Into The Deep: The Submarine Murder Case

Netflix

‘Emma, ik hoop dat je weet waar je aan begint’, schrijft de Deense uitvinder Peter Madsen aan Emma Sullivan, de regisseur van de documentaire Into The Deep: The Submarine Murder Case (87). ‘Ik schrijf je vanuit een mechanische walvis, de gevechtsonderzeeër Nautilus. Vanavond blijf ik hier slapen. Hier voel ik me geborgen.’

Zeventien maanden later zal diezelfde Peter Madsen wereldnieuws worden als de Nautilus zinkt en de Zweedse journaliste Kim Wall daarbij vermist raakt. ‘Rocket Madsen’, die dan al de nodige bekendheid geniet als hobby-astronaut en in die hoedanigheid ook de hoofdrol speelt in de documentaire Amateurs In Space, weet zelf op tijd de zinkende duikboot te verlaten, maar komt vervolgens serieus in beeld bij de Deense politie als verdachte van moord.

Die geruchtmakende misdaad is al uit-en-te-na behandeld in de uitstekende dramaserie The Investigation en Erin Lee Carrs gedegen tweedelige docu Undercurrent: The Disappearance Of Kim Wall. Wat kan deze nieuwe documentaire daar nog aan toevoegen? vraagt een buitenstaander zich op voorhand af. Hoewel dat nooit een bezwaar lijkt voor true crime-docu’s, is deze zaak toch écht al tot op het bot afgekloven. Welnu, de meerwaarde zit hem bijvoorbeeld in de zeventien maanden die de Australische filmmaakster al aan het filmen is bij Madsen en de vrijwilligers van zijn Rocket Madsen Space Lab (RML) als Wall verdwijnt.

Alle betrokkenen denken dan nog dat ze meewerken aan een productie over een groepje idealisten, aangevoerd door de excentriekeling Madsen, met bijna bovenmenselijke aspiraties. Als Kim Wall vermist raakt op 11 augustus 2017, krijgt dat verhaal echter een sinistere wending. En Emma Sullivan staat er met haar neus bovenop. Zo vangt ze de allereerste ontreddering bij RML als de Nautilus verdwenen blijkt te zijn, de verbazing wanneer Madsen zelf weer boven water komt en hun gezamenlijke vrees als duidelijkheid over het lot van de journaliste maar uitblijft.

Sullivan alterneert in Into The Deep voortdurend tussen de zaak die zich zo voor haar camera ontwikkelt en het beeldmateriaal dat ze eerder, tot op de dag van de vermissing, heeft gemaakt van Madsen en zijn vertrouwelingen. De directe omgeving van de avonturier, waaronder ook zijn persoonlijke vriend en ‘flight director’ Christoffer Meyer, kan naderhand nauwelijks geloven hoe de Kim Wall-zaak zich ontwikkelt en voelt zich tegelijkertijd ook verraden door de man die lang een open boek leek. Het beeldmateriaal van Madsen blijkt bovendien, met de wijsheid van nu, diverse belastende verklaringen en scènes te bevatten.

Deze docu komt daarmee véél dichter bij wat er is gebeurd met de Zweedse journaliste en de man die daarvoor verantwoordelijk is geweest dan Undercurrent. ‘Ik heb Peter-angst’, vertelt een RML-vrijwilliger, die bevriend was met Madsen en die nét voor Kim Wall door hem werd uitgenodigd op zijn duikboot, bijvoorbeeld aan Emma Sullivan. Terwijl de jonge vrouw een paniekaanval probeert af te wenden, kijkt ze of er nog nieuws in de zaak tegen Peter Madsen is. ‘Om 8.20 uur, voordat hij met Kim uitvoer, heeft hij op internet gezicht naar “onthoofding”, “lijden” en “pijn”.’ Sullivan realiseert zich tegelijkertijd dat zijzelf op dat moment onderweg was om diezelfde man te gaan filmen.

Om een lang verhaal toch kort te maken: dit is dé documentaire om te zien over de Kim Wall-zaak. Into The Deep blijkt bovendien al begin 2020 in première te zijn gegaan op het Amerikaanse Sundance Film Festival. Zo bezien had de startvraag voor dit stuk dus moeten luiden: wat kan Undercurrent: The Disappearance Of Kim Wall eigenlijk nog toevoegen aan de uitstekende dramaserie The Investigation en de ijzingwekkende documentaire Into The Deep? Weinig, eerlijk gezegd.

McEnroe

Volgens zijn tweede vrouw Patty Smyth zit hij beslist ergens op ‘het spectrum’. Zou dat misschien, dacht de leek, een verklaring kunnen zijn voor John McEnroe’s ongecontroleerde woede-uitbarstingen op de tennisbaan? Een opvallend oog voor detail, sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel en moeite om zich in een ander te verplaatsen – of het nu de opponent, een scheidsrechter of het publiek is – zou kunnen duiden op een autismespectrumstoornis. Zou. Kunnen. Het zou ook kunnen dat McEnroe (103 min.) gewoon een verwend ventje was, dat totaal niet tegen zijn verlies kon.

De ‘superbrat’, heerlijk gepersifleerd in de eightieshit Chalk Dust – The Umpire Strikes Back, meldde zich halverwege de jaren zeventig in de internationale tennistop, toen die werd gevormd door gladiatoren als Ilie Nastase, Vitas Gerulaitis en Jimmy Connors. McEnroe’s ultieme opponent zou echter de Zweed Bjorn Borg worden. De twee waren als water en vuur – de kalmte zelve versus het vleesgeworden heethoofd – en werden toch vrienden. Hun heroïsche gevechten, door beide mannen becommentarieerd, vormen ook het wild kloppende hart van Barney Douglas’s persoonlijke portret van John McEnroe.

Toen Borg al op 26-jarige leeftijd met tennispensioen ging, verloor ook zijn kameraad en rivaal een beetje de lust om te ballen. ‘Ik ben de grootste speler die ooit heeft gespeeld’, vertelt McEnroe nu over de post-Borg periode, waarin hij nochtans de onbetwiste nummer één van de wereld werd. ‘Maar waarom voelt dat dan niet bijzonder?’ Terwijl hij de successen aaneen reeg, stevende het enfant terrible onmiskenbaar af op wat hij zelf een ‘meltdown’ noemt. In de finale van Roland Garros in 1984, waarvan Douglas een kantelpunt in zijn leven maakt, speelde hij behalve tegen Ivan Lendl vooral tegen zichzelf. ‘Ik had het gevoel dat ik verdoemd was.’

En daarna zou het voorlopig alleen bergafwaarts gaan met John McEnroe, die ook nog in een slecht huwelijk met actrice Tatum O’Neal verzeild was geraakt. Als zestiger blikt hij – terzijde gestaan door zijn huidige echtgenote, broers, kinderen, dubbelspelpartner Peter Fleming, tennisicoon Billie Jean King en rock & roll-vrinden zoals Keith Richards en Chrissie Hynde (The Pretenders) – in deze geladen film diepgaand en zelfkritisch terug op deze periode, die als een catharsis heeft gewerkt. Hij is er de man door geworden die hij nu is: een perfectionist, iemand voor wie empathie lastig blijft en toch een uitgesproken familiemens.

Zo komt de mens (die de hele film – waarom eigenlijk? – door de verlaten nachtelijke straten zwerft van zijn geboorteplek Douglastown, New York) in deze geslaagde karakterschets méér dan voldoende achter het tennisicoon vandaan.

Enkele jaren geleden werd er al een filosofische documentaire over de voormalige toptennisser gemaakt: John McEnroe: In The Realm Of Perfection.

Evil By Design: Surviving Nygård

Viaplay

Als we, met de wijsheid van vijf jaar #metoo, een soort ultiem seksueel roofdier zouden mogen uittekenen, dan zou dat waarschijnlijk verdacht veel lijken op Peter Nygård. De flamboyante Canadese modeontwerper, met de roestvrijstalen glimlach en het uitzinnige lange haar, is een bullebak in Harvey Weinstein-stijl, omringt zich net als Hugh Hefner permanent met modellen en heeft een Jeffrey Epstein-achtige voorkeur voor hele jonge meisjes, die hij – desnoods met geweld – tot de zijne maakt. En de man is er, net als al die andere kerels met veel te diepe zakken, héél lang mee weggekomen, dat ook.

Evil By Design: Surviving Nygård (145 min.) voltrekt zich volgens het welbekende stramien van #metoo-documentaires: ex-medewerkers spreken hun afschuw uit over Nygårds gedrag, (geanonimiseerde) slachtoffers delen indringend hoe hij hen misbruikte, onderzoeksjournalisten vertellen dat het lastig was om bronnen ‘on the record’ te krijgen, advocaten leggen uit hoe ze de kledingmagmaat voor de rechter probeerden te krijgen, deskundigen duiden zijn ontspoorde gedrag én zijn eigen zoon Kai Bickle bevestigt alles wat de anderen vertellen en noemt zijn vader bovendien ‘slecht’.

Dit resulteert uiteindelijk in een soort standaard alfamannen-verhaal dat – na pak ‘m beet Surviving R. Kelly, We Need To Talk About Cosby en het afschminken van Marilyn Manson in Phoenix Rising – ietwat sleets aandoet. Al heeft Nygårds specifieke casus dan wel weer een zekere ‘couleur locale’: zijn onstilbare honger naar zwarte schonen op de Bahama’s, de ‘verwenfeestjes’ op zijn protserige privé-resort waarmee hij hen probeert te paaien en een tamelijk domme vete met zijn eveneens puissant rijke buurman, de hedge fund-manager Louis Bacon, die hem uiteindelijk de das om zal doen.

Peter Nygård ontkent intussen alle beschuldigingen en heeft vanzelfsprekend ook niet meegewerkt aan deze driedelige serie van Sarah Sharkey Pearce, die de zaak tegen hem nog eens stevig in de steigers zet. Na een halve eeuw grenzeloos leven krijgt de meestermanipulator, begin tachtig inmiddels, tijdens de #metoo-jaren dus alsnog de rekening gepresenteerd. Zoals al die andere alfamannetjes, die inmiddels op hun laatste benen lopen.

Walk The Land

Stef Tijdink / Docmakers / Human

Twintig jaar geleden werden de Nederlandse filmmaker Peter Delpeut en cameraman Stef Tijdink, tijdens het maken van de film In Loving Memory (2001), verliefd op de Yorkshire Dales, ‘het mooiste landschap van de wereld’. Ze besluiten om opnieuw naar Noord-Engeland af te reizen, waar ze rond de eeuwwisseling de spoorlijn van Leeds naar Carlisle volgden. De tijd heeft ook hier niet stilgestaan – hoewel het soms wel zo lijkt.

Voor de documentaire Walk The Land (56 min.) nemen ze, niet geheel toevallig, de omgekeerde weg. Ze starten in Carlisle en trekken van daaruit naar het zuiden. Wat in eerste instantie een reguliere trip nostalgia dreigt te worden – met typisch Engelse wandelaars en treinspotters, nostalgische muziek en Delpeut als bespiegelende verteller – krijgt gaandeweg een gelaagder karakter. Want die idyllische, typisch Engelse wereld heeft natuurlijk ook een schaduwzijde, die ze tijdens hun vorige trip nauwelijks hebben opgemerkt – of, al dan niet, bewust hebben genegeerd.

De literatuurhistoricus Corinne Fowler vergelijkt de Yorkshire Dales bijvoorbeeld met een ‘schuldig landschap’, de term waarmee de Nederlandse schrijver/kunstenaar Armando het landschap omschreef dat een loodzwaar verleden met zich meetorst. Het verbergt in haar ogen de achterkant van het grote Britse rijk, in het bijzonder de veelal gekleurde slachtoffers daarvan. Was Heathcliff, de achternaamloze (anti)held van Emily Brontë’s klassieke roman Wuthering Heights uit 1847, bijvoorbeeld wel een witte man? Of toch een slachtoffer van de destijds welig tierende slavenhandel?

Tijdens hun gesprekken met ‘andere’ inwoners van het Verenigd Koninkrijk stuiten Delpeut en Tijdink ook op de zwarte rapper/theatermaker Testament. ‘Dit is mijn land’, zegt hij. ‘Hier ben ik geboren, maar het is wel gebouwd op de rug van zwarte Afrikanen.’ Terwijl ze samen met Testament het prachtige uitzicht op zich laten inwerken, vraagt Delpeut zich af: ‘Van wie is een landschap? Waarom kwam die vraag niet eerder in ons op?’ Voor hem is dat Engeland alleen maar raadselachtiger geworden. Een wereld die echt meer vragen oproept dan ze beantwoordt.

Zoals het een echte reisfilm betaamt laat Walk The Land zijn publiek zo met andere ogen naar een prachtig, vaak allang bekend landschap kijken, terwijl de makers ervan een emotionele ontwikkeling doormaken. Zij gaan anders tegen zichzelf en hun verhouding tot de wereld aankijken.

Lazy Duck

Zeppers

Ze verkochten hun huis en begonnen in 2012 aan een reis om de wereld. In hun zeilboot Lazy Duck (77 min.) belandde het Nederlandse echtpaar Peter Putker en Durdana Bruijn, dat trouw een blog bijhield, drie jaar later in de Colombiaanse havenstad Cartagena. Op zaterdag 19 september 2015, nabij de Rosario-eilanden, nam hun gezamenlijke leven een dramatische wending. Durdana kwam op tragische wijze om het leven.

Volgens Peter werden ze op die dag overvallen door enkele rovers. Hij gebruikte in eerste instantie abusievelijk de omschrijving ‘piraten’ voor de overvallers, die er met 200.000 pesos en twee camera’s vandoor gingen. Van die term zou hij nog spijt krijgen. Volgens de plaatselijke autoriteiten waren er in Colombia helemaal geen piraten – die zijn natuurlijk ook slecht voor het imago van de omgeving bij toeristen. En toen was de conclusie snel getrokken: Peter zelf moest de dader zijn.

Regisseur Walter Stokman sluit voor deze documentaire aan als de zaak tegen de Nederlandse pensionado vijf jaar later in eigen land wordt voortgezet en Peter Putker voor de rechter moet verschijnen als verdachte van de moord op zijn vrouw. Zijn directe verwanten – kinderen en leden van beide kanten van de familie – zijn overtuigd van zijn onschuld, zo laten ze in deze geladen rechtbankfilm zonder enig voorbehoud weten. Maar is de officier van justitie tot dezelfde conclusie zijn gekomen?

Stokman volgt de rechtszaak op de voet, laat ook Colombiaanse betrokkenen aan het woord en gebruikt een geanimeerde versie van de zeilboot om de situatie aan boord en de scenario’s van wat daar kan zijn gebeurd te visualiseren. Zo werken zowel de enerverende rechtszaak zelf als deze serene weerslag daarvan toe naar een vanzelfsprekende afwikkeling: het vonnis. Is Peter Putker schuldig aan de dood van zijn echtgenote Durdana of niet?

Terror At The Games – Munich ‘72

Looksfilm / VPRO

De schandvlek van 1936, de Olympische Spelen van Berlijn die een propagandaspeeltje van Adolf Hitler waren geworden, moest worden uitgewist. De Spelen van 1972 zouden een nieuw Duitsland laten zien. Waar de Olympische ploeg van Israël met open armen werd ontvangen. Óók door een groep nietsontziende strijders voor de Palestijnse zaak, van de clandestiene organisatie Zwarte September, die een militaire operatie hadden voorbereid om hun tweehonderd landgenoten in de Israëlische gevangenis vrij te krijgen.

Een halve eeuw later kijken sporters, officials, politici, journalisten, agenten, leden van speciale eenheden, slachtoffers, nabestaanden én de twee nog levende daders in de vierdelige docuserie Terror At The Games – Munich ‘72 (186 min.) terug op de Horrorspelen van 1972, op de grimmige gijzeling, de faliekant mislukte bevrijdingspoging en de nasleep daarvan, waarbij Israël overging tot keiharde represaillemaatregelen. ‘’Het zit nog helemaal in m’n hoofd, zegt één van de Palestijnen, de bijzonder openhartige Mohammed ‘Tarzan’ Safady. ‘Hoe we binnendrongen. Hoe de gijzelaars waren. En het gevecht.’ Hij lag er een periode wakker van, vertelt hij, maar die is allang voorbij. ‘Ik ben trots op wat ik heb gedaan.’

Het bloedbad van München speelde zich af voor het oog van de wereld, heeft huiveringwekkende beelden opgeleverd vanuit het Olympisch dorp en is al onderwerp geweest van een Oscar-winnende film, Kevin Macdonalds One Day In September uit 1999, maar wordt in deze krachtige miniserie van Bence Máté en Lucio Mollica nog eens nauwgezet en overtuigend gereconstrueerd. Waarbij de afgewogen selectie bronnen, het overvloedige archiefmateriaal en de aandacht voor de historische en politieke context van de gijzeling en de afhandeling daarvan (waarbij de kapers met de schrik vrijkomen) in het oog springen. ‘Het is verschrikkelijk’, zegt Peter Brandt, de zoon van de toenmalige Duitse bondskanselier Willy Brandt. ‘Maar we weten dat ook cynische overwegingen een rol spelen in de politiek.’

Ondanks de ravage die en plein public werd aangericht bij de Israëlische delegatie, zouden de Olympische Spelen overigens ‘gewoon’ doorgaan. En alle atleten die na ‘The Munich Massacre’ nog een medaille wonnen, zoals de Nederlandse judoka Wim Ruska, werden net als hun vermoorde medesporters en de terroristen van Zwarte September onderdeel van de schandvlek van 1972.

Catching A Killer: A Diary from The Grave

Channel 4

Als de gepensioneerde Britse schooldirectrice Ann Moore-Martin uit het kleine plaatsje Maids Moreton in mei 2017 onder verdachte omstandigheden komt te overlijden, besluit de plaatselijke politie om ook een sterfgeval van twee jaar eerder te onderzoeken: de dood van haar buurman, de leraar Engels Peter Farquhar. Die leek destijds te zijn gestorven aan een alcoholvergiftiging.

De twee sterfgevallen hebben één ding met elkaar gemeen: de overledenen hadden allebei een innige vriendschap opgebouwd met Ben Field, een 26-jarige jongeman die in opleiding is om Anglicaans priester te worden. En hij is door hen allebei opgenomen in hun testament. Hoofdrechercheur Mark Glover voelt aan z’n water dat er iets niet klopt. Dit zou wel eens een dubbele moord kunnen zijn.

In Catching A Killer: A Diary from The Grave (82 min.) sluiten Jezza Neumann en Jess Stevenson aan bij het politieonderzoek dat vervolgens op gang komt. Ze kijken mee als het rechercheteam van Thames Valley stuit op Peters dagboek en besluit om zijn lichaam op te graven. Daar zit ook meteen de kracht van deze misdaaddocu: de zaak wordt niet achteraf gereconstrueerd maar ontwikkelt zich echt voor de camera.

De filmmakers lijken toegang te hebben gekregen tot alle belangrijke ontwikkelingen in de zaak, leggen die als de spreekwoordelijke vlieg op de muur vast en presenteren de gebeurtenissen vervolgens zonder al te veel poespas. Via uitgebreide interviews met agenten, verwanten en getuigen worden bovendien Fields doopceel gelicht en de beschuldigingen tegen hem gedetailleerd in kaart gebracht. 

Het resultaat is een interessant inkijkje bij een moordonderzoek, dat uiteindelijk enkele jaren in beslag zal nemen. Glover en zijn teamleden moeten over een heel lange adem beschikken om de schuldigen in de kraag te kunnen vatten.

A Parked Life

Docmakers

Terwijl hij zijn truck door heel Europa stuurt, heeft Petar Doychev de rest van zijn leven noodgedwongen geparkeerd. De Bulgaarse chauffeur is soms maandenlang van huis. ‘Zonder vrouw die ons vertelt wat we moeten doen zijn wij mannen verloren’, constateert hij, niet zonder zelfspot. ‘Daarom heeft God ons de tachograaf gegeven.’ En die heeft volgens Petar ‘een foutloos geheugen en is klaar om je kleinste foutjes tegen je te gebruiken’. Dus: ‘geen tieten, geen kont’.

Petar is één van de talloze Oost-Europese chauffeurs die het leeuwendeel van het jaar onderweg zijn. Terwijl hij van de ene naar de andere uithoek van het continent rijdt, verliest de trucker langzamerhand het contact met zijn vrouw Snezhina en hun zoontje Jordan, die hij met zijn werk, waaraan hij eigenlijk een gloeiende hekel heeft, probeert te onderhouden. Zoals een collega, die zich herkent in Petars ervaringen, ’t treffend uitdrukt: een leven, vervlogen in de vrachtwagencabine.

In A Parked Life (76 min.) observeert documentairemaker Peter Triest gedurende meerdere jaren het leven van zijn hoofdpersoon, een man die zich steeds meer bewust wordt van wat hij thuis, vaak duizenden kilometers ver weg, allemaal mist. Toen zijn zoon werd geboren, was hij bijvoorbeeld aan het werk in Zweden. En nu zijn echtgenote erop staat dat Jordan eindelijk, na bijna vier jaar uitstel, wordt gedoopt, dreigt hij opnieuw verstek te moeten laten gaan.

Deze roadmovie, waarin Petar via een monologue intérieur mijmert over zijn leven, zet uiteindelijk koers naar het binnenste van de hoofdpersoon. Dit leven kost hem zowat alles, maar wat levert het eigenlijk op? ‘Houd van me en respecteer me omdat ik zorg dat je niet op straat hoeft te wonen’, bijt Petar Snezhina niet voor niets toe tijdens één van hun telefonische ruzies. Met de beste bedoelingen van de wereld heeft hij zichzelf gereduceerd tot een man die elke drie maanden het vlees aansnijdt.

Triest vangt de eenzaamheid, monotonie en vervreemding van Petars nomadenbestaan in straffe snapshots van het leven onderweg: van de verplichte eindeloze files, het barre weer, de wasserettes op een pleisterplaats, het provisorische koken bij de vrachtwagen en het rijden met lege pallets. En ook de lotsverbondenheid met andere chauffeurs, vervat in een spontaan avondje kletsen en drinken, aan wie het leven net zo snel voorbij trekt als het Europese wegennetwerk.

En dan te bedenken dat Petar Doychev ooit droomde van een bestaan als astronaut. ‘Elk jaar rijd ik net zo ver als de afstand naar de maan’ constateert hij somber, in de wetenschap dat hij alleen maar verder verwijderd raakt van alles wat hem lief is.

One Day Since Yesterday – Peter Bogdanovich And The Lost American Film

Je hebt geen idee wie je bent, zei Orson Welles in de jaren zeventig tegen hem. En inderdaad, bevestigt filmregisseur Peter Bogdanovich in de documentaire One Day Since Yesterday – Peter Bogdanovich And The Lost American Film (59 min.) van Bill Teck uit 2014, in zijn gouden jaren voelde hij zich nooit op z’n plek. ‘Het was alsof iedereen me haatte of op een vreemde manier aankeek. Ik voelde me altijd ongemakkelijk. Behalve als ik alleen was met Cybill.’

De jonge, behoorlijk zelfvoldane Bogdanovich had werkelijk alles: succes, aandacht én Cybill Shepherd, de glamoureuze actrice die een groot deel van de seventies zijn muze en geliefde zou zijn. Bioscoopsuccessen stapelden zich intussen op: van Paper Moon en The Last Picture Show tot What’s Up, Doc?. En toen begon hij aan They All Laughed (1981), een film die door menigeen wordt beschouwd als de laatste film van de jaren zeventig, het decennium waarin eigenzinnige regisseurs de macht grepen in Hollywood en de ene na de andere messcherpe klassieker afleverden.

Tijdens de filmopnames werd Peter Bogdanovich (1939-2022) smoorverliefd op Dorothy Stratten, een beeldschone blondine die al Playboy’s Playmate Of The Year was geweest en nu een filmcarrière ambieerde. Nog vóór hun gezamenlijke project kon worden afgerond werd zij echter vermoord door haar voormalige echtgenoot Paul Snider. Daarna braken er inktzwarte jaren aan voor Bogdanovich, een periode waarin hij zichzelf en zijn carrière even helemaal kwijtraakte. Hij schreef wel een boek over zijn tragische liefde: The Killing Of The Unicorn.

Dit verhaal – van een leven en loopbaan die door een persoonlijk drama helemaal ontsporen – wordt geïllustreerd met veel speelfilmfragmenten en setfoto’s en vervolgens ingekaderd door de man zelf, zijn zus en z’n dochters, waarbij ook persoonlijke medewerkers, collega’s als Quentin Tarantino, Wes Anderson en Noah Baumbach en acteurs waarmee de filmmaker meermaals werkte, zoals Jeff Bridges, Ben Gazzara en Cybill Shepherd, hand- en spandiensten verrichten. Peter Bogdanovich wordt zo de held die zich niet klein laat krijgen. Net als in de film.

En dan blijkt Dorothy Stratten een jongere zus te hebben: Louise.

The Mystery Of Marilyn Monroe: The Unheard Tapes

Netflix

De vraag wordt vrijwel direct opgeworpen: was de dood van Marilyn Monroe op 4 augustus 1962 een onfortuinlijk ongeluk, zelfdoding of toch moord? Voordat regisseur Emma Cooper in The Mystery Of Marilyn Monroe: The Unheard Tapes (102 min.) op zoek gaat naar een antwoord, probeert ze eerst achter de schermen te kijken bij ‘het grootste sekssymbool van de twintigste eeuw’, in werkelijkheid een kwetsbare vrouw die haar hele leven op zoekt lijkt te zijn geweest naar (zelf)liefde en geborgenheid.

De Ierse onderzoeksjournalist Anthony Summers fungeert daarbij als bruggenhoofd. Voor de biografie Goddess: The Secret Lives Of Marilyn Monroe (1985) sprak hij met talloze bronnen uit de directe omgeving van de Amerikaanse actrice, die in werkelijkheid Norma Jeane Mortenson heette. De tapes daarvan, 650 in getal, zijn voor het eerst te horen in deze documentaire. Zo komen onder anderen regisseur John Huston (The Asphalt Jungle), actrice Jane Russell, Hollywood-agent Al Rosen, Monroe’s huishoudster Eunice Murray en regisseur Billy Wilder (Some Like It Hot) aan het woord, waarbij acteurs lipsynchroon – een enigszins onwerkelijke ervaring – voor de bijbehorende beelden zorgen.

Via Marilyn Monroe’s verhoudingen met beroemde mannen – zoals honkbalheld Joe DiMaggio, toneelschrijver Arthur Miller en de gebroeders Kennedy, president John en zijn minister van justitie Robert – koersen Cooper en Summers af op die fatale zaterdag in 1962, als hun protagonist op 36-jarige leeftijd overlijdt, als gevolg van een overdosis slaappillen. Daarbij zoomt de film nog eens nadrukkelijk in op Monroe’s relatie met de Kennedys en laat Anthony Summers primaire bronnen horen zoals hun zwager Peter Lawford, Robert Kennedy’s secretaresse Angie Novello, privédetective Fred Otash en diens medewerker John Danoff (die Monroe en de gebroeders Kennedy afluisterde in de slaapkamer).

Summers’ grootste troef vormen de vrouw en kinderen van Ralph Greenson, ‘de psychiater van de sterren’, bij wie Marilyn Monroe de laatste jaren van haar leven in behandeling was. Omdat zij regelmatig bij hen thuis kwam en een vriendschap met hen opbouwde, kunnen zij uit de eerste hand vertellen hoe de grote ster, opgegroeid in pleeggezinnen en weeshuizen, privé worstelde met wie ze voor menigeen was: ‘een stuk vlees’. Ze probeerde haar disbalans vervolgens onschadelijk te maken met pillen. Dat zijn geen nieuwe inzichten, zoals ook de exploitatie van vrouwen in het oude Hollywood geen verrassing mag zijn, maar deze stevige film slaagt er met iconische beelden en obscuur archiefmateriaal in om de levensloop van de bekoorlijke blondine treffend te verbeelden.

En over de tragische afloop daarvan – naakt op haar eigen bed, met een telefoonhoorn in de hand, in haar huis te Brentwoord, Californië – heeft The Mystery Of Marilyn Monroe bovendien een geloofwaardige hypothese – ook al is die bepaald niet nieuw. Summers en Cooper blijven daarmee uit de buurt van al te buitenissige complottheorieën.

Joy Division

Voor de generatie die opgroeide aan het bedompte einde van de jaren zeventig, toen de eerste punkgolf in zijn nadagen was aanbeland, is Ian Curtis een symbool geworden van algehele malaise, van levensmoeheid zelfs. Zoals Kurt Cobain, de voorman van de Amerikaanse rockgroep Nirvana, dat een kleine vijftien jaar later voor de grunge-generatie zou worden.

Samen met zijn band Joy Division (96 min.) wist Curtis perfect het desolate karakter van zijn tijdsgewricht te verklanken. Als de Britse zanger uit Manchester zong over eenzaamheid, liefde die je uit elkaar trekt of depressies, drukte hij een wanhoop uit die door menige jongeling daadwerkelijk werd gevoeld. Curtis verbond er uiteindelijk de ultieme consequentie aan: op 18 mei 1980 maakte hij een einde aan zijn leven.

Zijn bandmaten Bernard Sumner (gitaar/synthesizer), Peter Hook (basgitaar) en Stephen Morris (drums), die na het overlijden van Curtis de groep New Order zouden vormen en ook daarmee popgeschiedenis schreven, blikken in deze treffende documentaire uit 2007 terug op de relatief korte periode dat ze aan zijn zijde de wereld leken te gaan veroveren. De film bevat ook citaten uit de autobiografie van Ians weduwe Deborah, Touching From A Distance.

In deze productie van Grant Gee, die eerder Radioheads complete vervreemding tijdens een wereldtournee ving in Meeting People Is Easy, komen verder onder anderen Curtis’ Belgische liefje Annik Honoré, de Nederlandse fotograaf Anton Corbijn (die tevens zijn debuutfilm Control aan de groep wijdde) en televisiepersoonlijkheid/platenbaas Tony Wilson (over wie de bij vlagen hilarische biopic, 24 Hour Party People werd gemaakt, waarin Joy Division ook een prominente plek kreeg) aan het woord.

Ieder voor zich beschrijven ze Curtis’ suïcide bijna als een fait accompli, het onvermijdelijke einde achter een door epilepsie, liefdestwijfel en depressies geplaagd bestaan. ‘Vijftig procent triest en vijftig procent boos’, voelde Stephen Morris zich naar eigen zeggen. ‘Boos op hem, omdat hij zoiets stoms had gedaan. En boos op mezelf, omdat ik niets had gedaan.’ De drie overgebleven bandleden vervolgden al snel hun weg, geschokt en toch ongebroken, onder een nieuwe noemer en met nieuw elan.

En zowel Ian Curtis als Joy Division werden bijgeschreven in Het Grote Popgeschiedenisboek, in het hoofdstuk over muziek die weliswaar ouder wordt, maar nooit oud.

This Is Joan Collins

NTR

Ze fungeert als verteller in haar eigen levensverhaal. Zwierig, joyeus en soms vilein slalomt Joan Collins langs alle inciting incidents, plotpoints en points of no return van haar Hollywood-achtige bestaan. De inmiddels hoogbejaarde actrice speelt een rol, zonder twijfel. Een typetje zelfs. ‘Moet dit stuk er echt in?’ vraagt ze bijvoorbeeld quasi-serieus, als haar ontmoeting met acteur Maxwell Green aan de orde komt. Hij was drieëndertig, zij zeventien. En maagd. ‘Mijn moeder zou zeggen dat er misbruik van me was gemaakt’, zit ze enkele ogenblikken later alweer helemaal in haar vertellersrol. ‘Tegenwoordig zouden we het “date rape” noemen.’ Green zou haar eerste echtgenoot worden en niet haar laatste slechte ervaring met mannen.

Het alomtegenwoordige seksisme in de filmindustrie loopt als een rode draad door This Is Joan Collins (95 min.). Mannen dringen zich op (of erger), gaan stelselmatig vreemd of speculeren heel nadrukkelijk op de zogenaamde ‘casting couch’. Collins vertelt erover zonder meel in de mond of zelfmedelijden. Soms herschrijft ze ter plekke de voice-over teksten – en daarmee het leven zoals dat hier wordt gepresenteerd. Een woelig bestaan als celebrity, waarin steeds weer een andere kerel de hoofdrol opeist. Dit bijzonder amusante Tinseltown-verhaal, met een schrijnende ondertoon, bevat daardoor een schier eindeloze rij, doorgaans weinig flatteus gekenschetste, bekendheden, waaronder Richard Burton, Warren Beatty, Anthony Newley, Ryan O’Neal, Ron Kass, Donald Trump, Peter Holm en Percy Gibson.

Regisseur Clare Beavan baseerde dit portret op enkele autobiografieën van Collins en maakt ook gebruik van scènes uit haar ontzaglijke film- en televisie-oeuvre om situaties uit het werkelijke leven van haar hoofdpersoon te verbeelden. Die werd in zo’n beetje elk decennium van haar volwassen leven wel eens afgeschreven als ‘te oud’ of ‘uit de tijd’. En steeds weer keerde de Britse actrice terug van nooit weggeweest. Met als hoogtepunt de rol van Alexis Carrington in Dynasty, een populaire soapserie waarvoor ze in de jaren tachtig negen jaar lang hoogstpersoonlijk het onderdeel ‘nasty’ verzorgde. Ze werd er ‘de meest gehate vrouw op televisie’ en voor het eerst echt gefortuneerd mee en kreeg op latere leeftijd zelfs een uitnodiging voor Playboy. Als een echte Hollywood-feministe accepteerde ze die met graagte.

Ook in This Is Joan Collins participeert ze met overduidelijk plezier. Al kan het natuurlijk ook gewoon de uitstekende actrice zijn, die zich uitleeft in de rol van haar leven. Want of de vamp op leeftijd echt achter de facade vandaan is gekomen? Daarvoor laat ze toch te zelden écht het achterste van haar tong zien. Bepaalde onderdelen van haar leven worden bovendien nauwelijks aangeraakt. Haar jongere zus Jackie, een succesvolle schrijfster en onlangs onderwerp van haar eigen documentaire Lady Boss, komt bijvoorbeeld nauwelijks ter sprake. Deze film richt zich vooral De Ster Joan Collins, die actief moest zijn binnen een entertainmentwereld die nog nooit van #metoo had gehoord. Al wist, zoveel is ook wel duidelijk, waarschijnlijk iedereen er wel degelijk van.

Undercurrent: The Disappearance Of Kim Wall

HBO Max

Ze zou een paar uur aan boord gaan. De Zweedse journaliste Kim Wall wilde een verhaal maken over de Deense uitvinder Peter Madsen. Daarbij hoorde ook een tocht met zijn zelfgebouwde onderzeeër Nautilus. Op 11 augustus 2017 gingen ze samen bij Kopenhagen te water. Kim zou nooit meer levend worden gezien, Peter wist ternauwernood zijn zinkende onderzeeboot te verlaten.

De verdwijning van Kim Wall was direct wereldnieuws. En met de excentriekeling Madsen, die op dat moment toevallig net met zijn eigen raket was geportretteerd in de documentaire Amateurs In Space, had de zaak ook meteen een tot de verbeelding sprekende verdachte. Al snel werd deze cartoonachtige figuur, met de bijnaam ‘Rocket-Madsen’, daadwerkelijk gearresteerd door de Deense politie.

In de uitstekende dramaserie The Investigation is het politieonderzoek in ‘de duikbootzaak’ onlangs al via rechercheur Jens Møller, gespeeld door acteur Søren Malling, minutieus doorlopen. Nuchter en realistisch, zonder enige vorm van sensatiezucht. Met bovendien nauwelijks aandacht voor de verdachte en alle ruimte voor het slachtoffer en de impact van Walls verdwijning op haar verwanten.

Het eerste deel van Undercurrent: The Disappearance Of Kim Wall (120 min.) doet dat onderzoek nog eens dunnetjes over. In deel twee van de true crime-docu zoomt Erin Lee Carr met onder anderen Madsens biograaf, een voormalige collega en (vrouwelijke) kennissen in op de man achter de larger than life-figuur. Een man die er duistere kanten en liefhebberijen op na blijkt te houden.

Daarmee wordt Undercurrent een heel aardige, hoewel tamelijk conventionele bijsluiter voor de fictieserie, die juist was bedoeld als een doelbewuste herijking van het true crime-genre. De keuze voor een meer traditionele benadering, met een klassieke gevaarlijke engerd, is overigens niet onlogisch: Peter Madsen is een bijzonder dankbaar personage voor iedereen die zich wel eens verlekkert aan een smakelijk misdaadverhaal.

The Alpinist

Piece Of Magic

Solo-alpinisme is volgens kenners de meest pure en avontuurlijke vorm van klimmen. Het is ook de dodelijkste vorm. ‘Zo’n beetje de helft van alle bekendste soloklimmers is in de bergen gestorven’, zegt de befaamde Italiaanse alpinist Reinhold Messner. ‘Dat is tragisch en moeilijk te verdedigen. Maar het hoort bij het idee: als je een avontuur aangaat, zijn moeilijkheden en gevaar nodig. Als de dood niet tot de mogelijkheden zou behoren, dan stelt de klim overleven ook niets voor.’

Hoe gevaarlijk het ook wordt, er zijn altijd waaghalzen te vinden met voldoende bewijsdrang en doodsverachting om de uitdaging tóch aan te gaan – en documentairemakers om de ijzingwekkende onderneming vervolgens met tal van camera’s te vereeuwigen. Zoals de 23-jarige Canadees Marc-André Leclerc, alias The Alpinist (92 min.), en de man die hem met zijn apparatuur op de huid zit en de halsbrekende toeren zo nu en dan ook van commentaar voorziet, Peter Mortimer (eerder al verantwoordelijk voor de enerverende klimfilm The Dawn Wall).

Leclerc is een free solo-klimmer. Hij probeert de hoogste toppen te bestijgen, zonder enige vorm van zekering. Een beetje documentairekijker kijkt daar sinds Free Solo niet meer van op. Been there, done that. Op het beeldscherm, tenminste. En dan mengt de hoofdrolspeler van die Oscar-winnende documentaire uit 2018 zich hoogstpersoonlijk in de strijd. ‘Mensen denken dat het free solo-klimmen zoals ik dat doe gekkenwerk is’, zegt Alex Honnold. ‘Maar ik werk met rotsen. Dat is in veel opzichten veilig. Het materiaal is superrobuust. En dan zie ik Marc-André free solo-klimmen op ijs en sneeuw….’

IJs en sneeuw hebben namelijk één kenmerkende eigenschap: ze zijn onderhevig aan de omstandigheden en daardoor totaal onbetrouwbaar. Ideaal terrein dus voor een onverbeterlijke durfal, ooit gediagnosticeerd met ADHD, die de drang heeft om zijn eigen grenzen te blijven verleggen. Leclerc is alleen geen fan van cameraploegen. Dan is het tenslotte niet meer echt vrij en solo. Voor Mortimer en zijn coregisseur Nick Rosen is dat een flinke uitdaging als hun protagonist, die volgens kenners de grenzen van alpinisme flink aan het oprekken is, zich opmaakt voor zijn grootste uitdaging tot dan toe: Torre Egger, een ontzagwekkende bergtop in Argentinië, die hij ook nog in hartje winter wil gaan beklimmen.

The Alpinist volgt daarmee trouw het stramien van dit soort heroïsche klimdocu’s, waarbij de held met wie je je gaandeweg steeds meer hebt kunnen identificeren uiteindelijk alles in de waagschaal stelt, inclusief de liefde van zijn bewonderende vriendin, om een bovenmenselijke prestatie te verrichten, die dan tevens dienst doet als de grandioze apotheose van de film. En zo had het nu inderdaad ook kunnen uitpakken… Het lot beslist alleen anders, zet de vertelling danig op z’n kop en zorgt ervoor dat ook deze nieuwe free solo-docu er weer behoorlijk inhakt.

The Puppet Master: Hunting The Ultimate Conman

Netflix

Hij dringt hun leven binnen, maakt zich onmisbaar en isoleert hen vervolgens van de rest van de wereld. Sophie en Jake Clifton hebben bijvoorbeeld al jaren geen contact meer met hun moeder Sarah. Eind 2011 ontmoette zij een nieuwe geliefde, ene ‘David’. Die nam het gezin gaandeweg helemaal over en werkte vervolgens de kinderen het huis uit. En daarna verdwenen de twee tortelduifjes zelf met de noorderzon. Sindsdien is Sarah buiten het bereik van haar kinderen geraakt – en blijkt haar spaarrekening geplunderd.

Een al even vreemde kwestie deed zich twintig jaar eerder voor: op verzoek van barman ‘Rob’, die tevens actief was als spion, knapte de student John Atkinson begin jaren negentig enkele klusjes op voor de Britse geheime dienst MI5. Toen er op zijn opleiding een cel van IRA werd ontdekt, sloeg hij samen met zijn medestudenten Sarah en Maria en diezelfde barman op de vlucht. Ze zouden uiteindelijk zo’n tien jaar (!) onderweg zijn, ver weg van alles wat hen lief was. En één man bepaalde alles: serieoplichter Robert Hendy-Freegard.

In The Puppet Master: Hunting The Ultimate Conman (127 min.) deconstrueren Sam Benstead en Gareth Johnson de modus operandi van deze menselijke wurgslang die zijn prooien eerst uiterst behoedzaam benadert en hen daarna bijna ongemerkt de keel dichtknijpt. Ze kleden de herinneringen van Freegards slachtoffers, hun familieleden en de FBI- en Scotland Yard-agenten die op hem jagen bovendien aan met archiefbeelden, geluidsopnamen, spannende muziekjes en gedramatiseerde scènes met acteurs.

Vaardig ontleedt deze driedelige true crime-serie zo de ronduit bizarre geschiedenis van een gewetenloze parasiet en z’n slachtoffers, die hij doelbewust helemaal uitwoont. The Puppet Master begeeft zich daarmee op hetzelfde terrein als Love Fraud, een overrompelende miniserie over een enigmatische Amerikaanse ‘bad guy’ met eveneens een eindeloze stroom slachtoffers, en laat een vergelijkbaar gevoel van diepe verwondering achter: hoe krijgt deze man dit voor elkaar en – vooral – wat drijft hem in godsnaam?

Killing Escobar

‘Je wordt alleen gevraagd om Pablo Escobar om te leggen als je over de juiste ervaring beschikt’, zegt Peter McAleese, terwijl hij als een echte Hollywood-schurk recht in de camera kijkt. De Schotse huurling had op dat moment zijn strepen al verdiend in vuile oorlogen te Jemen, Angola en Zuid-Afrika. Hij schrok dus helemaal niet van de opdracht om ‘s werelds bekendste drugscrimineel, verantwoordelijk voor zo’n tachtig procent van de cocaïneproductie, naar de eeuwige jachtvelden te helpen. Tuurlijk! Hoeveel schuift het?

Samen met zijn contactpersoon David Tomkins, ook al zo’n principiële strijder als het gaat om goed verdienen, vertrekt McAleese in 1989 naar Colombia om kennis te maken met het Cali-kartel, dat in een bloedige burgeroorlog is verwikkeld met Escobar en z’n criminele vrinden uit Medellin. De opdracht is even simpel als gevaarlijk: Killing Escobar (93 min.). ‘Ik was best zenuwachtig de eerste keer dat ik iemand doodde’, haalt McAleese herinneringen op aan zijn ervaringen als beginnend ‘soldaat’. Over Pablo Escobar zegt hij: ‘Ik heb het nooit beschouwd als moord. Ik zag hem gewoon als een doelwit.’

McAleese en Tomkins besluiten om een eliteteam samen te stellen, dat we voor het gemak The Magnificent Twelve zullen dubben – al zou The Gang That Couldn’t Shoot Straight uiteindelijk ook een adequate benaming blijken. Regisseur David Whitney maakt van hun militair opgezette operatie een spannende actiefilm, compleet met erg vet aangezette scènes op locatie met acteurs. Hij heeft ook beeldmateriaal van de schuinsmarcheerders zelf, die zich natuurlijk eerst te goed doen aan de plaatselijke drank en vrouwen. Daarmee beginnen ze lokaal alleen wat in het oog te lopen. Dus, in de woorden van Peter McAleese: ‘time to leave town’. Met een heel wapenarsenaal, welteverstaan. Op naar Pablo’s vesting.

Voor de geblokte Schot is de actie om Escobar te liquideren een logisch vervolg op een veelbewogen leven, eerder opgetekend in de autobiografie No Mean Soldier, dat van hem een beroepskiller heeft gemaakt. Samen met Tomkins, enkele teamleden, vertegenwoordigers van de Amerikaanse Drugs Enforcement Agency en een paar kopstukken van de Cali- en Medellin-kartels kan McAleese dus meer dan genoeg sterke verhalen uit de losse pols schudden voor een onderhoudende vertelling. En aan het eind, als het water hem aan de lippen komt te staan, vraagt hij als een goede katholieke jongen uit Glasgow vergeving voor zijn zonden.

Want als puntje bij paaltje komt is die McAleese, althans volgens de tamelijk zoetsappige conclusie van deze gelikte actiedocu, toch best een geschikte peer.

The Real Charlie Chaplin

Showtime

Als Charlie Chaplin in 1947 het podium opstapt voor een persconferentie in het Gotham Hotel in New York, weet hij dat er nauwelijks vragen zullen komen over zijn nieuwe film Monsieur Verdoux, de eerste zonder zijn vaste zwerverspersonage The Tramp. ‘Dank u, dames en heren van de pers’, valt hij meteen met de deur in huis. ‘Ik ga uw tijd niet verdoen. Begint u maar met de slachting.’

Via een over shoulder-shot is inderdaad te zien hoe het verzamelde journaille al in de aanvalshouding is gaan staan. ‘Meneer Chaplin, er zijn in het verleden verschillende verhalen geweest waarin u er min of meer van wordt beschuldigd dat u een ‘fellow traveller’ bent, een sympathisant van de communisten’, barst één van de vragenstellers los. ‘Kunt u een directe vraag beantwoorden: bent u een communist?’

‘Hoe zijn we op dit punt gekomen?’ vraagt actrice Pearl Mackie, die dienst doet als de alwetende verteller van The Real Charlie Chaplin (113 min.), op dat moment. We zijn ongeveer halverwege de film. De documentaire keert vervolgens enkele jaren terug in de tijd, naar het moment waarop Chaplin net is begonnen aan de eindspeech van The Great Dictator (1940). Bij de opnames van die film, over de opkomst van Adolf Hitler, waren we net ook al. Nu komt echter het verhaal over het enorme succes ervan. Chaplin wordt daardoor een veelgevraagd spreker. Niet slecht voor een man die de grote held van de stomme film was en lang weigerde om zijn mond open te doen op het witte doek.

Charlie Chaplin (1887-1977) komt zo echter ook op de radar te staan van J. Edgar Hoovers Federal Bureau of Investigation, dat na de Tweede Wereldoorlog op communistenjacht is en dat daarbij dus ook bij de komiek uitkomt. Tijdens de persconferentie, die in deze documentaire van Peter Middleton en James Spinney wordt gereconstrueerd met acteurs en het oorspronkelijke geluid, leggen journalisten hem daarover ongenadig het vuur aan de schenen. Chaplin werpt alle beschuldigingen ver van zich.

Het is een exemplarische scène voor een speels gemaakte historische documentaire. Van Charlie Chaplin zijn er natuurlijk speelfilmfragmenten te over. Aan foto’s ook geen gebrek. Hij heeft echter nauwelijks interviews nagelaten. En de meeste vrienden en tijdgenoten zijn inmiddels ook overleden. Wat rest is vooral nog wat audiomateriaal – van Chaplin zelf, zijn kinderen, een handvol kennissen en enkele openbare gebeurtenissen – dat door de filmmakers vakkundig van nieuwe, bijpassende beelden is voorzien. Dat werkt heel behoorlijk.

Met al die verschillende elementen bouwen Middleton en Spinney een gelaagd portret op van een bijzonder gecompliceerd mens: een man die aan het eind van de negentiende in bittere armoede opgroeide in Londen en vervolgens overzee één van de allereerste celebrities werd. Een geniale komiek ook, een onmogelijk heerschap en een liefhebber van nét iets te jonge vrouwen. The Real Charlie Chaplin probeert al die persoonlijkheden bij hun lurven te pakken en een plek te geven in een allesomvattend portret van één van de beeldbepalende figuren van de twintigste eeuw.

Freddie Mercury: The Final Act

NTR

‘Er gaat het gerucht dat we uit elkaar gaan’, roept Freddie Mercury tijdens een concert van Queen in het Wembley-stadion in 1986. ‘Wat denken jullie?’ Hij wijst demonstratief naar zijn achterste. ‘Ze praten vanuit híer!’ Mercury neemt nog even de tijd om zijn punt te maken: ‘Vergeet al die geruchten: wij blijven bij elkaar tot onze dood!’ Het zullen, helaas, profetische woorden blijken te zijn.

Op dat moment had de Britse zanger al aangegeven bij zijn medebandleden dat hij niet meer wilde toeren. Het HIV-virus zat hem op de hielen. Zonder dat zij het wisten overigens. Officieel dan. Mercury was een ‘dead man walking’, maar over dat onderwerp werd niet gesproken. Hij wilde dat ook niet. De zanger zou uiteindelijk op 24 november 1991 overlijden, op slechts 45-jarige leeftijd.

Via het tragische einde van de Queen-frontman belicht documentairemaker James Rogan in Freddie Mercury: The Final Act (90 min.) de AIDS-epidemie, die de sfeer van onverdraagzaamheid die er in het Groot-Brittannië van Margaret Thatcher sowieso al was ten opzichte van homoseksuelen nog eens versterkte. Was dit misschien de straf die zij kregen – van God natuurlijk – voor hun tegennatuurlijke gedrag?

Do I look like i’m dying of AIDS? fumes Freddie, kopte de Britse tabloid The Sun in die jaren bijvoorbeeld uiterst speculatief. ‘Dat zorgde destijds voor een enorme haat bij mij voor de journalistieke benadering van de Murdoch-kranten’, vertelt Queen-drummer Roger Taylor, die samen met gitarist Brian May uitgebreid terugblikt op dit dramatische hoofdstuk uit de bandhistorie.

Verder komen in deze boeiende documentaire ook Mercury’s zus Kashmira Bulsara, vriendin Anita Dobson en z’n personal assistant Peter Freestone, die zijn ziekteproces van dichtbij meemaakte, aan het woord. Hun herinneringen worden gepaard aan de getuigenissen van enkele homoseksuele mannen die tijdens de AIDS-crisis opgroeiden en zagen wat die aanrichtte.

Intussen is er altijd de muziek van Queen, die binnen deze context helemaal tot zijn recht komt en extra diepte krijgt. Alsof ineens duidelijk wordt wat Freddie Mercury eigenlijk probeerde te zeggen. En in die muziek ligt natuurlijk ook de sleutel naar de verwerking van het verdriet na zijn overlijden en de afronding van deze film: het befaamde Freddie Mercury Tribute Concert For AIDS Awareness.

Op 20 april 1992 verzamelden zich talloze popgrootheden, in Wembley natuurlijk, om eer te bewijzen aan de man en zijn songs. Dan dreigt deze film even een standaard-popdocu te worden, waarin collega’s als Roger Daltrey, Lisa Stansfield en Paul Young ruimte krijgen om uit te spreken hoe bijzonder Freddie Mercury wel niet was. Ook de derde akte levert echter bijzondere verhalen op.

Over het duet bijvoorbeeld dat Elton John, zelf homoseksueel en bovendien een intieme vriend van de Queen-zanger, moest zingen met Guns N’ Roses-zanger Axl Rose, die destijds werd beschuldigd van homofobie. Uiteindelijk reikten ze elkaar tijdens Bohemian Rhapsody letterlijk de hand. En dan is er nog het drama rond George Michael die niet voor niets boven zichzelf uitsteeg in Somebody To Love.

Zulke indringende episodes tillen deze film uit boven het individuele verhaal van Freddie Mercury. Hoewel dat op zichzelf natuurlijk ook al meer dan genoeg tot de verbeelding spreekt.

Legale Wiet

&Bromet

Het duurt niet lang, nooit eigenlijk, voordat Frans Bromet heeft gevonden waar het schuurt in de plannen van de overheid om een experiment met legale wietteelt op te zetten. John en Ines Weijers zijn bijvoorbeeld al jarenlang actief als wietkweker. Volgens eigen zeggen is de politie daarvan altijd op de hoogte gesteld en hebben ze ook netjes belasting betaald. Toch is het tot een veroordeling gekomen. Eerst louter symbolisch, zonder daadwerkelijk straf. Later heeft het stel van de Hoge Raad echter één maand voorwaardelijke gevangenisstraf aan zijn broek gekregen.

John en Ines moeten ook een aanzienlijke boete betalen, waardoor ze zelfs, wederom volgens eigen zeggen, hun huis hebben moeten verkopen. Vanzelfsprekend staan ze nu te trappelen om onderdeel te worden van het aangekondigde wietexperiment, zodat ze financieel weer een beetje Boven Jan kunnen komen. Één probleem: dat experiment is alleen toegankelijk voor telers zónder strafblad. Het is het Nederlandse gedoogbeleid in een notendop: gebruik en verkoop zijn al enige tijd legaal, maar de aanlevering bij coffeeshops, via de zogenaamde achterdeur, is officieel altijd illegaal gebleven. Met nu mogelijk heel vervelende gevolgen voor traditionele toeleveranciers zoals het echtpaar Weijers.

In Legale Wiet (55 min.) melden zich ook nieuwe spelers op de cannabismarkt, zoals Project C. Dit samenwerkingsverband van een kassenbouwer, voormalig statenlid van de SP, huisarts en advocaat (Peter Schouten, die de laatste tijd regelmatig in het nieuws is als advocaat van kroongetuige Nabil B. en vriend van Peter R. De Vries) wil het groot aanpakken en overweegt zelfs om aandelen uit te geven. Veel bewoners van de gemeente die ze op het oog hebben, het Brabantse Etten-Leur, zitten echter helemaal niet te wachten op zo’n ‘wietfabriek’ in de omgeving. Ze beginnen zich daartegen te verzetten.

Geïnteresseerd en toch kritisch gaat Frans Bromet het gesprek aan met al deze actoren, waarbij ook één van de initiatiefnemers van het experiment, huidig Tweede Kamer-voorzitter Vera Bergkamp (D66), de burgemeesters van de beoogde experimentgemeenten Tilburg en Etten-Leur en enkele coffeeshophouders een duit in het zakje mogen doen. Intussen dreigt het experiment, dat zich nu al jaren voortsleept en in die tijd ook Bromet licht moedeloos lijkt te maken, vast te lopen in een bureaucratisch moeras. In dat opzicht is deze gespreksfilm tevens een treffend portret van het Nederlandse softdrugsbeleid. Jarenlang liepen we voor de muziek uit, tegenwoordig vooral achter de feiten aan.

The Beatles: Get Back

Disney+

‘Zonder de docu gezien te hebben: nee’, tweette Kirsten Verdel deze week. De opiniemaakster reageerde op een Twitter-vraag van het radio 1-programma De Nieuws BV. ‘De Beatles-documentaireserie Get Back is vanaf vandaag te zien. Regisseur Peter Jackson dook in de archieven en maakte er een film van 8 uur van. Is dat niet te lang?’

Dat is eigenlijk de attitude waarmee elke nieuwe release van/rond The Beatles – of Bob Dylan of David Bowie of (zelfs) Queen – wordt ontvangen. Daar kan geen serieuze beschouwing tegenop. Als elke scheet van John, Paul, George en Ringo interessant is – en daar lijkt het op, ik heb me daar hier al eens over uitgelaten – dan doet het er niet meer toe hoe die feitelijk ruikt.

Ik waag toch een poging. Even vooraf: ik ben geen Beatles-fan (en was dit, om dat onderwerp ook maar meteen te tackelen, ooit wél van The Stones), maar heb zowel de rode als de blauwe verzamelaar in huis staan en wil op geen enkele manier het belang van The Beatles voor de popgeschiedenis ondermijnen. Ik wil alleen wel frank en vrij over deze serie oordelen.

De voorgaande alinea’s schreef ik zonder dat ik ook maar een seconde van Get Back (468 min.) had gezien. En daarna ben ik gaan kijken, gewoon zoals ik altijd doe: het bestand openen, linksonder op dat driehoekje klikken en dan maar zien wat er gebeurt. Als het goed is, schuif ik ongemerkt naar het puntje van mijn stoel. En anders zak ik langzaam maar zeker onderuit.

Terzake: Peter Jackson start met een disclaimer. Hij wil ‘een accuraat portret van de gebeurtenissen en personen’ schetsen. Het lijkt een verwijzing naar de tv-special Let It Be die regisseur Michael Lindsay-Hogg in 1970 maakte van de live-opnamen voor de laatste Beatles-elpee. De band was daarover zo ontevreden dat het materiaal voor een halve eeuw in een kluis verdween.

Het beeld dat met die zestig uur beeldmateriaal en honderdvijftig uur audio-opnamen was gecreëerd – van een band die tijdens zijn allerlaatste verrichtingen al volop in ontbinding is, met Paul McCartney als verlichte despoot en John Lennons geliefde Yoko Ono als een soort vleesgeworden splijtzwam – zou zich echter vastzetten in het collectieve geheugen.

Aan Beatles-fan Jackson, een filmmaker die zowel de gigantische speelfilmtrilogie The Lord Of The Rings als de indrukwekkende WOI-docu They Shall Not Grow Old op zijn naam heeft staan, valt nu de eer ten deel om dat beeld te corrigeren. Hij neemt eerst in vogelvlucht de bandcarrière door en stoomt daarna door naar de sessies in de Londense Twickenham Studio’s.

Zijn die interessant? Tis maar hoe je het bekijkt: als je vindt dat elk woord dat de vier met elkaar wisselen, elke riedel die ze samen spelen en elke fase van hun songschrijfproces het documenteren, bewaren en aanzien waard is, dan zeker. Dan is Get Back niets minder dan essentiële geschiedschrijving. Klinkt goed, ziet er geweldig uit en laat ook nog de mensen achter de iconen zien.

Neem bijvoorbeeld het moment waarop George Harrison, met de gemompelde zin ‘I’m leaving the band’, bijna ongemerkt uit The Beatles vertrekt. ‘Als hij dinsdag nog niet terug is, regelen we Clapton’, zegt John Lennon, wanneer ze de dag erop zonder hem repeteren. De navolgende verzoeningspoging, die diverse dagen in beslag neemt, is al even fascinerend.

Ook fraai: de komst van keyboardspeler Billy Preston, als de band inmiddels is verkast naar hun knussere kantoor in Londen. Hij geeft het haperende creatieve proces nieuw elan. De serie bevat alleen ook véél ruis: kleine gesprekjes, groepsoverleg en veel grappen en grollen. Op zich aardig als sfeertekening, maar Jackson had hier echt scherper moeten selecteren.

Zonder het ontzag waarmee ook het koningshuis vaak wordt benaderd – en zijn The Beatles niet gewoon de koninklijke familie van de popmuziek? – is de conclusie zelfs onvermijdelijk: interessante inkijkjes in de groepsdynamiek, geniale muzikale oprispingen en scharnierpunten uit de bandhistorie, maar echt véél te lang. Verteltijd en vertelde tijd lijken bijna één op één te lopen.

Get Back wordt een beetje de docu-variant op wat in de popwereld gemeengoed is geworden. Van belangwekkende artistieke prestaties wordt ook het restmateriaal aan de wereld toevertrouwd: B-kantjes, covers en gesneuvelde tracks. Waarbij de oorspronkelijke magie, afhankelijk van je gezichtspunt, wordt gesmoord in overdaad of juist in context gezet.

Tijdens het bekijken van dit epische werk bekroop mij gaandeweg het gevoel dat ik, in de woorden van muziekjournalist Atze de Vrieze op Twitter, ‘in een boomerfuik gezwommen ben’. Waarin anderen dus het liefst hun halve leven zouden ronddrijven. Zelf zak ik echter langzaam maar zeker onderuit in mijn stoel, terwijl de verwikkelingen rond The Beatles behang dreigen te worden…

En dan gaat het viertal dat dak op voor wat een legendarisch laatste concert zal worden, dat hier voor het eerst integraal, met veel gebruik van split screen (zodat er veel is te kijken) en reacties van omstanders (die het optreden over het algemeen wel kunnen waarderen, al krijgt de politie ook klachten over geluidsoverlast) wordt vertoond.