Biggest Heist Ever

Netflix

Was het Rusland, Noord-Korea of toch Iran? Als het Bitfinex-fonds uit Hongkong in 2016 op ingenieuze wijze wordt gehackt, denken insiders meteen aan een schurkenstaat. De onbekende daders hebben maandenlang rondgeneusd en een flinke slag geslagen. Dit is niet het werk van kwaadbedoelende amateurs, zo is het algehele gevoel.

De daders kampen alleen met één probleem: transacties met het buitgemaakte geld zijn voor de hele wereld te volgen. Het is alsof de buit gewoon op straat ligt, voor alles en iedereen zichtbaar. Hoe haal je die dan stiekem binnen? Intussen loopt de waarde van de gestolen Bitcoins zienderogen op: tot maar liefst 4,5 miljard dollar.

Amerikaanse opsporingsambtenaren tasten een hele tijd volledig in het duister over de identiteit van de cryptoboeven. Totdat ze via enkele opmerkelijke transacties een adres in New York op het spoor komen: Wall Street 75, het thuisadres van twee wannabe-influencers met opvallend diepe zakken, Ilya ‘Dutch’ Lichtenstein en Heather Morgan.

De twee blijken er online nogal een opmerkelijk leven na op te houden. Met name Morgan trekt de aandacht als een kneuzige parodie op een vrouwelijke rapper, die echter serieus bedoeld lijkt te zijn: @Razzlekhan, volgens een kennis een soort ‘Heather maal honderd’. Met wanstaltige ‘hits’ als Versace Bedouin en Vacuum Cleaner.

De Amerikaanse documentaire-lopende band Chris Smith krijgt in Biggest Heist Ever (87 min.) maar geen genoeg van de online-strapatsen van de vermeende Bitcoins-dievegge. En ook haar nerdy echtgenoot Dutch, met wie zij op extravagante wijze in het huwelijk is getreden, mag zich in zijn warme belangstelling verheugen.

Met zichtbaar plezier volgt Smith ook de Amerikaanse speurders tijdens hun zoektocht door het darknet, waarbij ‘follow the money’ nog altijd een bruikbaar uitgangspunt blijkt te zijn om, te midden van alle rookgordijnen en dwaalsporen, de naakte waarheid bloot te leggen, zodat ze deze Bitcoin-Bonnie & Clyde dan toch kunnen inrekenen.

Waarbij het dan nog wel de vraag is hoe een hoogopgeleide en kosmopolitische Amerikaanse vrouw en haar Russische echtgenoot de vaardigheden en mogelijkheid hebben verkregen om zich wederrechtelijk zo’n ontzettende smak virtueel geld toe te eigenen? Wacht, even terugspoelen… Rússisch? Zou ’t dan misschien tóch?

Aan het eind van deze smakelijke film zijn er evenveel vragen beantwoord als weer opgeworpen – en komt de cryptoleek desalniettemin ‘verrijkt’ de krochten van het internet weer uit.

Undercover: Exposing The Far Right

Tigerlily Productions

Harry Shukman wordt Chris. Hij infiltreert, voorzien van een verborgen camera en geluidsapparatuur, in een internationaal opererend extreemrechts netwerk. Daarbij richt hij zich nu eens niet op de bullebakken, de kaalkoppen die racistische leuzen scanderend en amok makend de straat op gaan, maar op de intelligentsia, de denkers van een radicale beweging die inmiddels op diverse plekken in de wereld toegang tot de macht lijkt te krijgen.

Harry is onderdeel van de Britse organisatie Hope Not Hate, die zich ten doel heeft gesteld om te openbaren wat er in die extreemrechtse kamers werkelijk over tafel gaat, de wereld achter de omfloerste woorden. Voor de documentaire Undercover: Exposing The Far Right (90 min.) heeft Havana Marking toegang gekregen tot zo’n operatie, waarvan ‘Chris’ het uithangbord is en Patrik Hermansson dienst doet als zijn ingenieuze secondant. Samen begeven ze zich in kringen waar fatsoenlijke mensen doorgaans liever weg blijven – en waar ’t ook niet ongevaarlijk is als ze ontdekken wie je écht bent.

De officiële verklaringen van de lieden die in deze verborgen camera-docu figureren, bij wijze van wederhoor opgenomen in de aftiteling, schetsen een aardig beeld van in welke beerput de twee hun neus hebben gestoken: de extreemrechtse partij Britain First, het voormalige English Defence League-boegbeeld Tommy Robinson, een kopstuk van Alternative für Deutschland, de aanjagers van de rechts-extremistische rellen in Groot-Brittannië in de zomer van 2024 én de mysterieuze investeerder die een ondergronds onderzoek naar intelligentieverschillen tussen rassen financieel ondersteunt.

Marking volgt de medewerkers van Hope Not Hate naar (stiekem gefilmde) activiteiten, bijeenkomsten en besprekingen met dubieuze figuren in Estland, Polen en Griekenland, maar belicht ook de impact van het werk op het persoonlijk leven van de gezichten van de ideële organisatie. Want zulke activiteiten gaan gepaard met gerichte intimidatie en de dreiging van geweld vanuit extreemrechtse hoek. Oprichter en CEO Nick Lowles krijgt bijvoorbeeld te horen dat een negentienjarige extremist zijn afgeschermde adres en telefoonnummer heeft achterhaald én een vuurwapen heeft gekocht op het internet.

Als Hope Not Hate in oktober 2024 de resultaten van z’n onderzoek naar buiten brengt, kan Chris weer Harry Shukman worden. Hij vervolgt zijn werk. Niet meer – nooit meer! – undercover, maar vanuit een safehouse.

Union

https://www.unionthefilm.com/

Om een vakbond te mogen oprichten heb je in de Verenigde Staten de handtekeningen van minimaal dertig procent van de medewerkers van een bedrijf nodig. En als je dat wilt doen bij een vestiging van Amazon, is er nog een andere factor om rekening mee te houden: de multinational van Jeff Bezos ververst zo ongeveer elk half jaar z’n complete personeelsbestand. Zodra het management er lucht van krijgt dat een medewerker zich actief bezighoudt met het oprichten van een vakbond, wordt die er natuurlijk als eerste uitgekieperd.

Chris Smalls en de andere initiatiefnemers van de Amazon Labor Union (ALU) staan dus voor een uitdaging in de klassieke direct cinema-film Union (104 min.). Vanaf de lente van 2021 hebben Brett Story en Stephen Maing de oprichters van de vakbond bij distributiecentrum JFK8 in New York een jaar lang gevolgd. Dit moet de allereerste bond worden bij Amazon, een bedrijf dat inmiddels een bedenkelijke reputatie heeft opgebouwd: enorme werkdruk, nauwelijks pauze, beroerd loon en geen ontslagbescherming. En acties om daartegen iets te ondernemen worden stelselmatig ondermijnd.

Bij de start van de film laten Story en Maing eerst de andere kant van Amazons bedrijfsverhaal zien: de lancering van de raket van oprichter Jeff Bezos. Ze hebben de verleiding weerstaan om ook diens inmiddels iconische dankwoord aan alle medewerkers en klanten eraan toe te voegen: ‘Want jullie hebben hiervoor betaald.’ Bezos zegt ’t echt, ongetwijfeld met de beste bedoelingen. Het doet denken aan het goeie ouwe industriële tijdperk: terwijl z’n medewerkers nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden, baadt de grote baas in luxe en houdt zich onledig met z’n nieuwste speeltjes.

Dat begin van Union is overigens ook enigszins taai. Pas als de strijd van voormalig Amazon-medewerker Smalls, die oogt als een archetypische rapper, en z’n getrouwen echt ontbrandt, komt ook de film op stoom. Want hoewel ALU niet wordt gesteund door een landelijke vakbond, weet het gezelschap gaandeweg wel degelijk reuring te veroorzaken. Met T-shirts, vlaggetjes, gratis eten én provocerende projecties op het Amazon-gebouw. ‘You are not a robot;’, spreken die Bezos’ werknemers rechtstreeks aan. ‘You are not disposable. You are a human being.’

Geen idee overigens waar Smalls en co het budget vandaan halen om zulke capriolen uit te halen. Daar gaat deze activistische film (blijkbaar) niet over. Die wil vooral de epische strijd met Amazon belichten, vanuit het perspectief van het gestaalde vakbondskader dat in een bushalte een eigen post heeft ingericht en pittige interne discussies voert via Zoom. Want als Amazon op alle mogelijke terreinen de druk opvoert – vervat in het beeld van een beveiliger die dreigend een camera richt op actievoerders – wordt het steeds moeilijker om de rijen gesloten te houden.

Dat lukt ze uiteindelijk niet – een medestander kan zelfs pijlsnel een tegenstander worden – maar het idee van een ALU blijkt ook geen kansloze onderneming. Het begint Chris Smalls en z’n kernteam te dagen dat ze geschiedenis kunnen schrijven. En die zou dan meteen vereeuwigd zijn in een good old vakbondsdocu in de traditie van Harlan County USA, American Dream en American Factory. Over hoe je samen sterk kunt staan, in uitdagende tijden.

Music By John Williams

Disney+

Alleen al vanwege de soundtrack voor de film Jaws verdient componist John Williams een plek in Hollywoods eregalerij. Zonder hem zou Steven Spielbergs witte haai waarschijnlijk eerder lachwekkend dan doodeng zijn geworden. Williams schreef een elementair muziekstuk, waarmee een aanval van het bloeddorstige monster wordt aangekondigd. En een ongelooflijke bioscoophit was geboren. Music By John Williams (105 min.) begint dan ook met die twee uit duizenden herkenbare noten. Tada… Tadaa… En de haai is alweer onderweg, op zoek naar z’n prooi.

Williams componeerde natuurlijk de muziek voor zo’n beetje alle films van Spielberg: van Close Encounters Of The Third Kind, Indiana Jones en E.T. tot Jurassic Park, Schindler’s List en The Fabelmans. Daarnaast leverde hij ook iconische soundtracks voor Fiddler On The Roof, The Poseidon Adventure, Superman, Home Alone, JFK en Harry Potter. In totaal staan er vijf Oscars op de schouw in huize Williams. Met zijn muziek voor de Star Wars-franchise werd hij zelfs een rockster. Als hoogbejaarde dirigent trekt hij nog altijd volle zalen, waarbij tijdens The Imperial March een groot deel van z’n gehoor zelfs enthousiast meedirigeert met een heus lichtzwaard.

Dat succes heeft ook zijn keerzijde gehad, toont deze doeltreffende documentaire van Laurent Bouzereau, waarin verder nauwelijks een wanklank valt. Het duurt namelijk even voordat Williams ook serieus wordt genomen door z’n vakbroeders. Juist omdat hij zo succesvol is met filmmuziek. Want die wordt door sommige musici beschouwd als een bastaardkunstvorm. Als ‘Johnny’ wordt aangesteld als dirigent van het Boston Pops Orchestra, zorgt dit in eerste instantie dus voor spanningen. Uiteindelijk bezwijkt echter ook het sikkeneurigste orkestlid voor het muzikale vakmanschap van John Williams en wordt zijn tijd bij het orkest alsnog een succes.

Zelf vindt hij ‘t geweldig om en plein public te musiceren. ‘Voor het gewonde ego van een filmcomponist die geen publiek of applaus kent is het genieten van het magnifieke publiek in Boston.’ Dat al dan niet gewonde ego wordt in deze Hollywood-docu ook nog eens duchtig gestreeld door regisseurs (George Lucas, Chris Columbus, Ron Howard, J.J. Abrams en – natuurlijk – Steven Spielberg, die ook een dikke vinger in de pap had bij deze film) en muzikanten (violist Itzhak Perlman, saxofonist Branford Marsalis, cellist Yo-Yo Ma en violist Anne-Sofie Mutter) waarmee hij werkte. Samen dragen zij één  boodschap uit: muziek verbindt en John Williams is de ultieme verbinder.

Music By John Williams concentreert zich vrijwel volledig op ‘s mans liefde voor muziek en werkleven. De tragiek uit zijn persoonlijk leven – zijn vrouw, actrice/zangeres Barbara Ruick, stierf op slechts 41-jarige leeftijd en liet hem met drie jonge kinderen achter – wordt binnen enkele minuten afgewerkt. Misschien ook omdat muziek écht zijn eerste liefde was – en straks ook, als dan toch ‘The End’ verschijnt, z’n allerlaatste. De appel is in dat opzicht overigens niet ver van de boom gevallen. Zijn zoons zijn eveneens ‘lost in music’: Mark speelde met Cher, Air Supply en Tina Turner en Joe is leadzanger van Toto. Alleen Jenny, het enige familielid dat in deze film optreedt, houdt ’t bij een rondje golf.

En dat lijkt ook zo’n beetje het enige wat John Williams buiten de muziek doet.

Mr. McMahon

Netflix

Vince McMahon en enkele andere ‘larger than life’-personages zijn er eens goed voor gaan zitten. Dit lijvige portret van de grote baas van World Wrestling Entertainment (WWE) is echter pas een paar minuten onderweg als het verhaal dat regisseur Chris Smith voor ogen had al grondig wordt ontregeld – of, anders bekeken, lekker opgepompt – door ‘breaking news’ rond McMahon: de beruchte worstelpromotor, die voor zijn ‘sportentertainment’ ook Cyndi Lauper, Mike Tyson en Donald Trump naar de ring haalde, moet terugtreden vanwege beschuldigingen van verkrachting en vrouwenhandel.

Alleen: toen zaten de interviews voor deze zesdelige serie er al een heel eind op. Aan de crack Smith (The Yes MenJim & Andy en Wham!) de schone taak om dat seksschandaal tóch een plek te geven in Mr. McMahon (342 min.). Hij begint gewoon bij het moment waarop zijn protagonist de WWE overneemt en daarna zijn eigen held creëert: Hulk Hogan, één van de bekendste personages uit de historie van het Amerikaanse showworstelen. Samen met illustere karakters zoals Andre The Giant, Mr. T en The Iron Sheik – een Arabier die tot ultieme vijand is gebombardeerd – wordt Hulk immens populair.

Terry Bollea, de persoon achter ‘Hulkamania’, zal sowieso een sleutelrol in McMahons carrière blijven spelen: Hulk licht hem bijvoorbeeld stiekem in over de pogingen van WWE-worstelaar Jesse Ventura om een vakbond op te richten, maakt een veelbesproken overstap naar WWE’s grote concurrent WCW en wordt daarna door justitie gedwongen om te getuigen tegen zijn voormalige baas, die terechtstaat vanwege het stimuleren van en de handel in anabole steroïden. McMahon zal ook nog worden beschuldigd van het creëren van een zeer onveilig werkklimaat, brute intimidatie en ongegeneerd seksisme.

De roerige geschiedenis van Vince McMahon en zijn worstelfederatie, gekenmerkt door al dan niet gefingeerde conflicten en gevechten, wordt uitgesmeerd over bijna zes uur. McMahon zelf krijgt daarbij alle ruimte en wordt aangevuld, bijgevallen of gecorrigeerd door zijn vrouw Linda en kinderen Shane en Stephanie, bekende worstelinsiders en WWE-iconen zoals Hulk Hogan, Wendi Richter, Stone Cold Steve Austin, Dwayne ‘The Rock’ Johnson en Cody Rhodes. Zo ontstaat een gelaagd beeld van McMahon als een rücksichtslose entrepreneur, een showman par excellence en een kerel die op elk gebied de grenzen opzoekt.

Intussen zijn de beschuldigingen tegen McMahon nog altijd niet weerlegd – of überhaupt besproken. Dat stelt Chris Smith uit tot het laatste half uur van deze miniserie, die tot dan toe vooral aan Amerikaanse sport- en worstelfans heeft geappelleerd. De man die even daarvoor nog als ‘vaderfiguur’ van de WWE-familie is neergezet weigert de documentairemaker echter te woord te staan. En anderen die wellicht licht op de zaak hadden kunnen schijnen zijn kaltgesteld met een geldbedrag en zo’n beruchte NDA, waardoor ze moeten zwijgen over de man die hun leven zou hebben verwoest.

‘Ik ken worstelaars en promotors en ik ken deze industrie’, had Hulk Hogan Smith niet voor niets al bij de start van deze miniserie gewaarschuwd. ‘Je krijgt niet het hele verhaal.’

Dirty Pop: The Boy Band Scam

Netflix

‘Mensen vragen me: wanneer is dat boybandgedoe over?’, zegt Lou Pearlman met een triomfantelijke lach op zijn gezicht. Hij schijnt de anekdote talloze malen te hebben opgedist. ‘En dan antwoord ik: ik weet precies wanneer. Als God geen kleine meisjes meer maakt. Tot dat moment is het nooit over.’

En er zit ook goeie business in, ontdekt de handige ondernemer Pearlman als hij zich verdiept in wat een groep zoals New Kids Om The Block binnenbrengt. Begin jaren negentig besluit de geboren verkoper zich dus ook op de markt te wagen. Eerst met The Backstreet Boys, later met een door hemzelf gecreëerde concurrerent voor die groep, *NSYNC. Twee boybands, die al snel overal voor gillende tienermeisjes zorgen.

Achter alle glitter en glamour gaat echter – verrassinggg! – een onverkwikkelijke geschiedenis schuil. En die doet David Terry Fine in de driedelige serie Dirty Pop: The Boy Band Scam (127 min.) adequaat uit de doeken. Want uiteindelijk loopt er maar één iemand binnen door al die aalgladde popsongs, mierzoete samenzang en gelikte danspasjes van zo’n zorgvuldig samengesteld en gekneed jongensgroepje. Juist: Big Poppa.

Lou zelf komt daarover niet aan het woord. Of ja, in zekere zin toch wel. Met behulp van een echt interview met Pearlman zijn teksten uit ‘s mans autobiografie Bands, Brands & Billions (2003) digitaal van beeld en geluid voorzien. Met dus een deepfake-Lou, die ondernemerslessen  uit zijn eigen boek voordraagt. Dat went snel. Net iets te snel, eigenlijk. Met de opkomst van AI is dit waarschijnlijk echter de toekomst, óók in documentaires.

Voor de verwikkelingen rond Lou Pearlman zijn overigens ook genoeg reguliere bronnen te vinden. In een andere docu over de verzuurde verhouding tussen de twee boybands en hun manager en diens malversaties, The Boy Band Con (2019), draafden al de Backstreet Boy AJ McLean en Chris Kirkpatrick van *NSYNC op. Zij zijn nu opnieuw van de partij, in de rug gesteund door Howie Dorough van Backstreet Boys.

En ook Erik-Michael Estrada van O-Town, de groep die voortkwam uit Pearlmans realityserie Making The Band (2000), en Michael Johnson en Patrick King van alweer een ander jongensvehikel, Natural, leveren een bijdrage. Verder heeft Fine enkele vrienden, medewerkers en investeerders van Lou Pearlman gestrikt om zijn achtergrond, modus operandi én financiële handel en wandel te schetsen.

En daarbij vallen er nogal wat lijken uit de kast. Big Poppa blijkt in werkelijkheid een – opgelet! – Dirty Pop, die jarenlang heeft geteerd op een ingenieus opgetuigd piramidespel en zo talloze slachtoffers heeft gemaakt. Daarmee vertelt deze miniserie in wezen hetzelfde verhaal als The Boy Band Con en blijft ie tegelijkertijd uit de buurt van de schmutzige verhalen over Backstreet Boy Nick Carter en zijn zingende broertje Aaron, die onlangs hun weg vonden naar de docuserie Fallen Idols.

Als die het licht zien, heeft Lou Pearlman allang het veld geruimd. Hij blijft een enigma, ook in deze productie. Een man die van gewone jongens sterren kon maken, maar tijdens dat proces, binnen de bands en zeker ook erbuiten, tevens menigeen brak – of op z’n minst eronder rukte.

Wild Wild Place

HBO Max

De hedendaagse ‘space race’ wordt allang niet meer uitgevochten tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Tegenwoordig leveren allerlei startups strijd om de ruimte. In het kielzog van Elon Musks SpaceX proberen private ondernemingen zoals Astra SpaceRocket Lab en Planet Labs een plek te veroveren op de potentiële groeimarkt van de commerciële ruimtevaart. Want wie over de ruimte heerst, zo is de gedachte, kan de toekomst van de mensheid in zijn macht krijgen – en een hele smak geld verdienen.

Space is, kortom, the place. En de concurrentie is moordend, getuige Wild Wild Space (93 min.), waarin de haantjes van de nieuwe sector, vaak gefinancierd met durfkapitaal, elkaar voortdurend proberen af te troeven. In deze film van Ross Kauffman staan met name Astra Space en Rocket Lab tegenover elkaar. Beter: Chris Kemp tegenover Peter Beck. De archetypische Silicon Valley-blaaskaak, met praatjes voor drie, versus een degelijke Nieuw-Zeelandse ingenieur, die nooit over één nacht ijs gaat. Op hoop van zegen versus stap voor stap. Waarbij elke nieuw initiatief met veel bombarie wordt gepresenteerd, met een slogan als ‘Space is open for business’ en een gastoptreden van Star Treks Captain Kirk bijvoorbeeld. En elke lancering een enorme belofte inhoudt – commerciële ruimtevluchten, waarvan de kassa gaat rinkelen – maar verdacht vaak uitloopt op een pijnlijke deceptie.

Kauffman laat de wedloop inkaderen door diverse deskundigen, waaronder journalist Ashlee Vance. Zijn boek When The Heavens Went On Sale vormt de onderlegger voor deze boeiende film, die zich tevens richt op Planet Labs, een wereldwijde leverancier van beelden van de aarde. De onderneming van de idealistische techneuten Will Marshall en Robbie Schingler kan met z’n tweehonderd satellieten permanent elk stukje van de wereld in beeld brengen. Zo kunnen ze de ontbossing van de aarde aan de kaak stellen en boeren helpen om hun gewassen optimaal te onderhouden, maar bijvoorbeeld ook Ruslands troepenopbouw bij de Oekraïense grens en Russische aanvallen op burgerdoelen onthullen. Zoals Elon Musk met Starlink op zijn beurt dan weer satellieten kan uitschakelen om na een goed gesprek Vladimir Poetin ter wille te zijn.

Wat Wild Wild Space maar wil zeggen: die private ruimtevaart is uiteindelijk meer dan zomaar een speeltje van miljardairs, snelle jongens en space freaks. Wat er rondom onze kleine aarde gebeurt gaat ons allen aan – ook al lijkt ‘t in eerste instantie misschien op een wedstrijdje ver plassen voor eeuwige jongens.

Kiezen, Snijden, Zwijgen

VPRO

Een psycholoog vroeg aan Sharan Bala of ze een lotgenoot wilde ontmoeten. Bij een koffietentje maakte ze kennis met Marieke Schoutsen. ‘Vet ongemakkelijk’, vertelt Sharan. ‘Zaten we allebei zo te fluisteren naar elkaar. Dat was heel bizar, want ik sprak voor het eerst met iemand die precies hetzelfde had meegemaakt. Alle shit waar ik mee zat, daar zat zij ook mee.’ Marieke: ‘Het was eigenlijk een openbaring. Van hé: ik ben niet de enige alien op deze planeet.’

Zulke ‘buitenaardse wezens’ noemen we tegenwoordig intersekse. Ze hebben een lichaam dat zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken vertoont. De twee hoofdpersonen van Kiezen, Snijden, Zwijgen (60 min.) ogen nochtans duidelijk vrouwelijk. Samen met Chris van den Brink en Femke Klein Obbink leggen ze in deze moedige film een jaar lang hun ervaringen vast: als ze in hun eigen medische dossiers duiken, daarin nieuwe informatie over zichzelf ontdekken en hun geheim delen met hun directe omgeving.

Marieke en Sharan spreken tevens met intersekse onderzoeker Margriet van Heesch van de Universiteit van Amsterdam. Zij vertelt over de dominante theorie die de Nieuw-Zeelandse psycholoog John Money ontwikkelde rond mensen die toen nog ‘hermafrodiet’ werden genoemd. ‘Het idee was dat je elk kind tot een jongetje of meisje kon kneden. Dat was zijn idee om kinderen met een intersekse-variatie te genezen. In een cultuur die maar twee mensen toeliet: heteroseksuele mannen en heteroseksuele vrouwen.’

Vanuit deze gedachte moest die heteroseksualiteit dan ‘bewezen’ worden met seks: penis in vagina. ‘Dus als jouw penis niet groot genoeg was om te penetreren, dan moest je een meisje worden’, legt Van Heesch uit. ‘En als je geen vagina had, moest die voor jou gemaakt worden.’ En daarover werden alle betrokkenen dan geacht om hun mond te houden. Ofwel: kiezen, snijden, zwijgen. Juist dat laatste aspect zit zowel Marieke en Sharan als hun ouders, blijkt tijdens persoonlijke gesprekken, nog altijd dwars.

Mariekes moeder herinnert zich als de dag van gisteren hoe haar dochter op haar achtste vroeg: ‘Mam, schaam jij je voor mij?’. Ze ervoer dit als een ‘dolksteek’. Vreemd was die vraag overigens niet: op advies van artsen hadden ze hun dochter voorgehouden om er vooral niet over te vertellen aan anderen. En bij Sharan werd er zelfs wezenlijke informatie achtergehouden. Toen zij nog heel jong was, hebben artsen keuzes met heel verstrekkende gevolgen gemaakt. Ze is er boos over: ‘Dat kleine jongetje, dat nooit heeft mogen bestaan.’

Het is een pijnlijke constatering, diep persoonlijk ook, illustratief voor het taboe dat er nog altijd rust op het thema intersekse. Van de ongeveer tachtigduizend mensen in Nederland, die niet helemaal voldoen aan de oppositie man-vrouw, zijn er volgens schattingen van de Nederlandse Organisatie voor Seksediversiteit slechts veertig helemaal uit de kast. ‘Jullie maken 41 en 42’, zegt Margriet van Heesch tegen Marieke Schoutsen en Sharan Bala. ‘Dus het allerbelangrijkste is dat je je verhaal blijft vertellen.’

Met deze aangrijpende film maken ze de gecompliceerde problematiek rond intersekse, die onlangs ook al zijn weg vond naar de indringende documentaire Who I Am Not, inzichtelijk en tastbaar. Het moet tegelijkertijd ongelooflijk spannend zijn om die het levenslicht te laten zien.

Queerkamp

Human

Moeder is nog niet thuis of haar kind belt al op: ik wil naar huis. Het Queerkamp (57 min.) voelt toch niet zo goed als verwacht. Moeder houdt echter voet bij stuk. ‘Ik had zo gedacht dat dit het zou zijn’, zegt ze licht teleurgesteld. ‘En als het tegenvalt, oké, maar dan kom ik je zaterdag halen.’

Haar kind zal zich dus gewoon moeten mengen onder de andere deelnemers aan het Hojokamp, een kamp voor Nederlandse LHBT+-jongeren tussen 13 en 25 jaar. Ze gaan lol maken (zingen bij het kampvuur, een opblaasbare stormbaan nemen en – natuurlijk – badmintonnen), maar samen ook, onder begeleiding van empathische vrijwilligers, aandacht besteden aan de uitdagingen des levens.

In groepsgesprekken delen de jongeren hun persoonlijke verhaal. De één wilde bijvoorbeeld geen homo maar gewoon ‘normaal’ zijn en gooide uiteindelijk een papieren vliegtuigje voor z’n moeder de kamer in, met de boodschap ‘haha, ik ben homo’. Een ander heeft jarenlang ‘nep’ gedaan, maar is na het ontwikkelen van een eetstoornis toch maar uit de kast gekomen als transgender.

Hoe kom je überhaupt uit de kast? En moet dat altijd, naar alles en iedereen? vraagt een jongen zich af. Hij vertelt dat ie in een briefje aan zijn zus de zin ‘ik ben homo’ heeft doorgestreept en vervangen door ‘ik val op mannen’. Dat vond hij toch beter klinken en voelen. Hoe zie je dat nu? vraagt een begeleidster. Hij denkt even na. ‘Ik ben homo, dat weet ik. Alleen de term vind ik nog steeds…’

Met hun alerte camera, die oog heeft voor wat er écht toe doet, vangen Lucas van der Rhee en Chris Westendorp hoe de deelnemers erkenning en herkenning bij elkaar en zichzelf vinden – of nog even daarnaar op zoek zijn. Ze zitten de jongeren dicht op de huid en vereeuwigen zo zowel hun lastige momenten als de ogenblikken dat ze zich uitgedaagd, geaccepteerd of gewoon fijn voelen.

Een proef met een spiegel springt in het oog. Hoe is ’t om daarin te kijken? Lukt dat überhaupt? En kun je dan ook positieve dingen over die persoon zeggen? Deze observerende film maakt invoelbaar hoe ’t is om jezelf, op een kwetsbare leeftijd, als anders of als niet toereikend te ervaren en hoe heilzaam ’t dan is om te ervaren dat je niet de enige bent en steunt kunt geven/hebben aan elkaar. 

Tegelijkertijd laat Queerkamp zien dat alle aanwezigen, hoeveel slechte ervaringen ze ook hebben gehad en hoe gekweld ze in eerste instantie misschien ook lijken, in wezen heel gewoon zijn en precies hetzelfde willen: een oké-gevoel. Vanuit die ander én zichzelf.

Meer informatie over: Queerkamp

August 4th: An Olympic Odyssey

HBO Max

De Olympische gedachte zit wel heel nadrukkelijk in August 4th: An Olympic Odyssey (65 min.). Deze gestroomlijnde docu van Tom Boswell belicht de historie van de Olympische Spelen aan de hand van enkele heroïsche atleten en gedenkwaardige momenten op de Olympische dag der dagen: 4 augustus. Zo verhalen de kleinzoon van Jesse Owens en de kleindochter van diens Duitse rivaal bij de Spelen van 1936, Luz Long, bijvoorbeeld over de verbondenheid die de twee atleten voelden tijdens de besmette Spelen van 1936 in nazi-Duitsland, waar de Afro-Amerikaan Owens uiteindelijk vier gouden medailles won.

Verder vertelt Chris Stoddart over de komst van de paralympische spelen in 1976, blikt de Britse skateboardster Sky Brown terug op hoe ze in 2020 als dertienjarige de jongste medaillewinnaar ooit werd en belicht Jessica Ennis de superzaterdag in 2012 – drie keer raden welke datum – waarop de Britse atletiekploeg driemaal goud won in Londen. Ellen van Langen, zelf gouden medaillewinnares op de 800 meter hardlopen van 1992, zwaait bovendien de Nederlandse atlete Fanny Blankers-Koen alle lof toe. De vrouw die volgens sommigen gewoon thuis voor de kinderen had moeten zorgen won in 1948 als eerste en tot dusver enige vrouw vier gouden plakken.

De keuze om ook Carl Lewis in het zonnetje te zetten is minder onomstreden. De wonderboy van Los Angeles, waar hij zich in 1984 vier gouden medailles toe-eigende en in de voetsporen trad van Jesse Owens, lijkt een soort ideale Olympische atleet. Dat hij vier jaar later in Seoul nogmaals het koningsnummer, de honderd meter sprint, zou winnen doordat de oorspronkelijke winnaar werd gediskwalificeerd, blijft echter volledig onbenoemd. De Canadees Ben Johnson werd toen vanwege dopinggebruik met pek en veren overgoten – terwijl Lewis zelf, getuige bijvoorbeeld de documentaire 9.79, ook niet van onbesproken gedrag bleek te zijn.

Zo’n ongemakkelijk verhaal, over hoe topsport niet per definitie het beste uit de mens haalt, past alleen niet in een productie die vooral bedoeld lijkt te zijn als lekkermakertje voor de Olympische Spelen van 2024 in Parijs. Want daar moet het weer gaan over helden, records en medaillespiegels – en daar ook, ronkt voice-over Rhoda Ofori-Attah, kan de menselijke geest discriminatie overwinnen.

Teaser August 4th: An Olympic Odyssey

Hollywood Con Queen

Apple TV+

Het uitgangspunt is even intrigerend als bizar: een meesteroplichter doet zich voor als een belangrijke speelfilmregisseur of Hollywood-hotshot en benadert in die hoedanigheid acteurs, fotografen en scenarioschrijvers met de kans van hun leven. Hij laat hen vervolgens van alles ondernemen: naar de andere kant van de wereld vliegen, allerlei cursussen en workshops volgen, liefdesscènes spelen voor een privécamera en – oh ironie – de film The Truman Show kijken.

Totdat de schellen van hun ogen vallen: ze zijn in het web beland van de Hollywood Con Queen (158 min.), een sadistische bedrieger die zich in de voorbije tien jaar al zeker als vijftig verschillende personen heeft voorgedaan. Het gaat hem in eerste instantie niet om geld, stelt journalist Scott Johnson van The Hollywood Reporter, die de zaak aan het rollen bracht met het artikel Hunting The Con Queen Of Hollywood (2018). ‘De belangrijkste motivatie was om in het hoofd en de dromen van mensen te komen en om die vervolgens te verpesten en te vernietigen.’

Johnson gaat in deze smakelijke Catfish-achtige productie op zoek naar de persoon achter de Con Queen en moet daarbij goed opletten dat hij zelf niet in diens web verstrikt raakt. En ook Chris Smithdé Chris Smith, dient als regisseur van de driedelige serie op zijn qui-vive te zijn. Want de persoon die zich uiteindelijk ook in hun productie meldt bespeelt anderen als een viool. Zij zijn voor hem niet meer dan instrumenten waarmee hij van zijn getroebleerde levensverhaal – denk aan: conversietherapie en de diagnose ‘bipolair’ – een afzichtelijk kunstwerk kan maken.

En Smith serveert dat dan weer met de nodige suspense, gelikte reconstructiescènes en cliffhangers uit. Geheel volgens de wetten van Hollywood, waarvan de Queen maar al te graag deel wil uitmaken, en gebruikmakend van fragmenten uit diens favoriete films. Zo houdt hij de gang er goed in, op weg naar het antwoord op de wie- en waarom-vragen én het moment waarop de snoodaard eindelijk wordt ingerekend. ‘Zij wilden een ster worden’, zegt de Con Queen onderweg over z’n slachtoffers en meteen ook over zichzelf. ‘Ze zouden werkelijk alles doen om een ster te worden.’

Eenmaal bij het spannende laatste bedrijf aanbeland, heeft de kritische kijker, zoals wel vaker bij dit soort thrillers, terugredenerend vast ook nog wel wat vragen over wat ie eerder voorgeschoteld heeft gekregen – wat heeft die openingsscène bijvoorbeeld te betekenen? zijn Smith en Johnson  inderdaad door de Con Queen samengebracht? – maar dat mag de pret uiteindelijk niet drukken. Deze miniserie heeft weer een intrigerende figuur toegevoegd aan de lijst van gedenkwaardige true crime-personages (te situeren tussen pak ‘m beet Richard Scott Smith en Robert Durst).

The Waste Land

Bantam Film

Ruim honderd jaar geleden schreef T.S. Eliot een gedicht dat wordt beschouwd als één van de belangrijkste literaire werken van de twintigste eeuw. In ruim vierhonderd verzen probeert de Amerikaans-Britse schrijver en filosoof – in de woorden van een leek, die bij voorbaat al tekortschieten – de uitzichtloosheid van het bestaan, de dood van een wereldbeeld en zijn eigen verwarring en wanhoop daarover uit te drukken. Met de verfilming van The Waste Land (105 min.) onderzoekt Chris Teerink welke betekenis het ondoorgrondelijke werk van Thomas Stearns Eliot (1888-1965) nog heeft in de 21e eeuw.

Terwijl hij schrijvers, sociologen, activisten, economen en filosofen, waaronder Qiu Xiaolong, Vandana Shiva en Ilja Leonard Pfeiffer, confronteert met het epische gedicht, dat even vaak houvast biedt als opperste verwarring schept, toont Teerink alle uithoeken van de wereld. Van typische grote stadstaferelen tot uitgestrekte woestijnvlaktes en zo’n beetje alle aardse verschijningsvormen daartussen. Hij maakt daarbij nauwelijks gebruik van bewegend beeld, maar verlaat zich op foto’s en stills. Die worden gestut met een weelderig geluidsdecor en zijn door Blaudzun van muziek voorzien. 

Intussen is iedereen in deze zoekende film op zichzelf aangewezen. ‘Zelfs het bestaan van The Waste Land als gedicht is voor mij al een uitgang uit de gevangenis van het dagelijks bestaan’, zegt de één met gevoel voor drama. ‘Je zit in een film’, stelt een ander, niet zonder humor, ‘vergeleken waarmee David Lynch maar een amateur lijkt.’ Waarop weer een andere spreker toegeeft dat hij zich er bijna voor geneert dat The Waste Land hem eigenlijk helemaal niet aanspreekt. Het geniale van T.S. Eliots gedicht, meent schrijver Carolyn Steel echter, is ‘dat het je iets zegt, zelfs als je het niet snapt.’

Dat lijkt meteen een passend uitgangspunt voor deze associatieve fotodocu, die Eliots poëzie verbindt met uiteenlopende actuele onderwerpen in ‘het barre land’, zoals pak ‘m beet de klimaatproblematiek, het basisinkomen (‘de politiek van het paradijs’, aldus econoom Guy Standing) en de oorlog in Oekraïne. The Waste Land is dus geen poging om Eliots pièce de résistance te doorgronden of verklaren, maar een serieuze krachtsinspanning om het werk in al zijn complexiteit in de hedendaagse wereld te plaatsen en te verrijken. Waarmee Eliots woordenvloed dan z’n eigen dynamiek aangaat.

Niemand Die Het Ziet

BNNVARA

Iedereen in beeld heeft daarbij een belang. Dat moet de conclusie zijn van de vierdelige docuserie Niemand Die Het Ziet (200 min.). Want waarom zou je anders, voor iedereen herkenbaar of juist geanonimiseerd met een masker en stemvervorming, een bijdrage leveren aan een geopolitieke thriller over hybride oorlogsvoering? Dat is tenslotte niet zonder gevaar. Al kan ‘t voor hetzelfde geld ook weer riskant zijn om jouw versie van de waarheid juist níet met de wereld te delen.

Het belang van Volkskrant-journalist Huib Modderkolk lijkt helder: de waarheid over Stuxnet boven tafel krijgen. Met dit computervirus zouden de inlichtingendiensten van Israël en de Verenigde Staten in 2007 Irans kernwapenprogramma in Natanz onschadelijk hebben gemaakt. En de Nederlandse geheime dienst AIVD lijkt daarbij zowaar een sleutelrol te hebben gespeeld: een monteur zou met malware een succesvolle cyberaanval in gang hebben gezet. Maar wat is er daarna dan met deze ‘Agent X’ gebeurd?

Modderkolk spreekt op allerlei plekken in de wereld af met goed ingevoerde bronnen. Zo ontmoet hij bijvoorbeeld het voormalige hoofd van Israëls militaire geheime dienst, de enige man ter wereld die drie nucleaire faciliteiten heeft vernietigd. Toch? Tweeënhalf, reageert de Israëliër direct. Want de cyberaanval die hij liet uitvoeren op Iran was toch niet helemaal geslaagd. Heeft hij nu zojuist toegegeven dat hij betrokken was bij Stuxnet? vraagt de Nederlandse journalist zich naderhand af tijdens het joggen.

Europarlementariër Bart Groothuis (VVD), één van de andere hoofdpersonen van deze enerverende miniserie van Mea Dols de Jong, Chris Westendorp, Reijer Zwaan en Ester Gould, maakt zich zorgen over de wereldorde, die continu wordt bedreigd door landen als Rusland, China en Iran. Van propaganda en desinformatie tot sabotage en hackaanvallen. ‘Er is geen onderscheid meer tussen oorlog en vrede’, zegt Groothuis. Met gevoel voor drama vergelijkt hij de situatie met Tolkiens The Lord Of The Rings. ‘Het oog van Sauron kijkt altijd mee.’

In Kyiv krijgt Sevgil Musaieva, hoofdredacteur van de krant Ukrainska Pravda, gedurig te maken met cyberaanvallen. De Russen proberen op alle mogelijke manieren de Oekraïense samenleving ontwrichten. ‘Onzichtbare aanvallen vormden de opmaat naar een maar al te zichtbare invasie’, stelt Renée Fokker, die als de mysterieuze verteller fungeert voor deze miniserie. ‘In de wereld van verborgenheden bestaat geen toeval’, beweert ze elders. En, al even cryptisch: ‘Sommige informatie is ook na jaren nog met raadsels omgeven.’

Soepel schakelt deze ambitieuze productie ook naar een Oekraïens flatgebouw, waar een jonge strijdster aan een geheime frontlinie al negen maanden digitaal flirt met een Russische soldaat. ‘Hij stuurt graag vieze sms’jes waarin hij omschrijft hoe we seks zouden hebben’, vertelt ze over haar ‘ork’ Pavel. ‘En daarna stuurt hij dan foto’s van dode Oekraïense soldaten.’ Haar collega begint te glimlachen. ‘Heb je op zo’n moment geen zin om terug te schrijven?’ vraagt hij. ‘Gast, je bent de lul. Dit is de Oekraïense geheime dienst.’

Digitale oorlogsvoering en oorlog ‘in real life’ raken voortdurend met elkaar vermengd, met de waarheid als vanzelfsprekende eerste slachtoffer. Wie zit er bijvoorbeeld achter de aanslagen op de Nordstream-gasleidingen? En is er ooit met zekerheid antwoord te krijgen op die vraag? Iedereen ontkent. Natuurlijk. Zoals China ’t ook nooit zal toegeven als/dat ze onderzeese kabels onklaar heeft gemaakt, waardoor het internet in Taiwan werd platgelegd. Mensenrechtenactivist Puma Shen vreest intussen een Chinese invasie.

Niemand Die Het Ziet springt steeds slim op en neer tussen de verschillende verhaallijnen, ondertussen voortdurend de dreiging, het belang en de urgentie daarvan accentuerend. Het is een schemerwereld, benadrukt Fokker nog maar eens, waarin geheimen vanzelfsprekend zijn – en waarin iedereen dus ook een verborgen agenda kan hebben. Medewerkers van inlichtingendiensten doen zich immers vaak voor als journalist, politicus of bron. Wie is kortom wie in deze serie met internationale allure? En, onlosmakelijk daarmee verbonden: waarom?

Intussen lijkt Huib Modderkolk brisant nieuws op het spoor…

ABBA Silver ABBA Gold

NTR

Als schrijver of componist van popmuziek heb je maar een bepaalde tijd de oren en de geest van de jeugd, zou Björn Ulvaeus, volgens promotor/tourmanager Thomas Johansson, in de laatste fase van ABBA’s bestaan hebben gezegd. ‘Die tijd hadden we net gehad en we wisten dat we het niet moesten forceren.’ Agnetha, Björn, Benny en Anni-Frid gaan in 1983 dus ieder hun eigen weg, maar zullen nooit meer helemaal los van elkaar komen. Want hits als Dancing Queen, Take A Chance On Me en I Have A Dream blijken zowaar tóch tijdloos en veroveren steeds nieuwe generaties.

Sterker: in mei 2022 staat het viertal, dat eerder met Voyage (2021) al z’n eerste nieuwe langspeler in bijna veertig jaar heeft uitgebracht, ineens weer samen op het podium. Niet om op te treden, overigens, maar om de première van een nieuw ABBA-concept op te luisteren. In Londen is een speciale concertzaal verrezen, met een capaciteit van drieduizend bezoekers, waar hologrammen van jongere uitvoeringen van de vier groepsleden oude hits gaan vertolken met een live-band. Zo geeft ABBA zichzelf bijna letterlijk het eeuwige leven – en ook zoiets als eeuwige roem.

Het aardige van de tv-docu ABBA Silver ABBA Gold (52 min.) van Chris Hunt is dat die de complete eerste halve eeuw van ABBA belicht – ook al heeft de groep feitelijk slechts zo’n tien jaar bestaan. Die succesperiode, van Songfestival-hit Waterloo tot afscheidssingle Thank You For The Music, wordt opnieuw opgeroepen met concertbeelden, videoclips en (archief)interviews met de vier groepsleden en ABBA-getrouwen zoals songschrijver Neil Sedaka, kostuumontwerper Owe Sandström, arrangeur Anders Eljas, geluidstechnicus Michael Tretow en regisseur Lasse Hallström.

Nadat begin jaren tachtig het fundament onder ABBA is weggevallen – doordat de twee huwelijken binnen de groep allebei zijn uitgelopen op een echtscheiding – krijgt de toch wat kitscherige pop en disco van de Zweedse hitfabriek ineens drama en diepgang, met als meest tastbare voorbeeld de geladen echtscheidingssong The Winner Takes It All. Daarna is ’t ieder voor zich, constateert verteller Tamsin Greig, die alle verhaallijntjes verbindt. Alhoewel… Bjorn en Benny blijven samen optrekken en scoren enorme hits met de musical Chess en de ABBA-musical en -films Mamma Mia.

Want alles wat met ABBA wordt geassocieerd schijnt, in weerwil van Björn Ulvaeus’ verwachting, maar niet uit de tijd te raken. Hoe dat komt? Het antwoord daarop ligt misschien in dat huisje op het Zweedse eiland Viggsö, waar ABBA’s eindeloze stroom hits, die zo’n tien jaar zal aanhouden, ooit op gang is gekomen. Daar, ver weg van de popbusiness, vindt het viertal begin jaren zeventig z’n eigen stem, die comfortabel langs de heersende trends links scheert en uiteindelijk zelf trendsettend wordt.

Citizen Sleuth

IDFA

‘Ik las het onderzoeksdossier: moord, doofpot, what the hell?’ vertelt Emily Nestor, een jonge vrouw uit de Amerikaanse staat West Virginia, die inmiddels wel weet hoe je in oneliners moet spreken. ‘Dat moet focking onderzocht worden. En waarom dan niet door mij?’ Ze besluit om de tragische dood van Jaleajay Davis, op 19 november 2011 op Interstate 77 in Ohio, nader onder de loep te nemen en wordt daarbij gesteund door Jaleajay’s moeder Kim, die al jaren ijvert voor een nieuw onderzoek naar het fatale verkeersongeluk, en haar opa Roger Nolan, die zelfs al een wapen bij de hand houdt.

Nestors inspanningen als amateurdetective monden in 2018 uit in de podcast Mile Marker 181 – vernoemd naar de kilometerpaal waar Jaleajay is aangetroffen – waarmee ze meteen een trouwe schare volgelingen opbouwt. Emily trekt tevens de aandacht van filmmaker Chris Kasick, een protegé van de oervader van het true crime-genre Errol Morris (The Thin Blue Line). Hij besluit om haar te gaan volgen voor een documentaire: Citizen Sleuth (81 min.). Een true crime-docu dus over een true crime-podcast, waarin de hoofdpersoon een true crime-tattoo (hartje ‘true crime’) neemt, de true crime-conventie Crimecon bezoekt en contact legt met kopstukken van andere true crime-producties (Injustice With Nancy Grace en I’ll Be Gone In The Dark). Dat moet wel een metablik op het populaire en omstreden genre opleveren.

En daar lijkt Kasick inderdaad op uit. Hij kijkt mee terwijl Emily, volgens eigen zeggen in opdracht van het slachtoffer, (anonieme) getuigen aan het woord laat, speculeert over de mogelijke motieven van Jaleajay’s vrienden, de fatale autorit nog maar eens reconstrueert en kijkt wat er gebeurt met de scherven als je een autoruit aan diggelen slaat. Voor volgers van het true crime-genre zijn het welbekende taferelen. Mensen worden gereduceerd tot personages, gebeurtenissen krijgen hun eigen plek binnen een narratief en de uitkomst daarvan moet eigenlijk wel een combinatie van crime en cover-up zijn. Anders is er namelijk geen verhaal en lijkt zo’n podcast ten dode opgeschreven. Emily Nestor is echter zeker van haar zaak: negentig procent van haar informatie wijst op moord. Maar is de fulltime podcaster eigenlijk wel gekwalificeerd om zulke ferme conclusies te trekken?

Ze werkte bij een hondenopvang en als serveerster. Emily is vooral een gestaalde crimefanaat. Ze zweert bij de serie Mindhunter, heeft tattoos van seriemoordenaar Richard Ramirez (alias The Night Stalker) en Dexter en wil eigenlijk al haar hele leven Clarice Starling zijn, de FBI-agente uit The Silence Of The Lambs. Want die komt ook uit West Virginia, achtergebleven Hillbilly-gebied waar armoede, werkeloosheid en verslaving al sinds jaar en dag wild om zich heen grijpen. Er zijn hier echt mensen te vinden met tanden in hun mond, stelt Emily’s trotse moeder Jamie Metz. Terwijl haar dochter lezingen geeft, stickers uitdeelt en merchandise aan de man probeert te brengen, ontstaat er echter ook twijfel: was Jaleajay Davis’ dood werkelijk een misdrijf? Kasick begint zich dat af te vragen – en ook waar hij zelf dan mee bezig is. Zelfs voor Emily Nestor wordt die kwestie onontkoombaar.

Intussen werpt de filmmaker ook grotere kwesties op: krijgen true crime-fans in gebieden zoals West Virginia misschien meer ruimte omdat de serieuze journalistiek er nauwelijks meer een rol speelt? En wat betekent het voor de waarheidsvinding als goed (of kwaad)willende amateurs, niet gehinderd door vakkennis en beroepsethiek, zich dan op willekeurige ‘misdaden’ richten? Zij hebben in wezen maar één doel: entertainen. Anders is het publiek snel weg, op zoek naar een nieuwe seks- of moordzaak. Deze juicy film, waarbij de maker ook zichzelf niet spaart, laat tegelijkertijd zien hoe dat nu in de praktijk werkt: true crime, het ideale tijdverdrijf voor brave borsten die ook wel eens iets spannends willen beleven.

De driedelige docuserie Cybersleuths: The Idaho Murders belicht, aan de hand van een viervoudige moord, eveneens de true crime-industrie.

The Devil On Trial

Netflix

‘Hallo’, zegt een sinistere stem. ‘Jullie gaan eraan.’

‘Wie en wat ben jij?’ antwoordt een vrouw angstig.

‘Gaat je niks aan.’

‘David?’ probeert zij nog eens.

Een onheilspellend gegrom.

‘Mama is er’, doet ze opnieuw een poging. ‘Ga maar staan. Kom, we gaan. Ga weg. Ga m’n zoon uit!’

‘Nééé!’ krijst David.

‘Ik ben je moeder.’

‘Je bent een sukkel.’

Waarna een demonisch gelach klinkt.

Als David Glatzel zelf, zijn broers Carl en Alan en hun zus Debbie en haar echtgenoot Arne ruim veertig jaar later de audio-opnamen terug horen die Davids ouders in augustus 1980 van hem hebben gemaakt, kijken ze toch even ongemakkelijk. Wat ging de elfjarige David tekeer tegen zijn moeder! Alsof hij, inderdaad, bezeten was door de Duivel. 

Ze weten allemaal hoe ’t verder ging: hun ouders schakelden het echtpaar Ed en Lorraine Warren in. Hij noemde zichzelf demonoloog, zij stond bekend als medium. En samen joegen zij op spoken en geesten. Die ze dan ook weer netjes uitdreven. Nou ja, netjes… Exorcisme is geen klus voor tere zieltjes. Een demon laat zich alleen met veel gedoe en geschreeuw verjagen.

Ed en Lorraine hadden hun zaakjes echter netjes voor elkaar. Binnen korte tijd bevrijdden ze, als zelfbenoemde ‘paranormale politie’, die arme David uit de wurggreep van de één of andere Duivel. Toen maakte de daarbij aanwezig Arne Cheyenne Johnson, Debbie’s aanstaande echtgenoot, alleen een cruciale fout: hij daagde ‘het beest’ uit.

Een jaar later zou de ‘demonische bezetenheid’ van David Glatzel, via een kleine omweg, tot een veelbesproken rechtszaak over een onfortuinlijke moord leiden: The Devil On Trial (91 min.). Waarbij Martin Minnella, de advocaat van de verdachte, z’n toevlucht nam tot een wel heel opmerkelijke verdedigingsstrategie: The devil made me do it.

Ideaal verhaal, moet regisseur Chris Holt hebben gedacht, waarbij ik voor de gereconstrueerde scènes in deze documentaire alle denkbare goedkope horroreffecten voor de dag kan halen. Voor alle filmfans die The Exorcist of The Conjuring, gebaseerd overigens op een boek van de Warrens, nog niet hebben gezien of er gewoon nooit genoeg van krijgen.

Voor alle anderen vormt al die griezelarij – of zeg maar gewoon: kletskoek – wel een serieuze barrière naar het slot van de film, waarin de gebeurtenissen in de Glatzel-familie van een andere, uiteindelijk veel aannemelijkere verklaring worden voorzien. Het kwaad is dan alleen al geschied: ook The Devil On Trial is z’n geloofwaardigheid een heel eind verloren.

Terwijl de documentaire toch ook is gesitueerd in een wereld, met name in de Verenigde Staten, waarin de Duivel daadwerkelijk een kracht is om te vrezen en te bestrijden – en om een aardige boterham mee te verdienen, dat ook. De Satanic Panic van de jaren tachtig en negentig, onlangs nog vervat in de docu Satan Wants You, is daar beslist niet los van te zien.

En daar, in de exploitatie van die redeloze angst, vanuit ideologische dan wel commerciële motieven, was voor Chris Holt meer te halen geweest dan in het uitdrijven van al dan niet ingebeelde duivels.

AC/DC: Forever Young

Arte

Ooit waren er drie broers. George, Malcolm en Angus. In die volgorde – al was het in de ogen van de wereld precies andersom: Angus Young, de absolute blikvanger van de Australische hardrockband AC/DC. Een gitaarheld, vermomd als eeuwige schooljongen. Zijn grote broer Malcolm Young, de bandleider die voor buitenstaanders op een willekeurige slaggitarist leek. En George Young, hun oudste broer die zelf naam had gemaakt met The Easybeats, vervolgens de Youngsters wegwijs maakte in de muziekwereld en samen met zijn bandmaatje Harry Vanda meteen ook hun eerste platen produceerde.

Samen schreven ze muziekgeschiedenis. Ook doordat ze de flamboyante zanger Bon Scott op de kop wisten te tikken, een ongegeneerd rockbeest dat de krachtige stampers van de gebroeders Young lekker uit de bocht liet vliegen. Totdat hij zichzelf op 19 februari 1980 definitief verslikte in zijn eigen drankzucht. Tegen die tijd had de AC/DC-machine echter allang de Highway To Hell bereikt en kon zijn opvolger Brian Johnson simpelweg aanhaken. Met hem zouden Malcolm en Angus enkele maanden later hun grootste succes boeken, het album Back In Black. Waarna ze de band vier decennia lang met het nodige kunst- en vliegwerk op koers wisten te houden.

De degelijke tv-docu AC/DC: Forever Young (53 min.) van Marie-Claire Javoy en Dominique Mesmin richt zich vooral op de beginjaren van de ogenschijnlijk onverwoestbare groep. De Young-broers komen daarbij niet aan het woord – al is Angus wel te horen in enkele archiefinterviews. De smakelijke anekdotes en inkijkjes, waarmee AC/DC’s nog altijd bijzonder opwindende concertbeelden zijn omkleed, komen van mensen uit de periferie van de band: eerste bassist Mark Evans, oud-drummer Chris Slade, studiomuzikant Tony Currenti, geluidstechnicus Mark Opitz, voormalig manager Michael Browning, fotograaf Philip Morris en biograaf Murray Engleheart.

Intussen is er nog maar één broer over. In oktober 2017 stierf de grote inspirator van AC/DC, George Young. Een kleine maand later overleed ook bandleider Malcolm, nadat hij zijn mannen al in 2014 had moeten achterlaten vanwege gezondheidsproblemen. Alleen Angus is over, ‘the last Young-man standing’. Alhoewel, tegenwoordig zit er ook een neefje in de groep: Stevie.

Wham!

Netflix

Het is geen Errol Morris, geen Frederick Wiseman en zeker geen Werner Herzog. Chris Smith is nu niet bepaald een tot de verbeelding sprekende naam voor een documentairemaker. Als je op de toonaangevende filmwebsite IMDB de woorden Chris en Smith intypt, krijg je niet voor niets enkele tientallen hits. Zie daar de echte Chris Smith – zonder zelfs maar een hoofdletter met punt ertussen dus: zo’n kenmerkende R. of pregnante X. – maar eens tussen te vinden. Hij staat gelukkig bovenaan.

Maar zeg nou zelf: De Nieuwe Chris Smith, dat klinkt toch ook niet? Terwijl een nieuwe Chris Smith verhoudingsgewijs best wel vaak een voltreffer is. Het begon halverwege de jaren negentig met zijn eerste deuk in een pakje boter: American Movie. Daarna volgden, in wisselend tempo, krakers als The Yes MenJim & AndyFyre: The Greatest Party That Never Happened en “Sr.”. En, vooruit, hij scheerde ook wel eens langs de randen van de goede smaak (The Disappearance Of Madeleine McCannBad Vegan of – als producer – de Tiger King-franchise). Maar dat mag als je zo productief bent – en ook nog eens Chris Smith heet.

En nu, Wham! (92 min.), hoest hij weer een hele lekkere publieksfilm op, een dubbelportret van de boezemvrienden Andrew Ridgeley en Georgios Kyriacos Panayiotou. Met hits als Young GunsWake Me Up Before You Go-Go en Last Christmas werden zij begin jaren tachtig tieneridolen – misschien wel van de jeugdige Chris Smith. Enne even…. Panayiotou, dát is nou een tot de verbeelding sprekende naam. Alleen wel een stuk moeilijker uit te spreken dan pak ‘m beet Smith – óf George Michael, de naam waaronder hij een beroemdheid zou worden. Ridgeley noemt hem in deze documentaire overigens consequent ‘Yog’.

Eerst verkeerde die George binnen Wham! nog continu in Andrews schaduw. Toen hij eenmaal op dreef kwam als songschrijver kon zijn vriend hem echter nauwelijks meer bijbenen. Michael werd het onbetwiste middelpunt van de Wham! Mania. Een meisjesidool dat – toen nog stiekem – op jongens viel. Een superster in de dop. Hij móest uiteindelijk wel verder zonder Andrew, die hem toen overigens alle succes van de wereld toewenste. Die ontwikkeling wordt in deze joyeuze film door de boezemvrienden zelf, buiten beeld en met onweerstaanbaar archiefmateriaal en de plakboeken van Andrews moeder erbij, héél smakelijk uitgeserveerd.

Is de hand van Chris Smith zichtbaar in deze documentaire? Welnu, hij heeft natuurlijk geen uit duizenden herkenbare vertelstem zoals Herzog, houdt er veel meer de wind onder dan de altijd observerende Wiseman en laat geen pratende hoofden zien en hoeft die dus ook niet virtuoos te framen à la Morris. In Wham! brengt hij Ridgeley en Michael, in 2016 overleden, in een permanente dialoog. Zo wordt het succesverhaal van de twee binnenstebuiten gekeerd en op een bijzonder toegankelijke manier over het voetlicht gebracht – en echt niet alleen voor vijftigers zoals Smith zelf (en, bekentenis, Boeijen) die last hebben van jeugdsentiment.

Een film waarin vorm en inhoud zeer vakkundig worden versmolten. Die blijft entertainen, terwijl ie toch iets heeft te melden. Op z’n Chris Smiths, zullen we maar, nét iets te gemakkelijk, zeggen. Chris. Smith. Onthoud die naam.

Het Beest Van Amsterdam

Doxy

Hij is geen schim meer van de imposante man die hij ooit moet zijn geweest. Alzheimer, vasculaire dementie en Parkinson doen hun ontregelende werk bij Jon Bluming (1933-2018) als regisseur Vuk Janic hem begint te filmen voor wat uiteindelijk een postuum portret is geworden. Hij was het die judo, karate, thaiboksen en worstelen ooit in Europa introduceerde. Een free fighter pur sang. Een meester in mixed martial arts. Een Nederlandse samoerai.

Janic probeert Het Beest Van Amsterdam (54 min.) dat nog ergens in dat versleten, broze lijf verscholen zit te vangen met een tekst die hij, op basis van interviews met Bluming en diens autobiografie Van Straatschoffie Tot 10e Dan (1999), met medewerking van Arthur van den Boogaard heeft geschreven. Die woorden zijn vervolgens, als een gekooide leeuw, ingesproken door Matteo van der Grijn en voorzien van stemmige zwart-witte animatie.

‘Onverslaanbaar zijn, dat wilde ik’, zegt die bijvoorbeeld. Of, over hoe hij terugkwam uit de oorlog in Korea: ‘Dood, ik ben wel klaar met je. Een losgeslagen straatschoffie werd ik.’ En over wat hij meenam van zijn traumatische ervaringen als zeventienjarige frontsoldaat. ‘Hij of ik. Altijd weer: hij of ik.’ Dat zou een leidmotief voor de rest van zijn bestaan worden. Zoals die vervloekte oorlog in Korea hem ook voor het leven tekende. ‘Angstig, altijd angstig, om dood te gaan’

Vechtsport was voor Jon Bluming uiteindelijk toch meer gevecht dan sport, vertellen mensen uit zijn directe omgeving zoals Jan de Bruin (voorzitter en kancho IBK Kyokushin Karate), viervoudig wereldkampioen K-1 Sem Schilt en Blumings protegé Chris Dolman, driemaal wereldkampioen sambo en veertig keer nationaal kampioen worstelen, judo of sambo. Jon Bluming was ‘keihard en liefdevol’, zegt één van de sprekers treffend op zijn uitvaart.

Die wordt door Vuk Janic gebruikt als startpunt voor deze wat weerbarstige film, waarin de breekbare oude man die zich slechts een enkele keer nog in zijn ziel laat kijken (‘Je vraagt je soms weleens af waarom je al die jaren gestudeerd hebt op vechten. Nou ja, ’t is niet anders.’) en het gevaarlijke beest dat via de geschriften van diezelfde man tot de wereld spreekt soms wat lastig samenkomen. Alsof het gaat om twee verschillende mensen, twee verschillende stemmen.

Maar misschien is dat gewoon wat het leven doet met tot de verbeelding sprekende vechters zoals Jon Bluming. Indachtig dat oude gezegde: old warriors never die, they simply fade away.

Blazen In Het Vuur: Afscheid Van Sogyal Rinpoche

bodhitv.nl

In juli 2017 gaat er een schokkende brief rond door de boeddhistische gemeenschap. Uitvoerig beschrijven acht studenten van de Tibetaanse leraar Sogyal Rinpoche, schrijver van Het Tibetaanse Boek Van Leven En Sterven, ‘jaren van fysiek, emotioneel en seksueel misbruik van leerlingen en het gebruik van donaties om zijn exorbitante levensstijl te bekostigen.’ Hun leraar slaat op de vlucht en vertrekt van zijn tempel in Frankrijk naar Thailand. 

Inmiddels is de gevallen meester daar overleden. Hij zal aan de voet van de Himalaya worden gecremeerd. En zijn Nederlandse volger Frank van Velthoven, die na 25 jaar afstand heeft genomen van diens organisatie Rigpa, wil deze crematie gaan bijwonen. Waarom? vraagt Chris Frieswijk, die al enige tijd handpan speelt bij de Tibetaanse mantra’s van muzikant/componist Frank, zich af. Wat hoopt zijn vriend daar nog te vinden? Met deze vragen en zijn camera volgt hij Van Velthoven naar het hart van het boeddhisme.

De documentaire Blazen In Het Vuur: Afscheid Van Sogyal Rinpoche (52 min.) is het verslag van Franks diep persoonlijke reis: naar de gemeenschap waarvan hij al zo lang deel uitmaakt én naar zijn eigen twijfel, over zichzelf en de leraar die hij intens heeft liefgehad. Kan hij zich nog verbonden voelen met andere volgelingen, die dezelfde vragen niet hebben of er zelfs niet eens over willen nadenken? En is hij zelf niet medeverantwoordelijk voor wat er is gebeurd? Frank twijfelt openlijk. In voice-overs voor deze bespiegelende film en in gesprekken met andere Rigpa-leden.

‘Ik kan niet ontkennen dat hij mijn leraar is’, zegt hij bijvoorbeeld tegen z’n vriend Boon, die niet erg happig lijkt op een gesprek over Rinpoche. ‘Ik ben heel dankbaar voor de lessen en voor de gulheid, die ik van hem heb ontvangen. Tegelijkertijd ben ik ook kritisch over zijn gedrag.’ Het gesprek wordt onderbroken vanwege de ruisende wind. Boon krijgt een zendermicrofoon opgespeld, maar grijpt die gelegenheid aan om het gesprek te stoppen. ‘Ik wil best met jou praten’, zegt hij tegen Frank. ‘Maar niet voor de camera.’

Zo zal het vaker gaan. De Nederlander begint zich eenzaam te voelen, in een omgeving die zo lang als thuis voelde. Chris Frieswijk observeert dit proces van dichtbij en stelt zo nu en dan indringende vragen. Eenmaal terug in Nederland en enkele confrontaties rijker, vooral met zichzelf, kan Van Velthoven de balans opmaken: wat betekenen de man aan wiens hand hij ‘de natuur van de geest’ heeft leren kennen en de beweging waarvan hij onderdeel uitmaakte nog voor hem?