Poorten Van Europa

VPRO / Scenery / vanaf woensdag 5 augustus, om 20.25 uur, op NPO2

Grensmanagement én mensenrechten. Als de Nederlander Hans Leijtens in 2023 wordt benoemd tot uitvoerend directeur van het Europese grens- en kustwachtagentschap Frontex moet hij beide uitersten zien te verenigen: het samen met de kustwacht en grenspolitie van de individuele lidstaten bewaken van de Europese grenzen, zonder daarmee de mensenrechten te schenden van de migranten die het continent proberen te bereiken.

Het lijkt een onmogelijke balanceeract, die Frontex ook op veel kritiek is komen te staan, met name dat de organisatie ‘pushbacks’, het terugduwen van asielzoekers en migranten over de grens, heeft uitgevoerd of oogluikend heeft toegestaan. Aan Leijtens de taak om schoon schip te maken. Hij kiest daarbij onder andere voor ‘radicale transparantie’ en geeft Tomas Kaan, Els van Driel en Eefje Blankevoort voor deze vierdelige documentaireserie ogenschijnlijk ruimhartig toegang tot zijn organisatie.

Daarmee wordt deze ambitieuze productie een logisch vervolg op Shadow Game (2021), de documentaire over minderjarige vluchtelingen die door Europa zwerven op zoek naar een nieuw thuis, waarmee Van Driel en Blankevoort diverse (inter)nationale prijzen wonnen en die ook meerdere spin-offs opleverde. Poorten Van Europa (186 min.) verbindt de dagelijkse praktijk aan de grens, in safehouses, op zee en aan de kust met de werkelijkheid van het Frontex-hoofdkantoor in Warschau en het Europees Parlement.

De ervaringen van de vrijwilligers van Grupa Granica, die mensen helpen die door Poolse grenswachters dreigen te worden teruggeduwd naar Wit-Rusland, en de Noor Tommy Olsen, die met Aegean Boat Report rapporteert over incidenten op de Middellandse Zee tussen Turkije en Griekenland, staan regelmatig haaks op de boodschap die Leijtens en de betrokken Frontex-woordvoerders Reza Ahmari en Chris Borowski uitdragen. Zij worden soms met de nek aangekeken omdat ze voor de Europese grenswacht werken.

Bij de opleiding van nieuwe medewerkers vestigt Leijtens nadrukkelijk de aandacht op ethisch gedrag. Een fout mag, stelt hij. Maar wie doelbewust over de grens gaat, ligt eruit. ‘For sure.’ Tegelijk houdt de kritiek op zijn organisatie aan. Durft Leijtens wel een vuist te maken naar landen die het niet zo nauw nemen met de mensenrechten? vraagt Europarlementariër Tineke Strik (PRO) zich bijvoorbeeld af. Maakt hij zich zo niet medeplichtig aan de ogenschijnlijke straffeloosheid aan de Europese grenzen?

Incidenten genoeg. Van burgergrenscontroles in Nederland tot de intimiderende Libische kustwacht. Deze miniserie poogt het totale speelveld waarbinnen Frontex opereert – en op de huid wordt gezeten door kritische volgers zoals journalist Romy van Baarsen en de belangenorganisatie Refugees In Libya – in kaart te brengen. Zolang ze afhankelijk blijven van individuele landen, lijken Kaan, Van Driel en Blankevoort te betogen, is het de vraag of de Europese grenswacht niet een verloren wedstrijd speelt.

The Cult Of NatureBoy

ABC / Hulu / Disney+

‘Wie zijn wij?’ roept de charismatische Afro-Amerikaanse leider naar zijn jonge volgelingen, die zich aan weerszijden van hem op een trap hebben opgesteld. ‘Carbon Nation!’ antwoorden zij in koor, terwijl Eligio Bishop, als hun zelfverklaarde Godheid, over de traptreden schrijdt. Het tafereel is duidelijk geënsceneerd, voor een social mediaproductie van Bishops beweging.

‘Wat is Carbon Nation?’ vraagt ie vervolgens. Waarna zij opdreunen wat hij wil horen: ‘Het Christusbewustzijn.’ Bishop, die zich ook wel NatureBoy noemt en die leven in en van de natuur predikt, kijkt om zich heen, naar de fleurig geklede Afro-Amerikaanse mannen en vrouwen die in de houding blijven staan. ‘En wie zijn jullie?’ Zij antwoorden in koor: ‘Engelen van de Allerhoogste. Goddelijke Lichtengelen.’

En dan meldt NatureBoys echtgenote zich. ‘Wie ben ik?’ vraagt Velvet. Ook zij wordt als een vorstin onthaald. ‘Koningin Eliana’, roepen haar onderdanen deemoedig. ‘Opperbevelhebber van het aardse vlak. Mijn hogere zelf.’ Zij weet zelf echter wel beter. Ook Velvet is niet meer dan een figurant in The Cult Of NatureBoy (163 min.), een getroebleerde zwarte jongeling die zich opwerpt als geestelijk leider.

Ten tijde van het potsierlijke ritueel heeft hij in deze vierdelige serie van Benjamin Zand allang zijn ware gezicht laten zien. Het zal nu ook niet lang meer duren voordat hij zijn naam laat tatoeëren op de billen van zijn favoriete ‘godinnen’. Want zo gaat dat met sekteleiders: gaandeweg eigenen ze zich totale macht, al het geld en de vrouwen toe. Dan moeten alleen de mannen nog geknecht en vernederd worden.

Op de beelden die hij zelf via sociale media heeft verspreid vanuit exotische plekken zoals Costa Rica, Belize en Hawaii oogt NatureBoy simpelweg als een doorgedraaide gek, met een Bijbel-tic, misogyne trekjes en een gewelddadige inslag. Bij de jonge mannen en vrouwen van kleur die zich bij hem hebben aangesloten begint dat alleen pas te dagen als het al te laat is en ze ernstige schade hebben opgelopen.

Zand serveert deze klassieke sektegeschiedenis uit als een spannend verhaal, compleet met gelikte reconstructies waarvoor ook de slachtoffers zelf hun beste beentje voorzetten. Hij legt hen verder niet op het rooster: waarom hadden ze behoefte aan een leider die alles lijkt te weten en overal een antwoord op heeft? En zagen ze echt niet aankomen dat in Carbon Nation maar één persoon zou gedijen?

Zulke ongemakkelijke vragen blijven achterwege in de aalgladde miniserie The Cult Of NatureBoy, die de casus van de Carbon Nation, eerder ook wel de Melanation genoemd, behandelt als het kwaadaardige geesteskind van één enkele meestermanipulator, die zich zonder enige terughoudendheid uitgeeft voor de Messias.

36 Seconds: Portrait Of A Hate Crime

Disclosure Films / Prime Video

Als familieleden van de student tandheelkunde Deah Barakat (23), zijn vrouw en studiegenote Yusor Abu-Salha (21) en haar jongere zus Razan (19) op 10 februari 2015 door de politie  van Durham County in North Carolina op de hoogte worden gebracht van de moord op hun dierbaren, twijfelen ze geen seconde over wie de dader is: die ene boze buurman, Hicks.

‘Mijn naam is Craig Hicks’, zegt die even later inderdaad, zonder omhaal van woorden, tijdens zijn eerste politieverhoor. ‘Ik heb net drie mensen neergeschoten in Chapel Hill.’ Dodelijk kalm vertelt hij vervolgens hoe ie de drie Amerikaanse moslims koelbloedig heeft geëxecuteerd in hun eigen huis. Volgens Craigs vrouw Karen hadden ze ruzie over parkeerplekken. Geen haatmisdrijf dus.

Mohammad Abu-Salha laat zich daardoor niet van de wijs brengen. De vader van Yusor en Razan, als geneeskundestudent naar de VS gekomen vanuit Jordanië, houdt tijdens de uitvaart weliswaar een verzoenende toespraak – ‘Het gaat erom dit land, dat ze liefhebben en waar ze leefden en stierven, vreedzaam te maken voor iedereen.’ – maar is ervan overtuigd dat het wel degelijk om een ‘hate crime’ gaat.

Dat is in de rechtbank alleen verdomd lastig aan te tonen. Tarek Albaba toont in 36 Seconds: Portrait Of A Hate Crime (94 min.) hoe het jaren duurt voordat Craig Hicks, een man die houdt van ‘shooter games’ en Falling Down als favoriete film heeft, wordt berecht. Intussen worden Amerikaanse moslims, ook doordat presidentskandidaat Donald Trump steeds olie op het vuur gooit, alsmaar vijandiger benaderd.

Tegelijk hangt dus ook boven de markt of het eigenlijk wel gaat om een haatmisdrijf. De video die Deah zelf heeft gemaakt van de drievoudige moord – en waarvan zijn moeder Amira wil dat die wordt getoond in de rechtbank – maakt binnen 36 seconden een einde aan elke twijfel. Eenmaal in de woning van Deah en Yusor lijkt die boze buurman bovendien met voorbedachten rade te handelen.

Deze film laat tevens zien welke ravage Hicks heeft aangericht binnen een gemeenschap, die sowieso al machteloos moet toezien hoe het aantal haatmisdrijven in de Verenigde Staten alleen maar toeneemt en ondertussen worstelt met die ene, nauwelijks te verteren vraag: zou een aanval van moslims op witte Amerikanen ook zo gemakkelijk zijn afgedaan als een uit de hand gelopen parkeerconflict?

Eyes Of Gaza

AJ360 / Prime Video

‘Press’ staat er, voor alles en iedereen zichtbaar, op hun scherfvest. Toch staat daarmee bepaald niet vast dat Mohammed Ahmed en de broers Abdulqader en Mahmoud Sabbah daadwerkelijk buiten schot blijven tijdens hun werk. Als Palestijnse journalisten opereren ze op zo’n beetje het gevaarlijkste werkterrein ter wereld. In barre omstandigheden proberen ze daar als de Eyes Of Gaza (49 min.) te fungeren.

De drie worden nu zelf door een lokale cameraman gevolgd voor deze film van de Syrische documentairemaker Mahmoud Atassi uit 2024. Vanuit een spaarzaam ingericht gezamenlijke appartement in Beit Lahia in het Noorden van Gaza, ver van hun eigen familie, oefenen ze met gevaar voor eigen leven hun vak uit. Ze gaan op pad om de schade van Israëlische luchtaanvallen op te tekenen en interviewen getroffen bewoners.

Zo arriveren ze in een volledig verwoeste wijk, waar een orkaan of aardbeving lijkt te hebben huisgehouden. ‘Dit is mijn levenswerk’, begint een oudere man direct te schreeuwen. ‘Voor wie ben ik dit kwijtgeraakt?’ ‘Dat God je moge helpen, oom’, probeert Abdulqader hem te kalmeren. Die is echter wanhopig en woest tegelijk. ‘Wat hebben jullie me gebracht?’ roept hij tegen de journalisten – en de wereld in het algemeen.

Een andere man bedankt hen dan weer omstandig. ‘Dit is een wapen’, houdt hij Abdulqader voor. ‘Journalistiek is een wapen van verzet. De vierde macht. Jij laat de tragiek van ons leven zien.’ De man heeft ook oog voor hun beroepsgroep. ‘Van sommigen van jullie is ook een martelaar gemaakt. En jullie hebben net zulke verwondingen opgelopen als wij. Moge God jullie beschermen en helpen om het goede te blijven doen.’

Daarvoor is dan wel een adequate telefoonverbinding nodig. En dat Mohammed, Abdulqader en Mahmoud mens en in leven blijven. Tussendoor voetballen ze in deze sombere impressie van hun werk en leven met kinderen, spreken getroffen inwoners moed in en bezoeken in het ziekenhuis een ernstig gewonde collega. Want het Israëlische leger spaart journalisten bepaald niet – of kiest hen zelfs gericht als doelwit.

Ondanks – of misschien dus wel juist vanwege – dat prominente ‘press’ op hun kogelvrije vest. Zij fungeren immers als de ogen en oren van slachtoffers, die hun verhaal met de moed der wanhoop willen delen met de wereld.

Alive Inside: A Story Of Music And Memory

Bond / 360

Kom eens een dagje bij me filmen, zei sociaal werker Dan Cohen ooit tegen filmmaker Michael Rossato-Bennett. Die ene dag werd drie jaar. Samen maakten ze een sprankelende reis door de menselijke geest, via ouderen met dementie en hun relatie met muziek. In 2014 verscheen de weerslag daarvan: Alive Inside: A Story Of Music And Memory (78 min.).

Het procedé oogt al snel vertrouwd: we zien een oudere Amerikaan in het verzorgingshuis Cobble Hill, die in het gat is gevallen dat ooit zijn geheugen was. Hij of zij is nauwelijks meer aanspreekbaar. Daarna toont Rossato-Bennett met foto’s en verhalen van dierbaren de persoon die nog ergens in die verstopte geest en dat broze lijf verscholen moet zitten. En als een duveltje uit een doosje tovert Cohen die vervolgens toch weer tevoorschijn. Met een heel eenvoudig instrument, dat alleen niet wordt vergoed door de zorgverzekering: een iPod met koptelefoon.

‘Er bestaat geen pil die dat kan’, stelt Dan Cohen. ‘Een medicijn kan hooguit de vonk dempen of het licht dimmen, maar kan die nooit naar buiten halen.’ En dat geldt bepaald niet alleen voor ouderen met dementie, toont Rossato-Bennett. Muziek kan ook anderen uit hun isolement halen: psychiatrische patiënten, slachtoffers van oorlogsgeweld in Congo of mensen die vanwege een lichamelijke aandoening aan een ziekenhuisbed zijn gekluisterd. Muziek is ‘the quickening art’, volgens de befaamde neuroloog Oliver Sacks (Awakenings), de kortste route naar het binnenste van de mens.

Het is een kunstvorm die de gehele mens kan raken en die ‘de film die alleen in iemands hoofd wordt afgespeeld’, ook wel geheugen genoemd, weer kan aanzetten. Via Louis Armstrong, The Andrews Sisters of Beach Boys komen beelden, geuren én danspasjes weer terug – ook al is het maar voor even. ‘Ik onderzoek de Ziekte van Alzheimer al 38 jaar’, vertelt dokter Peter Davis. ‘Maar ik heb niets beters te bieden aan mijn patiënten dan muziektherapie.’ Het aanschaffen van iPods – we schrijven begin jaren ’10 – heeft echter meer voeten in de aarde dan wie dan ook zou willen.

Gelukkig zijn er beelden van ouderen zoals Henry, een Afro-Amerikaanse man die helemaal opleeft door gospelmuziek en zo viral gaat, om de zaak vlot te trekken. Behalve een pleidooi voor muziek als ontsluiter van de menselijke ziel wordt Alive Inside, aangestuurd met Rossato-Bennetts enigszins zijige voice-over, daardoor ook een soort aanklacht tegen gezondheidszorg, die mensen reduceert tot patiënten en definieert aan de hand van hun deficiënties. Deze docu toont overtuigend dat zij eerst en vooral nog altijd mens zijn – met een onbedwingbare liefde voor muziek.

Zwijgen Of Spreken

Human

In welke wereld wil jij leven? vraagt Marte Boneschansker aan de Nederlanders die deelnemen aan haar voorstelling Opstand. Met deze ‘collectieve oefening in verzet’, die filmmaakster Esther Pardijs heeft vervat in de korte documentaire Zwijgen Of Spreken (15 min.), wil de theatermaakster ‘het stille midden’ in beweging brengen.

Aan het begin worden de deelnemers geacht om een paar te vormen met iemand die ze nog niet kennen. Daarna worden ze als groep geconfronteerd met een scherm, als verbeelding van de macht, dat hen bijstuurt, verdeelt of zelfs gevangen neemt. Hoe gaan ze daarmee om? Laten ze zich uit elkaar spelen? En komen ze als groep in beweging?

Pardijs start het theaterexperiment op vanuit haar eigen gevoel van onmacht over de verruwing van de samenleving. ‘Tot nu toe heb ik gezwegen, maar dat knelt’, vertelt ze. ‘Ik ben op zoek naar mijn stem. En ik ben niet de enige.’ Waarna ze de camera richt op al die anderen op het podium, die vast met al even goede bedoelingen zijn gearriveerd.

Gewone Nederlanders, veelal in close-up in beeld gebracht, die zich laten meevoeren in het machtsspel met het scherm en die ondertussen, buiten beeld, verwoorden wat er in hen omgaat. De één realiseert zich dat ze zich doorgaans snel bij de frontlinie voegt, een ander wordt volgens eigen zeggen juist geconfronteerd met z’n eigen lafheid.

‘Is dit wat er in de samenleving gebeurt maar wat we niet altijd zien?’ vraagt Pardijs zich af aan het eind van haar film, die vooral benieuwd maakt naar het daadwerkelijk ervaren van deze Opstand. ‘Een stille massa die, net als ik, wel iets wil doen maar niet weet wat.’

Speechless

Good Soup Productions

‘De antiracisten, de antifascisten, de antiseksisten, de anti-imperialisten en, natuurlijk, de antikapitalisten’, besluit professor Russell Rickford van Cornell University in New York zijn vlammende speech. ‘Ze blijven ons inspireren. Dus blijf je organiseren en blijf herrie trappen.’ Rickford heeft slechts acht dagen na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 – en ruim vóór Israëls verwoestende respons in Gaza – flink van zich doen spreken. De aanval van Hamas is volgens hem ‘exhilarating’ en ‘energizing’.

Op dat moment, in het tweede deel van haar lijvige documentaire Speechless (176 min.), krijgt de zoektocht van Ric Esther Bienstock naar de aanhoudende frictie rond de vrijheid van meningsuiting op Amerikaanse universiteiten een persoonlijk karakter. De filmmaakster is zelf Joods en voelt zich aangesproken door Rickfords agressieve retoriek, nadat gewone Israëlische burgers het slachtoffer zijn geworden van een bloedige aanval. Enkele maanden later steekt de Amerikaanse veteraan Aaron Bushnell zichzelf in brand, om te protesteren tegen Israëls verpletterende optreden in Gaza.

Bienstocks zoektocht is al in 2017 begonnen op het Evergreen State College in Olympia, in de Amerikaanse staat Washington, waar de jaarlijkse ‘Day Of Absence’ voor witte medewerkers een verplichtend karakter heeft gekregen. Docent evolutionaire biologie Bret Weinstein laat zich echter niet zomaar wegsturen van de campus en zet zo een snel ontsporend debat in gang. Op pijnlijke beelden is te zien hoe militante studenten het schoolhoofd George Bridges ongenadig uitkafferen, fascist noemen en beschuldigen van ‘microagressie’ – omdat de man te veel met zijn handen zou praten.

Studenten van het York College in Pennsylvania gaan deze casus vervolgens bestuderen. Met hun docent Erec Smith constateren ze dat het conflict een typisch voorbeeld is van de botsing tussen klassiek links gedachtegoed en ‘Critical Social Justice’, een manier van kijken naar de wereld die ook wel ‘woke’ wordt genoemd. Onderwerpen worden door aanhangers daarvan benaderd vanuit het uitgangspunt van ‘onderdrukker versus onderdrukte’. Niet veel later wordt Smith een ‘white supremacist’ genoemd. Door een witte persoon. Om het helemaal ingewikkeld te maken: Erec Smith is zelf zwart.

Ric Esther Bienstock onderzoekt of de academische vrijheid door zulke ontwikkelingen in gevaar komt. Op diverse plekken verdiept ze zich in hoog oplopende discussies over de onderdrukkende of juist bevrijdende werking van taal, radicale vormen van antiracisme en cancelcultuur, alvorens ze in deel twee het terrein van (vermeende) transfobie betreedt. Ze spreekt met de wetenschappers Carole Hooven, evolutionair bioloog op Harvard, en Kathleen Stock, een filosofe verbonden aan Oxford, die ernstig onder vuur kwamen te liggen en nauwelijks steun van hun collega’s of werkgever ervoeren.

Het open klimaat op universiteiten wordt daarnaast ook onder vuur genomen, laat de filmmaakster zien, door conservatieve activisten zoals Christopher Rufo, Hij verzet zich demonstratief tegen het uitgangspunt van Diversity, Equity en Inclusion (DEI) en krijgt van Florida’s gouverneur Ron DeSantis de kans om de linkse universiteit New College te hervormen. De DEI-directeur wordt direct ontslagen, het genderstudie-programma afgesloten en genderneutrale toiletten verwijderd. Rufo maakt van zijn hart bovendien geen moordkuil, ook niet in deze film, en blijft bijvoorbeeld rustig ‘misgenderen’.

En dat is een terugkerend beeld in deze urgente film, die de ontsporing van het publieke debat pregnant in beeld brengt: aan de frontlinie van de cultuuroorlog is geen enkele ruimte meer voor begrip of nuance. ‘Suck my tranny dick’, schreeuwt de activistische student Libby Harrity bijvoorbeeld tegen Rufo. Waarop die dat provocerend ‘anatomisch incorrect’ noemt en meteen een zaak start tegen Libby, die bij het spugen op de grond zijn tenen zou hebben geraakt. Het schikkingsvoorstel dat uiteindelijk op tafel komt – leave and never come back – is voor de protesterende student een bijzonder bittere pil.

Enige koudwatervrees is in zo’n giftig klimaat best te begrijpen. Voor elke persoon die Ric Esther Bienstock bereid heeft gevonden om voor haar camera plaats te nemen, zijn er dus ook talloze anderen die deze gifbeker liever aan zich voorbij lieten gaan. Zelfcensuur is nu eenmaal een onvermijdelijk bijproduct van een zich vernauwend publiek debat.

Várzea: Onde Nasce O Futebol

Netflix

‘Ik wilde hetzelfde bereiken als Cafu, vertelt Marcelinho bij een kolossale muurschildering van de recordinternational, die in 1994 en 2002 wereldkampioen werd met het Braziliaanse nationale elftal. ‘Met de wereldcup staan, erkend worden. Niet alleen in mijn land, maar wereldwijd.’ Even later komt Gamão, de man die de muurschilderij heeft gemaakt, erbij zitten. ‘Voetbal is alles voor het getto’, stelt hij. ‘Het is de gemakkelijkste kans om hier weg te komen.’ Cafu symboliseert volgens de graffitikunstenaar dat verhaal. ‘Brazilië zit op de voetbaltroon door de favela’s.’

Cafu groeide op in de favela Jardim Irene, vertelt hij in Várzea: Onde Nasce O Futebol (internationale titel: The Root Of The Game, 123 min.), een driedelige serie over het zogeheten Várzea-voetbal in São Paulo, een knock-out toernooi waarin verschillende favela’s het tegen elkaar opnemen. Toen hij in 2002 wereldkampioen werd, dacht de voormalige rechtsback: ‘Jarim Irene kijkt naar mij.  Ze vragen zich vast af of Cafu ook naar Jardim Irene kijkt. Kijkt de aanvoerder ook naar ons?’ Op archiefbeelden is intussen te zien hoe iemand met een stift ‘100 % Jardim Irene’ op Cafu’s shirt schrijft. Zo wordt de volksheld ook vereeuwigd met de wereldcup, als jongen uit de favela die ‘de koning van de finales’ wordt.

Várzea-spelers zoals Marcelinho (Milianos) en Sujão (MEC) dromen er ook van om profvoetballer te worden – en niet tot de negentig procent van hun wijk te gaan behoren die op het verkeerde pad belandt. Vooralsnog is het hen niet gelukt om echt een carrière op te bouwen, maar met de Várzea-wedstrijden kunnen ze min of meer hun gezin onderhouden. In de kwartfinale staan de twee tegenover elkaar, in wat ook de climax van de eerste aflevering van deze miniserie van Alec Cutter gaat worden. In tegenstelling tot hun succesvolle landgenoten die bij Europese topclubs moeiteloos miljoenen binnen harken, moeten Marcelinho en Sujão koste wat het kost winnen. Want zij hebben écht niets te verliezen.

In de navolgende afleveringen van deze dikke productie zal de winnaar van de twee het, ten overstaan van z’n eigen gemeenschap, in de volgende ronde van de Super Copa Pioneer moeten opnemen tegen een andere wijk, waar criminelen de dienst uitmaken en een carrière in de (drugs)criminaliteit continu lonkt. ‘Ik heb nergens zoveel druk gevoeld als bij de Várzea’, vertelt de Braziliaanse international Raphinha, die tegenwoordig bij FC Barcelona speelt. ‘Je speelt een wedstrijd en ziet mensen met wapens die ons bedreigen of tijdens de wedstrijd met elkaar vechten.’ Hij herinnert zich hoe er bij een wedstrijd eens op de kleedkamerdeur werd gebonsd. ‘Als we zouden winnen, zouden we het niet overleven.’

Voetbal biedt de bewoners van favela’s desondanks een uitweg, toont Várzea: Onde Nasce O Futebol. Als mogelijk carrièrepad – of, realistischer, als tijdverdrijf en schouwspel dat even de druk van het dagelijks bestaan verlicht. De Várzea-wedstrijden, met al hun zwaar oververhitte peptalks, wilde overtredingen en ongegeneerde vreugde- of woede-uitbarstingen, hebben onmiskenbaar een ventielfunctie voor mensen die vaak alle hoeken van de kamer al eens hebben gezien. Intussen krijgt het winnen van die Super Copa Pinoneer, een plaatselijke variant op de hoofdprijs bij het Broer van Grunsven-toernooi of de George Baker, een belang dat alleen met de echte wereldcup is te vergelijken.

Wie mag hem, in naam van z’n favela, omhoog heffen?

Taxi To The Dark Side

THINKfilm

Hij is maar een gewone taxichauffeur. Toch behoort Dilawar blijkbaar tot ‘the worst of the worst’. Hij wordt op 1 december 2002 in elk geval door een Afghaanse krijgsheer overgedragen aan het Amerikaanse leger. Dilawar zou betrokken zijn geweest bij de voorbereidingen voor een raketaanval. Op 5 december leveren de militairen hem af bij de Bagram-gevangenis, een voormalige Sovjet-basis die wordt gebruikt door de Verenigde Staten. Binnen enkele dagen is hij dood.

Het overlijden van de Afghaanse taxichauffeur is door de patholoog van dienst officieel gekwalificeerd als ‘moord’, ontdekt de vanuit Kaboel opererende New York Times-journalist Carlotta Gall. Zij informeert Dilawars familie dat hij bovendien ernstig is mishandeld. De Amerikaanse bewaarders bleven hem net zo lang slaan en schoppen, totdat ze hoorden dat hij luidkeels om Allah riep. Als Dilawar alle ontberingen zou hebben overleefd, hadden zijn benen sowieso geamputeerd moeten worden. De zaak is in de welbekende doofpot gestopt.

In de gevangenissen die de Verenigde Staten, in het kader van hun militaire reactie op de terroristische aanslagen van 11 september 2001, hebben geopend in Afghanistan en Irak, zijn zeker honderd dodelijke slachtoffers gevallen, betoogt Alex Gibney in Taxi To The Dark Side (106 min.), de messcherpe documentaire waarvoor hij in 2007 een Oscar won. Dilawars dood is het logische gevolg van de keuze van de Amerikaanse president George W. Bush om het spel niet langer volgens de regels te spelen en de Conventies van Genève terzijde te schuiven.

De gewone soldaten, die van martelpraktijken worden beschuldigd, die zijn weggezet als ‘rotte appels’ en die hem nu te woord staan, zijn dus niet Gibneys voornaamste mikpunt in deze uitstekend gedocumenteerde film. Hij richt zich op de beslissers. Zij zijn moreel verantwoordelijk. Óók voor de ernstige misstanden in de Abu Ghraib-gevangenis in Irak en op Guantanamo Bay, de Amerikaanse gevangenis op Cuba waar kopstukken van Osama bin Ladens terreurorganisatie Al-Qaeda en andere PUCs (Persons under US Custody) worden vastgehouden.

Zij worden daar overvallen met kiezelharde muziek, bedreigd door agressieve honden, in stressposities geplaatst, gedwongen om zich uit te kleden, ongezond lang van hun slaap beroofd, seksueel vernederd… Vanuit de gedachte dat ze beschikken over wezenlijke informatie, waarmee de Amerikanen hun ‘war on terror’ kunnen winnen. Terwijl elke deskundige hen kan vertellen – en de gelegenheid in deze docu ook te baat neemt – dat gemartelde mensen vertellen wat ze denken dat de ander wil horen. De aldus verkregen informatie is volstrekt onbetrouwbaar.

Die dringt nochtans vrijwel ongefilterd door tot de hoogste regionen van de Amerikaanse overheid en beïnvloedt de beslissingen over leven en dood die daar worden genomen. Met oorlogsmisdaden, maakt Alex Gibney zonneklaar in dit pijnlijke schotschrift tegen marteling, als onvermijdelijk gevolg.

Kings From Queens: The Run-DMC Story

Peacock

Bij de introductie van Run-DMC in de Rock & Roll Hall Of Fame in 2009 vat de rapper Eminem het bondig samen: ‘Ze waren de eerste rocksterren van de rap. De eerste filmsterren van rap. De eerste rapgroep die op MTV was te zien. De eerste rapgroep met een platina plaat. De eerste rapgroep met een eigen sneaker. En de eerste die wereldwijd stadions uitverkocht.’ En daarvoor hadden Joseph ‘Run’ Simmons, Darryl ‘DMC’ McDaniels en Jason ‘Jam Master Jay’ Mizell, voegt Eminem er bij de start van Kings From Queens: The Run-DMC Story (140 min.) nog aan toe, in feite niet meer nodig dan ‘two turntables and a microphone’.

De gastenlijst van deze driedelige docuserie van Kirk Fraser onderstreept de status van het New Yorkse trio nog maar eens en oogt als een stamboom van de eerste hiphop-generatie: Runs oudere broer en platenbaas Russell Simmons, Cheryl ‘Salt’ James (Salt-N-Pepa), Kurtis Blow, Doug E. Fresh, Chuck D (Public Enemy), Ice-T, Ad-Rock en Mike D (Beastie Boys), LL Cool J en Ice Cube. Ook Tom Morello (Rage Against The Machine), Eminem en Questlove (The Roots) kussen de ring van The Beatles/Stones van de hiphop. Één man ontbreekt natuurlijk: Run-DMC’s deejay Jam Master Jay. Hij werd in 2002 vermoord, het breekpunt van de slotaflevering van Kings From Queens.

Dan heeft Run-DMC’s zegetocht – de opkomst netjes geschetst in deel 1, gevolgd door een patente dwarsdoorsnede van hun glorieperiode in het tweede deel – sowieso al averij opgelopen. De drie leden kiezen elk hun eigen pad. Run trekt zich terug met z’n familie en in de kerk, waar hij zich ontwikkelt tot de ‘Reverend Joseph Simmons’. DMC krijgt stemproblemen, die een psychosomatisch karakter lijken te hebben, en daalt vervolgens af in zijn eigen diepte. En Jay volgt zijn neus richting steeds weer nieuwe muziek. Totdat hij wordt neergeschoten bij zijn eigen studio. Zijn weduwe Terri vertelt er geëmotioneerd over. Op ‘s mans uitvaart wordt Run-DMC daarna meteen opgeheven.

Ruim twintig jaar later laat Fraser zich door Run en DMC op sleeptouw nemen naar de plekken die hun levens en carrière hebben gevormd. Hij geeft hun baanbrekende rapsongs natuurlijk ook alle ruimte en zet de teksten met typografie aan. Zo werkt ie toe naar een allerlaatste Run-DMC show, als headliner van een groot festival in Yankee Stadium in 2023, ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van hiphop. Daar laten de twee rappende ‘Kings of Rock’, die tegenwoordig vooral bezig lijken met hun religie en eigen comic books, nog eenmaal oude tijden herleven. Zónder hun maatje Jam Master Jay, het oliemannetje binnen hun driemanschap.

Suzan & Freek: We Vieren Het Leven

Videoland

‘Jij zegt heel vaak: ik vind het heel leuk om Suzan van Suzan & Freek te zijn’, vertelt Freek aan het begin van de documentaire Suzan & Freek: Tussen Jou En Mij (2023), terwijl hij met zijn arm om Suzan op het strand van Santa Barbara zit. ‘En ik vind het leuk om Freek van Suzan & Freek te zijn.’ Sindsdien is er heel wat gebeurd – understatement! – maar lijken ze dat gevoel vast te hebben gehouden.

Suzan & Freek: We Vieren Het Leven (64 min.) is tenminste doortrokken van een soort onverwoestbaar optimisme. Ondanks dat verpletterende nieuws in mei 2025: Freek heeft uitgezaaide longkanker, zonder kans op genezing. Die boodschap sloeg natuurlijk in als een bom. Het was zelfs de vraag of het zingende duo ooit nog samen het podium zou betreden. Maar zie daar: precies een jaar later staan Suzan Stortelder en Freek Rikkerink met hun band in het Gelredome te Arnhem. Tienmaal, welteverstaan.

Al snel volgde er ook beter nieuws: ze mochten hun eerste kindje Sef verwelkomen en kregen een prominente rol als coach in het televisieprogramma The Voice Of Holland. De twee hielden er intussen allebei hun eigen coping strategie op na. Suzan stortte zich op het inrichten van de kinderkamer. En Freek begon alles wat los en vast zit te lezen over mensen die een vergelijkbaar ‘rampscenario’ hadden gekregen. Zo lijken ze, doelbewust levend in het hier en nu, de boel weer behoorlijk op de rit te hebben gekregen.

‘Waarom maken we deze documentaire volgens jou?’ vraagt de interviewer van dienst in deze docu aan Suzan, terwijl ze met Sef in de kinderwagen aan de waterkant zit. ‘Ik vind het zelf heel leuk om dingen vast te leggen’, antwoordt zij. ‘Ik wilde dit zelf voor mezelf ook hebben en ik vind het prima dat andere mensen het ook zien.’ Dan lijkt ze ‘t vooral te hebben over die concertreeks, want nuchter als ze (blijkbaar) zijn, gaan Suzan & Freek, nadat ze dat overbekende verhaal hebben gedaan, het liefst over tot de orde van de dag.

Daarmee wordt dat vieren van het leven toch vooral een gesmeerd lopend kijkje achter de schermen bij een groots opgezette live-productie, waarvoor alles tot in de puntjes wordt geregeld en de twee bijvoorbeeld over het publiek gaan zweven. Er staat zelfs een dixi onder het podium, grapt hun vriend Snelle, die natuurlijk ook van de partij is in het Geldedome. Net als een geëmotioneerde Claude en ‘hun’ Voice Of Holland-winnaar Ruben Hillen. Samen vieren ze ongegeneerd het leven. Van Suzan & Freek, in het bijzonder.

Trump And The Tech Titans

BBC / donderdag 18 juni, om 20.45 uur, op Canvas

Het beeld spreekt boekdelen: bij de tweede inauguratie van Donald Trump als president van de Verenigde Staten, begin 2025, staan techmiljardairs zoals Elon Musk en Peter Thiel te glimmen op de eerste rij. Zij zijn stuk voor stuk, stelt Trump-biograaf Michael Wolff in de Britse documentaire Trump And The Tech Titans (58 min.), ‘rijker dan iemand ooit is geweest in de menselijke geschiedenis’.

De omstreden kopstukken van Big Tech hebben een ‘diabolisch verbond’ gesloten met de Republikeinse president, constateert de econoom en Democratische politicus Robert Reich. Het gevolg daarvan is ook duidelijk volgens senator Bernie Sanders, de spreekbuis van Links Amerika die altijd zegt waar het op staat. ‘Abraham Lincoln sprak over een overheid van, door en voor de mensen. Ik denk dat je nu met een gerust hart kunt zeggen dat Amerika een land van, door en voor de miljardairs is geworden.’

Onzin, werpt Trump-fluisteraar Steve Bannon tegen in deze journalistieke film van Matthew Hill. Jullie hebben helemaal niets tegen oligarchen, houdt hij z’n opponenten voor. ‘Jullie hebben alleen problemen met oligarchen die jullie niet steunen’. Daar valt wel iets voor te zeggen. Ook bij de Democratische partij zijn rijke donoren natuurlijk van harte welkom – al gaan hun Republikeinse tegenstrevers zonder twijfel véél verder. Sinds de entree van Trump ligt de rode loper uit voor de stoutste jongens van Silicon Valley.

Hill zoomt natuurlijk in op Elon Musk, die met de aankoop van Twitter z’n eigen megafoon heeft gekocht (waarmee ook ‘vrolijk’ voor Trump kan worden geroeptoeterd). In Brownsville, Texas, waar ie met z’n ruimtebedrijf SpaceX is neergestreken, runt Musk bovendien z’n eigen (bananen)republiek, waar hij rustig andere bewoners kan intimideren en een eigen milieuramp mag veroorzaken. Het is een somber stemmende proeftuin voor hoe de wereld eruit zal zien als Musk hem helemaal in z’n handen krijgt.

De ‘tech titan’ die in deze ontluisterende exegese van het monsterverbond tussen MAGA en Big Tech echter het meeste aandacht opeist is de libertariër Peter Thiel. Hij is steenrijk geworden met de betalingsdienst PayPal en faciliteert met zijn huidige bedrijf Palantir de totalitaire ordedienst ICE. En ook daarmee verdient ie, natuurlijk, geld als water. Vanuit Thiels ‘PayPal Mafia’ is bovendien vicepresident J.D. Vance voortgekomen, een man die met techgeld wordt klaargestoomd om zijn baas in 2028 op te volgen.

Net als Trump, die crypto-ondernemers en AI-ontwikkelaars vooral niet lastig valt met regulering en lekker meeprofiteert als er geld wordt verdiend, zal hij Big Tech geen strobreed in de weg leggen. ‘We zijn op weg naar een dystopie’, zegt nota bene Steve Bannon over de wereld die zo lijkt te ontstaan. ‘Tenzij we hen stoppen.’

Trump And The Tech Titans is hier te bekijken.

Earth, Wind & Fire (To Be Celestial Vs. That’s The Weight Of The World)

HBO

Met de begeestering en overtuigingskracht van een echte liefhebber is Ahmir ‘Questlove’ Thompson al enkele jaren druk doende om zijn eigen muzikale helden te eren in documentaires. De drummer van de Amerikaanse hiphopgroep The Roots, die tegenwoordig vooral actief is als filmmaker, heeft zich al gebogen over respectievelijk het Harlem Cultural Festival in 1969 in de Oscar-winnaar Summer Of Soul (…Or When The Revolution Could Not Be Televised), de muzikale invloed van het befaamde televisieprogramma Saturday Night Live in Ladies & Gentlemen… 50 Years Of SNL Music en de brille van Sly & The Family Stone in Sly Lives! (Aka The Burden Of Black Genius).

Nu bekommert Questlove zich om de Afro-Amerikaanse soul-, funk- en discogroep die tussen 1971 en 1984 veertig miljoen platen verkocht, dertig hits had en zes Grammy Awards won: Earth, Wind & Fire. En hij geeft ook die film een onnavolgbare ondertitel mee: (To Be Celestial Vs. That’s The Weight Of The World) (119 min.). Centrale figuur is de enigmatische bandleider Maurice White (1941-2016), een man met een enorme geldingsdrang en groter dan grote ideeën, geïnspireerd door spiritualiteit, meditatie en astrologie. Een man ook, die zelden het achterste van zijn tong laat zien – en ook in deze film, waarin hij via archiefbeelden en -interviews aanwezig is, ongrijpbaar blijft.

Maurice White leert zijn groep eerst ongenadig funken, maakt daarna fluks de oversteek naar een top 40-publiek en omarmt tenslotte zeer commerciële disco. De dampende optredens van Earth, Wind & Fire gaan vergezeld van spectaculaire kostuums, uitzinnige decors en uitgekiende podiumchoreografie. Totdat White gaandeweg zijn ‘mojo’ kwijtraakt en de groep zonder aankondiging vooraf plotseling ontbindt. De man die in het openbaar geloof, hoop en liefde predikt, heerst achter de schermen als een verlichte despoot en zet zo behoorlijk wat kwaad bloed bij sommige andere groepsleden. Die hebben sowieso al langer het gevoel dat ze door hem worden behandeld als willekeurige sessiemuzikanten. Totdat ze tóch niet zonder elkaar blijken te kunnen – en willen.

Thompson tekent deze geschiedenis vaardig op met de bandleden Philip BaileyRalph Johnson en Maurices broer Verdine White, andere verwanten van de voorman en Earth, Wind & Fire-medewerkers, zoekt zijn heil tevens bij tijdgenoten zoals Booker T. Jones, Lionel Richie en Stevie Wonder (die tot Questloves grote verbazing bekent dat zijn evergreen I Wish is geïnspireerd op EWF’s eerste hit Shining Star) en geeft de navolgers Flea, Anderson .Paak en H.E.R. alle gelegenheid om de loftrompet te steken over White en consorten. En die maken in de 21e eeuw nog een serieuze revival door als Barack en Michelle Obama, nog altijd fan, in 2009 hun entree maken in Het Witte Huis.

Mede dankzij de eerste zwarte Amerikaanse president en zijn echtgenote hebben hits als FantasyBoogie Wonderland en September een zoveelste nieuw leven gekregen. Deze ferme film, die is volgestort met fraai archiefmateriaal en opgeleukt met animaties, legt alle stukjes van de kleurrijke Earth, Wind & Fire-puzzel nog eens netjes op hun plek. Zodat het totaalplaatje, dat verder niet héél wereldschokkend is, volledig zichtbaar wordt.

Marlee Matlin: Not Alone Anymore

Kino Lorber

Toen ze haar Oscar ging ophalen, durfde Marlee Matlin eigenlijk niet blij te zijn, vertelt ze veertig jaar later. Ze kreeg de Academy Award overhandigd door acteur William Hurt, haar tegenspeler in de film Children Of A Lesser God (1986) en sinds enige tijd ook haar geliefde. Was hij werkelijk blij dat zij op 21-jarige leeftijd, als eerste dove actrice in de geschiedenis, met haar debuut de belangrijkste filmprijs won? Het destabiliseerde hun relatie, die we tegenwoordig ‘toxisch’ zouden noemen.

In haar autobiografie I’ll Scream Later (2010) zou Matlin nog indringend verhalen over haar ervaringen met seksueel geweld. Daarmee was ze haar tijd vooruit. #metoo liet toen nog zeven jaar op zich wachten. Ze zou haar hele leven voor de troepen uitlopen, getuige de documentaire Marlee Matlin: Not Alone Anyore (97 min.). Nadat zij als eerste dove acteur een Oscar won, stond ze 35 jaar later ook aan de basis van haar opvolger. Troy Kotsur kon alleen een Academy Award winnen voor zijn rol in CODA (2021) doordat Matlin, die een bijrol had als zijn eveneens dove vrouw, had gedreigd met opstappen als er een horende acteur zouden worden ingehuurd als haar echtgenoot.

Regisseur Shoshannah Stern, een eveneens dove filmmaakster, neemt voor deze docu tegenover haar hoofdpersoon plaats op een bank en bespreekt met haar in gebarentaal – niet vertolkt, wel ondertiteld – een roerig leven.  Die Oscar bracht Matlin, na toch weer enkele jaren sappelen, rollen in de befaamde televisieseries The West Wing, Seinfeld en The Larry Sanders Show, maar plaatste haar tevens in de voorhoede van de emancipatiestrijd van doven. Toen er een nieuwe voorzitter moest komen bij de dovenuniversiteit Gallaudet, leek er bijvoorbeeld wéér een horende kandidaat te worden gekozen (het thema van de docu Deaf President Now!) en moest Matlin bijspringen.

Marlee Matlins relatie met de dovengemeenschap blijft desondanks lastig, vertelt ze tegen Stern. Want ook zij kreeg gedurig kritiek, zoals toen ze sprekend de winnaar van een Oscar bekend maakte. Dat werd beschouwd als verraad aan haar eigen identiteit als dove vrouw. In dit delicate portret, waarin zowel horende en niet-horende familieleden, vrienden en collega’s hun licht over haar laten schijnen, kijkt Matlin intussen grondig naar wie ze was, wat ze is geworden en welke weg haar heeft gebracht van toen naar nu, waarin ze zowaar een geladen aflevering van de televisieserie Accused over een jonge dove vrouw regisseert, de aangrijpende apotheose van dit boeiende persoonlijke portret.

The Murder Of Rachel Nickell

Netflix

’Alex, de man die mama vermoordde, waar was die?’ vraagt André Hanscombe aan zijn zoontje als ze de plaats delict naderen in het Londense park Wimbledon Common. Rachel Nickell is daar op 15 juli 1992 met bijna vijftig messteken om het leven gebracht. De enige getuige van de gruwelijke moord is haar tweejarige zoontje. Omdat de politie volledig in het duister tast over de ‘gemene man’ die de jonge vrouw heeft gedood, wordt Alex later mee teruggenomen naar het park, in de hoop dat hij zich details herinnert waarmee de dader kan worden geïdentificeerd. En zijn vader André moet hem daar, voor een camera die hun bezoek documenteert, bevragen over de grootste tragedie van hun leven.

Ruim dertig jaar later blikt Hanscombe, samen met anderen die destijds bij het politieonderzoek betrokken raakten, in The Murder Of Rachel Nickell (96 min.) terug op het schokkende misdrijf en de zoektocht naar de dader, die aanvankelijk maar niet op gang wil komen. Doordat de moordenaar geen vingerafdrukken of andere bruikbare sporen heeft achtergelaten op de plaats delict, weet hij heel lang uit handen van de politie te blijven. Deze geruchtmakende zaak vormt ook het uitgangspunt voor de zojuist uitgebrachte dramaserie The Witness. Voor kijkers daarvan toont deze indringende documentaire van Lucy Bowden de echte mensen achter de personages en de tragedie waarin zij verzeild raken.

Anderen zien een vaardig verteld true crime-verhaal, waarbij de filmmaakster stapsgewijs nieuwe informatie en bronnen introduceert. Zo laat ze nieuwkomers bij deze geschiedenis, die in Groot-Brittannië heel wat stof deed opwaaien, de zaak echt meebeleven. Centraal daarin staan een jonge vrouw die haar zoontje met haar eigen leven beschermt, een kind dat zich ook na haar dood aan zijn moeder blijft vastklampen en een man die daarna de weg terug naar het leven moet vinden voor zichzelf en hun zoon. Én een ‘ongeorganiseerde seriemoordenaar’, aldus de Amerikaanse FBI-profiler Robert Ressler, voor wie het misdrijf blijkbaar de apotheose is van een verwrongen fantasie. En hij is nog niet klaar.

‘De gemene man stak zijn ding in haar’ vertelt Alex een jaar na de dood van zijn moeder, tijdens een zorgvuldig voorbereid kinderverhoor, aan zijn vader André. ‘Een mes.’

The Battle Over Citizen Kane

PBS

In The Battle Over Citizen Kane (110 min.) wordt een verpletterende botsing gereconstrueerd. Tussen twee gi-gan-ti-sche ego’s, welteverstaan. Tussen Orson Welles (1915-1985), de maker van de baanbrekende film Citizen Kane (1941), en William Randolph Hearst (1863-1951), de mediamagnaat op wiens leven die film is gebaseerd. Twee mannen met wie altijd wat loos is. Ze zijn allebei mateloos, roekeloos en grenzeloos en lijken waarschijnlijk ook meer op elkaar dan ze zichzelf realiseren.

Deze documentaire van Thomas Lennon en Michael Epstein uit 1996, die destijds werd genomineerd voor een Oscar, zet de levens van deze twee mastodonten tegenover elkaar. De rijkeluiszoon Hearst bouwt een eigen krantenimperium op, probeert tevergeefs burgemeester, gouverneur en president te worden en groeit desondanks uit tot één van de rijkste en machtigste mannen van de Verenigde Staten. Welles wordt intussen beschouwd als een absoluut wonderkind, maakt als jongeling furore in het New Yorkse theater en jaagt half Amerika in 1938 de stuipen op het lijf met het nét iets te realistische hoorspel War Of The Worlds over een acute aanval van buitenaardse wezens.

Als Orson Welles op 24-jarige leeftijd zijn eerste film gaat maken, kiest hij de meedogenloze mediatycoon als zijn doelwit. Die is wel wat kritiek gewend en trekt zich daar doorgaans weinig van aan. Welles maakt echter één cruciale fout: hij richt zijn peilen ook op Hearsts maîtresse, de 35 jaar jongere actrice Marion Davies. Het jeugdige genie bestaat het zelfs om zijn koosnaampje voor haar edele delen, ‘rosebud’, belachelijk te maken. Als dat nieuws uitlekt, stelt de grondlegger van de Amerikaanse riooljournalistiek alles in het werk om Welles film te laten vernietigen en de maker daarvan helemaal kapot te maken – een kwestie die ook nog zal worden opgeroepen in de speelfilm RKO 281 (1999).

The Battle Over Citizen Kane, in goede banen geleid door een lekker vileine verteller (schrijver Richard Ben Cramer), verhaalt over hoe die epische ruzie hen allebei ten gronde richt. William Randolph Hearst besmet er zijn eigen reputatie mee, terwijl Orson Welles al snel ‘Amerika’s jongste has been’ wordt gedubd en er nooit meer helemaal bovenop zal komen. En het gekke is, betogen Lennon en Epstein in deze gesmeerd lopende film, in de fictieve hoofdpersoon van de gewraakte film, Charles Foster Kane, zijn ze allebei te herkennen. ‘Orson maakte een autobiografische film’, stelt Robert Wise zelfs, die Citizen Kane monteerde. ‘Maar hij realiseerde zich dat helemaal niet.’

Michael Jackson: The Verdict

Netflix

Hij fungeert als een soort vooruitgeschoven post voor de familie Jackson. Nu de speelfilm Michael, waarin de beschuldigingen van kindermisbruik tegen de King Of Pop onbesproken blijven, is uitgegroeid tot een wereldwijde bioscoophit, wordt Michael Jacksons voormalige advocaat Brian Oxman ingezet om de schade ook in de documentaires die volgen op die film zoveel mogelijk te beperken. Michael Jackson: The Verdict (156 min.) is na An American Tragedy en The Trial de derde serie waarin de gestaalde ‘smooth talker’ opdraaft. En daarin treft hij opnieuw openbaar aanklager Ron Zonen tegenover zich.

Ook de Britse televisiemaker Martin Bashir is ditmaal van de partij. Zijn documentaire Living With Michael Jackson (2003) zette de zaak destijds in gang. Voor de camera bekende ‘Wacko Jacko’ dat Gavin Arvizo, het dertienjarige jongetje dat nét iets te dicht tegen hem aan zat, op zijn landgoed Neverland regelmatig bij hem in bed sliep. Daarna viel de halve wereld over Michael Jackson heen. De Amerikaanse zanger werd er later nog van beschuldigd dat hij Arvizo ‘Jezussap’, ofwel alcohol, had gegeven, pornografie met de jongen bekeek en hem ook had misbruikt. En het joch zou niet z’n enige slachtoffer zijn.

Verder wordt deze driedelige serie van Nick Green bevolkt door vertrouwde gezichten, bronnen die dik twee decennia na de rechtszaak tegen de popster in 2005 en zeventien jaar na zijn overlijden nog altijd een dagtaak hebben aan het belichten van Jacksons bedorven erfenis, zoals Jacksons oud-medewerkers Vincent Amen en Raymone Bain, voormalig familievriend Stacy Brown, de Arvizo-vertrouwelinge Louise Palanker en rechercheur Rosibel Smith. Green lijkt bovendien exclusief (?) toegang te hebben gekregen tot Jacksons beveiliger Kerry Anderson, rechtbankjournalist Diane Dimond en enkele juryleden.

Binnen deze zeer polariserende kwestie, die onlangs in Nederland een soort reprise heeft gekregen met de geruchtmakende strafzaken tegen Marco Borsato en Ali B., belanden zij doorgaans duidelijk aan één kant van de maatschappelijke discussie: als Jackson-apologeet, tegen beter weten in (?) zijn onschuld bepleitend. Of helemaal overtuigd van zijn schuld, gewapend met een heleboel belastende feiten (die niet zomaar met gezond verstand weggeredeneerd kunnen worden). Al deze vooruitgeschoven bronnen zijn niet meer dan pionnen in de aanhoudende media-oorlog rond Jackson, die ouderwets is opgelaaid.

Deze grondige terugblik op de rechtszaak die, hoeveel blaren Brian Oxman ook op zijn tong praat, ‘s mans nalatenschap is gaan domineren, gooit ongetwijfeld ook weer olie op het vuur – al is het wel opmerkelijk dat Michel Jackson: The Verdict helemaal geen aandacht besteedt aan de beschuldigingen die later, bijvoorbeeld via de spraakmakende documentaire Leaving Neverland, nog tegen Jackson zijn geuit.

One In A Million

Jack MacInnes / KEO Films

Als Itab Azzam en Jack MacInnes in 2015 het elfjarige Syrische meisje Israa ontmoeten, is zij al enige tijd van huis. Vanuit Aleppo is Israa met haar familie naar de Turkse stad Izmir gevlucht. Van daaruit wil het gezin nu, in de rubberboot van een smokkelaar, de Middellandse Zee oversteken naar Europa.

Nadat vader Tarek ervoor heeft gezorgd dat al z’n kinderen een zwemvest aanhebben, kunnen ze vertrekken. ‘Samen leven of sterven.’ Hij heeft zijn falafel- en shoarmastand in Aleppo verlaten om zijn kinderen een (betere) toekomst te bieden en kan dan niet vermoeden wat hen in de komende tien jaar nog te wachten staat. Tarek drukt Azzam, die zelf afkomstig is uit Syrië, en haar Britse collega MacInnes wel op het hart: ‘Als er iets slechts met ons gebeurt, moeten jullie ons verhaal vertellen.’

One In A Million (102 min.) begint als Israa in 2025 terugkeert in haar volledig verwoeste geboortestad. Kom je op bezoek of wil je blijven? vraagt een taxichauffeur haar dan. Het antwoord moet ze hem schuldig blijven. Als jonge Syrische vrouw vraagt ze zich wel af: ben ik een buitenlander geworden? De ‘wie ben ik?’-vraag houdt haar vaker bezig. Als ze tien jaar eerder in Oostenrijk ‘een trein vol vreemdelingen’ ziet, bijvoorbeeld, en zich dan pas realiseert: hier ben ik de vreemdeling.

Na een lange reis bereikt het Syrische gezin Duitsland. Daar beginnen de uitdagingen voor Israa’s familie pas echt. Eerst juicht vader Tarek de westerse vrijheden nog toe, later moet hij hoofdschuddend aanzien hoe die zijn vrouw Nisreen en hun kinderen grondig veranderen. Totdat hij zich, als een traditionele pater familias, genoodzaakt voelt om de familie-eer te bewaken. Azzam en MacInnes leggen dit pijnlijke proces van binnenuit vast, met oog voor alle betrokkenen.

Want ook Israa heeft zich, als de puberteit eenmaal achter de rug is, te verhouden tot haar nieuwe leefomgeving: wil ze gewoon een westerse tiener worden? Of wil ze de traditie waarbinnen ze is opgegroeid recht aan doen? Haar ontmoeting met Mohammed, een charmante jongen die eveneens is gevlucht uit Syrië, dwingt ook haar om positie te kiezen in deze intieme film en te bepalen hoe – en, nadat de Syrische dictator Assad eind 2024 is afgezet, ook wáár – ze verder wil met haar leven.

Volgt Israa het voorbeeld van haar moeder? En wat betekent dit dan voor de relatie met haar vader?

Fantastique

Gusto Entertainment

‘School is de toekomst, maar hier is ook een toekomst, snap je?’ houdt één van de andere acrobaten van het Amakounama Circus de tiener Fanta Turpin voor. ‘Wij zijn gestopt met school, maar dit is onze school. Zeg tegen je moeder dat ze je tijd moet geven om hier te trainen.’

Het veertienjarige meisje uit Guinee-Conakry in West-Afrika zou niets liever willen. Het is haar grote droom om met de andere acrobaten op tournee te gaan. Fanta’s moeder is alleen ziek. En als meisje, het eerste van de circusgroep, wordt zij geacht om voor haar te zorgen. Ze masseert haar moeder regelmatig. En die probeert zelf ook de onvermijdelijke pijn uit het lijf van haar dochter weg te masseren.

‘Je gaat al die pijn vergeten’, houdt ze Fanta dan liefdevol voor, in één van de vertrouwelijke gesprekken tussen ouder en kind, waarmee de Nederlandse regisseur Marjolijn Prins haar hybride coming of age-film Fantastique (70 min.) doorsnijdt. ‘Je moet moed houden, dat is het belangrijkste. Dit werk en deze pijn zijn twee kanten van dezelfde medaille. Je moet eerst afzien om te slagen.’

Tegenover de intieme scènes van Fanta met haar moeder staan de enerverende trainingen en performances van de Afrikaanse tiener met haar Amakounama-collega’s, die door Prins sfeervol en opwindend worden weergegeven. Daar voegt ze nog een aantal magisch-realistische sequenties aan toe, waarmee de binnenwereld van het lenige meisje, ook van geest, treffend in beeld wordt gebracht.

Terwijl het moment nadert waarop bekend wordt gemaakt welke acrobaten er mee mogen op tournee, begint Fanta steeds meer te twijfelen over welke plicht haar nu het hardst roept: de verantwoordelijkheden van het acrobatenleven of toch de zorgen thuis? Fantastique toont intussen overtuigend hoe zij als jonge vrouw steeds moet laveren tussen haar eigen dromen en de verwachtingen die aan haar worden gesteld.

Skin: A History Of Nudity In The Movies

Plausible Film

Al vanaf de geboorte van de Amerikaanse film aan het eind van de negentiende eeuw zoeken makers de grenzen van hun tijd op met naaktscènes. In 2020, als #metoo Hollywood net op zijn grondvesten heeft doen schudden en de intimiteitscoördinator zijn entree heeft gemaakt op de filmset, maakt Danny Wolf in de documentaire Skin: A History Of Nudity In The Movies (130 min.) de balans op van ruim 130 jaar bloot in films.

Gedurende die jaren lijken periodes van vrijheid en preutsheid elkaar voortdurend af te wisselen. Nét voordat in 1934 de zogeheten Production Code wordt ingevoerd, die twintig jaar lang zal bepalen welke films wel en niet in productie kunnen worden genomen, zien bijvoorbeeld nog het baanbrekende Ecstacy (1933), met een naakte Hedy Lamarr en een heuse seksscène, en Tarzan And His Mate (1934), waarin de ster Maureen O’Sullivan tijdens een naaktzwemscène zowaar wordt vervangen door een ‘body double’, het licht.

Hollywood realiseert zich intussen terdege dat ‘sex sells’. Met de vraag ‘What are the two great reasons to see Jane Russell in The Outlaw?’ en een sexy afbeelding van de hoofdrolspeelster wordt in 1943 bijvoorbeeld de Howard Hughes en Hawks-western letterlijk aan de man gebracht. Later fungeren ‘seksbommen’ zoals Brigitte Bardot, Marilyn Monroe en Jayne Mansfield als verleidelijk uithangbord voor nieuwe films. De tijd dat naaktscènes of -foto’s een actrice haar carrière kunnen kosten lijkt dan definitief voorbij.

Behalve op filmjournalisten en -historici verlaat Wolf zich in deze chronologisch opgebouwde film ook op regisseurs zoals Peter Bogdanovich (The Last Great Picture Show), Amy Heckerling (Fast Times At Ridgemont High) en Kevin Smith (Zack And Miri Make A Porno). Hij laat verder actrices aan het woord die spraakmakende blootscènes speelden, waaronder Mamie van Doren (High School Confidential), Pam Grier (Foxy Brown), Mariel Hemingway (Personal Best), Sean Young (No Way Out) en Shannon Elizabeth (American Pie).

Ook aan mannelijk naakt – en het taboe daarop in bepaalde tijdsgewrichten – besteedt Skin volop aandacht, met bijdragen van Malcolm McDowell, die de hoofdrol vertolkte in de klassiekers A Clockwork Orange en Caligula, en Ken Davitian, de zwaarlijvige acteur die een grotesk naaktgevecht leverde in de comedy Borat. ‘Full frontal’-naaktscènes maken sowieso altijd de tongen los, getuige de spraakmakende verhoorscène in Basic Instinct van Paul Verhoeven, die met Showgirls nog een andere zéér omstreden naaktfilm maakte.

Danny Wolf wikkelt de hele historie netjes af, met natuurlijk ook verwijzingen naar de illustere filmmakers Ed Wood, Russ Meyer en Roger Corman, geruchtmakende films zoals Blow-Up, Last Tango In Paris, The Crying Game en Fifty Shades Of Grey en de rol van de alomtegenwoordige filmkeuring, maar hij gaat nooit echt de diepte in. Deze documentaire voelt daardoor, ondanks talloze saillante voorbeelden en de bijbehorende filmfragmenten, eerder als een interessante geschiedenisles dan als een geslaagde vertelling.