Daughters

Netflix

Veel dochters moeten er waarschijnlijk helemaal niet aan denken: een Date With Dad. Dat wordt natuurlijk anders als ze hun vader alleen kennen in zo’n typisch oranje kloffie, omdat hij een groot deel van hun jeugd in de gevangenis heeft doorgebracht. Een aantal van zulke Daughters (108 min.) en hun gedetineerde vaders krijgen nu de kans, als afsluiting van een tienweeks coachingsprogramma, om samen naar een vader-dochterbal te gaan.

Het Date With Dad-programma werd een jaar of twaalf geleden in Richmond, Virginia, opgezet door de Afro-Amerikaanse activiste Angela Patton en is nu ook uitgebreid naar Washington DC. Het is ontwikkeld vanuit betrokkenheid bij alle zwarte meisjes die opgroeien met ‘de vaderwond’. Deze film, die Patton heeft gemaakt met Natalie Rae, volgt enkele vaders en dochters tijdens het proces dat ze doormaken tijdens die tien weken – en lang daarna.

Het wordt ‘een emotionele achtbaan’, waarschuwt ‘fatherhood life coach’ Chad Morris de gedetineerde mannen bij aanvang. En dat geldt evenzeer voor deze film, waarin zij en hun kinderen – in leeftijd uiteenlopend van vijf tot vijftien jaar – worden geobserveerd. Soms hebben ze elkaar al een behoorlijke tijd niet gezien. Van fysiek contact is sowieso vaak geen sprake geweest. In veel Amerikaanse gevangenissen zweren ze tegenwoordig bij ‘video-ontmoetingen’.

De eerste helft van deze geladen film richt zich op het introduceren van de meisjes en hun ouders en op het traject waarin de mannen, waarvan de delicten overigens nauwelijks aan de orde komen, worden klaargestoomd voor een ontmoeting met hun kind. Intussen spreken ze met elkaar over de relatie met hun eigen vader en het ouderschap in het algemeen. Sommige mannen vrezen dat hun eigen dochters wel eens doodsbang voor hen zouden kunnen zijn.

Ja’Ana kan zich het gezicht van haar vader Frank bijvoorbeeld nauwelijks herinneren. Het elfjarige meisje mocht hem van haar moeder Unita niet bezoeken in de gevangenis, ‘Hoezo wil jij een band met haar?’ had Unita hem een tijdje geleden gevraagd. ‘Terwijl je toen je vrij was, niets met haar te maken wilde hebben?’ Nu maken vader, dochter én moeder – via de zogenaamde ‘mother-daughter circle’ – zich op voor een hernieuwde kennismaking.

Als iedereen klaar is en de pakken, jurkjes en schoenen zijn gepast, kan het bal beginnen, gewoon in de gevangenis overigens. Er wordt gedanst, geknuffeld en gepraat. ‘Als ik braaf ben, ben ik over zeven jaar thuis’, zegt gedetineerde Keith bijvoorbeeld tegen zijn vijfjarige dochter Aubrey, als ze elkaar eindelijk weer in de armen mogen sluiten. ‘Als jij een tiener bent, zal papa weer thuis zijn.’ Het is bedoeld als een bemoedigende boodschap.

Niet alle ontmoetingen gaan vanzelf. Daarvoor is er soms te veel gebeurd – of juist niet. Het resulteert in elk geval in aangrijpende taferelen. Van mannen die voor enkele uren weer vader proberen te zijn en meisjes die daarvan optimaal genieten – of die vreemde man op zijn minst even tolereren. ‘Blijf toegewijd aan ze’, drukt vaderschapscoach Chad hen nog op het hart. ‘Je moet er voor hen zijn.’ Waarna hij een paar keer zijn mantra herhaalt. ‘Ze hebben je nodig.’

Patton en Rae blijven tijdens het gehele traject dicht bij hun hoofdpersonen en verbinden de verschillende fasen in het proces met poëtische beeldsequenties over het ouderschap. Daarna proberen ze het effect van de dates te vatten. Heeft het samenzijn van deze zwarte vaders en de kinderen van wie ze vervreemd zijn geraakt, een schrijnend bijeffect van de ‘mass incarceration’ van Afro-Amerikaanse mannen, iets wezenlijks teweeg gebracht?

Tegelijkertijd groeit Daughters uit tot een film die weinigen onberoerd zal laten.

Il Caso Yara: Oltre Ogni Ragionevole Dubbio

Netflix

Op de avond van 26 november 2010 verdwijnt het dertienjarige Italiaanse meisje Yara Gambirasio. Ze komt nooit meer thuis na een les ritmische gymnastiek. Ruim drieëneenhalf jaar later, op 16 juni 2014, arresteren de Carabinieri een 43-jarige bouwvakker, Massimo Bossetti, vanwege de moord op Yara. Zijn DNA is aangetroffen op de kleding van het slachtoffer. Dat is het startpunt van de vijfdelige true crime-serie Il Caso Yara: Oltre Ogni Ragionevole Dubbio (252 min.), die vervolgens dik vier uur besteedt aan het op onnavolgbare wijze verknopen van deze twee dramatische gebeurtenissen.

Regisseur Gianluca Neri alterneert daarbij voortdurend tussen 2010, als het onderzoek naar het vermiste meisje uit Brembate di Sopra op gang komt en leidt tot een grootschalig DNA-onderzoek, en 2014, waarin de arrestatie van de verdachte voor allerlei verrassende ontwikkelingen zorgt. Hoewel de uitkomst van beide verhaallijnen op voorhand vast lijkt te staan – moord door Bossetti, toch? – blijkt die opzet heel effectief. Alle tijdssprongen, dwaalsporen en cliffhangers houden kijkers moeiteloos bij de les en zorgen bovendien voor de introductie van intrigerende verhaallijnen en nieuwe personages.

Onderweg haalt Neri met behulp van onder anderen de verantwoordelijke rechercheur, Massimo’s advocaten en zijn vrouw dus heel wat overhoop, maar blijven er, mede omdat enkele sleutelfiguren uit de zaak niet in de serie participeren, ook nogal wat losse eindjes rondslingeren. Hoe zit ’t bijvoorbeeld met de rechtszaak waarbij Yara’s vader als getuige betrokken zou zijn geweest? Heeft de politie werkelijk een video van Massimo’s busje bij haar gymzaal in elkaar geflanst, om hem verder verdacht te maken? En wat betekent de conclusie, getrokken na een genetische omweg, dat Massimo ‘Onbekende 1’ is voor zijn verwanten?

Vragen die in elk geval niet worden beantwoord door Fulvio Gambirasio en Maura Panarese. De ouders van Yara uiten zich tegenwoordig niet meer in het openbaar over de zaak van hun dochter en ontbreken dus ook in deze true crime-productie. Via door hen ingesproken boodschappen, bijvoorbeeld op de voicemail van hun verdwenen dochter, kan Neri echter toch invoelbaar maken wat zij hebben doorgemaakt. Daarmee legt hij een emotioneel fundament onder een ronduit tragisch misdrijf, dat uiteindelijk met DNA-bewijs definitief lijkt te worden opgelost. Totdat dit bewijs zelf ook weer voor twijfel en verwarring zorgt…

La Mano En El Fuego

HBO Max

‘Om tegen een kind te zeggen: je bent een hoer en je hebt Pincelito verkracht.’ Mari Carmen Espinosa kan er nog altijd niet bij. ‘Godverdomme! Pfff….’ Haar dochter Verónica was dertien toen ze op zaterdagochtend oktober 1998 door een dorpsgenoot werd verkracht. De metselaar en duivenhouder Antonio ‘Pincelito’ Cosme was 63. En de andere inwoners van Benejúzar in Alicante stonden aan zijn kant. Zij konden zich niet voorstellen dat hij, lid van een bekende familie in het Spaanse dorp, zich werkelijk had vergrepen aan dat kind van die vrouw van buiten.

‘We kregen alleen maar minachtig, beledigingen en agressie van het dorp’, vertelde het tienermeisje zelf destijds. ‘Mensen op straat hebben me bedreigd: als Pincelito vrij is, snijdt hij je keel door. En die van je familie ook.’ Ruim 25 jaar later kunnen Verónica en haar inmiddels bejaarde moeder, die elkaar regelmatig moed inspreken tijdens hun gesprekken voor deze docuserie, nog altijd nauwelijks geloven hoe zij in de beklaagdenbank terecht kwamen. Het was een pijnlijk staaltje ‘victim blaming’. Want toen had Mari Carmen nog helemaal geen wraak genomen op Pincelito.

In het gelikte intro van La Mano En El Fuego (Engelse titel: Hell On Earth: The Veronica Case, 132 min.) – waarin, zoals tegenwoordig ‘goed’ gebruik is, alvast wordt geteased naar wat er nog gaat komen – geeft documentairemaakster Elena Molina dat direct prijs: de moeder van het dertienjarige slachtoffer heeft de verkrachter zeven jaar later overgoten met benzine en vervolgens levend in brand gestoken. Daarmee ligt het complete tragische verhaal al bij de start van deze driedelige serie op tafel en is het vooral de vraag hoe en waarom het zover heeft kunnen komen.

En dat is onvoldoende om drie afleveringen lang, ruim twee uur, te blijven boeien. Hoeveel drama Molina met tamelijk gekunstelde toneelstukjes tussen moeder en dochter, onheilspellende muziek en symbolische sequenties met duiven, een ontsnapt paard en vuur ook toevoegt, de serie blijft voelen als een eindeloze herhaling van zetten. Achteraf bezien zaten alle elementen die er echt toe deden in deze tragische geschiedenis al in die allereerste minuten verstopt en blijkt vrijwel alles wat daarna volgt niet héél veel meer dan het uitmelken daarvan.

Het is alleen nog de vraag of die wraakactie het gevolg was van spontane verstandsverbijstering of toch tot in detail was voorbereid.

Secrets Of Prince Andrew

Bitachon365 / Candle Media

Het vuurtje dat hij op televisie uit had willen trappen ontploft als een bom in zijn gezicht. Op 14 november 2019 geeft de Britse prins Andrew een rampzalig interview aan het BBC-programma Newsnight (op basis waarvan onlangs overigens de speelfilm Scoop is gemaakt). Sindsdien is zijn naam onlosmakelijk verbonden geraakt met het seksueel misbruik-schandaal rond Jeffrey Epstein en Ghislaine Maxwell, dat hem al eerder in verlegenheid had gebracht. ‘Prince & Perv’, kopte The New York Post bijvoorbeeld in 2010. ‘1st Photos: Randy Andy with NYC sex creep.’

Met Newsnight-interviewer Emily Maitlis en -producer Sam McAlister schetst regisseur Paula Wittig in Secrets Of Prince Andrew (170 min.) de totstandkoming van het spraakmakende interview. Dat mondt soms bijna uit in zelfpijperij. De twee zijn nogal verguld met zichzelf en hun rol in ‘the biggest news story in the world’ en ‘the scoop of the century’. Tegelijkertijd hebben McAlister, de vrouw die Andrew langzaam binnen hengelde voor Newsnight, en Maitlis, die als vrouwelijke interviewer helemaal op haar plek was in het gesprek met de losgeslagen prins, natuurlijk ontegenzeggelijk iets teweeg gebracht in een geruchtmakende affaire, waarbij talloze minderjarige meisjes en machtige mannen (waarbij steeds weer de namen vallen van Bill Clinton, Donald Trump én Andrew, de Hertog van York) betrokken zouden zijn geweest.

Dit tweeluik schetst tevens het leven waarvan dit schandaal het publicitaire dieptepunt is; hoe Andrew in de beeldvorming van prins op het witte paard, via onverbeterlijke rokkenjager, verwordt tot een notoire pedo. Onderweg bekent hij zo nu en dan openlijk kleur. Als een jonge corpsbal-achtige uitvoering van de Hertog van York bijvoorbeeld te gast is in het televisieprogramma van Selina Scott flirt de prins heel opzichtig met de knappe presentatrice en dwingt hij haar ook min of meer om zijn bijnaam ‘Randy Andy‘ uit te spreken. Het is een ontluisterende scène. Hier zit duidelijk een man die zijn hele leven nauwelijks is begrensd en zomaar over de grenzen van een ander heen kan gaan.

Zijn gedrag lijkt ook het gevolg van zijn positie als tweede zoon van koningin Elizabeth, die gaandeweg buiten beeld raakt als potentiële troonopvolger en daarna elke vorm van richting lijkt te ontberen. Hij heeft een relatie met de actrice/fotografe Koo Stark, trouwt met en scheidt van Sarah Ferguson en openbaart zich met de jaren steeds nadrukkelijk als een Peter Pan-achtige figuur: een jongen die maar niet volwassen wil/kan worden – en daardoor steeds vaker in botsing komt met de burgersamenleving. Deze ontwikkeling wordt aardig in de verf gezet met vrienden, historici, biografen, koningshuisdeskundigen, advocaten, slachtoffers en beroepsgetuigen, zoals ‘lady’ Victoria Hervey, die er bijna een dagtaak van hebben gemaakt om over de Epstein-zaak te verhalen.

In het laatste deel van deze gedegen terugblik op de Andrew-affaire krijgen alle betrokkenen vervolgens pijnlijke fragmenten uit het gewraakte interview te zien. Daarin openbaart zich een man, die in al z’n arrogantie en wereldvreemdheid, geen oog heeft voor wat Epstein en zijn omgeving – waaronder vermoedelijk ook hijzelf, getuige de verklaringen van Victoria Giuffre – hebben aangericht. Daardoor wordt het Newsnight-interview met Andrew inderdaad een televisiemoment om niet snel te vergeten – al ligt dat uiteindelijk toch echt meer aan het klunzige opereren van de overjarige prins Casanova dan aan het kundige BBC-team.

Brandy Hellville & The Cult Of Fast Fashion

HBO

Knap, bleek en dun, heel dun. Typische Brandy Melville-meisjes. Op Instagram zorgen zulke tieners ongevraagd voor onbetaalbare hoeveelheden gratis reclame voor het modemerk. En in de winkels fungeren zij als lokaas voor alle meisjes die willen zijn zoals zij. Want in wezen verkoopt het van origine Italiaanse merk natuurlijk een ideaalbeeld, van het populaire meisje. En dus komt Brandy ermee weg dat ze maar één maat kleding aanbieden: one size fits all. Voor knappe, bleke én dunne meisjes dus.

Achter dat imago gaat een typisch fast fashion-bedrijf schuil, dat z’n kleding laat maken in ‘sweatshops’ in lage lonenlanden, nauwelijks maalt om de kwaliteit ervan en uiteindelijk ook flink bijdraagt aan de kledingberg, die op speciale dumpplekken in een Afrikaans land zoals Ghana wordt achtergelaten. En natuurlijk draagt Brandy Melville bepaald niet bij aan het zelfvertrouwen van de clientèle, lijken eetstoornissen bijna part of the job en zijn het achter de schermen (dubieuze) mannen die de lakens uitdelen.

Ofwel: Brandy Hellville & The Cult Of Fast Fashion (91 min.). Regisseur Eva Orner laat (geanonimiseerde) oud-werknemers, typische Brandy-meisjes en allerlei modekenners, trendwatchers en deskundigen aan het woord. Gezamenlijk lopen ze in vlot tempo alle verschillende pijnpunten in de Brandy-bedrijfsvoering langs en zoomen in op het giftige klimaat dat CEO Stephan Marsan in z’n directe omgeving, tijdens de communicatie met zijn medewerkers en binnen de onderneming als geheel heeft gecreëerd.

Alle verschillende aspecten van het fast fashion-bedrijf worden weliswaar aangeraakt, maar meestal slechts beperkt uitgewerkt. Daardoor is deze docu uitermate geschikt voor (ouders van) al dan niet knappe, bleke en dunne meisjes die zich snel willen informeren over Brandy Melville en fast fashion, maar heeft ie in wezen ook weinig nieuws of verdiepends te bieden.

La Singla

La Fábrica Naranja

Het mysterie is onweerstaanbaar: op het hoogtepunt van haar roem verdwijnt de Spaanse flamencodanseres Antonia Singla voorgoed van het toneel. Haar voeten, naar verluidt zo’n anderhalf miljoen peseta’s waard, zullen nooit meer die bezwerende cadans bereiken. Tracatraca… Als een voortsnellende trein. Tracatraca… Tracatraca… Tracatraca… Zelf kan Antonia dat onweerstaanbare ritme overigens alleen zien en voelen, want zij is kort na haar geboorte doof geworden.

Ergens in de jaren zestig komt La Singla (tv-versie: 52 min.) dus tot stilstand. Waarom? vraagt Helena Kaittani zich af in deze documentaire van Paloma Zapata. Wat is er met haar gebeurd? De jonge actrice, ingehuurd als protagonist voor deze film, begint aan een Searching For Sugar Man-achtige zoektocht. En net als in die Oscar-winnende documentaire over de plotsklaps verdwenen singer-songwriter Sixto Rodriguez vertelt ze onderweg het verhaal van haar enigmatische heldin.

Antonia Singla werd geboren in de sloppenwijk El Somorrostro, nabij het strand van Barcelona. Ze had een lastige jeugd. Als Roma-meisje leek ze sowieso al veroordeeld tot een leven vol armoede en geweld, maar zij verloor op heel jonge leeftijd ook nog eens haar gehoor. Ze weigerde daarna heel lang om te spreken. La Singla bleek desondanks geboren om te dansen. Het ritme zat bij haar van binnen en kwam tijdens de flamenco als vanzelf naar buiten. Alsof ze zo haar duivels kon uitdrijven.

Op zeventienjarige leeftijd brak ze internationaal door en stal menigeens hart. Het is niet moeilijk om te zien waarom: op de zwart-wit foto’s en beelden die bewaard zijn gebleven is een ongenaakbare schoonheid te zien die helemaal in haar element is. Daarachter gaat echter een stil en verlegen meisje schuil dat door haar overheersende vader, die zich na jaren afwezigheid weer heeft gemeld toen zijn dochter succesvol werd, volledig van de buitenwereld wordt afgeschermd.

En dan trekt Antonia Singla het gordijn definitief achter zich dicht. Ruim een halve eeuw later probeert een fictieve jonge vrouw, een enigszins gekunstelde ingreep van Paloma Zapata, nu dus te ontdekken wat er met haar is gebeurd en waar zij is gebleven. Met elke ravissante foto of danssequentie die Helena bekijkt, elke flamencoritme dat ze hoort en iedere persoon die ze en route ontmoet komt ze dichter bij haar ‘Sugar Woman’, de mysterieuze La Singla.

Liefjes

Amstelfilm

Ze worden langzamerhand te oud voor een vakantie met hun ouders, maar zijn ook nog te jong voor een weekje weg met vriendinnen. Op een camping in Zuid-Frankrijk proberen drie veertienjarige meisjes hun eigen plan te trekken. De Liefjes (80 min.) mogen zich dan hebben onttrokken aan de spiedende blik of vrijpostige vragen van hun ouders. Ze kunnen bepaald niet ongezien de liefde (verder) ontdekken. Want bij elke stap die ze op dat gebied zetten kijkt er een camera van de filmmakers Anneke de Lind van Wijngaarden en Natalie Bruijns mee. Zou die het ontstaan van een onvervalste vakantieliefde kunnen vereeuwigen?

Het is een klein wonder dat de drie hoofdrolspeelsters zich ogenschijnlijk nauwelijks laten beïnvloeden doordat er iemand meekijkt. Van zeer dichtbij registreert die hoe zij zich de liefde eigen maken, proberen te hanteren of er juist nog ver bij uit de buurt blijven. De Vlaamse tiener Malak Atif droomt bijvoorbeeld van de liefde, maar durft er niet van te dromen dat die ook haar, met wie zij is en hoe ze eruit ziet, ten deel kan vallen. In dat opzicht lijkt ze misschien een beetje op haar moeder. Die heeft één grote liefde gekend. Sinds die spaak is gelopen, is ze alleen. Malak laat zich daardoor echter niet ontmoedigen. Ze ontmoet al snel een leuke Franse jongen. Alsof de Goden zich ermee hebben bemoeid, speelt hij ook nog gitaar en zingt erbij.

Haar Nederlandse leeftijdsgenoot Celia Neuteboom heeft de liefde al gevonden – althans, daarvan is ze zelf overtuigd – maar hij is nu op vakantie in Turkije. Is het voor hem net zo serieus als voor haar? vraagt ze zich af. Hij neemt zijn telefoon wel erg vaak niet op. Als ze hem daar vragen of hij een vriendin heeft, wat zou hij dan antwoorden? En wordt het feit dat hij moslim is, en zij dus niet, nog een struikelblok in de toekomst? Jaelynne Prempeh houdt het tenslotte vooral bij haar smartphone. Via TikTok, Snapchat en Insta haalt het meisje de wereld binnen, die ze in het echt op afstand houdt. Ze heeft ook nog niet eerder gekampeerd. Nu haar moeder een nieuwe vriend heeft is het daar toch van gekomen, maar echt aansluiting zoeken op de camping durft Jae eigenlijk niet.

Zoals dat gaat op deze precaire leeftijd – te groot voor de poppen, zong Paul van Vliet over meisjes van slechts een jaartje jonger, te klein voor de kerels – vertrekken de drie pubers nét even anders van de camping dan ze er een week eerder aankwamen. De Lind van Wijngaarden en Bruijns hebben dit proces, dat zich voltrekt tijdens een soort ideale zomer, zeer intiem vastgelegd. Sommige scènes lijken bijna ‘too good to be true’. Alsof ze rechtstreeks uit de typemachine van een schrijver van coming of age-drama’s komen. Deze (jeugd)docu stemt tevens weemoedig: wie eenmaal veertien is geweest wordt het nooit weer. Zoals ook die allereerste verliefdheid vaak niet meer wordt overtroffen. Laat staan een vakantie in Frankrijk, met zomerliefde.

The Enfield Poltergeist

Apple TV+

Het is duidelijk wie de hoofdrolspelers zijn, in dat behekste huis in de Londense deelgemeente Enfield: Janet Hodgson, een meisje van elf met heel veel verbeeldingskracht. En haar moeder Margaret ‘Peggy’ Hodgson, een gescheiden Britse vrouw van 47 met vier kinderen. Omdat een klopgeest regelmatig hun huis bezoekt, worden zij vanaf 1977 twee jaar lang intensief geobserveerd door zakenman en uitvinder Maurice Grosse, die paranormale zaken ‘op een wetenschappelijke manier’ wil onderzoeken, en zijn assistent, geestenexpert Guy Playfair. De twee maken uiteindelijk meer dan tweehonderd uur audio-opnamen in ‘the haunted house’ aan 284 Green Street.

En die vormen nu het fundament onder The Enfield Poltergeist (234 Min.). Want op basis van die tapes heeft regisseur Jerry Rothwell, die enkele jaren geleden de immersieve autismefilm The Reason I Jump maakte, belangrijke gebeurtenissen gereconstrueerd. Acteurs spelen in een ingenieus decor lip sync mee met het oorspronkelijke geluid. Deze vierdelige serie bestaat dus voor een belangrijk deel uit gedramatiseerde scènes, het audio daarbij is echter authentiek en rechtstreeks afkomstig van de geluidsbanden van Grosse en Playfair. Dat is even wennen – in de Nederlandse documentaire Moeders deed Nirit Peled ’t overigens ook al – maar werkt wonderwel.

Rothwell spreekt daarnaast met (directe familie van) de Hodgsons, de woordvoerder van de zogenaamde Society For Psychical Research, medewerkers van The Daily Mirror, de BBC-verslaggever die er destijds op af werd gestuurd en diverse psychologen en (neuro)wetenschappers, die een kijkje gingen nemen bij de Hodgsons of met de wijsheid van nu naar de bizarre gebeurtenissen aldaar kijken. Ook Maurice Grosse’s aanvankelijk erg sceptische zoon Richard komt uitgebreid aan het woord. Hij liet zich gaandeweg verleiden om toch een bezoek te brengen aan het huis. Richard sprak daar toen – hij kan zich er nog altijd nauwelijks toe zetten om het te zeggen – met een geest.

Dat is maar één van de vele vreemde zaken in Enfield: er klinken allerlei sinistere geluiden, objecten vallen om of belandden op een andere plek en er wordt, natuurlijk, volop geklopt. En alles speelt zich af in, om of door de tiener Janet, die als medium lijkt te fungeren voor iets wat zich tussen hemel en aarde beweegt, een overledene wellicht die verleden heeft in dat vervloekte huis. Vanzelfsprekend ontmoet Maurice Grosse ook scepsis als hij verhaalt over zijn bevindingen. De psychologe Anita Gregory komt bijvoorbeeld eens kijken in Enfield en zet daarna in het rapport Problems In Investigating Psychokinesis grote vraagtekens bij de authenticiteit van wat zich daar afspeelt.

En die Enfield Poltergeist is, vanaf enige afstand bekeken, natuurlijk ook ‘too bad to be true’. Soms lijkt ie te citeren uit The Exorcist, een horrorfilm die halverwege de jaren zeventig immens populair is. Op andere momenten is het dan weer alsof de dan wereldberoemde ‘lepeltjesbuiger’ Uri Geller als z’n inspiratiebron heeft gefungeerd. De gebeurtenissen in de Londense deelgemeente trekken in elk geval zoveel aandacht dat zelfs de beruchte Amerikaanse spokenjagers Ed en Lorraine Warren, onlangs nog te zien in de documentaire The Devil on Trial, even poolshoogte komen nemen. En er is ook een Nederlandse connectie: het medium Dono Gmelig-Meyling meldt zich. 

Rothwell neemt dit spraakmakende verhaal krachtig bij de hand en blijft zoveel mogelijk uit de buurt van effectbejag, maar speelt alle ontwikkelingen wel bijzonder slim uit, waarbij hij bijvoorbeeld zeer gedoseerd informatie deelt. Zo valt zijn publiek eerst van de ene verrassing in de andere en wordt daarna ook nog geraakt door personages zoals Janet, Margaret en Maurice, die elk hun eigen issues meebrengen naar dat veelbesproken huis in Enfield. Het resultaat is een absolute tour de force, een bijzonder inventieve, enerverende en toch ook heel menselijke serie die het midden houdt tussen een documentaire- en een ‘based on a true story’-productie en die na bijna vier uur speeltijd nog een flinke tijd nazindert.

Camp Courage

Netflix

Samen met haar oma is Milana vanuit hun tijdelijke woonplaats Bratislava in Slowakije overgekomen naar het Oostenrijkse Piesendorf. Tijdens een zomerkamp gaat het tienjarige meisje een week lang samen met andere kinderen proberen om een Alpentop te beklimmen. Ook oma Olga moet eraan geloven tijdens Camp Courage (33 min.).

Milana mist een deel van haar linkerbeen. Ze raakte ‘t kwijt in haar woonplaats Marioepol. Op 24 januari 2015, de dag die ze ‘Zwarte Zaterdag’ zijn gaan noemen. Toen ze ook haar moeder verloor. Het Oekraïense meisje was erbij toen zij stierf bij een explosie op haar werk en werd zelf later onder het puin gevonden. ‘Ik zei altijd: Milana, wanneer je weer naar buiten mag zal ik je de helderste ster laten zien’, herinnert oma zich geëmotioneerd. ‘En daar woont je moeder.’

Olga en haar puberende kleindochter gaan in de zomer van 2022, een half jaar nadat ze vanwege de Russische inval hun moederland hebben moeten ontvluchten, enerverende dagen tegemoet in het bergachtige Oostenrijk. Vrijwilligers van de Mountain Seed Foundation, waarvan oprichter en Irak-veteraan Nathan Schmidt zo weer zijn eigen issues heeft, begeleiden Milana bij het overwinnen van zichzelf en het verleggen van haar grenzen, zowel fysiek als sociaal.

Intussen heeft ook oma steun nodig. ‘Jij bent de veilige persoon met wie ze zich dit conflict kan hebben’, houdt een vrijwilliger haar voor, als Olga merkt dat ze Milana soms moeilijk kan bereiken. En regisseur Max Lowe, die eerder de zeer persoonlijke klimfilm Torn maakte, vereeuwigt dit kleine familieverhaaltje, dat natuurlijk een veel grotere kwestie weerspiegelt, in een fijne korte documentaire. Over losmaken, loslaten en ook loskomen. Ieder voor zich en toch samen.

Scouting For Girls: Fashion’s Darkest Secret

SkyShowtime

De cliëntenlijst is imposant: van Cindy Crawford en Naomi Campbell tot Stephanie Seymour en Linda Evangelista. Stuk voor stuk hebben ze onder contract gestaan bij het Elite Model Agency dat halverwege de jaren tachtig een gat in de markt ontdekt: met de juiste begeleiding kunnen van fotomodellen zomaar supersterren worden gemaakt. Natuurlijk zit er ook een schaduwzijde aan het lumineuze idee: héél mooie en héél jonge meisjes, kinderen nog, komen moederziel alleen in New York terecht en worden daar volledig afhankelijk van wereldwijze modelscouts. ‘We werden klaargestoomd’, vertelt voormalig topmodel Carré Otis, die ook nog een bescheiden filmcarrière zou hebben en enige tijd was getrouwd met acteur Mickey Rourke. ‘We werden geconditioneerd. In het volle zicht. Het gebeurde niet stiekem. Het was overduidelijk.’

Een trip naar Europa fungeert daarbij als lakmoestest voor de minderjarige meisjes, vertelt de Amerikaanse schrijver en journalist Michael Gross, die uitgebreid sprak met Elite’s topman John Casablancas (1942-2013) en andere kopstukken van de modellenindustrie. Hij schreef er het boek Model: The Ugly Business Of Beautiful Women (1995) over. De Elite-meisjes worden in Parijs overgeleverd aan een Europese vertegenwoordiger, Gérald Marie, die volgens Gross ‘geen greintje fatsoen’ heeft. Carré Otis ontdekt al snel ‘s mans cocaïne én Maries totale gebrek aan moraal, vertelt ze in de eerste aflevering van de ontluisterende driedelige serie Scouting For Girls: Fashion’s Darkest Secret (139 min.). Als zijn vriendin, het Canadese supermodel Linda Evangelista, even uit de buurt is, zoekt Gérald Marie direct seksuele toenadering tot Otis – ongeacht wat zij daar als tiener, in een vreemd land en een nóg vreemdere wereld, zelf van vindt.

‘Ik zou nooit zover gaan om tegen een meisje te zeggen: je moet met me naar bed om op de cover te komen’, stelt Marie, die via zijn advocaat alle beschuldigingen ver van zich werpt, nochtans tijdens een interview met Michael Gross. Audio-opnames van deze gesprekken komen regelmatig terug in deze miniserie van de Britse onderzoeksjournalist Lucy Osborne, die eerder over Marie publiceerde in The Guardian. Helder is dat de piepjonge modellen, vaak nog zonder enige seksuele ervaring, ook worden ingezet om Elite’s feestjes op te luisteren, waar ze zich veel oudere kerels van het lijf moeten zien te houden – ook als ze allang zijn teruggekeerd naar hun hotelkamer. Volgens oud-medewerker Omar Harfouch heeft Gérald Marie daarvoor tevens een ‘praktische reden’: maagden zijn volgens hem niet fotogeniek. ‘Dus kort na hun aankomst moeten ze koste wat het kost ontmaagd worden.’

Als het niet zo bruut en banaal was – en zo nadrukkelijk doet denken aan de #metoo-affaires rond de seksuele roofdieren Jeffrey Epstein en Harvey Weinstein – zou het lachwekkend zijn. Een meisje van veertien of vijftien dat volledig is overgeleverd aan de gunsten van de perverseling Gérald Marie, die er volgens Harfouch zelfs een afvinklijst van maagden op nahoudt, of zijn concurrent Jean-Luc Bunuel van Karin Models, die zich al even bedenkelijk gedraagt, zou echter kunnen denken dat dit de normale gang van zaken is binnen de business. En daar houdt iedereen z’n mond. Zelfs een geruchtmakende uitzending van het televisieprogramma 60 Minutes kan daarin geen verandering brengen. ‘Er heerst een zwijgcultuur in de industrie’, vertelt Marie P. Anderson, die van 1986 tot 1989 als modellenagent werkt bij Elite en dan tevergeefs de noodklok luidt. ‘Want de meeste mensen leven in angst. De industrie heeft me uitgespuugd omdat ik me heb uitgesproken.’

Zo’n veertig jaar later hebben de voormalige topmodellen Carré Otis, Shawna Lee, Jill Dodd en Marianne Shine, publiekelijk ondersteund door Linda Evangelista, alsnog juridische stappen gezet tegen de mannen die zich aan hen vergrepen, Jean-Luc Brunel en Gérald Marie. Zij hebben al die jaren, ondanks enkele publicitaire oprispingen, ongestoord hun gang kunnen gaan. En nu is het nog maar de vraag of hun daden niet zijn verjaard. De woede en het verdriet daarover, gekanaliseerd in de slotaflevering van deze goed gedocumenteerde docuserie, zijn in elk geval beslist nog niet geweken en ook gemakkelijk invoelbaar. Zeker als duidelijk wordt dat modellenbureaus als Elite en Karin ook meisjes hebben geleverd aan een man van wie inmiddels bekend is dat hij een onverzadigbare behoefte had aan minderjarige meisjes. Zo bezien is de wereld, althans het deel ervan dat ‘jeugdige godinnen’ als niet meer dan bijzonder smakelijke handelswaar ziet, toch weer kleiner dan menigeen denkt en vreest.

Whores’ Glory

Kino Lorber

Ze bidden voor een goede dag. Lopen taakbewust naar binnen. Klokken daar in met een heuse prikkaart. Vrezen voor slappe business. Worden desondanks helemaal mooi gemaakt. Nemen daarna plaats in een soort vitrine. Krijgen net als alle andere poppetjes een nummer. Laten zich als exclusieve waar monsteren. Lachen intussen verleidelijk naar potentiële klanten. Worden enthousiast aangeprezen en ‘all-incusive’ aangeboden. Horen vervolgens hoe hun nummer officieel wordt omgeroepen. En stappen, nadat er bij een officiële kassier is afgerekend, met een gelukkige consument de lift in. Onderweg naar (maximaal twee uur) dagelijkse arbeid – of, voor de betaler, even heerlijk ontspannen.

‘Ik beloof je prachtige lichamen en goede service’, heeft een bedrijfsleider van The Fishtank in Bangkok die klant nog toegeroepen. Het eerste deel van het drieluik Whores’ Glory (119 min.) krijgt daarmee een onwerkelijk karakter. De wereld die doorgaans in de schemering blijft wordt hier vol in het licht gezet. Zonder schaamte presenteren de prostituees, hun pooiers en de hoerenlopers zich. Alsof het regulier werk is. Ómdat het regulier werk is – of daar tenminste verdacht veel op lijkt. En om het verhaal helemaal af te maken spenderen sommige meisjes (al) hun geld dan weer aan ‘barjongens’, die in een club op hen zitten te wachten en daar weer hun brood mee verdienen. Het lijkt een soort circulaire sekseconomie.

Vergeleken met het welhaast glamoureuze lopende bandwerk in Thailand gaat het er bij The City Of Joy in Bangladesh, de tweede pleisterplaats van deze film over het oudste beroep ter wereld van de Oostenrijkse documentairemaker Michael Glawogger, tamelijk ambachtelijk aan toe. De vrouwen zijn minder opgedirkt, ontvangen hun cliënten op een kamertje van een rudimentair bordeel en worden aangestuurd door een madam die zelf ook uit het vak komt en flink van leer kan trekken. Sommige van de werkende vrouwen zijn in werkelijkheid gewoon meisjes. Héél jonge meisjes. Véél te jonge meisjes zelfs. Die gewoon verhandeld worden. Soms zelfs door hun eigen moeder. Alleen aan orale seks doen ze niet. Dat is tegen hun geloof.

De meeste klanten lijken zich niettemin helemaal niet te schamen voor hun ‘hobby’. Terwijl hij een klant knipt, vertelt een jonge kapper bijvoorbeeld trots dat hij zeker één of twee keer per dag naar de dames van plezier gaat. ‘Zonder de rosse buurt van Faridpur zouden vrouwen niet op straat kunnen komen, zonder dat ze worden lastiggevallen’, zegt hij. ‘Mannen zouden zo geil zijn dat ze hen gewoon zouden verkrachten. Zonder die meisjes zouden ze zich vergrijpen aan koeien en geiten.’ In het bordeel zijn desondanks genoeg deerniswekkende taferelen op te tekenen. ‘Waarom moeten vrouwen zoveel lijden?’ vraagt één van de meiden zich bijvoorbeeld wanhopig af. ‘Is er echt geen andere manier voor ons?’

Voor het nóg grimmigere derde deel van deze bijna twee uur klokkende afdaling in de krochten van de seksindustrie, die wordt aangedreven door een indie-soundtrack met songs van onder andere PJ Harvey en CocoRosie, neemt Glawogger de wijk naar La Zona in het Mexicaanse grensstadje Reynosa, waar auto’s met potentiële klanten af en aan rijden om de markt te verkennen: schaars geklede vrouwen, die voor een luttel bedrag ieders stoutste dromen waarmaken. Levend in het hellehol tussen sekswerk, crack en – ook hier – God. ‘Ze hebben schrik voor die grote paal van mij’, pocht een man die roepend en wuivend rondrijdt in zijn auto. Morgen gaat hij helemaal los, zegt hij. Tegen de camera en tegen zichzelf, zo lijkt het.

Waarna deze somber stemmende film uit 2011, onderdeel van Michael Glawoggers World Of Work-trilogie, aanstuurt op een 18+-scène die werkelijk anti-sexy oogt en geen enkele opwinding te weeg brengt. Alleen ongemak, walging zelfs. En de vraag of dit wel in beeld moest – en of het misschien geënsceneerd is. Whores’ Glory is dan allang een deprimerende ervaring geworden, een kouwe film die in je botten gaat zitten. Over een liefdeloze wereld, boordevol werktuiglijke seks. En dat lijkt ook precies Glawoggers bedoeling.

Judy Blume Forever

Prime Video

Die brief vergeet ze nooit meer. Het was een lijvig schrijven. De uitgeverijen die ze tot dan toe een manuscript had gestuurd maakten zich er doorgaans met een Jantje van Leiden vanaf. Dit was echter andere koek. Die kennis van haar echtgenoot, een succesvolle kinderboekenschrijver, was er eens goed voor gaan zitten. Halverwege had hij een zin vetgedrukt: So get a fresh hanky out and sit back for your first lesson as a would-be pro. De boodschap was Judy Blume toen al wel duidelijk: ze kon er he-le-maal niets van. Wat ze, toch weer hoopvol, had doorgestuurd, werd door hem genadeloos afgeserveerd.

Ze werd er strijdbaar van, vertelt ze in het portret Judy Blume Forever (97 min.). ‘Ik zal die vent eens wat laten zien!’ En de rest kan dus, ook als je in de jaren zestig bent begonnen als een doorsnee Amerikaanse huismoeder, geschiedenis worden: met klassiekers zoals Are You There, God? It’s Me, MargaretFudge en Blubber groeide ze uit tot de succesvolste Amerikaanse (kinderboeken)schrijfster. Een vrouw die als geen ander de taal sprak van pubers, opgroeiende meisjes in het bijzonder. Niet alle volwassenen waren daarover meteen enthousiast. ‘Wanneer ga je nu eens een echt boek schrijven?’ zeiden kennissen tegen haar, herinnert ze zich in deze film van Davina Pardo en Leah Wolchok.

Intussen werd ze overspoeld door brieven van tienermeisjes, die allerlei praktische vragen voor haar hadden. ‘Dear Judy’, begonnen die dan en daarna volgden vragen over borsten, menstruatie en seks. ‘Je hebt misschien gemerkt dat ik problemen op jou afreageer’, leest Lorrie Kim, die al sinds haar negende met Blume schrijft, bijvoorbeeld voor uit één van haar eigen brieven. ‘Ik kan tegen niemand anders praten. Eerst schreef ik in mijn dagboek, maar iedereen blijft dit lezen.’ Even later laat Kim trots de eerste van vele brieven zien dat ze van die beroemde schrijfster heeft ontvangen. ‘Wat een mooie brief. Zit je echt in groep zes? Je klinkt ouder.’ Waarna Blume steevast een optimistische levensles liet volgen.

Als deze film wat al te braaf dreigt te worden, bereikt die het einde van de jaren zeventig waarin de dan al tweemaal gescheiden Judy Blume een boek voor volwassenen schreef, het onstuimige Wifey. Daarna begon er met het aantreden van de Republikeinse president Ronald Reagan een conservatieve wind in haar land te waaien. De activiste Phyllis Schlafly pleitte bijvoorbeeld ronduit voor het verbannen van Blume-boeken uit scholen en bibliotheken, een sentiment dat tegenwoordig opnieuw flink opspeelt en in Nederland bijvoorbeeld al heeft geresulteerd in een hetze tegen kinderboekenschrijver Pim Lammers en ophef rond de Week van de Lentekriebels van het expertisecentrum seksualiteit Rutgers.

Daarmee krijgt Judy Blume Forever – opgeleukt met kleurrijk gevisualiseerde boekfragmenten, enkele bekende fans zoals schrijfster, regisseur en actrice Lena Dunham, comedian Samantha Bee en actrice Molly Ringwald en Blume’s vakzusters Mary H.K. Choi, Jacqueline Woodson en Tayari Jones – het kartelrandje en de urgentie die de documentaire dan ook wel even kan gebruiken. Verder is het een lieve en toch relevante film. Over een vrouw die jonge meisjes een eigen stem heeft gegeven in de Amerikaanse literatuur, waardoor ze zichzelf en de wereld beter konden begrijpen.

L’Affaire Fourniret: Dans La Tête De Monique Olivier

Netflix

Volgens de alomtegenwoordige true crime-doctrine heeft elke seriemoordenaar zijn eigen handelsmerk, dat hem op de één of andere onsmakelijke manier ook ‘sexy’ maakt. Jeffrey Dahmer kwam bijvoorbeeld te boek te staan als een kannibaal die zich letterlijk tegoed deed aan homoseksuele jongens van kleur. Ted Bundy maakte slachtoffers bij de vleet als ‘het type man waarmee je je zus zou laten trouwen’. En de ultieme horrorclown John Wayne Gacy joeg niet alleen kinderen de stuipen op het lijf.

Michel Fourniret, die aan het eind van de twintigste en begin van de eenentwintigste eeuw een spoor van vernieling en verdriet trok door zowel Frankrijk als België, vormde dan weer een angstaanjagend koppel met zijn echtgenote Monique. Zij zou direct betrokken zijn geweest bij gruwelijke ontvoeringen, verkrachtingen en moorden – ook al heeft ze zich naderhand consequent voorgesteld als hulpeloos en onderdanig. Is de vrouw van ‘het Monster van de Ardennen’ zelf ook een monster? Of toch een slachtoffer van deze Europese variant op de diabolische seriemoordenaar?

In L’Affaire Fourniret: Dans La Tête De Monique Olivier (Engelse titel: Monique Olivier: Accessory To Evil, 196 min.) belichten Christophe Astruc en Michelle Fines de huiveringwekkende misdaden van Michel Fourniret, een als mens vermomd roofdier dat in ongeveer dezelfde periode en omgeving actief was als de beruchte kinderverkrachter en -moordenaar Marc Dutroux. Daarbij besteden ze speciale aandacht aan de vrouw met wie hij tijdens een eerdere detentie, vanwege een waslijst aan seksuele delicten, begon te corresponderen en daarna een buitengewoon ongezonde relatie kreeg.

Michel Fourniret was geobsedeerd door maagdelijkheid en sprak vaak met minachting over de veelal zeer jonge meisjes die hij tot zijn slachtoffer maakte. Ze waren niet meer dan ‘membramen op benen’ die hij met zijn ‘regenboog’ wilde ‘doorboren’. En zij verleende hand- en spandiensten, veelal in aanwezigheid van hun eigen kleine kind. Was ook Olivier bang voor hem? vraagt deze vijfdelige serie die nabestaanden, rechercheurs, psychiaters en haar advocaat aan het woord laat. Of deelden de twee gewoon samen een perversie die genadeloos op jonge meisjes en vrouwen werd botgevierd?

Als we Monique Oliviers eigen woorden mogen geloven, was ook zij geen partij voor haar psychopathische echtgenoot. L’Affaire Fourniret biedt daarnaast echter allerlei aanknopingspunten om tot een totaal andere conclusie te komen. Als de gewetenloze killer tijdens een opgraving tegen onderzoeksrechter Francis Nachbar zegt dat het slachtoffer toen hij haar vermoordde ongeveer even oud was als diens dochter nu is, krimpt ook zijn vrouw ineen. Volgens Nachbar zegt ze dan: ‘Het is zo verdrietig. Maar snapt u in welke situatie ík zit?’ Huilend laat Olivier hem dan haar handboeien zien. 

Het zijn dergelijke details die van L’Affaire Fourniret – opgeleverd met de verplichte duistere reconstructies, tijdssprongen, dramatische accenten en cliffhangers – een unheimische kijkervaring maken. Een volwaardige seriemoordenaarsserie, zou je met een verwrongen blik ook kunnen zeggen. Over een man én vrouw – hoe haar gedrag uiteindelijk ook moet worden geduid – waarvan iedereen met (klein)dochters koude rillingen over z’n rug krijgt.

Dicht Bij Vermeer

Cinema Delicatessen

Gregor Weber maakt buiten even een ommetje. De conservator van de grootste Vermeer-expositie ooit, in het Rijksmuseum te Amsterdam, moet laten bezinken wat hij zojuist te horen heeft gekregen. ‘Ik was zo onder de indruk van dit schilderij en nu hoor ik dat jullie twijfelen’, zegt Weber even later, als hij weer wat is bedaard, tegen conservator Betsy Wieseman van The National Gallery Of Arts in Washington D.C. Met haar team heeft zij die dag een presentatie gehouden over het schilderij ‘Meisje met de fluit’. Dat is volgens hen niet van Vermeer. ‘Dit is iets nieuws en dat moet ik slikken’, bekent Weber. Hij maakt er maar een grapje van: ‘Als een grote kikker.’

De Duitse conservator, een kunstwetenschapper die overduidelijk ook met hart en ziel van deze specifieke kunstenaar houdt, fungeert als kloppend hart voor de documentaire Dicht Bij Vermeer (78 min.), waarin Suzanne Raes de aanloop naar de onlangs geopende en direct uitverkochte Vermeer-expositie vereeuwigt. Behalve het verzamelen van zoveel mogelijk werken van de enigmatische Delftse kunstenaar Johannes Vermeer (1632-1675), aan wie in totaal slechts zo’n 37 schilderijen worden toegeschreven, en het inrichten van de tentoonstelling behoort daartoe ook het gesprek over wat een ‘Vermeer’ kenmerkt en hoe zo’n kunstwerk is te herkennen.

Dat vereist in eerste en laatste instantie héél goed kijken. En dat is precies wat Raes in deze kalme, ingetogen en oogstrelende film ook doet: ze laat liefhebbers en kenners met een timmermansoog naar het werk van Vermeer kijken en dit inhoudelijk duiden. En ze daagt haar publiek vervolgens uit om met behulp van die kijkwijzer volledig op te gaan in wereldberoemde kunstwerken, die toch steeds weer nieuwe geheimen prijsgeven. Daarmee ontstaat ongetwijfeld ook meteen iets van begrip voor het feit dat kenners zoals Gregor Weber en schilder Jonathan Janson zomaar kunnen volschieten als ze Vermeers schilderijen zien of de impact daarvan proberen te beschrijven. 

Én dat ze ’t ook niet zomaar willen en kunnen accepteren als een ‘Vermeer’ ter discussie wordt gesteld, dat ook. De twee komen los van elkaar tot dezelfde conclusie: dat ‘Meisje met de fluit’ is wél van Vermeer. Binnen hun omgeving lijkt – nee: is – dat een zaak van levensbelang. Via gedreven kunstminnaars zoals zij legt Dicht Bij Vermeer, net als eerder bijvoorbeeld Oeke Hoogendijks Mijn Rembrandt, de mores bloot van een wereld, die zich volledig lijkt te onttrekken aan de waan van de dag en van nature op zoek is naar een stukje eeuwigheid.

Valentijn

VPRO

‘Het is 1998 als ik Valentijn voor het eerst ontmoet’, vertelt Hetty Nietsch aan het begin van haar baanbrekende documentaire Valentijn de Hingh uit 2007. ‘Hij werkt mee aan een NOVA-reportage over kinderen die problemen hebben met hun seksuele identiteit. We filmen hem en dan al weet ik: dit kind laat me nooit meer los.’

Ze spreken af dat Nietsch eens in de zoveel tijd mag langskomen met haar filmploeg. En ook het gezin zelf gaat de camera ter hand nemen. Dat zullen ze uiteindelijk negen jaar volhouden, een periode waarin Valentijn (53 min.) van een blond jongetje uitgroeit tot een stralend zeventienjarig meisje. Dat gaat niet vanzelf. Op de balletacademie is Valentijn bijvoorbeeld niet welkom als danseres. Alleen als ‘mannelijke’ danser. En daarbij hoort dus ook geen lang haar.

Denk je dat je er ooit aan gewend zult zijn dat je tóch een jongen bent? heeft Nietsch aan het begin nog gevraagd aan het achtjarige kind. ‘Nee, dat denk ik eigenlijk niet.’ Even later is Valentijn zelfs nog stelliger: ‘Ik denk dat dat nooit zal veranderen: je bent het en je blijft het.’ En zo zal het inderdaad zijn en gaan. In het hele proces, dat zeker in de puberteit veel vraagt van Valentijn zelf, ouders Lejo en Klette en broertje Floris, is er één constante: Valentijn zelf twijfelt geen ogenblik.

Vijftien jaar nadat deze docu werd uitgebracht, geldt Valentijn de Hingh als een bekend (rol)model, dat zich onlangs bijvoorbeeld nog sterk maakte voor versoepeling van de Transgenderwet. Alle thema’s die opspeelden rond transmensen en die tegenwoordig min of meer gemeengoed zijn geworden, voelden destijds nog heel onwennig aan. Het is bijvoorbeeld opvallend hoe lang Valentijns omgeving gewoon ‘hij’ blijft gebruiken, terwijl ‘zij’ zich allang in het openbaar als meisje profileert.

Hoewel er ongetwijfeld nog altijd een wereld te winnen is, maakt deze documentaire dus ook duidelijk hoe de emancipatie van de transgemeenschap in de afgelopen jaren op stoom is gekomen. En Valentijn en deze film van Hetty Nietsch hebben daarin ongetwijfeld een sleutelrol gespeeld.

In de follow-up Valentijn – X Jaar Na Dato uit 2015 kijken hoofdpersoon en maker acht jaar later samen met interviewer Chris Kijne terug op de periode die Valentijn toch als eenzamer en verdrietiger heeft ervaren dan het soms lijkt in de documentaire.

Valentijn is hier te bekijken.

Anne Frank: Parallel Stories

Netflix

‘Hoe kunnen mensen zo onmenselijk worden?’ vraagt @KaterinaKat zich in een Instagram-post af bij een foto van Anne Frank en haar oudere zus Margot. ‘Ik kan me de wreedheid niet voorstellen.’ De coole tiener, die per trein heel Europa doorreist en de rouwplekken van de Holocaust bezoekt, plaatst er de hashtags #courage en #endurance bij.

Het fictieve personage Katerina, een rol van de Italiaanse actrice Martina Gatti, heeft duidelijk een educatieve functie. Ze wordt in Anne Frank: Parallel Stories (94 min.) op een nogal opzichtige manier ingezet om hedendaagse jongeren bij de tragedie van Anne te betrekken. Waarbij het de vraag is of dat werkelijk nodig is bij zo’n iconisch verhaal, dat onverminderd tot de verbeelding spreekt.

Ook omdat de filmmakers Sabina Fideli en Anna Migotto nóg een belangrijke ingreep doen: ze introduceren de Britse actrice Helen Mirren als alomtegenwoordige verteller. Vanuit een replica van Het Achterhuis vertelt zij Anne Franks levensverhaal, leest met het nodige drama voor uit haar dagboek en schetst de maatschappelijke ontwikkelingen die zich ondertussen voordoen.

Mirren introduceert tevens vijf overlevenden, die net zoals Anne als kind in de vernietigingskampen zijn beland en nu vanuit hun eigen ervaring iets kunnen vertellen over wat het Joodse meisje moet hebben gedacht en ervaren. Hun persoonlijke getuigenissen – en de gedachten daarbij van hun (klein)kinderen – worden van context voorzien door historici en WOII-deskundigen.

Het geheel maakt uiteindelijk een tamelijk onevenwichtige en enigszins gekunstelde indruk. De tragische verwikkelingen rond Anne Frank en haar lotgenoten, tot leven gewekt met foto’s en beelden die zich in je ziel blijven etsen, raken weliswaar nooit sleets en zijn als zodanig dan ook nauwelijks te ‘verpesten’, maar dreigen hier soms te verzuipen in de erg geconstrueerde vertelling.

‘Lieve Anne, ik was ontdaan van je hoopvolle dagboek’, schrijft @KaterinaKat voordat ze met haar telefoon een foto neemt van Eduardo Kobra’s gigantische Anne Frank-graffiti op de NDSM-werf in Amsterdam. ‘Maar het herinnert me eraan om nooit op te geven.’ Om te benadrukken dat dit een actuele boodschap blijft, zet ze er de hashtags #donotlookaway en #noprejudices bij.

Social Media Murders: The Murder Of Molly McLaren / The Murder Of Grace Millane

ITV

Ze leefden het social media-bestaan. Zij had overduidelijk lol in haar leven, was het middelpunt van elk feest. En hij deed daar nauwelijks voor onder, met zijn coole looks en stralende glimlach. Toen Molly McLaren en Joshua Stimpson elkaar tegenkwamen op een datingsite, was er duidelijk sprake van een match. En toen begon het echte leven…

Molly had een angststoornis en kampte met boulimia, Josh leverde strijd met mentale problemen. Volgens eigen zeggen was hij bipolair – en ontoerekeningsvatbaar toen het echt helemaal misging tussen hen. Op 29 juni 2017 doodde hij Molly met ruim vijftig messteken, twaalf dagen nadat zij de relatie beëindigde die in totaal zeven maanden had geduurd. Josh wachtte daarna op de politie.

In het eerste deel van het Britse tweeluik Social Media Murders (92 min.), geregisseerd door respectievelijk Angus Cameron en Natasha Cox, reconstrueren Molly’s ouders, vriendinnen en allerlei deskundigen de toxische relatie tussen de twee geliefden. Die wordt verder inzichtelijk gemaakt met hun online-conversatie, die uiteindelijk uitmondt in laster, chantage en stalking.

Deel twee van de true crime-serie concentreert zich op de gewelddadige dood van de Engelse backpacker Grace Millane in Nieuw-Zeeland. Als zij tijdens haar wereldreis in Auckland arriveert, komt ze via social media in contact met ene Jesse Shane. Een dag later, op 2 december 2018 viert Grace haar 22e verjaardag. Op de felicitaties die binnenkomen reageert ze echter helemaal niet. Grace is vermist.

Met behulp van chatberichten, telefoongegevens en beveiligingscamera’s weet de politie te deduceren hoe het Britse meisje de laatste uren voor haar verdwijning heeft doorgebracht, wat er in die periode met haar kan zijn gebeurd en hoe het daarna verder is gegaan. Was het een koelbloedige moord? Of toch een Fifty Shades Of Grey-achtige fantasie die helemaal uit de hand is gelopen?

Deze twee tragische kwesties vestigen de aandacht op de gevaren van de online-wereld: dat iemand die je ontmoet niet hoeft te zijn wie hij zegt dat hij is en dat we allemaal steeds beter zicht- en vindbaar zijn, ook voor de politie, door de sporen die we achterlaten op het web. Intussen voelt de kijker van deze twee crimedocs zich ook een beetje een voyeur. Van levens die op hun kwetsbaarst vanuit allerlei hoeken en gaten zijn vastgelegd. Ter leering ende vermaeck.

Free As A Bird

KRO-NCRV

Met een nieuwe nier kan Ariana de la Fosse blijven dansen. In de familie is alleen geen nier beschikbaar. Als die er op korte termijn niet komt, zal het twaalfjarige Nederlandse meisje voorlopig moeten gaan spoelen. En nierdialyse is toch wel erg moeilijk te combineren met de hobby waar ze zich viermaal per week helemaal aan overgeeft: dansen.

Op het strand fantaseert Ariana met een vriendinnetje over van wie ze een orgaan zou kunnen krijgen. Hoe zou die er dan uitzien? Is het een man of een vrouw? Is het een jong iemand? Ze kijkt naar de zee. ‘Die dikke mevrouw…’, giebelt ze. Ariana denkt er nog eens over na: ‘Het maakt me niet echt uit wie het is. Ik wil wel dat diegene er een beetje fris uitziet.’

Met haar broer Arthur en hond Mikey werkt ze in Free As A Bird (15 min.) aan een filmpje, waarmee ze een donor hoopt te vinden. Via die opnames belicht regisseur Annelies Kruk de nierziekte van het meisje. Dit gebeurt zoals dat in veel (Nederlandse) jeugddocu’s wordt gedaan: vanuit het perspectief van het kind en met een positieve inslag. Geen sombermansverhalen dus.

Dat werkt ook in dit geval weer prima. Ariana is weliswaar een kind met een hulpvraag, letterlijk in dit geval, maar wordt geen moment als een slachtoffer afgebeeld. Free As A Bird is daarmee fijn kijkvoer voor zowel ouders met kinderen als ouderen zonder kinderen. En hopelijk vaart Ariana’s zoektocht naar een donor, inmiddels uitgezet via sociale media, er wel bij.

Jason

VPRO

Terwijl hij razendsnel een Rubiks Kubus oplost, kijkt Jason Bhugwandass op zijn laptop naar een tamelijk bloederige uitlegvideo over een mastectomie. Daarna belt hij met zijn behandelaar. ‘Ik heb je foto gezien die je ons had gestuurd, van hoe je borstkas er nu uitziet’, zegt zij. Op die borstkas komt een groot litteken.

‘Dat maakt mij niet zoveel uit’, stelt Jason resoluut. ‘Ik wil eigenlijk wel plat.’ De Amsterdamse jongen, begin twintig, lacht er beminnelijk en zenuwachtig bij. ‘Eigenlijk heb ik alles wat ik moet weten’, constateert zijn gesprekspartner even later. Jason zelf heeft nog wel een vraag, voor als hij zou komen te overlijden op de operatiekamer. ‘Mocht het gebeuren, maak je me dan wel eerst af?’

Jason (90 min.), de hoofdpersoon van deze nieuwe documentaire van Maasja Ooms is op een missie, maar die heeft slechts zijdelings met zijn transitie van meisje naar jongen te maken. Pas gaandeweg wordt duidelijk waar hij zich precies sterk voor – of beter: tégen – wil maken. Eerst moeten er, vergezeld door zijn vaste knuffel, enkele ‘bakken’ in zijn hoofd, vol met trauma’s uit zijn jeugd, worden geleegd.

In dat kader ondergaat hij EMDR-therapie, een terugkerend element in deze observerende film waarbij Ooms opnieuw haar uitgesproken kracht als maakster toont: ze slaagt erin om héél dichtbij te komen – ook emotioneel – en blijft ogenschijnlijk toch geheel afwezig. Ze neemt verder de tijd voor elke scène en geeft nauwelijks context, zodat de kijker het verhaal zelf bij elkaar moet puzzelen.

Daarbij spelen de ontwikkelingen in het stemmige Jason zich nóg meer onderhuids af dan in haar vorige twee documentaires: Alicia (2017), een aangrijpend portret van een meisje dat helemaal verdwaald raakt in de Nederlandse jeugdzorg, en Rotjochies (2019), over ontspoorde jongeren die tijdens een verblijf op het Franse platteland weer op het rechte spoor moeten worden gebracht.

Die films komen dan ook wat directer binnen dan dit broeierige portret, dat soms ook een heel klein beetje trekt. Samen vormen de documentaires evenwel een verplicht drieluik over knelpunten binnen de Nederlandse jeugdzorg. Want daarover heeft ervaringsdeskundige Jason, die een traumatische opname achter de rug heeft, dus een punt te maken: de gesloten jeugdzorg moet worden afgeschaft.

Terwijl hij de demonen van zijn verleden probeert te bezweren en zich inzet voor een doel dat hemzelf ontstijgt, probeert Jason soms ook heel geconcentreerd, met behulp van een mes en een vork, een Rubiks kubus in een vaas te wurmen. Is het een metafoor voor wie hij zelf is? Een puzzel die je pas kunt oplossen als hij is bevrijd? Of, zoals hij en zijn behandelaar constateren, dat simpelweg niets onmogelijk is?

Beppie

IDFA

In 1964 verscheen het eerste deel van de legendarische Up-serie. 7Up liet veertien Britse kinderen van zeven jaar aan het woord, die vervolgens elke zeven jaar opnieuw zouden worden opgezocht. Een jaar later, in 1965, verscheen Johan van der Keukens portret van zijn buurmeisje Beppie (36 min.), een tienjarig Amsterdams straatschoffie dat menigeen voor zich innam. Niet in het minst Van der Keuken zelf, die haar ‘het zonnetje van de achtergracht’ noemde.

Hoe zou het zeven jaar later met Beppie Klaassen zijn geweest? En weer zeven jaar daarna? Sterker: hoe zou het nu zijn met haar? Ze moet inmiddels zo ongeveer de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. In de documentaire Leven Met Je Ogen, die Ramón Gieling in 1997 maakte over regisseur Johan van der Keuken, vertelt ze in elk geval hoe ze voor de opnames van Beppie een koude douche moest nemen. Anders besloeg de cameralens. Naderhand kreeg ze naar verluidt een zak patat van de filmmaker.

Met acht broertjes en zusjes woont Beppie begin jaren zestig met haar ouders in een kleine woning in de hoofdstad. Thuis hebben ze het niet breed. Op school is ze een keer blijven zitten. Ze kletst te veel. Tijdens het oefenen van tafels zingt het ontwapenende meisje nochtans uit volle borst mee. Haar vrije tijd brengt ze vooral op straat door. Met kattenkwaad natuurlijk. Ze vertelt er open over. Over een ‘ruitje inkinkelen’ met een ander meisje bijvoorbeeld. ‘Haar zusje zegt dat er een foto van je wordt gemaakt’, zegt Beppie. Ze richt zich vervolgens tot de camera: ‘Is dat waar?’

Dan is belletje trekken toch veiliger. Samen met andere kinderen trekt Beppie van deur naar deur. Van der Keuken volgt haar op de voet: ook naar de Zeedijk, waar ze de vrouwen achter de ramen ‘uitslovertjes’ noemt. Of de plaatselijke bioscoop waar Beppie, voor het oog van de camera van Ed en Gerda van der Elsken, echt helemaal opgaat in de tekenfilms. Tussendoor praat ze over de westernserie Bonanza, Caballero-sigaretten en de jongen, geen eens een gemene, die sinds kort haar vriendje is. Al blijft ze, zo zegt ze er meteen nuchter achteraan, waarschijnlijk niet haar hele leven bij hem.

Met hedendaagse ogen bekeken roepen de opzet en verhaallijn van Beppie allerlei vragen op – moest die bioscoopscène bijvoorbeeld echt zo lang? vanwaar die soms wel erg dominante muziek? waarom komen haar ouders pas helemaal aan het eind van de film aan het woord? – maar als kinderportret, sfeertekening en tijdsbeeld staat deze korte documentaire nog altijd fier overeind. Helaas is het bij deze ene productie over de potentiële publiekslieveling Beppie gebleven.