Flogstavralet

Fateh Shams

Zijn ze ’t ooit op advies van een psychiater gaan doen? Of is het een soort naargeestig eerbetoon aan iemand die ooit rond die tijd van de flat afsprong? Niemand weet het zeker. Feit is dat de studenten van de Flogsta-campus in het Zweedse Uppsala elke avond om tien uur hun raam, balkon of dak opzoeken en vervolgens de longen uit hun lijf schreeuwen.

The Flogsta Scream, juist. Een fenomeen dat zich blijkbaar inmiddels heeft verspreid naar andere Zweedse studentensteden. In Flogstavrålet(18 min.), een korte gestileerde documentaire uit 2013 waar een collega me onlangs op tipte, zoomt regisseur Johan Palmgren in op het ‘studentenghetto’.

Hij maakt van Flogsta een duistere, ronduit unheimische plek, waar de politie wordt ingeschakeld als er eten uit de koelkast is gestolen, een onbekende man de lift ingaat met een soort Darth Vader-masker op en in de lege eetzaal een verweesde jongen luidkeels zit te zingen. En in deze flat zijn het niet de jongeren die voor geluidsoverlast zorgen, maar speelt een jazzorkest van oude van dagen zo hard dat niemand een oog dicht doet.

Zou de hele bedoening in scène zijn gezet? Dat gevoel bekroop mij heel even. Zeker toen om klokslag tien uur alle buitenbeentjes, die in Flogstavrålet met grove pennenstreken worden geportretteerd, zich inderdaad opmaakten voor een gezamenlijke oerschreeuw, die voor een gevoel van opluchting en verbondenheid moet zorgen.

En toch, of misschien wel juist daarom, blijft deze sluwe en absurdistische film je bij.

Jesse


Het is bon ton om nu te roepen dat Jesse (53 min.) tegenvalt, alle commotie niet waard was. Nadat eerst Jan en alleman een mening had over het wel of niet uitzenden van de documentaire, die is gemaakt door een filmmaker die enkele maanden werkte voor de campagne van GroenLinks (waarvan ikzelf ooit overigens – disclaimer! – een tijdje actief lid was) .

Die kritiek komt niet onverwacht. Na zoveel ophef kan de film alleen maar tegenvallen. Zoals Jesse zelf ook alleen maar van zijn voetstuk kan donderen als je je hem voorstelt als de Jessias. Nee, Joey Boink gaat er natuurlijk niet met gestrekt been in. Hij volgt en spreekt ‘zijn’ politieke leider gewoon tijdens een verkiezingscampagne die grotendeels crescendo verliep.

Jesse ontbeert dan ook de dramatische plotpoints en cliffhangers die grootse campagnefilms als The War Room, A Perfect Candidate en Weiner tot zo’n meeslepend kijkspel maken. Er is natuurlijk wel groot menselijk drama: het plotselinge overlijden van Klavers moeder, dat de politiek leider van GroenLinks verweesd achterlaat in zijn ouderlijk huis.

Joey Boinks film opent daarnaast wel degelijk de groenrode deur van de volledig rond Jesse gecentreerde campagne, waarbij politiek is verworden tot een spel om de macht en aandacht. Bij GroenLinks, maar ook bij andere partijen én de media, zoals bijvoorbeeld wordt geïllustreerd met een typisch ‘hit piece’ over Klaver in De Telegraaf, nét voor de verkiezingen.

‘Wat een kutvak heb ik toch eigenlijk’, verzucht Jesse in de kleedkamer voor het veelbesproken RTL-debat. Je weet dat hij ’t niet meent. In die zin zijn de boksjes die hij uitwisselt met zijn medewerkers na een geslaagd debat of televisie-optreden treffender; weer een overwinning behaald, zeggen ze daarmee tegen elkaar. Op naar de volgende.

Ook het contrast tussen Klavers privé- en publieke reactie op de uitslag van die verkiezingen is treffend. Zodra hij in eigen kring de eerste prognose van 16 zetels hoort, valt hem die zichtbaar tegen. Even later, als daar nog eens twee zetels vanaf zijn gegaan, opereert hij op de officiële verkiezingsbijeenkomst niettemin als voorzitter van de feestcommissie.

Politiek als zorgvuldig georkestreerd schouwspel, waarin iedereen ontzettend rolvast blijkt (al zou CDA-lijsttrekker Sybrand Buma tijdens debatten vast net zo grappig willen zijn als backstage) en waarbij het gordijn slechts zelden helemaal wordt geopend. Toch laat GroenLinks’ politieke apparaat in deze alleraardigste campagnedocumentaire, voor een deel onbedoeld, wel degelijk in zijn machinekamer kijken.

Taxibotsing


In zijn debuutfilm Roger And Me ging Amerika’s bekendste documentairemaker Michael Moore ooit een filmlang op zoek naar de CEO van General Motors, Roger Smith. Met het sluiten van de plaatselijke fabriek zou die verantwoordelijk zijn geweest voor massawerkeloosheid in Moores geboortestad Flint, Michigan.

In de documentaire Taxibotsing (55 min.) kiest good old Frans Bromet, die op 73-jarige leeftijd liefst elke dag nog gaat filmen, een vergelijkbare insteek. Hij probeert de baas van Über, de Nemesis van de gemiddelde taxichauffeur, te spreken te krijgen. En als dat op niets uitloopt, haalt Bromet alles uit de kast om een interview te regelen met de Nederlandse vertegenwoordiger van de ambitieuze Amerikaanse startup.

De uitkomst laat zich raden en is exemplarisch voor de manier waarop Über de Nederlandse vervoersmarkt probeert te penetreren; met veel slagkracht en weinig zin om zich te verantwoorden. En dus stapt Frans Bromet, die eerder dit jaar een Ere-Nipkowschijf kreeg voor zijn omvangrijke oeuvre, in de auto bij zowel reguliere taxichauffeurs als een Überrijder.

Gezamenlijk vertellen zij, vanachter het stuur natuurlijk, het verhaal van de hoofdstedelijke taxiwereld, waar het er soms stevig aan toe kan gaan. Kleine zelfstandigen stellen zich te weer tegenover een grote gezichtsloze vijand, die zelf overigens ook weer kleine zelfstandigen aan het werk zet.

Volgens NRC-journalist Wouter van Noort wil Über de Facebook- of Google van het vervoer in steden worden. Bromet vraagt zich in deze oerdegelijke film af of het bedrijf, in navolging van bijvoorbeeld Airbnb, voor illegale broodroof of gewoon gezonde concurrentie zorgt.

Whitney: Can I Be Me

Showtime

Je kunt het meisje wel uit ‘the hood’ halen, maar haal je ‘the hood’ daarmee ook uit het meisje? Whitney Houston, de zwarte zangeres die in de jaren tachtig werd verkocht als een blanke popster, kon er eigenlijk geen vrede mee hebben. Mag ik alstjeblieft mezelf zijn?, schijnt ze regelmatig te hebben gevraagd.

De aangrijpende documentaire Whitney: Can I Be Me (100 min.) van Nick Broomfield en Rudi Dolezal komt achter de facade van het wereldwijde fenomeen Whitney Houston en richt zich op het meisje met de koosnaam ‘Nippy’, dat opgroeide in een volksbuurt van Newark en daar een tragische voorliefde voor drugs opdeed.

Whitney: Can I Be Me is te vergelijken met de Oscar-winnende film over de Britse zangeres Amy Winehouse, die eveneens aan een langverwachte overdosis overleed. Eigenlijk vind ik deze documentaire zelfs beter omdat ie er ook echt in slaagt om Houstons onvermijdelijke ondergang te duiden.

Hoewel diverse familieleden en direct betrokkenen van de zangeres, onder wie haar zingende moeder Cissy Houston, aan het woord komen is Whitney een ongeautoriseerde film. Kevin MacDonald (Marley) werkt intussen aan een officiële documentaire over de zangeres, die ook binnen afzienbare tijd moet uitkomen.

Thin


Vorig jaar scoorde de Nederlandse documentairemaakster Jessica Villerius (opnieuw) bij het grote publiek met een film over Emma, een meisje met een fatale vorm van anorexia nervosa.

De ‘nooit eerder vertoonde kijk in de strijd tegen anorexia’ in Emma Wil Leven deed me sterk denken aan de cinéma vérité-klassieker Thin (102 min.) uit 2006, waarin fotografe Lauren Greenfield vier jonge vrouwen volgt, die zijn opgenomen in de Renfrew-kliniek in Florida.

Zelf blijft Greenfield, in tegenstelling tot de altijd op de voorgrond tredende Villerius, afwezig in de documentaire. Als een vlieg op de muur documenteert ze de turbulente gebeurtenissen in en rond haar hoofdpersonen (met wie ’t niet altijd even goed afliep, zoals is te lezen op de Wikipedia-pagina van de docu). Dat levert een indringende film op, die je nog wel even bijblijft.

Dancer


Als de openingsscène van een film over een balletdanser wordt begeleid door een klassieker van de metalband Black Sabbath, dan weet je dat het niet om zomaar een danser gaat. Dat klopt. Hij heet Sergei Polunin en lijkt daadwerkelijk de Iron Man van het internationale ballet.

De meeslepende documentaire Dancer (77 min.), die donderdag wordt uitgezonden door Het Uur Van De Wolf, wrikt de deur open bij de Oekraïense ‘bad boy of ballet’ en komt zo voorbij het dwarse gedrag, de opzichtige tatoeages en nonchalant geëtaleerd drugsgebruik.

Filmmaker Steven Cantor gaat op zoek naar de twintiger die zijn jeugd heeft geofferd voor zijn gave. Terwijl hij als jongetje naar een exclusieve balletschool in Kiev werd gestuurd, vertrokken zijn vader en oma naar respectievelijk Portugal en Griekenland om te werken, zodat die opleiding ook kon worden betaald. Niet veel later lag het hele gezin Polunin aan diggelen.

In Dancer stelt Sergei zich de vraag of ’t het allemaal waard was en wat dansen eigenlijk nog betekent in zijn leven. Leeft hij zijn eigen droom of die van een ander?

Eagles Of Death Metal: Nos Amis

HBO

Wat als een fijn hoofdstuk had moeten worden bijgeschreven in Het Grote Popgeschiedenisboek (rockheld neemt boezemvriend op sleeptouw en maakt vervolgens ook hem wereldberoemd) kreeg een inktzwarte bladzijde in de maag gesplitst: Bataclan.

Eagles Of Death Metal, de band van zanger/gitarist Jesse Hughes en zijn behulpzame vriend Josh Homme (frontman van Queens Of The Stone Age en voormalig gitarist van de invloedrijke woestijnrockband Kyuss), is onlosmakelijk verbonden geraakt met de terroristische aanslag bij een concert in Parijs op 13 november 2015.

Op die barre avond vonden 89 fans de dood. Eagles Of Death Metal: Nos Amis (83 min), een documentaire van acteur/regisseur (en zoon van) Colin Hanks, reconstrueert de gruwelijke gebeurtenissen en werkt toe naar de moedige terugkeer van de Amerikaanse rockband naar Parijs, slechts drie maanden later.

Zoals The Roling Stones in 1969 de tragedie bij Altamont (toen een festivalganger werd gedood door Hells Angels die waren ingehuurd als beveiliging) te boven kwam en Pearl Jam het Roskilde-festival van 2000 (toen negen fans werden dood gedrukt) overleefde, proberen Jesse Hughes en zijn band Bataclan een plek te geven.

Deze aangrijpende film zou een prima startpunt kunnen zijn. En dan zien we voor het gemak door de vingers dat Hughes’ controversiële uitspraken tijdens zijn terugkeer in Parijs, bijvoorbeeld over Bataclan-beveiligers die betrokken zouden zijn bij de aanslag, volledig achterwege zijn gelaten. Laten we die (logisch) onderdeel van een ongetwijfeld heftig rouwproces noemen.

Winnie


Winnie. Je weet wel: van Nelson. Achternaam overbodig. Waar Hij als een halve heilige in onze herinnering voortleeft, is het blazoen van Mandela’s voormalige echtgenote, die samen met haar lijfwachten verantwoordelijk zou zijn voor de dood van de 14-jarige Stompie, echter behoorlijk geschonden.

Winnie (84 min.) verhaalt over de welbespraakte en uiterst strijdbare vrouw die tientallen jaren de gedachte aan Nelson levend hield, terwijl hij voor onbepaalde tijd in de gevangenis zat. Apartheid was in die tijd onbetwist ‘the law of the land’ in Zuid-Afrika en Winnie één van de belangrijkste gezichten van het ANC. Totdat Nelson vrijkwam…

Toen haar man eenmaal zijn plek had ingenomen als Zuid-Afrikaans president, en hun huwelijk was geëindigd in een echtscheiding, werd de omstreden Winnie rücksichtslos aan de kant geschoven. Als een linkse stokebrand die Nelsons beoogde rol als vader van een verscheurd land wel eens in gevaar zou kunnen brengen.

Deze traditionele, maar uiterst vakkundig gemaakte documentaire van Pascale Lamche nuanceert het beeld van Madiba’s voormalige first lady, over wie de geschiedenis wellicht milder zal oordelen dan haar tijdgenoten.

Elián


Was het een wonder toen Elián Gonzalez tijdens Thanksgiving 1999 als drenkeling uit het water tussen Cuba en de VS werd gevist? Een vijfjarig jongetje uit Cardenas, aan de Noordzijde van het eiland Cuba, dat uiteindelijk Miami bereikte nadat zijn moeder op zee was verdronken.

In de documentaire Elián (108 min.) van Tim Golden en Ross McDonnell, worden zijn redding en de navolgende mediastorm gereconstrueerd. De filmmakers portretteren de tumultueuze ontwikkelingen rond het mediagenieke joch als de culminatie van het conflict tussen de Verenigde Staten en Fidel Castro’s Cuba.

In die zin is de film vergelijkbaar met OJ: Made in America, het vijfluik over OJ Simpson dat eerder dit jaar de Oscar voor beste documentaire in de wacht sleepte. Het ‘kleine’ verhaal van een kleuter, waaraan zowel vanuit Cuba (zijn vader) als Florida (andere familieleden) gigantisch wordt getrokken, is afgezet tegen het grote conflict: Fidels (vermeende) dictatuur versus de ‘vrijheid’ van Amerika.

De belangen van het kind raken al snel volledig ondergesneeuwd als pro- en anti-Castro activisten in de media alle ruimte krijgen om op hoge toon Eliáns terugkeer naar zijn geboorte-eiland of juist zijn gecontinueerde verblijf in het land van de onbegrensde mogelijkheden te bepleiten.

Het steekspel rond het jongetje zou zelfs, zo betoogt deze enerverende film, een doorslaggevende rol hebben gespeeld in de Amerikaanse verkiezingen van 2000, waarbij een paar honderd (Cubaanse) stemmen in Florida de Republikein George W. Bush president maakten. Over wonderen gesproken.

Jonestown


Bij een idee dat zo gruwelijk eindigt, kun je je nauwelijks voorstellen dat het ooit best mooi begon. De Amerikaanse dominee Jim Jones startte The Peoples Temple eind jaren vijftig als een christelijke gemeenschap, waarin zowel blank als zwart welkom was.

Ruim twintig later leidde hij zijn volgelingen met harde hand naar een onvermijdelijk geworden ondergang. Het idealistische idee was toen allang ondergesneeuwd geraakt. Gaandeweg werd Jones gewoon de archetypische sekteleider zoals we die uit talloze boeken en films kennen, met alle voor de hand liggende excessen.

De documentaire Jonestown: The Life And Death Of Peoples Temple (84 min.) schetst op aangrijpende wijze de helletocht die Jones aan zijn gevolg oplegt en die uiteindelijk culmineert in de dramatische daad waarmee hij zichzelf met bloedrode letters in de geschiedenisboeken heeft geschreven.

Blood Road


Op weg naar haar overleden vader leert ze zichzelf kennen. Dat had zomaar de tagline van de documentaire Blood Road (95 min.) kunnen zijn. In deze groots opgezette film van Nicholas Schrunk rijdt de Amerikaanse mountainbiker Rebecca Rusch de beruchte Ho Chi Minh Trail in Vietnam, op weg naar de plek waar in 1972 het vliegtuig van papa Steve crashte.

Ruim 1200 mijl door onherbergzaam terrein moeten Rebecca en haar Vietnamese gelegenheidspartner Huyen Nguyen, die natuurlijk ook haar eigen verhaal van liefde en verlies meebrengt, afleggen tijdens hun ontdekkingstocht. Die wordt vanuit alle hoeken en gaten vastgelegd, onder andere met prachtige droneshots vanuit de lucht.

De ontberingen van de twee tegenpolen worden door Schrunkversneden met de geschiedenis van de oorlog in Vietnam en het persoonlijke verhaal daarin van de Amerikaanse piloot Steve Rush, dat wordt verteld via interviews met familie, vrienden en collega-militairen en zijn eigen brieven naar vrouw en kinderen.

Terwijl zijn dochter, bijgenaamd ‘the queen of pain’, ruim twintig jaar na zijn dood haar lijf helemaal leeg trekt op de zogenaamde ‘blood road’, bloeit haar hart weer open. Intussen wordt er in deze overtuigende, hoewel licht voorspelbare film ook nog even een dikke streep gezet onder die verwoestende Vietnam-oorlog.

The Wrecking Crew


Waar pak ’m beet The Byrds, Sonny & Cher en The Beach Boys met de eer gingen strijken, was het in werkelijkheid een select groepje sessiemuzikantenen uit Los Angeles dat het leeuwendeel van hun grootste hits inspeelde. De fijne documentaire The Wrecking Crew (101 min.), die donderdag door Het Uur Van De Wolf wordt uitgezonden, ontrukt hen aan de vergetelheid.

Gezamenlijk kunnen deze onbekende klasbakken, die ook fungeerden als huisband voor sterproducer Phil Spector, een compleet hitdossier met fifties en sixties-klassiekers vullen; van Da Doo Ron Ron en You’ve Lost That Lovin’ Feeling tot Good Vibrations en These Boots Are Made For Walkin’.

Het bekendste lid van The Wrecking Crew, de onlangs overleden Rhinestone Cowboy Glen Campbell, slaagde er overigens in om ook een succesvolle solocarrière op te bouwen. Over zijn allerlaatste tournee, waarin hij bijgestaan door familieleden de gevolgen van Alzheimer probeerde te maskeren, werd onlangs een prachtige documentaire gemaakt.

Terwijl The Wrecking Crew opereerde vanuit de Amerikaanse westkust, was er aan de oostkust, in Detroit om precies te zijn, nog een andere verborgen superband. En natuurlijk werd ook daar een documentaire over gemaakt. In Standing In The Shadows Of Motown worden de zogenaamde Funk Brothersin het zonnetje gezet, de band achter een hele schoenendoos vol aan onuitwisbare soulhits.

Over helden op de achtergrond gesproken: op Netflix is nog altijd de Oscar-winnende documentaire 20 Feet From Stardom te zien, een film die achtergrondzangeressen als Darlene Love, Merry Clayton en Cindy Mizellevoor eens en voor altijd vol in de spotlights zet.

Amateurs In Space


Niets mooier dan kleine mensen die groots durven te dromen. Drama, conflicten en (leed)vermaak liggen al snel voor het oprapen. Zo ook bij de Deense ruimtefietsers Peter Madsen en Kristian von Bengtson, die naar ‘outer space’ willen met een zelf ontworpen raket.

Voor de intrigerende documentaire Amateurs in Space (57 min.) heeft regisseur Max Kestner het voortdurend met elkaar overhoop liggende duo zes jaar gevolgd. Hij contrasteert hun goedbedoelde pogingen om een raket te testen met historische beelden van het groots opgezette Amerikaanse ruimtevaartprogramma.

Dat is een prachtig beeld: de technologische krachtpatserij van het machtigste land van de wereld tegenover een stelletje notoire romantici, dat gedoemd is om op glorieuze wijze te mislukken. Als gewone sterveling zie je het met een mengeling van verbazing en bewondering aan.

O ja, de volstrekt compromisloze Madsen is op dit moment volop in het nieuws. Niet vanwege zijn eerste stappen op de een of andere afgelegen planeet, maar omdat hij in verband wordt gebracht met de gewelddadige dood van de Zweedse journaliste Kim Wall. In de film Amateurs In Space speelt die casus echter geen enkele rol.

Icarus

Netflix

Terwijl Icarus begint als een dopingvariant op Supersize Me, de film waarvoor Morgan Spurlock een maandlang alleen bij McDonald’s at, begint de veelbesproken Netflix-documentaire gaandeweg steeds meer te lijken op Citizenfour, de Oscar-winnende film over klokkenluider Edward Snowden.

Regisseur Bryan Fogel, tevens een verdienstelijk amateurwielrenner, wil een experiment aangaan. Om zijn prestaties bij de zogenaamde Haute Tour, een soort miniatuurversie van de Ronde van Frankrijk, op te krikken, besluit hij zich te onderwerpen aan een serieus dopingprogramma.

In dat kader komt hij in contact met Grigory Rodchenkov, de directeur van het Russische antidopinglaboratorium en tevens, zo blijkt al snel, de architect van het groots opgezette en uiterst geheime dopingprogramma van zijn land.

Die ontmoeting brengt in Icarus (121 min.) een fascinerende maalstroom van gebeurtenissen op gang, waardoor Rodchenkov zijn eigen positie grondig moet herbezien en besluit om Fogel, letterlijk met gevaar voor eigen leven, door de krochten van Poetins Rusland te leiden.

Les Bleus: Une Autre Historie De France 1996-2016


Op Netflix is een hele toffe documentaire te zien over de recente historie van het Franse voetbalelftal (1996-2016), de aanstaande tegenstander van het Nederlands elftal. Aan de hand van de lotgevallen van Les Bleus schetst de film tevens een beeld van (de strubbelingen in) het hedendaagse, multiculturele Frankrijk.

Scherpe maatschappelijke discussies, zoals over de islam en dubbele paspoorten, hebben de eenheid van ‘black-blanc-beur’ soms danig onder druk gezet. Als na de aanslagen van 11 september 2001 de spanningen in de banlieues oplopen, heeft dat bijvoorbeeld ook direct zijn weerslag op het Franse nationale voetbalelftal.

De docu Les Bleus: Un Autre Historie De France 1996-2016 (103 min.) behandelt daarnaast de successen (WK- en EK-winst) en helden (Zidane, Thuram en Henry) van het Franse voetbal van de laatste twintig jaar. Ook de schandalen komen aan bod: Zidanes kopstoot, de beruchte handsbal van Thierry Henry en de verkrachtingszaak rond Ribéry en Benzema.

De parallellen met het huidige Oranje zijn bovendien treffend: als de resultaten tegenvallen, zijn de spelers ineens lamzakken die maar eens moeten werken voor hun geld. Front National-leider Le Pen beklaagt zich er bijvoorbeeld over dat niet elke speler meezingt met het volkslied. Om de problemen te bezweren duwt de nieuwe coach Laurent Blanc zijn spelers in 2010 dus de tekst van Le Marseillaise in de hand.

Via de lotgevallen van ’t nationale voetbalelftal schetst Les Bleus een soort alternatieve historie van het hedendaagse Frankrijk, met als tragische apotheose de aanslagen op Charlie Hebdo, in de rockclub Bataclan en bij de oefenwedstrijd Frankrijk-Duitsland.

The Forger / Joe’s Violin

The New York Times

Hij vervalst voor een betere wereld, de hoofdpersoon van deze korte documentaire. De idealist Adolfo Kaminsky begon in de Tweede Wereldoorlog als 18-jarige jongen met het vervaardigen van Joodse paspoorten en heeft zijn activiteiten daarna nooit meer gestaakt.

The Forger (16 min.) valt niet alleen op door het bijzondere verhaal van deze Franse evenknie van Oskar Schindler, die ruim 14.000 Joodse levens zou hebben gered. Ook de vorm van deze korte film is ronduit overweldigend. Een groot deel van het verhaal is verbeeld met papieren schaduwpoppen.

Er is overigens al eens eerder een documentaire gemaakt over Adolfo Kaminsky (die ik zelf nog niet heb gezien): Forging Identity. Zijn dochter Sarah heeft bovendien een Ted Talk over hem gehouden.

Vergeet verder ook niet om de ontroerende korte documentaire Joe’s Violin (24 min.) te bekijken. In deze film, die werd genomineerd voor een Oscar, is te zien hoe Holocaust-overlever Joe Feingold zijn viool doorgeeft aan een nieuwe generatie bespelers, verpersoonlijkt door de 12-jarige middelbare schoolleerling Brianna Perez uit de beruchte New Yorkse wijk The Bronx.

The Barkley Marathons: The Race That Eats Its Young


Ooit gehoord van The Barkley Marathons? Een bizarre ultramarathon, waarbij de deelnemers maar liefst 120 mijl moeten afleggen binnen maximaal 60 uur. Vrijwel niemand haalt de eindstreep. ‘Je kunt nu eenmaal niets bereiken’, zegt organisator Gary Cantrell met gevoel voor understatement in de bijbehorende documentaire. ‘Als er geen kans is dat het mislukt.’

Elk jaar zet Cantrell in de onherbergzame bossen van de Amerikaanse staat Tennessee, geïnspireerd door de tocht die de moordenaar van Martin Luther King ooit in hetzelfde gebied aflegde, een genadeloos parcours uit, dat nauwelijks wordt gemarkeerd. Behalve lopen, klimmen en ploegen moeten de maximaal veertig deelnemers dus ook kunnen navigeren en spoorzoeken.

Om te bewijzen dat ze daadwerkelijk alle tussenstations zijn gepasseerd, moeten de atleten bij de finishlijn boekpagina’s overleggen, die ze onderweg uit strategisch geplaatste klassiekers hebben gescheurd. Als ‘inschrijfgeld’ voor de ultramarathon dienen ze bovendien 1,60 dollar en een paar sokken of een flanellen blouse te overleggen. Waar Cantrell dat jaar toevallig behoefte aan heeft…

Het zijn zulke smeuïge details die The Barkley Marathons tot zo’n bijzondere race en deze documentaire (89 min.) tot zo’n vermakelijke film maken. Cantrell, de slimme broer van Gekke Gerrit, lacht snaaks: ‘Voor sommige mensen is alleen al levend terugkeren op het basiskamp het allermooiste wat ze kunnen bereiken.’

De Erfenis


27 Jaar na zijn dood is het werk van Ed van der Elsken nog altijd springlevend. Dit voorjaar was er bijvoorbeeld een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam, genaamd De Verliefde Camera, die was gewijd aan zijn werk als fotograaf en cineast.

De Erfenis (72 min.) richt zich op het privéleven dat Van der Elsken zelf ook zo vaak gebruikte in zijn werk. De hoofdpersoon van deze indringende documentaire is zijn beschadigde zoon. Daan, die als jongeling behoorlijk ontspoorde, is inmiddels in de vijftig en blijft stelselmatig vastlopen in het leven.

Ironisch genoeg gaat hij nu wederom voor het oog van de camera, ditmaal van zijn goede vriend Joris Postema, op zoek naar zijn jeugd met die beroemde vader en de rol die deze decennia later nog altijd speelt in zijn getormenteerde bestaan.

Wilde Ed echt alleen zijn vader zijn als hij wist dat de camera draaide? Of was en is er meer aan de hand in het leven van zijn zoon Daan van der Elsken? Deze fascinerende film probeert een antwoord te formuleren.

Tower


Over zogenaamde ‘school shootings’ zijn al talloze documentaires gemaakt. Van Michael Moores klassieker Bowling For Columbine tot Newtown over de verschrikkelijke schietpartij in het gelijknamige plaatsje, waarbij twintig basisschoolkinderen en enkele leerkrachten om het leven kwamen.

Tower (86 min.) gaat terug naar de allereerste Amerikaanse schoolschietpartij, in Austin in 1966. In de toren van de Universiteit van Texas heeft zich een schutter verschanst die volstrekt willekeurig tientallen slachtoffers maakt. Dat gruwelijke verhaal wordt ronduit superieur verteld. Stap voor stap onthult regisseur Keith Maitland de achtergronden en gevolgen van de slachting.

Gewone mensen proberen te overleven te midden van een zee van kogels. Hoe ’t met hen afloopt blijft tot het zinderende einde onduidelijk. Ook de vorm van de documentaire is ronduit overweldigend. Tower bestaat zeker voor tachtig procent uit animaties, die echter nooit afleiden van het verhaal.

De film is bovendien messcherp gemonteerd en op smaak gebracht met dampende muziek. Zo transporteert de absolute topdocumentaire Tower je vijftig jaar terug in de tijd, naar een helse universiteitscampus in Austin. Waar werkelijk niemand zijn leven zeker is.

I Think We’re Alone Now


De documentaire I Think We’re Alone Now (74 min.) van Sean Donnelly schildert een dubbelportret van twee mannen die helemaal idolaat zijn van – zeg maar gerust: geobsedeerd zijn door – het Amerikaanse tienersterretje Tiffany.

De een, Jeff Turner (die al eens een contactverbod opgelegd heeft gekregen), noemt zichzelf liever vriend dan fan van de zangeres die één wereldhit had. De ander, de hermafrodiet Kelly McCormick, is ervan overtuigd dat Tiffany en hij zijn voorbestemd voor elkaar.

Beiden zijn gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis, het syndroom van Asperger, en leiden een bestaan aan de rafelranden van de samenleving. Met minder oog voor hun persoon en situatie zou je hen simpelweg kunnen afdoen als (gevaarlijke) stalker.

Sommige scènes, als ze contact proberen te krijgen met hun idool of pochen over hun innige relatie met haar, zijn bijna te pijnlijk om aan te zien. Na het bekijken van het huiveringwekkende I Think We’re Alone Now vechten oprechte compassie en koude rillingen om voorrang.

Je krijgt daarnaast ook echt te doen met Tiffany.

Begin 2023 verschenen enkele updates van Sean Donnelly over hoe de film is gemaakt en hoe het nu is met Jeff Turner en Kelly McCormick.