Bewakers Van Bemelen

L1

Al bijna dertig jaar levert Hans Heijnen een gestage stroom documentaires af. Zijn sterkste werk is vrijwel altijd geworteld in zijn eigen geboortegrond: Limburg. Voor De Waterwolf van Itteren won hij in 1996 bijvoorbeeld een Gouden Kalf, terwijl hij met Bokken En Geiten twee jaar later op bijzonder aanstekelijke wijze de rivaliteit tussen twee harmoniekorpsen in het dorp Thorn in beeld bracht. Ook Bewakers Van Bemelen (75 min.), een film uit 2015, bevat onmiskenbaar ’s mans signatuur.

Het procedé is eigenlijk altijd hetzelfde. Heijnen nestelt zich in een kleine (dorps)gemeenschap, brengt rustig de bijbehorende activiteiten en verenigingen in beeld en keuvelt intussen ontspannen met de sleutelfiguren. Gesprekken zoals die dagelijks, in elk willekeurig Nederlands dorp, aan de keukentafel of in de sportkantine worden gevoerd. Alsof Heijnen gewoon één van hen is geworden – en waarschijnlijk is dat ook zo. Zijn hoofdpersonen staan hem in elk geval ontwapenend eerlijk te woord. Hij laat hen intussen, hoewel er doorgaans ook heel wat te lachen valt, volledig in hun waarde.

In het kleine dorpje Bemelen, onder de rook van Maastricht, stuit Hans Heijnen ditmaal op een bonte verzameling dorpsgenoten, die op de één of andere manier allemaal met elkaar zijn verbonden. Rita lijkt uitgekeken op haar relatie met parttime koster/misdienaar Paul, die de post bezorgt bij de oudere vrijgezel Willie, die altijd in z’n ouderlijk huis is blijven wonen met zijn broer en spil van het dorp Pierre, die net iets te goed bevriend is met Tiny, die eigenlijk getrouwd is met truckchauffeur Servé, die nauwelijks contact heeft met zijn doodzieke zus José, die getrouwd is met No, die overweegt om straks terug te keren naar Maastricht.

Tussendoor moeten de lijnen van het plaatselijke voetbalveld worden gekalkt, is er de jaarlijkse sacramentsprocessie en staat Carnaval weer voor de deur. Maar kan de optocht wel doorgaan nu er iemand op sterven ligt? Heijnen maakt invoelbaar hoe de bewoners van het vergrijzende en door Hollanders bedreigde dorp hun gewoonten en tradities in stand proberen te houden. Met behulp van voiceovers en interviews in dialect en de melancholieke muziek van de Limburgse zanger Arno Adams, over wie hij twee jaar eerder de fijne film Belfeld Blues maakte, dringt hij door tot de kern van de Bemelenaren – en Nederlandse dorpelingen in het algemeen.

Living To The Max

Human

Hoeveel micromort staat er eigenlijk voor het schrijven van dit stukje? Één? Of toch gewoon nul? De wiskundige Ronald Howard bedacht de micromort als eenheid om mortaliteit aan te geven. Een micromort staat voor een kans van één op één miljoen dat je een activiteit met de dood bekoopt. Volgens de jongerendocu Living To The Max (48 min.) mogen we voor het lopen van een marathon 7 micromort rekenen, voor het roken van een pakje sigaretten 15 en voor het krijgen van een kind maar liefst 122.

Welkom in de wereld van de sensatiezoekers, waarin je wordt rondgeleid door maar liefst drie makers: Hansje van de Beek, Frederick Mansell en Laurens Samsom. Zij zoeken enkele onvervalste daredevils op, bespreken de kick en verslavende werking van extreme sporten en leggen hen tevens een sensatietest voor, waarop ze op een tienpuntschaal opvallend hoog scoren: BMX-er Daniel Wedemeijer (9), freediver Jeanine Grasmeijer (7) en windsuit basejumper Jarno Cordia (9). Via vader Jos gooien ze bovendien een lijntje uit naar ’s lands bekendste thrill seeker, Max Verstappen. Hoe zou hij scoren?

Intussen vraagt het vlotte drietal zich af hoe het kan dat we, in een wereld waarin voortdurend voor gevaar wordt gewaarschuwd en waarin je je voor alle mogelijke risico’s kunt indekken, massaal filmpjes en foto’s liken van helden/dwazen die hun leven letterlijk in de waagschaal stellen voor een prestatie, truc of stunt met onnoemelijk veel micromorts? En in hoeverre spelen commerciële belangen nog een rol bij al die halsbrekende toeren? Met andere woorden: zorgen de sponsoren van allerlei spectaculaire evenementen voor extra druk om de menselijke grenzen nog eens verder op te rekken?

Van de Beek, Mansell en Samsom die zonder duidelijke rolverdeling opereren, afwisselend interviewen en camera of geluid doen en de boel lekker ruw hebben gemonteerd, zoeken duiding bij psychiater Damian Denys, schrijver Arjen van Veelen en neurowetenschapper Ruth van Holst, die deze vlotte en vermakelijke film van een serieuze onderlaag voorzien. ‘Voor wie de dood in de ogen kijkt’, stelt Denys bijvoorbeeld, ‘krijgt het leven meer betekenis.’

Na afloop heeft Risicomijder Boeijen, die het schrijven van dit stukje (nul micromorts) zowaar blijkt te hebben overleefd, overigens zelf ook de sensatietest nog gedaan. Met de uitslag kan moeiteloos de kick en verslavende werking van de kijkbuis voor mij worden verklaard.

Joyride

joyride

 

Het vrouwencondoom lijkt vooralsnog eenzelfde lot te zijn beschoren als de mannenpil; de realisatie ervan is technisch mogelijk en er lijkt ook wel behoefte aan te zijn. Maar is de vraag ook groot genoeg om de aanzienlijke ontwikkelingskosten te dekken, zodat het ‘product’ straks tegen een betaalbare prijs op de markt kan worden gebracht?

Het condoom moet daarnaast natuurlijk veilig, praktisch én aantrekkelijk zijn. Anders is het geen reëel alternatief voor andere anticonceptiemiddelen – of gewoon onbeschermde seks. Zie daar de uitdaging die enkele grote dromers aangaan in Joyride (52 min.). Ze willen een betaalbaar alternatief ontwikkelen voor het reeds beschikbare vrouwencondoom, dat simpelweg te duur is voor veel vrouwen in ontwikkelingsgebieden.

Allereerst is er de Luvli van de aandoenlijke Amerikaan Frank Sadlo, die de hele wereld afreist om zijn superpreservatief aan de vrouw te brengen. Hij kruist daarbij regelmatig het pad van aalgladde investeerders als Jud Ireland, die zonder enige gêne zoiets banaals als ‘we’re gonna own the pussy’ kan roepen. Aan de andere kant van het spectrum beweegt zich de Maleisische arts Jon Tang, die serieuze interesse heeft gewekt vanuit de business, maar volgens zijn concurrent Sadlo een soort ‘luier met een gat erin’ heeft ontworpen.

Dat tekent de veelal luchtige atmosfeer van deze film. Joyride heeft over het algemeen een laaginstapniveau en vlot verteltempo. Toch heeft die zoektocht naar het juiste materiaal dat prettig zit én aanvoelt, gezien het aantal ongewenste zwangerschappen en abortussen, natuurlijk wel degelijk serieuze betekenis. Volgens de World Health Organization lopen jaarlijks bovendien zo’n 350 miljoen mensen een seksueel overdraagbare ziekte op. Kunnen zij, vraagt regisseur Randall Woods zich af in deze vermakelijke documentaire, binnen afzienbare tijd misschien een beroep doen op de Luvli of Wondaleaf?

Unrest


Zolang er nog geen breed gedragen consensus bestaat over de precieze oorzaak blijft er waarschijnlijk altijd een zweem van twijfel hangen rond het Chronische Vermoeidheidssyndroom (ook wel ME of CVS genaamd). Gaat het om louter psychosomatische klachten (en is het dus een hedendaagse variant op wat ze vroeger hysterie noemden)? Of bestaat er wel degelijk een lichamelijke trigger voor al die ontwrichtende pijn en vermoeidheid?

In de indringende documentaire Unrest (97 min.) belicht Jennifer Brea de aandoening vanuit haar eigen persoonlijke perspectief. Hoe ze zelfs tijdens de geringste inspanning, zoals bijvoorbeeld een trap oplopen, vaak even moet uitrusten. Hoe ze door een overdaad aan prikkels volledig overstuur kan raken en dan alleen nog onverstaanbare klanken uitbrengt. En hoe ze uiteindelijk (vrijwel) elke dag volledig uitgeput en afgebrand in bed belandt, te moe en terneergeslagen om te leven.

Vanuit datzelfde bed heeft Brea ook een belangrijk deel van deze egodocu gemaakt; via haar laptop legt ze contact met medepatiënten, doctoren en wetenschappers en bespreekt met hen de oorzaken en gevolgen van het bestaan achter de dichtgetrokken gordijnen. Die persoonlijke betrokkenheid geeft de documentaire een echte meerwaarde: dit is niet zomaar een film over CVS-patiënten, maar een film ván en mét gewone mensen die gebukt gaan onder een ontluisterende aandoening, die behalve allerlei lichamelijke en geestelijke consequenties ook allerlei sociale implicaties meebrengt.

Met de ferme stomp in de maag Unrest, die inmiddels allerlei prijzen won en op de short list staat voor de Oscars, geeft Jennifer Brea het veelal verborgen leed van de CVS-lijder en zijn/haar directe omgeving een gezicht – twee, als je haar partner Omar meetelt, wiens leven ook volledig is ontregeld. Intussen doet Brea een dringend beroep op de (medische) wereld om de ziekte te erkennen en het gevecht ertegen met vereende kracht aan te gaan.

The Man Who Would Be Polka King

Netflix

Netflix geeft je op dit moment de keuze: verkies je de werkelijkheid of de Hollywood-versie daarvan? Concreet: de gloednieuwe speelfilm The Polka King, met de comedian Jack Black in de hoofdrol, óf de documentaire waarop die is gebaseerd, The Man Who Would Be Polka King (67 min.) uit 2009. Het mogelijk duidelijk zijn voor welke film ik heb gekozen.

Beide films vertellen het wonderlijke verhaal van Jan Lewan(dowski), een Poolse zanger die begin jaren zeventig naar de Verenigde Staten vlucht om er de American Dream te gaan leven. Daar, ver van huis, herontdekt hij de muziek van thuis, de polka. Niet veel later heeft hij een heus polka-imperium opgebouwd, inclusief een bedrijf dat Poolse snuisterijen verkoopt en reisjes regelt waarbij gefortuneerde landgenoten op de foto mogen met prominente Polen als Lech Walesa en Paus Johannes Paulus II.

Intussen troggelt hij iedereen in zijn directe omgeving geld af, in een soort polka-variant op het pyramidespel waarmee Bernie Madoff enkele jaren later de Amerikaanse financiële sector zou ontwrichten. Lewan kon een iglo aan een eskimo verkopen, zegt een van de gedupeerden in deze smakelijke documentaire van John Mikulak en Johua Brown, die nog diverse andere larger than life-personages presenteert, zoals Lewans echtgenote Rhonda, een (krokodillen)tranen plengende voormalige Mrs. Pennsylvania, én de morsige verteller van deze film, de kroegtijger Stan Tadrowski.

Op basis van alleen de trailer van de speelfilm, waarin Jack Black een koddige versie van de geboren charlatan neerzet, durf ik gerust te beweren dat ook in dit geval ‘truth’ echt weer ‘stranger than fiction’ is. Alhoewel waarheid? Ook het kostelijke The Man Who Would Be Polka King bevat een vleugje Hollywood en helpt de werkelijkheid soms een handje: tijdens de aftiteling blijkt dat de schmutzige verteller Stan Tadrowski een typetje is van de acteur Greg Korin. Een inhoudelijke keuze die, achter bezien, prima aansluit bij het ‘too good to be true’-karakter van dit verhaal.

Magnus


Is het eigenlijk een zegen of een vloek als je van jongs af aan voorbestemd lijkt voor grote dingen? Kun je als ‘wonderkind’ de torenhoge verwachtingen ooit helemaal waarmaken? En wat moet je daar dan voor laten? Het zijn vragen die deze kinderen zich vroeger of later altijd stellen. Of ze nu virtuoos viool spelen, dansen alsof hun leven ervan afhangt óf –  zoals bij de Noorse bolleboos Magnus Carlsen – net zoveel zetten vooruit kunnen denken als een schier onfeilbare schaakcomputer.

De huidige nummer een op de wereldranglijst is nog altijd slechts 27 jaar oud. Sinds zijn dertiende is hij schaakgrootmeester. De enerverende documentaire Magnus (75 min.) van Benjamin Ree volgt hem, via familiefilmpjes en oude televisiereportages, vanaf zijn jongste jeugdjaren als vader Carlsen ontdekt dat zijn zoontje een fotografisch geheugen heeft en moeiteloos allerlei scenario’s op het bord kan uitdenken (nee: gewoon voor zich ziet in zijn geestesoog). Gezamenlijk zetten ze de tocht naar de absolute top in, die diverse memorabele momenten oplevert.

Zoals die ene keer als Magnus in 2004 tegenover de toenmalige nummer één van de wereld, Garry Kasparov, mag plaatsnemen. Terwijl zijn ouders en zusjes toekijken vanaf de tribune houdt Carlsen ogenschijnlijk moeiteloos stand. Kasparov wrijft intussen gedurig door zijn gezicht en schudt zo nu en dan mismoedig het hoofd. De beste schaker van zijn tijd sleept ternauwernood een remise uit het vuur tegen het 13-jarig broekie, de nummer 786 van de wereld.

Naderhand gaat het hele gezin Carlsen gewoon een hapje eten bij het bekendste fastfood-restaurant van de wereld. Zoals gewone families doen. Maar Magnus Carlsen is dan allang geen gewone tiener meer. Hij wordt gebombardeerd tot ‘de Mozart van het schaakspel’ en als idool in de dop gelanceerd op televisie en in de bladen. Intussen wil de introverte Noor het liefst gewoon pingpongen of volleyballen met vrienden. Weet hij, te midden van de mediastorm die rondom hem opsteekt, het hoofd koel te houden voor zijn tweekamp met de Indiase wereldkampioen Anand, die hij zijn titel wil ontfutselen?

The Untold Tales Of Armistead Maupin


Hij was de man die acteur Rock Hudson vlak voor zijn dood ongevraagd outte. Schrijver Armistead Maupin kwam zelf pas op latere leeftijd uit de kast als homoseksueel en vond dat hij de Hollywood-held Hudson, die stervende was aan aids, moest helpen met schoon schip maken. Of de vermeende womanizer dat nu wilde of niet.

Het is één van de weinige keren dat The Untold Tales Of Armistead Maupin (91 min.) een weerhaakje vindt bij de chroniqeur van de gayscene van San Francisco, die met zijn eigen rubriek Tales Of The City in de plaatselijke krant een menselijk gezicht gaf aan de ontluikende LGBT-cultuur in de Verenigde Staten. Maupin had in deze zachte en ook wat veilige film van Jennifer M. Kroot, waarin zijn schrijfwerk een prominente plek krijgt en celebrities als Laura Linney en Ian McKellen de loftrompet over hem steken, soms wel wat scherper bevraagd mogen worden.

Hij oogt tegenwoordig als de gedistingeerde Republikeinse heer, die zijn conservatieve ouders ooit voor ogen moeten hebben gehad in de tijd dat hij, nog altijd stevig in de kast, een baantje had bij de rabiate homohater, senator Jesse Helms. Sindsdien is Maupin opgeschoven naar de andere kant van het politieke spectrum, naar homo-activisme. Toen het HIV-virus ongenadig huishield in de Amerikaanse homoscene en er, ook voor Armistead Maupin, geen weg terug meer was naar de bloeiperiode van San Francisco’s gaywijk Castro, die hij ooit zo treffend had opgetekend.

Dead Donkeys Fear No Hyenas

IDFA

Kan een land waar nog altijd mensen de hongerdood sterven tegelijkertijd voedsel exporteren naar het buitenland? Filmmaker Joakim Demmer ziet het voor zijn ogen gebeuren in Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopïe. Als je iedereen in het Afrikaanse land te vriend wilt houden, zijn dat echter geen vragen die je stelt, zo ondervindt de plaatselijke journalist Argaw al snel aan den lijve.

De Ethiopische regering heeft intussen de rode loper uitgelegd voor buitenlandse investerdeerders, constateert  Demmer in de verontrustende documentaire Dead Donkeys Fear No Hyenas (58 min.). Zij zien dat er goed geld is te verdienen en slaan dus onmiddellijk toe. ‘Ze vroegen een beruchte Amerikaanse bankovervaller ooit waarom hij banken overviel’, stelt vermogensbeheerder Paul McMahon droog. ‘Omdat daar het geld te halen is.’

Buitenlandse investeerders zoals Saudi Star zijn in het bijzonder geïnteresseerd in landbouwgrond. En als de plaatselijke boeren daarvoor moeten wijken, dan is dat maar zo. Je verzint er gewoon een mooi verhaal omheen (schoon water, gezondheidszorg en voedselhulp) en bedenkt er een lekkere term bij waarom ze moeten verhuizen: villagization. Voordat ze goed en wel door hebben wat er aan de hand is, zijn ze afgevoerd naar een vluchtelingenkamp.

En zo worden de verhoudingen steeds verder op scherp gezet in deze krachtige documentaire, waarin ook ‘do gooders’ aan het woord komen die het tij proberen te keren. Dead Donkeys Fear No Hyenas borduurt thematisch voort op de klassieke documentaire Darwin’s Nightmare, waarmee Hubert Sauper in 2004 op schrijnende wijze aantoonde hoe westerse belangen werkelijk alle facetten van het leven in een Afrikaanse land kunnen schaden. Deze film laat zien dat die thematiek bijna vijftien jaar later nog steeds actueel is.

Waiting For The Sun


‘Ik ben geen goed mens’, zegt een Chinese man huilend tegen zijn drie tienerkinderen, nadat hij ze tips heeft gegeven voor de rest van hun leven. ‘Geen goede vader, geen goede burger.’ Hij verschanst zich beschaamd in zijn jas. ‘Dat ben je wel’, probeert één van zijn dochters nog, maar de zaak lijkt reddeloos verloren. Papa gaat naar de gevangenis en krijgt waarschijnlijk ook de doodstraf. Zijn kinderen vertrekken naar Sun Village in Beijing.

Dat is het hartverscheurende startpunt van Waiting For The Sun (55 min.), een documentaire van de Deense regisseur Kaspar Astrup Schröder over het weeshuis van juf Zhang, een oudere vrouw die ooit gevangenbewaarder was. Liefdevol vangt ze kinderen op van ouders, die in de gevangenis zijn beland. Kinderen die anders volledig aan hun lot zouden worden overgelaten en gestigmatiseerd.

Neem die ontwapenende drieling van nog maar acht. Moeder zit vast omdat ze hun gewelddadige vader heeft gedood. In de fleurige paviljoens van oma Zhang en haar trouwe steun en toeverlaat huismeester Su, een voormalige militair, hebben ze een nieuw thuis gevonden, waar ruimte is voor hun gevoelens, niet vreemd wordt opgekeken als ze worstelen met zichzelf of elkaar en ook hun veroordeelde mama welkom is.

‘Was ik maar een wees’, sombert één van de Sun Village-kinderen. ‘Wezen zijn beter af. Die hebben geen ouders. Die hebben geen vreselijke herinneringen.’ De tragiek van willekeurige kinderen die worden opgezadeld met de dramatische keuzes van volwassenen, verbeeld met brieven en tekeningen voor hun ouders, maakt van het kalme en verzorgde Waiting For The Sun een aangrijpende film.

Weiner


Zou Anthony Weiner zich nog schuldig hebben gevoeld na de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten? Het waren immers e-mails die werden aangetroffen op zijn laptop, die ervoor zorgden dat het FBI-onderzoek naar Trumps Democratische tegenstander Hillary Clinton vlak voor de verkiezingen werd heropend. Weiner (spreek uit: wiener, oftewel: pik) zou Trump dus wel eens het presidentschap kunnen hebben bezorgd.

Er is overigens wel meer waarover het voormalige congreslid zich schuldig zou kunnen voelen. De documentaire Weiner (96 min.) uit 2016 volgt hem tijdens zijn tot mislukken gedoemde campagne voor het burgemeesterschap van New York. Dan heeft hij al een geruchtmakend sextingschandaal en vertrek met de – laten we zeggen – staart tussen de benen uit het Amerikaanse congres achter de rug.

Weiner, een linkse stokebrand die zijn keel regelmatig stuk heeft geschreeuwd naar Republikeinse opponenten, bleek foto’s van zijn – sorry, ik kan het niet laten – wiener te hebben doorgestuurd naar andere vrouwen. Terwijl hij toch echt netjes was getrouwd met Huma Abedin, de bevallige rechterhand van Hillary Clinton en alleen daarom al een van de machtigste vrouwen van Amerika.

Welnu, die Weiner (als in: lul) bezint zich na een korte bezinningsperiode op een politieke comeback. Zijn campagne voor het burgemeesterschap begint met het soort publieke boetedoening dat je van Amerikaanse politici verwacht, waarna hij weer vol goede moed ten strijde strekt voor een betere Big Apple. Met Huma, zoals mag worden verwacht van de vrouw van een Amerikaanse politicus, als representatieve steun en toeverlaat aan zijn zijde.

En dan – je voelt ’m vast al aankomen – duurt het natuurlijk niet lang voordat er weer stront aan de knikker is. Josh Kriegman en Elise Steinberg tekenen de afwisselend kolderieke, gênante en pijnlijke taferelen als een vlieg op de muur op. In een politieke documentaire in de allerbeste War Room-traditie, de legendarische film uit 1993 over de eerste presidentscampagne van Bill Clinton, wordt de politieke opportunist Weiner genadeloos afgeschminkt.

Kriegman werkte overigens een tijdje voor Anthony Weiner voordat hij aan deze cinema verité-documentaire over hem begon. Als die film niet zo vernietigend was uitgevallen, was daarover wellicht een Jesse-achtige discussie losgebarsten. Nu konden potentiële critici gewoon tevreden met de armen over elkaar toekijken hoe Weiner zich en plein publique in de politieke afgrond stortte – en Huma, en vervolgens ook Hillary, achter zich aan trok.

De Keuze Van Mijn Vader


Als dit stuk door Gordon zou zijn geschreven, volgden er nu eerst grappen over nummertje 39, sambal bij en witte lijst voordat de film zelf zou worden besproken (waarna het al snel weer over Gordon zou gaan). Die zal ik eenieder besparen. Deze documentaire is ook geen poging om het leven achter het doorgeefluikje van een Chinees restaurant in beeld te brengen. Die film, die ik zelf overigens nog niet heb gezien, maakte Yan Ting Yuen al in 2001. Ze won er zelfs bijna een Gouden Kalf mee.

In de egodocu De Keuze Van Mijn Vader (54 min.) traceert Yuen het leven van haar ouders vóórdat ze vanuit China via Hongkong naar Nederland, Maastricht om precies te zijn, vertrokken om daar een restaurant te beginnen. Zelf werd ze in 1967 geboren in Hongkong, de voormalige Britse kolonie waar haar vader en moeder tegenwoordig weer wonen. Want Nederland werd nooit hun definitieve thuis.

Hun ‘Hollandse’ dochter vraagt zich intussen af waarom ze überhaupt ooit hiernaartoe zijn gekomen. Was het de dreiging van Mao’s culturele revolutie? Niet echt, als we haar vader Chak Man Yuen mogen geloven. Maar welke zwaarwegende redenen er dan wel ten grondslag lagen aan het besluit dat het lot van het gehele gezin veranderde wordt in deze film, die zich langzaam ontvouwt en waarbij emoties vaak onder de waterlijn blijven, ook niet helemaal duidelijk.

De maakster, die in de ogen van haar Chinese familie wel aanzien maar geen rooie rotcent verdient met haar creatieve werk, krijgt er maar geen vat op. ‘Mijn westerse blik brengt me nergens in hun wereld’, verzucht Yan Ting Yuen op driekwart van de film, als haar ernstig zieke vader haar stilaan definitief begint te ontglippen. Tot het bittere einde blijft hij de gesloten, plichtsgetrouwe man die hij altijd al was.

In die zin blijft hij dus ook voldoen aan het clichébeeld dat de Gordons van deze wereld hebben van Chinezen; ze leveren in stilte hun noeste arbeid, maar laten zich nooit in hun ziel kijken. Yan Tings neef Kueng, die het familierestaurant mocht overnemen en Chakt Man Yuen als zijn eigen vader beschouwt, verwoordt ‘t treffend  in een opvallend emotioneel interview: ‘Ik hou heel erg veel van hem, maar dat zou ik hem nooit ronduit zeggen.’ En zo houden ze elkaar in deze film, liefdevol, gevangen.

A Gray State


De overheid is de vijand van het volk. Het is tijd voor verzet. Gewapend verzet, natuurlijk. Om de geheime politiestaat voor eens en altijd een halt toe te roepen. De Amerikaanse Irak-en Afghanistan-veteraan David Crowley loopt al een tijdje rond met het idee om in dat kader een activistische film te maken, Gray State.

Er ligt al een script. Met een crowdfunding-actie is zelfs genoeg geld opgehaald om een spraakmakende trailer te maken, die viral gaat in alt-right kringen. Zelfs Amerika’s bekendste complotdenker Alex Jones maakt zich sterk voor de film, waarvoor een productiemaatschappij een behoorlijk bedrag wil neertellen.

En dan wordt het stil rond de Libertarische filmmaker Crowley. Todat hij dood in zijn huis in Minnesota wordt aangetroffen. Op de muur is met het bloed van zijn vrouw Komel, die eveneens is vermoord, ‘Allahu akbar’ geschreven. Even verderop liggen een opengeslagen Koran en het lichaam van hun vijfjarige dochtertje Raniya.

Alle ingrediënten voor een paranoïde thrillerdocu zijn voorradig. Toch wordt A Gray State (93 min.) van Erik Nelson een andere film dan je op basis van dat uitgangspunt verwacht. Ook omdat de ontknoping van het Crowley-drama niet in kringen van moslimfundamentalisten moet worden gezocht – al is niet iedereen daarvan overtuigd.

Op weg naar de climax laat Nelson de teugels bovendien nog wel eens flink vieren, waardoor A Gray State eigenlijk nooit zo spannend wordt als zijn eigen premisse.

Green Gold


Het leek te mooi om waar te zijn: we vervangen het zwarte goud gewoon door groen goud. Biobrandstof in plaats van fossiele brandstoffen. Daar wordt de hele wereld beter van. Getuige de ontluisterende documentaire Green Gold (84 min.) ís die doodeenvoudige gedachte inderdaad te mooi om waar te zijn.

Even lekker kort door de bocht: in landen als Argentinië en Indonesië wordt de plaatselijke bevolking uitgebuit en het land volledig verkracht – of, als dat lucratiever is, gewoon platgebrand. Intussen ontketent het Europese parlement, dat uitgebreid is bewerkt door dikbetaalde lobbyisten, een economische oorlog om de eigen belangen te beschermen, ten koste van gewone mensen in de derde wereld. Zo, dat is eruit.

‘Gerechtigheid bestaat niet voor de armen’, constateert een Argentijnse boer somber als hij aan het lot van eigen gemeenschap denkt. ‘Is het medicijn erger dan de kwaal?’, vraagt Sergio Ghizzardi, de maker van deze tot nadenken stemmende documentaire, zich even later af. De problemen rond biobrandstof komen van alle kanten en blijken zeer hardnekkig. Ze zijn, simpel gezegd, te waar om mooi te zijn.

Toch is Green Gold meer dan alleen een messcherp pamflet geworden. Ghizzardi baant zich een weg door de politieke jungle op zoek naar heilzame alternatieven voor fossiele brandstoffen. Het geloof in die ene kolossale pot groen goud aan het eind van de regenboog is hij onderweg kwijtgeraakt, maar er gloort volgens hem nog altijd hoop aan de horizon.

De documentaire Green Gold is hier te bekijken.

Born Strong


Nee, ze sjouwen niet meer met Alkmaarse kazen, hoeven geen locomotief vooruit te trekken en slalommen ook niet met melkbussen tussen pylonnen door, zoals gewezen televisiehelden als Ted van der Parre, Siem Wulfse en Gerard Du Prie tijdens deze Polygoon-achtige editie van De Sterkste Man Van Nederland. Om De Sterkste Man Van De Wereld te worden moet je je tegenwoordig bewijzen op onderdelen als de squat, bankdrukken en de deadlift.

Born Strong (86 min.) duikt in de wereld achter de zogenaamde Arnold Strongman Classic, een wedstrijd die is vernoemd naar de voormalige Mister Olympia, Hollywood-acteur en gouverneur van Californië, Arnold Schwarzenegger. Arnie komt zelf ook uitgebreid aan het woord in deze degelijke docu, die zich echter vooral concentreert op vier deelnemers, waaronder de IJslander Hafthor Bjornsson, een beul van een vent die in de televisieserie Game Of Thrones de rol van ‘De Berg’ vertolkt.

‘Ik ben bereid om te sterven om de Sterkste Man Van De Wereld te worden’, bekent één van de andere deelnemers, de Brit Eddie ‘The Beast’ Hall. Er moet een leegte worden gevuld, zo geeft hij grif toe. Dat is ooit begonnen met zijn oudere broers, die hij steeds probeerde te overtroeven, en houdt nooit meer op. Als Hall hiermee moet stoppen, stapt hij vast direct over op een andere sport. Tot afgrijzen van zijn vrouw Alexandra.

Het alfamannetje Hall weegt inmiddels 180 kilo. Nog eens tien jaar op dit gewicht zal hij waarschijnlijk niet overleven. En die combinatie van (vr)eten en trainen levert ook praktische problemen op. ‘Hij kan zijn eigen sokken niet aantrekken’, stelt Alexandra. Seks is ook anders geworden, beweert Eddie op zijn beurt. Want zij kan haar benen niet meer om zijn lichaam krijgen. Zijn vrouw lacht er wat schaapachtig bij.

Het zijn dergelijke menselijke inkijkjes in het bestaan als ‘strongman’ die deze documentaire van Gary Cohen en Ross Hockrow een meerwaarde geven ten opzichte van de gemiddelde dertien-in-een-dozijn sportfilm. De krachtmeting zelf, waarbij ook de andere hoofdpersonen van deze documentaire, de ‘sterkste man aller tijden’ Zydrunas ‘Big Z’ Savickas en zijn Amerikaanse uitdager Brian Shaw, meedingen naar de titel, is uiteindelijk van ondergeschikt belang. Al wil je na bijna anderhalf uur ook wel weten wie van die kolossen nu écht de allersterkste is.

Time Trial

IDFA

In het Ronde van Vlaanderen-museum te Oudenaarde kun je virtueel De Oude Kwaremont beklimmen en je intussen meten met de groten der wieleraarde. Op zijn best lukt het om even, heel even, aan te klampen. Voordat de man met de hamer de definitieve genadeklap geeft. De overweldigende documentaire Time Trial (82 min.) biedt een gelijksoortige ervaring; als kijker word je onderdeel van het peloton.

Dit betekent overigens niet dat je per definitie ook tot de groten der wieleraarde behoort. Het gros van de beroepsrenners rijdt vooral als pelotonvulling mee en hoopt tegen beter weten in op meer. Dat geldt ook voor de Schot David Millar, die in de nadagen van zijn carrière is aanbeland. Ooit, voor zijn schorsing vanwege dopingsgebruik, reed hij de pannen van het dak. Maar die glorieuze dagen liggen al lang en breed achter hem.

Dat is de context voor deze zinnenprikkelende film van Finlay Pretsell. Millar levert een bijna wanhopige strijd tegen zichzelf, de rest van het peloton én de (biologische) klok, die zijn bestaan als wielrenner stelselmatig begint te ondermijnen. Met de Nederlander Thomas Dekker, ook een voormalige dopingzondaar, als ploeggenoot aan zijn zijde spreekt Millar al zijn reserves aan zodat hij nog eenmaal de Tour de France mag rijden.

Om de kijker in het getergde lijf van de hoofdpersoon te persen en vanuit diens perspectief de koers te laten beleven, trekt Pretsell filmisch alles uit de kast; van spectaculaire cameravoering, waaronder een kleine go pro-camera op Millars gezicht tijdens een tijdrit en adembenemende point of view-beelden van een bergbeklimming, tot een zorgvuldig samengesteld geluidspalet, waarin de dwarse soundtrack van de Amerikaanse deejay en producer Dan Deacon echt het ritme en tempo van de koers vindt.

Time Trial probeert niet zozeer een lineair verhaal te vertellen, maar dwingt je tot een emotionele ontdekkingsreis door de wielersport, waarin je van kopman vrijwel ongemerkt kunt verworden tot knecht – een woord dat buiten de wielrennerij niet voor niets behoorlijk in onbruik is geraakt – of zelfs drager van de Rode Lantaarn. Gelouterd, en helemaal leeg getrokken, bereik je in de slipstream van Millar de eindstreep. En dan begint het gewone leven weer…

Capturing The Friedmans

HBO

De man die altijd gewoon je vader was – en als scheikundeleraar bovendien een gewaardeerd lid van de lokale gemeenschap – blijkt ineens een pedoseksueel te zijn. Tijdens bijlessen thuis heeft hij zich bovendien vergrepen aan buurtkinderen. En, als klap op de vuurpijl, zou je broer Jesse hem daarbij terzijde hebben gestaan. Nee, het leven lacht David Friedman en zijn familie bepaald niet toe.

Regisseur Andrew Jarecki kwam het ongemakkelijke verhaal van Capturing The Friedmans (107 min.) op het spoor toen hij een portret wilde maken van de clown Silly Billy (alias David). Achter de clown bleek – heel clichématig, zou je bijna zeggen – een tragische figuur schuil te gaan, die gebukt ging onder een schokkende familiegeschiedenis met zijn vader en broer (waarin ook moeder Elaine een prominente rol speelt).

Deze openingsfilm van het IDFA in 2003 is geen documentaire met gemakkelijke antwoorden. Jarecki laat de meningen, visies en herinneringen van familieleden, vrienden, slachtoffers, politieagenten en deskundigen over wat er nu precies is gebeurd met elkaar botsen. Hoewel hij zijn eigen standpunt duidelijk laat doorschemeren – de regisseur participeerde later in pogingen om de zaak heropend te krijgen – blijft er tegelijkertijd voldoende ruimte voor twijfel.

Zoals de verhalen over seksueel misbruik, zo blijkt opnieuw in de huidige #MeToo-kwesties, vrijwel altijd worden omgeven met vragen. De feitelijke basis onder eventuele aanklachten is vaak flinterdun. En dan komt het neer op getuigenverklaringen en herinneringen. Waarbij niets zo onbetrouwbaar blijkt als onze waarneming, wat enkele jaren later in Nederland nog eens werd bevestigd bij de geruchtmakende Eper incestzaak. En in hoeverre laten die familiefilmpjes van vader Arnold eigenlijk de werkelijkheid zien?

Capturing The Friedmans keert een ingewikkelde zedenzaak helemaal binnenstebuiten en belandt daarbij in de donkerste hoekjes van een getroebleerd gezin, waarvan de kinderen opmerkelijk genoeg nog altijd meer sympathie lijken te hebben voor hun vader dan voor hun emotioneel afwezige moeder. Zo wordt pijnlijk duidelijk dat geen enkel familielid, onschuldig of niet, ongeschonden uit de strijd komt in deze klassieke documentaire.

Boer Peer

Van Osch

In mijn thuisregio Den Bosch trekt de docu Boer Peer (40 min.), die dit najaar in première ging op het Nederlands Film Festival en afgelopen week op het Eindhovens Film Festival werd uitgeroepen tot beste documentaire, volle bioscoopzalen. De lotgevallen van de Brabantse keuterboer, die bijna honderd jaar in een boerderij aan de rand van het dorp Maliskamp woonde en eerder dit jaar overleed, maakt duidelijk iets los.

Komende zondag wordt de film van Daan Jongbloed uitgezonden door Omroep Brabant, waarna Boer Peer enige tijd voor geheel Nederland is te bekijken op de website van de regionale omroep. De documentaire zou ook halverwege de jaren vijftig kunnen zijn gemaakt, toen de ouders van Peer Smulders kort na elkaar overleden. Sindsdien is er nauwelijks iets veranderd in zijn bouwvallige boerderij. Peer heeft altijd zonder warm water en elektriciteit geleefd en had ook geen radio of televisie in huis.

Behalve een paar koeien, die je binnenshuis goed kunt horen loeien, leefde de Brabantse boer bovendien alleen. Zo wordt hij ook in deze verstilde film geportretteerd; als een eenzaat die slechts een heel enkele keer met het moderne leven wordt geconfronteerd en daarmee dan met een boutade in plaatselijk dialect en ontwapenende glimlach korte metten maakt. Een man die ook in zijn hoofd in het verleden is blijven hangen. Hij houdt er bijvoorbeeld nog altijd rekening mee dat ‘de moffen’ terugkomen.

Boer Peer is net zo sober als zijn hoofdpersonage. Zonder duiding of franje brengt Jongbloed het leven van Smulders in beeld. Gedurende enkele jaren gaat hij bij de oude vrijgezel op bezoek en knoopt kleine gesprekjes met hem aan. Stap voor stap ontvouwt zich zo diens lange, eenzame bestaan. Traag als dikke stront door een dunne trechter, zoals ze in deze contreien van het land soms zeggen. En toch nooit bloedeloos of saai.

Slagershart

Docmakers

‘Zonder doden geen vak’, zegt opa Ter Weele achteloos tegen zijn kleinzoon Wessel, die later het familiebedrijf wil voortzetten. De dertienjarige telg van een Gelderse slagersgeslacht begrijpt dat er altijd een dier moet worden gedood als je vlees wilt verkopen. Hij heeft zelfs een vriendje, dat hem in dat kader konijntjes levert.

In de fraaie jeugddocumentaire Slagershart (14 min.) portretteert Marijn Frank, die eerder al haar eigen relatie tot vlees onderzocht in de sterke documentaire Vleesverlangen, de no-nonsense jongen uit Oene. Hoewel Wessel later het slagersvak in wil, houdt hij volgens eigen zeggen van dieren. ‘Sommige mensen denken dat slagers dieren alleen leuk vinden als ze aan de enkels hangen’, stelt hij droog. ‘Maar dat is bij mij en m’n vader en m’n opa helemaal niet zo.’

Slagershart, dat anderhalve maand geleden de Cinekid Award voor Beste Nederlandse Non-Fictie Televisieproductie won, werd vorige week zondag al uitgezonden in Zapp Echt Gebeurd, een prachtig platform voor Nederlandse jeugddocumentaires op NPO3. In eerste instantie had ik de film gemist, maar ik vond ’m te mooi en aandoenlijk om onbesproken te laten in deze nieuwsbrief.

The First Monday In May


Elke designer brengt zijn eigen muze mee. Een medewerkster van het Met-gala begint aan een opsomming van de iconen die straks over de rode loper zullen paraderen: ‘Prada heeft Emily Blunt. Ralph Anne Hathaway. Versace heeft J.Lo. Beyoncé, Kim en Kanye, Rihanna, Cara, Amber Heard, Chastain, Julianne Moore, al die mensen zijn van ons, geloof ik.’ En daarmee heeft ze slechts een begin gemaakt met de schier eindeloze lijst celebrities die zich melden voor deze Superbowl van de modewereld. En dan moet er ook nog een tafelschikking worden gemaakt.

‘China: Through The Looking Glass’, zo heet de tentoonstelling waarmee het New Yorkse Metropolitan Museum Of Art opnieuw het snijvlak tussen mode en kunst opzoekt. De Britse curator Andrew Bolton stelt hem samen en de onvermijdelijke Anna Wintour, de daadkrachtige hoofdredactrice van Vogue, houdt zich hoogstpersoonlijk bezig met de organisatie. Regisseur Andrew Rossi, die eerder een film maakte over The New York Times, volgt het tweetal tijdens de maandenlange voorbereidingen op The First Monday In May (90 min.) van 2015.

Daarbij ligt de nadruk op de keuze van de kunstwerken en de context waarbinnen die worden getoond. Hoe voorkom je bijvoorbeeld dat het beeld dat je creëert van China een hoog Disney- of Efteling-gehalte krijgt? Hoeveel draken en Ming-vazen kun je dan laten zien? En wie strijk je tegen de borst als je Mao te midden van Boeddha-beelden laat zien? Bolton en Wintour laveren in deze archetypische backstage-film voortdurend tussen twee culturen en ontkomen er niet aan om zo nu en dan politiek te bedrijven. Het sprankelende eindresultaat, waaraan door een strak aangestuurd team keihard is gewerkt, wordt uiteindelijk met veel grandeur ten overstaan van half Hollywood gepresenteerd.

Dream Boat


Ik geloof niet dat ik eerder zo’n lijfelijke documentaire heb gezien als Dream Boat (92 min.). Of die lijfelijkheid zo nadrukkelijk heb ervaren, dat kan ook. Navels, billen en tepels, gestileerd in beeld gebracht. Mannenlichamen, welteverstaan. In de film zit geen enkele vrouw. Alleen maar mannen. Gesoigneerde mannen, harige mannen en vrouwelijke mannen. Mannen. Schaars geklede mannen, dat ook.

Plaats van handeling is een gigantisch cruiseschip, waarop homoseksuele mannen uit alle windstreken zeven dagen lang de tijd van hun leven proberen te hebben. Elke avond is er een ander thema; van kinky en extravagant tot ronduit snoezelig. De een gaat een week lang helemaal door het lint, een ander voelt zich juist ongelooflijk eenzaam of worstelt met zijn geaardheid.

Regisseur Tristan Ferland Milewski volgt vijf mannen uit vijf verschillende landen, van India tot Palestina, tijdens de zonovergoten boottocht en praat met hen over het leven als homoseksueel. Kun je, durf je, ervoor uit te komen in eigen land? Wat nu als je HIV-positief bent of wordt? En hoe weersta je de lokroep van gemakkelijke seks? Als je dat al zou willen…

Dream Boat, een titel die natuurlijk verwijst naar de gesuikerde televisieserie Love Boat (waarnaar deze documentaire lijkt te zijn gemodelleerd), is echter allesbehalve een praatfilm. Milewski observeert met milde blik: hoe de mannen met elkaar omgaan, in gesprek komen en de liefde, of iets wat erop probeert te lijken, bedrijven. En na een week gaat, móet, iedereen weer huiswaarts, waar leven als gay niet altijd even vanzelfsprekend is.