Totally Under Control

‘We have it totally under control’, beweerde president Donald Trump op 22 januari 2020, toen de eerste Amerikaanse besmetting met het Coronavirus werd vastgesteld. ‘It’s one person, coming in from China. And we have it under control. It’s gonna be just fine.’

Dat zou consequent Trumps boodschap rond COVID-19 blijven: doorlopen, niks aan de hand, het gaat hier geweldig! Totdat meer dan 200.000 Amerikanen aan het virus waren bezweken – bijna een kwart van het totale aantal slachtoffers, op een bevolking die slechts vier procent van de wereldpopulatie uitmaakt – en de Amerikaanse economie bovendien in een ernstige crisis terecht was gekomen. Niet dat Trump daarvan een toontje lager ging zingen, natuurlijk. Zelfs niet toen hij onlangs zelf, net als een deel van zijn directe entourage, besmet raakte met het Coronavirus. 

In deze ontluisterende documentaire, in het geheim gemaakt tijdens het afgelopen half jaar, reconstrueren Alex Gibney, Ophelia Harutyunyan en Suzanne Hillinger met wetenschappers, virologen, medici, klokkenluiders en voormalige overheidsfunctionarissen hoe de Corona-crisis zo gigantisch uit de hand kon lopen in the land of hope and dreams. Het Amerikaanse getalm en gestuntel wordt bovendien afgezet tegen de daadkrachtige respons van Zuid-Korea, dat ongeveer op hetzelfde moment met het virus werd geconfronteerd en het al snel behoorlijk onder controle kreeg.

In de Verenigde Staten leek de wet van Murphy – of laten we het beestje gewoon bij zijn naam noemen: de wet van Trump – van kracht: de lessen van een grootscheepse pandemie-simulatie (Crimson Contagion, 2019) werden compleet genegeerd, met de ontmanteling van het Global Health Security Team ging tegelijkertijd enorm veel expertise verloren en de totale minachting voor wetenschap in het algemeen was ronduit stuitend. Intussen waren er natuurlijk ook lieden en bedrijven die een slaatje uit de situatie konden/mochten slaan. Never waste a good crisis, tenslotte.

En daarbovenop was er dan nog de man zelf en zijn onwezenlijke statements over COVID-19, de gevolgen van het virus en volledig onbewezen en toch enthousiast aangeprezen behandelingen. Als er niet zoveel slachtoffers waren gevallen, veelal binnen sowieso al kwetsbare bevolkingsgroepen, zou je er smakelijk om lachen. Om dat bezoek aan een mondkapjesfabriek in Arizona bijvoorbeeld, waarbij Trump categorisch weigerde om zelf een mondkapje te dragen en iemand toen maar, uit arren moede?, muziek aanzette: Live And Let Die van Guns N’ Roses.

Het zijn dergelijke smeuïge scènes die deze horrordocu over een gigantische leiderschapscrisis en systemisch falen, door Gibney met gevoel voor drama en suspense aan elkaar gesmeed en gepraat, lucht en zelfs een absurdistisch randje geven. Alsof die Coronacrisis zich in een parallel universum voltrekt, waar feiten er niet toe doen, en, geheel naar de wet van Trump, alles draait om beeldvorming. Dus ja, inderdaad, vanuit die optiek bezien hebben ze ‘t daar nog altijd Totally Under Control (124 min.).

Scandalous: The Untold Story Of The National Enquirer

Netflix

Generoso Pope Jr., de zoon van een maffiabaas en oprichter van The National Enquirer, had volgens de overlevering halverwege de jaren vijftig een openbaring toen hij de opstopping zag die werd veroorzaakt door een auto-ongeluk. Door het publiek dat zich stond te vergapen aan de ravage en ellende, om precies te zijn. Blijkbaar was dat wat mensen wilden zien. Zijn geesteskind, Amerika’s toonaangevende schandaalblad, zou de equivalent daarvan worden. Te beginnen met foto’s van die gruwelijke ongevallen. Later volgden (seks)schandalen, UFO’s en – natuurlijk – celebrities.

In de even vermakelijke als ongemakkelijke documentaire Scandalous: The Untold Story Of The National Enquirer (96 min.) van Mark Landsman vertellen oud-medewerkers openhartig over hun werk voor het sensatieblaadje. Over foto’s van Elvis in zijn lijkkist, de buitenechtelijke affaire van presidentskandidaat Gary Hart en de ware toedracht van het overlijden van komiek John Belushi. In elk verhaal zat altijd een kern van waarheid, bezweren ze. Een kerntje in elk geval. En soms lichtten ze zowaar echt belangrijke tegels, zoals bij de moordzaak tegen O.J. Simpson.

Zelfs gerespecteerde journalisten Carl Bernstein, Ken Auletta, Maggie Haberman kunnen daar niet omheen. Het blad had alleen geen héél goede reputatie, om het mild uit te drukken. ‘Ik dacht soms: zou het niet gemakkelijker zijn om te zeggen dat ik in de gevangenis of het gekkenhuis had gezeten?’ stelt redacteur Shelley Ross. ‘Maar de werkelijkheid was anders: ze beloofden me een driedubbel salaris en wereldreisjes. Maar ik moest wel een heel klein beetje roekeloos te werk gaan.’ 

Zonder gêne verhalen de ervaren ‘smut peddlers’ over de genadeloze onderlinge concurrentie bij The Enquirer, betaalde tipgevers uit de directe omgeving van beroemdheden én chantage van sterren die uit de bocht waren gevlogen. Zulke Catch and Kill-politiek – een ongewenste primeur wordt binnenkamers gehouden in ruil voor exclusieve verhalen – werd eerst uitgeprobeerd met schuinsmarcheerders zoals Bob Hope, Bill Cosby en Arnold Schwarzenegger en zou later, onder de nieuwe hoofdredacteur David Pecker, geperfectioneerd worden met Donald Trump.

In eerste instantie was er gewoon sprake van ruilhandel: The Donald voorzag het roddelblad van een constante stroom nieuwtjes en werd intussen zelf goed in het nieuws gehouden. Toen ‘s mans politieke carrière op stoom kwam, kreeg de deal evenwel een serieuzer karakter: schadelijke getuigenissen werden voor grof geld opgekocht en vervolgens voorgoed weggeborgen. Men neme bijvoorbeeld de getuigenissen van playmate Karen McDougal of pornoster Stormy Daniels. Dubieuze verhalen over Trumps concurrenten belandden vervolgens wél prominent op de voorpagina.

En daarmee vormt een blad als The National Enquirer een regelrechte bedreiging voor de Amerikaanse democratie. Want hoe onschuldig al dat roddelwerk van deze schmutzige variant op de Story, Privé en Weekend in eerste instantie meestal lijkt, het is en blijft de weerslag van een onvervalste dog eat dog-visie op het leven, waarbij alles en iedereen ondergeschikt wordt gemaakt en twijfelachtige congsies worden gesloten om de eigen doelen en ambities te verwezenlijken.

The Choice 2020

PBS

Park Avenue, New York – Scranton, Pennsylvania

Lastpak – Stotteraar

Patser – Brave borst

Vastgoedman – Senator

Miljonair – Beroepspoliticus

Roy Cohn – John F. Kennedy

Art Of The Deal – Politieke deal(tje)s

Playboy – Familieman

Overspel – Auto-ongeluk

Central Park Five-laster – Plagiaatschandaal

Altijd ontkennen – Excuses aanbieden

Narcist – Mensenmens

Celebrity – Hoge heer

You’re fired – Folks, folks, folks

Provocateur – Mooiprater

Bullebak – Blunderaar

Trophy Wife – Dokter Jill

Grab ‘em by the pussy – Iets te intiem knuffelen

Lefgozer – Opa

Stem van het volk – lid van The Swamp

Richard Nixon  – Barack Obama

Roger Stone/Rudy Giuliani/Mary Trump – Val Biden/Valerie Jarrett/Jill Biden

COVID-ontkenner – Basement Biden

The Donald – Average Joe

Republikeinse president – Democratische vicepresident

Dat is The Choice 2020 (114 min.):

Trump versus Biden

Dinsdag 3 november 2020

Agents Of Chaos

HBO

‘Maakt het wat uit wie er heeft gehackt?’ glimlacht Vladimir Poetin vilein als hem wordt gevraagd of Rusland achter de gestolen e-mails van Hillary Clinton zit. ‘Het gaat om de inhoud van wat er is gehackt.’ In de wereld van een autocratische leider kan dat bijna doorgaan voor een bekentenis. Duidelijk is dat de publicatie van Clintons mails, naar verluidt ontvreemd door de Russische hackersgroep Fancy Bear, in 2016 ernstige schade heeft toegebracht aan de door Poetin zo gehate presidentskandidaat. En dat speelde de uiteindelijke winnaar van die verkiezingen, Donald Trump, natuurlijk in de kaart.

Met Agents Of Chaos (237 min.) begeeft de Amerikaanse documentairemaker Alex Gibney zich op bekend terrein. In We Steal Secrets: The Story Of Wikileaks (toevallig ook de club die de Clinton-mails de wereld in hielp) en Zero Days drong hij al door tot de diepste krochten van het internet, waar duistere (informatie)oorlogen worden uitgevochten. Aan de hand van de in onmin geraakte Russische oligarch Mikhail Khodorkovsky exploreerde Gibney in Citizen K bovendien de duistere uithoeken van Poetins regime. En Trump werd onder handen genomen in The Confidence Man, een episode van Gibneys reeks Dirty Money, en komt binnenkort ongetwijfeld weer aan de beurt in Totally Under Control, een nog voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen te verschijnen film over de respons van zijn regering op het Coronavirus.

Nee, goed voor het vertrouwen in de mens zijn de films van Alex Gibney niet. En daarin brengt dit tweeluik over Ruslands clandestiene buitenlandpolitiek geen verandering. Deel 1 richt zich op de Russische desinformatiecampagne via sociale media, waarbij de insteek vooral lijkt om in het westen tweespalt te creëren of bestaande tegenstellingen te vergroten. Vanuit trollenfabrieken in Sint-Petersburg worden dus zowel Black Lives Matter- als Blue Lives Matters-accounts beheerd, die in Amerikaanse steden demonstraties en de bijbehorende tegendemonstraties organiseren. De implicaties daarvan zijn lastig te kwantificeren. In hoeverre hebben webcampagnes zoals ‘I won’t vote, WILL YOU?’, speciaal gericht op de zwarte gemeenschap, bijvoorbeeld daadwerkelijk de opkomst bij de verkiezingen van 2016 beïnvloed? In Detroit gingen 75.000 mensen die vier jaar eerder nog op Obama hadden gestemd niet naar de stembus. Clinton verloor de staat Michigan uiteindelijk met slechts 10.000 stemmen verschil. Overwinning voor Trump, maar ook voor Poetin?

Het tweede deel richt zich volledig op Russiagate en de inmenging van het Kremlin in de Amerikaanse verkiezingen. Gibney reconstrueert deze kwestie minutieus met belangrijke spelers en deskundigen, zoals Andrew Weissmann (hoofdonderzoeker Müller-onderzoek), Andrew McCabe (adjunct-directeur FBI), Timothy Snyder (historicus en Rusland-deskundige), John Brennan (directeur CIA) en John Podesta (Clinton-campagneleider). Over het feit dat Poetin zijn Agents Of Chaos opdracht heeft gegeven om de Amerikaanse verkiezingsstrijd te beïnvloeden, bestaat nauwelijks verschil van mening. Of dat ook tot de conclusie leidt dat Team Trump daarin actief heeft geparticipeerd en zich dus, in de woorden van Rusland-deskundige Celeste Wallander (National Security Council), schuldig heeft gemaakt aan hoogverraad, blijft een kwestie van interpretatie. Feit is dat Amerika z’n eigen Agent Of Chaos in het Witte Huis heeft gekregen, met de steun en goedkeuring van zijn vrind Vladimir.

Alex Gibney, die deel twee heeft geregisseerd samen met Javier Alberto Botero, presenteert zijn bevindingen op karakteristieke wijze: met een sturende voice-over, Hollywood-vormgeving en een hele stoet aan schimmige personages, waaronder ook nog Trumps omstreden zakenpartner Felix Sater (met wie hij tot diep in de presidentscampagne een Trump Tower in Moskou probeerde te realiseren), zijn dubieuze buitenlandadviseur Carter Page, een medewerker met gewetensbezwaren van de Russische trollenfabriek The Internet Research Agency en de eindredacteur van Poetins propagandazender Russia Today, Margarita Simonyan. Vanuit hun eigen invalshoek belichten zij de slimme/slinkse wijze waarop Rusland zijn grote tegenstrever Amerika bespeelt. Donald Trump lijkt daarbij eerder een min of meer toevallige passant in Poetins machtsspel dan een doortrapte samenzweerder die zelf aan de touwtjes trekt. Deze boeiende afdaling naar het riool van de wereldpolitiek fungeert zo als een ferme waarschuwing voor ongetwijfeld weer een turbulent verkiezingsjaar.

The Trump Dynasty

A&E

Nicht Mary schreef een kritisch boek. Jongere broer Robert overleed op 71-jarige leeftijd. En Melania, Ivanka, Eric, Tiffany en Don Jr. (en diens vriendin Kimberly) spraken op de Republikeinse presidentscampagne. Niet eerder stond de familie Trump zo nadrukkelijk in de belangstelling als nu, in de nazomer van 2020. En dat allemaal door dat ene familielid: vastgoedman, mediapersoonlijkheid en president Donald. Is hij de logische optelsom van een familie die zich maar al te graag, zo lijkt het althans, wil ontwikkelen tot The Trump Dynasty (245 min.)?

Feit is dat Donald Trump een logische voortzetting lijkt van zijn grootvader Friedrich en vader Fred, twee bijzonder harde en ambitieuze mannen voor wie niets ging boven geld en naam maken. Toen het tijd werd om ruimte te maken voor Donalds generatie, maakte zijn vader daar een genadeloze competitie van. Die kostte zijn oudste zoon en beoogde opvolger Fred Jr. uiteindelijk de kop. Hij zou wegzinken in een alcoholverslaving. En zo ontstond er ruimte voor de zoon die net zo rücksichtslos was als Fred zelf en bovendien een ongelooflijk gevoel voor showbusiness had.

Enter ‘The Donald’, een man die van zichzelf en zijn achternaam een merk maakte en die maar drie dingen belangrijk lijkt te vinden in het leven: winnen, winnen en nog eens winnen. En als dat bijvoorbeeld betekende dat hij onder een valse naam (John Barron) de pers moest bellen om met bullshit een hogere plek op de Forbes-ranglijst van rijkste Amerikanen te claimen, dan deed hij dat zonder problemen, zoals is te horen in tamelijk gênant geluidsmateriaal van die gesprekken. Allemaal (p)art of the deal.

Deze zesdelige serie licht Trumps doopceel met een fijne collectie archiefmateriaal, laat geen onderwerp onbesproken (inclusief duistere zaakjes en geruchten daarover) en voert een imposante lijst sprekers op: klasgenoten, medewerkers, historici, journalisten, critici én prominente medestanders zoals Sean Hannity en Roger Stone. Het fenomeen zelf komt aan het woord via audio-opnamen van interviews die biograaf Michael D’Antonio in 2014 met hem had.

Zo ontstaat een kritisch, compleet en behoorlijk afgewogen overzicht van het leven van een man die als geen ander de Amerikaanse mediacultuur verpersoonlijkt, waarbij opvalt dat de jonge Donald een veel gematigdere indruk maakt dan de karikaturale figuur die nu in de Oval Office huist. Aan zijn kroost, waarvan het nog maar de vraag is of die in staat zal zijn om de Trump-dynastie definitief te vestigen, wordt verder geen enkele aandacht besteed. De kinderen staan volledig in de schaduw van de huidige Trump-patriarch.

Hij zou niet anders willen. Of kunnen.

Unfit: The Psychology Of Donald Trump

Quizvraag: aan welke Amerikaanse politicus moet u denken bij de volgende termen: narcisme, paranoia, antisociale persoonlijkheid en sadisme? Vast niet aan Joe Biden. Al is er volgens psychiater John Gartner een dikke kans dat de Democratische presidentskandidaat in elk geval een narcist is. Dat geldt immers voor de meeste politici. Niet alleen de Amerikaanse overigens.

Nee, hij heeft het natuurlijk over – tromgeroffel, doodse stilte, paukengeschal – Donald J. Trump. En diens narcisme is bepaald niet het grootste probleem. Die andere drie kwalificaties maken hem in de ogen van Gartner pas echt gevaarlijk. Ga maar na: ’s mans complottheorieën, zijn slachtofferschap, het kleineren en demoniseren van anderen, zijn leugenachtigheid, het schenden van andermans rechten, zijn totale gebrek aan elke vorm van spijt en het overtreden van alle mogelijke normen en regels. Samengevat: kwaadaardig narcisme.

En natuurlijk, er bestaat zoiets als The Goldwater Rule, vernoemd naar de Republikeinse presidentskandidaat Barry Goldwater die in 1964 publiekelijk allerlei psychische stoornissen kreeg aangepraat door psychiaters. Sindsdien geldt het uitgangspunt: als psychiater houd je in het openbaar je mond over de mentale gesteldheid van een politicus. Maar dan treedt volgens Gartner en zijn collega’s de Tarasoff-regel in werking: het is de plicht van een therapeut om anderen te waarschuwen als ‘de patiënt’, volgens Commander In Cheat-schrijver Rick Reilly ook een notoire valsspeler op de golfbaan, een gevaar voor hen vormt.

Zie daar het centrale dilemma van de intrigerende documentaire Unfit: The Psychology Of Donald Trump (85 min.) van Dan Partland, waarin psychologen, historici en critici vanuit eigen kring zoals George Conway (de echtgenoot van Trumps adviseur Kellyanne), zijn voormalige perschef voor een dag of tien, Anthony Scaramucci, en conservatief boegbeeld Bill Kristol de man en het fenomeen Trump proberen te duiden. Daarbij komen en passant ook thema’s als de psychologie van het hedendaagse Amerika en moderne wetenschappelijke inzichten over leiderschap en groepsvorming aan de orde.

Waarbij de psychologische bevindingen en politieke ideeën van de sprekers over de Amerikaanse president natuurlijk volledig verknoopt raken, bijvoorbeeld als die omstreden parallel tussen Trump en autoritaire leiders als Mussolini en Hitler aan de orde komt. Die wordt overigens behoorlijk aannemelijk gemaakt, zonder dat The Donald meteen wordt gelijkgeschakeld aan Il Duce of Der Führer. Dat de vergelijking überhaupt wordt gemaakt zal voor critici echter al voldoende reden zijn om het lekker vlot gemonteerde en met animaties opgeleukte Unfit zonder omhaal van woorden af te doen als ‘hopeloze Trump-bashing’.

Als we Gartner en consorten mogen geloven wordt er tijdens de verkiezingen van dinsdag 3 november hoe dan ook een narcist tot president gekozen. Het is vooral de vraag of die regelmatig een hole-in-one slaat.

Vaarwel Amerika

Gideon Levy (l) en Myron Ebell (r) / BNNVARA

‘Als je werkt voor de federale overheid, dan weet je dat je baan kan verdwijnen als je de verkeerde dingen zegt’, stelt Emily Wilson, een medewerkster van de NASA, die een draagbaar meetinstrument, ter grootte van een rugzak, heeft ontwikkeld. Ze hoopt er overal ter wereld vervuilende broeikasgassen in de lucht mee te kunnen detecteren. Het apparaat is bijna klaar. Bijna. Emily kiest haar woorden zorgvuldig: ‘We proberen tijdens ons werk zoveel mogelijk onder de radar te blijven.’ De opdracht is duidelijk: proberen het ding los te laten in de wereld voordat ‘ze’ erachter komen.

Wilson is één van de weinige Amerikaanse klimaatonderzoekers die de Nederlandse journalist Gideon Levy te woord wil staan. Sinds het aantreden van de regering Trump, die zich openlijk aan de zijde van de klimaatontkenners heeft geschaard, voelen ze zich niet meer vrij om zich uit te spreken. Bang om hun eigen baan op de tocht te zetten. Intussen zien ze hoe milieuwetten worden teruggedraaid en projecten stopgezet. Klimaatverandering lijkt rigoureus van de agenda te worden geschrapt, ten faveure van ‘good old’ fossiele brandstof.

In 2016 sprak Levy met een prominente lobbyist van die bedrijfstak, Myron Ebell. Hij leek toentertijd een soort relikwie van het stenen tijdperk, toen olie, gas en steenkool nog ongegeneerd de wereld draaiende mochten houden. Sindsdien heeft de gedreven klimaatscepticus, in een grijs verleden ook woordvoerder van de tabaksindustrie, echter een gewillig oor gevonden bij de mannen die tegenwoordig de dienst uitmaken in Washington. Ebell is dus een uitermate geschikte schurk voor een film over de strijd tegen de opwarming van de aarde.

In deze activistische docu volgt Gideon Levy enkele wetenschappers tijdens de eerste ambtstermijn van Donald Trump. Voor hen, en hun gezinnen, dreigt een gedwongen Vaarwel Amerika (59 min.). In een onbaatzuchtige bui hebben Europese landen als Frankrijk en Rusland zich al bereid verklaard om opvang te verzorgen. Ook Levy trekt zich het lot van de verweesde wetenschappers aan. Hij begint zich zelf in de kwestie rond het onderzoek van Emily te mengen, een stap waarover hij meteen openlijk – en niet geheel onterecht – zijn twijfels uitspreekt.

Aan de zijlijn blijven staan is met deze crisis geen optie, meent hij. In dat licht moet ook deze journalistieke egodocu worden bezien: als een overtuig(en)de poging om het klimaat, ook in tijden van Trump en Corona, op de agenda te houden.

Surviving Jeffrey Epstein

Na Surviving R. Kelly, een docuserie over misbruik door de befaamde R&B-zanger die inmiddels twee seizoenen telt, is er nu Surviving Jeffrey Epstein (197 min.), een aanklacht in vier bedrijven tegen de Amerikaanse multimiljonair met een voorkeur voor steeds weer nieuwe en véél te jonge modellen. De man zou er een soepel draaiende machinerie op na hebben gehouden, met meisjes die eerst werden misbruikt en daarna tegen vindersloon ander vers vlees moesten leveren. Waarop Epstein dan weer zijn lusten kon botvieren. En niet alleen hij, natuurlijk. Een hele coterie van bekende kennissen, waarbij altijd weer de naam van de Britse prins Andrew valt, zou hebben meegeprofiteerd.

Jeffrey Epstein, die op 10 augustus 2019 stierf in een gevangeniscel (zelfdoding, of toch moord?), hoeft zich niet meer te verantwoorden en kan zichzelf ook niet meer verdedigen. In tegenstelling tot R. Kelly die al enige tijd een vuile oorlog voert tegen zijn beschuldigers. In deze nieuwe Epstein-serie, na Jeffrey Epstein: Filthy Rich (Netflix), wordt ook slechts beperkt een poging ondernomen om zijn kant van het verhaal over het voetlicht te brengen. Topadvocaat Alan Dershowitz, die ooit frontaal de aanval opende op Epsteins slachtoffers en zelf ook wordt beschuldigt van seksueel wangedrag, sputtert hier en daar wat tegen. Dat is het.

De ellende kon zich jarenlang volgens vertrouwd #metoo-patroon voltrekken. Het begon vaak met een massage (net als bij Harvey Weinstein, aan de schandpaal genageld in de documentaire Untouchable), ontwikkelde zich al snel tot opgedrongen seks en eindigde vervolgens in de gigantische doofpot, waarin ook talloze andere misbruikschandalen (Bill Cosby, Russell Simmons en Kevin Spacey bijvoorbeeld) jarenlang zijn verdwenen.

De navrante details blijven verbazen. Huisvriend Christopher Mason kreeg van Epsteins vriendin en facilitator Ghislaine Maxwell, een Britse socialite, bijvoorbeeld het verzoek om een lied te schrijven voor zijn veertigste verjaardag. Mason werd geacht om er specifieke details, zoals bijvoorbeeld ’24-hour erections’ en ‘school girl crushes’, in te verwerken, vertelt hij. De wrange aubade begint zo: ‘Poor Jeffrey Epstein is forty years of age / Life must be tough: his hair is already so grey / He sure looks older but it’s clear from his smile / The older he gets the more juvenile’. En dat was dan alleen het eerste couplet.

Het is duidelijk: iedereen in zijn directe omgeving, waarin bijvoorbeeld ook Donald Trump en Bill Clinton zich ophielden, wist er min of meer van en liet het gebeuren. En dat betekende niets minder dan een vrijbrief voor dit seksuele roofdier. Als je geen enkel moreel kompas hebt – zoals Epstein, volgens zijn voormalige leidinggevende bij de zakenbank Bear Stearns, over zichzelf beweerde – is er immers niets dat je belet om anderen genadeloos te exploiteren. En als het feestje bijna afgelopen is, knijp je er gewoon stiekem tussenuit.

Dan rest alleen nog een verklaring. Want zo’n mens word je toch niet zomaar? Die psychologische duiding blijft ook in Surviving Epstein achterwege. Omdat die wellicht niet (meer) is te geven. Deze serie van Ricki Stern en Anne Sundberg is, behalve een vernietigende analyse van het systeem met medeplichtigen en ronselaars dat Epstein rond zichzelf had opgetrokken, dan ook vooral een diepgaand portret geworden van zijn slachtoffers: beschadigde jonge meisjes, kwetsbaar genoeg om nogmaals beschadigd te worden, die inmiddels zijn uitgegroeid tot beschadigde volwassen vrouwen.

Surviving Jeffrey Epstein is getuige hun gedetailleerde getuigenissen, die op den duur helaas een enigszins afstompend effect hebben, bepaald geen sinecure. In die beerput, waarin veel jonge meisjes kopje onder dreigden te gaan, is nu echter wel voldoende gedregd – en niet eerder zo grondig en compleet als in deze krachtige miniserie. De enige die de zaak nu nog verder kan brengen lijkt Epsteins handlanger Ghislaine Maxwell, die in juli 2020 werd gearresteerd en vooralsnog zwijgt als het graf. Dat kan niet zo blijven, zou je zeggen.

Ook al wenst de Amerikaanse president haar het allerbeste.

Bully. Coward. Victim. The Story Of Roy Cohn

In de hoogtijdagen van de Koude Oorlog zouden ze Amerikaanse atoomgeheimen hebben doorgespeeld aan aartsvijand de Sovjet-Unie. Het echtpaar Julius en Ethel Rosenberg werd in 1953 ter dood gebracht. Ruim 65 jaar later portretteert hun kleindochter Ivy Meeropol de man die een sleutelrol speelde in hun veroordeling: Roy Cohn (1927-1986), een jonge advocaat die destijds aan de vooravond stond van een prachtige carrière als rechterhand van communistenjager Joe McCarthy, raadsman van de georganiseerde misdaad in New York én lichtend voorbeeld van een jonge, ambitieuze zakenman uit die stad, ene Donald Trump.

Die laatste rol, als mentor van de huidige Amerikaanse president, vormde onlangs al het uitgangspunt voor een andere film over de man die ook wel ‘de verpersoonlijking van slechtheid’ is genoemd: Where’s My Roy Cohn? (2018], een tamelijk traditionele en doeltreffende biografie van Matt Tyrnauer. De openingsscène van Bully. Coward. Victim. The Story Of Roy Cohn (98 min.) maakt direct duidelijk dat Meeropol een persoonlijkere aanpak voor ogen heeft: in oude zwart-wit beelden spreekt ze als klein meisje met haar vader Michael over de terechtstelling van diens ouders. Haar familie heeft aan den lijve ondervonden wat de gevolgen kunnen zijn van de rücksichtslose handelswijze van Cohn, die de verklaring van een belangrijke getuige tegen haar grootouders op een onoorbare manier zou hebben beïnvloed.

Tegelijkertijd probeert de documentairemaakster met bronnen als filmmaker John Waters (die Cohn, als homo die zijn hele leven in de kast bleef, regelmatig tegenkwam op een soort gayparadijs), collega-advocaat Alan Dershowitz (waarmee hij aan de geruchtmakende zaak tegen Claus von Bülow werkte), en roddelcolumniste Cindy Adams (die hij regelmatig van nieuwtjes voorzag over lieden die hij in verlegenheid wilde brengen) ook een tamelijk traditioneel portret van het ‘larger than life’-personage Roy Cohn te schetsen. Die twee verhaallijnen komen alleen niet altijd even soepel samen, waardoor de film soms een wat rommelige indruk maakt.

Via onlangs ontdekte audiocassettes van een interview dat journalist Peter Manso in 1980 met hem deed voor een Playboy-profiel komt de man met de spottende lach, boksersneus en bijzonder kille ogen zelf ook nog aan het woord, waarbij hij nooit om een scherpe oneliner verlegen lijkt te zitten. Behálve als het gaat over zijn eigen seksuele geaardheid en de dodelijke ziekte die hij uiteindelijk zou oplopen, een publiek geheim dat hem, ongewild, tot een belangrijk personage in de theatervoorstelling Angels In America zou maken. Dat verborgen leven krijgt veel aandacht in deze onevenwichtige film, die natuurlijk ook inzoomt op zijn rol als mentor van de jonge Trump, in Cohns ogen een genie met een gouden toekomst.

Van de executie van de Rosenbergs heeft Roy Cohn volgens eigen zeggen nooit ook maar een nacht wakker gelegen. Die kregen gewoon hun verdiende loon. Zelfs als hun zoon Michael Meeropol hem in een tv-programma confronteert met gerommel in de rechtszaak tegen zijn ouders geeft Cohn geen duimbreed toe en houdt vast aan zijn eigen werkelijkheid. Een modus operandi waarvan ook zijn protegé, op wie hij zonder enige twijfel trots zou zijn geweest, als president van de Verenigde Staten zijn handelsmerk heeft gemaakt. Zo leeft Roy Cohn voort: als de man die eerst het McCarthyisme en later Donald Trump (mede) mogelijk maakte.

Jeffrey Epstein: Filthy Rich

Netflix

Je weet het wel.

Dat er mannen zijn die er een geheel eigen werkelijkheid op nahouden en denken dat ze overal mee wegkomen. Ook als het bewijsmateriaal tegen hen zich opstapelt en opstapelt en opstapelt, zoals de schrijnende vierdelige documentaireserie Jeffrey Epstein: Filthy Rich (224 min.) nog maar eens ten overvloede aantoont.

Die zich steevast omringen met gelijkgestemden, zoals Bill Clinton, Harvey Weinstein, de Britse prins Andrew en – natuurlijk – Donald Trump. Op plekken als het luxueuze Palm Beach in Florida, de sjieke New Yorkse Upper East Side en Epsteins eigen Maagdeneiland (!) Little St. James. Waar het grote geld regeert en werkelijk alles te koop is. Zelfs een kinderlichaam.

Die anderen rücksichtslos inzetten voor hun eigen gerief (‘een pyramidespel van misbruik’) en in één oogopslag juist die tienermeisjes eruit pikken die ze volledig naar hun hand kunnen zetten. ‘Ik was het ideale slachtoffer’, zegt één vrouw daar nu over. ‘Vóór Jeffrey Epstein was ik iemand anders’, stelt een ander over wat het misbruik met haar deed.

Die niet, nóóit, schromen om politieagenten, journalisten en advocaten die hen de voet dwars willen zetten rigoureus de mond te snoeren. Zoals menige spreker in deze serie van regisseur Lisa Bryant en de executive producers Joe Berlinger en James Patterson (medeauteur van het boek Filthy Rich: The Shocking True Story Of Jeffrey Epstein) aan den lijve heeft ervaren.

Die de daadkracht en charme hebben om andere mannen en vrouwen zover te krijgen dat ze hun eigen ethiek uitschakelen en het wangedrag, zowel actief als passief, blijven faciliteren. Zodat zij slachtoffers kunnen blijven maken. Vrijwel al die handlangers zwijgen overigens nog altijd, ook al hebben ze tegenwoordig niets anders te vrezen dan reputatieschade.

Die hun slachtoffers uiteindelijk, als ze al hun moed bij elkaar hebben geraapt, tóch niet het zwijgen kunnen opleggen. Filthy Rich is in essentie hun relaas. Hun afrekening met het verleden, ook met hun eigen, soms tamelijk dubieuze rol daarin. En een overtuigend exposé van een man en wereld met een totaal gebrek aan moraal.

Je wilt het alleen niet weten.

De #metoo-kwestie heeft in de afgelopen jaren echt zijn weg gevonden naar documentaires: na Untouchable, Leaving Neverland en Surviving R. Kelly is er nu bijvoorbeeld ook een filmische aanklacht tegen hiphop-producer Russell Simmons: On The Record.

Kill Chain: The Cyber War On America’s Elections

HBO

Kunnen de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2020 worden gehackt? De Finse cybersecurity-expert Harri Hursti meent van wel. De man heeft recht van spreken. In 2005 hackte hij hoogstpersoonlijk een stemmachine en beïnvloedde zo de uitslag die daar uitrolde. Diezelfde machine wordt op diverse plekken nog steeds ingezet. De vraag ligt dan voor de hand: zijn de verkiezingen van 2016, waarbij Donald Trump werd gekozen tot president, wel reglementair verlopen? (Hoe) heeft Poetins Rusland het verloop beïnvloed en de uitslag gestuurd?

In Kill Chain: The Cyber War On America’s Elections (91 min.) demonstreert Hursti op diverse manieren en plekken hoe kwetsbaar de hedendaagse (Amerikaanse) democratie is. Via Ebay weet hij bijvoorbeeld gewoon een stemmachine, die eigenlijk op een beveiligde locatie moet zijn opgeslagen, op de kop te tikken. Slechts 75 dollar. Het apparaat dat niet te hacken zou zijn wordt vervolgens binnen de kortste keren gekraakt tijdens de hackathon Def Con. Het is heel eenvoudig om software voor deze machine te schrijven, die stilletjes stemmen verandert en geen bewijs daarvan achterlaat, stelt Hursti.

De filmmakers Simon Ardizzone, Russell Michaels en Sarah Teale leveren daarbij een interessante casus in Georgia, waarbij één van de twee kandidaten voor het gouverneurschap in 2018 zelf de kiesmachines in beheer had. Drie keer raden wie de bijzonder spannende tweestrijd op het nippertje heeft gewonnen… Hursti en zijn team maken aannemelijk dat die verkiezingen wel eens niet geheel reglementair kunnen zijn verlopen – en dat de uitslagen van verkiezingen, waarbij geen papieren registratie van de stemmen wordt aangelegd, sowieso niet mogen worden vertrouwd.

Daarmee stelt deze interessante en tot nadenken stemmende film hele praktische, en daarmee ook filosofische, vragen over de houdbaarheid van ons politieke systeem en hoe dat beter zou moeten worden beschermd.

Angels On Diamond Street

EO

Vanaf de muur kijkt Martin Luther King goedkeurend toe hoe inwoners van Noord-Philadelphia op plastic borden een maaltijd krijgen geserveerd. Al 34 jaar wordt er in de soepkeuken van The Church of the Advocate eten uitgedeeld aan buurtbewoners die het wel kunnen gebruiken. De voedselvoorziening is oorspronkelijk ontstaan als een initiatief van de Black Panther-beweging en huldigt nog altijd de idealen van de burgerrechtenbeweging.

Als de Mexicaanse vrouw Carmela Hernandez en haar vier kinderen, die al enkele jaren illegaal in het land verblijven en nu dreigen te worden uitgezet, hun toevlucht zoeken in de kerk, aarzelen pastor Renee McKenzie en haar gemeenschap geen ogenblik. Het gezin wordt met open armen ontvangen. Met dit staaltje burgerlijke ongehoorzaamheid kan ook de documentaire Angels On Diamond Street (87 min.) echt van start.

‘Dit is niet Donald Trump’, doceert vrijwilliger Barbara Easly-Cox, terwijl ze een muurtekening in de kerk, van een diabolisch ogende witte man met een vervaarlijke hond, laat zien aan haar nieuwe gasten. ‘Dit schilderij dateert van begin jaren zeventig. Hij staat voor het Jim Crow-tijdperk.’ Voor de strijdbare Easly-Cox zijn de historische parallellen echter onmiskenbaar. ‘Carmela’s verhaal is ons verhaal.’

Twee jaar lang volgt Petr Lom met zijn camera de ontwikkelingen in de activistische parochie. Tot héél enerverende ontwikkelingen leidt dit niet. Deze documentaire slaagt er vooral in om van binnenuit een hechte gemeenschap te portretteren, die een veilige haven biedt aan gewone stervelingen voor wie de veel bewierookte Amerikaanse Droom altijd buiten handbereik is gebleven.

Where’s My Roy Cohn?

Altimeter Films

Where’s My Roy Cohn? (98 min.), schijnt Donald Trump nog wel eens te roepen als er een smerig klusje opgeknapt moet worden. Roy Cohn (1927-1986) was de spreekwoordelijke bullebak, die letterlijk over lijken ging om zijn cliënt te dienen. Een soort ‘Moszkowicz from hell’, met verdacht weinig respect voor de wet. En een man die intussen consequent aan ‘the wrong side of history’ belandde.

Bij het proces dat leidde tot de ter dood veroordeling van de Amerikaanse communisten Julius en Ethel Rosenberg, bijvoorbeeld. Of als rechterhand van senator Joe McCarthy, die een heksenjacht op vermeende communisten ontkende, het zogenaamde McCarthyisme. In een consigliererol voor de New Yorkse maffia ook. Én als een soort peetvader voor de jonge Donald Trump, die Cohns parool ‘als ze jou slaan, sla ze dan tien keer zo hard terug’ sindsdien volledig heeft verinnerlijkt.

Matt Tyrnauer portretteert het larger than life-personage Cohn met familieleden, geliefden, collega’s, journalisten en ‘dirty trickster’ Roger Stone, die de kneepjes van het vak kreeg bijgebracht door de diabolische Cohn en in de afgelopen jaren zelf als klusjesman voor Donald Trump fungeerde. Zij strooien met spraakmakende verhalen en smeuïge anekdotes, die door Tyrnauer met de nodige zwier aan fraai archiefmateriaal zijn geknoopt en met bombastische muziek worden opgediend.

Where’s My Roy Cohn? stevent uiteindelijk af op een tragische climax als de (niet al te) stiekeme homoseksueel ten prooi valt aan de meest gevreesde ziekte van zijn tijd. In dat kader zal hij na zijn dood nog worden vereeuwigd in het vermaarde theaterstuk Angels In America. Dit boeiende portret toont bovendien aan hoe invloedrijk de rücksichtslose Cohn is geweest. Ruim dertig jaar na zijn dood werpt hij nog altijd een schaduw over het hedendaagse Amerika, waar zijn voormalige protegé het zowaar tot president geschopt heeft.

In Bully. Coward. Victim. The Story Of Roy Cohn schetst documentairemaker Ivy Meeropol vanuit een persoonlijk uitgangspunt een portret van de gevreesde advocaat, die er mede voor zorgde dat haar grootouders ter dood werden veroordeeld vanwege landverraad.

Living Undocumented

Awa Sow / Netflix

‘Stel je voor dat je wakker wordt en je vader is weg’, zegt Awa Sow, een Afro-Amerikaanse vrouw van Mauritaanse afkomst. ‘Je gaat naar huis en zegt dat alles in orde komt, maar dat weet je zelf niet eens. Stel je voor dat je probeert te slapen maar wakker ligt. Urenlang. Omdat je niet kun slapen.’ De felle donkere vrouw, van wie de vader plotseling werd afgevoerd zodat hij de VS kan worden uitgezet, kijkt recht in de camera. ‘Die zorg wordt je dood.’ Een traan rolt over haar wang. ‘Ze zullen je proberen te breken’, concludeert ze bitter. Awa richt zich, terwijl in beeld de Amerikaanse president Trump verschijnt, rechtstreeks tot de kijker: ‘Je kunt de documentaire bekijken. Je kunt zeggen: dit is erg. Maar uiteindelijk kijk jij ernaar op tv. Die kun je afzetten. Doorgaan met je leven.’

De allereerste scène van de zesdelige docuserie Living Undocumented (256 min.) laat er geen misverstand over bestaan: terwijl wij voor de buis zitten, worden er in een (ander) westers land, dat we nog niet zo lang geleden als voorbeeld zagen, onschuldige mensen gedeporteerd. Waar de vorige Amerikaanse president Obama en diens voorgangers zich nog beperkten tot het uitzetten van illegale criminelen, probeert Trump alles wat los en vast zit op te pakken. Rond zijn veelbesproken grensmuur, zo lekte afgelopen week uit via The New York Times, zou volgens hem bovendien een gracht met krokodillen en slangen moeten worden aangelegd. En anders kunnen ze die indringers toch gewoon in hun been schieten?

Anna Chai en Aaron Saidman hebben in 2018 acht gezinnen gefilmd, waarvan één of meerdere leden illegaal in de Verenigde Staten verblijven. Ze kunnen elk ogenblik opgepakt worden door de Amerikaanse overheidsdienst ICE. Van oudsher gaat het veelal om economische vluchtelingen, mannen uit Latijns-Amerika die geld willen verdienen om thuis een gezin te kunnen onderhouden. Tegenwoordig betreft het echter ook steeds vaker immigranten die op de vlucht zijn geslagen voor (bende)geweld in eigen land. Hun schrijnende verhalen worden in deze activistische documentaireserie gesandwicht, om zo de grotere problematiek van Trumps klopjacht op immigranten, waarbij volstrekt onschuldige kinderen zonder scrupules van hun familie worden gescheiden, in beeld te brengen.

Aflevering 1 introduceert bijvoorbeeld Luis uit Honduras, die sinds 2012 in de Verenigde Staten verblijft. Zijn zwangere vrouw Kenia is opgepakt in Kansas en zal worden uitgezet. Samen met zijn driejarige zoontje Noah gaat Luis haar uitgeleide doen, waarbij hij het gevaar loopt dat hij zelf, of z’n zoontje, ook het land moet verlaten. De Israëliër Ron leeft al sinds 2001 illegaal in de VS. Hij heeft kinderen die in z’n huidige land zijn geboren en dus Amerikaans staatsburger zijn, maar mag hij zelf ook blijven? En Alejandra, sinds 1998 illegaal in het land, kan sinds een verkeerscontrole in 2013 elk ogenblik gedeporteerd worden. Blijven haar dochters dan bij echtgenoot Temo, een voormalige militair die op Trump stemde? Of gaan ze met haar terug naar Mexico, een land waaraan zijzelf vooral traumatische herinneringen heeft?

Chai en Saidman beperken zich veelal tot observeren en laten hun hoofdpersonen vrijwel ongefilterd hun persoonlijke verhaal doen. Bij sommige nieuwkomers of hun advocaten en pleitbezorgers hadden enkele kritische vragen niet misstaan. Nu worden bepaalde mensen die, hoe begrijpelijk ook, doelbewust illegaal naar de VS zijn gekomen wel heel eenvoudig alleen als slachtoffer neergezet. Tegelijkertijd toont Living Undocumented wel op indringende wijze de achterkant van Trumps wrede deportatiebeleid en worden immigranten die door hem stelselmatig zijn gedehumaniseerd, als ongedierte dat maar het beste kan worden verdelgd, weer overtuigend vermenselijkt. Het zijn doodgewone mannen en vrouwen die, zoals ieder van ons, simpelweg het beste willen voor hun geliefden en zichzelf. En dat zou niemand hen kwalijk mogen nemen.

Four Horsemen

Leven we in het zesde en laatste stadium waarin elk wereldrijk ooit terechtkomt? Die vraag gooit de documentaire Four Horsemen (98 min.) met de nodige bravoure in de lucht. Elk rijk, in dit geval het vrije Westen, gaat ongeveer 250 jaar mee, zo stelt Sir John Glubb in zijn boek The Fate Of Empires. Zo’n tien generaties. En dan breekt de laatste fase aan, ‘the age of decadence’. Daar zitten we nu middenin. Als iconen van dit geperverteerde stadium voert regisseur Ross Ashcroft in deze pamflettistische film uit 2011 enkele bekende babyboomers op, zoals Bill Clinton, Silvio Berlusconi en een showman/ondernemer die dan nog op geen enkele manier in verband wordt gebracht met het Amerikaanse presidentschap.

De Britse filmmaker bouwt zijn linksige video-essay, gemaakt in de nasleep van de financiële crisis van 2008, vervolgens op rond vier hedendaagse varianten op de Bijbelse ‘ruiters van de apocalyps‘: een roofzuchtig financieel systeem, escalerend georganiseerd geweld, stuitende armoede bij miljarden mensen en het uitputten van de natuurlijke grondstoffen van de aarde. Ashcrofts pleidooi is helder: het vigerende maatschappij-paradigma moet op de helling. De dog-eat-dog samenleving heeft zijn langste tijd nu echt gehad.

Zover is het natuurlijk nog niet. Met een dwingende voice-over en 23 vooraanstaande denkers, waaronder sociaal epidemioloog Richard Wilkinson, de Nobel Prijs-winnende econoom Joseph Stiglitz en filosoof (en vaste gast in dit soort films) Noam Chomsky, legt Ashcroft dus eerst de vinger op de zere plek. Bij een kapitalistische wereld die volgens hem in werkelijkheid neerkomt op ‘socialisme voor de rijken’. De overheid mag overal de brandjes blussen die door de zichzelf verrijkende elite zijn gesticht. Nadat hij die diagnose heeft gesteld, proberen de filmmaker en zijn pratende hoofden vervolgens een remedie te formuleren: samenwerking in plaats van competitie.

Four Horsemen is goed gedocumenteerd, bevat interessante sprekers en spoort echt aan om na te denken over de tijd en wereld waarin we leven. De film is zo nu en dan wel wat prekerig en wordt waarschijnlijk vooral in eigen parochie goed verstaan. Of we inderdaad in de nadagen van Het Moderne Rome leven, valt bovendien waarschijnlijk pas ná de eventuele val van het rijk vast te stellen. Al is het natuurlijk wel héél opmerkelijk dat Ross Ashcroft destijds, een jaar of vijf voordat hij zich verkiesbaar stelde voor een politiek ambt, al een icoon van deze decadente tijd herkende in die ene patserige zakenman met dat voluptueuze kapsel…

Tricky Dick

CNN

Als de huidige Amerikaanse president Donald Trump al een politieke voorvader heeft, dan moet het Richard Milhous Nixon zijn. De 37e president van de Verenigde Staten moest op 9 augustus 1974 aftreden vanwege een dreigend impeachment (een afzettingsprocedure die ook Trump, vanwege de nasleep van Russiagate, nog altijd boven het hoofd hangt). Het Watergate-schandaal was hem fataal geworden.

De drang van zowel Nixon als Trump om ten koste van alles te winnen, waarbij stelselmatig grove taal wordt gebezigd, geen ‘dirty trick’ onbenut blijft en de opponent liefst he-le-maal kapot wordt gemaakt, blijft ongeëvenaard. Het lijkt bovendien alsof beide mannen een aartsvijand nodig hadden/hebben om zichzelf als politicus te definiëren. Wat de Clintons, Crooked Hillary voorop, zijn voor Trump, waren destijds de Kennedys voor Nixon.

Hoewel de parallellen tussen de twee omstreden leiders onmiskenbaar zijn, worden die in Tricky Dick (168 min.) niet getrokken. De vierdelige docuserie brengt sec, chronologisch en zonder voice-over Nixons leven in beeld met een uitputtende collectie (nog niet eerder vertoond) archiefmateriaal. Uit de tijd dat de hele westerse wereld in brand leek te staan en Nixon als zelfverklaarde pleitbezorger van de gewone man afwisselend als pyromaan en brandweerman optrad.

Intussen wordt steeds duidelijker zichtbaar hoe de slinkse Nixon zich, net als Donald Trump een halve eeuw later, kon ontwikkelen tot de meest gehate Amerikaanse politicus van zijn tijd. Met behulp van ‘the silent majority’ wist hij nochtans twee presidentsverkiezingen te winnen. Niet dat hij daarvan gelukkig werd, trouwens. De persoonlijke achtergronden en motieven van de getroebleerde politicus worden in deze serie echter nauwelijks belicht. Naar wat Nixon werkelijk dreef – en uiteindelijk verteerde – blijft het gissen.

Deel 1 opent met zijn afscheidsspeech, gaat vervolgens terug naar zijn armoedige jeugd en stapt daarna met zevenmijlslaarzen door de beginperiode van zijn politieke carrière. Die culmineert in de presidentsverkiezingen van 1960, waarbij hij het nét aflegt tegen John F. Kennedy. In de volgende episode klimt hij uit een diep dal en hervindt zichzelf voor de presidentscampagne van 1968. Daarin komt het uiteindelijk niet tot een reprise van de tweekamp Nixon-Kennedy, omdat ook Johns jongere broer Bobby wordt vermoord.

Als president heeft Nixon in het derde deel van Tricky Dick vervolgens zijn handen vol aan de oorlog in Vietnam, die steeds verder ontspoort en ook in eigen land tot gewelddadige confrontaties leidt. Het is ook in deze periode dat hij geheime opnameapparatuur – die zijn gekonkel en vuilbekkerij rücksichtslos vastlegt – installeert in zijn ‘oval office’. Deze beslissing zal als een boemerang bij hem terug komen en in de slotaflevering ook zijn politieke lot bezegelen.

En daarmee zijn we weer aanbeland bij de openingsscène van deze gedegen geschiedenisles, die de kritische momenten uit Tricky Dicks veelbewogen leven netjes op een rij zet, zonder daaraan nieuwe elementen toe te voegen: het historische moment waarop diezelfde Richard Milhous Nixon zich klaarmaakt voor de aankondiging van zijn gedwongen afscheid, als eerste en vooralsnog enige Amerikaanse president. Zittend voor de camera maakt hij enkele belegen grapjes en lacht zijn tanden nog eens bloot, waarna hij de moeilijkste woorden van zijn leven probeert te vinden.

The Great Hack

Is deze geest ooit nog in de fles te krijgen? vraag je je in gemoede af na The Great Hack (114 min.), een unheimische film van Karim Amer en Jehane Noujaim over hoe het verzamelen van onwerkelijke hoeveelheden persoonlijke data door techgiganten en de (online) inzet daarvan voor propaganda-doeleinden wereldwijd een bedreiging vormen voor de democratie.

De filmmakers, die eerder samen de bekroonde docu The Square over het begin van de Arabische Lente op het Egyptische Tahrir-plein maakten, focussen zich op één concrete casus: Cambridge Analytica, het Britse bedrijf dat illegaal enorme datacollecties van Facebook ripte en daarmee online campagnes opzette om stiekem het stemgedrag van grote groepen mensen, de zogenaamde ‘persuadables’, te beïnvloeden. De Britse keuze voor een Brexit en de verkiezing van Trump gelden als hun voornaamste wapenfeiten – al blijft schimmig welke invloed de politieke marketeers nu precies hebben gehad.

Cambridge Analyticas business model voelt voor de Engelse schrijver en politiek technoloog Paul Hilder in elk geval ‘als een inbreuk op de autonomie en vrijheid van een individu en het idee van democratie’. Hij spoort ‘somewhere in Thailand’ voormalig kopstuk Brittany Kaiser op en confronteert haar met die onrustbarende conclusie. ’Ik weet het niet’, houdt de vrouw, die een sleutelrol speelde bij het Britse bedrijf en begin 2018 ineens last kreeg van haar geweten, de boot af.

Zij verwijst naar het door haar en haar collega’s gemanipuleerde stemvee in Amerikaanse swing states en het Engelse Leave-kamp. ‘Uiteindelijk zijn zij degenen die het stembiljet invullen.’ Liever spreekt Kaiser over haar leven vóór Cambridge Analytica toen ze werkte voor Team Obama en zich volgens eigen zeggen bezighield met mensenrechten en internationale betrekkingen. Totdat ze dus op een onbewaakt ogenblik, toen het water haar en de haren aan de lippen stond, Cambridge-CEO Alexander Nix tegenkwam…

Wil de enigmatische Brittany Kaiser, die inmiddels onder de noemer OwnYourData een eigen campagne voor meer transparantie is begonnen, werkelijk openheid van zaken geven? Of probeert ze vooral haar eigen straatje schoon te vegen? The Great Hack geeft daarop geen eenduidig antwoord. In die zin is ze een ideaal documentairepersonage: a woman you love to hate. Die je op zijn minst wantrouwt. Met een achtergrond waarin, wellicht, ook wel weer een geloofwaardige verklaring huist voor haar gedrag.

Intussen eist de New Yorkse dataprofessor David Carroll in een Britse rechtbank de van hem gestolen persoonlijke gegevens terug, vergelijkt onderzoeksjournaliste Carole Cadwalladr Cambridge Analyticas propagandacampagne met PSYOPS, een psychologische oorlogsvoeringscampagne van de CIA, en is de voormalige CFO van de gewraakte Engelse onderneming nog altijd geschokt dat juist zijn werkgever publiekelijk onder vuur is komen te liggen.

Gezamenlijk schetsen deze insiders een schemerwereld waarin ‘data’ de plek van ‘olie’ als meest waardevolle grondstof hebben ingenomen, morele overwegingen nauwelijks een rol lijken te spelen en in de tussentijd ons on(der)bewuste op alle mogelijke manieren wordt bespeeld. Met datamisbruik, fake news en haatcampagnes als logisch gevolg. Deze documentaire, vlot verteld en lekker bij de tijds vormgegeven, doet zo een overtuigend appel op eenieder die de democratie een warm hart toedraagt, om zich daartegen véél beter te gaan wapenen.

The Brink

‘Wat zou Leni Riefenstahl doen?’, geint Steve Bannon tegen documentairemaakster Alison Klayman, nadat zij hem kritisch heeft bevraagd over een nieuwe, opruiende Trump @War-campagnefilm voor de Amerikaanse midterm-verkiezingen van 2018. ‘Hoe zou zij die scène monteren?’

De zelfverklaarde ideoloog van het Trumpisme begint te glunderen. Propaganda is voor hem helemaal geen vies woord. En hij weet dat hij met het verwijzen naar de beruchte Duitse filmmaakster zijn ideologische tegenstanders gemakkelijk op de kast kan krijgen – en dat het de doelgroep van zijn campagne, de mensen die hij de van aartsvijand Hillary Clinton geleende geuzennaam ‘the deplorables’ heeft gegeven, tegelijkertijd geen barst uitmaakt. Win-win, zogezegd.

Misschien is dat ook de reden dat hij opnieuw meewerkt aan een documentaire van een filmmaker die niet per definitie in zijn kamp zit. Ná Errol Morris’ vlammende film American Dharma uit 2018, die tijdens de opnames voor The Brink (91 min.) in première is gegaan. Er is een duidelijk verschil tussen de twee docu’s: terwijl Morris Bannons extreme ideologie en de mogelijke implicaties daarvan onder vuur neemt in een gestileerde setting, legt Alison Klayman als de spreekwoordelijke vlieg op de muur, die slechts een heel enkele keer een vraag stelt, de praktische uitwerking daarvan vast.

Zo volgt ze Trumps voormalige campagnemanager naar achterafkamertjes in de Verenigde Staten, waar de populistische revolte (verder) gestalte moet krijgen, en reist ze tevens mee naar Europa, waar Bannon vergaande samenwerking tussen nationalistische partijen uit verschillende landen hoopt te bewerkstelligen. In een ontspannen atmosfeer dineert de man bijvoorbeeld gezellig met (extreem-)rechtse kopstukken als opper-Brexiteer Nigel Farage, Vlaams Belang-leider Filip de Winter, de Zweedse scherpslijper Kent Ekeroth en Lega Nord-voorman Matteo Salvini. Ook adviseurs van Marine le Pen en de Hongaarse premier Orbán laten zich gewillig door hem influisteren.

In eigen land schuift Alison Klayman aan als de onvermoeibare Bannon de financiers bezoekt van zijn campagne om, met alle beschikbare middelen, Amerika’s hart en ziel te veroveren: Erik Prince (de oprichter van het omstreden beveiligingsbedrijf Blackwater), de Chinese multimiljonair Miles Kwok en voormalig topman van Goldman Sachs, John Thornton. Mannen die hun geld graag voor hen laten spreken. En laat het maar aan Steve Bannon over om de juiste woorden te vinden. ‘Haat motiveert’, zegt hij daarover in deze documentaire. ‘Woede motiveert.’

Gevraagd naar zijn eigen drijfveren windt de workaholic er ook geen doekjes om: ‘Het gaat mij maar om één ding: winnen.’ Het doel heiligt in zijn geval écht alle middelen. Al betekent dat niet dat dit doel ook daadwerkelijk wordt bereikt. Als Bannon – tijdelijk? – uit de gratie raakt bij Trump, een periode waaraan hij de bijnaam ‘Sloppy Steve’ overhoudt, raakt hij ook zijn momentum kwijt. Nadat de Democraten in het najaar van 2018 de congresverkiezingen winnen met een diversere kandidatenlijst dan ooit, lijkt de invloed van de Macher tanende en begint de geboren winnaar steeds meer te ogen als een praatjesmakende loser.

Fahrenheit 11/9

Als één linkse Amerikaan ruim vóór de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 heeft gewaarschuwd voor het gevaar van Donald Trump, dan is het documentairemaker Michael Moore. Hij zag om zich heen hoe de arbeidersklasse in de zogenaamde Rust Belt zich afkeerde van de heersende politieke elite en een proteststem wilde uitbrengen. Moore vreesde én kreeg Trump.

De 45e president van de Verenigde Staten is een uitvergroting van alles waartegen de filmmaker in zijn inmiddels bijna dertig jaar omspannende carrière heeft gestreden. Deze achtste volwaardige documentaire Fahrenheit 11/9 (127 min.) is dan ook tegelijkertijd een schotschrift tegen het hedendaagse Amerika en een afrekening met de politieke cultuur, van Republikeinen én Democraten, die een nihilist zoals Donald Trump heeft voortgebracht.

Moore bouwt z’n betoog op rond de watercrisis in zijn geboortestad Flint, de plek waar hij eind jaren tachtig tevens zijn eerste film Roger & Me maakte en waar hij nu een tastbaar symbool heeft gevonden voor de verwording van de Amerikaanse democratie: sinds gouverneur Rick Snyder van Michigan de staat als een bedrijf runt en de watervoorziening van de stad in handen van private partijen heeft gelegd, kampt Flint met ernstig vervuild water.

Dat de bewoners er ziek van worden, doet de Republikeinse gouverneur ogenschijnlijk weinig. Zodra een autofabrikant schade meldt, komt hij echter direct in actie. Het resulteert in een typische Michael Moore-actie. Met draaiende camera en een paar handboeien arriveert hij op Snyders kantoor om een burgerarrestatie te plegen. Hij wordt opgevangen door een communicatiemedewerker, die het glas water dat hem wordt aangeboden evenwel resoluut weigert.

Ook bij de gouverneurswoning van Snyder vangt de provocateur bot, in een scène die doet denken aan zijn roemruchte confrontatie met NRA-boegbeeld Charlton Heston in z’n belangrijkste film Bowling For Columbine. Het thema van die documentaire, Amerika’s verwrongen verhouding tot wapens, krijgt eveneens een prominente plek in Fahrenheit 11/9 als Moore zich associeert met de jeugdige overlevenden van de ‘school shooting’ in Parkland en beziet hoe zij de barricaden opgaan voor een ander Amerika.

Moore voorziet ellende. Als de koers niet wordt verlegd, dan veranderen de Verenigde Staten in een dictatuur. Het startpunt van die ontwikkeling legt hij bij 11 september, de crisis die ondemocratische  stappen mogelijk maakte, een thema dat hij eerder behandelde in alweer een andere film, Fahrenheit 9/11. En de toekomst zou wel eens inktzwart, of diepbruin, kunnen zijn: terwijl we Trump horen speechen, zien we een zekere Duitse leider bijna lip-sync oreren.

Subtiel is anders, maar een verfijnde aanpak was natuurlijk nooit Michael Moores forte. Fahrenheit 11/9 is zo bezien ook een volstrekt logische film, de optelsom van zijn oeuvre en politieke stellingnames. Het is tevens Moores grimmigste film. Behalve enkele koddige muziekjes valt er ditmaal weinig te lachen. En het is een lange en onevenwichtige film. De rasverteller, die zo gemakkelijk een groot publiek bereikt, moet al zijn talenten aanspreken om de verschillende verhaallijnen bijeen te houden en aan elkaar te knopen.

Our New President

Als het niet zo gevaarlijk en ontwrichtend was, zou het grappig zijn. De manier waarop de Russische televisie – de omschrijving staatsomroep is hier wel op zijn plaats – Hillary Clinton op alle mogelijke manieren zwart heeft gemaakt. Het begint in Our New President (78 min.), een documentaire die volledig is opgebouwd uit beelden van Russische makelij, al direct prachtig: in 1997 zou Clinton tijdens een bezoek aan Rusland als Amerika’s first lady de vloek van een mummie-prinses over zichzelf hebben afgeroepen.

De gevolgen daarvan zijn verpletterend: haar man Bill begint een affaire met Monica Lewinsky, zij gaat zich ronduit bizar gedragen en later volgen serieuze gezondheidsproblemen. Heeft ze epilepsie of wordt ze misschien dement? En zo gaat Russia Today, dat sinds 2013 helemaal onder controle staat van president Vladimir Poetin, vrolijk verder: Hillary blijkt een fervente cokegebruiker, runt haar eigen pedonetwerk en is waarschijnlijk ook verantwoordelijk voor al die mysterieuze sterfgevallen in haar directe omgeving (‘Killary’).

Intussen wordt haar tegenstrever bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016, Donald Trump, ongegeneerd op het schild gehesen als een selfmade man, die het volledig verrotte systeem van de Amerikaanse elite komt opschonen. Hij is, opmerkelijk genoeg, ook enorm populair bij gewone Russen, die de moeite nemen om een liedje aan hem op te dragen, de man openlijk de liefde verklaren of een tribute-filmpje voor hem opnemen. In Rusland is zelfs een heuse collectie Trump-merchandise te koop.

Propaganda en censuur zijn woorden uit de vorige eeuw, aldus Dmitry Kiselyov, de hoofdredacteur en blikvanger van Russia Today die liefde voor het vaderland heeft gelijkgeschakeld aan steun voor de regering Poetin. Al die loftuitingen aan het adres van de huidige Amerikaanse president zijn nochtans onderdeel van een grootscheepse propagandacampagne, zo betoogt deze zinsbegoochelende documentaire van Maxim Pozdorovkin. Zonder het uitdrukkelijk zo te stellen. Die conclusie mag de kijker zelf trekken.

De stortvloed aan suggestieve beelden met bijna absurde voice-overs, aangezet met een unheimische soundtrack, werkt intussen regelmatig op de lachspieren en oogt soms ronduit onwerkelijk. Letterlijk alles wordt uit de kast gehaald om de tegenstander, of die zich nu in eigen land of aan de andere kant van de Beringstraat bevindt, te koeioneren. Niemand is uiteindelijk veilig. Zodra Donald Trump eenmaal is geïnstalleerd als president, wordt ook hij aangepakt en geridiculiseerd in deze oncomfortabele film, die een angstaanjagende schijnwereld blootlegt.