Garage 2.0

‘Ik ben het helemaal vergeten te vragen: hoe heet de kleine?’, vraagt Ad geïnteresseerd. ‘Max’, antwoordt de vrouw tegenover hem. ‘Max. Mooie naam. En hoe oud is-ie?’ ‘Vier weken.’ ‘Vier weken?’, reageert Ad, die tot voor kort dacht dat hij een verkoper met fingerspitzengefühl was en dat elke klant sowieso is te paaien met tweehonderd euro korting. ‘Dan gaan we eventjes door over de auto…’

‘Even tot zover’, grijpt cursusleider Emile Gabriel van de Sales Boost Company resoluut in. ‘Wat gebeurt hier nou? We gaan binnen drie minuten al over op de auto.’ Waarna de goedgebekte trainer een met jeukjargon doorspekt verhaal houdt over de relatie met de klant en de één of andere driehoek. Tegen de andere cursisten: ‘Hoe mooi zou het zijn als Ad zou zeggen: joh, weet je wat het is, ik heb oudere kinderen, maar ik ben ook opa geworden?’

Ads baas Gert kijkt goedkeurend toe hoe zijn oudere medewerker, die steeds minder auto’s is gaan verkopen, de nieuwste kneepjes van het vak krijgt bijgebracht. Want de medewerkers van de Kooijman Autogroep moeten ‘meerwaarde creëren voor de klant, laten voelen dat ie hier echt veel waard is’. Gert Kooijman wil met zijn bedrijf een Garage 2.0 (84 min.) zijn. Hij zweert bij beleving, hoge klanttevredenheidscores en een compleet mobiliteitspakket. En veel verkochte auto’s, dat ook.

Intussen knapt Gerts oudere broer Ton het vuile werk op voor het bedrijf. Hij gaat gedurig de weg op en voert na ongelukken beschadigde auto’s en passagiers af. Het contrast tussen de twee broers kan bijna niet groter: Gert, de vlotte babbel, tegenover Ton, de moeizaam formulerende, noeste werker. Ze vertegenwoordigen de uitersten van de autobranche; het blinkende chroom tegenover het oude schroot. Letterlijk in Tons geval, die de auto ook als gevaar heeft leren kennen in zijn leven.

In deze tragikomische film uit 2016, een moderne documentaireklassieker, kijkt Catherine van Campen afwisselend met compassie en een knipoog naar de Debiteuren-Crediteuren-achtige taferelen bij de Kooijman Autogroep (‘onze vakmensen nemen graag de tijd voor u’, aldus de website, ‘om al uw mobiliteitswensen optimaal in te vullen’). Trefzeker schetst ze het vaderlandse ondernemersklimaat, dat vaak is doordesemd met authentieke oer-Hollandse lulligheid. En waar de een vooruit wil, kan de ander nauwelijks meekomen.

Zoals Michiel van Erp Nederland in zijn Lang Leve-series en de bioscoopdocu Pretpark Nederland een lachspiegel heeft voorgehouden, schildert Van Campen een bijzonder aandoenlijk portret van Werkend Nederland, dat in de jaren na de financiële crisis van 2008 het hoofd boven water probeert te houden en amechtig zijn vleugels wil uitslaan. Dat pakt in Garage 2.0 soms uitbundig en hilarisch uit, maar werkt net zo vaak subtiel en schrijnend. Een topfilm, die voor jeuk op ongemakkelijke plekken zorgt en toch ontroert.

Mother’s Balls

Mothers-Balls-01-e1509367497113-1024x440

 

Vergeef me, maar bij ‘ballroom’ had ik associaties met straf gecoiffeerde jongens en meiden met een tandpastaglimlach en elastieken benen, die uitbundig door een balzaal zwierden op Klaus Wunderlich-achtige muziek waarop je alleen je ergste vijand zou vergasten (en persoonlijker: met dansles, het geklungel van een onhandige puber met meisjes en pasjes).

Niets van dat al! De zogenaamde Balls van het eerste Nederlandse Ballroomhuis House Of Vineyard in Amsterdam bevinden zich aan het andere eind van het dansspectrum en zijn eerder kinky en underground dan belegen. Mother’s Balls (48 min) van Catherine van Campen brengt de ontluikende subcultuur van binnenuit in beeld. Ze focust zich op de van oorsprong Amerikaanse organisator, performer en ‘drag mother’ Ambiance Vineyard.

Zij verschaft deze joyeuze spuit in de geprononceerde bilpartij van het LGBT-gerelateerde fenomeen Ballroom – hap naar adem – tevens context en diepte. Over hoe de burleske scene ontstond in de zwarte en latino-gemeenschap van New York, die met homoseksuelen en transgenders zijn eigen outcasts had, en hoe die scene vervolgens werd gepopulariseerd door Madonna op haar album Vogue en de bijbehorende wereldtournee.

‘Het is een manier om aan de samenleving en de werkelijkheid te ontsnappen’, stelt Ambiance. ‘Je kunt jezelf omtoveren tot wat je maar wilt.’ Zij is zelf de verpersoonlijking van dat uitgangspunt; ooit was de femme fatale een wat dikkig Mexicaans meisje dat zich spiegelde aan de stripvamp Jessica Rabbit uit de filmklassieker Who Framed Roger Rabbit? en haar eigen positie zocht, ergens tussen vrouw zijn en man zijn. Als Van Campen doorvraagt, blijkt ze er nog steeds mee te worstelen.

Aan zulk ongemak ontleent de Ballroom-scene, en daarmee ook deze documentaire, zijn bestaansrecht. Tegelijkertijd offreert Mother’s Balls ook meer dan genoeg zwier en schwung om er een vitale en ravissante party van te maken, waarbij letterlijk iedereen welkom is.