De Villamoord

KRO-NCRV

Zaten Nevzat Altay en de acht andere verdachten van De Villamoord (131 min.) in 1998 jarenlang onschuldig vast? Dan zou het volgens rechtspsycholoog Peter van Koppen gaan om de grootste gerechtelijke dwaling in de recente Nederlandse geschiedenis. Bovendien zou de echte dader dan nog op vrije voeten zijn en wellicht ook een bedreiging kunnen vormen voor de vrouw die de schietpartij in Arnhem overleefde, waarbij haar tante Geke om het leven kwam.

In deze driedelige documentaire van Joost van Wijk wordt de zaak nog eens helemaal doorgelicht. Met de hoofdverdachte, diens advocaat, een ooggetuige, betrokken politiemannen, een familielid, enkele deskundigen én de verdachte, op basis van wiens getuigenverklaring alle anderen zijn veroordeeld. Een bekentenis die hij nu als vals betitelt. Afgelegd onder aanzienlijke druk. Fysiek bewijs voor betrokkenheid van de mannen is er verder niet – een constatering waarbij, sinds geruchtmakende justitiële dwalingen als de Schiedammer Parkmoord en de Puttense moordzaak, eigenlijk alle alarmbellen zouden moeten afgaan.

De aanpak van Van Wijk doet bijna Amerikaans aan, met een slimme en dwingende voice-over van Stefan Stasse, fraaie beelden en visualisaties van de plaats delict en ronduit chique muziek. Zo maakt hij, in de traditie van true crime-klassiekers als The Thin Blue Line, de Paradise Lost-trilogie en Making A Murderer, gehakt van het politieonderzoek, waarbij tunnelvisie de waarheidsvinding in de weg zou hebben gestaan. Beeldmateriaal van de politieverhoren maakt dat tastbaar: de verdachten worden op alle mogelijke manieren onder druk gezet om te bekennen en krijgen intussen tevens de benodigde daderkennis gevoerd. Met dramatische gevolgen, niet alleen voor de zaak zelf.

Daarna richt de krachtige miniserie zich op wat er dan wél kan zijn gebeurd in die Arnhemse villa, met nieuw (technisch) onderzoek en actuele verklaringen. Zo komt een ongemakkelijke alternatieve hypothese bovendrijven, die verder overigens niet in beton wordt gegoten. Dat is, als de zaak wordt heropend, aan politie en justitie. De Villamoord oogt intussen als een soort deluxe-aflevering van het fameuze televisieprogramma Peter R. de Vries Misdaadverslaggever. Zónder koene presentator en verplichte confrontatie voor de (verborgen) camera, maar mét journalistiek graafwerk en opmerkelijke bevindingen die de geruchtmakende strafzaak wel eens een beslissende draai zouden kunnen geven.

Wordt ongetwijfeld vervolgd. In de rechtszaal. Of op de beeldbuis.

Sideline

‘Zwarte Martha’, wordt er na de wedstrijd enthousiast gezongen in de kleedkamer van de Belgische vierdeklasser SV Nielse (shirtsponsor: Bierhandel De Troetsel Niel) terwijl er een kratje bier wordt opengetrokken. Het voetbalelftal zet nog eens in: ‘Dikke zwarte Martha. Zwarte Martha, ik ben verliefd op jou.’ ‘Ze heeft een dubbele kin’, schreeuwt één van de begeleiders. ‘Een scheve neus. Een glazen oog. En mooi blond haar.’ Waarna het hele elftal nog eenmaal het Zwart Martha-refrein door de kleedkamer laat schallen. Gevolgd door: ‘En ze heeft een rotte foef.’

Nee, het is geen San Siro, Old Trafford of Camp Nou geworden voor Lateef Mudashira, een 24-jarige Nigeriaan die zeker weet dat hij, als God het hem gunt, ooit voor FC Barcelona zal spelen. Hij heeft zijn vriendin en pasgeboren dochtertje zeven jaar geleden thuis achtergelaten voor een voetbalcarrière in Europa. Nu hij die nieuw leven probeert in te blazen is Lateef letterlijk veroordeeld tot de blubber van het Belgische betaald voetbal. En in de wedstrijd tegen het altijd gevaarlijke FC Blaasveld moet hij zelfs op de reservebank plaatsnemen.

De aanvallende middenvelder is één van de Afrikaanse spelers die regelmatig samenkomt op het Antwerpse trapveldje Luchtbal, waar ze gezamenlijk in conditie proberen te blijven voor als er (toch nog) een Europese profclub interesse toont. Ook Moses Adams staat regelmatig langs de Sideline (79 min.). De voormalige Nigeriaanse international, die in de pijnlijke openingsscène van deze serene, gestileerde documentaire te horen heeft gekregen dat zijn rotte knieën geen betaald voetbal meer toelaten, is aan een nieuw leven begonnen als voetbalmakelaar.

Via Adams en enkele spelers die hij aan de man probeert te brengen, schetsen de filmmakers Joost Wynant, Louis Pons en Maarten Goffin op subtiele wijze een schrijnend beeld van de internationale handel in Afrikaanse voetballers, waarbij achter de succesverhalen van sterren als Drogba, Mané en Onana een wereld vol irreële verwachtingen, vage beloftes en enorme teleurstellingen schuilgaat. Voetbal blijkt opnieuw een doodgewone business te zijn, waarin de speler niet meer is dan handelswaar en dromen over de Oude Dame zomaar naar Zwarte Martha kunnen leiden.

The Witchdoctor Hunters

EO

‘Mijn kind lag op de grond. Zijn linkerhand lag op zijn buik’, zegt de vader van de zesjarige Issa in de openingsscène van The Witchdoctor Hunters (56 min.). ‘De man pakte zijn kapmes en hakte het hoofd van mijn zoon eraf.’ Vader wordt ondervraagd door de Oegandese politie: ‘Dus hij deed dat en het bloed spatte alle kanten uit?’ ‘Nee’, corrigeert Issa’s vader. ‘Hij ving het bloed op in plastic zakken en stopte die in een tas. Het was een rugzak en daar deed hij het hoofd in.’ De agent vraagt door: ‘Waarom liet u hem uw kind offeren?’ Vader: ‘Ik kreeg één miljard shilling.’

Met kinderoffers valt in Oeganda een flinke smak geld te verdienen. Want als je kinderledematen in de fundering van een gebouw verwerkt, schijnt dat macht en voorspoed te brengen. Dat is een relatief nieuw idee, blijkbaar. En waar een vraag is, ontstaat meestal al snel ook een aanbod. Je moet alleen bereid zijn om een (of: je) kind te laten afslachten, in stukken te hakken en de verschillende lichaamsdelen in de juiste handen te laten belanden. Plaatselijke medicijnmannen – Oeganda schijnt er miljoenen te hebben – spelen daarin vaak een sleutelrol.

Peter Sewakiryanga, de hoofdpersoon van deze journalistieke documentaire van Mags Gavan en Joost van der Valk, bindt met zijn organisatie Kyampisi Childcare Ministries actief de strijd aan met deze ‘witchdoctors’. Hij krijgt ook de medicijnman die Issa zou hebben geslachtofferd te pakken. ‘Ik behandel mensen die last hebben van demonen’, zegt deze. ‘En ik geef kinderen aan onvruchtbare vrouwen.’ Of hij ook ooit offers heeft gebracht, wil Sewakiryanga weten. ‘Ik heb nog nooit iets geofferd’, zegt de medicijnman met een stalen gezicht.

In The Witchdoctor Hunters openen Gavan en Van der Valk opnieuw een even gruwelijke als onbegrijpelijke wereld. Zoals het Brits-Nederlandse filmduo eerder deed in de met een BAFTA en Emmy Award bekroonde documentaire Saving Africa’s Witch Children (2008), over kinderen die bezeten zouden zijn door de duivel en daarom rücksichtslos uit de weg moeten worden geruimd, en Donordrama (2018), een schrijnende film over de internationale handel in menselijke organen uit India en Bangladesh.

Het resultaat is wederom schokkend: afgetapt bloed, handel in kinderschedels en afgehakte handen. In het kielzog van Peter Sewakiryanga nemen de filmmakers de schade op bij de slachtoffers en hun familieleden, maar maken ze ook jacht op de daders, die via een undercoveractie met verborgen camera in de val moeten worden gelokt. Zo wordt een angstaanjagende wereld blootgelegd, waarin bijgeloof en winstbejag hand in hand gaan en het leven van een kind soms niet meer waard lijkt dan dat van een willekeurig dier.

Bruce Lee & The Outlaw

The Lost Boys’ lopen stuk voor stuk met hun eigen kleine zakje Aurolac rond. Nicu, een mager joch met aandoenlijke flaporen, en de andere straatkinderen van Boekarest sluiten het zakje dwangmatig rond hun mond en laten zich bedwelmen door de goedkope lak. Om het leven dat ze lijden te ontvluchten.

De jongens hebben zich gegroepeerd rond het station én de oudere jongere ‘Bruce Lee’, die ook wel de koning van de ondergrondse tunnels wordt genoemd. Hij gebruikt de Aurolac niet alleen om te inhaleren, maar spuit zichzelf ook regelmatig helemaal zilverkleurig. Daardoor is hij al tweemaal in coma geraakt.

Bruce bekommert zich als een oudere broer om de jongens, die geen familie of thuis hebben. ‘Ik ben een gewoon kind’, zegt Nicu daarover. ‘Alleen hielp God me niet omdat hij het te druk had met andere kinderen.’ Hij is ondervoed geraakt, heeft HIV en tuberculose opgelopen en belandt in het ziekenhuis. De ‘engel’ Raluca, een betrokken vrouw met een eigen opvang, probeert zich over Nicu te ontfermen.

Fotograaf Joost Vandebrug, die eerder al het boek Cinci Lei over de zogenaamde Lost Boys maakte, heeft Nicu, Bruce en de andere jongens sinds 2011 gefilmd. Het resultaat, Bruce Lee & The Outlaw (59 min.) is een (g)rauwe film geworden over overleven in een harde en koude wereld, de stad onder de stad. Een wereld ook, die té vertrouwd kan worden.

Zo wordt pijnlijk duidelijk als de ontheemde Nicu zich voorneemt om voortaan van ‘de zak’ af te blijven…

Drømmeland

Als het maar geen Into The Wild wordt, verzucht Mijn Medekijker als de begintitels van Drømmeland in beeld verschijnen. En inderdaad, de keuze van de zestigjarige Noor Nils Leidal doet in de verte denken aan de tragisch geëindigde terugtocht in de natuur van Christopher McCandless, zoals die werd verfilmd door Sean Penn en van een soundtrack voorzien door Pearl Jam-zanger Eddie Vedder.

Drømmeland (72 min.) van Joost van der Wiel is echter geen treurig stemmende film over een loner die lijdzaam zijn einde tegemoet gaat. Nils is een strijdbare man, die bij aanvang van deze observerende documentaire officieel afstand doet van zijn Noorse staatsburgerschap, demonstratief zijn paspoort verbrandt en de samenleving vervolgens officieel de rug toe keert, om in z’n eentje zijn heil te zoeken in een houten hut in het Hardangervidda-gebergte.

Mijn Medekijker moet zelfs grinniken als Nils door het een of ander dier wordt gestoord terwijl hij net poedelnaakt van de zon ligt te genieten. Half aangekleed en gewapend met zijn buks gaat hij erachteraan. Niet veel later heeft hij een eland geschoten en wordt die voor de camera gevild en leeg getrokken. Nou smakelijk!, vindt Medekijker. Na afloop neemt Nils er voldaan een drankje op. Hij heeft voorlopig weer te eten.

Toch zondert de overtuigde autonoom zich niet volledig af van de wereld zoals wij die kennen. Behalve de gesprekken met zijn trouwe paard Lettir houdt de man via zijn iPhone ook voortdurend voeling met de wereld die hij heeft achtergelaten. De solitaire Nils, die natuurlijk ook al regelmatig wordt gevolgd door een cameraploeg, blijkt toch meer behoefte te hebben aan menselijk contact, een publiek zelfs, dan hij zelf had gedacht.

Van der Wiel laat die drang om te communiceren, om ondanks alles mens onder de mensen te zijn, steeds duidelijker naar de oppervlakte komen in deze sfeervolle film, waarbij de soundtrack van componist Tobias Borkert echt een wezenlijk onderdeel van het verhaal vertelt. Drømmeland roept zo de vraag op of moderne mensen nog in staat zijn om de wereld links (of in het geval van Nils Leidal: rechts) te laten liggen. De zelfverkozen kluizenaar Nils Leidal is, volgens Mijn Medekijker, in elk geval ‘gewoon’ een sociaal dier.

Satudarah – One Blood

De president van het El Gitano-chapter gebaart dat Jack naar voren moet komen. Hij gaat – nietsvermoedend? – voor de groep staan, de getatoeëerde handen netjes over elkaar. Zijn clubgenoten, allemaal in een leren bodywarmer met rang, functie en verdiensten erop, staan met hun armen over elkaar om hem heen. Als een privéleger, dat elk moment kan toeslaan. ‘Een president is een president. Da’s geen koekwous, of wel?’ sneert de leider naar Jack. ‘Wat betekent ‘no contact’? ‘Geen contact’, antwoordt het lid in opspraak bedremmeld, duidelijk op zijn hoede. De president is inmiddels woedend: ‘En wat doe jij?’

Jack heeft nog niet ‘met wie?’ geantwoord of hij krijgt, op aanwijzing van de ‘pres’, enkele ferme klappen toebedeeld. Hij probeert de pijn te verbijten. De boodschap is helder: deze president van motorclub Satudarah laat niet met zich spotten. En wie niet horen wil, moet maar voelen. Jack kan bovendien zijn jack inleveren. ‘Wegwezen!’, voegt El Gitano’s verontwaardigde leider hem nog toe. Het parool ‘Satudarah tetap, tetap Satudarah’ (ofwel: ‘Satudarah voor altijd, voor altijd Satudarah’) geldt totdat de club zelf anders beslist en je in ‘bad standing’ wordt weggestuurd.

Die eerste klappen zijn direct een daalder waard in de openingsscène van de overweldigende documentaire Satudarah: One Blood (83 in.) uit 2015. Joost van der Valk en Mags Gavan, die eerder bij de Nederlandse Crips-gang filmden, portretteren de Molukse motorclub van binnenuit. Ze leggen met gevoel voor drama de welhaast militaristische rituelen vast, tekenen de onderlinge omgang en codes op en zijn erbij als Satudarah met de nodige bravoure zijn werkterrein uitbreidt naar Duitsland, waar de club meteen in botsing komt met de al even beruchte Bandidos. Intussen volgen ze de leiders naar hun geboortegrond in het huidige Indonesië, waar ze nog altijd hopen op een eigen Molukse staat en Satudarah is geworteld.

De filmmakers concentreren zich op enkele hoofdpersonen die gezamenlijk de gehele motorclub representeren, zoals de voormalige bajesklant die zich direct weer wil manifesteren, een brekebeen van twaalf ‘ambachten’ en dertien ‘ongelukken’ en de potentiële nieuwe leider Olla, een kind van een KNIL-militair die zijn eigen bikkelharde opvoeding in de praktijk brengt bij de club. Satudarah vormt een geheel eigen wereld waarbinnen alleen echte mannen zich staande kunnen houden. Vrouwen laten zich in deze testosteronfilm nauwelijks zien en zijn relatief eenvoudig in te delen binnen twee clichématige categorieën: lustobject of moederfiguur.

Satudarah: One Blood is geen documentaire die een oordeel velt – dat zou je op de film tegen kunnen hebben. Van der Valk en Gavan stellen ook geen kritische vragen, maar gaan mee in de belevingswereld van hun subjecten. Alleen nieuwsberichten uit radiobulletins, tijdens de montage toegevoegd, plaatsen de handelingen van de motorclub in zijn maatschappelijke – en strafrechtelijke – context. Verder mag de kijker zelf oordelen: criminele bende, potsierlijke machokliek of gewoon een gezellige vereniging voor motorvrinden? Één conclusie staat op voorhand vast: dit is een ijzersterke film, die de deur openwrikt naar een verboden wereld, aan het spreekwoordelijke eind van de straat. Één keer flink gas geven en je bent er – als je dat zou willen.

De complete documentaire Satudarah – One Blood is hier te bekijken.

Donordrama

donordrama

 

Er is blijkbaar behoefte aan en wie zijn wij dan om daar niet aan te voldoen? In zijn voorstelling Ruwe Pit (2001) vat cabaretier Theo Maassen op geheel eigen wijze de kapitalistische basisgedachte samen. Vanuit dat uitgangspunt is het niet zo vreemd dat er zoiets als een levendige handel in menselijke organen is ontstaan.

Joost van der Valk en Mags Gavan, het filmende stel dat ook al met verve doordrong tot de wereld van de Haagse Crips-gang en de beruchte Molukse motorclub Satudarah, begeeft zich in de internationale orgaanhandel. Als potentiële afnemers van een ‘gedoneerde’ nier. Met een eigen Facebook-pagina, flink gevulde portemonnee én meerdere verborgen camera’s.

Van der Valk fungeert als verteller in Donordrama (47 min.), Gavan doet zich voor als de vrouw die een nier nodig heeft – voor haar zus, zo stellen ze het verhaal al snel bij. Hun zoektocht brengt hen in schimmige kringen in India en Bangladesh. Letterlijk schimmig overigens, want het leeuwendeel van handelaren, doktoren en advocaten waarmee ze op weg naar een transplantatie moeten dealen is onherkenbaar gemaakt.

Gaandeweg dringt het duo ook door tot enkele donoren, voor wie het verkopen van een orgaan bittere noodzaak was om het hoofd boven water te houden en die sinds de operatie nog dagelijks kampen met de gevolgen daarvan, lichamelijke klachten en sociale uitsluiting. Als tegenhanger portretteren Van der Valk en Gavan de Friese man Lammert die, vanwege het tekort aan donornieren in Nederland, al heel lang wacht op een transplantatie en zienderogen aftakelt.

Gewone mensen die, gedwongen door de omstandigheden, producent en consument worden van een product dat je eigenlijk niet wilt verhandelen. Ze worden bijeen gebracht door handige handelslieden, die vakkundig vraag en aanbod op elkaar afstemmen – en ook best een centje willen bijverdienen. Want er is, blijkt maar weer eens uit deze schrijnende documentaire, blijkbaar behoefte aan…