Sovereign Son

Verde Films / vanaf donderdag 24 september in de bioscoop

Van takken had zijn vader een ingang gemaakt. Als je een beetje bukt, zoals Marcus van Belkum aan het begin van deze intrigerende documentaire doet, kun je nog altijd naar binnen gaan. Binnen is dan wel buiten: een park in Amsterdam. Niet ver van de snelweg, maar wel lastig bereikbaar. De vader van Marcus, de Brit Stanley Powton, leefde er jarenlang in een zelfgebouwde tent. Helemaal alleen, ver van alles en iedereen, maar hooguit een half uurtje rijden van de woning van zijn zoon. Die had daar alleen helemaal geen weet van en ontdekte het pas in 2021, toen de man die hem had verwekt dood was aangetroffen in zijn tent. Stanley had er vermoedelijk een maand of negen gelegen.

In kleren van zijn vader, netjes gewassen natuurlijk, vertelt Marcus aan filmmaker Cindy Jansen welke persoonlijke spullen hij daar, in dat zelfverkozen thuis van zijn vader, nog meer veilig heeft kunnen stellen. Met behulp van generatieve AI probeert Jansen daarmee vervolgens een impressie van het leven van Powton te genereren. Het kost enkele pogingen voordat ze min of meer de juiste toon heeft gevonden. Ook de omgang met diens Sovereign Son (79 min.) vergt enige afstemming. De filmmaakster en haar hoofdpersoon, die zichzelf tot het ‘wakkere’ deel van Nederland rekent en die zich dus ook niet zomaar door haar laat regisseren, staan soms lijnrecht tegenover elkaar.

Jansen is Stanley Powton op het spoor gekomen via Stichting De Eenzame Uitvaart, die mensen zonder nabestaanden uitgeleide doet met een gedicht. ‘In de broekzak van de dode zit een Brits paspoort, uitgegeven aan een ongehuwde man uit 1958,’ schreef initiatiefnemer Joris van Casteren over #269, ofwel De Tentman, in de Volkskrant. ‘Of hij het is, is nog ongewis als hij naamloos wordt begraven.’ En over de ontmoeting tussen de toekomstige ouders van Marcus, begin jaren negentig in München: ‘Zij was 19, de Engelsman 33. Hij had gereisd, door Zuid-Amerika, Afrika en Azië.’ Marcus zelf komt ook nog aan het woord: ‘Ze hebben een onenightstand gehad waar ik het product van ben.’

Dat klinkt veel laconieker dan hij in werkelijkheid overkomt. Terwijl Marcus die ongrijpbare vader alsnog te pakken probeert te krijgen, worstelt hij met de wereld en zijn plek daarbinnen. Hij voelt zich weliswaar thuis in ‘wappie-Twitter’, maar overweegt toch om Nederland, en de bijbehorende ‘Matrix’, achter zich te laten. Boos- en kwetsbaarheid lijken voortdurend om voorrang te vechten – zijn relatie met vriendin Linda dreigt eronder te bezwijken. Marcus imagineert regelmatig een ander leven, van een man die heerst over z’n eigen bestaan, dat Jansen dan weer met enkele AI-prompts poogt op te roepen. Kun je anti-alles zijn en toch weer gezond in je hoofd worden? vraagt ze hem ook.

Sovereign Son weigert intussen categorisch om een rechttoe rechtaan zoektocht naar een verdwenen vader te worden – al bevat de film wel degelijk bezoekjes aan de mensen en plekken die hem even tot leven kunnen wekken. En Jansen waakt er ook voor om een sluitend portret te fabriceren van een zoon die zich, bij gebrek aan een gezond voorbeeld, verliest in toxische mannelijkheid en die, net als z’n vader, buiten het systeem wil leven. Deze film, een lekker tegendraadse dwarsdoorsnede van het leven van twee mannen die grip proberen te krijgen op wie ze (willen) zijn, vraagt en geeft intussen ruimhartig.

Kusama In Holland

Memphis Film / maandag 21 september, om 22.40 uur, op NPO2

Een protofeminist, een handenbindster, een bezienswaardigheid. Zo’n zestig jaar later roept het verblijf in Nederland van de Japanse kunstenares Yayoi Kusama, de onlangs op 97-jarige leeftijd overleden polka dot-koningin en Instagram-hype, nog altijd levendige beelden op. Via kunstenaars zoals Henk Peeters en Jan Schoonhoven vindt zij in de jaren zestig aansluiting bij de zogeheten Nul-beweging, een reactie op de Cobra-groep en de expressionistische schilderkunst. Ze maakt in die tijd bijvoorbeeld ‘infinity nets’, hele grote schilderijen met eindeloos herhaalde boogjes of puntjes.

Met haar excentriciteit, verzet tegen traditionele rolpatronen en seksueel geladen werk doet Kusama In Holland (53 min.) het nodige stof opwaaien. Bij de tentoonstelling ‘Facetten van de hedendaagse erotiek’ in de Haagse galerie Orez moet in 1965 zelfs de zedenpolitie eraan te pas komen. Preutse Nederlanders spreken schande van de in zilver of goud gespoten schoenen met fallussymbolen die zij daarvoor heeft gemaakt. Later begint ze ook naakt-happenings te organiseren en wordt haar werk alsmaar explicieter. Kusama schildert live stippen op blote mannenlijven – al is ze zelf, volgens de overlevering, wars van lichamelijk contact.

De kunstenares, die pas op latere leeftijd erkenning zal krijgen in eigen land en inmiddels geldt als één van de belangrijkste kunstenaars die Japan ooit heeft voortgebracht, wordt door de vrienden en kennissen uit haar Nederlandse periode in deze boeiende film van Sherman de Jesus zelfs gekenschetst als ‘geestesziek’. Ze blijft haar hallucinaties alleen de baas door ze te vertalen naar kunst. Obsessief, tot in het oneindige. De Jesus verbeeldt die binnenwereld met treffende geanimeerde sequenties van Cristina Garcia Martin, aangevuld met een voice-over die is geïnspireerd op originele teksten en citaten van Kusama en ingesproken door Kumi Sekimoto.

De rol van kunstenares Alicia Framis, die als onderdeel van haar werk onlangs is getrouwd met het AI-hologram Ailex, is minder evident. Of ‘t moet zijn dat zij, in navolging van Yayoi Kusama, eveneens een exponent is van een wereld, waarin kunstenaars ook zichzelf tot hun werk rekenen. Sterker: Kusama lijkt ook al in het Holland van de jaren zestig nauwelijks te kunnen worden onderscheiden van haar kunst. Ze heeft uiteindelijk bijna een eeuw kunnen bestaan – overleven, wellicht – bij de gratie ervan.

De Marathonloper

Witfilm / KRO-NCRV

Na nog geen zeven minuten klinkt het startschot in De Marathonloper (90 min.). De deelnemers aan de marathon van Amsterdam van 2024 gaan op pad om hun eigen grenzen te verleggen. ‘Today is your day’ vuurt de speaker hen enigszins overspannen aan. Nog eens aangezet met: ’You are a hero. You are making your own masterpiece. You are part of sporting history in Amsterdam!’

Vooralsnog lijken de lopers echter vooral bezig met het schrijven van hun persoonlijke stukje geschiedenis. Ze hebben allemaal hun eigen redenen om die ruim 42 kilometer te overwinnen. Rechter Rami Hirzalla is twintig jaar eerder bijvoorbeeld gediagnosticeerd met MS en realiseert zich dat hij met een tijdbom in zijn lijf rent. Schilder Joost van Gent is slechtziend en loopt de marathon voor het eerst, onder begeleiding van twee buddy’s van Running Blind. Als duolopers blijven ze tot aan de meet met een oranje band verbonden. En de Vlaming Jordy Costermans werd vroeger een ‘bolletje vet’ genoemd door zijn vader en heeft via het lopen van marathons zijn zelfrespect hervonden. ‘Ik heb niemand iets te bewijzen’, zegt hij, vast ook tegen zichzelf.

Regisseur Paul Cohen volgt zulke lopers van de start tot aan de finish en laat hen in deze observerende film ook, volledig buiten beeld overigens, aan het woord. De door hem aangestuurde cameramensen, waaronder ook enkele fietsers, blijven te allen tijde gericht op het evenement zelf, in de hoop zo de collectieve ervaring te vatten. Want alle deelnemers die voor de camera zwoegen, excelleren of lijden hebben hun eigen verhaal. Net als de mensen die hen ondersteunen of vanaf de kant aanmoedigen. Al die flarden van levens vormen samen het wezen van de marathon en resulteren bovendien in aangrijpende scènes. Van een hoogbejaarde Indiase loper op z’n laatste benen. Of de vrouw met een ‘ren tegen kanker’-T-shirt, die geëmotioneerd moet uitstappen.

Waar lopen ze vanaf? vraagt een buitenstaander zich onwillekeurig af. En waar willen ze, behalve naar de eindstreep waar die enthousiaste speaker alweer wacht, eigenlijk naartoe? De tocht die ze, voor deze race en in deze boeiende kijkfilm, zijn aangegaan leidt hoe dan ook naar binnen. Naar wie ze zijn of willen zijn. ‘If you are a finisher here today, you are a hero’, galmt de spreekstalmeester hen toe. ‘And you did it. You made your masterpiece!’

Fragments Of Belonging

Verde Films

Je hebt mensen nodig ‘die weten wanneer je zingt en wanneer je huilt’, zegt een familielid tegen Tatjana Božić. En dat is precies wat de Kroatische filmmaakster regelmatig mist. Ze heeft het gevoel dat zij er in Nederland, waar ze samen met haar tienerzoon Waldemar woont, niet echt bij hoort. Er lijkt een ‘onzichtbare muur’ te bestaan tussen haar en anderen. Daarover gaat Fragments Of Belonging (Tragovi Pripadanja, 81 min.), een film over haar eigen eenzaamheid als vrouw uit ‘Oost-Europa’, met hooggespannen verwachtingen, een Slavisch accent en onzalige plannen.

Tot voor kort had Božić nog nooit ergens langer dan tien jaar gewoond. Ze werd geboren in een Kroatisch dorp en verhuisde later naar de Sovjet-Unie. Daarna was ze achtereenvolgens woonachtig in Londen, Zagreb en Amsterdam. En op die laatste plek kreeg ze een kind met een Nederlander, in wie zonder al te veel moeite collega-filmmaker Rogier Kappers (en het glasorgel, uit zijn persoonlijke film Glas, Mijn Onvervulde Leven) is te herkennen. Inmiddels is Tatjana een alleenstaande moeder en verhuisd naar een buitenwijk. Komt ze hier nog weg? En zal ze er ooit écht bij horen?

Zij groeide op als onderdeel van een gemeenschap en is nu terecht gekomen in een wereld, waar het individu centraal staat. Aansluiting vinden gaat niet vanzelf. Of ze nu lid wordt van een fietsclub of de slaapkamer van haar zoon begint te verhuren als hotelkamer, in de hoop dat er zo nieuwe vrienden in huis komen. Via een familie-opstelling probeert Tatjana Božić vat te krijgen op waarom ze zoveel moeite heeft om zich ergens thuis te voelen. Hoort dit bij haar geboorteland, dat in half Europa gastarbeiders heeft afgeleverd? Of zit het opgesloten in haar eigen familieverhaal?

Niemand is in hun dorp blijven wonen. Ze zijn uitgewaaierd naar zeven verschillende landen, waar ze nu bezoek mogen verwachten van dat ene ontheemde familielid, dat maar niet ‘ingeburgerd’ raakt in haar huidige thuisland. Božić moet op haar tocht, gelardeerd met persoonlijke gesprekken en begeleid door Balkan-muziek, ook de confrontatie aangaan met de moederrol in haar leven: de omgang met haar zoon en, onlosmakelijk daarmee verbonden, de verhouding tot haar eigen moeder. In deze film probeert ze, tussen alle lachen en tranen door, de weg te vinden naar een thuis.

Zeg maar gerust: een inclusieve wereld. Waldemar heeft er zo z’n twijfels bij. ‘Het is net alsof je er stiekem van houdt om nergens bij te horen’, zegt hij. Zijn moeder wíl volgens hem gewoon een buitenstaander zijn. En zij heeft zich daar maar toe te verhouden.

Ja, Ik Wil!

BNNVARA

Nadat Helene Faasen en Anne-Marie Thus Ja, Ik Wil! (23 min.) tegen elkaar hebben gezegd, barst er aan de andere kant van de wereld, in San Francisco, een feest los. In het altijd zo vooruitstrevende Nederland is op 1 april 2001 ook voor hen een cruciale barrière geslecht: paren van hetzelfde geslacht kunnen voortaan met elkaar trouwen.

Ook in Egypte wordt er feestgevierd, op een boot op de Nijl. Al snel doet de politie echter een inval en arresteert de aanwezigen. Homoseksualiteit is er verboden. Faasen en Thus vinden dat nog altijd moeilijk. ‘Natuurlijk ben je daar niet één op één verantwoordelijk voor, maar het is wel ter gelegenheid van jouw huwelijk’, vertelt het eerste vrouwelijke koppel ter wereld dat is getrouwd in deze interessante korte film van Justine van Overeem en Suzanne Borsboom.

25 Jaar na dato zoeken zij ook het eerste getrouwde mannelijke koppel ter wereld op, Gert Kasteel en Dolf Pasker, en bespreken met hen hoe ze elkaar hebben leren kennen en hoe het vervolgens was voor hen om samen die even vanzelfsprekende als baanbrekende stap richting het huwelijk te zetten. Voor het oog van de wereld, die dat enthousiast toejuichte of stug bleef afkeuren. Homoseksualiteit is anno 2026 nog altijd strafbaar in meer dan zestig landen.

Van Overeem en Borsboom spreken tevens met enkele aanjagers die een sleutelrol speelden bij het openstellen van het huwelijk in Nederland: advocaat en D66-Tweede Kamerlid Boris Dittrich, hoofdredacteur Henk Krol van De Gaykrant en de Amsterdamse burgemeester Job Cohen die de eerste van inmiddels ruim 36.000 universele huwelijken voltrok. Sindsdien hebben nog bijna veertig landen het huwelijk opengesteld voor paren van het gelijke geslacht.

Tegelijkertijd – en dat geeft deze terugblik op een scharnierpunt in de wereldwijde LHBTIQ+-historie urgentie – blijkt uit onderzoek dat de acceptatie in Nederland elk jaar terugloopt.

De Trut

Cinemien

Sinds 1985 organiseert de queerclub De Trut in Amsterdam elke zondagavond een feest, dat volledig door vrijwilligers wordt gerund. Iedereen mag zichzelf zijn en kan er zich veilig voelen. Met het geld dat met deze avonden wordt opgehaald, kan het Trutfonds bovendien wereldwijd LHBTIQA+-doelen steunen.

‘Queers and dykes’ only, meldt een bordje na binnenkomst. ‘No phones’, staat er even verderop. ‘No exceptions.’ Dat geldt dus ook voor regisseur Pim Mookhoek en deze aardige korte docu om het veertigjarige jubileum luister bij te zetten. De Trut (40 min.) is buiten de club zelf gefilmd en bestaat uit tien miniportretjes van vrijwilligers of bezoekers van De Trut en begunstigden van het bijbehorende fonds.

Die vormen samen een kleurrijke dwarsdoorsnede van de Trut-populatie en de LHBTIQA+-gemeenschap in het algemeen. Van eerste generatie Trutters zoals Robbie, die vindt dat de huidige lichting soms wel ‘erg self-centered’ is en wat vaker op de barricaden zou mogen staan, tot Jamila, die met gender speelt ‘omdat het kan’ en als drag king optreedt onder de naam Jamal le Coq. ‘Waarom niet?’

‘Ik identificeer mezelf vaak alleen als queer omdat ik dat een hele mooie overkoepelende term vind voor van alles en niks’, vertelt vrijwilligster Emma, die al sinds haar zestiende, toen ze nog een ‘baby gay’ was, in De Trut komt. ‘En zo voel ik me soms ook een beetje: van alles en niks.’ Emma vindt het ook totaal niet belangrijk hoe mensen haar aanspreken, zegt ze. ‘Zolang het maar enigszins met respect is.’

Zo heeft elke geportretteerde z’n eigen kijk op en ervaringen met de ‘safe space’ die De Trut nu en in het verleden, tijdens de AIDS-crisis bijvoorbeeld, vormt voor mensen die zich elders, in een wereld die volgens sommigen alsmaar intoleranter wordt, niet altijd even veilig voelen. Behalve een terugblik op veertig jaar Trut dient deze korte docu dus vooral ook als een pleidooi voor diversiteit en inclusie.

Azart Come Make Art

Marja de Vries / Amstelfilm

Van een vissersboot maakt hij een varend theater, dat ruim dertig jaar de wereld rond zeilt. Sinds 1989 vaart de Azart, het ‘Ship Of Fools’ van de Nederlandse avonturier August Dirks, vanuit Amsterdam de wereld rond. Iedereen is welkom aan boord bij dit narrenschip. Come make art! zegt de kapitein en artistiek leider van het internationale, steeds van samenstelling wisselende collectief van acteurs, muzikanten, theatermakers, komieken en kunstenaars enthousiast.

Dirks is ook alomtegenwoordig in de documentaire Azart Come Make Art (83 min.) van Masha Novikova, die in de jaren tachtig zelf een tijd op de zottenschuit woonde, en Annike Kaljouw, die het schip sinds 2017 volgt met haar camera. Hij krijgt van hen alle ruimte om in zijn eigen ronkende taal, koeterwaals soms, kond te doen van zijn geesteskind, dat de wilde wateren bevaart en in elke uithoek van de wereld aanmeert om daar ongegeneerd theater en lol te gaan maken.

Dat gaat bepaald niet altijd vanzelf. De geschiedenis van de Azart lijkt in deze joyeuze film soms ook op een feest van de gemiste kansen, met allerlei reizen en bestemmingen die ergens onderweg verdampen. Want Dirks’ Villa Kakelbont op zee hangt van de houwtje-touwtje oplossingen aan elkaar. En van binnen de lijntjes kleuren wil de kapitein doorgaans ook niet weten. Hij ligt dus nogal eens overhoop met pennenlikkers, die het ‘artistieke kapitaal’ van de Azart niet altijd op waarde schatten.

Via de historie van het schip en de perikelen aan de kade, verlevendigd met stop motion-animaties, benadrukken Novikova en Kaljouw en passant ook het belang van culturele broedplaatsen, waar kunstenaars de ruimte krijgen om te experimenteren, te falen én te groeien. Als culturele piraten hebben de kleurrijke bemanningsleden van de Azart, geïnspireerd door het schilderij Het Narrenschip van Jheronimus Bosch, bovendien werkelijk in alle windstreken drukte en jolijt gebracht.

Inmiddels wordt Dirks zelf, door fysieke malheur, gedwongen om pas op de plaats te maken. Voordat hij ‘voor onbepaalde tijd op wereldtournee vertrekt’ dient er in deze bruisende weerslag van de filosofie dat elke dag een feest zou kunnen/moeten worden dus een (voorlopige) eindbestemming gevonden te worden voor het schip dat hij met zoveel joie de vivre heeft aangestuurd en dat hem nog altijd levensadem geeft.

Kho Liang Ie – Ontwerper Van Zijn Tijd

Lex Reitsma / AVROTROS

Op het getuigschrift dat Kho Liang Ie (1927-1975) op 6 juli 1954 kreeg uitgereikt van het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs te Amsterdam, de latere Rietveldacademie, staat dat hij het eindexamen ‘binnenhuiskunst’ met goed gevolg heeft afgelegd. Zijn zoon Eng Tie Kho is er ruim zeventig jaar later nog altijd verguld mee. Kunst. Géén architectuur. ‘Ik denk dat hij juist een kunstenaar was, in wie hij was.’

De man die zou uitgroeien tot een toonaangevende industrieel ontwerper en interieurarchitect was in 1949 van Jakarta naar Nederland gekomen, volgens zijn dochter Mira met het idee dat hij snel zou terugkeren naar huis en dan een Chinese vrouw ging trouwen. Na zijn afstuderen werd hij echter al snel benaderd door Artifort uit Maastricht, de start van een bloeiende carrière als architect die uiteindelijk alleen slechts een jaar of twintig zou duren. Op 47-jarige leeftijd overleed Kho Liang Li, de designer van talloze meubels, interieurs en kantoortuinen, waaronder het interieur van het stationsgebouw van Schiphol.

Ruim vijftig jaar later is Kho Liang Ie – Ontwerper Van Zijn Tijd (52 min.) in de vergetelheid geraakt en beijvert met name zijn zoon Eng Bo zich voor een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam, de plek waar zijn vader bij leven en welzijn al eens exposeerde. Regisseur Lex Reitsma (Het Oog Dat Voelt: De Portretten Van Koos Breukel / Rietveldhuizen: Een Meubel Om In Te Wonen) volgt Ie’s kinderen tijdens de samenstelling van dit retrospectief en zoomt intussen, samen met collega’s en kunsthistoricus Ineke van Ginneke, in op de carrière en het levenswerk van de begenadigde ontwerper.

Hij behandelt diens ontwerpen ook daadwerkelijk als kunstwerken, zorgvuldig uitgestald en gestileerd vereeuwigd, die op geen enkele manier zijn te vergelijken met zielloze gebruiksvoorwerpen en die bovendien de tand des tijds doorgaans glansrijk hebben doorstaan. Zo wordt dit postume portret, in combinatie met de expositie die op dit moment in het Stedelijk Museum is te zien, een waardig eerbetoon aan leven en werk van Kho Liang Ie.

Helden Van De Galaxy

VPRO

Het bericht dat hij samen met zijn moeder en twee broertjes een huis toegewezen heeft gekregen, zorgt bij Abdulatif voor een belangrijke vraag: is er wel een voetbalclub in de buurt? De dertienjarige Syrische jongen is eraan gewend geraakt dat er altijd voetbalvriendjes in de buurt zijn. Hij woont al meer dan twee jaar op de Galaxy, een voormalig cruiseschip dat in de Amsterdamse haven ligt en dat al enige tijd wordt ingezet als asielzoekerscentrum. Er wonen inmiddels zo’n 1500 mensen uit landen als Syrië, Eritrea en Somalië.

Op dat schip volgt Mirjam Marks nog vier Helden Van De Galaxy (64 min.): het elfjarige Libische meisje Nour, Laila (10) uit Jemen en de broers Basel en Mohammad, kinderen die al op jonge leeftijd op drift zijn geraakt met (een deel van) hun familie. Onderweg van daar naar hier en God weet waar proberen ze er het beste van proberen te maken, op een schip dat nog steeds alle ruimte biedt voor vertier. Voetballen op het enorme parkeerdek, bijvoorbeeld. Maar ook: rolschaatsen in de lange gangen, verstoppertje spelen of zelf slijm maken in de Moonlight Bar.

Tussendoor laat Marks hen in deze vierdelige jeugdserie vertellen over hun eigen levens, die ze kleur geeft met metaforische verhaaltjes over respectievelijk een vogelkoning, klein visje, vriendelijke djinn en kleurrijke papegaai, opgedist door verteller Hajar Fargan en geïllustreerd met vrolijke geanimeerde figuurtjes. Zo worden de lotgevallen van de individuele kinderen in een sprookjesachtige context geplaatst, alsof ze simpelweg van het ene in het andere avontuur tuimelen. De levens van de jonge helden krijgen daardoor ook nooit een mistroostig karakter.

Er zit soms ook beweging in: van de Galaxy naar een doodgewone woning, waar het leven in Nederland opnieuw begint – of past echt. Van het schip mist Abdulatif daar eigenlijk niets, bekent hij enkele maanden later, als ie toch nog even op bezoek komt. Behalve: Mohammad. Want vrienden zijn voor deze vindingrijke kids, getuige de hartverwarmende verhalen die Mirjam Marks in vier vlot vertelde afleveringen optekent, in deze onzekere tijden letterlijk van levensbelang.

Het Hart Van Amsterdam

Verde Films / Mokum

Toen journalist Arnold-Jan Scheer en filmmaker Roy Dames in 1984 begonnen te filmen op de Amsterdamse Wallen, hadden ze vast niet kunnen vermoeden dat hun documentaire nog ruim veertig jaar op zich zou laten wachten. Het Hart Van Amsterdam (99 min.), voltooid met editor/cameraman Sven Jacobs, belicht de gouden jaren van de hoofdstedelijke penoze, vóórdat harddrugs de rosse buurt definitief veranderde. Een periode die sindsdien flink is geromantiseerd. Alsof onenigheid toen nog altijd met de blote vuist werd opgelost – en er naderhand samen nog eens op werd gedronken.

Scheer fungeert als gids en verteller in deze nostalgische rondgang door een wereld die werd gedomineerd door twee illustere personages: Zwarte Joop, de eigenaar van de bekende seksclub Casa Rosso aan de Oudezijds Achterburgwal, en de ongekroonde koning van de Zeedijk, Frits van de Wereld. ‘Ome Frits’, op diverse momenten geïnterviewd, komt daarbij veelvuldig zelf aan het woord en maakt van zijn hart bepaald geen moordkuil – al is het de vraag of hij altijd het achterste van zijn tong laat zien. Intussen worden de werkwijze en invloed van zijn concurrent Maurits ‘Zwarte Joop’ de Vries goed in de verf gezet door diens pleegzoon, misdaadjournalist Bas van Hout

Verder wordt deze anekdotische film bevolkt door een bonte stoet van vrije jongens, (kleine) criminelen en dames/heren van lichte zeden, zoals ‘De Godmother’ Thea Moear, vechtsporter/beveiliger Chris Dolman, de tweelingzussen Martine en Louise Fokkens, oud-sekswerker Rob van Delden en Henk de Vries, de grote man achter de bekende coffeeshopketen The Bulldog. Met Amsterdamse tongval, lekkere stelligheid en zo nu en dan wat volkse humor verhalen zij over een buurt met een slechte reputatie, z’n geheel eigen codes en ook het nodige persoonlijke leed. Want stuk voor stuk groeiden ze op met wat we nu een rugzakje zouden noemen en liepen ze ook naderhand nog butsen op.

De één had een psychopaat als moeder, de ander nooit een vader gehad. De Tweede Wereldoorlog had sommigen hard genoeg gemaakt voor een leven achter het raam, terwijl een ander juist op jonge leeftijd bewust voor dat beroep koos en zich later afvroeg of ze er eigenlijk wel klaar voor was geweest. En de ene zoon werd net als zijn vader souteneur, terwijl een ander kind juist ten onder ging aan de harddrugs waarin zijn vader naar alle waarschijnlijkheid, ook al ontkende hij dit ten stelligste, tóch handelde. Die wereld, met al z’n (valse) romantiek, geheel eigen moraal en dubbele bodems, wordt in Het Hart Van Amsterdam nog eens met grove pennenstreken opgetekend.

Een levendig tijdsdocument, met meer (sterke) verhalen dan diepgaande (zelf)reflectie, van een aards, hard, grappig en ogenschijnlijk ongecompliceerd Amsterdam, dat in de volksmond nog altijd doorgaat voor het échte Mokum.

Het Nieuwe Rijksmuseum

Column Film / Cinema Delicatessen

Trefzeker schildert Oeke Hoogendijk in deze vierdelige documentaireserie uit 2013 als een moderne Hollandse meester de eindeloze verbouwing van Het Rijksmuseum in Amsterdam, die in 2003 van start is gegaan en daarna alsmaar averij heeft opgelopen. Tien jaar lang bevindt het museum zich in transitie en wordt er over van alles en nog wat gebakkeleid: binnen het museum zelf en met de Fietsersbond, de Rijksgebouwendienst en de ingehuurde architecten uit Sevilla en Parijs.

Hoogendijk werkt in deze vierdelige serie, oorspronkelijk in twee delen uitgebracht in respectievelijk 2008 en 2013 en later ook nog vervat in een speciaal voor de bioscoop gemaakte film, voortdurend met contrast en synergie. Met een verduiveld slimme parallelmontage, waardoor verhaallijnen samenvloeien of op elkaar botsen, smeedt ze een meeslepend epos, waarin eindeloos gedoe over de restauratie van het museumgebouw, gesymboliseerd door een hoogoplopende publieke ruzie over de onderdoorgang en fietserstunnel, wordt gepaard aan datgene wat alle medewerkers van het museum bindt: hun uitputtende kennis van en pure liefde voor kunst. Elk (gerestaureerd) kunstwerk, elke (mogelijke) nieuwe aankoop en, ja ook, elk twistgesprek is doordesemd van pure passie voor het museum en z’n collectie.

Het Nieuwe Rijksmuseum (217 min.) heeft ook zijn eigen ‘helden’ voortgebracht: de degelijke hoofddirecteur Ronald de Leeuw, bijvoorbeeld, die had gehoopt het nieuwe Rijksmuseum op te kunnen leveren voor zijn pensioen. Diens flamboyante opvolger Wim Pijbes, die altijd wel een steen in zijn achterzak lijkt te hebben, om in de vijver te gooien. En de purist Taco Dibbits, die eerst als hoofd conservator 17e eeuw en later als directeur collecties openlijk warm loopt voor de topfunctie (en die in 2016 ook daadwerkelijk hoofddirecteur zal worden). Pijbes claimt later als directeur van een nieuw migratiemuseum ook een prominente rol in The Road To Fenix, terwijl Dibbits vanuit Het Rijksmuseum nog in diverse documentaires (Mijn Rembrandt, Nieuw Licht: Het Rijksmuseum En De Slavernij en De Vereniging Rembrandt) zal figureren.

Behalve deze kopstukken stelen ook talloze stille krachten van Het Rijksmuseum op hun eigen manier de show. De kakkineuze hoofdconservator 18e eeuw Reinier Baarsen bijvoorbeeld, onvermoeibaar druk met het inrichten van zijn ideale ruimte. Huismeester Leo van Gerven, een noeste werker die dagelijks waakt over het gebouw en met een buks jaagt op duiven. En het zachtmoedige hoofd van het Aziatische Paviljoen Menno Fitski, wiens ogen beginnen te glinsteren bij alles wat met de aankoop van twee levensgrote beelden van Japanse tempelwachters heeft te maken. Het zijn boeiende karakters binnen een wereld die, met behulp ook van een kleurrijke klassieke soundtrack, nog niet eerder zo meeslepend in beeld is gebracht. En als alles is overwonnen en uitgevochten, volgt een aangrijpende apotheose: de officiële opening van Het Nieuwe Rijksmuseum.

Tina In Sexbierum

VPRO

Haar vrienden voorspellen dat ze binnen de kortste keren terug komt naar Amsterdam. Met hangende pootjes, natuurlijk. Want wat heeft zij als Iraanse kunstenares nu te zoeken in – ongemakkelijke stilte, nauwelijks onderdrukte lach of misprijzende blik – een dorp in Friesland? Tina Farifteh (Kitten Of Vluchteling?) gaat het desondanks proberen in het verre Noorden, waar ook nog Nederlanders schijnen te wonen.

In Sexbierum sluit ze vriendschap met de aimabele aardappelboer Auke. Zijn hele familie, inclusief zijn vrouw, ligt begraven in het Friese dorp. En Auke, inmiddels al even in de tachtig, straks ook. ‘Ik wil hier ook koste wat het kost niet vandaan’, zegt hij stellig. Zij krijgen hem echt met nog geen honderd paarden Sexbierum uit. ‘Zelfs jij niet.’ Auke is weleens in Amsterdam geweest, vertelt hij lachend, maar dan wil ie meestal al snel weer terug naar huis. ‘Dan begonnen we halverwege de Afsluitdijk het Friese volkslied weer te zingen.’

Die dijk is Tina, op zoek naar een betaalbare woning, nu ook overgestoken. In Amsterdam heeft ze zich nooit ‘de ander’ gevoeld. Lukt het haar in Sexbierum ook om onderdeel te worden van de ‘Mienskip’, de plaatselijke gemeenschap? Dat lijkt tevens de centrale vraag van de driedelige serie Tina In Sexbierum (95 min.). Kan zij zich als ontwortelde vrouw thuis voelen in de provincie – en buiten haar eigen bubbel? Samen met de plaatselijke bevolking, enkele ‘Hollanders’ en andere import tast Farifteh de grenzen af.

Is het Sinterklaasfeest in Sexbierum bijvoorbeeld een beetje met z’n tijd meegegaan? En in hoeverre is integratie in het Friese dorp werkelijk een proces dat van beide kanten komt? Wat valt er op dat gebied te leren van de fanfare, die is samengegaan met twee andere verenigingen? Naarmate de miniserie vordert, krijgt die ook meer scherpe randjes – niet in het minst omdat de situatie in Fariftehs geboorteland Iran steeds verder ontspoort en zij zich daardoor nog eens extra realiseert waar ze vandaan komt en waar ze nu is beland.

Ver van Teheran verlangt ‘Onze Vrouw in Friesland’ naar een thuisgevoel, waarin al wat zij is op een vanzelfsprekende manier samenkomt. Ze drukt die behoefte uit in een theatrale apotheose, de zorgvuldig gechoreografeerde ontmoeting tussen haar twee werelden waarmee Tina in Sexbierum, onderdeel van een gelijknamig transmediaal project, wordt afgerond. Die voelt enigszins als een Fremdkörper, niet in het minst omdat de held van deze fijne serie, haar steun en toeverlaat Auke, dan even ontbreekt.

Verweesd Eigendom

The Film Kitchen / Max

Ruim tachtig jaar later zijn ruim drieduizend objecten, persoonlijke bezittingen die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s werden geroofd van Joodse families en kunsthandelaren, nog altijd verweesd.

Tegenwoordig zijn de schilderijen, kasten, tapijten en andere spullen in bewaring bij de Nederlandse staat. Een groot deel bevindt zich in het depot van het Collectiecentrum Nederland te Amersfoort. Researchers gaan vier jaar lang onderzoek doen om deze ‘verweesde objecten’ te koppelen aan nabestaanden van de oorspronkelijke eigenaren, die de Tweede Wereldoorlog doorgaans niet hebben overleefd.

In de geserreerde documentaire Verweesd Eigendom (50 min.) volgen Piet de Blaauw en Frénk van der Linden dit proces aan de hand van twee concrete voorbeelden. De casus Van Son bijvoorbeeld. Als de Joodse familie uit Hilversum in 1940 met de boot naar Engeland is vertrokken, trekt een NSB’er in hun huis. Na de oorlog blijkt het meubilair en de kunstverzameling te zijn verdwenen.

Het schilderij Lezende Vrouw van de kunstenaar Jan Sluijters uit 1911 is bijvoorbeeld weg. Enkele jaren later duikt het werk ineens op bij de Biënnale in Venetië, waarna het wordt aangekocht door Het Van Abbemuseum in Eindhoven. Namens de jongste zoon Mischa van Son, wiens gezondheid inmiddels erg broos is, probeert familievriend André Broers het schilderij nu terug te krijgen.

De zussen Renée en Denise Citroen krijgen intussen bericht dat er servies is getraceerd van hun grootouders, die zijn vermoord in het vernietigingskamp Auschwitz. Of ze een claim willen indienen? Dat idee haalt emotioneel heel wat overhoop. In de praktijk blijkt het echter bijzonder lastig om de borden van het echtpaar, dat in Amsterdam een juwelierszaak runde, daadwerkelijk te verkrijgen.

Want hoewel alle betrokken functionarissen en organisaties welwillend zijn om geroofde spullen terug te bezorgen, zit de bureaucratie hen danig in de weg. Tot grote frustratie van de nabestaanden, die het gevoel krijgen dat ze blij zijn gemaakt met een dode mus. Tegelijk wordt de ‘culturele shoah’, constateren de zussen Citroen verontwaardigd in deze ingetogen pijnlijke film, niet gecorrigeerd.

De Nederlandse autoriteiten hebben te veel een ambtenarenmentaliteit om zich emotioneel in te kunnen leven, stelt ook Andre Broers bozig. Het aanvragen van restitutie blijkt steeds weer een mijnenveld waarin het gemakkelijk verdwalen is – en gewond raken bijna onvermijdelijk lijkt. Met als gevolg dat sommige rechthebbenden niet eens meer aan de pijnlijke en dure procedure beginnen.

De Adviescommissie-Asscher adviseerde onlangs overigens aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: maak Joodse roofkunst uit depots zichtbaar.

Het Bloed Van Mijn Vader

BNNVARA / Tangerine Tree

Een belangrijk deel van wat Kimberley van haar biologische vader weet, weet ze uit het televisieprogramma Opsporing Verzocht. Op zaterdagochtend 25 januari 2014 is Kenneth Renaldo Richards dood aangetroffen in zijn Amsterdamse woning. De Surinaamse café-eigenaar, bijgenaamd ‘Flaco’, is om het leven gebracht. ‘Kenneth deed niet zomaar voor iedereen open’, stelt presentatrice Anniko van Santen. ‘Nee, hij was daar zelfs heel kritisch in’, beaamt politiewoordvoerder Ellie Lust. ‘Dat hij zo voorzichtig was, kan te maken hebben met het feit dat hij in 1996 ontvoerd is geweest vanwege een drugsgerelateerd conflict.’

Kenneths dochter Kimberley is zeventien als hij wordt vermoord. Ze kennen elkaar slechts beperkt. Ruim tien jaar later zoekt zij nog altijd naar antwoorden: wat is er destijds gebeurd en wie was haar vader eigenlijk? Ze reist naar Suriname en begint eens rond te bellen in de familie- en vriendenkring. ‘Wanneer iemand is overleden, kan jij die persoon niet meer zien’, houdt één van haar gesprekspartners Kimberley voor. ‘Maar vanuit de hemel ziet ie alles. Hij ziet ‘t.’ Ze herhaalt: ‘Hij ziet ‘t.’ Veel wijzer wordt z’n dochter verder niet. Mensen die haar vader hebben gekend laten het achterste van hun tong niet zien of willen hem niet in een kwaad daglicht stellen.

Een Surinaamse paragnoste kenschetst Kenneth dan weer als een levensgenieter. ‘Hij heeft bijna alles gedaan wat God verboden heeft’, zegt ze tegen Kimberley. ‘Ik hoop dat je dat weet.’ Daarmee moet de jonge vrouw ’t zo’n beetje doen. Kenneth Richards wil maar niet meer worden dan een schim uit het verleden. Terwijl zij in Het Bloed Van Mijn Vader (52 min.) de man die haar op de wereld heeft gezet probeert te vatten en ook stappen zet om officieel zijn dochter te worden, komt ook haar eigen achtergrond steeds duidelijker in beeld. Op het moment dat haar vader stierf, was Kimberley bijvoorbeeld zelf uit huis geplaatst. Ze werd beschouwd als een probleemjongere.

Hoewel ze in de praktijk niet veel verder komt, boekt Kimberley in haar hoofd wel degelijk vooruitgang. Regisseur Jorn Koning omlijst dit persoonlijke proces met sfeervolle sequenties die haar gemoedstoestand weerspiegelen en mythische dronebeelden van de Surinaamse jungle, waarin allerlei familiegeheimen verborgen lijken te zijn én blijven. Het is uiteindelijk aan Kimberley Richards zelf – de jonge vrouw die voorheen bekend stond als Kimberley van Friderici – om de man die achter haar herinneringen vandaan komt te omarmen. Ondanks – of juist door – dat haar vader was wie hij was.

Credible Messengers Amsterdam

KRO-NCRV

Voor hun vorige film bezochten Meral Uslu en Maria Mok Jongens Zonder Thuis. Daarvóór volgden ze, als de spreekwoordelijke vlieg op de muur, onder anderen de mannen van de longstay-afdeling van een TBS-kliniek, de advocaten van Robert M. en kritische leden van de blauwe familie.

Om mooifilmerij, straffe vormgeving of ingenieuze montagetrucs malen ze niet. Uslu en Mok brengen hun verhalen terug tot de essentie. Ze zijn erbij op de wezenlijke momenten, maken zichzelf vervolgens zo klein mogelijk en registreren simpelweg wat er zich dan afspeelt. De kleine waarheid, zoals zij die waarnemen.

Credible Messengers Amsterdam (92 min.) past perfect in hun inmiddels behoorlijk omvangrijke filmografie als duo. Ditmaal sluiten ze aan bij ervaringsdeskundigen die jongeren begeleiden die (dreigen te) ontsporen. Met persoonlijke coaching hopen ze hen te behoeden voor de fouten die ze zelf ooit hebben gemaakt.

Zo begeleidt ‘credible messenger’ Mike de tiener Clayton. Die groeide op bij zijn moeder in Frankrijk, begon zich in z’n banlieue met steeds meer zaken bezig te houden die het daglicht niet kunnen verdragen en is nu bij zijn vader in Nederland beland. Aan Mike de opdracht om de jongen enigszins op het rechte pad te houden.

Zijn collega Jurmain bekommert zich intussen om Jedi, een tiener die ook al z’n eerste aanvaringen met de wet achter de rug heeft en nu z’n eigen hoodies wil gaan verkopen. Zijn ferme coach staat hem daarbij met raad en daad terzijde. Gaandeweg blijkt dat Jedi uit een gezin komt dat slachtoffer was van de Toeslagenaffaire.

Zulke informatie bereikt de kijker veelal terloops. Want Uslu en Mok houden hun film in het hier en nu. Klassieke direct cinema. Geen grondige zoektocht dus naar hoe het zo is gekomen, een uitgebreide uitleg over de filosofie achter de messengers of kritische vragen als één van hen een opmerkelijke interventie pleegt.

Wanneer één van de ervaringsdeskundigen haar pupil Saïda, die in een gewelddadige relatie verzeild is geraakt, bijvoorbeeld thuis uitnodigt om eens met haar eigen moeder te praten, die ook jarenlang (over)leefde te midden van huiselijk geweld, volgt er dus geen indringend gesprek over het belang van professionele distantie.

Show, don’t tell. De kijker mag/moet het zelf uitzoeken. In een authentieke weerslag van de wereld waarin het filmende duo nu weer is gedoken en de mensen van vlees en bloed, dealend met de uitdagingen op hun levenspad, die ze daar hebben aangetroffen.

Streetart Frankey

September Film

Met zijn guitige lach, pretoogjes en – jawel! – Frankey-rode muts zou hij kunnen doorgaan voor een personage uit zijn eigen oeuvre. Sterker, misschien is Streetart Frankey (68 min.) – want over hem hebben we ‘t – dat ook wel. Een naïeve, speelse en grappige kaaskopvariant op – pak ‘m gerust beet – de Britse straatkunstenaar Banksy.

Frankey is de man achter de legoversie van André Hazes op de Dam, een waterkraan die eruit ziet als Manneke Pis en de (Nederlandse) leeuw met het helpbordje die kopje onder gaat in een hoofdstedelijke gracht. Als een soort Kuifje in Amsterdam begeeft hij zich op het kruispunt tussen Maurizio Cattelan, Wim T. Schippers en – daar istie weer! – Banksy. Schatplichtig aan Suske en Wiske, Ghostbusters en Buurman & Buurman.

Peter Wingerder volgt Frankey, die eigenlijk – ssst! – Frank de Ruwe heet, van de ene vette knipoog naar de andere schelmenstreek. Samen met zijn geliefde Urs Hasham, die het ‘megaleuk’ vindt om mee te doen en mee te helpen, maakt ie van elke (on)bezonnen actie ook een lekkere foto, die onderdeel is van ’s mans alsmaar uitdijende collectie straatkunstwerkjes, waarmee hij ook best ’s werelds galerieën en musea in wil.

’s Mans strapatsen worden in deze joyeuze film opgeleukt met tekeningen van Typex en animaties van Ot Leendertse. Met een poppetje van een speels figuurtje met een Frankey-rode muts bijvoorbeeld. Zo heeft Streetart Frankey – de docu dus – uiteindelijk hetzelfde effect als het werk van de Nederlandse kunstenaar, designer en handige jongen met precies dezelfde naam: een mens wordt er zowaar vrolijk van.

Kom daar maar eens om in tijden waarin het begrip – lees het navolgende woord aub met gefronste wenkbrauwen –  ‘documentaire’ toch vooral associaties oproept met de oorlog in Oekraïne, het lijden van Gaza en de wankelende democratie in de Verenigde Staten. Over dat laatste gesproken: Frankey – en in zijn kielzog: Wingerder – is erbij als dat wankelen (weer) begint: tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2024.

Als de held van dit verhaal – nee, niet Donald Trump! – New York heeft voorzien van openbare Teenage Mutant Ninja Turtles en WALL-E verkeersborden, hijst hij zich in een levensgrote Hug For Unity-knuffelbeer. Voor de verandering zónder Frankey-rode muts. Als ie in dat pak, in het kader van de naderende verkiezingen, de straat op wil, moet Frankey echter wel een kogelvrij vest aan. Het blijft tenslotte Amerika.

Daar schrikt hij zich een hoedje – vast niet Frankey-rood – bij een campagnebijeenkomst van de Republikeinse presidentskandidaat: ‘nog nooit zo’n negatief event meegemaakt’. En dan wordt de zelfverklaarde held nog gekozen ook! Is de beoogde campagne ‘Frankey Comes To America’ daarna nog wel gepast? vraagt de echte held – Streetart Frankey dus – zich dan af. Al te lang laat hij zich echter niet uit het veld slaan. De plicht/pret roept!

En dus eindigt deze documentaire waar ie begon: bij een zorgvuldig voorbereide en secuur uitgevoerde ludieke actie van de Frankey-rode muts en het mannetje daaronder, de enige echte Frankey.

F*ck Drugs

Tangerine Tree / BNNVARA

Nadat hij in Samen Vreemdgaan? (2024) enkele leden van de swingersgemeenschap heeft geportretteerd, volgt Jesse Bleekemolen in F*ck Drugs (60 min.) nu drie Nederlandse queers die zich regelmatig overgeven aan ‘chemsex’: (groep)seks onder invloed van drugs.

Het procedé is eigenlijk vergelijkbaar met zijn eerdere film: hij portretteert enkele hoofdpersonen in hun thuisomgeving, nodigt hen dan uit om openlijk te spreken over hun (seks)leven en volgt hen daarna naar de plekken waar zij zich volledig kunnen overgeven aan hun lustgevoelens. Zo maakt hij een subcultuur toegankelijk, die doorgaans alleen binnen de eigen ‘safe space’ z’n ware gezicht toont. Een broeierige wereld die door Bleekemolen bovendien is vervat in enkele gestileerde erotische sequenties.

Anthony (35) heeft één keer per week seks, vertelt hij lachend in de openingsscène van de film: ‘Het hele weekend!’ In de voorbije tien jaar heeft hij volgens eigen zeggen zo’n 376 feesten bezocht. Davo (22) gaat nu ongeveer tweeëneenhalf jaar naar chemsex-feesten. Hij kan er zijn wildste fantasieën uitleven en heeft volgens eigen zeggen verder geen behoefte aan een romantische relatie. Voor Erik (61) komen de feesten tegemoet aan zijn avontuurlijke inborst en zijn behoefte aan autonomie.

Met een shotje GHB, ketamine en/of een lijntje (of spuit) 3-MMC verdwijnen alle belemmeringen en kunnen ze helemaal los. Vanachter de extase komt echter ook een andere wereld tevoorschijn: van soms haperende zelfacceptatie, onbegrip vanuit de directe omgeving, heteronormativiteit en angst voor echte intimiteit. ‘In mij zit een afschuwelijke ijsvlakte die maar niet ontdooit en die ik zelf dus ook in stand houd’, constateert Erik, die ook thuis 3-MMC is gaan injecteren. Hij zorgt er zo voor dat ook Bleekemolen, achter de camera, even heel kwetsbaar wordt.

Net als eerder Samen Vreemdgaan? wordt F*ck Drugs daarmee een film over de mens achter de seks. Kwetsbaar en behoeftig, op zoek naar lust en bevestiging. Zoals we dat waarschijnlijk allemaal zijn, ieder op z’n eigen manier.

Killing Anna

KEO Films / Dogwoof

Ieder misdadig regime weet: als er geen bewijs is van misdaden tegen de menselijkheid, dan zijn die gruwelijkheden verdomd lastig aan te tonen. Wanneer de Syrische dictator Bashar al-Assad in 2011 wordt geconfronteerd met aanhoudend verzet tegen zijn schrikbewind, slaat hij dus bruut terug én verdonkeremaant hij het bewijs daarvan.

In 2019 weet Uğur Ümit Üngör, hoogleraar Holocaust- en Genocidestudies bij de Universiteit van Amsterdam, via een bron uit Damascus echter de hand te leggen op schokkende videobeelden van ernstige oorlogsmisdaden door het Assad-regime. Hij ontwaart bovendien een officier van de Syrische inlichtingendienst Moeghabarat die de lakens lijkt uit te delen. Samen met zijn student Annsar Shahhoud gaat Üngör op zoek naar deze ‘Shadow Man’, die een opvallend klein litteken heeft bij zijn linkerwenkbrauw en afgaande op z’n Facebook-pagina een volstrekt normaal bestaan leidt.

Is hij de persoon via wie ze het onmenselijke karakter van de Syrische dictatuur onomstotelijk kunnen bewijzen? Üngör en Shahhoud bedenken een list om in contact te komen met de man die ze hebben leren kennen als Amgd Yusuf. Op Facebook creëren ze een nepprofiel voor een pro-Assad meisje uit Homs, dat in het buitenland studeert. Onder het nom de plume ‘Anna Sh’ begint Annsar vervolgens een online-netwerk op te bouwen, waarna ze contact legt met de hoofdverdachte zelf. Die gesprekken vormen het hart van deze reconstructie van hun enerverende Catfish-operatie.

Met veel drama en suspense serveert regisseur Sam Benstead in Killing Anna (75 min.) de actie uit. Die legt volgens journalist Michael Safi van de Britse krant The Guardian, die in het voorjaar van 2022 als eerste publiceert over de zogeheten Tadamon-bloedbaden, een angstaanjagende wereld bloot. Waarin gewone mensen kunnen uitgroeien tot monsters. En hoewel de Syrische leider inmiddels met donderende geraas van zijn zelf gecreëerde voetstuk is gevallen, lijkt het loslippige hoofd van Assads doodseskader, dat in zijn opdracht zonder scrupules moordde, de dans vooralsnog te ontspringen.

Mijn Broer

Serious Film / KRO-NCRV

Thuis in het Zeeuwse dorp ‘s-Heer Hendrikskinderen hebben zijn ouders nooit een groot probleem gemaakt van de homoseksualiteit van Bart Davidse. Voor hen blijft de oudere broer van filmmaker Koert Davidse gewoon Bart. Ze spreken alleen nooit over zijn geaardheid. Ook niet als hij, inmiddels als kunstenaar woonachtig in Amsterdam, besmet raakt met het HIV-virus.

In het dagboek van zijn vader leest Koert een kleine veertig jaar later dat die boodschap wel degelijk is overgekomen. ‘Bart belt om zeven uur dat hij weer ernstig ziek is’, schrijft pa begin 1986, het jaar waarin zijn zoon op slechts 28-jarige leeftijd zal overlijden, in het dagboek waarin hij het leven en werk in hun tuinderij documenteert. ‘Zware koorts. Dat is al de derde maal binnen één maand. Wij zijn erg bang dat hij AIDS heeft.’

Als familie weten zij zich geen raad met de situatie. ‘Ik weet nog heel goed dat ik met ma bij Bart zijn bed zat’, herinnert Koert zich. ‘Hij lag op de IC. Toen liep er een traan uit zijn oog.’ Als z’n moeder die wil wegvegen, houdt Koert haar tegen, bang voor besmetting. ‘We wisten dus echt niks van AIDS’, constateert hij nu, vol schaamte. ‘Echt verschrikkelijk!’ ‘Ja’, reageert zus Karin, terwijl ze strak voor zich uit kijkt. ‘Klopt.’

Samen met Karin, hun andere zus Wilma en vrienden uit Barts andere leven in Amsterdam reconstrueert Davidse het veel te korte bestaan van zijn grote broer. In de hoofdstad zal Bart zich vestigen als kunstenaar en kan hij zich uitleven in darkrooms, leerbars bezoeken en cruisen op straat. En daar, in dat Sodom en Gomorra, ligt volgens de veelal vrome mensen uit z’n geboortedorp ook de oorsprong van zijn ondergang.

In Mijn Broer (83 min.) onderzoekt Koert Davidse de enorme afstand tussen Barts levens, die na het overlijden van zijn broer ernstig opspeelt. De Zeeuwse begrafenisondernemer blijkt bijvoorbeeld niet bereid om zijn lichaam op te halen. En er is eigenlijk ook geen kerk die de uitvaart wil verzorgen. Behoedzaam waadt deze delicate film door dat ongemakkelijke verleden, met oog voor beide kanten van het verhaal.

Davidse ondersteunt zijn relaas met live geënsceneerde foto’s, die dierbare herinneringen aan het leven met zijn broer en belangrijke momenten uit zijn beladen ziekteproces en afscheid representeren. Tegelijkertijd maakt hij ook weer kennis met die broer via zijn kunst en bezittingen, die tezamen zijn opgenomen in de expositie Bart Davidse: Een Leven In Beelden, die zijn bewonderde broer weer tot leven wekken.

En met hem wordt ook die traumatische episode uit de wereldwijde queerhistorie, nog niet eens zo lang geleden, weer uitgelicht. Als een dodelijke ziekte ook in Nederland homo’s nog eens extra tot outcast verklaart.

The Making Of De Jeugd Van Tegenwoordig

Cinema Delicatessen

Een vriend filmt hoe de leden van de Nederlandstalige hiphopgroep De Jeugd Van Tegenwoordig meekijken als de actrice Charlie Chan Dagelet haar collega Katja Schuurman speelt in een re-enactment van de kerstvideoclip Ho Ho Ho van De Jeugd Van Tegenwoordig uit 2005, waarin zij een wulpse bijrol vertolkte.

Welkom bij de ‘documentaire’ The Making Of De Jeugd Van Tegenwoordig (77 min.), waarin vriend van de band Bastiaan Bosma de Amsterdamse groep volgt in de aanloop naar het twintigjarig jubileum, terwijl Jan Hulst, die deze film regisseerde met Tomas Kaan, enkele sleutelscènes uit de historie van het illustere gezelschap wil verfilmen. En daarvoor moeten dus eerst de juiste acteurs worden gecast. Op de audities komen onder anderen Goldband-lid Boaz Kok, rapper Lange Frans, de acteurs Joes Brauers en Frank Lammers, soulzanger Alain Clark en radiodeejay Giel Beelen af. Die door De Jeugd-leden eigenlijk stukcharl voor stuk ongeschikt worden geacht.

Vorm is inhoud bij De Jeugd Van Tegenwoordig. Ook in deze film. Een soort Droste-effect in het kwadraat, om precies te zijn. Waaruit uiteindelijk, met muziekbeelden en oude interviews, toch min of meer een regulier bandverhaal valt te destilleren: van het opnemen van de eerste hit Watskeburt?! via de opkomst van de ongrijpbare groep en de verplichte crisis naar de status van gearriveerde act. En dit verhaal wordt opgestart vanuit een backstageportret van de groep en korte interviewtjes met de individuele leden Pepijn Lanen (Faberyayo), Freddy Tratlehner (Vjèze Fjur) en Olivier Mitshel Locadia (Willie Wartaal), terwijl vierde bandlid Bas Bron veelal op de achtergrond blijft.

Of al die bij elkaar geklutste elementen ook een interessante vertelling opleveren? Daarover valt te twisten. Jeugd-fans zullen er ongetwijfeld de eigengereidheid, quatsch en zelfmystificatie van hun helden in herkennen.