Norges Vei Tilbake

Netflix

Een hele generatie Noren is opgegroeid zonder eindtoernooi. Beter: met toernooien zonder het Noorse voetbalelftal. Sinds het Europees Kampioenschap van 2000 krijgt Noorwegen steeds de deksel op de neus tijdens de kwalificatie. De ene deceptie volgt op de andere.

Als de voetbalbond in 2020 oud-international Ståle Solbakken aanstelt als bondscoach, is er echter nieuwe hoop. Het Scandinavische elftal heeft met aanvoerder en spelverdeler Martin Ødegaard (Arsenal) en spits Erling Haaland (Manchester City) inmiddels internationale sterren in de gelederen. Toch gaat het in de kwalificatieronden voor het WK van 2022 en het EK van 2024 wéér mis. Solbakken dreigt de zak te krijgen. Hij krijgt echter nog één allerlaatste kans, om zich te plaatsen voor het wereldkampioenschap in de Verenigde Staten, Mexico en Canada van 2026.

En ditmaal slaagt de fanatieke coach wél in zijn missie. In het tweeluik Norges Vei Tilbake (internationale titel: Norway: The Dark Horse, 120 min.) reconstrueert Emil Trier de Noorse wederopstanding: hoe een elftal, dat in 2023 nog gebroken uit een verloren beslissingswedstrijd tegen Schotland is gekomen, zich weer opricht en via zeges op Italië, Moldavië, Estland en Israël een ideale uitgangspositie verwerft om het WK te bereiken. De climax daarvan, de allesbeslissende laatste wedstrijd tegen groepsfavoriet Italië, is alleen vreemd genoeg al aan het begin van de tweede aflevering geposteerd.

Als die horde is genomen – en, net als de vorige wedstrijden, met de gebruikelijke bombast en het nodige drama is uitgeserveerd – volgt de voorbereiding van het Noorse elftal op het wereldkampioenschap zelf, inclusief een oefenwedstrijd tegen het Nederlands elftal. Deze productie dreigt dan als een nachtkaars uit te gaan. Wat rest is alleen nog een kwestie die vermoedelijk vooral in Noorwegen zelf de gemoederen verhit: welke spelers halen de definitieve WK-selectie wel/niet? Is er bijvoorbeeld een plek voor Jens Petter Hauge, de sterspeler van de Champions League-revelatie Bodø/Glimt?

Net als de rest van het land verneemt de flankaanvaller het nieuws via een live-uitzending op televisie, waarin de namen van de geselecteerde spelers nog altijd omfloerst bekend worden gemaakt. Zodat het toch nog even spannend wordt.

Michael Jackson: The Verdict

Netflix

Hij fungeert als een soort vooruitgeschoven post voor de familie Jackson. Nu de speelfilm Michael, waarin de beschuldigingen van kindermisbruik tegen de King Of Pop onbesproken blijven, is uitgegroeid tot een wereldwijde bioscoophit, wordt Michael Jacksons voormalige advocaat Brian Oxman ingezet om de schade ook in de documentaires die volgen op die film zoveel mogelijk te beperken. Michael Jackson: The Verdict (156 min.) is na An American Tragedy en The Trial de derde serie waarin de gestaalde ‘smooth talker’ opdraaft. En daarin treft hij opnieuw openbaar aanklager Ron Zonen tegenover zich.

Ook de Britse televisiemaker Martin Bashir is ditmaal van de partij. Zijn documentaire Living With Michael Jackson (2003) zette de zaak destijds in gang. Voor de camera bekende ‘Wacko Jacko’ dat Gavin Arvizo, het dertienjarige jongetje dat nét iets te dicht tegen hem aan zat, op zijn landgoed Neverland regelmatig bij hem in bed sliep. Daarna viel de halve wereld over Michael Jackson heen. De Amerikaanse zanger werd er later nog van beschuldigd dat hij Arvizo ‘Jezussap’, ofwel alcohol, had gegeven, pornografie met de jongen bekeek en hem ook had misbruikt. En het joch zou niet z’n enige slachtoffer zijn.

Verder wordt deze driedelige serie van Nick Green bevolkt door vertrouwde gezichten, bronnen die dik twee decennia na de rechtszaak tegen de popster in 2005 en zeventien jaar na zijn overlijden nog altijd een dagtaak hebben aan het belichten van Jacksons bedorven erfenis, zoals Jacksons oud-medewerkers Vincent Amen en Raymone Bain, voormalig familievriend Stacy Brown, de Arvizo-vertrouwelinge Louise Palanker en rechercheur Rosibel Smith. Green lijkt bovendien exclusief (?) toegang te hebben gekregen tot Jacksons beveiliger Kerry Anderson, rechtbankjournalist Diane Dimond en enkele juryleden.

Binnen deze zeer polariserende kwestie, die onlangs in Nederland een soort reprise heeft gekregen met de geruchtmakende strafzaken tegen Marco Borsato en Ali B., belanden zij doorgaans duidelijk aan één kant van de maatschappelijke discussie: als Jackson-apologeet, tegen beter weten in (?) zijn onschuld bepleitend. Of helemaal overtuigd van zijn schuld, gewapend met een heleboel belastende feiten (die niet zomaar met gezond verstand weggeredeneerd kunnen worden). Al deze vooruitgeschoven bronnen zijn niet meer dan pionnen in de aanhoudende media-oorlog rond Jackson, die ouderwets is opgelaaid.

Deze grondige terugblik op de rechtszaak die, hoeveel blaren Brian Oxman ook op zijn tong praat, ‘s mans nalatenschap is gaan domineren, gooit ongetwijfeld ook weer olie op het vuur – al is het wel opmerkelijk dat Michel Jackson: The Verdict helemaal geen aandacht besteedt aan de beschuldigingen die later, bijvoorbeeld via de spraakmakende documentaire Leaving Neverland, nog tegen Jackson zijn geuit.

Marty, Life Is Short

Netflix

Het leven is kort. Die titel ligt, gezien de lengte en de achternaam van de hoofdpersoon, voor de hand: Marty, Life Is Short (101 min.). In het geval van de Canadese komiek/acteur Martin Short, die beweert dat hij aan een gelukkige jeugd lijdt, heeft die titel echter ook nog een andere betekenis: het leven kan zomaar ineens afgelopen zijn.

Regisseur Lawrence Kasdan, de maker van dit portret van de man die doorbrak bij de comedyshows Second City, SCTV en Saturday Night Live, daarna een ster werd in Hollywood en op Broadway en nu op late leeftijd opnieuw scoort met de serie Only Murder In The Building, behoort tot Shorts Bekende Vriendenkring. Die verzamelt zich sinds jaar en dag voor etentjes, feestjes en vakanties in Snug Harbour, het zomerhuis van Martin en zijn echtgenote Nancy Dolman in Ontario. Een groot deel van die groep participeert ook in deze documentaire: Eugene Levy, Steve Martin, Tom Hanks, Steven Spielberg, Andrea Martin, Paul Shaffer, Catherine O’Hara, Walter Parkes en Rita Wilson.

En er draait ook altijd wel een camera als zij zich bij de Shorts verpozen met hun gezinnen en andere bekendheden zoals Chevy Chase, Kurt Russell, Goldie Hawn, Sally Field, Danny Glover of Glenn Frey (Eagles) ontmoeten. In een jolige bui spelen Martin Short (als zijn eigen karikaturale typetje Ed Grimley) en Tom Hanks (in de iconische rol van Forrest Gump) er bijvoorbeeld een scène uit de filmklassieker Butch Cassidy And The Sundance Kid na. ‘Momma always said: jumping off cliffs is like a box of chocolates’, zegt Forrest in stijl. ‘You never know what you might hit.’ Waarna ze zich, tot hilariteit van de andere aanwezigheden en in navolging van Robert Redford en Paul Newman, in zee storten.

Die homevideo’s zijn zeer vermakelijk. Net als de talloze fragmenten uit zijn films, voorstellingen en shows. Short transformeert in de meest buitenissige personages (de plompe interviewer Jiminy Glick bijvoorbeeld, die de sterren écht alles mag vragen, vindt ie zelf) en zorgt continu voor kolderieke taferelen.  Hij laat zich intussen door Kasdan ook wel een beetje in z’n kaarten kijken, maar geeft, zeker als het gaat om zijn huwelijk en kinderen, beslist niet alles prijs. Want hoewel zijn leven inmiddels toch echt moet worden gekarakteriseerd als ‘long’ en zijn carrière als geslaagd, heeft Martin Short op sommige momenten in zijn leven onmiskenbaar ook aan het kortste eind getrokken.

The Salt Path Scandal

SkyShowtime

Een financieel geschil met een man die ze altijd als een vriend hebben beschouwd zorgt ervoor dat Raynor Winn en haar echtgenoot Moth hun huis in Wales kwijtraken. Tot overmaat van ramp blijkt Moth een terminale ziekte te hebben. Samen hervinden zij zich echter tijdens een wandeltocht van meer dan duizend kilometer langs de Britse zuidwestkust, die ook heilzaam blijkt voor zijn gezondheid. Dit hartverwarmende uitgangspunt vormt de basis voor Winns memoires, die in 2018 uitgroeien tot een internationale bestseller: Het Zoutpad. Als vanzelfsprekend volgt in 2024 ook een verfilming, met Gillian Anderson en Jason Isaacs als het onfortuinlijke echtpaar.

Het optimistische verhaal wordt aan de man gebracht als ‘onverbiddelijk eerlijk’. Non-fictie dus. Tijdens interviews draagt Raynor Winn die boodschap ook consequent uit. En dan wordt onderzoeksjournalist Chloe Hadjimatheou van de Britse krant The Observer begin 2025 benaderd door een anonieme bron: Winn heeft dat hele verhaal bij elkaar verzonnen. De zaak steekt totaal anders in elkaar. Raynor Winn heet, om te beginnen, in werkelijkheid Sally Walker en haar man gewoon Tim. Hadjimatheou heeft in eerste instantie eigenlijk weinig fiducie in het verhaal. Sterker: ze moet Het Zoutpad zelf nog gaan lezen. Al snel valt ze echter van de ene in de andere verbazing.

The Salt Path Scandal (74 min.) is geboren. Eerst via krantenartikelen, daarna als podcast en nu dus in een documentaire van Josie Besbrode, die aansluit bij Hadjimatheous onderzoek naar de achtergronden van dit ‘waargebeurde verhaal’. Een belangrijk deel van haar gesprekken met bronnen, die Winns waarheid op alle mogelijke manieren weerleggen, voelt wel enigszins gekunsteld. Alsof ze voor de camera nog eens zijn overgedaan. De docu behandelt ook slechts een selectie van Hadjimatheous bevindingen. Het feit dat de Walkers nog een (weliswaar vervallen) huis in Frankrijk hadden en tijdens hun wandeling dus niet dakloos waren ontbreekt bijvoorbeeld. 

In de slipstream van Chloe Hadjimatheou maakt Besbrode in haar vertelling, die is doorsneden met fragmenten uit het audioboek van The Salt Path en speelfilmscènes, desondanks zeer aannemelijk dat Raynor Winn een pijnlijk loopje met de waarheid heeft genomen. Menige lezer voelt zich ook bekocht. Niet omdat met een fictief verhaal geen aangrijpend relaas of een groter verhaal kan worden verteld, natuurlijk, maar omdat de schrijfster de authenticiteit van non-fictie misbruikt om een verzonnen verhaal te lanceren. En op het pad naar wereldwijd succes heeft ze talloze mensen, uit haar directe omgeving of onderweg ontmoet, ogenschijnlijk rücksichtslos voor de bus gegooid.

De commotie rond het boek heeft de verkoop van Het Zoutpad overigens helemaal geen kwaad gedaan. Want zoals doorgewinterde marketeers allang weten: er bestaat niet zoiets als slechte publiciteit.

Michael Jackson: The Trial

Videoland

Het bioscoopsucces van de nieuwe speelfilm Michael, door de erven Jackson vakkundig weggestuurd van de hardnekkige beschuldigingen van kindermisbruik tegen de Amerikaanse zanger, songschrijver en danser, zet de schijnwerper weer vol op Michael Jackson (1958-2009). Het is onvermijdelijk dat daarbij die onwelgevallige verhalen over de King Of Pop tóch weer opduiken.

Terwijl de BBC-serie Michael Jackson: An American Tragedy uitzoomt en de impact van de beschuldigingen op Jacksons leven en carrière probeert te vatten, zoomt deze miniserie van Channel 4 juist in: op de rechtszaak die voortvloeit uit Martin Bashirs scandaleuze documentaire Living With Michael Jackson (2003), waarin de wereldvreemde popster vertelt dat het dertienjarige jongetje Gavin Arvizo, dat tijdens het interview nét iets te intiem tegen hem aanzit, gewoon bij hem in bed mag slapen. Later zal Gavin verklaren dat de zanger hem dronken heeft gevoerd en misbruikt.

In de vierdelige docuserie Michael Jackson: The Trial (184 min.) van Gillian Pachter komt, behalve een aantal sprekers uit het kamp Jackson en anderen die hem juist veroordeeld probeerden te krijgen, ook de hoofdpersoon zelf aan het woord. ‘Als je me nu zou vertellen dat ik nooit meer een kind zou zien, zou ik er een eind aan maken’, zegt Michael Jackson bijvoorbeeld, in audio-opnames uit 2000-2001 van gesprekken met zijn vertrouwenspersoon, de rabbijn Shmuley Boteach, één van de bronnen die in beide producties participeren. ‘Dat zweer ik. Want ik heb niets anders om voor te leven.’

Zulke uitspraken zijn natuurlijk voor tweeërlei uitleg vatbaar – al roepen die allebei vragen op over Jacksons geestesgesteldheid. Ook het idee om een privéfilm van Arvizo en hem te maken, waarin de twee hand in hand voor de camera lopen, is op z’n minst twijfelachtig te noemen. De artiest wil bovendien dat zijn eigen mierzoete compositie I’ll Be There daaronder wordt gemonteerd. ‘Ik heb nooit zijn seksuele kant gezien’, stelt Jacksons vaste cameraman Christian Robinson (2001-2004) niettemin. ‘Ik zag een aseksuele man die twaalf jaar wilde zijn en met waterballonnen wilde spelen.’

Met z’n ‘less is more’-insteek werkt The Trial als een nadere inkleuring van An American Tragedy. De miniserie kruipt naar de binnenkant van een maatschappelijk en raciaal geladen schandaal en belandt daarmee op hetzelfde terrein als Ezra Edelmans epische docuserie O.J.: Made In America (2016), over de geruchtmakende rechtszaak tegen O.J. Simpson. In Pachters productie komen de onkreukbare openbaar aanklager Ron Zonen en Jacksons advocaat Brian Oxman, die als een Amerikaanse televisiedominee de zaak van zijn beroemde cliënt met veel theater blijft bepleiten, tegenover elkaar te staan.

Zij vertegenwoordigen de zoektocht naar de waarheid en het koste wat het kost beschermen van de nalatenschap van de grootste popster van de wereld, krachten die zeventien jaar na Jacksons dood nog altijd in gevecht met elkaar zijn. Intussen lijkt de muziek van Michael Jackson alweer uit het verdomhoekje te zijn gehaald.

Kort na Michael Jackson: The Trial werd door Netflix Michael Jackson: The Verdict uitgebracht. Een driedelige serie die eveneens de rechtszaak in 2005 belicht.

Woodstock, 3 Days Of Peace & Music

Warner Bros

In 1969 bestaat er nog niet zoiets als een festivalseizoen, met een ruim van tevoren vastgelegde evenementenkalender. De organisatoren van Woodstock, het festival dat de geschiedenis zal ingaan als de hoogmis van het hippietijdperk, betreden nog grotendeels onontgonnen terrein. Hun geesteskind veroorzaakt gigantische verkeersopstoppingen, bezorgt de lokale middenstand zowel een topomzet als kopzorgen en levert gevaren op voor de volksgezondheid, in de vorm van slechte LSD.

Ruim 400.000 ‘freaks’, véél meer dan verwacht, strijken van 15 tot en met 18 augustus neer op een weiland van de melkveehouder Max Yasgur in de Amerikaanse staat New York voor Woodstock, 3 Days Of Peace & Music (224 min.). Deze klassieke festivalfilm van Michael Wadleigh, die Martin Scorsese naar verluidt geen ‘credit’ als coregisseur gunde, ruimt natuurlijk alle ruimte in voor de line-up waarvoor zij naar dit Boomertown avant la lettre zijn getrokken: Richie Havens, The Who, Joan Baez, Ten Years After, Crosby, Stills & Nash, Santana, Jefferson Airplane, Canned Heat, Janis Joplin, Sha-Na-Na en Sly & The Family Stone.

Het levert onvergetelijke concertimpressies op, veelal in zeer effectief split screen uitgeserveerd: Joe Cockers carrière-definiërende uitvoering van With A Little Help From My Friends bijvoorbeeld. De anti-Vietnamoorlog-meezinger The “Fish” Cheer/I-Feel-Like-I’m-Fixin’-To-Die Rag van Country Joe & The Fish (‘Whoopee, we’re all gonna die!’). Of Jimi Hendrixs feedbackversie van het Amerikaanse volkslied. Tussendoor toont Wadleigh het leven in deze ad hoc geformeerde hippiemaatschappij, waar joints van hand tot hand gaan, naakt wordt gezwommen en tijdens onweer spontaan een regendans en modderglijpartijen ontstaan.

‘Ik kan met trots zeggen dat de inwoners van dit land trots kunnen zijn op deze kinderen’, laat de plaatselijke korpschef zowaar monter optekenen. En hoewel sommige omwonenden in Bethel, New York, wel degelijk mopperen, gaat het er doorgaans best beschaafd aan toe in Woodstock. ‘Dokter Jack Maitland, alstublieft, neem al uw hechtmaterialen mee, want u bent hier nodig’, meldt de festivalomroeper bijvoorbeeld. ‘U moet een bevalling doen.’ Luttele minuten later volgt een nieuwe oproep: ‘City McGee, kom onmiddellijk naar de rechterachterkant van het podium. Ik heb begrepen dat je vrouw aan het bevallen is. Gefeliciteerd.’

Het ultieme sixties-festival, een ongegeneerde viering van de tegencultuur, blijkt vaak een kwestie van improviseren. Geen draaiboek te bekennen. Er is te weinig water, nooit genoeg eten en nauwelijks een plek om te ontlasten. En toch blijven de ‘blommenkinderen’, waarvan er ook nog een paar aan het woord komen, alles van de positieve kant bekijken. Woodstock is en blijft daardoor te allen tijde ‘groovy’ – en daarmee ook een ongekend tijdsdocument. Van een periode waarin vrede en (vrije) liefde de wereld leken te gaan veroveren – totdat de ‘squares’, en hun onvermijdelijke ‘pigs’, hem toch weer in hun macht kregen.

Michael Jackson: An American Tragedy

BBC

Het is de tragiek van Michael Jackson (1958-2009). Nooit meer kan hij in ons collectieve geheugen weer dat ogenschijnlijk onbekommerde kindersterretje worden, dat z’n familiegroep The Jackson 5 begin jaren zeventig naar de toppen van de hitlijsten zong. De ongenaakbare popheld, die met het soloalbum Thriller (1982) het ene na het andere record brak en de popmuziek grondig vernieuwde. En zelfs niet die beeldbepalende figuur, met het bizarre gedrag, aan wie de wereld zich kon blijven vergapen.

Sinds hij in 1993 voor het eerst werd beschuldigd van het misbruiken van weerloze kinderen, is alles bezoedeld geraakt: Jacksons ongenadige talent als zanger, songschrijver en danser. Zelfs het weerloze kind dat hij zelf ooit was, in het oog van de wereld opgegroeid en als jongetje al opgezadeld met de verantwoordelijkheid voor een gehele familie, lijkt persona non grata te zijn geworden. Een onschuldig ogend welpje dat gaandeweg zou zijn uitgegroeid tot een grenzeloos seksueel roofdier.

In de driedelige serie Michael Jackson: An American Tragedy (175 min.) neemt Sophie Fuller nog geen uur de tijd om Jacksons leven en carrière te schetsen, vóórdat die helemaal door elkaar worden geschud door de beschuldigingen van de dertienjarige Jordan Chandler en zijn familie. En hoewel die zaak voor ettelijke miljoenen wordt geschikt, blijft hij besmet. Zelfs een huwelijk met de dochter van de King Of Rock & Roll, Lisa Marie Presley, kan de reputatie van de King Of Pop niet meer redden.

Zijn zus La Toya, tot dan de belangrijkste bron van deze miniserie, verdwijnt dan van het toneel. Alsof de familie Jackson, die naar verluidt ook bij de speelfilm Michael weer een dikke vinger in de pap heeft gehad, z’n handen aftrekt van het aardedonkere deel van zijn nalatenschap. Fuller kan echter terugvallen op een brede waaier aan bronnen: zowel vrienden, medewerkers en belangenbehartigers als onafhankelijke waarnemers, critici en de rechercheurs die de beschuldigingen tegen ‘Wacko Jacko’ hebben onderzocht.

Met al die getuigenissen, geïllustreerd met overdadig archiefmateriaal, schetst ze een scherp en toch genuanceerd overzicht van De Casus Michael Jackson: hoe een verknipte, eenzame en diep tragische figuur en z’n team met allerlei kunstgrepen (zoals een beroep op de zwarte identiteit, die hij eerder juist heeft afgezworen) zijn imago proberen te redden. Een man die volgens zijn spirituele adviseur, rabbi Shmuley Boteach, verslaafd is geraakt aan de adoratie van z’n fans en die zijn grip op de realiteit volledig kwijt is.

Martin Bashirs documentaire Living With Michael Jackson (2003 ), waarin Jacksons ongepaste omgang met de minderjarige Gavin Arvizo pijnlijk in het oog springt, lijkt zijn definitieve ondergang te hebben ingeluid, terwijl Leaving Neverland (2019), waarin Wade Robson en Jimmy Safechuck verklaren hoe Jackson hen als kind heeft misbruikt, hem tien jaar na zijn dood definitief brandmerkt als pedofiel – al blijven zijn fans toch wel achter hem staan en valt daar nog altijd een flinke duit mee te verdienen.

De eveneens in het voorjaar van 2026 verschenen docuseries Michael Jackson: The Trial en Michael Jackson: The Verdict zoomen volledig in op de casus van Gavin Arvizo.

Love, Ted Bundy

Oxygen

Hij werkte als vrijwilliger voor een zelfmoordpreventiehulplijn, publiceerde over hoe seksueel geweld kan worden voorkomen en was actief binnen een misdaadcommissie van de Amerikaanse stad Seattle. Edna Cowell Martin vond haar knappe neef Ted een moordkerel. Ze adoreerde hem als een oudere broer. De twee waren samen opgegroeid en belandden daarna allebei op de Seattle University. En toen begonnen er in 1974 in hoog tempo jonge vrouwen te verdwijnen in de staat Washington, meisjes die zomaar vriendinnen hadden kunnen zijn van Edna. De gedachte dat Ted in de buurt woonde gaf haar toch wel enig gevoel van veiligheid.

Bijna een halve eeuw heeft de Amerikaanse vrouw gezwegen over deze neef, de man die tegenwoordig als ‘de popster onder de seriemoordenaars’ te boek staat. In 1986 nam Edna weer contact op met Ted Bundy, die toen al lang en breed in een dodencel zat te wachten op zijn executie. Ze hadden in de voorgaande tien jaar geen contact met elkaar gehad. Zijn nicht had besloten om Ted te schrijven, in de hoop hem informatie over zijn (nog onbekende) slachtoffers te kunnen ontfutselen. De neef, die z’n hele leven dus een complete vreemde voor haar was gebleven, beantwoordde haar brieven. Hij ondertekende die alsof er niets aan de hand was: Love, Ted Bundy (85 min.).

Edna Cowell Martin wil haar briefwisseling met die beruchte neef nog altijd alleen met handschoenen aanraken. Ze heeft haar schroom om over hem te vertellen inmiddels wel laten varen. Ze was bepaald niet de enige die zich door Ted in de luren had laten leggen. Haar latere echtgenoot Don vond het een ‘goeie gast’, vertelt hij aan documentairemaker Christopher Cassel, die hun herinneringen omkleedt met een mixture van archiefmateriaal en erg gelikte reconstructies. De twee kunnen een uniek persoonlijk perspectief toevoegen aan wat er al bekend is over de diabolische killer – al tasten ook zij nog altijd, letterlijk, in het duister over wat er écht in hem omging.

Edna kan zich met terugwerkende kracht nog wel een paar momenten herinneren, waarin zijn ogen letterlijk zwart werden en haar geliefde neef even een totaal andere man leek. Het monster dat zich in eigen kring altijd verscholen had gehouden, zou later diepe schaamte veroorzaken bij alle mensen die hem ooit tot hun familie of vriendenkring hadden gerekend. Anna, het enige kind van Edna en Don, ontdekte zelfs pas later dat haar moeder verwant was aan Ted Bundy, de seriemoordenaar over wie we bijna veertig jaar na zijn dood, getuige ook Edna’s boek Dark Tide en deze degelijke true crime-docu die daarop is gebaseerd, nog altijd niet zijn uitgepraat.

Fukushima: A Nuclear Nightmare

Ikuo Izawa / Blast Films / VPRO

Een aardbeving triggert op vrijdag 11 maart 2011 een tsunami in Japan. Al snel nadert het woeste water de kerncentrale Fukushima Daiichi in Ōkuma. De speciaal aangelegde zeewal is kansloos. Een nucleaire ramp dreigt, véél erger dan Tsjernobyl. In het ergste geval ontstaat er een complete meltdown en wordt het gehele noorden van het land door radioactieve straling volstrekt onbewoonbaar.

In de stemmige documentaire Fukushima: A Nuclear Nightmare (90 min.) reconstrueert regisseur James Jones (AntidoteOn The President’s Orders en Chernobyl: The Lost Tapes) met enkele direct betrokkenen, deskundigen en journalisten de ramp in wording, die met nieuwsbeelden, visualisaties en dagboekfragmenten van de Japanse premier Naoto Kan héél dichtbij wordt gebracht.

De naderende catastrofe is volgens journalist Martin Fackler van The New York Times het gevolg van een aaneenschakeling van menselijke blunders. Het hoofdkantoor van de Tokyo Electric Power Company (TEPCO) in de Japanse hoofdstad zit letterlijk op afstand, heeft in de voorgaande jaren talloze waarschuwingen in de wind geslagen en stapelt ook als de nood aan de man komt weer fout op fout.

Akira Kawano, senior manager bij TEPCO, werpt die suggestie ver van zich. Bij nucleaire energie geldt vanzelfsprekend altijd veiligheid eerst, zegt hij. ‘We hebben ons aan alle voorschriften gehouden. Daarom mochten we ook in bedrijf zijn.’ Maar: veiligheid kost volgens Kawano ook geld. ‘Je kunt je dus afvragen of kerncentrales überhaupt moeten worden gerund door bedrijven met een winstoogmerk.’

Om de crisis te bezweren wordt er een team samengesteld, de zogeheten ‘Fukushima 50’. Het gaat in werkelijkheid om bijna zeventig medewerkers die achterblijven in de centrale, zodat anderen daar weg kunnen. Ze staan ogenschijnlijk voor een harakiri-missie. Onder hen is Ikuo Izawa, ploegleider reactor 1 en 2. Hij voelt zich echter bepaald geen held, vertelt ie. Eerder een medeplichtige.

Vanuit de centrale mailt Izawa zijn kinderen. ‘Ik reken erop dat jullie je om elkaar zullen bekommeren.’ Daarbij doelt hij in het bijzonder op zijn vrouw die in een rolstoel zit. ‘Dat zou een zware last worden voor mijn kinderen, maar zij waren de enigen die ik dit kon vragen.’ En dan gaat ie samen met die andere naamloze helden/medeplichtigen aan het werk om een nog veel grotere ramp te voorkomen.

De gebeurtenissen in Fukushima, die door Jones zeer indringend worden opgeroepen, onderstrepen nog maar eens met welke krachten de mens speelt als ie zich inlaat met nucleaire energie en hoe belangrijk ’t is om die onder controle te houden. De omgeving van de kerncentrale is intussen nog altijd onbewoonbaar. Het wegwerken van alle schade en vervuiling duurt vermoedelijk nog vele generaties.

I’m Chevy Chase And You’re Not

CNN

‘Ik probeer je gewoon te begrijpen’, zegt documentairemaakster Marina Zenovich tegen de protagonist van haar nieuwste film. ‘Dat meen je niet!’ reageert Chevy Chase sarcastisch. ‘Dat wordt dan niet gemakkelijk voor je.’ Zij vraagt door: ‘Waarom niet?’ Hij reageert rücksichtslos. ‘Daar ben je niet slim genoeg voor. Wat vind je daarvan?’

De documentaire I’m Chevy Chase And You’re Not (98 min.) is nauwelijks begonnen. En de Amerikaanse komiek heeft zijn reputatie van onverbeterlijke hork alweer eer aangedaan. Chase legt uit: ‘Ik ben complex en diep en kan gemakkelijk pijn worden gedaan. Op mensen die me proberen te doorgronden, reageer ik dus direct. Dan houd ik mijn schild omhoog. Ik laat me liever niet uitpluizen.’

Aan Zenovich, die eerder portretten maakte van Chase’s vakbroeders Richard Pryor en Robin Williams, de schone taak om die klus tóch te klaren. Ze gaat daarvoor te rade bij mensen die met hem werkten, zoals Martin Short, Goldie Hawn en Dan Aykroyd, maar haalt ook zijn broer Ned Chase, halfbroer John Cederquist, (derde) vrouw Jayni en dochters Cydney, Emily en Caley voor de camera.

Zij laten zijn gehele leven de revue passeren: Chase’s rol als blikvanger in de beginperiode van Saturday Night Live, het navolgende succes in Hollywood, z’n hardnekkige cocaïneverslaving, volledig mislukte talkshow, depressies, drankprobleem en rol als ‘pain in the ass’ bij de serie Community. Een man met zowel een aardedonkere als een liefdevolle kant, laverend tussen grappig en gemeen.

Tussendoor handelt Chevy Chase met z’n personal assistant/vriend Pat de wekelijkse fanmail af, koopt hij een bloemetje voor Jayni of speelt hij een potje schaak in het café. Daarbij kan hij grappig uit de hoek komen. Ook, of júist, als Marina Zenovich ’t hem even moeilijk maakt. Want dat wordt gedurende deze vermakelijke docu steeds duidelijker: humor is voor Chase ook een afweermechanisme.

Achter het lompe, klunzige en dolkomische personage, zowel op als naast het scherm, zit een beschadigde man – lees: een beschadigd kind – verscholen, die zich met allerlei fratsen uit lastige situaties probeert te redden en het leven meester wil blijven. Dat lijkt op z’n ouwe dag behoorlijk te lukken. En zoals ’t een Amerikaanse film betaamt, krijgt dit portret van een komiek op leeftijd dus een lekker Hollywood-eind.

Waarna de aftiteling begint en die ene Paul Simon-videoclip, waarin hij de absolute hoofdrol claimde, natuurlijk nog op het scherm verschijnt.

Het Magische Leven Van Kazàn

SkyShowtime

‘Als je aan tafel zat, verdween er altijd wel een zoutvaatje of vloog er een servet over de tafel’, herinnert zoon Oscar zich zijn jeugd met goochelaar Hans Kazàn. ‘En, uiteraard, op verjaardagsfeestjes deed m’n vader altijd trucjes voor m’n vriendjes. Want hij was natuurlijk altijd bezig met het maken van nieuwe televisieshows en hij moest altijd nieuwe goocheltrucs uitproberen. En aan wie liet hij z’n trucs dan zien? Ja, aan ons!’

Kazàn (echte naam: Mulders) werd in de jaren zeventig een landelijke bekendheid door zijn bijdrage aan het jeugdprogramma Ren Je Rot, waarin hij eenvoudige trucjes uitlegde aan kinderen. De goochelboekjes die hij in die tijd ook uitbracht, raakten een gevoelige snaar bij ene Hans Klok uit Purmerend, tegenwoordig illusionist van beroep en nog altijd vol lof over Kazàn. Volgens sommige concullega’s overtrad die echter een beroepscode. Want over trucs hield je te allen tijde je mond. Het kwam de goochelaar zelfs op bedreigingen te staan, vertelt hij in Het Magische Leven Van Kazàn (58 min.).

In deze vlotte docu neemt Jelmar Hoekstra met de hoofdpersoon zelf, zijn gezin, medewerkers zoals regisseur Rolf Meter en assistente Antje Monteiro en de populaire komiek Andre van Duin de loopbaan door van de goochelaar, die ook nog ettelijke honderden afleveringen van het televisieprogramma Prijzenslag presenteerde. Intussen viel de appel niet ver van de boom. Kazàns zoons Renzo en Oscar vormden samen met schoondochter Mara jarenlang het trio Magic Unlimited. En Steven, de jongste telg van de Kazànnetjes, maakte eveneens naam als goochelaar en komiek.

En net als deze docu een wel erg vluchtige goednieuwsshow dreigt te worden, een promofilm voor het merk Kazàn bijna, passeren de zeldzame spierziekte van dochter Lara en het financiële fiasco rond hun eigen theater Magic Palace in Torremolinos, die de altijd goedlachse Hans aan de rand van de afgrond heeft gebracht, nog de revue. Zodat voor eens en altijd duidelijk wordt dat het lachen zelfs een ‘mensenmens’ zoals Hans Kazàn kan vergaan. Al duurt dat in deze magische versie van het leven van de Kazàns nooit héél erg lang.

Take That

Netflix

De jongens waarvan vrijwel elk meisjeshart in de jaren negentig sneller ging kloppen, zijn inmiddels mannen van middelbare leeftijd geworden. Tijd om te reflecteren, oude glorie te laten herleven en – cynisch bekeken – nog eens te cashen.

Na documentaireproducties over The Backstreet Boys, *NSYNC en Boyzone en portretten van de blikvangers van deze groepen, zoals de tragische broers Nick en Aaron Carter en het Britse enfant terrible Robbie Williams, komt nu Williams’ boyband aan de beurt: Take That (153 min.), de Engelse tegenhanger van de Amerikaanse trendsetter New Kids On The Block (die nog altijd wacht op een serieuze documentaire).

Herstel: niet Williams’ boyband, maar de boyband van Gary Barlow. De absolute spil van het vijftal, door dik en dun gesteund door de bedenker van de groep, Nigel Martin-Smith. Die interne dynamiek lijkt vragen om problemen. Die komen er dus ook. Als Take Thats populariteit bizarre proporties aanneemt, lopen ook de stress en druk op. En dan zijn er altijd weer leden die denken dat hun deel toch echt meer is dan de som der delen.

Bij Take That is het in eerste instantie Robbie Williams die niet meer in de pas wil lopen. En dan duurt het niet lang voordat ook Gary Barlow solo door wil, wat sowieso al z’n oorspronkelijke plan was. Take That geeft in 1996 voor een studio vol hysterische tienermeisjes z’n aller-aller-allerlaatste optreden in, jawel, Ivo Niehes TV Show. Aflevering 2 van deze miniserie van David Soutar is dan alleen pas een minuut of een tien onderweg.

De jarenlange vete tussen Gary en Robbie moet dan nog op gang komen, terwijl de andere groepsleden oplopen tegen de grenzen van het leven van een ex-popster. Stuk voor stuk kijken ze in deze miniserie openhartig terug op de opkomst, ondergang en – tuurlijk! – wederopstanding van hun band. Soutar houdt hen daarbij volledig buiten beeld, zodat die mannen van middelbare leeftijd er blijven uitzien als appetijtelijke boys.

En ondanks alle stress, kinnesinne en onderlinge competitie stevenen ze zo af op de onvermijdelijke conclusie van deze trip nostalgia, verwoord door één van de huidige Take Thatters: ‘Het was het allemaal waard. Echt waar!’

The Unstoppable Shirley MacLaine

AVROTROS

Ze is inmiddels begin negentig en zit al ruim zeventig jaar in het vak. The Unstoppable Shirley MacLaine (53 min.) maakte sinds de jaren vijftig naam als actrice, danseres, zangeres, schrijfster en new age-goeroe.

Jean Lauritano probeert al die facetten van haar lange leven en loopbaan tot hun recht te laten komen in deze gesmeerd lopende archieffilm, die wordt aangestuurd door een alwetende verteller. Daarin komen verder alleen verschillende incarnaties van Shirley MacLaine aan het woord en in beeld. Zonder dat andere pratende hoofden de aandacht daarvan kunnen afleiden.

Shirley MacLaine debuteerde in 1955 in de Hitchcock-film The Trouble With Harry en stond als vrouw jarenlang haar mannetje binnen The Rat Pack, een groep acteurs/zangers, onder wie Frank Sinatra, Dean Martin en Sammy Davis Jr., die de toon zette in Hollywood. MacLaine – met in haar kielzog jongere broer Warren Beatty – werd eveneens zéér succesvol.

Ze liet de ene op de andere filmhit volgen en begon (overigens onverzilverde) Oscar-nominaties te verzamelen: Some Came Running (1959), The Apartment (1961), Irma la Douce (1964) en The Turning Point (1978). Totdat ze in 1984 als vijftigjarige dan tóch een Academy Award op de schouw mocht zetten, voor haar rol als dominante moeder in Terms Of Endearment (1984).

Dit tv-portret zet alle hoogte- en dieptepunten uit het publieke leven van Shirley MacLaine nog eens netjes op een rijtje, zonder dat de kijker ook echt een kijkje achter de façade krijgt bij de larger than life-diva, één van de allerlaatste representanten van de zogeheten ‘Golden Age Of Hollywood’ die voor interviews altijd enkele snedige oneliners in de achterzak lijkt te hebben.

Een vrijgevochten vrouw die, ondanks een huwelijk van bijna dertig jaar, seksuele vrijheid zocht. Ze speelde dat imago ook lekker in het openbaar uit. ‘Ik wil al mijn mannelijke tegenspelers bedanken, met wie ik op het scherm of in het echt de liefde heb bedreven’, krijgt ze tijdens een speech bijvoorbeeld de lachers op haar hand. ‘Ik kan me hooguit de helft van hen herinneren.’

En collega Carrie Fisher zet daar, naar aanleiding van het verhaal dat MacLaine op één dag met drie verschillende mannen zou hebben geslapen, nog een uitroepteken achter: ‘You’re someone I wanna be when I grow balls.’ En dat is in het algemeen het beeld van Shirley MacLain dat na dit portret blijft hangen: een vrouw die met hetzelfde gemak ‘one of the guys’ als een femme fatale speelt.

Breakdown: 1975

Netflix

Ooit wisten Amerikanen het min of meer zeker: aan het eind winnen ‘the good guys’. In 1975 is dat echter bepaald niet meer zo vanzelfsprekend. Enkele politieke moorden, Watergate en de Vietnamoorlog hebben geknaagd aan het zelfvertrouwen van de trotse natie, die het jaar erop precies twee eeuwen zal bestaan. En dat gevoel wordt weerspiegeld in Hollywood. ‘1975 was het beste jaar om mensen een film met een slechte afloop te geven’, stelt acteur/komiek Patton Oswalt in het aantrekkelijke essay Breakdown: 1975 (91 min.) van Morgan Neville. ‘Ze gingen er massaal naartoe.’

Naar de rampenfilms The Towering Inferno en The Poseidon Adventure. ‘Revenge-o-matics’ zoals het omstreden Charles Bronson-verhikel Death Wish. De Blaxploitation-hits Shaft, Super Fly en Sweet Sweetback’s Baadasssss Song. Paranoiathrillers zoals The Conversation, Three Days Of The Condor en The Parallax View. En, natuurlijk, de hits van ‘New Hollywood’, toen de gekken zogezegd even het gesticht mochten runnen en zwartgeblakerde klassiekers afleverden zoals One Flew Over The Cuckoo’s Nest, Taxi Driver, Chinatown, All The President’s Men, Dog Day Afternoon en Network.

Aan de hand van de meest uitgesproken films van halverwege de jaren zeventig, slim met elkaar versneden en toegelicht door een combinatie van direct betrokkenen, beschouwers en liefhebbers zoals Martin Scorsese, Ellen Burstyn, Oliver Stone, Peter Biskind, Seth Rogen en Bill Gates doet Neville, via zijn verteller Jodie Foster, het verhaal van een samenleving die zogezegd in een ‘post-alles en pre-niets’-tijdperk verzeild was geraakt. Amerika bleek hard toe aan introspectie. Of, in de woorden van die tijd: de Verenigde Staten moesten gaan werken aan zichzelf. Tijd dus voor ‘De Mij-generatie’.

Breakdown: 1975 openbaart zich intussen als een film van grote ideeën, meeslepende verhalen en soms ook behoorlijk korte bochten. Gesitueerd in het jaar, waarin via een televisiepersonage zoals Archie Bunker (All In The Family), de Oscar-winnende documentaire Harlan County USA en de entree van de rozige tv-series Happy Days en Little House On The Prairie tevens de toekomst van Amerika zichtbaar begon te worden. In de vorm van pak ‘m beet cultuuroorlogen, een gedesillusioneerde arbeidersklasse en opperste nostalgie, het verlangen naar een land dat in werkelijkheid nooit had bestaan.

Het einde van dit kanteljaar in de Amerikaanse (film)historie werd natuurlijk ingeluid door – taada, tada, tada, tada, tada, taada! – Steven Spielbergs Jaws, de eerste van een lange rij blockbusters. Toen de beoogde recette in Hollywood definitief de overhand leek te krijgen op artistieke zeggingskracht. Tegelijk trok de Disney-versie van Amerika de zege naar zich toe. Ook de ‘goeien’ gingen dus weer winnen….

Thank You Very Much

Drafthouse Films

Zelfs bij zijn dood, op slechts 35-jarige leeftijd als gevolg van longkanker, waren mensen in Andy Kaufmans omgeving op hun hoede, bang dat ze (opnieuw) het slachtoffer waren geworden van een onsmakelijke grap. Want voor Kaufman was alles – nee: álles – een act. Tot gekmakens toe.

‘Wat zou Andy Kaufman hebben gedaan als hij niet was gestorven’, filosofeert zijn beste vriend Bob Zmuda hardop in de documentaire Thank You Very Much (99 min.). ‘Hij zou zijn eigen dood gefingeerd hebben!’ Sterker: samen met z’n vriendin Lynne Margulies speculeerde hij daar ook over. ‘We spraken er regelmatig over hoeveel jaar hij weg zou moeten blijven. En dat werd steeds langer en langer, want één jaar was niet genoeg.’ Tien jaar? Twintig? Dertig zelfs? ‘Denk je dat mensen me nog zullen herinneren als ik dertig jaar ben weg geweest? vroeg hij dan. En dan zei ik: dat doen ze zeker als je terugkomt.’

Inmiddels duurt de afwezigheid van Andy Kaufman (1949-1984) al meer dan veertig jaar.  Tegelijkertijd  is zijn werk levend gebleven. Via de speelfilm Man On The Moon (1999), waarin Jim Carrey een onvergetelijke Andy Kaufman neerzet. Via een onnavolgbare documentaire over het maken van die film, Jim & Andy: The Great Beyond – Featuring A Very Special, Contractually Obligated Mention Of Tony Clifton (2017) en hoe Carrey bijna ten onder ging aan die onvergetelijke rol. En nu via dit portret van Alex Braverman, die met heerlijk archiefmateriaal kan laten zien waarom we Kaufman maar niet kunnen/willen vergeten.

Hij herleidt diens geheel eigen kijk op comedy, en op het leven in het algemeen, tot één gebeurtenis in Kaufmans vroegste kindertijd. Als kleine jongen uit Long Island in New York is Andy gek op zijn opa. Wanneer die plotseling overlijdt, besluiten zijn ouders dat dit nieuws een te grote schok is. Ze vertellen hem dat ‘Papu Sy’ op reis is gegaan naar het buitenland – een versluierde dood, juist. Andy is woest. ‘Waarom nam hij me dan niet mee?’ Hij sluit zich op in z’n kamer, begin daar in z’n eentje op te treden en biedt zichzelf, zonder dat z’n ouders ’t weten, via een advertentie in de krant aan voor kinderfeestjes.

Deze act groeit in de navolgende jaren uit tot een alsmaar serieuzere bezigheid en krijgt in 1975 een vervolg in het legendarische televisieprogramma Saturday Night Live. Enkele jaren later bemachtigt Kaufman ook een rol in de populaire sitcom Taxi. Het sullige typetje Latka Gravas, dat oorspronkelijk Baji Kimran of Foreign Man wordt genoemd, is gebaseerd op zijn Iraanse studiegenoot Bijan Kimiachi. ‘Ik ben de echte Latka Gravas’, zegt die trots. Hij kijkt verwonderd toe als zijn vriend in zijn grote succesperiode een reguliere baan neemt in de bediening bij een restaurant. Waarom? Niemand die ’t zeker weet. 

Schaamte en ongemak zijn Kaufmans handelsmerk. Undercover in het televisieprogramma The Dating Game, als zijn schofterige alter ego Tony Clifton en bij het showworstelen met vrouwen, die hij consequent afzeikt. Acts die routineus te ver worden doorgevoerd, tot het niet meer ‘leuk’ is – of juist wel. Thank You Very Much profiteert daar een kleine halve eeuw later nog altijd van. Het eeuwige kind Andy Kaufman zorgt afwisselend voor opperste verbazing, schaamrood op de kaken en buikpijn van het lachen – al is de film uiteindelijk minder ontregelend dan de lekker dwarse start doet vermoeden.

‘Zij lachen om ons’, zei Kaufman volgens zijn vriend en professioneel ’hoaxer’ Bob Pagani over z’n publiek. ‘En wij lachen om hen. Kortom: iedereen lacht!’ Totdat dit hen vergaat, als Kaufman zolang in zijn rol blijft dat anderen zich afvragen of het (nog) wel een rol is. Deze hartveroverende documentaire zet de schijnwerper nog eens vol op deze man die zijn leven als ‘één lange, verwarrende en prachtige performance’ zag.

Gerry Adams: A Ballymurphy Man

Galway Film Fleadh

Hij belichaamt als geen ander de afgelopen halve eeuw van Noord-Ierland. Toen ‘The Troubles’ losbarstten, sloot Gerry Adams zich aan bij het gewapende verzet van de Irish Republican Army (IRA) tegen de Britse overheersing. Later ontwikkelde hij zich tot het gezicht van Sinn Féin, de politieke tak van de IRA, en behoorde hij tot de architecten van het zogeheten Goedevrijdagakkoord in 1998, dat nu alweer ruim 25 jaar voor vrede zorgt op dit woelige stukje aarde dat ook wel Ulster wordt genoemd.

De ene Noord-Ier (of Brit) kan het bloed van de katholieke activist nog altijd wel drinken, terwijl een andere Noord-Ier juist zweert bij Gerry Adams: A Ballymurphy Man (117 min.). De Engelse documentairemaakster Trisha Ziff behoort in elk geval niet tot de eerste categorie. Zij voelt hem tenminste niet uitgebreid aan de tand over zijn bijdrage aan het sektarische geweld, zoals z’n vermeende rol als brein achter IRA-aanslagen. Deze beschuldiging stak onlangs weer de kop op in Say Nothing (2024), de veelgeprezen dramaserie die is gebaseerd op een non-fictie bestseller van Patrick Radden Keefe.

Dat zit ook ingebakken in de vorm van dit portret, waarin Adams zelf zijn levensverhaal doet, zonder vragen of andere sprekers, en daarmee meteen chronologisch Ulsters recente historie doorloopt, die wordt geïllustreerd met een weelde aan archiefmateriaal. De documentaire werd gefilmd in de loop van vijf jaar, die ogenschijnlijk vooral aan interviews zijn besteed, en heeft het karakter gekregen van een autobiografie. Dat heeft bij een sleutelfiguur zoals Gerry Adams beslist z’n waarde, maar dus ook zo z’n beperkingen. Want het achterste van zijn tong laat ie doorgaans niet zien.

Het is natuurlijk de vraag wat kritische bevraging van deze door de wol geverfde spreekbuis zou hebben opgeleverd. Elke vraag is waarschijnlijk al eens aan hem gesteld. En het antwoord, op z’n minst in gedachten, allang geformuleerd. Zoals elk deel van zijn leven ook z’n eigen oneliner heeft gekregen. Zijn jeugd in de wijk Ballymurphy in Belfast bijvoorbeeld, als telg van een zéér arm gezin. ‘Maar niemand die dat doorhad, want iedereen in onze omgeving was straatarm.’ Of de vijandigheid en het gevaar die hem al z’n hele leven ten deel vallen. ‘Ik ben gezegend met waardeloze moordenaars.’

Een bevlogen man die inmiddels plaats heeft gemaakt voor een nieuwe generatie Noord-Ieren en die nu nog eens goed op z’n praatstoel gaat zitten. Hij heeft ontegenzeggelijk iets te zeggen en krijgt daar in deze film ook alle gelegenheid voor.

Rowwen Hèze – Blieve Loepe

Tangerine Tree / NTR

Al veertig jaar vormen ze samen Rowwen Hèze, de groep die gedurig de Peel in brand zet en nog altijd genoeg geduld heeft om rustig te wachten op ‘de dag dat heel Holland Limburgs lult’. Achter Limburgs trots, die met Bestel Mar zo’n beetje het ultieme feestnummer op z’n naam heeft staan en die elk jaar traditiegetrouw afsluit met een uitgelaten Slotconcert in thuisdorp America, gaan echter mannen met heel verschillende karakters en levens schuil.

Afgaande op de documentaire Rowwen Hèze – Blieve Loepe (56 min.) van Ruud Lenssen gaan die ook lang niet altijd even gemakkelijk samen. De band lijkt in elk geval geen traditionele vriendengroep. Natuurlijk, er waren tijden dat ze samen op vakantie gingen, maar ze lieten elkaar ook vaak links liggen en hebben elkaar vast ook wel eens de tent uitgevochten. ‘Het is niet altijd makkelijk geweest, nee’,  vertelt gitarist Theo Joosten. En dat wordt beaamd door zo’n beetje elk bandlid, ieder in z’n eigen woorden.

Daarmee wordt dit groepsportret niet de volautomatische lofzang die films over een jubilerende band soms kunnen worden – al blijken de verschillende leden, als puntje bij paaltje komt, toch ook wel weer verknocht aan elkaar. Lenssen portretteert hen los van elkaar en lijkt daarna toe te werken naar de speciale editie van hun Slotconcert, waarbij Limburgers van alle leeftijden zich kunnen uitleven op de soundtrack van hun bestaan die Rowwen Hèze nu al zo lang en voorlopig ook nog wel even vertolkt.

Totdat ook de band ooit, in navolging waarschijnlijk van het verscheiden van één van z’n kernleden, met De Neus Omhoeg gaat. Eerst heeft zanger Jack Poels, aangespoord door drummer Martîn Rongen, echter nog bitterzoete herinneringen aan zijn vader Jan, voor wie de lokale gemeenschap destijds insprong, te verwerken in een lied. Samen met Rowwen Hèzes accordeonist en producer Tren van Enckevort sleutelt hij aan een weemoedige Breef Aan Thoes, die daadwerkelijk de climax vormt van deze door en door Limburgse film.

House Of Hope

Cinema Delicatessen

Over enkele maanden wordt ‘t 7 oktober 2023. Deze film over een Palestijnse vrije school op de Westelijke Jordaanoever is dan ruim een half uur onderweg. De kinderen hebben aan het begin al een eed afgelegd dat ze een niet-gewelddadige, vreedzame persoon willen zijn. Het jongetje dat dan het woord heeft, verwijst naar Martin Luther Kings I Have A Dream-speech en schetst een hoopvol beeld: een natie waarin iemand niet wordt beoordeeld op z’n huidskleur of afkomst, maar op zijn eigen persoonlijkheid. ‘You must be the change you wish to see’, staat er achter op zijn rode schoolshirt.

Dit House Of Hope (89 min.), in Al Eizariya op de Westbank, is opgericht door de Palestijnse vrouw Manar Wahhab en haar echtgenoot Milad. In een omgeving waar het voor kinderen gemakkelijk is – en misschien ook wel voor de hand ligt – om de wapens op te nemen, vangen zij hen liefdevol op. Ze prediken op school geweldloos verzet en helpen de leerlingen met het plaatsen en verwerken van pijn en verdriet. Tegelijkertijd wordt de basisschool door talloze beveiligingscamera’s omgeven en komen er via de media continu berichten binnen over ontsporend geweld en verdere escalaties.

Als er zo ook nieuws binnenkomt over de terreuraanval van Hamas op 7 oktober en Israëls vernietigende reactie daarop, lijkt alles in het leven van Manar in gevaar te komen. Haar ideaal om Palestijnse kinderen een betere toekomst te kunnen bieden, dat documentairemaker Marjolein Busstra een kleine twintig jaar eerder al voor haar innam en dat dus heeft geresulteerd in een eigen school, wordt nu getoetst door de wrange realiteit. Waar blijven hoop en liefde als het Israëlische leger ’s nachts binnenvalt, als raketaanvallen iedereen bang maken en als je je zorgen maakt over je eigen kinderen?

Busstra legt van binnenuit vast hoe ze binnen de school trouw proberen te blijven aan hun eigen principes. ‘Als iemand ons pijn doet, reageren we niet door de ander pijn te doen’, houdt Manars man Milad de kinderen bijvoorbeeld voor. ‘We reageren met het recht, met woorden.’ Tegelijkertijd twijfelen de twee ook over hun eigen kinderwens. Manar wil eigenlijk graag nog een kind, maar vraagt zich af of ze dat wel wil in deze wereld. ‘Als iedereen zo denkt, dan krijgt niemand meer kinderen’, reageert haar schoolcollega Zain scherp. ‘Dan worden we een minderheid.’

Intussen moeten Manar en Milad hun zoon Neshan gewoon elke dag die wereld insturen, langs checkpoints en wegversperringen. In de hoop dat hem niets overkomt. Binnen die zeer geladen situatie, laverend tussen het optimisme diep van binnen en opperste wanhoop over het lot van hun volk, proberen ze met hun leerlingen steeds weer ‘het licht in ons hart’ te vinden en zelf overeind te blijven. Ga in vrede, zeggen ze, in een film waarin de gevolgen van het aanhoudende geweld op het hoofd en hart van Palestijnen wordt onderzocht, tegen de kinderen – en vast ook een beetje tegen zichzelf.

1971

Maximum Pictures & Fork Films

Op maandag 8 maart bokst Muhammad Ali in de New Yorkse Madison Square Garden ‘The Fight Of The Century’ tegen Joe Frazier. 1971 (79 min.). Elders in de Verenigde Staten, in Media in de staat Pennsylvania om precies te zijn, vindt op die avond nóg een gevecht plaats. Om de waarheid.

Op maandagavond 8 maart 1971 komt namelijk ook The Citizens’ Commission To Investigate The FBI in actie. Een klein team van activisten breekt in bij een lokaal kantoor van J. Edgar Hoovers geliefde/gehate Federal Bureau of Investigation. De geheime informatie die zij buit maken leidt uiteindelijk tot het eerste officiële onderzoek van het Amerikaanse congres naar illegale activiteiten van de veiligheidsdiensten in 1975. J. Edgar Hoover (1895-1972), een bullebak die in totaal 37 jaar leiding gaf aan de FBI, is dan overigens al in het harnas gestorven.

In deze film van Johanna Hamilton uit 2014 treden de inbrekers voor het eerst uit de anonimiteit. Zij kwamen voort uit de anti-oorlogsbeweging. Ze waren woedend over de Amerikaanse acties in Vietnam, geschokt door de moorden op Martin Luther King en Robert Kennedy in 1968 en bereid om over te schakelen op clandestiene acties. De FBI voerde al jaren een vuile oorlog tegen alles wat Hoover als on-Amerikaans beschouwt en was dus een ideaal doelwit voor de operatie, die in het diepste geheim werd voorbereid en uitgevoerd (en hier met acteurs wordt gereconstrueerd).

Zo werd voor het eerst zichtbaar, voor iedereen die ‘ t wilde zien, hoe de FBI als sterke arm fungeerde voor een nietsontziende directeur die al decennia boven de wet stond. En als het hem beliefde, wilde Hoover ook best optreden als de ‘attack dog’ van een wraakzuchtige leider zoals Richard Nixon. De toenmalige president zou ruim een jaar later overigens ook betrokken zijn bij een geruchtmakende inbraak: op 17 juni 1972, in het Watergate-gebouw. En die zorgde ervoor dat hij als eerste president in de Amerikaanse geschiedenis in 1974 moest aftreden.

Ze bedoelden ‘t goed, constateert Media-inbreker Bob Williamson ruim veertig jaar na The Citizens’ Commission, maar hebben ook bijgedragen aan het toegenomen cynisme in hun land. De kinderen van John en Bonnie Raines verbazen zich er dan weer over dat hun ouders destijds zo’n risico namen, ook met hún toekomst. Toen collega-activist Keith Forsyth kinderen kreeg, verdween het sterke verhaal over dat FBI-kantoor juist naar de achtergrond. Totdat hij zag dat het leven van hun grote inspirator, de befaamde natuurkundige en vredesactivist Bill Davidon, naar z’n einde liep.

Vóór zijn dood moest het verhaal over het échte gevecht van maandagavond 8 maart 1971 naar buiten worden gebracht. En dat was niet hoe Bill Frazier tijdens een epische match in Madison Square Garden Muhammad Ali versloeg.

John Candy: I Like Me

Prime Video

‘Had ik maar meer slechte dingen over hem te zeggen’, begint zijn vriend en collega Bill Murray bij de start van de documentaire John Candy: I Like Me (112 min.) van Colin Hanks. ‘Maar dat is het lastige als je het over John hebt. Mensen hebben weinig slechte dingen over hem te zeggen.’

Dat is een wat ontmoedigende start voor een bijna twee uur durend portret van een comedian, die al ruim dertig jaar dood is. Zeker als daarna de gloedvolle speech van Dan Aykroyd, een andere vriend en collega, bij Candy’s uitvaart op 18 maart 1994 is te horen, begeleid door een wervelende collage van zijn rollen in Hollywood-hits als StripesSplash en Uncle Buck. Prachtvent, vermoedelijk. Maar is nu in wezen niet alles al verteld? 

Vooruit, John Candy (1950-1994) groeide op in de omgeving van Toronto, verloor zijn vader toen hij vijf was en zou altijd het gevoel houden dat hij in geleende tijd leefde. Terwijl de Canadees naam maakte als komiek bij de Amerikaanse sketchshow SCTV, met de bijnaam Johnny Toronto, en vervolgens doorbrak in Hollywood bleef Candy bang dat hij net als zijn vader niet ouder zou worden dan 35. Ook zijn ongezonde levensstijl speelde hem daarbij natuurlijk parten.

Vanwege zijn overgewicht zou hij ook vaak getypecast worden als gezellige en grappige dikkerd. Het succes dat hij zo kreeg kon de pijn die hij daarvan had nooit volledig wegnemen. Vanwege aanhoudende twijfel en onzekerheid besloot de onvervalste ‘people pleaser’ uiteindelijk om in therapie te gaan en een diëtist in te huren. En toen, op de set van de film Wagons East, kreeg John Candy op slechts 43-jarige leeftijd een hartaanval.

Een combinatie van verwanten, waaronder zijn vrouw Rose, zoon Christopher en dochter Jennifer, en collega’s zoals Dan Aykroyd, Martin Short, Steve Martin, Conan O’Brien, Mel Brooks, Macauley Culkin en Tom Hanks plaatsen zijn veel te korte leven nog eens in perspectief. Een sympathieke, getalenteerde en gulle man, als we hen mogen geloven in deze vermakelijke film, die alleen wel een kartelrandje had kunnen gebruiken.

Want naar wat de man nu werkelijk dreef, hoe hij echt was als partner en vader en of hij niet liever in wat zwaardere films had gespeeld, blijft ‘t, ook na bijna twee uur, nog altijd gissen.