Anne Frank: Parallel Stories

Netflix

‘Hoe kunnen mensen zo onmenselijk worden?’ vraagt @KaterinaKat zich in een Instagram-post af bij een foto van Anne Frank en haar oudere zus Margot. ‘Ik kan me de wreedheid niet voorstellen.’ De coole tiener, die per trein heel Europa doorreist en de rouwplekken van de Holocaust bezoekt, plaatst er de hashtags #courage en #endurance bij.

Het fictieve personage Katerina, een rol van de Italiaanse actrice Martina Gatti, heeft duidelijk een educatieve functie. Ze wordt in Anne Frank: Parallel Stories (94 min.) op een nogal opzichtige manier ingezet om hedendaagse jongeren bij de tragedie van Anne te betrekken. Waarbij het de vraag is of dat werkelijk nodig is bij zo’n iconisch verhaal, dat onverminderd tot de verbeelding spreekt.

Ook omdat de filmmakers Sabina Fideli en Anna Migotto nóg een belangrijke ingreep doen: ze introduceren de Britse actrice Helen Mirren als alomtegenwoordige verteller. Vanuit een replica van Het Achterhuis vertelt zij Anne Franks levensverhaal, leest met het nodige drama voor uit haar dagboek en schetst de maatschappelijke ontwikkelingen die zich ondertussen voordoen.

Mirren introduceert tevens vijf overlevenden, die net zoals Anne als kind in de vernietigingskampen zijn beland en nu vanuit hun eigen ervaring iets kunnen vertellen over wat het Joodse meisje moet hebben gedacht en ervaren. Hun persoonlijke getuigenissen – en de gedachten daarbij van hun (klein)kinderen – worden van context voorzien door historici en WOII-deskundigen.

Het geheel maakt uiteindelijk een tamelijk onevenwichtige en enigszins gekunstelde indruk. De tragische verwikkelingen rond Anne Frank en haar lotgenoten, tot leven gewekt met foto’s en beelden die zich in je ziel blijven etsen, raken weliswaar nooit sleets en zijn als zodanig dan ook nauwelijks te ‘verpesten’, maar dreigen hier soms te verzuipen in de erg geconstrueerde vertelling.

‘Lieve Anne, ik was ontdaan van je hoopvolle dagboek’, schrijft @KaterinaKat voordat ze met haar telefoon een foto neemt van Eduardo Kobra’s gigantische Anne Frank-graffiti op de NDSM-werf in Amsterdam. ‘Maar het herinnert me eraan om nooit op te geven.’ Om te benadrukken dat dit een actuele boodschap blijft, zet ze er de hashtags #donotlookaway en #noprejudices bij.

Twee Mannen

NTR

Tot de dag vóór het interview heeft Jan Versweyveld getwijfeld: wil hij uit de schaduw treden van regisseur Ivo van Hove, de man met wie hij al ruim veertig jaar samen leeft en creëert? Hij verkoos altijd de luwte, achter de gelauwerde theatermaker. ‘Je hebt mensen die verhalen bedenken’, zegt de scenograaf. ‘En mensen die verhalen moeten vertellen. Ik behoor dan tot die tweede categorie, van hoe vertel je nu iemand anders zijn verhaal?’

Met Internationaal Theater Amsterdam werken de Twee Mannen (73 min.) in het voorjaar van 2021 aan wat een, in de woorden van Versweyveld, ‘vreselijke’ nieuwe voorstelling moet worden: Age Of Rage. Een groots opgezet theaterstuk dat bestaat uit een aantal Griekse tragedies, over waarom mensen gewelddadig worden. Een geesteskind ook waarin het onafscheidelijke duo Van Hove en Versweyveld zich echt kan uitdrukken. Al gaat dat niet altijd vanzelf.

Hoewel privébeelden van de twee mannen ontbreken, komt deze film van Suzanne Raes met slechts impressies van de uitgebreide voorbereidingen, het intense repetitieproces en de nerveuze try-outs toch héél dicht bij hen. Bij zowel hun werkrelatie (die symbiotisch lijkt, maar toch zeker niet vrij is van meningsverschillen) als hun persoonlijke verhouding (waarin genegenheid, in elk geval vroeger, ook gepaard ging met stevige, zelfs fysieke conflicten).

‘Een relatie is een evolutie die nooit stopt’, vertelt Jan aan interviewer Frénk van der Linden, die ook aan de basis stond van deze film. Ivo wil niet eens nadenken over hoe ‘t zou zijn als Jan ooit weggaat. ‘Dat is een afgrond waar ik niet in wil kijken’, zegt hij na enig aandringen. Samen, ook met een uitgebreide cast en crew, werken ze toe naar de première. Ivo streng dirigerend, Jan alles in zich opnemend met een fotocamera. Ze moeten hun ideeën vinden en uitdragen, tegenslag overwinnen en de stress bezweren.

Één ding staat voorop in deze fascinerende weerslag van de helletocht die een voorstelling kan zijn of worden: het mag ‘geen theater van de middelmaat, dat je overal kan zien’ worden. Waarvan akte. Hetzelfde geldt voor deze knetterende film.

Naziha’s Lente

Het moest een portret worden van de vrouw achter het probleemgezin. De alleenstaande Marokkaanse moeder uit Amsterdam-West met tien kinderen, waarvan er al een aantal in aanraking waren geweest met justitie. Een sterke vrouw nochtans, die druk doende was om haar zaakjes op orde te krijgen. En toen zette een dramatische gebeurtenis Naziha’s leven helemaal op zijn kop. Hoe kon regisseur Gülsah Dogan haar oorspronkelijke idee, het geven van een menselijk gezicht aan een hardnekkig maatschappelijk probleem, overeind houden, zónder de waarheid geweld aan te doen?

Naziha’s Lente (90 min.) is de uitkomst van wat een worsteling moet zijn geweest. Een film over een Marokkaans-Nederlandse vrouw die zich bijna letterlijk heeft moeten vrijvechten. ‘Ik vind het jammer voor je dat je zonder vader moet opgroeien’, schrijft ze in een brief aan haar jongste kind en enige dochter Rachma (waarmee de documentaire begint en wordt afgesloten). ‘Ik had het graag anders gewild. Ik wil voor jou een ander leven dan wat ik heb gehad. Ik wil, Inshallah, dat je elke kans benut die op je pad komt. Ik wil dat je leert om voor jezelf op te komen en je stem laat horen.’

Als vrouw en moeder draagt Naziha de sporen van een ongelukkig huwelijk met een veel oudere man. Hij ‘kocht’ haar van haar moeder, maakte haar maar liefst tienmaal zwanger en hield er ronduit archaïsche ideeën over mannen, vrouwen en de opvoeding op na. Die komt Naziha nog steeds tegen: binnen zichzelf en bij haar jongens. Als Rachma straks zestien is, stelt één van haar zoons bijvoorbeeld half grappend over Naziha’s dochter, krijgt ze een hoofddoek en een plek in de keuken. En van een relatie met een jongen met een andere afkomst kan natuurlijk ook geen sprake zijn.

Terwijl ze zo voortdurend met één van haar opgroeiende kinderen in de weer is, ervoor moet zorgen dat er dagelijks eten op tafel komt en het huis aan kant is, mag Naziha zichzelf niet kwijtraken. Ze probeert los te komen van alle hulpverleners en haar ondertoezichtstelling te laten beëindigen. Naziha wil op eigen kracht verder, als spil van haar eigen gezin, voorbeeldfiguur in de wijk én vertrouwenspersoon. Daarvoor heeft ze zelfs een certificaat verdiend. Haar eerste. ‘Ik had die al van kinderen baren’, grapt ze tijdens de officiële uitreiking. ‘Maar dat is zonder certificaat.’

Met zulke scènes geeft Gülsah Dogan Naziha’s Lente lucht. Haar hoofdpersoon mag dan regelmatig het slachtoffer zijn geworden van haar achtergrond, cultuur of situatie, ze is in wezen geen slachtoffer. Binnen moeilijke omstandigheden probeert Naziha in deze delicate film uit 2014 te allen tijde verantwoordelijkheid te nemen voor zichzelf en de haren. ‘Het is nog geen tijd voor mij’, constateert ze tegelijkertijd. ‘Ik weet dat die put zo groot is, zo donker, zo diep, dat ik bang ben dat ik, als ik die put eenmaal opendoe, erin val. En daar hebben mijn kinderen niks aan.’

Naziha’s Lente is hier te bekijken.

Henk

Studio Ruba / VPRO

Henk (23 min.) vindt het wel prima dat de meeste docenten en studenten van de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam weinig van hem weten. Hij is simpelweg de conciërge van de prestigieuze kunstopleiding. ‘Omdat ik hier altijd onderschat wil worden’, zegt hij daarover. ‘Dan heb ik altijd een stapje voor.’

Vol bravoure skeelert hij soms door het schoolgebouw, in deze film zelfs langs kolossale, uitgelichte letters die samen zijn voornaam vormen: H E N K. Dat hij ooit kampioen op de rollerskates was? Al die kunstenaars hebben geen idee. Dat hij in een succesvol bandje speelde? Iemand? Dat hij danste? Theater maakte?

Henk Shakison voelt in elk geval geen behoefte om zich op de borst te kloppen. Hij lijkt tevreden met zijn faciliterende rol op de kunstacademie. Goedlachs staat hij bellers te woord, speelt ontspannen een potje pingpong of grijpt in – vriendelijk maar kordaat – als er in het schoolgebouw spontaan een feestje is ontstaan.

Tegelijkertijd laat hij zich door Sarah Blok en Lisa Konno ook zonder al te veel problemen verleiden om kekke kleding aan te trekken, om zo te worden vereeuwigd. Het is alsof hij dan van persoonlijkheid verandert. De aimabele goedzak ontpopt zich tot iemand die aandacht opeist, een bink, een player zelfs.

De ingreep van de filmmakers verraadt flair en werkt wonderwel. Henk krijgt letterlijk kleur en onthult de persoon achter de vlotte lach. Een man die eerst zijn geboorteland Suriname moest verlaten en die zich op latere leeftijd, omdat het leven nu eenmaal verantwoordelijkheden met zich meebrengt en klappen uitdeelt, in een andere rol moest schikken. 

Een man ook die een klein en fleurig portret waard is en best kan dragen.

Het Dinsdagavondgevoel

Marlou van den Berge

Volgens dirigent Paul Valk hebben ze geen moment overwogen om het niet te doen. ‘Kijk, nu vind ik het heel normaal dat er dingen geannuleerd worden, maar dat had je toch helemaal niet?’ zegt hij over de tijd dat Corona zich voor het eerst meldde in ons leven. ‘Dus je gaat door. Jongens, come on, the show must go on en ga ervoor!’ En dus vertolkte het Amsterdams Gemengd Koor op 8 maart 2020, een maand voor Pasen, gewoon de Johannes Passie in het Concertgebouw. COVID-19 had zich toen al in hun midden genesteld.

Van de 130 koorleden zouden er uiteindelijk maar liefst 102 het Coronavirus krijgen. Één lid overleed, evenals drie partners. Als het koor enige tijd later de draad weer wil oppakken, gaat dat dan ook niet vanzelf. Sommige leden durven nog niet, anderen merken dat ze oefening missen of kortademig zijn. Onder leiding van Valk zullen ze gezamenlijk hun stem weer moeten vinden, om de traumatische ervaring van die eerste Coronagolf achter zich te laten en gewoon weer lekker samen te kunnen zingen.

In Het Dinsdagavondgevoel (60 min.) volgt Marlou van den Berge enkele leden van het koor tijdens de pandemie, die hen het repeteren en optreden bijna onmogelijk maakt. Kan dat eigenlijk wel op anderhalve meter of met een mondkapje? Of moet het werkelijk via Zoom-sessies? ‘We glijden uit elkaar’, constateert bas Reitze de Graaf, die de online-repetities aan zich voorbij laat gaan. ‘Ik voel de band niet meer zo. Dus ik zit een beetje met het idee te spelen om er gewoon maar helemaal mee te stoppen.’

Van den Berge structureert de verwikkelingen bij het Amsterdams Gemengd Koor, die op microniveau laten zien hoe COVID-19 het complete land in zijn greep krijgt en op allerlei plekken tweespalt veroorzaakt, aan de hand van de diverse Corona-persconferenties van Mark Rutte en lardeert de vertelling bovendien met enkele treffende zangstukken. ‘Waar is iedereen gebleven?’ zingt het koor bijvoorbeeld ten tijde van de lockdown van eind 2020. ‘Het beeldscherm lijst me in. Dit is hoe donker klinkt.‘

Het Dinsdagavondgevoel brengt zo treffend in beeld hoe het hoofdstedelijke koor probeert om de boel bij elkaar te houden, in een tijd waarin er verschillende eilandjes dreigen te ontstaan. Het is een uitdagende tijd die hen stuk voor stuk met de neus op de feiten drukt: hoeveel sterker ze samen zijn, als al die verschillende stemmen samenkomen, dan ieder in z’n eentje. Intussen blijft de herinnering aan betere tijden – en de hoop dat die, liefst snel, weer zullen terugkeren.

Kroniek Van Een Moderne Koning

Human

Zijn koninklijk paleis staat midden in de Bijlmer. Koning Nyanin, leider van de Ghanese Ashanti-gemeenschap in Nederland, wordt alleen niet door al zijn landgenoten geaccepteerd. Er is ook nog een koningin: Ama Serwaa Nyarko. Haar vader droeg ooit de Gouden Zetel der Ashanti’s op zijn rug. En zij wordt nu gesteund door de Opperkoning in het Ghanese Manhyia-paleis.

In totaal wonen er ruim 25.000 Ghanezen in ons land. Zij raken in Kroniek Van Een Moderne Koning (50 min.) verwikkeld in een soort Afrikaanse variant op Game Of Thrones. In hartje Amsterdam proberen de twee rivalen op alle mogelijke manieren hun eigen positie te versterken. Dit gaat natuurlijk niet gepaard met moord en doodslag, maar wel met veel borstklopperij, gekonkel en uiterlijk vertoon.

Zo organiseert Nyanin bijvoorbeeld een durbar, een groots opgezet traditioneel evenement, waar ook een delegatie uit het moederland wordt verwelkomd. ‘Zij claimen de titel’, reageert de rechterhand en woordvoerder van de koningin verontwaardigd in deze boeiende film van Kees-Jan Husselman. ‘Maar wij zijn de uitverkorenen.’ Hoog tijd dus om Ama Serwaa’s connecties in Ghana aan te halen. 

Husselman tekent alle verwikkelingen van binnenuit op en zorgt als verteller op nuchtere toon voor context. Op die manier documenteert hij een bijzonder bloemrijke cultuur – waarvan de expressieve uitvaartrituelen eerder al waren te zien in Paul Sin Nam Rigters documentaire Dood In De Bijlmer – die ook in den vreemde met veel pracht en praal wordt uitgedragen.

De Kinderen Van Mokum, En Ik

Als een wervelwind razen ze door de stad. Alsof de jaren tachtig nooit zijn geëindigd veroveren De Kinderen van Mokum het ene na het andere Amsterdamse kraakpand. Ze hebben zelfs een manifest geschreven tegen de ‘kapitalistische ziektes’ en ‘money-oriented pricks’. En documentairemaakster Dikla Zeidler, die zelf al een tijd verlangt naar een nieuwe grote protestbeweging, voelt zich aangesproken door hun onversneden ‘de stad wordt weer van ons’-attitude. ‘Ik ga hier een film over maken!’ zegt ze ferm.

Welnu, dit is ‘m! En als je die Kinderen vervolgens collectief op hun fiets door de hoofdstad ziet denderen, begeleid door de dwarse, ja, kraker Disneyland Amsterdam van zanger Jan Modaal, zou je het bijna gaan geloven: hier komen de uitdagers die het de gevestigde orde daadwerkelijk lastig gaan maken, die de stad – nee: het land, het vrije westen, de wereld – terug gaan veroveren op de huisjesmelkers, bureaucraten, brievenbusfirma’s, buitenlandse investeerders en… ons, als brave burgermannen en -vrouwen.

Begin 2019 trekken ze in hun vierde pand, Het Kløkhuis. Daar slaan deze Kinderen van Mokum onvervaard aan het drinken, kletsen, lawaai maken, dansen, neuken en lachen. Ze hebben zo te zien een geweldige tijd. Totdat hun ideaal helemaal naar de achtergrond is verdwenen, de woonomstandigheden toch wat te wensen blijken over te laten en het ene na het andere Kind het pand verlaat (om aan een volwassen bestaan te beginnen?). Zeidler heeft alle prettige hectiek in de gemeenschap tot dan toe likkebaardend vastgelegd, maar ziet die ontwikkeling toch met lede ogen aan. ‘Gaan ze me nu echt laten zitten met een half af-verhaal?’

Ze legt haar vragen voor aan de Kinderen zelf in het tweede deel van deze levendige film, die daardoor wel wat aan tempo en zwier inboet. Ze waren toch zeker wel meer dan een gewone vriendengroep? Of zit het probleem misschien tóch bij haar en heeft zij gewoon veel te hoge verwachtingen van anderen en – aap uit de mouw – zichzelf? De vraag stellen… ach, dat weet iedereen. Zeidlers film heet niet voor niets De Kinderen Van Mokum, En Ik (27 min.).

De Zorgkoningin

KRO-NCRV

‘Ziekenhuis te koop’, staat er in de krant. Ondernemer Aysel Erbudak en haar financier Jan Schram besluiten toe te happen. Op 31 augustus 2006 komt het Amsterdamse Slotervaartziekenhuis, dat in acute geldnood verkeert, in particuliere handen. 320 bedden, 100 medisch specialisten en 1300 personeelsleden worden gered door – in de woorden van voice-over Marlijn Weerdenburg – ‘een mensenschuwe grondhandelaar met geld en een goedgebekte zakenvrouw met ambitie’.

Erbudak, die even daarvoor nog parkeerwacht is bij de zwarte markt in Beverwijk (al lijkt dat toch eerder een mooi verhaal dan een adequate beschrijving van haar positie), wordt directeur van het ziekenhuis. Ofwel: De Zorgkoningin (52 min.). En vaste patiënten zoals Stella Huygens en Inge Roele, die in deze journalistieke documentaire van Steven Schoppert als ervaringsdeskundige aan het woord komen, worden voortaan beschouwd als klant.

Zo moet de positie van het Slotervaartziekenhuis, dat al enige tijd dienst lijkt te doen als afvoerputje van de stad en financieel nauwelijks het hoofd boven water kan houden, worden gestabiliseerd. De zakenvrouw gaat inderdaad als een wervelwind van start, krijgt het ziekenhuis al snel winstgevend en werkt als een magneet voor de vaderlandse pers. Alleen: Erbudak blijkt ook een strafblad te hebben en maakt bovendien wel erg gemakkelijk vijanden.

Met de Turks-Nederlandse directeur zelf, voormalige medewerkers van het ziekenhuis, journalist Bas Soetenhorst (die samen met Jeroen Wester het boek De Kraak Van Het Slotervaartziekenhuis schreef), SP-kamerlid Renske Leijten en de toenmalige minister van Volksgezondheid Hans Hoogervorst (een groot voorstander van marktwerking in de zorg) blikt Schoppert terug op de zes turbulente jaren dat Erbudak de scepter zwaaide in het ziekenhuis.

Hij begeleidt hun herinneringen met nogal dik aangezette vamp-beelden van zijn hoofdpersoon en visualiseert de slangenkuil die het Slotervaart voor haar zou zijn geweest letterlijk met slangen die door het ziekenhuis glibberen, op zoek naar een prooi. Het ligt voor de hand wie daarvan uiteindelijk het slachtoffer zal zijn – al is Aysel Erbudak, zo blijkt ook weer uit deze boeiende vertelling, natuurlijk bepaald geen willoos slachtoffer.

Dood Op Verzoek

IKON

‘We moeten er niet mee wachten’, zegt Cees van Wendel de Joode met veel moeite tegen zijn huisarts Wilfred van Oijen. ‘Want het slikken gaat ook moeilijk.’ Zijn vrouw Anthoinette helpt hem formuleren: ‘En ademhalen gaat erg achteruit.’ Van Oijen adviseert om het euthanasieverzoek formeel in gang te zetten en een tweede arts in te schakelen nu Cees zich nog enigszins kan uitdrukken. Waarna die onbedaarlijk begint te huilen.

Het is een hartverscheurend tafereel, waarin de essentie van Dood Op Verzoek (57 min.) uit 1994 is vervat. De 62-jarige Cees van Wendel de Joode heeft de spierziekte ALS. Zijn overlijden komt zienderogen dichterbij. Om een ontluisterende dood te voorkomen, wil hij euthanasie. Daarvoor moet hij dus in gesprek gaan met een tweede, onafhankelijke arts. Die moet bevestigen dat de Amsterdamse man inderdaad ondraaglijk lijdt en voldoet aan de andere voorwaarden voor een vredige dood.

‘Geslaagd’, constateert Cees glunderend als dat inderdaad het geval blijkt te zijn. Hij heeft zijn gevoel voor humor behouden. Als documentairemaker Maarten Nederhorst later vraagt wat zijn vrouw voor hem betekent, antwoordt hij simpelweg: ‘Alles.’ Zij moet er zelf aan te pas komen om de zin ‘Zonder haar zou ik het geen dag meer volhouden’ af te maken. Waarmee de afhankelijkheid van haar echtgenoot, die zich wel uitdrukt in een dagboek (voorgelezen door Frederik de Groot), nog maar eens wordt geïllustreerd.

Bij de man die Cees uit zijn lijden moet verlossen, huisarts Van Oijen, drukt de euthanasie zwaar op zijn gemoed. Of hij het er erg moeilijk mee heeft? wil zijn patiënt weten op de dag waarop hij afscheid gaat nemen van het leven. ‘Nou, ik kom hier wel een beetje met lood in m’n schoenen naartoe, ja.’ Als hij op de gezondheid van zijn vrouw en de dokter heeft gedronken, typt Cees nochtans onverbiddelijk op zijn letterbord een ferme zin in: laten we het maar niet uitstellen. Waarna hij zijn rolstoel richting het bed stuurt.

Bijna dertig jaar later maakt de film, die destijds in de halve wereld commotie veroorzaakte en volgens dit indringende interview met Wilfred van Oijen ook tot een stormloop op zijn praktijk leidde, nog altijd enorm indruk. Dood Op Verzoek koerst uiteindelijk trefzeker af op de ongelooflijk intieme scènes waarin de dappere arts het overlijden van Cees in gang zet en hem samen met de al even dappere Anthoinette naar het einde begeleidt. En daarna is het even héél stil en moet het overlijden van Cees van Wendel de Joode officieel worden geregistreerd.

Dood Op Verzoek is hier te bekijken.

Verhalen Van Berlijn – Paul Spies In Het Humboldt Forum

Alexander Schippel

Ooit stond er het Berliner Stadtschloss. Het Pruisische paleis werd echter zwaar beschadigd in de Tweede Wereldoorlog en in 1950 op instigatie van DDR-leider Walter Ulbricht zelfs opgeblazen. Op diezelfde plek, in het hart van Berlijn, is nu een moderne replica herrezen: het Humboldt Forum. Voor het samenstellen van een permanente expositie aldaar over de relatie van Berlijn tot de wereld wordt in 2016 zowaar een Nederlander gevraagd: kunsthistoricus Paul Spies, de directeur van het Amsterdam Museum.

‘Bewonderenswaardig’ vindt die het, dat een buitenlander zo’n belangrijke klus krijgt toebedeeld. In Verhalen Van Berlijn – Paul Spies In Het Humboldt Forum (91 min.) volgt Sonia Herman Dolz de Nederlandse chef-curator gedurende enkele jaren tijdens zijn poging om de moderne geschiedenis van de Duitse hoofdstad samen te ballen in de permanente expositie Berlin Global, een ‘omstreden prestigeproject’ aldus verteller Huub Stapel. Spies richt zich daarbij op verhalen van de Berlijners zelf en hun beleving van de wereldstad.

Een mooi voorbeeld daarvan is de massieve deur van een kluis uit het befaamde Joodse warenhuis Wertheim, die in de jaren negentig onderdak bood aan de ondergrondse technoclub Tresor. Nadat de club in 2005 werd gesloten, bevond de loodzware roestige deur zich jarenlang in een kraakpand. Van daaruit heeft hij nu zijn weg gevonden naar de expositie, waar de deur allerlei aspecten van de stadsgeschiedenis representeert; van de Jodenvervolging tot de periode dat Berlijn de technohoofdstad van de wereld was.

Herman Dolz zet haar film breed op. Ze concentreert zich natuurlijk op de totstandkoming van de expositie, maar belicht ook het gezinsleven van Paul Spies en ruimt tijd in voor het werk van zijn vrouw Meike Ziegler, die een kunstwerk over de Muur maakt. Daarnaast waaiert ze uit naar de persoonlijke verhalen van gewone Berlijners die verschillende elementen van de stad weerspiegelen, zoals het leven in de DDR, de Turkse gemeenschap van Berlijn en het voormalige Niemandsland rond de Muur, waar tegenwoordig een levendig ‘Mauerpark’ is.

Dat is een ambitieuze opzet, waarbinnen niet alle verhaallijnen tot volle wasdom komen. Tegelijkertijd doet die grootse aanpak recht aan de wereldstad Berlijn, waarin allerlei uiteenlopende verhalen samen proberen te komen tot één enkele vertelling, die voortdurend van kleur verschiet.

De Bellers

Remko Liebregts / KRO-NCRV

Een speciaal team onderhoudt het contact met de familie van de patiënten. Vanwege de strenge Corona-maatregelen, tijdens de eerste golf in het voorjaar van 2020, moeten ze dat telefonisch doen. Vrijwel dagelijks informeren De Bellers (75 min.) verwanten over hoe het gaat met hun vader, moeder of broer, die is opgenomen op de Intensive Care-afdeling van Amsterdam UMC.

Het zijn intensieve gesprekken. De familieleden aan de andere kant van de lijn, die vaak al een hele tijd zijn afgesneden van hun geliefde, snakken naar goed nieuws. Soms kunnen de artsen van het speciale support team hen inderdaad hoop geven, andere keren moeten ze die hoop juist de bodem inslaan. De bijbehorende emoties zijn regelmatig van hun gezicht af te lezen als ze de familie empathisch en toch professioneel proberen te informeren.

Die telefoongesprekken vormen het hart van deze observerende documentaire van Meral Uslu, Maria Mok, Paul Cohen en Martijn van Haalen, die verder nog enkele indringende scènes vanuit het ziekenhuis zelf bevat. De gesprekken geven enerzijds inzicht in wat er ook op menselijk vlak van ziekenhuisartsen wordt gevraagd en laten tegelijkertijd zien hoe zij dat deel van hun werk tijdens de pandemie echt met één arm op de rug gebonden moeten doen.

Tijdens sommige telefoontjes, met familieleden die niet of nauwelijks Nederlands spreken, worden ze gedwongen om nóg een extra omweg, via een tolk, te nemen. ‘Goeiedag, meneer’, begint dokter Remko Liebregts bijvoorbeeld zo’n gesprek. ‘We hebben elkaar dit weekend gesproken. Toen ging het nog niet zo goed met uw broer, maar de situatie lijkt nu wat gunstiger te zijn.’

Nadat de arts heeft uitgelegd dat de patiënt minder ondersteuning nodig heeft van beademingsapparatuur, neemt de Imam en geestelijk verzorger van het ziekenhuis het over. ‘Met Allah’s hulp is zijn toestand verbeterd’, geeft Mohammed Ben Ayad een vrije vertaling van Liebregts’ boodschap aan het familielid aan de andere kant van de lijn. ‘Moge Allah jullie kracht geven, zodat jullie sterk blijven. En dat Hij jullie gebeden mag accepteren en dat Hij jullie beloont.’ De man reageert geëmotioneerd. ‘God zij dank’, klinkt het. ‘God zij geprezen.’

Het Coronavirus blijkt echter een grillige vijand. De patiënt die nu uit de gevarenzone lijkt te zijn, kan morgen weer in kritieke toestand geraken. De medici kunnen soms niet meer dan volgen en proberen de verwanten daarin mee te nemen. Dat verzacht beslist de pijn – al kan die lang niet altijd worden weggenomen.

Negen Koffers

EO

Voor mij, voor Hem, voor Haar. Ofwel: LiLaLo, het Jiddische theater dat de echtelieden Jacques en Jossy Halland in 1959 openden in Amsterdam. Het huiskamertheater zou tot 1982 een podium bieden aan typisch Jiddisch repertoire en mocht in die periode gasten uit binnen- en buitenland ontvangen, waaronder grootheden als Fellini en Picasso.

Het was de grote droom van de Hallands om hun liedjes en verhalen naar een groot publiek te brengen. In de documentaire Negen Koffers (57 min.) vertolkt Ellen ten Damme hun repertoire voor het eerst in Carré. Regisseur Marieke Rodenburg volgt de Nederlandse zangeres terwijl ze op de weg daarnaartoe het leven en werk van de zangeres en pianist ontdekt.

Ten Damme volgt het spoor van het echtpaar, dat elkaar in de Jiddische theaterwereld heeft leren kennen, naar Frankrijk. Ze arriveren daar voor aanvang van de Tweede Wereldoorlog, sluiten zich aan bij het verzet tegen de Duitsers en treden na de oorlog op met Franse grootheden als Juliette Greco en Fernandel. Intussen dromen ze van een eigen theater.

Met oude beelden van optredens van Jacques en Jossy Halland en gesprekken die zij hadden met interviewers als Berend Boudewijn en Ischa Meijer slaagt Rodenburg erin om de mensen achter de podiumpersoonlijkheden en hun gezamenlijke missie over het voetlicht te brengen. Samen met pianist Ringo Maurer eigent Ellen ten Damme zich intussen overtuigend hun oeuvre toe.

Negen Koffers doet daarmee enigszins denken aan de documentaire Claudia de Breij – Hier Zijn Wij, waarin documentairemaakster Suzanne Raes eerder dit jaar de Nederlandse kleinkunstenares en enkele getrouwen volgde toen ze zich verdiepten in het leven en de carrière van Heintje Davids, de Joodse rasartieste die maar geen afscheid kon nemen.

Waar Claudia de Breij nadrukkelijk de verbinding zocht met haar eigen leven en thema’s, lijkt Ellen ten Damme het Jiddische theater van Jacques en Jossy Halland vooral een interessante uitdaging te vinden, die mooi aansluit bij haar eerdere uitstapjes naar ‘Paris’, ‘Berlin’ en Casablanca. Maar of er ook een innerlijke noodzaak is om juist dit repertoire te omarmen?

Negen koffers weet nochtans doeltreffend het werk van de Hallands, de Jiddische cultuur en de charme daarvan in de spotlights te zetten.

De Schatten Van De Krim

NTR

Wat doe je als niet duidelijk is bij wie kostbare, in bruikleen verkregen spullen moeten worden terugbezorgd? Voor dat dilemma ziet Wim Hupperetz, directeur van het Allard Pierson Museum in Amsterdam, zich gesteld. Via de vooraanstaande archeologe Valentina Mordvintseva heeft hij kunstvoorwerpen uit de Krim betrokken voor een expositie. En dan, als die net is geopend, lijft Poetins Rusland begin 2014 ineens de Krim in…

Van wie zijn de kunstwerken nu? Van Oekraïne, dat de Russische annexatie onrechtmatig vindt, en de objecten als cultureel erfgoed beschouwt? Of toch van de Krim-musea, inmiddels gevestigd op Russisch grondgebied, die hun mooiste schatten enige tijd eerder ter beschikking hebben gesteld aan het Nederlandse museum? Het is een interessante startpositie voor de nieuwe ‘kunstthriller’ van Oeke Hoogendijk.

De Schatten Van De Krim (82 min.) is daarmee in zekere zin een logisch vervolg op haar eerdere films Het Nieuwe Rijksmuseum en Mijn Rembrandt – al lijken de belangen groter en is de context ook grimmiger. De strijd om de eeuwenoude kunstobjecten verwordt tot een jarenlang (geo)politiek en juridisch steekspel tussen de twee landen, waarbij Hoogendijk de menselijke dimensies gelukkig nooit uit het oog verliest.

Ze richt zich zowel op de betrokken advocatenteams als op de twee vrouwen, die de verpersoonlijking van de strijdende partijen zijn geworden: archeologe Valentina Mordvintseva van de Krim-musea en haar Oekraïense tegenstrever, Ljudmila Strokova van het Museum van Historische Schatten uit Kiev. In de rechtszaal keuren de dames elkaar geen blik waardig, in interviews delen ze gedurig schimpscheuten uit naar de ander.

Terwijl de belangen en daarmee verbonden partijen in deze boeiende film blijven botsen, staan de begeerde kunstobjecten te verstoffen in het depot van het Allard Pierson. Waar ze van niemand zijn en ook niemand ze kan bewonderen. In De Krim, laat Oeke Hoogendijk treffend zien, hebben ze ondertussen een gapend gat achtergelaten. Ook in het hart van de plaatselijke bevolking.

Jason

VPRO

Terwijl hij razendsnel een Rubiks Kubus oplost, kijkt Jason Bhugwandass op zijn laptop naar een tamelijk bloederige uitlegvideo over een mastectomie. Daarna belt hij met zijn behandelaar. ‘Ik heb je foto gezien die je ons had gestuurd, van hoe je borstkas er nu uitziet’, zegt zij. Op die borstkas komt een groot litteken.

‘Dat maakt mij niet zoveel uit’, stelt Jason resoluut. ‘Ik wil eigenlijk wel plat.’ De Amsterdamse jongen, begin twintig, lacht er beminnelijk en zenuwachtig bij. ‘Eigenlijk heb ik alles wat ik moet weten’, constateert zijn gesprekspartner even later. Jason zelf heeft nog wel een vraag, voor als hij zou komen te overlijden op de operatiekamer. ‘Mocht het gebeuren, maak je me dan wel eerst af?’

Jason (90 min.), de hoofdpersoon van deze nieuwe documentaire van Maasja Ooms is op een missie, maar die heeft slechts zijdelings met zijn transitie van meisje naar jongen te maken. Pas gaandeweg wordt duidelijk waar hij zich precies sterk voor – of beter: tégen – wil maken. Eerst moeten er, vergezeld door zijn vaste knuffel, enkele ‘bakken’ in zijn hoofd, vol met trauma’s uit zijn jeugd, worden geleegd.

In dat kader ondergaat hij EMDR-therapie, een terugkerend element in deze observerende film waarbij Ooms opnieuw haar uitgesproken kracht als maakster toont: ze slaagt erin om héél dichtbij te komen – ook emotioneel – en blijft ogenschijnlijk toch geheel afwezig. Ze neemt verder de tijd voor elke scène en geeft nauwelijks context, zodat de kijker het verhaal zelf bij elkaar moet puzzelen.

Daarbij spelen de ontwikkelingen in het stemmige Jason zich nóg meer onderhuids af dan in haar vorige twee documentaires: Alicia (2017), een aangrijpend portret van een meisje dat helemaal verdwaald raakt in de Nederlandse jeugdzorg, en Rotjochies (2019), over ontspoorde jongeren die tijdens een verblijf op het Franse platteland weer op het rechte spoor moeten worden gebracht.

Die films komen dan ook wat directer binnen dan dit broeierige portret, dat soms ook een heel klein beetje trekt. Samen vormen de documentaires evenwel een verplicht drieluik over knelpunten binnen de Nederlandse jeugdzorg. Want daarover heeft ervaringsdeskundige Jason, die een traumatische opname achter de rug heeft, dus een punt te maken: de gesloten jeugdzorg moet worden afgeschaft.

Terwijl hij de demonen van zijn verleden probeert te bezweren en zich inzet voor een doel dat hemzelf ontstijgt, probeert Jason soms ook heel geconcentreerd, met behulp van een mes en een vork, een Rubiks kubus in een vaas te wurmen. Is het een metafoor voor wie hij zelf is? Een puzzel die je pas kunt oplossen als hij is bevrijd? Of, zoals hij en zijn behandelaar constateren, dat simpelweg niets onmogelijk is?

Een Fotograaf Filmt Amsterdam

Eye Film

‘Dit is het decor van mijn film’, vertelt Ed van der Elsken (1925-1990) terwijl hij met zijn Austin Mini Moke-buggy door de Amsterdamse binnenstad rijdt. ‘Mijn jachtterrein.‘ Voor Een Fotograaf Filmt Amsterdam (57 min.) sjeest hij, ook lopend en met het vliegtuig, in de zomer van 1982 over zijn geboortegrond. Via mensen op straat probeert hij de tijdgeest te pakken te krijgen: punkers, nette heren, Hells Angels, gewone werkemannen, flanerende dames, straatmuzikanten, backpackers, kunstenaars aan het werk, levende standbeelden, skaters, verliefde stelletjes en heel veel leuke jonge vrouwen.

Sommige passanten kijken trots in de camera, pronkend met wie ze zijn en hoe ze zich hebben uitgedost. Een enkeling zwaait naar de camera. En anderen lopen dan weer met afgewend hoofd door, onverstoorbaar op weg naar hun bestemming. Niet gehinderd door die onbeschaamd door de lens turende man. ‘Jeetje’, roept die als hij een donkere vrouw spot. ‘Wat is er mooier, haar hoofd of haar lichaam?’ De filmmaker mengt zich wel vaker in wat hij vastlegt. Als er twee vrouwen hand in hand passeren, roept hij provocerend: ‘Welja, hand in hand. Die durven hoor!’ En tegen twee meisjes die hij bij een tramhalte filmt zegt ie: ‘Ja, is voor een televisiefilm.’ ‘Ja, tuurlijk’, reageren zij sceptisch. ‘Een verborgen camera, hè?’

Zo nu en dan loopt Ed van der Elsken ook bekenden tegen het lijf. Zijn ex bijvoorbeeld, die hij meteen even bijpraat over zijn dochter. En helden van een vergeten tijd, zoals Ischa Meijer en Leen Jongewaard. Een tijd waartoe hij zelf ook is gaan behoren. Als man achter de camera, in een stad die sindsdien helemaal is veranderd en toch uit duizenden herkenbaar blijft. Zo leeft hij voort, in zijn werk dat nog nauwelijks aan kracht lijkt te hebben ingeboet. ‘Iemand zei toen hij deze opname zag: net Superman, die door Amsterdam vliegt’, vertelt hij ongegeneerd bij een rijder door de Leidsestraat. ‘En zo is het ook.’

Beppie

IDFA

In 1964 verscheen het eerste deel van de legendarische Up-serie. 7Up liet veertien Britse kinderen van zeven jaar aan het woord, die vervolgens elke zeven jaar opnieuw zouden worden opgezocht. Een jaar later, in 1965, verscheen Johan van der Keukens portret van zijn buurmeisje Beppie (36 min.), een tienjarig Amsterdams straatschoffie dat menigeen voor zich innam. Niet in het minst Van der Keuken zelf, die haar ‘het zonnetje van de achtergracht’ noemde.

Hoe zou het zeven jaar later met Beppie Klaassen zijn geweest? En weer zeven jaar daarna? Sterker: hoe zou het nu zijn met haar? Ze moet inmiddels zo ongeveer de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. In de documentaire Leven Met Je Ogen, die Ramón Gieling in 1997 maakte over regisseur Johan van der Keuken, vertelt ze in elk geval hoe ze voor de opnames van Beppie een koude douche moest nemen. Anders besloeg de cameralens. Naderhand kreeg ze naar verluidt een zak patat van de filmmaker.

Met acht broertjes en zusjes woont Beppie begin jaren zestig met haar ouders in een kleine woning in de hoofdstad. Thuis hebben ze het niet breed. Op school is ze een keer blijven zitten. Ze kletst te veel. Tijdens het oefenen van tafels zingt het ontwapenende meisje nochtans uit volle borst mee. Haar vrije tijd brengt ze vooral op straat door. Met kattenkwaad natuurlijk. Ze vertelt er open over. Over een ‘ruitje inkinkelen’ met een ander meisje bijvoorbeeld. ‘Haar zusje zegt dat er een foto van je wordt gemaakt’, zegt Beppie. Ze richt zich vervolgens tot de camera: ‘Is dat waar?’

Dan is belletje trekken toch veiliger. Samen met andere kinderen trekt Beppie van deur naar deur. Van der Keuken volgt haar op de voet: ook naar de Zeedijk, waar ze de vrouwen achter de ramen ‘uitslovertjes’ noemt. Of de plaatselijke bioscoop waar Beppie, voor het oog van de camera van Ed en Gerda van der Elsken, echt helemaal opgaat in de tekenfilms. Tussendoor praat ze over de westernserie Bonanza, Caballero-sigaretten en de jongen, geen eens een gemene, die sinds kort haar vriendje is. Al blijft ze, zo zegt ze er meteen nuchter achteraan, waarschijnlijk niet haar hele leven bij hem.

Met hedendaagse ogen bekeken roepen de opzet en verhaallijn van Beppie allerlei vragen op – moest die bioscoopscène bijvoorbeeld echt zo lang? vanwaar die soms wel erg dominante muziek? waarom komen haar ouders pas helemaal aan het eind van de film aan het woord? – maar als kinderportret, sfeertekening en tijdsbeeld staat deze korte documentaire nog altijd fier overeind. Helaas is het bij deze ene productie over de potentiële publiekslieveling Beppie gebleven.

Dunya

IJswater Films

In het kleine appartement in Amsterdam hangt een foto van oma aan de muur. Zingen was haar lust en haar leven. Ze trad op onder de naam Betty Wels, maar echt beroemd werd ze nooit. Ook haar dochter Sabine van der Horst is dol op zingen. Haar hele leven lang zat ze in bandjes. En nu stimuleert ze haar negentienjarige dochter om werk te maken van haar zangtalent. Dunya (60 min.) zou volgens haar naar de Herman Brood Academie moeten gaan.

Moeder en dochter ogen soms bijna als vriendinnen. Ze zingen niet alleen samen, ze stoppen bijvoorbeeld ook tegelijk met blowen – en beginnen allebei ook al snel weer. Sabine heeft een pittig leven achter de rug: ze raakte verslaafd aan harddrugs en was een tijd dakloos. Zoals haar eigen moeder ooit haar toevlucht nam tot drank. Het valt Sabine op dat ook haar dochter wel een glaasje lust. Ze wil de jonge vrouw behoeden voor de fouten die Dunya’s oma en zijzelf hebben gemaakt. Sabine klinkt daarbij alleen meer als een oudere zus dan als een bezorgde ouder.

De wisselwerking tussen moeder en dochter, afwisselend stroef en soepel, resulteert in fraaie scènes. ‘Ik had me wel een beetje uitgesloofd’, zingt Sabine bijvoorbeeld uit volle borst mee met een liedje van haar eigen moeder, terwijl Dunya een sigaretje rookt en haar telefoon checkt. ‘Dat was de drank. Die steeg me naar mijn hoofd. Ik heb de auto toen maar laten staan. En daarom ben ik maar naar een hotel gegaan.’ Samen maken ze zich vervolgens op voor het refrein: ‘Heehee. Ongemerkt. Had ik mezelf in de nesten gewerkt.’

Documentairemaker Tim Bary, die enkele jaren geleden afstudeerde met een spannend en intiem portret van een gabber die klassiek pianist wil worden (Wognum), observeert van heel dichtbij – en zonder de situatie of ontwikkelingen verder in te kaderen of uit te leggen – hoe moeder en dochter samen optrekken. Op een gegeven moment zingen ze zelfs samen in een bandje. Tegelijkertijd lijkt Dunya ook de behoefte te hebben om zich los te maken van haar moeder en zo misschien ook de directe lijn met haar heftige familieverleden te verbreken.

Het is een traditionele en aansprekende coming of age-vertelling, die zich afspeelt binnen een volks Amsterdams milieu. Waarbij de ouder het kind net zo hard nodig lijkt te hebben als andersom en de valkuilen van de ene generatie ook op het levenspad van de volgende dreigen op te duiken.

Crazy Days

Docmakers

Hij moet zich soms als de kapitein van de Titanic voelen: terwijl de tweede Coronagolf Nederland in zijn greep krijgt probeert Riccardo Minasi zijn project bij het Nationale Opera & Ballet drijvende te houden. Samen met een jonge internationale cast bereidt de Italiaanse dirigent zich voor op enkele uitverkochte uitvoeringen van Mozarts fameuze opera Le Nozze De Figaro. Met angst en beven kijken ze uit naar de dinsdagen, naar weer een nieuwe persconferentie die roet in het eten kan gooien.

Intussen ontsmetten ze consciëntieus hun handen en proberen ze ondanks de anderhalve meter afstand gezamenlijk scènes in te studeren. Terwijl ze hun concentratie en enthousiasme proberen vast te houden, kijkt regisseur Sanne Rovers mee tijdens deze Crazy Days (65 min.). Ze laat haar camera door de lege gangen van het operagebouw dwalen, houdt zo nu en dan halt voor een repetitie of fraai gestileerde passage uit de opera en spreekt met de voornaamste spelers.

Corona blijft alomtegenwoordig. Het maakt immers nogal een verschil of je toewerkt naar een serie voorstellingen of naar een livestream (en deze documentaire, die waarschijnlijk door meer mensen zal worden gezien dan de uitvoeringen). De magie van het moment zal in dat laatste geval in het luchtledige, zonder interactie met het publiek, tot stand gebracht moeten worden. En de complete onderneming kan natuurlijk ook nog van het ene op het andere moment worden stopgezet.

Het werken aan Le Nozze De Figaro wordt daarmee een allegorie voor hoe het de kunstensector sowieso is vergaan tijdens de Coronacrisis: ze is volledig overgeleverd aan de grillen van het virus en een overheid die daarop probeert te anticiperen. Dat zorgt voor twijfel, frustratie én teleurstelling. Voor een streamuitvoering is bijvoorbeeld niet de gehele cast nodig. Naarmate de pay-off van hun inspanningen – of het uitblijven daarvan – in zicht komt begint het water hen echt aan de lippen te staan.

Iedereen weet nochtans: wat er ook gebeurt, het orkest speelt door.

25 Jaar Foute Vrienden

NTR

Ruim 25 jaar documenteert Roy Dames nu al de levens van enkele vrije jongens uit Amsterdam-Oost, die voortdurend op het slappe koord tussen onder- en bovenwereld balanceren. Dat resulteerde in drie documentaires, die gezamenlijk een zwaar dooraderd portret van de onderkant van de hoofdstedelijke penoze schetsen: Ik Ben Jantje (1994), Vrienden Voor Het Leven (2000) en Foute Vrienden (2010).

In de driedelige serie 25 Jaar Foute Vrienden (150 min.) maakt Dames, die als maker sowieso graag aan de zelfkant lijkt te bivakkeren, opnieuw de balans op met Verbrande Herman, Rooie Jos en Jantje van Amsterdam. Ze zijn inmiddels dik in de zestig en getekend door het leven dat ze hebben geleid. Doordat hij hen nu al zo lang volgt – ook, of juist, op de momenten dat het tegenzit – dringt Dames echt door tot het wezen van zijn hoofdpersonen. De vierde Foute Vriend, Dikke Bob, wordt door hem ook nog altijd behandeld als hoofdpersoon. Ook al ligt die toch echt al ruim vijftien jaar onder de groene zoden.

Net als bij de Britten die sinds 1964 elke zeven jaar opnieuw worden opgezocht voor de befaamde Up-serie, zijn de Mokummers uitgegroeid tot het soort kennissen waarvan kijkers eens in de zoveel tijd willen weten hoe het hen is vergaan. Vaste ‘fans’ moeten daarbij dan op de koop toenemen dat sommige spraakmakende scènes uit het verleden (zoals de volledig ontsporende ruzies tussen Jantje en zijn vrouw Hermien, Hermans afranseling van een vermeende pedofiel en de autodiefstal door Jos en Bob) opnieuw een prominente plek in de vertelling hebben gekregen.

Die gebeurtenissen worden associatief met het heden verbonden en vormen zo nu en dan aanleiding voor bescheiden reflectie. Want Dames is er de man niet naar om zijn subjecten aan een ethisch vragenvuur te onderwerpen of te dwingen tot diepgaand zielzoeken. Hij benadert hen empathisch – als de vriend die hij, de ‘katholieke ex-student uit Beverwijk’ – zo graag wil zijn voor hen. Voor kerels die het klappen van de zweep kennen en die er zelf ook flink van langs hebben gekregen.

Foute Vrienden portretteert de ‘bloedgabbers’ in de herfst van hun levens, die uiteindelijk weinig echte zomers lijken te hebben gekend. Jantje is tegenwoordig meer van de woorden dan van de daden, de socio Jos probeert ogenschijnlijk op het rechte pad te blijven en nurkse Herman (‘Alleen al om bepaalde mensen te treiteren, blijf ik leven gewoon’) wil in het reine komen met zijn volwassen dochter, die zelf ook een woelig bestaan heeft geleid. Zo maken ze elk, onnadrukkelijk en zonder al te veel sentiment, de balans op: wat heeft hun leven opgeleverd en wat heeft dit gekost? Ofwel… loont misdaad?

Igone – En Als Beloning Zweef Je

Ze brengt de wijnflessen naar de glasbak. Stofzuigt het huis. En laat de hond uit. Vier maanden na haar vertrek bij het Nationale Ballet in september 2019 heeft het gewone leven van Igone de Jongh een aanvang genomen. Ze voelt een leegte in zichzelf en gaat door een soort rouwproces. De ballerina had zich haar afscheid, na 24 gloriejaren, anders voorgesteld. En eigenlijk is ze ook nog niet klaar met dansen.

Thuis maakt ze zich op voor een remonte. Nu eens niet als grote ster in voorstellingen van topchoreografen als Rudi van Dantzig of Hans van Manen, als een superieure vertolker van andermans visie, maar met een zeer persoonlijk stuk, waarin ze haar eigen verhaal vertelt en ook de conversatie aangaat met het publiek. Dat zorgt onvermijdelijk voor elementaire twijfel. ‘Het is ongelooflijk dat gewoon alles weg is’, verzucht ze onderweg. ‘Alsof ik nooit gedanst heb.’

Igone – En Als Beloning Zweef Je (50 min.) is de weerslag van het intieme proces dat De Jongh – ondersteund door echtgenoot Thijs Römer, met de dansers Marijn Rademaker en Thiago Bordin en onder regie van Ruut Weissman (die onlangs zelf ook de hoofdpersoon was van een delicate documentaire) – voor het oog van de camera doormaakt. Waarin ze oude krachten probeert los te maken binnen een nieuwe versie van zichzelf.

Regisseur Simone de Vries lardeert Igone’s persoonlijke queeste met video’s die haar grootvader heeft gemaakt van hoe ze als jonge vrouw met een ongenadig talent opgroeide binnen de balletwereld. Die visualiseren het leven waarvan ze afscheid heeft genomen en dat ze zelf vooral associeert met haar langdurig zieke moeder. Zo ontstaat een gloedvol portret van een vrouw die zoekt naar wie ze is en die zichzelf, via de stiel die haar toch het meest vertrouwd is, opnieuw probeert uit te vinden.