Mads Mikkelsen, Devil In The Flesh

Druk / c: Alamy / NTR

Zit hij met onze kloten te spelen? Als de Deense topacteur Mads Mikkelsen aan het begin van Mads Mikkelsen, Devil In The Flesh (53 min.) de vraag krijgt of hij druk voelde toen hij werd benaderd voor de rol van slechterik in de James Bond-film Casino Royale (2006), heeft hij zijn antwoord direct paraat. ‘Het geheim was dat ik nog nooit een Bond-film had gezien’, zegt hij met een stalen gezicht en een subtiel lachje. ‘Ik wist niet hoe groot het was.’

Mads Mikkelsens wortels liggen in een arbeiderswijk van Kopenhagen. Hij brengt er een groot deel van zijn jeugd op straat door, te midden van wat met een gerust hart probleemjongeren mogen worden genoemd. Tegelijkertijd is hij bezeten van film, met Buster Keaton en Bruce Lee als grote helden. Mikkelsen durft er alleen niet van te dromen om zelf acteur of – ik noem maar een dwarsstraat – danser te worden. Toch zal hij eerst carrière maken als danser, alvorens hij ook de acteur in zichzelf ontdekt.

En al die tijd zou Mads Mikkelsen dus nooit dat uit duizenden herkenbare 007-gitaarloopje hebben gehoord. Of: ‘shaken not stirred’. Het is nauwelijks voor te stellen. Bij een volleerde acteur weet je echter nooit of hij het achterste van zijn tong laat zien of juist een loopje met de waarheid neemt. Van imposante rollen in kleine Deense arthousefilms groeit Mikkelsen intussen door naar groots opgezette Hollywood-blockbusters, waarin hij vaak de schurkenrollen krijgt toebedeeld.

Toch blijft hij geregeld terugkeren naar z’n land van oorsprong, voor kleinere films zoals Jagten en Druk waarin hij zijn gehele repertoire als acteur kwijt kan. Zoals de verteller van dit enigszins routineuze tv-portret van Jeanne Burel en Florence Ben Saddoun, dat vooral bestaat uit (archief)interviews, backstagebeelden en filmfragmenten, ’t formuleert: ‘In films uit zijn eigen land speelt hij rollen van kwetsbare en gekwelde mannen. Een groot contrast met de masculiene stereotypen van Hollywood.’

Mikkelsen, Mads Mikkelsen, en regisseurs met wie hij werkte, zoals Nicolas Winding Refn (die in 1996 Mikkelsens debuut Pusher en diverse andere films met de Deense acteur maakte), Dogma 95-pionier Anders Thomas Jensen (die Mikkelsen uitdaagde om zichzelf en zijn eigen mannelijkheid te onderzoeken), Jan Kounen (Coco Chanel & Igor Stravinsky) en Arnaud des Pallières (Michael Kohlhaas) geven daarnaast een voorzichtige blik achter de schermen bij een man met duizend gezichten.

Intussen blijft het antwoord op die ene beginvraag in de lucht hangen: is Mads Mikkelsen zo’n beetje de enige filmfreak ter wereld die voor zijn veertigste nooit een James Bond-film heeft gezien? Of heeft de acteur gewoon last van humor, die je door die vele gezichten toch wat moeilijker herkent? Enkele seconden later meldt hij ook doodleuk dat hij geen auditie heeft gedaan voor de rol van slechterik Le Chiffre. ‘Ze waren zo druk met de Bond-meisjes bezig dat ze geen tijd hadden.’

Pangolin: Kulu’s Journey

Netflix

Hij kan alleen niet praten, zingen of dansen. Verder is Gijima, alias Kulu, een ideaal Disney-dier. Het Temmincks schubdier oogt vertederend en is volstrekt ongevaarlijk. Gijima kan niet vluchten of bijten. Als ie in gevaar is, kan het dier zich alleen als een bal oprollen en er dan maar het beste van hopen.

Schubdieren zijn geliefd bij stropers. Ze worden in China gebruikt als ingrediënt voor zeker zestig commerciële geneesmiddelen. Als de illegale handel in de dieren op het huidige niveau wordt voortgezet, zijn ze over dik twintig jaar uitgestorven – en eindigt een periode van 85 miljoen jaar op aarde. Want het schubdier, het zoogdier dat het meest illegaal wordt verhandeld in de wereld, heeft de dinosaurus nog meegemaakt.

Schubdieren kunnen hun mond niet opendoen, vertelt één van de Zuid-Afrikaanse dierenbeschermers die zich het lot van Kulu en zijn soortgenoten aantrekt. Hij bedoelt ‘t letterlijk: het dier kan alleen z’n lange tong naar buiten steken en zo mieren en termieten vangen om op te eten. Geluid maken lukt niet. Het is echter ook symbolisch: het schubdier kan zelf niet om hulp roepen. Dat zal de mens voor hem moeten doen.

En Pippa Ehrlich, die eerder samen met James Reed een Oscar won voor My Octopus Teacher (2020), is natuurlijk zeer gekwalificeerd om een ‘call to action’-docu te maken voor zo’n bijzonder dier: Pangolin: Kulu’s Journey (90 min.). Ze sluit daarvoor aan bij de vrijwilligers van het Wildlife Veterinary Hospital in Johannesburg, die met een lokoperatie het jonge schubdier Kulu hebben gered uit de grijpgrage klauwen van stropers.

En zoals dat gaat in dit soort dierenfilms – men neme bijvoorbeeld Wildcat, Patrick And The Whale of Billy & Molly: An Otter Love – staat er dan al een mensenvriend klaar om een innige band op te bouwen met het getraumatiseerde schubdier: fotograaf Gareth Thomas. Die heeft zelf in de afgelopen jaren ook de nodige butsen opgelopen en is klaar om een nieuwe start te maken. Met een beetje geluk kunnen de twee elkaar helen.

De interactie tussen mens en (schub)dier bloeit vervolgens op binnen een zeer fotogenieke omgeving, waarin ook een bedrijvige mierenkolonie nog een hoofdrol claimt. Die biotoop wordt door Ehrlich ten volle uitgenut. Pangolin: Kulu’s Journey legt een oogstrelende wereld bloot, waarin zowel Gareth als Kulu z’n natuurlijke plek kan vinden. Eerst groeien de twee zichtbaar naar elkaar toe. Totdat ze onafscheidelijk zijn geworden.

En dan is het moment gekomen om weer afstand te nemen en de natuur z’n werk te laten doen. Een ontroerend moment, in een film die met een gerust hart een Disney-docu mag worden genoemd. Over een man die op zoek is naar de zin van het leven en een zeer aaibaar dier dat hem dit geschenk – gewoon door te zijn wat het is: een 85 miljoen jaar oud schubdier – zomaar overhandigt.

The Fox Hollow Murders: Playground Of A Serial Killer

Disney+

Als lijkschouwer Jeff Jellison van Hamilton County wordt benaderd door Eric Pranger, met de vraag of hij het lichaam van zijn neef Allen Livingston kan traceren, zoekt hij zijn heil bij de universiteit van Indianapolis. Daar zijn botten opgeslagen die in de jaren negentig werden aangetroffen op de Fox Hollow Farm, het privéterrein van de seriemoordenaar Herb Baumeister. Jellison is met stomheid geslagen als hij ziet hoeveel er bewaard is gebleven: tienduizend stukjes bot.

‘Dat is het op één na hoogste aantal ongeïdentificeerde menselijke resten in de Verenigde Staten’, zegt de lijkschouwer in de vierdelige true crime-serie The Fox Hollow Murders: Playground Of A Serial Killer (209 min). ‘Het World Trade Center staat op één. En ik dacht bij mezelf: waar ben ik aan begonnen?’ Jellison plaatst een openbare oproep. ‘Als je iemand mist, laat het ons weten. Dan nemen we wat DNA en halen het door de database van vermisten.’

Van een serieuze poging om de stoffelijke resten te identificeren was het eerder nooit gekomen. Toen de seriemoordenaar in 1996 definitief van het toneel verdween, besloot de politie van Indiana om het onderzoek te staken. Nabestaanden mochten eventueel onderzoek naar de identiteit van de slachtoffers zelf betalen. Dat had alles met de aard van die slachtoffers te maken. Beter: hun geaardheid. De jonge homoseksuele mannen hadden ‘t er vast zelf naar gemaakt.

De zaak was nochtans saillant genoeg: Herbert Baumeister, ogenschijnlijk een brave huisvader, zou stiekem mannen mee naar huis hebben genomen als zijn vrouw en kinderen tijdens de zomermaanden elders verbleven. Bij het unheimische zwembad, dat werd omringd door paspoppen, verleidde hij hen vervolgens tot wurgseks. Met dodelijke afloop. Hoe hij de lijken vervolgens naar een stuk bos vervoerde, is overigens nog altijd de vraag. Kreeg Baumeister misschien hulp?

Die vraag drijft ook deze trashy productie van Alex Jablonski – al gaat die wel bij bijzondere figuren op zoek naar een antwoord. Bij Rob Graves bijvoorbeeld, de huidige eigenaar van de Fox Hollow Farm, die het naargeestige imago van zijn huis maar wat graag uitbaat. Hij laat de paranormale filmmakers Russ Walker en Jane Gerlach er bijvoorbeeld filmen. En die nodigen Mark Goodyear weer uit, de bizarre getuige die de zaak tegen Herb Baumeister destijds aan het rollen bracht.

Als de ervaren cold case-onderzoeker Steve Ainsworth zich aan het begin van de derde aflevering over de zaak-Baumeister begint te buigen en een eigen hypothese ontwikkelt over wat er destijds is gebeurd, heeft The Fox Hollow Murders z’n geloofwaardigheid al een heel eind verloren. De zoektocht naar de waarheid is verzand in een freakshow, waarin enkele hoofdrolspelers zich helemaal in hun element voelen. Zij floreren in hun signatuurrol als onnavolgbare getuige/verdachte.

Intussen blijven Herbert Baumeister en de stoffelijke resten op zijn boerderij een raadsel. In de komende jaren zal menige (amateur)detective ongetwijfeld nog proberen om dit alsnog op te lossen.

Sterker: lijkschouwer Jeff Jellison en cold case-expert Steve Ainsworth krijgen nog een sequel: Return To Fox Hollow: New Victims, Darker Secrets (2026). Eerst worden ze uitbundig gefêteerd op social media en in het zonnetje gezet op de Crimecon-conventie. En dan vervolgen ze hun onderzoek naar Herb Baumeister, een seriemoordenaar die nog altijd véél minder bekend is dan concullega’s als Jeffrey Dahmer en John Wayne Gacey. Terwijl, in de woorden van de lijkschouwer: ‘Dahmer en Gacey couldn’t have carried Herb’s shovel.’ En Baumeister kan onmogelijk, oneerbiedig gesteld, in z’n eentje al die lijken hebben versjouwd. Ofwel had de killer een handlanger?

En daarmee lijkt de koek bepaald nog niet op, in dit misdaadverhaal waarin alle betrokkenen nét iets te graag hun eigen rol spelen. Vervolg gegarandeerd, zou je zeggen.

The Beat Behind Golden Earring

NTR

‘We nemen ons niet echt voor om een afscheidsconcert of -tour te doen’, zegt bassist Rinus Gerritsen bij aanvang van The Beat Behind Golden Earring (53 min.) uit 2015. ‘Dat laten we aan anderen over, denk ik. Als ’t gebeurt, dan zullen ze achteraf denken: hee, ze spelen niet meer. Er zal wel iets gebeurd zijn.’ Drummer Cesar Zuiderwijk, de andere helft van de ritmesectie van de Haagse rockband, kan er wel om lachen.

En inderdaad: zo zal het gaan. Golden Earring geeft in november 2019 ongemerkt z’n allerlaatste concert. Omdat gitarist George Kooymans de slopende ziekte ALS blijkt te hebben, moet de band de handdoek in de ring gooien. Anderen – fans en liefhebbers – geven op 30 september 2024 vervolgens een afscheidsoptreden in Rotterdam Ahoy, een happening die is vereeuwigd in de hartveroverende registratie De Earring & Ik.

En daarmee lijkt het jongensboek van de Nederlandse rockgroep, die doorbrak in Amerika en tenminste één onvervalste klassieker (Radar Love) afleverde, definitief dicht te gaan. Totdat zanger Barry Hay begin 2025 aankondigt dat er toch nog een officieel afscheidsconcert komt: One Last Night, in januari 2026. Het wordt een serie concerten, natuurlijk, met Barry, Rinus, Cesar en hopelijk George – en allerlei muzikale gasten.

Een slordige tien jaar geleden konden Rinus Gerritsen en Cesar – echte naam: Cor – Gerritsen nog niet bevroeden dat het zo zou lopen met hun bandje. Voor deze tv-docu van Marcel de Vré nemen ze samen plaats aan een tafel en kletsen een eind weg over hun band, instrument en muziek. Muzikanten op leeftijd die zomaar hadden kunnen uitgroeien tot een Haagse variant op Waldorf & Statler, de twee mopperende Muppets.

In plaats daarvan zitten er twee eeuwige jongens naast elkaar, dollend en lachend. Absolute liefhebbers. De Amerikaanse meesterdrummer Terry Bozzio (Frank Zappa) is vol lof over zijn Nederlandse vakbroeder. Samen zijn Cesar en ‘Rainus’ net een trein, stelt John Waite (The Baby’s). De Britse zanger is duidelijk fan van de Earring, die zich dan, ter gelegenheid van z’n vijftigjarige bestaan, opmaakt voor een jubileumconcert.

Hun oprechte enthousiasme sluit uitstekend aan bij het ongecompliceerde karakter van Golden Earrings ritmetandem en deze film daarover van Marcel de Vré, die in 2021 ook het tweeluik That Day; Afscheid Van Golden Earring afleverde. Alleen de poëtische intermezzo’s van schrijver/columnist Thomas Verbogt blijven een Fremdkörper in deze vrolijke viering van het bandjesleven.

Rinus Gerritsen zou trouwens ook nog één van de hoofdrollen claimen in Tot De Laatste Snik?!, Marcel Goedharts groepsportret van enkele oudere wordende artiesten, zoals Angela Groothuizen, Loïs Lane en wijlen Jan Rot.

The Beat Behind Golden Earring is hier te bekijken.

Free At Last: Onopgeloste Verhalen Over Apartheid

VPRO

Ruim veertig jaar was Zuid-Afrika, onder de noemer Apartheid, een volledig gesegregeerd land. Een kleine minderheid van witte Afrikaners, veelal van Nederlandse afkomst, regeerde met harde hard over de zwarte meerderheid van de bevolking. Nelson Mandela, de leider van het African National Congress (ANC) zat bijvoorbeeld bijna dertig jaar in de beruchte gevangenis van Robbeneiland.

Premier Hendrik Verwoerd (1958-1966), die wordt beschouwd als de architect van Apartheid, bleef volgens zijn kleinzoon Wilhelm altijd stug volhouden dat het systeem een voorbeeld van ‘goed nabuurschap’ was: iedere etnische groep kreeg immers z’n eigen thuisland. Toen Apartheid in 1990 officieel werd afgeschaft en Mandela enkele jaren later president werd namens het ANC, had de zwarte bevolking echter nog heel wat wonden te likken.

Via een Truth & Reconciliation Commission (TRC) probeerde Zuid-Afrika in die jaren schoon schip te maken. De driedelige docuserie Free At Last: Onopgeloste Verhalen Over Apartheid (152 min.) van Xoliswa Sithole, Misha Wessel en Thomas Blom laat zien dat zo’n waarheidscommissie zeker geen wondermiddel is. Van de driehonderd zaken die de TRC destijds wilde laten vervolgen, heeft er nog niet één tot een veroordeling of gevangenisstraf geleid.

De wonden van het bloedbad in Sharpeville in 1960, waarbij de Zuid-Afrikaanse politie het vuur opende op ongewapende demonstranten tegen de Apartheidspolitiek, blijken ruim zestig jaar later bijvoorbeeld nog altijd niet geheeld. Volgens nabestaanden en direct betrokkenen waren er destijds veel meer doden dan het officiële aantal van 69. Erkenning daarvoor is altijd uitgebleven – zoals ook het lot van sommige slachtoffers nog altijd onduidelijk is.

De politieke activist Ahmed Timol zou verder in 1971 uit het raam zijn gesprongen bij het John Vorster Square Police Station in Johannesburg. Zijn broer Mohammad is ervan overtuigd dat hij in werkelijkheid naar beneden is geduwd. Die mening wordt gedeeld door Tilana Stander, de dochter van politieman Joao Rodrigues. Hij zou verantwoordelijk zijn geweest voor de marteling en dood van Timol. Zijn dochter besluit nu om het onderzoek een handje te helpen.

Via zulke voorbeelden toont deze krachtige miniserie, waarvoor de Zuid-Afrikaanse journaliste Iman Rappetti als verteller fungeert, hoe het verleden nog altijd de hedendaagse verhoudingen dicteert. Chappie Klopper, die als voormalig lid van het moordcommando Vlakplaas tegen z’n ex-collega’s getuigde en zich nu voor het eerst voor de camera uitspreekt over zijn eenheid, moet bijvoorbeeld nog altijd over zijn schouder kijken. Hij voelt zich nergens veilig.

Ephraim Mfalapitsa wordt eveneens gehaat. Hij was ooit lid van de gewapende ANC-vleugel MK, maar verliet de organisatie omdat hij medeplichtig werd gemaakt aan een interne afrekening. Tegenwoordig staat hij te boek als de informant die in 1982 de de zogenaamde ‘Cosas Four’ verlinkte bij Vlakplaas. De vader van Tshepo Mokgatle werd daarna vermoord door het commando. Sindsdien vecht zijn zoon, destijds nauwelijks een maand oud, tevergeefs voor gerechtigheid.

‘Mensen zoals ik, die hebben gemoord, moeten praten’, stelt Stefaans Coetzee, een voormalig lid van een witte extreemrechtse militie dat tot inkeer is gekomen. ‘Die verhalen zijn nodig om Zuid-Afrika te laten helen.’ Dat gaat alleen zeker niet vanzelf. Zolang bepaalde (in)direct betrokkenen de verantwoordelijkheid voor hun daden kunnen ontlopen, blijven het verdriet en de pijn van slachtoffers en nabestaanden onverminderd opspelen en voor spanningen zorgen.

Afgaande op Free At Last gaan er nog wel wat jaren overheen voordat Zuid-Afrika zich definitief heeft bevrijd van het juk van Apartheid.

In Mijn Hoofd Is Alles Leuker

Human

‘Only in dreams’ zong de ultieme dagdromer Rivers Cuomo ooit op het debuutalbum van zijn band Weezer, ‘we see what it means.’ Dat dromen, veel bejubeld, kan alleen ook leiden tot een stoornis: maladaptive daydreaming. De lijders vinden het gewone leven zo saai, zwaar of verwarrend dat ze zich elke dag urenlang verliezen in dagdromen. Zodat ze uiteindelijk nergens meer aan toekomen en zelfs de grip op de realiteit kunnen verliezen.

De Nederlandse filmmaker Thomas W. Renckens maakte in 2020 de korte documentaire The Daydreamers. Dit project heeft nu een vervolg gekregen: In Mijn Hoofd Is Alles Leuker (55 min.). Over drie gewone stervelingen voor wie escapisme een soort gevangenis is geworden. Het Nederlands meisje Amber Schippers heeft bijvoorbeeld moeite met echte mensen en het normale leven, maar kan zich helemaal verliezen in Inanis, een verzonnen wereld waar mensen na hun dood heengaan.

De 33-jarige Dušan Jerger heeft al enkele jaren geen baan. Hij zit thuis bij zijn moeder en fantaseert er dan op los. Dat hij net zo’n leider wordt als Alexander de Grote, bijvoorbeeld. Dušan de Grote. De Britse tiener Sian Kirby tenslotte stelt zich voor dat haar vader een prins is. Als zij later zelf beroemd en succesvol is, wil ze hem gaan zoeken. Dat idee van adellijk bloed is natuurlijk een stuk aantrekkelijker dan een vader die zijn gezin heeft verlaten en een moeder die ‘t dan aanlegt met gewelddadige kerels.

Het ergste aan deze excessieve manier van dagdromen is volgens Sian ‘dat het een stoornis is die zorgt dat je er ook van houdt’ Ze heeft erover geschreven: ‘Het fluistert in je oren, bedekt je ogen en streelt je gezicht terwijl het je haren uittrekt. Maladaptive daydreaming grijpt je bij de keel en zegt dat je dat als knuffel moet zien.’ Renckens beweegt intussen mee naar hun wereld. Hij plaatst geen kanttekeningen: of ze bijvoorbeeld niet gewoon een spreekwoordelijke schop onder de kont nodig hebben?

Hij laat Amber, Dušan en Sian zelf constateren dat die uitbundige fantasie hun werkelijke leven smoort. In Real Life dus. De opdracht is dan simpel: gelukkig worden in dat échte echte leven, met echte mensen in de echte wereld. Dit wordt meteen het doel voor de tweede helft van de film. Via verbinding met een ander, of juist loskomen daarvan. Een baan wellicht. Tegelijk blijft, ergens in hen, dat gevoel. Dat er daaro, aan de andere kant van de heuvel, ‘over yonder’ zelfs, toch nog een mooiere wereld wacht.

‘Only in their dreams can men truly be free’, betoogt Robin Williams, als de docent John Keating, niet voor niets in de dagdroomfilm Dead Poets Society, waarin hij zijn studenten aanspoort om hun dromen na te jagen. ‘Twas always thus, and always thus will be.’

This Is The Zodiac Speaking

Netflix

Eens in de zoveel tijd meldt zich iemand die zegt ‘t te weten. En dan begint de hele mediahype weer van voor af aan. Ik ben de Zodiac. Of: hij is The Most Dangerous Animal Of All. Want wie de seriemoordenaar was die zich eind jaren zestig begon te bedienen van een mysterieuze schuilnaam en een serie berichten in geheimschrift naar kranten stuurde, is nooit vastgesteld. Voer voor speculatie dus – en een eindeloze stroom boeken, films en docuseries.

De seriemoordenaar zocht die aandacht doelbewust op. This Is The Zodiac Speaking (135 min.), schreef hij in 1969 in een open brief aan enkele kranten, toen San Francisco en omgeving werden opgeschrikt door een aantal geruchtmakende moorden. Die bevatten daderkennis, gecodeerde boodschappen en het dreigement dat hij nog meer slachtoffers, een bus met schoolkinderen bijvoorbeeld, zou gaan maken. De Zodiac was volgens eigen zeggen ‘slaven voor het hiernamaals’ aan het verzamelen.

David, Connie en Don Seawater weten het zeker: Arthur Leigh Allen is de man die de politie altijd te slim af is gebleven. Zij leerden hem begin jaren zestig op school kennen als leraar. Een goeie lobbes, die ook regelmatig leuke dingen met hen ging doen. Zoals een dagje naar het strand of een weekendje naar het racecircuit, plekken waar toevallig ook moorden van de Zodiac-moordenaar blijken te hebben plaatsgevonden. Dat klinkt in eerste instantie niet al te geloofwaardig, maar wordt allengs steeds aannemelijker.

Deze driedelige serie van Ari Mark en Phil Lott stoelt, behalve op de getuigenissen van de Seawaters, vooral op Robert Graysmith. Als cartoonist van The San Francisco Chronicle was hij erbij toen de zoektocht naar de seriemoordenaar de Verenigde Staten in z’n greep kreeg. Hij beet zich jarenlang vast in de zaak en schreef er een boek over. Zodiac (1986) vormde het uitgangspunt voor de gelijknamige speelfilm van David Fincher uit 2007, waarin Arthur Leigh Allen ook al een prominente rol kreeg toebedeeld.

Deze fascinerende true crime-productie is een soort ideaal vervolg op de Fincher-film. Een miniserie die ook niet alle antwoorden heeft, maar wel degelijk nieuwe informatie en verbanden lijkt toe te voegen aan de zaak die, juist omdat hij al zo lang onopgelost is, onverminderd tot de verbeelding blijft spreken. Tijdens een huiszoeking bij Arthur Leigh Allen werden in 1991 bijvoorbeeld allerlei spullen aangetroffen, die serieuze vragen oproepen. Het bleek alleen te weinig om de zaak definitief rond te maken.

En dus blijft er ruimte voor Jan en alleman om te zeggen: ik ben ‘t. Óf: hij is ‘t. Beter: hij wás ‘t. Want ruim een halve eeuw later wordt de kans natuurlijk steeds kleiner dat de Zodiac of mensen met zicht op ‘s mans identiteit nog in leven zijn. Arthur Leigh Allen, die volgens één van de Seawater-kinderen wel wat weg had van de goedmoedige Hoss uit de westernserie Bonanza, geldt nog altijd als een ‘droomkandidaat’. Maar of hij – of toch één van de andere gegadigden – ook daadwerkelijk de übercreep is?

Of ís er helemaal geen seriemoordenaar en zijn al die gruwelijke misdrijven in werkelijkheid door verschillende daders gepleegd, zoals schrijver Thomas Henry Horan betoogt in de documentaire Myth Of The Zodiac Killer (2023)? Feit is dat er nog altijd ongecodeerde brieven van de killer liggen, die nieuw licht op de zaak kunnen werpen. Tot nader order behoort This Is The Zodiac Speaking evenwel tot de meest overtuigende cases tegen een verdachte in deze serie weerzinwekkende moorden.

Sprint

Netflix

‘Fijne verjaardag!’ zegt Sha’carri Richardson tegen haar Jamaicaanse rivale Shericka Jackson, nadat ze haar tijdens een wedstrijd in Polen voor het eerst heeft verslagen bij de 100 meter Sprint (245 min.). Op 16 juli 2023, de dag waarop Jackson 29 jaar eerder werd geboren, gaat de grote favoriete voor de bijl. Eerst op de baan zelf, in dik tien seconden. Daarna, tijdens een al dan niet bewuste ‘slip of the tongue’, voor de camera van deze zesdelige sportserie van Phil Turner.

Het is een exemplarisch tafereel: winnen doe je tijdens de wedstrijd zelf, maar ook ervoor en erna. Door keihard te trainen en jezelf, je directe omgeving en de rest van de wereld wijs te maken dat jij toch echt de aller-allerbeste bent. Eerder is Sha’carri ook al eens heel hooghartig langs haar Jamaicaanse concurrente gelopen, als een onverslaanbare ridder te paard die tijdens het passeren z’n lans nog even bij zich houdt. Met een blik van: straks stoot ik je definitief van je ros.

Shericka Jackson behoort tot het Jamaicaanse team MVP, dat tijdens de laatste vier Olympische Spelen de winnaar bij de 100 meter sprint voor de vrouwen heeft geleverd. Voormalige coryfeeën zoals Shelly-Ann Fraser-Pryce en Elaine Thompson-Herah zijn inmiddels vertrokken bij het team van de broers Paul en Stephen Francis. De hoop is nu dus gevestigd op Shericka. Zij moet eerst met haar voormalige teamgenoten afrekenen, zodat ze daarna de strijd kan aanbinden met de Amerikanen.

Ook binnen Team USA is de concurrentie moordend. Sha’carri Richardson moet Gabby Thomas voorblijven. En bij de mannen wil 200 meter-topper Noah Lyles zijn vleugels ook uitslaan naar de100 meter. Daarvoor moet hij dan wel de favorieten Marcell Jacobs, Zharnel Hughes en Fred Kerley verslaan. Met zijn mond is de blufkikker overigens allang kampioen. ‘Binnen de atletiek moet je je gedragen als de absolute hoofdpersoon’, zegt Lyles daarover. ‘Anders ben je niet op je plek op de baan.’

Voor Turner volstaan zulke platitudes blijkbaar. Hij krijgt er, sprintend van de ene naar de andere dramatische races, maar geen genoeg van. Zeker de Amerikaanse atleten spreken voortdurend in pocherige oneliners. Alsof ze van tevoren zijn bedacht – wat ook zeker niet is uitgesloten. Veel dieper reikt deze miniserie niet. Op grootspraak volgen eclatante overwinningen – of daverende nederlagen, die dan weer direct onschadelijk worden gemaakt met beloftes voor de toekomst.

Slechts zelden komt Sprint voorbij de buitenkant van de influencer-achtige atleten en achter hun glorieuze titel of smadelijke aftocht, die met obligate quotes van voormalige sprintkanonnen zoals Usain Bolt, Alyson Felix en Michael Johnson en een bombastische montage en soundtrack nog eens worden geaccentueerd. Vreugde en verdriet liggen dicht bij elkaar, zoveel is duidelijk, en worden dus panklaar uitgeserveerd. Maar wat er verder in de topsporters omgaat…

Free Space

Marian Markelo en Boris van Berkum / Zeppers / NTR

Wie mag wat maken? vraagt Karin Junger zich af in Free Space (65 min.), de film die ze in samenwerking met schrijver Stephan Sanders heeft gemaakt over de verlegenheid daarover bij veel hedendaagse kunstenaars. Wie bepaalt dat? Op grond waarvan? En hoe ga je om met de kritiek dat je je op het terrein van een ander hebt begeven?

Toen Junger als witte vrouw enkele jaren geleden een documentaire maakte over haar eigen donkere kinderen en hun vrienden (Ik Alleen In De Klas, 2020), kreeg zij volgens eigen zeggen het verwijt dat ze haar ‘white privilege’ misbruikte. Het was niet aan haar om dat verhaal te vertellen. ‘En ik voelde me ineens de vijand’, vertelt ze in een voice-over, bij de start van deze persoonlijke film, die actuele thema’s zoals identiteit, representatie, cancelen, stereotypen en culturele toe-eigening onderzoekt.

Dat blijkt overigens een stuk lastiger dan gedacht. Veel kunstenaars en kenners die Junger benadert zien af van een bijdrage of haken in een later stadium alsnog af. Bang om hun vingers te branden aan een onderwerp, waarbij de emoties hoog kunnen oplopen. Zangeres Anne-Faye Kops, kind van een zwarte moeder en een witte vader, maakte bijvoorbeeld een theaterconcert over haar gemengde afkomst. Die kwam haar, vanwege haar witte voorkomen, op veel kritiek te staan.

Dit roept de vraag op van wie verhalen zijn. Ligt het ‘ownership’ bij de groepen waarover ze gaan? Wie bepaalt wie bij de groep hoort? En mogen leden van een andere groep zich dan niet over zulke verhalen buigen? Bij zijn voorstelling De Gendermonologen heeft theatermaker Raymi Sambo criticasters bijvoorbeeld duidelijk moeten maken dat hij geen voorstellingen maakt óver mensen, maar mét en vanuit hen. Schrijver Ted van Lieshout ervaart dergelijke discussies als ‘verlammend’.

In de samenwerking tussen de Surinaamse wintipriesteres Marian Markelo en de witte Nederlander Boris van Berkum komen twee werelden samen. Ze maken een soort Delftsblauwe wintikunst. Samen willen ze over de bestaande grenzen heen kijken. Want ‘die kunnen ons beperken in het voortbrengen van mooie dingen’, stelt Marian ferm. Als we blijven uitgaan van oprechte interesse in de ander en verbinding met elkaar, ontstaat er waardevol erfgoed dat echt van ons allen is.

Toch is het onvermijdelijk dat verschillende visies over wat van wie is en wat daarbij mag soms flink botsen. ‘If you are cis, straight and white’, schreef kunstenares Angel-Rose Oedit Doebé bijvoorbeeld op een spiegel, ‘this ain’t for you.’ Het werk riep een venijnige reactie op van haar collega Floyd, die zich wilde afzetten tegen ‘woke-populisme’. Deze venijnige clash resulteert in het enerverendste deel van deze film – al roept de afhandeling ervan vragen op. Want wat vindt Angel-Rose van Floyds respons?

Behoedzaam tast Karin Junger in Free Space het werkterrein van hedendaagse kunstenaars af, dat soms verdacht veel op een mijnenveld lijkt. Als laatste sluit ze aan bij Stephan Sanders, die in gesprek gaat met de ‘zwarte’ Amerikaanse schrijver Thomas Chatterton Williams. Hij schrijft in het boek Self-Portrait In Black And White: Unlearning Race (2019) dat hij niet meer wil meedoen aan ‘het Amerikaanse huidspel’. Het antiracistische discours schiet volgens hem z’n doel voorbij.

Jungers conclusie, in deze boeiende en actuele film, lijkt in het verlengde daarvan te liggen: uiteindelijk hebben al die verschillende mensen meer gemeen met elkaar dan dat ze van elkaar verschillen, stelt ze. Bovendien weten ze zelf echt wel wat goed voor hen is.

Stax: Soulsville U.S.A.

HBO Max

Het platenlabel dat in de jaren zestig en zeventig vanuit Memphis een geheel eigen, typisch zwart soulgeluid ontwikkelt, wordt in 1957 opgericht door twee witte Amerikanen: Jim Stewart en zijn zus Estelle Axton. Met de eerste twee letters van hun achternamen vormen ze de naam Stax Records. Ze willen countrymuziek gaan uitbrengen. En dan stappen in 1960 Rufus Thomas en zijn dochter Carla binnen met een liedje: Cause I Love You. Broer en zus zijn enthousiast en vragen twee plaatselijke tieners om mee te spelen tijdens het opnemen ervan: David Porter, een joch dat vaak in hun platenzaak Satellite Records Store rondhangt en z’n veertienjarige vriend, de multi-instrumentalist Booker T. Jones. Jim Stewart: ‘Dat was het einde van country voor mij.’

Het duurt niet lang of Stax heeft een absolute soulheld op de kop getikt: Otis Redding, een zwarte zanger die ook witte harten weet te raken, zo wordt duidelijk tijdens de eerste Britse tournee van enkele artiesten. Het Amerikaanse label begint daarna ook in eigen land te floreren. En dan slaat het noodlot toe in Stax: Soulsville U.S.A. (211 min.): de 26-jarige Redding en zijn begeleidingsband The Bar-Kays komen eind 1967 om het leven bij een dramatisch vliegtuigongeluk. Stax-muzikant en -producer Steve Cropper krijgt nog dezelfde dag de opdracht om Reddings laatste nummer (Sittin’ On) The Dock Of The Bay af te mixen. Het wordt zijn grootste hit. Voor Cropper is het niettemin een traumatische ervaring. ‘Ik ben nooit over de dood van Otis heen gekomen.’

Enkele maanden later, op 4 april 1968, volgt een tweede drama: de zwarte burgerrechtenleider Martin Luther King wordt vermoord in Memphis, de thuishaven van het soullabel. Die tragische gebeurtenis zorgt ervoor dat de raciale spanningen die de Verenigde Staten dan al enige tijd in hun greep houden ook doorsijpelen naar Stax Records, waar de interraciale band die alle hits inspeelt tot dan toe tamelijk probleemloos heeft samengewerkt. Zwart en wit, hoewel ze elkaar op muzikaal vlak blindelings vinden, dreigen uit elkaar te worden gespeeld. Ongeveer tegelijkertijd wordt het platenlabel uit Tennessee opgevreten door de New Yorkse gigant Atlantic Records. En dat neemt ook meteen maar alle bekende hits mee. Stax is een lege huls geworden.

Deze vierdelige serie van Jamila Wignot, opgeleukt met talloze smakelijke muziekfragmenten en herinneringen van insiders, is dan precies halverwege. Stax moet weer van de grond af aan worden opgebouwd en zal onder de bezielende leiding van hoofd promotie Al Bell, een voormalige deejay die maar wat graag vertelt over zijn jaren bij het toonaangevende soullabel, een tweede glorieperiode ingaan, met de Oscar voor Isaac Hayes’ Shaft-soundtrack en het festival Wattstax (1972), een soort zwart Woodstock, als absolute hoogtepunten. Stax: Soulsville U.S.A. roept die gouden souljaren, waarbij het woord ‘Motown’ overigens verdacht weinig valt, overtuigend op en blaast meteen het stof van bijna vergeten hits van Booker T & The M.G.’sJohnny Taylor en The Staple Singers.

Want hoewel de signatuursongs van Stax Records inmiddels zeker een halve eeuw oud zijn, hebben ze aan kracht en vitaliteit helemaal niets ingeboet.

Moederhart

KRO-NCRV / donderdag 9 mei op NPO2

Moeder ben je voor je hele leven. Ook als je kind, in zekere zin, altijd kind blijft – en jij toch gewoon steeds ouder wordt. Job Sligting loopt inmiddels tegen de zestig. Zijn moeder Tineke is al in de negentig. Hij is een kolos van een vent, twee meter lang, maar met de verstandelijke vermogens van een kind van anderhalf. En zij een vrouw die nog midden in het leven staat en onverminderd blijft zorgen voor haar volwassen zoon, die al sinds zijn jeugd in een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking woont. Ze blijft Job daar trouw bezoeken.

Samen maken ze ook uitstapjes naar het zwembad of de snackbar. Het is alleen de vraag hoe lang Tineke het fysiek nog volhoudt om Job mee te nemen in de auto. Voor en na uitstapjes moet hij bijvoorbeeld helemaal aan- en uitgekleed worden, inclusief luier, kniebraces en orthopedische schoenen. ‘Mensen zeggen wel eens: ik wil niet achter de geraniums zitten’, zegt ze met kenmerkende nuchterheid in de documentaire Moederhart (53 min.). ‘En ik denk zo vaak: had ik maar eens meer tijd om achter de geraniums te gaan zitten…’

Hoewel de jaren beginnen te tellen, is het de vraag of Tineke eigenlijk wel anders kan of wil. Naarmate dit ontroerende portret van Nousjka Thomas vordert, wordt duidelijk dat het leven al de nodige klappen heeft uitgedeeld aan de montere oudere vrouw. Job is daarbij een permanente bron van zorg geweest, maar ook iemand waarbij zij al haar liefde kwijt kan. Tegelijk dwalen haar gedachten regelmatig af naar de grootste uitdaging van elke op leeftijd rakende ouder met een hulpbehoevend kind: hoe ziet de toekomst eruit zonder mij?

Zonder haar zal Job beslist minder toekomen aan de dingen die zijn leven kleur geven. Dat laat de personele bezetting op zijn leefgroep – en in de zorg in het algemeen – simpelweg niet toe. Als mantelzorger, al zal zij zichzelf waarschijnlijk nooit zo noemen, is ze eigenlijk onmisbaar. Tineke durft het in dat verband bijna niet uit te spreken, maar zou het eigenlijk niet beter zijn voor Job als hij vóór haar gaat? De dood van een kind is het ergste wat een ouder kan overkomen, dat weet zij als geen ander, maar in dit geval is het misschien ook wel een uitkomst.

Zoiets is alleen niet te sturen. Het gebeurt als het gebeurt – of niet. Tot die tijd doen ze samen verder. En Thomas observeert hen, respectvol en waarschijnlijk niet zonder bewondering, tijdens hun vaste routines. Een natuurlijke twee-eenheid van moeder en kind, die voor het leven met elkaar zijn verbonden. Totdat de dood ook hen ooit scheidt.

The Waste Land

Bantam Film

Ruim honderd jaar geleden schreef T.S. Eliot een gedicht dat wordt beschouwd als één van de belangrijkste literaire werken van de twintigste eeuw. In ruim vierhonderd verzen probeert de Amerikaans-Britse schrijver en filosoof – in de woorden van een leek, die bij voorbaat al tekortschieten – de uitzichtloosheid van het bestaan, de dood van een wereldbeeld en zijn eigen verwarring en wanhoop daarover uit te drukken. Met de verfilming van The Waste Land (105 min.) onderzoekt Chris Teerink welke betekenis het ondoorgrondelijke werk van Thomas Stearns Eliot (1888-1965) nog heeft in de 21e eeuw.

Terwijl hij schrijvers, sociologen, activisten, economen en filosofen, waaronder Qiu Xiaolong, Vandana Shiva en Ilja Leonard Pfeiffer, confronteert met het epische gedicht, dat even vaak houvast biedt als opperste verwarring schept, toont Teerink alle uithoeken van de wereld. Van typische grote stadstaferelen tot uitgestrekte woestijnvlaktes en zo’n beetje alle aardse verschijningsvormen daartussen. Hij maakt daarbij nauwelijks gebruik van bewegend beeld, maar verlaat zich op foto’s en stills. Die worden gestut met een weelderig geluidsdecor en zijn door Blaudzun van muziek voorzien. 

Intussen is iedereen in deze zoekende film op zichzelf aangewezen. ‘Zelfs het bestaan van The Waste Land als gedicht is voor mij al een uitgang uit de gevangenis van het dagelijks bestaan’, zegt de één met gevoel voor drama. ‘Je zit in een film’, stelt een ander, niet zonder humor, ‘vergeleken waarmee David Lynch maar een amateur lijkt.’ Waarop weer een andere spreker toegeeft dat hij zich er bijna voor geneert dat The Waste Land hem eigenlijk helemaal niet aanspreekt. Het geniale van T.S. Eliots gedicht, meent schrijver Carolyn Steel echter, is ‘dat het je iets zegt, zelfs als je het niet snapt.’

Dat lijkt meteen een passend uitgangspunt voor deze associatieve fotodocu, die Eliots poëzie verbindt met uiteenlopende actuele onderwerpen in ‘het barre land’, zoals pak ‘m beet de klimaatproblematiek, het basisinkomen (‘de politiek van het paradijs’, aldus econoom Guy Standing) en de oorlog in Oekraïne. The Waste Land is dus geen poging om Eliots pièce de résistance te doorgronden of verklaren, maar een serieuze krachtsinspanning om het werk in al zijn complexiteit in de hedendaagse wereld te plaatsen en te verrijken. Waarmee Eliots woordenvloed dan z’n eigen dynamiek aangaat.

Pact Met De Duivel: In De Wurggreep Van Het Passageproces

Prime Video

Gaan we een deal sluiten met een moordenaar? vragen Officier van Justitie Sander de Haas en zijn collega zich af na een geheim gesprek met Peter la Serpe? Die heeft zojuist uit de eerste hand verklaard over de liquidatie van vastgoedman Kees Houtman in 2005. Durven ze het aan om deze rasopportunist, die al zijn hele leven vuistdiep in het criminele milieu zit, in te zetten als kroongetuige? De Haas twijfelt. Als niet veel later een moord wordt gepleegd, die al min of meer is aangekondigd door La Serpe, komt de zaak alsnog in een stroomversnelling. Tegelijkertijd realiseren de medewerkers van het Ministerie van Justitie zich terdege dat ze een risico nemen. De onderwereld oordeelt vaak heel eenvoudig over lieden die uit de school klappen: zwijgen is zilver, spreken is lood.

De deal leidt tot een rechtszaak tegen enkele criminele kopstukken, die worden beschouwd als de sleutelfiguren van de liquidatiegolf in de Amsterdamse onderwereld. In de zesdelige docuserie Pact Met De Duivel: In De Wurggreep Van Het Passageproces (283 min.) reconstrueren Erica Reijmerink en Peet Gelderblom met kenners van/uit het criminele milieu, rechercheleden, strafrechtadvocaten, officieren van justitie, rechters, hoogleraren strafrecht en misdaadjournalisten het geruchtmakende proces. Zij zijn stuk voor stuk aan de tand gevoeld in een soort verhoorkamer. Hun verklaringen worden omkleed met nieuws- en achtergrondreportages uit de tijd van de liquidaties (1993-2006) en rechtsgang (2007-2017) – al blijft het geheel tamelijk praterig.

Reijmerink en Gelderblom onderbreken hun vertelling zo nu en dan voor een miniprofiel van hoofdrolspelers zoals Dino Soerel en Willem Holleeder (die zelf overigens niet terecht staat tijdens het Passageproces), vragen rechtbanktekenaar Adrien Stanziani om alle sleutelfiguren te portretteren en geven forensisch rechercheur Carina van Leeuwen haar eigen Opsporing Verzocht-momentjes, waarin ze met behulp van maquettes enkele schokkende moorden doorneemt. Zo ontstaat een zeer complete en afgewogen impressie van een rechtszaak, die heel Nederland in z’n greep heeft gehouden. Waarbij verschillende lezingen van wat er is gebeurd naast of tegenover elkaar staan en soms ook nog altijd frontaal met elkaar botsen, met name tussen het Openbaar Ministerie en enkele prominente advocaten.

Dino Soerel ontbreekt in de zeer complete bronnenlijst. Hij heeft van Justitie geen toestemming gekregen om te participeren in de serie. Terwijl het Passageproces – zeker nadat medeverdachte en ‘moordmakelaar’ Fred Ros een deal heeft gesloten als tweede kroongetuige (!) – zich gaandeweg steeds nadrukkelijker op hem begint te richten. Soerels volwassen dochter Rachel treedt in Pact Met De Duivel op als zijn plaatsvervanger. Erg moeilijk wordt het haar niet gemaakt. Ze krijgt de gelegenheid om (weer) een mens van vlees en bloed van hem te maken: een opa bijvoorbeeld die elke Kerst een aardige boodschap stuurt aan zijn kleinkinderen. In elk geval niet de man die naar voren komt uit het Passageproces-dossier, waarin een mensenleven vaak nog geen stuiver waard lijkt.

In een tamelijk lang uitgevallen epiloog zet de miniserie deze grimmige fase in de Nederlandse criminele geschiedenis tot slot nog in hedendaags perspectief. Want de generatie ‘Holleeder’ mag dan een serieus gevaar voor de samenleving hebben gevormd, de volgende lichting criminele kopstukken, kortgezegd de generatie ‘Taghi’, lijkt bereid om nóg verder te gaan, getuige de moorden op de broer van kroongetuige Nabil B., diens advocaat Derk Wiersum en misdaadjournalist Peter R. de Vries. En de opvolger van het Passageproces, het zogenaamde Marengo-proces, is al even tumultueus verlopen. Ridouan Taghi en twee medeverdachten hebben levenslang opgelegd gekregen, kroongetuige Nabil B. toch ook nog tien jaar.

De Wereld Van Carlijn

Amstelfilm

Waar op de ene plek het water vrij kan stromen, heerst elders droogte. Cartograaf Carlijn Kingma vind er een treffende metafoor in voor datgene waar onze wereld toch echt om draait: geld. Samen met Martijn Jeroen van der Linden, lector new finance aan de Haagse Hogeschool, en journalist Thomas Bollen van het onderzoeksplatform Follow The Money heeft ze geprobeerd om met dat beeld – geld als, ja, water – het financiële stelsel te vatten in een grote, getekende kaart: Het Waterwerk Van Ons Geld.

Documentairemaker Ariane Greep volgt de Nederlandse kunstenares, opgeleid als architect, tijdens de totstandkoming van dit ambitieuze project. Van het moment dat ze nog ongemakkelijk naar een wit canvas tuurt en tamelijk onzeker zegt: ‘Oh, ik krijg dus nu al helemaal zweethandjes. Dat eerste stuk is gewoon niet zo leuk.’ Tot het moment dat Kingma de laatste hand legt aan de immense, zeer gedetailleerde zwart-wit tekening en zowaar een foutje maakt. Dit moet in allerijl worden hersteld.

Tussendoor volgt Greep het volledige maakproces, dat in totaal zo’n anderhalf jaar onderzoek en maar liefst tweeduizend uur tekenen vergt, en zoomt ze tevens in op de achtergronden van Carlijn Kingma en haar werk. Haar moeder ziet er de tekenervaring van haar dochter op de Vrije School in terug. En Carlijn zelf legt de link met een waterwerk voor kinderen dat haar opa aan de kade van de IJssel in Zutphen heeft gebouwd. Als kleinkind heeft ze daar heel wat uurtjes doorgebracht.

Ariane Greep neemt uitgebreid de tijd om alle ontwikkelingsfasen van het minutieuze Waterwerk te documenteren, waaronder ook enkele, soms best geladen ontmoetingen met vertegenwoordigers van de financiële sector. Want Kingma’s interpretatie van die wereld is bepaald niet waardevrij. Activistisch zelfs. De huidige inrichting van ons geldsysteem vergroot volgens de ‘cartograaf van denkwerelden’ de ongelijkheid in onze samenleving en is dus een politieke zaak die ons allen aangaat.

Tussen al dat monniken- en zendingswerk door, ook op Lowlands en in musea, is er in deze ruim bemeten film, waarin Greeps voice-over in de ik-vorm een beetje een fremdkörper blijft, ook nog ruimte voor leven en liefde – al blijven die toch verbonden met waar het in De Wereld Van Carlijn (92 min.) vooral om lijkt te draaien: het in kaart brengen van het leven om haar heen, teneinde dit te kunnen begrijpen en begrijpelijk te maken.

ABBA Silver ABBA Gold

NTR

Als schrijver of componist van popmuziek heb je maar een bepaalde tijd de oren en de geest van de jeugd, zou Björn Ulvaeus, volgens promotor/tourmanager Thomas Johansson, in de laatste fase van ABBA’s bestaan hebben gezegd. ‘Die tijd hadden we net gehad en we wisten dat we het niet moesten forceren.’ Agnetha, Björn, Benny en Anni-Frid gaan in 1983 dus ieder hun eigen weg, maar zullen nooit meer helemaal los van elkaar komen. Want hits als Dancing Queen, Take A Chance On Me en I Have A Dream blijken zowaar tóch tijdloos en veroveren steeds nieuwe generaties.

Sterker: in mei 2022 staat het viertal, dat eerder met Voyage (2021) al z’n eerste nieuwe langspeler in bijna veertig jaar heeft uitgebracht, ineens weer samen op het podium. Niet om op te treden, overigens, maar om de première van een nieuw ABBA-concept op te luisteren. In Londen is een speciale concertzaal verrezen, met een capaciteit van drieduizend bezoekers, waar hologrammen van jongere uitvoeringen van de vier groepsleden oude hits gaan vertolken met een live-band. Zo geeft ABBA zichzelf bijna letterlijk het eeuwige leven – en ook zoiets als eeuwige roem.

Het aardige van de tv-docu ABBA Silver ABBA Gold (52 min.) van Chris Hunt is dat die de complete eerste halve eeuw van ABBA belicht – ook al heeft de groep feitelijk slechts zo’n tien jaar bestaan. Die succesperiode, van Songfestival-hit Waterloo tot afscheidssingle Thank You For The Music, wordt opnieuw opgeroepen met concertbeelden, videoclips en (archief)interviews met de vier groepsleden en ABBA-getrouwen zoals songschrijver Neil Sedaka, kostuumontwerper Owe Sandström, arrangeur Anders Eljas, geluidstechnicus Michael Tretow en regisseur Lasse Hallström.

Nadat begin jaren tachtig het fundament onder ABBA is weggevallen – doordat de twee huwelijken binnen de groep allebei zijn uitgelopen op een echtscheiding – krijgt de toch wat kitscherige pop en disco van de Zweedse hitfabriek ineens drama en diepgang, met als meest tastbare voorbeeld de geladen echtscheidingssong The Winner Takes It All. Daarna is ’t ieder voor zich, constateert verteller Tamsin Greig, die alle verhaallijntjes verbindt. Alhoewel… Bjorn en Benny blijven samen optrekken en scoren enorme hits met de musical Chess en de ABBA-musical en -films Mamma Mia.

Want alles wat met ABBA wordt geassocieerd schijnt, in weerwil van Björn Ulvaeus’ verwachting, maar niet uit de tijd te raken. Hoe dat komt? Het antwoord daarop ligt misschien in dat huisje op het Zweedse eiland Viggsö, waar ABBA’s eindeloze stroom hits, die zo’n tien jaar zal aanhouden, ooit op gang is gekomen. Daar, ver weg van de popbusiness, vindt het viertal begin jaren zeventig z’n eigen stem, die comfortabel langs de heersende trends links scheert en uiteindelijk zelf trendsettend wordt.

Stamped From The Beginning

Netflix

Het is een ongelijke strijd. Zwarte Amerikanen zijn Stamped From The Beginning (91 min.), volgens schrijver en historicus Ibram X. Kendi in zijn gelijknamige bestseller, die nu door de toonaangevende Afro-Amerikaanse documentairemaker Roger Ross Williams op virtuoze wijze is verfilmd. Ze zijn vanaf hun aankomst in de Verenigde Staten, op één van die vermaledijde slavenschepen op de Transatlantische route, geframed als nauwelijks te onderscheiden van beesten.

In die periode is volgens Kendi sowieso het concept ‘zwart’ ontstaan. Van tevoren beschouwden de tot slaaf gemaakten zichzelf nog gewoon als lid van een bepaalde Afrikaanse stam. Zij voelden zich helemaal geen onderdeel van één en hetzelfde ras. Hun slavenhouder kon zijn handel, naar zichzelf en de rest van de wereld, echter alleen verantwoorden als hij aannemelijk kon maken dat het om een minderwaardige mensensoort ging. Zwart dus. Als roet, de nacht en al wat sowieso het daglicht niet kan velen. En al die verschillende mensen hadden zich maar naar dat idee te voegen.

Het concept ‘wit’, zo betogen Kendi en de andere zwarte denkers die Williams in zijn puntige filmessay aan het woord laat, stamt zelfs van nog later datum. Toen ze zich wilden onderscheiden van arbeiders met een kleurtje konden Polen, Italianen en Ieren lekker schuilen onder wat activiste Brittany Packett Cunningham ‘een paraplu van witheid’ noemt. De twee bevolkingsgroepen zaten allebei onder de knoet bij een kleine, natuurlijk witte, elite en werden daardoor lekker tegen elkaar uitgespeeld. Drie keer raden welke groep zich uiteindelijk van dit juk wist te bevrijden.

Zulke inzichten hadden gemakkelijk tot een dor en tamelijk breedsprakig vertoog kunnen leiden waarin de witmens met allerlei, nauwelijks te betwisten, feiten om de oren wordt geslagen en intussen ook de ‘Black is beautiful’-gedachte wordt uitgedragen. Roger Ross Williams richt zich echter vooral op het wild kloppende hart uit Kendi’s boek en dient dit nu op met een caleidoscopische mixture van speelfilmfragmenten, animatie, nieuwsreportages, literatuur en kunst, waarbij een stuwende soundtrack er wel voor zorgt dat het tempo en de schwung erin blijven.

Te midden van Afro-Amerikaanse iconen zoals Frederick Douglass, Maya Angelou en Barack Obama houdt Williams echt even halt bij de baanbrekende vrouwen Harriet Jacobs (die als eerste haar eigen slavenverhaal op papier zette), Ida B. Wells (een burgerrechtenactiviste die het aantal lynchpartijen in kaart bracht) en Phillis Wheatley (de eerste zwarte vrouw met een dichtbundel). Na de publicatie van Wheatleys boek werd er overigens een commissie van wijze mannen – herstel: witte mannen – ingesteld. Want zulke poëzie kon toch niet zijn geschreven door ‘slechts een zwarte vrouw’? 

Zwierig slalomt Roger Ross Williams, aan de hand van het onderzoek van Dr. Ibram X. Kendi, zo door de historie van Zwart Amerika. Met prominente vertegenwoordigers als schrijfster Angela Davis, influencer Lynae Vanee en congreslid Cori Bush, langs de pijnlijke symbolen Willie Horton, Rodney King en King Kong (!), via zwarte hyperseksualiteit en -criminaliteit, dwars door witte iconen zoals Thomas Jefferson, Jefferson Davis en ‘white savior’ Abraham Lincoln, op weg naar George Floyd. Want Black Lives Matter blijkbaar nog altijd niet evenveel als die van witte Amerikanen.

Er is niets mis met zwarte mensen, concludeert Kendi. Maar alles met hoe we naar zwarte mensen kijken.

Get Gotti

Netflix

Een mediagenieke maffiabaas. Dat is weer eens wat anders dan een bruut in een trainingspak of een stokoude capo die elke vorm van publiciteit mijdt. John Gotti, een gesoigneerde kerel in een strak pak, spreekt tot de verbeelding van pers en publiek en geniet zelf duidelijk ook van de aandacht.

‘The Real Godfather’ komt pas goed in beeld als zijn voorganger als baas der bazen van de New Yorkse Gambino-familie, ‘Big Paul’ Castellano, op 16 december 1985 samen met zijn onderbaas Thomas Bilotti dood wordt aangetroffen bij een steakrestaurant in Manhattan. Koelbloedig geliquideerd, met meer kogels dan absoluut noodzakelijk waren. De opdrachtgever ligt voor de hand: diezelfde John Gotti. De twee hebben namelijk een zakelijk meningsverschil. Castellano is mordicus tegen drugshandel, zijn opvolger ziet er wel brood in. Het geschil wordt opgelost zoals ‘made men’ dat nu eenmaal doen: met enkele professionele huurmoordenaars.

Voor politie en justitie in New York is het duidelijk wat hen te doen staat: Get Gotti (151 min.). Gemakkelijk gaat dat niet. De verschillende politiediensten concurreren soms liever met elkaar dan dat ze samenwerken. En getuigen tegen zo’n prominente maffioso willen nog wel eens, op het allerlaatste moment, van mening veranderen of problemen krijgen met hun geheugen. ‘I Forgotti’ kopt een New Yorkse tabloid bijvoorbeeld als de ooggetuige van een eerdere geweldsuitbarsting van John Gotti zich ineens niets meer kan herinneren van wat hij toch een hele tijd lang zelf heeft beweerd. Iedereen weet wat er is gebeurd, maar probeer dat maar eens te bewijzen.

En daarmee is deze driedelige serie van regisseur Sebastian Smith en de rest van het team dat eerder de miniserie Fear City: New York Vs. The Mafia (2020) afleverde, precies waar ie wil zijn: in de al zo vaak geromantiseerde wereld van de maffia. Waar The Godfather, Goodfellas en The Sopranos elkaar virtueel ontmoeten. Volgens de sterke verhalen van deze gangsters vinden sterren zoals Andy Warhol, David Bowie en Brooke Shields ’t ook maar wat leuk om bij hen rond te hangen. Intussen stellen rechtschapen politiemensen, FBI-medewerkers en leden van de speciale Organized Crime Taskforce (OCTF) alles in het werk om ‘De Deftige Don’ achter de tralies te krijgen.

Zij observeren wat de leden van de Gambino-familie uitvreten, zetten ratten (ofwel: informanten) in en luisteren Gotti en zijn zware jongens stiekem af, waardoor die onbedoeld belastend bewijs tegen zichzelf aanleveren. Dit kat- en muisspel wordt door insiders vanuit de georganiseerde misdaad en de wetshandhavers die op hen jagen met zichtbaar plezier nog eens opgehaald. Smith laat hen aan het woord vanuit halletjes, archiefruimtes, wegrestaurants, fabriekshallen en – natuurlijk – luxe auto’s. Zolang ‘t er maar schemerig is. Het blijft tenslotte true crime.

Deze gesmeerd lopende serie is verder afgewerkt met tamelijk schreeuwerige vormgeving en een smakelijke eightiessoundtrack en werkt gestaag toe naar het moment waarop  ‘De Teflon Don’ – nee, aan bijnamen geen gebrek in deze productie, waarin het gangsterleven weer eens ouderwets wordt verheerlijkt – toch voor de bijl lijkt te gaan. En dat is best aardig kijkvoer, voor de liefhebbers van maffiafilms, waarin de ‘good guys’ heel veel moeite moeten doen om de ‘bad guys’ te laten brommen voor hun daden.

Duell Am Abgrund

Netflix

Is dit geen Russische roulette? vraagt een interviewer.

De Zwitserse bergbeklimmer Ueli Steck waant zich jarenlang onaantastbaar. Niemand beklimt zo snel de noordwand van Alpentoppen zoals de Eiger, Matterhorn en Grandes Jorasses als hij. Free solo, nota bene. Zonder zekering. Steck weet er zijn broodwinning van te maken. En dan meldt zich ineens een landgenoot, die Steck jarenlang als zijn grote held heeft beschouwd. Dani Arnold verbetert eerst diens record op de Eiger. Daarna gaat de Matterhorn eraan. Meine Güte!

Ueli Steck staat voor een dilemma: moet hij terug gaan om zijn records te heroveren? En hoeveel risico is hij dan bereid om te nemen? ‘Als je verliest, sterf je’, drukt zijn klimmaat Don Bowie ‘t plastisch uit in Duell Am Abgrund (Engelse titel: Race To The Summit, 90 min.), waarin Steck en Arnold zich voor het oog van de wereld verliezen in een wedstrijdje ver plassen op duizenden meters hoogte. De mannen zijn ook tegenpolen: de doorgewinterde profi tegenover het tamelijk laconieke natuurtalent.

Gevaar zit in de aard van hun sport opgesloten. Als alpinist ben je nu eenmaal altijd zo goed als je laatste bergtop – of de snelheid waarmee je die hebt bereikt. ‘Als een succes wordt gevierd,’ stelt televisiepresentatrice Mona Vetsch in deze klimfilm van Nicolas de Taranto en Götz Werner, ‘rijst altijd direct de vraag: wat nu?’ Intussen levert het lichaam elk jaar een heel klein beetje in, waardoor ‘t steeds moeilijker wordt om jezelf te blijven verbeteren en die ander voor te blijven.

‘Op snelheid klimmen op dit niveau is slechts statistiek’, benadrukt Dani Arnolds klimvriend Thomas Senf. ‘Vind je niet ergens het punt waarop je stopt, dan zul je onvermijdelijk op een dag sterven.’ Dat staat er op het spel in deze stevige documentaire. Waarbij de imposante omgeving, adembenemend vastgelegd met drones en allerlei andere camera’s, vooral een decor is voor puur menselijke bewijsdrang – en de duivels gevaarlijke rivaliteit die daaruit kan voortvloeien.

Last Stop Larrimah

Netflix

Van de elf bewoners van Larrimah zijn er nog maar tien over. Sinds 16 december 2017 is Paddy Moriarty verdwenen. Niemand in het door God en al z’n onderdanen verlaten gehucht, in het uiterst dunbevolkte Northern Territory van Australië, weet waar de zeventigjarige Ierse drinkebroer is gebleven, maar erg rouwig lijken ze daar ook niet om. Menige dorpsbewoner kon Paddy’s bloed wel drinken, blijkt al snel in de verrukkelijke documentaire Last Stop Larrimah (117 min.), ‘an outback tale in 5 chapters’ van Thomas Tancred.

Is de Ierse lastpost Paddy Moriarty verdwenen in de vleestaart van Fran, bijgenaamd ‘The Pie Lady’? Sinds Paddy heeft gezegd dat hij Frans taarten nog niet aan zijn hond zou voeren, kan zij hem niet meer luchten of zien. Of heeft zijn vriend Barry, ‘The Pub-lican’, misschien iets te verbergen? Het duurde 72 uur voordat de eigenaar van Larrimahs permanent geopende kroeg Paddy’s vermissing meldde. En de buik van zijn huisdier, een krokodil, lijkt ook wel erg goed gevuld. Of zijn toch Karl & Bobbie verantwoordelijk voor ‘s mans verdwijning? ‘The First Responders’ hebben regelmatig moeten uitrukken om brandjes te blussen die de dwarse pensionado leek te hebben gesticht.

Zo heeft elke inwoner van Larrimah zijn eigen grieven, niet alleen over Paddy overigens. Billy ‘Light Can’, waarbij net de helft van zijn tong is verwijderd vanwege een tumor, keurt zijn ex-vrouw Fran bijvoorbeeld nauwelijks een blik waardig. Intussen kijkt hij nog al eens te diep in de fles. Rouwdouwer Richard ‘The Bartender’ heeft dan weer een bloedhekel aan ‘The Newcomers’ Karen & Mark, die vuige roddels over hem zouden hebben verspreid. En nieuwkomer Owen – een voormalige bokser, echte ‘bushie’ en de tuinman van taartenbakster Fran – gaat het liefst iedereen uit de weg. Of is ’t toch tot een fatale confrontatie met Paddy gekomen over diens ‘fucking dog’ Kellie?

Larrimah, dat van oudsher dient als pleisterplaats voor mensen die het burgerbestaan willen ontvluchten, ligt niet zomaar in ‘the middle of nowhere’, stelt een typische Ozzie, maar in ‘the middle of everywhere’ – ook al hebben telefoons er doorgaans geen bereik. De politie van Mataranka, 75 kilometer verderop, heeft ‘t er intussen maar druk mee. Te midden van de kibbelende partijen, die onderdeel worden van een heuse mediahype, moet ook het eventuele misdrijf nog worden onderzocht. Last Stop Larrimah wordt echter nooit een routineuze whodunnit, de verdwijning van Paddy Moriarty is vooral een geschikte aanleiding om de lokale gemeenschap te portretteren.

In hun eigen (N)ergenshuizen houden de tien dorpsgenoten, de één nog kleurrijker dan de ander,  elkaar gevangen in een uiterst vermakelijke wurggreep van roddel en achterklap, die het weldadige decor vormt voor één van de beste true crime-docu’s van het jaar.

Dear Memories: A Journey With Magnum Photographer Thomas Hoepker

AVROTROS

De man die ruim een halve eeuw iconische beelden vond in de dagelijkse realiteit – een groep jongeren bijvoorbeeld, die ontspannen zit te kletsen bij de Hudson-rivier terwijl er op de achtergrond enorme rookwolken komen uit de Twin Towers, of de legendarische bokser Muhammad Ali, zowel in zijn gloriedagen als in z’n Parkinson-jaren – begint stilaan het zicht op de wereld te verliezen. De hoogbejaarde Duitse fotograaf Thomas Hoepker, al bijna een halve eeuw woonachtig in de Verenigde Staten, is in de greep geraakt van dementie.

Samen met zijn tweede echtgenote Christine Kruchen maakt hij in Dear Memories: A Journey With Magnum Photographer Thomas Hoepker (52 min.) een trip nostalgia door zijn huidige vaderland, die wordt begeleid door foto’s, audio-interviews en geschriften van vroeger. Zo komen in deze weemoedige roadtrip van Nahuel Lopez verleden en heden samen – of botsen ze ongenadig op elkaar. Want dat Christine en Thomas dik vijftien jaar eerder in een ‘wedding chapel’ te Las Vegas zijn getrouwd, kan hij zich nu echt niet meer herinneren.

Thomas Hoepker leeft in het hier en nu. Zoals hij dat vroeger met zijn camera deed. Klik, en meteen voor de eeuwigheid vastgelegd. Hij fotografeert overigens nog steeds. Zonder bestaat hij niet. Terwijl het oudere echtpaar met hun camper vanuit hun woonplaats New York dwars door het Amerikaanse heartland, ofwel ‘Trumpland’, naar San Francisco reist en onderweg familieleden ontmoet, van een intiem concert geniet en steeds weer halt houdt voor ‘s mans onverzadigbare camera, filosofeert een vroegere versie van Hoepker over zijn vak en stiel.

‘Totale perfectie vind ik oersaai’, stelt hij bijvoorbeeld in het essay Zelfportret uit 1983. ‘Een goed verhaal vertellen of een belangrijke gedachte uitdrukken, daarom gaat het in de fotojournalistiek. En die moet dus direct en eenvoudig zijn. Dus liever niet te veel poseren.’ Deze bespiegelende film is een fraaie weerslag van diezelfde benadering: via zijn werk en ideeën blijft de mens, kunstenaar en journalist die hij ooit was bewaard, intussen toont hij de fragiele oudere man die daaruit is voortgekomen en nog altijd van het leven en zijn professie probeert te genieten.