams volgens zijn vriend een onstuitbare drang om te schrijven, terwijl die zich weer verbaasde over Capotes oneindige zucht naar roem. De filmmaakster gebruikt voor zulke inkijkjes zowel interviews met de New Yorkse schrijvers als hun geschriften, die ze door de acteurs Jim Parsons (Capote) en Zachary Quinto (Williams) heeft laten inspreken.

Immordino Vreeland zet daarnaast fragmenten uit speelfilms, gebaseerd op hun boeken en theaterstukken, in om hun levenswandel en oeuvre te illustreren en maakt slim gebruik van de veelvuldige bezoekjes van de twee sterauteurs aan de talkshows van David Frost en Dick Cavett. Wat ze daar te berde brengen over bijvoorbeeld de liefde, bekendheid, drankzucht, kritiek en – natuurlijk! – het schrijven zelf snijdt ze slim tegen elkaar weg. Om de overeenkomsten en verschillen tussen hen te benadrukken.

De twee mannen, allebei min of meer openlijk homoseksueel in een tijd waarin dat bepaald nog geen vanzelfsprekendheid was, leren gaandeweg ook de keerzijde van hun faam kennen. Op uitbundige lof volgt soms keiharde kritiek. Van middelpunt van de belangstelling kun je ook zomaar de risee van een gezelschap worden. Deze zorgvuldig gemaakte film toont vervolgens ook de neergang van de twee ooit zo gevierde schrijvers en werkt zo toe naar het tamelijk roemloze einde dat hen allebei ten deel viel.

Laurent – De Rebelse Prins

VRT

Het is gewoon een mens, met al z’n gebreken. Net als ieder ander. Laurent is alleen ook een prins. Prins Van Het Volk. Prins Plankgas. En Laurent – De Rebelse Prins (198 min.). De man voor wie het troonopvolgingssysteem van onze zuiderburen speciaal, met stoom en kokend water, wordt aangepast. Zodat híj maar geen koning van België zal worden – en daarmee wordt veroordeeld tot een positie voor het leven als onbeduidend onderdeel van de Belgische monarchie.

Uit de bespiegelingen van intimi, politici, journalisten, koningshuisdeskundigen en andere kenners, die in deze vierdelige serie uitbundig hun licht over hem laten schijnen, spreekt in elk geval dat Laurent al vanaf zijn jongste jaren met argusogen wordt bekeken. De jongste zoon van koning Albert is nooit voor vol aangezien. Hij wordt beschouwd als een enfant terrible, een matige leerling en een jongeling die zich in geen bedrijf kan handhaven. Géén koningsmateriaal, dat staat voor zijn omgeving vast.

Gaandeweg wordt dat ook voor gewone Belgen steeds duidelijker zichtbaar. Alsof Laurent, die eerst nog wel in het pulletje valt, zich genoodzaakt voelt om aan de laaggespannen verwachtingen te voldoen. Hij scheurt opzichtig met de ene na de andere bolide, gedraagt zich ongepast in het openbaar en fladdert langs allerlei vrouwen, waaronder een in de pers breed uitgemeten romance met de bekende pin-up Wendy van Wanten (die nog steeds in het midden laat of hij de vader is van haar kind). 

Deze miniserie van Niels Vandenbussche, oorspronkelijk uitgebracht onder de titel Laurent: Prins Op Overschot, reconstrueert het woelige leven van de prins, die door zijn moeder, koningin Paola, haar ‘meest kwetsbare kind’ wordt genoemd. Of de kenners daarin daadwerkelijk vat op hem krijgen is lastig vast te stellen. Ook in de kringen rond het Belgische koningshuis hult menigeen zich het liefst in stilzwijgen. En dus moet er soms flink worden gespeculeerd over wat er werkelijk in die miskende prins omgaat of hoe er over hem wordt gedacht.

Als hij zich lijkt te hebben ingelaten met fraude, even wordt opgenomen in een inrichting of zich in het openbaar vertoont met dubieuze politici bijvoorbeeld. Ook de soms wat bruuske Nederlandse voice-over levert daaraan een bijdrage. ‘Alles aan Laurent is ambigu’, stelt journalist Mario Danneels in de conclusie van deze aardige serie. ‘Aan de ene kant wil hij rebelleren. Hij wil de sympathieke prins zijn, die zich afzet, de volkse prins. Langs de andere kant moet iedereen hem monseigneur noemen.’

Ren Faire

HBO Max

Gaat ‘King George’ voor een soort erfopvolging? Of geeft hij de troon gewoon aan de hoogste bieder? George Coulam, halverwege de tachtig, heeft volgens zijn eigen berekeningen nog negen jaar te leven. Daarin wil hij een ‘metgezel’ vinden en genieten van zijn kunst en tuin. De eigenaar van het Texas Renaissance Festival zit inmiddels op zo’n vijftien ‘sugar daddy’-sites en is erop gebrand om een leuke vrouw aan de haak te slaan. Het is George’s grote droom om straks tijdens de daad het leven te laten.

Zover is het echter nog lang niet in Ren Faire (167 min.), de driedelige serie van Lance Oppenheim (Some Kind Of Heaven). Eerst moet George zijn geesteskind, dat hij al een halve eeuw uitbaat, doorgeven of van de hand doen. Er zijn twee gegadigden: zijn rechterhand Jeff Baldwin, de ‘hoofd-Oompa Loompa’, een voormalige acteur die het Renaissance Festival tegenwoordig runt als algemeen directeur. En Louie Migliaccio, de zelfverklaarde ’Lord Of Corn’ met altijd een blikje energydrank bij de hand. Die brengt een flinke zak geld mee. De één zou meer een soldaat dan een commandant zijn, de ander heeft eigenlijk helemaal geen hart voor de zaak.

Daarmee staan de pionnen op George’s bord, voor een spel waarbij vooral de koning zelf wel lijkt te varen. Als een ouderwetse potentaat, 55 jaar in de business, regeert George over zijn rijk, een soort sprookjesbos voor volwassenen in de dennenbossen bij Todd Mission, Texas, dat elke festivaldag door zo’n 30.000 gewone stervelingen wordt bezocht. ‘Make way for the king’, roept een onderdaan als de koning samen met zijn ‘Hand’, Jeff dus, in een kar wordt rondgereden over het terrein. King George beziet alle activiteiten met een arendsoog, legt zijn oor bij Jan en alleman te luister over de verwachte bezoekersaantallen en vaardigt zo nu en dan een decreet uit.

Deze fascinerende miniserie opent die wondere wereld, met z’n geheel eigen mores en codes, waarin nochtans hele gewone bazige, jaloerse en konkelende mensen huizen. Oppenheim tekent alle intriges met enorme bravoure op: de cameravoering is krachtig en sfeervol, de montage zeer opwindend. De kleurcorrectie voegt franje en drama toe. En de soundtrack draagt werkelijk bij aan de spanning van het verhaal. Iedereen zit daarnaast goed in z’n rol – alsof het ook een rol is. De heerser is rücksichtslos en onberekenbaar, zijn rechterhand roept zowel sympathie als compassie op en diens rivaal is een überkapitalist die zich opmaakt voor de kill.

In de markt gezet als een soort kruising van Game Of Thrones en Succession ontwikkelt Ren Faire zich tot een superieur psychologisch steekspel, uitgevochten tegen de achtergrond van een commercieel uitgebaat historisch pretpark, dat ook in niets onderdoet voor zulk hoogwaardig drama.

D-Day: The Unheard Tapes

EO

De soldaten van de geallieerden die op 6 juni 1944 in Normandië aan land gingen om Europa te ontdoen van Hitler en de nazi’s hebben door de jaren al de nodige heldengezichten gekregen. De onverzettelijke koppen van John Wayne, Robert Mitchum en Richard Burton bijvoorbeeld, in de ultieme D-Day-film The Longest Day (1962). Of het nobele gelaat van Tom Hanks in Steven Spielbergs Saving Private Ryan (1998), waarin van de landing op Omaha Beach een verpletterende ervaring wordt gemaakt.

In D-Day: The Unheard Tapes (176 min.), een driedelige serie van Mark Radice, ligt de focus op gewone Britse, Amerikaanse en Duitse soldaten en Franse burgers die betrokken raakten bij de invasie. Die bewerkstelligde een ommekeer in de Tweede Wereldoorlog, maar resulteerde ook in meer dan 100.000 dodelijke slachtoffers. Na de oorlog werden enkele overlevenden geïnterviewd. De audio-opnamen daarvan, veelal nooit eerder gehoord, zijn nu uit de archieven gehaald en gelipsynct door acteurs.

Dat is knap gedaan – al blijft het soms lastig om de mensen voor de camera écht te verbinden met de stemmen op de geluidsbanden – en wordt aangevuld met zwart-wit archiefbeelden en -foto’s en Saving Private Ryan-achtige scènes van het voorhoedegevecht van de luchtlandingstroepen, de bestorming van het Franse strand en de bloedige gevechten bij de Atlantikwall. Diverse historici zorgen voor verdere duiding en plaatsen de verschillende ervaringsverhalen in hun context.

Zo wordt een cruciale actie van de Tweede Wereldoorlog, nu alweer tachtig jaar geleden, in deze historische miniserie adequaat naar het hier en nu getild en meteen teruggebracht tot menselijke proporties, via de getuigenissen van gewone mannen en vrouwen – de échte John Waynes en Tom Hanksen – die op D-Day met onmenselijke uitdagingen, ellende en verdriet werden geconfronteerd en deze bijzonder indringende ervaring maar een plek in hun verdere leven moesten zien te geven.

Milli Vanilli

SkyShowtime

Robert had een Beiers accent, legt Ingrid Segieth, bijgenaamd ‘Milli’, uit in de documentaire Milli Vanilli (106 min.). En Fabrice een Franse tongval. Zingen was voor hen dus ‘nicht im Frage’, volgens de assistente van de Duitse producer Frank Farian. Dansen konden de twee echter als de besten. En ze zagen eruit als potentiële wereldsterren.

Farian besloot de twee appetijtelijke zwarte jongens, die niets hadden te verliezen, dus maar te laten playbacken. Voor de zangpartijen van Milli Vanilli’s debuutsingle Girl, You Know It’s True schakelde hij de Amerikaan Brad Howell in. De raps kwamen voor rekening van Charles Shaw. ‘Hij schreef een cheque voor 12.000 dollar uit’, herinnert die zich. ‘Maar houd wel je mond.’

Volgens Fabrice Morvan, tegenwoordig woonachtig in Amsterdam, hadden Rob Pilatus en hij intussen geen keuze. Ze tekenden in 1988 een wurgcontract bij Farian, de man die ook Boney M. groot had gemaakt. ‘Don’t fuck with me’, had de producer gezegd bij de ondertekening ervan. ‘Don’t ever fuck with me.’ Zij konden dus niet anders en werden gewoon geacht om het spel mee te spelen.

Nonsens, volgens Ingrid Segieth. ‘Het was absoluut nooit een probleem’, stelt zij. ‘Zij wilden succes hebben en beroemd worden.’ En dat ging een hele tijd goed. Milli Vanilli scoorde de ene na de andere hit, brak ook door in Amerika en werd toen genomineerd voor een Grammy. Met Neneh Cherry, Indigo Girls, Soul 2 Soul en Tone Loc streden ze om de Award voor beste nieuwe artiest.

Terwijl zij de leugen leefden, maakt Luke Korem in deze lekkere popfilm duidelijk, was zo ongeveer iedereen in de muziekbusiness al op de hoogte van hun geheim. Het was een kwestie van tijd voordat de zeepbel zou worden doorgeprikt. En toen dat daadwerkelijk gebeurde, werden Rob en Fab het gezicht van dat echec – en bleven al die bobo’s met boter op het hoofd lekker buiten beeld.

Het is een tragische geschiedenis die door Fabrice en vrijwel alle andere direct betrokkenen uit de doeken wordt gedaan. Alleen Frank Farian, die eerder dit jaar overleed, en Rob Pilatus, wiens lot zich al snel laat raden, ontbreken in deze moderne parabel over de schone schijn van de popwereld. Waarbij het natuurlijk extra saillant is dat het ging om een witte producer en twee zwarte jongens.

Uiteindelijk maakten ze zich echter allemaal – zowel de betrokken zangers, rappers, dansers, songschrijvers en muzikanten als de medewerkers en honcho’s van Milli Vanilli’s platenlabels in Duitsland en de Verenigde Staten – schuldig aan een vorm van opportunisme die bepaald niet alleen in de entertainmentwereld voorkomt: zolang het scoort, doet de rest er eigenlijk niet toe.

Jim Henson: Idea Man

Disney+

‘Je hebt geen rijm of reden nodig voor een liedje’, playbackt de hand. Waarna die ‘tududududududuududuuu…’ nepneuriet. Vanuit een gebrandschilderd raam kijken Ernie en Bert toe hoe Jim Henson zijn hand laat zingen. Hij heeft hen zelf gecreëerd en met diezelfde hand talloze malen Ernie gespeeld. Samen met zijn maatje Frank Oz, die hier de loftrompet steekt over zijn collega. Hij nam dan Bert voor zijn rekening.

Het is een fraaie scène, bijna halverwege Jim Henson: Idea Man (107 min.) gepositioneerd: een meester aan het werk, met een hand die kan spreken en nu dus lijkt te zingen. Poppenspeler, animator en filmmaker Jim Henson (1936-1990) heeft dan al talloze (experimentele) films op zijn naam staan en begin jaren zeventig voor het eerst een eclatant succes geboekt met zijn poppen voor Sesamstraat. Hij bedacht onvergetelijke creaties zoals Kermit de kikker, Pino en het Koekiemonster voor het educatieve kinderprogramma.

Misschien is de tijd nu rijp voor een plan dat hij al enige tijd tevergeefs op televisie probeert te krijgen: The Muppet Show. In het tv-programma, dat al snel ontzettend populair zal worden, keert zijn alter ego Kermit terug, maar presenteert Henson ook gedenkwaardige nieuwe helden zoals Miss Piggy, Gonzo, de Zweedse kok, Fozzie Beer en Statler & Waldorf. En daarmee kan Ron Howard, de Hollywood-regisseur die zich steeds meer is gaan toeleggen op docu’s, dan weer lekker vooruit in deze biografie van de beeldbepalende kunstenaar.

Howards documentaire richt zich vooral op Hensons professionele carrière, waarin hij steeds nieuwe uitdagingen bleef aangaan. De creatieve duizendpoot noemde ‘t zelf een ‘iedere seconde van je leven-baan’. Daarvoor zouden hij en zijn directe omgeving ook de prijs betalen, maar ‘s mans naaste medewerkers en kinderen, die vrijwel allemaal in zijn voetsporen zijn getreden, oordelen in deze liefdevolle film heel mild over hem. Henson was een man met een nooit opdrogende stroom ideeën, die wel nagejaagd móesten worden.

In de slechts 53 jaar die hem werden vergund heeft Jim Henson de wereld zo een heel klein beetje beter gemaakt. En zijn creaties, die met een hedendaagse blik bezien uitgangspunten als diversiteit en inclusie uitdragen, leven onverminderd voort. Hele generaties zijn ermee opgevoed én voeden ermee op.

The Queen Of Versailles

Magnolia Pictures

‘Je vraagt me waarom ik het grootste woonhuis van Amerika bouw? vraagt David Siegel aan documentairemaakster Lauren Greenfield. ‘Mijn antwoord is: omdat ik het kan.’ Intussen loopt zijn dertig jaar jongere echtgenote Jackie door dat gigantische huis in aanbouw, dat is gemodelleerd naar het paleis in Versailles van de Franse koning Louis XIV. Er komen bijvoorbeeld tien keukens, dertig badkamers, aparte vleugels voor de kinderen, twee tennisbanen (waaronder een stadion) en een honkbalveld, dat bij officiële aangelegenheden tevens dienst kan doen als parkeerplaats.

Zonder gêne noemt David zichzelf in deze documentaire uit 2012 de ‘time-share koning’. Met zijn bedrijf Westgate Resorts klopt hij landgenoten, die even het leven van ‘the rich and famous’ willen leiden, moeiteloos geld uit hun zak. Zodat die van hemzelf uitpuilt. Donald Trump, dan nog slechts een omhooggevallen ondernemer, is volgens Siegel zelfs jaloers op hem. Misschien ook wel vanwege Jackie, een voormalige Mrs. Florida, die inmiddels acht kinderen op de wereld heeft gezet en er op haar 43e, met enige hulp van de plastische chirurg, nog stralend uitziet en onbekommerd door de wereld dartelt.

Met één ding heeft de koning echter geen rekening gehouden: de financiële crisis van 2008. Die brengt hem, zijn bedrijf en de ‘McMansion’ in wording ernstig in de problemen. Greenfield legt dat proces van dichtbij vast in The Queen Of Versailles (100 min.). Van het mannetje dat aan het begin van de film nog schaamteloos flirt met deelnemers aan de Miss America-verkiezing is twee jaar later nog maar weinig over. Duizenden ontslagen en talloze andere pijnlijke beslissingen verder oogt Siegel vooral als een tobbende ondernemer, die de zaak niet meer kloppend krijgt.

’Niets maakt me op dit moment gelukkig’, zegt hij met een uitgestreken gezicht, terwijl zijn echtgenote gewoon vast probeert te houden aan hun extravagante levensstijl. ‘Ik kan pas weer gelukkig zijn als ik een oplossing heb gevonden. Ik kan het zakelijke nu eenmaal niet scheiden van het persoonlijke.’ Intussen laadt Jackie gewoon hele winkelwagens vol in elke shop die ze bezoekt. Of Siegel kracht ontleent aan zijn huwelijk, vraagt de documentairemaakster hem nog op een onbewaakt ogenblik. Nee, antwoordt hij terneergeslagen, het is alsof ik nog een kind erbij heb.

Lauren Greenfield, die later nog op dezelfde thematiek zal voortborduren in Generation Wealth en The Kingmaker, tekent via de Siegels het (morele) failliet op van de ‘greed is good’-mentaliteit op, waarbij succes wordt uitgedrukt in wat gerust een Trump-lifestyle mag worden genoemd. De koningin van Versailles maalt er niet om. Zolang er geld is, zal zij dat ongegeneerd laten rollen. En als het op is: ook goed. Dan gaat ze gewoon weer in een normale gezinswoning wonen. Zegt ze, tenminste. En Jackie lijkt het zowaar te menen – al is het de vraag of ze (nog) weet waarover ze ’t heeft.

Toen The Queen Of Versailles werd uitgebracht, moet David Siegel, die naarmate de documentaire vordert steeds geïrriteerder raakt, weinig ervan hebben. Hij heeft zelfs via de rechter geprobeerd om vertoning van de film tegen te houden. Daar kreeg hij echter nul op rekest. Tien jaar later probeerde het nouveau riche-stel ‘t dus maar met een eigen realityserie: Queen Of Versailles Reigns Again, waarin ‘Versailles’ nu eindelijk eens zou worden afgerond. Tussendoor maakte Jackie Siegel ook nog een ‘documentaire’ over hun dochter Victoria, die op achttienjarige leeftijd overleed na een overdosis: The Princess Of Versailles.

The Rise And Fall Of Boris Johnson

Channel 4

Het verhaal is bekend. Aan de vooravond van het referendum van 23 juni 2016, waarbij wordt bepaald of Groot-Brittannië in de Europese unie moet blijven, schrijft Boris Johnson twee columns: eentje om te pleiten voor een Verenigd Koninkrijk binnen Europa en een andere waarin hij zich sterk maakt voor Brexit. En geen mens weet welke kant hij zal opgaan. Het vervolg is al even bekend: het kopstuk van de Conservative Party pleit uiteindelijk voor vertrek en geeft de hoog oplopende maatschappelijke discussie zo misschien wel een beslissende zet. Met een minimale meerderheid zegeviert het Leave-kamp – en kandideert Boris Johnson zich nóg nadrukkelijker als partijleider van de Tories en prime minister.

Het is Johnson ten voeten uit: een berekenende politicus, met het imago van een losbol. ‘Hij was er zeer op gespitst dat ik zijn leven zou optekenen’, vertelt Johnsons biograaf Andrew Gimson bij de start van The Rise And Fall Of Boris Johnson (207 min.), een puike vierdelige docuserie van Barry Ronan. ‘En toen kreeg hij toch last van koudwatervrees en vroeg me hoeveel ik betaald zou worden voor dit boek. Dat wilde ik hem niet zeggen. Het ging om een bescheiden bedrag. En toen probeerde hij me uit te kopen. Elke keer dat ik hem ontmoette, bood hij me meer geld om dat boek niet te schrijven. Als het een boek is waarin ik er flink doorheen word gehaald, zei hij, kan ik dat best hebben. Niets is echter zo beschadigend als een boek waarin de waarheid wordt verteld.’

Gimson probeert een enigszins zelfvoldane glimlach te verbergen. De biograaf realiseert zich dat zijn anekdote een wezenlijk kenmerk van de hoofdpersoon blootlegt: Boris Johnsons problematische verhouding tot de waarheid. Als journalist, die vanuit Brussel regelmatig deels verzonnen stukken over Europa publiceerde, huldigde hij al het uitgangspunt dat je een goed verhaal niet moet dood checken. En als politicus is hij geen haar beter, toont deze boeiende miniserie nog maar eens ten overvloede aan. Met vrienden, collega’s, medewerkers, politieke tegenstanders én Petronella Wyatt en Jennifer Arcuri – vrouwen met wie hij buitenechtelijke affaires had – probeert Ronan vat te krijgen op de man die z’n eigen personage werd, BoJo.

Verteller Kate Fleetwood legt intussen gedurig verbanden tussen het heden en verleden van de Brit die zowel ‘de machtigste leugenaar uit de geschiedenis’ als een verlegen en eenzaam joch wordt genoemd. Terwijl Boris zichzelf na Brexit slinks richting het premierschap manoeuvreert, maakt deze serie uitstapjes naar het getroebleerde gezin Johnson, zijn studie in Oxford (waar hij belangrijke medestanders en rivalen zoals David Cameron en Michael Gove leerde kennen) en z’n relationele leven, waarin hij ’t dus niet altijd even nauw nam met de huwelijkse trouw. Zo ontstaat een gelaagd portret van een gecompliceerde man, die zich niet laat vangen in het overbekende clichébeeld van de elitejongen, die zich heeft vermomd als een man van het volk.

‘Ik zou heel graag eens in het hoofd van Boris Johnson willen kijken en zien wat ik dan tegenkom’, zegt voormalig Labour-leider Jeremy Corbyn over zijn politieke tegenstander, die zich na Brexit steeds nadrukkelijker begon te manifesteren als een Britse evenknie van Donald Trump en net als de Amerikaanse president in ernstige politieke problemen zou komen door de Coronacrisis. ‘Want ik denk dat er een heel intelligente, calculerende persoon inzit, die zich het imago heeft aangemeten van iemand die het tegendeel daarvan is.’

Black And White Stripes: The Juventus Story

Cargo

De Agnelli’s, die fortuin hebben gemaakt met Fiat-auto’s, houden er sinds 1923 nog een familiebedrijf op na: Juventus. De voetbalclub uit Turijn wordt nu al zo’n honderd jaar doorgegeven van de ene op de andere generatie. Spelers als Alessandro Del Piero, Pavel Nedved, Gianluigi Buffon, Andrea Pirlo en Giorgio Chiellini en de succescoaches Giovanni Trapattoni, Marcello Lippi en Fabio Capello zijn uiteindelijk niet meer dan voetnoten in hun familieverhaal.

En dat is precies het probleem van Black And White Stripes: The Juventus Story (107 min.), een film die van voetbal nooit meer maakt dan de belangrijkste bijzaak van de wereld. Het speeltje van een puissant rijke familie die de aanvallen op hun status van andere alfamannetjes, van Silvio Berlusconi’s AC Milan en het Inter Milan van oliebaron Massimo Moratti bijvoorbeeld, probeert af te slaan. De als verteller ingehuurde Amerikaanse acteur F. Murray Abraham praat de eindeloze rij successen van ‘Juve’, voor de vorm ook eens afgewisseld met een enkele deceptie, geroutineerd aan elkaar. ‘De titel afpakken van Inter in de laatste minuut?’ constateert hij bij de apotheose van alweer een seizoen. ‘Adembenemend.’ Het is dat ie ‘t erbij zegt. Want de dramatiek van de onverwachte wending is volledig verloren gegaan, gesmoord in een overdaad aan clichématige en overbodige woorden.

Deze ode aan ‘De Oude Dame’ van Marco en Mauro La Villa start in 1982, als Juventus een tweede gouden ster, de beloning voor twintig landskampioenschappen, aan z’n iconische zwart-wit gestreepte shirt wil toevoegen. In de beslissende wedstrijd komt de verantwoordelijkheid daarvoor op de schouders te liggen van Liam Brady. De Ierse spelmaker, die net te horen heeft gekregen dat hij wordt vervangen door de Franse wereldster Michel Platini, gaat de penalty nemen die voor Juve’s twintigste ‘scudetto’ moet zorgen. Hij scoort. Euforie. Vrijwel tegelijkertijd stelt een nieuwe generatie van de Agnelli-clan zich echter alweer ten doel om eerder een derde gouden ster te krijgen dan Inter en AC Milan hun tweede. Waarna de strijd om het Italiaanse kampioenschap elk jaar nog eens dunnetjes wordt overgedaan. Met nieuwe helden, een andere coach en om de zoveel tijd de volgende Agnelli.

Dat dertigste kampioenschap is ook het richtpunt voor deze eikenhouten sportfilm uit 2016, die wel erg vaak op foto’s moet teruggrijpen omdat bewegende (wedstrijd)beelden blijkbaar niet konden of mochten worden gebruikt. Onderweg krijgt de Agnelli-dynastie nog met een onverwachte hindernis te maken. In 2006 wordt de clubleiding beschuldigd van matchfixing. Juventus moet twee landstitels weer inleveren en wordt teruggezet naar de Serie B. Het zal uiteindelijk niet meer dan een hobbel op de weg naar (nog meer) succes blijken, die in Black And White Stripes, met behulp van een flink aantal topspelers en een Agnelli hier en daar, tamelijk plichtmatig wordt afgelopen. Intussen dreigt de belangrijkste bijzaak van de wereld een tamelijk bloedeloos tijdverdrijf te worden.

Meisjes Van De Goede Herder

VPRO

‘Lang, mager meisje’, leest oud-pupil Lies Vissers in haar eigen dossier. ‘Infantiel’. En: ‘probleemkind.’ Toen Lies twaalf was, overleed haar vader. Moeder kon de opvoeding alleen niet aan. En dus werd de oudere vrouw halverwege de jaren zestig als tiener naar één van de vijf Nederlandse kloosters van de Zusters van de Goede Herder-congregatie gebracht. Daar werd ze volgens eigen zeggen ‘gedepersonaliseerd’ en voor het leven beschadigd.

Joke de Smit was één van de 20.000 andere ‘gevallen meisjes’ die als tiener bij de katholieke kloosterorde werden ondergebracht. Ze kregen er werk in naaiateliers en wasserettes toebedeeld en werden flink afgeknepen door de aldaar werkzame nonnen. Joke ervoer het als een bijzonder liefdeloze omgeving, een soort jeugdgevangenis. ‘Vanaf dat moment ben ik heel rebels geworden.’ Samen met Lies, met wie ze een lekker no-nonsense duo vormt, en zeventien andere beschadigde vrouwen heeft zij nu advocaat Liesbeth Zegveld in de arm genomen om de Goede Herder voor de rechter te dagen.

Documentairemaakster Britta Hosman sluit voor de vierdelige serie Meisjes Van De Goede Herder (208 min.) drie jaar lang bij hen aan, maar laat ook de gedaagden aan het woord: de huidige directeur van de congregatie, Hubert Janssen, en de laatste nog levende en inmiddels behoorlijk fragiele Zusters. Zij geven een gezicht aan het repressieve systeem dat ook internationaal steeds meer onder vuur is komen te liggen. In Ierland bijvoorbeeld, waar wantoestanden bij de zogenaamde Magdalene Laundries voor veel ophef en aangrijpende slachtofferverhalen hebben gezorgd. 

Waar de verhalen over de Zusters van de Goede Herder – geïllustreerd met fraaie zwart-wit beelden uit een verloren tijd, die zich nochtans tot dik in de jaren negentig heeft uitgestrekt – ook vandaan komen, ze bevatten steeds dezelfde elementen: vernedering, tucht en dwangarbeid. Ook in Nederland, waar de meisjes aan het werk werden gezet voor het koninklijk huis en bedrijven als C&A en Vroom en Dreesman. De kloosterorde stak de opbrengst daarvan in eigen zak. Het is één van de onderwerpen die worden opgebracht tijdens de rechtszaak tegen de katholieke congregatie.

Met een bespiegelende voice-over, waarmee ze op z’n Schuldigs of Stuks ook in het hoofd van haar personages probeert te kruipen, kadert Hosman alle ontwikkelingen in. Ze schuwt ook confronterende vragen aan de huidige leiding van de Herder niet. Directeur Janssen stelt zich dan tot taak om de zaken nog zoveel mogelijk in een positief daglicht te plaatsen. Hij loopt daarbij alleen gedurig achter de feiten aan. Het ene verwijt is nog niet (min of meer) gecounterd of de volgende kwestie dient zich alweer aan. Anonieme graven op het Goede Herder-terrein in Almelo bijvoorbeeld.

Welk verhalen zijn daarin verdwenen en kunnen alsnog worden opgediept? In hoeverre laat een verleden dat zo gebrekkig is gedocumenteerd zich sowieso nog volledig reconstrueren en mag je daarover met hedendaagse ogen oordelen? En (hoe) kunnen misstanden met terugwerkende kracht worden gerepareerd? Is erkenning dan genoeg? Deze delicate en doortimmerde miniserie, die kritisch en toch afgewogen bericht over een nog altijd zeer gevoelige kwestie, kadert het terrein zorgvuldig in en brengt tevens nieuwe zaken aan het licht over een verleden dat pas kan afgesloten als er rekenschap over is afgelegd.

Dancing For The Devil: The 7M TikTok Cult

Netflix

Met de dansvideo’s op hun account ‘The Wilking Sisters’ hebben Miranda en haar jongere zus Melanie op TikTok een miljoenenpubliek opgebouwd. Als Miranda in 2021 naar Los Angeles vertrekt om een professionele danscarrière te starten en een nieuwe vriend ontmoet, danser James ‘BDash’ Derrick, raakt ze echter al snel volledig buiten beeld. Miranda heeft zich aangesloten bij 7M, het management van Robert Shinn. Die heeft talloze bekende dans-influencers onder contract, maar houdt er tevens zijn eigen religieuze beweging op na, de Shekinah-kerk.

De rest van de Wilking-familie begint te vermoeden dat Miranda in de greep is geraakt van een sekte en stelt alles in het werk, waaronder een dramatische oproep via social media, om de jonge vrouw weer in de armen te kunnen sluiten. Dat is het startpunt van de driedelige docuserie Dancing For The Devil: The 7M TikTok Cult (159 min.), waarin Derek Doneen vervolgens inzoomt op de achtergronden van de Shekinah-kerk en de enigmatische oprichter daarvan. Tussendoor volgt hij de pogingen van de Wilkings en andere ouders om contact te leggen met hun kind, dat lijkt te zijn gehersenspoeld door ‘de Man van God’, en de initiatieven van oud-sekteleden om hun recht te halen.

Want zoals dat gaat bij dit soort geestelijk leiders, gaandeweg eigenen ze zich alle macht, het geld en de vrouwen toe. Robert Shinn vormt daarop geen uitzondering. Hij is daarmee een beetje een dertien-in-een-dozijn sekteleider, die zich hooguit in een geheel up to date-omgeving ophoudt. Daardoor voelt ook Dancing For The Devil soms wel erg vertrouwd. Been there, done that, kissed the ring, zoiets – al is de serie lekker bijdetijds vormgegeven, met stuwende muziek ook, en bevat het slotdeel volop actie en emotie als voormalige Shekinah-volgelingen in het geweer komen tegen de beweging en verweesde familieleden zoals Dean, Kelly en Melanie Wilking zich bij hen aansluiten.

Intussen danst Miranda Derrick, die inmiddels in afwezigheid van haar familie in het huwelijksbootje is getreden, vrolijk (?) verder voor haar anderhalf miljoen volgers op TikTok.

Fallen Idols: Nick And Aaron Carter

Investigation Discovery / HBO Max

‘De aanklachten van seksueel geweld tegen Nick Carter, die in dit programma aan de orde komen, zijn onderdeel van nog lopende rechtszaken’, meldt een tekst bij de start van Fallen Idols: Nick And Aaron Carter (175 min.). ‘Alleen de kant van de beschuldigden komt aan de orde.’

En daarmee is het pad geëffend voor een typische #metoo-docu, waarmee weer een nieuwe man uit de entertainmentwereld in ernstige verlegenheid wordt gebracht: Nick Carter van de populaire Amerikaanse boyband Backstreet Boys. En ook zijn jongere broer Aaron, een voormalig kindsterretje dat steeds verder in de penarie is geraakt en eind 2022 overlijdt aan een overdosis, wordt onderdeel van dat onsmakelijke verhaal. Uiteenlopende bekendheden zijn Carter voorgegaan. In een business, waarin het ‘sex appeal’ van de helden zo nadrukkelijk wordt uitgevent en de machtsverhoudingen al bij voorbaat zo uit het lood zijn, is misbruik bijna onvermijdelijk. Jonge sterren worden voortdurend geconfronteerd met devote en vaak nóg jongere fans, die tot alles bereid zijn – of dat in elk geval lijken.

‘Ik ga mijn verhaal vertellen’, zegt voormalig zangeres en actrice Melissa Schuman in aflevering 1 van deze wufte vierdelige serie, ongenaakbaar in de camera kijkend. Later rijdt ze nog eens met de cameraploeg langs het appartementencomplex, waar Nick zich aan haar zou hebben vergrepen. ‘Gaat het, Melissa?’ vraagt regisseur Tara Malone. Waarbij het de vraag is of zij werkelijk wil weten hoe ’t met haar gesprekspartner gaat – of gewoon de scène in gang wil zetten, waarin die vertelt over hoe ze door de zanger werd verkracht. De vraag stellen… En Melissa levert: zeer gedetailleerd en ogenschijnlijk ook geroutineerd, bijgestaan door haar toegewijde vader Jerry. Samen leggen zij ook meteen het verband met Schumans carrière die daarna, tot haar grote verdriet, niet meer van de grond wilde komen.

In deel 2 wordt de ‘fame seeker’ geconfronteerd met serieuze weestand vanuit de Backstreet Boys-achterban. Van relatief onschuldige steunbetuigingen aan de blonde adonis die zij heeft beschuldigd (#IStandWithNickCarter) tot intimidatie en doxing. Ze krijgt ook bijval van Nicks ex-vriendin Kaya Jones, waarbij onduidelijk blijft hoe serieus die relatie was en of zij iets van diens vermeende donkere kant heeft meegekregen, en van Ashley Repp, die als vijftienjarige dronken zou zijn gevoerd en misbruikt door de Backstreet Boy. Subtiel gaat ’t er niet aan toe in deze miniserie, die qua toonzetting eerder doet denken aan de rechttoe rechtaan tv-producties Surviving R. Kelly en House Of Hammer (Armie Hammer) dan aan gelaagdere beschouwingen over de betekenis van #metoo, zoals We Need To Talk About Cosby (Bill Cosby) en Sorry/Not Sorry (Louis C.K.).

In het derde deel komt dan Nicks jongere broer Aaron in beeld. Ook hij heeft, volgens zijn tourmanager Mark Giovi, ‘The X Factor’ en wordt daarom als zevenjarig joch gelanceerd als popster. Maar hoeveel succes hij ook heeft, Aaron Carter blijft altijd het jongere broertje van Nick. Hij belandt intussen ook bij de beruchte Backstreet Boys-manager Lou Pearlman. Die zou een ongezonde voorkeur hebben voor jonge jongens, een onderwerp dat in de serie wel wordt aangeroerd maar verder nauwelijks wordt onderzocht. Dat is wel vaker de makke van dit soort producties: veel rook, relatief weinig vuur. Ook doordat de makers ervan zich vaak moeten verlaten op ex-partners, secundaire bronnen en entertainmentdeskundigen, die er een job van hebben gemaakt om in de stront van celebrities te roeren – en daar ook duidelijk lol in hebben.

Als Aaron Carters leven steeds verder uit de bocht vliegt, melden ook zijn exen Lina Valentina en Melanie Martin zich in deze trashy miniserie. Zij waren erbij toen hij steeds meer op ramkoers kwam te liggen met Nick. Binnen die context heeft Aaron ook contact opgenomen met Nicks vermeende slachtoffers, die zijn pogingen om z’n oudere broer publiekelijk te besmeuren direct omarmen. Dat Aaron overduidelijk in de war is en bovendien nog een appeltje heeft te schillen met zijn broer, doet er dan niet meer toe – en blijkbaar ook niet voor de maakster van de serie, Tara Malone. Dit doet de geloofwaardigheid van de productie, en de daarin vertelde slachtofferverhalen, bepaald geen goed en bezoedelt ook het toch al bijzonder tragische familieverhaal van de Carters.

In een statement verwerpt Nick Carter intussen alle beschuldigingen.