OJ Unseen: Exploitation Of Evil

HBO Max

Hoewel hij officieel is vrijgesproken van de moord op zijn ex-vrouw Nicole Brown en haar vriend Ron Goldman in 1994, beschouwt een groot deel van Amerika Orenthal James ‘O.J.’ Simpson (1947-2024) na de spraakmakende rechtszaak wel degelijk als een moordenaar. De voormalige American footballer, filmacteur en bekendheid, ooit alom geliefd, wordt met de nek aangekeken en moet ook steeds twijfelachtigere klussen aannemen om aan z’n geld te komen. Het inhuren van een ‘dream team’ voor zijn verdediging heeft hem namelijk een godsvermogen gekost.

In 2004, na tien jaar van kwaad tot erger, besluit hij mee te werken aan Juiced, een variant op het dan razend populaire verborgen cameraprogramma Punk’d. Als autoverkoper probeert O.J., ook wel ‘Orange Juice’ genoemd, daarin bijvoorbeeld nietsvermoedende klanten een witte Ford Bronco aan te smeren, de wagen waarin hij na de dubbele moord tevergeefs aan de politie probeerde te ontsnappen. Of er worden jonge achtergrondzangeressen en danseressen ingehuurd om op te treden met de man, die meermaals in verband is gebracht met huiselijk geweld en naar alle waarschijnlijk twee moorden op zijn geweten heeft. En dan begint hij ze ook nog te versieren…

De vierdelige serie OJ Unseen: Exploitation Of Evil (178 min.) van Rebecca Halpern belicht deze ranzige episode uit de toch al beladen Amerikaanse televisiehistorie met nietsvermoedende deelnemers, entertainmentdeskundigen en Juiced-medewerkers, waaronder de aalgladde bedenker Rick Mahr, het prototype van de nietsontziende televisieproducer, en zijn ogenschijnlijk schuldbewuste regisseur Todd Lewis. De één glimt nog altijd van trots als hij de nooit eerder vertoonde opnames en achter de schermen-beelden terugkijkt en voorziet die van smeuïg commentaar. De ander zegt zich er al twintig jaar voor te schamen, maar kan er ook smakelijk over vertellen.

Alle reden om hen bij de enkels af te zagen, zou je zeggen, maar Halpern legt ze niet eens het vuur aan de schenen. Nee, Juiceds medewerkers mogen gewoon leeglopen over hun ervaringen met de gevallen ster en worden nooit écht uitgedaagd of verplicht tot serieuze reflectie. In wezen profiteren ze zo, ruim twee decennia na dato, opnieuw van O.J.’s onverwoestbare schurkenstatus. Dat blijkt tevens de specialiteit van hun realityshow: met smakeloze pranks spelen ze in op zijn bedenkelijke reputatie en de beschuldigingen die hem dan al tien jaar achtervolgen. Zogezegd in de hoop dat hij zich wellicht alsnog laat verleiden tot een bekentenis. Een volstrekt ongeloofwaardige dekmantel.

Hoewel het schaamteloze gedrag van O.J. (en de televisiemakers) op een verwrongen manier voor intrigerend beeldmateriaal zorgt, mag OJ Unseen niet in de schaduw staan van de eerdere O.J.-documentaireseries O.J.: Made In America (2016), beloond met een Oscar, en American Manhunt: O.J. Simpson (2025). Deze schmutzige miniserie toont vooral hoe ver het Afro-Amerikaanse icoon – lijfspreuk: ‘Ik ben niet zwart. Ik ben O.J.’ – is afgegleden. En juist dan is hij het meest interessant voor een bepaald type televisiemaker. Die bijvoorbeeld strippers, blonde Nicole-lookalikes, voor hem inhuurt.

Molly Vs. The Machines

VPRO / zondag 27 september, om 22.40 uur, op NPO2

Zoals elke avond had hij de voordeur afgesloten. Via de smartphone van zijn puberdochter kwam de buitenwereld echter alsnog binnen. In de nacht van 20 op 21 november 2017 maakte Molly Russell een einde aan haar jonge leven. Sindsdien voert haar vader Ian, namens haar en al die andere tieners die zijn overgeleverd aan social media, strijd tegen de tech-giganten. In de laatste uren van haar leven werd Molly op Instagram, onderdeel van Meta, gebombardeerd met berichten over zelfdoding, depressie en zelfpijniging. Totdat ze daar fatale consequenties aan verbond.

In de urgente documentaire Molly Vs The Machines (uitzendtitel: Molly versus het algoritme, 83 min.), geïnspireerd op het boek The Age Of Surveillance Capitalism van Harvard-hoogleraar Shoshana Zuboff, plaatst Marc Silver de tragische casus van de Britse tiener binnen de evolutie van het internet, het ontstaan van sociale media en de doorontwikkeling daarvan tot platforms voor ‘surveillance kapitalisme’. Uit de levens van gewone burgers destilleert Big Tech voorspellingen, die worden verkocht aan de hoogste bieder. Met hun eigen gebruikers, inclusief kwetsbare kinderen, als handelswaar.

Instagram heeft mijn veertienjarige dochter helpen doden, concludeert Ian Russell, die besluit om terug te vechten tegen de algoritmes en de tech-bro’s voor de rechter daagt. Hij fungeert als hoofdpersoon voor deze ingenieuze film, waarin daarnaast nog een andere verteller, gecreëerd met behulp van AI, wordt geïntroduceerd. Die schetst de techkant van de kwestie. Trefzeker reconstrueert Silver, met acteurs in een onwerkelijk decor, bovendien de rechtszitting, waarin zij tegenover elkaar komen te staan. Molly’s familie, haar vriendinnen en hun advocaten kijken toe.

Molly’s persoonlijke geschiedenis wordt zo vastgeklikt aan het Metaverhaal, waarin we allemaal – inclusief ons dierbaarste bezit, onze kinderen – participeren in een sociaal experiment. Daarbij geeft Silver, via enkele klokkenluiders, een alarmistische boodschap af: de techreuzen zijn zich bewust van de schade die hun product kan veroorzaken, maar willen er niets aan doen. Illustratief is de reactie van Meta-baas Mark Zuckerberg na de herverkiezing van Donald Trump als president van de Verenigde Staten: het moet afgelopen zijn met censuur op onze platforms.

De vrijheid van meningsuiting staat weer voorop, heet ‘t dan. ‘In reality it’s a trade off’, stelt Zuckerberg. ‘It means we’re gonna catch less bad stuff.’ Ian Russell bekijkt ‘t met een cynische glimlach. Catch. Less. Bad. Stuff. ‘Het is nu wel duidelijk dat veiligheid deze platforms geen ene zier kan schelen’, verzucht hij. Waarna Marc Silver er nog een dwingende call to action aan toevoegt: ‘Eis je slaapkamers weer op als plekken van privacy, veiligheid en zelfbeschikking. Vergeet niet: de macht ligt in jouw handen!’

Raygun: Breaking Badly

Netflix

Of ze ooit hadden voorzien dat hun dochter een Olympische sporter zou worden? ‘Nooit!’ reageert moeder Beverly. Vader Russell barst spontaan in lachen uit. ‘Niet helemaal de juiste reactie’, zegt hij als ie zich heeft herpakt.

De reactie van de ouders van Rachael ‘Raygun’ Gunn is veelzeggend. Hun dochter is altijd voorbestemd geweest voor de academische wereld. In de aanloop naar de Olympische Spelen van Parijs in 2024 werkt ze als universitair docent Media en Cultuur in Sydney. Breakdancen is nooit meer dan een hobby geweest. Ze promoveert er in 2009 overigens wel op, met het nogal ambitieus getitelde proefschrift Deterritorializing Gender In Sydney’s Breakdancing Scene: A B-girl’s Experience of B-boying.

Als de kunstvorm ‘breaking’ in 2020 wordt uitgeroepen tot Olympische sport, krijgt Raygun, die wordt gecoacht door haar eigen echtgenoot Samuel ‘Sammy Sex’ Free, echter de kans om deel te nemen aan het belangrijkste sportevenement ter wereld. Ze schrijft zich in voor het kwalificatietoernooi voor Oceanië – niet iedereen zet die stap, haar rivale Tinylocks bespaart zich bijvoorbeeld de moeite – en verslaat daar al haar concurrenten. De academica moet dan ineens topsporter worden.

Het vervolg is bekend: in Parijs wordt Raygun het lachertje van de Spelen. De hele wereld gaat los op haar eigenzinnige act, een ode aan haar land Australië, waarin ze zwemslagen maakt, springt als een kangoeroe en een sprinkler imiteert. En dat is natuurlijk ook het onderwerp van de vlotte docu Raygun: Breaking Badly (72 min.), een aflevering uit de Untold-sportserie waarin de moeizame weg naar die gedenkwaardige performance en de nare nasleep daarvan wordt opgeroepen.

De filmende broers Chapman Way en Maclain Way graven niet al te diep, maar laten wel overtuigend zien hoe ’t is om ineens ieders favoriete meme te worden. You’re a disgrace to all women, voegt een vrouw Raygun zelfs toe. En die heeft wel even tijd nodig om al die drek op zich in te laten werken. Behalve een portret van een inherent optimistische vrouw wordt deze docu daarmee eerst en vooral een sprekend exposé over de leedvermaakbusiness, die tegenwoordig in de media en online welig mag tieren.

Welcome To The Family: The Murder Of Dan Markel

Disney+

Hij was naar verluidt een zeer strenge rechtendocent, maakte met zijn blog Prawlsblawg bepaald niet alleen vrienden en stond een New Yorkse rabbi bij in de geruchtmakende Prodfather-zaak. Als Daniel Markel op de ochtend van 18 juni 2014 koel wordt geliquideerd op de oprit van zijn eigen huis in een nette wijk van Tallahassee, een zaak die half Amerika in z’n greep krijgt, weet de politie van Noord-Florida nog niet in welke hoek ze de dader of diens opdrachtgever moet vinden.

Twaalf jaar later maakt de titel van deze vierdelige true crime-serie op voorhand al duidelijk waar volgens regisseur Sebastian Smith het echte verhaal zit: Welcome To The Family: The Murder Of Dan Markel (169 min.). Bij Markels schoonfamilie om precies te zijn, de Adelsons, een gefortuneerde familie uit Miami in Zuid-Florida. Ten tijde van zijn dood was Markel verwikkeld in een vechtscheiding met zijn ex-vrouw Wendi Adelson, die hun twee zoontjes wilde meenemen naar het zuiden van de staat.

Die strijd om de voogdij lijkt een aannemelijk motief en is mogelijk ook de aanzet geweest voor het opzetten van een huurmoord. Daarmee zou zo’n 15.000 dollar gemoeid zijn, volgens Wendi’s nieuwe (en al snel ook alweer ex-)vriend Jeff Lacasse. Die stelt ook: de Adelson-familie is ‘ongezond verstrengeld’. Wendi’s vader Harvey, moeder Donna en broer Charlie zouden een al even ongezonde diepgewortelde ‘Dan-haat’ hebben. Alleen oudste broer Robert, het zwarte schaap van de Adelsons, blijft daarbuiten.

Smith pluist alle intriges rond de moord op die gehate zwager/schoonzoon uit met de betrokken rechercheurs, getuigen, vrienden, kennissen en, jawel, een true crime-podcaster. Bij dat complot zouden zoveel verschillende personen betrokken zijn geraakt dat hij de onderlinge verhoudingen bovendien in beeld brengt met wassen poppetjes, zonder gezichtsuitdrukking, die samen een tamelijk verknipte familie-opstelling vormen en de rechtbankverklaringen, verhoorbeelden en telefoonopnames aanvullen.

Met een even ingenieuze als twijfelachtige undercoveroperatie proberen de FBI en de politie de moordzaak, die dan al jaren aansleept, uiteindelijk vlot te trekken. Uitgangspunt daarbij is dat niet alleen degenen die de trekker overhaalden hun straf moeten uitzitten. Ook hun vermoedelijke opdrachtgevers, Dan Markels ‘monsters-in-law’, mogen de dans niet ontspringen. Vooralsnog wanen die zich echter onaantastbaar en laten ze zich ook zeker niet zomaar in de val lokken of inrekenen.

De Adelsons vormen zo, ook voor de nét iets te gretig meelevende Amerikaanse true crime-gemeenschap en kijkers van deze adequate miniserie, een prettig doelwit. Net als bijvoorbeeld de Dursts en Murdaughs, steenrijke families die eveneens betrokken raakten bij spraakmakende misdrijven, representeren zij een kaste die overal mee lijkt weg te komen en nu maar eens hardhandig tot de orde moet worden geroepen.

Monsters Of God

HBO Max

Zelfs vrienden staan na een praatje meestal bij hem in het krijt. Want Ray Van Nostrand, inmiddels een broze oude man met dementie, is een geboren verkoper. Zijn specialiteit zijn reptielen, slangen in het bijzonder. Die begint hij in de jaren zeventig in Florida te verkopen bij het bedrijf Pet Farm. En daarbij wil hij nog wel eens een loopje met de regels nemen.

Ray komt al snel in contact met de ‘Cocaine Cowboy’ Mario Tabraue, een Cubaanse drugshandelaar met een voorliefde voor wilde dieren en een eigen bedrijf, Zoological Imports Unlimited. Behalve leeuwen en tijgers bezit die bijvoorbeeld ook Caesar, een chimpansee met een gouden Rolex en een opzichtige ketting om. De aap is werkelijk verzot op coke. Al snel stapt Ray met Mario ook in een andere business. Hij houdt er een bijnaam aan over: Ray Van Nostril. Want hij voorziet ook zijn eigen neusgaten rijkelijk van witte lijntjes.

Met zijn bedrijf Strictly Reptiles, ‘de Amazon.com van de reptielen’, zet Rays zoon Mike de familiezaak voort. Net als zijn vader verwerft hij een bijnaam ‘The Lizard Ling of Florida’. Met Mike Van Nostrand kan deze vijfdelige serie van Eric Goode, die eerder met ditzelfde bijltje heeft gehakt als maker van de groteske bingehit Tiger King (2020) en het al bijna even scandaleuze Chimp Crazy (2024), weer verder. Jarenlang brengt Mike koffersvol regenboogboa’s, pijlgifkikkers en ringstaartleguanen het land in. Een miljoenenbusiness, volstrekt legaal. Toch?

Via deze ‘reptielmensen’ brengt Goode, die zelf sinds z’n zesde wilde dieren bezit en ook regelmatig een illegale aankoop heeft gedaan, de geschiedenis van de (illegale) handel in reptielen in de Verenigde Staten in kaart, een business waarin (bedreigde) diersoorten puur als handelswaar worden beschouwd. Die lijkt te zijn opgestart door twee aartsrivalen. De lepe leverancier Hank Molt en zijn concurrent, meesterfokker Tommy Crutchfield (voor al uw custom made-reptielen!), nemen het allebei niet zo nauw met de wet en mogen dus ook een tijdje brommen.

Monsters Of God (273 min.) zit barstensvol met zulke ‘larger than life’-personages. Types als Larry Loveless, géén artiestennaam, een agent van de Drugs Enforcement Agency die, volgens eigen zeggen dan, masturbeert bij de gedachte aan criminelen die hem op de korrel willen nemen. De kluizenaar Al Killian, die met een collectie gifslangen woont, waaronder de levensgevaarlijke koningscobra. Én de Maleisische superhandelaar Anson Wong die via Nederland, blijkbaar een knooppunt in de internationale reptielensmokkel, zo’n beetje elk exotisch dier kan leveren.

Waardige opvolgers van Tiger Kings Joe Exotic, zonder de bijbehorende reality-achtige ontwikkelingen. Zij vertegenwoordigen in deze intrigerende en (on)smakelijke serie een subcultuur, waarin sommigen (bedreigde) diersoorten puur als handelswaar beschouwen en anderen juist helemaal gebiologeerd zijn door de variëteit in reptielenland – en dus ook bereid zijn om de poeplap te trekken en/of schimmige paadjes te bewandelen.

The Essence Of Eva

NTR

Ze is zowel de droom als de nachtmerrie van elke muzikant die het helemaal wil gaan maken. Eva Cassidy overlijdt op 2 november 1996 op slechts 33-jarige leeftijd als een grote onbekende, een getalenteerde zangeres die haar belofte nooit helemaal waar heeft kunnen maken. Haar hele carrière heeft ze genoegen moeten nemen met een kleine schare van trouwe fans. Enkele jaren na haar vroegtijdige dood breekt Cassidy echter alsnog wereldwijd door met het compilatiealbum Songbird, waarop ze eigen interpretaties brengt van klassiekers zoals Stings Fields Of Gold, de traditional Wade In The Water en de Wizard Of Oz-hit Over The Rainbow.

Ze moet zo’n zangeres zijn geweest zoals iedere muziekliefhebber wel kent: bemind in kleine kring, door de rest van de wereld over het hoofd gezien. In de documentaire The Essence Of Eva (82 min.) halen Alex Fegan en Malcolm Willis haar alsnog uit de kroegen, restaurants en kleine zaaltjes, waartoe ze bij leven en welzijn was veroordeeld. Met familieleden, vrienden en collega-muzikanten tekenen ze een vrouw en artiest op, die wars is van opsmuk en haar oren ook niet zomaar laat hangen naar wat de muziekbusiness van haar vraagt. Een platencontract bij het befaamde jazzlabel Blue Notes Records gaat daarom aan haar neus voorbij – al biedt directeur Bruce Lundvall daarvoor, nét voordat Eva het tijdige voor het eeuwige verwisselt, nog wel zijn excuses aan.

Illustratief voor Cassidy’s carrière is de totstandkoming van het door haar zelf uitgebrachte live-album Live At Blues Alley. Eerst moet er geld geleend worden om twee avonden in een club in Washington D.C. vast te kunnen leggen. Dan blijkt er een bromgeluid in de opname van de eerste avond te zitten. En de dag erop is ze zelf verkouden. Cassidy heeft dan al niet lang meer te leven. Ze wordt, begin dertig nog maar, gediagnosticeerd met kanker. Tijdens een avond in The Bayou waarop lokale muzikanten geld voor haar inzamelen, betreedt de vrouw die postuum wereldberoemd zal worden, nog eenmaal het podium. Ze zingt – werkelijk waar – de Louis Armstrong-evergreen What A Wonderful World en lijkt daarna gedoemd om vergeten te worden, net als talloze andere zangeressen die plaatselijk worden gekoesterd.

Voor Eva Cassidy zal het echter anders lopen. Via een omweg wordt ze na haar dood alsnog een ster. En misschien is dat wel precies zoals het had moeten zijn. ‘Als ze nog geleefd had, denk ik ook niet dat ze in grote zalen had opgetreden’, meent haar moeder Barbara in dit liefdevolle portret. ‘Dat had ze zwaar gevonden, denk je niet?’ Vader Hugh valt haar direct bij: ‘Ze had het nooit over succes.’

The Last Days Of Kabul

LOOKSfilm / Filippo Genovese

Aan het eind van de eerste aflevering van deze driedelige serie valt de Afghaanse hoofdstad Kaboel voor het eerst. De Taliban, fundamentalistische moslims die het land vijf jaar lang met ijzeren hand hebben geregeerd, worden afgezet door de Amerikanen. Die zijn een ‘war on terror’ gestart nadat Osama bin Ladens terreurorganisatie Al-Qaeda op 11 september 2001 een aanslag heeft gepleegd, waarbij de Twin Towers in New York zijn gesneuveld. Bin Laden woont dan al een tijdje in bij de Taliban.

De ‘bevrijding’ van Afghanistan in 2001 is het sluitstuk van ruim twintig jaar onrust in het Aziatische land. Na een inval van de Sovjets, die vervolgens worden verjaagd door Moedjahedien-strijders, raakt het land verzeild in een permanente burgeroorlog. Ergens onderweg, in vluchtelingenkampen in buurland Pakistan, wordt de basis gelegd voor wat de Taliban zal worden. En die laat zich niet definitief verjagen. Twintig jaar later, op 15 augustus 2021, valt Kaboel opnieuw en komen de Taliban weer aan de macht.

In The Last Days Of Kabul (uitzendtitel: De laatste dagen van Kaboel, 180 min.) nemen Bence Máté en Lucio Mollica de tijd om de aanloop naar de tweede machtsovername van de moslimfundamentalisten te schetsen met insiders uit binnen- en buitenland. Hun voornaamste troeven zijn ex-president Ashraf Ghani (2014-2021), een in het westen opgeleide diplomaat, en z’n vicepresident, de omstreden krijgsheer Abdul Rashid Dostum. Die opmerkelijke tandem symboliseert Afghanistans verscheurdheid, die het vrijwel onmogelijk maakt om echte vooruitgang te boeken.

Te midden van alle onenigheid moet Ghani een vrij en democratisch Afghanistan vormgeven. Daarnaast krijgt ie ook te dealen met de wispelturige Amerikanen en dienst hij zich de Taliban, in deze miniserie vertegenwoordigd door medeoprichter Sayed Abdul Wasi Motasim, van het lijf te houden. Als de Amerikaanse regering van Donald Trump, via diens zalvend lachende ambassadeur Zalmay Khalilzad, begin 2020 in Doha een zeer omstreden deal sluit met de (voormalige) vijand, zijn Ashraf Ghani’s dagen geteld.

Máné en Mollica nemen deze ontwikkelingen ook door met vooraanstaande Afghaanse vrouwen, zoals de mensenrechtenactiviste Asila Wardak en minister van vrouwenzaken Hasina Safi. De hoop die zij hebben als Kaboel voor het eerst valt in 2001 is twintig jaar later, aan het einde van deze stevig doortimmerde miniserie, totaal vervlogen. ‘Ik kon nog maar aan één ding denken’, vertelt de journaliste Farahnaz Forotan bijvoorbeeld, als haar begint te dagen wat er op stapel staat. ‘Hoe gaan de Taliban me aanvallen?’

Afghanistan lijkt weer volledig terug bij af.

De val van Kaboel is in de afgelopen jaren overigens al vaker onderwerp geweest van documentaireseries: Escape From Kabul (2022), Leaving Afghanistan (2022) en de Nederlandse serie Holland Gate – De Vlucht Uit Kabul (2026).

Un Hijo Propio

Netflix

‘Ik ontmoette haar vijf maanden geleden in het ziekenhuis’, verklaart Eleonor Alejandra ‘Ale’ Marín Mendoza na haar arrestatie aan de toegesnelde pers. ‘We raakten aan de praat… zij en ik. Ze was een alleenstaande moeder. Dit was haar tweede kind van een andere vader. En ze wilde de baby niet. Ze zei dat ze een abortus wilde of het kind wilde weggeven.’

En dat komt goed van pas. Alejandra en haar echtgenoot Arturo verlangen al enige tijd naar een kind, maar dat wil maar niet lukken. De Mexicaanse vrouw, toevalligerwijs ook werkzaam in een ziekenhuis, sluit een deal met deze Mayra: na de bevalling neemt ze in stilte haar baby over. Tot die tijd zal ze alleen geloofwaardig zwanger moeten zijn, ook voor Arturo. Hij weet van niets. Ale begint zich dus vol te vreten – en werkt zich zo, vanaf haar roze wolk, flink in de nesten.

Dat is de intrigerende startpositie van Un Hijo Propio (Internationale titel: A Child Of My Own, 96 min.), de nieuwe film van de Chileense maakster Maite Alberdi die in de afgelopen jaren danig van zich deed spreken met de documentaires The Grown-UpsThe Mole Agent en The Eternal Memory. Deze film oogt in eerste instantie, wanneer die gefingeerde zwangerschap nogal zoet wordt gereconstrueerd, als een typisch dik aangezet Latijns-Amerikaans drama.

Gaandeweg geven Ana Celeste en Armando Espitia, de acteurs die van Ale en Arturo een tragikomisch koppel hebben gemaakt, in deze ‘based on a true story’-productie echter steeds vaker ruimte aan de echte personen en krijgt de film een meer traditioneel documentair karakter. Dan laat Alberdi ook de werkelijkheid achter de geacteerde scènes zien en wordt duidelijk wat de gevolgen van Ales onbezonnen actie – of is het toch een slinks misdrijf? – zijn geweest.

Het uitgangspunt van Un Hijo Propio lijkt op een andere recente Netflix-documentaire over schijnzwangerschap. Terwijl Jessica Dimmock van Maternal Instinct een typische true crime-docu heeft gemaakt, heeft Alberdi duidelijk geen rechttoe rechtaan-benadering voor ogen. Met de gesuikerde eerste helft van de film, voor een enkeling wellicht een dealbreaker, presenteert ze Ales rozige versie van de gebeurtenissen, die in de tweede helft in perspectief wordt geplaatst.

Alle puzzelstukjes vallen dan in elkaar en tonen, aan de hand van een opmerkelijke casus, de immense druk waaronder sommige vrouwen staan om moeder te worden en nageslacht te produceren. De drang om een kind te krijgen kan er zelfs toe leiden dat ze er zelf in gaan geloven dat ze in verwachting zijn. Arturo wil intussen nog altijd een biologisch kind, een zoon natuurlijk. En zijn echtgenote, ‘sadder but wiser’, zal zich met deze blauwe droom moeten verzoenen.

Fragments Of Belonging

Verde Films

Je hebt mensen nodig ‘die weten wanneer je zingt en wanneer je huilt’, zegt een familielid tegen Tatjana Božić. En dat is precies wat de Kroatische filmmaakster regelmatig mist. Ze heeft het gevoel dat zij er in Nederland, waar ze samen met haar tienerzoon Waldemar woont, niet echt bij hoort. Er lijkt een ‘onzichtbare muur’ te bestaan tussen haar en anderen. Daarover gaat Fragments Of Belonging (Tragovi Pripadanja, 81 min.), een film over haar eigen eenzaamheid als vrouw uit ‘Oost-Europa’, met hooggespannen verwachtingen, een Slavisch accent en onzalige plannen.

Tot voor kort had Božić nog nooit ergens langer dan tien jaar gewoond. Ze werd geboren in een Kroatisch dorp en verhuisde later naar de Sovjet-Unie. Daarna was ze achtereenvolgens woonachtig in Londen, Zagreb en Amsterdam. En op die laatste plek kreeg ze een kind met een Nederlander, in wie zonder al te veel moeite collega-filmmaker Rogier Kappers (en het glasorgel, uit zijn persoonlijke film Glas, Mijn Onvervulde Leven) is te herkennen. Inmiddels is Tatjana een alleenstaande moeder en verhuisd naar een buitenwijk. Komt ze hier nog weg? En zal ze er ooit écht bij horen?

Zij groeide op als onderdeel van een gemeenschap en is nu terecht gekomen in een wereld, waar het individu centraal staat. Aansluiting vinden gaat niet vanzelf. Of ze nu lid wordt van een fietsclub of de slaapkamer van haar zoon begint te verhuren als hotelkamer, in de hoop dat er zo nieuwe vrienden in huis komen. Via een familie-opstelling probeert Tatjana Božić vat te krijgen op waarom ze zoveel moeite heeft om zich ergens thuis te voelen. Hoort dit bij haar geboorteland, dat in half Europa gastarbeiders heeft afgeleverd? Of zit het opgesloten in haar eigen familieverhaal?

Niemand is in hun dorp blijven wonen. Ze zijn uitgewaaierd naar zeven verschillende landen, waar ze nu bezoek mogen verwachten van dat ene ontheemde familielid, dat maar niet ‘ingeburgerd’ raakt in haar huidige thuisland. Božić moet op haar tocht, gelardeerd met persoonlijke gesprekken en begeleid door Balkan-muziek, ook de confrontatie aangaan met de moederrol in haar leven: de omgang met haar zoon en, onlosmakelijk daarmee verbonden, de verhouding tot haar eigen moeder. In deze film probeert ze, tussen alle lachen en tranen door, de weg te vinden naar een thuis.

Zeg maar gerust: een inclusieve wereld. Waldemar heeft er zo z’n twijfels bij. ‘Het is net alsof je er stiekem van houdt om nergens bij te horen’, zegt hij. Zijn moeder wíl volgens hem gewoon een buitenstaander zijn. En zij heeft zich daar maar toe te verhouden.

Poorten Van Europa

VPRO / Scenery

Grensmanagement én mensenrechten. Als de Nederlander Hans Leijtens in 2023 wordt benoemd tot uitvoerend directeur van het Europese grens- en kustwachtagentschap Frontex moet hij beide uitersten zien te verenigen: het samen met de kustwacht en grenspolitie van de individuele lidstaten bewaken van de Europese grenzen, zonder daarmee de mensenrechten te schenden van de migranten die het continent proberen te bereiken.

Het lijkt een onmogelijke balanceeract, die Frontex ook op veel kritiek is komen te staan, met name dat de organisatie ‘pushbacks’, het terugduwen van asielzoekers en migranten over de grens, heeft uitgevoerd of oogluikend heeft toegestaan. Aan Leijtens de taak om schoon schip te maken. Hij kiest daarbij onder andere voor ‘radicale transparantie’ en geeft Tomas Kaan, Els van Driel en Eefje Blankevoort voor deze vierdelige documentaireserie ogenschijnlijk ruimhartig toegang tot zijn organisatie.

Daarmee wordt deze ambitieuze productie een logisch vervolg op Shadow Game (2021), de documentaire over minderjarige vluchtelingen die door Europa zwerven op zoek naar een nieuw thuis, waarmee Van Driel en Blankevoort diverse (inter)nationale prijzen wonnen en die ook meerdere spin-offs opleverde. Poorten Van Europa (186 min.) verbindt de dagelijkse praktijk aan de grens, in safehouses, op zee en aan de kust met de werkelijkheid van het Frontex-hoofdkantoor in Warschau en het Europees Parlement.

De ervaringen van de vrijwilligers van Grupa Granica, die mensen helpen die door Poolse grenswachters dreigen te worden teruggeduwd naar Wit-Rusland, en de Noor Tommy Olsen, die met Aegean Boat Report rapporteert over incidenten op de Middellandse Zee tussen Turkije en Griekenland, staan regelmatig haaks op de boodschap die Leijtens en de betrokken Frontex-woordvoerders Reza Ahmari en Chris Borowski uitdragen. Zij worden soms met de nek aangekeken omdat ze voor de Europese grenswacht werken.

Bij de opleiding van nieuwe medewerkers vestigt Leijtens nadrukkelijk de aandacht op ethisch gedrag. Een fout mag, stelt hij. Maar wie doelbewust over de grens gaat, ligt eruit. ‘For sure.’ Tegelijk houdt de kritiek op zijn organisatie aan. Durft Leijtens wel een vuist te maken naar landen die het niet zo nauw nemen met de mensenrechten? vraagt Europarlementariër Tineke Strik (PRO) zich bijvoorbeeld af. Maakt hij zich zo niet medeplichtig aan de ogenschijnlijke straffeloosheid aan de Europese grenzen?

Incidenten genoeg. Van burgergrenscontroles in Nederland tot de intimiderende Libische kustwacht. Deze miniserie poogt het totale speelveld waarbinnen Frontex opereert – en op de huid wordt gezeten door kritische volgers zoals journalist Romy van Baarsen en de belangenorganisatie Refugees In Libya – in kaart te brengen. Zolang ze afhankelijk blijven van individuele landen, lijken Kaan, Van Driel en Blankevoort te betogen, is het de vraag of de Europese grenswacht niet een verloren wedstrijd speelt.

The Cult Of NatureBoy

ABC / Hulu / Disney+

‘Wie zijn wij?’ roept de charismatische Afro-Amerikaanse leider naar zijn jonge volgelingen, die zich aan weerszijden van hem op een trap hebben opgesteld. ‘Carbon Nation!’ antwoorden zij in koor, terwijl Eligio Bishop, als hun zelfverklaarde Godheid, over de traptreden schrijdt. Het tafereel is duidelijk geënsceneerd, voor een social mediaproductie van Bishops beweging.

‘Wat is Carbon Nation?’ vraagt ie vervolgens. Waarna zij opdreunen wat hij wil horen: ‘Het Christusbewustzijn.’ Bishop, die zich ook wel NatureBoy noemt en die leven in en van de natuur predikt, kijkt om zich heen, naar de fleurig geklede Afro-Amerikaanse mannen en vrouwen die in de houding blijven staan. ‘En wie zijn jullie?’ Zij antwoorden in koor: ‘Engelen van de Allerhoogste. Goddelijke Lichtengelen.’

En dan meldt NatureBoys echtgenote zich. ‘Wie ben ik?’ vraagt Velvet. Ook zij wordt als een vorstin onthaald. ‘Koningin Eliana’, roepen haar onderdanen deemoedig. ‘Opperbevelhebber van het aardse vlak. Mijn hogere zelf.’ Zij weet zelf echter wel beter. Ook Velvet is niet meer dan een figurant in The Cult Of NatureBoy (163 min.), een getroebleerde zwarte jongeling die zich opwerpt als geestelijk leider.

Ten tijde van het potsierlijke ritueel heeft hij in deze vierdelige serie van Benjamin Zand allang zijn ware gezicht laten zien. Het zal nu ook niet lang meer duren voordat hij zijn naam laat tatoeëren op de billen van zijn favoriete ‘godinnen’. Want zo gaat dat met sekteleiders: gaandeweg eigenen ze zich totale macht, al het geld en de vrouwen toe. Dan moeten alleen de mannen nog geknecht en vernederd worden.

Op de beelden die hij zelf via sociale media heeft verspreid vanuit exotische plekken zoals Costa Rica, Belize en Hawaii oogt NatureBoy simpelweg als een doorgedraaide gek, met een Bijbel-tic, misogyne trekjes en een gewelddadige inslag. Bij de jonge mannen en vrouwen van kleur die zich bij hem hebben aangesloten begint dat alleen pas te dagen als het al te laat is en ze ernstige schade hebben opgelopen.

Zand serveert deze klassieke sektegeschiedenis uit als een spannend verhaal, compleet met gelikte reconstructies waarvoor ook de slachtoffers zelf hun beste beentje voorzetten. Hij legt hen verder niet op het rooster: waarom hadden ze behoefte aan een leider die alles lijkt te weten en overal een antwoord op heeft? En zagen ze echt niet aankomen dat in Carbon Nation maar één persoon zou gedijen?

Zulke ongemakkelijke vragen blijven achterwege in de aalgladde miniserie The Cult Of NatureBoy, die de casus van de Carbon Nation, eerder ook wel de Melanation genoemd, behandelt als het kwaadaardige geesteskind van één enkele meestermanipulator, die zich zonder enige terughoudendheid uitgeeft voor de Messias.

36 Seconds: Portrait Of A Hate Crime

Disclosure Films / Prime Video

Als familieleden van de student tandheelkunde Deah Barakat (23), zijn vrouw en studiegenote Yusor Abu-Salha (21) en haar jongere zus Razan (19) op 10 februari 2015 door de politie  van Durham County in North Carolina op de hoogte worden gebracht van de moord op hun dierbaren, twijfelen ze geen seconde over wie de dader is: die ene boze buurman, Hicks.

‘Mijn naam is Craig Hicks’, zegt die even later inderdaad, zonder omhaal van woorden, tijdens zijn eerste politieverhoor. ‘Ik heb net drie mensen neergeschoten in Chapel Hill.’ Dodelijk kalm vertelt hij vervolgens hoe ie de drie Amerikaanse moslims koelbloedig heeft geëxecuteerd in hun eigen huis. Volgens Craigs vrouw Karen hadden ze ruzie over parkeerplekken. Geen haatmisdrijf dus.

Mohammad Abu-Salha laat zich daardoor niet van de wijs brengen. De vader van Yusor en Razan, als geneeskundestudent naar de VS gekomen vanuit Jordanië, houdt tijdens de uitvaart weliswaar een verzoenende toespraak – ‘Het gaat erom dit land, dat ze liefhebben en waar ze leefden en stierven, vreedzaam te maken voor iedereen.’ – maar is ervan overtuigd dat het wel degelijk om een ‘hate crime’ gaat.

Dat is in de rechtbank alleen verdomd lastig aan te tonen. Tarek Albaba toont in 36 Seconds: Portrait Of A Hate Crime (94 min.) hoe het jaren duurt voordat Craig Hicks, een man die houdt van ‘shooter games’ en Falling Down als favoriete film heeft, wordt berecht. Intussen worden Amerikaanse moslims, ook doordat presidentskandidaat Donald Trump steeds olie op het vuur gooit, alsmaar vijandiger benaderd.

Tegelijk hangt dus ook boven de markt of het eigenlijk wel gaat om een haatmisdrijf. De video die Deah zelf heeft gemaakt van de drievoudige moord – en waarvan zijn moeder Amira wil dat die wordt getoond in de rechtbank – maakt binnen 36 seconden een einde aan elke twijfel. Eenmaal in de woning van Deah en Yusor lijkt die boze buurman bovendien met voorbedachten rade te handelen.

Deze film laat tevens zien welke ravage Hicks heeft aangericht binnen een gemeenschap, die sowieso al machteloos moet toezien hoe het aantal haatmisdrijven in de Verenigde Staten alleen maar toeneemt en ondertussen worstelt met die ene, nauwelijks te verteren vraag: zou een aanval van moslims op witte Amerikanen ook zo gemakkelijk zijn afgedaan als een uit de hand gelopen parkeerconflict?

Eyes Of Gaza

AJ360 / Prime Video

‘Press’ staat er, voor alles en iedereen zichtbaar, op hun scherfvest. Toch staat daarmee bepaald niet vast dat Mohammed Ahmed en de broers Abdulqader en Mahmoud Sabbah daadwerkelijk buiten schot blijven tijdens hun werk. Als Palestijnse journalisten opereren ze op zo’n beetje het gevaarlijkste werkterrein ter wereld. In barre omstandigheden proberen ze daar als de Eyes Of Gaza (49 min.) te fungeren.

De drie worden nu zelf door een lokale cameraman gevolgd voor deze film van de Syrische documentairemaker Mahmoud Atassi uit 2024. Vanuit een spaarzaam ingericht gezamenlijke appartement in Beit Lahia in het Noorden van Gaza, ver van hun eigen familie, oefenen ze met gevaar voor eigen leven hun vak uit. Ze gaan op pad om de schade van Israëlische luchtaanvallen op te tekenen en interviewen getroffen bewoners.

Zo arriveren ze in een volledig verwoeste wijk, waar een orkaan of aardbeving lijkt te hebben huisgehouden. ‘Dit is mijn levenswerk’, begint een oudere man direct te schreeuwen. ‘Voor wie ben ik dit kwijtgeraakt?’ ‘Dat God je moge helpen, oom’, probeert Abdulqader hem te kalmeren. Die is echter wanhopig en woest tegelijk. ‘Wat hebben jullie me gebracht?’ roept hij tegen de journalisten – en de wereld in het algemeen.

Een andere man bedankt hen dan weer omstandig. ‘Dit is een wapen’, houdt hij Abdulqader voor. ‘Journalistiek is een wapen van verzet. De vierde macht. Jij laat de tragiek van ons leven zien.’ De man heeft ook oog voor hun beroepsgroep. ‘Van sommigen van jullie is ook een martelaar gemaakt. En jullie hebben net zulke verwondingen opgelopen als wij. Moge God jullie beschermen en helpen om het goede te blijven doen.’

Daarvoor is dan wel een adequate telefoonverbinding nodig. En dat Mohammed, Abdulqader en Mahmoud mens en in leven blijven. Tussendoor voetballen ze in deze sombere impressie van hun werk en leven met kinderen, spreken getroffen inwoners moed in en bezoeken in het ziekenhuis een ernstig gewonde collega. Want het Israëlische leger spaart journalisten bepaald niet – of kiest hen zelfs gericht als doelwit.

Ondanks – of misschien dus wel juist vanwege – dat prominente ‘press’ op hun kogelvrije vest. Zij fungeren immers als de ogen en oren van slachtoffers, die hun verhaal met de moed der wanhoop willen delen met de wereld.

Alive Inside: A Story Of Music And Memory

Bond / 360

Kom eens een dagje bij me filmen, zei sociaal werker Dan Cohen ooit tegen filmmaker Michael Rossato-Bennett. Die ene dag werd drie jaar. Samen maakten ze een sprankelende reis door de menselijke geest, via ouderen met dementie en hun relatie met muziek. In 2014 verscheen de weerslag daarvan: Alive Inside: A Story Of Music And Memory (78 min.).

Het procedé oogt al snel vertrouwd: we zien een oudere Amerikaan in het verzorgingshuis Cobble Hill, die in het gat is gevallen dat ooit zijn geheugen was. Hij of zij is nauwelijks meer aanspreekbaar. Daarna toont Rossato-Bennett met foto’s en verhalen van dierbaren de persoon die nog ergens in die verstopte geest en dat broze lijf verscholen moet zitten. En als een duveltje uit een doosje tovert Cohen die vervolgens toch weer tevoorschijn. Met een heel eenvoudig instrument, dat alleen niet wordt vergoed door de zorgverzekering: een iPod met koptelefoon.

‘Er bestaat geen pil die dat kan’, stelt Dan Cohen. ‘Een medicijn kan hooguit de vonk dempen of het licht dimmen, maar kan die nooit naar buiten halen.’ En dat geldt bepaald niet alleen voor ouderen met dementie, toont Rossato-Bennett. Muziek kan ook anderen uit hun isolement halen: psychiatrische patiënten, slachtoffers van oorlogsgeweld in Congo of mensen die vanwege een lichamelijke aandoening aan een ziekenhuisbed zijn gekluisterd. Muziek is ‘the quickening art’, volgens de befaamde neuroloog Oliver Sacks (Awakenings), de kortste route naar het binnenste van de mens.

Het is een kunstvorm die de gehele mens kan raken en die ‘de film die alleen in iemands hoofd wordt afgespeeld’, ook wel geheugen genoemd, weer kan aanzetten. Via Louis Armstrong, The Andrews Sisters of Beach Boys komen beelden, geuren én danspasjes weer terug – ook al is het maar voor even. ‘Ik onderzoek de Ziekte van Alzheimer al 38 jaar’, vertelt dokter Peter Davis. ‘Maar ik heb niets beters te bieden aan mijn patiënten dan muziektherapie.’ Het aanschaffen van iPods – we schrijven begin jaren ’10 – heeft echter meer voeten in de aarde dan wie dan ook zou willen.

Gelukkig zijn er beelden van ouderen zoals Henry, een Afro-Amerikaanse man die helemaal opleeft door gospelmuziek en zo viral gaat, om de zaak vlot te trekken. Behalve een pleidooi voor muziek als ontsluiter van de menselijke ziel wordt Alive Inside, aangestuurd met Rossato-Bennetts enigszins zijige voice-over, daardoor ook een soort aanklacht tegen gezondheidszorg, die mensen reduceert tot patiënten en definieert aan de hand van hun deficiënties. Deze docu toont overtuigend dat zij eerst en vooral nog altijd mens zijn – met een onbedwingbare liefde voor muziek.

Zwijgen Of Spreken

Human

In welke wereld wil jij leven? vraagt Marte Boneschansker aan de Nederlanders die deelnemen aan haar voorstelling Opstand. Met deze ‘collectieve oefening in verzet’, die filmmaakster Esther Pardijs heeft vervat in de korte documentaire Zwijgen Of Spreken (15 min.), wil de theatermaakster ‘het stille midden’ in beweging brengen.

Aan het begin worden de deelnemers geacht om een paar te vormen met iemand die ze nog niet kennen. Daarna worden ze als groep geconfronteerd met een scherm, als verbeelding van de macht, dat hen bijstuurt, verdeelt of zelfs gevangen neemt. Hoe gaan ze daarmee om? Laten ze zich uit elkaar spelen? En komen ze als groep in beweging?

Pardijs start het theaterexperiment op vanuit haar eigen gevoel van onmacht over de verruwing van de samenleving. ‘Tot nu toe heb ik gezwegen, maar dat knelt’, vertelt ze. ‘Ik ben op zoek naar mijn stem. En ik ben niet de enige.’ Waarna ze de camera richt op al die anderen op het podium, die vast met al even goede bedoelingen zijn gearriveerd.

Gewone Nederlanders, veelal in close-up in beeld gebracht, die zich laten meevoeren in het machtsspel met het scherm en die ondertussen, buiten beeld, verwoorden wat er in hen omgaat. De één realiseert zich dat ze zich doorgaans snel bij de frontlinie voegt, een ander wordt volgens eigen zeggen juist geconfronteerd met z’n eigen lafheid.

‘Is dit wat er in de samenleving gebeurt maar wat we niet altijd zien?’ vraagt Pardijs zich af aan het eind van haar film, die vooral benieuwd maakt naar het daadwerkelijk ervaren van deze Opstand. ‘Een stille massa die, net als ik, wel iets wil doen maar niet weet wat.’

Speechless

Good Soup Productions

‘De antiracisten, de antifascisten, de antiseksisten, de anti-imperialisten en, natuurlijk, de antikapitalisten’, besluit professor Russell Rickford van Cornell University in New York zijn vlammende speech. ‘Ze blijven ons inspireren. Dus blijf je organiseren en blijf herrie trappen.’ Rickford heeft slechts acht dagen na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 – en ruim vóór Israëls verwoestende respons in Gaza – flink van zich doen spreken. De aanval van Hamas is volgens hem ‘exhilarating’ en ‘energizing’.

Op dat moment, in het tweede deel van haar lijvige documentaire Speechless (176 min.), krijgt de zoektocht van Ric Esther Bienstock naar de aanhoudende frictie rond de vrijheid van meningsuiting op Amerikaanse universiteiten een persoonlijk karakter. De filmmaakster is zelf Joods en voelt zich aangesproken door Rickfords agressieve retoriek, nadat gewone Israëlische burgers het slachtoffer zijn geworden van een bloedige aanval. Enkele maanden later steekt de Amerikaanse veteraan Aaron Bushnell zichzelf in brand, om te protesteren tegen Israëls verpletterende optreden in Gaza.

Bienstocks zoektocht is al in 2017 begonnen op het Evergreen State College in Olympia, in de Amerikaanse staat Washington, waar de jaarlijkse ‘Day Of Absence’ voor witte medewerkers een verplichtend karakter heeft gekregen. Docent evolutionaire biologie Bret Weinstein laat zich echter niet zomaar wegsturen van de campus en zet zo een snel ontsporend debat in gang. Op pijnlijke beelden is te zien hoe militante studenten het schoolhoofd George Bridges ongenadig uitkafferen, fascist noemen en beschuldigen van ‘microagressie’ – omdat de man te veel met zijn handen zou praten.

Studenten van het York College in Pennsylvania gaan deze casus vervolgens bestuderen. Met hun docent Erec Smith constateren ze dat het conflict een typisch voorbeeld is van de botsing tussen klassiek links gedachtegoed en ‘Critical Social Justice’, een manier van kijken naar de wereld die ook wel ‘woke’ wordt genoemd. Onderwerpen worden door aanhangers daarvan benaderd vanuit het uitgangspunt van ‘onderdrukker versus onderdrukte’. Niet veel later wordt Smith een ‘white supremacist’ genoemd. Door een witte persoon. Om het helemaal ingewikkeld te maken: Erec Smith is zelf zwart.

Ric Esther Bienstock onderzoekt of de academische vrijheid door zulke ontwikkelingen in gevaar komt. Op diverse plekken verdiept ze zich in hoog oplopende discussies over de onderdrukkende of juist bevrijdende werking van taal, radicale vormen van antiracisme en cancelcultuur, alvorens ze in deel twee het terrein van (vermeende) transfobie betreedt. Ze spreekt met de wetenschappers Carole Hooven, evolutionair bioloog op Harvard, en Kathleen Stock, een filosofe verbonden aan Oxford, die ernstig onder vuur kwamen te liggen en nauwelijks steun van hun collega’s of werkgever ervoeren.

Het open klimaat op universiteiten wordt daarnaast ook onder vuur genomen, laat de filmmaakster zien, door conservatieve activisten zoals Christopher Rufo, Hij verzet zich demonstratief tegen het uitgangspunt van Diversity, Equity en Inclusion (DEI) en krijgt van Florida’s gouverneur Ron DeSantis de kans om de linkse universiteit New College te hervormen. De DEI-directeur wordt direct ontslagen, het genderstudie-programma afgesloten en genderneutrale toiletten verwijderd. Rufo maakt van zijn hart bovendien geen moordkuil, ook niet in deze film, en blijft bijvoorbeeld rustig ‘misgenderen’.

En dat is een terugkerend beeld in deze urgente film, die de ontsporing van het publieke debat pregnant in beeld brengt: aan de frontlinie van de cultuuroorlog is geen enkele ruimte meer voor begrip of nuance. ‘Suck my tranny dick’, schreeuwt de activistische student Libby Harrity bijvoorbeeld tegen Rufo. Waarop die dat provocerend ‘anatomisch incorrect’ noemt en meteen een zaak start tegen Libby, die bij het spugen op de grond zijn tenen zou hebben geraakt. Het schikkingsvoorstel dat uiteindelijk op tafel komt – leave and never come back – is voor de protesterende student een bijzonder bittere pil.

Enige koudwatervrees is in zo’n giftig klimaat best te begrijpen. Voor elke persoon die Ric Esther Bienstock bereid heeft gevonden om voor haar camera plaats te nemen, zijn er dus ook talloze anderen die deze gifbeker liever aan zich voorbij lieten gaan. Zelfcensuur is nu eenmaal een onvermijdelijk bijproduct van een zich vernauwend publiek debat.

Várzea: Onde Nasce O Futebol

Netflix

‘Ik wilde hetzelfde bereiken als Cafu, vertelt Marcelinho bij een kolossale muurschildering van de recordinternational, die in 1994 en 2002 wereldkampioen werd met het Braziliaanse nationale elftal. ‘Met de wereldcup staan, erkend worden. Niet alleen in mijn land, maar wereldwijd.’ Even later komt Gamão, de man die de muurschilderij heeft gemaakt, erbij zitten. ‘Voetbal is alles voor het getto’, stelt hij. ‘Het is de gemakkelijkste kans om hier weg te komen.’ Cafu symboliseert volgens de graffitikunstenaar dat verhaal. ‘Brazilië zit op de voetbaltroon door de favela’s.’

Cafu groeide op in de favela Jardim Irene, vertelt hij in Várzea: Onde Nasce O Futebol (internationale titel: The Root Of The Game, 123 min.), een driedelige serie over het zogeheten Várzea-voetbal in São Paulo, een knock-out toernooi waarin verschillende favela’s het tegen elkaar opnemen. Toen hij in 2002 wereldkampioen werd, dacht de voormalige rechtsback: ‘Jarim Irene kijkt naar mij.  Ze vragen zich vast af of Cafu ook naar Jardim Irene kijkt. Kijkt de aanvoerder ook naar ons?’ Op archiefbeelden is intussen te zien hoe iemand met een stift ‘100 % Jardim Irene’ op Cafu’s shirt schrijft. Zo wordt de volksheld ook vereeuwigd met de wereldcup, als jongen uit de favela die ‘de koning van de finales’ wordt.

Várzea-spelers zoals Marcelinho (Milianos) en Sujão (MEC) dromen er ook van om profvoetballer te worden – en niet tot de negentig procent van hun wijk te gaan behoren die op het verkeerde pad belandt. Vooralsnog is het hen niet gelukt om echt een carrière op te bouwen, maar met de Várzea-wedstrijden kunnen ze min of meer hun gezin onderhouden. In de kwartfinale staan de twee tegenover elkaar, in wat ook de climax van de eerste aflevering van deze miniserie van Alec Cutter gaat worden. In tegenstelling tot hun succesvolle landgenoten die bij Europese topclubs moeiteloos miljoenen binnen harken, moeten Marcelinho en Sujão koste wat het kost winnen. Want zij hebben écht niets te verliezen.

In de navolgende afleveringen van deze dikke productie zal de winnaar van de twee het, ten overstaan van z’n eigen gemeenschap, in de volgende ronde van de Super Copa Pioneer moeten opnemen tegen een andere wijk, waar criminelen de dienst uitmaken en een carrière in de (drugs)criminaliteit continu lonkt. ‘Ik heb nergens zoveel druk gevoeld als bij de Várzea’, vertelt de Braziliaanse international Raphinha, die tegenwoordig bij FC Barcelona speelt. ‘Je speelt een wedstrijd en ziet mensen met wapens die ons bedreigen of tijdens de wedstrijd met elkaar vechten.’ Hij herinnert zich hoe er bij een wedstrijd eens op de kleedkamerdeur werd gebonsd. ‘Als we zouden winnen, zouden we het niet overleven.’

Voetbal biedt de bewoners van favela’s desondanks een uitweg, toont Várzea: Onde Nasce O Futebol. Als mogelijk carrièrepad – of, realistischer, als tijdverdrijf en schouwspel dat even de druk van het dagelijks bestaan verlicht. De Várzea-wedstrijden, met al hun zwaar oververhitte peptalks, wilde overtredingen en ongegeneerde vreugde- of woede-uitbarstingen, hebben onmiskenbaar een ventielfunctie voor mensen die vaak alle hoeken van de kamer al eens hebben gezien. Intussen krijgt het winnen van die Super Copa Pinoneer, een plaatselijke variant op de hoofdprijs bij het Broer van Grunsven-toernooi of de George Baker, een belang dat alleen met de echte wereldcup is te vergelijken.

Wie mag hem, in naam van z’n favela, omhoog heffen?

Taxi To The Dark Side

THINKfilm

Hij is maar een gewone taxichauffeur. Toch behoort Dilawar blijkbaar tot ‘the worst of the worst’. Hij wordt op 1 december 2002 in elk geval door een Afghaanse krijgsheer overgedragen aan het Amerikaanse leger. Dilawar zou betrokken zijn geweest bij de voorbereidingen voor een raketaanval. Op 5 december leveren de militairen hem af bij de Bagram-gevangenis, een voormalige Sovjet-basis die wordt gebruikt door de Verenigde Staten. Binnen enkele dagen is hij dood.

Het overlijden van de Afghaanse taxichauffeur is door de patholoog van dienst officieel gekwalificeerd als ‘moord’, ontdekt de vanuit Kaboel opererende New York Times-journalist Carlotta Gall. Zij informeert Dilawars familie dat hij bovendien ernstig is mishandeld. De Amerikaanse bewaarders bleven hem net zo lang slaan en schoppen, totdat ze hoorden dat hij luidkeels om Allah riep. Als Dilawar alle ontberingen zou hebben overleefd, hadden zijn benen sowieso geamputeerd moeten worden. De zaak is in de welbekende doofpot gestopt.

In de gevangenissen die de Verenigde Staten, in het kader van hun militaire reactie op de terroristische aanslagen van 11 september 2001, hebben geopend in Afghanistan en Irak, zijn zeker honderd dodelijke slachtoffers gevallen, betoogt Alex Gibney in Taxi To The Dark Side (106 min.), de messcherpe documentaire waarvoor hij in 2007 een Oscar won. Dilawars dood is het logische gevolg van de keuze van de Amerikaanse president George W. Bush om het spel niet langer volgens de regels te spelen en de Conventies van Genève terzijde te schuiven.

De gewone soldaten, die van martelpraktijken worden beschuldigd, die zijn weggezet als ‘rotte appels’ en die hem nu te woord staan, zijn dus niet Gibneys voornaamste mikpunt in deze uitstekend gedocumenteerde film. Hij richt zich op de beslissers. Zij zijn moreel verantwoordelijk. Óók voor de ernstige misstanden in de Abu Ghraib-gevangenis in Irak en op Guantanamo Bay, de Amerikaanse gevangenis op Cuba waar kopstukken van Osama bin Ladens terreurorganisatie Al-Qaeda en andere PUCs (Persons under US Custody) worden vastgehouden.

Zij worden daar overvallen met kiezelharde muziek, bedreigd door agressieve honden, in stressposities geplaatst, gedwongen om zich uit te kleden, ongezond lang van hun slaap beroofd, seksueel vernederd… Vanuit de gedachte dat ze beschikken over wezenlijke informatie, waarmee de Amerikanen hun ‘war on terror’ kunnen winnen. Terwijl elke deskundige hen kan vertellen – en de gelegenheid in deze docu ook te baat neemt – dat gemartelde mensen vertellen wat ze denken dat de ander wil horen. De aldus verkregen informatie is volstrekt onbetrouwbaar.

Die dringt nochtans vrijwel ongefilterd door tot de hoogste regionen van de Amerikaanse overheid en beïnvloedt de beslissingen over leven en dood die daar worden genomen. Met oorlogsmisdaden, maakt Alex Gibney zonneklaar in dit pijnlijke schotschrift tegen marteling, als onvermijdelijk gevolg.

Kings From Queens: The Run-DMC Story

Peacock

Bij de introductie van Run-DMC in de Rock & Roll Hall Of Fame in 2009 vat de rapper Eminem het bondig samen: ‘Ze waren de eerste rocksterren van de rap. De eerste filmsterren van rap. De eerste rapgroep die op MTV was te zien. De eerste rapgroep met een platina plaat. De eerste rapgroep met een eigen sneaker. En de eerste die wereldwijd stadions uitverkocht.’ En daarvoor hadden Joseph ‘Run’ Simmons, Darryl ‘DMC’ McDaniels en Jason ‘Jam Master Jay’ Mizell, voegt Eminem er bij de start van Kings From Queens: The Run-DMC Story (140 min.) nog aan toe, in feite niet meer nodig dan ‘two turntables and a microphone’.

De gastenlijst van deze driedelige docuserie van Kirk Fraser onderstreept de status van het New Yorkse trio nog maar eens en oogt als een stamboom van de eerste hiphop-generatie: Runs oudere broer en platenbaas Russell Simmons, Cheryl ‘Salt’ James (Salt-N-Pepa), Kurtis Blow, Doug E. Fresh, Chuck D (Public Enemy), Ice-T, Ad-Rock en Mike D (Beastie Boys), LL Cool J en Ice Cube. Ook Tom Morello (Rage Against The Machine), Eminem en Questlove (The Roots) kussen de ring van The Beatles/Stones van de hiphop. Één man ontbreekt natuurlijk: Run-DMC’s deejay Jam Master Jay. Hij werd in 2002 vermoord, het breekpunt van de slotaflevering van Kings From Queens.

Dan heeft Run-DMC’s zegetocht – de opkomst netjes geschetst in deel 1, gevolgd door een patente dwarsdoorsnede van hun glorieperiode in het tweede deel – sowieso al averij opgelopen. De drie leden kiezen elk hun eigen pad. Run trekt zich terug met z’n familie en in de kerk, waar hij zich ontwikkelt tot de ‘Reverend Joseph Simmons’. DMC krijgt stemproblemen, die een psychosomatisch karakter lijken te hebben, en daalt vervolgens af in zijn eigen diepte. En Jay volgt zijn neus richting steeds weer nieuwe muziek. Totdat hij wordt neergeschoten bij zijn eigen studio. Zijn weduwe Terri vertelt er geëmotioneerd over. Op ‘s mans uitvaart wordt Run-DMC daarna meteen opgeheven.

Ruim twintig jaar later laat Fraser zich door Run en DMC op sleeptouw nemen naar de plekken die hun levens en carrière hebben gevormd. Hij geeft hun baanbrekende rapsongs natuurlijk ook alle ruimte en zet de teksten met typografie aan. Zo werkt ie toe naar een allerlaatste Run-DMC show, als headliner van een groot festival in Yankee Stadium in 2023, ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van hiphop. Daar laten de twee rappende ‘Kings of Rock’, die tegenwoordig vooral bezig lijken met hun religie en eigen comic books, nog eenmaal oude tijden herleven. Zónder hun maatje Jam Master Jay, het oliemannetje binnen hun driemanschap.

Suzan & Freek: We Vieren Het Leven

Videoland

‘Jij zegt heel vaak: ik vind het heel leuk om Suzan van Suzan & Freek te zijn’, vertelt Freek aan het begin van de documentaire Suzan & Freek: Tussen Jou En Mij (2023), terwijl hij met zijn arm om Suzan op het strand van Santa Barbara zit. ‘En ik vind het leuk om Freek van Suzan & Freek te zijn.’ Sindsdien is er heel wat gebeurd – understatement! – maar lijken ze dat gevoel vast te hebben gehouden.

Suzan & Freek: We Vieren Het Leven (64 min.) is tenminste doortrokken van een soort onverwoestbaar optimisme. Ondanks dat verpletterende nieuws in mei 2025: Freek heeft uitgezaaide longkanker, zonder kans op genezing. Die boodschap sloeg natuurlijk in als een bom. Het was zelfs de vraag of het zingende duo ooit nog samen het podium zou betreden. Maar zie daar: precies een jaar later staan Suzan Stortelder en Freek Rikkerink met hun band in het Gelredome te Arnhem. Tienmaal, welteverstaan.

Al snel volgde er ook beter nieuws: ze mochten hun eerste kindje Sef verwelkomen en kregen een prominente rol als coach in het televisieprogramma The Voice Of Holland. De twee hielden er intussen allebei hun eigen coping strategie op na. Suzan stortte zich op het inrichten van de kinderkamer. En Freek begon alles wat los en vast zit te lezen over mensen die een vergelijkbaar ‘rampscenario’ hadden gekregen. Zo lijken ze, doelbewust levend in het hier en nu, de boel weer behoorlijk op de rit te hebben gekregen.

‘Waarom maken we deze documentaire volgens jou?’ vraagt de interviewer van dienst in deze docu aan Suzan, terwijl ze met Sef in de kinderwagen aan de waterkant zit. ‘Ik vind het zelf heel leuk om dingen vast te leggen’, antwoordt zij. ‘Ik wilde dit zelf voor mezelf ook hebben en ik vind het prima dat andere mensen het ook zien.’ Dan lijkt ze ‘t vooral te hebben over die concertreeks, want nuchter als ze (blijkbaar) zijn, gaan Suzan & Freek, nadat ze dat overbekende verhaal hebben gedaan, het liefst over tot de orde van de dag.

Daarmee wordt dat vieren van het leven toch vooral een gesmeerd lopend kijkje achter de schermen bij een groots opgezette live-productie, waarvoor alles tot in de puntjes wordt geregeld en de twee bijvoorbeeld over het publiek gaan zweven. Er staat zelfs een dixi onder het podium, grapt hun vriend Snelle, die natuurlijk ook van de partij is in het Geldedome. Net als een geëmotioneerde Claude en ‘hun’ Voice Of Holland-winnaar Ruben Hillen. Samen vieren ze ongegeneerd het leven. Van Suzan & Freek, in het bijzonder.