Murder Among The Mormons

Netflix

Is Joseph Smith nu wel of niet door een witte salamander naar de gouden platen verwezen? Het is niet direct een vraag waarvan de meeste aardbewoners wakker liggen. Laat staan dat ze bereid zijn om ervoor te moorden. Binnen de Mormoonse kerk zorgde de vondst van de zogenaamde Salamander-brief, waarin een heel opmerkelijke draai wordt gegeven aan de totstandkoming van het heilige Book Of Mormon, halverwege de jaren tachtig echter voor heel wat consternatie.

Was deze godslasterlijke brief authentiek – en dus een bedreiging voor de fundamenten onder de geloofsgemeenschap? Of was het een vervalsing en had iemand daar dan iets mee te winnen? Ook letterlijk: in het verhandelen van zulke Mormoonse documenten ging behoorlijk wat geld om. En binnen die lucratieve business speelde één man een sleutelrol: Mark Hofmann. Hij duikelde het ene na het andere unieke document op. En daarmee zou hij allerlei gebeurtenissen in gang zetten, die leidden tot een serie bomaanslagen in het hart van The Church Of Jesus Christ Of Latter-Day Saints te Salt Lake City.

Dat is het startpunt voor Murder Among The Mormons (160 min.), een driedelige documentaireserie waarin Jared Hess en Tyler Measom de wereld achter die wandaden blootleggen. De achtergronden van de misdaden zelf, de zoektocht naar de dader en de persoon die daarbij uiteindelijk in beeld komt, natuurlijk. Maar ook de context waarbinnen de misdaden zich hebben afgespeeld: een geloofsgemeenschap waarin aan heilige geschriften een enorm belang wordt toegekend en aloude waarden plotseling onder druk kunnen komen te staan door de vondst van nieuwe documenten.

Naarmate de serie vordert, wordt dat eigenlijk steeds interessanter. Wat begint als een ogenschijnlijk tamelijk routineuze whodunnit, compleet met larger than life-personages en gelikte reconstructiebeelden, ontwikkelt zich gaandeweg tot een intrigerend portret van een gemeenschap en één persoon daarbinnen, die zich als een gewetenloze parasiet manifesteert en de onderlinge verhoudingen helemaal op scherp zet.

Madonna: Truth Or Dare

‘De onschuld van de dansers ontroerde me. Ik bedoel: ze waren nog nooit ergens geweest’, zegt de ‘Queen of Pop’ over de jonge dansers die ze onder haar hoede nam. ‘Dit is de kans van hun leven. Ze hebben geen gemakkelijk bestaan gehad: lastige familie of gewoon armoede. Ik wilde hen de sensatie van hun leven geven.’

Kun je als cameraploeg observeren, zonder de werkelijkheid te beïnvloeden? De vraag stellen is hem in zekere zin ook beantwoorden. Toch kan een ervaren team, zolang het zich maar onzichtbaar kan maken en vooral heel veel geduld heeft, wel degelijk iets van de waarheid vinden. Het is alleen de vraag of dat ook nog lukt als degene die bespied moet worden zo imagobewust is als Madonna. Geen detail lijkt aan haar oog te ontspannen. Ook als ze gewoon zichzelf – wat dat ook moge zijn – probeert te zijn.

Madonna: Truth Or Dare (119 min.) uit 1991 was naar verluidt oorspronkelijk bedoeld als concertfilm. Regisseur Alek Keshishian ving achter de schermen van de immens succesvolle Blond Ambition Tour echter zoveel interessant materiaal dat het toch een volwaardige documentaire moest worden. Die beelden werden vervolgens zwart-wit gemaakt om ze de ‘feel’ van klassieke direct cinema-films mee te geven. De concertbeelden van de groots opgezette, ravissante en wellustige show bleven wel in kleur en ogen dertig jaar na dato nog altijd vitaal. Hoewel het absolute ‘Dreh- und Angepunkt’ eerlijk gezegd niet altijd even overtuigend zingt.

Wat er achter de schermen ook gebeurt, het is in één oogopslag duidelijk wie er de lakens uitdeelt. Als ze vanwege stemproblemen bijvoorbeeld naar haar stem laat kijken en vriendje van het moment Warren Beatty zich hardop afvraagt of dat soort dingen eigenlijk wel gefilmd moeten worden (ja dus). Als in een roddelblad wordt beweerd dat ze een relatie is begonnen met haar achtergronddanser Oliver (nu stoppen met die onzin). En als de politie haar dreigt te arresteren vanwege een obscene masturbatiescène tijdens haar show (geen gelul, artistieke vrijheid).

Als een echte moederkloek – die status claimt ze overigens maar al te graag in de voice-overs waarmee de film aaneen is gesmeed – waakt Madonna ook over haar entourage. Ze is bovendien het middelpunt van elk feest. Daar zorgt ze wel voor. Óók, of juist, als andere celebrities zoals Al Pacino, Olivia Newton-John en Kevin Costner op audiëntie komen in de kleedkamer. Een kleine tegenvaller moet ze ook verwerken: de Spaanse acteur Antonio Banderas blijkt al getrouwd en heeft zijn vrouw ook nog eens bij zich. Madonna kan er niet over uit hoe knap Antonio is. Er zal toch ook wel iets níet perfect zijn aan hem? ‘Hij heeft vast een kleine penis.’

Zo is en blijft deze documentaire, die in grote delen van de wereld onder de titel In Bed With With Madonna werd uitgebracht, te allen tijd De Grote Madonna Show. Zelfs als dat ten koste gaat van mensen in haar directe omgeving, zoals in die ene klassiek geworden scène waarin één van haar dansers, die dan nog stevig in de kast zit, tijdens een spelletje Truth Or Dare een andere man moet tongzoenen. Dat tafereel had hij, getuige de documentaire Strike A Pose, maar al te graag uit de film laten verwijderen. Madonna – en niemand anders – beschikte echter anders. De werkelijkheid die zij voor de observerende camera orkestreerde bleek uiteindelijk heilig.

Het Zaad Van Karbaat

De Familie

Het hele café stroomt vol met Karbaatjes. Sommigen kennen elkaar al. Anderen ontmoeten elkaar voor het eerst. In de ander zien ze zichzelf. Of juist niet. Alle aanwezigen stammen af van één en dezelfde man: de beruchte Nederlandse fertiliteitsarts Jan Karbaat (1927-2017). Hij gebruikte stiekem zijn eigen sperma om onvruchtbare vrouwen te ‘helpen’. Dit zou geresulteerd kunnen hebben in maar liefst honderden kinderen. Precieze aantallen ontbreken.

In 2018 studeerde Miriam Guttmann af aan de Filmacademie met de gestileerde korte documentaire Het Zaad Van Karbaat, waarin ze vrouwen en kinderen van de omstreden dokter aan het woord liet. Deze film blijkt niet meer dan een vingeroefening voor de groots opgezette driedelige serie Het Zaad Van Karbaat (134 min.), die begin dit jaar in première is gegaan op het prestigieuze Amerikaanse Sundance Film Festival onder de noemer Seeds Of Deceit.

Over een soortgelijke kwestie, de sperma-strapatsen van arts Quincy Fortier uit Las Vegas, is onlangs ook een Amerikaanse documentaire uitgebracht: Baby God. Deze ambitieuze Nederlandse productie bestrijkt echter een breder terrein en reikt ook dieper. Aflevering 1 concentreert zich op Karbaats ‘wensmoeders’, in de tweede aflevering staan de zogenaamde ‘Karbastards’ centraal en de laatste aflevering verbreedt de kwestie naar de trouwste donoren van de wonderdokter, twee mannen die ook meewerken aan deze documentaire, en de kinderen die zij weer op de wereld hebben gezet.

Zo ontstaat een verbazingwekkend verhaal over een arts die op eigen houtje, voor een deel wellicht onbewust en onbedoeld, een immoreel sociaal experiment rond erfelijkheid opzet, waarmee de aloude nature-nurture discussie nieuw leven kan worden ingeblazen. De omvang van wat hij in gang zette is bovendien nog altijd nauwelijks te overzien. Uit alle hoeken en gaten kunnen nieuwe Karbaatjes tevoorschijn komen. Ze worden dan onderdeel van een lukraak samengestelde familie, die bijna letterlijk voor het oog van de camera tot stand komt.

Dat is een ronduit fascinerend schouwspel, waarbij mensen die zich soms altijd wat onthecht hebben gevoeld in een willekeurig café ineens een bloedverwant kunnen ontmoeten. Guttmann vervat hun ervaringen in een smeuïge en zinnenprikkelend verbeelde vertelling en probeert daarin ook vat te krijgen op de man zelf, die in zijn reguliere leven ook nog eens negen kinderen, onder wie een zoon uit een buitenechtelijke relatie, op de wereld zette. Was hij nou een gewetenloze dokter, een oversekste ladiesman of toch eerder een rommelende idealist?

En dan dient ook de eerste Karbaat-afstammeling uit het buitenland zich aan…

Het Zaad Van Karbaat is hier te bekijken.

The Dissident

Het begint bijna een trend te worden: meerdere Amerikaanse documentaires over één en hetzelfde onderwerp, die binnen een kort tijdsbestek worden uitgebracht. Na concurrerende films over Trump-fluisteraar Roy Cohn, misbruik in de Amerikaanse turnwereld en zangeres Whitney Houston zijn er nu twee ambitieuze producties over de moord op de Saoedische journalist Jamal Khashoggi: eerst Kingdom Of Silence van Rick Rowley, geproduceerd door het bedrijf van Alex Gibney. En nu The Dissident (117 min.) van Bryan Fogel, die met zijn vorige film Icarus, over het Russische dopingschandaal, een Oscar won.

Fogels voornaamste troeven zijn Jamal Khashoggi’s verloofde Hatice Cengiz en zijn jongere vriend Omar Abdulaziz Akzahrani, die samen met hem (online) de strijd aanbond met het huidige Saoedische regime. Behalve hun herinneringen aan de man en aan wat zij aan zijn zijde meemaakten hebben ze ook audio-opnamen van persoonlijke telefoongesprekken en appverkeer beschikbaar gesteld. Die geven echt inzicht in Khashoggi’s belevingswereld en hoe hij steeds nadrukkelijker de hete adem van de wraakzuchtige Saoedische kroonprins Mohammad bin Salman (MBS) in zijn nek begint te voelen.

Ook het gevecht op sociale media om de befaamde dissident monddood te maken of juist een stem te geven krijgt een prominente plek en is met animaties meeslepend verbeeld in deze sowieso bijzonder vet vormgegeven film. Deze tweede Khashoggi-docu concentreert zich daarnaast vooral op het onderzoek naar de marteling en moord, met daarin ook een prominente rol voor enkele medewerkers van het Turkse justitieapparaat. Zij hebben de gruwelijke gebeurtenissen op 2 oktober 2018 op het Saoedische consulaat in Istanboel tot in detail uitgespit.

Khashoggi’s complexe levensloop, zijn positie in de recente historie van Saoedi-Arabië en de ingewikkelde relatie van dat land met de Verenigde Staten (van president Donald Trump) worden in Kingdom Of Silence, dat de kwestie meer met een helikopterview bekijkt, echt beter uitgediept. De Jamal Khashoggi van The Dissident lijkt vooral een typische Hollywood-held: een koene ridder, zonder smetjes of krasjes, die zich met gevaar voor eigen lijf en leden verzet tegen dictatoriale tendensen in zijn geboorteland. Hoewel ook Bryan Fogel dus een knap gemaakte en enerverende documentaire over deze onverkwikkelijke kwestie heeft afgeleverd, verdient Rick Rowleys film daardoor toch de voorkeur.

SanPa: Luci E Tenebre Di San Patrignano

Netflix

San Patrignano mocht dan in de geest van de jaren zestig zijn opgericht en bovendien een commune worden genoemd, oprichter Vincenzo Muccioli was toch eerst en vooral een man van de ‘tough love’. Hij schroomde niet om de ‘gasten’ van zijn afkickcentrum in het Italiaanse Rimini in het openbaar te vernederen, te laten aframmelen of dagenlang vast te ketenen in hun eigen isoleercel. Ze moesten en zouden stoppen met het gebruik van heroïne en/of cocaïne. Goedschiks dan wel kwaadschiks. Zonder hulpmiddelen bovendien. Gewoon ‘cold turkey’.

Veertig jaar na dato heeft de veelbesproken ‘goeroe’, die inmiddels al 25 jaar dood is, nog altijd fervente voor- en tegenstanders. In de vijfdelige serie SanPa: Luci E Tenebre Di San Patrignano (298 min.) krijgen ze alle ruimte om hun kant van het verhaal te doen: Muccioli’s zoon Andrea en broer Pier Andrea, een journalist en tv-presentator die verslag deden van de kwestie SanPa, de rechter die bij de zaak betrokken raakte en diverse ex-verslaafden, onder wie de huidige therapeutisch directeur van de instelling. Voor de één is Muccioli nog altijd een onomstreden rolmodel, voor de ander een machtswellustige charlatan.

Bijna vijf uur speeltijd is alleen wel erg ruim bemeten voor een in essentie tamelijk eenduidig verhaal over een man met een missie – met grootheidswaanzin, zou je voor hetzelfde geld kunnen zeggen – die hard in aanvaring komt met de autoriteiten en gaandeweg steeds meer onder vuur komt te liggen. Regisseur Cosima Spender neemt echt te veel tijd om allerlei deelonderwerpen uit te werken, die ook met een enkele pennenstreek hadden kunnen worden afgedaan.

Daardoor verdwijnt de in wezen interessante thematiek van San Patrignano – hoe hard je mag/moet zijn in de omgang met verslaving en verslaafden – in een brei van uitgebreide beschrijvingen, brisante onthullingen en maatschappelijke ontwikkelingen. Strengere selectie en een hoger verteltempo hadden van SanPa (internationale titel: SanPa: Sins Of The Savior) een véél betere productie gemaakt. Van een uurtje of anderhalf. Hooguit twee.

McKellen: Playing The Part

Achteraf lijkt het logisch dat juist hij, Sir Ian McKellen, in The Lord Of The Rings werd gecast en als Gandalf zou uitgroeien tot één van de meest tot de verbeelding sprekende filmpersonages. Geen acteur wordt echter geboren als charismatische tovenaar in één van de grootse successen uit de bioscoophistorie. Heel lang leek het er zelfs op dat McKellens filmcarrière helemaal niet van de grond zou komen. Hij was voorbestemd om het collectieve geheugen in te gaan als zo’n typisch Britse theateracteur, die met de ene na de andere Shakespeare-voorstelling het land doortrok.

Toch zou het, uiteindelijk, anders lopen voor de charmeur uit Wigan die nu ook nog eens de hoofdrol speelt in het portret McKellen: Playing The Part (91 min.). Want je bent nu eenmaal acteur of niet. Óók als je wordt geacht om jezelf te zijn. Dit is de monoloog van zijn leven (die slechts een heel enkele keer wordt onderbroken door regisseur Joe Stephenson). Een in memoriam avant la lettre, zoals hij het zelf gekscherend noemt. Ian neemt plaats op zijn praatstoel en loopt, ogenschijnlijk moeiteloos, leeg over zijn leven, carrière en dat ene onbesproken thema dat vanuit de achtergrond toch wel heel veel bepaalde, zijn seksuele geaardheid. ‘Ik had een geheim’, zegt hij in deze documentaire uit 2017. ‘Sprak er niet over, begreep het niet. Maar het was van mij.’

Pas toen het AIDS-virus in de jaren tachtig genadeloos toesloeg en de Britse premier Margaret Thatcher bovendien een wet probeerde in te voeren die het bespreekbaar maken van homoseksualiteit bij opgroeiende jongeren moeilijker zou maken, kwam hij uit de kast. Op televisie. In een programma, dat twee dagen later zou worden uitgezonden. Zoveel tijd had hij dus om de mensen uit zijn directe omgeving in te lichten. Het was alsof er een last van zijn schouders viel, vertelt hij nu, een last waarvan hij zich nooit bewust was geweest dat hij die permanent met zich meedroeg.

McKellen is een vaardige verteller die, zo geeft hij grif toe, zich altijd bewust blijft van de boodschap die hij wil afgeven en het publiek dat daarbij hoort. Dat is in deze film, waarin enkele van zijn vroegste herinneringen knap (en lipsynchroon) zijn gedramatiseerd met acteurs, natuurlijk niet anders. Hier spreekt een man zijn publiek toe. Over de mens achter de gevierde acteur en zijn issues. Al kan het achteraf natuurlijk ook een prachtige karakterrol blijken te zijn geweest.

The Disappearance of My Mother

Ooit belichaamde Benedetta Barzini alles wat ze tegenwoordig veracht: een vrouw zoals mannen die wilden zien. Een Italiaans fotomodel, in de glamoureuze jaren zestig. De vleesgeworden (witte) mannenfantasie. En nu is Benedetta oud en verrimpeld en wil ze de wereld het liefst stilletjes verlaten.

Dan heeft de oudere vrouw echter buiten haar zoon gerekend. Voor Beniamino Barrese is moeder een muze waarvan hij nooit genoeg krijgt. Hij is nu zelfs op zoek naar jonge modellen die klassieke foto’s van haar tot leven kunnen wekken. Ze krijgen de opdracht om met een oogpotlood die kenmerkende moedervlek op hun wang aan te brengen.

The Disappearance Of My Mother (97 min.) moet Benny’s afscheid worden van de vrouw die hij al zijn hele leven filmt en fotografeert. Zij zet zich intussen ongenadig af tegen de industrie waarvan ze zowat haar hele leven deel uitmaakte en benadrukt, als feminist en als docent, het belang van imperfectie. Tegelijkertijd heeft ze ook heel wat te stellen met haar filmende zoon, die van geen ophouden wil weten – ook niet als ze boos wordt, van hem wegrent of gewoon ‘klotecamera!’ roept.

Een ontmoeting met voormalig topmodel Lauren Hutton wordt erdoor verpest – of, tis maar hoe je het bekijkt, voor de eeuwigheid opgetekend. Gaandeweg laat echter ook Benedetta een zekere ambivalentie zien. Ze participeert, met allerlei jonge modellen en enkele oud-collega’s, in een show van modeontwerper David Koma en poseert uiteindelijk toch als een profi in haar mooiste jurk voor de camera van haar gewillige zoon.

Wil Benedetta eigenlijk verdwijnen van de wereld, omdat ze daarmee niets meer gemeen heeft? Of wil ze juist verdwijnen voor die wereld, omdat ze deze niets meer te bieden denkt te hebben? En projecteert Beniamino zijn eigen gevoelens over schoonheid op haar? Is deze film tevens een schreeuw om aandacht? Of is het toch een treffend eerbetoon aan die moeder die hij adoreert? Die vragen blijven gedurig opspelen tijdens deze ontmanteling van een model(len)leven en alles wat dat heeft betekend.

Moeder en zoon laten daarbij ook zien hoe deze film wordt gemaakt: hij alsmaar regisserend, zij luidkeels daartegen protesterend. Dat amuseert, irriteert en fascineert. Zodat deze exhibitionistische egodocu soms voor een vieze smaak in de mond zorgt en vreemd genoeg toch naar meer blijft smaken.

Aretha Franklin – Soul Sister

David Redfern

Deze tv-docu begint in de kerk. Natuurlijk. Kan een film over de Queen of Soul ergens anders beginnen dan in een zwarte kerk? In de New Bethel Baptist Church van dominee C.L. Franklin in Detroit, Michigan, om precies te zijn. Daar groeide de aankomende wereldster op en was bijvoorbeeld ook Martin Luther King kind aan huis. Aretha’s vader kon preken alsof niet alleen zijn eigen leven ervan afhing. Daarvan werden zelfs langspelers gemaakt, die in heel Amerika gretig aftrek vonden.

De appel viel niet ver van de boom, getuige Aretha Franklin – Soul Sister (53 min.). C.L.’s dochter erfde zijn gaven als voorganger en was bovendien gezegend met een kolossale stem. Zo gemakkelijk, zo expressief, zo raak! Ze zong bij menigeen de tranen in en uit de ogen. De carrière die Aretha Franklin op basis daarvan opbouwde staat centraal in dit portret, waarin haar werk in zijn culturele, politieke, raciale en muzikale context wordt geplaatst door de gebruikelijke pratende hoofden, zoals biograaf Mark Bego, enkele historici en tijdgenoot Abdul ‘Duke’ Fakir van The Four Tops.

Echte intimi komen er niet aan het woord. En ook Aretha zelf krijgt slechts zo nu en dan een paar zinnetjes toebedeeld. Dit is dan ook geen psychologisch profiel van de vrouw, maar een duiding van het fenomeen Aretha Franklin. En dat lukt regisseur France Swimberge met de hulp van de zangeres zelf, via prachtig archiefmateriaal van allerlei glorieuze performances, uiteindelijk best behoorlijk. Waarna Franklins kleindochter Grace nog eenmaal om R.E.S.P.E.C.T. mag vragen. In die ene zwarte kerk, natuurlijk. Waar alles begon en nog altijd wordt voorgezet.

The Art Of Political Murder

HBO

Twee dagen nadat de Guatemalteekse bisschop Juan Gerardi een rapport over mensenrechtenschendingen had gepresenteerd, werd hij op zondag 26 april 1998 bruut vermoord. Blijkbaar zat niet iedereen te wachten op ‘s mans bevindingen over de burgeroorlog die tussen 1960 en 1996 woedde in Guatemala en zo’n 200.000 burgerslachtoffers had gemaakt. Of zat er toch een persoonlijk motief achter zijn uiterst gewelddadige dood? Kort nadat hij moest zijn gestorven, zag een dakloze man hoe een kerel met ontbloot bovenlichaam Gerardi’s woning verliet.

The Art Of Political Murder (89 min.) laat de tijd herleven dat het Midden-Amerikaanse land nog volledig werd verscheurd door de strijd tussen de militaire regering van stijfrechtse signatuur en linkse rebellen, die werden ondersteund door de oorspronkelijke Maya-bevolking van Guatemala. Deze tweespalt zou ook de loop van het politieonderzoek naar de moord op de bisschop en mensenrechtenactivist beïnvloeden. Kon het recht ooit zijn loop hebben binnen zo’n politiek geladen context? Zou er überhaupt een fatsoenlijk onderzoek naar de ware toedracht kunnen plaatsvinden?

Ruim twintig jaar na dato kijken de officier van justitie, direct betrokkenen en de dakloze ooggetuige, die nog een kaart in zijn mouw blijkt te hebben, in deze krachtige documentaire van Paul Taylor terug op Guatemala’s nationale tragedie, waarbij ook Gerardi’s eigen huisgenoot, eerwaarde Mario Orantes, nog een opmerkelijke rol zal spelen.

Crock Of Gold – A Few Rounds With Shane MacGowan

Het goede nieuws: Crock Of Gold – A Few Rounds With Shane MacGowan (124 min.) is geen routineuze popdocu, waarin de held chronologisch zijn eigen carrière doorloopt, alle tijd wordt ingeruimd voor zijn beste songs en vakbroeders intussen ongegeneerd de loftrompet over hem en zijn oeuvre laten schallen.

Het slechte nieuws: Crock Of Gold – A Few Rounds With Shane MacGowan (124 min.) is geen routineuze popdocu, waarin de held chronologisch zijn eigen carrière doorloopt, alle tijd wordt ingeruimd voor zijn beste songs en vakbroeders intussen ongegeneerd de loftrompet over hem en zijn oeuvre laten schallen.

Ambivalente gevoelens dus. Over een film die méér wil zijn en daardoor soms te veel wordt. En te weinig, dat eveneens. En toch ook wel weer intrigeert. Zoiets. Terzake:

Regisseur Julien Temple (die met muziekfilms als The Filth And The Fury, Joe Strummer: The Future Is Unwritten en Oil City Confidential al een belangrijk deel van de Britse punkhistorie documenteerde) verbindt MacGowans levensverhaal nadrukkelijk met de getroebleerde relatie tussen Ierland – het land waar hij zijn wortels heeft – en Engeland – het land waar hij opgroeide en een iconisch gezicht van de eerste punkgolf werd. Zo bezien was het onvermijdelijk dat juist MacGowan, de buitenstaander, in de jaren tachtig de traditionele Ierse folk een punky zwieper gaf en zo de stem van een nieuwe generatie Ieren werd.

Die grootse benadering heeft alleen ook zijn keerzijde: Temple strooit bijvoorbeeld wel heel nadrukkelijk met clichématige beelden van de oude idylle Ierland. Met name het eerste deel van de film, als MacGowans band The Pogues nog toekomstmuziek is, heeft daaronder te lijden. Daarbij speelt ook het verteltempo Crock Of Gold parten; enerzijds neemt de documentairemaker wel erg ruim de tijd om met name MacGowans jeugd en achtergrond goed in de verf te zetten, anderzijds propt de filmer zoveel informatie in de docu dat die constant gejaagd voelt.

Een karrenvracht archiefmateriaal van MacGowan en zijn bands, uitbundige animaties en alles wat de tijdgeest maar kan weerspiegelen worden uitgestort over de kijker, die nauwelijks de tijd krijgt om in te laten dalen wat er allemaal voorbij komt. Zeker op het moment dat MacGowan als songschrijver goed op stoom komt, wordt dat echt een serieus minpunt: nooit neemt Temple eens rustig de tijd om die prachtige liedjes hun werk te laten doen. Het is altijd weer door: op naar het volgende punt dat blijkbaar gemaakt moet worden. En dat, om het helemaal verwarrend te maken, verveelt dan weer geen seconde.

Gedwongen door de omstandigheden – MacGowan is, zacht uitgedrukt, geen uitbundige gesprekspartner (meer) die duchtig met anekdotes strooit – kiest hij ook voor een opmerkelijke interviewvorm: de protagonist laat zich bevragen door acteur/vriend Johnny Depp, Primal Scream-voorman Bobby Gillespie, Sinn Fein/IRA-icoon Gerry Adams, biograaf Ann Scanlon en zijn eigen vrouw Victoria Clarke. Via deze terloopse gesprekjes en gedegen interviews met vader Maurice en vooral zus Siobhan wordt zo zijn opmerkelijke levenswandel en –wijze ingekleurd, compleet met debiliserende hoeveelheden drank en drugs.

Ergens in ’s mans pafferige kop, met ogen die wezenloos voor zich uit lijken te staren, zit nog altijd de enige echte Shane MacGowan verscholen: scherp als een mes, altijd in voor (zelf)spot en gezegend met een gggg-giechel die een ferme punt zet achter elke vorm van gepsychologiseer. Een man die zijn talent heeft verkwanseld of het beste heeft gehaald uit zijn gouden jaren, tis maar hoe je het bekijkt. Een fenomeen ook dat ruim dertig jaar later nog altijd tot de verbeelding spreekt.

Na The Great Hunger: The Life & Songs Of Shane MacGowan (1997) en If I Fall From Grace – The Shane MacGowan Story (2001) is Crock Of Gold, ondanks alle bedenkingen die je bij de film kunt hebben, de definitieve documentaire over één van de beste songschrijvers van zijn generatie. Dat die film er überhaupt is gekomen – want dat zal door MacGowans nurkse gedrag lang niet gemakkelijk zijn geweest – lijkt me uiteindelijk pure winst.

Las Tres Muertes De Marisela Escobedo

Netflix

In eerste instantie lijkt het een traditioneel true crime-relaas te worden: jonge vrouw is uit de weg geruimd door jaloerse echtgenoot. Haar moeder Marisela Escobedo Ortiz, de protagonist van deze vertelling, probeert vervolgens recht te halen. Eerst moet alleen het stoffelijk overschot van haar zestienjarige dochter Rubí worden gevonden. En dan neemt dat ogenschijnlijk licht voorspelbare verhaal, met typische Latijns-Amerikaans melodrama opgedist, een onverwachte wending.

Die crime passionel blijkt in Las Tres Muertes De Marisela Escobedo (109 min.) de opmaat naar een groter verhaal over de samenleving waarbinnen die zich heeft afgespeeld: het Mexico waar drugskartels de dienst uitmaken en een mensenleven een soort wegwerpartikel is. Letterlijk. Zeker een vrouwenleven, getuige de feminicide in het land. Rubí is slechts één van de vele vermiste vrouwen van Ciudad Juárez. En ze zal ook niet het laatste slachtoffer in deze zaak zijn.

Het schokkende verhaal van Marisela en haar kinderen is exemplarisch voor de maalstroom van corruptie, incompetentie en geweld die het Midden-Amerikaanse land nu al jaren in zijn greep houdt en die door regisseur Carlos Pérez Osorio met direct betrokkenen uit en te na wordt gereconstrueerd. Intussen wordt Sergio Barraza Bocanegra, Rubí’s gewelddadige ex, lid van de beruchte drugsbende Los Zetas. Hij raakt zo steeds verder buiten bereik van justitie en Marisela zelf, die hem nog altijd wil (laten) inrekenen.

Radiograph Of A Family

IDFA

In dat ene beeld is in wezen de complete familiegeschiedenis vervat. ‘Moeder trouwde een foto van vader’, zegt Firouzeh Khosrovani, die zelf als verteller van dat intieme verhaal fungeert. Dat bedoelt ze letterlijk: haar moeder staat als een eenzame bruid op de trouwfoto’s. Vader is in Zwitserland gebleven, waar hij radiologie studeert. Nadat ze zonder hem met hem is getrouwd, zal ze zich vanuit hun beider geboorteland Iran bij hem voegen. De afstand tussen Tayi en Hossein zal alleen nooit helemaal worden overbrugd.

Hij is een seculiere man van de wereld, zij een traditionele moslima. Ze spreken elkaar wel liefdevol aan, hoor, in de oude brieven en herinnerde gesprekken die Firouzeh voor Radiograph Of A Family (82 min.) met acteurs heeft gereconstrueerd. ‘Tayi jaan’, noemt hij haar teder. ‘Mousieu’, zegt zij tegen hem in haar slechtste Frans, een taal die nooit de hare wordt. Hun conversaties, aangevuld met de voice-over van hun dochter, vormen het hart van deze poëtische documentaire, waarin de beide echtelieden in twee verschillende werelden lijken te leven.

Als Tayi zwanger wordt van Firouzeh, keren ze op haar uitdrukkelijke verzoek terug naar Iran. Van hem had dat niet gehoeven. Daar zullen de rollen worden omgedraaid: zij voelt zich onderdeel van de islamitische remonte die in de tweede helft van de jaren zeventig gestalte krijgt, hij begint een buitenstaander te worden in zijn eigen land. Hun dochter illustreert deze ontwikkeling in zowel het huwelijk van haar ouders als haar geboorteland met een fijngevoelige mixture van familiefoto’s, filmpjes en muziek.

Hossein heeft zijn kleine dochter bijvoorbeeld nog niet gevraagd of ze de symfonie herkent die hij begint te fluiten, Beethovens a Ode An Die Freude (‘alle Menschen werden Brüder’), of de revolutie die voor tweespalt zal zorgen in Iran breekt uit. Als rode draad toont Khosrovani gedurende de hele film, op het IDFA uitgeroepen tot beste documentaire, bovendien gestileerde sequenties van de huiskamer van haar ouders. Die verandert gaandeweg rigoureus van karakter en vormt zo een treffende afspiegeling van de maatschappelijke ontwikkeling die zich tegelijkertijd voltrekt.

Body Of Truth

Börres Weiffenbach / NTR

Het vrouwenlichaam als canvas voor grote maatschappelijke thema’s. Een Body Of Truth (53 min.) zogezegd. Vervaardigd door vier uiteenlopende vrouwelijke kunstenaars, die zo de onderwerpen uitdrukken die hen hebben gevormd. De Duitse filmmaakster Evelyn Schels brengt hen samen in een gestileerde documentaire.

De in New York woonachtige Shirin Neshat dealt in haar oeuvre bijvoorbeeld met haar vertrek uit Iran, waar de ‘westerse’ dictatuur van de Sjah plaatsmaakte voor het religieus fundamentalisme van Ayatollah Khomeini. Ze zoekt nog altijd de spanningen binnen de Islam op. Zo maakte Neshat bijvoorbeeld portretfoto’s van gesluierde vrouwen, onder wie de Pakistaanse mensenrechtenactiviste Malala, waarop ze gedichten heeft gekalligrafeerd.

Fotografe Katharina Sieverding bekommert zich als lid van de zogenaamde ’68-generatie om de erfenis van nazi-Duitsland. In haar jonge jaren vroeg ze zich af of haar land voldoende afstand had genomen van het verleden en tegenwoordig belicht ze hoe het fascisme zich in het moderne Duitsland manifesteert. Ze maakt daarvoor veelvuldig gebruik van afbeeldingen van haar eigen gezicht, dat fungeert als een spiegel voor wat ze wil zeggen.

De Israëlische kunstenares Sigalit Lindau is tevens getekend door de Tweede Wereldoorlog en werd ook sterk beïnvloed door de aanhoudende Intifada in haar eigen land. In haar werk probeert ze uit te drukken hoe het is om te leven met terreur. Ze maakt zichzelf bijvoorbeeld, geheel naakt, onderdeel van een spoel van watermeloenen in de Dode Zee, die uiteindelijk een bloedrode kleur onthult. Of gaat lekker hoepelen met een stuk prikkeldraad.

Automutilatie lijkt ook een centraal thema van Marina Abramovic. Met het geselen van haar eigen lijf probeert ze zich te bevrijden van haar achtergrond in het voormalig Joegoslavië en de oorlog die daar huis heeft gehouden. Ook nu vloeit er regelmatig bloed. Dat is bepaald geen prettig gezicht – en dat geldt voor veel van de getoonde bewijsstukken van deze uitgesproken vrouwen – maar maakt tevens inzichtelijk hoe het verleden jaren later nog altijd huishoudt in het leven van deze kunstenares.

Want waar we onze toekomst ook zien, zo leert Body Of Truth, het verleden kruipt als een schaduw achter ons aan en blijft verraden waar we vandaan komen.

A Thousand Cuts

IDFA

#FreeMariaRessa. Als de Filipijnse journaliste, CEO van de onafhankelijke nieuwsorganisatie Rappler, wordt gearresteerd, leidt dat wereldwijd tot consternatie.

‘Internationale belangenorganisaties voor journalisten stellen dat dit een aanval op de media is’, zegt een interviewer tegen president Rodrigo Duterte. ‘Ach, gossie!’, reageert die sarcastisch. ‘Wat is uw beleid ten opzichte van kritische media?’ wil een andere journalist weten. ‘Jullie zijn de mensen met kritiek’, riposteert de Filipijnse leider. ‘Als dat je je leven kost, is dat je eigen schuld. Ik zal daar geen traan om laten.’

Sinds hij in 2016 voor zes jaar werd geïnstalleerd als president voert Duterte een schrikbewind. Hij propageert openlijk geweld tegen drugsgebruikers en -handelaren. Volgens critici betekent dat de facto een oorlog tegen de armen, die zonder enige vorm van proces naar de andere wereld mogen worden geholpen. Het is alleen niet verstandig om dat in het openbaar uit te spreken, zo bleek al uit grimmige documentaires als On The President’s Orders en The Kingmaker. En dat wordt nog eens onderstreept door A Thousand Cuts (100 min.), een unheimische film die is gelardeerd met allerlei messcherpe Rappler-headlines. Want Duterte is niet alleen van de woorden, maar ook van de daden.

Behalve de onafhankelijk opererende journalist Maria Ressa en haar moedige medewerkers volgt regisseur Ramona S. Diaz (eerder verantwoordelijk voor Motherland) in de aanloop naar de tussentijdse verkiezingen van 2019 ook de vrouwelijke oppositiekandidaat Samira Gutoc, de brute Duterte-vazal Bato ‘ik zou doden voor de president’ dela Rosa die zich kandidaat heeft gesteld voor de Senaat en de populaire zangeres/influencer Mocha Uson. Zij voorziet Duterte van een miljoenenpubliek en pompt zonder scrupules desinformatie en laster over zijn critici rond. Met bijvoorbeeld de hashtag #ArrestMariaRessa tot gevolg.

Gezamenlijk roepen ze in A Thousand Cuts, een titel die verwijst naar de talloze kleine stapjes waarmee een democratie om zeep kan worden geholpen, een naargeestige wereld op, waarin het recht van de wreedste lijkt te gelden en mensen zoals Maria Ressa zich allerlei intimidatie, zowel online als fysiek, moeten laten welgevallen. Deze dappere waakhond, in 2018 verkozen tot Person Of The Year van het Amerikaanse tijdschrift Time, laat zich echter niet zomaar muilkorven door ‘Duterte Harry’, de Filipijnse variant op Clint Eastwoods gewelddadige politieagent. Al heeft die behalve straffe oneliners en een enorme blaffer ook een compleet overheidsapparaat tot zijn beschikking.

The Life And Trials Of Oscar Pistorius

ESPN

De Blade Runner was in werkelijkheid een Blade Gunner, schreeuwde een krantenkop. Oscar Pistorius, de paralympische atleet uit Zuid-Afrika die als eerste sporter met een functiebeperking ook aan de reguliere Olympische Spelen deelnam, had op 14 februari 2013 zijn vriendin Reeva Steenkamp neergeschoten. Hij zou haar hebben aangezien voor een indringer. Of was er toch sprake van volledig uit de hand gelopen huiselijk geweld? De politiewoordvoerder ter plaatse leek daar in elk geval op te zinspelen, waarna er direct een enorme mediastorm opstak. Barbertje moest hangen. Of juist niet.

De zaak tegen Pistorius vertoont onmiskenbare parallellen met de enorme mediahype die een kleine dertig jaar eerder ontstond rond voormalig footballheld O.J. Simpson. Hij werd beschuldigd van de moord op zijn ex-vrouw Nicole Brown en haar vriend Ron Goldman. En net als de Oscar-winnende docuserie over die geruchtmakende zaak, O.J.: Made In America, plaatst The Life And Trials Of Oscar Pistorius (358 min.) het delict overtuigend in z’n persoonlijke, historische en maatschappelijke context. Raciale spanningen in de Verenigde Staten tegenover de Zuid-Afrikaanse Apartheid, met geweld tegen vrouwen als gemene deler.

Zelfs Mark Fuhrman, de Amerikaanse detective die een kwalijke rol in de Simpson-kwestie zou hebben gespeeld, komt nog even langs. Als ervaringsdeskundige die zijn licht laat schijnen over de schietpartij in Huize Pistorius. Die zaak heeft overigens ook gewoon zijn eigen ‘dirty cop’, hoor. Hij speelt een bijrol in deze vierdelige documentaire, die een afgewogen en genuanceerd beeld schetst van het (sport)leven van en de rechtszaak tegen de gevallen volksheld. Daarbij komen zowel directe familieleden en pleitbezorgers van Oscar als criticasters en verwanten van zijn slachtoffer uitgebreid aan het woord.

Zo ontstaat een fascinerende vertelling, die perfect past in het oeuvre van de Britse regisseur Daniel Gordon. Hij slaagt er, getuige eerdere sportdocu’s zoals 9.79The Fall en The Australian Dream, als geen ander in om via sport(ers) actuele maatschappelijke thema’s aan te snijden en daar grootse, meeslepende films van te maken. En Oscar Pistorius, die zelf niet is geïnterviewd voor dit portret, doet daarbij als (anti)held niet onder voor Gordons eerdere protagonisten Ben Johnson, Zola Budd en Adam Goodes. Een Blade Runner, natuurlijk. Een koelbloedige moordenaar of juist een enorme pechvogel. En een man die zoveel heeft te bieden en die door één enkel moment is getekend voor het leven.

Linda Ronstadt – The Sound Of My Voice

NTR

Ze is een geboren performer, met een geweldig stembereik. Hoewel Linda Ronstadt zelf geen liedjes schrijft, heeft de Amerikaanse zangeres een geheel eigen signatuur. Tenminste, dat zeggen mensen die het kunnen weten in Linda Ronstadt – The Sound Of My Voice (91 min.). Ze luisteren naar namen als Dolly Parton, Bonnie Raitt, Ry Cooder, Don Henley, Jackson Browne, JD Souther, Aaron Neville en Emmylou Harris en bivakkeerden stuk voor stuk naast Ronstadt terwijl die op het podium of in de studio de sterren van de hemel stond te zingen.

Deze tamelijk routinematige popbio van Rob Epstein en Jeffrey Friedman laat ook nog popprofessionals aan het woord die jarenlang een boterham aan Ronstadt hebben verdiend, zoals platenbaas David Geffen, popjournalist Robert Hilburn en producer John Boylan. Stuk voor stuk lichten ze een tipje van de sluier op van de zeer wendbare zangeres Linda Ronstadt, die met name in de jaren zeventig en tachtig immens succesvol was en tegenwoordig in de luwte leeft.

De vrouw zelf heeft slechts weinig woorden nodig en laat, in steeds wisselende gedaanten en stijlen, horen wat ze zoal in haar mars heeft – waarbij hits als You’re No Good, It’s So Easy en Don’t Know Much (met Aaron Neville) natuurlijk niet (mogen) ontbreken. Het interessantst wordt dit portret als Ronstadt op latere leeftijd echt een eigen koers begint te varen en daarbij ook onverwachte afslagen, richting operette en traditionele Mexicaanse muziek bijvoorbeeld, besluit te nemen. Zo bouwt ze niet alleen een succesvolle, maar uiteindelijk ook een eigenzinnige loopbaan op, die hier nauwgezet en met veel aandacht voor de muziek wordt doorgenomen.

A Wilderness Of Error

FX

Het is een bloedbad dat nooit werd geclaimd door de beruchte Manson-familie. Slechts een half jaar na eerst de moordpartij op actrice Sharon Tate en haar gezelschap en een dag later de gewelddadige dood van het echtpaar Leno en Rosemary LaBianca vielen drie mannen en een vrouw op 17 februari 1970 de woning van arts Jeffrey MacDonald op Fort Bragg binnen. ‘Acid is great, kill all the pigs’, schreeuwden ze. MacDonalds zwangere vrouw Colette en zijn twee dochters Kimberley (5) en Kristen (2) vonden die avond de dood. Met bloed was het woord ‘pig’ op de muren gekalkt.

Uitgemaakte zaak, zou je zeggen: volgelingen van de gestoorde sekteleider Charles Manson, al dan niet daadwerkelijk door hem aangestuurd. Of was er toch iemand die er belang bij had dat de slachting zou worden toegeschreven aan een stel moordlustige blommenkinderen? De heer des huizes bijvoorbeeld. Een kapitein in het Amerikaanse leger, een Green Beret zelfs. MacDonald kwam er zelf met zeer lichte verwondingen vanaf en werd uiteindelijk buiten bewustzijn op de plaats delict aangetroffen, met een arm over het lijk van zijn echtgenote. Dat schokkende tafereel zet de vijfdelige serie A Wilderness Of Error (234 min.) in gang. Waanzinnige hippiehorror? Of toch, zoals het omstreden boek Fatal Vision van Joe McGinnis en de daarop gebaseerde tv-film in 1983 zonder terughoudendheid beweerden, een koelbloedig gecamoufleerd familiedrama?

‘Wat gebeurt er als het verhaal belangrijker wordt dan wat er echt is gebeurd?’ vraagt documentairemaker Errol Morris, die het boek schreef waarop deze miniserie van Marc Smerling is gebaseerd, zich hardop af. Hij maakte ooit de klassieke true crime-docu The Thin Blue Line (1988), waarmee een man die in de cel zat voor de moord op een politieagent werd vrijgepleit. Morris zou dat kunstje graag nog eens herhalen bij de MacDonald-moorden. Niet dat iedereen erop zit te wachten dat deze zaak (alweer) wordt heropend. ‘Elk jaar wil er weer iemand een touw om mijn benen gooien en me door de poel van bloed van onze familie sleuren’, zegt Colettes broer Bob. En geeft zich er dan toch maar weer aan over. Want net als zijn moeder Mildred en stiefvader Freddy Kassab kan hij wat er toentertijd met zijn zus is gebeurd niet laten rusten.

Achteraf bezien zou je kunnen zeggen dat zij van geboorte af aan al verdoemd was. Twee doodgeboren zusjes genaamd Colette waren haar voorgegaan. En ook nummer drie zou dus niet aan het noodlot ontsnappen. Het is maar één van de talloze naargeestige details in deze intrigerende whodunnit, waarin archiefbeelden en interviews met een aantal belangrijke spelers worden gepaard aan krachtige gedramatiseerde scènes (fraai gematcht ook met audio-opnamen van de rechtszaak), een sjieke soundtrack en enerverende verhaalwendingen. Alleen de twee voornaamste hoofdrolspelers ontbreken: dokter MacDonald die nog altijd stug blijft volhouden dat hij onschuldig is en het voormalige sixtiesmeisje Helena Stoeckley, dat destijds diverse bekentenissen heeft afgelegd en die ook weer net zo gemakkelijk heeft ingetrokken.

Daar staat tegenover dat Errol Morris, geïnterviewd via de interrotron die hij zelf ooit heeft bedacht, een soort sleutelrol krijgt toebedeeld in met name de slotaflevering van deze slimme serie, die twee volstrekt strijdige hypotheses over wat er een halve eeuw geleden op die fatale februarinacht is gebeurd met elkaar laat botsen. Waarbij het de vraag is of A Wilderness Of Errors voor de gevierde documentairemaker Morris een tweede Thin Blue Line wordt. Of toch eerder een variant op The Jinx, de zinderende true crime-serie over moordverdachte Robert Durst waarbij Marc Smerling als producer betrokken was? Smerling heeft nu een al even spraakmakende ontknoping voor ogen.Met Errol Morris, de man die zelf zoveel brisante portretten maakte, in de hoofdrol.

Kingdom Of Silence

Showtime

Hij was gaandeweg verworden tot persona non grata in het land dat hij jarenlang had gediend en vertegenwoordigd. Toen Jamal Khashoggi na zijn verbanning uit Saoedi-Arabië in 2017 venijnige columns over het nieuwe regime begon te publiceren voor de Amerikaanse krant The Washington Post, was hij ook zijn leven niet meer zeker. Wetende hoe dat uiteindelijk op 2 oktober 2018 zou eindigen, in een geïmproviseerde martelkamer op de Saoedische ambassade te Istanboel, grenst zijn moed om zich toch te blijven uitspreken aan het ongelooflijke.

Tegelijkertijd toont Kingdom Of Silence (98 min.) ook hoe gecompliceerd Khashoggi’s leven was. Tijdens zijn lange loopbaan raakte hij bijvoorbeeld bevriend met de jonge Osama Bin Laden en was hij zowel voorstander van de omstreden Irak-oorlog als van de Arabische Lente. Als prominente journalist en opiniemaker onderhield hij bovendien nauwe banden met een bepaalde tak van de Saudische koninklijke familie, die geleidelijk aan uit de gratie zou raken. Net als hijzelf. Jamal Khashoggi werd zo de verpersoonlijking van het voortdurende gekonkel in het Saoedische koninkrijk en de giftige relatie van het land met de altijd weer berekenend opererende Verenigde Staten.

Met zijn echtgenote en Saoedische en Amerikaanse vrienden, collega’s, diplomaten en politici belicht documentairemaker Rick Rowley zowel het leven van de man als de ontwikkeling van zijn land. Waarbij Khashoggi steeds nadrukkelijker in het vizier kwam van kroonprins en minister van defensie Mohammad bin Salman, voor het gemak ook wel MBS genoemd. Als in: MBS wilde hem een kopje kleiner maken. Hij zag uiteindelijk zijn kans schoon omdat er in de Verenigde Staten een man aan de macht was, die het Saoedische bewind geen enkele beperking meer oplegde, zolang het maar voor olie en dollars bleef zorgen. ‘Het gaat mij om Amerika’, aldus president Trump. ‘We gaan niet honderden miljarden dollars aan orders opgeven, zodat Rusland of China die van ons kunnen afpikken. Voor mij is het heel simpel: America first.’

De cynische Amerikaanse diplomaat David Rundell windt er in deze sterke documentaire, die uiteindelijk afstevent op een onontkoombare dramatische climax, ook al geen doekjes om. ‘We hebben politieke en economische redenen om een relatie te onderhouden met Saoedi-Arabië. Saoedi-Arabië is een strategische partner. En dat is uiteindelijk belangrijker dan de dood van één enkel mens.’

Inmiddels is er een tweede grote documentaire uitgebracht over de Khashoggi-affaire, The Dissident van Oscar-winnaar Bryan Fogel. Deze film concentreert meer op de moordzaak zelf en plaatst die slechts beperkt in de recente Saoedische historie en relatie met de Verenigde Staten.

Scandalous: The Untold Story Of The National Enquirer

Netflix

Generoso Pope Jr., de zoon van een maffiabaas en oprichter van The National Enquirer, had volgens de overlevering halverwege de jaren vijftig een openbaring toen hij de opstopping zag die werd veroorzaakt door een auto-ongeluk. Door het publiek dat zich stond te vergapen aan de ravage en ellende, om precies te zijn. Blijkbaar was dat wat mensen wilden zien. Zijn geesteskind, Amerika’s toonaangevende schandaalblad, zou de equivalent daarvan worden. Te beginnen met foto’s van die gruwelijke ongevallen. Later volgden (seks)schandalen, UFO’s en – natuurlijk – celebrities.

In de even vermakelijke als ongemakkelijke documentaire Scandalous: The Untold Story Of The National Enquirer (96 min.) van Mark Landsman vertellen oud-medewerkers openhartig over hun werk voor het sensatieblaadje. Over foto’s van Elvis in zijn lijkkist, de buitenechtelijke affaire van presidentskandidaat Gary Hart en de ware toedracht van het overlijden van komiek John Belushi. In elk verhaal zat altijd een kern van waarheid, bezweren ze. Een kerntje in elk geval. En soms lichtten ze zowaar echt belangrijke tegels, zoals bij de moordzaak tegen O.J. Simpson.

Zelfs gerespecteerde journalisten Carl Bernstein, Ken Auletta, Maggie Haberman kunnen daar niet omheen. Het blad had alleen geen héél goede reputatie, om het mild uit te drukken. ‘Ik dacht soms: zou het niet gemakkelijker zijn om te zeggen dat ik in de gevangenis of het gekkenhuis had gezeten?’ stelt redacteur Shelley Ross. ‘Maar de werkelijkheid was anders: ze beloofden me een driedubbel salaris en wereldreisjes. Maar ik moest wel een heel klein beetje roekeloos te werk gaan.’ 

Zonder gêne verhalen de ervaren ‘smut peddlers’ over de genadeloze onderlinge concurrentie bij The Enquirer, betaalde tipgevers uit de directe omgeving van beroemdheden én chantage van sterren die uit de bocht waren gevlogen. Zulke Catch and Kill-politiek – een ongewenste primeur wordt binnenkamers gehouden in ruil voor exclusieve verhalen – werd eerst uitgeprobeerd met schuinsmarcheerders zoals Bob Hope, Bill Cosby en Arnold Schwarzenegger en zou later, onder de nieuwe hoofdredacteur David Pecker, geperfectioneerd worden met Donald Trump.

In eerste instantie was er gewoon sprake van ruilhandel: The Donald voorzag het roddelblad van een constante stroom nieuwtjes en werd intussen zelf goed in het nieuws gehouden. Toen ‘s mans politieke carrière op stoom kwam, kreeg de deal evenwel een serieuzer karakter: schadelijke getuigenissen werden voor grof geld opgekocht en vervolgens voorgoed weggeborgen. Men neme bijvoorbeeld de getuigenissen van playmate Karen McDougal of pornoster Stormy Daniels. Dubieuze verhalen over Trumps concurrenten belandden vervolgens wél prominent op de voorpagina.

En daarmee vormt een blad als The National Enquirer een regelrechte bedreiging voor de Amerikaanse democratie. Want hoe onschuldig al dat roddelwerk van deze schmutzige variant op de Story, Privé en Weekend in eerste instantie meestal lijkt, het is en blijft de weerslag van een onvervalste dog eat dog-visie op het leven, waarbij alles en iedereen ondergeschikt wordt gemaakt en twijfelachtige congsies worden gesloten om de eigen doelen en ambities te verwezenlijken.

Aileen Wurnos: The Selling Of A Serial Killer / Aileen: Life And Death Of A Serial Killer

Toen bekend werd wie de hoofdrol zou gaan spelen in de verfilming van haar leven, moet menigeen zijn hart hebben vastgehouden. De beeldschone actrice Charlize Theron, gezicht van modehuis Dior, leek toch in de verste verte niet op Aileen Wuornos? Kon zij werkelijk doorgaan voor de bekendste vrouwelijke seriemoordenaar?

Een Oscar en talloze filmprijzen voor Monster later had Theron, die er als kind getuige van was hoe haar moeder haar alcoholische vader doodschoot en die de keerzijde van de medaille dus wel degelijk had leren kennen, zich al lang en breed bewezen. Zo doodgewoon, angstaanjagend en toch zielig als de échte Aileen kon ze desondanks met de beste wil van de wereld niet worden. Die was door Nick Broomfield en Joan Churchill al in volle glorie gepresenteerd in twee beruchte true crime-docu’s: Aileen Wuornos: The Selling Of A Serial Killer (85 min.) uit 1992 en Aileen: Life And Death Of A Serial Killer (90 min.) uit 2003. Een ernstig beschadigde vrouw die zelf ook heel wat schade had aangericht. ‘Thank you. I’ll be up in heaven while y’all rot in hell’, voegt ze bijvoorbeeld de rechter toe, die haar ter dood veroordeelt. ‘May your wife and kids get raped, right in the ass.’

De Brit Broomfield fungeert intussen zelf als protagonist, die tevens dienst doet als zijn eigen geluidstechnicus, voor een lang uitgesponnen roadmovie door white trash-Amerika. Hij hoopt zo alle duistere details te kunnen opdiepen over de lesbische liftster die tijdens haar werk als prostituee zeven mannen zou hebben vermoord. Zelf houdt die de boot vooralsnog af. Aileen wil geld zien en heeft haar tamelijk louche advocaat Steve Glazer, die meteen de gelegenheid te baat neemt om zijn eigen muziek te pluggen, opdracht gegeven om het onderste uit de kan te halen. Pas aan het einde van de eerste film komt Broomfield, na een tamelijk ranzige rondgang langs hele en halve Wuornos-kenners, uiteindelijk oog in oog te staan met de gevreesde mannenhaatster.

Twaalf jaar later wordt de Britse documentairemaker, die er soms ronduit dubieuze methoden op nahoudt, als getuige opgeroepen in het proces dat moet leiden tot de executie van zijn subject. Tijd voor een tweede documentaire over Aileen Wuornos (die overigens behoorlijk dubbelt met z’n voorganger). De vrouw die eerder zo moeilijk benaderbaar leek, stelt zich nu ogenschijnlijk helemaal open voor hem en corrigeert bovendien haar eerdere getuigenissen, waarin ze stelde dat er sprake was zelfverdediging. Nee, ze heeft die kerels destijds toch echt gewoon in koelen bloede afgemaakt. Broomfield weet al snel niet meer wat hij moet geloven. Houdt ze hem nu voor de gek of deed ze dat juist eerder? En met welke reden dan? Wuornos heeft bovendien een uiterst ongemakkelijk verzoek voor hem: nu hij er toch is, wil hij er dan ook getuige van zijn hoe zij plaatsneemt op ‘old sparky’, de elektrische stoel?