The Edge Of Democracy

Michel Temer (l), Dilma Rousseff (m) en Lula (r)

In bovenstaand beeld zit in zekere zin deze complete film – en de recente politieke geschiedenis van Brazilië – opgesloten. Rechts staat voormalig president Lula (2003-2011), die inmiddels in de gevangenis zit vanwege (vermeende) corruptie. Hij houdt de hand omhoog van zijn opvolgster Dilma Rousseff, die in 2016 na ruim vijf jaar werd afgezet als president omdat… Ja, waarom eigenlijk? En links in beeld kijkt haar vicepresident Michel Temer van enige afstand toe. Hij keerde zich later tegen Rousseff, mocht haar daarna opvolgen en zou zo de weg vrijmaken voor de huidige president van Brazilië, de ultrarechtse Jair Bolsonaro.

In de meeslepende documentaire The Edge Of Democracy (122 min.) verbindt filmmaakster Petra Costa de politieke ontwikkeling van Brazilië met haar eigen familiegeschiedenis. Zij stamt uit een geslacht dat van oudsher over macht en kapitaal beschikte, maar heeft ouders die zich daarvan juist los hebben gemaakt en linkse idealen koesterden. In de jaren dat Brazilië een dictatuur was, van 1964 tot 1983, bracht hen dat gedurig in de problemen. Net als de latere presidenten van ‘hun’ Arbeiderspartij, Lula en Dilma (die in die tijd ook in de gevangenis zat en flink werd gemarteld). Die tegenstellingen, en de bijbehorende keiharde strijd, spelen in de 21e eeuw onverminderd op en verscheuren ouderwets het land.

Costa mag met haar camera nog altijd zéér dichtbij de voormalige strijdmakkers van haar ouders komen en sympathiseert ook duidelijk met hun gevecht om politiek lijfsbehoud. Vanuit dat perspectief registreert ze hoe ‘het kapitaal’ via zijn handlangers in het parlement toch weer de macht probeert te grijpen. En op straat worden politieke tegenstanders intussen met veel theater uitgemaakt voor slangen die vleugels hebben gekregen (die natuurlijk direct moeten worden afgehakt) en weerklinkt ook doodleuk de roep om het leger. ‘Militaire interventie is het medicijn voor dit land’, schreeuwt een man bijvoorbeeld vol overgave in de camera. ‘Ten tijde van de dictatuur was alles veel beter. Dus generaals, waar blijven jullie?’

Het is een angstaanjagend beeld: de roep om een harde hand buiten en het gemak waarmee binnen basisregels van de democratie met voeten worden getreden. Alsof de bijbehorende normen en waarden op geen enkele manier gerespecteerd of onderhouden hoeven te worden, zodra de eigen emoties opspelen of belangen in het geding komen. Tendensen die ook moeiteloos in een Nederlandse context zijn waar te nemen. The Edge Of Democracy, waarin Costa als verteller de schokkende ontwikkelingen probeert te duiden, is daarmee een documentaire die de verwikkelingen in Brazilië, hoe verontrustend ook, duidelijk ontstijgt en iets wezenlijks over onze tijd probeert te zeggen.

Over het doel dat alle middelen heiligt. Over onoverbrugbare afstanden tussen bevolkingsgroepen, ideeën en – vooral – belangen. En over de fragiliteit van democratie (die veel te vaak, betoogt bijvoorbeeld de historicus Timothy Snyder, als vanzelfsprekend wordt beschouwd). Dit is, kortom, een film die ertoe doet. En ertoe zou moeten doen.

Killer Ratings

‘Het ruikt naar barbecue’, constateert de verslaggever ter plaatse. ‘Daar is het lichaam’, wijst hij. ‘Kijk, het rookt nog.’ De medewerker van het Braziliaanse misdaadprogramma Canal Livre, dat de reputatie heeft dat het altijd als eerste op de plaats delict is, zit op 29 augustus 2008 weer eens bovenop het nieuws. Het lijk, dat achteloos is gedumpt in een bosschage nabij de stad Manaus, is letterlijk nog warm. ‘Het is een man’, constateert de televisiejournalist die elk detail van het gruwelijke tafereel met zijn kijkers deelt. ‘Het lijkt net barbecuevlees op de grill.’

’De verslaggever vertelt dingen waar zelfs de forensische dienst moeite mee had’, vertelt Thomaz Vasconcelos van het politieteam, dat Canal Livre nader onder de loep neemt. Hij kijkt naar zijn videoscherm, waarop de man nog altijd verslag staat te doen bij het rokende lijk. ‘Het lijkt midden in de nacht gebeurd te zijn’, zegt deze. ‘Het is hier gedumpt. Geen kogelwonden. Geen kogels. Ze hebben hem vast en zeker met benzine in brand gestoken.’ Hoe komt deze journalist aan zulke specifieke informatie, vraagt Vasconcelos zich af. ‘Het is ziek’, constateert hij. ‘Echt ziek.’

Vasconcelos en zijn collega’s richten zich in hun onderzoek in het bijzonder op de flamboyante Wallace Souza, een voormalige politieagent die als presentator van Canal Livre (een duizelingwekkende mixture van BreekijzerPeter R. de Vries Misdaadverslaggeverde Surprise Show en Jerry Springer) een absolute machtsfactor is geworden in de Braziliaanse deelstaat Amazonas. Hij is er zelfs tot parlementslid gekozen. Moordden Souza en zijn sensatiezoekers letterlijk voor de kijkcijfers? vragen de rechercheurs zich nu af. En is ’s mans politieke carrière vooral bedoeld om onschendbaarheid te verkrijgen?

Bij aanvang van de zevendelige docuserie Killer Ratings (351 min.) lijkt het een uitgemaakte zaak: Wallace Souza is een gewelddadige drugscrimineel die zich heeft vermomd als televisiepresentator/politicus. Maar waarom regisseur Daniel Bogado er bijna zes uur voor gaat uittrekken om dat verhaal uit de doeken te doen is dan nog onduidelijk. Gaandeweg blijken de verklaringen van het onderzoeksteam echter haaks te staan op de getuigenissen van Souza’s zoon, zus en chauffeur en diverse medewerkers van het populaire televisieprogramma. En Wallace zelf laat zich ook niet onbetuigd: dat onderzoek is niet meer dan een ‘politieke valstrik’, een lastercampagne tegen iemand die in het openbaar misstanden aan de kaak probeert te stellen.

Wat de waarheid is laat zich in deze serie (oorspronkelijke titel: Bandidos Na TV) niet zo gemakkelijk ontrafelen. Illustratief is opnieuw de scène met het brandende lijk. Webster Sena, redacteur van Canal Livre, heeft een heel andere lezing dan politieman Vasconselos. ‘De crew kwam als eerste aan omdat mensen ons belden. Ze belden de politie niet meer. Ze belden ons.’ Zijn verhaal wordt bevestigd door de verslaggever van het rokende lijk, die bovendien beweert dat hij zijn opzienbarende forensische informatie juist van de politie heeft gekregen. Als kijker begint het je te duizelen: wie spreekt hier de waarheid en wie liegt er alsof het gedrukt staat?

En welke politieke, persoonlijke of criminele belangen spelen er op de achtergrond bij alle wederzijdse beschuldigingen en het redeloze geweld dat talloze (on)schuldige slachtoffers maakt? Filmmaker Bogado zet de bizarre gebeurtenissen en achterliggende motieven met duivels genoegen naar zijn hand en speelt intussen slinks met de sympathie van de kijker. Hij zaait vaardig twijfel, strooit met verhaalwendingen en cliffhangers en is ook niet vies van enig effectbejag. Killer Ratings is een smakelijk uitgeserveerde true crime-serie, met een lekker ranzige realitysfeer, typisch Zuid-Amerikaans melodrama en een dramatische ontknoping, die net zoveel vragen oproept als beantwoordt en sommige kijkers daardoor wat onbevredigd zal achterlaten.

Favela Rising

‘Tussen 1987 en 2001 werden er 467 minderjarigen vermoord in Israël en Palestina’, meldt de begintekst van Favela Rising (81 min.), een straffe documentaire van Jeff Zimbalist en Matt Mochary uit 2005. ‘In diezelfde periode werden er 3937 minderjarigen vermoord in één enkele Braziliaanse stad.’ U weet wel: ‘Rioooo. De Janeiroooo. Rioowoohoo. Land of sun. Samba and wine’ (Maywood). De metropool, die van bovenaf wordt bezien door dat iconische beeld van Christus aan het kruis,

Rio de Janeiro is tevens de stad van meer dan zeshonderd favela’s. Dit verhaal speelt zich af in één van die gewelddadige achterbuurten: Vigario Geral, ook wel het Braziliaanse Bosnië genoemd, een godvergeten sloppenwijk met 30.000 inwoners. Het strijdtoneel voor continue confrontaties tussen drugsbendes en de dubieuze militaire politie. Een genadeloze burgeroorlog, die al werd vervat in huiveringwekkende speelfilms als Cidade De Deus en Tropa De Elite.

Alles in de favela is besmet geraakt door die vuile oorlog. Een tienerjongen heeft talloze voorbeelden. ‘Zou je dit nu wel vertellen?’, vraagt een vertaler, die is ingehuurd voor de documentaire, als hij even onderweg is. Kan ons dit op represailles komen te staan? Één idealistische wijkbewoner, Anderson Sa, laat zich nergens door weerhouden en start AfroReggae, een muziekgroep die voor alle jongeren uit de favela toegankelijk is en bovendien allerhande workshops verzorgt. Hij wil kinderen uit Vigario Geral een geloofwaardig alternatief bieden voor het bendeleven. Dat gaat echter bepaald niet altijd zonder slag of stoot.

‘Ik wil een echte gangster worden’, zegt ‘Richard’ bijvoorbeeld stellig tegen Anderson tijdens een toevallige ontmoeting op straat. Het jongetje lijkt nog geen tien jaar oud, maar ziet (blijkbaar) geen ander perspectief voor zichzelf. ‘Je moet studeren’, houdt Anderson hem voor, maar het joch, dat in eerste instantie een schuilnaam heeft opgegeven en in werkelijkheid Murilio blijkt te heten, houdt stug vol. ‘Jij bent geen schurk!’, roept de AfroReggae-voorman hem nog na als de jongen doorloopt, op weg naar wat wel eens een gewelddadige toekomst zou kunnen worden.

Hoewel beslist niet elke potentiële crimineel is te redden met een positief verhaal en rolmodel, ligt de hoopvolle boodschap er nochtans dik bovenop in Favela Rising. De film demonstreert hoe zelfs in de diepste misère nieuwe initiatieven ontstaan en rolmodellen opstaan die het leven een positieve draai kunnen geven en krijgt uiteindelijk nog eens extra lading als Andersons persoonlijke queeste om hoop terug te brengen in zijn gemeenschap een onverwachte dramatische wending krijgt.

Piripkura

In de ogen van de kijker hebben de twee mannen allang een mythische status gekregen als ze na ruim 48 minuten eindelijk voor het eerst in beeld verschijnen. Pakyî en Tamandua, de laatste vertegenwoordigers van een compleet volk, de nomadenstam Piripkura (81 min.) Vooruit: Pakyî heeft ook nog een zus, Rita. Toen zo’n dertig jaar geleden vrijwel hun gehele familie werd uitgemoord door blanken, heeft zij het leven in het Braziliaanse regenwoud echter achter zich gelaten. Ze trouwde met een lid van een andere inheemse stam en ging in een normaal huis wonen in de deelstaat Mato Grosso.

Rita’s broer Pakyî is altijd gebleven waar hij was. Samen met zijn neef Tamandua. En het is alweer enkele jaren geleden dat het tweetal, dat afgezonderd in de jungle leeft, is gespot. Jair Candor, medewerker van de overheidsdienst voor bescherming van de inheemse bevolking, FUNAI, zet een expeditie op om vast te stellen of de twee mannen nog in leven zijn. Want dat is een voorwaarde om de beschermde status van hun stukje regenwoud weer voor twee jaar te verlengen. Houtzagerijen en boerenbedrijven staan al in de startblokken om het leefgebied van de Piripkura over te nemen.

De filmmakers Renata TerraBruno Jorge en Mariana Oliva vergezellen Candor, die zich al sinds eind jaren tachtig sterk maakt voor inheemse volkeren zoals de Piripkura, op zijn queeste om Pakyî en Tamandua te vinden en bewijs van hun bestaan te verzamelen. Dat is bepaald niet gemakkelijk. De mannen houden zich het liefst verre van de bewoonde wereld en laten zich bepaald niet zomaar vinden. En dat is niet vreemd: de Piripkura hebben louter slechte ervaringen met blanken. Te langen leste verschijnen de twee mannen toch ten tonele. De fakkel die ze sinds 1998 (!) brandende hebben gehouden is gedoofd. Ze hebben vuur nodig…

Pakyî en Tamandua ogen in alle opzichten als een bedreigde diersoort. Ze houden steeds een zekere afstand, zoeken lichamelijk voortdurend steun bij elkaar en zijn, zonder enige vorm van waarneembare schaamte, helemaal naakt. Meer dan een bijl en die gedoofde toorts hebben ze niet. Toch weten de mannen al jaren te overleven in het regenwoud en lijken ze kerngezond. De twee Pirpkura zijn duidelijk ook heel vertrouwd met elkaar – zie ze maar eens samen in een hangmat liggen. Communiceren met hen is echter verdraaid moeilijk. Ze hebben samen een soort koeterwaals ontwikkeld, dat zelfs Rita niet altijd kan ontcijferen, en willen bovendien het liefst meteen, met hernieuwd vuur, weer terugkeren naar hun natuurlijke biotoop.

Tijdens het International Documentary Festival Amsterdam werd Piripkura beloond met de Human Rights Award. ‘Met dit aangrijpende en bijzondere verhaal raken de filmmakers aan een brede reeks van kwesties die hoog op de wereldagenda voor mensenrechten zouden moeten staan’, aldus de jury. De zoektocht naar de ontwapenende mannen, dwars door een met veel oog voor detail vastgelegd tropisch regenwoud, en de tamelijk ongemakkelijke ontmoeting van Pakyî en Tamandua met Jair Candor, een man die toch echt het beste met hen voor heeft, heeft inderdaad een fascinerende film tot gevolg, die zowel ontroert als tot nadenken stemt.

Zien we hier, op de valreep vereeuwigd voor toekomstige generaties, daadwerkelijk De Laatste(n) Der Piripkura?

Kaiser: The Greatest Footballer Never To Play Football

Renato Gaúcho meldt zich bij de portiers van de nachtclub. Wie ben jij? willen die weten. ‘Renate Gaúcho.’ De kleerkasten aan de deur moeten lachen: die is allang binnen. Pas als de bekende voetballer van de Braziliaanse topclubs Grêmio en Flamengo en speler van de ‘seleçäo’ eist dat hij die andere Renato wil zien, mag hij alsnog naar binnen. Daar ziet hij zijn lookalike Kaiser zitten, omringd door mooie vrouwen.

Carlos Henrique ‘Kaiser’ Raposo, zo wil het verhaal in de swingende documentaire Kaiser: The Greatest Footballer Never To Play Football (93 min.), blufte zich in de jaren tachtig en negentig de internationale voetballerij in, zonder dat hij ook maar een bal kon raken. Hij stond op de loonlijst bij een aanzienlijke hoeveelheid voetbalteams; van Braziliaanse topclubs als Flamengo, Botafogo en Fluminense tot het Mexicaanse Puebla en Gazélec Ajaccio op het Franse eiland Corsica.

Voordat hij daadwerkelijk door een trainer kon worden ingezet (of ook maar in de buurt kwam van een bal), fingeerde Kaiser een blessure en ging hij op zoek naar een nieuwe werkgever. Omdat in de voetballerij nu eenmaal geen enkele technisch manager durft toe te geven dat-ie ongezien een nieuwe speler heeft gecontracteerd en vervolgens toch nog een cent hoopt te verdienen bij het verder transfereren van zo’n miskoop, kwam hij er nog mee weg ook.

Dat is tenminste de eerste verklaring die deze gelikte documentaire van de Britse filmmaker Louis Myles geeft voor het succesvolle bedrog van de langharige loverboy, die liefst in een felgele speedo over het strand van Rio de Janeiro flaneerde. Later volgt een geloofwaardigere – en pijnlijkere – uitleg. Al blijft het voor de kijker gissen wat nu oprechte herinneringen van/aan Kaiser zijn en wat sterke verhalen, leugens om bestwil en keiharde bullshit.

Gekende Braziliaanse voetbalgrootheden als Carlos Alberto, Bebeto en Junior verlenen Kaisers relaas, dat Myles met acteurs heeft proberen te verbeelden, een zekere geloofwaardigheid. Hoewel de waarheid soms inderdaad vreemder is dan fictie, blijft het moeilijk om te geloven dat deze kekke, met smakelijke muziek geserveerde cocktail van voetbal en kolder werkelijk is gebaseerd op onweerlegbare feiten. Legende of niet, Kaiser heeft wel een bijzonder vermakelijk verhaal.

O Amor É Único

 

’De dokter zegt dat ik niet de rest van mijn leven alleen moet blijven’, zegt Dona Alva stellig. ’Ben je niet te oud voor een nieuwe liefde, mam?’ wil haar zoon weten. Maar zijn hoogbejaarde moeder wil van geen wijken weten. ‘Jij weet niets van mijn leven! Niemand weet mijn leeftijd. Alleen God.’ Volgens de ‘machovrouw’ Alva, woonachtig op een Braziliaanse heuvel, is ze pas 76. Toen ze op haar veertiende moest trouwen, heeft haar vader noodgedwongen een verkeerde leeftijd doorgegeven.

Dat is uiteindelijk geen héél gelukkig huwelijk geworden, zo wordt al snel duidelijk in O Amor É Único (50 min.), een aandoenlijke documentaire van Marina Meijer. Dona Alva’s echtgenoot Laerte is enkele maanden eerder overleden. Tijd dus voor een tweede leven, in het dorpje onderaan de heuvel en liefst ook met een nieuwe liefde. Die als het even kan net zo overrompelend is als de enige keer dat ze echt verliefd is geweest. Als elfjarig meisje viel Alva ooit als een blok voor een jongen die naar het leger vertrok. Hij kwam nooit meer terug.

Al snel weet Dona Alva het zeker: dat is hem, de nijvere klusjesman Marquinhos. Hij is alleen zeker veertig jaar jonger. Hoe gaat de oudere vrouw, die zienderogen het meisje in zichzelf herontdekt, zo’n jonge vent verleiden? Of verzoent ze zich met het gegeven dat haar beste jaren waarschijnlijk achter haar liggen? O Amor É Único (vrij vertaald: elke liefde is uniek) volgt de rijpe femme fatale bij haar terugkeer op het liefdespad. Elke scène is doordrenkt van melancholie over wat het leven was, is en had kunnen zijn, waardoor de film aanvoelt als één van de bitterzoete ballades, die Alva’s muzikale dorpsgenoot Zé bij elke feestelijke gelegenheid ten gehore brengt.

Solo, De Wet Van de Favela

 

Wat zijn de gevolgen als je als filmmaker voor God speelt? En ben je dan ook verantwoordelijk voor die gevolgen? Het zijn vragen die Jos de Putter zichzelf stelt in de film Solo, Out Of A Dream (55 min.) uit 2015. Hij zoekt daarin de Braziliaanse voetballer Leonardo op, die mede door zijn toedoen in Europa is beland.

 

Twintig jaar eerder filmde De Putter Leonardo, toen een eerzuchtig en heetgebakerd joch van elf uit een sloppenwijk van Rio de Janeiro, voor het eerst. Samen met zijn vriendje Anselmo droomde Leo, die opgroeide zónder vader en mét een ingewikkelde moeder, van een bestaan als profvoetballer – en daarmee van een ontsnapping uit het bikkelharde leven in de favela.

 

De documentaire Solo, De Wet Van De Favela (52 min.) uit 1994 effende het pad voor Leonardo naar Europa. Hij groeide als voetballer op bij Feyenoord en speelde tijdens zijn turbulente carrière ook nog voor Ajax, Red Bull Salzburg en Ferencvaros. Anselmo, zo was destijds al wel duidelijk, zou veroordeeld blijven tot ballen op een plaatselijk trapveldje en overleven in de Braziliaanse ‘urban jungle’.

 

De vraag wie van de twee uiteindelijk het beste terecht is gekomen lijkt op voorhand eenvoudig te beantwoorden. Het leven laat zich echter niet zo gemakkelijk in simpele conclusies vervatten, zo realiseert Jos de Putterzich met de wijsheid van nu. Is Leonardo, wiens voetbalcarrière na een kortstondig verblijf bij FC Eindhoven onlangs met een nachtkaars lijkt te zijn uitgegaan, werkelijk beter geworden van zijn avonturen in het verre Europa?
 

Gods Of Brazil: Pele And Garrincha


Ronaldo of Messi? Wie is de allergrootste? Of toch Cruyff, Maradona of Pelé? Geen zinnig mens zal in elk geval de naam Garrincha noemen. De Braziliaanse dribbelkoning met de kromme poten is al lang en breed vergeten.

Pelé en Garrincha, de helden van deze documentaire uit 2002 van Jean -Christophe Rosé, waren ooit de sterspelers van het Braziliaanse voetbalelftal dat in twaalf jaar tijd drie keer wereldkampioen werd. In een tijd, 1958 – 1970, dat voetbal nog in zwart-wit werd gespeeld en topspelers zoals Garrincha zich nog gewoon poedelnaakt onder de douche lieten filmen.

Toen het spel in de jaren zeventig letterlijk kleur kreeg, hadden spelers inmiddels de status van superster verworven. Gods Of Brazil: Pelé And Garrincha (70 min.) portretteert twee tegenpolen, waarvan de een, het aaibare supertalent van Santos, nét iets te goed en de ander, de ongepolijste volksjongen van Botafogo uit Rio de Janeiro, helemaal niet tegen die plotselinge roem bleek opgewassen.

Toen Pelé in 1970 zijn derde wereldtitel in de wacht sleepte, was zijn voormalige strijdmakker Garrincha al ten prooi gevallen aan een uiteindelijk dodelijke combinatie van drank, vrouwen en depressies. Deze film, waarin een wel erg dominante verteller een vergeten voetbaltijdperk laat herleven, doet je denken over hoe ’t huidige helden als Ronaldo of Messi zal vergaan.

Hoe lopen ze er over twintig jaar bij? Als volledig doorgestreste toptrainers, als zelfingenomen beste stuurlui aan wal of wellicht toch als overjarige parvenu’s met een levensgroot gat in de hand, de drang om alles steeds weer op het spel te zetten en/of een nooit te stillen honger of dorst?

De tijd, die Garrincha uiteindelijk inhaalde en Pelé nooit te pakken kreeg, zal het leren.