Lost In Time

Casafilm / Mokum

Sinds de start van de oorlog zijn ze hun gevoel voor tijd kwijt, vertelt Kateryna Hresko. De Oekraïense studente heeft in 2022 onderdak gevonden bij de Academie voor Beeldende Kunsten in de Belgische stad Gent. Ook daar beheerst de oorlog in eigen land echter haar leven. Elk ogenblik kan Kateryna worden overvallen door het bericht dat er een Russische luchtaanval is uitgevoerd op haar woonplaats Kyiv of dat één van haar vrienden is gesneuveld aan het front.

In Lost In Time (70 min.) volgt Rosemarie Blank de jonge Oekraïense kunstenares die haar leven moet verdelen tussen het vrije westen en haar geboorteland dat gedurig onder vuur ligt van de Russen. Onderweg tussen hier en daar ontmoet de twintigjarige Kateryna andere landgenoten op drift. Al te veel gelegenheid voor een uitgebreide ontmoeting is er doorgaans niet. Ze hebben nauwelijks met elkaar kennisgemaakt of ervaringen uitgewisseld, of het afscheid dient zich alweer aan.

Terwijl haar ouders Kyiv ontvluchten en intrekken bij grootmoeder in Lviv is schilderen Kateryna’s manier van overleven. Te midden van alle ontzetting, het gemis en de vervreemding om haar heen kan ze zo een beetje mens blijven. Blank bivakkeert in de periode van maart tot en met december 2022 aan haar zijde en registreert hoe ze zich door de oorlog eigenlijk nergens meer thuis voelt. Elk afscheid, van haar geliefde oma bijvoorbeeld, kan wel eens definitief zijn.

Tot een héél enerverende film leidt dit niet. Lost In Time is tamelijk praterig en fragmentarisch. Hoewel zo’n beetje elke Oekraïner inmiddels z’n eigen wonden heeft opgelopen – een gegeven dat vrijwel geen mens onberoerd zou mogen laten – vormen al die kortstondige ontmoetingen, in huiselijke kring of onderweg tussen geen thuis en elders, geen meeslepende verhaallijn of diepgaand groepsportret van gewone burgers die zomaar een ellendige oorlog zijn ingezogen.

In Between These Mountains

Mint Film Office / Cinema Delicatessen

‘Ik wil niet opgroeien en net zoals jullie worden’, verzucht ‘Ollie’ tijdens de wandeltocht die hij met zijn vader Tony en z’n inmiddels in de Verenigde Staten woonachtige halfbroer Erik, maakt door een Californisch berglandschap. Vader kan z’n lach niet inhouden. ‘Verdomme, je bent een volwassen man. Het is aan jou. Het is jouw keuze.’

Het contact tussen de jonge Nederlandse filmmaker Olivier S. Garcia (TorsoGewoon Boef en Een Gat In Mijn Hart) en zijn vader en twintig jaar oudere broer, mannen bij wie hij al z’n hele leven lang aansluiting zoekt, verloopt lang niet altijd soepel. En tussen de andere twee zit er heel wat oud zeer. ‘Ik vertrouw je niet’, voegt Erik zijn vader bijvoorbeeld boos toe, als ze met z’n drieën in de auto zitten, voor hun gezamenlijke roadtrip. De door Olivier geïnstalleerde camera registreert de confrontatie van zeer dichtbij. ‘Je bent een vreemde voor me die wat sperma heeft gedoneerd.’

Tony Garcia stamt uit een Mexicaanse familie, is opgegroeid in het Los Angeles van de jaren vijftig en op latere leeftijd verhuisd naar Nederland, waar hij films ging maken en Erik soms ook een rolletje gaf. Vader worden was ooit een ongelukje, bekent Tony in deze persoonlijke docu. Hij was pas negentien en zat in de gevangenis toen Erik werd geboren. Zijn zoon, zelf inmiddels vijftig, is later ook in de cel beland. Sterker: bij de start van In Between These Mountains (80 min.) is Erik nog gedetineerd in Texas. Tony en Olivier, die zijn broer vijf jaar niet heeft gezien, gaan hem daar ophalen.

Ze lopen de zogenaamde John Muir Trail, een langeafstandspad van Yosemite Valley naar Mount Whitney, en willen elkaar onderweg beter leren kennen én begrijpen. Het is onvermijdelijk dat daarbij ook de pijnpunten tussen hen naar boven komen. Niet alleen Erik botst met zijn vader. Ook Olivier heeft z’n issues met Tony, die hun gezin verliet toen hij nog maar een jongetje van zes was. ‘Was het mijn schuld dat hij vertrok?’ vraagt hij zich nu fluisterend af, in een ‘random thought’, één van de voice-overs waarmee hij zijn film richting geeft. ‘Hoe zou ik ooit zelf vader kunnen worden?’

Met een kleine camera documenteert Ollie het moeizame pad dat ze samen afleggen. De reis door hun eigen wildernis, waarin ze verbinding zoeken en elkaar ook niet sparen. Erik noemt het gekscherend hun ‘werkvakantie over mannelijkheid’. Schmierend: ‘Zie je de compassiespier aan het werk?’ Met zijn scherpe tong houdt hij de andere twee regelmatig op afstand. En op een gegeven moment is Erik ook helemaal klaar met die vader die maar geen krimp geeft en dat jongere broertje dat zo nodig alles moet filmen. ‘Dit is weer een Garcia-filmproject waar ik geen zin in heb.’

Zoals ’t een ware roadmovie betaamt, is de reis net zo belangrijk als de eindbestemming en speelt die zich net zo goed af in de mensen als op hun tocht. Met deze delicate en associatief gemonteerde documentaire exploreren Olivier en de andere mannelijke Garcia’s elkaar en hun bloedband. Tijdens dat intieme proces komt ook de filmer niet weg met een comfortabele plek achter de camera. Zowel Tony als Erik hebben vragen voor hem en dwingen hem om na te denken over zichzelf.

El Portal: La Historia Oculta De Zona Divas

Netflix

Het sekswerk in Mexico verlaten is vrijwel onmogelijk, stelt onderzoekster Karla Casillas Bermúdez. Als meisjes eenmaal zijn gearriveerd in Mexico-Stad – onder een vals voorwendsel overgehaald uit Venezuela of Argentinië, of wel degelijk in de wetenschap dat ze zullen worden ingezet als prostituee – is er geen weg terug meer.

Allereerst is er de schuld, opgebouwd voor en tijdens hun reis, die maar niet weggewerkt schijnt te kunnen worden. Daar zorgen de lieden, die hen hebben laten overkomen naar de Mexicaanse hoofdstad, wel voor. Na aankomst moeten er direct professionele foto’s en video’s gemaakt worden en daarna ook nog advertentieruimte ingekocht op de Zona Divas-website, waar ze worden uitgestald voor de clientèle. En zodra die kosten zijn gemaakt, komen er steeds nieuwe bij en behoort stoppen nauwelijks meer tot de mogelijkheden.

Noem het gerust mensenhandel – al hebben de vrouwen na aankomst in Mexico officieel bij een notaris (moeten) laten vastleggen dat ze vrijwillig aan het werk gaan. Er is ook behoorlijk geld te verdienen: drieduizend peso’s voor anale seks bijvoorbeeld, vijfduizend voor een triootje. ‘Het zijn luxeartikelen’, zegt een geanonimiseerde klant daarover. ‘Het zijn geen gewone consumptiegoederen.’ Via de Zona Divas-website kunnen de vrouwen zich laten boeken. ‘Snel geld’, benadrukt één van hen daarover. ‘Géén gemakkelijk geld!’

Als Astrid Rondero en Fernanda Valadez in El Portal: La Historia Oculta De Zona Divas (Engelse titel: Caught In The Web: The Murders Behind Zona Divas, 166 min.) het tamelijk troosteloze bestaan van zulke sekswerkers hebben geschetst, zoomen ze in op enkele bevriende vrouwen die hun leven als escort in Mexico met de dood hebben moeten bekopen. Vooral het drama rond het Venezolaanse Zona Divas-uithangbord Kenni Finol, die verzeild raakt in een gewelddadige relatie met een ‘sicario’, een huurmoordenaar, grijpt naar de keel.

Met nabestaanden van de vrouwen en (geanonimiseerde) collega’s, journalisten en kenners van het Mexicaanse criminele milieu reconstrueren Rondero en Valadez deze misdrijven en de grimmige wereld waarbinnen die kunnen plaatsvinden. Ze brengen die tot leven met indringende vlogs, foto’s en audioberichtjes van/naar de slachtoffers en ondersteunen hun vertelling met nachtelijke beelden van de metropool Mexico-Stad en al even duistere gedramatiseerde scènes van de vrouwen en hun klanten.

De levensverhalen van de moordslachtoffers in deze vierdelige docuserie vertonen ondertussen opmerkelijke overeenkomsten: omdat ze in eigen land het hoofd nauwelijks boven water kunnen houden – niet in het minst omdat er vaak al heel jong kinderen zijn gekomen, die ze nauwelijks kunnen onderhouden – kiezen ze de vlucht naar voren. Als ‘Zona Diva’ hopen ze in korte tijd voldoende te verdienen om het tij te keren, maar schilderen ze zich in werkelijkheid in de hoek waar, net iets te vaak letterlijk, de klappen vallen.

Like Tears In Rain

NTR

‘Oh-oh’, zegt Paul Verhoeven in de openingsscène van Like Tears In Rain (78 min.) als Sanna Fabery de Jonge hem vraagt naar zijn eerste ontmoeting met Rutger Hauer (1944-2019). ‘Ik krijg kippenvel als ik eraan denk’, vult zijn collega-regisseur Robert Rodriguez (Sin City) aan. ‘O, mijn hemel’, lacht Jason Eisener, die Hobo With A Shotgun maakte met de Nederlandse acteur. Waarna Mickey Rourke spontaan ontroerd raakt als hij aan Hauer denkt, zijn voormalige tegenspeelster Miranda Richardson een aardige anekdote over hem opdist en de Nederlandse fotograaf en filmmaker Anton Corbijn constateert dat Rutger ‘iemand was die we allemaal willen zijn.’

Terwijl Rutger Hauer op archiefbeelden uit 1988 vervolgens een Golden Globe in ontvangst neemt voor zijn rol in de film Escape From Sobibor, krijgt zijn goede vriendin Whoopi Goldberg nog even de gelegenheid om te vertellen dat ze alles bij hem kwijt kon en steekt Vincent D’Onofrio de loftrompet over ‘s mans vakmanschap. En daarna is het weer aan Paul Verhoeven om het intro van dit persoonlijke portret af te sluiten. Hauer was niets minder dan ‘de belangrijkste acteur die we ooit in Nederland hebben gehad’, aldus de belangrijkste filmregisseur die we ooit in Nederland hebben gehad. Hij kon zichzelf verwerkelijken via Hauer en werkte in totaal vijf keer met hem samen.

En dan kan die documentaire daadwerkelijk beginnen. Waarin Rutger Hauers leven en carrière worden doorgenomen, geïllustreerd met filmfragmenten en aangezet met herinneringen en superlatieven van vrienden en collega’s. Routinewerk, zo lijkt ‘t. Een clichématige Hollywood-docu. Fabery de Jonge heeft alleen iets anders voor ogen. Natuurlijk, deze film over de Nederlandse acteur bevat alle eerdergenoemde elementen, maar vertrekt vanuit een veel persoonlijkere insteek. Rutger Hauer en diens vrouw Ineke ‘Sien’ Hauer – ten Cate, die ook een prominente rol krijgt in dit portret, waren dierbare vrienden van haar ouders en fungeerden als peetouders voor de kleine Sanna.

En dus introduceert Fabery de Jonge haar eigen familie en poogt ze met hen en Ineke – en fraaie privébeelden, veelal van de veelfilmer Hauer zelf – de man achter het imago van ‘de blonde God’ vandaan te halen. Een vrije man. Een avontuurlijke man. Een man ook die zonder angst probeerde te leven. Gehaast, omdat het leven altijd te kort is. Zoals hij van dichtbij ervoer toen zijn boezemvriend Marius, tevens de broer van zijn echtgenote, op 29-jarige leeftijd overleed. Hauer stond zelf net op een keerpunt in zijn carrière en besloot het Nederland van Turks Fruit, Keetje Tippel en Soldaat van Oranje de rug toe te keren en te verkassen naar de VS voor Blade Runner, Ladyhawke en The Hitcher.

Tijdens zijn allereerste dag op een filmset, voor Paul Verhoevens serie Floris (1969), had Hauer zich volgens eigen zeggen al gerealiseerd dat de camera zijn vriend was. ‘En ik besloot dat dit een dans was met het publiek, bijna een tapdans van angst’, vertelt hij daarover. ‘En in veel opzichten een spel. Een denkspel.’ En dat heeft hij tot het einde van zijn leven, dat zich afspeelde tussen Friesland en Hollywood, kunnen spelen. Als de aftiteling van dit ge(s)laagde portret loopt, realiseert menigeen zich ongetwijfeld dat ie (weer) een heel klein beetje van Rutger Hauer is gaan houden, zowel van de begenadigde acteur als van de mens van vlees en bloed daarachter.

In Restless Dreams: The Music Of Paul Simon

Piece Of Magic

Tijdens het werken aan Seven Psalms verliest hij het gehoor in z’n linkeroor. De muziek van Paul Simon luistert nochtans nauw. De Amerikaanse zanger en songschrijver laat zich er echter niet door van de wijs brengen. Het album dat via een droom tot hem is gekomen – in de nacht van 15 januari 2019, kan hij zich nog haarfijn herinneren – moet er koste wat het kost komen. Een spirituele plaat, daarbij passen natuurlijk ook obstakels. Simon had al enkele jaren geen nieuwe liedjes meer geschreven. De aandrang was verdwenen. Totdat hij dus begon te dromen…

Terwijl hij in zijn thuisstudio in Wimberley, Texas, werkt aan Seven Psalms, vertelt Simon in de epische documentaire In Restless Dreams: The Music Of Paul Simon (209 min.) het verhaal van zijn loopbaan. Regisseur Alex Gibney blijft daarbij op de achtergrond. De filmmaker die naam heeft gemaakt met messcherpe documentaires over prangende, actuele onderwerpen – een portret van Elon Musk is alweer aangekondigd – houdt zich ditmaal ogenschijnlijk afwezig. Geen dodelijke voice-over dus, om bepaalde ontwikkelingen in perspectief te zetten. En hij gaat ook niet met venijnige vragen op zoek naar waar het schuurt.

Gibneys film over de Amerikaanse zanger en songschrijver past in de lijn van zijn liefdevolle portretten van James BrownFela Kuti en Frank Sinatra. Hij start in Queens, New York, waar de rechtenstudent Simon samen met zijn jeugdvriend Art Garfunkel en geïnspireerd door de legendarische Everly Brothers, liedjes begint uit te brengen. Eerst nog als – jawel! – Tom & Jerry, later onder de noemer Simon & Garfunkel. Na een aanzienlijke aanloopperiode worden ze in de tweede helft van de jaren zestig alsnog zeer succesvol, met klassiekers als The Sound Of SilenceMrs. Robinson (van de film The Graduate) en Bridge Over Troubled Water.

Met de vriendschap gaat ‘t ondertussen bergafwaarts. Als de songschrijver van de twee mist Simon commitment bij zijn partner, die zich steeds meer op een acteercarrière begint te richten. Hij heeft ook het gevoel dat hij zelf niet op waarde wordt geschat als zanger. ‘Natuurlijk, Paul, jij hebt een goede stem’, zou nota bene zijn eigen moeder tegen hem hebben gezegd. ‘Maar Art heeft echt een bijzondere stem.’ De vriendschap tussen de twee jeugdvrienden verzuurt zienderogen. Totdat Garfunkel van ‘iemand die het helemaal begreep‘ voor Paul Simon is verworden tot ‘een persoon die ik mijn hele leven niet meer hoef te zien.’

Alex Gibney neemt de tijd om het klappen van de samenwerking uit te diepen en volgt zijn protagonist daarna tijdens diens grillige solocarrière en al dan niet geslaagde pogingen om te acteren en de lolbroek uit te hangen in Saturday Night Live. Hij verlaat zich daarbij vooral op de melancholieke bard zelf, maar laat zo nu en dan ook – buiten beeld – intimi zoals Art Garfunkel, Simons voormalige echtgenote Carrie Fisher en zijn huidige vrouw Edie Brickell aan het woord. Op een organische manier stuurt Gibney de film dan steeds terug naar de opnames voor Simons vijftiende studioalbum Seven Psalms (2023), dat zomaar zijn zwanenzang zou kunnen worden.

Begin jaren tachtig is er een kortstondige reünie met Garfunkel, vervat in het legendarische Concert In Central Park (1981), maar de liefde blijkt definitief bekoeld. In Zuid-Afrika vindt Paul Simon, onder de hoede van zijn vertrouwde producer Roy Halee, daarna nieuwe inspiratie. Het ‘wereldalbum’ Graceland (1986) wordt een hoogtepunt in ‘s mans oeuvre, maar veroorzaakt ook meteen een controverse omdat hij de boycot tegen het Zuid-Afrikaanse Apartheidsregime zou hebben doorbroken – een bewogen geschiedenis die door regisseur Joe Berlinger al is uitgediept in de hele fijne documentaire Under African Skies (2012).

In Gibneys overtuigende film, van bijna drieënhalf uur, is die ophef niet meer dan een voetnoot. Een hobbel die Simons muziek, waarin de luiken naar Afrika inmiddels wijd open zijn gezet, nu eenmaal moest nemen én de opmaat naar de finale van In Restless Dreams, waarin hij de laatste hand legt aan zijn nieuwste langspeler. Hoewel ouderdom ook bij hem met gebreken is gekomen, wil Paul Simon de pijp nog altijd niet aan Maarten wil geven. ‘Wait’, zingt hij bijvoorbeeld in het slotstuk. ‘I’m not ready. I’m just packing my gear. Wait. My hand’s steady. My mind is still clear.’

Made In Holland – De Grote Gift

Discours Film

In het Amerikaanse plaatsje Marblehead, vlakbij Boston, hangen ze gewoon aan de muur: ‘onbetaalbare‘ meesterwerken van zeventiende eeuwse Hollandse en Vlaamse meesters. Het oudere Nederlands-Vlaamse echtpaar Eijk en Rose-Marie de Mol van Otterloo, dat fortuin heeft gemaakt met een beleggingsfirma, beschikt over de grootste privéverzameling in de wereld. ‘Een’ Rembrandt van Rijn bijvoorbeeld, ‘een’ Jacob van Ruisdael en ‘een’ Jan Steen.

Ideale hoofdpersonen dus voor documentairemaker Oeke Hoogendijk, die met films als Mijn RembrandtMarten En Oopjen: Portret Van Een Huwelijk en De Vereniging Rembrandt, Een Uitzonderlijk Jaar van de liefde voor kunst van vermogende verzamelaars, en de daaromheen scharrelende handelaren, haar eigen niche heeft gemaakt. Behalve de Van Otterloos portretteert ze in Made In Holland – De Grote Gift (50 min.) nog een ander kunstminnend echtpaar: Susan en Matthew Weatherbie uit Boston. Ook dit stel heeft inmiddels een collectie van aanzienlijke waarde opgebouwd.

Via hen duikt ze in de psyche van de gefortuneerde kunstminnaar, voor wie een collectie nooit af is. Welke ‘kinderen’ wil je nog omarmen – en wie stoot je daarvoor dan af? Hoogendijk volgt Eijk en Rose-Marie van Otterloo bijvoorbeeld naar Londen waar ze bij het upper class-koppel Johnny en Sarah van Haeften ‘een’ Netscher en ‘een’ Bruegel op de kop hopen te tikken. Voor ettelijke miljoenen, dat wel. ‘Het zoet van grote kwaliteit blijft nog lang nadat het bitter van een hoge prijs is vergeten’, probeert de kunsthistoricus en adviseur Frits Duparc hen te verleiden tot aankoop.

De setting verraadt geld, oud en nieuw. En de sfeer tussen de gedistingeerde heren en dames blijft tijdens de onderhandelingen voorkomend en vriendschappelijk – al staat er veel geld en prestige op het spel. Heel aandachtig kijken ze naar de schilderijen – en wij, als kijkers, met hen – en bepalen de waarde die deze voor hen persoonlijk en volgens de markt hebben. Het blijft een intrigerend tafereel, want tegelijkertijd ligt er ook een andere prangende kwestie op tafel: waar moet de collectie heen als zij, de Van Otterloos en Weatherbies, er straks niet meer zijn?

Met die vraag brengt Hoogendijk deze boeiende, opnieuw tot in de puntjes verzorgde film naar zijn eindpunt. Het is, zoveel is duidelijk, weer onmiskenbaar ‘een’ Oeke geworden. En die zijn op hun eigen manier ook onbetaalbaar.

Made In England: The Films Of Powell And Pressburger

Cinéart

Als kind keek de kleine Martin Scorsese thuis gebiologeerd naar het kleine zwart-wit televisietoestel als er weer een film van het Britse duo Michael Powell (1905-1990) en Emeric Pressburger (1902-1988) werd uitgezonden. Die vormden hem als mens en als cineast. In de documentaire Made In England: The Films Of Powell And Pressburger (133 min.) van regisseur David Hinton duikt Scorsese in de geschiedenis van dit bijzondere partnerschap en zijn eigen relatie met hun oeuvre.

Liefdevol loopt hij de films van zijn helden langs en vertelt en passant het levensverhaal van de Brit Powell en de Hongaarse Jood Pressburger, die in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog naar het Verenigd Koninkrijk vluchtte. Daar ontmoette hij, een eigenzinnige scenarioschrijver, zijn evenknie, een begaafde filmregisseur. Samen vormden ze het tweemanschap The Archers, dat tijdens en na de Tweede Wereldoorlog een gestage stroom succesvolle en ook artistiek geslaagde films afleverde.

Martin Scorsese gaat uitgebreid in op de cameravoering, symboliek, enscenering, thematiek en het kleurgebruik in klassiekers als The Life And Death Of Colonel Blimp (1943), Black Narcissus (1947) en The Red Shoes (1948) en laat zo nu en dan ook zien hoe het werk van Powell en Pressburger, soms bijna letterlijk, is terug te zien in zijn eigen films Raging Bull, The Age Of Innocence en Taxi Driver. Interessante thematiek, zeker. Voor een select publiek, van onverbeterlijke cinefielen, dat wel.

Martin Scorsese bouwde op latere leeftijd ook een persoonlijke band op met Michael Powell, die de laatste jaren van zijn leven getrouwd was met Scorseses vaste editor Thelma Schoonmaker. Powell was toen nog vooral in zijn hoofd filmmaker. Na zijn laatste grote release Peeping Tom (1960), die inmiddels wordt beschouwd als een klassieke ‘slasher movie’, werd het voor hem steeds lastiger om films gefinancierd te krijgen. Volgens Scorsese was hij nochtans continu bezig met nieuwe projecten.

The Archers waren toen allang, sinds halverwege de jaren vijftig, uit elkaar en in de vergetelheid verdwenen – al kregen ze in 1981 nog wel een speciale onderscheiding van The British Academy Of Film And Television Arts. Hun fan Martin Scorsese, voor even weer het jongetje dat gebiologeerd naar het televisietoestel tuurt, zwaait Powell en Pressburger nu nog eens alle lof toe in deze wel wat lang uitgevallen film.

Schuld & Boete

KRO-NCRV

Ze moeten permanent dealen met incassobureaus, dwangbevelen en deurwaarders, leggen brieven ongeopend aan de kant en gaan bezuinigen op dingen waarop je eigenlijk niet bezuinigt. En dan wordt toch – vanwege aanhoudende of alsmaar oplopende schulden – het water, gas en licht afgesloten, moet er geld geleend worden bij familie en vrienden en dreigt huisuitzetting en soms zelfs een periode op straat.

Documentairemaker Nan Rosens, die in de afgelopen jaren al actuele thema’s behandelde in Verdacht (etnische profilering door de Nederlandse politie), Doelwit (bedreiging van en geweld tegen lokale bestuurders) en Belaagd (seksuele intimidatie), richt zich in Schuld & Boete (53 min.) op de schuldenindustrie. Één op de elf Nederlandse huishoudens heeft zogezegd problematische schulden. Met enorme maatschappelijke gevolgen én kosten.

In deze interviewfilm tekent Rosens de verhalen op van vijf Nederlanders die steeds verder verstrikt raakten in hun schulden. Wat vaak is begonnen met een vordering die nog best was te overzien – als gevolg van een echtscheiding, een spilzieke partner of het simpelweg vergeten om meterstanden door te geven – groeit door een stapeling van boetes verrassend snel uit tot een geldbedrag dat met geen mogelijkheid meer is op te hoesten.

Hun getuigenissen worden ingekaderd door een bewindvoerder en schuldhulpverleners van een buurtteam en vroegsignalering. Gezamenlijk schetsen zij een systeem, waarbinnen kwetsbare mensen al snel in de problemen kunnen raken. Vaak overigens niet eens door exorbitante uitgaven of overbodige luxe, maar door, heel menselijk, nét iets meer uitgeven dan er binnenkomt, even niet goed opletten of simpelweg domme pech.

Jaren op een houtje bijten, in de schuldhulpverlening of onder bewindvoering zijn echt slechts een ontslag, scheiding of fikse tegenvaller weg als je geen fatsoenlijke buffer hebt opgebouwd. En wie eenmaal in de greep is geraakt van schuldeisers, of mensen die de vordering hebben overgenomen, kan zich daarvan nauwelijks meer losmaken. Menigeen komt niet verder dan rente betalen, terwijl de initiële schuld gelijk blijft of ook nog oploopt.

Dat thema, eerlijk en zonder zelfmedelijden verteld, is eerder behandeld in Nederlandse documentaires (Vergeef Me Mijn SchuldenDe SchuldmachineLost Boys, 5 Jaar Later en – natuurlijk – Schuldig).  Deze film voegt daar in wezen weinig aan toe, maar laat nog eens zien hoe ontwrichtend en hardnekkig de schuldenproblematiek is en dat een periode in de schulden echt niet alleen is voorbehouden aan lieden die van de ene in de andere, niet of achteraf te betalen, impulsaankoop vallen.

American Murder: Laci Peterson

Netflix

Terwijl er tijdens Kerstmis 2002 een grootschalige zoekactie plaatsvindt naar zijn vermiste echtgenote Laci, belt Scott Peterson stiekem met z’n vriendin Amber Frey. ‘Wil je een relatie met mij?’ vraagt zij naar de bekende weg. ‘Je weet dat ik denk dat we samen geweldig zouden zijn’, antwoordt hij. ‘Ik kan op alle manieren voor je zorgen.’ Intussen toont regisseur Skye Borgman in American Murder: Laci Peterson (159 min.) beelden van hoe familie en vrienden speuren naar Scotts vermiste vrouw. Laci, hoogzwanger, is met de hond gaan wandelen en daarna van de aardbodem verdwenen.

Het is een ontluisterende scène: de zogenaamd verontruste echtgenoot laat er geen gras over groeien en maakt toekomstplannen met een nieuwe geliefde, die tot voor kort overigens niet eens wist dat hij getrouwd was en volledig in shock is dat zijn vrouw nu ook nog blijkt te zijn verdwenen. Het kan niet anders of Scott weet wat er is gebeurd met Laci. Sterker: dat hij daar zelf de hand in heeft gehad. Twintig jaar na zijn veroordeling houdt Peterson echter nog altijd staande dat hij onschuldig is aan de dood van zijn acht maanden zwangere vrouw en hun ongeboren zoontje Conner.

De moord op de 26-jarige Laci uit Modesto in Californië ontwikkelde zich begin deze eeuw tot een enorme mediahype, waarbij Scott Peterson werd gebombardeerd tot de nieuwe O.J. Simpson en mediagenieke en -geile advocaten zoals Mark Geragos en Gloria Allred een belangrijke bijrol claimden. In deze driedelige true crime-serie roept Borgman, die in de afgelopen jaren al van de ene schokkende misdaad naar de andere bizarre moord is gegaan, het misdrijf en de bijbehorende ophef opnieuw op – zónder dat ze ook een poging waagt om de zaak een nieuwe wending te geven.

Borgman laat een afgewogen collectie bronnen aan het woord. Enkele betrokken rechercheurs, advocaten, journalisten en juryleden schetsen de feiten in de zaak, terwijl Laci’s moeder Sharon Rocha, Scotts zus en schoonzus, vrienden van de echtelieden én Amber Frey (die nog een essentiële rol speelde in de strafzaak tegen haar ex-geliefde) het drama van een emotionele onderlaag voorzien. Zij verhalen over een jonge vrouw die, ook getuige haar persoonlijke ‘babydagboek’, zo druk bezig was met het moeder worden dat ze niet door had wat haar boven het hoofd hing.

De familie Peterson neemt in die zaak wel een bijzondere positie in: zij weigeren nog altijd te erkennen dat het toch wel héél waarschijnlijk is dat Scott de dood van zijn vrouw en kind op z’n geweten heeft. En hoewel diens handelen voor en na Laci’s verdwijning nog altijd serieuze vragen oproept, worden ze daarover niet stevig aan de tand gevoeld. Zulke scherpte zou American Murder: Laci Peterson beslist goed hebben gedaan. Nu blijft deze miniserie steken op het niveau van een adequate reconstructie van een geruchtmakende dubbele moord. Niet meer, niet minder.

Zoals dat gaat bij dit soort ‘sexy’ misdaadverhalen is dit zeker niet de eerste en ook niet de laatste productie over de moord op Lori Peterson. Sterker: binnenkort wordt de driedelige serie Face To Face With Scott Peterson uitgebracht. Daarin komt de man zelf, die ruim twintig jaar heeft gezwegen, aan het woord. Hij houdt nog altijd staande dat hij onschuldig is. En Peterson is niet de enige: het Los Angeles Innocence Project heeft de moord inmiddels in onderzoek.

Death In Gaza

BBC

‘Israëlische burgers zijn in de afgelopen tijd het slachtoffer geweest van dodelijke terreuraanslagen door militante Palestijnen’, meldt een tekst aan het begin van de documentaire Death In Gaza (80 min.). Die vervolgt: ‘Israëlische kiezers hebben een leider gekozen die heeft beloofd dat hij verdachte militanten in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever zal opjagen en doden.’ Alleen het jaartal (2000) en de naam van die leider (Ariel Sharon) zijn niet meer accuraat, maar verder is die tekst bijna 25 jaar na dato nog altijd volstrekt actueel.

Begin 2003 zijn de 34-jarige Britse cameraman James Miller en verslaggever Saira Shah naar de Gazastrook vertrokken voor een documentaire over hoe ‘t is om op te groeien in een conflictgebied. Slechts enkele maanden later, op 2 mei, zal Miller met zijn eigen leven betalen voor die missie. Samen met Shah heeft hij dan al enkele Palestijnse kinderen geportretteerd, aan hun Israëlische tegenhangers zijn ze nooit toegekomen. Deze schrijnende film uit 2004, bekroond met enkele BAFTA- en Emmy Awards, vormt de indringende nalatenschap van de gesneuvelde cameraman.

Een documentaire met ontwapenende Palestijnse kinderen en hun tragische verhalen. ‘Hij is zo aardig voor mij’, zegt de twaalfjarige Mohammed bijvoorbeeld over zijn boezemvriend Ahmed. ‘Ik wil ook aardig zijn voor de hele wereld. Behalve voor onze vijanden, de Joden.’ Niet veel later krijgt Ahmed door gemaskerde paramilitairen een raketwerper in de hand gedrukt. Zodat hij er alvast aan kan wennen. De elfjarige Abdul Sattar kan ook bijna niet wachten tot hij zijn speelgoedgeweer, waarmee hij met zijn vriendjes gedurig het spelletje ‘Joden en Arabieren’ speelt, mag inruilen voor een werkend exemplaar.

‘Het leven is een en al wanhoop’, constateert het zestienjarige meisje Najla ondertussen somber. ‘Ik heb al acht jonge familieleden verloren.’ En in deze film zal er opnieuw een martelaar bijkomen. De kinderen en hun directe omgeving lijken intussen volledig vertrouwd met het oorlogsjargon, dat nog altijd wordt gebezigd in het conflict tussen de Israëli’s en Palestijnen. Termen als: Intifadah, bulldozergeweld, stenen gooien, nederzettingen, zelfmoordaanslag, de bezetter, Jihad en, ja, martelaren. Hun namen zijn op de muren gekalkt, zodat zij niet tot de naamloze slachtoffers van dit eindeloze conflict gaan behoren.

En dan bereiken Miller, Shah en hun medewerkers in deze grimmige documentaire – waarin hun werkoverleg, dat normaal gesproken wordt weggeknipt, laat horen hoe ze te werk gaan en een opzwepende soundtrack de dramatiek van alle gebeurtenissen nog eens extra aanzet – de laatste dag van hun bezoek aan de Gazastrook: vrijdag 2 mei 2003. De dag waarop zowel de film zelf als het leven van de maker ervan zal eindigen. De contouren van Millers tragische dood, waarbij een witte vlag en alle afgegeven signalen dat ze journalisten zijn toch niet mogen baten, worden vereeuwigd door een lokale filmcrew.

Van maker is James Miller dan definitief onderwerp geworden van deze film: dood in Gaza.

James Ensor. De Man Achter Het Masker

VRT

‘s Mans leven en werk roepen driekwart eeuw na zijn dood nog altijd meer vragen op dan er antwoorden voorhanden zijn. De verschillende sprekers in James Ensor. De Man Achter Het Masker (55 min.) krijgen er hun vinger maar niet achter. Hij is ‘the first Belgian modern artist’ (kunsthistorica Susan Canning), ‘die schilder vanuit de Vlaanderenstraat’ (een buurtgenote die als kind doodsbang voor hem was) en vooral ‘een blijvend intrigerend geval’ (curator Herwig Todts).

Al op de Koninklijke Academie Voor Schone Kunsten in Brussel wilde James Ensor (1860-1949) volgens archivaris Patrick Florizoone de uitzondering zijn – ook al was hij er helemaal geen hoogvlieger. Ensor was ervan overtuigd dat hij uitzonderlijk was. Kunstacademies waren in zijn optiek voor kortzichtigen, voor lieden die het gebaande pad namen. Hij daarentegen wilde raken met zijn werk. ‘Hij cultiveert hoe hij miskend werd’, aldus Florizoone. James Ensors wapen wordt het licht. Compromisloos blijft hij de grenzen opzoeken en laat anderen dan ontzet of bewonderend achter.

De Intrede Van Christus In Brussel, het pièce de résistance van de tegendraadse kunstenaar uit Oostende uit 1889, hangt sinds 1987 in het J. Paul Getty Museum te Los Angeles. Ensor schilderde ‘t op z’n achtentwintigste – als statement en reactie op Dimanche d’Été à La Grande Jatte,het meesterwerk van zijn op dat moment toonaangevende collega Georges Seurat – maar liet het daarna veertig jaar lang hangen in z’n eigen atelier. In LA weten ze er nog altijd niet goed raad mee. Het schilderij is extra hoog opgehangen en omgeven door sculpturen, zodat het de rest niet in de weg zit.

Ensors werk is kleurrijk, agressief, filmisch, provocatief en luguber, toont deze krachtige film van Maarten Vandeursen en Pieter Verbiest, waarin ook Oostendenaar Sam Louwyck, schilder Fred Bervoets en kunstenaar Paul McCarthy hun licht laten schijnen over die enigmatische man met meer vijanden dan vrienden. Vreemd is dat overigens niet. Ook in zijn schilderijen trapt Ensor wild om zich heen. Naar notabelen – men neme bijvoorbeeld Doctrinaire Voeding waarin hij koning Leopold en co letterlijk in de bek van het gewone volk laat schijten – maar ook naar de kunstwereld zelf.

James Ensor wil de hypocrisie blootleggen. Ontmaskeren. Letterlijk: door het veelvuldig gebruik van maskers in zijn schilderijen. Zijn oeuvre heeft nog niets aan kracht ingeboet, betoogt deze documentaire, gezegend met een onheilszwangere soundtrack, die zijn kunst weer helemaal in het nu plaatst. Dat is knap: hoe een man en zijn werk, 75 jaar na zijn dood, weer tot leven worden gewekt. Zodat het mysterie Ensor wordt verlicht en toch blijft voortbestaan.

Lucrecia: Un Crimen De Odio

Disney+

‘Alfredo, in het huis waar ik werk, werd ik ineens heel ziek’, schreef Lucrecia Peréz in haar laatste brief aan haar echtgenoot in de Dominicaanse republiek. ‘Idersa bracht me naar de dokter en ik ben nu weer beter. Als dit allemaal achter de rug is, mijn liefste, stuur ik je tweeduizend dollar. Dan kun je stoppen met werken op het land en iets beters beginnen.’

Alfredo las de brief voor op Lucrecia’s uitvaart. Ze werd op vrijdag 13 november 1992 doodgeschoten in Madrid. Nadat ze was ontslagen als hulp in huis verbleef de illegale immigrante enige tijd in de leegstaande nachtclub Four Roses in de wijk Aravaca, die door andere Dominicanen was gekraakt. Dit pand werd in die fatale nacht geattaqueerd door vier jonge Spaanse skinheads. Extremistische kaalkoppen. Neonazi’s. Onder aanvoering van een omstreden agent van de Guardia Civil.

Vier schoten zouden Luis Merino en zijn drie handlangers Felipe, Victor en Javier in totaal hebben gelost. En toen was de Dominicaanse werkster dood en een landgenoot van haar, ene Porfirio Elias, ernstig gewond. Lucrecia liet een zesjarige dochter achter. Kenia, inmiddels achter in de dertig, vertelt in de vierdelige serie Lucrecia: Un Crimen De Odio (Engelse titel: Lucrecia: A Murder In Madrid, 136 min.) hoe er thuis nauwelijks werd gesproken over de dood van haar moeder. Te pijnlijk.

Vanaf de derde aflevering zoomt deze miniserie van David Cabrera en Garbine Armentia, die zich eerst op het slachtoffer en misdrijf heeft geconcentreerd, in op de vier verdachten, ogenschijnlijk normale Spaanse jongelingen, en hun vermoedelijke modus operandi op de dag van Lucrecia’s dood. Was het moord met voorbedachte rade? Of toch eerder een poging tot intimidatie, die helemaal uit de hand liep? En wie was er schuldig? Alleen de schutter of ook zijn drie medestanders?

De moord op Lucrecia Peréz veroorzaakte grote verontwaardiging in Spanje: dit was een haatmisdrijf. Net als eerder de racistische moord op Kerwin Lucas/Duinmeijer (1983) in Nederland en later de gewelddadige dood van Stephen Lawrence (1993) in Groot-Brittannië. De daders waren jonge nationalistische mannen die streefden naar een blanke natie, gebruik maakten van nazi-symbolen zoals de Hitlergroet en het hakenkruis en een algehele weerzin hadden tegen ‘buitenlanders’.

Lucrecia: Un Crimen De Odio roept dat naargeestige milieu, dat in Spanje ook automatisch is verbonden met de bruine erfenis van dictator Franco, overtuigend op. Er is bijvoorbeeld een navrante bijrol voor Felipes moeder die de buurt naar verluidt regelmatig op keihard gedraaide fascistische liederen vergastte. Zo maakt deze krachtige miniserie inzichtelijk hoe een cultuur van xenofobie uiteindelijk kan leiden tot een volstrekt zinloze moord.

Diane von Furstenberg: Woman In Charge

Disney+

Ze leefden als prins en prinses. Het huwelijk van Diane Halfin met de Duitse prins Egon von Fürstenberg leek eind jaren zestig letterlijk een sprookje. De relatie met de flamboyante Egon, die ’t alleen niet al te nauw nam met de huwelijkse trouw en zich ook aangetrokken voelde tot mannen, liep echter binnen enkele jaren spaak. Zij bleef niettemin haar hele leven in contact met hem – tot het bittere eind, tijdens de AIDS-crisis – en behield ook zijn achternaam. En onder die noemer zou Diane in de jaren zeventig naam maken als modeontwerper, met haar signatuur-wikkeljurk.

In Diane von Furstenberg: Woman In Charge (97 min.) blikken Trish Dalton en Sharmeen Obaid-Chinoy met de influencer avant la lettre, haar broer, echtgenoot en kinderen, en prominenten zoals Hillary Clinton, Oprah Winfrey, Gloria Steinem, Fran Lebowitz, Seth Meyers, Deepak Chopra en Anderson Cooper terug op een leven in de spotlights. Na haar glamoureuze jaren aan de zijde van Egon werd de Belgische ontwerpster, kind van getraumatiseerde Joodse ouders, een graag geziene societyfiguur. Ze ging bijvoorbeeld behoren tot de vaste clientèle van de New Yorkse ons-kent-ons club Studio 54.

Von Furstenberg veroorloofde zich daarbij een (seksuele) vrijheid die doorgaans alleen was voorbehouden aan het andere geslacht. ‘Ik leefde een mannenleven in een vrouwenlichaam’, herinnert Diane von Furstenberg, inmiddels dik in de zeventig, zich niet zonder trots. ‘Jawel! God, ja!’ Zo sliep ze volgens eigen zeggen in één weekend met zowel Ryan O’Neal als Warren Beatty. Uitdagend: ‘Wat vind je daarvan?’ Ze rommelde daarnaast met Richard Gere. En ze had waarschijnlijk een triootje kunnen hebben met Mick Jagger en David Bowie, maar besloot daar op het laatste moment toch maar van af te zien.

Diane von Furstenbergs liefdesavonturen behoren tot de smeuïgste delen van dit gedegen portret, waarin verder netjes alle pieken en dalen van haar leven en loopbaan worden doorgenomen en de relatie met haar getroebleerde moeder, een overlevende van het vernietigingskamp Auschwitz, voor een soort emotionele onderlaag zorgt. Want van een bevallige prinses mag de ontwerpster dan zijn uitgegroeid tot een soort koningin van de modewereld, daaronder zit nog altijd het kind van een oorlogsslachtoffer verborgen – en een vrouw die op haar geheel eigen wijze het feminisme blijft verbreiden.

Valkenburg In De Geul

NTR

Een half jaar na de grote overstromingen in Limburg, op 14 juli 2021, gaat documentairemaker Hans Heijnen voor het eerst met de camera op pad naar zijn geboortegrond, naar wat in die fatale zomer bijna Valkenburg In De Geul (138 min.) leek. In de navolgende jaren legt hij vast hoe de bewoners van het Geuldal hun psychische, lichamelijke én financiële wonden likken na het verwoestende water.

In de eerste aflevering van de driedelige serie steekt Heijnen bijvoorbeeld z’n licht op bij Hotel Walram, dat weer wordt geopend als de materiële schade van de watersnoodramp min of meer is gerepareerd. De mentale schade is intussen nog duidelijk aanwezig bij eigenaar Georges Laheij, die zijn levenswerk bedreigd zag en zich nu genoodzaakt ziet om een stapje terug te zetten. Intussen beijvert zijn vrouw Claudia Volders zich voor een monument en legt ze contact met Groningse aardbevingsslachtoffers en kampt hun studerende zoon Da-Yves met sombere gedachten.

Heijnen legt zijn oor te luister bij diverse bewoners die een kras op hun ziel hebben opgelopen door het wassende water. De één is getraumatiseerd door de watersnoodramp zelf, een ander is uiteindelijk meer getroffen door de ramp na de ramp, het bureaucratische gevecht met allerlei (uitkerende) instanties. Heijnen bevraagt hen in hun gezamenlijke taal, het Limburgs, en appelleert ook nadrukkelijk aan hun trots op de wereld, waarvan ook hijzelf een kind is. Deze miniserie wordt daarmee tevens een soort ode aan het Limburg van zijn jeugd, compleet met tamelijk dikke muziek.

Hans Heijnen sluit daarnaast aan bij Valkenburgs burgemeester Daan Prevoo. Die spreekt bij een stille tocht over het belang van saamhorigheid, naastenliefde en solidariteit en heeft ‘t dan ook over het voorbereiden op een nieuwe toekomst. ‘Want ja, het kan weer gebeuren!’ Hij is de eerste en enige die in deze serie het woord ‘klimaatverandering’ in de mond neemt. Misschien hadden er dodelijke slachtoffers moeten vallen, denkt de burgervader soms. Dan werd de noodzaak om er écht iets aan te doen, zowel in Den Haag als in de lokale gemeenschap, misschien wat meer gevoeld.

Gaandeweg drijft Valkenburg In De Geul zo nu en dan een beetje weg van de overstroming in juli 2021 en komen er enkele typische Heijnen-types boven – die eerder zijn ‘Limburgse’ films Bokken En GeitenBewakers Van Bemelen en Het Kruis Van Tegelen bevolkten. Helmuth Schetters bijvoorbeeld, een verstokte vrijgezel met bindingsangst. Of zijn vader, de voormalige smid Jan. Die heeft in het geheim een oventje gemaakt, zodat hij straks in zijn eigen tuin kan worden gecremeerd. Schetters heeft alleen nog een vergunning nodig om de as daarna weg te laten wegstromen in de Geul.

Het is een typerende scène voor deze serie en Heijnens complete oeuvre. Als filmmaker schurkt hij dicht tegen zijn personages aan – veelal gewone Limburgers met een uitgesproken mening of aandoenlijk weerhaakje. Hij geeft hen vervolgens de gelegenheid om hun, doorgaans tamelijk traditionele, kijk op het leven te delen. In dialect. Met veel gemeenschapszin. En niet zonder chauvinisme. Enkele gesprekspartners verontschuldigen zich er zelfs voor dat ze hem niet in de plaatselijke taal te woord kunnen staan. Omdat ze nu eenmaal met Nederlands zijn opgevoed.

Ook zij kunnen echter getuigen van het trauma dat 14 juli 2021 heeft veroorzaakt in de gemeenschap van Valkenburg. De directe nood daarvan krijgt, naarmate dit groepsportret vordert, langzaam een plek in het collectieve geheugen, zodat er weer ruimte komt voor de toekomst. Met hoogwater, zo realiseert menigeen zich en blijkt in 2023 nog eens ten overvloede, dat wel.

Trailer Valkenburg In De Geul

Rietveldhuizen: Een Meubel Om In Te Wonen

AVROTROS

Toen interieurarchitect Truus Schröder in 1982 met Frank den Oudsten en Lenneke Büller terugkeek op haar leven en werk, was haar voormalige partner, de befaamde meubelontwerper en architect Gerrit Rietveld (1888-1964), al bijna twintig jaar overleden. Samen hadden ze een aantal volstrekt eigen woonhuizen nagelaten. Te beginnen met hun eigen woning: het zogenaamde Rietveld Schröderhuis, volgens de officiële website ‘een meesterwerk van functionaliteit, minimalisme en geometrische precisie’ aan de rand van Utrecht, dat in originele staat is teruggebracht en tegenwoordig dienst doet als museum.

In Rietveldhuizen: Een Meubel Om In Te Wonen (52 min.) gebruikt Lex Reitsma de geluidsopname van Schröder, die zelf in 1985 overleed, als structurerend element. Zij leerde Rietveld kennen in 1911 toen ze allebei op het punt stonden om te trouwen. Niet met elkaar overigens. Toen haar echtgenoot Frits in 1923 overleed, vroeg Truus ‘Rietveld’ om een nieuw huis voor haar en haar kinderen te bouwen. Uiteindelijk zou hij er zelf, na het overlijden van zijn echtgenote Vrouwgien in 1957, eveneens een eigen plek krijgen. Ook professioneel: op de begane grond vestigden Truus en Gerrit er hun gezamenlijke architectenbureau.

Met Rietvelds kleindochter Martine Eskes en Schröders kleinzoon Maarten loopt Reitsma nu hun huis, leven en werk door. Daarnaast bezoekt hij Rietveld-huizen elders in het land. Het zijn woningen die niet voor de eeuwigheid werden gebouwd. Uiteindelijk zouden de huizen verouderd raken en vervangen moeten worden, was de stellige overtuiging van Gerrit Rietveld. ‘Hij werkte net zo lang totdat de dingen niet meer ingewikkeld waren’, zegt Truus Schröder daarover, in het met een bandrecorder opgenomen gesprek, dat met illustratieve beelden wordt ondersteund. Niet elke ingenieuze oplossing heeft de tand des tijds echter doorstaan.

De huidige eigenaren hebben er hun handen aan vol om de panden in originele staat en bewoonbaar te houden. ‘Een Rietveld-huis dat niet lekt is geen Rietveld-huis’, vat Rex Verkaik, eigenaar van Huis Kronenberg in Wageningen, het kernachtig samen. Tegelijkertijd voelen hij en de bewoners van al die andere creaties van de twee-eenheid Gerrit Rietveld en Truus Schröder de behoefte en de verplichting om ze in stand te houden. Als essentieel cultureel erfgoed, toonbeelden van de kunststroming De Stijl, dat in deze liefdevolle film nog eens in volle (of vergane) glorie wordt getoond. Om te benadrukken hoe bijzonder al die creaties zijn.

Truman & Tennessee: An Intimate Conversation

Dogwoof

De wegen van Tennessee Williams (1911-1983) en Truman Capote (1924-1984) bleven elkaar een leven lang kruisen. Zij behoorden tot de belangrijkste Amerikaanse schrijvers van hun tijd en waren ook ruim veertig jaar bevriend met elkaar. De twee leerden elkaar kennen toen Truman zestien was. Tennessee liep toen al tegen de dertig. Binnen enkele jaren zouden ze allebei doorbreken met hun debuut: het toneelstuk The Glass Menagerie (Williams, 1944) en de roman Other Voices, Other Rooms (Capote, 1948).

In de navolgende jaren zouden ze uitgroeien tot chroniqueurs van hun tijd en wereld. Tennessee deed dat veelal met theaterstukken. Die werden vaak ook verfilmd, zoals A Streetcar Named Desire, Cat On A Hot Tin Roof en Baby Doll. En Truman Capote, een graag geziene societyfiguur, manifesteerde zich nadrukkelijk met de novelle Breakfast At Tiffany’s en leverde daarna een huiveringwekkende true crime-klassieker af, In Cold Blood, een boek waaraan hij volgens eigen zeggen bijna kapot ging. 

In het dubbelportret Truman & Tennessee: An Intimate Conversation (85 min.) laat regisseur Lisa Immordino Vreeland de twee auteurs zichzelf én elkaar kenschetsen. Zo had Williams volgens zijn vriend een onstuitbare drang om te schrijven, terwijl die zich weer verbaasde over Capotes oneindige zucht naar roem. De filmmaakster gebruikt voor zulke inkijkjes zowel interviews met de New Yorkse schrijvers als hun geschriften, die ze door de acteurs Jim Parsons (Capote) en Zachary Quinto (Williams) heeft laten inspreken.

Immordino Vreeland zet daarnaast fragmenten uit speelfilms, gebaseerd op hun boeken en theaterstukken, in om hun levenswandel en oeuvre te illustreren en maakt slim gebruik van de veelvuldige bezoekjes van de twee sterauteurs aan de talkshows van David Frost en Dick Cavett. Wat ze daar te berde brengen over bijvoorbeeld de liefde, bekendheid, drankzucht, kritiek en – natuurlijk! – het schrijven zelf snijdt ze slim tegen elkaar weg. Om de overeenkomsten en verschillen tussen hen te benadrukken.

De twee mannen, allebei min of meer openlijk homoseksueel in een tijd waarin dat bepaald nog geen vanzelfsprekendheid was, leren gaandeweg ook de keerzijde van hun faam kennen. Op uitbundige lof volgt soms keiharde kritiek. Van middelpunt van de belangstelling kun je ook zomaar de risee van een gezelschap worden. Deze zorgvuldig gemaakte film toont vervolgens ook de neergang van de twee ooit zo gevierde schrijvers en werkt zo toe naar het tamelijk roemloze einde dat hen allebei ten deel viel.

Free Space

Marian Markelo en Boris van Berkum / Zeppers / NTR

Wie mag wat maken? vraagt Karin Junger zich af in Free Space (65 min.), de film die ze in samenwerking met schrijver Stephan Sanders heeft gemaakt over de verlegenheid daarover bij veel hedendaagse kunstenaars. Wie bepaalt dat? Op grond waarvan? En hoe ga je om met de kritiek dat je je op het terrein van een ander hebt begeven?

Toen Junger als witte vrouw enkele jaren geleden een documentaire maakte over haar eigen donkere kinderen en hun vrienden (Ik Alleen In De Klas, 2020), kreeg zij volgens eigen zeggen het verwijt dat ze haar ‘white privilege’ misbruikte. Het was niet aan haar om dat verhaal te vertellen. ‘En ik voelde me ineens de vijand’, vertelt ze in een voice-over, bij de start van deze persoonlijke film, die actuele thema’s zoals identiteit, representatie, cancelen, stereotypen en culturele toe-eigening onderzoekt.

Dat blijkt overigens een stuk lastiger dan gedacht. Veel kunstenaars en kenners die Junger benadert zien af van een bijdrage of haken in een later stadium alsnog af. Bang om hun vingers te branden aan een onderwerp, waarbij de emoties hoog kunnen oplopen. Zangeres Anne-Faye Kops, kind van een zwarte moeder en een witte vader, maakte bijvoorbeeld een theaterconcert over haar gemengde afkomst. Die kwam haar, vanwege haar witte voorkomen, op veel kritiek te staan.

Dit roept de vraag op van wie verhalen zijn. Ligt het ‘ownership’ bij de groepen waarover ze gaan? Wie bepaalt wie bij de groep hoort? En mogen leden van een andere groep zich dan niet over zulke verhalen buigen? Bij zijn voorstelling De Gendermonologen heeft theatermaker Raymi Sambo criticasters bijvoorbeeld duidelijk moeten maken dat hij geen voorstellingen maakt óver mensen, maar mét en vanuit hen. Schrijver Ted van Lieshout ervaart dergelijke discussies als ‘verlammend’.

In de samenwerking tussen de Surinaamse wintipriesteres Marian Markelo en de witte Nederlander Boris van Berkum komen twee werelden samen. Ze maken een soort Delftsblauwe wintikunst. Samen willen ze over de bestaande grenzen heen kijken. Want ‘die kunnen ons beperken in het voortbrengen van mooie dingen’, stelt Marian ferm. Als we blijven uitgaan van oprechte interesse in de ander en verbinding met elkaar, ontstaat er waardevol erfgoed dat echt van ons allen is.

Toch is het onvermijdelijk dat verschillende visies over wat van wie is en wat daarbij mag soms flink botsen. ‘If you are cis, straight and white’, schreef kunstenares Angel-Rose Oedit Doebé bijvoorbeeld op een spiegel, ‘this ain’t for you.’ Het werk riep een venijnige reactie op van haar collega Floyd, die zich wilde afzetten tegen ‘woke-populisme’. Deze venijnige clash resulteert in het enerverendste deel van deze film – al roept de afhandeling ervan vragen op. Want wat vindt Angel-Rose van Floyds respons?

Behoedzaam tast Karin Junger in Free Space het werkterrein van hedendaagse kunstenaars af, dat soms verdacht veel op een mijnenveld lijkt. Als laatste sluit ze aan bij Stephan Sanders, die in gesprek gaat met de ‘zwarte’ Amerikaanse schrijver Thomas Chatterton Williams. Hij schrijft in het boek Self-Portrait In Black And White: Unlearning Race (2019) dat hij niet meer wil meedoen aan ‘het Amerikaanse huidspel’. Het antiracistische discours schiet volgens hem z’n doel voorbij.

Jungers conclusie, in deze boeiende en actuele film, lijkt in het verlengde daarvan te liggen: uiteindelijk hebben al die verschillende mensen meer gemeen met elkaar dan dat ze van elkaar verschillen, stelt ze. Bovendien weten ze zelf echt wel wat goed voor hen is.

Koyaanisqatsi

Criterion

Het beeld was er ongetwijfeld eerst. Eenmaal ondergedompeld in Koyaanisqatsi (82 min.) is de gedachte echter bijna onvermijdelijk: die majestueuze shots van cameraman Ron Fricke zijn speciaal voor de beeldende muziek van Philip Glass gemaakt en er vervolgens netjes op gelegd. Beeld en muziek vormen in elk geval een onmiskenbare eenheid in deze zinnenprikkelende trip langs het leven op aard.

De mens is alomtegenwoordig in de debuutfilm van Godfrey Reggio – via voorbij flitsend verkeer in een nachtelijke metropool, de vernietigingskracht van oorlogsmachines of ineen zijgende flatgebouwen bijvoorbeeld – maar wordt an sich als individu nooit meer dan een onbeduidend rekwisiet. Gesproken wordt er bijvoorbeeld helemaal niet. En als de mens, precies halverwege de film, voor het eerst centraal wordt gezet, letterlijk, kijkt die recht in de camera – en wij, als kijkers die achter de lens schuilgaan, al even recht in diens collectieve ziel.

De mensch als volstrekt inwisselbaar wezentje in een gigantische mierenhoop, een organisme dat bruist van het leven en tegelijkertijd lijkt te zijn ontdaan van de spontaniteit ervan. Aan de lopende band, op de roltrap of in de file. Komend van het één, gaand naar het ander. Soms vertraagd, een andere keer weer aanzienlijk versneld. Met behulp van de barokke, sacrale of ronduit bombastische muziek van Glass toewerkend naar een ongenadige climax of juist even een moment van stilte inlassend. Steeds weer opnieuw. Laden en ontladen.

Daar tegenover staat de onverzettelijkheid van moeder aarde: wolkenpartijen, rotsformaties, watervallen. Die er al lang voor de komst van de mens waren en er na diens verscheiden waarschijnlijk ook nog wel zullen zijn. De beeldsymfonie Koyaanisqatsi, een woord dat Hopi-indianen gebruiken voor een leven dat uit balans is geraakt of in moeilijkheden verkeert, werd gemaakt tussen 1975 en 1982 en is bedoeld als ‘een apocalyptisch beeld van de botsing tussen twee verschillende werelden: het stedelijke leven en technologie versus de aarde’.

De documentaire is onderdeel van Reggio’s zogenaamde Qatsi-trilogie, die verder uit Powaqqatsi (1988) en Naqoyqatsi (2002) bestaat, en geldt als een echte cultfilm, die je gezien – nee: ondergaan – moet hebben. Als een beeldenstorm die over je heen komt en een nauwelijks te bevatten wirwar van indrukken op de innerlijke printplaat achterlaat.

Hitler: A Life In Pictures

BBC / HBO Max

‘Hij is de architect van één van de grootste rampen ooit’, stelt historicus Keith Lowe bij aanvang van elke aflevering van Hitler: A Life In Pictures (176 min.). ‘De meest gefotografeerde leider van het begin van de twintigste eeuw’, vult verteller David Harewood aan. ‘Hij oefende z’n poses urenlang voor de spiegel’, beweert professor Maiken Umbach zelfs. ‘Elke foto was een optreden.’

Aan de hand van zeldzame en gedigitaliseerde beelden belicht deze vierdelige serie van Jonathan Mayo de opkomst en ondergang van Adolf Hitler, een leider die heel zorgvuldig zijn eigen imago heeft geconstrueerd en ondertussen delen van zijn ware identiteit aan het oog probeerde te onttrekken. ‘Hitler schiep een ongekend beeld van politieke roem dat daarvoor nog niet bestond’, stelt historicus Guy Walters. ‘De manipulatie van de media, de presentatie van zichzelf, is te vergelijken met wat film- en popsterren tegenwoordig doen.’

Kijkend naar de propagandafoto’s die Hitlers persoonlijke fotograaf Heinrich Hoffmann van zijn leider maakte bij de Anschluss van Oostenrijk in 1938, ziet professor Nicholas O’Shaugnessy bijvoorbeeld dat hij consequent wordt geportretteerd als ‘de Messias van een seculiere religie’. De fotograaf voedt volgens hem de Führercultus. ‘Hoffmann creëert, zoals zo vaak, een symbolisch beeld. Hitler is het stille middelpunt van een draaikolk van opperste extase, waarin het volk bevangen raakt door een soort opperste euforie.’

Hoffmann, die zich dan ook al bedient van Photoshop-trucs avant la lettre, is daarmee een cruciale figuur in de beeldvorming rond de Führer. Ook filmmaakster Leni Riefenstahl, verantwoordelijk voor de nazi-propagandafilm Triumpf des Willens, en cameraman Walter Frentz spelen een essentiële rol in de constructie van Adolf Hitlers imago als leider, volksheld en krijgsheer, stellen diverse historici, beelddeskundigen en psychologen (waarbij Mayo, via B-roll beelden, tevens de setting laat zien, waarbinnen zij zijn geïnterviewd).

Tegenover zijn publieke profiel, eerder al onderzocht in de Nederlandse serie Hitler En De Macht Van Het Beeld (2022), staat de privépersoon Adolf Hitler. Die is te zien in de homemovies van zijn vriendin Eva Braun. Zij filmde ook regelmatig bij de Berghof, Hitlers huis op de Obersalzberg in de Beierse Alpen. De beelden, waarop haar man ontspannen verpoost met nazi-kopstukken zoals Joseph Goebbels, Heinrich Himmler, Martin Bormann, Reinhard Heydrich en Albert Speer, waren lang spoorloos, maar doken uiteindelijk weer op.

Zeker zo interessant is de achterkant van het naziregime zelf, die in deze boeiende miniserie naar voren komt in opgediepte foto’s en filmpjes. Zoals een uitstapje van de SS’ers van het vernietigingskamp Auschwitz en hun echtgenoten. In de natuur bij de zogenaamde Solahütte houden zij een ontspannen wedstrijdje bosbessen eten. ‘Het is opzichtige, agressieve pret, in weerwil van alles’, stelt Maiken Umbach. ’Dit is geen onschuldig vermaak. Ze zitten letterlijk in de schaduw van de grootste genocide ooit.’

Tegenover het beeldenbombardement van de nazi’s konden hun slachtoffers slechts hun eigen menselijkheid plaatsen. De Joodse fotograaf Henryk Ross besloot bijvoorbeeld om het gewone leven in het getto van de Poolse stad Lódz vast te leggen. Behalve de verschrikkingen van de oorlog liet hij tevens een verliefd stelletje, een kinderfeestje en een moeder die haar kind kunst zien. Ook deze foto’s hebben de tand des tijds doorstaan en definiëren nu het tijdperk van Adolf Hitler, dat onuitwisbare beelden heeft nagelaten.

The Kid Stays In The Picture

USA Films

The Kid Stays In The Picture (94 min.), zou de legendarische filmproducent Darryl Zanuck hebben gezegd. Daarmee was de discussie over Robert Evans definitief beslecht. Eerder hadden schrijver Ernest Hemingway en de acteurs Tyrone Power, Ava Gardner en Eddie Albert nog een brief geschreven aan Zanuck: als Evans de rol van Pedro Romero speelt, wordt onze film The Sun Also Rises een gigantische flop. Alleen co-ster Errol Flynn had zich afzijdig gehouden. Die moest wel lachen om alle drukte.

Het joch blijft in de film, schreeuwde Zanuck dus door een megafoon, toen hij Robert Evans eenmaal aan het werk had gezien als de Spaanse stierenvechter. En iedereen die het daar niet mee eens is, voegde hij eraan toe, kan zelf vertrekken. Robert Evans wist het ondertussen zeker: dit wil ik ook. Vanaf dat moment was zijn acteercarrière ten dode opgeschreven. Een legendarische filmproducent werd daar, op die verdeelde filmset, geboren: Bob Evans (1930-2019), de man achter Hollywood-klassiekers als Rosemary’s Baby, Love Story, The Godfather, Chinatown en Serpico.

Althans, dat is de versie van zijn levensverhaal die Evans opdist in deze typische Hollywood-film van Brett Morgen en Nanette Burstein uit 2002, die weer is gebaseerd op zijn eigen gelijknamige autobiografie. Omdat een leven ook maar gewoon een leven is – en dus niet zomaar een verhaal wordt. Dat maakt de verteller er dus zelf van, met een oneliner van Darryl Zanuck – zou die daadwerkelijk ooit zo zijn uitgesproken? – als inciting incident. Waarna de gelikte vertelling die Evans van zijn eigen lotgevallen heeft gemaakt van start kan.

Via belangrijke plotpoints – ’s mans eerst contract bij Paramount Pictures, zijn Hollywood-huwelijk met Love Story-ster Ali McGraw (die hem uiteindelijk inruilde voor Steve McQueen), z’n partygedrag met elke keer een andere schone aan zijn arm, de onvermijdelijke megaflop (The Cotton Club) en het ontslag bij Paramount dat uiteindelijk het logische gevolg was – op weg naar een klassiek point of no return, geïllustreerd met klassieke scènes uit zijn eigen films, als hij in de jaren tachtig werkeloos, berooid en depressief zijn leven en loopbaan lijkt te moeten eindigen.

Hollywood zou echter Hollywood niet zijn – en Evans niet Evans – als er niet toch nog een happy end in het verschiet lag in dit vermakelijke, als een klassieke Hollywood-film opgebouwde en aangeklede portret van een man die als geen ander de gouden jaren van de Amerikaanse filmindustrie representeert.