Ennio

Periscoop

Voor een man die zoveel succes heeft gehad, die tot de absolute top binnen zijn métier behoort, oogt hij opvallend nederig in Ennio (156 min.). De Italiaanse componist Ennio Morricone (1928-2020) was dan ook van eenvoudige komaf. Volgens medestudenten ging hij op het conservatorium zelfs gebukt onder een minderwaardigheidscomplex, dat hij maar moeilijk van zich kon afschudden. Nadat Morricone begin jaren zestig muziek had geschreven voor enkele westerns werd hij gevraagd door regisseur Sergio Leone. Ze bleken bij elkaar in de klas te hebben gezeten op de lagere school. Samen zouden de oude schoolmakkers filmgeschiedenis schrijven en met de zogenaamde Dollars-trilogie de spaghettiwestern uitvinden, niet in het minst door Morricone’s geweldige opera-achtige muziek.

Zijn vroegere leermeester op het conservatorium, Goffredo Petrassi, en Morricone’s traditionelere oud-studiegenoten zagen er alleen weinig in. Daar begon je toch niet aan als componist, zo’n ‘anti-artistieke’ samenwerking met een filmmaker? Voor een academisch geschoolde musicus was dat zo ongeveer vergelijkbaar met prostitutie. ‘Schuldig’, bekent de componist in kwestie. ‘In het begin voelde ik me ook schuldig, maar langzamerhand werd dat minder. Ik wilde met het schrijven wraak nemen.’ De stem en lippen van de oude meester beginnen te trillen. Zoals wel vaker tijdens het centrale interview voor deze definitieve biografie raakt hij overmand door emoties. ‘Ik wilde het overwinnen, dit schuldgevoel.’

Met de man zelf, allerlei Italiaanse componisten en musici, zijn vakbroeders John Williams en Hans Zimmer en kopstukken uit de film- en muziekwereld zoals Bernardo Bertolucci, Quincy Jones, Wong Kar-Wai, Bruce Springsteen, Clint Eastwood, Joan Baez, Barry Levinson, Pat Metheny, Oliver Stone en James Hetfield loopt Giuseppe Tornatore Morricone’s bijna 75-jarige carrière door. In die periode werkte hij met toonaangevende regisseurs zoals Terrence Malick, Brian De Palma en Quentin Tarantino. Alleen voor Stanley Kubrick moest hij passen. Die had hem gebeld voor A Clockwork Orange. Sergio Leone overtuigde zijn collega er echter van dat Ennio te druk was met zíjn film. Morricone heeft er nog altijd hartzeer van.

Intussen liet de waardering vanuit de serieuze Italiaanse musici nog altijd op zich wachten. Zij hadden volgens componist Nicola Piovani moeite om het talent van Ennio Morricone te (h)erkennen. Het duurde enkele decennia voordat ze eindelijk ‘wilden buigen voor zijn genialiteit.’ ‘s Mans laatste samenwerking met Leone, voor de klassieker Once Upon A Time In America (1984), bracht uiteindelijk de ommekeer. ‘Die muziek kan alleen maar geschreven zijn door een musicus in hart en nieren’, stelt zijn oud-studiegenoot Boris Porena in dit epische portret. Hij schreef, als een soort publieke boetedoening, zelfs een excuusbrief aan zijn vakbroeder.

En daarna resteert in Ennio, dat natuurlijk prachtige filmscènes en werkelijk majestueuze muziek bevat, alleen nog de jacht op een Oscar. Want verder heeft Morricone echt alles bereikt wat hij in zijn stoutste dromen had kunnen bedenken.

Daniel Day-Lewis: The Heir

AVROTROS

Op een dag in september 1989 verlaat Daniel Day-Lewis aan het einde van de eerste akte ineens het podium. Zoals het een echte Britse karakteracteur betaamt, heeft hij de hoofdrol in Shakespeare’s Hamlet bemachtigd. Hij treedt daarmee in de voetsporen (en stapt in de schaduw) van grote theateracteurs als Laurence Olivier, Richard Burton en Christopher Plummer. Intussen moet hij elke dag ook de confrontatie aangaan met zijn overleden vader. Daniel heeft een foto van de befaamde dichter en schrijver Cecil Day-Lewis, die film maar een inferieure kunstvorm vond, opgehangen in zijn kleedkamer.

De recensies voor Day-Lewis’ Hamlet zijn niet onverdeeld positief. Plotseling knapt er iets in hem. ‘Ik was gewoon compleet uitgeput, het kon me allemaal niks meer schelen’, vertelt de acteur een kleine twintig jaar later aan talkshowhost Charlie Rose. ‘Het was genoeg geweest, ik kon het niet meer.’ En dus lonkt het witte doek, waarmee hij in de voorgaande jaren al enigszins vertrouwd is geraakt. Ten tijde van het gesprek met Rose in 2007 is hij al een gevierd filmacteur, met diverse bioscoophits op zijn naam (The Last Of The Mohicans, The Age Of Innocence en The Boxer) en zijn eerste Oscar in de achterzak (My Left Foot).

Nummer twee en drie, voor There Will Be Blood en Lincoln, moet hij dan nog ontvangen, als eerste acteur in de geschiedenis die drie Academy Awards voor de beste hoofdrol krijgt. Hij zal daarnaast overigens ook nog drie keer genomineerd worden voor diezelfde Oscar, voor zijn hoofdrollen in In The Name Of The Father, Gangs Of New York en Phantom Thread. Tóch is Daniel Day-Lewis nooit een typische Hollywood-celebrity geworden. Hij mijdt het babbeldebabbelcircuit, kiest zijn rollen altijd zéér zorgvuldig en verdwijnt tussendoor soms jaren in de anonimiteit.

In de interessante tv-biografie Daniel Day-Lewis: The Heir (52 min.) betonen Jeanne Burel en Nicolas Maupied het acteerkanon op een passende manier eer. Géen collega’s of bekendheden dus, die ongegeneerd de loftrompet over hem steken – iets wat kijkers met nét iets te veel last van plaatsvervangende schaamte, net als Day-Lewis zelf waarschijnlijk, alleen zeer gegeneerd kunnen aanzien. Maar een gedegen poging om ‘s mans leven, zijn carrière en de wisselwerking daartussen te vatten. Geïllustreerd met treffende speelfilmfragmenten, oude foto’s en de spaarzame publieke optredens van de man die zich het liefst terugtrekt op het Ierse platteland.

Totdat Daniel Day-Lewis letterlijk voelt dat hij zijn zelfverkozen kluizenaarschap weer even moet verlaten voor de volgende Oscar-waardige rol…

In The Same Breath

HBO

Het jaar 2020 – en daarmee ook In The Same Breath (98 min) – begint in China als een musicalversie van het leven. Enorme volksmassa’s luiden op een groot plein het nieuwe jaar in met een zoetgevooisd lied. ‘Mijn moederland en ik zijn niet van elkaar te scheiden’, zingen de zorgvuldig geplaceerde mannen en vrouwen, terwijl ze parmantig met een rood vlaggetje zwaaien. ‘Waar ik ook naartoe ga, ik zal haar lof toezingen.’ De Chinese leider Xi Jinping levert eveneens zijn bijdrage aan de feestvreugde. ‘Patriottische gevoelens zorgen voor tranen in onze ogen’, zegt hij op gedragen toon. ‘Patriottisme vormt de ruggengraat van onze natie.’

Op diezelfde 1 januari 2020 is er ook nog ander nieuws, vertelt de Chinese documentairemaker Nanfu Wang, die al negen jaar in de Verenigde Staten woont. De politie van Wuhan laat een officiële verklaring voorlezen op de staatstelevisie: ‘acht mensen zijn bestraft voor het verspreiden van geruchten over een onbekende longziekte.’ Acht doctoren, welteverstaan. Het is een bericht dat al snel naar de achtergrond verdwijnt, ten faveure van de nieuwjaarsactiviteiten. Zo gemakkelijk laat COVID-19 zich echter niet beteugelen. Terwijl de Chinese overheid iedereen die iets wil zeggen over het nieuwe virus de mond probeert te snoeren en een lockdown afkondigt in Wuhan, gaat het verhaal van de pandemie rond op de sociale media.

Het werkelijke verhaal komt zo ook Nanfu Wang ter ore. Ze is inmiddels teruggekeerd naar de VS, maar heeft haar tweejarige zoontje achtergelaten bij haar ouders in China. En dit roept weer wrange herinneringen op aan een oud trauma rond haar vader. Wang voelt zich verplicht om het nieuws over de crisis wereldwijd onder de aandacht te brengen. Ze vraagt allerlei landgenoten om stiekem te gaan filmen. Zo vangt ze de eerste Coronagolf, maar ook hoe de Chinese overheid die met alle mogelijke middelen probeert te framen. Positieve berichtgeving moet er komen, ten koste van (bijna) alles. De staatsmedia werken maar al te graag mee en leveren de heldenverhalen die een gevoel van trots moeten creëren over hoe de heilstaat China de pandemie bezweert.

Genadeloos legt Wang, die in One Child Nation eerder de Chinese eenkindpolitiek fileerde, het menselijke drama, de onvoorstelbare hypocrisie en het bureaucratische gedoe bloot, die de Corona-uitbraak sinds begin 2020 (nee: eind 2019) begeleiden. Halverwege de film schakelt ze even door naar haar huidige thuisbasis, waar de geschiedenis zich op een gênante manier herhaalt. Neem alleen de eerste reactie van Amerikaanse gezagsdragers en deskundigen, die de situatie volledig onderschatten en de humanitaire ramp gewoon laten gebeuren. En de volksmenners natuurlijk, die hun achterban aanpraten dat er sprake is van een ‘plandemic’ waarmee gewone Amerikanen van hun grondrechten worden ontdaan. ‘Accurate informatie is essentieel’, zegt een vrouw met een ‘Make America Great Again’-pet op. ‘We hebben te veel mensen die blindelings de leider volgen. En die leider kan ze zo naar de rand van een klif leiden, waarna ze zich in het ravijn storten.’

Dan keert Nanfu Wang toch weer terug naar haar geboortegrond, waar het communistische bewind een grauwe deken van staatspropaganda – vervat in potsierlijke loftuitingen op ‘China’s superieure systeem’ – blijft leggen over de gruwelen van de eerste Coronagolf. Intussen hebben ziekenhuizen patiënten in kritieke toestand (moeten) weigeren en kunnen mensen in een hospitaal sterven, zonder dat hun verwanten het weten of er een uitvaart komt. Daarmee wordt In The Same Breath, dat uiteindelijk tot een even virtuoze als naargeestige climax wordt gebracht, behalve een verpletterende film over de eerste COVID-19 brandhaard ook een nietsontziend portret van het moderne China.

The Most Beautiful Boy In The World

Amstelfilm

Hij heeft in de afgelopen jaren al in Finland, Hongarije en Rusland gekeken, maar geen enkele jongen heeft ‘het’. Totdat op een koude februaridag in 1970 de vijftienjarige Björn Andrésen binnenstapt tijdens een screentest in Stockholm. De Italiaanse regisseur Luchino Visconti is totaal overdonderd.

Een goddelijke jongen. Die prachtige verlegen glimlach. De werkelijk onweerstaanbare ogen. En dat ranke bovenlijf, speciaal op zijn verzoek ontbloot. Visconti heeft Tadzio gevonden, de held voor zijn verfilming van Thomas Manns novelle Death In Venice! Als de speelfilm, over de liefde van een oudere man voor een onschuldige jongen, een jaar later in première gaat tijdens het festival van Cannes, groeit de Zweedse tiener direct uit tot een wereldwijd idool. Een leeg canvas waarop eenieder – begerige kerels voorop – zijn verlangens kan projecteren.

Een halve eeuw is ‘Tadzio’ allang niet meer The Most Beautiful Boy In The World (94 min.), de geuzennaam die de Italiaanse regisseur hem gaf. Hij oogt als een slonzige oude man, met een onverzorgde baard en lang grijs haar. Zijn huisbaas wil hem uit zijn vervuilde woning zetten. Andrésens buren voelen zich niet meer veilig sinds hij op een onbewaakt ogenblik het gas aan heeft laten staan. Intussen ligt Björn gedurig in de knoop met zichzelf en zijn jongere vriendin Jessica.

Na Death In Venice verloor Visconti snel zijn interesse in hem. De jongen was inmiddels zestien en onmiskenbaar onderweg naar volwassenheid. Op de plotselinge roem die hem ten deel viel – van een carrière als popster en inspiratiebron voor mangatekenaars in Japan tot een rol als ‘trophy boy’ voor Franse homoseksuelen – was hij echter op geen enkele manier toegerust. De mediahype zou hem alleen maar confronteren met de butsen die hij in zijn jeugd had opgelopen.

Andrésens gecompliceerde levensverhaal wordt in handen van Kristina Lindström en Kristian Petri een even sfeervolle als melancholieke vertelling. Over een door het leven getekende man die nooit de ongerepte Tadzio is geweest die Visconti in hem zag, eerder een slachtoffer van ’s werelds oppervlakkige fixatie op uiterlijk en beroemdheid. Een zwaarmoedige man bovendien, die nog altijd bezig is om de wonden uit zijn verleden een plaats te geven in zijn huidige bestaan.

Trial In The Outback: The Lindy Chamberlain Story

‘The dingo’s got my baby!’ Die ene zin zou de geschiedenis ingaan en meteen het lot van Lindy Chamberlain-Creighton bezegelen. De Australische vrouw was in 1980 met haar man Michael en hun kinderen aan het kamperen in het rotsachtige Uluru-gebied. En toen zou er dus een verwilderde hond zijn gekomen, die haar jongste dochtertje Azaria meenam. Het kind, negen weken oud, werd nooit meer gezien. In de tent bleef wel bloed achter. Even verderop werd een jumpsuit aangetroffen.

De tragische gebeurtenis, onder de noemer A Cry In The Dark verfilmd met Meryl Streep en Sam Neill (die tevens de voice-over voor deze docu verzorgt) veroorzaakte een enorme mediahype en zou uitmonden in een eindeloze stroom complottheorieën. Die smolten uiteindelijk samen tot één enkel uitgangspunt: Lindy, inmiddels de meest gehate vrouw van haar land, had haar eigen kind vermoord. Uitroepteken. Een jaar later werd ze officieel aangeklaagd. De veroordeling volgde snel: Azaria’s moeder, inmiddels alweer zwanger van een dochtertje, verdween levenslang achter slot en grendel.

Iedereen had kunnen bedenken dat dit een gerechtelijke dwaling moest zijn, zo betoogt Trial In The Outback: The Lindy Chamberlain Story (148 min.), waarin de hoofdpersoon, haar kinderen en talloze betrokkenen veertig jaar na dato hun verhaal doen. Ontlastende verklaringen en bewijzen waren er volop, waaronder berichten over aanvallen van zeer agressieve dingo’s in dezelfde omgeving. Maar Barbertje, lid van een sowieso al gewantrouwde kerkgemeenschap, moest hangen. Enne… ‘the dingo was framed’.

Hoewel dit drama zich begin jaren tachtig afspeelde, voelt deze tweedelige documentaire opvallend actueel. Nuchter legt regisseur Mark Joffe allerlei mechanismen bloot, die we wellicht eerder associëren met het huidige tijdsgewricht, van nepnieuws, wappies en trial by social media. De zaak Azaria Chamberlain, die ook onmiskenbaar gelijkenissen vertoont met de dramatische verdwijning van de Britse peuter Madeleine McCann, toont evenwel aan dat een blind volksgericht van alle tijden is en echt geen algoritmen nodig heeft.

In The Face Of Terror

Dimitri Bontinck vertrekt in 2013 hoogstpersoonlijk naar Syrië. De Belg wil zijn zoon Jejoen ophalen. Die is in de voorgaande jaren geradicaliseerd en onder de invloed gekomen van Sharia4Belgium. Dimitri wil hem ter plaatse uit de klauwen van Islamitische Staat (IS) rukken. Hij haalt echter bakzeil. Als gevolg van zijn bevrijdingspoging wordt zijn zoon alleen beschouwd als een mogelijke spion en vastgezet. Jejoen slaat op de vlucht. Eenmaal thuis beweert de jongen dat hij in een cel heeft gezeten met de gegijzelde fotografen John Cantlie en Jim Foley.

Bontinck besluit contact op te nemen met Foleys ouders. Het Amerikaanse echtpaar wacht al een hele tijd op nieuws over hun oudste zoon. Zoals de Schot Michael Haines in onzekerheid verkeert over het lot van zijn broer David. En Carl en Marsha Mueller zich afvragen of hun enige kind, hulpverleenster Kayla, nog in leven is. Zij worden in deze driedelige documentaireserie gedwongen om In The Face Of Terror (175 min.) te staan. Diane en John Foley krijgen op 19 augustus 2014 zelfs de ergst denkbare klap te verwerken, in de vorm van een ijzingwekkende IS-video, waarin hun zoon voor het oog van de wereld een gruwelijke dood sterft.

Nog enkele andere gegijzelden zullen publiekelijk worden terechtgesteld. Drie IS-terroristen van Britse origine lijken verantwoordelijk. Van hun gevangenen hebben ze de bijnaam ‘The Beatles’ gekregen. Één van hen, de 26-jarige computerprogrammeur Mohammed Emwazi (bijgenaamd Jihadi John) uit West-Londen, zal zelf omkomen bij een Amerikaanse luchtaanval, maar zijn twee trawanten blijken nog in leven. Op initiatief van de nabestaanden van hun slachtoffers wordt in de eerste twee afleveringen van deze serie de jacht geopend op de Britse terroristen, die het kalifaat inmiddels zijn ontvlucht. En Kayla Muellers ouders vinden aanknopingspunten in de zaak van hun dochter, die nu al enkele jaren vermist is.

De derde aflevering van deze kwaliteitsserie van Tim Lawton, waarvoor acteur David Morrissey als voice-over fungeert, staat vreemd genoeg helemaal los van de eerste twee. Hierin wordt een andere vorm van terrorisme belicht: de extreemrechtse aanval op twee moskeeën in het Nieuw-Zeelandse Christchurch, die in maart 2019 meer dan vijftig moslims het leven kostte en ‘live’ werd gestreamd voor een enthousiaste achterban. Met het manifest van de dader in de hand, genaamd The Great Replacement, gaan onderzoekers en voormalige neo-Nazi’s op zoek naar diens banden met de Europese Identitaire Beweging en ultranationalisten in de Verenigde Staten.

Tegelijkertijd proberen de overlevenden en nabestaanden van deze fundamentalisten, aan beide zijden van een vuile oorlog, zin te geven aan het onuitputtelijke verdriet dat hen is toegebracht. Zij zijn uiteindelijk de helden van In The Face Of Terror, dat ondanks alles een soort eerbetoon wordt aan menselijke moed, compassie en veerkracht.

A Glitch In The Matrix

Deze film kan zomaar zijn ontsproten aan het brein van sciencefiction-schrijver Philip K. Dick, de man die ons onvergetelijke dystopische werelden voorschotelde in Blade Runner, Minority Report en Total Recall. Sterker: in zekere zin is dat ook zo. Het startpunt is in elk geval een speech die Dick voor een Frans publiek gaf in 1977. Over zijn ‘preoccupatie voor pluriforme pseudo-werelden’.

Kern van deze film is – denk ik, maar dat is niet mijn meest in het oog springende kwaliteit – de hypothese dat de werkelijkheid waarin we denken te leven in realiteit ook wel eens een groots opgezette simulatie kunnen zijn. Dat klinkt als de clou van een baanbrekende sciencefiction-klassieker van dik twintig jaar geleden. En dat klopt: deze documentaire heet niet voor niets A Glitch In The Matrix (108 min.).

De zinsbegoochelende film van Rodney Ascher refereert ook aan dat gevoel wat je als kind kunt hebben – ik tenminste wel, en mijn voorstellingsvermogen is nooit héél erg groot geweest – dat de wereld alleen bestaat als en op het moment dat jij erin participeert. Zodra je iets de rug toekeert, verdwijnt ‘t. Om pas weer tot leven te komen, als jij besluit om je toch nog een keer om te draaien.

Deze docu, die ik voor het gemak ga opzadelen met de term ‘mindfuck’ – want al te veel fantasie is mij ook nooit gegeven – is niet voor niets vormgegeven als een soort mixture van een videogame, virtual reality en het dark web, waarin originele gedachtenexercities, filosofische bespiegelingen en baldadige luchtfietserij samenkomen in een wereld die wel eens geheel verzonnen zou kunnen zijn. Of niet.

Natuurlijk is de film gelardeerd met filmscènes, animaties en games, wordt de voice-over verzorgd door een computerstem en is het geheel dichtgesmeerd met plastic synthmuziek. Alle ‘mensen’ die aan het woord komen zijn bovendien getransformeerd in geanimeerde personages die zo weggelopen zouden kunnen zijn uit/naar – daar wil ik even vanaf zijn, anders loopt mijn brein er weer op vast – een sci-fi horrorfilm van hooguit B-garnituur.

A Glitch In The Matrix heeft een paranoïde feel en werpt elementaire vragen op over realiteit, psychische gezondheid en moraliteit. Probeer ze alleen maar eens te vangen. Het kostte mij – mijn geest heeft inmiddels de draaicirkel van een aftandse tractor – net zoveel moeite als kandidaten van de Ted Show, die willekeurig uit het plafond vallende staven te pakken moesten krijgen; je hebt net zo vaak prijs als dat je lucht vangt.

En met dat gevoel moet je als eenvoudige kijker – als je het vaak doet, word je er niet per definitie ook beter in – maar zien te dealen. Een oplossing zou kunnen zijn: snel proberen te vergeten. Of: je er helemaal in verliezen, zoals veelkijkers van The Matrix en Inception gebeurt. Dan kan de realiteit alleen óók een dystopie worden. Zoals het relaas van Joshua Cooke aantoont, de naargeestige apotheose van deze ontregelende film.

Philip K. Dick had het niet beter kunnen verzinnen, zou ik zeggen – als ik om woorden verlegen zou zitten. En als hij dat ook niet gewoon heeft gedaan.

Caught In The Net

Cinema Delicatessen

Drie volledige kinderkamers worden er ingericht. Naast elkaar. In een soort Big Brother-setting. Met spullen uit de echte kinderkamers van de meisjes. Beter: van de jonge Tsjechische vrouwen die zich gaan voordoen als meisje van twaalf. Tien dagen lang. In het kader van een sociaal experiment, rond de gevaren van het internet voor opgroeiende kinderen. Het is de bedoeling dat ze twaalf uur per etmaal online zijn. Als lokaas voor seksuele roofdieren die het hebben gemunt op (veel) te jonge meisjes.

De regels zijn glashelder: we benaderen zelf niemand, benadrukken dat we twaalf zijn, flirten niet, reageren met ‘ik weet niet’ op seksuele toespelingen, sturen pas naaktfoto’s als er diverse malen om is gevraagd en initiëren zelf zeker geen fysieke ontmoetingen. De actrices maken gebruik van platforms zoals Facebook, Skype en Snapchat en worden tijdens het experiment begeleid door psychologen, seksuologen, juristen en opsporingsambtenaren.

En dan kan Caught In The Net (100 min.) van start. Zelfs de twee regisseurs Vit Klusák en Barbora Chalupová zijn verbaasd als het eerste nepprofiel van de meisjes dat online wordt geplaatst binnen vijf minuten al vijftien reacties heeft opgeleverd. En in het eerste de beste gesprek zit een volwassen kerel binnen enkele minuten met zijn broek op zijn enkels te masturberen. Een lekkere binnenkomer, voor wat een verontrustende afdaling zal worden naar een hellehol waar perverse mannen met alle mogelijke middelen naïeve pubers proberen te manipuleren, verleiden en chanteren.

Die kerels zijn onherkenbaar gemaakt. Alleen hun ogen – glimmend, vals, pathetisch, hard, geil, sadistisch zelfs – zijn haarscherp. En onvergetelijk. Zo kijkt een roofdier, dat nog even speelt met zijn slachtoffer. Voordat het dat de kop afbijt. En dat er, dat ook, geen idee van heeft dat de rollen in werkelijkheid zijn omgedraaid en dat hij, tijdens een eveneens wat ranzige Peter R. de Vries-achtige ontmaskering, straks een kopje kleiner zal worden gemaakt.

Het is de ongemakkelijke apotheose van een naargeestige film over de online-verleidingen en gevaren waarmee hedendaagse pubers opgroeien. Een schokkend groot aantal van hen zal op de één of andere manier te maken krijgen met seksuele intimidatie. Caught In The Net, een documentaire die de kijker helemaal uitgehold achterlaat, maakt tastbaar hoe dat er in de praktijk uit kan zien. Na afloop voelen niet alleen de betrokken actrices en filmcrew zich danig bezoedeld.