Hard

Danielle van den Boogaard / PowNed

Over één ding zijn alle betrokkenen in Hard (151 min.) het wel eens: hardcore is eind jaren tachtig in Nederland ontstaan. Maar waar precies? In Amsterdam, op de illegale raves van Ray Oostendorp? Of toch in het Rotterdamse Parkzicht, met de feesten van DJ Rob? Deze rivaliteit werd destijds door de Euromasters van de Rotterdamse DJ Paul Estak al vervat in de single Amsterdam Waar Lech Dat Dan? (1992). Het was vooral een kwestie van ‘morphic resonance’, meent Dov Elkabas, alias DJ The Prophet. Er hangt iets in de lucht, dat er op verschillende plekken min of meer tegelijkertijd wordt uitgeplukt. Zonder dat ze het van elkaar weten.

Deze vierdelige serie van Arne van Terphoven en Duco Coops brengt met insiders de historie van Nederlandse hardcore en hardstyle in kaart en vormt daarmee een welkome aanvulling op de internationale productie Can You Feel It – How Dance Music Conquered The World en de Nederlandse serie 30 Jaar Dutch Dance. Na de baanbrekende avonden en illegale feesten van de formatieve jaren worden het genre en de bijbehorende scene via (outdoor)evenementen als Eurorave, Hellraiser en Thunderdome snel volwassen. Een derde van de Nederlandse jongeren identificeert zich halverwege de jaren negentig als gabber. Daarna gaat het echter snel bergafwaarts.

Er ontstaat een commerciële variant, happy hardcore, die bepaald niet door iedereen wordt gepruimd. Als de pionier Paul Elstak enkele hits scoort, beschouwen puristen dit als verraad. Hij moet zelfs beveiligd worden. Tegelijk wordt gabber alom gepersifleerd, een logisch gevolg van de vercommercialisering van de muziek en levensstijl die ooit underground waren. ‘Daar hebben wij ook aan meegewerkt’, erkennen Duncan Stutterheim en Irfan van Ewijk van ID&T, het bedrijf achter het Thunderdome-merk. Gabber is dood, schreeuwt de cover van het tijdschrift Update Magazine zelfs in die tijd. Tegelijk wordt zo ook de weg vrijgemaakt voor een nieuw subgenre, hardstyle.

In de tweede helft van deze straffe miniserie, waarin de randzaken die vaak met hardcore worden geassocieerd veelal links blijven liggen, tonen Van Terphoven en Coops hoe de Nederlandse bedrijvigheid intussen uitgroeit tot een internationale miljoenenbusiness, met eigen helden zoals Brennan Heart en Dr. Peacock. Dat is een aantrekkelijk verhaal, verlevendigd met smeuïge anekdotes en beelden van het betere hak- en zaagwerk op feesten en festivals. Het lijkt ook een mannenverhaal. Behoudens Lindsay van der Eng, ofwel DJ Korsakoff, komen er nauwelijks vrouwen aan bod in deze terugblik op de ontstaansgeschiedenis van een belangrijk Nederlands exportproduct.

Vluchten kan inmiddels écht niet meer, om de nederpopklassieker van Frans Halsema en Jenny Arean te parafraseren, de lekker ludieke start van Hards slotaflevering.

De Burgemeester – Halsema En De Hoofdstad

c: Maarten Kramer / Witfilm / NTR

Te midden van een wirwar aan lopende, wachtende, fietsende, trammende en demonstrerende Amsterdammers introduceert Mijke de Jong in de openingsscène van deze documentaire haar hoofdpersoon simpelweg als een vrouw die de hond uitlaat. Even later zit diezelfde Femke Halsema alweer in haar dienstauto, als burgemeester van de hoofdstad, op weg naar de volgende afspraak – en de volgende en de volgende.

In die hoedanigheid is ze ook vooral te zien in De Burgemeester – Halsema En De Hoofdstad (internationale titel: The Mayor – Halsema & Amsterdam, 78 min.). De Jong toont haar in actie. Ze leidt, speecht en lauwert. Bezoekt, luistert en overlegt met de driehoek. Verdedigt zich, wordt uitgejoeld en kijkt mee met beveiligingscamera’s. Grapt, lacht en citeert Nick Cave. Knuffelt, schiet vol en gaat op de foto – en werkt tegen de klok.

Halsema wordt geheel 2025 gevolgd, een jaar dat begint met de afwikkeling van de rellen rond de wedstrijd van Ajax tegen Maccabi Tel Aviv en dat tot een dramatische climax komt met de brand in de Vondelkerk. Tussendoor heeft ze heel wat te stellen met kritische bewoners, ambtenaren, politiemensen, journalisten, relschoppers, Den Haag en deelnemers aan de 3323 (!) demonstraties die er dat jaar plaatsvinden in haar stad.

Een bestuurder die volledig opgaat in haar rol, waarbinnen ook nauwelijks ruimte lijkt te zijn voor een ander leven. Deze film is eerst en vooral een functieportret. Van een burgemeester in vredestijd – al voelt dat lang niet altijd zo. Van een vrouw ook, die voor sommigen een burgermoeder is geworden en voor anderen altijd een steen des aanstoots blijft. Ze kan wel tegen een stootje, maar oogt soms ook even aangeslagen.

Mijke de Jong snijdt al die verschillende activiteiten, ontmoetingen en verplichtingen kriskras door elkaar en vangt zo de hectiek van het burgemeestersbestaan. Met deze fragmenten, tot hun essentie teruggebracht, vormt ze een emotionele verhaallijn, die verder wordt ingekaderd met citaten van Femke Halsema in de media en tijdens een ogenschijnlijk ontspannen interview met de bestuurder in haar eigen woonkamer.

Ze is wel somberder geworden, bekent Halsema aan het einde van de film, als De Jong haar nét voor het uitlaten van die hond nog overvalt met een vraag. Het gevoel dat zij deel uitmaakt van een meerderheid van de westerse bevolking, die meer democratie en meer mensenrechten wil, is verdwenen, stelt ze staand in de hal. Tijdens het wandelen met haar hond komt ze daar nog even op terug: ‘Ik word er ook best strijdlustig van.’

Waarna de burgemeester, te midden van gewone Amsterdammers en begeleid door Celeste’s Hear My Voice, de aftiteling inloopt.

We Had A Plan

Docmakers

Tien jaar lang hebben ze toegewerkt naar dit moment. Tien jaar van poetsen en sparen, tien jaar zonder familie. En nu is het dan eindelijk zover voor Paul en Daniel: ze keren terug naar de Filipijnen. Ze hebben een flatje geregeld in de hoofdstad Manilla, waar ze een Airbnb beginnen. Daarnaast hebben ze nog een klein huisje voor zichzelf. Zo hebben de twee het zich altijd voorgesteld. Na jaren van harde arbeid in Nederland, zeven dagen per week en ongedocumenteerd, wacht nu het goede leven voor het Filipijnse koppel, te midden van de mensen die van hen houden. Ze kunnen hun geluk niet op.

We Had A Plan (96 min.) – and we love it when a plan comes together, zoiets. Daniel laat het zich lekker aanleunen, Paul raakt om de haverklap overmand door emoties. Bevangen door het geluk dat op hun pad komt. Dat ze overigens zelf hebben afgedwongen, met al die jaren noeste arbeid in de schaduw, en dat hij, de plannenmaker van de twee, al zo vaak heeft gevisualiseerd. Paul wil bovendien gaan ondernemen, terwijl Daniel terugkeert naar zijn oude baan in het ziekenhuis. Kortom: de zon schijnt. Het leven wordt zelfs begeleid door vrolijke muziekjes. Al is dat laatste vooral de keuze van regisseur Suzanne Raes. Alsof ze nu al, nu het Paul en Dan zo voor de wind gaat, wil zeggen: geniet ervan zolang het kan, want dit kan zo niet duren.

Als alles inderdaad niet geheel volgens plan verloopt, blijkt Paul – anders zou hij Paul natuurlijk niet zijn – ook nog een Plan B te hebben. Essentieel is dat Daniel zijn vaardigheden als verpleegkundige weer op peil weet te krijgen in het plaatselijke ziekenhuis, waar hij voor een hongerloon ellenlange diensten moet draaien. Maar: life is what happens to you, while you’re busy making other plans. Het dreigt hen zelfs uit elkaar te spelen. Hun liefdessprookje, zo fraai opgezet door henzelf en Raes en haar Filipijnse coregisseur Venice de Castro Atienza, lijkt te ontsporen in het echte leven, waarin zij onderdeel zijn van grote maatschappelijke thema’s zoals armoede, LHBTIQ+-acceptatie, arbeidsmigratie en de uitdagingen binnen de gezondheidszorg.

We Had A Plan – and we hate it when the plan seems to fall apart – keert echter altijd terug naar de kern: de relatie tussen deze mannen, die voor elkaar lijken te zijn gemaakt. Als twee figuren die inmiddels volledig in elkaar overlopen, net als de knuffelende beeldjes die in hun huis staan. Raes vangt de wisselwerking tussen de twee sowieso met veel oog voor sfeer en detail. Als de één, wanneer het lot hen toch uit elkaar lijkt te drijven, een nachtelijk tochtje maakt door de Amsterdamse grachten, blijkt de ander ineens te roken. De nette sweater van de ander die liefdevol rond een kussen wordt geplooid, zodat je er lekker tegenaan kunt kruipen. Intussen nestelen die dekselse Paul en Daniel, geheel volgens het plan van de filmmaker(s), zich in het hart.

Ze hebben alleen nog wel het één en ander te overwinnen. Voordat alles toch nog volgens plan kan worden afgerond.

Motorbendes

Powned

In Nederland staan politie en justitie al jaren recht tegenover enkele beruchte motorclubs, die door hen worden beschouwd als een vorm van georganiseerde misdaad. In de vierdelige serie Motorbendes (166 min.) neemt Joost van der Valk, die daarmee een vervolg geeft aan zijn documentaires over de Haagse Crips-gang en de Molukse motorclub Satudarah, de woelige historie van de Nederlandse bikerclubs door. Zijn productie doet denken aan de Scandinavische Brutalt Broderskab-docuseries over de Bandidos, Comanches en de penoze van Oslo.

In afleveringen over respectievelijk de Hells Angels, Satudarah, No Surrender en nieuwe kleine clubs belicht Van der Valk de kaaskopvariant op de beruchte Nordic Biker War, die Scandinavië al decennia teistert. De verhoudingen zijn duidelijk: terwijl de motorclubs zelf stug volhouden dat zij een toonbeeld van broederschap zijn en in wezen geen kwaad in de zin hebben, zien politiemensen, officieren van justitie, burgemeesters en politici in diezelfde club juist een criminele organisatie. Zij hebben in de afgelopen jaren ook verwoede pogingen gedaan om die de voet dwars te zetten en verboden te krijgen.

Deze ontwikkelingen worden met een karrenvracht archiefmateriaal tot leven gewekt. In feite komen ook die steeds op hetzelfde neer: vroeger of later komt er een conflict met een andere club en ontstaat er ook intern gedoe – en van daaruit weer een nieuwe club. Waarna de geschiedenis zich herhaalt. Zo moet ‘Big Willem’ van Boxtel in 2004, vanwege vermeende betrokkenheid bij een moordcomplot tegen Willem Holleeder, in ‘bad standing’ de Hells Angels verlaten, de club waarvan hij decennia president was. Misdaadjournalist Paul Vugts: ‘Uiteindelijk is de vriend van vandaag de vijand van morgen.’

Voor Van Boxtel, die later opduikt bij Klaas Otto’s No Surrender, was het een hard gelag. ‘Ja, was zwaar’, zegt hij geëmotioneerd over zijn vertrek bij de Angels. ‘Ik wist ook niet waar ik heen moest.’ Het is één van de weinige momenten dat een motorclubkopstuk écht iets van zichzelf laat zien. Verder hangen zij bij Van der Valk hun eigen stoere zelf uit, het type biker waar media verzot op zijn. ‘Ik krijg net te horen dat ik me moet voorstellen, maar dat lijkt me overbodig’, zegt ‘Captain Henk’ Kuipers, die ook al z’n eigen docusoap had, bijvoorbeeld bij zijn introductie. ‘Ik denk dat iedereen dat wel weet – en waarvan ook.’

Motorbendes doet verder geen serieuze poging om achter de façade te komen bij zulke opperbikers, maar zet wel de roemruchte motorclubhistorie netjes op een rij, met ankerpunten zoals het openlijke geweld tegen de tv-presentatoren Jan Lenferink (RUR) en Barend & Van Dorp, de drievoudige moord bij een Nomads-chapter in Limburg en een wilde schietpartij in Eindhoven in 2014. In de wat meer bespiegelende slotaflevering wordt tenslotte de huidige stand van zaken opgemaakt, waarin de motorclubwereld als gevolg van (wel) erg daadkrachtig optreden van de overheid volledig versplinterd is geraakt.

My Undesirable Friends: Part II – Exile

Julia Loktev / Marminchilla LLC

Welgeteld twee dagen zitten er tussen My Undesirable Friends: Part I – Last Air In Moscow (2025), de vijfdelige serie waarin de Russisch-Amerikaanse filmmaakster Julia Loktev enkele jonge vrouwelijke journalisten volgt die door het Russische regime zijn bestempeld tot ‘buitenlandse agent’, en deze opvolger, My Undesirable Friends: Part II – Exile (354 min.), waarin Loktev de draad met hen oppakt. Na de Russische aanval op Oekraïne op 24 februari 2022 hebben ze binnen enkele uren hun spullen gepakt en zijn vervolgens halsoverkop het land uit gevlucht. Om in den vreemde direct hun werk weer op te pakken.

Behalve hun thuis zijn de ‘ongewenste vriendinnen’ Anna Nemzer, Olga Churakova, Alesya Marokhovskaya, Irina Dolinina, Sonya Groysman en Ksenia Mironova op die tragische 24e februari in eerste instantie ook hun identiteit kwijt, als de gezichten van het onafhankelijke Russische tv-station Dozhd (TV Rain) en andere kritische Russische media. Ze dwalen, los van elkaar, rond in landen als Turkije, Israël, Tsjechië, Georgië, Polen en Oekraïne. Ontheemd, met nauwelijks geld, geen (vaste) plek om te slapen en heimwee naar het land waarin ze zijn opgegroeid – en dat twintig jaar lang toekeek hoe er in hun midden een monster groeide.

‘Ik kan zo’n geweldig land toch niet overlaten aan Poetin? zegt Elena Kostyuchenko, die net van haar bronnen heeft vernomen dat het regime haar wil laten verdwijnen en die daarom afziet van een bezoek als oorlogsverslaggever aan de Oekraïense stad Marioepol. Ze is desondanks vast van plan om terug te keren naar huis. ‘Zeker omdat ik beslist meer van Rusland hou dan hij.’ Eerst wil de dappere jonge journaliste van de gelauwerde Russische krant Novaya Gazeta nog een boek (I Love Russia) over de verwording van haar moederland schrijven. Waarna dan wel eens een Russische gevangeniscel zou kunnen wachten.

Julia Loktev kiest intussen ook in deze tweede reeks voor een zo authentiek mogelijke weergave van de werkelijkheid. Fly on the wall, zonder reguliere interviews, toegevoegde muziek of een ingenieuze montage. Alleen enkele verduidelijkende teksten, feitelijke informatie in sobere witte letters op een zwarte achtergrond. Ze neemt ook de tijd voor haar scènes, die behalve inzicht in de politieke ontwikkelingen en journalistieke werkzaamheden van haar protagonisten ook de impact op hun gemoed, relaties, familie en vriendschappen blootleggen. Het feit dat Poetin hen tot ‘de vijfde colonne’ rekent, beïnvloedt elk aspect van hun leven.

De filmmaakster belicht in deze vijfdelige vervolgserie ook hoe het verder gaat met Ksenia’s vriend Ivan Safronov, een journalist die meer dan twintig jaar gevangenisstraf dreigt te krijgen, en enkele nieuwe hoofdpersonen. De Russische podcaster Peter Ruzavin en zijn Oekraïense echtgenote Nataliya Gumenyuk bijvoorbeeld. Elena Kostyuchenko’s geliefde Yana Kuchina, die aan den lijve heeft ondervonden hoezeer je met een lichamelijke beperking wordt gediscrimineerd in Rusland. En Valeria Ratnikova, één van Dozhds vaste presentatoren wanneer de zender in augustus 2022 weer wordt opgestart in Riga, de hoofdstad van Letland.

Als haar collega Alexey Korostolev zich onhandig uitdrukt in een live-uitzending, leidt dit tot consternatie op de redactie. Hij wordt direct uit zijn functie ontheven, zijn collega Ekaterina Kotrikadze en haar echtgenoot Tikhon Dzyadko mogen dit nieuws aan de buitenwereld uitleggen. Terwijl de discussie wordt voortgezet op de Dozhd-burelen, mengt eigenaresse Natasha Sindeeva zich via een emotionele video in het openbare debat. Het resulteert in een fascinerende kijk achter de schermen bij een journalistieke organisatie onder hoogspanning. Want tegelijkertijd werkt Valeria Ratnikova aan verhalen over oorlogsmisdaden in Boetsja en Poetins ‘useful idiots’ in Europa.

Alle commotie leidt tot een bijna absurd conflict met de Letse autoriteiten en opnieuw een overhaast vertrek voor Dozhd, naar Amsterdam ditmaal. De andere ‘buitenlandse agenten’ zijn tegen die tijd ook al over de westerse wereld verspreid geraakt. Nergens zijn ze echter veilig voor Poetins lange arm en het wapen dat hij sinds jaar en dag inzet: gif. Geduldig documenteert Julia Loktev hoe zijn regime zo huishoudt in haar vriendenkring, moedige jonge vrouwen die zich hebben geposteerd in de frontlinie van het vrije woord en die consequent weigeren om zich de mond te laten snoeren – ook al kunnen ze nergens blijven of zich écht thuis voelen.

Deze inmiddels tiendelige serie heeft zich ondertussen ontwikkeld tot een essentieel ooggetuigenverslag van wat het kost om vast te houden aan je onafhankelijkheid en op te staan tegen een autocratisch regime. Een verslag dat een verder vervolg verdient.

The Disciple: A Wu-Tang Fable

Cilvaringz (l) & RZA (r) / Netflix

Het verhaal van Tarik Azzougarh heeft iets van een jongensboek. Hij groeit op in Tilburg in ‘The Netherlands’, in een flat, zestien verdiepingen hoog, aan de noordkant van de Brabantse stad. Een Marokkaanse-Nederlands jongetje, dat in zijn tienerjaren volledig in de ban raakt van de toonaangevende Amerikaanse hiphopgroep The Wu-Tang Clan. Onder de naam ‘Cilvaringz’ droomt hij ervan om zelf als rapper en producer deel uit te gaan maken van deze negenkoppige crew. Het lijkt simpelweg een kwestie van tijd voordat hij de deksel op zijn neus krijgt.

De superfan trekt z’n stoutste schoenen aan, vertrekt naar Staten Island in New York en geeft daar een tape af voor Wu-Tangs grote roerganger RZA. En de rest is geschiedenis – al moet de Clan daarvoor eerst nog naar Amsterdam komen, Tarik in 1997 een plek bij hen op het podium bemachtigen en ook nog meermaals hun hoofdkwartier bezoeken. Het is een aansprekende geschiedenis, verteld in de Amerikaanse documentaire The Disciple: A Wu-Tang Fable (106 min.) en vooraf ongetwijfeld talloze malen gevisualiseerd – gemanifesteerd, zo je wilt – door dat immigrantenkind uit, of all places, Tilburg-Noord.

Niet veel later in deze film van Joanna Natasegara zit de Wu-Tang Clan-fan, samen met zijn Nederlandse muziekvrienden, in de studio met z’n grote held. Die legt de lat hoog. ‘Ik wil geen stel klonen die mij gaan nadoen’, stelt RZA. ‘Daar hebben we allebei niets aan.’ De twee gaan vervolgens alsmaar inniger samenwerken. Dit culmineert uiteindelijk in het album Once Upon A Time In Shaolin. Daarvan wordt welgeteld één exemplaar gemaakt. Een uniek kunstwerk, zo is het idee, dat zal worden verkocht aan één enkele verzamelaar, die voor 88 jaar het exclusieve recht krijgt om de muziek te beluisteren.

Cilvaringz’ geesteskind, ‘het eerste geprivatiseerde muziekalbum ter wereld’, is bedoeld als een aanklacht tegen piraterij, downloaden en de bijbehorende waardedevaluatie van muziek. De kwajongenstreek groeit uit tot een wereldwijd gehypet project, met in eerste instantie louter winnaars. Totdat intern de pleuris uitbreekt en andere Wu-Tangers hem publiekelijk de mantel uit vegen. En dan wordt die unieke plaat ook nog gekocht door de meest gehate man van Amerika, Martin ‘Pharma Bro’ Shkreli, die zojuist fortuin heeft gemaakt door de prijs van cruciale kanker- en HIV-medicijnen exorbitant te verhogen.

The Disciple zelf is tegen die tijd allang naar de achtergrond verdrongen in deze met filmfragmenten, kungfu-scènes en tamelijk clichématige schaakbordzetten opgeleukte film. Natasegara behandelt de verwikkelingen rond de Shaolin-CD daarin als het echte jongensboekverhaal, ten faveure van het uitdiepen van haar hoofdpersonage Tarik Azzougarh, die slechts met grove penseelstreken wordt opgetekend. Zijn opmerkelijke muziekcarrière blijft desondanks onverminderd tot de verbeelding spreken.

De Influencer Goeroe

HBO Max

Zijn penis kan chakra’s helen. Met die belofte probeert de Italiaans-Nederlandse goeroe Bentinho Massaro naar verluidt jonge volgelingen zijn bed in te lokken. En daar schijnen sommige vrouwen nog te zijn ingetrapt ook – of ze konden gewoon niet anders. Volgens de Nederlandse journalist Ivo van Woerden, die Bentinho al vijf jaar onderzoekt en het boek In De Greep Van De Goeroe schreef, bestaan er talloze verhalen over seksueel, psychisch en financieel misbruik door De Influencer Goeroe (182 min.). Veel ervaringsverhalen blijven echter onverteld. Door schaamte, angst én zwijgcontracten.

Massaro, die alle beschuldigingen ver van zich werpt in een verklaring, heeft vanuit de Verenigde Staten een mondiale aanhang van zo’n miljoen volgers opgebouwd als spirituele influencer en bestiert retraites in de hele wereld. Hij is jong, knap en avontuurlijk, stelt filosofe Stine Jensen in deze vierdelige serie, en belichaamt in zekere zin ‘de seksificatie van de spiritualiteit’. En jonge mensen, in het bijzonder vrouwen die actief zijn op sociale media zoals Instagram, zijn daar erg gevoelig voor en vallen als een blok voor zulke narcistische en manipulatieve mannen met grootheidswaanzin.

‘Het is echt net als verliefdheid’, vertelt spiritueel podcastmaker Patrick Kicken, die Massaro in 2012 als jong ventje interviewde. ‘Maar je moet niet de postbode vereren voor de liefdesbrief die hij komt brengen. Het gaat om de liefdesbrief. En wat vaak gebeurt in deze wereld – en dus ook bij Bentinho – is dat de postbode vereerd wordt.’ Met zulke duiders, oud-klasgenoten, ex-volgers, een huidige volgeling en Carla, de moeder van een belangrijke secondant van de sekteleider, wordt Benthino’s (ver)wording met grove penseelstreken en van enige afstand geschetst.

De Influencer Goeroe zet als sekteverhaal alle vinkjes op de juiste plaats – al blijft het wel tricky om een leider de zelfdoding van een volgeling aan te wrijven. Via Bentinho Massaro komt intussen ook een wereld in het zicht, waar het verlangen naar levensgeluk, zelfontplooiing en zingeving – of de oorzaak daarvoor nu ligt in (wan)hoop, trauma of verveeldheid – het leven in het hier en nu in de weg begint te staan. Sommige volgers raken verdwaald in de top van de Piramide van Maslow, waar spirituele groei en het ultieme geluk uiteindelijk toch niet zomaar met de blik op oneindig zijn te manifesteren.

Sovereign Son

Verde Films

Van takken had zijn vader een ingang gemaakt. Als je een beetje bukt, zoals Marcus van Belkum aan het begin van deze intrigerende documentaire doet, kun je nog altijd naar binnen gaan. Binnen is dan wel buiten: een park in Amsterdam. Niet ver van de snelweg, maar wel lastig bereikbaar. De vader van Marcus, de Brit Stanley Powton, leefde er jarenlang in een zelfgebouwde tent. Helemaal alleen, ver van alles en iedereen, maar hooguit een half uurtje rijden van de woning van zijn zoon. Die had daar alleen helemaal geen weet van en ontdekte het pas in 2021, toen de man die hem had verwekt dood was aangetroffen in zijn tent. Stanley had er vermoedelijk een maand of negen gelegen.

In kleren van zijn vader, netjes gewassen natuurlijk, vertelt Marcus aan filmmaker Cindy Jansen welke persoonlijke spullen hij daar, in dat zelfverkozen thuis van zijn vader, nog meer veilig heeft kunnen stellen. Met behulp van generatieve AI probeert Jansen daarmee vervolgens een impressie van het leven van Powton te genereren. Het kost enkele pogingen voordat ze min of meer de juiste toon heeft gevonden. Ook de omgang met diens Sovereign Son (79 min.) vergt enige afstemming. De filmmaakster en haar hoofdpersoon, die zichzelf tot het ‘wakkere’ deel van Nederland rekent en die zich dus ook niet zomaar door haar laat regisseren, staan soms lijnrecht tegenover elkaar.

Jansen is Stanley Powton op het spoor gekomen via Stichting De Eenzame Uitvaart, die mensen zonder nabestaanden uitgeleide doet met een gedicht. ‘In de broekzak van de dode zit een Brits paspoort, uitgegeven aan een ongehuwde man uit 1958,’ schreef initiatiefnemer Joris van Casteren over #269, ofwel De Tentman, in de Volkskrant. ‘Of hij het is, is nog ongewis als hij naamloos wordt begraven.’ En over de ontmoeting tussen de toekomstige ouders van Marcus, begin jaren negentig in München: ‘Zij was 19, de Engelsman 33. Hij had gereisd, door Zuid-Amerika, Afrika en Azië.’ Marcus zelf komt ook nog aan het woord: ‘Ze hebben een onenightstand gehad waar ik het product van ben.’

Dat klinkt veel laconieker dan hij in werkelijkheid overkomt. Terwijl Marcus die ongrijpbare vader alsnog te pakken probeert te krijgen, worstelt hij met de wereld en zijn plek daarbinnen. Hij voelt zich weliswaar thuis in ‘wappie-Twitter’, maar overweegt toch om Nederland, en de bijbehorende ‘Matrix’, achter zich te laten. Boos- en kwetsbaarheid lijken voortdurend om voorrang te vechten – zijn relatie met vriendin Linda dreigt eronder te bezwijken. Marcus imagineert regelmatig een ander leven, van een man die heerst over z’n eigen bestaan, dat Jansen dan weer met enkele AI-prompts poogt op te roepen. Kun je anti-alles zijn en toch weer gezond in je hoofd worden? vraagt ze hem ook.

Sovereign Son weigert intussen categorisch om een rechttoe rechtaan zoektocht naar een verdwenen vader te worden – al bevat de film wel degelijk bezoekjes aan de mensen en plekken die hem even tot leven kunnen wekken. En Jansen waakt er ook voor om een sluitend portret te fabriceren van een zoon die zich, bij gebrek aan een gezond voorbeeld, verliest in toxische mannelijkheid en die, net als z’n vader, buiten het systeem wil leven. Deze film, een lekker tegendraadse dwarsdoorsnede van het leven van twee mannen die grip proberen te krijgen op wie ze (willen) zijn, vraagt en geeft intussen ruimhartig.

Kusama In Holland

Memphis Film

Een protofeminist, een handenbindster, een bezienswaardigheid. Zo’n zestig jaar later roept het verblijf in Nederland van de Japanse kunstenares Yayoi Kusama, de onlangs op 97-jarige leeftijd overleden polka dot-koningin en Instagram-hype, nog altijd levendige beelden op. Via kunstenaars zoals Henk Peeters en Jan Schoonhoven vindt zij in de jaren zestig aansluiting bij de zogeheten Nul-beweging, een reactie op de Cobra-groep en de expressionistische schilderkunst. Ze maakt in die tijd bijvoorbeeld ‘infinity nets’, hele grote schilderijen met eindeloos herhaalde boogjes of puntjes.

Met haar excentriciteit, verzet tegen traditionele rolpatronen en seksueel geladen werk doet Kusama In Holland (53 min.) het nodige stof opwaaien. Bij de tentoonstelling ‘Facetten van de hedendaagse erotiek’ in de Haagse galerie Orez moet in 1965 zelfs de zedenpolitie eraan te pas komen. Preutse Nederlanders spreken schande van de in zilver of goud gespoten schoenen met fallussymbolen die zij daarvoor heeft gemaakt. Later begint ze ook naakt-happenings te organiseren en wordt haar werk alsmaar explicieter. Kusama schildert live stippen op blote mannenlijven – al is ze zelf, volgens de overlevering, wars van lichamelijk contact.

De kunstenares, die pas op latere leeftijd erkenning zal krijgen in eigen land en inmiddels geldt als één van de belangrijkste kunstenaars die Japan ooit heeft voortgebracht, wordt door de vrienden en kennissen uit haar Nederlandse periode in deze boeiende film van Sherman de Jesus zelfs gekenschetst als ‘geestesziek’. Ze blijft haar hallucinaties alleen de baas door ze te vertalen naar kunst. Obsessief, tot in het oneindige. De Jesus verbeeldt die binnenwereld met treffende geanimeerde sequenties van Cristina Garcia Martin, aangevuld met een voice-over die is geïnspireerd op originele teksten en citaten van Kusama en ingesproken door Kumi Sekimoto.

De rol van kunstenares Alicia Framis, die als onderdeel van haar werk onlangs is getrouwd met het AI-hologram Ailex, is minder evident. Of ‘t moet zijn dat zij, in navolging van Yayoi Kusama, eveneens een exponent is van een wereld, waarin kunstenaars ook zichzelf tot hun werk rekenen. Sterker: Kusama lijkt ook al in het Holland van de jaren zestig nauwelijks te kunnen worden onderscheiden van haar kunst. Ze heeft uiteindelijk bijna een eeuw kunnen bestaan – overleven, wellicht – bij de gratie ervan.

De Marathonloper

Witfilm / KRO-NCRV

Na nog geen zeven minuten klinkt het startschot in De Marathonloper (90 min.). De deelnemers aan de marathon van Amsterdam van 2024 gaan op pad om hun eigen grenzen te verleggen. ‘Today is your day’ vuurt de speaker hen enigszins overspannen aan. Nog eens aangezet met: ’You are a hero. You are making your own masterpiece. You are part of sporting history in Amsterdam!’

Vooralsnog lijken de lopers echter vooral bezig met het schrijven van hun persoonlijke stukje geschiedenis. Ze hebben allemaal hun eigen redenen om die ruim 42 kilometer te overwinnen. Rechter Rami Hirzalla is twintig jaar eerder bijvoorbeeld gediagnosticeerd met MS en realiseert zich dat hij met een tijdbom in zijn lijf rent. Schilder Joost van Gent is slechtziend en loopt de marathon voor het eerst, onder begeleiding van twee buddy’s van Running Blind. Als duolopers blijven ze tot aan de meet met een oranje band verbonden. En de Vlaming Jordy Costermans werd vroeger een ‘bolletje vet’ genoemd door zijn vader en heeft via het lopen van marathons zijn zelfrespect hervonden. ‘Ik heb niemand iets te bewijzen’, zegt hij, vast ook tegen zichzelf.

Regisseur Paul Cohen volgt zulke lopers van de start tot aan de finish en laat hen in deze observerende film ook, volledig buiten beeld overigens, aan het woord. De door hem aangestuurde cameramensen, waaronder ook enkele fietsers, blijven te allen tijde gericht op het evenement zelf, in de hoop zo de collectieve ervaring te vatten. Want alle deelnemers die voor de camera zwoegen, excelleren of lijden hebben hun eigen verhaal. Net als de mensen die hen ondersteunen of vanaf de kant aanmoedigen. Al die flarden van levens vormen samen het wezen van de marathon en resulteren bovendien in aangrijpende scènes. Van een hoogbejaarde Indiase loper op z’n laatste benen. Of de vrouw met een ‘ren tegen kanker’-T-shirt, die geëmotioneerd moet uitstappen.

Waar lopen ze vanaf? vraagt een buitenstaander zich onwillekeurig af. En waar willen ze, behalve naar de eindstreep waar die enthousiaste speaker alweer wacht, eigenlijk naartoe? De tocht die ze, voor deze race en in deze boeiende kijkfilm, zijn aangegaan leidt hoe dan ook naar binnen. Naar wie ze zijn of willen zijn. ‘If you are a finisher here today, you are a hero’, galmt de spreekstalmeester hen toe. ‘And you did it. You made your masterpiece!’

Fragments Of Belonging

Verde Films

Je hebt mensen nodig ‘die weten wanneer je zingt en wanneer je huilt’, zegt een familielid tegen Tatjana Božić. En dat is precies wat de Kroatische filmmaakster regelmatig mist. Ze heeft het gevoel dat zij er in Nederland, waar ze samen met haar tienerzoon Waldemar woont, niet echt bij hoort. Er lijkt een ‘onzichtbare muur’ te bestaan tussen haar en anderen. Daarover gaat Fragments Of Belonging (Tragovi Pripadanja, 81 min.), een film over haar eigen eenzaamheid als vrouw uit ‘Oost-Europa’, met hooggespannen verwachtingen, een Slavisch accent en onzalige plannen.

Tot voor kort had Božić nog nooit ergens langer dan tien jaar gewoond. Ze werd geboren in een Kroatisch dorp en verhuisde later naar de Sovjet-Unie. Daarna was ze achtereenvolgens woonachtig in Londen, Zagreb en Amsterdam. En op die laatste plek kreeg ze een kind met een Nederlander, in wie zonder al te veel moeite collega-filmmaker Rogier Kappers (en het glasorgel, uit zijn persoonlijke film Glas, Mijn Onvervulde Leven) is te herkennen. Inmiddels is Tatjana een alleenstaande moeder en verhuisd naar een buitenwijk. Komt ze hier nog weg? En zal ze er ooit écht bij horen?

Zij groeide op als onderdeel van een gemeenschap en is nu terecht gekomen in een wereld, waar het individu centraal staat. Aansluiting vinden gaat niet vanzelf. Of ze nu lid wordt van een fietsclub of de slaapkamer van haar zoon begint te verhuren als hotelkamer, in de hoop dat er zo nieuwe vrienden in huis komen. Via een familie-opstelling probeert Tatjana Božić vat te krijgen op waarom ze zoveel moeite heeft om zich ergens thuis te voelen. Hoort dit bij haar geboorteland, dat in half Europa gastarbeiders heeft afgeleverd? Of zit het opgesloten in haar eigen familieverhaal?

Niemand is in hun dorp blijven wonen. Ze zijn uitgewaaierd naar zeven verschillende landen, waar ze nu bezoek mogen verwachten van dat ene ontheemde familielid, dat maar niet ‘ingeburgerd’ raakt in haar huidige thuisland. Božić moet op haar tocht, gelardeerd met persoonlijke gesprekken en begeleid door Balkan-muziek, ook de confrontatie aangaan met de moederrol in haar leven: de omgang met haar zoon en, onlosmakelijk daarmee verbonden, de verhouding tot haar eigen moeder. In deze film probeert ze, tussen alle lachen en tranen door, de weg te vinden naar een thuis.

Zeg maar gerust: een inclusieve wereld. Waldemar heeft er zo z’n twijfels bij. ‘Het is net alsof je er stiekem van houdt om nergens bij te horen’, zegt hij. Zijn moeder wíl volgens hem gewoon een buitenstaander zijn. En zij heeft zich daar maar toe te verhouden.

Ja, Ik Wil!

BNNVARA

Nadat Helene Faasen en Anne-Marie Thus Ja, Ik Wil! (23 min.) tegen elkaar hebben gezegd, barst er aan de andere kant van de wereld, in San Francisco, een feest los. In het altijd zo vooruitstrevende Nederland is op 1 april 2001 ook voor hen een cruciale barrière geslecht: paren van hetzelfde geslacht kunnen voortaan met elkaar trouwen.

Ook in Egypte wordt er feestgevierd, op een boot op de Nijl. Al snel doet de politie echter een inval en arresteert de aanwezigen. Homoseksualiteit is er verboden. Faasen en Thus vinden dat nog altijd moeilijk. ‘Natuurlijk ben je daar niet één op één verantwoordelijk voor, maar het is wel ter gelegenheid van jouw huwelijk’, vertelt het eerste vrouwelijke koppel ter wereld dat is getrouwd in deze interessante korte film van Justine van Overeem en Suzanne Borsboom.

25 Jaar na dato zoeken zij ook het eerste getrouwde mannelijke koppel ter wereld op, Gert Kasteel en Dolf Pasker, en bespreken met hen hoe ze elkaar hebben leren kennen en hoe het vervolgens was voor hen om samen die even vanzelfsprekende als baanbrekende stap richting het huwelijk te zetten. Voor het oog van de wereld, die dat enthousiast toejuichte of stug bleef afkeuren. Homoseksualiteit is anno 2026 nog altijd strafbaar in meer dan zestig landen.

Van Overeem en Borsboom spreken tevens met enkele aanjagers die een sleutelrol speelden bij het openstellen van het huwelijk in Nederland: advocaat en D66-Tweede Kamerlid Boris Dittrich, hoofdredacteur Henk Krol van De Gaykrant en de Amsterdamse burgemeester Job Cohen die de eerste van inmiddels ruim 36.000 universele huwelijken voltrok. Sindsdien hebben nog bijna veertig landen het huwelijk opengesteld voor paren van het gelijke geslacht.

Tegelijkertijd – en dat geeft deze terugblik op een scharnierpunt in de wereldwijde LHBTIQ+-historie urgentie – blijkt uit onderzoek dat de acceptatie in Nederland elk jaar terugloopt.

De Trut

Cinemien

Sinds 1985 organiseert de queerclub De Trut in Amsterdam elke zondagavond een feest, dat volledig door vrijwilligers wordt gerund. Iedereen mag zichzelf zijn en kan er zich veilig voelen. Met het geld dat met deze avonden wordt opgehaald, kan het Trutfonds bovendien wereldwijd LHBTIQA+-doelen steunen.

‘Queers and dykes’ only, meldt een bordje na binnenkomst. ‘No phones’, staat er even verderop. ‘No exceptions.’ Dat geldt dus ook voor regisseur Pim Mookhoek en deze aardige korte docu om het veertigjarige jubileum luister bij te zetten. De Trut (40 min.) is buiten de club zelf gefilmd en bestaat uit tien miniportretjes van vrijwilligers of bezoekers van De Trut en begunstigden van het bijbehorende fonds.

Die vormen samen een kleurrijke dwarsdoorsnede van de Trut-populatie en de LHBTIQA+-gemeenschap in het algemeen. Van eerste generatie Trutters zoals Robbie, die vindt dat de huidige lichting soms wel ‘erg self-centered’ is en wat vaker op de barricaden zou mogen staan, tot Jamila, die met gender speelt ‘omdat het kan’ en als drag king optreedt onder de naam Jamal le Coq. ‘Waarom niet?’

‘Ik identificeer mezelf vaak alleen als queer omdat ik dat een hele mooie overkoepelende term vind voor van alles en niks’, vertelt vrijwilligster Emma, die al sinds haar zestiende, toen ze nog een ‘baby gay’ was, in De Trut komt. ‘En zo voel ik me soms ook een beetje: van alles en niks.’ Emma vindt het ook totaal niet belangrijk hoe mensen haar aanspreken, zegt ze. ‘Zolang het maar enigszins met respect is.’

Zo heeft elke geportretteerde z’n eigen kijk op en ervaringen met de ‘safe space’ die De Trut nu en in het verleden, tijdens de AIDS-crisis bijvoorbeeld, vormt voor mensen die zich elders, in een wereld die volgens sommigen alsmaar intoleranter wordt, niet altijd even veilig voelen. Behalve een terugblik op veertig jaar Trut dient deze korte docu dus vooral ook als een pleidooi voor diversiteit en inclusie.

Azart Come Make Art

Marja de Vries / Amstelfilm

Van een vissersboot maakt hij een varend theater, dat ruim dertig jaar de wereld rond zeilt. Sinds 1989 vaart de Azart, het ‘Ship Of Fools’ van de Nederlandse avonturier August Dirks, vanuit Amsterdam de wereld rond. Iedereen is welkom aan boord bij dit narrenschip. Come make art! zegt de kapitein en artistiek leider van het internationale, steeds van samenstelling wisselende collectief van acteurs, muzikanten, theatermakers, komieken en kunstenaars enthousiast.

Dirks is ook alomtegenwoordig in de documentaire Azart Come Make Art (83 min.) van Masha Novikova, die in de jaren tachtig zelf een tijd op de zottenschuit woonde, en Annike Kaljouw, die het schip sinds 2017 volgt met haar camera. Hij krijgt van hen alle ruimte om in zijn eigen ronkende taal, koeterwaals soms, kond te doen van zijn geesteskind, dat de wilde wateren bevaart en in elke uithoek van de wereld aanmeert om daar ongegeneerd theater en lol te gaan maken.

Dat gaat bepaald niet altijd vanzelf. De geschiedenis van de Azart lijkt in deze joyeuze film soms ook op een feest van de gemiste kansen, met allerlei reizen en bestemmingen die ergens onderweg verdampen. Want Dirks’ Villa Kakelbont op zee hangt van de houwtje-touwtje oplossingen aan elkaar. En van binnen de lijntjes kleuren wil de kapitein doorgaans ook niet weten. Hij ligt dus nogal eens overhoop met pennenlikkers, die het ‘artistieke kapitaal’ van de Azart niet altijd op waarde schatten.

Via de historie van het schip en de perikelen aan de kade, verlevendigd met stop motion-animaties, benadrukken Novikova en Kaljouw en passant ook het belang van culturele broedplaatsen, waar kunstenaars de ruimte krijgen om te experimenteren, te falen én te groeien. Als culturele piraten hebben de kleurrijke bemanningsleden van de Azart, geïnspireerd door het schilderij Het Narrenschip van Jheronimus Bosch, bovendien werkelijk in alle windstreken drukte en jolijt gebracht.

Inmiddels wordt Dirks zelf, door fysieke malheur, gedwongen om pas op de plaats te maken. Voordat hij ‘voor onbepaalde tijd op wereldtournee vertrekt’ dient er in deze bruisende weerslag van de filosofie dat elke dag een feest zou kunnen/moeten worden dus een (voorlopige) eindbestemming gevonden te worden voor het schip dat hij met zoveel joie de vivre heeft aangestuurd en dat hem nog altijd levensadem geeft.

Kho Liang Ie – Ontwerper Van Zijn Tijd

Lex Reitsma / AVROTROS

Op het getuigschrift dat Kho Liang Ie (1927-1975) op 6 juli 1954 kreeg uitgereikt van het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs te Amsterdam, de latere Rietveldacademie, staat dat hij het eindexamen ‘binnenhuiskunst’ met goed gevolg heeft afgelegd. Zijn zoon Eng Tie Kho is er ruim zeventig jaar later nog altijd verguld mee. Kunst. Géén architectuur. ‘Ik denk dat hij juist een kunstenaar was, in wie hij was.’

De man die zou uitgroeien tot een toonaangevende industrieel ontwerper en interieurarchitect was in 1949 van Jakarta naar Nederland gekomen, volgens zijn dochter Mira met het idee dat hij snel zou terugkeren naar huis en dan een Chinese vrouw ging trouwen. Na zijn afstuderen werd hij echter al snel benaderd door Artifort uit Maastricht, de start van een bloeiende carrière als architect die uiteindelijk alleen slechts een jaar of twintig zou duren. Op 47-jarige leeftijd overleed Kho Liang Li, de designer van talloze meubels, interieurs en kantoortuinen, waaronder het interieur van het stationsgebouw van Schiphol.

Ruim vijftig jaar later is Kho Liang Ie – Ontwerper Van Zijn Tijd (52 min.) in de vergetelheid geraakt en beijvert met name zijn zoon Eng Bo zich voor een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam, de plek waar zijn vader bij leven en welzijn al eens exposeerde. Regisseur Lex Reitsma (Het Oog Dat Voelt: De Portretten Van Koos Breukel / Rietveldhuizen: Een Meubel Om In Te Wonen) volgt Ie’s kinderen tijdens de samenstelling van dit retrospectief en zoomt intussen, samen met collega’s en kunsthistoricus Ineke van Ginneke, in op de carrière en het levenswerk van de begenadigde ontwerper.

Hij behandelt diens ontwerpen ook daadwerkelijk als kunstwerken, zorgvuldig uitgestald en gestileerd vereeuwigd, die op geen enkele manier zijn te vergelijken met zielloze gebruiksvoorwerpen en die bovendien de tand des tijds doorgaans glansrijk hebben doorstaan. Zo wordt dit postume portret, in combinatie met de expositie die op dit moment in het Stedelijk Museum is te zien, een waardig eerbetoon aan leven en werk van Kho Liang Ie.

Helden Van De Galaxy

VPRO

Het bericht dat hij samen met zijn moeder en twee broertjes een huis toegewezen heeft gekregen, zorgt bij Abdulatif voor een belangrijke vraag: is er wel een voetbalclub in de buurt? De dertienjarige Syrische jongen is eraan gewend geraakt dat er altijd voetbalvriendjes in de buurt zijn. Hij woont al meer dan twee jaar op de Galaxy, een voormalig cruiseschip dat in de Amsterdamse haven ligt en dat al enige tijd wordt ingezet als asielzoekerscentrum. Er wonen inmiddels zo’n 1500 mensen uit landen als Syrië, Eritrea en Somalië.

Op dat schip volgt Mirjam Marks nog vier Helden Van De Galaxy (64 min.): het elfjarige Libische meisje Nour, Laila (10) uit Jemen en de broers Basel en Mohammad, kinderen die al op jonge leeftijd op drift zijn geraakt met (een deel van) hun familie. Onderweg van daar naar hier en God weet waar proberen ze er het beste van proberen te maken, op een schip dat nog steeds alle ruimte biedt voor vertier. Voetballen op het enorme parkeerdek, bijvoorbeeld. Maar ook: rolschaatsen in de lange gangen, verstoppertje spelen of zelf slijm maken in de Moonlight Bar.

Tussendoor laat Marks hen in deze vierdelige jeugdserie vertellen over hun eigen levens, die ze kleur geeft met metaforische verhaaltjes over respectievelijk een vogelkoning, klein visje, vriendelijke djinn en kleurrijke papegaai, opgedist door verteller Hajar Fargan en geïllustreerd met vrolijke geanimeerde figuurtjes. Zo worden de lotgevallen van de individuele kinderen in een sprookjesachtige context geplaatst, alsof ze simpelweg van het ene in het andere avontuur tuimelen. De levens van de jonge helden krijgen daardoor ook nooit een mistroostig karakter.

Er zit soms ook beweging in: van de Galaxy naar een doodgewone woning, waar het leven in Nederland opnieuw begint – of past echt. Van het schip mist Abdulatif daar eigenlijk niets, bekent hij enkele maanden later, als ie toch nog even op bezoek komt. Behalve: Mohammad. Want vrienden zijn voor deze vindingrijke kids, getuige de hartverwarmende verhalen die Mirjam Marks in vier vlot vertelde afleveringen optekent, in deze onzekere tijden letterlijk van levensbelang.

Het Hart Van Amsterdam

Verde Films / Mokum

Toen journalist Arnold-Jan Scheer en filmmaker Roy Dames in 1984 begonnen te filmen op de Amsterdamse Wallen, hadden ze vast niet kunnen vermoeden dat hun documentaire nog ruim veertig jaar op zich zou laten wachten. Het Hart Van Amsterdam (99 min.), voltooid met editor/cameraman Sven Jacobs, belicht de gouden jaren van de hoofdstedelijke penoze, vóórdat harddrugs de rosse buurt definitief veranderde. Een periode die sindsdien flink is geromantiseerd. Alsof onenigheid toen nog altijd met de blote vuist werd opgelost – en er naderhand samen nog eens op werd gedronken.

Scheer fungeert als gids en verteller in deze nostalgische rondgang door een wereld die werd gedomineerd door twee illustere personages: Zwarte Joop, de eigenaar van de bekende seksclub Casa Rosso aan de Oudezijds Achterburgwal, en de ongekroonde koning van de Zeedijk, Frits van de Wereld. ‘Ome Frits’, op diverse momenten geïnterviewd, komt daarbij veelvuldig zelf aan het woord en maakt van zijn hart bepaald geen moordkuil – al is het de vraag of hij altijd het achterste van zijn tong laat zien. Intussen worden de werkwijze en invloed van zijn concurrent Maurits ‘Zwarte Joop’ de Vries goed in de verf gezet door diens pleegzoon, misdaadjournalist Bas van Hout. 

Verder wordt deze anekdotische film bevolkt door een bonte stoet van vrije jongens, (kleine) criminelen en dames/heren van lichte zeden, zoals ‘De Godmother’ Thea Moear, vechtsporter/beveiliger Chris Dolman, de tweelingzussen Martine en Louise Fokkens, oud-sekswerker Rob van Delden en Henk de Vries, de grote man achter de bekende coffeeshopketen The Bulldog. Met Amsterdamse tongval, lekkere stelligheid en zo nu en dan wat volkse humor verhalen zij over een buurt met een slechte reputatie, z’n geheel eigen codes en ook het nodige persoonlijke leed. Want stuk voor stuk groeiden ze op met wat we nu een rugzakje zouden noemen en liepen ze ook naderhand nog butsen op.

De één had een psychopaat als moeder, de ander nooit een vader gehad. De Tweede Wereldoorlog had sommigen hard genoeg gemaakt voor een leven achter het raam, terwijl een ander juist op jonge leeftijd bewust voor dat beroep koos en zich later afvroeg of ze er eigenlijk wel klaar voor was geweest. En de ene zoon werd net als zijn vader souteneur, terwijl een ander kind juist ten onder ging aan de harddrugs waarin zijn vader naar alle waarschijnlijkheid, ook al ontkende hij dit ten stelligste, tóch handelde. Die wereld, met al z’n (valse) romantiek, geheel eigen moraal en dubbele bodems, wordt in Het Hart Van Amsterdam nog eens met grove pennenstreken opgetekend.

Een levendig tijdsdocument, met meer (sterke) verhalen dan diepgaande (zelf)reflectie, van een aards, hard, grappig en ogenschijnlijk ongecompliceerd Amsterdam, dat in de volksmond nog altijd doorgaat voor het échte Mokum.

Het Nieuwe Rijksmuseum

Column Film / Cinema Delicatessen

Trefzeker schildert Oeke Hoogendijk in deze vierdelige documentaireserie uit 2013 als een moderne Hollandse meester de eindeloze verbouwing van Het Rijksmuseum in Amsterdam, die in 2003 van start is gegaan en daarna alsmaar averij heeft opgelopen. Tien jaar lang bevindt het museum zich in transitie en wordt er over van alles en nog wat gebakkeleid: binnen het museum zelf en met de Fietsersbond, de Rijksgebouwendienst en de ingehuurde architecten uit Sevilla en Parijs.

Hoogendijk werkt in deze vierdelige serie, oorspronkelijk in twee delen uitgebracht in respectievelijk 2008 en 2013 en later ook nog vervat in een speciaal voor de bioscoop gemaakte film, voortdurend met contrast en synergie. Met een verduiveld slimme parallelmontage, waardoor verhaallijnen samenvloeien of op elkaar botsen, smeedt ze een meeslepend epos, waarin eindeloos gedoe over de restauratie van het museumgebouw, gesymboliseerd door een hoogoplopende publieke ruzie over de onderdoorgang en fietserstunnel, wordt gepaard aan datgene wat alle medewerkers van het museum bindt: hun uitputtende kennis van en pure liefde voor kunst. Elk (gerestaureerd) kunstwerk, elke (mogelijke) nieuwe aankoop en, ja ook, elk twistgesprek is doordesemd van pure passie voor het museum en z’n collectie.

Het Nieuwe Rijksmuseum (217 min.) heeft ook zijn eigen ‘helden’ voortgebracht: de degelijke hoofddirecteur Ronald de Leeuw, bijvoorbeeld, die had gehoopt het nieuwe Rijksmuseum op te kunnen leveren voor zijn pensioen. Diens flamboyante opvolger Wim Pijbes, die altijd wel een steen in zijn achterzak lijkt te hebben, om in de vijver te gooien. En de purist Taco Dibbits, die eerst als hoofd conservator 17e eeuw en later als directeur collecties openlijk warm loopt voor de topfunctie (en die in 2016 ook daadwerkelijk hoofddirecteur zal worden). Pijbes claimt later als directeur van een nieuw migratiemuseum ook een prominente rol in The Road To Fenix, terwijl Dibbits vanuit Het Rijksmuseum nog in diverse documentaires (Mijn Rembrandt, Nieuw Licht: Het Rijksmuseum En De Slavernij en De Vereniging Rembrandt) zal figureren.

Behalve deze kopstukken stelen ook talloze stille krachten van Het Rijksmuseum op hun eigen manier de show. De kakkineuze hoofdconservator 18e eeuw Reinier Baarsen bijvoorbeeld, onvermoeibaar druk met het inrichten van zijn ideale ruimte. Huismeester Leo van Gerven, een noeste werker die dagelijks waakt over het gebouw en met een buks jaagt op duiven. En het zachtmoedige hoofd van het Aziatische Paviljoen Menno Fitski, wiens ogen beginnen te glinsteren bij alles wat met de aankoop van twee levensgrote beelden van Japanse tempelwachters heeft te maken. Het zijn boeiende karakters binnen een wereld die, met behulp ook van een kleurrijke klassieke soundtrack, nog niet eerder zo meeslepend in beeld is gebracht. En als alles is overwonnen en uitgevochten, volgt een aangrijpende apotheose: de officiële opening van Het Nieuwe Rijksmuseum.

Tina In Sexbierum

VPRO

Haar vrienden voorspellen dat ze binnen de kortste keren terug komt naar Amsterdam. Met hangende pootjes, natuurlijk. Want wat heeft zij als Iraanse kunstenares nu te zoeken in – ongemakkelijke stilte, nauwelijks onderdrukte lach of misprijzende blik – een dorp in Friesland? Tina Farifteh (Kitten Of Vluchteling?) gaat het desondanks proberen in het verre Noorden, waar ook nog Nederlanders schijnen te wonen.

In Sexbierum sluit ze vriendschap met de aimabele aardappelboer Auke. Zijn hele familie, inclusief zijn vrouw, ligt begraven in het Friese dorp. En Auke, inmiddels al even in de tachtig, straks ook. ‘Ik wil hier ook koste wat het kost niet vandaan’, zegt hij stellig. Zij krijgen hem echt met nog geen honderd paarden Sexbierum uit. ‘Zelfs jij niet.’ Auke is weleens in Amsterdam geweest, vertelt hij lachend, maar dan wil ie meestal al snel weer terug naar huis. ‘Dan begonnen we halverwege de Afsluitdijk het Friese volkslied weer te zingen.’

Die dijk is Tina, op zoek naar een betaalbare woning, nu ook overgestoken. In Amsterdam heeft ze zich nooit ‘de ander’ gevoeld. Lukt het haar in Sexbierum ook om onderdeel te worden van de ‘Mienskip’, de plaatselijke gemeenschap? Dat lijkt tevens de centrale vraag van de driedelige serie Tina In Sexbierum (95 min.). Kan zij zich als ontwortelde vrouw thuis voelen in de provincie – en buiten haar eigen bubbel? Samen met de plaatselijke bevolking, enkele ‘Hollanders’ en andere import tast Farifteh de grenzen af.

Is het Sinterklaasfeest in Sexbierum bijvoorbeeld een beetje met z’n tijd meegegaan? En in hoeverre is integratie in het Friese dorp werkelijk een proces dat van beide kanten komt? Wat valt er op dat gebied te leren van de fanfare, die is samengegaan met twee andere verenigingen? Naarmate de miniserie vordert, krijgt die ook meer scherpe randjes – niet in het minst omdat de situatie in Fariftehs geboorteland Iran steeds verder ontspoort en zij zich daardoor nog eens extra realiseert waar ze vandaan komt en waar ze nu is beland.

Ver van Teheran verlangt ‘Onze Vrouw in Friesland’ naar een thuisgevoel, waarin al wat zij is op een vanzelfsprekende manier samenkomt. Ze drukt die behoefte uit in een theatrale apotheose, de zorgvuldig gechoreografeerde ontmoeting tussen haar twee werelden waarmee Tina in Sexbierum, onderdeel van een gelijknamig transmediaal project, wordt afgerond. Die voelt enigszins als een Fremdkörper, niet in het minst omdat de held van deze fijne serie, haar steun en toeverlaat Auke, dan even ontbreekt.

Verweesd Eigendom

The Film Kitchen / Max

Ruim tachtig jaar later zijn ruim drieduizend objecten, persoonlijke bezittingen die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s werden geroofd van Joodse families en kunsthandelaren, nog altijd verweesd.

Tegenwoordig zijn de schilderijen, kasten, tapijten en andere spullen in bewaring bij de Nederlandse staat. Een groot deel bevindt zich in het depot van het Collectiecentrum Nederland te Amersfoort. Researchers gaan vier jaar lang onderzoek doen om deze ‘verweesde objecten’ te koppelen aan nabestaanden van de oorspronkelijke eigenaren, die de Tweede Wereldoorlog doorgaans niet hebben overleefd.

In de geserreerde documentaire Verweesd Eigendom (50 min.) volgen Piet de Blaauw en Frénk van der Linden dit proces aan de hand van twee concrete voorbeelden. De casus Van Son bijvoorbeeld. Als de Joodse familie uit Hilversum in 1940 met de boot naar Engeland is vertrokken, trekt een NSB’er in hun huis. Na de oorlog blijkt het meubilair en de kunstverzameling te zijn verdwenen.

Het schilderij Lezende Vrouw van de kunstenaar Jan Sluijters uit 1911 is bijvoorbeeld weg. Enkele jaren later duikt het werk ineens op bij de Biënnale in Venetië, waarna het wordt aangekocht door Het Van Abbemuseum in Eindhoven. Namens de jongste zoon Mischa van Son, wiens gezondheid inmiddels erg broos is, probeert familievriend André Broers het schilderij nu terug te krijgen.

De zussen Renée en Denise Citroen krijgen intussen bericht dat er servies is getraceerd van hun grootouders, die zijn vermoord in het vernietigingskamp Auschwitz. Of ze een claim willen indienen? Dat idee haalt emotioneel heel wat overhoop. In de praktijk blijkt het echter bijzonder lastig om de borden van het echtpaar, dat in Amsterdam een juwelierszaak runde, daadwerkelijk te verkrijgen.

Want hoewel alle betrokken functionarissen en organisaties welwillend zijn om geroofde spullen terug te bezorgen, zit de bureaucratie hen danig in de weg. Tot grote frustratie van de nabestaanden, die het gevoel krijgen dat ze blij zijn gemaakt met een dode mus. Tegelijk wordt de ‘culturele shoah’, constateren de zussen Citroen verontwaardigd in deze ingetogen pijnlijke film, niet gecorrigeerd.

De Nederlandse autoriteiten hebben te veel een ambtenarenmentaliteit om zich emotioneel in te kunnen leven, stelt ook Andre Broers bozig. Het aanvragen van restitutie blijkt steeds weer een mijnenveld waarin het gemakkelijk verdwalen is – en gewond raken bijna onvermijdelijk lijkt. Met als gevolg dat sommige rechthebbenden niet eens meer aan de pijnlijke en dure procedure beginnen.

De Adviescommissie-Asscher adviseerde onlangs overigens aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: maak Joodse roofkunst uit depots zichtbaar.