Gedwongen Geloften

BNNVARA / maandag 30 maart, om 21.20 uur, op NPO3

Het onzegbare is misschien nog wel uit te spreken, maar hoe breng je dit dan in beeld? Roxanne Herder en Eva Strating hebben voor Gedwongen Geloften (53 min.), hun documentaire over Nederlandse vrouwen die werden gedwongen om te trouwen en/of getrouwd te blijven, een creatieve oplossing gevonden: ze introduceren enkele jonge actrices die eerst via een koptelefoon het persoonlijke verhaal van een slachtoffer beluisteren en dit daarna zelf, vanuit een neutraal ingerichte kamer, uitspelen voor de camera.

Zo werd ‘Sarah’ door haar ouders verplicht om naar Somalië te gaan, om daar met een oom te trouwen. Die zou dan ook een Nederlands paspoort krijgen. ‘Nadia’ werd in Afghanistan voor 10.000 dollar verkocht. Haar paspoort werd afgepakt, de beoogde echtgenoot ontmoette ze pas op de huwelijksdag. En ‘Zainab’, die in Nederland een vriendje had gekregen, dreigde door haar familie naar Turkije te worden gebracht, zodat haar vader haar daar kon uithuwelijken. Bij een supermarkt in Bulgarije sloeg ze op de vlucht.

Behalve Nederlandse vrouwen van buitenlandse komaf, met een islamitische achtergrond, introduceren Herder en Strating ook ‘Deborah’, een vrouw die opgroeide in een zwaar gereformeerde omgeving. Toen haar huwelijk uitmondde in huiselijk en seksueel geweld, wilde zij zich daarvan losmaken. Als dochter van een dominee was een echtscheiding echter niet aan de orde. En hoewel haar echtgenoot later werd veroordeeld, was het toch Deborah die door haar gemeenschap als de dader werd aangemerkt.

Hun tragische verhalen worden in deze indringende film ingekaderd door de Pakistaans-Nederlandse mensenrechtenactiviste Shirin Musa, die de vrouwen op alle mogelijke manieren bijstaat en die zich met haar organisatie Femmes For Freedom sterk maakt voor hen. Ze ijvert bijvoorbeeld voor de zogeheten ‘dochterregeling’, zodat voormalige (kind)bruiden die hier zijn opgegroeid en tijdens een gedwongen verblijf in het buitenland hun nationaliteit en verblijfsrecht zijn kwijtgeraakt, weer kunnen terugkeren naar Nederland.

Musa kent de problematiek van binnenuit. Haar betrokkenheid is volgens eigen zeggen ontstaan ‘vanuit persoonlijke wanhoop en groot verdriet’. Zij weet dus hoe belangrijk ‘t is om een bondgenoot te vinden, liefst ook in de Nederlandse overheid, en om een stem te krijgen als je mensenrechten met voeten worden getreden.

The London Railway Murders

Videoland

De nacht is van ons, scanderen Londense vrouwen halverwege de jaren tachtig. De ‘Women Against Rape’ zijn de straat opgegaan om aandacht te vragen voor een serieverkrachter die nu al enkele jaren huishoudt in hun stad. Deze ‘Railway Rapist’ attaqueert zijn slachtoffers in de buurt van treinstations. Er worden inmiddels ruim twintig aanvallen aan hem toegeschreven. Al snel blijkt dezelfde man ook in verband te kunnen worden gebracht met de moorden op de jonge vrouw Alison Day en een vijftienjarig Nederlands meisje, Maartje Tamboezer.

De politie stuit op een verdachte, John Francis Duffy, die op basis van zijn kille ‘laserogen’ ook kan worden geïdentificeerd door slachtoffers. Hij wordt in 1988 daadwerkelijk veroordeeld. Tot een levenslange gevangenisstraf. Case closed, zo lijkt het. Tien jaar later wordt de Britse rechercheur Caroline Murphy echter geconfronteerd met een aantal verkrachtingszaken in Hampstead Heath, die toch wel heel erg aan Duffy doen denken. Zit hij nog steeds in de zwaarbewaakte Whitemoor-gevangenis? Of is er misschien een ‘copycat’ of handlanger actief geworden?

In de tweedelige true crime-docu The London Railway Murders (90 min.) ontleedt Naomi Pallas de twee reeksen misdrijven en bekijkt samen met de betrokken politiemensen en enkele deskundigen of die misschien gerelateerd zijn. Daarbij hebben ze in 1998 een nieuw bewijsmiddel tot hun beschikking: DNA. En Duffy zelf kan eveneens worden gebruikt als een belangrijke informatiebron. Óók in deze gedegen vertelling, die steeds op en neer springt tussen de oorspronkelijke verkrachtingen en moorden in de jaren tachtig en de heropening van het onderzoek daarnaar, ruim tien jaar later.

En dat behelst óók het opnieuw benaderen van slachtoffers van vreselijk seksueel geweld, voor wie ook de aangifte bij de politie en de argwaan waarmee ze toen zijn benaderd soms traumatiserend heeft gewerkt.

Silenced

Stranger Than Fiction Films

In The Six Billion Dollar Man, de definitieve film over WikiLeaks-voorman Julian Assange, claimt ze al één van de belangrijkste bijrollen als verteller en Assanges steun en toeverlaat in zijn jarenlange juridische gevecht. Nu is de Australische mensenrechtenadvocate Jennifer Robinson onbetwist de centrale figuur van de documentaire, Silenced (97 min.). Ook ditmaal blijft ze echter dienstbaar aan een groter thema: seksueel geweld tegen vrouwen – en dan in het bijzonder hoe vrouwen door (misbruik van) het rechtssysteem het zwijgen wordt opgelegd.

Filmmaker Selina Miles volgt Robinson als ze de Amerikaanse actrice Amber Heard bijstaat. Zij is in een geruchtmakende rechtszaak over (vermeend) huiselijk geweld verwikkeld geraakt met haar ex Johnny Depp. De bijbehorende mediastorm wordt gekenmerkt door een enorme Amber-haat, bijvoorbeeld vervat in wijd verspreide billboards met de tekst ‘Ditch the witch’. En die zou wel eens het gevolg kunnen zijn van een gerichte online-campagne om haar zwart te maken. Een schoolvoorbeeld van ‘victim blaming’, aldus Robinson en Heard zelf.

Vanuit deze aansprekende casus maakt Miles uitstapjes naar andere zaken, waarbij vrouwen juridisch in het nauw worden gedreven door mannen die ze hebben beschuldigd. In Mexico wordt journaliste Catalina Ruiz-Navarro van het online-magazine Volcánicas bijvoorbeeld aangeklaagd, omdat ze heeft gepubliceerd over #metoo-klachten tegen de Colombiaanse filmmaker Ciro Guerra. Ook politiek medewerker Brittany Higgins moet in Australië voor de rechter verschijnen nadat ze haar collega Bruce Lehrmann heeft beschuldigd van verkrachting.

Vrouwen zoals zij worden intussen publiekelijk met pek en veren overgoten. Pure misogynie. En bepaald geen toeval, aldus onderzoeksjournalist Alexi Mostrous van The Observer, maker van de podcast Who Trolled Amber?. Vijftig procent van de negatieve tweets over Heard is bijvoorbeeld afkomstig van verdachte bronnen. Een vuile oorlog die zich vervolgens heeft herhaald in de zaak waarin Blake Lively haar tegenspeler Justin Baldoni, bijgestaan door dezelfde public relations-deskundige als Johnny Depp, beschuldigde van wangedrag op de filmset van It Ends With Us.

Jennifer Robinson, die het thema van geweld tegen vrouwen ook kent vanuit haar eigen familie, brengt Amber Heard, Catalina Ruiz-Navarro en Brittany Higgins samen in deze film. Selina Miles maakt zo meteen de stand van zaken op in het dossier #metoo, een kleine tien jaar nadat dit werd opgestart met beschuldigingen aan het adres van filmproducent Harvey Weinstein. Alles overziend, met ook de geruchtmakende zaken rond de gebroeders Tate en het Franse misbruikslachtoffer Gisèle Pelicot in het achterhoofd, is het de vraag of er in die tijd werkelijk vooruitgang is geboekt.

Deze bewogen film, gebaseerd op het boek How Many More Women? dat Robinson schreeft met Keina Yoshida, schetst in elk geval geen rooskleurig beeld.

Twisted Yoga

Apple TV+

Als Ashleigh Freckleton zich inschrijft voor een yogazomerkamp in de Roemeense badplaats Costineşti – waar speciale technieken voor vrouwen worden onderwezen, ideaal voor hun transformatie – wordt ze geacht om een foto in bikini mee te sturen. Bij aankomst moet de jonge Australische vrouw bovendien op de Bijbel zweren dat ze alles wat daar gebeurt geheim zal houden. Ze vragen haar ook om de simkaart van haar mobiele telefoon in te leveren. Tot besluit wordt ‘Ash’ naakt gefotografeerd, zodat alvast haar aura kan worden gecheckt.

Het vervolg laat zich raden. En dit behelst, zo zal natuurlijk al snel blijken in Twisted Yoga (137 min.) verdacht weinig spirituele bevrijding. De vrouwen participeren nog wel in de techniek Het Gouden Elixer: na het bedrijven van de liefde, het ‘opladen’, wisselen de geliefde ook hun urine uit. ‘Dat is de ultieme verbinding en nabijheid’, zegt Ashleigh met droge ogen. ‘Want je drinkt en belichaamt de kwaliteiten van je partner.’ Ze heeft daarna echter weinig zin in de follow-up – die lijkt verdacht veel op een orgie – en ervaart een blokkade om daadwerkelijk te participeren in ‘sexual activity for the purpose of accelerating spiritual evolution’. Ash: ‘Ik zou hebben gewild dat ik dit ook wilde.’

De naam van de, natuurlijk, man achter deze vrijgevochten beweging/sekte/bende, Gregorian Bivolaru, is dan nog alleen zijdelings aan de orde gekomen. Pas in de tweede aflevering van deze driedelige serie van Rowan Deacon komt de werkwijze van de goeroe zelf beter in beeld, te beginnen met zijn initiaties van nieuwe leden. Samen met hun gids gaan zij een berg beklimmen, met de liefdesgod Shiva aan de top. Het spirituele pad naar seksueel misbruik, mensenhandel en georganiseerde misdaad ligt dan meteen wijd open. Waarna in deze netjes opgedeelde miniserie alleen nog het antwoord rest op de elementaire vraag: wie is de man achter deze schimmige bedoening?

Die informatie bewaart Deacon voor de slotaflevering van deze met spirituele beelden, kaarslicht en licht erotische poses aangeklede miniserie. De wortels van de meester liggen in het communistische Roemenië, waar yoga verboden is en hijzelf vanwege zijn afwijkende voorkeuren al snel de aandacht trekt van de Securitate, de binnenlandse veiligheidsdienst. Met De Roemeense Revolutie, die in 1989 een einde maakt aan Ceausescu’s communistische dictatuur, breekt echter ook voor Bivolaro, die overigens niet participeert in deze productie en alle beschuldigingen ontkent, een periode van vrijheid aan. En die zal vrouwen zoals Ashleigh Freckleton nog flink opbreken.

Zij zetten de toon in Twisted Yoga met schrijnende ervaringsverhalen die al talloze malen eerder, in documentaires over andere sektes, zijn verteld – maar blijkbaar nog altijd niet vaak genoeg.

En Ven, En Morder

Netflix

Het zijn mensen uit de directe omgeving van de moordenaar die nu zijn tragische geschiedenis uit de doeken doen. Elke aflevering van deze driedelige true crime-serie van Christian Dyekjær heeft een andere verteller. Een meisje uit de Deense vriendengroep had zich nooit kunnen voorstellen dat één van hen verantwoordelijk zou kunnen zijn voor de verdwijning van een zeventienjarige studente, die de regio West-Seeland jarenlang in z’n greep zou houden. De geliefde van zijn beste vriend was blij dat hij eindelijk een eigen huis kreeg, maar zag verder geen kwaad in hem. En die beste vriend dacht, totdat het tegendeel op pijnlijke wijze werd bewezen, dat hij zelfs aseksueel was.

Toen de studente – die net als ’s mans andere slachtoffers door Dyekjær is geanonimiseerd – op 10 juli 2016 niet verscheen bij de repetities van het kerkkoor, gingen direct alle alarmbellen af in het Deense stadje Korsør. Jane Valsted, zelf moeder van drie kinderen, vertelt in En Ven, En Morder (internationale titel: A Friend, A Murderer, 127 min.) hoe ze meteen een grootschalige zoekactie opzette. Later, veel later, toen helder werd wat het meisje was overkomen, zou zij ook de onvermijdelijke stille tocht organiseren. De plaatselijke pastor Anna Helleberg Kluge probeerde zich intussen te ontfermen over het verdriet en ongeloof binnen de gemeenschap – en zichzelf.

En in die vriendenkring vochten angst en ongeloof om voorrang. Kon je als meisje nog wel veilig over straat? Die vraag had nooit eerder op tafel gelegen, maar domineerde nu elk gesprek. Ze hadden er geen idee van dat het gevaar zich in eigen kring bevond, letterlijk aan tafel zat. Wanneer dat zich in de slotaflevering begint af te tekenen, laat ook deze miniserie zijn ware gezicht zien. Dan wordt En Ven, En Morder méér dan de zoveelste true crime-productie over de jacht op een onbekende man, die een spoor van vernieling trekt door de levens van nietsvermoedende jonge vrouwen en hun directe omgeving. Een dader die vooral zo snel mogelijk in de kraag moet worden gegrepen.

Christian Dyekjær richt zich in deze slim opgebouwde miniserie ook nadrukkelijk op het andere trauma dat zo’n man veroorzaakt: de schaamte, het verdriet en de schuldgevoelens die hij achterlaat bij zijn directe omgeving. Die in hem een vriend zagen, misschien wel hun allerbeste. Die door hem, doordat hij zijn slachtoffers ook in hun omgeving zocht, bijna medeplichtig werden gemaakt. Wie zijn zij zonder hem – en door hem geworden? Hoe zien zij hun toekomst, als vriend van een moordenaar?

The Girl Who Caught A Killer

Videoland

De zaak is zo klaar als een klontje. Als de zevenjarige Rachael Watts uit de Britse stad Brighton in februari 1990 wordt ontvoerd door een onbekende man en vervolgens door hem voor dood wordt achtergelaten, kan er volgens de hele omgeving maar één mogelijke dader zijn: Russell Bishop, de kerel die vier jaar eerder ook al werd verdacht van de moord op twee negenjarige buurmeisjes, Nicola Fellows en Karen Hadaway.

Bij de zogeheten ‘Babes in the wood’-moorden wist de 21-jarige dakdekker – volgens een psychiater die hem onderzocht een klassieke ‘predator paedophile’ – de dans nog te ontspringen. Nu gaat hij echter alsnog voor de bijl. Rachael pikt hem er meteen tussenuit in een line-up. Het Britse meisje is dan in de overtuiging dat Bishop haar naam helemaal niet kent en dat haar anonimiteit ook voor de toekomst is gewaarborgd.

In de tweedelige docu The Girl Who Caught A Killer (115 min.) blikken Rachael en haar ouders terug op het trauma dat hun hele leven heeft bepaald. Tegelijk wil Nicola’s moeder nog altijd dat de moorden op haar dochter en haar vriendinnetje Karen worden opgelost. Daarvoor is nooit iemand veroordeeld. Als gevolg van de Double Jeopardy-wet kan een verdachte ook niet tweemaal worden berecht voor hetzelfde misdrijf.

Het is niet vreemd dat Bishop nog altijd als voornaamste verdachte voor de dubbele kindermoord geldt. Het leek alsof hij zichzelf verraadde tijdens de oorspronkelijke zoektocht naar de vermiste meisjes in 1986, waaraan hij destijds uit eigen initiatief deelnam. ‘Als ik ze vind en ze zijn dood’, zei hij tegen politieman Paul Smith, ‘dan pakken ze mij ervoor.’ Politie en justitie hebben de zaak tegen hem echter nooit rond gekregen.

Regisseur Tanya Stephan pelt de geruchtmakende (bijna-)moorden – strafbare feiten die zich hebben afgespeeld in een tijd waarin DNA nog niet kan worden ingezet als bewijsmateriaal – kalm en methodisch af. Daarbij stuit ze ook op een ingetrokken getuigenverklaring, die nog altijd serieuze vragen oproept, en breed in de Britse schandaalpers uitgemeten beschuldigingen aan een ander adres. Zou er dan toch een andere dader kunnen zijn?

Intussen blijkt er toch bruikbaar genetisch materiaal te zijn veiliggesteld op de plaatsen delict. Mogen zulke dadersporen nu alsnog worden ingezet? Terwijl deze kwestie zich verder ontwikkelt, zoomt Stephan in op de levens van de slachtoffers, die bijna veertig jaar na dato nog altijd gedomineerd worden door het trauma. Hoewel de zaak in hun hoofd allang is afgerond, is dat in werkelijkheid zeker nog niet het geval.

Kidnapped: Elizabeth Smart

Netflix

Als de veertienjarige Elizabeth Smart op 5 juni 2002 door een onbekende wordt ontvoerd uit haar eigen slaapkamer in de chique wijk Federal Heights in de Amerikaanse stad Salt Lake City, is er maar één getuige: haar jongere zus Mary Katherine.

‘Als je schreeuwt, schiet ik je neer’, zou de ontvoerder tegen Elizabeth hebben gezegd, volgens de verklaring van het negenjarige meisje bij de politie. ‘Anders doe ik je niets.’ Of ze de stem van de man herkende, wil de agent weten. ‘Ja’, zegt Mary Katherine bedremmeld. Daarmee richt ze, zonder dat ze het zelf doorheeft, de aandacht van de politie op haar eigen familie. En dan blijkt dat het huisalarm die avond toevallig was uitgeschakeld en dat het slaapkamerraam van de zussen helemaal geen braaksporen bevat. Rechercheurs bijten zich dus vast in Elizabeths directe familieleden.

Ruim twintig jaar later kijken Mary Katherine Smart, vader Ed, diens broers Dave en Tom én het slachtoffer zelf in de true crime-docu Kidnapped: Elizabeth Smart (91 min.) terug op wat er zich destijds heeft voltrokken in Salt Lake City, de hoofdstad van de Amerikaanse staat Utah en de Mormoonse Kerk die daar zetelt. In een tragische geschiedenis die onvermijdelijk doet denken aan de geruchtmakende zaken rond Madeleine McCann en JonBenét Ramsey. Alleen heeft het slachtoffer van deze kwestie, dat staat vanaf het begin vast, ’t er dus levend vanaf gebracht.

Bijna halverwege spoelt regisseur Benedict Sanderson zijn film terug en vertelt het verhaal van de ontvoering nóg eens, nu vanuit een ander perspectief. Zo wordt langzaam maar zeker duidelijk wat er is gebeurd met de vrome tiener, die negen maanden spoorloos is geweest en in die tijd een hel op aarde heeft leren kennen, en werkt deze degelijke docu, die nog wel wat dieper had mogen gaan, toe naar een enigszins Amerikaans einde.

Predators

MTV

Oprah Winfrey omarmt het Candid Camera-achtige programma. Jon Stewart is eveneens enthousiast over het concept. En Jimmy Kimmel noemt de show gekscherend ‘Punk’d For Paedophiles’. To Catch A Predator is, als onderdeel van Dateline NBC, van 2004 tot en met 2007 een doorslaand succes op de Amerikaanse televisie. Zelden zal ‘trial by media’ bevredigender hebben gevoeld dan bij het te kijk zetten van deze volwassen mannen, die het hadden voorzien op onschuldige kinderen.

In elke aflevering wordt zo’n kerel met behulp van een ‘decoy’, een volwassene die dienst doet als lokaas en zich voordoet als een kind, naar een met verborgen camera’s uitgerust huis gelokt. Daar wacht presentator Chris Hansen al op hem. Hij ontmaskert het ‘roofdier’ voor het oog van de natie en probeert meteen een gesprek met hem aan te knopen. Buiten staat er dan al een arrestatieteam van de plaatselijke politie paraat, dat de pedo vervolgens met veel machtsvertoon in de boeien zal slaan.

Een kleine twintig jaar later probeert documentairemaker David Osit te vatten waarom ook hij destijds aan de buis gekluisterd zat als Hansen een perverseling op heterdaad wist te betrappen. Hij legt deze vraag ook voor aan etnograaf Mark de Rond. Die begint hardop te denken. ‘Hoe kunnen volwassenen zich zo walgelijk gedragen tegenover wat zij denken dat kinderen zijn?’ probeert hij de fascinatie te vatten in Predators (97 min.). En: ‘Waarom genieten wij er zo van dat zij op televisie worden vernederd?

‘Op dat moment stopt de tijd’, stelt De Rond. ‘Wat we in feite zien is hoe het leven van een ander eindigt.’ Via interviews met lokazen, politiemensen en officieren van justitie en met behulp van ruw materiaal van de uitzendingen en het navolgende politieverhoor neemt Osit nu een grondige kijk achter de schermen bij de ontmaskering van deze verdachten en hun confrontatie met presentator Chris Hansen. Politiewerk kwam, zo is al snel duidelijk, in dienst te staan van het maken van spraakmakende televisie.

‘Ik wil niet dat dit de rest van mijn leven ruïneert’, zegt een man bijvoorbeeld, die na zijn ontmaskering om therapie vraagt. Deze opnames hebben de montage niet overleefd, want dat was niet het doel van To Catch A Predator. Het programma wilde hem vooral portretteren als een beest, dat het best uit zijn lijden kon worden verlost. Hansens vaste gespreksopener ‘help me understand’ moest dus niet worden verstaan als een poging om de ander te begrijpen, maar als de start van een volkstribunaal. Tot het fout ging…

Daarmee eindigt de eerste akte van Osits film. In het vervolg sluit hij aan bij een verborgen camera-actie van een erfgenaam van Chris Hansen, een YouTuber die zich Skeet Hansen noemt. Dan maakt de documentairemaker zelf ook vuile handen, een bewuste keuze die nog eens wordt bestendigd met een scène waarin zijn eigen producer Jamie Gonçalves de verdachte een ‘quit claim’ probeert te laten ondertekenen, zodat hij ook in Predators herkenbaar in beeld mag. Skeet stelt die vraag helemaal niet.

In het laatste deel van deze documentaire haalt David Osit tenslotte Chris Hansen zelf voor de camera. Op z’n eigen YouTube-kanaal borduurt die nog altijd voort op zijn succesformule, met alle morele dilemma’s van dien. Osit wil die natuurlijk aankaarten, maar maakt er geen gemakkelijk volkstribunaal van – ook omdat hij als maker van true crime-achtige producties zelf evenmin brandschoon is. Bovendien heeft hij zo z’n eigen reden om juist Hansens programma te onderzoeken. En die geeft deze film extra lading.

Predators is intussen tot tweemaal toe volledig van karakter veranderd en voelt toch als een coherente vertelling, die steeds dieper in de thematiek verdwijnt en die tenslotte op een even logische als dramatische manier wordt afgewikkeld. Zonder gemakkelijke conclusies. Met oog voor zowel de slachtoffers als hun belagers. Een genuanceerde film die prikkelt, wroet en raakt. Één van de beste documentaires, kortom, van het jaar.

Sean Combs: The Reckoning

Netflix

Achter de schermen moet er iemand vuil spel gespeeld hebben. Omdat het doel de middelen blijkbaar rechtvaardigt – of omdat er genoeg geld op tafel is gekomen. Hoe dan ook: de beelden die Sean ‘Puff Daddy / P. Diddy’ Combs in september 2024 achter de schermen laat maken door een cameraman, als hij in New York zijn alsmaar benardere positie probeert te managen, zijn gelekt naar de makers van deze vierdelige serie. Tot woede van de megalomane entertainer en businessman zelf, die volgens mensen uit zijn omgeving een ‘God-complex’ heeft.

Want laat Sean Combs: The Reckoning (242 min.) nu net door Curtis James Jackson III, ofwel zijn aartsrivaal 50 Cent, zijn geproduceerd. Dat moet dus wel een lynchpartij worden volgens Team Diddy. Daarover later meer. Want ook dit verhaal begint bij het begin: Combs’ jeugd in Harlem, ’s mans opmars als hitproducent bij Uptown Records, de heldenstatus die hij verwerft met z’n eigen Bad Boy Entertainment en tenslotte de geruchtmakende oorlog tussen hiphoppers van de West- en de Oostkust, die halverwege de jaren negentig achtereenvolgens de rappers Tupac Shakur en The Notorious B.I.G. het leven kost en die hier nog eens dunnetjes wordt overgedaan.

Want ook daarin had Diddy, althans volgens Bad Boy mede-oprichter Kirk Burrowes, een sleutelrol. Nu is Burrowes, die zichzelf beschouwt als één de eerste facilitatoren van de hiphopmagnaat, ook al een hele tijd gebrouilleerd met Combs. Misschien kleurt dat zijn herinneringen, die zijn voormalige compagnon bepaald niet in een goed daglicht stellen. Dat is overigens ook een terugkerend thema in het leven van deze machtige man (en figuren zoals hij): zolang ze tot zijn entourage behoren, voelen veel bronnen nooit de aandrang om hem aan te spreken op zijn gedrag. Nu ze los van hem zijn gekomen en zijn macht en status tanende lijken, krijgt Combs alsnog van onder uit de zak.

Ook deze pijnlijk gedetailleerde en rijk gedocumenteerde miniserie van Alexandria Stapleton maakt met graagte gebruik van de docu-industrie die direct rond een gevallen ster wordt opgetrokken. Zo waren Combs’ jeugdvriend Tim ‘Dawg’ Patterson, producer Rodney ‘Lil Rod’ Jones en beveiliger Roger Bonds bijvoorbeeld ook al te zien in The Fall Of Diddy en draafden Patterson, alweer hij, en Al B. Sure! tevens op in Diddy: The Making Of A Bad Boy. Ditmaal krijgen ze ondersteuning en rugdekking van Diddy’s personal assistant Capricorn Clark, rapper Erick Sermon, gigolo Clayton Howard en beschadigde Bad Boy-artiesten zoals Mark CurryKalenna Harper en Aubrey O’Day.

Zij schetsen hem als een ongelooflijke controlefreak. Een man die alles wil bepalen en ook alles wil hebben, inclusief de vrouw van een ander. Zijn leven, zoals dit door Stapleton wordt opgetekend, is een aaneenschakeling van conflicten, geweld én seksueel misbruik. Dat begint al in 1991. Diddy’s collega Joi Dickerson-Neal zou door hem gedrogeerd en misbruikt zijn. En daarvan maakte hij naar verluidt een ‘obscene videoband’. Tijdens feestjes liet hij die zien op een groot scherm. Geëmotioneerd leest Dickerson voor de camera een brief voor die haar ouders in 1992, ruim dertig jaar voordat ze een aanklacht zou indienen, aan Seans ouders schreven.

Sean heeft nooit het verschil tussen goed en kwaad geleerd, stelt zijn jeugdvriend Tim Patterson dan. Hij werd thuis flink geslagen door zijn moeder Janice, keek op tegen zijn gangstervader Melvin en leerde dat alles geoorloofd is om te overleven en winnen. Dit is in zijn hele verdere levensloop, tenminste zoals die in Sean Combs: The Reckoning wordt neergezet, te herkennen. En dat brengt hem in 2006, halverwege aflevering 3, in het leven van Cassie Ventura. In het najaar van 2023 spant zij een rechtszaak tegen hem aan vanwege allerlei vormen van geweld. Er duikt zelfs een video op waarin zij door hem wordt mishandeld. Naar ‘t zich nu laat aanzien markeert die het begin van zijn einde.

Dat proces wordt inzichtelijk gemaakt met de gelekte beelden, waarover Team Diddy zich zo kwaad maakt, als hij in september 2024, enkele dagen voordat de rechtszaak tegen hem van start staat, de PR-machine in gang zet die de schade voor hem moet zien te beperken. En dan is hij, op een totaal verknipte manier, in zijn element. Deze serie – noem het gerust een lynchpartij, al heeft Diddy dan wel zelf de strop om zijn nek gedaan – zet een uitroepteken achter de ondergang van deze man, die lijdt aan een God-complex en ook anderen daaronder laat lijden. Als Sean Combs echter daadwerkelijk is wie hij zelf denkt te zijn, dan kan er natuurlijk altijd nog een wederopstanding komen.

El Monaguillo, El Cura Y El Jardinero

Nativo Cine / Biofilms

Het verhaal is overal min of meer hetzelfde. In Ierland, België óf Costa Rica. Een priester vergrijpt zich aan een onschuldig kind, dat geen idee heeft wat het overkomt. En als het slachtoffer zich dan toch meldt bij de kerk, wordt de zaak doorgaans zorgvuldig toegedekt. De misbruiker verdwijnt dan meestal stilletjes van het toneel – en kan zijn kwalijke praktijken veel te vaak elders gewoon voortzetten. En met een beetje pech is de zaak verjaard als ie alsnog aanhangig wordt gemaakt. In Costa Rica gebeurt dat al wanneer het slachtoffer achtentwintig wordt. Dan is hij of zij officieel tien jaar volwassen en zou de ergste zielenpijn blijkbaar geleden moeten zijn.

Anthony Venegas Abarca, die van zijn dertiende tot zijn zeventiende werd misbruikt door de priester Mauricio Víquez Lizano, laat ‘t er echter niet bij zitten. Als de verdorven geestelijke na een officiële aanklacht stiekem de wijk neemt naar Mexico, gaat hij erachteraan. Documentairemaker Juan Manuel Fernández volgt met draaiende camera in zijn kielzog, voor wat El Monaguillo, El Cura Y El Jardinero (internationale titel: The Altar Boy, The Priest And The Gardener, 87 min.) is geworden. Een film die al veel vaker is gemaakt, op allerlei plekken in de wereld, en vermoedelijk nog vaak gemaakt zal worden. Verhalen van misbruikte minderjarigen te over. 

Venegas’ slachtofferverhaal, en dat van een lotgenoot genaamd Josué Alvarado, klinkt pijnlijk herkenbaar. Als kwetsbaar kind, uit een gezin waar elk dubbeltje moest worden omgedraaid, kon hij een centje bijverdienen in de pastorie van Patarra. Venegas had geen idee waarmee – of met wie – hij zich zo inliet. En Víquez, tevens actief als professor theologie aan de universiteit, zag er geen been in om de financiële nood van een misdienaar of tuinhulp genadeloos te exploiteren. Met die ene verplichte boodschap erbij: mondje dicht. Niemand hoeft hiervan te weten. Gelukkig ziet God alles, denkt menigeen erachteraan, desnoods via deze documentaire.

Fernández volgt in deze Costa Ricaanse inzending voor de Oscars hoe het net zich uiteindelijk toch sluit rond de gevallen priester en hoe zijn slachtoffers hun dag in de rechtbank krijgen. Dat is de onvermijdelijke climax van deze rudimentaire observerende film, die vermoedelijk echter geen potten zal gaan breken bij de uitreikingen van de Academy Awards. Daarvoor volgt El Monaguillo, El Cura Y El Jardinero toch te trouw het vaste stramien voor dit soort aanklachtdocu’s. De film is vooral de weerslag van een belangrijk maatschappelijk proces, waarbij nu eens de katholieke kerk, liefst niet letterlijk overigens, met de billen bloot moet.

App Me Als Je Thuis Bent

KRO-NCRV / NPO Start

Hun namen zijn synoniemen geworden voor ieders nachtmerrie: Marianne Vaatstra, Anne Faber en Lisa uit Abcoude. Één enkele ontmoeting met een onbekende man werd hen fataal. In de driedelige serie App Me Als Je Thuis Bent (105 min.) van Elly de Bont vertellen enkele andere jonge vrouwen over hún ervaringen met zo’n man die de nacht van hen en andere vrouwen afpakt.

De engste versie van seksueel geweld, kortom. Niet door een familielid, niet door een (ex-)partner en niet door een bekende – de meest voorkomende vormen – maar door een volstrekt onbekende man. Een seksueel roofdier, dat vanuit het niets toeslaat en dat dan naar hun keel grijpt, dreigt met een mes en doet wat ie niet laten wil. ‘Gaat het verder zo?’ vroeg de man die Sonja in 2003, op 8 september om precies te zijn, net had verkracht. ‘Rennen, jij!’ kreeg Jolanda op haar beurt te horen van de ‘jogger’ die zich in Nijmegen aan haar vergreep, herinnert ze zich in de eerste aflevering van deze miniserie. Hij zou zeker nog tien andere slachtoffers maken.

Zij vroeg zich later af of ze zijn smerige spel niet te veel had meegespeeld. ‘Had je jezelf niet iets minder weg kunnen geven en dan alsnog kunnen overleven?’ vertelt ze in het tweede deel, dat dealt met de gevoelens die zo’n traumatische ervaring oproept en de ‘victim blaming’ die dan ook onvermijdelijk lijkt. Hadden de Leidse studenten Willemijn en Frederique bijvoorbeeld wel zo laat alleen de straat op moeten gaan? En was het wel verstandig om zoveel te drinken? Willemijn probeerde zelf nog een tijd te ontkennen wat er was gebeurd en gedroeg zich volgens eigen zeggen een beetje ‘jongensgek’. Totdat ze toch echt onder ogen moest zien wat haar was misdaan.

Het seksuele geweld tegen deze jonge vrouwen zorgde tevens voor een algeheel gevoel van onveiligheid in de steden Nijmegen en Leiden. Dat gold al helemaal voor Utrecht, waar eind jaren negentig jarenlang een serieverkrachter actief was. Één van zijn slachtoffers, de geanonimiseerde Noa, vertelt hoe ze van de politie, die zijn sporen wilde vastleggen, in eerste instantie niet mocht douchen. Thuis kon ze zich eindelijk ontdoen van hem. ‘Het is de langste en heetste douche die ik in m’n leven ooit heb gehad.’ Schoon voelde Noa zich echter niet. En dat gevoel bleef, niet in het minst omdat die kerel heel lang uit de handen van de politie wist te blijven.

Jolanda loopt nog altijd met vragen rond. De man die haar overweldigde is nooit gepakt. Zou ‘t dan toch de Utrechtse serieverkrachter zijn? vraagt ze zich af in de slotaflevering van App Me Als Je Thuis Bent, waarin de lange termijn-gevolgen van zo’n traumatische ervaring worden onderzocht. Dan komen ook twee vriendinnen van Anne Faber, die in 2017 werd vermoord door een man die destijds al onder behandeling was van een psychiatrische instelling, aan het woord. Ze zochten destijds mee naar Anne, die bijna twee weken spoorloos was. ‘Je hoopt dat ze nog ergens wordt vastgehouden.’ Meer dan haar jas zou er in eerste instantie echter niet worden gevonden.

Hun herinneringen tarten nog altijd elke verbeelding. De Bont omkleedt alle ervaringsverhalen met stemmige reconstructies en getuigenissen van enkele politiemensen en een officier van justitie, casemanager van Slachtofferhulp en cold case-rechercheur die bij de zaken betrokken waren. Samen geven zij in deze miniserie een indringend inkijkje bij hoe ’t is om de willekeurige prooi te worden en zijn (geweest) van een seksueel roofdier.

The Six Billion Dollar Man

Charlotte Street Films

Regisseur Eugene Jarecki hamert ‘t er bij de start van The Six Billion Dollar Man (129 min.) nog even in: vóórdat Julian Assange een hacker, een verkrachter en een spion werd (genoemd), was hij de man die in 2010 met WikiLeaks de beruchte Collateral Murder-video publiceerde. Schokkend beeldmateriaal waarmee ondubbelzinnig werd aangetoond dat Amerikaanse militairen zich in Irak schuldig maakten aan oorlogsmisdaden.

Want daar ligt de oorsprong van al wat Assange daarna overkwam: een beschuldiging van seksueel misbruik in Zweden, een jarenlang verblijf als verstekeling op de Ecuadoriaanse ambassade te Londen en daarna nog een tragische periode van eenzame opsluiting in de Engelse gevangenis Belmarsh. Een rechtsgang – lees: martelgang – die in totaal toch al gauw veertien jaar in beslag heeft genomen.

Dat proces is natuurlijk al op diverse momenten en vanuit verschillende gezichtspunten opgetekend in gewaardeerde documentaires zoals We Steal Secrets: The Story Of WikiLeaks (2013), Ithaka: A Fight To Free Julian Assange (2021) en A Dangerous Boy (2024). Niet eerder werd dit verhaal echter zo compleet, goed gedocumenteerd en meeslepend gepresenteerd als in deze essentiële film van Eugene Jarecki.

Jarecki (The Trials Of Henry Kissinger, The House I Live In en The King) moest zijn film volgens eigen zeggen in Duitsland maken, omdat in het huidige Amerika niemand z’n vingers eraan wilde én wil branden. Niet vreemd: Julian Assange wordt, zéér overtuigend, geportretteerd als het slachtoffer van een buitengewoon geraffineerde Amerikaanse lastercampagne, die in feite neerkomt op ‘een slow-motion publieke executie’.

De documentairemaker kan daarvoor terugvallen op een ware sterrencast, met Edward Snowden, Sigurdur ‘Siggi The Hacker’ Thordarson, Naomi Klein, Yanis Varoufakis en Chelsea Manning. Zelfs Vivienne Westwood en, jawel, Pamela Anderson, die Assange opzochten tijdens zijn ballingschap, sluiten nog even aan. Alleen de man zelf ontbreekt. Hij wordt vertegenwoordigd door zijn vrouw Stella Moris en advocate Jennifer Robinson.

De onkreukbare Robinson, Assanges trouwste metgezel in een episch juridisch gevecht, fungeert tevens als verteller. Zij scheidt, vanuit het perspectief van haar cliënt, het kaf van het koren in een tragische zaak die uiteindelijk uitmondt in koehandel tussen de leiders van Ecuador en de Verenigde Staten, Moreno en Trump. Voor een slordige zes miljard dollar wordt de banneling van de hand gedaan – en in een Britse cel gesmeten.

The Six Billion Dollar Man belicht de zaak in z’n volle omvang. Rond een man die – of je nu sympathie voor hem hebt of niet; alsof dat er eigenlijk toe doet – stelselmatig kapot is gemaakt. Een kwaadaardig geval van ‘kill the messenger’, waarvan iedereen die belang hecht aan het vrije woord ernstige buikpijn zou moeten krijgen. Julian Assange bekent uiteindelijk wel schuld: ‘I plead guilty to journalism’, zegt de Man van Zes Biljoen cynisch.

Terrazza Sentimento

Netflix

De opdracht van de huiseigenaar is helder: wis direct alle beelden van het camerasysteem. Het is duidelijk dat de bekende Italiaanse webondernemer Alberto Genovese iets te verbergen heeft. In de nacht van 10 oktober 2020 lijkt één van zijn exclusieve privéfeesten, berucht vanwege hun losse moraal, overschot aan jonge meisjes en enorme hoeveelheden cocaïne en andere harddrugs, helemaal uit de hand te zijn gelopen. Genovese zou in Terrazza Sentimento (127 min.) een achttienjarig meisje, speciaal voor de gelegenheid gerekruteerd, hebben gedrogeerd en zich daarna bruut aan haar hebben vergrepen.

De zaak van ‘Flaminia’ – vermoedelijk één van de gefingeerde namen in deze productie, waarin op last van de Italiaanse autoriteiten ook sommige originele beelden, chats en audiofragmenten zijn verwijderd en vervolgens digitaal gereconstrueerd – staat niet op zichzelf: Alberto Genovese wordt in deze vet aangezette en helemaal bijdetijds vormgegeven driedelige serie van Nicola Prosatore tevens in verband gebracht met andere gevallen van seksueel geweld. En de alsnog door de politie opgesnorde beelden zorgen voor het bijbehorende bewijsmateriaal dat sommige vrouwen inderdaad zijn gereduceerd tot ‘een lappenpop in Genovese’s handen’.

De Bunga Bunga-achtige feesten in ’s mans penthouse lijken een Italiaanse variant op de zogeheten ‘white party’s’ van de Amerikaanse hiphopmagnaat P. Diddy, die eveneens tot een veelbesproken rechtszaak hebben geleid. Prosatore reconstrueert het decadente milieu waarbinnen deze Milanese feesten plaatsvinden en de levensloop van de grote roerganger daarvan, de alsmaar meer doorgesnoven patser Alberto Genovese, met enkele kennissen, journalisten, politiemensen én zijn onverstoorbare bodyguard Simone Bonino. Hij hield de wacht bij Genoveses slaapkamerdeur, waarachter een ogenschijnlijk volledig uitgetelde Flaminia toen te ‘gast’ was.

Als slachtoffer hebben meisjes zoals zij overigens niet per definitie ook de sympathie van het grote publiek. Ze zullen ‘t er zelf wel naar hebben gemaakt, veronderstelt menigeen. ‘Brave meisjes overkomt dit niet’, klinkt ‘t dan eufemistisch, in een klassiek voorbeeld van ‘victim blaming’. Terwijl Genovese’s perversies allang bekend waren bij mensen uit zijn directe entourage. Een algehele ‘omerta’ weerhield hen er echter van om zich uit te spreken. Zo werden niet alleen jonge, veelal op drift geraakte, meisjes niet beschermd tegen een man die zichzelf volledig had uitgewoond met coke, maar werd ook Alberto Genovese geconfronteerd met het beest in zichzelf. Sindsdien probeert hij de brokstukken van een ooit zo glamoureus bestaan bijeen te rapen.

The Sessions

Lionheart Productions

Aantekeningen bij The Sessions (71 min.) van Sien Versteyhe.

Aanwezig: een jonge, geanonimiseerde Vlaamse vrouw en haar behandelaar.

Onderwerp: EMDR-therapie vanwege een traumatische ervaring.

SESSIE 1

Een beetje een ‘outsiders-perspectief’ dat ik op bed lig.

Ik maakte ‘t hem ook gewoon zo moeilijk om in mij te gaan.

Het is gewoon een heel vies gevoel.

Hij wist op het moment zelf ook wel dat het niet oké was.

Ik zal je vriend eens vertellen dat we seks hebben gehad.

Sorry….… het voelde gewoon alsof hij nog in mij zat.

Het belangrijkste is dat hij geconfronteerd wordt met heel specifieke dingen uit mijn verhoor.

– openbaar vervoer – sportschool – strand – bellen over strafdossier 

SESSIE 2

Heel moe, hoofdpijn.

Gewoon het heel oncomfortabele gevoel.

Die moet daarvoor al hebben geweten dat ik ‘t niet fijn vond.

Je weet niet wanneer hij gaat vertrekken.

Hetgene wat ik zou willen kunnen doen is gewoon voorbij wandelen.

Straal negeren.

– lopen door het donker – openbaar vervoer – studiezaal – op bed liggen

SESSIE 3

Het laat me meer verdrietig voelen.

Dat ie daar staat in mijn kot.

Mijn omgeving, mijn stekje, mijn grenzen.

Het komt hard binnen.

Dat is gewoon iemand waar ik ooit wel om gegeven heb.

– zwerm vogels – strand – schemerige stad – bellen met gerechtsgebouw 

SESSIE 4

Vorige week zondag ben ik gaan wandelen met mijn vriend.

We wilden een ijsje eten…..

En die zat daar.

Gewoon effe paniek.

– slaapkamer – winkelen – werken in restaurant – lopen door donkere stad

SESSIE 5

De eindbeslissing van de zaak is gevallen…

Tot besluit: nog enkele EMDR-sessies en afronding van de behandeling van de zaak (in totaal: ruim een half uur).

Mohammed & Paul – Once Upon A Time In Tangier

Dieptescherpte

De twee tegenpolen vormden een onwaarschijnlijk duo. De gevierde Amerikaanse beatnik-schrijver Paul Bowles (The Sheltering Sky) en de eenvoudige Marokkaanse straatjongen Mohammed Mrabet. Ze ontmoetten elkaar in de jaren zestig te Tanger, destijds een vrijhaven voor westerse schrijvers en kunstenaars. Bowles begon daar de verhalen die Mrabet zo zwierig vertelde vast te leggen op papier. Zo maakte hij van de Marokkaanse visserszoon de eerste analfabeet met veertien boeken op zijn naam.

Voor de Marokkaans-Nederlandse documentairemaker Nordin Lasfar, in Amsterdam opgegroeid in ‘een huis zonder boeken’, veranderden die boeken zijn leven. Net als andere Bowles-adepten ondernam hij als jongeling de reis naar Tanger, om zijn favoriete auteur met een bezoek te vereren. Lasfar leerde toen tevens Mohammed Mrabet kennen, die hij nu voor de documentaire Mohammed & Paul – Once Upon A Time In Tangier (93 min.) opnieuw opzoekt in een kamer vol cassettebandjes met verhalen.

En de oude verteller kan ook nog altijd gewoon uit zijn hoofd putten. Zijn magisch-realistische verhalen zijn voor deze film bovendien met behulp van AI vertaald naar zinnenprikkelende beelden. Van een sprekende vis van wel 150 kilo tot een kolossale watermeloen met een deur erin. ‘Of zijn verhalen waar zijn’, vraagt Lasfar hem onderweg. ‘Wie erin wil geloven, zal erin geloven’, antwoordt de verteller. ‘En wie dat niet doet, zal worden meegenomen door de wind.’ Waarna hij demonstratief zijn handen afklopt.

De vriendschap van Mrabet en Bowles kon floreren op de grens van twee culturen: de traditionele westerse literatuur versus de mondelinge Marokkaanse traditie. De Amerikaanse schrijver kon zich daarmee volzuigen, terwijl de jongen uit Tanger via hem de rest van de wereld kon bereiken. Tegelijkertijd had hun verhouding onmiskenbaar een koloniaal karakter. ‘Hij hield niet van Marokko of Marokkaanse mensen’, vertelt de plaatselijke café-eigenaar Karim Ghailam over Bowles. ‘Hij hield alleen van zichzelf.’

Paul Bowles noemde Mohammed Mrabet zelfs eens ‘the evil one’. En die heeft zelf ook zo z’n grieven, blijkt als Lasfars film vordert. ‘Die westerling ontwikkelde zich tot mijn grootste vijand’, zegt hij bitter. Bowles zou zijn verhalen hebben gestolen en nooit royalty’s aan hem hebben betaald. Andere leden van de kunstenaarskolonie in Tanger weerspreken dit en betitelen Mrabet als onbetrouwbaar. En dat verbinden ze meteen aan de cultuur waaruit hij voortkomt. Die zou van leugens en fantasie aan elkaar hangen.

Geduldig pelt Nordin Lasfar de gecompliceerde relatie tussen Bowles en Mrabet af, schetst zo de botsende werelden waarvan zij een representant zijn en belicht ook de schrijnende ongelijkheid die daarbij voortdurend een rol speelt. Één vraag hangt intussen voortdurend boven de markt: van wie zijn die verhalen eigenlijk? ‘Wat betekent ’t als een stem gehoord wordt, maar via de pen van een ander?’ vraagt Lasfar zich hardop af. ‘Wat betekent ’t als je niet gehoord wordt zonder de pen van de ander?’

Justice For Sale

IF Productions

Volgens de Congolese vrouw Sifa Mbala is ze op 13 mei 2008 verkracht. Het politierapport spreekt echter van een dag eerder, 12 mei. En het slachtoffer van dit seksuele geweld blijkt zich nóg een dag eerder, op 11 mei 2008, al bij het ziekenhuis te hebben gemeld. Pro deo-advocaat Claudine Tsongo kan ‘t nauwelijks geloven: ondanks deze overduidelijke ongerijmdheden is haar cliënt, de militair Masamba Masamba, bij een verkrachtingstribunaal tot tien jaar gevangenisstraf veroordeeld. ‘Wat was het bewijs?’, vraagt ze zich af. ‘Ik zie ‘t niet.’

Tsongo is bij de zaak betrokken geraakt via de Nederlandse documentairemakers Ilse en Femke van Velzen. Zij maakten al twee films over seksueel geweld in Congo: Fighting The Silence (2007) en Weapon Of War (2009). Zij registreerden in dat kader ook de berechting van Masamba en vonden de gang van zaken daarbij toch wel héél opmerkelijk. ‘Ik ken haar lichaam niet’, hield de verdachte militair toen staande. ‘Ik zou niet weten hoe wij seks hadden kunnen hebben. Als zij beweert dat ik haar heb verkracht, laat haar dan met bewijs komen. Ik heb haar helemaal niet verkracht.’

In de observerende documentaire Justice For Sale (82 min.) uit 2011, het derde deel van hun Congo-trilogie, alterneren de tweelingzussen Van Velzen voortdurend tussen de oorspronkelijke rechtszaak tegen Masamba, die soms Kafkaëske vormen aanneemt, en de pogingen van de kordate mensenrechtenadvocate Claudine om de waarheid boven tafel te krijgen. Zij spreekt niet alleen met haar cliënt, diens echtgenote en zijn advocaat, maar reist ook naar het slachtoffer, haar advocaat en de man die verantwoordelijk lijkt te zijn voor de aangifte tegen Masamba, Sifa’s echtgenoot.

Gaandeweg ontstaat bij Tsongo de overtuiging dat Masamba méér is dan de zoveelste man die ontkent dat hij de grenzen van een vrouw heeft overschreden en die zich erop beroept dat er geen bewijs is. Hij zou inderdaad wel eens onschuldig kunnen zijn. Wellicht zit de reden voor deze beschuldiging in een meningsverschil met kapitein Mbala over een verdwenen telefoon. En omdat Congo, na een verpletterende burgeroorlog waarin seks stelselmatig als wapen is ingezet, schoon schip wil maken, lijkt een man die wordt beschuldigd van verkrachting bij voorbaat al veroordeeld.

Daarmee heeft Justice For Sale een wezenlijk andere insteek dan de twee eerste Congo-films van Ilse en Femke van Velzen. In Fighting The Silence en Weapon Of War tonen ze de enorme schade die seksueel geweld kan aanrichten in een samenleving, terwijl deze derde documentaire juist laat zien hoe de reactie daarop ook weer kan doorslaan. Als slachtoffers en hun advocaten op alle mogelijke manieren worden bijgestaan door lokale en internationale hulporganisaties, die ook de rechters op hun hand hebben, komt de onafhankelijkheid van de rechtspraak in het geding.

Deze film heeft er in elk geval voor gezorgd dat de zaak tegen Masamba nog een vervolg heeft gekregen.

Aileen: Queen Of The Serial Killers

Netflix

Kun je compassie voelen met een seriemoordenaar? Bij Aileen Wuornos, toevallig ook de bekendste vrouwelijke seriemoordenaar, is het bijna onvermijdelijk dat ook haar achtergrond in beeld komt: de dochter van een tienermoeder en een veroordeelde seksdelinquent wordt door haar ouders achtergelaten bij hardhandige en drinkende grootouders, loopt als getroebleerde tiener weg van huis en leidt vervolgens een liftend bestaan als prostituee. Daarbij zou ze volgens eigen zeggen zeker dertig keer zijn verkracht, waaronder twee groepsverkrachtingen.

Natuurlijk is ze zo ernstig beschadigd geraakt. En is het dan vreemd dat zij uiteindelijk, in opperste wanhoop, blinde woede of puur om te overleven, heeft teruggeslagen? ‘Lee’ wordt begin 1991 opgepakt bij de biker bar The Last Resort in de Amerikaanse staat Florida, samen met haar geliefde Tyria Moore. De twee lesbiennes worden verdacht van zeven moorden binnen een jaar, in 1989 en 1990. De slachtoffers hebben een vergelijkbaar profiel: het gaat om plaatselijke witte mannen van middelbare leeftijd. De ‘hooker from hell’ legt ook al snel een volledige bekentenis af bij. Zoals ze later zegt: om haar vriendin Tyria vrij te pleiten. Die heeft haar er dan echter al rücksichtslos bij gelapt.

Het is de vraag of dit het complete verhaal is. Later zal Aileen: Queen Of The Serial Killers (104 min.) ook verklaren dat ze bruut is bedreigd en verkracht door haar eerste slachtoffer Richard Mallory, die zo een dodelijke dynamiek in gang heeft gezet. ‘Ze heeft een eerlijk proces gekregen en ze verdient de doodstraf’, zegt hoofdaanklager Jon Tanner desondanks met een stalen gezicht, als televisiejournalist Michele Gillen hem enkele jaren later confronteert met nieuwe informatie over Mallory. Die maakt aannemelijk dat Wuornos bij hem inderdaad uit zelfverdediging heeft gehandeld, zoals zij later ook consequent heeft verklaard. Ruim dertig jaar later is ’t nog altijd een ontluisterende scène.

Emily Turner zet de kwestie rond Aileen Wuornos – onderwerp van de film Monster en talloze documentaires, waaronder het geruchtmakende tweeluik Aileen Wurnos: The Selling Of A Serial Killer / Aileen: Life And Death Of A Serial Killer van Nick Broomfield – nog eens netjes op een rijtje. Onderdeel van dat verhaal is ook de mediahype die vrijwel direct ontstaat rond de ‘ultieme mannenhater’. Één van de bronnen die, buiten beeld, terugblikt is filmproducer Jackie Giroux. Met anderen strijdt zij om de rechten van Aileens levensverhaal. En politieman Steve Binegar, verantwoordelijk voor het onderzoek naar de moorden, krijgt het ene na het andere aanbod om zijn kant daarvan te delen.

Verder geeft Turner het woord aan Aileens christelijke ‘adoptiemoeder’ Arlene Pralle, medegedetineerde Deidre Hunt, rechter Gayle Graziano én de Australische filmmaker Jasmine Hirst. Als slachtoffer van seksueel geweld begint zij na Aileens arrestatie met haar te schrijven. Ze zoekt haar in 1997 ook met een cameraploeg op in de dodencel. ‘Jullie gaan hier miljoenen mee verdienen’, fluistert Wuornos haar dan toe, in een scène die wéér een ander licht op haar complexe persoonlijkheid schijnt. Emily Turner verlaat zich voor een belangrijk deel op dit gevangenisinterview en de reportage van Michele Gillen en serveert dat, in combinatie met nieuws- en rechtbankbeelden, tamelijk sec uit.

In weerwil van de toch wat smakeloze titel wordt Aileen: Queen Of The Serial Killers daardoor nu eens géén dik aangezette true crime-docu, waarbij de maker zich verlustigt aan de gruwelijke daden van een troebele geest. Sterker: Wuornos’ daden worden begrijpelijk gemaakt vanuit het leven dat ze heeft geleid en de situatie waarin ze is beland. Een vrouw die zowel erfelijk belast was als ernstig verminkt is geraakt en uiteindelijk nog maar één ding wil: verlossing.

Sex In The Soviet Union

Journeyman Pictures

‘Als je de Sovjet-Unie wilt begrijpen, dan kun je het beste naar de omgang met seksualiteit kijken’, zegt de Oekraïense seksuoloog en dissident Mikhail Stern (1918-2005) in de documentaire Sex In The Soviet Union (104 min.). Hij is in 1977 te gast in een Nederlandse talkshow. Stern woont dan inmiddels in Amsterdam, waar hij jaren later op hoge leeftijd en onder onduidelijke omstandigheden zal worden vermoord.

Chad Gracia gebruikt ’s mans uitgangspunt in deze film inderdaad om naar de Sovjet-Unie te kijken. Direct na de communistische revolutie van 1917 genoten burgers daar een enorme seksuele vrijheid. In 1921 werd er in Sint-Petersburg zelfs een homohuwelijk gesloten. Met die vrijheid was ’t alleen snel afgelopen toen Jozef Stalin de macht greep en er een totalitaire staat van maakte. Hij was in feite anti-seks – al maakte hij voor zichzelf graag een uitzondering.

Met voormalige Sovjet-burgers uit Oekraïne bespreekt Gracia hoe thema’s als overspel, privacy, homoseksualiteit, pornografie, prostitutie, huiselijk geweld, echtscheiding en seksueel geweld (g)een plek hadden in de natie, waarnaar de huidige Russische leider Vladimir Poetin zo’n heimwee lijkt te hebben – en die hij maar wat graag in oude glorie zou willen herstellen. Hun verhalen worden omlijst met zwart-wit foto’s, nieuwsbeelden en fragmenten uit Russische films.

Timmerman Yuri Soldatenko vertelt bijvoorbeeld hoe hij zijn geaardheid altijd probeerde te verbergen. Uiteindelijk belandde ie toch in een gevangenenkamp, waar homo’s apart moesten leven en met de nek werden aangekeken. Toen zijn hand daar bekneld raakte in een houtbewerkingsmachine, vroeg de chirurg van dienst hem zelfs waarvoor hij eigenlijk vastzat. Toen ie niet snel genoeg antwoordde, wist de man zelf het antwoord wel: ‘Ah, een pederast! Voor jou geen verdoving.’

‘Soms vraag ik me voor het slapen gaan af hoe ik die hel heb overleefd’, zegt Soldatenko nu. Dat sentiment wordt door deze documentaire heel gemakkelijk invoelbaar. Alles wat afwijkt van de norm – seks is ‘het’ en mag verder alleen recht op en neer binnen het huwelijk worden beleefd, waarbij de vrouw in kwestie niets heeft te vertellen en ook nog eens uit ‘liefde’ wordt geslagen – krijgt het zwaar te verduren. En tegelijk wordt seks door de staat wel degelijk doelbewust ingezet.

Voor seksspionage bijvoorbeeld. De KGB zet verleidsters in om Russische dissidenten of buitenlandse officials in compromitterende situaties vast te leggen. ‘Een seksspion moet alles kunnen’, vertelt Elena Ivanova, die als dertienjarig meisje bij een balletclub werd gerekruteerd en vervolgens een privé-opleiding kreeg. ‘Ze moet slim, creatief en cultureel onderlegd zijn.’ En ze moet, oh ja, in staat zijn om twee of drie mannen per uur te bedienen in een hotelkamer met verborgen camera’s.

‘Als wij hun leven succesvol controleren, weten we zeker dat ze nooit meer van ons af komen’, vertelt Valentin Beseda, oud-medewerker van de geheime dienst, niet zonder trots over zijn seksspionnen. ‘Ik moet daarom elke dag precies weten wat er in haar hoofd omgaat. Anders ben ik mijn geld niet waard.’ En dat lijkt een beetje de gemene deler bij alle ‘seksverhalen’ in deze onderhoudende film. Hoewel Stalin en zijn opvolgers er officieel niets van moesten hebben, speelde seks wel degelijk een prominente rol in de natie die nog altijd z’n schaduw over het huidige Rusland werpt.

Als machts- of betaalmiddel of als wisselgeld. Om te overleven, wraak te nemen of vooruit te komen.

My Father, The BTK Killer

Netflix

Als vier leden van het gezin Otero uit Wichita in 1974 worden vermoord, rekent het politiekorps al snel enkele broers in. Zij bekennen de gruwelijke moorden ook. Dan komt er een brief binnen, de eerste van een serie onrustbarende schrijfsels die ook naar de plaatselijke krant worden gestuurd. ‘Ik schrijf deze brief omwille van de belastingbetaler en van uw tijd’, stelt de onbekende persoon, die duidelijk over daderkennis beschikt en als een soort erfgenaam van de Zodiac Killer aandacht en erkenning zoekt. ‘De drie kerels die u in hechtenis hebt, weten er niets van. Ik heb het helemaal alleen gedaan.’

Om dat voor eens en altijd duidelijk te maken zoomt de dader in op enkele naargeestige details: ‘Bondage: handen gebonden met koord van rolgordijn. Voeten, onder- en bovenkant knie en taille met een waslijn. Allemaal één lengte.’ Op foto’s van de plaats delict kan de politie zien dat de onbekende weet waar ie over spreekt. ‘PS. Omdat sekscriminelen hun werkwijze niet veranderen of dit van nature niet kunnen, verander ik de mijne ook niet.’ Voor de zekerheid specificeert ie die nog even: Bind. Torture. Kill. Met een waarschuwing en voorspelling erbij: ‘They will be on the next victim.’ 

Was getekend, Dennis Rader, familieman, devoot christen, scoutingleider, hondenvanger van Park City én vader van Kerri Rawson. Ofwel: My Father, The BTK Killer (94 min.), een man die sinds de jaren zeventig zeker tien martelmoorden heeft gepleegd. Hij wordt echter pas in 2005 gearresteerd, Kerri is dan 26. Zij was dus nog niet geboren toen de Otero-familie werd vermoord. En haar vader schreef zijn laatste openbare BTK-brief op haar eerste verjaardag. Kinderen opvoeden had zogezegd zijn moordroutine ontregeld. Tot 2004 zal ‘t stil blijven rond de beruchte BTK-killer.

Skye Borgman ontleedt de schokkende reeks moorden van deze onopvallende man, die ook bij de mensen die het dichtst bij hem stonden nooit argwaan heeft gewekt. Elke onthulling leidt tot een volgende onthulling. De details zijn huiveringwekkend en slaan diepe wonden bij de nabestaanden van zijn slachtoffers en zijn eigen gezin. Waarom hebben we nooit iets gemerkt? vraagt zijn dochter Kerri zich af. Heeft hij nog meer slachtoffers gemaakt dan de tien die aan hem worden toegeschreven? En, de engste van alle vragen voor haar: heeft hij sommige verknipte dingen uitgeprobeerd op haar?

‘Het is een eindeloze hel’, aldus Kerri, die zwaar getraumatiseerd is geraakt. Ze kan niet anders dan wroeten in dat inktzwarte verleden, omdat het haar definieert. Tegelijk wil ze zich ook losrukken van de BTK-vloek en de man, het monster, die van haar de dochter van een seriemoordenaar heeft gemaakt. Behalve een min of meer reguliere killerdocu wordt deze film daardoor ook een portret van de andere slachtoffers die een moordenaar maakt. Buiten zijn prooien en hun verwanten, die overigens niet participeren in deze productie, slachtoffert hij ook zijn eigen familieleden en vrienden.

Onwetende omstanders die besmet raken door hun associatie met een man, die ze vaak al hun hele leven kennen en toch nooit hebben gekend.

Milou’s Strijd Gaat Door

familiefoto / NTR

‘Ik ben Milou’, zegt de hoofdpersoon bij de start van deze indringende film. ‘Je hoort mijn stem, maar ik leef niet meer. Omdat ik het belangrijk vind dat mijn verhaal verteld wordt, is mijn stem met kunstmatige intelligentie nagemaakt. Daarvoor zijn oude geluidsopnamen van mij gebruikt.’

Alles wat ze nu met de kijker deelt heeft Milou overigens ooit zelf gezegd of geschreven, vertelt haar AI-alter ego. De bijbehorende foto’s komen uit het familiealbum. En de tekeningen en social media-filmpjes heeft ze, in de jaren voordat in 2023 euthanasie aan haar werd verleend, zelf gemaakt. ‘Alleen deze introductie niet’, voegt ‘Milou’ daar nog aan toe. ‘Die is geschreven door Bart, de regisseur.’

En die neemt de vertelling vervolgens meteen bij de hand met zijn eigen voice-over: ‘Maar hoe kan het dat Milou, een meisje van zeventien, zodanig psychisch lijdt dat ze euthanasie krijgt?’ Waarna de titel van deze documentaire in beeld verschijnt, Milou’s Strijd Gaat Door (103 min.), en de zoektocht naar het antwoord op die vraag kan beginnen. Als er al een eenduidig antwoord bestaat…

Milou was het nichtje van producent Rob Hüsken, de beste vriend van documentairemaker Bart Hölscher. Samen hebben zij nu, tegemoet komend aan de laatste wens van Milou, een film gemaakt, waarin de lijdensweg van de tiener uit Bavel nog eens pijnlijk gedetailleerd wordt gereconstrueerd met Milou’s ouders Mireille en Louis, haar vriendinnen Lisa en Nyssa en enkele behandelaars.

Daarmee wordt in de eerste helft van deze documentaire het fundament gelegd voor het tweede deel van de film, waarin de openbare discussie aan de orde komt die na Milou’s zelfverkozen ‘humane dood’ losbarstte. Is het wel gewenst dat minderjarigen die ogenschijnlijk ondraaglijk en uitzichtloos psychisch lijden in aanmerking komen voor euthanasie? De meningen van behandelaars lopen daarover uiteen.

Kinder- en jeugdpsychiater Menno Oosterhoff, die Milou’s wens om humaan te kunnen sterven honoreerde, noemt dat besluit ‘één van de moeilijkste beslissingen’ uit zijn leven. Naderhand voelde hij zich bovendien gecriminaliseerd door collega’s, en in hun kielzog ook politici, die de zorgvuldigheid daarvan in twijfel trokken. En hij maakte zich kwaad over de ‘parent blaming’ die er ook uit sprak.

Hölscher neemt de tijd om deze pijnlijke discussie, waarbij Oosterhoffs opponenten alleen via archiefbeelden aan bod komen, te behandelen. Het persoonlijke verhaal van Milou dreigt dan wat op de achtergrond te raken – al maakt hulpverlener Halil nog wel een speciale Blue Tree voor haar en bezoeken Milou’s ouders samen met lotgenoten het beeld Stille Strijd, dat aandacht vraagt voor psychisch lijden bij jongeren.

Op zulke kwetsbare momenten wordt nog eens duidelijk dat het leed dat zij met hun kind moeten dragen eigenlijk te groot is om onderdeel te worden gemaakt van een maatschappelijk debat – hoe legitiem dat verder ook is. Voor de ouders van Milou telt uiteindelijk slechts één ding: dat hun kind niet langer hoeft te lijden en niet aan haar lot wordt overgelaten terwijl ze aanstuurt op een waardig einde.