Madoff: The Monster Of Wall Street

Netflix

Bernie Madoff leidde ‘de grootste criminele onderneming ooit op Wall Street’, was niets minder dan ‘een financiële seriemoordenaar’ en vertegenwoordigde zo ‘het pure kwaad’. In het intro van de vierdelige docuserie Madoff: The Monster Of Wall Street (253 min.) stapelt regisseur Joe Berlinger, de man achter de true crime-franchises Crime Scene en Conversations With A Killer van Netflix, allerlei smeuïge quotes op elkaar. Zodat de zappende kijker zijn afstandsbediening aan de kant legt en blijft hangen bij deze thriller uit het hart van de financiële wereld. ‘Over honderd jaar zullen mensen zich dit verhaal herinneren’, zegt één van de gedupeerden nog.

In zijn officiële verklaring bekent Bernard L. Madoff (1938-2021) dat hij inderdaad loog voor de kost. Zo liet hij maar liefst 64 miljard dollar verdwijnen. En dat kon hij alleen volhouden omdat hij zo’n onberispelijke reputatie had op Wall Street. Madoff werd, als bestuursvoorzitter van de NASDAQ, beschouwd als één kopstukken van de financiële wereld. Intussen hield hij er een beleggingsadviesbedrijf op na, dat zich aan elke controle onttrok. Daarmee zei hij gelden van derden in sterk speculerende aandelen te beleggen. In werkelijkheid ging het om een Ponzifraude, waarmee Bernie permanent ongelooflijke geldbedragen rondschoof en voor zichzelf afroomde.

En wanneer iemand twijfelde over de gang van zaken was zijn reactie altijd hetzelfde: als je al die vragen hebt, moet je misschien je geld eruit halen. Want daarvoor had hij, een succesvol en drukbezet man, natuurlijk geen tijd. Zelfs doorgewinterde investeerders tuinden er dan weer in. Want als keizer zonder kleren, dat maken de verschillende sprekers in deze serie (Madoffs advocaat, oud-medewerkers, beursdeskundigen, financiële specialisten, journalisten, opsporingsambtenaren en slachtoffers) wel duidelijk, kende Madoff zijn gelijke niet. Ook al opereerde hij dan in een wereld, waarin nog wel meer figuren met ontzettend veel bravoure en heel weinig kleren rondlopen.

Behalve met archiefbeelden, officiële documenten en figuratieve shots van computers, cijferreeksen en Manhattan illustreert Berlinger de ervaringen, anekdotes en conclusies van al die pratende hoofden tevens met een fikse hoeveelheid gereconstrueerde scènes. Met veel gebruik van slow-motion, en vaak zonder natuurlijk geluid, zet hij het drama flink aan. Daarin slaat hij soms echt door: de shots waarin de acteur Joseph Scotto, die de spil van het piramidespel vertolkt, als ‘een financiële seriemoordenaar’ in de camera tuurt werken bijvoorbeeld eerder op de lachspieren dan dat ze buitenstaanders een blik in de ziel van ‘Mr. Ponzi Scheme’ verschaffen.

Madoff: The Wolf Of Wall Street is bovendien nogal overcompleet. Berlinger neemt erg veel tijd om Bernies gigantische fraude en het totale gebrek aan controle daarop uit de doeken te doen. Insiders hebben weliswaar regelmatig aan de bel getrokken over mogelijke witteboordencriminaliteit, maar toch weet hij steeds weer de dans te ontspringen. Niemand wil of kan geloven dat ook deze keizer geen kleren aanheeft – of heeft er simpelweg belang bij om te blijven doen alsof Bernard Madoff er weer prachtig bij zit. En als het doek dan toch is gevallen en deze zaak van epische proporties moet worden afgewikkeld, zijn het, natuurlijk, vooral ‘de kleine luyden’ die aan het kortste eind trekken.

Ook de familie Madoff krijgt in de geladen climax van deze miniserie echter ongenadig de rekening gepresenteerd.

A Compassionate Spy

IDFA

‘Als hij destijds had geweten van de gruweldaden van de Sovjet-regering, beweerde hij later, dan had hij nooit het lef gehad om informatie naar hen door te spelen’, zegt Joan Hall over de omstreden stap die haar echtgenoot Ted, enkele jaren voordat zij hem leerde kennen, als jonge man had gezet. ‘Dat is ongetwijfeld waar,’ voegt ze er direct aan toe. ‘Maar als hij ’t niet zou hebben gedaan, was dat slecht geweest voor de wereld.’

Als medewerker van The Manhattan Project in Los Alamos, een team van Amerikaanse militairen en wetenschappers dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in het diepste geheim werkte aan de ontwikkeling van de atoombom, lekte de briljante natuurkundige Ted Hall samen met zijn studievriend van Harvard, Saville Sax, in 1944 geheimen naar de Sovjet-Unie, de grootmacht die na afloop van de oorlog de aartsvijand van de Verenigde Staten zou worden in de Koude Oorlog. 

Terwijl het Amerikaanse echtpaar Julius en Ethel Rosenberg in 1953 op de elektrische stoel belandde vanwege spionage, bleef Hall al die jaren uit de handen van de FBI. ‘De Rosenbergs waren maar kleine vissen als je ze vergelijkt met Ted Hall, stelt Joseph Albright, die samen met zijn vrouw Marcia Kunst het boek Bombshell: The Secret Story Of America’s Unknown Spy Conspiracy schreef. Pas in 1998, een jaar voor zijn dood, speelde de gewezen spion en hoofdpersoon van deze film eindelijk open kaart.

Met A Compassionate Spy (102 min.) stapt de gerenommeerde documentairemaker Steve James, de man achter portretterende coming of age-films als Hoop DreamsStevie en America To Me, buiten zijn eigen comfort zone en laat zich door Joan Hall, de kinderen van Ted en Saville en enkele historici meenemen naar het hart van de Koude Oorlog, die mede werd ingeleid door het Amerikaanse besluit om verpletterende atoombommen op de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki te gooien.

De VS wilden vooral indruk maken op de Sovjet-Unie, stelt auteur Daniel Axelrod (To Win A Nuclear War). Japan stond immers op het punt om zich over te geven. Ted Hall was tegen die tijd al gedesillusioneerd afgehaakt. Na de eerste geslaagde test met een atoombom herkende hij zichzelf totaal niet in de euforie binnen het Manhattan Project. Somber trok de jongeling zich terug op zijn kamer en nam een besluit dat zijn leven, dat van zijn latere gezin en wellicht zelfs de wereld zou veranderen.

James reconstrueert dit kleine vergeten verhaal, dat een grote geschiedenis representeert, met een combinatie van interviews, archiefmateriaal en een flinke hoeveelheid nagespeelde scènes met acteurs. Daarmee slaagt hij erin om de geest van de Koude Oorlog op te roepen en invoelbaar te maken wat er destijds op het spel stond. ‘De wereld is extreem dichtbij een totale ramp gekomen’, stelt Hall geëmotioneerd, tijdens een interview aan het einde van zijn leven en de film.

En die dreiging, waarschuwt Steve James in deze overtuigende historische documentaire, blijft actueel zolang er leiders of landen zijn die beschikken over atoomwapens.

Blind Ambition

Paradiso Entertainment

‘Het is alsof Egypte meedoet met skiën tijdens de Olympische Winterspelen’, stelt wijnschrijver Tamlyn Currin over het speciaal samengestelde Team Zimbabwe dat aan de wereldkampioenschappen wijnproeven wil meedoen. De vier Zimbabwanen, die los van elkaar en soms met gevaar voor eigen leven hun land zijn ontvlucht, werken nu stuk voor stuk als sommelier in hun nieuwe thuisbasis Zuid-Afrika.

In Château de Gilly in de Bourgogne gaan Joseph Dhafana, Tinashe Nyamudoka, Pardon Taguzu en Marlvin Gwese de strijd aanbinden met 23 andere nationale teams, om de officieuze wereldtitel te bemachtigen. Ze moeten daarvoor blind twaalf wijnen proeven en dan vaststellen uit welke streek die afkomstig zijn, wat de druifsoort is, wie de wijnmaker is geweest en wat het jaar van oorsprong zou kunnen zijn. Team Zimbabwe moet van tevoren met een crowdfundingsactie alleen nog wel 6500 pond ophalen om überhaupt naar Frankrijk te kunnen afreizen.

Die wedstrijd fungeert in deze aardige film van Warwick Ross en Rob Coe in eerste instantie vooral als aansprekend decor voor de persoonlijke verhalen van de vier gevluchte Zimbabwanen. ‘Iedereen moet zich bewust worden van het feit dat migranten geen kakkerlakken zijn die moeten worden vernietigd omdat ze een invasie zijn van onze heilige ruimte’, stelt de Zuid-Afrikaanse dominee Paul Verryn, die Joseph Dhafana na z’n vlucht opving in zijn kerk. ‘Sommige van de meest diepgaand ontwikkelde en ongelooflijk prachtige geesten passen niet op de plek waar wij denken dat ze horen.’

Datzelfde lijkt in Blind Ambition (96 min.) ook een beetje op te gaan voor Joseph en de drie andere zwarte Afrikanen, wanneer zij onder de noemer Team Zimbabwe participeren in een bezigheid voor voornamelijk welgestelde witte mensen. Gelukkig hebben ze een gerenommeerde coach gevonden: Denis Garret. ‘Denis is een spectaculaire man. Heel bizar. Je mag ‘m of je hebt een hekel aan hem.’ Aan het woord is de excentrieke Franse wijnexpert zelf, die deze documentaire een zekere joie de vivre en smakelijke afdronk geeft én de aandacht ook weer richting de wedstrijd stuurt.

Daar – boven een wijnglas, naast een coach waarvan ze vooral last blijken te hebben en in een Frans chateau – worden de vier Afrikanen geconfronteerd met wie ze zijn, waren én willen worden. En dat is, om te beginnen, in elk geval niet allerlaatste.

Point Of Order!

‘Have you no sense of decency, sir?’ Die vraag van Joseph Welch aan senator Joe McCarthy zou de geschiedenisboeken ingaan. Vrij vertaald: hebt u dan geen enkel fatsoen, meneer? De klassiek geworden zinsnede van de professorale advocaat van het Amerikaanse leger aan het adres van de populistische politicus die overal communisten meende te zien, vormt ook de apotheose van deze gortdroge en toch fascinerende documentaire van Emile de Antonio uit 1964.

Point Of Order! (97 min.) volgt chronologisch – in zwart-wit, zonder interviews of toegevoegde muziek – de hoorzittingen van een senaatscommissie in de lente van 1954 rond beschuldigingen tegen McCarthy en zijn meedogenloze rechterhand Roy Cohn, een ploert die later te boek zou komen te staan als één van de gevaarlijkste advocaten van de twintigste eeuw. Zij worden ervan beticht dat ze de Amerikaanse minister van Defensie ernstig onder druk hebben gezet ten faveure van een willekeurige dienstplichtige soldaat. Deze G. David Schine zou Cohns stiekeme geliefde zijn geweest – een suggestie die tijdens het juridische steekspel overigens nooit direct onder woorden wordt gebracht.

De Kwestie Schine lijkt vooral te dienen om de raspopulist McCarthy, die in de voorgaande jaren een heksenjacht op Amerikaanse communisten heeft ontketend, kalt te stellen. De wilde beschuldigingen waarmee de Republikeinse senator uit Wisconsin complete levens ruïneert, moeten koste wat het kost worden gestopt. En dat titanengevecht mondt uit in een wirwar van verbale schermutselingen, juridische haarkloverij en talloze puntjes van orde, die uiteindelijk op maar liefst 187 uur film wordt vastgelegd. De afgewogen selectie die De Antonio daaruit heeft gemaakt werkt soepeltjes toe naar het moment waarop McCarthy, die tijdens de zittingen flink onder vuur heeft gelegen, besluit om terug te slaan.

Hij haalt een jonge kantoorgenoot van Joseph Welch, die communistische sympathieën zou hebben, door het slijk. En leidt daarmee zijn eigen ondergang in. Als Welch klaar is, rest er van de haatzaaier pur sang nog slechts een boer met kiespijn, die zijn ‘beste’ dagen inmiddels achter zich heeft liggen. Joe McCarthy zal drie jaar later op slechts 48-jarige leeftijd overlijden. Een gebroken man, die het collectieve geheugen ingaat als zijn eigen politieke vernietigingsstrategie: het McCarthyisme.

Hitler En De Macht Van Het Beeld

Heinrich Hoffmann / NOS

Al lang voordat hij een machtige leider was, werd Adolf Hitler al als zodanig geportretteerd. Dat was een weloverwogen keuze: als het beeld maar krachtig genoeg is, volgt de werkelijkheid vanzelf. Centraal in die bepalende beeldvorming was Heinrich Hoffmann, de fotograaf van de NSDAP, betoogt Hitler En De Macht Van Het Beeld (135 min.).

Hoffmann zorgde er bijvoorbeeld voor dat Hitler op foto’s altijd centraal in beeld stond, dan streng in de camera tuurde en zo overkwam als een sterke leider. Een echte staatsman, die achter de schermen stiekem op grote gebaren oefende. Beelden waarop de aanstaande Führer als een gewoon kwetsbaar mens was te zien werden natuurlijk zorgvuldig weggehouden van gewone Duitsers. Tegelijkertijd moest hij als een echte man van het volk worden geportretteerd.

Die delicate balanceeract vormt de kern van de eerste aflevering van dit interessante journalistieke drieluik, waarin de beeldonderzoekers Erik Somers en René Kok van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), die onlangs het boek Adolf Hitler, De Beeldbiografie uitbrachten, worden gevolgd bij hun pogingen om Hitlers beeldvoering te reconstrueren. Daarbij komen ook diverse historici, direct betrokkenen en overlevenden aan het woord.

Deel 2 van de miniserie van Mélinde Kassens en Arjan Nieuwenhuizen belicht de periode dat Hitler, na de door propagandaminister Joseph Goebbels gedirigeerde verkiezingscampagne Hitler Über Deutschland, aan de macht komt: de slinkse campagnes om de jeugd aan deze vader des vaderlands te binden, Richard Wagners bombastische muziek, het massamedium radio, de duivels knappe propagandafilms van Leni Riefenstahl en het ultieme witwasevenement, de Olympische Spelen van Berlijn.

In het slot buigt Hitler En De Macht Van Het Beeld zich over de oorlogsjaren, als Adolf Hitler steeds meer een geïsoleerde leider wordt. Op de beelden van die tijd blijft hij echter het onbetwiste ‘Dreh- und Angelpunkt’ van de Duitse oorlogsmachine. Intussen is het onafwendbare verlies van nazi’s nooit te zien. Zulke beelden zijn pas achteraf, toen Hitlers nederlaag al was bezegeld, beschikbaar gekomen. En toen zou er nog veel meer bewijsmateriaal tegen de nazi’s boven tafel komen…

Als Der Führer zijn land, miljoenen mensen en zichzelf in de afgrond heeft gestort, krijgt zijn beeltenis ook zijn definitieve karakter: als verpersoonlijking van het kwaad. Deze miniserie drukt eenieder echter nog eens goed met de neus op de feiten: een leider die de media van zijn tijd beheerst, zowel letterlijk als figuurlijk, kan tot ongekende hoogten stijgen – of voorgaan in een afdaling richting de hel.

Blue Box

Norma Productions / VPRO

Een land zonder mensen voor mensen zonder land. Vanuit die gedachte ging Joseph Weits begin jaren dertig aan het werk. Hij probeerde land op te kopen dat later tot de staat Israël zou gaan behoren. Soms kocht hij de grond daarbij onder de voeten van de Palestijnen die erop werkten vandaan. Als hij dan een deal had gesloten met de eigenaar ervan, een rijke Arabier in Damascus, Beiroet of Caïro, was het zijn taak om de werkers van het land te verdrijven. Ondanks gewetensnood zette Weits door, voor de goede zaak.

Hij werd er een held van de Zionistische beweging mee. Toch heeft zijn (achter)kleindochter Michal Weits gaandeweg ambivalente gevoelens gekregen over de man die in de familie op handen wordt gedragen. Haar opa raakte er door de jaren heen van overtuigd dat Joden en Palestijnen niet samen in één land kunnen leven en orkestreerde vervolgens na de Tweede Wereldoorlog dat het land van Palestijnen werd geconfisqueerd en de eigenaren ervan naar het buitenland werden verdreven.

In Blue Box (82 min.) bestudeert Michal Josephs dagboeken om vat te krijgen op wat er toen is gebeurd. Fragmenten daaruit, ingesproken door de acteur Dror Keren, vormen samen met krachtige archiefbeelden het hart van deze persoonlijke film. Daarnaast spreekt de filmmaakster met familieleden over ‘s mans erfenis. Behalve talloze Joodse nederzettingen en verdreven Palestijnen bestaat die ook uit tientallen nazaten die zijn vernoemd naar zijn jongste zoon Yehiam. Die stierf in 1946 bij een bomaanslag en zou Joseph Weits z’n hele leven blijven achtervolgen.

Via het levensverhaal van haar omstreden overgrootvader krijgt Michal Weits grip op de zwangerschap, geboorte en jonge jaren van de staat Israël, waarvan zijzelf een inmiddels volwassen kind is. Daarvoor moet ze in deze spannende exercitie, laverend tussen trots en schaamte, wel het verleden van haar natie en geslacht kritisch tegen het licht houden. En zeker niet al haar familieleden zijn daar even gelukkig mee.

Murder Among The Mormons

Netflix

Is Joseph Smith nu wel of niet door een witte salamander naar de gouden platen verwezen? Het is niet direct een vraag waarvan de meeste aardbewoners wakker liggen. Laat staan dat ze bereid zijn om ervoor te moorden. Binnen de Mormoonse kerk zorgde de vondst van de zogenaamde Salamander-brief, waarin een heel opmerkelijke draai wordt gegeven aan de totstandkoming van het heilige Book Of Mormon, halverwege de jaren tachtig echter voor heel wat consternatie.

Was deze godslasterlijke brief authentiek – en dus een bedreiging voor de fundamenten onder de geloofsgemeenschap? Of was het een vervalsing en had iemand daar dan iets mee te winnen? Ook letterlijk: in het verhandelen van zulke Mormoonse documenten ging behoorlijk wat geld om. En binnen die lucratieve business speelde één man een sleutelrol: Mark Hofmann. Hij duikelde het ene na het andere unieke document op. En daarmee zou hij allerlei gebeurtenissen in gang zetten, die leidden tot een serie bomaanslagen in het hart van The Church Of Jesus Christ Of Latter-Day Saints te Salt Lake City.

Dat is het startpunt voor Murder Among The Mormons (160 min.), een driedelige documentaireserie waarin Jared Hess en Tyler Measom de wereld achter die wandaden blootleggen. De achtergronden van de misdaden zelf, de zoektocht naar de dader en de persoon die daarbij uiteindelijk in beeld komt, natuurlijk. Maar ook de context waarbinnen de misdaden zich hebben afgespeeld: een geloofsgemeenschap waarin aan heilige geschriften een enorm belang wordt toegekend en aloude waarden plotseling onder druk kunnen komen te staan door de vondst van nieuwe documenten.

Naarmate de serie vordert, wordt dat eigenlijk steeds interessanter. Wat begint als een ogenschijnlijk tamelijk routineuze whodunnit, compleet met larger than life-personages en gelikte reconstructiebeelden, ontwikkelt zich gaandeweg tot een intrigerend portret van een gemeenschap en één persoon daarbinnen, die zich als een gewetenloze parasiet manifesteert en de onderlinge verhoudingen helemaal op scherp zet.

I’ll Be Gone In The Dark

HBO

De eerste aanval leek in veel opzichten op de 49 die er nog zouden volgen. Het 23-jarige slachtoffer werd wakker van een man in een marineblauw T-shirt en een witte bivakmuts, die in de deuropening van haar slaapkamer stond. Hij droeg geen broek en had een erectie. Ze dacht dat ze droomde. Totdat hij bij haar op bed sprong. ‘Als je één beweging of geluid maakt, steek ik dit mes in je.’

Alsof de duivel ermee speelt. Terwijl Michelle McNamara’s bloedstollende boek I’ll Be Gone In The Dark (346 min.), over een serieverkrachter en -moordenaar die in de jaren zeventig en tachtig een spoor van vernieling door Californië trok, een enorme bestseller werd in het voorjaar van 2018, kwam er zowaar een serieuze verdachte in beeld. Nu, twee jaar later, in de week dat er een documentaireserie wordt uitgebracht die is gebaseerd op deze moderne true crime-klassieker, heeft die kerel zowaar een verklaring afgelegd.

Michelle McNamara mocht al deze ontwikkelingen, die ze voor een groot deel zelf in gang had gezet met het bezeten speurwerk voor haar misdaadblog True Crime Diary, niet meemaken. Ze stierf begin 2016 op slechts 46-jarige leeftijd, ruim twee jaar voordat The Golden State Killer in beeld kwam. Die naam had ze overigens hoogstpersoonlijk bedacht. Voordat zij zich met de zaak begon te bemoeien ging de creep door het leven als The East Area Rapist en Original Night Stalker en had hij nooit de status van vergelijkbare ‘grootheden’ als Ted Bundy en The Zodiac weten te verwerven.

McNamara maakte van hem de archetypische engerd die ‘s nachts je huis binnendringt. En zo werd zijzelf, met een boek dat na haar dood nog moest worden afgerond, alsnog bestsellerauteur. Daarbij komt nu ook de hoofdrol in een zesdelige documentaireserie. Regisseur Liz Garbus heeft daarvan een natuurlijk vervolg gemaakt, waarin een reconstructie van de gruweldaden van de gewetenloze seriemoordenaar, de huiveringwekkende kern van het boek, is ingepast in een aangrijpend portret van de gedreven amateurdetective, die enkele decennia later de jacht op hem opende.

(You’ll be silent forever and) I’ll Be Gone In The Dark – een dreigement dat de bruut met de bivakmuts uitte naar één van zijn slachtoffers – is dus geen letterlijke verfilming van die onweerstaanbare pageturner, maar een ge(s)laagde poging om de achtergronden daarvan uit te diepen. De nadruk ligt eerder op McNamara dan op de man in wie ze zich heeft vastgebeten. Via haar eigen geschriften, ingesproken door actrice Amy Ryan, en chats met echtgenoot Patton Oswalt en mensen uit haar directe omgeving wordt de protagoniste echt tot leven gewekt.

Het bijbehorende drama – van een vrouw die nooit de vangst van haar jacht zal aanschouwen – geeft de serie meer emotionele lading dan het boek, dat wél beduidend spannender is en gegarandeerd voor doorwaakte nachten zorgt. De meest voor de hand liggende volgorde blijft dan ook: eerst met samengeknepen billen wegzinken in McNamara’s levenswerk en pas daarna, nabibberend en toch weer hongerig naar meer, dit postume eerbetoon aan de onversaagde speurder afwerken. Al is dat, een true crime-film over de aantrekkingskracht van true crime, ook op zichzelf beslist de moeite waard.

Bovendien belicht de serie tevens de nieuwste ontwikkelingen in de zaak rond The Golden State Killer. Waarvan de schrijfster destijds alleen kon dromen. Of, waarschijnlijker, net als haar lezers, nachtmerries had. Alsof de Duivel met haar speelde.

In de zomer van 2021 verscheen er nog een Special Episode voor deze serie, met een onderzoek naar de onopgeloste moord waardoor Michelle McNamara ooit in de ban raakte van true crime en actuele ontwikkelingen in de zaak rond de Golden State Killer.

Push

De mensenrechten van inwoners van pak ‘m beet Barcelona, Toronto, Valparaiso, Londen en Seoul worden met voeten getreden, zo is de vaste overtuiging van de Canadese advocate Leilani Farha, die als speciale rapporteur voor de Verenigde Naties het thema ‘adequate housing’ beheert. Het op grote schaal speculeren met woningen en leefomgevingen moet worden gestopt. ‘Goud is geen mensenrecht’, zegt ze. ‘Een fatsoenlijk huis wel.’

Het gegeven dat in westerse steden hele woonwijken worden opgekocht door buitenlandse investeerders, de oorspronkelijke bevolking vertrekt of wordt weggepest en overal ‘dood gebied’ dreigt te ontstaan, spreekt natuurlijk minder tot de verbeelding dan oorlog, ziekte of armoede. Daarvoor krijgt ze dus ook moeilijk de handen op elkaar bij VN-gedelegeerden. Als hoofdpersoon van Push (91 min.) grijpt Farha alsnog de kans om haar punt kracht bij te zetten.

Deze boeiende documentaire van de Deense filmer Fredrik Gertten buigt zich over de oververhitte huizenmarkt, gentrificatie en de ongegeneerde handel in onroerend goed. Een pijnlijk voorbeeld is de Grenfell Tower in Londen. Nadat flatbewoners jaren hadden gewaarschuwd voor veiligheidsproblemen, brak er in 2017 brand uit. 72 bewoners vonden de dood. Ruim tweehonderd mensen raakten bovendien thuisloos. En diezelfde tragedie wordt nu benut om de wijk, liefst zonder hen, te upgraden.

Econoom Joseph Stiglitz plaatst dit fenomeen, dat ook in andere wereldsteden is te ontwaren, in het kader van de extreme vrije markt-ideologie die jarenlang is gepropageerd door zijn invloedrijke collega Milton Friedman. Die ging er vanuit dat minder regeltjes automatisch tot meer groei zou leiden. Dat zou uiteindelijk voor iedereen goed zijn. Elke vorm van moraliteit werd intussen terzijde geschoven, aldus Stiglitz. En dat zien we nu. ‘Je kunt geld verdienen door de wereld te vernietigen. En daar is echt iets mis mee.’

VN-rapporteur Leilani Farha wil in dat verband bijvoorbeeld graag in contact komen met het investeringsfonds Blackstone. Deze ‘aasgieren’ spelen overal ter wereld een soort real life-Monopoly met de huizen, straten en buurten van gewone mensen. Zulke internationaal opererende ondernemingen laten zich alleen niet gemakkelijk ter verantwoording roepen. Als ze weer eens bot vangt, zorgt dat voor elementaire twijfel bij Farha. ‘Ben ik belachelijk?’ vraagt ze zich hardop af.

Niet veel later hervindt ze de kracht om haar verhaal te blijven doen en verbinding te zoeken met lokale bestuurders. Want als het urgente Push één ding duidelijk maakt, is dat elke burgemeester van een grote stad, waar ook ter wereld, met min of meer dezelfde problematiek kampt.

Four Horsemen

Leven we in het zesde en laatste stadium waarin elk wereldrijk ooit terechtkomt? Die vraag gooit de documentaire Four Horsemen (98 min.) met de nodige bravoure in de lucht. Elk rijk, in dit geval het vrije Westen, gaat ongeveer 250 jaar mee, zo stelt Sir John Glubb in zijn boek The Fate Of Empires. Zo’n tien generaties. En dan breekt de laatste fase aan, ‘the age of decadence’. Daar zitten we nu middenin. Als iconen van dit geperverteerde stadium voert regisseur Ross Ashcroft in deze pamflettistische film uit 2011 enkele bekende babyboomers op, zoals Bill Clinton, Silvio Berlusconi en een showman/ondernemer die dan nog op geen enkele manier in verband wordt gebracht met het Amerikaanse presidentschap.

De Britse filmmaker bouwt zijn linksige video-essay, gemaakt in de nasleep van de financiële crisis van 2008, vervolgens op rond vier hedendaagse varianten op de Bijbelse ‘ruiters van de apocalyps‘: een roofzuchtig financieel systeem, escalerend georganiseerd geweld, stuitende armoede bij miljarden mensen en het uitputten van de natuurlijke grondstoffen van de aarde. Ashcrofts pleidooi is helder: het vigerende maatschappij-paradigma moet op de helling. De dog-eat-dog samenleving heeft zijn langste tijd nu echt gehad.

Zover is het natuurlijk nog niet. Met een dwingende voice-over en 23 vooraanstaande denkers, waaronder sociaal epidemioloog Richard Wilkinson, de Nobel Prijs-winnende econoom Joseph Stiglitz en filosoof (en vaste gast in dit soort films) Noam Chomsky, legt Ashcroft dus eerst de vinger op de zere plek. Bij een kapitalistische wereld die volgens hem in werkelijkheid neerkomt op ‘socialisme voor de rijken’. De overheid mag overal de brandjes blussen die door de zichzelf verrijkende elite zijn gesticht. Nadat hij die diagnose heeft gesteld, proberen de filmmaker en zijn pratende hoofden vervolgens een remedie te formuleren: samenwerking in plaats van competitie.

Four Horsemen is goed gedocumenteerd, bevat interessante sprekers en spoort echt aan om na te denken over de tijd en wereld waarin we leven. De film is zo nu en dan wel wat prekerig en wordt waarschijnlijk vooral in eigen parochie goed verstaan. Of we inderdaad in de nadagen van Het Moderne Rome leven, valt bovendien waarschijnlijk pas ná de eventuele val van het rijk vast te stellen. Al is het natuurlijk wel héél opmerkelijk dat Ross Ashcroft destijds, een jaar of vijf voordat hij zich verkiesbaar stelde voor een politiek ambt, al een icoon van deze decadente tijd herkende in die ene patserige zakenman met dat voluptueuze kapsel…

Call Her Ganda

‘Als die freak zich heeft voorgedaan als vrouw en daarover niet eerlijk is geweest, dan heb ik geen enkele moeite met de houding van de marine’, stelt Mike Coleman op Twitter. ‘Die transgender-jongen heeft gelogen, zo simpel is het’, vult Kelly Darcy aan. ‘Dit is seksueel misbruik.’ En ene Justin Darling, tweet: ‘Gerechtvaardigde doodslag! Ze moeten die gast met een rode loper onthalen in Amerika. Je speelt nu eenmaal met vuur als je liegt over wie je bent…’

Zomaar wat reacties op het ‘open riool’ Twitter op de gewelddadige dood van Jennifer Laude, een transgender-vrouw uit de Filipijnen. De verdachte is een Amerikaanse marinier genaamd Joseph Scott Pemberton, die in de voormalige kolonie van de Verenigde Staten was gestationeerd. Hij zou er pas tijdens de seks achter zijn gekomen dat hij met een she-male, een vrouw met een piemel, in bed was beland. Dat is het uitgangspunt van de activistische documentaire Call Her Ganda (97 min.), die de navolgende rechtszaak vanuit het perspectief van Laudes nabestaanden benadert.

Regisseur PJ Raval plaatst de gewelddadige dood uit 2014 in een historische context. In het pre-koloniale tijdperk maakten transgenders deel uit van de Babaylan-cultuur en werden ze gezien als spirituele leiders en sjamanen. Na de kolonisatie van de Filipijnen door Spanje deed de katholieke kerk hen echter in de ban. ‘We zijn verdreven naar niche-industrieën, zoals de schoonheidsindustrie en de seksindustrie’, stelt de activiste Naomi Fontanos. ‘De transgender-beweging zelf moet een einde maken aan het idee dat je je lichaam moet verkopen om te kunnen overleven.’

Terwijl Jennifer Laudes radeloze moeder (die niet onder ogen wil zien dat haar kind waarschijnlijk sekswerk verrichtte), haar zus Marilou (die vermoedt dat haar eigen zoontje homoseksueel is) en Jennifers aanstaande Duitse echtgenoot Marc Sueselbeck (die zich gestaag ontwikkelt tot LGBT-activist) Pemberton veroordeeld proberen te krijgen, schermt diens team met het zogenaamde Visiting Forces Agreement. Op basis daarvan vallen Amerikaanse militairen ook als ze in de Filipijnen een misdaad begaan onder Amerikaans recht.

Intussen probeert Pembertons moeder Lisa het beeld van haar zoon als een licht ontvlambare homohater te nuanceren. Zo zit het niet: de negentienjarige soldaat eerste klas uit Massachusetts heeft zelf een lesbische zus. Daarmee legt deze interessante film twee volledig tegengestelde werelden bloot, waarbij de moeders meer met elkaar gemeen hebben dan ze zelf denken: allebei steunen ze onvoorwaardelijk hun eigen kind en zien ze hun eventuele karakterzwaktes het liefst door de vingers. Al blijft er natuurlijk een essentieel verschil tussen dader en slachtoffer…

Hearts Of Darkness: A Filmmaker’s Apocalypse

‘Mijn film is geen film. Hij gaat niet over Vietnam, hij ís Vietnam’, zegt regisseur Francis Ford Coppola met gevoel voor drama bij de persconferentie voor zijn film Apocalypse Now op het festival van Cannes in 1979. ‘Zo was het echt. Het was gekkenwerk. De manier waarop we hem maakten is vergelijkbaar met de manier waarop de Amerikanen zich gedroegen in Vietnam. We waren in de jungle, we waren met te veel en we hadden te veel geld en apparatuur. En langzaam maar zeker werden we gierend gek.’

Orson Welles beet zich al eens stuk op het boek Heart Of Darkness van Joseph Conrad. Coppola, helemaal vol van zichzelf na het immense succes van zijn twee Godfather-films, liet zich daardoor niet weerhouden. Hij zag in de aardedonkere klassieker een prima gelegenheid om zijn bedrijf Zoetrope nieuw leven in te blazen. John Milius had het onverfilmbare verhaal enkele jaren daarvoor al in een scenario gegoten. Gesitueerd in een actueel decor bovendien, de Vietnam-oorlog. En dus vertrok de sterregisseur met zijn crew naar de Filipijnen voor wat zijn grootste film moest worden. Coppolas vrouw Eleanor mocht mee om een making of-docu te maken. Ze weet nog altijd niet of haar echtgenoot geen zin had in nóg een professionele filmcrew of haar gewoon bezig wilde houden.

Hoogmoed komt voor de… triomf. Uiteindelijk, tenminste. Eleanor Coppola legde de voorafgaande val van haar man echter genadeloos vast. Ze nam zelfs stiekem privégesprekken met hem op, oorspronkelijk bedoeld voor een productiedagboek. De documentaire-opnamen en interviews zouden jarenlang ongebruikt blijven totdat Eleanor ze overhandigde aan Fax Bahr en George Hickenlooper. Zij strikten de voornaamste hoofdrolspelers voor een interview, onder wie het echtpaar Coppola en de acteurs Martin Sheen, Robert Duvall, Frederic Forrest, Dennis Hopper en Sam Bottoms (die bekent dat hij tijdens de filmopnames hasj, LSD en speed heeft gebruikt en regelmatig onder invloed voor de camera stond) en lieten mevrouw Coppola een verbindende voice-over inspreken. Het resulteerde in 1991, vijftien jaar na de start van de filmopnames voor Apocalypse Now, in de klassieker Hearts Of Darkness: A Filmmaker’s Apocalypse (96 min).

De documentaire brengt de desastreuze filmopnames en het onttakelingsproces bij Coppola zelf haarscherp in beeld. Na slechts een week filmen besluit de regisseur bijvoorbeeld al zijn hoofdrolspeler te vervangen. Harvey Keitel blijkt niet zijn gedroomde captain Willard, Martin Sheen des te meer. Zoals hij tijdens een bloederige scène, stomdronken opgenomen op diens 36e verjaardag, feilloos aantoont. Maar Sheen brengt ook problemen met zich mee. En die heeft Francis Ford Coppola al zoveel: een rammelend script, door tropische regens verwoeste filmlocaties en een peperdure ster, die voor drie weken werk een honorarium van maar liefst drie miljoen dollar heeft bedongen. Ondanks een voorschot van een miljoen weigert Marlon Brando echter mee te denken over wanneer hij naar de Filipijnse jungle afreist. En als hij uiteindelijk toch arriveert in Coppola’s creatieve chaos, blijkt de man zijn tekst niet te kennen. Sterker: heeft de zwaarlijvige acteur Heart Of Darkness eigenlijk wel gelezen?

‘Deze film is een ramp van twintig miljoen dollar’, vertrouwt de regisseur zijn vrouw toe als hij de wanhoop allang voorbij is. ‘Ik denk erover om mezelf dood te schieten.’ Apocalypse Now, een ‘journey into self’ voor Coppola, een confrontatie met zijn eigen ambities en angsten, dreigt een ongelooflijk debacle te worden. ‘Apocalypse When?’ en ‘Apocalypse Forever’, koppen de media al als de draaiperiode, achteraf bezien, nog maar halverwege is. Coppola zinkt intussen zienderogen weg in zijn eigen moeras. Hij zal uiteindelijk 238 filmdagen nodig hebben. Tegen alle verwachtingen in is het resultaat er echter naar: een zinnenprikkelende filmklassieker die de complete gekte van oorlog belichaamt en die bovendien een intrigerende documentaire heeft opgeleverd, die perfect past in de prachtige traditie van films over geniale gekken aan het werk, die eerder docu-evergreens over Werner Herzog (Burden Of Dreams), Terry Gilliam (Lost In La Mancha) en – juist – Orson Welles (They’ll Love Me When I’m Dead) heeft opgeleverd.