Klassen

Human

Zou Dennis van de Dierenwinkel zich nog melden? Bij het begin van de zevendelige serie Klassen (350 min.) begin je héél even te twijfelen: die voice-over stem, die lekker losse vertelwijze, die zorgvuldige casting, die toegang tot precaire situaties en die bijzonder smaakvolle muziek. Is dit een nieuwe aflevering van Schuldig, de gelauwerde documentaireserie uit 2016 over schuldenproblematiek in Amsterdam-Noord, waarmee Dennis uitgroeide tot een publiekslieveling?

Nee, dit is een logisch vervolg. Dezelfde toon, setting en invalshoek, andere thematiek. Kansen(on)gelijkheid in het onderwijs, ditmaal. Aan de hand van enkele Amsterdamse kinderen in het laatste jaar van de basisschool, die worden voorbereid op hun overstap naar de middelbare, en enkele tieners die daar net terecht zijn gekomen schetsen Ester Gould, Sarah Sylbing en Daan Bol een levendig portret van een multiculturele samenleving, waarbinnen klasseverschillen, en bijbehorende problemen zoals onderadvisering van vooral allochtone basisschoolkinderen, aan de orde van de dag zijn (gebleven).

Op de Weidevogel hoopt bijvoorbeeld vrijwel iedere leerling op een VWO-advies, terwijl de kinderen op sommige andere scholen – noem het vooral geen zwarte scholen – stelselmatig een lager advies krijgen dan hun prestaties eigenlijk rechtvaardigen. Het is één van de voornaamste thema’s van de Amsterdamse wethouder van onderwijs en armoede, Marjolein Moorman (PvdA), onderwijspsycholoog Bowen Paulle (die spreekt over ‘the prison of low expectations’) en schoolbestuurder Mirjam Leinders, enkele van de professionals in deze Nederlandse evenknie van de veelgeprezen serie America To Me. Intussen proberen de leerlingen en hun bijzonder betrokken leerkrachten ‘gewoon’ het uiterste eruit te halen – of, tenminste, op koers of het rechte pad te blijven.

Halverwege de eerste aflevering van deze bijzonder boeiende serie, waarvan ik tot dusver vier afleveringen heb gezien, komt zowaar Dennis van de Dierenwinkel nog even langs, als een toevallige passant in het leven van de kinderen en een subtiele herinnering aan het feit dat Schuldig en Klassen zich in hetzelfde decor afspelen en thematisch ook nauw verweven zijn.

Dood In De Bijlmer

Witfilm

‘Nederland ziet er niet meer uit zoals Anita van Loon’, zegt Anita van Loon. De medewerkster van uitvaartorganisatie Yarden en hoofdpersoon van de documentaire Dood In De Bijlmer (74 min.) wordt verantwoordelijk voor ‘het eerste multiculturele uitvaartcentrum van Nederland‘, dat moet verschijnen in Amsterdam-zuidoost.

Van Loon bezoekt in dat kader diverse gemeenschappen om bij de potentiële clièntele de vraag te inventariseren. Worden de toiletten wel groot genoeg? vraagt een vrouw van Afrikaanse komaf. Ze is bang dat ze met haar traditionele gewaad niet terecht kan op een kleine Nederlandse wc. Kan ik voor mijn uitvaart mijn eigen drankjes meenemen uit de Lidl of Aldi? wil een man weten.

En er moet een keuken komen in het nieuwe centrum, constateren ze bij de uitvaartonderneming. Zodat er roti kan worden gekookt. Gelukkig mag er op de gekozen plek gewoon lawaai gemaakt worden. Want Ghanezen willen tijdens hun afscheidsceremonies kunnen dansen. Terwijl ze zich zo verdiept in hoe andere culturen de overledene uitgeleide doen, bijvoorbeeld via een soort re-enactment van een Hindoestaanse uitvaart, krijgt Van Loon in eigen kring te maken met een sterfgeval.

‘De dood is wel een dingetje’, constateert ze in deze intrigerende documentaire van Paul Sin Nam Rigter. Intussen kost het haar werkgever heel wat kruim om de business case voor het nieuwe uitvaartcentrum rond te maken. Want is er bij elke cultuur wel evenveel behoefte? De moskee redt het bijvoorbeeld best op eigen kracht. ‘Dit land is gestoeld op het christendom.’, stelt oprichter Muhammad Gaffar scherp. ‘Ze hebben alles verwaarloosd.’

Gedurende vijf jaar volgt Dood In De Bijlmer (Internationale titel: Dealing With Death) het proces dat moet leiden tot een breed gedragen uitvaartcentrum. Tegelijkertijd zoomt de film via bijzonder sprekende fly on the wall-scènes ook in op verschillende uitvaartdiensten, waarbij een zeer extraverte Ghanese afscheidsbijeenkomst en een traditionele Nederlandse begrafenis bijvoorbeeld parallel zijn gemonteerd.

Zulke intieme inkijkjes in verschillende culturen maken tevens helder hoe weinig we eigenlijk van elkaar weten, ook al maken we misschien gebruik van dezelfde school of supermarkt. Het is een gedachte die ook bij Anita van Loon post lijkt te vatten. Ze begint zich af te vragen of dat idee van een uitvaartcentrum voor iedereen niet een zinsbegoocheling is. Want dood gaan we allemaal, maar afscheid nemen doet ieder toch echt op zijn of haar eigen manier. En in zijn eigen omgeving.

Dierbaren

Doxy

Als een levensgevaarlijke crimineel wordt hij binnengebracht. Drie medewerkers proberen hem letterlijk op afstand te houden, maar hij bijt flink van zich af. Uiteindelijk weten ze hem toch in een cel te krijgen. Moederziel alleen blijft de agressieveling achter, ineens toch behoorlijk klein.

Hij is niet de enige. Met de regelmaat van de klok worden er honden, katten en konijnen binnengebracht bij de Dierenopvang Amsterdam (DOA). Ze worden zorgvuldig geregistreerd. ‘Moet nog langs DA’, staat er bij de één op het raam geschreven. ‘Afstand -> katten jagen’, bij een ander. En, met gevoel voor understatement: ‘niet leuk naar andere honden.’

Dierbaren (73 min.) wordt louter bevolkt door verschoppelingen. Afgedankt door een baasje, dat hen gewoon niet kon verzorgen, toch liever kwijt dan rijk was of zelf deze wereld inmiddels heeft verlaten. Tijdens de teamvergadering bespreken de medewerkers van de opvang of ze nog wat voor zo’n dier kunnen doen. ‘Is ie al op Facebook geweest, met een zielig verhaal?’

De dieren lijken een afspiegeling van de vrijwilligers, voormalige baasjes en potentiële nieuwe eigenaren die deze observerende film van Saskia Gubbels bevolken. Zij hebben zo ook hun butsen en krassen opgelopen in het leven en krijgen zo nu en dan ruimte om daarover te vertellen. Liefdevol proberen ze de dieren, elkaar en zichzelf bij DOA op te lappen.

Totdat hun tijd erop zit en het raam van het dierenhok kan worden schoongepoetst. Omdat de hond een nieuw thuis heeft gevonden of – de dramatische apotheose van deze filmische docu, waarin de warmbloedige begeleiding en klinische omgeving lekker contrasteren – het dier geen toekomst meer heeft.

Ruut Weissman – De Hoofdpersoon

NTR

Hij is een grote man. Letterlijk. En figuurlijk. Groter dan hij zelf waarschijnlijk in de gaten heeft. En blijkbaar was dat in de jaren zeventig – toen hij eind twintig was, theatervoorstellingen regisseerde en de Theaterschool & Kleinkunstacademie in Amsterdam runde – ook al zo. Dat verleden heeft Ruut Weissman enkele jaren geleden ingehaald. Hij werd, zoals hij dat zelf zegt, ‘meegenomen in die #metoo-storm’ en lijdend voorwerp van enkele pijnlijke publicaties.

‘Je wilt niet weten wat dat voor een impact heeft’, vertelt Weissman aan documentairemaakster Judith de Leeuw, die met hem een theatervoorstelling over de kwestie gaat maken en het maakproces daarvan wil vastleggen in een film. ‘Daar wil ik ook helemaal niet zielig over doen, maar dat is wel wat het is. Ik heb echt overwogen om voor de trein te springen op een gegeven moment.’

Ruut Weissman – De Hoofdpersoon (78 min.) start met diezelfde voorstelling, Priviliged Man, een monoloog van actrice Harriët Stroet, die ook zo haar #metoo-ervaringen heeft. ‘Ik heb bedacht dat ik hem nog een keer wil spreken’, zegt ze, alleen op het podium. ‘Ik heb hem benaderd en hij heeft zonder aarzelen ingestemd. De ontmoeting vindt plaats in een oude tuin van een grachtenhuis. In dat grachtenhuis was de school gevestigd, toen. Hier ben ik – kan ik dat zeggen? – gelukkig geweest en ook gewond geraakt.’

Als de thematiek van de voorstelling, en daarmee ook van deze documentaire, helder is neergezet, introduceert De Leeuw haar hoofdpersonage. Ze probeert hem tevens te regisseren, voorwaar geen sinecure. De spanning tussen de filmmaakster en haar protagonist – en eerder al tussen docent en student en later in de film tussen regisseur en actrice – vormen het hart van dit broeierige portret van Weissman, een overheersende man, een explosief heerschap en – soms – een aandoenlijk jongetje.

Via alle aanvaringen, toenaderingspogingen en (bijna)liefdesverklaringen, die parallel zijn gemonteerd met delen uit de voorstelling waaraan ze werken, openbaart zich een gepassioneerde kerel met een aanzienlijke geldingsdrang, ‘al was het alleen maar om mijn moeder te laten zien dat ze niet voor niets de kampen heeft overleefd’. Een alfaman, aimabel ook, die volgens eigen zeggen niet doorhad welke positie hij had. In een tijd ook, waarin dat nog best vanzelfsprekend was.

Doordat Judith de Leeuw hem in al zijn complexiteit probeert te laten zien, wordt Ruut Weissman – De Hoofpersoon een waardevolle aanvulling op alle #metoo-documentaires vanuit slachtofferperspectief, die demonstreert hoe verschillend mensen, afhankelijk van hun eigen rol daarin, dezelfde werkelijkheid kunnen beleven. Én een intense, spannende en toch ook dappere film over zo’n man, die groter lijkt dan goed voor hem (en anderen) is.

Ruut Weissman – De Hoofdpersoon is hier te bekijken.

Dichterbij

EO

‘Dames, ik ben de dakloze dichter van Amsterdam’, zegt Hilmano van Velzen tegen de twee vrouwen voor wie hij net in een winkelcentrum in Almere vol vuur een gedicht heeft voorgedragen. Hij ziet er opvallend uit: een Surinamer in een schreeuwerige bontjas, met een zwarte capuchon op en behangen met opzichtige kettingen. Hij neemt de complimentjes in ontvangst en schakelt dan door: ‘En ik ben op zoek naar mijn vader. Die heb ik jaren niet gezien.’

Die vader is een steeds terugkerend thema in de gesprekken met de straatpoëet, voor wie de stad een soort huiskamer is geworden. Ze zijn ooit, ergens, gebrouilleerd geraakt en Hilmano kan dat nog altijd niet verkroppen. Samen met zijn vriendin Iris probeert hij Dichterbij (25 min.) de man te komen, die dat contact blijkbaar al een hele tijd afhoudt. En dichter bij de jongen die hij ooit moet zijn geweest.

De dakloze dichter is ook wel een opvallend portret. Al ruim 35 jaar struint hij door zijn stad (‘liever in Mokum zonder poen dan in Parijs met een miljoen’) en brengt hij zijn poëzie aan de man. Een geboren performer, dromend van z’n grote doorbraak. Er staat inmiddels ook een gedichtenbundel op stapel. Binnen drie maanden denkt Hilmano er zeker een miljoen van te kunnen verkopen. Alleen in Nederland, welteverstaan. ‘En dan die hele merchandise erbij!’

Die overmoed staat vast niet helemaal los van de harddrugs die hij, ook voor de camera, gebruikt in deze intrigerende korte film van Caroline Keman. Want soms kan zijn stemming ineens helemaal omslaan, ook in de relatie met Iris. Het maakt van hem ongetwijfeld een moeilijke en onvoorspelbare man, maar ook een fascinerend documentaire-personage. Zo’n man waar je, met een mengeling van plezier, irritatie en compassie, maar naar blijft kijken.

Keman doet dat met een onmiskenbaar gevoel voor sfeer en compositie. Dichterbij wordt daardoor een hallucinante film, die stiekem onder de huid kruipt. Over een man die met veel bravoure paradeert over het slappe koord tussen genie en gekte, waar hij elk moment vanaf kan donderen. ‘Ik heb niet overal antwoorden op, hè?’ zegt hij zelf. ‘Ik weet alleen dat de poëzie op het juiste moment in mijn leven is gekomen en dat het heelt en dat het verzacht. En dat de dromen die ik altijd had niet voor niets zijn geweest.’

Dichterbij is (tussen 20.00 uur en 6.00 uur) hier te bekijken.

Bestemming Sobibor

VPRO

Het is een reis die niemand uit vrije wil maakt. Die wordt uitgesteld tot hij onontkoombaar is geworden. En die onvermijdelijk diepe sporen achterlaat. De reis die vrijwel al je familieleden fataal werd.

75 Jaar nadat zijn grootouders en hun kinderen werden afgevoerd naar een nazivernietigingskamp in het Oosten van Polen, reist Hein Piller de Bruijn hen achterna. Zijn moeder, het enige familielid dat de tragedie overleefde, een baby’tje nog destijds, blijft achter in Nederland. Hij kan haar wel bellen als hij vragen heeft. Want hoe zij precies de dans is ontsprongen, daarover hebben de twee het nooit echt gehad.

Heins tocht voert hem van Amsterdam naar Westerbork en via de Poolse stad waar zijn familie ooit huisde uiteindelijk naar Bestemming Sobibor (57 min.). Hij wordt daarbij vergezeld door zijn filmende vriend Raymond Grimbergen, die hem bestookt met indringende vragen en kritische opmerkingen. Hij kan nauwelijks geloven dat Hein bepaalde dingen helemaal niet weet en ook nooit eens heeft uitgezocht.

Die tweegesprekken vormen het hart van deze roadmovie in zwart-wit, die nooit meer wordt dan een emotioneel geladen bijna-aflevering van het televisieprogramma Verborgen Verleden. Een indringend verhaal, nauwelijks te bevatten voor een buitenstaander, maar ook een verhaal dat al heel vaak, en eerlijk gezegd ook met beduidend meer impact, is verteld.

Vergeten

Henny en Ruud Foppen

‘Er is iets in mijn hoofd dat niet goed is’, zegt de oudere Amsterdammer Ruud Foppen tijdens het ontbijt. ‘En ik laat er ook niets aan doen, aan dat hoofd. Ik kijk wel uit!’ Zijn vrouw Henny is de wanhoop inmiddels nabij: ‘Ze moeten er zo twee opnemen, in plaats van één.’ Haar echtgenoot is thuis eigenlijk niet meer te handhaven, maar je kan zo’n man toch ook niet zomaar het huis uitzetten?

Uiteindelijk wordt opname voor meneer Foppen toch onvermijdelijk. In het verpleeghuis gaat hij zienderogen achteruit. Totdat hij zijn vrouw nauwelijks meer herkent en bovendien waar zij bij is begint aan te pappen met een mevrouw die hij in het tehuis heeft leren kennen. ‘Hou je nog van me, lieverd?’ vraagt Henny tevergeefs. Afscheid nemen doet zo wel heel erg veel pijn. ‘Maar ja, die man kan er ook niks aan doen.’

Het echtpaar Foppen wordt vier jaar lang gevolgd in de klassieke dementiedocumentaire Vergeten (116 min.), waarvoor regisseur Ireen van Ditshuyzen in 1995 een Zilveren Nipkowschijf ontving. Net als de andere hoofdpersonen maken Ruud en Henny Foppen deel uit van het zogenaamde Amstel Project, een onderzoek onder 4000 Nederlandse bejaarden. Neuroloog Cees Jonker en zijn collega’s hopen via hen te kunnen ontdekken wie Alzheimer krijgt en wie niet.

Nick Hobbelman wil z’n steentje bijdragen aan dat onderzoek naar ‘vergeetachtigheid’. Hoewel zelfs het bedienen van de nieuwe televisie zo langzamerhand een onoverkomelijk probleem begint te worden, krijgt de nette heer het woord dementie nog altijd niet over de lippen. Chris Schülein was volgens zijn vrouw Riek altijd het middelpunt van de belangstelling. ‘En nu staat-ie overal naast’, zegt ze. ‘En dat weet-ie zelf zo goed. Dat is zo verdrietig.’

Corrie Sproet, de laatste hoofdpersoon van deze indrukwekkende film over een ziekte die ons allen kan treffen, zit nog in de ontkenningsfase. Ze krijgt geheugentraining in het ‘Douwes Dekkershuis’. Ook haar partner, de goedmoedige Henk Glasius, zal in de navolgende jaren voor godsonmogelijke keuzes komen te staan, met een vrouw die weigert te accepteren dat ze niet meer is wie is en die zeker niet wil horen dat ze thuis eigenlijk niet meer is te handhaven.

Van Ditshuyzen legt het proces dat patiënt en partner, samen en los van elkaar, moeten doormaken van heel dichtbij en toch respectvol vast. Doordat ze hen jarenlang volgt, kan de filmmaakster bovendien echt de ontwikkeling van dementie, een aandoening die uiteindelijk het gehele leven ontwricht, in beeld brengen. Daarmee heeft ze een wezenlijke bijdrage geleverd aan het (h)erkennen van een ziekte waarmee we allemaal op de één of andere manier te maken krijgen.

Vergeten is hier te bekijken.

Vieren Wat Kapot Is

AVROTROS

‘Van wie is dit werk hier?’ vraagt kunstenaar Bas van Wieringen aan een suppoost van het Stedelijk Museum in Amsterdam. ‘Nee, dat is gewoon stuk eigenlijk’, antwoordt de man. Toch staan er mensen te kijken bij de plek waar het parket is opengebroken en die officieel lijkt te zijn afgezet. ‘Ik vind het eigenlijk wel mooi’, zegt Van Wieringen. ‘Sommige mensen denken dat het een kunstwerk is’, reageert de suppoost met een brede glimlach.

De kunstenaar besluit bezoekers ermee te confronteren: is dit nu kunst of niet? De meesten denken dat het een gat in de grond is, maar helemaal zeker weten ze het ook niet. Waarmee het thema van de documentaire Vieren Wat Kapot Is (50 min.) meteen goed in de verf is gezet. Want Van Wieringens eigen kunst wordt ook niet altijd als zodanig herkend. In 2017 is een klein minimalistisch schilderij per ongeluk door een medewerker van het Frans Hals Museum overgeschilderd met latex. Dat veroorzaakte nogal wat commotie.

Het voorval was voor Denise Janzée aanleiding om een film te maken over ‘beschadigde kunst’, waarin ze de conceptuele kunstenaar aan het werk laat zien. Met een lamp die kapot wordt geslagen tegen de muur, een klok die op een vaste tijd wordt vastgespijkerd en een brandblusser die vuur en vlam vat, bijvoorbeeld. Intussen speelt op de achtergrond nog altijd de vraag wat er moet gebeuren met het overgeschilderde schilderijtje? Is dat een beschadigd kunstwerk of juist een nieuw werk geworden? Heeft het zijn waarde behouden? En kan er wellicht zelfs nog waarde aan worden toegevoegd?

Zo wordt deze documentaire behalve een aaneenschakeling van vermakelijke experimenten en projecten tevens een interessante gedachte-exercitie over wat nu eigenlijk kunst is of wordt. Én, als aardige uitsmijter, hoe je dat dan exposeert.

Vrankrix En Het Amsterdamse Rijk

De vergelijking met Asterix en Obelix is onvermijdelijk: dat ene kleine dorpje dat zich te weer stelt tegen de wereld om zich heen. Een stadsdorpje in dit geval, dat zich blijft verzetten tegen het moderne Amsterdam. Gentrificatie heet de hedendaagse bedreiging, maar in wezen is dat gewoon een moderne variant op de woningnood die eind jaren zeventig het ontstaan van de kraakbeweging aanjoeg.

De linkse idealen en dwarse attitude van toen worden nog altijd gehuldigd in Vrankrijk (‘autonoom & solidair’), het bekendste kraakpand van Nederland dat tegenwoordig overigens gewoon in eigendom is van de negentien bewoners. De LGBTI-gemeenschap heeft er een thuis gevonden, vluchtelingen zijn er altijd welkom en obscure acts vinden er een podium. Onverwoestbare linkse idealen worden in het krakersbolwerk nog altijd vervat in ouderwetse of – zo je wilt – tijdloze slogans.

In Vrankrix En Het Amsterdamse Rijk (57 min.) portretteert Annegriet Wietsma de beweging van binnenuit, waarbij ze er enkele kleurrijke bewoners uitlicht, mensen die doelbewust de marge van de samenleving hebben opgezocht. Ze voldoen daarmee moeiteloos aan het clichébeeld dat menigeen van krakers zal hebben: met de Vranse slag onderhouden hanenkammen, verwassen T-shirts en afgetrapte legerkistjes. Voorzien van een overdaad aan opzichtige tattoos en piercings bovendien.

Hoewel Wietsma als eerste uitgebreid toegang heeft gekregen tot het doorgaans gesloten bastion, komt ze in deze toch wat magere documentaire, voorzien van schreeuwerige stripvormgeving die perfect aansluit bij de esthetiek van de beweging, ook niet veel verder: een tamelijk oppervlakkig beeld van de gedreven populatie van dat ene kleine dorpje, dat zich blijft verzetten tegen een stad die steeds nadrukkelijker in handen komt van (buitenlandse) projectontwikkelaars en investeringsmaatschappijen.

Op De Tast: Tussen Verbeelding En Herinnering

EO

‘Je groeit natuurlijk mee met zo’n stad’, zegt Marianne Polderman. ‘Maar op een gegeven moment is de maat vol en denk je: het is tijd om weg te zijn hier.’ Samen met haar eveneens blinde echtgenoot Ronald woont ze al veertig jaar op tweehoog in een flat in Amsterdam-Slotervaart. De stad wordt langzamerhand echter te druk voor het oudere echtpaar, dat zich Op De Tast: Tussen Verbeelding En Herinnering (55 min.) door de wereld beweegt.

In de openingsscène van deze observerende documentaire van Thomas Doebele en Maarten Schmidt moeten ze zo ook hun nieuwe woning leren kennen. Met hun handen volgen Marianne en Ronald de contouren van de muur en proberen ze zich te oriënteren op de plek waar hun leven zich voortaan zal afspelen: Het Schild, een beschermde woonomgeving voor blinden en slechtzienden op de Veluwe.

Deze film is echter nog grotendeels gesitueerd in de wereld waarvan zij vrijwel hun hele leven deel hebben uitgemaakt: een levendige en rumoerige stad, die voortdurend onderhavig is aan veranderingen en waarin het leeftempo steeds verder wordt opgeschroefd. Totdat ’t voor het echtpaar Polderman nauwelijks meer is bij te benen. Een doodgewoon middagje boodschappen doen wordt al snel een onzekere ontdekkingstocht.

Doebele en Schmidt slaan hun hoofdpersonen van enige afstand gade en slagen er zo perfect in om dat gevoel tastbaar te maken. Als kijker zie je voortdurend potentieel gevaar waarvan de hoofdpersonen op dat moment nog geen vermoeden hebben. Dat geldt zelfs voor de nieuwe leefomgeving van het echtpaar, die weliswaar aangepast en voorspelbaar is, maar voor hen in eerste instantie net zo onoverzichtelijk en onvoorspelbaar oogt als hartje Amsterdam.

Raymond!

NTR

‘Wat bent u?’ vraagt een jongetje als Raymond van het Groenewoud, achtervolgd door een cameraploeg, het schoolplein van de Amsterdamse Montessori school oploopt. ‘Ik zing’, antwoordt die goedgeluimd. ‘Een zanger dus. Een Belgische zanger.’ Een meisje wil weten waarom hij dan in Nederland is. ‘Omdat ik hier naar school ging toen ik zeven of acht jaar oud was’, antwoordt Van het Groenewoud vriendelijk. ‘In de Tweede Wereldoorlog?’ wil een jongen weten. ‘Nee, nee, na de Tweede Wereldoorlog’, reageert hij ad rem. ‘Vóór de volgende.’

En daarmee is de toon gezet voor dit lekker scherpe portret van de Vlaamse muzikant, die zijn wortels in Nederland heeft liggen. In Raymond! (60 min.) onderneemt Van het Groenewoud een onvervalste trip nostalgia langs de plekken die zijn leven en carrière hebben gevormd. Wat begint als een weemoedige stroom van herinneringen (versterkt met fraaie uitvoeringen van sleutelliedjes op locatie, begeleid door Golden Earring, Black Box Revelation en Triggerfinger) mondt uiteindelijk uit in een bij vlagen tamelijk schrijnend (zelf)portret, zeker als zijn zoons en ex-geliefden als de zussen Mie en Nana de Backer aan het woord komen.

Er is een voorkant, stelt zijn laatste echtgenote Sigrid Spruyt. Een prachtig, imposant en wondermooi oeuvre. ‘Maar als je omkijkt en je kijkt naar de achterkant, dan zie je natuurlijk de puinhopen die het gekost heeft om dat op te bouwen. Je zou het als een soort seriemoord op relaties kunnen zien.’ Van het Groenewoud zelf beaamt dit min of meer. Het was een keuze tussen: ‘Wil ik het juiste leven, waarbij ik pijn doe? Of wil ik geen pijn doen en daardoor scheefgetrokken leven?’ Hij heeft het antwoord geformuleerd dat veel kunstenaars geven. ‘Dan heb ik eigenlijk op den duur altijd gekozen voor: ik wil het juiste parcours doen. Ook als het vreselijk veel pijn doet of kan doen.’

Zo kenschetst filmmaker Karel van Mileghem in Raymond! trefzeker de somberaar achter de songschrijver. Van het Groenewouds composities krijgen daardoor nog eens extra lading. En ’s mans songboek bevat ook genoeg luchtige bijdragen (waaronder zijn gospelhit Liefde Voor Muziek, die hij uitvoert op het schoolplein van het atheneum, waar hij in de jaren zestig acht jaar nodig had om uit te vinden dat hij er helemaal niets te zoeken had) om ervoor te zorgen dat dit portret nooit al te zwaarmoedig wordt.

Terug Naar De Akbarstraat

NTR

‘Als dit hele wijkje in Marokko zou wonen, dan zou het niet zo’n vuile troep op straat zijn’, constateerde Felix Rottenberg in 2002 provocerend in de driedelige docu De Akbarstraat. Heeft hij de bewoners van de Kolenkitbuurt in Amsterdam-West destijds tekort gedaan met zulke boude stellingen? Rottenberg gaat het zelf vragen in de wijk, die in 2007 nog tot dé probleembuurt van Nederland werd uitgeroepen. In het genuanceerde tweeluik Terug Naar De Akbarstraat (120 min.), geregisseerd door Gülsah Dogan.

Inmiddels wordt er flink gesloopt en gebouwd in de wijk die ooit was bedoeld als een ‘walhalla voor Hollandse arbeiders’. Toen Rottenberg enkele tientallen jaren later langskwam bleek die wensdroom echter allang dood en begraven en was de Kolenkitbuurt een toevluchtsoord geworden voor wat hij zelf omschrijft als ‘de nieuwe armen’: gastarbeiders. In de voorgaande jaren was bovendien, onder invloed van politici als Bolkestein en Fortuyn, het Nederlandse integratiedebat flink verhard en werd er zelfs gesproken over een multicultureel drama.

‘Er is hier in deze buurt absoluut geen sprake van integratie’, constateerde André Hammersma, die toentertijd een fotozaak runde in de Kolenkitbuurt. ‘Er is geen allochtoon lid van een klaverjasvereniging, om maar iets te noemen.’ Een ongelukkig voorbeeld, vindt de pensionado nu, maar hij maakt zich nog altijd zorgen over het gebrek aan contact tussen de verschillende bevolkingsgroepen in de wijk. Wijkbewoner en cultureel antropoloog Sinan Cankaya is dan weer van mening dat problemen die zich nu eenmaal altijd voordoen in een verpauperde wijk véél te gemakkelijk worden toegeschreven aan de komst van allochtonen.

De bewoners van de Kolenkitbuurt vinden elkaar in elk geval niet altijd even gemakkelijk, ontdekt Rottenberg. Ook nu er betere huizen zijn gebouwd. De pogingen om de plaatselijke zwarte school te ‘witten’ verlopen bijvoorbeeld niet zonder strubbelingen. Toch heeft Terug naar de Akbarstraat onmiskenbaar een optimistische ondertoon. In diezelfde buurt is bijvoorbeeld eveneens een empowerment-training voor wijkbewoners te vinden. En de lokale boksschool van ome Jan en tante Hennie is inmiddels overgenomen door een wijkbewoner die er in 2002 als allochtone tiener werd opgevangen.

De manier waarop Rottenberg met de wijkbewoners in gesprek gaat – gewoon van mens tot mens, zonder de verplichte kritische vragen in de achterzak of juist een hele lading meel in de mond – en de manier waarop Dogan die ontmoetingen aankleedt – met intieme scènes en uiterst sfeervolle muziek – resulteert in mooie televisie: afgewogen, gevoelig en aanzettend tot nadenken. Zo, ver weg van de politieke discussies die nogal eens over de hoofden van de bewoners van probleemwijken worden uitgevochten, kun je dus óók kijken naar de multiculturele samenleving.

Terug Naar De Akbartstraat is hier te bekijken.

Puck & Hans: Made In Holland

AVROTROS

Een oproep op Facebook was nodig om een representatieve collectie samen te kunnen stellen voor hun overzichtstentoonstelling in het Amsterdam Museum. Zelf hadden Puck & Hans namelijk nauwelijks iets bewaard van hun werk. Zoals het rechtgeaarde modeontwerpers betaamt waren ze altijd gericht geweest op de toekomst, met nauwelijks oog voor het verleden.

Gelukkig waren er nog heel wat Nederlanders die ‘een echte Puck & Hans’ in de kast hadden hangen. Daphne Deckers bijvoorbeeld. Of de zussen Monique en Suzanne Klemann, blikvangers van de popgroep Loïs Lane. Zangeres Getty Kasper van Teach-Inn moet in Puck & Hans: Made in Holland (52 min.) dan weer bekennen dat ze echt niet weet waar de jurk is gebleven, waarmee ze in 1975 het Songfestival won.

Ruim dertig jaar hadden Hans Kemmink en Puck Kroon, volgens eigen zeggen ‘met een naald in haar handen geboren’, een eigen zaak aan het Rokin in Amsterdam. Samen met regisseur Peter Wingerder, die een radio-interview van het modeduo met Frénk van der Linden als structurerend element gebruikt, lopen ze in deze tv-docu op aanstekelijke wijze nog eens door hun kleurrijke loopbaan.

Mijn Rembrandt

Jan Six / Cinéart

Taco Dibbits zal toch ook nooit vermoed hebben dat hij, als kunsthistoricus, een heus filmpersonage zou worden. Toch is dit alweer de derde documentaire van Oeke Hoogendijk waarin de huidige directeur van het Rijksmuseum een prominente rol vertolkt.

Nadat hij eerder figureerde in het jarenlange proces dat moest leiden tot een nieuwe locatie voor het Amsterdamse museum (Het Nieuwe Rijksmuseum) en een centrale rol speelde bij de aankoop van een schilderij van Rembrandt (Marten & Oopjen: Portret Van Een Huwelijk) volgt de documentairemaakster Dibbits in Mijn Rembrandt (95 min.) naar Schotland waar de puissant rijke Duke of Buccleuch nog gewoon een authentiek schilderij van Rembrandt van Rijn aan de muur heeft hangen.

Net als in haar eerdere films ontsluit Hoogendijk met gevoel voor stijl, humor en drama een wereld die normaal verborgen blijft voor buitenstaanders. Een subcultuur waarin hertogen, museumdirecteuren, kunsthistorici, handelaren en verzamelaars zich vergapen aan Rembrandts schilderijen en met elkaar bakkeleien of een bepaald werk nu wel of niet van de grote meester is. Met illustere personages als de nét iets te happige kunsthandelaar Jan Six, een aalgladde verzamelaar met echt te veel geld en de bloedserieuze Rembrandt-kenner Ernst van de Wetering.

Het decor waarin alle intriges zich afspelen voelt inmiddels vertrouwd: van de barokke huizen van de oude adel en werkplaatsen van kunstenaars of restaurateurs tot musea en veilinghuizen waar de kunst naar het publiek wordt gebracht. Deze locaties vormen het toneel voor enorme ambities, groot geld én oprechte passie voor een grote kunstenaar. Want daarin schuilt eveneens de meerwaarde van deze liefdevolle film (waarin de verhaallijn van de Marten & Oopjen-docu deels is geïncorporeerd): Mijn Rembrandt dwingt ook de niet-kenner om héél aandachtig te kijken naar de Hollandse meester.

Little Stars Of Bethlehem

NTR

Het zijn doodgewone kinderen. Na de Dode Zee willen ze ook wel eens een echte zee zien: de Noordzee. Waarin je echt ongegeneerd lol kunt maken. Het is sowieso een opwindende tijd voor de Little Stars Of Bethlehem (48 min.). De Palestijnse kinderen zijn uitgenodigd om tijdens de Cello Biënnale van 2018 op te komen treden in het verre Amsterdam. De meesten zijn nog nooit buiten Bethlehem geweest. Laat staan in het buitenland.

De acht kleine cellisten zijn geboren en getogen in een Palestijns vluchtelingenkamp, waar de tenten inmiddels zijn vervangen door min of meer normale woningen. De meeste ouders bewaren echter nog steeds de sleutel van het huis dat ze ooit moesten achterlaten, vertelt Fabienne van Eck, de Nederlandse artistiek directeur van het plaatselijke muziekproject Sounds Of Palestine.

Zulke families hebben doorgaans wel wat anders aan hun hoofd dan muziekles voor hun kinderen. Juist daarom, betoogt Van Eck, is het zo belangrijk dat deze vaak getraumatiseerde jongens en meisjes in contact worden gebracht met muziek. Het werken met lokale kinderen is voor haar echt een soort roeping. Nadat ze was afgestudeerd aan het Nederlandse conservatorium, reisde Van Eck af naar Bethlehem om daar werk te gaan doen dat haar uiteindelijk veel belangrijker leek dan het spelen in een Nederlands orkest.

Regisseur Shariff Nasr portretteert de protegés van Fabienne van Eck eerst in hun eigen omgeving en volgt hen vervolgens tijdens hun muzikale trip naar het vrije Westen. Dat levert innemende taferelen op, van kinderen die even loskomen van hun beladen leefomgeving en weer, juist, kind mogen zijn. Het is ontroerend om te zien hoe ze bijvoorbeeld met grote ogen in de trein naar buiten zitten te kijken, zich wagen aan haring happen of, in het ouderlijk huis van Fabienne, hagelslag op hun boterham strooien.

Wat voor ons, westerlingen uit een land dat al decennia vrede kent, volstrekt normale activiteiten zijn, is voor deze oorlogskinderen een heuse belevenis. Daarmee krijgt het tweede deel van deze televisiedocu wel een hoog toeristisch gehalte. Pas zodra de Palestijnse kinderen, als onderdeel van een veel groter kinderorkest, aan het eind van deze observerende film het podium op mogen, komt ook de muziek, die hen deze trip heeft bezorgd en die hen nog altijd een kans op een ander leven zou kunnen geven, weer echt centraal te staan.

Marten & Oopjen: Portret Van Een Huwelijk

NTR

Met de veel gelauwerde documentaireserie Het Nieuwe Rijksmuseum bracht Oeke Hoogendijk in 2014 de perikelen rond de renovatie van het Amsterdamse museum op prachtige wijze in beeld. In Marten & Oopjen – Portret Van Een Huwelijk (55 min.), een film over de mogelijke aankoop van twee schilderijen van Rembrandt, valt ze terug op twee vertrouwde gezichten uit die serie: voormalig directeur Wim Pijbes (2008-2016) en huidig directeur Taco Dibbits (2016-heden). De spanning tussen hen is soms voelbaar.

De twee krijgen in deze film gezelschap van de aandoenlijke Franse baron Eric de Rotschildt, een telg van de puissant rijke familie die de twee schilderijen in privébezit heeft, en Sébastien Allard, de directeur schilderijen van het concurrerende Franse museum het Louvre, die de kunstwerken ook maar wat graag aan de collectie wil toevoegen. 160 miljoen moeten ze opbrengen. Kunnen de musea Marten en Oopjen misschien samen aanschaffen? Dat lijkt een goed idee. Totdat het Rijksmuseum het bedrag ook in zijn eentje denkt te kunnen ophoesten…

Op een gegeven moment dreigt zelfs een diplomatieke rel tussen Nederland en Frankrijk. Met bravoure, zo nu en dan wat venijn en het nodige gevoel voor humor ontrafelt Hoogendijk het roerige aankoopproces, dat door meerdere crises gaat. Wie daarvoor verantwoordelijk is, daarover verschillen de meningen. Over één ding zijn de direct betrokkenen het echter allemaal eens: het is van eminent belang dat deze twee essentiële Rembrandts in Europa toegankelijk worden gemaakt voor publiek.

En uiteindelijk, na de fraai in beeld gebrachte restauratie, is het dan zover en kunnen Marten en Oopjen aan de wereld worden getoond, een vanzelfsprekende apotheose voor deze chique film, die kleiner van opzet en minder gelaagd is dan Het Nieuwe Rijksmuseum, maar een uitstekende nabrander vormt voor Hoogendijks pièce de résistance.

Thuishaven

Nederlandse Filmacademie

In de psychiatrie mag je als patiënt nog geen schilderijtje aan de muur hangen, zo wil het verhaal. Uiteindelijk moet het vizier immers altijd gericht blijven op een leven buiten de instellingsmuren. En dus is het niet de bedoeling dat je je tijdens de behandeling thuis gaat voelen.

De 55 bewoners van het Judith van Swethuis in Amsterdam zijn echter uitbehandeld en proberen, met de mogelijkheden en onmogelijkheden die hen zijn gegeven, zo goed en zo kwaad als dat gaat te leven. In Thuishaven (25 min.), zijn afstudeerfilm voor de Nederlandse Filmacademie, observeert Niels Beth hen in hun kleine, beschermde wereld.

Hij vangt zo enkele indringende inkijkjes in het (samen) leven met een beperking. Als bewoner Joost, die tot dan versuft in zijn stoel heeft gehangen, tijdens een bijeenkomst van de religiegroep bijvoorbeeld ineens de telefoon opneemt en een geanimeerd gesprek begint, leidt dit tot irritatie bij de man die op dat moment voorgaat in het gebed.

Hij maant Joost het gesprek te stoppen. ‘Hans, Hans, ik zit midden in een vergadering’, probeert deze zijn (denkbeeldige?) gesprekspartner af te breken, terwijl zijn tics intussen steeds heviger worden. ‘Nee, in een gebed zitten we’, reageert de voorganger geërgerd, waarna hij de draad weer probeert op te pakken. ‘Met David bidden we…’

Met zulke treffende scènes kleurt Beth het leven van de bewoners van het Judith van Swethuis overtuigend in. Hun begeleiders Tanja en Jeffrey fungeren daarbij als verteller. Dat is op zich wat ongemakkelijk: er wordt – overigens met respect en in vrij algemene termen – wel óver de bewoners van het huis gesproken, maar niet mét hen. Waarschijnlijk illustreert die keuze echter vooral het sociale onvermogen van de hoofdpersonen.

Foute Vrienden


De documentaire Foute Vrienden is hier in z’n geheel te bekijken.
 

’s Nachts schrik ik nog wel eens wakker van een schokkende scène uit Meiden Van De Keileweg, de deprimerende documentaireserie die Roy Dames eind jaren negentig maakte over enkele prostituees die tippelen in de Rotterdamse rosse buurt. Een zwaar verslaafde vrouw helpt daarin een klant in diens auto aan zijn gerief. Een onthutsend tafereel, hondsrauw vastgelegd vanaf de achterbank, dat zich nog wel eens ongevraagd aandient voor mijn geestesoog.

Zijn fascinatie voor het leven aan de zelfkant drijft de Nederlandse filmmaker al jaren voort. In zijn bekendste documentaire Foute Vrienden (87 min.) uit 2010 portretteert hij enkele leden van de hoofdstedelijke penoze. Illustere bijnamen hebben deze bloedgabbers: Verbrande Herman, Rooie Jos, Jantje van Amsterdam en Dikke Bob. Roy Dames heeft ze vanaf 1994 gevolgd en zo een wereld leren kennen waarin geldtekort, gevangenisstraf en ‘de ziekte van Gorkasjov’ aan de orde van de dag lijken.

’Door het filmen kom ik steeds dichter bij ze’, bekent Dames in één van de voice-overs waarmee hij van alle losse verhaalelementen een krachtige vertelling heeft geconstrueerd. ‘Wat eerst vooral een fascinatie was, voelt steeds meer als een vriendschap.’ Toch blijft Dames als filmer altijd een buitenstaander, zo beseft hij zelf maar al te goed. ‘Ik kon nooit echt één van hun worden’, klinkt het spijtig. ‘Want ik was het niet.’

Vanuit oprechte interesse legt hij vast hoe de mannen zich schuldig maken aan oplichting, een auto jatten of op de vlucht slaan. Als een soort filmende gluurder, die zo nu en dan ook de helpende hand toesteekt als zijn bijna-vrienden weer eens in de problemen zijn geraakt. Deze documentaire heeft een tamelijk fragmentarisch karakter. Gezien de tijdspanne die Dames in de film moet overbruggen, en het feit dat hij de mannen soms hele perioden uit het oog verliest, is dat onvermijdelijk.

Als zedenschets van de onderkant van het criminele milieu, waar kleine krabbelaars met alle mogelijke middelen het hoofd boven water proberen te houden, is Foute Vrienden echter bijzonder geslaagd. Niet voor niets werd de documentaire een onvervalste kijkhit. Intussen filmt Dames overigens gewoon door met de mannen voor een volgende episode over de stilaan met hun leeftijd en gezondheid kampende vrienden.

Roy Dames kwam de Amsterdamse gabbers in 1994 op het spoor. Toen filmde hij hen vijf maanden lang voor de documentaire Ik Ben Jantje, zes jaar later volgde Vrienden Voor Het Leven (2000). Beide films zijn op YouTube te vinden. De slimme kijker kijkt de trilogie dus in chronologische volgorde.

In 2015 blikte Dames met Jantje en Jos terug op de derde documentaire Foute Vrienden, die toen al een behoorlijke cultstatus had verworven. Dit interview is nog altijd op de 2doc-website te bekijken.
 
 

 

Het Nieuwe Artis

Column Film

Wordt het kalfje van de olifant op tijd geboren? vraagt heel Artis zich af. Op tijd voor de herfstvakantie, welteverstaan. Dat zou volgens de PR-afdeling een mooie publiekstrekker zijn. De verzorgers durven het alleen niet te beloven. En ze vragen zich sowieso af of het weer dan wel goed genoeg is om een piepjong olifantje aan pers en publiek te vertonen.

De lotgevallen van de drachtige olifant en haar nageslacht houden de gemoederen flink bezig in de sterke documentaire Het Nieuwe Artis (84 min.) van Willemiek Kluijfhout (Sergio Herman: Fucking Perfect). De Amsterdamse dierentuin bekommert zich daarnaast om nog een andere bedreigde diersoort. Moet het kinderloze krokodillenpaar misschien een handje worden geholpen bij de voortplanting?

Intussen bezint Artis zich, onder de bezielende leiding van directeur Haig Balian, tevens op zijn bestaansrecht en toekomst. Past het bijvoorbeeld nog wel om wilde dieren op te sluiten, midden in de grote stad? En welke verblijven – hok, mag je niet meer zeggen van de communicatie-afdeling – passen daar het best bij? Het terrein van de stadsdierentuin wordt stevig onder handen genomen en tevens ‘hufterproof’ gemaakt.

Het PR-team neemt zijn taak serieus. Als er nieuws is rond de olifantenfamilie, krijgt dierenverzorger Peter Bleesing heuse talking points mee (die overigens vrijwel letterlijk in dit artikel van Trouw zijn terug te lezen). Artis is ‘een educatief instituut’, leest hij van zijn papier, dat van mening is dat de vermenselijking van dieren, het aan hen ‘toeschrijven van menselijke gevoelens en eigenschappen’, moet worden ingeperkt. Een communicatiemedewerker luistert aandachtig mee.

Artis’ promotionele beslommeringen geven soms een tragikomische feel aan deze gelaagde film, die de binnenkant van een Nederlands instituut blootlegt. In die zin doet Het Nieuwe Artis inderdaad denken aan de veel gelauwerde documentaire Het Nieuwe Rijksmuseum van dezelfde producent, Column Film. De toonzetting is vergelijkbaar, inclusief  vorstelijke muziek en subtiele montage (kondigen die gieren bijvoorbeeld slecht nieuws aan over de olifanten?). En het eindresultaat is bovendien bijna net zo meeslepend.

In de aandoenlijke documentaire Waiting For Giraffes van Marco de Stefanis staat de Palestijnse dierentuin Qalqilya centraal. Directeur Sami Khader wil een internationaal keurmerk voor zijn geesteskind bemachtigen, maar moet daarnaast ook rekening houden met de politieke situatie op de Westelijke Jordaanoever. Want als er een cursus in Israël wordt georganiseerd, mogen niet al zijn medewerkers mee. Sommigen zijn immers ooit betrokken geweest bij de Intifadah.

The End Of Fear


‘Het is een onvervangbaar werk wat vermoord is’, aldus Wim Beeren, de toenmalige directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Het is 21 maart 1986. Een ‘verwarde’ 31-jarige man heeft met een stanleymes Who’s Afraid Of Red, Yellow And Blue III toegetakeld. Het omstreden schilderij van Barnett Newman, in 1969 aangekocht voor een kleine 300.000 gulden en inmiddels ettelijke miljoenen waard, heeft maar liefst vijftien messteken te verwerken gekregen.

Newmans abstracte werk riep wel vaker agressie op. Vier jaar eerder werd in de Nationalgalerie van Berlijn ook al een ander schilderij van de Amerikaanse kunstenaar aangevallen. Barbara Visser onderzoekt in The End of Fear (69 min.) de achtergronden van deze ingrijpende acties, die een felle discussie binnen de kunstwereld weerspiegelden, en het bijzonder moeizame, door schandalen omgeven restauratieproces van Newmans enorme doek.

De ‘moordverdachte’, een onbekende realistische kunstenaar die abstractie in de kunst als ‘een plaag’ zag en die vanuit de achtergrond ook een rol speelt in deze documentaire, had wel een bijdrage willen leveren aan de restauratie van het grotendeels rode doek, zo verklaart zijn advocaat tijdens de rechtszaak. ‘Juist dit werk zou zich prima lenen voor een goedkope replica.’ Hij wilde er nog net geen plaatselijk schildersbedrijf voor inhuren. Het is overigens nog maar de vraag of de ingehuurde Amerikaanse restaurateur Daniel Goldreyer het er veel beter vanaf heeft gebracht.

Intussen heeft Barbara Vissser de jonge kunstenares Renske van Enckevort gevraagd om voor deze zorgvuldig gestileerde film, waarin primaire kleuren een prominente plek hebben gekregen, een eigen versie te maken van Who’s Afraid Of Red, Yellow And Blue III. Aan de hand daarvan stelt The End Of Fear elementaire vragen over kunst en dringt zich ook de vraag op wie in dit geval de kunstenaar is: degene die verantwoordelijk is voor het concept of degene die dat vervolgens, op geheel eigen wijze, heeft uitgewerkt?