De Dijk – Hou Me Vast

NTR

De knuppel gaat in het hoenderhok. Huub van der Lubbe vraagt zich af of ze het bijltje er niet bij neer moeten gooien. Dertig jaar lang was spelen met De Dijk het allerleukste wat hij deed. Op dit moment kan de zanger echter nog wel een paar andere dingen bedenken, die hij ooit eens wil doen. De rest kan z’n oren nauwelijks geloven: ‘die eikel’ gaat hun band toch niet opblazen?

Deze heikele kwestie vormt het startpunt voor de documentaire De Dijk – Hou Me Vast (83 min.) uit 2011, waarvoor Suzanne Raes de nederpopgroep, aan de vooravond van het dertigjarige jubileum, een veelbewogen jaar lang volgde. In de steeds terugkerende beelden vanuit het spreekwoordelijke tourbusje, waarmee ze het land blijven doorkruisen, ogen de mannen nog steeds als een echt bandje.

Jongens onder elkaar. Van dik in de vijftig. Jongetjes nog, stiekem. Als ze door soullegende Solomon Burke worden benaderd om samen een plaat op te nemen, bijvoorbeeld. Die invitatie leidt onder anderen tot een prachtige scène als de bandleden, los van elkaar, de eerste gezamenlijke opname Hold On Tight terugluisteren. Zo trots als een hond met zeven lullen.

En dan wil de held ook nog met hen gaan optreden. Aan de einder gloort een Amerikaanse tournee. Dat zou een wedergeboorte zijn voor de band, die al zeker zeven levens had. De ogen van de oude rotten beginnen ervan te glinsteren. En dan slaat het noodlot toe en moeten de eeuwige jongens opnieuw schakelen.

‘Je kan de blues wel willen verlaten’, zingen ze zelf in een nummer waaraan tijdens de filmopnames druk wordt gesleuteld. ‘Maar de blues verlaat jou nooit.’ Raes krijgt de interne machinerie van de groep intussen stevig te pakken – de onderlinge concurrentie bijvoorbeeld, die tot de beste liedjes leidt – en kijkt zeer goed om zich heen in de oefenruimte, kleedkamer en studio.

Met die gedegen aanpak legt ze het grote, bloedende en nog altijd wild kloppende hart van De Dijk moeiteloos bloot.

De Dijk – Hou Me Vast is hier te bekijken.

The Show Must Go On: The Queen + Adam Lambert Story

Queen Productions LTD / NTR

Hoe kun je als wereldberoemde band verder zonder je zanger, frontman en blikvanger? Kan dat überhaupt? En: mág het eigenlijk wel?

Na het overlijden van Freddie Mercury in 1991 beet menige topvocalist zich stuk op Queens breed uitwaaierende repertoire en het imposante stembereik van die geboren frontman. Zijn band leek dood en begraven. Of veroordeeld tot een stille dood in het golden oldies-circuit. Deze zanger, voor wie elk superlatief (blijkbaar) tekort schiet, was écht niet te vervangen.

‘Er zijn veel Freddie-na-apers, met een plaksnor en geel jackje aan’, zegt drummer Roger Taylor in deze gelikte tv-docu van Christopher Bird en Simon Lupton. ‘Nou, veel succes ermee. Op het cruiseschip.’ Het bleef echter kriebelen bij de overgebleven Queen-leden. Zou er dan tóch een opvolger zijn, iemand die Freddies vocale spierballenvertoon kon interpreteren in plaats van kopiëren? Het antwoord laat zich raden: jawel, American Idol-runner up Adam Lambert.

The Show Must Go On: The Queen + Adam Lambert Story (86 min.) toont de lange weg die gitarist Brian May en drummer Roger Taylor moesten afleggen om, na de nodige bokkensprongen en zijstappen, met Lambert een volwaardige nieuwe incarnatie van hun band uit de grond te stampen. Queen 8.0, of zoiets. Die ontwikkeling wordt van commentaar voorzien door bekendheden als het wereldberoemde jurylid Simon Cowell, Foo Fighters-drummer Taylor Hawkins en Rami Malek, de acteur die Freddie Mercury speelde in de gelijknamige biopic uit 2018.

Vanzelfsprekend valt er geen onvertogen woord in deze lofzang op alles wat met Queen te maken heeft – niemand wil zich tenslotte bezondigen aan heiligschennis – die helemaal is dicht gesmeerd met uitbundige live-versies van de hits van de superband. En van bovenaf zag Freddie – dat is tenminste de stellige overtuiging van zijn oude bandmakkers – dat het goed was…

On The Inside Of A Military Dictatorship

Bullitt Film / EO

De nieuwe president Thein Sein wilde een dode tijger tot leven wekken, volgens minister van informatie Ye Htut. Myanmar, ofwel Birma, was bijna een halve eeuw een militaire dictatuur geweest, maar had sinds 2011 eindelijk een burgerregering. Soort van, tenminste. Zonder een rol voor de befaamde dissidente Aung San Suu Kyi kon er echter nooit sprake zijn van volwaardige integratie in de internationale gemeenschap én opheffing van de opgelegde sancties.

En dus werd de mensenrechtenactiviste, in 1991 winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede, in genade aangenomen. Niet veel later was ze al gekozen tot parlementslid. In de nieuwe grondwet had het regime intussen wel vastgelegd dat Aung, omdat ze buitenlandse kinderen heeft, nooit president van het land mocht worden. Terwijl dat toch echt haar grote ambitie was. En toen bleek de populaire idealiste ook maar gewoon een mens: ze was bereid om vuile handen te maken, teneinde haar land toch te kunnen gaan regeren.

In de gedegen journalistieke documentaire On The Inside Of A Military Dictatorship (55 min.) plaatst Karen Stokkendal Poulsen de democratisering van het boeddhistische Myanmar binnen z’n historische context, waarin Aung San Suu Kyi als dochter van een voormalige legerleider sowieso een bijzondere plek inneemt. Daarna reconstrueert de Deense documentairemaakster hoe de gespannen politieke situatie in 2017, als Aung inmiddels de de facto regeringsleider is geworden, leidt tot etnische zuivering van Rohingya-moslims.

Voor die kwestie komt Aung San Suu Kyi komende week naar het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Valt de gewezen mensenrechtenactiviste daar definitief van haar voetstuk? Of kon en kan ze binnen de gegeven omstandigheden gewoon helemaal niet anders? Stokkendal Poulsen geeft direct betrokkenen van alle politieke gezindten het woord en laat het oordeel uiteindelijk over aan de kijker.