Captive Audience: A Real American Horror Story

Disney+

Over zijn jaren als Dennis Gregory Parnell laat hij zo min mogelijk los. Zeven jaar lang gaat Steven Stayner in Comptche, Californië door voor de zoon van Kenneth Parnell. Zijn vriendinnen, klasgenoten, leraren en eerste vriendinnetje, die in de driedelige docuserie Captive Audience: A Real American Horror Story (138 min.) stuk voor stuk aan het woord komen, weten niet dat hij in 1972 als zevenjarig jongetje door diezelfde Parnell is ontvoerd. Als Stayner op veertienjarige leeftijd eindelijk aan zijn kidnapper ontsnapt, en dan meteen ook een vijfjarig jongetje bevrijdt, wordt hij onthaald als een held en lijkt het leven hem toe te lachen.

Stevens jarenlange ontvoering vormt de basis voor de tweedelige tv-film I Know My First Name Is Steven. Die wordt eind mei 1989 op de Amerikaanse televisie uitgezonden en trekt bijna veertig miljoen toeschouwers. Steven zelf heeft een klein bijrolletje als politieagent in de film, die ook nog wordt genomineerd voor vier Emmy Awards. Zijn verhaal is wel een beetje bijgewerkt, zodat het geschikt is voor een groot publiek. Tijdens zijn research voor de productie heeft scenarioschrijver JP Miller met Steven en enkele familieleden gesproken. De weerslag daarvan, tientallen uren audio-opnames, vormt nu de onderlegger voor deze driedelige docuserie van Jessica Dimmock, waarin ook beraadslagingen tussen de verschillende leden van het productieteam zijn opgenomen.

Dimmock maakt bovendien veelvuldig gebruik van fragmenten uit de tv-film en vraagt de acteurs Corin Nemec en Todd Eric Andrews, die daarin respectievelijk Steven en zijn oudere broer Cary Stayner vertolken, om bepaalde gespreksfragmenten opnieuw in te spreken. Op die manier ontstaat een gelaagde vertelling, waarin de spanning zichtbaar wordt tussen het ‘ware verhaal’ en de film die daarop is gebaseerd. Daarmee wordt deze miniserie, die nóg een onrustbarende verhaallijn opdiept uit de diepste krochten van de Stayner-familie, meteen ook een soort commentaar op het true crime-genre in het algemeen: wat gebeurt er als Hollywood zich ontfermt over dramatische gebeurtenissen? En welke gevolgen heeft die interpretatie dan weer voor het échte echte leven?

Steven Stayners vrouw Jody, dochter Ashley, zoon Steven Jr., moeder Kay en zus Cory kunnen in elk geval vanuit de eerste hand vertellen hoe hun bestaan volledig is ontwricht door enkele familietrauma’s en de manier waarop Amerikaanse media daarmee aan de haal zijn gegaan. Die kwestie wordt in het intrigerende Captive Audience overtuigend uitgediept – al blijven er, zoals bijna onvermijdelijk in dit soort true crime-series, ook nog wel wat losse eindjes rondslingeren.

Against All Odds: The Daily Paper Story

Prime Video

Elk merk moet een verhaal hebben. Dit is het verhaal van Daily Paper. Het verhaal van drie Nederlandse vrienden, die hun wortels elders op aarde hebben: Marokko (design director Abderrahmane Trabsini), Ghana (culture director Jefferson Osei) en Somalië (creative director Hussein Suleiman). Precies dat is ook de kern van hun verhaal: deze ‘broeders’ vertegenwoordigen de nieuwe Nederlanders – nee: nieuwe wereldburgers – die leven tussen twee culturen. Vandaar de slogan: from Osdorp to the world. Die ze natuurlijk maar al te graag willen veroveren. En daarbij weten ze ‘celebs’ als Michelle Obama, Jay-Z en Erykah Badu al aan hun zijde.

In Against All Odds: The Daily Paper Story (160 min.) vertellen ze dat verhaal. Beter: hun story. Van hun eigen modemerk. Nee: hun bránd. Dit mag je dus ook gerust een branddocu noemen. Waarin dat ‘fashion brand’ en het daarbij behorende verhaal, dat draait rond authenticiteit en diversiteit, eens goed in de markt worden gezet. In vier delen: opstarten, doorgroeien, groeistuipen en weer doorstarten. Want met succes komt ook verwachting. En de behoefte aan een strategie. Om daadwerkelijk door te groeien naar de Champions League. Dat is in elk geval de ambitie van de later aangetrokken CEO & co-owner Rodney Lam. Hoe kunnen we optimaal groeien, vraagt hij zich hardop af, terwijl we wel onze cultuur vasthouden?

Die spanning zit inderdaad in het bedrijf. Want hoewel ze het niet per definitie altijd met elkaar eens zijn, zijn de drie oprichters ‘heel equal’. Abderrahmane: ‘Er is geen Beyoncé in Destiny’s Child. Wij zijn alle drie Beyoncés.’ En dan is er dus nog Rodney, een man die ook geld wil maken met Daily Paper. Dat zorgt onvermijdelijk voor reuring: succesjes (een eigen wedstrijdtenue voor Ajax bijvoorbeeld), tegenvallers (een winkel in New York die maar niet op gang komt) én meningsverschillen. Die horen nu eenmaal bij een bedrijf dat de wereld wil weerspiegelen en veroveren, maar ook gewoon de rekeningen moet betalen. Deze vlotte miniserie vangt dat proces heel aardig – al ligt de boodschap die het brand zelf wil uitdragen er soms wel erg dik bovenop.

Zeker als er aan het eind van aflevering 4 wordt toegewerkt naar het tienjarige jubileum, waarvoor allerlei bekendheden, influencers en de internationale pers naar Nederland overkomen om het samen met hen te vieren, krijgt het verkooppraatje van Daily Paper de overhand in Against All Odds.

Hopper: An American Love Story

Exhibition On Screen

Misschien is dit het verhaal. Van Edward Hopper (1882-1967), één van de grootste Amerikaanse kunstenaars van de twintigste eeuw. Een schilder die, vanuit zijn eigen bubbel, de ziel van zijn land op het canvas wist te krijgen. Een verdwenen Amerika, nog nét niet vergeten. Waar geen zwarte Amerikanen schijnen te bestaan. Net als groepen mensen. ‘s Mans wereld wordt vrijwel alleen bevolkt door eenlingen. Zijn iconische schilderijen lijken doortrokken van een gevoel van opperste eenzaamheid.

Een verhaal – over een man, een kunstenaar, een oeuvre – dat wordt verteld door biografen, connaisseurs en curatoren. Exact de ‘high brow’-kenners die je in een portret van een belangwekkende kunstenaar verwacht. Hun zorgvuldig geformuleerde observaties en conclusies worden, natuurlijk, geïllustreerd met ’s mans filmische schilderijen. Die in Hopper: An American Love Story (52 min.) natuurlijk ook zeer accuraat worden geduid, vergeleken en geprezen. 

De persoon Edward Hopper, een man die volgens mensen die het kunnen weten was ‘geboren om kunstenaar te worden’, komt zelf aan het woord via een enkel bewaard gebleven interview op beeld en de gedachten die hij ooit op papier zette en die nu zijn ingesproken door stemacteur Glen McCready. ‘Ik wou dat ik nog meer kon schilderen’, verzucht die bijvoorbeeld. ‘Ik word doodmoe van lezen en naar de film gaan. Ik zou veel liever de hele tijd schilderen.’

Het was geen vrolijke man, zoveel wordt uit alle verhalen wel duidelijk. Een eenzaat en brompot zelfs. Zijn echtgenote Josephine Nivison Hopper, zelf ook kunstenaar, had getuige haar eveneens voorgelezen dagboeken heel wat te stellen met haar ‘E.’, die ze op goede momenten ook nog wel eens ‘Eddy’ noemde. Hopper was nu eenmaal geen mensenmens. Hij verdween liever in zijn werk, zoals één van de sprekers in deze tv-docu van Phil Grabsky het formuleert.

Misschien is dit inderdaad het verhaal: van een man die leeft voor en door zijn kunst. Het wordt in dit portret alleen wel erg braaf verteld, een tikkeltje saai zelfs – al kan de Hopper-veteraan of -novice vanzelfsprekend zijn ogen uitkijken bij zijn tijdgebonden en toch tijdloze oeuvre.

Money Shot: The Pornhub Story

Netflix

Serena Fleites was veertien toen ze verliefd werd op een oudere jongen. Hij vroeg haar om een naaktvideo op te sturen. En nog één. Nog één. Toen begonnen ze haar op school vreemd aan te kijken, vertelde ze aan Nicholas Kristof, columnist van The New York Times. Iemand bleek de filmpjes op Pornhub te hebben gezet. Eentje was al 400.000 keer bekeken. Het tienermeisje vroeg de grootste pornosite van de wereld daarna om de video’s te verwijderen. En als dat na veel gedoe eindelijk leek te zijn gelukt, werd dat filmpje meteen weer door iemand anders geüpload. 

Kristof schreef er eind 2020 een opiniestuk over, dat insloeg als een bom: The Children of Pornhub. Met als ondertitel: why does Canada allow this company to profit off videos of exploitation and assault? Daarmee bracht hij het verdienmodel van één van de meest bezochte websites van de wereld, met 3,5 miljard bezoekers per maand, acuut in gevaar. Niet alleen van Pornhub zelf overigens, maar ook van de individuele sekswerkers die een eigen zaak runden via het platform – en daardoor eindelijk niet meer afhankelijk waren van de officiële adult entertainmentindustrie.

Daarmee ligt het centrale dilemma van Money Shot: The Pornhub Story (94 min.) op tafel. Is MindGeek, het Canadese moederbedrijf van Pornhub, een afpersingsoperatie die ook van The Sopranos afkomstig had kunnen zijn en dus keihard moet worden aangepakt? Of is de website, die zichzelf afficheert met de slogan ‘All you need is hand’, een voorbeeld van hoe pornografie technologische vooruitgang aandrijft en de autonomie van sekswerkers faciliteert? Een onderneming die nu dan met een ouderwetse ‘War On Porn’ vanuit conservatief-christelijke hoek wordt geconfronteerd.

Documentairemaker Suzanne Hillinger laat de verschillende partijen aan het woord: sekswerkers, pleitbezorgers van de pornobusiness, ex-medewerkers van Pornhub (waaronder een geanonimiseerde moderator die tot wel duizend video’s per dag moest beoordelen), een woordvoerster van The National Center For Missing & Exploited Children en vertegenwoordigers van een christelijke belangengroep, met een slim gekozen naam (National Center On Sexual Exploitation) die waarschijnlijk moet verhullen dat ze liefst de complete seksindustrie op de korrel zouden nemen.

Dat resulteert in een aardig overzicht van de maatschappelijke discussie rond anonimiteit op het internet en hoe die laakbaar gedrag faciliteert, zeker op platforms waar niet-geverifieerde gebruikers seksuele content kunnen plaatsen. Intussen dreigen zelfstandig opererende sekswerkers te worden gemangeld tussen Big Porn, dat gewoon zoveel mogelijk omzet wil draaien en vooral niet al te veel energie wil steken in de strijd tegen schadelijke en illegale content, en moraalridders die dat dan weer aangrijpen om het epische gevecht tegen pornografie in hun voordeel te beslissen. 

‘Porno is de kanarie in de kolenmijn van de vrijheid van meningsuiting’, waarschuwt Mike Stabile, vertegenwoordiger van de seksindustrie, aan het eind van deze degelijke docu, die minder enerverend wordt dan menigeen op voorhand misschien had verwacht. Met het verbieden van pornografie, stelt hij, vast ook namens Money Shots maker Suzanne Hillinger, wordt automatisch de vrijheid van meningsuiting ingeperkt.

Pamela, A Love Story

Netflix

Zo ziet ze er nu uit, op 55 jarige leeftijd! schreeuwen clickbait-sites weer als vanouds. Zonder make-up!

Sinds de tragikomische serie Pam & Tommy (2022), waarin het scandaleuze verhaal over de gestolen sekstape weer eens smakelijk werd uitgeserveerd, staat Pamela Anderson opnieuw in het middelpunt van de belangstelling. Zeker sinds het sekssymbool van de jaren negentig – in het collectieve geheugen opgeslagen in een Baywatch-rood badpak of, het privébeeld dat tegen haar zin met de wereld werd gedeeld, vrijend op een boot met haar ex-man Tommy Lee – een ‘tell all’-autobiografie (Love, Pamela) met bijbehorende documentaire heeft aangekondigd.

Als ze in de openingsscène van Pamela, A Love Story (114 min.) een VHS-videocassette pakt en in de speler schuift, is de gedachte bijna niet te vermijden: het zal toch niet dé tape zijn? Gestolen uit huize Anderson-Lee en vervolgens met de halve wereld gedeeld. Pamela Anderson blijkt echter een hele stapel privévideo’s te hebben van de man, drummer van de Californische hairmetalband Mötley Crüe, met wie ze slechts vier dagen na hun kennismaking in het huwelijk trad en twee kinderen kreeg, de zoons Brandon en Dylan (die ook allebei, net als haar ouders Carol en Barry, participeren in deze documentaire van Ryan White).

De voormalige Playmate Of The Year, die zich hier zonder make-up en zonder al te veel poespas presenteert, zou nóg vijfmaal trouwen. Die mannen, waaronder (semi-)celebrities zoals Kid Rock en Rick Salomon, worden echter nooit meer dan passanten in het sappige levensverhaal van Pamela Anderson, dat zich voor een belangrijk deel afspeelt in The Naughty Nineties, de tijd waarin het internet zijn plek als wereldwijd podium inneemt en vrouwen zoals Monica Lewinsky, Lorena Bobbitt en Anita Hill elk op hun eigen manier met ‘slutshaming’ krijgen te maken. Binnen die wereld manifesteert Anderson zich als een vamp die zonder al te veel nadenken elke uitdaging aangaat en mede daardoor alle uithoeken van liefde, roem en geluk leert kennen.

Het stranden van de gepassioneerde relatie met Tommy, en de rol die de vermaledijde sekstape daarin heeft gespeeld, fungeert daarbinnen als een kantelpunt en doet haar nog altijd zichtbaar pijn. De serie Pam & Tommy, uitgebracht tijdens het opnameproces van dit heel behoorlijke (zelf)portret, rijt oude wonden open, maar geeft de blondine ook de kans om haar carrière en publieke bestaan als vijftiger een nieuwe zwieper te geven, via een debuut op Broadway nota bene. Ook daarbij weet ze haar volwassen zoons aan haar zijde, een constante in deze film die haar lezing van de gebeurtenissen weerspiegelt. ‘Mijn leven is geen zielig verhaal’, zegt de stemactrice die namens Anderson – zelf wilde ze er niet aan beginnen – oude en soms ook pijnlijke dagboekfragmenten inspreekt.

‘Ik ben geen slachtoffer’, voegt Pamela Anderson daar even later hoogstpersoonlijk aan toe. ‘Ik heb mezelf in gekke situaties gebracht en ik heb ze overleefd.’

Mariupol: The People’s Story

Evginy Sosnovsky / VPRO

De oorlog komt steeds dichterbij. Niet alleen letterlijk – omdat er nu in Europa zelf, Oekraïne, wordt gevochten – maar ook figuurlijk: doordat die strijd nog altijd dichter bij ons als argeloze kijkers kan worden gebracht. Door oorlogsverslaggevers ter plaatse, maar ook door gewone burgers. Met hun telefoon documenteren ze de explosies, het artillerievuur en de bijbehorende ontzetting, nood en paniek. Zo ongeveer moeten inwoners van Rotterdam, Leningrad of Dresden zich tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben gevoeld toen hun thuisbasis werd klemgezet en aangevallen.

Over die oorlog gesproken: in de Oekraïense stad Marioepol zijn inmiddels meer burgers gedood dan in willekeurig welke Europese stad na de Tweede Wereldoorlog. De ‘Parel van de Donbas’ is sinds 24 februari, de dag dat de Russische leider Poetin aankondigde dat hij Oekraïne ging demilitariseren en denazificeren, het decor voor een onmenselijke oorlog, waarbij de burgerbevolking een doel op zich lijkt te zijn. De documentaire Mariupol: The People’s Story (90 min.) van Robin Barnwell toont, door de ogen van zulke gewone inwoners, wat er wordt aangericht in de ‘stad van de toekomst’.

‘We moesten over dode lichamen heen stappen’, vertelt het zoontje van Viktoria, één van de Oekraïense vrouwen die hun verhaal doen in deze sombere film, bijvoorbeeld in de beginscène. ‘Dat kan ik echt niet vergeten. Als ik m’n ogen dichtdoe, zie ik die ontploffing voor me.’ ‘Wat hebben wij gedaan dat Rusland ons aanvalt?’ vraagt Nikita, het zoontje van anesthesiologe Oksana, op zijn beurt. In het ziekenhuis wordt zijn moeder dagelijks geconfronteerd met diepe ellende. De beelden blijven zich aan haar opdringen. Van een jonge vrouw bijvoorbeeld, die met haar pasgeboren baby’tje in een zwarte zak verdwijnt.

Gezamenlijk representeren deze vrouwen de verschillende aspecten van een verwoestende oorlog. Projectmanager Joelia beschrijft de realisatie die haar tijdens de ontberingen overviel: een kop warme soep is bijna belangrijker geworden dan mijn leven redden. Kyrylo, de echtgenoot van lerares Anna, sluit zich ondertussen als vrijwilliger aan bij het Azov-bataljon. Zij blijft met hun baby Svyatoslav achter in een schuilkelder. En Alevtina, een presentatrice van Marioepol TV, besluit al snel om de stad te ontvluchten ‘Elke dag zag ik de Oekraïense vlag vanuit m’n raam. Dat was geweldig. Nu zie ik hoe een driekleurig vod door een klootzak met een spottende lach op hetzelfde gebouw wordt gehesen. Om dat stomme vod daar op te kunnen zetten hebben ze bijna 30.000 burgers gedood.’

Het precieze aantal slachtoffers valt nauwelijks vast te stellen. Vóór de oorlog telde Marioepol zo’n 430.000 inwoners. Nu zijn het er minder dan 80.000. Waar iedereen is gebleven? Afgaande op deze terugblik op de eerste negentig dagen van de Russische aanval zijn zij – als ze de beschietingen, kou en honger tenminste hebben overleefd – elders in Oekraïne of in een (West)Europees land beland. Ze hebben het bewijsmateriaal met zich meegenomen: hun ontredderde vlogs, de schokkende actiebeelden en het lijden van een stad die ooit toch echt de toekomst leek te hebben.

A Compassionate Spy

IDFA

‘Als hij destijds had geweten van de gruweldaden van de Sovjet-regering, beweerde hij later, dan had hij nooit het lef gehad om informatie naar hen door te spelen’, zegt Joan Hall over de omstreden stap die haar echtgenoot Ted, enkele jaren voordat zij hem leerde kennen, als jonge man had gezet. ‘Dat is ongetwijfeld waar,’ voegt ze er direct aan toe. ‘Maar als hij ’t niet zou hebben gedaan, was dat slecht geweest voor de wereld.’

Als medewerker van The Manhattan Project in Los Alamos, een team van Amerikaanse militairen en wetenschappers dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in het diepste geheim werkte aan de ontwikkeling van de atoombom, lekte de briljante natuurkundige Ted Hall samen met zijn studievriend van Harvard, Saville Sax, in 1944 geheimen naar de Sovjet-Unie, de grootmacht die na afloop van de oorlog de aartsvijand van de Verenigde Staten zou worden in de Koude Oorlog. 

Terwijl het Amerikaanse echtpaar Julius en Ethel Rosenberg in 1953 op de elektrische stoel belandde vanwege spionage, bleef Hall al die jaren uit de handen van de FBI. ‘De Rosenbergs waren maar kleine vissen als je ze vergelijkt met Ted Hall, stelt Joseph Albright, die samen met zijn vrouw Marcia Kunst het boek Bombshell: The Secret Story Of America’s Unknown Spy Conspiracy schreef. Pas in 1998, een jaar voor zijn dood, speelde de gewezen spion en hoofdpersoon van deze film eindelijk open kaart.

Met A Compassionate Spy (102 min.) stapt de gerenommeerde documentairemaker Steve James, de man achter portretterende coming of age-films als Hoop DreamsStevie en America To Me, buiten zijn eigen comfort zone en laat zich door Joan Hall, de kinderen van Ted en Saville en enkele historici meenemen naar het hart van de Koude Oorlog, die mede werd ingeleid door het Amerikaanse besluit om verpletterende atoombommen op de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki te gooien.

De VS wilden vooral indruk maken op de Sovjet-Unie, stelt auteur Daniel Axelrod (To Win A Nuclear War). Japan stond immers op het punt om zich over te geven. Ted Hall was tegen die tijd al gedesillusioneerd afgehaakt. Na de eerste geslaagde test met een atoombom herkende hij zichzelf totaal niet in de euforie binnen het Manhattan Project. Somber trok de jongeling zich terug op zijn kamer en nam een besluit dat zijn leven, dat van zijn latere gezin en wellicht zelfs de wereld zou veranderen.

James reconstrueert dit kleine vergeten verhaal, dat een grote geschiedenis representeert, met een combinatie van interviews, archiefmateriaal en een flinke hoeveelheid nagespeelde scènes met acteurs. Daarmee slaagt hij erin om de geest van de Koude Oorlog op te roepen en invoelbaar te maken wat er destijds op het spel stond. ‘De wereld is extreem dichtbij een totale ramp gekomen’, stelt Hall geëmotioneerd, tijdens een interview aan het einde van zijn leven en de film.

En die dreiging, waarschuwt Steve James in deze overtuigende historische documentaire, blijft actueel zolang er leiders of landen zijn die beschikken over atoomwapens.

Orgasm Inc: The Story Of OneTaste

Netflix

In wezen kan de documentaire Orgasm Inc: The Story Of OneTaste (90 min.) in slechts tweeënhalve minuut worden samengevat. In een vlotte openingssequentie, die de doorgewinterde zapper moet verleiden om vooral dóór te kijken, wordt alvast de essentie van de film van Sarah Gibson en Sloane Klevin overgebracht: een succesvolle startup die zich met ‘orgasmische meditatie’ gaat richten op een zelf vastgesteld maatschappelijk tekort aan genot en die daarna (natuurlijk) uitloopt op seksueel- en machtsmisbruik.

Centrale figuur is OneTaste’s boegbeeld Nicole Daedone, een charismatische jonge vrouw die excelleert in wat we voor het gemak maar het TED-Talk circuit zullen noemen. Overal waar de seksgoeroe komt weet ze haar gehoor te overtuigen van het belang van het vrouwelijke orgasme en alle verschillende manieren waarop dat kan worden bereikt. Ze bouwt zo in korte tijd een sekte-achtige achterban van bevrijde vrouwen en verlichte mannen op, die zichzelf met liefde en plezier verliezen in (hun) wellustige gemeenschap, ergens in The Land of Hope and Dreams.

Eenmaal onbevrijd en onverlicht doen ze nu hun verhaal in een adequate film die netjes het midden houdt tussen Going Clear: Scientology And The Prison Of BeliefThe Vow en The Inventor: Out For Blood In Silicon Valley. Hun herinneringen gaan vergezeld van vaktermen zoals ‘orgasmische herbalans’, inzet van de Goldfinger en ‘bekwame aanranding’ (wat min of meer neerkomt op het goedpraten van verkrachting). Stuk voor stuk werden zij ingepakt, opgevreeën en over hun eigen grenzen geholpen door een vrouw die er zelf prat op gaat dat ze een duister verleden heeft, naar verluidt als duurbetaalde callgirl.

Gibson en Klevin gaan daar slechts heel beperkt op in. En ook de volgende, toch tamelijk prikkelende, uitspraak van Nicole Daedone wordt verder helemaal niet uitgediept: ‘Mijn vader heeft 52 kinderen verkracht en stierf in de gevangenis, maar ik heb nooit gedacht dat hij een slecht mens was’, vertelt ze met een stralende glimlach aan een ongetwijfeld glimmend publiek. ‘Ik kreeg het idee dat hij zo expansief en vierdimensionaal was dat hij zich niet neer kon leggen bij de wetten van de derde dimensie. Dat was zijn enige misdaad. Anderen denken daar misschien anders over.’

Dat zou inderdaad wel eens het geval kunnen zijn, maar daarop richt Orgasm Inc. zich dus niet. De documentaire – vergeef me dit woord: – verlustigt zich liever aan de sappige binnenkant van de sekte die OneTaste (tegenwoordig The Institute of OM genoemd) al snel is geworden. Intussen begint een buitenstaander zich af te vragen hoe ’t toch kan dat al die veelbelovende jonge mensen steeds weer blijven trappen in de gladde praatjes van een geboren verkoper/verkoopster met een in wezen eenvoudige ‘word nu helemaal jezelf’-boodschap.

Het antwoord is zo simpel dat het eveneens in tweeëneenhalve minuut (of een woord of tien) kan worden gegeven: liefde, begrip en aandacht – en daarna: het onthouden daarvan. ‘Ik ben het zo zat om te horen hoe dit zo’n slimme meid nu kon overkomen en hoe ik dit kon laten gebeuren’, stelt één van de voormalige leden heel treffend. ‘Ze beginnen met liefde. Een zogenaamd liefdesbombardement. Ze betrekken je bij de groep en je voelt je speciaal en gewaardeerd. Dan halen ze dat weg en duwen je de afgrond in.’

The Loving Story

Mildred Jeter Loving en Richard Perry Loving worden in 1958 gearresteerd omdat ze het in hun hoofd hebben gehaald om te trouwen. Want dat is een misdaad in de zuidelijke Amerikaanse staat Virginia. Tenminste, als de één zwart en de ander wit is. Het stel is ruim een maand eerder elders in het huwelijk getreden en wordt nu voor straf hun thuisstaat uitgezet. De puurheid van de rassen moet, zo luidt de lokale redenering, koste wat het kost worden beschermd.

Dat de Lovings zijn opgegroeid in een kleine, geïntegreerde gemeenschap, waar nauwelijks iemand opkijkt van hun liefde, doet voor de beslissers ter plaatse niet ter zake. Zij zetten daarmee The Loving Story (77 min.) in gang en zorgen ervoor dat het koppel onderdeel wordt van de (juridische) strijd van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Want hoewel president Lincoln de slavernij bijna honderd jaar eerder afschafte, is de positie van Amerikaanse ‘negroes’, zeker in het oerconservatieve zuiden, nog altijd zeer penibel.

Regisseur Nancy Buirski heeft voor deze documentaire uit 2011 de beschikking gekregen over privéfoto’s en filmmateriaal van de Loving-familie en oude interviews en nieuwsreportages met bouwvakker Richard, een man van weinig woorden, en zijn fijnbesnaarde vrouw Mildred. En ze laat hun familie, vrienden, streekgenoten en advocaten een halve eeuw na dato terugblikken op de tijd dat de Lovings het gesprek van de dag vormen in (Zwart) Amerika.

Toch zoomt deze film nauwelijks in op het persoonlijke relaas van dit bijzondere echtpaar, dat gaat staan voor z’n principes. The Loving Story is eerst en vooral het verhaal van een huwelijk dat wordt ingezet als breekijzer, om via het Amerikaanse hooggerechtshof interraciale relaties legaal te maken – en gelijke rechten voor Afro-Amerikanen af te dwingen. Door die focus op het maatschappelijke verhaal is echte identificatie met de Lovings alleen lastig.

Wat de kwestie voor de echtelieden zelf moet hebben betekend komt beter uit de verf in de gelauwerde speelfilm Loving (2016). Gezamenlijk schetsen de twee producties het complete verhaal van twee doodgewone mensen die, simpelweg door in het huwelijk te treden en vast te houden aan hun positie van man en vrouw, het Amerikaanse ‘project’ een heel klein beetje wisten bij te sturen.

Everything – The Real Thing Story

Een platform was er niet voor bands zoals zij. Groot-Brittannië kende in de jaren zeventig helemaal geen succesvolle zwarte muziekgroepen. En hoewel een voorloper van The Real Thing, genaamd The Chants, een flink duwtje in de rug had gekregen van stadgenoot The Beatles en de vocal harmony-groep zelf ook veel aandacht had getrokken tijdens tournees met de toentertijd populaire zanger en acteur David Essex, was er een wit songschrijversduo nodig om de ban te breken. Ken Gold en Michael Denne leverden You To Me Are Everything, de hitsingle die in 1976 van het kwartet uit Liverpool de eerste zwarte Britse band met een nummer 1-hit maakte.

Het zoetsappige schuifelnummer zou uitgroeien tot een evergreen op bruiloften en partijen en zorgde er meteen voor dat die vier zwarte binken een enorme schare tienerfans kregen. Witte meisjes, ook dat nog. Die het risico liepen om uitgemaakt te worden voor ‘niggerlover’. Met de bandleden, medewerkers, mensen uit hun directe omgeving en bekende fans als Kim Wilde, Gwen Dickey (Rose Royce) en Billy Ocean tekent Simon Sheridan in Everything – The Real Thing Story (94 min.) zonder fratsen de geschiedenis op van de Britse popgroep en het tijdsgewricht waarin die opkwam en ook weer afging, een periode waarin tevens punk de wereld veroverde en extreemrechtse skinheads zich deden gelden in het Verenigd Koninkrijk.

Met het album 4 From 8 en de signatuursong Children Of The Ghetto wist The Real Thing ook nog iets te vertellen over die wereld, over het leven van zwarte jongeren in Britse achterstandswijken in het bijzonder. Zo snel en onstuimig als het succes kwam ebde het getuige deze degelijke popdocu, waarin verteller Jacob Anderson chronologisch de bandgeschiedenis afwerkt, vervolgens ook weer weg. De kern van The Real Thing staat echter nog steeds op het podium, al meer dan 45 jaar. En de meisjes – van middelbare leeftijd inmiddels – zwijmelen nog altijd ongegeneerd weg bij het suikerzoete You To Me Are Everything.

Jimmy Savile: A British Horror Story

Netflix

Hij kan met gemak voor een dorpsgek worden versleten. En dat wordt hij ook: de bekendste dorpsgek van het hele land. Die tevens dienst doet als televisiepresentator, verslaggever, deejay, fondsenwerver en algehele mascotte. Jimmy Savile (1926-2011) is dan misschien een eigenaardige jongen, lijken ze in het Verenigd Koninkrijk te denken, maar het is wel ‘onze’ eigenaardige jongen. Hij wordt razendpopulair. Een volksheld pur sang, die geen kwaad lijkt te kunnen doen.

En dus kan het zomaar gebeuren dat Jimmy, met die boerse kop, tamelijk oenige glimlach en uitzinnige blonde haardos, tijdens zijn carrière van ruim een halve eeuw aan de zijde belandt van grootheden zoals premier Margaret Thatcher, de paus en Lady Di (en tevens een penvriend wordt van haar echtgenoot Charles). ‘Een man van het volk mag onder het volk zijn’, zoals televisiecriticus Mark Lawson het uitdrukt in de tweedelige docu Jimmy Savile: A British Horror Story (170 min.) van Rowan Deacon. Hij laat even een stilte vallen. ‘Daardoor zijn er vreselijke dingen gebeurd.’

Want er zijn al die tijd ook geruchten. Over kleine meisjes. Die kunnen evenwel niet voorkomen dat Savile in 1990 wordt geridderd, de apotheose van het eerste deel van deze documentaire. Daarin is te zien hoe hij met televisieprogramma’s zoals Jimmy’ll Fix It – waarin hij, werkelijk waar!, kinderwensen vervult – en breed uitgemeten vrijwilligerswerk en liefdadigheidsacties uitgroeit tot een publieksfavoriet. Als je al die elementen, met de wijsheid van nu, opnieuw bekijkt, is het vrijwel onmogelijk om níet te zien wat hij ondertussen achter de schermen uitvreet.

Hij maakt er zelf ook gedurig grappen over. Wat voor avonturen heb je beleefd? vraagt een verslaggever hem bijvoorbeeld als hij in de jaren zeventig, voor de camera natuurlijk, een week gaat joggen voor een goed doel. ‘Zoveel avonturen dat mijn zaak donderdag voorkomt in meerdere regio’s’, antwoordt Jimmy Savile. ‘We vertrekken meestal vrij snel als we ergens hebben geslapen. Wanneer alle vriendjes, broers en vader je komen zoeken met geweren, vinden ze alleen een dieselwolk en een oliedruppel.’ Hij kan zulke dingen zeggen, zonder dat iemand er iets van denkt. Enkele gesprekspartners van toen kunnen het nu nauwelijks aanzien.

In het tweede deel van de docu wordt de pleister echt van de collectieve wonde getrokken en komt de volle omvang van het leed dat deze onverbeterlijke kindermisbruiker heeft veroorzaakt in beeld. En ook dan wordt weer pijnlijk duidelijk dat hij er zelf eigenlijk nooit een geheim van heeft gemaakt. ‘Soms help ik de jongens’, vertelt Savile bijvoorbeeld over zijn vrijwilligerswerk in een ziekenhuis te Leeds. ‘En soms, als niemand kijkt, help ik de meiden. We stoeien gewoon wat en ik maak me verdienstelijk als er een patiënt is die mijn specialiteit nodig heeft.’ De verslaggever kan er wel om lachen.

Dat schaapachtige gelach, in alle soorten en maten, is zo mogelijk bijna nog schrijnender dan het misbruik zelf. De sociaal handige Jimmy is alles en iedereen steeds te slim af. Dat is ook de portee van deze geladen productie die zich in tegenstelling tot de meeste seksueel misbruik- of #metoo-documentaires niet op de slachtofferverhalen richt – slechts één misbruikt kind komt aan het woord, tegen het einde van het tweeluik – maar op de manier waarop de pedofiel Savile al die jaren ongestoord zijn gang kan gaan. Niet door een groot complot, zo lijkt het, maar omdat hij nu eenmaal Jimmy is. Een eigenaardige jongen die nooit kwaad in de zin lijkt te hebben.

An Irish Story: This Is My Home

Netflix

Het wereldrecord staat nu op vijftig optredens in vijftig Amerikaanse staten in vijftig dagen. Dat kunnen The Black Donnellys beter. Slogan: ‘60 shows, 50 states, 40 days’. De Ieren weten waarover ze spreken: zanger/songschrijver Dave Rooney en gitarist/mandolinespeler Dave Browne waren tevens betrokken bij het langste optreden aller tijden: 372 uur. En Browne is ook in zijn eentje al eens doorgedrongen tot het Guinness World Records-boek. Hij speelde ooit 114 uur aaneengesloten gitaar.

Daarmee zijn de hoofdrolspelers geïntroduceerd voor een als leutige roadmovie vermomde recordpoging: An Irish Story: This Is My Home(90 min.) van Karl Nickoley. Waarbij de kijker op voorhand al weet: over welke hobbel de mannen zich ook moeten slepen en welke tegenslag ze ook krijgen te verwerken, aan het eind van de rit staat (er) Guinness klaar. Toch? Nádat De Twee Daves, die er allebei smakelijk over kunnen vertellen in de pub, nog een laatste horde hebben genomen, welteverstaan.

Vermindert die voorspelbare afloop – terwijl ik dit typ, is de film pas twintig minuten onderweg – het kijkplezier onderweg? Dat lijkt me een vraag om over een uurtje te beantwoorden. [Uurtje on the road: geen camper, gebroken teen, vulkaanuitbarsting, stemmingswisselingen, geldtekort, een GoFundMe-campagne, toch camperproblemen, tornado, bevlogen ode aan een overleden nicht, opnieuw camperproblemen en geldtekort, andere camper en – altijd en overal – optreden]. Komt ie: niet echt.

Zolang diezelfde kijker – buiten tamelijk obligate bespiegelingen over het muzikantenbestaan, The American Dream en de plek van (Ierse) immigranten in het land van hoop en dromen – geen al te hoge eisen stelt aan zoiets arbitrairs als dieperliggende thematiek en bestand is tegen de Bassie & Adriaan-dynamiek van Rooney en Browne. Dan is An Irish Story gewoon een aardig verhaaltje over getapte jongens die lekker(e) muziek maken en wel/niet (ik weet ‘t inmiddels!) een nieuw wereldrecord vestigen.

Tiger King: The Doc Antle Story

Netflix

Deze spin-off van de bingehit Tiger King (2020) heeft één groot voordeel: hij is al snel beter dan het officiële tweede seizoen, dat een kleine maand geleden verscheen. Elke vorm van entertainment, spanning en humor, die van het eerste seizoen nog een ‘guilty pleasure’ maakte, was uit dat bloedeloze vervolg verdwenen.

Tiger King: The Doc Antle Story (127 min.) richt zich op een bijpersonage uit de oorspronkelijke serie: Bhagavan ‘Doc’ Antle, de grote kattenknuffelaar die zich op zijn eigen olifant door de Myrthle Beach Safari-dierentuin beweegt en het grote voorbeeld is van ‘tijgerkoning’ Joe Exotic (die ditmaal slechts een te verwaarlozen cameo heeft).

De driedelige serie begint verrassend serieus van toon. Geen richtingloze parade van doorgedraaide freaks, kleine criminelen en aandachtsgeilers – al ontbreken ook die niet in deze nieuwe productie van het Eric Goode en Rebecca Chaiklin. Ze worden nu alleen ingezet binnen een min of meer geloofwaardige vertelling.

Die behelst niets minder dan een aanklacht tegen Antle. Hij wordt beschuldigd van wangedrag ten opzichte van vrouwen in het algemeen en misbruik van veel te jonge meisjes in het bijzonder. Dat zou al zijn begonnen tijdens zijn periode in Yogaville, een spiritueel centrum van swami Satchidananda Saraswati, die op dat gebied ook wel van wanten wist.

Daarna vond Kevin Antle, die door zijn goeroe Bhagavan was gedoopt, het tijd voor zijn eigen harem, schaars geklede meisjes die met tijgers en andere grote katachtigen in de weer gingen en zich hem van het lijf moesten zien te houden. In eerste instantie voelt dit vijandige portret dan ook als een typisch #metoo-docu, waarin slachtoffers zich uitspreken over de man die hen misbruikte.

Later volgen er nog beschuldigingen van dierenmishandeling, financiële malversaties, oplichting én moord, zodat de serie toch weer op typisch Tiger King-terrein belandt en daar ook wel behoorlijk ontspoort. Intussen krijgt de beschuldigde, zonder enige twijfel een kwestieus personage, eigenlijk geen serieuze kans om te reageren op alle aantijgingen.

Doc Antle komt weliswaar regelmatig aan het woord, maar daarbij lijkt het toch vooral te gaan om materiaal dat al eerder is opgenomen, waarschijnlijk voor de oorspronkelijke Tiger King-serie (waarvan hij zich in een eerder stadium overigens ook al heeft gedistantieerd). Doc Antle’s ‘story’ krijgt daardoor het karakter van een vakkundige lynchpartij. Uiteindelijk dus toch typisch Tiger King.

Trial In The Outback: The Lindy Chamberlain Story

‘The dingo’s got my baby!’ Die ene zin zou de geschiedenis ingaan en meteen het lot van Lindy Chamberlain-Creighton bezegelen. De Australische vrouw was in 1980 met haar man Michael en hun kinderen aan het kamperen in het rotsachtige Uluru-gebied. En toen zou er dus een verwilderde hond zijn gekomen, die haar jongste dochtertje Azaria meenam. Het kind, negen weken oud, werd nooit meer gezien. In de tent bleef wel bloed achter. Even verderop werd een jumpsuit aangetroffen.

De tragische gebeurtenis, onder de noemer A Cry In The Dark verfilmd met Meryl Streep en Sam Neill (die tevens de voice-over voor deze docu verzorgt) veroorzaakte een enorme mediahype en zou uitmonden in een eindeloze stroom complottheorieën. Die smolten uiteindelijk samen tot één enkel uitgangspunt: Lindy, inmiddels de meest gehate vrouw van haar land, had haar eigen kind vermoord. Uitroepteken. Een jaar later werd ze officieel aangeklaagd. De veroordeling volgde snel: Azaria’s moeder, inmiddels alweer zwanger van een dochtertje, verdween levenslang achter slot en grendel.

Iedereen had kunnen bedenken dat dit een gerechtelijke dwaling moest zijn, zo betoogt Trial In The Outback: The Lindy Chamberlain Story (148 min.), waarin de hoofdpersoon, haar kinderen en talloze betrokkenen veertig jaar na dato hun verhaal doen. Ontlastende verklaringen en bewijzen waren er volop, waaronder berichten over aanvallen van zeer agressieve dingo’s in dezelfde omgeving. Maar Barbertje, lid van een sowieso al gewantrouwde kerkgemeenschap, moest hangen. Enne… ‘the dingo was framed’.

Hoewel dit drama zich begin jaren tachtig afspeelde, voelt deze tweedelige documentaire opvallend actueel. Nuchter legt regisseur Mark Joffe allerlei mechanismen bloot, die we wellicht eerder associëren met het huidige tijdsgewricht, van nepnieuws, wappies en trial by social media. De zaak Azaria Chamberlain, die ook onmiskenbaar gelijkenissen vertoont met de dramatische verdwijning van de Britse peuter Madeleine McCann, toont evenwel aan dat een blind volksgericht van alle tijden is en echt geen algoritmen nodig heeft.

Trailer Trial In The Outback: The Lindy Chamberlain Story

Jimmy Is Punk – The Story Of Panic

Veroorzaken zij nu die kolkende massa in de zaal? Of was deze energie er allang en mogen zij ermee vandoor gaan? Feit is dat alle remmen losgaan op die derde mei van 1978 in zaal Kunstmin te Gouda. Springen, beuken, dansen is het parool van de uitzinnige meute. Vuist in de lucht, spuiten met bier en alles wat je in je handen krijgt linea recta naar het podium smijten.

Waar de Amsterdamse punkband Panic, die over niet al te lange tijd de pijp aan Maarten zal geven, het beest berijdt alsof het nu al de allerlaatste keer is. Een professionele cameraploeg is ingehuurd om dat voor het nageslacht – jongelui die die hele punkbeweging niet hebben meegekregen of ouwelui die het sowieso nooit zullen begrijpen – te vereeuwigen.

Natuurlijk wordt er na een stief half uur, als de groep met Requiem For Martin Heidegger zijn grootste ‘hit’ heeft afgeleverd, ‘we want more’ geschreeuwd. Panics boomlange zanger Peter Penthouse heeft bovendien een brandblusser gevonden om de feestvreugde te vergroten. Waarna ’t echt een puinzooi wordt. De tent wordt, bijna letterlijk, afgebroken.

Een medewerkster van de zaal wil daarover wel eens een hartig woordje wisselen met de bandleden. Na een stevige woordenwisseling neemt zanger Peter, die inmiddels normale kleding heeft aangetrokken over zijn speedo, met haar de schade op. Het gaat naar verluidt om zo’n drieduizend gulden, die door de verzekering (!) van de band zal worden opgehoest.

Die ene avond in een Zuid-Hollands jeugdhonk, waar zo nu en dan slim het geluid van Panic-platen onder is gemixt, vormt het hart van Jimmy Is Punk – The Story Of Panic (51 min.). Dat verhaal heeft verder niet al te veel om het lijf. Regisseur Duco Donk geeft het concert, met een punky voice-over van Louise Dunne, nog een mythische proloog en epiloog. Dat is het wel zo’n beetje.

Volgens de humorvolle aftiteling zou één van de figuranten in de film overigens als IKON-journalist worden vermoord in El Salvador, ging een ander gitaar spelen in Doe Maar en zou een derde als blowende dichter in zijn eigen rook op gaan. Waarvan akte.

Long Hot Summers – The Story Of The Style Council

The Jam is dood, lang leve The Style Council. Toen zanger en songschrijver Paul Weller begin jaren tachtig klaar was met de melodieuze punkband die hem enkele jaren daarvoor had gebombardeerd tot belangrijke vaandeldrager van de Britse muziek, was hij klaar voor een meer volwassen benadering. Op het drielandenpunt tussen pop, soul en jazz. Dat was even slikken voor de fans die hem na klassiekers als Town Called Malice en Going Underground in de armen hadden gesloten.

En toch – de goede verstaander voelt hem al aankomen; waarom zouden ze anders een kleine 35 jaar later een documentaire maken over de band? – kwam het nog goed met The Style Council. Met zichtbaar plezier blikken Weller en zijn voormalige bandmaten in Long Hot Summers – The Story Of The Style Council (74 min.) op de tropenjaren die zouden volgen. Het gezoek in de beginperiode, alle verplichte pieken en dalen en het einde van de band dat zich te langen leste onvermijdelijk aandient.

Zulke popdocu’s staan of vallen met de houdbaarheid van de muziek (lekkere hits en clips genoeg), de hoeveelheid smeuïge anekdotes (ruim voldoende; zo noemt Weller de liefdadigheidssingle van Band Aid, waaraan hij met zichtbare tegenzin meewerkte, bijvoorbeeld ‘vreselijk’) en de kwaliteit van de opgevoerde celebrities die de loftrompet over de groep mogen steken (behoorlijk: Culture Club-zanger Boy George, acteur Martin Freeman en singer-songwriter Billy Bragg).

Waarbij moet worden aangetekend dat The Style Council veel politieker was dan de soepele sound deed vermoeden en dat daarvoor vanzelfsprekend ook plek is ingeruimd in dit bandportret van Lee Cogswell. Dat is uiteindelijk een vermakelijke film geworden over een groep die tot de blikvangers van de eighties mag worden gerekend. Totdat de rek er echt uit was en het tijd werd voor: The Style Council is dood, leve Paul Weller!

Long Hot Summers – The Story Of The Style Council is hier te bekijken.

De Gert & Hermien Story

De twee hoofdrolspelers zijn inmiddels overleden. Gert Timmerman verwisselde in 2017 het tijdelijke voor het eeuwige. Zijn voormalige echtgenote Hermien van der Weijde ging veertien jaar eerder hemelen.

Als het artiestenduo Gert en Hermien hadden ze een lange en veelbewogen carrière. Terwijl Amsterdam in mei 1969 nog bijkwam van de befaamde Maagdenhuisbezetting, gaven zij bijvoorbeeld het allereerste Nederlandse stadionconcert. Het leidde volgens hun producer Eddy Ouwens tot krantenkoppen als: ‘File in Amsterdam in verband met het concert van Gert en Hermien in het Olympisch Stadion’. De twee hadden toen al een tiental gouden platen op hun palmares staan. Ouwens: ‘Terwijl ze dus, als je de harde waarheid neemt, vijftien of twintig jaar later nog geen café vulden.’

Want samen gingen ze over hoge toppen en door diepe dalen. Zakelijk én privé. Gert en Hermien hadden ogenschijnlijk zo’n perfect huwelijk dat eigenlijk niemand het kon geloven. Thuis vlogen in werkelijkheid de asbakken regelmatig door de kamers, vertelt dochter Sandra Timmerman in De Gert & Hermien Story (106 min.). Het zou, na 35 jaar, zowaar tot een in de roddelbladen breed uitgemeten echtscheiding komen. Met die informatie in het achterhoofd is Hermiens ongemak in zowat elke afzonderlijke scène te zien. Alleen op het podium weet ze de schijn behoorlijk op te houden. Gert is intussen gewoon zijn roestvrijstalen zelf, inclusief kamerbrede glimlach.

Hoewel er ook andere mensen uit de directe entourage van het koppel aan het woord komen in deze documentaire van Hans Heijnen, is dit toch eerst en vooral het verhaal van dochter Sandra Timmerman, die eerder al een theatervoorstelling en boek wijdde aan haar leven als kind van Gert en Hermien. Het zal haar ongetwijfeld niet in dank worden afgenomen door zus Sheila, met wie ze (daarom) al enige tijd gebrouilleerd is. Ook broer Gert Jr., die enkele jaren geleden op een bijzonder ongemakkelijke manier in het nieuws kwam, ontbreekt in dit tamelijk scandaleuze portret.

Rond Gert en Hermien zijn desondanks, hoe godvruchtig ze jarenlang ook voor de dag probeerden te komen, genoeg smeuïge verhalen te vinden. Over huiselijk geweld, geldproblemen, een pornoplaat, flirten met drank en drugs, Playboy-dochters én incest. Want diezelfde Sandra stelt ook dat haar vader zich aan haar heeft vergrepen. Had Gert daarna God nodig? Feit is dat hij even later volledig in de Here raakte, volgens eigen zeggen letterlijk na een donderslag bij heldere hemel. Die ervoer Gert als een teken van boven. Het zou tot een langdurige evangelische episode van het roemruchte duo leiden.

Zo gebeurt er altijd wel wat in het leven van het duo, dat tot elkaar veroordeeld was en – vanwege die ene enorme hit, Alle Duiven Op De Dam – ook nog wel even zal blijven. Het laatste woord in dit dubbelportret is wederom voor hun oudste dochter Sandra, die gaandeweg vervreemd was geraakt van haar vader en door Heijnen toch nog eenmaal met hem wordt geconfronteerd. Ze kan het nauwelijks aanzien. Zoals ook menige kijker zich zal afvragen of dat ongemakkelijke slotakkoord niet beter achterwege had kunnen blijven in deze vermakelijke tv-film.

Boogie Man: The Lee Atwater Story

Zijn naam blijft voor altijd verbonden aan die van Willie Horton. De zwarte Amerikaan heette in werkelijkheid William Horton, maar Willie klonk nu eenmaal gevaarlijker. Zoals het beleid om weekendverlof te geven aan gedetineerden ook niet afkomstig was van de Democratische gouverneur van Massachusetts Michael Dukakis, maar van één van diens voorgangers, Francis Sargent, een Republikein nota bene.

Voor Lee Atwater (1951-1991), de spin doctor van de Republikein George H. Bush, was dat in 1988 echter helemaal geen beletsel: presidentskandidaat Dukakis werd persoonlijk verantwoordelijk gesteld voor de roofoverval, gewelddaden en verkrachting die de archetypische boze zwarte man ‘Willie’ pleegde tijdens zijn verlof. ‘Tegen de tijd dat wij klaar zijn’, pochte Atwater toentertijd zonder enige vorm van schaamte, ‘denken mensen dat Willie Horton de running mate van Dukakis is.’

De beruchte racistische campagnespot zou een sleutelrol spelen in de verkiezing van zijn baas tot president van de Verenigde Staten. Hoewel Lee Atwater ook een rol(letje) zou spelen bij andere Republikeinse presidenten zoals Nixon, Reagan en Bush Jr., stellen vrienden, collega’s en opponenten in Boogie Man: The Lee Atwater Story (88 min.) dat hij eigenlijk helemaal geen zwaar doortimmerd conservatief gedachtengoed had. De politieke profi uit South Carolina had maar één ideaal: winnen. Ten koste van alles en iedereen, waaronder hijzelf.

In dat verband bevond de man met ‘the eyes of a killer’ zich voortdurend in goed gezelschap, kerels die nog altijd met liefde en plezier over Atwater vertellen: Ed Rollins (een belangrijke politieke adviseur van het Republikeinse icoon Reagan en tevens de leermeester van Atwater, die hem een mes in zijn rug zou steken), Karl Rove (Atwaters voormalige rechterhand en de mannetjesmaker van George W. Bush) en Roger Stone (Donald Trumps dirty trickster). Om de huidige Republikeinse partij te kunnen begrijpen, is kennis van de persoon, tacticus en straatvechter Lee Atwater eigenlijk onontbeerlijk.

Dit traditioneel opgebouwde portret van Stefan Forbes uit 2008 belicht weliswaar ’s mans getraumatiseerde jeugd, zijn affiliatie met de opper-segregationist Strom Thurmond en die opmerkelijke voorliefde voor de bluesgitaar, maar concentreert zich natuurlijk vooral op het centrale verhaal van Atwaters carrière: de presidentscampagne van ‘88. En daarbij komen zowaar ook Bush’ grote tegenstrever Michael Dukakis en zijn echtgenote Kitty aan het woord. Zij werden voor het leven getekend door de vuile trucs van ‘de Amerikaanse Machiavelli’.

Uiteindelijk zouden de malicieuze aantijgingen ook Lee Atwater zelf inhalen. Een typisch geval van boontje komt om zijn loontje. Toen de spin doctor par excellence als dertiger terminaal ziek werd en toch nog wroeging leek te krijgen, bleek hij zich niet meer los te kunnen maken van zijn eigen creatie: Willie Horton was een toonbeeld geworden van racisme in de Amerikaanse politiek en Atwater ging de herinnering in als de gewetenloze instigator daarvan.

Etgar Keret – Een Waargebeurd Verhaal

NTR

Als nou één man in zijn fantasie leeft, dan is het de Israëlische schrijver Etgar Keret. In zijn korte verhalen kan alles – en gebeurt dat ook. Hij is altijd goed voor een (uitbundige) lach en, dat ook, hier en daar een traan. Zo’n man verdient geen bloedserieuze auteursdocumentaire, waarin met gefronste wenkbrauwen zijn oeuvre tot achter de komma wordt uitgeplozen op persoonlijke thematiek, verborgen motieven en, yuk!, inspiratiebronnen. Saaaaai!

Die kwalificatie is gelukkig met geen mogelijkheid van toepassing op Etgar Keret – Een Waargebeurd Verhaal (54 min.), een Nederlandse film waar de makerslol werkelijk vanaf spat – en dan zit het met de kijkerslol meestal ook wel goed. Net als in het werk van hun protagonist laten Stephane Kaas en Rutger Lemm in hun joyeuze portret van de geboren verhalenverteller de verbeelding aan de macht. Feit en fictie raken volledig met elkaar verstrikt. Net als documentaire, speelfilm en animatie. Samen met Keret liegen ze de waarheid.

Nadeel daarvan, zou je met een zure blik kunnen constateren, is dat geen verhaal in deze documentaire helemaal is te vertrouwen. Maakte één van Etgars beste vrienden echt een einde aan zijn leven tijdens hun gezamenlijke diensttijd? En hebben zijn ouders elkaar werkelijk ontmoet toen hij zich voordeed als agent en haar contactgegevens noteerde? Hetzelfde geldt trouwens ook voor het relaas van Kaas en Lemm zelf: zijn zij onderweg naar hun held serieus staande gehouden door een Israëlische douaneambtenaar omdat hij de reden van hun reis, ‘shoot’ a documentary, niet vertrouwde?

Goede verhalen moet je natuurlijk niet dood checken. Ze zijn volgens Keret ook vooral bedoeld als reclame voor het leven. Omdat het dat blijkbaar (nog) nodig heeft. Deze documentaire uit 2017, die zowaar werd bekroond met een Emmy Award, is niets minder dan reclame voor het vertellen van die verhalen. Met bravoure, gevoel voor de absurditeit van het bestaan én – hoewel de ondertoon bij Keret stiekem behoorlijk zwaarmoedig is – een overdosis joie de vivre.

Etgar Keret – Een Waargebeurd Verhaal is hier te bekijken.

Biggie: I Got A Story To Tell

Netflix

‘Fuck the world, fuck my moms and my girl’, rapte Christopher ‘Biggie’ Wallace in het titelnummer van zijn debuutalbum Ready To Die (1994). ‘My life is played out like a jheri curl. I’m ready to die.’ Zijn producer Easy Mo Bee kan zich nog goed herinneren hoe de zwaarlijvige rapper na afloop uit het opnamehokje stapte. ‘Weet je dat je zei: fuck je moeder?’ vroeg hij hem verbaasd. ‘Hij antwoordde dat hij niet klaar was om te sterven. Het was gewoon hoe hij zich voelde. Hoe serieus het destijds was voor hem.’

Christopher Wallace, die zichzelf gaandeweg The Notorious B.I.G. ging noemen, vult zelf aan: ‘Als ik dood was, zou ik me nergens meer zorgen over maken. Ik kon gewoon rusten. In de hemel of in de hel.’ Niet veel later zou de New Yorkse rapper inderdaad in het hiernamaals terechtkomen. Op 9 maart 1997, op slechts 24-jarige leeftijd, werd hij neergeschoten. Als tweede prominente slachtoffer van de ‘oorlog’ tussen hiphoppers van de Amerikaanse west- en oostkust, die eerder al zijn Californische tegenpool Tupac Shakur het leven had gekost.

Regisseur Emmett Malloy besteedt in Biggie: I Got A Story To Tell (98 min.) relatief weinig aandacht aan die volledig uit de hand gelopen rivaliteit, maar richt zich vooral op Wallace’s jeugd als kind van een alleenstaande lerares uit Jamaica, dagelijkse werk als dealer in Brooklyn en opkomst als rapper met meer dan genoeg ‘street credibility’. Een uitgesproken troef daarbij ís het beeldmateriaal van zijn vriend Damion ‘D Roc’ Butler. Hij hield al die jaren een videodagboek bij en voorziet dat nu van commentaar. In een T-shirt met daarop de tekst ‘ready to live’.

Met de gastenlijst van deze film is verder weinig mis: behalve jeugd- en straatvrienden, een bevriende hiphopjournalist en zijn producer Puff Daddy worden ook Biggies moeder Voletta, echtgenote Faith Evans en Jamaicaanse oom Dave en 96-jarige oma Gwendolyn opgevoerd. Zij geven dit gedegen portret, waarin de straffe songteksten van de rapper prominent in beeld worden gebracht, sjeu en kunnen bovendien Biggies opkomst van binnenuit schetsen. Zodat de hiphopheld, die de tijd niet kreeg om de straat in te ruilen voor een blingbling-villa, weer even tot leven komt.

Zoals dat gaat: ready to live, destined to die.