Totally Under Control

‘We have it totally under control’, beweerde president Donald Trump op 22 januari 2020, toen de eerste Amerikaanse besmetting met het Coronavirus werd vastgesteld. ‘It’s one person, coming in from China. And we have it under control. It’s gonna be just fine.’

Dat zou consequent Trumps boodschap rond COVID-19 blijven: doorlopen, niks aan de hand, het gaat hier geweldig! Totdat meer dan 200.000 Amerikanen aan het virus waren bezweken – bijna een kwart van het totale aantal slachtoffers, op een bevolking die slechts vier procent van de wereldpopulatie uitmaakt – en de Amerikaanse economie bovendien in een ernstige crisis terecht was gekomen. Niet dat Trump daarvan een toontje lager ging zingen, natuurlijk. Zelfs niet toen hij onlangs zelf, net als een deel van zijn directe entourage, besmet raakte met het Coronavirus. 

In deze ontluisterende documentaire, in het geheim gemaakt tijdens het afgelopen half jaar, reconstrueren Alex Gibney, Ophelia Harutyunyan en Suzanne Hillinger met wetenschappers, virologen, medici, klokkenluiders en voormalige overheidsfunctionarissen hoe de Corona-crisis zo gigantisch uit de hand kon lopen in the land of hope and dreams. Het Amerikaanse getalm en gestuntel wordt bovendien afgezet tegen de daadkrachtige respons van Zuid-Korea, dat ongeveer op hetzelfde moment met het virus werd geconfronteerd en het al snel behoorlijk onder controle kreeg.

In de Verenigde Staten leek de wet van Murphy – of laten we het beestje gewoon bij zijn naam noemen: de wet van Trump – van kracht: de lessen van een grootscheepse pandemie-simulatie (Crimson Contagion, 2019) werden compleet genegeerd, met de ontmanteling van het Global Health Security Team ging tegelijkertijd enorm veel expertise verloren en de totale minachting voor wetenschap in het algemeen was ronduit stuitend. Intussen waren er natuurlijk ook lieden en bedrijven die een slaatje uit de situatie konden/mochten slaan. Never waste a good crisis, tenslotte.

En daarbovenop was er dan nog de man zelf en zijn onwezenlijke statements over COVID-19, de gevolgen van het virus en volledig onbewezen en toch enthousiast aangeprezen behandelingen. Als er niet zoveel slachtoffers waren gevallen, veelal binnen sowieso al kwetsbare bevolkingsgroepen, zou je er smakelijk om lachen. Om dat bezoek aan een mondkapjesfabriek in Arizona bijvoorbeeld, waarbij Trump categorisch weigerde om zelf een mondkapje te dragen en iemand toen maar, uit arren moede?, muziek aanzette: Live And Let Die van Guns N’ Roses.

Het zijn dergelijke smeuïge scènes die deze horrordocu over een gigantische leiderschapscrisis en systemisch falen, door Gibney met gevoel voor drama en suspense aan elkaar gesmeed en gepraat, lucht en zelfs een absurdistisch randje geven. Alsof die Coronacrisis zich in een parallel universum voltrekt, waar feiten er niet toe doen, en, geheel naar de wet van Trump, alles draait om beeldvorming. Dus ja, inderdaad, vanuit die optiek bezien hebben ze ‘t daar nog altijd Totally Under Control (124 min.).

Jochem Myjer – Nog Eentje Dan

NTR

Een emotionele achtbaan. Elke voorstelling weer. Nog een stuk of vijftien te gaan. Het laatste staartje van een tournee van drie jaar: Adem In, Adem Uit. Straks door bijna 400.00 cabaretliefhebbers gezien. En dan? Hoe verder?

Alles gaat op uur en tijd. Nee: móet op uur en tijd. Soundcheck, precies om zeven uur. ‘En dat is niet om vijf voor zeven of om vijf over zeven’, zegt mijn geluidstechnicus Bo. Anders raakt mijn ritme verstoord. Autistische trekjes, hè?

Elke voorstelling moet perfect zijn. Dus geen onverwachte bezoekjes meer tijdens de pauze. Komt dat plastic geluid in de coulissen trouwens van jullie camera, Suzanne? Rust heb ik nodig. Concentratie. En dan: knallen!

Ook al kan het eigenlijk niet meer. Kost dit leven simpelweg te veel. Soms ben ik zo ‘fucking moe’. Maar: ‘ik ben klaar met het ziek zijn. Met moe en niet meer fit zijn’. Ik wil doorbijten.

Ook voor al die fans. Ze zijn overal. Via social media. Gewoon privé. En na elke voorstelling. Voor een warm woordje. Geintje. En een selfie, natuurlijk. Totdat mijn kok/bodyguard Bob ‘ho’ zegt. Tien minuten. Daarna is het schluss.

Roofbouw, vindt m’n manager Robert-Jan. Ik moet eens nadenken waarom ik iedereen altijd honderd procent wil geven, vindt mijn vrouw Marloes. Het mooiste vak op aarde, vind ik zelf. Dat me steeds meer kruim kost, dat wel.

Al dagen van tevoren in een hotel. Overdag gapen en slapen. Bijkomen in het zwembad. En weg van mijn kinderen Limoni en Melle. Die natuurlijk gewoon hun eigen leven hebben. En daarover hebben we thuis soms ook best zorgen.

Na elke voorstelling – honderd in Carré! – ben ik volledig uitgewoond. Kom nauwelijks op adem. Twijfel aan mezelf. Huil in de kleedkamer. En, natuurlijk, soms is er die blijdschap. Over alwéér een zaal, hier in mijn achterzak.

Ik laat me nu bekijken. Observeren alsof ik een bijzondere diersoort ben. Suzanne Raes en de fly on the wall-camera van Victor Horstink. Ze hebben ook mijn dierbaren geïnterviewd. En stiekem, vanaf de achterkant van allerlei theaters, meegekeken tijdens mijn voorstelling.

Hier ben ik te zien als het podiumgordijn (nog) dicht is. Wat ik ervoor moet doen en laten. En hoe graag ik dat doe.

Doeioei,

Jochem Myjer

– Nog Eentje Dan (54 min.)?

De Dijk – Hou Me Vast

NTR

De knuppel gaat in het hoenderhok. Huub van der Lubbe vraagt zich af of ze het bijltje er niet bij neer moeten gooien. Dertig jaar lang was spelen met De Dijk het allerleukste wat hij deed. Op dit moment kan de zanger echter nog wel een paar andere dingen bedenken, die hij ooit eens wil doen. De rest kan z’n oren nauwelijks geloven: ‘die eikel’ gaat hun band toch niet opblazen?

Deze heikele kwestie vormt het startpunt voor de documentaire De Dijk – Hou Me Vast (83 min.) uit 2011, waarvoor Suzanne Raes de nederpopgroep, aan de vooravond van het dertigjarige jubileum, een veelbewogen jaar lang volgde. In de steeds terugkerende beelden vanuit het spreekwoordelijke tourbusje, waarmee ze het land blijven doorkruisen, ogen de mannen nog steeds als een echt bandje.

Jongens onder elkaar. Van dik in de vijftig. Jongetjes nog, stiekem. Als ze door soullegende Solomon Burke worden benaderd om samen een plaat op te nemen, bijvoorbeeld. Die invitatie leidt onder anderen tot een prachtige scène als de bandleden, los van elkaar, de eerste gezamenlijke opname Hold On Tight terugluisteren. Zo trots als een hond met zeven lullen.

En dan wil de held ook nog met hen gaan optreden. Aan de einder gloort een Amerikaanse tournee. Dat zou een wedergeboorte zijn voor de band, die al zeker zeven levens had. De ogen van de oude rotten beginnen ervan te glinsteren. En dan slaat het noodlot toe en moeten de eeuwige jongens opnieuw schakelen.

‘Je kan de blues wel willen verlaten’, zingen ze zelf in een nummer waaraan tijdens de filmopnames druk wordt gesleuteld. ‘Maar de blues verlaat jou nooit.’ Raes krijgt de interne machinerie van de groep intussen stevig te pakken – de onderlinge concurrentie bijvoorbeeld, die tot de beste liedjes leidt – en kijkt zeer goed om zich heen in de oefenruimte, kleedkamer en studio.

Met die gedegen aanpak legt ze het grote, bloedende en nog altijd wild kloppende hart van De Dijk moeiteloos bloot.

De Dijk – Hou Me Vast is hier te bekijken.

Hart Van De Democratie

NTR

‘Iedereen doet hetzelfde. Want als je iets anders doet, dan mis je iets’, stelt politiek commentator Kees Boonman over zowel de Haagse politiek als de journalistiek die daar bedreven wordt. Hij heeft zich zojuist losgemaakt uit een kluwen verslaggevers, fotografen en cameramensen die een halve cirkel vormden rond de bewindspersoon, die op dat moment ’Het Nieuws’ vertegenwoordigde. ‘Iedereen wil het anders doen’, constateert Boonman. ‘En het wordt steeds moeilijker om iets anders te doen.’

De routinier leidt de kijker als een ervaren gids rond door het Hart Van De Democratie (87 min.). Als tegenpool voeren de filmmakers Suzanne Raes en Liesbeth Witteman de jonge journaliste Charlotte Nijs op, de eerste politieke verslaggever van het SBS6-programma Hart Van Nederland. Via hen gaan ze op zoek naar het antwoord op de vraag of de Nederlandse parlementaire democratie, net als het Tweede Kamergebouw zelf, aan een grondige renovatie toe is.

Boonman spreekt in dat kader prominente politici als Johan Remkes, Khadija Arib en Alexander Pechtold over het veranderde ambt van parlementariër en neemt met hen de staat van ons bestel op. Volgens Pechtold is er bijvoorbeeld geen reden voor ernstige ongerustheid. De democratie heeft gewoon een stevige griep. Maar aan een verwaarloosde griep kun je dood gaan, werpt Boonman tegen. In het volgende shot zit niet geheel toevallig Thierry Baudet piano te spelen in een reportage van Nijs. ‘Weet je wat het is, Charlotte?’ vraagt hij vanachter de vleugel. ‘Een Schuman-kamerconcert ga ik spelen.’ De verslaggeefster kijkt het fragment terug op een montagecomputer. ‘Nou, één soundbiteje lijkt me voldoende’, zegt ze lachend tegen haar editor.

De film telt talloze van zulke lekkere doorkijkjes naar de wisselwerking tussen pers en politiek. Zo is er bijvoorbeeld een prachtige scène waarbij Boonman zuchtend achterblijft nadat hij enkele aalgladde quotes te verduren heeft gekregen van de zojuist gepresenteerde nieuwe fractievoorzitter van D66, Rob Jetten. Daarna werkt hij in zijn eentje een stukje van de bijbehorende feesttaart weg. Even later duidt voormalig kamerlid Gerard Schouw zijn voormalige stagiair Jetten: die jongen is gewoon in en in keurig. ‘Alleen of hij slecht genoeg is… Je moet ook wel een beetje een slecht mens zijn, hè?’ Boonman beaamt. Schouw moet er smakelijk om lachen.

Deze kostelijke documentaire kijkt zo met een antropologische bril naar de Tweede Kamer, waarbij reacties op Twitter de botte, grappige of juist onverschillige respons daarop vanuit de samenleving vertegenwoordigen. Die buitenwereld meldt zich ook letterlijk in het huis van de democratie middels demonstranten, rondleidingen en een reünie van kabinet Den Uyl. De mores en omgangsvormen mogen dan veranderen, het Hart Van De Democratie blijft onverminderd kloppen: soms wild, dan weer lui of onregelmatig.

Hart Van De Democratie is hier te bekijken.

MS

‘Ik wil die puzzel oplossen’, zegt de ambitieuze neurowetenschapper Jeroen Geurts tegen schrijfster Lineke van den Boezem, die tegenover hem heeft plaatsgenomen. ‘Jij hebt die ziekte in je. Die zit in jou. Jij wil die puzzel ook oplossen.’ Ze kunnen (en mogen ook) niet zonder elkaar, de onderzoeker die speurt naar de oorzaak van de aandoening Multiple Sclerose (MS) en de vrouw die de gevolgen daarvan dagelijks aan den lijve ondervindt.

In de documentaire MS (54 min.) probeert Suzanne Raes met behulp van een insiders- en outsidersblik de gevreesde ziekte te doorgronden. Lineke kan Jeroen vertellen hoe dat is als je nauwelijks meer op schoenen met hak kunt lopen – een treffend beeld, van een vrouw die uiteindelijk niet meer op haar benen kan blijven staan, dat echt beklijft.

Hij kan die symptomen dan weer vanuit wetenschappelijk oogpunt verklaren en van een achtergrond en toekomstperspectief voorzien. Samen moeten ze ervoor zorgen dat neurowetenschapper en ervaringsdeskundige dezelfde taal blijven spreken en – een stokpaardje van Geurts – dezelfde metaforen gebruiken. Zo is het brein volgens hem eerder te vergelijken met een zwerm vogels dan met een traditionele computer.

Raes verrijkt deze perspectieven met een wirwar van zinnenprikkelende beelden, waarmee de ziekte wordt gevisualiseerd. Daarnaast portretteert ze de levens van Geurts en Van den Boezem, die door een tragische speling van het lot samen zijn gekomen. Waarbij de één overweegt om in Portugal een behandeling met Vitamine D te gaan doen, terwijl de ander op een congres juist constateert dat die remedie zijn beste tijd toch echt heeft gehad.

Het is de tegenstelling tussen hoop en geloof enerzijds en wetenschappelijk bewijs anderzijds, die in dit boeiende dubbelportret treffend over het voetlicht wordt gebracht.

Ganz: How I Lost My Beetle

‘Kun je je herinneren, kleine kever, hoeveel kilometer we samen hebben gereisd?’, vraagt Josef Ganz aan de creatie die hem zo ruw is afgenomen. ‘Toen jij de weg opging, werd mijn naam gewist.’ Intussen zien we archiefbeelden van marcherende Nazi’s, die hun Führer eer bewijzen. Zij zullen zijn idee voor een Volkswagen, een auto voor Jan Modaal, omarmen en er een wereldwijd succes van maken. Ganz, de geniale ontwerper van de voorloper van die auto, de zogenaamde Meikever, staat tegen die tijd allang buitenspel. Hij wordt ruim vóór het begin van de Tweede Wereldoorlog rücksichtslos kalt gestellt.

In Ganz: How I Lost My Beetle (85 min.) geeft Suzanne Raes een stem aan de vergeten auto-ontwerper. Op basis van Het Ware Verhaal Van De Kever: Hoe Hitler Zich Het Ontwerp Van Een Joods Genie Toe-eigende, een boek van de Nederlandse journalist Paul Schilperoord, schreef ze een zeer persoonlijke voice-over, waarin Josef Ganz zijn eigen levensverhaal doet. De Duitse acteur Joachim Król heeft die tekst ingesproken en fungeert daarmee als verteller voor deze historische documentaire, waarin de man, zijn droom én de ontwikkeling van een auto voor het gewone volk worden geportretteerd. Een zeer geslaagde keuze.

De Ganz van Raes richt zich rechtstreeks tot de Volkswagen Beetle. Terwijl hijzelf met de staart tussen de benen naar de andere kant van de wereld vertrok, werd zijn geesteskind na de Tweede Wereldoorlog één van de populairste auto’s van de wereld. ‘Wie had gedacht dat jij het symbool van de Duitse wederopstanding na de oorlog zou worden?’ Suzanne Raes versnijdt het meeslepende relaas van de verteller met de pogingen van Ganz-kenner Schilperoord en Josefs achterneef Lorenz om een exemplaar van z’n oorspronkelijke auto te bemachtigen en aan de praat te krijgen.

Verder introduceert ze de kunstenaar Rémy Markowitsch, die de expositie Nudnik: Forgetting Josef Ganz heeft gewijd aan de vergeten Joodse ingenieur, en Maja, de nicht van Ganz. Bij haar geboorte ontving zij een brief van hem, die ze sinds jaar en dag bij zich draagt. Was die verre oom Joe, die zijn laatste levensjaren als balling in Australië zou slijten, een gigantische fantast of toch de ‘absente vader’ en ‘anonieme verwekker’ van de Kever? ‘Als alles was gelopen zoals het had moeten lopen’, constateert Maja gelaten, ‘dan hadden we nu in een slot in Oostenrijk gezeten.’

Die tragiek, van een geniale ontwerper – en zijn nazaten die wellicht net zo schathemelrijk hadden kunnen worden als de familie Porsche – is in Ganz: How I Lost My Beetle met compassie en gevoel voor drama, hoewel misschien een beetje lang, opgetekend. Een man die ruim een halve eeuw dood is krijgt zo een tweede leven en de erkenning die hem al zo lang toekomt.

Verlaten

verlaten

 

Ze worden geteisterd door heimwee, de mensen die door Hetty Nietschworden geportretteerd in Verlaten (75 min.). Heimwee naar het leven waarvan ze afscheid moesten nemen én heimwee naar de toekomst die daardoor niet meer voor hen is weggelegd, zoals één van de hoofdpersonen het treffend verwoordt.

Ze werden stuk voor stuk verlaten door hun partner. Plotseling. Zonder dat ze het zagen aankomen. Sindsdien zitten ze in zak en as, blijven ze op zoek naar antwoorden die alsmaar uitblijven, zijn ze gewoonweg pislink óf hebben ze er zowaar iets van geleerd. Het zijn verhalen die beroeren, van mensen zoals jij en ik die het leven dat ze dachten te kennen voor hun ogen zagen verschrompelen.

Tegenover de bespiegelingen van de achterblijvers staat het relaas van Suzanne Rethans, die zelf haar man heeft verlaten. Zij blijft een beetje een fremdkörper in de film. En waarom de rol van verlater nu juist moet worden ingevuld door een bekende columniste roept ook vragen op. Zij heeft haar affaire met schrijver Peter Buwalda (Bonita Avenue), die het einde van haar huwelijk inluidde, immers al uitgebreid aan de grote klok gehangen.

Zitten de stormachtige romance van Peter en Suzanne en de big bang waarmee ook die weer eindigde, waardoor Rethans dus alsnog een achterblijfster werd, de verhalen van gewone mensen die zijn verlaten door hun geliefde niet juist in de weg? Hun ervaringen zijn doorgaans weinig glamoureus en leiden ook niet tot grote kunst, openhartige columns of verhalen in de bladen. Zij grossieren ‘gewoon’ in wanhoop, woede en stil verdriet.

Daar, bij die herkenbare emoties, bij het gevoel dat ’t ons ook zou kunnen overkomen, ligt de aantrekkingskracht van deze televisiedocu. De lotgevallen van semi-celebrities als Suzanne en haar ex-geliefden, hoe aansprekend ook verwoord door de columniste, leiden uiteindelijk alleen maar af. Al is de film mét Rethans’ ontboezemingen vast gemakkelijker aan de man te brengen.

0,03 Seconde


‘Iedereen kent de Olympisch kampioen’, stelt gouden medaille-winnaar Ferry Weertman in 0,03 Seconde (90 min.). ‘Maar hoeveel ken je er die tweede zijn geworden?’ Toch is het een ‘verliezer’ die je hart wint in deze documentaire over vijf zwemmers die vorig jaar deelnamen aan de Olympische Spelen in Rio de Janeiro.

Regisseur Suzanne Raes zet haar geld op de even kwets- als aaibare Femke Heemskerk. De andere helden van deze meeslepende film (titelfavoriet Ranomi Kromowidjojo en haar vriend Ferry, de ambitieuze Sebastiaan Verschuren en Heemskerks lange afstandsmaatje Sharon van Rouwendaal) zijn allemaal gepositioneerd rond de lotgevallen van de met haar vorm en gemoed worstelende Femke.

Heemskerks omgang met haar voormalige coach Marcel Wouda wordt geportretteerd als een liefdesaffaire die door omstandigheden niet kan worden geconsumeerd. Intussen zit ze opgescheept met de barse macho Philippe Lucas als trainer, een Franse variant op schaatscoach Peter Müller (die ooit z’n pupil Marianne Timmer verschalkte).

In een verlaten zwembad in het Franse Narbonne bezwijkt Femke bijna onder Lucas’ gestaalde regime, terwijl haar maatje Sharon er juist sterker en sterker van wordt. De beelden van topsporters die in afzondering gedwongen worden het uiterste uit zichzelf te halen behoren tot de grootste troeven van 0,03 Seconde.

Waarschijnlijk werd de sport zwemmen ook nooit eerder van zo dichtbij vastgelegd. Door het sublieme camerawerk, afgetopt met een weelderig geluidsdecor, is het bijna alsof je als kijker zelf onderdeel wordt van die voortdurende race tegen de klok, coach en concurrentie, die slechts een enkeling kan winnen.

De afloop van alle inspanningen (of wie welke medaille wint) mag dan bekend zijn, maar het hoe en waarom van de weg ernaartoe blijft fascinerend. Zeker omdat Suzanne Raes de opofferingen die de zwemmers en hun directe omgeving zich moeten getroosten voor Rio zo groots en tegelijk intiem in beeld brengt; kleine levens, in dienst van grote prestaties.

En Femke? Die schijnt weer terug te zijn bij Marcel.