The Missing Picture

Catherine Dussart Productions

Het was de dag dat zijn lot, en dat van zijn volledige familie, directe omgeving en het gehele land, definitief werd veranderd. Filmmaker Rithy Panh was dertien toen Pol Pots communistische horde op 17 april 1975 de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh binnentrok. Twee miljoen mensen werden van huis en haard verdreven, om in kampen te worden heropgevoed en te werken aan de nieuwe heilstaat van de Rode Khmer. ‘Ze hadden hun orders: raak de vijand nooit aan’, realiseerde Panh zich al snel. ‘De vijand, dat ben ik.’

Van individuele mensen met een eigen identiteit moest, met harde hand en honger als ongenadig wapen, een gezichtsloos collectief worden gemaakt. De beelden van de eindeloze ontberingen en het peilloze verdriet dat dit veroorzaakte houden zich nog altijd verscholen in zijn hoofd. Met kleipoppetjes roept Rithy Panh ze opnieuw op. Net als de onbekommerde jeugd die tijdens de Rode Khmer-jaren (1975-1979) genadeloos werd uitgewist.

The Missing Picture (95 min.) vormt de ontroerende weerslag van Panhs diep persoonlijke zoektocht naar dat onzichtbare verleden, die wordt ingekleurd met een intieme voice-over, expressieve muziek en zielsnijdende ensceneringen met zijn personages van klei. Als tegenwicht is er de letterlijke kleurloze verbeelding van de officiële Khmer Rouge-ideologie, propaganda waarin de menselijke maat volledig is uitgevlakt.

Met deze zeer persoonlijke en verduiveld knappe film uit 2013, waarin interviews en andere hoofdpersonen achterwege blijven, hervindt Rithy Panh zo iets van zijn eigen humaniteit, het deel dat het totalitaire regime destijds met alle macht probeerde af te schakelen. Hij brengt tevens zijn familie weer tot leven. Ook al is het dan met klei.

Het bezorgde de Cambodjaanse documentairemaker, die met S21: The Khmer Rouge Killing Machine eerder al een film had gemaakt over Pol Pots lugubere martelfabriek in Phnom Penh, een Oscar-nominatie en een belangrijke prijs op het filmfestival van Cannes. En hopelijk, ergens, ook wat gemoedsrust.

Young @ Heart

Searchlight Pictures

Dat je je vanaf de allereerste minuut kapot ergert aan de werkwijze van de Britse regisseur Stephen Walker.

Aan zijn popi, nét te uitleggerige voice-overs over het Amerikaanse ouderenkoor dat centraal staat in Young @ Heart (108 min.) uit 2007. In de ik-vorm nota bene, zodat we hemzelf toch echt niet over het hoofd zien.

Aan zijn kruiperige interviewtechniek als hij bij de oudjes thuis naar de bekende weg komt vragen over leven, dood en zingen.

Aan z’n quasi-verbazing over de dwarse repertoirekeuze van dirigent Bob Cilman voor het koor: Jimi Hendrix, The Clash en Sonic Youth.

Aan de manier waarop hij die in beelden uitdrukt: opengesperde ogen, ongelovige glimlachjes en – te langen leste – verrukte gezichtsuitdrukkingen bij zowel de koorleden zelf als hun enthousiaste publiek.

Aan die enkele, toch wel héél erg ingewikkelde nummers (James Browns I Feel Good en Yes We Can Can van Allen Toussaint) die de bejaarde koorleden nauwelijks ingestudeerd krijgen, een proces dat natuurlijk lekker lang wordt uitgemolken.

En dat je dan, ondanks Walkers opzichtige pogingen om de hele boel, bijna letterlijk, om zeep te helpen, tóch overstag gaat.

Voor die onweerstaanbare combinatie van de zegeningen en kwalen van ouderdom (waarin ziekte en de dood vanzelfsprekend niet ontbreken) en Young At Heart’s ferme, dolkomische of ontroerende interpretaties van popklassiekers als Road To Nowhere (Talking Heads), I Wanna Be Sedated (The Ramones), Stayin’ Alive (The Bee Gees) en het speciaal voor de gelegenheid met een zuurstofpomp uitgeruste Fix You (Coldplay).


Daartegen is zelfs een koekenbakker als Stephen Walker (*) niet opgewassen.

(*) die, vooruit, kundig de kracht van het koor vat, de muziek zoveel mogelijk het werk laat doen en ook het onvermijdelijke drama rond enkele individuele leden goed heeft opgetekend.

Tara

Nederlands Film Festival

Persoonlijke bekentenis: tijdens deze film heb ik in een vrijwel lege bioscoopzaal de slappe lach gekregen.

Niet dat Tara (55 min.), een portret van toenmalig GroenLinks-kamerlid Tara Singh Varma uit 2002, zo’n vrolijk stemmende film is. Integendeel: de politica, boegbeeld van de Surinaamse gemeenschap in Nederland, was terminaal ziek. Documentairemaakster Jet Homoet volgde haar en haar directe omgeving in wat de laatste fase van haar leven zou worden. In het kader van een klein monument voor een groots geleefd bestaan.

Er was maar één kleine complicatie: Singh Varma had helemaal geen kanker. Lichamelijk bleek er weinig mis. Tara had haar ziekte, al dan niet bewust, voorgewend. Het televisieprogramma Opgelicht legde daarbij het verband met financiële problemen waarmee ze zou kampen. ‘Tara Singh Varma en geldzaken’, concludeerde presentatrice Antoinette Hertsenberg vilein. ‘Dat bleek een wel erg ongelukkige combinatie.’

Met die wetenschap krijgt haar grootse afscheidstournee langs de Surinaamse gemeenschap, vaderlandse politiek (met prominente partijgenoten als Paul Rosenmöller en Femke Halsema) en de stad Amsterdam een totaal andere lading. ‘Ik zal er niet meer zijn’, zegt ze bijvoorbeeld met een enorme snik in haar stem tijdens een emotioneel vaarwel aan vrienden en familie. ‘Ik hoop dat ik verder zal leven ergens anders. En ik hoop dat het goed met jullie gaat.’

Ook pijnlijk: de scène waarin ze met haar gevolg live de vernietigende aflevering van Opgelicht zit te bekijken. Zelf kan ze het bijna niet aanzien. ‘Ja, wat moet je hier nou van vinden?’ vraagt een familielid. Tara ontkent intussen in alle toonaarden. ‘Pseudologia Fantastica’, volgens het actualiteitenprogramma Netwerk. ‘Een pathologische leugenaar.’ Gaandeweg zal ze tijdens deze film, die is doorsneden met pijnlijke televisiefragmenten, toch de waarheid onder ogen moeten zien.

En dan wordt Tara uitgenodigd voor het praatprogramma Barend & Witteman, waarin ze haar hele hebben en houwen op tafel legt bij interviewer Paul Witteman. Na de uitzending wordt Singh Varma aangesproken door een blonde vrouw. ‘Mag ik u wat zeggen? Ik ben een heel ernstige kankerpatiënt. Ik ben niet boos’, zegt ze geruststellend, in een poging om Singh Varma een hart onder riem te steken. ‘Ik denk dat wat u hebt veel erger is. Dat meen ik serieus.’

En toen weerklonk er dus gênant gehinnik in die uitgestorven zaal. Niet uit leedvermaak, denk ik, over de publieke persoonlijkheid die (opnieuw) in het openbaar werd vernederd. Het was de onbedoelde lulligheid van de situatie. Twintig jaar later zie ik vooral een oprecht bezorgde mevrouw, die waarschijnlijk ook gewoon gelijk had. Hopelijk is het haar daarna goed vergaan. Tara Singh Varma is (gelukkig) in elk geval nog steeds gewoon in leven.

KIJK HIER: TARA

Playing God

Hoeveel geld moet je neertellen voor een mensenleven? Dat verschilt nogal, eerlijk gezegd. ‘Als het een beurshandelaar of bankier is die op straat dood valt, dan moet je echt meer betalen dan bij een ober, soldaat, agent of brandweerman’, zegt Ken Feinberg nuchter in Playing God (98 min.). ‘Zo werkt het systeem nu eenmaal.’

De Amerikaanse advocaat weet waarover hij praat: Feinberg wordt met de regelmaat van de klok gevraagd om als arbiter op te treden als na een ramp, ongeluk of aanval de schade moet worden opgemaakt (en bedrijven of de overheid zelf mogelijke rechtszaken willen voorkomen). Na tragedies zoals de aanslagen van 11 september 2001, Orkaan Katrina en de Sandy Hook-school shooting was hij het die zich boog over de verzoeken van slachtoffers – of van lieden die een slaatje probeerden te slaan uit de situatie.

Dat vereist een olifantshuid. Eigenlijk kan een man als Kenneth R. Feinberg geen goed doen, er is altijd wel iemand die teleurgesteld is, z’n onmacht op hem richt of behoefte heeft om zijn woede te koelen. En geld – bloedgeld, zeggen sommigen – kan sowieso de onderliggende ellende nooit wegpoetsen. ‘Er zit geen enkel plezier in dat geld’, zegt Rosemary Cain, die een familielid verloor tijdens de aanslagen van 11 september. ‘Het is overladen met schuld.’

Deze interessante documentaire van de Duitse documentairemaakster Karin Jurschick behandelt de belangrijkste klussen en dilemma’s van Feinbergs werkzame leven, dat in de jaren tachtig een vlucht nam met een zaak van veteranen die compensatie wilden voor het gebruik van napalm tijdens de Vietnamoorlog, en zoekt daarbij ook de rafelranden op: is hij wel altijd zo onafhankelijk? Kan dat überhaupt in gevallen waarbij hij zelf is ingehuurd door een partij die de schade of het letsel heeft veroorzaakt?

Duidelijk is dat een levenlang salomonsoordelen vellen een wissel op je trekt. ‘Overdag zie ik het slechtste van de menselijke beschaving: dood, woede, frustratie, drama’, zegt Feinberg in de openingsscène, terwijl hij in het donker voor de televisie zit en weldadige klassieke muziek op zich laat inwerken. ‘In de nacht laaf ik me aan een concert of opera, het summum van menselijke beschaving: Wagner, Verdi, Beethoven, Brahms, Mahler.’

Intussen zwerft de camera over foto’s van Feinberg met allerlei Amerikaanse hoogwaardigheidsbekleders. Ieder voor zich moesten ze soms voor God spelen en de waarde van een mensenleven bepalen. Die prijs was, afhankelijk van het gezichtspunt van de betrokkene, altijd te hoog of te laag.

Rauw / Rauwer

NCRV

‘Heb je wel eens pannenkoeken gegeten?’ wil een jongetje weten van zijn vriendje, dat naast hem op de trampoline ligt.

‘Nee, nog nooit’, antwoordt de tienjarige Tom.

‘Erwtjes?’ vraagt zijn kameraadje door.

‘Nee, ook niet.’

‘En, pizza, heb je dat ooit gegeten?’

‘Nee.’ Tom moet ook bekennen dat frietjes en tosti’s onbekend terrein zijn voor hem. Hij eet namelijk Rauw (25 min.), in elk geval geen voedsel dat is gekookt of gebakken. Daarmee schijnt Tom het enige kind in Nederland te zijn. Hij leeft alleen op groente, fruit en noten. Zijn moeder Francis is van mening dat dit beter voor hem is. Dat aten ze in de prehistorie immers ook.

‘Wat denk jij als je die stukken vlees in de koekenpan ziet liggen?’, vraagt ze in de keuken aan haar zoon terwijl haar eigen moeder ‘normaal’ staat te koken voor het kerstdiner. ‘Denk je: daar ligt eten? Of denk je: daar ligt een stuk dood beest?’ Haar zoon antwoordt nuchter: ‘Nee, dan denk ik: daar ligt vlees.’ Francis Kenter vraagt nog even door: ‘En als je dat bloed eruit ziet lopen, wat denk je dan?’

En met die vraag is moeder nog lang niet klaar. Het is één van de ongemakkelijkste scènes uit de spraakmakende jeugddocu van Anneloek Sollart, die het portret van Tom en de gedreven Francis garneert met beelden van allerlei lekkernijen: pizza’s, snoepgoed en snacks. De film veroorzaakte in 2008 heel wat deining. Zou deze freak, die zichzelf als een pionier beschouwt, niet uit de ouderlijke macht moeten worden gezet?

Die commotie vormde tevens de basis voor het schurende vervolg Rauwer (55 min.) uit 2012, waarin Toms moeder zich moet verweren tegen beschuldigingen van kindermishandeling omdat de lichaamsgroei van haar zoon achterblijft. In deze film is zij ook echt de hoofdpersoon. Voor een belangrijke zitting bij de rechtbank besluit ze zelfs om te gaan vasten. Ze maakt daarbij zelf de vergelijking met Jezus en Boeddha, die zich zo ook zouden hebben voorbereid op hun taak.

Tom is dan al gereduceerd tot een bijfiguur: zowel in Sollarts vertelling als in de strijd van zijn moeder, die hem ook nog eens van school wil halen. Wat op zich een valide kwestie is – wie bepaalt hoe een kind moet worden opgevoed en welke grenzen kunnen daaraan worden gesteld? – dreigt een prestigestrijd te worden, die eigenlijk alleen ten koste van de opgroeiende puber kan gaan.

Rauwer is hier te bekijken.

Fear City: New York Vs. The Mafia

Netflix

Bonanno, Colombo, Gambino, Genovese en Luchese. De namen spreken nog altijd tot de verbeelding. Ooit maakten deze vijf illustere maffiafamilies de dienst uit in New York. Ze waanden zich onaantastbaar. Tótdat de FBI begin jaren tachtig besloot om ‘the mob’ echt met wortel en tak uit te roeien – of op z’n minst een héél gevoelige slag toe te brengen. Niet alleen de soldaten en kapiteins zouden eraan moeten geloven, ook hun onverstoorbare bazen. Maar hoe grijp je mannen in de kraag, die er altijd voor zorgen dat ze zelf geen vuile handen maken?

In de driedelige docuserie Fear City: New York Vs. The Mafia (154 min.) reconstrueert Sam Hobkinson met voormalige mobsters, speciale agenten van de FBI én voormalig crimefighter Rudy Giuliani (die zelf tegenwoordig dienst doet als een soort consigliere van Donald Trump) hoe de maffia in de tweede helft van de twintigste eeuw als een parasiet vrijwel de gehele samenleving ziek had gemaakt en hoe politie en justitie zich vervolgens met afluisterapparatuur en informanten toegang probeerden te verschaffen tot de bedorven kern van die parasiet: de zogenaamde Commissie, bestaande uit de vijf familiebazen.

Spannend geënsceneerde en uitgelichte interviews met talloze direct betrokkenen, die graag nog eens terugblikken op hun rol in het kat- en muisspel, vormen de kern van dat relaas. Hobkinson, die eerder de witte boorden-thriller The Kleptocrats regisseerde, brengt deze gesprekken tot leven met een slimme combi van authentiek archiefmateriaal en nieuwe illustratiebeelden, bandopnamen van maffiose gesprekken, straffe vormgeving en dampende soul- en funkmuziek. Alsof die hele operatie, gericht op een stel volbloed gangsters die zo leken te zijn weggelopen uit The Godfather, Goodfellas of The Sopranos, toch ook een heel coole onderneming was.

Fear City wordt zo een levendige vertelling over de totale verwevenheid van onder- en bovenwereld in New York, waarbij zijdelings ook nog een zekere vastgoedman uit die stad komt bovendrijven, en de pogingen van enkele gedreven G-mannen om de hele boel te ontwarren, de betrokken georganiseerde misdaad-organisaties definitief te ontmantelen en de leiders ervan heen te zenden met een enkeltje gevangenis. Zo gemakkelijk gaven beruchte mannen van eer als Fat Tony, John Gotti en Big Paul Castellano zich echter niet gewonnen. Voordat ze zich voor de rechter hoefden te verantwoorden, was er al een maffia-oorlog uitgebroken.

In het najaar van 2023 is er een soort vervolg op Fear City uitgebracht: Get Gotti.

You Don’t Nomi

De critici waren het erover eens: Showgirls was zonder enige twijfel de slechtste film van 1995. Beloond met een recordaantal van zeven Razzies, de anti-Oscars die jaarlijks worden uitgereikt. Voor onder meer slechtste film, hoofdrolspeler én regisseur. De Nederlander Paul Verhoeven ging zijn Award hoogstpersoonlijk ophalen, als eerste filmmaker in de historie. Hij stak nog nét zijn middelvinger niet op naar alle haters.

25 jaar na de première is het gesprek over die omstreden film, blijkbaar toch niet zo’n waardeloze rolprent, nog altijd niet verstomd. In You Don’t Nomi (91 min.) laat Jeffrey McHale allerlei verschillende lezingen los op de film. Van filmcritici die Showgirls destijds helemaal neersabelden, anderen die er een moderne klassieker inzien, een dichter die eindeloos inspiratie vond in de film en hedendaagse drag queens en andere performers die nog altijd op de planken staan met de bijbehorende musical.

Zij claimen voor Showgirls een eigen plek in de (cult)filmhistorie en plaatsen de beoogde blockbuster ook overtuigend binnen het oeuvre van de provocateur ‘Verhooven’ (die zelf overigens niet aan het woord komt). Als logisch vervolg op zijn Nederlandse periode, via fragmenten van Turks Fruit, Spetters en De Vierde Man. En als culminatie van zijn jaren in Hollywood, het (omgekeerde) uitroepteken achter kaskrakers als Robocop, Total Recall en Basic Instinct. In Showgirls zijn bovendien allerlei motieven en stijlvormen te ontwaren, die ook in zijn vroegere films en later werk als Zwartboek en Elle zijn te herkennen.

Ook de morele kritiek op de film – misogynie en homofobie – klonk Verhoeven-volgers vertrouwd in de oren. Net als de beschuldiging dat hij eigenlijk niet van de vrouwen in zijn films houdt. In dat opzicht maakte hij met Showgirls zijn duidelijkste slachtoffer: actrice Elizabeth Berkley, het voormalige sterretje uit de sitcom Saved By The Bell. Na haar rol als stripper in Showgirls kwam ze nauwelijks meer aan de bak. Afgaande op deze intrigerende documentaire had Berkley kunnen weten wat ze zich op de hals haalde. In de film heet ze niet voor niets Nomi Malone. Nomi. Als in: Know me. No me. Of: No… Me.

‘Wie heeft ‘t bij het rechte eind over Showgirls?’, vraagt Adam Nayman, auteur van het boek It Doesn’t Suck: Showgirls, zich af in deze verplichte film over film, waarbij rechtgeaarde cinefielen hun vingers aflikken. ‘De mensen die het een verschrikkelijk slechte grap vinden? Of degenen die het beschouwen als een onbegrepen meesterwerk?’ Nayman geeft zelf antwoord: Showgirls is een ‘masterpiece of shit’. Waarvan acte.

Narrowsburg

Het klinkt als het plot van een onvervalste B-film. Of in dit geval: een B-docu. Whacking Narrowsburg, of zoiets. Een tweederangs maffioso arriveert rond de eeuwwisseling met veel bravoure in een slaperig Amerikaans stadje om daar een gangsterfilm, met Four Deadly Reasons als beoogde titel, te gaan maken met de plaatselijke bevolking. En, o ja, om samen met zijn partner, de Française Jocelyne uit Zuid-Afrika (?), ook even het ‘Sundance van de Oostkust’ uit de grond te stampen: het enige echte Narrowsburg International Filmfestival.

’s Mans voornaamste wapenfeit? Een bijrol in de maffiakomedie Analyze This met Robert de Niro. En een manier van doen die bepaald niet zou misstaan in The Sopranos. Nee, deze patser heeft geen artiestennaam: hij heet echt Richie Castellano. Toch? En ja, hij komt uit The Bronx en zat een tijdje in de nor. In Attica om precies te zijn, vanwege gewapende overvallen op banken. Aan ‘street credibility’ bepaald geen gebrek. Right?

Maar is die hele onderneming van Richie en Jocelyn niet te mooi om waar te zijn? In Narrowsburg (84 min.) reconstrueren alle hoofdpersonen, inclusief de tweederangs maffioso en zijn ‘mystery lady’, de gebeurtenissen die natúúrlijk zullen uitlopen op een gigantisch fiasco. ‘Ik hou van de camera’, zegt Richie niettemin glunderend tijdens de start van zijn interview. ‘Ik heb altijd van aandacht gehouden. En hoe kun je meer aandacht krijgen dan dit? Hehe.’

En zo ontvouwt zich een kostelijke real life-comedy over een dubieus duo met meer wilde plannen dan goed is voor (het spaargeld van) de lokale gemeenschap. Regisseur Martha Shane raapt de brokstukken bij elkaar, plakt er speelfilmfragmenten en ruwe opnamen van de amateurs in actie tussen en lijmt het geheel vervolgens met een lekker vette knipoog aan elkaar. Gegarandeerd goed voor bijna anderhalve uur topvermaak.

Father Soldier Son

The New York Times

‘Mijn vader is in Afghanistan om het land beter te maken’, vertelt Joey van zeven. ‘Hij zegt dat er hier ‘s nachts kogels zouden rondvliegen als hij dat niet doet.’ Samen met zijn twaalfjarige broer Isaac wordt de Amerikaanse jongen intussen opgevangen door een oom. Want hun moeder is al enkele jaren volledig uit beeld.

Als Isaac en Joey hun vader Brian na een half jaar eindelijk terugzien op het vliegveld, is dat een bitterzoete ervaring. De broertjes weten dat hij over twee weken opnieuw naar die verre en gevaarlijke oorlog moet. Het zal echter niet lang duren voordat ze hem toch weer te zien krijgen. Brian Eisch raakt betrokken bij een schietgevecht en keert gehavend, zowel lichamelijk als geestelijk, terug naar huis.

Die gebeurtenis fungeert als ‘inciting incident’ van de aangrijpende documentaire Father Soldier Son (100 min.), waarvoor Leslye Davis en Catrin Einhorn van The New York Times de Amerikaanse militair en zijn twee opgroeiende zoons tien jaar lang (2010-2020) volgen. Een periode waarin de tijd vrijwel alle wonden heelt, maar ook weer geheel nieuwe kraters slaat in het bestaan van de Eisch-familie. 

Terwijl Brian zichzelf opnieuw moet uitvinden – als man, partner en vader – en de tijd probeert te verdrijven met het ene na het andere schietspelletje, beginnen zijn jongens na te denken over hun toekomst. Isaac wil gaan studeren, een voornemen waarin zijn vader wel erg weinig fiducie heeft. Jongste zoon Joey lijkt ondertussen wél voorbestemd om de familietraditie voort te zetten.

‘Ik wil rondrennen en met geweren schieten’, zegt het aandoenlijke joch. ‘Leuke dingen doen, gave dingen zien. Ik durf te wedden dat we een nieuwe, stoere oorlog beginnen.’ Joey droomt ervan om zich in hetzelfde uniform te hijsen als zijn vader en diens vader. Want hoe hoog de prijs ook is, deze militaire familie houdt vast aan een vanzelfsprekend soort vaderlandsliefde en opofferingsgezindheid.

Davis en Einhorn blijven daarbij netjes op de achtergrond, laten de drie hoofdpersonen los van elkaar aan het woord en beschikken dus over een opvallend lange adem. Met name dat laatste betaalt zich dubbel en dwars uit: Eisch en de zijnen laten de camera ook toe als ze op hun kwetsbaarst zijn. Als het leed echt niet meer is te overzien voor deze onfortuinlijke ‘all American family’.

Kijk en lees hier de multimediale Father Soldier Son-productie van The New York Times.

Seahorse: The Dad Who Gave Birth

Mark Bushnell / KRO-NCRV

‘Ik vond het geweldig om zwanger te zijn’, zegt Freddy’s moeder. ‘Iedereen zou moeten weten hoe dat voelt. Zeker mannen.’ En dat treft: haar zoon is net bezig om een kind te krijgen. Zelf. Freddy McConnell is een dertigjarige transman, die is gestopt met het nemen van testosteron en nu zwanger probeert te worden.

Als meisje was Freddy gek op acteur Mel Gibson. Maar was dat nu een tienerliefde of juist een voorbeeld van wie Freddy zelf wilde zijn? Of allebei? Want ze wilde destijds een man worden en viel tegelijkertijd ook op mannen. Nu, na de transitie, is ze een homoseksuele man die een relatie heeft met een andere man, CJ. Die zelf in een vorig leven ook vrouw was.

Duidelijk is dat Freddy en CJ op geen enkele manier in het traditionele beeld van een relatie passen. En nu gaan ze dus op zoek naar een spermadonor. In Seahorse: The Dad Who Gave Birth (86 min.) volgt de Britse filmmaakster Jeanie Finlay Freddy’s pogingen om een kind op de wereld te zetten. Intussen maakt hij noodgedwongen weer een soort transitie door: van man naar vrouw.

Dat is een gecompliceerd en verwarrend proces. Niet alleen voor de hoofdpersoon zelf, die al z’n verworvenheden als man weer (tijdelijk) kwijt dreigt te raken om zo z’n diepste hartenwens te kunnen vervullen. Ook voor de argeloze kijker, bij wie stereotypen over wat mannen en vrouwen nu precies zijn stelselmatig worden ontmanteld.

Finlay blijft dicht bij haar protagonist en benadert die uiterst empathisch. Kritische vragen blijven achterwege. Ze doorsnijdt het persoonlijke traject dat Freddy heeft ingeslagen met beelden van hoe hij was als kind, als klein meisje dat naar de goedkeuring van haar vader zocht. In dat opzicht is er weinig veranderd: de relatie tussen vader en zoon McConnell is nog altijd heel precair.

Want een menselijk ‘zeepaardje‘, een diersoort waarbij het de mannetjes zijn die de zwangerschap voor hun rekening nemen, roept nu eenmaal elementaire vragen op over de moderne mens en de maakbaarheid van diens wereld: kunnen (en mogen) we tegenwoordig alles zijn en worden wat we willen? En wie bepaalt of er grenzen zijn en waar die dan liggen?

Tegelijkertijd is Seahorse vooral ook een klein en menselijk verhaal: over een doodgewone sterveling die een diep verlangen heeft om de oerrol van het menszijn, het ouderschap, op zich te nemen.

In 2022 verscheen er een Nederlandse evenknie van Seahorse: Ryan Is Zwanger.

Capital In The Twenty-First Century

Thomas Piketty / Human

Staan we aan de vooravond van een terugkeer naar het ongebreidelde kapitalisme van de achttiende en negentiende eeuw, met een kleine aristocratie die leeft in weelde en het gewone volk dat omkomt van de honger? Deze zorg spreekt de Franse econoom Thomas Piketty nadrukkelijk uit bij de start van de boeiende documentaire Capital In The Twenty-First Century (102 min.), die is gebaseerd op zijn baanbrekende boek uit 2013. De eerste tekenen dienen zich volgens hem aan: groeiende ongelijkheid en, als een soort bliksemafleider daarvoor, toenemend nationalisme.

Samen met vooraanstaande collega-economen, psychologen, historici en politicologen licht Piketty vervolgens de ontwikkeling van het kapitalisme door, de talloze pogingen om dat bij te sturen en de recente opkomst van de ‘Greed is good’-mentaliteit, waardoor er weer een ouderwetse samenleving van Haves, een kleine elite, en Have-nots, de rest van de bevolking, dreigt te ontstaan. In politieke termen: één dollar, één stem. In plaats van wat je zou verwachten in een goed functionerende democratie: één mens, één stem.

De bijbehorende winnaarsattitude wordt ook direct verinnerlijkt, zo toont een fascinerend experiment met het bordspel Monopoly aan. Door het opgooien van een munt wordt steeds bepaald welke van twee spelers allerlei voordeeltjes krijgt toebedeeld. Die geluksvogels gaan zich vervolgens binnen enkele minuten ook als winnaar gedragen. Ze verplaatsen hun pion met meer geluid, graaien vaker in de chipszak en beginnen hun opponent te kleineren. Na afloop geloven ze dat ze puur op basis van hun kwaliteiten hebben gewonnen. Niet als gevolg van stom toeval.

Het is niet moeilijk om die mentaliteit te ontwaren in de hedendaagse samenleving. In zowel individuele personen als ondernemingen. Met deze uitstekend gedocumenteerde film van Justin Pemberton, die is geïllustreerd met nieuwsbeelden, televisiefragmenten en scènes uit speelfilmklassiekers zoals Pride And Prejudice, Les Misérables en The Grapes Of Wrath, bepleiten Piketty en zijn mededenkers dan ook een beter gereguleerde vorm van kapitalisme, waaraan echt iedereen zijn steentje bijdraagt, bijvoorbeeld via het betalen van belasting.

Enig optimisme is daarbij op zijn plaats, meent hij. De menselijke geschiedenis toont volgens Piketty aan dat we altijd streven naar een samenleving met harmonie en samenhang. Daarvoor moet dan alleen de huidige ongelijkheid nog wel even worden bestreden.

Showbiz Kids

Evan Rachel Wood, Cameron Boyce, Henry Thomas & Wil Wheaton / HBO

Van Drew Barrymore en River Phoenix tot Britney Spears en Lindsay Lohan. Er zijn legio voorbeelden van kindersterren die op latere leeftijd in de problemen komen. Ze kunnen de weelde van het succes niet dragen, worden als jongvolwassene al beschouwd als oud nieuws of raken verstrikt in dat eeuwige dilemma: vinden al die mensen míj leuk of kicken ze gewoon op mijn bekendheid? Toch zijn er altijd weer kinderen – en niet te vergeten: hun ouders – die naar Hollywood verkassen om daar, voor eventjes dan, eeuwige roem te verwerven.

Marc Slater en zijn moeder Melanie zijn bijvoorbeeld vanuit Orlando in Florida gekomen om te auditeren voor een rol in de pilot van een serie. De ouders van het guitige joch hebben al hun spaargeld moeten aanspreken om de reis te betalen en een acteercoach in te huren. Zonder enige garantie op succes. Demi Singleton heeft al een voet tussen de deur gekregen in de entertainmentindustrie. Ze speelde maandenlang in de musicals School Of Rock en The Lion King. Maar kan ze het zich nu ook permitteren om een zomer vrijaf te nemen? vragen Demi en haar moeder zich af.

Regisseur Alex Winter, die zelf als jongeling actief was op Broadway, paart de lotgevallen van de twee aspirant-publieksfavorieten in de interessante documentaire Showbiz Kids (94 min.) aan de ervaringen van gewezen kindersterren zoals Evan Rachel Wood (Thirteen), Henry Thomas (E.T.), Mila Jovovich (Return To The Blue Lagoon), Wil Wheaton (Stand By Me), Todd Bridges (Diff’rent Strokes), Mara Wilson (Mrs. Doubtfire) en de onlangs op twintigjarige leeftijd aan een epilepsie-aanval overleden Cameron Boyce (Jesse). Hun verhalen over plotselinge roem en de keerzijde daarvan worden geïllustreerd met fragmenten uit de films en televisieprogramma’s waarin ze ooit schitterden.

Een aardige trouvaille is ook één van de allereerste kindersterren, Baby Peggy. Diana Serra Cary is de grens van honderd jaar inmiddels gepasseerd en kan vanuit eigen ervaring bevestigen dat de kansen en uitdagingen van hedendaagse sterretjes eigenlijk al zo oud zijn als pak ‘m beet Shirley Temple. Waarbij alle actoren rondom de Hollywood-ster in spe – de ouders, managers, filmbonzen, fans én kritische recensenten – wel eens uit het oog verliezen dat ze toch echt met een tere kinderziel hebben te maken.

Kleine Germanen – Eine Kindheid In Der Rechten Szene

’In de dierenwereld is het net als bij de mensen’, leest opa bij het haardvuur voor aan zijn kleindochter Elsa. ‘Er zijn trotse en nobele dieren zoals de adelaar. En er is schurftig ongedierte zoals ratten. De eerste soort moet je respecteren, maar hoed je voor die anderen, want zij tasten ons prachtige land aan.’

Niet veel later is de kleine blonde Elsa in een gevecht op leven en dood verwikkeld met zo’n kolossale rat. Hij beschikt over een joekel van een neus, draagt een zwarte hoed en heeft opvallende pijes, de pijpenkrullen die kenmerkend zijn voor orthodoxe Joden. Vanzelfsprekend wint Elsa. Zij behoort immers tot een superieur ras.

De geanimeerde scènes rond vertelster Elsa, gebaseerd op het verhaal van een vrouw die in een nationaalsocialistische traditie werd opgevoed en daarna al snel in neonazistische kringen belandde, vormen de rode draad van Kleine Germanen – Eine Kindheid In Der Rechten Szene (86 min.), waarin Duitse en Oostenrijkse kopstukken van extreemrechts worden geportretteerd.

In die contreien houdt bijvoorbeeld ook Sigrid Schüssler zich regelmatig op. ‘Ik ben moeder van vier kinderen’, zegt ze. ‘Dat is mijn voornaamste bezigheid.’ Daarnaast spreekt de goedlachse Duitse vrouw volgens eigen zeggen wel eens bij openbare manifestaties van Pegida en aanverwante clubs. Wat ik nog meer doe? vraagt ze vervolgens lachend. ‘Ik sta voor de rechter.’

De volgende scène maakt duidelijk waarom Schüssler regelmatig wordt aangeklaagd. ‘Luister niet naar de Lügenpresse’, schreeuwt ze tijdens een manifestatie tegen haar gehoor. ‘Kijk wat er gebeurt. Hoe ze op school liegen tegen je kinderen. Hoe die kapot worden gemaakt door een walgelijke, onnatuurlijke, veel te vroege seksualisering. Hoe de homocultus in dit land wordt omarmd!’

Het is één van de weinige keren dat de filmmakers Mohammad Farrokhmanesh en Frank Geiger het lelijke gezicht van radicaal-rechts laten zien in deze intrigerende documentaire. Ze leggen de Pegida-leden en Identitairen niet op de pijnbank, maar laten hen vanuit zichzelf vertellen. Over hun opvoeding, levenswijze en normen en waarden.

Die bedachtzame aanpak, waarbij deskundigen off screen verdere duiding geven, contrasteert soms met de tamelijk vet aangezette animatie-verhaallijn rond Elsa, waarin de personages wél het achterste van hun tong laten zien en de ingehuurde stemacteurs zich nogal eens schuldig maken aan overacting. Archetypische nazi’s, zoiets.

Dit laat onverlet dat Kleine Germanen treffend een wereld inzichtelijk maakt, die meestal buiten beeld blijft. Niet via de gebruikelijke harde confrontaties, maar op een empathische manier: hoe zijn deze ogenschijnlijk volstrekt normale mensen tot zo’n extreem gedachtegoed gekomen? En kunnen zij zichzelf nog bevrijden uit dat nest van adelaars (dat bedreigd wordt door ratten)?

One Man And His Shoes

Piece Of Magic

Wat valt er na de geweldige documentaireserie The Last Dance, die diep in de ziel van het Amerikaanse basketbal en zijn grootste ster kijkt, nog te vertellen over Michael Jordan? Nou, bijvoorbeeld dat hij na The Chicago Bulls ook het sportmerk Nike in de vaart der volkeren opstootte.

In One Man And His Shoes (83 min.), waarin die ene man zelf overigens schittert door afwezigheid, wordt dat verhaal uitgediept. Het besluit om van de jonge Jordan, die op dat moment nog nauwelijks wat heeft gepresteerd, het gezicht te maken van Nike wordt op het conto geschreven van scout Sonny Vaccaro. Hij ziet in het cocky talent een ‘crossover person’, een icoon in de dop dat zijn eigen prestaties, team en sport kan ontstijgen. ‘Give it to the kid’, zou Vaccaro hebben gezegd. En zo geschiedde.

De ontwikkeling en promotie van de ‘Air Jordan’-schoen in de jaren tachtig en negentig was op zichzelf ook revolutionair: met een uitgekiende marketingcampagne werd de teamsporter Michael Jordan in de markt gezet als een individuele topsporter, compleet met zijn eigen schoenenlijn en kekke Spike Lee-commercials. Die keuze zou een gouden zet blijken te zijn: Nike werd een toonaangevend sportmerk, Jordan liep helemaal binnen en sneakers groeiden uit tot een gigantische rage, die tot op de dag van vandaag nog altijd niet is uitgewoed.

Zo diepgravend en enerverend als The Last Dance wordt deze aardige bijsluiter van Yemi Bamiro (natuurlijk) nooit, maar One Man And His Shoes brengt met ingewijden als voormalig Jordan-manager David Falk, sportschrijver Scoop Jackson, NBA-bobo David Stern en een hele sloot marketeers wel degelijk een belangrijk scharnierpunt in de Amerikaanse sportmarketing in kaart. Toen een doodgewone sportschoen het statussymbool voor een complete generatie werd.

Joop! Eindelijk Weer Kampioen

Max

Het is een onvergetelijk tafereel uit een lang vergeten Tour de France. Joop Zoetemelk, ooit een potentiële winnaar van de wielerronde, heeft nadat hij een tijd geblesseerd is geweest moeite om weer aan te haken. Tijdens de Ronde van Frankrijk van 1975 wordt hij in een bergetappe gelost. Moederziel alleen probeert hij zich terug te knokken, in gevecht met zichzelf. Dan komt de ploegleiderswagen naast hem rijden. Joop heeft blijkbaar behoefte aan wat verkoeling. Die komt er: de man achter het stuur heeft zijn wangen gevuld met water en spuugt het vol in zijn gezicht. En Joop koerst onverstoorbaar verder.

Het verhaal van Joop Zoetemelk is bekend: hij stond bekend als de eeuwige tweede. Zo zag hij er ook uit, een noeste werker die steevast met de troostprijs werd opgezadeld. Achter veelvraten zoals Eddy Merckx en Bernard Hinault. En zelfs achter Bernard Thévenet, een Franse coureur die er halverwege de jaren zeventig tweemaal met de overwinning vandoor ging. Joop was en bleef altijd de eerste verliezer. Jarenlang aan de wereldtop en toch gedoemd om te worden vergeten. Tót de Tour de France van 1980. Toen brak Zoetemelk, ondersteund door de legendarische Nederlandse Raleigh-ploeg, de ban. Als toetje volgde vijf jaar later nog het wereldkampioenschap, op 38-jarige leeftijd.

Al die hoogtepunten ontbreken natuurlijk niet in Joop! Eindelijk Weer Kampioen (60 min.). Het hart van deze vermakelijke tv-film wordt echter gevormd door Zoetemelks privéleven. Achter al die successen, zo openbaart hij met zichtbare tegenzin aan maakster Ariane Greep, zat een ongelukkige man. Gevangen in een huwelijk dat gaandeweg een dood vogeltje van hem maakte. Hij praat er liever niet over. Joop is sowieso een man van weinig woorden. Zijn tweede vrouw Dany en drie bevriende wielerjournalisten, die dit jaar het veertigjarige jubileum van Zoetemelks tourwinst vieren met het fotoboek Ongezien, vullen het verhaal verder in.

Dat zijn voormalige echtgenote Francoise niet meer in de gelegenheid is om te reageren, is daarbij wel een beetje ongemakkelijk. Zoetemelks zoon Karl maakt er ook geen woorden aan vuil als hij met zijn vader een fietstochtje onderneemt of met hem en de rest van de familie gaat langlaufen. De gewezen wielerheld maakt daarbij een ontspannen indruk, als een vriendelijke opa die volstrekt tevreden is met wat hij heeft opgebouwd. En in het huis dat hij met zijn huidige vrouw bewoont, is tegenwoordig een heuse Zoetemelk-zaal ingericht, een plek waar Joop en Dany voor de camera de imposante wielercarrière doornemen die zij alleen van horen zeggen kent.

The Windsors: Inside The Royal Dynasty

EO

Voor wie hoogstpersoonlijk wil controleren of de populaire Netflix-serie The Crown werkelijk wordt geschraagd door de feiten, is er nu The Windsors: Inside The Royal Dynasty (252 min.). In deze zesdelige documentaireserie wordt de bewogen historie van het Britse koningshuis, van het begin van de twintigste eeuw tot nu, uitvoerig behandeld.

Verteller Rosamund Pike leidt de kijker met straffe hand van het grote Britse rijk van koning George V in episode 1 naar een in zelf gekeerd Verenigd Koninkrijk, dat zich in aflevering 6, als zijn inmiddels hoogbejaarde kleindochter Elizabeth al ruim zestig jaar regeert, afwendt van Europa en kiest voor een Brexit. Intussen besluiten haar zoon Harry en diens vrouw Meghan de Koninklijke familie te verlaten.

Met een uitputtende collectie archiefmateriaal, ondersteund door gelikte reconstructies, belicht de serie alle belangrijke crises, ontwikkelingen en familie-intriges in de tussenliggende periode. Die worden met ronkende muziek en de nodige bombast opgediend en van commentaar voorzien door een hele stoet historici, biografen en insiders, waaronder enkele verre familieleden.

De ‘Royals’ zelf schitteren (natuurlijk) door afwezigheid. Hoewel The Windsors daardoor nooit écht aan de binnenkant van de Britse monarchie komt, geeft deze groots opgezette productie een gedegen beeld van het reilen en zeilen van de meest besproken familie van Europa. Zonder het romantische sausje dat een dramaserie zoals The Crown daar nu eenmaal onvermijdelijk overheen gooit.

Uitgewoond: Achter Gesloten Deuren

Marijke (l) en Jan Carel / VPRO

Een oude boom moet je niet verplanten. Toch is dat precies wat er is gebeurd met de hoogbejaarde bewoners van De Drie Hoven. Het Amsterdamse verzorgingshuis voldeed niet meer aan de moderne eisen en moest daarom sluiten. En dus werden de ouderen, die hadden gedacht dat dit hun laatste woonplek zou zijn, gedwongen om toch nog een keer te verkassen.

Met haar smartphone tekende Marijke Schonewille die onzekere periode op in de serie Uitgewoond. Nu, ruim een jaar later, bezoekt ze haar hoofdpersonen op hun nieuwe woonplek voor de documentaire Uitgewoond: Achter Gesloten Deuren (70 min.). Ze zet een kopje thee, helpt iemand z’n jas aantrekken of speelt een spelletje Rummikub en maakt intussen een praatje over hoe het gaat. De 103-jarige Map is bijvoorbeeld in het Leo Polak-huis beland, ver van haar vriendin Gerda. Ze hebben allebei niet meer zoveel zin in het leven. Gerda ervaart haar huidige bestaan zelfs als het ‘neerslaan van je geestelijke brein’. Ze overweegt om serieuze stappen te ondernemen.

De 96-jarige Jan Carel, een voormalige marinier die betrokken was bij de Slag bij de Javazee in 1942, is intussen nog dagelijks bezig met zijn oorlogsverleden. Voor de zekerheid barricadeert hij elke avond de deur van zijn woning, zodat ‘de vijand’ niet ongemerkt binnen kan komen. Één vijand laat zich daardoor echter niet ontmoedigen: een onzichtbaar virus dat de halve wereld op zijn kop zet en ook – of juist – de levens van de alleroudsten binnendringt. ‘Ik maak nog ‘s wat mee op m’n ouwe dag’, grapt Hetty van 92 tijdens de eerste keer beeldbellen met Schonewille. Even later: ‘Met mij gaat het goed. Zet dat maar op de film.’

Dat geldt echter bepaald niet voor alle hoofdpersonen van deze kleine en menselijke film. Sommigen ervaren de gevolgen van ‘social distancing’ aan den lijve, anderen krijgen met de gevreesde ziekte zelf te maken. Marijke Schonewille blijft ondertussen zo dicht mogelijk in de buurt, als een vriendin die van geen wijken wil weten. Tot het moment dat hun verplichte isolement weer wordt doorbroken. Of het leven aan z’n einde is gekomen…

Uitgewoond: Achter Gesloten Deuren is hier te bekijken.

De Kleine Man, Tijd En De Troubadour

EO

‘De kleine man voorzag dat er ruzie zou komen’, stelt Sipa Labakhua in de autobiografische voorstelling De Kleine Man, Tijd En De Troubadour (55 min.) van het poppentheater waarmee hij door zijn geboorteland Abchazië trekt. ‘Hij waarschuwde de zijnen, tevergeefs.’ Na de val van de Sovjet-Unie aan het begin van de jaren negentig ontstond er oorlog in de voormalige deelrepubliek waar Labakhua opgroeide en zijn vader, de kleine man, toentertijd een politieke functie bekleedde.

In deze bespiegelende roadmovie volgt Ineke Smits de zelfverklaarde troubadour door het land aan de Zwarte Zee, dat is getekend door de strijd met Georgië. Ze doorsnijdt zijn ontmoetingen met gewone burgers – van een jonge kunstenares die niets begrijpt van patriottisme tot twee zangeressen van traditionele Abchazische liederen – met passages uit zijn surrealistische voorstelling. ‘Dit is een parabel over de tijd die slaapt’, zegt Labakhua daarover in gesprek met zijn publiek. ‘Hij slaapt nog steeds, maar vermoordde mijn vader, hij verzwolg hem. Mijn manier om met slapende tijd om te gaan, is door ermee te spelen.’

Spelenderwijs werpt de poppenspeler, in eendrachtige samenwerking met Smits, elementaire vragen op over hoe we als mensen worden bepaald door onze oorsprong. Is dit land, met z’n Sovjet-flats, idyllische natuur en oorlogsruïnes, nog hun thuis? vraagt Labakhua zich af, terwijl hij door het land rijdt, een agressieve hond afschudt en steeds dichter bij zijn vader, de kleine man, komt. En waardoor wordt een thuisland überhaupt gekenmerkt? Na een lange tocht concludeert de troubadour voor zichzelf. ‘Mijn land is mijn kunst en mijn thuis is mijn talent. Daar zijn geen grenzen.’

Maria By Callas

Fonds de Dotation Maria Callas / NTR

‘Er zitten twee personen in me’, zegt de hoofdpersoon van deze film tijdens een tv-interview met David Frost uit 1970. ‘Ik wil graag Maria zijn, maar moet ook Callas recht doen.’ De eigenzinnige vrouw en de wereldberoemde operaster staan soms op gespannen voet met elkaar. ‘En als het erop aankomt, wie wint er dan?’ wil Frost weten. ‘Maria of Callas?’ De gevierde sopraan houdt zich op de vlakte: ‘Ik hoop dat ze niet zonder elkaar kunnen bestaan.’

In een ander fragment uit hetzelfde interview, dat regisseur Tom Volf gebruikt als anker voor zijn portret van Maria Callas (1923-1977), is ze een stuk explicieter. Die status van beroemdheid, voortdurend op de huid gezeten door de schandaalpers, kan haar gestolen worden. ‘Ik had liever een gelukkig gezin gehad en kinderen. Dat is de voornaamste roeping van de vrouw. Maar het lot heeft me deze carrière gegeven.’

Die loopbaan heeft haar tot de grote ster van Verdi-, Puccini- en Bellini-opera’s gemaakt, maar blijkens Maria By Callas (112 min.) net zoveel conflicten en frustraties opgeleverd; van een publiek ontslag bij het Metropolitan Orchestra tot een groots opgezet concert in Rome, dat vanwege bronchitis moest worden afgezegd. Die beslissing is haar nog jaren nagedragen en noopt haar in latere tijden tot een wat gematigdere toon, tot aan valse bescheidenheid aan toe.

Duidelijk is dat de Grieks-Amerikaanse zangeres een dame met temperament was. Ze maakt in deze stevige biografie, opgebouwd uit een uitbundige hoeveelheid archiefmateriaal en met opvallend lange muziekstukken, regelmatig een teleurgestelde indruk, ook omdat ze zich in vraaggesprekken steeds weer moet verdedigen. Maria wil eigenlijk een vrouw zijn, die zich helemaal kan wegcijferen voor een man. Zegt ze.

Intussen lucht ze haar hart in brieven aan haar zanglerares/hartsvriendin Elvira de Hidalgo, actrice Grace Kelly en haar geliefde, de steenrijke scheepsmagnaat Aristoteles ‘Aristo’ Onassis. Voor hem geeft ze ook haar huwelijk op. Uiteindelijk zal hij haar echter weer verlaten voor een andere celibrity. ‘Ik ben ervan overtuigd dat Onassis m’n vriendschap nodig heeft’, zegt ze daarover tegen David Frost. ‘Want ik vertel hem de waarheid. Niet dat jullie mannen graag de waarheid horen.’

Mucho Mucho Amor: The Legend Of Walter Mercado

Netflix

Wat je ziet, vraag je niet in Puerto Rico. Bij Walter Mercado, de flamboyante televisie-astroloog waarmee hele generaties Latino’s opgroeiden, was van alles te zien. Maar er werd niet naar gevraagd of over gesproken. Ook niet door Mercado zelf. Hij liet zijn seksuele oriëntatie altijd onbenoemd. Terwijl die er toch echt duimendik bovenop lag.

De inmiddels hoogbejaarde hoofdpersoon van Mucho Mucho Amor: The Legend Of Walter Mercado (96 min.), die nog altijd oogt als een soort doldwaze kruising van Liberace, Willen Ruis en Jomanda, blijft zwijgen. ‘Bedoel je dat je maagd bent?’ wagen Cristina Constantini en Kareem Tabsch, de makers van deze film, toch weer een poging. ‘De enige in de stad’, antwoordt Mercado lachend.

Hij maakt zich er steeds met een grapje vanaf. Of die 06-lijn met advies van helderzienden misschien oplichting was? ‘Ze kregen altijd inspirerende woorden of motivatie’, klinkt het gelikt. En of hij nu eigenlijk met pensioen is? Welnee. ‘Ik sterf in het harnas’, zegt de man die al zeker tien jaar weg is uit het publieke domein. ‘Ik ben twintig jaar en begin aan een nieuwe reis in het leven van een held.’

En zo krijgt de androgyne hoofdpersoon steeds alle ruimte om zijn façade op te houden. Deze film is daardoor eerder een (glad en flinterdun) portret van het fenomeen Walter Mercado dan van de persoon die deze verbergt. Want wie er nu werkelijk schuilgaat achter die make-up, opzichtige capes en grote gebaren? Ook dat staat vast in de sterren geschreven.