Puinhoop

Selfmade Films

Nadat Allard Detiger de deur van zijn moeders woning heeft geopend en een stapeltje post bij elkaar heeft gegrist, stapt hij de wereld van zijn jeugd binnen. De stapels rommel lijken hoger dan ooit. Het was vroeger al een hoardershuis, maar is sindsdien alleen maar verder dichtgegroeid. De vrouw die hem heeft opgevoed is ondertussen een menselijk wrak geworden. Een boze vrouw ook, naar verluidt gediagnosticeerd met borderline. ‘Jullie hebben me allemaal naar de knoppen geholpen’, sneert ze naar Allard en andere mensen die haar proberen te helpen.

Allards bejaarde moeder laat ook een eindeloze stroom boze, wanhopige of verwarde berichten achter op zijn antwoordapparaat. Hij kan zich nauwelijks een ogenblik van haar losmaken. Deze film lijkt een poging om die Puinhoop (84 min.) te documenteren, in de hoop er op de één of andere manier vat op te kunnen krijgen. In familiefilmpjes kan hij terugzien hoe ze vroeger was: een zorgzame alleenstaande moeder. Te zorgzaam. ‘Ik mocht alles van haar’, herinnert Allard zich. ‘Zolang ik maar dichtbij haar bleef.’ En thuis was het dus, ook toen de kinderen er nog woonden, al een flinke bende. Alle vriendjes die ooit eens bij hen thuis waren geweest, hadden volgens jeugdvriend Daniel naderhand dezelfde droom: ze gingen dat huis opruimen.

Met sleutelfiguren uit zijn leven – zijn eigen partner Kristina, oudere broer Mathijs (die op jonge leeftijd de wijk nam naar Amerika), tennisleraar Tom, enkele therapeuten bij wie hij in behandeling was en de zus van zijn moeder, Sonja – probeert hij zicht te krijgen op de vrouw die zijn leven regelmatig tot een hel (heeft ge)maakt. Wie of wat is hij daardoor geworden? In gestileerde symbolische sequenties drukt Allard, die sinds enkele jaren zelf ook een kind heeft, in deze pijnlijk persoonlijke documentaire, over de (soms verwrongen) loyaliteit tussen ouder en kind en hoe ondraaglijk mantelzorg kan worden, bovendien zijn eigen kwetsbaarheid, woede en machteloosheid uit.

Het resultaat is een beklemmende, knarsetandende en uiteindelijk ook wel weer liefdevolle film over een vrouw die zichzelf volledig verliest in haar fixaties en haar directe omgeving daarin voortdurend probeert mee te trekken. En over een zoon die de storm die zij ontketent steeds weer moet trotseren en heeft besloten om de menselijke ravage die zo wordt aangericht voor eens en altijd te documenteren. Het is een puinhoop, in de loop van tien jaar verzameld, om niet snel te vergeten.

The Anthrax Attacks: In The Shadow Of 9/11

Netflix

‘Is Amerika klaar voor een chemische aanval?’ vraagt een nieuwspresentator met gedragen stem. ‘Het antwoord is: nee.’ ‘s Mans dramatische constatering komt niet uit de lucht vallen. De Verenigde Staten zijn enkele weken eerder, op die beruchte 11 september 2001, aangevallen door een terroristische cel van Al-Qaeda. Zij hebben de World Trade Center-torens in New York neergehaald en een aanval op het Pentagon uitgevoerd.

En nu, begin oktober, duiken er op diverse plekken in het land poederbrieven met antrax – ofwel: miltvuur – op. Bij een roddelkrant in Boca Raton, een gebouw van NBC News in New York en het kantoor van de Democratische senaatsleider Tom Daschle in Washington DC zijn enveloppen met het uiterst gevaarlijke poeder bezorgd. En onderweg zijn diverse mensen – van postsordeerders tot receptiemedewerkers – ermee in aanraking gekomen.

‘Het moet doden om te overleven’, zegt specialist Paul Keim met het nodige aplomb over antrax. ‘Het moet doden om z’n levenscyclus te voltooien.’ Als de vooraanstaande wetenschapper het aangetroffen poeder onderzoekt, komt hij echter tot een opzienbarende conclusie: het gaat om de zogenaamde Ames-stam die tot dan toe (en twintig jaar later nog altijd) alléén in Amerikaanse laboratoria voorkomt.

Het spoor leidt in The Anthrax Attacks: In The Shadow Of 9/11 (95 min.) al snel naar een onderzoeker van de militaire inlichtingendienst. Dokter Bruce Ivins doet daar onderzoek naar infectieziekten. Hij wordt in deze documentaire van Dan Krauss vertolkt door acteur Clark Gregg. De bijbehorende gedramatiseerde scènes zijn gebaseerd op verslagen van de FBI, de interviews met ‘Gregg’ op persoonlijke communicatie van de man.

Binnen luttele minuten is daarmee glashelder: dit is de hoofdverdachte, die bovendien een soort Unabomber– of Hannibal Lecter-achtige allure krijgt aangemeten. Dat komt niet helemaal uit de verf. Zoals dit soort prominente fictiescènes sowieso nogal eens op gespannen voet komen te staan met het meer traditionele non fictie-deel van een documentaire. Ze doen al gauw afbreuk aan de authenticiteit van het totaalverhaal.

Deze ferme productie, waarin slachtoffers, nabestaanden, FBI-agenten en anderen die betrokken raakten bij het politieonderzoek, oogt daardoor soms meer als een op ware feiten gebaseerde speelfilm over de koortsachtige jacht op een mysterieuze moordenaar dan als een reguliere documentaire over de geruchtmakende bio-terreuraanslagen en de gemoedstoestand van een land dat plotseling aan de frontlinie van een smerige oorlog blijkt te liggen.

Het onderliggende verhaal is echter sterk genoeg om de aandacht gedurende de volledige speelduur vast te houden.

D.B. Cooper: Where Are You?!

Netflix

‘Mijn naam is D.B. Cooper.’

‘Mijn naam is D.B. Cooper.’

‘Mijn naam is D.B. Cooper.’

Je hoort het Wie Van De Drie’s gastheer bijna zeggen: ‘Mijn naam is D.B. Cooper. Ik heb op 24 november 1971 een vliegtuig gekaapt en ben daarna met een parachute en 200.000 dollar losgeld uit een Boeing 727 gesprongen. Sindsdien ben ik nooit meer gezien. Was getekend, D.B. Cooper.’

Ja, de premisse van de joyeuze vierdelige docuserie D.B. Cooper: Where Are You?! (169 min.) heeft wel wat weg van het bekende televisieprogramma Wie Van De Drie. Alleen zijn er inmiddels véél meer dan drie gegadigden voor de ‘rol’ van Dan Cooper. D.B. is de broer, neef of oom van de één, een buurman of collega van een ander. Werkelijk Jan en alleman speculeert over wie deze meesterdief zou kunnen zijn, onlangs nog in de delicieuze documentaire The Mystery Of D.B. Cooper.

Daarbij is de lijn tussen het doen van min of meer serieus onderzoek, het opdienen van broodjes aap of het – voor eigen gewin – uitventen van complottheorieën weer eens verdacht dun. Regisseur Marina Zenovich brengt de cultus rond D.B. Cooper, die al heeft geresulteerd in films, boeken, podcasts, bars, en een festival (CooperCon), met zichtbaar plezier in beeld en zoomt tevens in op een aantal onofficiële lezingen van de zaak, die Amerikaanse amateurdetectives nu al een halve eeuw aan het werk houdt.

Ze introduceert bijvoorbeeld schrijver, journalist en amateurdetective Tom Colbert, die al tien jaar druk doende is om D.B. te ontmaskeren en ervan overtuigd is dat hij De Enige Echte nu toch echt (écht!) heeft gevonden: Dick Briggs. Of, nee: Robert Rackstraw. Colbert houdt intussen een multidisciplinair cold caseteam van zo’n veertig, veelal gepensioneerde, specialisten aan het werk om de zaak voor eens en altijd op te lossen. ‘Ze houden van de passie van de jacht’, zegt hij er met gepaste trots bij.

Alleen: Rackstraw blijft maar ontkennen als hij met draaiende camera wordt aangesproken door Colberts reporter Jim Forbes, die eigenlijk helemaal niet houdt van overvalinterviews. Óók als hij vervolgens lekker wordt gemaakt met een film en boek. Of als Rackstraw, terwijl Colbert stiekem filmt (wat hij glashard ontkent), een flink smak geld krijgt aangeboden. Colberts A-Team weet The History Channel in 2016 nochtans te overtuigen van de docu D.B. Cooper: Case Closed?. Gelukkig zijn er dan weer anderen die daarvan gehakt maken.

Waar The Mystery Of D.B. Cooper de mythe rond de vliegtuigkaper gebruikt als voertuig om enkele gewone Amerikanen en het verhaal dat ze op elke verjaardag vertellen te portretteren, zet D.B. Cooper: Where Are You?!, gezegend met een White Lotus-achtig themamuziekje en volgestort met allerlei ‘kenners’, de schijnwerper vooral op de industrie die, getuige bijvoorbeeld ook de moord op Kennedy of Bigfoot, steevast ontstaat rond dit soort tot de verbeelding sprekende mysteries.

Intussen krijgt elke afzonderlijke onderzoeker – is de link met die stripboekenreeks over een piloot met de naam Dan Cooper trouwens al eens goed onderzocht? – vroeg of laat te maken met de Cooper-vloek: nét als hij denkt dat de zaak helemaal rond is, blijkt er toch nog één klein dingetje niet te kloppen…

A Family Affair

KRO-NCRV

‘Dit was ons gezin’, vertelt Tom Fassaert bij oude familievideo’s. ‘Totdat oma in ons leven verscheen en alles veranderde.’ Marianne Hertz woont inmiddels al jaren in Zuid-Afrika en heeft ook al enige tijd geen contact meer met de rest van de familie. Nu ‘Mammie’ 95 is, wil ze echter nog eenmaal, samen met haar kleinzoon, de reis naar Nederland maken. ‘Ik geloof niet dat die mensen van mij enthousiast zijn om me te zien’, stelt ze met de nodige zelfkennis. ‘Dat denk ik niet.’

Ze lijkt haar pijlen ook vooral te richten op Tom. ‘Ik hou van jou, too much’, zegt ze tijdens een gezamenlijke safari, flirtend met de kleinzoon die een documentaire over haar maakt. ‘Ik mag het niet, het is verkeerd. Maar het is een feit.’ Marianne kan zich nauwelijks voorstellen dat Tom, die ook nog eens een vriendin blijkt te hebben, alleen geïnteresseerd is in haar als oma en als object voor zijn film. ‘Ergens denk je misschien ook’, fleemt ze tijdens één van haar dagelijkse opmaaksessies, ‘God, was ze maar 25 of 26 jaar oud.’

A Family Affair (108 min.) is nochtans méér dan een ‘excentrieke-oma-wordt-verliefd-op-kleinkind’-film. De persoonlijke documentaire – Fassaert heeft bezwaar tegen de term ‘egodocu’ – belicht een uiterst belastend familiesysteem. De ene generatie heeft de volgende generatie opgezadeld met allerlei thema’s of zelfs verminkt. Fassaert maakt de schade op met zijn vader en diens kwetsbare broer René, maar belandt via de verhalen van hun moeder ook bij zijn overgrootouders, die vanuit Hitlers Duitsland naar ons land zijn gevlucht.

Zorgvuldig pelt de Nederlandse filmmaker de verhoudingen af binnen zijn familie, waarin de voormalige mannequin en ‘perfecte moeder’ Mammie een sleutelrol speelt. Oma is een rasmanipulante, stelt Fassaerts vader Rob. Hij weet waarover hij spreekt. Het is alsof ze voortdurend op een schaakbord speelt. ‘Eerst word je een beetje koning’, zegt hij. ‘Dan daal je langzaam af naar koningin, dan word je toren of loper en uiteindelijk ben je pion. En dan word je, tsjoep, van het schaakbord afgemieterd als het haar niet meer uitkomt.’

Het is een manier van doen die Tom bekend begint voor te komen. Terwijl hij tijdens de reis naar Nederland vat probeert te krijgen op zijn oma, lijkt zij hem voortdurend te bespelen. Wie is deze intrigerende vrouw, die permanent bezig is met haar make-up en de spiegels om haar heen? Wat probeert zij op te houden? Samen koersen de onnavolgbare femme fatale, haar beschadigde zoons en dat filmende kleinkind in deze bekroonde film uit 2016 af op de finale ontmoeting, die het karakter van een verzoening moet krijgen.

Maar of ‘Mammie’ daartoe werkelijk bereid en in staat is…

Inmiddels werkt Tom Fassaert overigens alweer aan een nieuwe ‘persoonlijke documentaire’. In Tussen Broers, een film die voor 2023 staat gepland, belicht hij de pogingen van zijn vader Rob om het leven van diens broer René op orde te krijgen.

A Family Affair is hier te bekijken.

Queen Of Meth

Discovery+

‘Ik heb er absoluut geen spijt van’, zegt Tom Arnold over het feit dat hij de begrafenis van hun moeder Linda niet heeft bijgewoond.

‘Dat zou wel moeten’, vindt zijn zus Lori.

‘Ze was geen moeder.’

‘Nee, dat niet’, beaamt Lori.

‘Heb jij Josh ooit drugs of alcohol gegeven?’ vraagt Tom even later.

‘Dat zou ik nooit doen’, antwoordt Lori beslist.

‘Waarom niet?’

‘Omdat hij mijn zoon is.’

‘Precies. Zoiets doet een moeder niet.’

‘Ze heeft fouten gemaakt’ erkent Lori.

Tom reageert woedend: ‘Ze heeft je leven verpest.’

Zo bekvechten broer en zus nog even door bij het graf van hun moeder Linda. Tom, die later een bekende komiek/acteur is geworden en ook nog enige roem verwierf als (ex-)echtgenoot van Roseanne Barr, kan niet geloven dat Lori zo laconiek terugkijkt op haar jeugd: Linda liet haar op veertienjarige leeftijd trouwen met een man van 23 met een ongezonde voorkeur voor (te) jonge meisjes. Later kon Lori, aan de zijde van de leider van de motorclub The Grim Reapers, haar tweede echtgenoot Floyd Stockdall, bovendien uitgroeien tot de Queen Of Meth (141 min.).

Lori Arnold zou in de jaren tachtig zo’n tweehonderdduizend dollar per week hebben verdiend met de handel in zelf geproduceerde methamfetamine, die vanuit hun eigen bikerbar The Wild Side in Ottumwa werd verkocht. En daar hebben Lori, haar broers Tom en Scott, vriendinnen en allerlei figuren uit haar ‘white trash’-milieu in Iowa, in deze driedelige serie van Julian P. Hobbs nog genoeg sterke verhalen over te vertellen. Tot erg veel zelfreflectie of berouw komt het overigens niet. Ook niet over de gevolgen van hun gedrag als de Amerikaanse Drug Enforcement Agency binnenvalt, een einde maakt aan de lucratieve handel en ‘Tom Arnolds zus’ de cel instuurt.

Queen Of Meth graaft niet al te diep en is vooral geslaagd als sfeertekening van een gemeenschap, waar meth in de afgelopen decennia flink heeft huisgehouden. Hoewel Lori zegt dat ze niet trots is op haar eigen rol daarin – en de gevolgen van haar handelen voor met name haar zoon Josh betreurt – ontleent ze er op bijna pensioengerechtigde leeftijd ook nog altijd een zekere status aan. Ze dist bijvoorbeeld met zichtbaar plezier allerlei verhalen en anekdotes op, die met allerhande archiefmateriaal, gelikte reconstructiebeelden en stoere rockmuziek zijn geïllustreerd en samen best een vermakelijk geheel vormen.

The Conquest Of Everest

Waarom moet iemand de Everest beklimmen? ‘Omdat hij er is’, antwoordde de vermaarde Britse klimmer George Mallory ooit in stijl. Samen met Andrew Irvine zou hij de berg in 1924 proberen te bedwingen. Tevergeefs. Geen van beiden kwam terug. Het zou nog bijna dertig jaar duren voordat een expeditie, bij de elfde poging, daadwerkelijk de top bereikte. Op 29 mei 1953 plantte (Sir) Edmund Hillary, terzijde gestaan door de sherpa Tenzing Norgay, zijn vlag op de bergtop. ‘De top van de wereld was bereikt.’

Waar hedendaagse klimdocu’s zoals Free SoloThe Alpinist of 14 Peaks: Nothing Is Impossible zich vooral richten op zulke glorieuze verrichtingen van een select groepje alpinisten en de ontberingen die zij daarbij moeten doorstaan, benadert de klassieker The Conquest Of Everest (75 min.) deze beklimming van de hoogste berg ter wereld, op de grens van Tibet en Nepal, eerder als een groepsprestatie, met tevens aandacht voor de antropologische en wetenschappelijke dimensies ervan.

Regisseur George Lowe had destijds natuurlijk ook geen drones, minieme cameraatjes of mobiele geluidsapparatuur tot zijn beschikking om elke stap omhoog tot in ijzingwekkend detail te vereeuwigen. Hoewel zijn documentaire uit 1953 daardoor qua spanning en dramatiek nooit kan wedijveren met hedendaagse topfilms, lukt het hem wel degelijk om het hachelijke karakter van de onderneming over het voetlicht te brengen – en wat er toentertijd allemaal nodig was om zo’n expeditie op te zetten.

Cameraman Tom Stobart, die zijn ongetwijfeld loodzware apparatuur ook mee naar boven moest zeulen, verricht daarbij fabuleus werk. Verteller Meredith Edwards krijgt tevens een sleutelrol toebedeeld. Hij voorziet de gebeurtenissen in het hooggebergte voortdurend van duiding, drama en achtergrondinformatie. En de alomtegenwoordige klassieke muziek maskeert tenslotte effectief dat de activiteiten van de helden ter plaatse zonder audio zijn vastgelegd. De film won niet voor niets een BAFTA en werd genomineerd voor een Oscar.

Enkele dagen na de verovering van Mount Everest werd overigens, om het Britse feest helemaal compleet te maken, Elizabeth tot koningin van het Verenigd Koninkrijk gekroond. Het waren de dagen van Brittannia rules the waves – ook al was het dan via een Nieuw-Zeelander (Hillary) en kind van de Himalaya (Norgay).

The Last Days

Netflix

Terwijl duidelijk werd dat de oorlog verloren was, gingen de Duitsers onverminderd door met het uitroeien van Joden. ‘Als ze zes maanden voor het einde van de oorlog waren gestopt en al die energie hadden gestoken in het versterken van hun eigen verdediging, hadden ze het vast langer volgehouden’, zegt Holocaust-overlever Bill Basch aan het begin van The Last Days (87 min.). ‘Maar het doden van Joden was belangrijker voor hen dan het winnen van de oorlog.’

Het hart van deze Oscar-winnende documentaire van James Moll uit 1998 wordt gevormd door de getuigenissen van vijf Hongaarse Joden. Zij overleefden alle ontberingen, maar die domineren ruim vijftig jaar later (natuurlijk) nog altijd hun leven. ‘Ik kende niemands naam’, vertelt Basch als hij met zijn zoon Martin het vernietigingskamp bezoekt waar ze letterlijk over lijken moesten stappen. ‘Ik heb nooit iemand willen leren kennen. Ik wilde het nooit weten, voor het geval iemand die persoon kende wiens schoenen ik uittrok toen hij stierf.’

De bijbehorende beelden zijn groot en afschrikwekkend. Graatmagere, naakte mannen die lijken op wezenloze zombies. Stapels verweesde schoenen of koffers. En eindeloze lijsten, waarop mensenlevens worden gereduceerd tot zielloze gegevens. Tegelijkertijd zijn er talloze delicate details: de diamanten die Irene Zisblatt bewaarde door ze in te slikken, het badpak waaraan Renée Firestone zich vastklampte als laatste tastbare herinnering aan haar vader en de zelfgemaakte menora die de Amerikaanse militair Paul Parks kreeg van een Joodse man die hij uit Dachau bevrijdde.

De herinneringen van de overlevenden worden in deze klassieke Holocaust-film vergezeld door gesprekken met een Duitse arts die in Auschwitz werkte, een lid van het zogenaamde Sonderkommando dat in een kamp lijken moest afvoeren en enkele Amerikaanse soldaten die aan het eind van de oorlog werden geconfronteerd met de (on)menselijke catastrofe van deze plekken des doods. Ergens in die onbeschrijfelijke ellende vonden al deze gewone mensen de moed en kracht om door te gaan met hun bestaan, er in de navolgende halve eeuw zelfs nog iets van te maken.

Shooting Bigfoot

‘Als je hem nu nog niet kunt zien, is er iets mis’, slaat Dallas Gilbert, een bewoner van Ohio, de spijker op zijn kop aan het begin van Shooting Bigfoot (91 min.). Dallas, een morsige man van middelbare leeftijd zonder bovengebit, heeft samen met zijn vaste partner Wayne Burton al talloze foto’s gemaakt van het mythische gorilla-achtige monster Sasquatch, dat zich schuil schijnt te houden in de uitgestrekte bossen van de Verenigde Staten. Alleen: je moet Bigfoot wel wíllen zien op die foto. Anders zie je toch echt niet veel meer dan een onduidelijke schaduw van iets of iemand.

De Britse documentairemaker Morgan Matthews neemt de proef op de som en gaat op expeditie met het olijke duo Dallas en Wayne. Hij sluit daarnaast ook aan bij de jager Rick Dyer, die bezweert dat hij een bigfoot, of iemand die zich als zodanig voordoet, gaat omleggen. En ook bij de patserige connaisseur Tom Biscardi, die met de ‘documentaire’ Anatomy Of A Bigfoot een hoax van zijn rivaal Dyer zou hebben blootgelegd, is Matthews van harte welkom. Of dat wel goed gaat? Dat is nog maar de vraag: de Brit eindigt zijn avonturen in elk geval met een gezicht vol blauwe plekken, zo laat hij bij aanvang al zien.

Deze documentaire uit 2013 begint meteen lekker: ‘Ben jij gekwalificeerd als meesterspeurder?’ wil Morgan Matthews van Rick Dyer weten. Die reageert gevat: ‘Kun je een kwalificatie halen als klootzak-filmmaker? Even later, in de auto: ‘Papa, bestaat Bigfoot echt?’ vraagt Dyers schattige dochtertje. ‘Dat weet je toch, liefje.’ Interviewer Matthews ziet zijn kans echter schoon: ‘Weet je niet of hij echt is? Heeft iemand je verteld dat hij niet echt is?’ Het aandoenlijke meisje reageert fris van de lever. ‘Dat heeft mama verteld.’ En dat kan vader natuurlijk niet over zijn kant laten gaan. ‘Papa heeft Bigfoot met zijn eigen ogen gezien. Geloof je, papa?’

In het kielzog van de enigszins creepy Dyer, meesterbullshitter Biscardi en het slechte komische duo Gilbert & Burton dringt Matthews vervolgens diep door tot Sasquatch-land, waar hij van alles te horen en te zien krijgt en toch weinig wijzer wordt. Uit zijn houding en vragen wordt duidelijk dat de filmmaker weinig geloof hecht aan de beweringen van zijn expeditiepartners. Dat is voor hen alleen geen enkel beletsel om hele sterke – en totaal oncontroleerbare – verhalen op te dissen. Een enkele keer wordt dat spannend of zelfs eng, meestal is het vooral aandoenlijk of gewoon grappig. Voor mensen met gevoel voor de lulligheid van het bestaan zelfs erg grappig. Buikpijn-grappig.

Zet Matthews hen te kakken? Een beetje wel. Eigenlijk doen ze het vooral zelf. Zonder gêne. Omdat ze, op een vreemde manier, blijkbaar identiteit ontlenen aan die vreemde strapatsen en waarschijnlijk ook omdat er een aardige grijpstuiver mee is te verdienen. Shooting Bigfoot speelt zich duidelijk niet af in de hogere regionen van de Verenigde Staten, maar in het white trash-deel van Amerika, waar machismo, bijgeloof en volksverlakkerij vrij spel hebben. En Sasquatch/Bigfoot, onlangs nog te zien in deze serie, beslist niet het enige larger than life-personage is.

The Year Earth Changed

Apple TV+

Als wij even pauze inlassen, constateert ‘s werelds bekendste bioloog David Attenborough, krijgt de aarde de gelegenheid om rustig adem te halen. Voor de natuurlijke habitat van de mensheid en de andere bewoners daarvan is het Coronavirus, en de bijbehorende lockdown, waarschijnlijk dus niets minder dan een zegen. Economische drukte heeft plaatsgemaakt voor weldadige stilte, wilde Afrikaanse dieren worden niet meer gevolgd door hordes toeristen en de lucht is zo schoon dat ze in de Indiase stad Jalandhar voor het eerst in dertig jaar Himalaya-bergtoppen kunnen zien.

Zo bezien was 2020, The Year Earth Changed (48 min.), zonder enige twijfel een hoopvol jaar. En laat het dan maar aan Attenborough en zijn machtige stem over om daar een heuse belevenis van te maken. Schildpadden, walvissen en dolfijnen beginnen weer te floreren. Bedreigde diersoorten als cheeta’s, zeepaardjes en berggorilla’s maken ineens kans om te overleven. En in de bebouwde kom van een behoorlijke stad, ergens in de wereld, kunnen zich doodgemoedereerd herten, nijlpaarden of pinguïns melden.

In een adembenemende scène eigent een luipaard zich bijvoorbeeld een verlaten safariresort in het Zuid-Afrikaanse Mpumalanga toe, tot ontsteltenis van de aanwezige cameraploeg. Het imposante roofdier begint daar zijn eigen ‘all you can eat’-feestje te vieren. Ook indrukwekkend: hoe een Indiase gemeenschap, om zijn eigen oogst te beschermen, rond de akkers speciale gewassen plant om een uitgebreide olifantenfamilie van eten te voorzien en nog eens glorieus in die opzet slaagt ook.

Op zulke momenten oogt deze vanzelfsprekend weer oogstrelende documentaire van Tom Beard bijna als een promotiefilm voor het Wereld Natuur Fonds. Met een stichtelijke boodschap bovendien: mens en dier kunnen wel degelijk coëxisteren. Toch valt uit deze natuurdocu ook een andere boodschap te destilleren: de aarde zou wellicht een stuk beter af zijn zonder de mens. Of in elk geval: zonder een groot deel van de mensheid. Zodat de natuurlijke balans kan worden hersteld.

Die boodschap zal Sir David Attenborough vermoedelijk alleen nooit in de mond nemen.

There Is No ‘I’ In Threesome

HBO

Dit is een film over polyamorie. Over de open relatie van Ollie en Zoe. Die ze voor ons allen documenteren. Tot in detail, natuurlijk. Gore details, soms. Een Egodocumentaire. Ja, Ego met een hoofdletter. De twee fladderen lekker rond. Richting zowel mannen als vrouwen. Allebei. Want zo doe je dat. Als je helemaal vrij bent. V-R-I-J. Niet van jaloezie, overigens. Dat is de grote uitdaging.

Straks gaan ze trouwen. En houden ze op met dat geswing. Beloofd. Hand op het hart. En knip op de onderbroek. Dan heeft There Is No ‘I’ In Threesome (87 min.) meteen een duidelijk eindstation. Het blijft tenslotte wel een film. Met hoofdrolspelers. Letterlijk. Ze acteren zichzelf voortreffelijk, hoor. De rol van hun leven. Ook als er andere kapers op de kust komen. Want dan is drama vereist. En jaloezie dus. Geen probleem.

Jan Oliver Lucks opereert tevens als regisseur. Zoe Marshall is zijn muze. En Tom en Siobhan zijn héél aantrekkelijke ‘love interests’. Lekker camerageil, ook. Dat filmen gaat niet zonder slag of stoot, natuurlijk. ‘Probeer bij mij te zijn en niet bij dat ding’, wijst Zoe bijvoorbeeld naar Ollies camera. Het persoonlijke gesprek wordt tóch gefilmd. Begeleid door aanzwellende muziek, voor de zekerheid. ‘Als we geen film maakten, zou je me dan ook hebben gevraagd of ik Tom wil verlaten?’

Ja, dat is een tamelijk elementaire vraag: wat zouden Ollie en Zoe doen, of hebben gedaan, als er geen telefoon draaide? Hadden ze dan ook een SM-sessie gedaan? Een triootje? Een baby bij elkaar geneukt misschien? Oh, sorry, dat is wel erg lomp geformuleerd. Daar gaat het ook niet om. Het ziet er alleen zo opwindend uit. Schaamteloos. Terwijl deze film om kwetsbaarheid draait, natuurlijk.

Intussen ‘leren’ ze ook van alles. Over het leven, jawel. En zichzelf, natuurlijk. Bijvoorbeeld dat Ollie zich verbergt achter de camera. Hoewel we op dat moment al zo’n beetje alles van hem hebben ‘mogen’ zien. En, natuurlijk, ook over hun relatie. Die geen stand kan houden, dat spreekt voor zich. Of toch wel? Ze stevenen in elk geval linea recta af op een do or die-moment. Het point of no return, zogezegd.

En voor de epiloog, de afwikkeling van deze ‘real life’-tragikomedie, heeft Lucks nog een spetterende verhaalwending bewaard. Met de verplichte stichtelijke boodschap tot besluit. Het was allemaal maar een toneelstukje, vermomd als documentaire. Dat is het nog steeds, overigens. En exhibitionisme, dat ook. Dat alleen niks met naakte lijven heeft te maken.

Kubrick By Kubrick

Kubrick Estate

Nietszeggend vermaak. Erger bestond er niet in zijn handboek. Regisseur Stanley Kubrick (1928-1999) had zich bepaald niet thuis gevoeld in het hedendaagse Hollywood. Zoals hij dat bij leven en welzijn ook nooit was. Kubrick zou altijd een eenzaat blijven, die op het celluloid zijn geheel eigen wereld creëerde en daar liefst zo weinig mogelijk over communiceerde. Aan interviews had hij dus een broertje dood.

Voor de Franse filmjournalist Michel Ciment maakte hij een uitzondering. Die zou de nukkige filmmaker in de loop van tien jaar geregeld mogen interviewen, met als eindresultaat het uitputtende boek Kubrick. De audio-opnamen van Ciments gesprekken met de filmlegende vormen dan weer het fundament onder de geslaagde nieuwe (auto)biografie Kubrick By Kubrick (60 min.).

Dertien speelfilms zou de man uiteindelijk nalaten, gemaakt over een periode van bijna een halve eeuw. En stuk voor stuk staan ze volledig op zichzelf en hebben ze toch heel veel gemeen. Deze documentaire van Gregory Monro loopt ze niet gemakkelijk chronologisch af, maar geeft al die klassiekers hun plek in een thematisch gegroepeerde en fraai vormgegeven zoektocht naar het wezen van de Amerikaanse filmmaker.

Onderweg raakt de documentairemaker, via de tweegesprekken van Ciment en Kubrick, thema’s aan als zijn gekmakende perfectionisme, het (gestileerde) geweld in zijn films, de camera die altijd in beweging lijkt en die altijd weer onder de oppervlakte sluimerende irrationaliteit. Via archiefinterviews komen bovendien zijn cameraman, componist en acteurs als Jack Nicholson, Malcolm McDowell en Tom Cruise aan het woord.

Zonder dat de documentaire diepgaand ingaat op Stanley Kubricks persoonlijke leven, ontstaat zo toch een gloedvol en filmisch portret van de man en de regisseur. Via zijn imposante oeuvre, dat ruim twintig jaar na zijn dood nog altijd tot de verbeelding spreekt en blijft vragen om interpretatie en duiding. Zoals dat nu eenmaal gaat met belangwekkende kunst.

Bart En De Steen Die Terug Naar Huis Ging

VPRO

Het lijkt een typische MacGuffin, een term die naar verluidt ooit werd geïntroduceerd door meesterregisseur Alfred Hitchcock: het object dat of de gebeurtenis die een film echt in gang zet. Het complot om de wereld te vernietigen dat James Bond moet zien te verijdelen. De Bijbelse Ark Des Verbonds waarvoor Indiana Jones zijn leven op het spel zet. Enne… , in dit geval, de Drentse steen, die na 200.000 jaar eindelijk wel eens terug naar huis wil, ergens in het hoge noorden. Een stukje Finland, om precies te zijn, waar ze toevallig vooral Zweeds spreken.

Een steen met heimwee, zogezegd. Door een gletsjer aan zijn moedersteen ontrukt tijdens de voorlaatste ijstijd. Althans volgens de held in kwestie, Bart Eysink Smeets. Hij is van plan om één van die zwerfkeien naar huis te begeleiden. Zo begint in Bart En De Steen Die Terug Naar Huis Ging (53 min.) een gevecht op leven en dood, bij wijze van spreken dan, met ambtenaren, commissies, douaniers en de ondernemers van de Drentse ‘hunebedhoofdstad’ Borger.

En dan zijn er nog natuurwezenopstellers. Een man belt op dat Eysink Smeets een grote fout maakt ‘als hij voor de steen beslist dat hij heimwee heeft’. Hij moet de steen zelf aan het woord laten, vindt Ferry van der Loos, die (natuurlijk) zelf wel even met de steen zou kunnen praten. ‘Vet!’ meent Tom Eysink Smeets, Barts broer die de hele onderneming filmt. ‘Dan gaan we met de steen praten.’ De held sputtert tegen: ‘Maar wat als de steen niet wil?’

Er is maar één manier om daar achter te komen. En dus besluit Bart Eysink Smeets – oh ja, hij is kunstenaar – om ook dit obstakel te gaan nemen tijdens zijn surrealistische queeste. Het gaat immers om de reis, niet om de bestemming. Daarbij lijkt overigens altijd een camera aanwezig. Is het niet die van Tom, dan van een plaatselijk medium (en dan bedoel ik, voor de duidelijkheid, dus geen paranormaal begaafde steengenezer).

Voor officiële gelegenheden, zoals een afscheid met plaatselijke notabelen, trekt de altijd montere Bart zelfs een blits pak aan, als het niet anders kan gewoon op het toilet van de trein. Het zijn de momenten waarop de besmuikte glimlach, waarmee buitenstaanders deze absurde tocht nu eenmaal onvermijdelijk begeleiden, zowaar plaatsmaakt voor een harde hinnik. Want deze heldhaftige reddingsactie van een verweesde zwerfkei behoudt te allen tijde zijn luchtige karakter.

En aan het eind van deze ontzettende leuke film heeft de Drentse evenknie van James Bond de wereld dan misschien niet gered en in navolging van de snoodaards in Indiana Jones ook geen wereldheerschappij verkregen, maar wel degelijk, vrij naar Bram Vermeulens toepasselijke evergreen De Steen, een steen verlegd op aarde. ‘Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten.’

Bart En De Steen Die Terug Naar Huis Ging is hier te bekijken.

Confessions To dEUS

Fleur Boonman

Over bands en hun betekenis…

De helende waarde van muziek, belicht via een langspeler die inmiddels de twintig jaar aantikt: The Ideal Crash. Het signatuuralbum van dEUS uit 1999, leeft nog altijd voort. De Belgische groep rond zanger en frontman Tom Barman wijdde er onlangs een serie optredens aan in heel Europa. Die vormen weer de basis voor deze documentaire van Fleur Boonman.

Confessions To dEUS (84 min.) is evenwel geen typisch bandverhaal, geen making of-exercitie en ook geen regulier tourverslag. En in zekere zin ook weer wel. Maar dan vanuit het perspectief van de fans. De dEUS-aanbidders namen na afloop van die concerten plaats in een soort biechtstoel en vertelden aan Boonman wat de muziek van de Belgische band voor hen betekent. En vooral wat die in hen losmaakt. Verhalen over de valkuilen van de liefde en het bestaan, tevens de thematiek van de plaat die hun favoriete album werd.

En dat verleidt de individuele bandleden van dEUS weer tot persoonlijke ontboezemingen over hun zielen- en relatieleven. Bassist Alan Gevaert vertelt bijvoorbeeld aangrijpend over een diepe depressie die hij doormaakte, over hoe hij zich toen ‘een levende dode’ voelde. Was dat nu een ideal crash? Het voelde vooral alsof er geen einde aan kwam. De vraag was of er überhaupt nog een einde was.

Door die persoonlijke insteek wordt deze boeiende film méér dan de zoveelste nostalgische popdocu, waarin met alle egards een klassiek album wordt afgestoft. Hoewel Boonman natuurlijk niet de verleiding kan weerstaan om te eindigen met het absolute prijsnummer Instant Street, dat ook twintig jaar na dato, met behulp van de choreografie en dansers die destijds glorieerden in de uitzinnige videoclip, gewoon voor een zinderende apotheose zorgt.

Over bands en hun blijvende betekenis…

Cannabis

KRO-NCRV

Hij is een wat tragische ‘poster boy’ geworden voor het Nederlandse softdrugsbeleid: Johan van Laarhoven, de grote man van de coffeeshopketen The Grass Company. In 2014 werd de Brabander gearresteerd in Thailand. Hij zou voor jaren achter de tralies verdwijnen en moest zien te overleven in ronduit erbarmelijke omstandigheden. Het initiatief voor zijn aanhouding zou volgens zijn broer en compagnon Frans en z’n advocaten Gerard Spong en Sidney Smeets zijn gekomen vanuit het drugsgidsland Nederland. Iets wat door het Openbaar Ministerie dan weer wordt genuanceerd.

De zaak Van Laarhoven loopt als een rode draad door de zesdelige serie Cannabis (304 min.) waarin Arjen Sinninghe Damsté stijlvol door de geschiedenis van het Nederlandse softdrugsbeleid zwiert. Van het hippiefestival Kralingen en de allereerste Amsterdamse coffeeshops tot de hedendaagse wietzolders, internationale cannabisindustrie en medicinale wiet. In de tussenliggende jaren is er altijd reuring geweest rond het vaderlandse gedoogbeleid. Was het niet de aanhoudende kritiek vanuit Amerika, waar al decennia een ‘war on drugs’ wordt uitgevochten, dan ontstond er wel een enorm schandaal rond het feit dat politie en justitie enorme hoeveelheden drugs bleken te hebben doorgelaten, de zogenaamde IRT-affaire.

Cannabis geeft crimefighters het woord, maar focust zich vooral op de vrije jongens die ooit besloten om een boterham te gaan verdienen met hashhandel. Zij zouden stelselmatig worden gemangeld tussen de steeds steviger optredende overheid en de altijd weer brutaler denkende georganiseerde misdaad. Zo kreeg Henk de Vries, eigenaar van de befaamde coffeeshop The Bulldog, tussen de invallen van de politie en belastingdienst door bijvoorbeeld ineens bezoek van ene Klaas Bruinsma. Het criminele kopstuk kondigde doodleuk een vijandige overname van de coffeeshop aan. Niet veel later werd Bruinsma geliquideerd. De Vries had er niets mee van doen, zegt hij. ‘Ik moet er enkel bij zeggen: ik was op dat moment wel bereid om het te doen. Iemand anders heeft mijn probleem opgelost.’

Met zulke verhalen uit alle uithoeken van de softdrugswereld dringt Cannabis, lekker sjiek gefilmd en verlevendigd met bijzonder fijn archiefmateriaal, door tot het hart van een business die zich noodgedwongen op het snijvlak tussen legaal en illegaal afspeelt. Een sleutelrol is daarbij weggelegd voor de joyeuze verteller Tom Vermeir. Met losse, informele voice-overs, die qua toonzetting doen denken aan de series Schuldig en Stuk, en het nodige kunst- en vliegwerk houdt hij de verschillende verhaallijnen en personages bij elkaar. Vermeir moet ook steeds de verbinding leggen met de zaak Van Laarhoven, waarin Nederlands dubbelhartige houding tegenover softdrugs, vervat in die ene multi-interpretabele term ‘gedogen’, nog eens goed onder het vergrootglas komt te liggen.

De kwestie rond de Brabantse coffeeshophouder claimt gaandeweg steeds meer ruimte. Als in de slotafleveringen de vraag op tafel komt of Van Laarhoven naar Nederland kan worden gehaald (en of hij hier dan nog de rest van zijn straf moet uitzitten), schaart Sinninghe Damsté zich bovendien heel nadrukkelijk aan zijn kant en krijgt het Openbaar Ministerie ondubbelzinnig de schurkenrol toebedeeld. Het is een laatste akte die deze ambitieuze serie enigszins uit het lood trekt.

All Or Nothing: Tottenham Hotspur

Amazon Prime

‘Wat voor Harry en Lucas geldt, geldt ook voor jou’, schreeuwt doelverdediger Hugo Lloris tegen zijn medespeler Heung-Min Son. ‘Met één minuut te gaan móet je meelopen.’ Het komt in de Spurs-kleedkamer zelfs bijna tot een handgemeen tussen de twee ploeggenoten. Trainer Mourinho ziet er wel wat positiefs in: ‘Dit was een jaar geleden niet voorgekomen. Dit gebeurt omdat jullie meer van elkaar eisen.’

De koning is dood, lang leve de koning! Na vijfeneenhalf jaar moet Mauricio Pochettino, de coach die de Londense club enkele maanden eerder nog naar de Champions League-finale heeft geleid, het veld ruimen bij Tottenham Hotspur. Zijn opvolger staat al klaar: José Mourinho, één van de succesvolste trainers van de afgelopen twintig jaar en tevens één van de meest gehate mensen van het internationale voetbal.

Even later, in de eerste aflevering van de negendelige serie All Or Nothing: Tottenham Hotspur (440 min.), na een eerdere reeks over Manchester City, begint ‘The Special One’ zelf dozen uit te pakken en nauwkeurig zijn nieuwe kantoor in te ruimen. Foto’s van zijn carrière om op te hangen, ordners in de vakkenkast. Paperassen op het bureau, netjes recht. Lineaaltje erbij. En dan alleen de flipover nog installeren. Via de televisie komt intussen het nieuws van zijn benoeming binnen. ‘Kijk wat er gebeurde bij zijn laatste clubs’, zegt een sportcommentator. ‘Hij is over zijn top heen.’ Mourinho loopt direct naar het toestel en zet dat demonstratief uit. ‘Fuck you!’

En daarmee is de toon gezet. De nieuwe koning schrijft zijn eigen wetten uit, zet z’n onderdanen op hun (juiste) plek en begint meteen de media te bespelen. Het sleutelwoord is: winnen. ‘Ik haat het om te verliezen’, heet ‘t dan. Terwijl Mourinho zijn veel te lieve team een over mijn lijk-mentaliteit probeert bij te brengen, hebben sommige spelers zo hun eigen beslommeringen: de flegmatieke international Dele Alli worstelt met zijn vorm, vaste linksachter Danny Rose valt ineens geregeld buiten de basis en spelverdeler Christian Eriksen lijkt in ongenade te zijn gevallen omdat hij een transfer wil maken. En dan raakt ook spits en boegbeeld Harry Kane nog ernstig geblesseerd.

All Or Nothing laat ongetwijfeld heel veel níet zien van wat er in het binnenste van de trainersploeg, het elftal en de directie omgaat, maar wat er overblijft is méér dan voldoende: (crisis)overleg tussen directie en coach, kleedkamerbeelden van voor, tijdens en na de wedstrijd en Mourinho’s persoonlijke gesprekken met (on)tevreden spelers bijvoorbeeld. Zulk fly on the wall-materiaal wordt doorsneden met lekker bombastische wedstrijdregistraties, waarbij volvette shots, ronkende muziek en overspannen commentatoren een glorieus huwelijk aangaan. Zo wordt zelfs van het meest onbeduidende competitieduel een soort strijd op leven en dood gemaakt, waarbij er nooit enige twijfel is over wie de ‘good guys’ (moeten) zijn.

Zelfs de totstandkoming van transfers blijft niet geheel onbelicht. Saillant is in dat verband de komst van de Nederlandse aanvaller Steven Bergwijn, een overgang die bij zijn vorige club PSV begin dit jaar heel wat kwaad bloed zette. De speler zou hebben geweigerd om nog te spelen in Eindhoven. Bij Tottenham Hotspur wordt Bergwijn evenwel binnengehaald als redder in nood. Geen woord over hoe de transfer tot stand is gekomen (en of er eigenlijk wel zoveel aan de hand was bij zijn vorige werkgever, of dat alle partijen gewoon het welbekende onderhandelingsspel speelden).

Deze puike sportserie, waarvoor acteur en Spurs-fan Tom Hardy als verteller fungeert, laat alleen onbeantwoord wat er precies zo speciaal is aan de nieuwe koning van de Spurs. José Mourinho lijkt vooral een archetypische teambuilder, die onvermoeibaar blijft hameren op agressie, discipline en de absolute wil om prijzen te pakken. ‘We moeten winnen’, zegt de manager bijvoorbeeld tijdens de wedstrijdbespreking voor Bergwijns eerste match, tegen titelkandidaat Manchester City. ‘We moeten aanvallen. We moeten risico’s nemen, maar hebben ook stabiliteit nodig. En we moeten georganiseerd spelen als we de bal hebben…. Oké, we zijn er klaar voor.’

Of zulke peptalks, doorgaans vergeven van de fucks en fuckings, werkelijk voldoende zijn om het tij te keren bij Mourinho’s zwalkende elftal? En kan hij zijn team tijdens de verplichte Corona-pauze echt met Zoom-sessies klaarstomen voor toch nog een succesvolle bekroning van het seizoen?

White Riot

Ruim veertig jaar na dato doet het onwerkelijk aan, maar in het Verenigd Koninkrijk van halverwege de jaren zeventig liet menigeen zich openlijk racistisch uit. De extreemrechtse partij The National Front fulmineerde bijvoorbeeld met de regelmaat van de klok tegen kleurlingen en stond hoog in de peilingen. Ook celebrities uitten zich soms in xenofobe termen. ‘Get the wogs out’, riep Eric Clapton, niet in de beste periode van zijn leven en carrière, bijvoorbeeld tijdens een concert in Birmingham. ‘Get the coons out.’

De Britse gitarist sprak daarnaast zijn steun uit aan de omstreden conservatieve politicus Enoch Powell. Die had in 1968 gewaarschuwd voor ‘rivieren van bloed’ als de aanhoudende immigratie niet werd gestopt. Volgens Clapton zou Groot-Brittannië nu binnen tien jaar zelf een kolonie kunnen worden. De popfotograaf Red Saunders kon zijn oren niet geloven en besloot actie te ondernemen. Hij formuleerde een openbare reactie naar de man die groot was geworden van/met de blues, van oorsprong toch echt slavenmuziek. ‘Come on, Eric. you’re rock music’s biggest colonialist’, schreef Saunders venijnig. ‘P.S. Who shot the sheriff, Eric? It sure as hell wasn’t you, mate…’

Saunder’s  open brief aan het poptijdschrift NME zou het startpunt betekenen voor Rock Against Racism. Regisseur Rubika Shah tekent de activistische organisatie in White Riot (80 min.), vernoemd naar de klassieke eerste single van de punkband The Clash, van binnenuit op en schetst met kopstukken als Mykaell Riley (Steel Pulse), Tom Robinson en Pauline Black (The Selekter) het explosieve politieke klimaat in Groot-Brittannië, dat de ideale voedingsbodem zou blijken te zijn voor zowel punk als antifascisme. Bewegingen die, geheel naar de tijdgeest, gekenmerkt werden door roestvrijstalen overtuigingen, een echte Do It Yourself-mentaliteit en lekker schreeuwerige esthetiek.

Aan de vooravond van de Britse verkiezingen van 1979, waarbij het National Front hoge ogen leek te gaan gooien, culmineerden de activiteiten van Rock Against Racism in een gratis concert in het Londense Victoria Park, tevens de climax van deze degelijke film, waarbij zo’n 100.000 Britse jongeren letterlijk kleur bekenden. Het werd een soort Woodstock voor de punkgeneratie en bleek tevens een ideale generale repetitie voor groots opgezette evenementen in latere jaren, zoals het ultieme Gutmensch-evenement Live Aid.

Rauw / Rauwer

NCRV

‘Heb je wel eens pannenkoeken gegeten?’ wil een jongetje weten van zijn vriendje, dat naast hem op de trampoline ligt.

‘Nee, nog nooit’, antwoordt de tienjarige Tom.

‘Erwtjes?’ vraagt zijn kameraadje door.

‘Nee, ook niet.’

‘En, pizza, heb je dat ooit gegeten?’

‘Nee.’ Tom moet ook bekennen dat frietjes en tosti’s onbekend terrein zijn voor hem. Hij eet namelijk Rauw (25 min.), in elk geval geen voedsel dat is gekookt of gebakken. Daarmee schijnt Tom het enige kind in Nederland te zijn. Hij leeft alleen op groente, fruit en noten. Zijn moeder Francis is van mening dat dit beter voor hem is. Dat aten ze in de prehistorie immers ook.

‘Wat denk jij als je die stukken vlees in de koekenpan ziet liggen?’, vraagt ze in de keuken aan haar zoon terwijl haar eigen moeder ‘normaal’ staat te koken voor het kerstdiner. ‘Denk je: daar ligt eten? Of denk je: daar ligt een stuk dood beest?’ Haar zoon antwoordt nuchter: ‘Nee, dan denk ik: daar ligt vlees.’ Francis Kenter vraagt nog even door: ‘En als je dat bloed eruit ziet lopen, wat denk je dan?’

En met die vraag is moeder nog lang niet klaar. Het is één van de ongemakkelijkste scènes uit de spraakmakende jeugddocu van Anneloek Sollart, die het portret van Tom en de gedreven Francis garneert met beelden van allerlei lekkernijen: pizza’s, snoepgoed en snacks. De film veroorzaakte in 2008 heel wat deining. Zou deze freak, die zichzelf als een pionier beschouwt, niet uit de ouderlijke macht moeten worden gezet?

Die commotie vormde tevens de basis voor het schurende vervolg Rauwer (55 min.) uit 2012, waarin Toms moeder zich moet verweren tegen beschuldigingen van kindermishandeling omdat de lichaamsgroei van haar zoon achterblijft. In deze film is zij ook echt de hoofdpersoon. Voor een belangrijke zitting bij de rechtbank besluit ze zelfs om te gaan vasten. Ze maakt daarbij zelf de vergelijking met Jezus en Boeddha, die zich zo ook zouden hebben voorbereid op hun taak.

Tom is dan al gereduceerd tot een bijfiguur: zowel in Sollarts vertelling als in de strijd van zijn moeder, die hem ook nog eens van school wil halen. Wat op zich een valide kwestie is – wie bepaalt hoe een kind moet worden opgevoed en welke grenzen kunnen daaraan worden gesteld? – dreigt een prestigestrijd te worden, die eigenlijk alleen ten koste van de opgroeiende puber kan gaan.

Rauwer is hier te bekijken.

Maria By Callas

Fonds de Dotation Maria Callas / NTR

‘Er zitten twee personen in me’, zegt de hoofdpersoon van deze film tijdens een tv-interview met David Frost uit 1970. ‘Ik wil graag Maria zijn, maar moet ook Callas recht doen.’ De eigenzinnige vrouw en de wereldberoemde operaster staan soms op gespannen voet met elkaar. ‘En als het erop aankomt, wie wint er dan?’ wil Frost weten. ‘Maria of Callas?’ De gevierde sopraan houdt zich op de vlakte: ‘Ik hoop dat ze niet zonder elkaar kunnen bestaan.’

In een ander fragment uit hetzelfde interview, dat regisseur Tom Volf gebruikt als anker voor zijn portret van Maria Callas (1923-1977), is ze een stuk explicieter. Die status van beroemdheid, voortdurend op de huid gezeten door de schandaalpers, kan haar gestolen worden. ‘Ik had liever een gelukkig gezin gehad en kinderen. Dat is de voornaamste roeping van de vrouw. Maar het lot heeft me deze carrière gegeven.’

Die loopbaan heeft haar tot de grote ster van Verdi-, Puccini- en Bellini-opera’s gemaakt, maar blijkens Maria By Callas (112 min.) net zoveel conflicten en frustraties opgeleverd; van een publiek ontslag bij het Metropolitan Orchestra tot een groots opgezet concert in Rome, dat vanwege bronchitis moest worden afgezegd. Die beslissing is haar nog jaren nagedragen en noopt haar in latere tijden tot een wat gematigdere toon, tot aan valse bescheidenheid aan toe.

Duidelijk is dat de Grieks-Amerikaanse zangeres een dame met temperament was. Ze maakt in deze stevige biografie, opgebouwd uit een uitbundige hoeveelheid archiefmateriaal en met opvallend lange muziekstukken, regelmatig een teleurgestelde indruk, ook omdat ze zich in vraaggesprekken steeds weer moet verdedigen. Maria wil eigenlijk een vrouw zijn, die zich helemaal kan wegcijferen voor een man. Zegt ze.

Intussen lucht ze haar hart in brieven aan haar zanglerares/hartsvriendin Elvira de Hidalgo, actrice Grace Kelly en haar geliefde, de steenrijke scheepsmagnaat Aristoteles ‘Aristo’ Onassis. Voor hem geeft ze ook haar huwelijk op. Uiteindelijk zal hij haar echter weer verlaten voor een andere celibrity. ‘Ik ben ervan overtuigd dat Onassis m’n vriendschap nodig heeft’, zegt ze daarover tegen David Frost. ‘Want ik vertel hem de waarheid. Niet dat jullie mannen graag de waarheid horen.’

The Spy Who Fell To Earth

Was de Egyptenaar Ashraf Marwan een spion voor Israël? Een dubbelspion voor zijn eigen land? Of toch een dubbel-dubbelspion voor de Israëli’s? Het zijn vragen die onvermijdelijk aan hem blijven kleven. Zoals ook zijn dood in 2007 is omgeven met mysterie: viel Marwan per ongeluk van het balkon van zijn Londense flat? Maakte hij op die manier rigoureus een einde aan zijn veelbewogen bestaan? Of was het ‘gewoon’ moord? En welke geheime dienst had die dan verordonneerd?

In de wereld van de internationale spionage is niets wat het lijkt en lijkt ook niets wat het is. Neem de veelbesproken Jom Kippoer-oorlog in 1973: zorgde Marwan ervoor dat Egypte buurland Israël op lafhartige wijze kon verrassen op een Joodse feestdag? Of lichtte hij de Israëlische geheime dienst Mossad juist op tijd in, zodat verder onheil kon worden voorkomen? De historicus Ahron Bregman trekt in zijn omstreden boek The Spy Who Fell To Earth (93 min.), waarop deze documentaire is gebaseerd, zijn eigen conclusies. Die dan weer door een ander worden bestreden.

Het haantje Bregman, die tevens als hoofdpersoon voor deze knarsende film van Tom Meadmore fungeert, weet als geen ander dat hij elke bron in zijn onderzoek moet wantrouwen. Want nog altijd hebben alle medewerkers van de Israëlische inlichtingendienst en die ene Egyptische journalist die het standpunt van zijn regering vertolkt een eigen agenda: zij willen hun eigen acties versluieren, de tegenstander verzwakken of simpelweg hun eigen stompzinnige blunders maskeren.

De historicus zelf had ook een agenda toen hij de Egyptische superspion probeerde te ontmaskeren, bekent hij nu. Hij wilde simpelweg scoren. Een absolute primeur. Ahron Bregman realiseert zich nu dat hij daarmee woekerde met andermans leven. Een spion die in opspraak raakt is zijn leven niet meer zeker. Want ook al is de waarheid nog zo snel, de leugen achterhaalt hem wel. Ofwel: heeft Bregman met zijn onthullingen misschien de gebeurtenissen in gang hebben gezet die zouden leiden tot Marwans dood? Het kostte hem zelf in elk geval zijn huwelijk.

De kijker laat zich intussen geblinddoekt door het mijnenveld van de internationale spionageoorlog leiden in deze interessante film, die de oorlog achter de oorlog tussen Israël en de haar omringende landen belicht.

Porndemic

Zelf dachten ze dat hun stiel op het punt stond om de overstap naar de mainstream te maken. Eind jaren negentig leek porno zich definitief te hebben ontworsteld aan zijn schmutzige verleden. Het geld was goed. En de roem ook. Naast een carrière in de Amerikaanse seksindustrie lonkte voor menige performer zelfs een loopbaan als regulier acteur. En toen sloeg het noodlot toe in de miljardenbusiness. In de vorm van een seksueel overdraagbaar en dodelijk virus.

De eerste bekende performer die HIV-postief werd bevonden was de actrice Tricia Devereaux, die nog altijd woedend is over wat haar is overkomen. Niet veel later volgden nog een paar gekende namen. En daarna moesten er onmiddellijk schema’s worden getekend met dwarsverbanden tussen de verschillende acteurs en actrices: wie had met wie gewerkt binnen de kleine ‘pornofamilie’? Stuk voor stuk zouden ze worden getest, om de bron van alle besmettingen te traceren: Patient Zero.

Die taak kwam voor rekening van dokter Sharon Mitchell, zelf jarenlang actief als actrice en regisseur. In de documentaire Porndemic (93 min.) vertelt ze dat de business HIV in zekere zin over zichzelf heeft afgeroepen. Porno was in de jaren negentig, met de opkomst van video en internet, steeds extremer geworden; van anale seks tot gangbangs. De kans op aids, een ziekte die vreemd genoeg nog altijd werd geassocieerd met homoseksuelen en drugsgebruikers, was daardoor flink toegenomen.

En nu was het dus zover: een brandhaard in de porno-industrie. Wie o wie was Patient Zero? Nadat ze alle betrokken sekswerkers had getest, resteerde alleen een voormalige geliefde. Met een list verleidde Mitchell hem om zich te melden. Later maakte ze, zonder zijn toestemming, de resultaten van de bloedtest wereldkundig. ‘Daarvoor zou ze vervolgd moeten worden’, aldus Zero nu. ‘Het was kwaadaardig dat ze dat deed.’ Mitchell is zich nog steeds van geen kwaad bewust: ‘Wat moest ik anders?’

Patient Zero was de lul, constateert adult entertainment blogger Luke Ford in deze lekker slicke film van Brendan Spookie Daly, die is opgeleukt met allerlei kekke muziekjes. Intussen zien we beelden van Mitchell en Zero in betere tijden, hijgend en zwetend tijdens een gezamenlijke seksscène. In werkelijkheid probeerde de pornoster na de onheilstijding om het verhaal naar zijn hand te zetten, maar die missie had nauwelijks kans van slagen. Zeker toen er nog meer apen uit de mouw kwamen…

De langharige loverboy werd persona non grata binnen de wereld die altijd zoveel van hem had gehouden. Zero’s huisgenoot Tom Byron, zelf ook pornoster, wordt nog altijd emotioneel als hij eraan terugdenkt. Samen met insiders als acteur Herschel Savage, regisseur/publicist Bill Margold en de onvermijdelijke Ron Jeremy probeert hij in deze overtuigende documentaire, waarin slinks actiescènes en dialogen uit pornofilms zijn geïncorporeerd, de impact van de HIV-kwestie op de business te duiden.

Die werd, kort gezegd, danig verneukt.