De Barbie Tapes

Karl Wolff (l) en Klaus Barbie (r) / WNL

In het Sheraton Hotel in de Boliviaanse hoofdstad La Paz ontmoeten twee oude kameraden elkaar. Het is augustus 1979, een kleine 35 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog. SS-generaal Karl Wolff is op bezoek bij oorlogsmisdadiger Klaus Barbie. De twee spreken over de goeie ouwe tijd, toen ze allebei een vooraanstaande rol speelden in het nazi-regime. Spijt hebben ze niet.

Barbie laat zijn gast foto’s zien. ‘Hier zie je Mengele’, zegt hij op één van de negen cassettebandjes die bewaard zijn gebleven van hun ontmoeting. ‘Hier staat: de Beul van Lyon. Dat is mijn bijnaam. Twee keer ter dood veroordeeld.’ De Barbie Tapes (52 min.) zijn afkomstig van de Duitse journalist Gerd Heidemann van het weekblad Der Stern. Hij arrangeerde het samenzijn van de twee nazi-pensionado’s en nam de opnamen, die verder nooit werden gepubliceerd, op in zijn privécollectie in Hamburg, het grootste particuliere nazi-archief ter wereld in Hamburg.

Regisseur Foeke de Koe gebruikt de audiocassettes nu als onderlegger voor zijn portret van de beul Klaus Barbie, een man die aan het begin van de oorlog ook in Nederland huishield. Hij liet bijvoorbeeld Ernst Cahn, de Joodse eigenaar van een ijssalon in Amsterdam, in 1941 fusilleren. Daarna zou Barbie in Frankrijk verder werken aan zijn bedenkelijke reputatie. In Lyon verhoorde hij bijvoorbeeld de bekende verzetsheld Jean Moulin tot de dood erop volgde. En in Izieu liet hij een Joods weeshuis ontruimen: ruim veertig kinderen verdwenen naar Auschwitz.

De Koe fungeert zelf als gids door Barbies inktzwarte verleden, belicht diens tamelijk onbekommerde bestaan als pensioengerechtigde oorlogsmisdadiger in een Zuid-Amerikaanse dictatuur en zoomt ook uit naar hoe het nazi-kopstukken überhaupt verging na de ineenstorting van het Derde Rijk. Een behoorlijke tijd konden misdadigers zoals Barbie onder de radar blijven. Gaandeweg kwamen een aantal van hen echter toch in het vizier van nazi-jagers, zoals het echtpaar Beate en Serge Klarsfeld dat zich vastbeet in z’n prooien en hen, liefst publiekelijk, aanklaagde.

Met de Klarsfelds, enkele historici en een Amerikaanse journalist die jaren heeft gejaagd op Barbie probeert Foeke de Koe nu vat te krijgen op een man die nooit wroeging lijkt te hebben gekregen over wat hij in die oorlogsjaren heeft aangericht. Pas toen het Boliviaanse militaire regime moest wijken, werd hij gedwongen om verantwoording af te leggen voor zijn daden.

Trailer De Barbie Tapes

Pangolin: Kulu’s Journey

Netflix

Hij kan alleen niet praten, zingen of dansen. Verder is Gijima, alias Kulu, een ideaal Disney-dier. Het Temmincks schubdier oogt vertederend en is volstrekt ongevaarlijk. Gijima kan niet vluchten of bijten. Als ie in gevaar is, kan het dier zich alleen als een bal oprollen en er dan maar het beste van hopen.

Schubdieren zijn geliefd bij stropers. Ze worden in China gebruikt als ingrediënt voor zeker zestig commerciële geneesmiddelen. Als de illegale handel in de dieren op het huidige niveau wordt voortgezet, zijn ze over dik twintig jaar uitgestorven – en eindigt een periode van 85 miljoen jaar op aarde. Want het schubdier, het zoogdier dat het meest illegaal wordt verhandeld in de wereld, heeft de dinosaurus nog meegemaakt.

Schubdieren kunnen hun mond niet opendoen, vertelt één van de Zuid-Afrikaanse dierenbeschermers die zich het lot van Kulu en zijn soortgenoten aantrekt. Hij bedoelt ‘t letterlijk: het dier kan alleen z’n lange tong naar buiten steken en zo mieren en termieten vangen om op te eten. Geluid maken lukt niet. Het is echter ook symbolisch: het schubdier kan zelf niet om hulp roepen. Dat zal de mens voor hem moeten doen.

En Pippa Ehrlich, die eerder samen met James Reed een Oscar won voor My Octopus Teacher (2020), is natuurlijk zeer gekwalificeerd om een ‘call to action’-docu te maken voor zo’n bijzonder dier: Pangolin: Kulu’s Journey (90 min.). Ze sluit daarvoor aan bij de vrijwilligers van het Wildlife Veterinary Hospital in Johannesburg, die met een lokoperatie het jonge schubdier Kulu hebben gered uit de grijpgrage klauwen van stropers.

En zoals dat gaat in dit soort dierenfilms – men neme bijvoorbeeld Wildcat, Patrick And The Whale of Billy & Molly: An Otter Love – staat er dan al een mensenvriend klaar om een innige band op te bouwen met het getraumatiseerde schubdier: fotograaf Gareth Thomas. Die heeft zelf in de afgelopen jaren ook de nodige butsen opgelopen en is klaar om een nieuwe start te maken. Met een beetje geluk kunnen de twee elkaar helen.

De interactie tussen mens en (schub)dier bloeit vervolgens op binnen een zeer fotogenieke omgeving, waarin ook een bedrijvige mierenkolonie nog een hoofdrol claimt. Die biotoop wordt door Ehrlich ten volle uitgenut. Pangolin: Kulu’s Journey legt een oogstrelende wereld bloot, waarin zowel Gareth als Kulu z’n natuurlijke plek kan vinden. Eerst groeien de twee zichtbaar naar elkaar toe. Totdat ze onafscheidelijk zijn geworden.

En dan is het moment gekomen om weer afstand te nemen en de natuur z’n werk te laten doen. Een ontroerend moment, in een film die met een gerust hart een Disney-docu mag worden genoemd. Over een man die op zoek is naar de zin van het leven en een zeer aaibaar dier dat hem dit geschenk – gewoon door te zijn wat het is: een 85 miljoen jaar oud schubdier – zomaar overhandigt.

De Nederlandse Kampbewakers Van Auschwitz

Videoland

‘Na bijna vijftien jaar onderzoek sta ik hier nu eindelijk in Auschwitz, de plek waar minstens 24 Nederlandse SS’ers tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben gewerkt’, vertelt journalist en onderzoeker Stijn Reurs bij de start van De Nederlandse Kampbewakers Van Auschwitz (100 min.).

Reurs heeft een soort presentatorrol in dit tweeluik van Nathalie Toisuta en Jurjen Nieuwenhuizen, dat de verhalen opdiept van landgenoten die een rol speelden in de ultieme moordfabriek. Daarover zwegen zij tijdens hun leven doorgaans als het graf. En als ze er uiteindelijk tóch over vertelden, bezorgde dit hun kinderen en kleinkinderen het schaamrood op de kaken. Tachtig jaar na dato nog altijd overigens.

De eerste getuigenis van een familielid van een Nederlandse kampbewaker laat echter ruim een half uur op zich wachten. Voor die tijd is vooral Stijn Reurs zelf aan het woord, zo nu en dan ondersteund door vakbroeders zoals Christophe Busch en Gideon Greif en enkele overlevenden van het vernietigingskamp. Reurs vertelt uitgebreid over zijn eigen onderzoek, Auschwitz en de Tweede Wereldoorlog in het algemeen.

De verhalen van de 24 Nederlandse SS’ers volgen later, zo nu en dan bekrachtigd door hun, al dan niet geanonimiseerde, nazaten. Ook dan blijft Reurs echter veelvuldig in beeld en aan het woord, weidt hij flink uit en laat ie ook niet na om het belang van zijn eigen onderzoek te benadrukken. De Nederlandse Kampbewakers Van Auschwitz wordt daardoor erg uitleggerig en bevat veel informatie die in wezen weinig toevoegt.

Het is daardoor de vraag of de op zichzelf belangwekkende verhalen van foute Nederlanders die Reurs tijdens zijn onderzoek heeft opgediept werkelijk twee delen van vijftig minuten speelduur rechtvaardigen. Één episode had waarschijnlijk ook wel volstaan. Dan had meteen de rol van de journalist/onderzoeker flink kunnen worden ingeperkt en was het geheel ook minder praterig geworden.

Zodat dit tweeluik zich daadwerkelijk volledig zou concentreren op die ene pijnlijke constatering: dat ook ‘gewone’ Nederlanders bereid waren om een rol te spelen in de diepste hel die de mensheid heeft voortgebracht.

Oklahoma City Bombing: American Terror

Netflix

Als maker van historische documentaires houd je er een geheel eigen agenda op na. Enige tijd voordat een ingrijpende maatschappelijke gebeurtenis een jubileum nadert, beginnen vaak al de voorbereidingen voor een nieuwe productie. Voor 19 april 2025 bijvoorbeeld, als het dertig jaar geleden is dat Timothy McVeigh een terroristische aanslag pleegde op het Alfred P. Murrah Building in Oklahoma City.

En dus bracht National Geographic onlangs de driedelige docuserie Oklahoma City Bombing: One Day In America uit. Netflix volgt nu met de documentaire Oklahoma City Bombing: American Terror (84 min.). En HBO Max probeerde de concurrentie vorig jaar al te slim af te zijn met An American Bombing – The Road To April 19th. In grote lijnen vertellen ze steeds precies hetzelfde verhaal. The devil is in the detail.

De schaal bijvoorbeeld. Neem je de aanloop naar McVeighs terreurdaad en de nasleep daarvan – van pak ‘m beet de belegering van Waco, precies twee jaar eerder, tot de bestorming van het Capitool – mee of juist niet? En belicht je alleen de gebeurtenissen ter plaatse of ook het grotere, maatschappelijke en politieke verhaal? Regisseur Greg Tillman gebruikt de dag zelf en het navolgende onderzoek als zijn uitgangspunt.

In z’n chronologische reconstructie verwerkt hij een korte terugblik op Waco, waarbij FBI-agent Bob Ricks eveneens een prominente rol speelde, en de persoonlijke herinneringen van enkele direct betrokkenen. De levensveranderende ervaring van Amy Downs bijvoorbeeld, een jonge vrouw die vast kwam te zitten onder het puin. Zij deed haar verhaal ook al in de miniserie van National Geographic. Net als Ricks trouwens.

Dat blijft nu eenmaal een thema voor een maker van docu’s over populaire onderwerpen: welke slachtoffers, ooggetuigen en functionarissen doen waar hun verhaal? En kun je hen ook exclusief krijgen? Renee Moore, de moeder van de baby Antonio die tijdens de aanslag in het kinderdagverblijf in het Murrah Builing verbleef en die één van de 168 slachtoffers zou worden, is vast benaderd voor meerdere producties.

Een andere ‘catch’ is Charlie Hanger, de agent van de Oklahoma Highway Patrol die McVeigh na de aanslag aanhield op de snelweg. Een kwestie van stom toeval. Hanger had geen idee dat dit de gezochte aanslagpleger was. Of cipier Marsha Moritz van de Noble County Jail. Zij nam bij aankomst een foto van de benige oud-militair, die alweer bijna was vrijgelaten toen hij alsnog werd geïdentificeerd als binnenlandse terrorist.

En waar houd je als maker op? Tillman concentreert zich in het laatste deel van deze boeiende, hoewel soms nét iets te vet aangezette reconstructie van 19 april 1995 zowel op het justitiële onderzoek tegen McVeigh en zijn medeverdachten Terry Nichols en Michael Fortier als op de motieven van de Golfoorlog-veteraan, die in de extreemrechtse hoek terecht was gekomen en die we nu zouden opzadelen met de kwalificatie ‘incel’.

Als ’t voor Timothy McVeigh ophoudt, besluit vervolgens ook Greg Tillman zijn vertelling.

73 Procent

EO

Bijna driekwart van de Joodse Nederlanders werd tijdens de Tweede Wereldoorlog vermoord. Dat is het hoogste percentage van alle West-Europese landen. In 73 Procent (53 min.) onderzoekt Jaap van Eyck (De Lijst Van Mengelberg) waarom in Nederland véél meer Joden zijn afgevoerd naar de vernietigingskampen. 102.000 mensen, vereeuwigd op het Namenmonument in Amsterdam, kwamen om.

Van Eyck start bij de journalist Max Arian, die als hoofdpersoon van deze gedegen film fungeert. Hij schreef in 1992 voor het eerst over de kwalijke Nederlandse hoofdrol in een artikel voor De Groene Amsterdammer: Nederland Deportatieland. Arian had een persoonlijke motivatie om de kwestie te onderzoeken: zijn vader Arthur stierf in 1942 op 34-jarige leeftijd in Auschwitz. Zelf zat hij als klein jongetje ondergedoken in Limburg.

Verder gaat Jaap van Eyck te rade bij historicus Pim Griffioen, die in 3008 samen met Ron Zeller een proefschrift publiceerde over Jodenvervolging in Nederland, Frankrijk en België. Samen met Alfred Edelstein (voormalig directeur Joodse Omroep) en Emile Schrijver (directeur Nationaal Holocaustmuseum) en andere historici analyseert hij waarom Nederland véél hoger ‘scoorde’ dan de ons omringende landen.

Kwam dat doordat Nederlanders – inclusief de uitstekend ingeburgerde Joodse Nederlanders – zo gezagsgetrouw zijn? Had het van doen met het gezag van de Nederlandse Joodse Raad, die haar achterban steeds van zeer ongelukkige adviezen voorzag? Of was het feit dat de Duitsers al aan het begin van de oorlog volledige controle hadden over de deportaties van Joden van doorslaggevende betekenis?

Deze documentaire, waarin verteller Jeroen van Kan alle pratende hoofden, het opgeduikelde archiefmateriaal en de speciaal vervaardigde animaties met elkaar verbindt, waakt er echter voor om al te gemakkelijk te zwarte Pieten. Waarschijnlijk was die 73 Procent, in de woorden van historicus Bart van der Boom, vooral ‘een buitengewoon onfortuinlijke samenloop van heel uiteenlopende omstandigheden’.

Feit is dat die ons land met een collectieve schuld opzadelde. Die kon heel lang weggedrukt worden met het waanbeeld dat half Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet had gezeten, maar moest uiteindelijk toch schoorvoetend worden erkend.

Trailer 73 Procent

Voetbalmiljonair Uit Oost

BNN

Het leven lijkt Mbark Boussoufa toe te lachen. Als voetballer van Anzhi Makhachkala is hij terechtgekomen in het elftal van coach Guus Hiddink, met wereldtoppers zoals Samuel Eto’o en Roberto Carlos. Niet slecht voor een Marokkaanse jongen die opgroeide in Amsterdam-Oost. Als klein jochie deed hij ooit van zich spreken: voor een wedstrijd van Ajax verbeterde ie het record hooghouden.

In de Russische deelrepubliek Dagestan, de thuisbasis van Anzhi, is het vanwege terreuraanslagen al enige tijd niet veilig. Boussoufa woont dus tweeduizend kilometer verderop, in de hoofdstad Moskou. Bovendien dreigt de clubeigenaar, miljardair Soelejman Kerimov, zich terug te trekken. Het is de vraag wat dit betekent voor de Marokkaanse international en zijn vaste hofhouding.

Thuis in Nederland kwakkelt Boussoufa’s vader Slima intussen met z’n gezondheid. Hij hoopt ook dat zijn eigen Voetbalmiljonair Uit Oost (80 min.), die furore maakte bij de Belgische topclub Anderlecht, eindelijk eens aan een gezin begint. Dat is de startpositie van deze ferme documentaire van Carin Goeijers uit 2015, waarin Mbark en de rest van de islamitische familie Boussoufa worden gevolgd.

De aanvallende middenvelder speelde aanvankelijk in de jeugdopleiding van Ajax met leeftijdsgenoten als Wesley Sneijder, Nigel de Jong en Hedwiges Maduro, maar zou uiteindelijk nooit actief zijn in de Nederlandse eredivisie. Na zijn carrière in België, waar ie tweemaal de Gouden Schoen voor beste speler won, belandde Boussoufa in 2011 in het verre Rusland, waar dan het grote geld is te verdienen.

Daarmee onderhoudt Mbark Boussoufa zowel zijn familie in Nederland als de vaste entourage waarmee hij zich in het buitenland omringt, waaronder zijn beste vriend Lorenzo (manager) en broer Moussi (personal assisant). Dat luxe leven lijkt nochtans een eenzaam bestaan, als de persoon om wie altijd alles draait. Zo gedraagt de voetballer zich soms overigens ook: als een man wiens wil wet is.

Via de voetbalmiljonair in Dagestan brengt Goeijers tevens een familie in beeld, die tussen drie werelden leeft: Marokko, Nederland en Rusland. Rond een Marokkaanse pater familias die in Nederland geen geschikte partner kon vinden en toen in zijn geboortedorp de moeder van z’n kinderen strikte. En nu wil Slima ook voor zijn zoon Mbark op zoek. ‘Maar dat wilde hij niet. Hij zei: laat maar aan mama over.’

Het mag in elk geval geen ‘golddigger’ worden, meent broer Moussi, die ook ooit een carrière als betaald voetballer ambieerde en altijd in de schaduw van zijn oudere broer bleef spelen. Zo houdt deze documentaire steeds het midden tussen een gelaagd familieportret en een film over de besognes van een dik betaalde topvoetballer, die zijn geld mogelijk bij een andere club moet gaan verdienen.

KIJK HIER: Voetbalmiljonair Uit Oost

De Verkrotte Droom

IF Productions / BNNVARA

‘Als de funderingspalen slinken, hoor je bij Ymere de champagneglazen klinken’, leest Bart Stuart, een actief lid van de huurdersvereniging van de Amsterdamse Van der Pekbuurt, een oude slogan voor tegen sloopplannen van de woningcorporatie. Die komt uit de koker van zijn strijdbare collega Bert Müssig. Zij herkenden zich ruim vijftien jaar geleden al in dat ene Gallische dorpje uit de Asterix & Obelix-boeken, dat zich maar bleef verzetten tegen de Romeinen. ‘Weg uit de Van der Pek? Hallo, we zijn niet gek!’ Intussen leven ze in De Verkrotte Droom (60 min.).

De ruim 1500 huizen staan er nog steeds. Ze zijn door achterstallig onderhoud verder verloederd. De ‘woonwoede’ van de bewoners en huurdersvereniging is dus zeker niet geluwd. Volgens hen ontbreekt het aan ‘eigenaarschap’ bij Ymere en zijn ze bij de corporatie, die zich volgens hen heeft ontwikkeld van sociaal beheerder naar projectontwikkelaar, vergeten dat alles draait om de huurder. Hun slogans zijn ondertussen met de tijd meegegaan. Tijdens een actie bij Ymere’s hoofdkantoor in 2022 staat er op een spandoek te lezen: ‘Ymere Ga Isoleren’.

De sympathie van de documentairemakers Ilse en Femke van Velzen (Fighting For Silence, Weapon Of War en Prison For Profit) ligt duidelijk bij de activistische huurdersvereniging. Ze sluiten aan als die de schade komt opnemen in woningen (lekkages V scheuren V schimmel V ratten V…) en houden ook de vinger aan de pols als Ymere eindelijk werk begint te maken van de renovatie. Wanneer Ymeres directievoorzitter Erik Gerritsen zelf eens poolshoogte komt nemen in de Van der Pekbuurt, krijgt hij de wind van voren van diverse bewoners.

Via de verwikkelingen in de Amsterdamse buurt belichten de tweelingzussen Van Velzen, die in de afgelopen jaren hun werkveld lijken te hebben verlegd van Afrika naar eigen land, een ontwikkeling die al enige tijd in heel Nederland speelt: het zeer weerbarstige proces rond het vernieuwen van oude stadswijken. Om te laten zien hoezeer woonperikelen intussen ook doorwerken in andere aspecten van het gewone leven volgen ze één van de vijfduizend Van der Pek-bewoners: Angel van Duiven leeft met haar kinderen in een woning, die al jaren smeekt om groot onderhoud.

De Verkrotte Droom plaatst de huidige Van der Pek-problematiek bovendien tegenover de mooie idealen waarmee de buurt begin twintigste eeuw voor mensen met een kleine beurs is ontworpen door de architect Jan Ernst van der Pek. Zijn vrouw Louise Went manifesteerde zich destijds als woningopzichteres en wordt in deze film, via de stem van Ellen Röhrman, opgevoerd als vertelster. ‘Wat is er in hemelsnaam gebeurd met onze mooie buurt?’ vraagt Went zich af aan het begin van de film, die dat proces – en de huidige herstelpogingen – vervolgens treffend in beeld brengt.

Tijdens deze renovatie komen de huurdersvereniging en de woningcorporatie soms recht tegenover elkaar te staan. Een spandoek, dat aan een bouwhekwerk wordt opgehangen, getuigt ervan: ‘Overleeft De VdPek deze renovatie?’

What They Found In Bergen-Belsen

EO

Ze zeiden er volgens de Britse sergeant Bill Lawrie geen woord over tegen elkaar toen ze eenmaal in hun bed lagen. De medewerkers van de Army Film and Photographic Unit waren die dag in het concentratiekamp Bergen-Belsen geconfronteerd met het ergste wat de mens kan aanrichten en overkomen.

‘Het waren geen mensen meer, maar wat er nog over was van mensen’, vertelde Lawrie later over die dag in april 1945 aan filmconservator Kay Gladstone, die medewerkers van de eenheid interviewde voor het Imperial War Museum in Londen. ‘Lege hulzen’, zoekt hij naar de juiste woorden. ‘Helemaal dood. Er was complete hopeloosheid. Wanhoop. Alsof het einde was gekomen en niemand daar nog iets aan kon doen. En ik denk dat niemand van ons zich realiseerde wat er met ons gebeurde.’

‘Er waren wachttorens in het kamp’, herinnert Lawries collega Mike Lewis, die zelf van Joodse afkomst was, zich de volgende dag. ‘Ik klom erin, om beelden te maken. Het was een andere planeet, een andere aarde, een hel. Hoewel ik al verschrikkelijke dingen had gezien tijdens de oorlog, kon ik me niet voorstellen dat mensen elkaar zo konden behandelen.’ Intussen zijn de beelden te zien die Lawrie, Lewis en hun collega’s destijds maakten van What They Found In Bergen-Belsen (37 min.).

Als cameramensen moesten ze emotionele afstand proberen te bewaren, vertellen ze als die oorlog allang tot de geschiedenis behoort. Anders was het werk ondraaglijk. En het hielp dat ze zich achter een zoeker konden verbergen. Om vast te leggen wat er zich daar, in dat hellehol van nazi-Duitsland, had voltrokken. Bewijsmateriaal. Zwart-witte 35mm-beelden, zonder geluid. Met commentaar erbij van hen, de makers. Over dat ze elke dag, na de opnames, moesten worden ontluisd bijvoorbeeld.

En dan verstommen ook Lewis en Lawrie en mogen de gruwelijke beelden van Bergen-Belsen even voor zichzelf spreken. In doodse stilte. Hun boodschap, door samensteller Sam Mendes vervat in een sober document zonder enige franje, is tachtig jaar later nog altijd met geen mogelijkheid te negeren.

Last Take: Rust And The Story Of Halyna

Disney+

De twee slachtoffers zijn met een traumahelikopter afgevoerd. ‘Het gaat goed met Joel’, zegt een man op de filmset van Rust. ‘En hoe gaat het met haar?’ vraagt Alec Baldwin. Het antwoord is ontmoedigend: ‘Niet zo goed.’

Baldwin lijkt in de openingsscène van Last Take: Rust And The Story Of Halyna (91 min.) nog nauwelijks te kunnen bevatten dat de ‘nepkogel’ die hij als acteur heeft gelost daadwerkelijk zijn collega’s heeft getroffen. ‘Waar is Halyna geraakt?’ vraagt hij door. ‘Het lijkt alsof het schot door haar rechteronderarm is gegaan’, antwoordt een collega. ‘Hij verliet haar lichaam bij haar linkerschouderblad, dus…’ Baldwin probeert te begrijpen wat hij hoort. ‘Hij is door haar lichaam gegaan? Levensbedreigend?’

Inmiddels weet de hele wereld het antwoord: Rusts 42-jarige Oekraïense cinematograaf Halyna Hutchins zou de verwondingen die ze op 21 oktober 2021 opliep bij de opnames van de western in Santa Fe, New Mexico, niet overleven. Regisseur Joel Souza, die eveneens werd getroffen door de kogel die door het lichaam van zijn cameravrouw was gegaan, overleefde het schot wel. De filmset werd na het incident door de plaatselijke politie direct uitgeroepen tot een plaats delict.

Hutchins’ echtgenoot Matthew vroeg de bevriende documentairemaakster Rachel Mason om een film aan zijn vrouw te wijden. Zij voelde zich echter genoodzaakt om eerst te belichten wat er op die filmset is gebeurd. Halyna’s camera-assistent blijkt een dag voor het schietincident te zijn vertrokken. Lane Luper beklaagde zich onder andere over de gebrekkige veiligheid. ‘Things are often played very fast and loose’, schreef hij aan de producers. Op 16 oktober waren  er al twee vuurwapens per ongeluk afgegaan.

Assistent-regisseur Dave Halls, verantwoordelijk voor veiligheid op de filmset, liet de zaak echter niet onderzoeken. Terwijl er alle reden was om het werk van de 24-jarige wapenmeester Hannah Gutierrez-Reed eens onder de loep te nemen. Ze mocht dan een dochter zijn van Thell Reed, die zowat elke filmcowboy ooit had leren schieten, maar ze was ook erg onervaren. Hannah werd bovendien slechts in deeltijd ingehuurd als wapenmeester en moest op andere dagen (slechter betaalde) productieklussen doen.

Met vrijwel alle direct betrokkenen, Baldwin en Gutierrez-Reed uitgezonderd, reconstrueert Mason nu het tragische incident op de filmset, dat vervolgens uitgroeit tot een trieste mediahype. De Trumps hebben bijvoorbeeld nog een appeltje met Alec Baldwin te schillen, sinds hij Donald persifleerde in Saturday Night Live. En dus maakt die de acteur moedwillig verdacht in interviews en begint Don Jr. doodgemoedereerd T-shirts met de tekst ‘Guns don’t kill people, Alec Baldwin kills people’ te verkopen.

Last Take nestelt zich zo tussen pak ‘m beet Hearts Of Darkness: A Filmmaker’s Apocalypse (over Francis Ford Coppola’s Apocalypse Now), Burden Of Dreams (over Werner Herzogs Fitzcarraldo) en Lost In La Mancha (over Terry Gilliams The Killing Of Don Quixote) in het rijtje van documentaireklassiekers over rampzalige filmshoots. Een aangrijpend document over een bijzonder tragisch incident dat diepe indruk heeft gemaakt op alle betrokkenen – niet in het minst door de onsmakelijke nasleep ervan.

En om het drama helemaal een wrang randje te geven: ook Rust zelf, inmiddels met goedkeuring van Halyna’s moeder Olga uitgebracht, gaat over een onopzettelijke schietpartij en de nasleep daarvan.

Het Zwijgen Van Loe de Jong

Selfmade Films

In eigen kring zweeg Loe de Jong (1914-2005) doorgaans categorisch over de oorlog, waarvan hij zijn levenswerk had gemaakt. Als directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie groeide hij uit tot dé Nederlandse WOII-autoriteit. De Jong was het gezicht van het televisieprogramma De Bezetting (1960-1965) en schreeg de gezaghebbende boekenreeks Het Koninkrijk Der Nederlanden In De Tweede Wereldoorlog (1996-1994).

Als Abel en Daan, de zoons van zijn door de nazi’s vermoorde tweelingbroer Sally, vragen hadden over wat er was gebeurd met hun vader, wimpelde hij die echter resoluut af. ‘Jongen, je moet in het heden leven’, zei Loe dan. Hij zou zelfs eens hebben gezegd dat geschiedenis helemaal geen zin heeft. ‘Je moet je niet met het verleden bezighouden’. Toch is dat precies wat de broers, die de oorlog overleefden op een onderduikadres, gaan doen. En Loe’s kleindochter Simonka de Jong documenteert dat proces.

Na het overlijden van de toonaangevende historicus zijn er namelijk brieven gevonden van Sally de Jong, die zijn eeneiige tweelingbroer altijd achter had gehouden voor diens zoons. In Het Zwijgen Van Loe de Jong (55 min.) uit 2011 gaan zijn neven, die geen bewuste herinneringen hebben aan hun ouders, op zoek naar de reden. Die queeste begint in het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, waar in een kluis nog altijd Loe’s kenmerkende brillen, pacemaker en pijptabak worden bewaard.

Loe de Jong, kind van een Joods gezin in Amsterdam, vluchtte aan het begin van de Tweede Wereldoorlog naar Engeland. Het was de bedoeling geweest dat ook zijn ouders en jongere zusje zouden meegaan. Onderweg waren ze elkaar echter kwijtgeraakt. Sally was toen al gemobiliseerd als arts en niet meer bereikbaar. De eeneiige tweeling zou nooit herenigd worden. Toen Loe, nadat hij tijdens de oorlog voor Radio Oranje had gewerkt, terugkeerde in Nederland, was zijn gehele familie verdwenen.

Daan de Jong grijpt elke strohalm aan om meer te weten te komen over dat verleden en te ontdekken waarom Loe zo weinig over zijn broer wilde vertellen. Tegelijk ontstaat er verwijdering met zijn eigen broer Abel en onmin over het feit dat hij doorgaat met deze film over zo’n gevoelige familiekwestie. Die stelt echter niemand in een kwaad daglicht – al komt Loe de Jong er niet uit naar voren als een bijzonder invoelend mens – en laat vooral zien hoe het verleden ook Joodse families nog altijd verscheurt.

En Loe’s kleindochter Simonka leert tijdens een andere kant kennen van haar beroemde opa: de soms beste kleine man achter het levensgrote icoon.

The Dark Money Game

HBO Max

In het verontrustende tweeluik The Dark Money Game gaat Alex Gibney ‘Citizens United’ te lijf. De zeer kwestieuze beslissing van het Amerikaanse hooggerechtshof uit 2010 geeft bedrijven de mogelijkheid om ongelimiteerd geld te steken in partijen of politici. En dit mogen en kunnen ze nog geheim houden ook. Dat is, niet alleen volgens Gibney overigens, vragen om ‘pay-to-play’. Ofwel: omkoping. Hij verwijst daarbij naar een pijnlijke statistiek: in negentig procent van de Amerikaanse congresverkiezingen wint de kandidaat die het meeste geld uitgaf.

In twee delen levert de befaamde Amerikaanse documentairemaker vervolgens het bewijsmateriaal voor het corrumperende effect van al dat duistere geld. Ohio Confidential (115 min.) start bij de lobbyist Neil Clark, die in 2021 overlijdt door een schotwond aan het hoofd. Clark is betrokken geraakt bij een groot corruptieschandaal en heeft zichzelf ernstig in de nesten gewerkt. Uit geluidsopnames, die in handen zijn gekomen van openbaar aanklagers, valt af te leiden dat hij een sleutelrol heeft gespeeld in een smeergeldaffaire waarmee maar liefst 61 miljoen dollar was gemoeid.

Larry Householder, de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden in Ohio en een contact van Clark, zou er een zeer dubieuze schone lucht-wet doorheen hebben gedrukt. House Bill 6 leverde de energieleverancier FirstEnergy een enorme smak gemeenschapsgeld op. En laat dat bedrijf nu net ervoor hebben gezorgd dat Householder überhaupt werd gekozen tot voorzitter. Als House Bill 6 toch weer ter discussie lijkt te worden gesteld, slaan de twee stiekeme partners de handen ineen, om hun tegenstanders een loer te draaien. Onder het motto: Fuck Anybody Who Aint Us.

Na deze ontluisterende case study gaat deel 2, Wealth Of The Wicked (115 min.), verder op de ingeslagen weg. Het is tijd om uit te zoomen. ‘Omkoping vind je overal ter wereld’, constateert Gibney bij de start, ‘maar alleen in Amerika maakten we het legaal.’ Dat gebeurde volgens hem niet zomaar. ‘Het was een zorgvuldig uitgevoerd project, gerealiseerd door een onzalig verbond van rijke zakenmannen en religieuze extremisten die besloten dat het woord van God hetzelfde klonk als het geluid van geld’, vervolgt hij met die karakteristieke stem, die onderkoeld de vinger op de zere plek legt.

Daarna gaat hij te rade bij Jane Mayer, de journaliste die in 2016 het invloedrijke boek Dark Money uitbracht, over hoe het grote geld de Amerikaanse democratie heeft ontwricht. Zij gaan samen terug naar de oorsprong, naar hoe bedrijven zich in de jaren zeventig begonnen te verzetten tegen de alsmaar toenemende macht van gewone burgers, wetten rond campagnefinanciering onderuit gingen halen en hun krachten bundelden met de kerk. Van daaruit ontstond vervolgens de pro-life movement, de slim genaamde anti-abortus beweging. Wie kon er immers tégen het leven zijn?

‘De rijkdom van de zondaar is weggelegd voor de rechtvaardige’, parafraseert de conservatieve geestelijk leider Rob Schenck een Bijbelvers. ‘Waarom niet? Laten we het geld van de miljardair dopen.’ James Bopp wordt de voornaamste jurist van dat verbond tussen God en Geld. Hij verzet zich tegen begrenzing van de hoeveelheid geld in de politiek, want dat zou een inperking van de vrijheid van meningsuiting inhouden. Bopp wil dus ook de Campaign Finance Reform-wet van de Democratische senator Russ Feingold en zijn inmiddels overleden Republikeinse collega McCain uit 2001 ontmantelen.

Citizens United markeert in 2010 een belangrijk keerpunt in de verwording van de Amerikaanse democratie, zes jaar later gevolgd door de verkiezing van Donald Trump tot president. Daarmee is de basis gelegd voor een smeergeldcultuur zonder weerga, toont Alex Gibney overtuigend aan in deze verpletterende exegese van een onvervalste pay-to-play natie. De belichaming daarvan is de ‘herkerstening’ van het hooggerechtshof, dat in 2019 natuurlijk levert voor zijn religieuze donateurs: het federale recht op abortus wordt op de brandstapel gegooid. En ook ‘big business’ telt z’n zegeningen.

Zlatan’s Näsa

DR Sales

‘Waar is de neus?’, zingen de supporters van Malmö FF uitdagend. ‘Olé, olé. Waar is de neus?’ Eerst waren ze nog blij met het standbeeld van Zlatan Ibrahimovic bij het stadion van hun club. Daar zette hij immers zijn eerste schreden in het internationale topvoetbal. Toen Zlatan zich snel daarna inkocht bij Malmö’s grote concurrent Hammarby IF, sloeg die vreugde echter om in woede. Het beeld werd ontheiligd, gemolesteerd én ontdaan van z’n neus. En die is sindsdien spoorloos.

Ideaal uitgangspunt voor een true crime-documentaire, vinden Mathias Rosberg en de broers Nils en Olle Toftenow. Ze ritselen een budget bij de Zweedse publieke omroep en huren daarmee vervolgens een privédetective in, op voorwaarde dat ze hem direct vanaf zijn aankomst in Malmö mogen gaan filmen tijdens het onderzoek naar Zlatan’s Näsa (Internationale titel: Zlatan’s Nose, 83 min.). En deze Claes Ekman gaat meteen voortvarend van start. Hij zal dat varkentje wel eens even wassen, maar de zaak blijkt toch ingewikkelder dan gedacht.

En Claes blijkt op zijn beurt een toch wel heel opmerkelijk personage, misschien nog wel interessanter dan die hele neus. Hij spiegelt zich aan Hollywood-films, is verzot op Sherlock Holmes, James Bond en Hercule Poirot en houdt er geheel eigen methoden op na, zoals bijvoorbeeld het veelvuldig gebruik van een ‘spy cam’, die overigens ook hemzelf stiekem in beeld brengt. Hij huurt tevens Bogdan Kotenko in, een andere detective die bij de Oekraïense geheime dienst zou hebben gezeten en meester is in martial arts.

Gaandeweg ontdekken de broers Toftenow en Rosberg dat in dit geval de jacht niet alleen mooier is dan de vangst, maar dat de échte catch ditmaal zelfs de jager is: Claes dus. Een aaibare man die volledig opgaat in de rol die hij voor zichzelf heeft bedacht in dit detectiveverhaal en die deze ook uitspeelt in enkele kolderieke scènes. Uiteindelijk laat hij ook steeds meer van zichzelf zien. Hij neemt de filmmakers bijvoorbeeld mee naar zijn ouderlijk huis in Göteborg – zonder doorspoelend toilet – waarin hij nog altijd woont.

Zlatan’s Nose is dan een heel eind afgedreven van het oorspronkelijke idee en heeft zich ontwikkeld tot een tragikomisch portret van een zeer aandoenlijke paradijsvogel. Claes Ekman zou Claes Ekman echter niet zijn als hij niet tóch een weg terug zou vinden naar de neus van Ibrahimovic. Die is naar verluidt – en dat lag natuurlijk al voor de hand – in handen gevallen van Malmö-hooligans. Zouden zij bereid zijn om hem te ontmoeten? En zou Claes er dan in slagen om het kleinood terug te bezorgen bij de rechtmatige eigenaar?

13th

Netflix

Van de zeventien witte Amerikaanse mannen belandt er gemiddeld één in de gevangenis. Bij zwarte Amerikanen is dat één op drie. Ik herhaal: een derde van de Afro-Amerikaanse mannen belandt tijdens zijn leven achter de tralies, waarbij ie met een beetje pech meteen ook z’n carrière en stemrecht verliest. In het bevlogen betoog 13th (100 min.) uit 2016 zet Ava DuVernay voortdurend zulke duizelingwekkende statistieken in om haar centrale punt te maken.

Ze gebruikt misschien wel de schokkendste cijfers als uitgangspunt voor haar film: vijf procent van de wereldbevolking komt uit de Verenigde Staten, tekent de Afro-Amerikaanse filmmaakster op uit de mond van de eerste en enige zwarte president Barack Obama (2009-2017), maar Amerika levert wel vijfentwintig procent van ‘s werelds gevangenispopulatie. Kortom: één op de vier gedetineerden in de hele wereld zit vast in het land dat zich de leider van de vrije wereld noemt.

En, nóg zo’n saillante conclusie, er zitten nu in verhouding méér Afro-Amerikanen in de gevangenis dan er ooit werkten op de slavenplantages. DuVernay verwijst daarbij naar het dertiende amendement van de Amerikaanse grondwet, waarmee de slavernij in 1865 officieel werd afgeschaft. Met één kleine uitzondering overigens: ‘Except as a punishment for crime.’ En daar zit volgens haar de crux: zodra je iemand kunt betichten van een misdaad, mag je ‘m ook weer behandelen als slaaf.

De massa-opsluiting van vooral zwarte Amerikanen is zo bezien simpelweg oude wijn in nieuwe zakken. En de aldus ontstane ‘gevangenisindustrie’ niet meer dan een wat typische uitingsvorm van de Amerikaanse ondernemersgeest. ‘De geschiedenis bestaat niet uit toevallige gebeurtenissen’, zegt de witte historicus Kevin Gannon niet voor niets. ‘Witte mensen zijn de producten van de geschiedenis die onze voorouders kozen, zwarte mensen van de geschiedenis die hun voorouders níet kozen.’

Ava DuVernay belicht die historie met Afro-Amerikaanse opinieleiders zoals Michelle Alexander, Jelani Cobb, Angela Davis, Van Jones en Cory Booker. Zij beginnen bij de afschaffing van de slavernij, vervat in dat vermaledijde dertiende amendement, en werken dan naar het heden toe. Een sleutelrol is er bijvoorbeeld voor de door en door racistische speelfilm The Birth Of A Nation (1915), die de Ku Klux Klan reanimeert en meteen attendeert op de afschrikwekkende werking van brandende kruizen.

Zwarte Amerikanen – in het bijzonder de zwarte mannen – worden in de navolgende eeuw stelselmatig ontmenselijkt (‘beesten’, ‘verkrachters’, ‘super-predators’) en opgejaagd en vervolgd door de Amerikaanse overheid, met Richard Nixon’s Law & Order in de jaren zeventig, de navolgende ‘war on drugs’ van Ronald Reagan en Bill Clintons ‘three strikes and you’re out’ uit 1994 als treffende voorbeelden. Het aantal gedetineerden loopt in die jaren op tot ruim twee miljoen. Mass incarceration, juist.

‘Ons rechtssysteem behandelt je beter als je rijk en schuldig bent dan als je arm en onschuldig bent, constateert jurist en activist Brian Stevenson bovendien somber in dit overtuigende, hoewel wat ruim bemeten, schotschrift tegen moderne slavernij, dat via de gewelddadige dood van Black Panther-voorman Fred Hampton, de onterecht beschuldigde Central Park Five en een schandelijk racistische campagnespot rond de archetypische boze zwarte man Willie Horton aanmeert in de 21e eeuw.

Als Trayvon Martin en andere zwarte Amerikanen overlijden als gevolg van politiegeweld, Kalief Browder jarenlang onterecht vastzit en er daarna nooit meer bovenop komt en de Black Lives Matter-beweging ontstaat. Tegen die tijd begint zich ook een nieuwe (en heel oude) kracht in de Amerikaanse politiek te melden: Donald Trump. ‘Weet je wat ze vroeger met zulke kerels deden?’ laat DuVernay hem zeggen bij beelden van zwarte mannen die worden afgetuigd. ‘Die werden op een brancard afgevoerd.’

Het ontbreekt er nog maar aan dat hij het dertiende amendement ook officieel weer wordt afgeschaft.

The Diamond Heist

Netflix

Een beetje bijdetijdse maker maakt zijn publiek tegenwoordig direct lekker en probeert zijn verhaal dus binnen enkele minuten te verkopen. True crimester Jesse Vile (Curse Of The Chippendales, The Ripper en The Great Rhina Robbery) doet dit in de driedelige docuserie The Diamond Heist (134 min.) bijna letterlijk. In de openingssequentie verzucht één van de sprekers, journalist Neil Wallis van de Britse tabloid Sunday People, meermaals ‘fuck me, that is a story!’

Dat ‘Godsklere, wat een verhaal!’-verhaal begint in juli 2000, vier maanden vóór de roof van een collectie diamanten, waaronder de kolossale Millennium Star. Plaats van handeling is het Engelse Kent. Waar een mislukte gewapende overval op een geldwagen plaatsvindt. Beoogde buit: bijna negen miljoen pond. Lee Wenham en zijn kornuiten blijven echter met lege handen achter. Ze weten wel aan de politie te ontkomen en beginnen vervolgens TBHOAT te beramen. The Biggest Heist Of All Time.

Move over dus, The Great Train Robbery (1963) of Knightsbridge Safe Deposito’s Centre (1987)! Dit wordt de grootste kraak ooit: 350 miljoen pond. Het plan komt overigens van de Londense gangster Ray Betson, een man met opvallend kille zwarte ogen. Een haai zogezegd. Vile accentueert dit met Jaws-achtige beelden. Betson chartert Lee voor de klus en belooft hem één miljoen. En dat is – blijkbaar – goed genoeg voor het kind van de East End-penoze, type ‘I love it when a plan comes together’.

Met z’n tweeën kunnen Ray en hij dat klusje echter niet klaren, vertelt Lee, die eens goed op zijn praatstoel is gaan zitten voor deze Heist-serie. Ze stellen een soort A-Team samen,  met louter doorgewinterde criminelen: een Joe Pesci-achtige klusjesman, de spreekwoordelijke dommekracht die geweld bepaald niet schuwt, een charmante techneut en de oude rot die écht nergens voor terugdeinst. Een archetypische boevenbende, rechtstreeks afkomstig uit een Guy Ritchie-film.

En dat treft: de Britse regisseur doet dienst als ‘executive producer’. Hij is alleen vergeten om een ‘pikey’ te ritselen, die verdacht veel op Brad Pitt lijkt. Lee Wenham is overigens wel degelijk afkomstig uit een Roma-familie. Voor de zekerheid heeft hij ook ‘Born Wild’ op zijn beide handen laten tatoeëren. De gedroomde boef voor een B-film. Het is ook niet moeilijk om je Vinnie Jones of Stephen Graham voor te stellen in de rol van Wenham. En dan zou die roofoverval vast heel anders zijn afgelopen.

Het plan was helder, legt de echte broodcrimineel uit aan de hand van een maquette: eerst rijden ze met een graafmachine de protserige Millennium Dome binnen, daarna verschaffen ze zich toegang tot de kluis en tot slot maken ze zich uit de voeten met een speedboot. ‘En we leven nog lang en gelukkig.’ Zoals ’t een eenvoudige boef betaamt, heeft Wenham echter één ding over het hoofd gezien: de politie. En die heeft de bende allang in de smiezen. Althans, dat die iets van plan is. Maar wat?

Deze klassieke cops & robbers-reeks – volgepompt met gelikte reconstructies (waarin enkele hoofdpersonen duidelijk enthousiast participeren), beeldgrapjes en coole tunes – begint dan vol goede moed aan aflevering 2, waarin de zaak vanuit het perspectief van de Engelse politie wordt belicht. En die lijkt een platte pet, een omgekochte agent, in de gelederen te hebben. Bovendien dreigt hun supergeheime undercoveroperatie uit te lekken naar de roddelpers, die er wel een ‘fuck me, that is a story!’ inziet.

Intriges genoeg, kortom, voor een vermakelijke real life-variant op Ocean’s Eleven/Twelve/Thirteen, die ‘t natuurlijk niet van z’n emotionele diepgang moet hebben, maar genoeg lekkere verhaalwendingen bevat om de aandacht helemaal tot het eind vast te houden.

The Sky Above Zenica

HBO Max

The Sky Above Zenica ( 92 min.) wordt getekend door de plaatselijke staalfabriek. Nadat de oorlog in het voormalige Joegoslavië halverwege de jaren negentig eindigde, volgde een periode van investeringen – en vervuiling – in Bosnië-Herzegovina. In de middelgrote stad in het hart van de Balkan streek het internationaal opererende staalconcern ArcelorMittal neer. Sindsdien is de luchtkwaliteit in Zenica zienderogen achteruit gegaan.

‘Als je denkt dat dit er normaal uitziet, ben ik Brad Pitt’, stelt Samir Lemes, de gedreven voorman van de actiegroep Eko Forum Zenica, terwijl hij kijkt naar de rook die de plaatselijke cokesfabriek permanent uitstoot. ‘Deze rook moet eerst gefilterd worden.’ Zulke vervuilde lucht zie je volgens hem nergens anders in Europa. En die conclusie wordt bevestigd door de World Health Organization: alleen in Noord-Korea vallen er meer doden door luchtvervuiling.

Samen met enkele getrouwen stelt Lemes zich in deze documentaire van Zlatko Pranjic en Nanna Frank Møller, gefilmd in de periode 2017-2024, teweer tegen de vanzelfsprekendheid waarmee de staalfabriek, die werkgelegenheid biedt aan ruim tweeduizend mensen, alle milieuregels steeds weer aan z’n laars lapt en voor ernstige gezondheidsproblemen zorgt in de lokale gemeenschap, waar kanker en diabetes ongenadig huis houden.

Eko Forum moet over een lange adem beschikken. ArcelorMittal en de Bosnische autoriteiten verschuilen zich achter elkaar als het gaat om wat er precies aan de hand is en wie daarvoor verantwoordelijk is. ‘Waarom geven we milieuvergunningen uit aan vervuilers die de zorgen van burgers negeren?’ spreekt een medewerker van het Ministerie van Milieu uiteindelijk uit wat iedereen allang denkt. Gevolgd door: ‘Ik geef toe dat we niet aan de verwachtingen hebben voldaan.’

Niet veel later wordt er dus een Green City Action Plan gelanceerd. Zenica moet zowaar de eerste Bosnische stad worden, waarin louter duurzaam wordt geïnvesteerd. Samir Lemes en de andere activisten geloven er geen barst van en blijven zich vastbijten in het dossier rond de uitstoot van de fabriek. En dat lijkt zich gaandeweg ook enigszins uit te betalen. ArcelorMittal wordt gedwongen om onder ogen te zien wat de onderneming veroorzaakt in de gemeenschap.

Burgers kunnen wel degelijk het verschil maken, betoogt The Sky Above Zenica daarmee – al nemen Pranjic en Møller daarvoor wel ruim de tijd. Als waarheidsgetrouwe weerslag van een bijzonder taai proces heeft deze David & Goliath-docu daarom beslist z’n waarde, maar als schouwspel had ’t soms wel iets enerverender gekund.

Dit Hoort Bij Ons

NTR

De subsidie is stopgezet, het museum wordt gesloten. Bij de sluiting van De Voorde, het stadsmuseum van Zoetermeer, gaan ze de collectie uitpakken en uitstallen, zodat inwoners van de Zuid-Hollandse gemeente een laatste blik mogen werpen op de vijfduizend museumstukken. Dan kunnen ze samen bepalen: wat mag weg en wat moet beslist in Zoetermeer blijven?

Barbara Makkinga kijkt mee en begeleidt ‘het zorgvuldig en transparant ontzamelen van de hele collectie’ (aldus interim-directeur Hans van de Bunte) met invoelende voice-overs van Georgina Verbaan en bijpassende melancholieke muziek. Museoloog Gerard Rooijakkers verricht eveneens hand- en spandiensten en werpt dan soms elementaire vragen op. ‘Wat hebben de kleinkinderen en kinderen van Zoetermeer toch misdaan dat zij onterfd worden?’ houdt hij medewerkers en geïnteresseerden bijvoorbeeld voor.

Objecten die tijdens de ‘participatieve waardering’ met inwoners van Zoetermeer een lage beoordeling krijgen moeten in elk geval naar elders verkassen. Van andere werken weten de bewoners dan weer zeker: Dit Hoort Bij Ons (59 min.). Die kunnen dan mogelijk een plek krijgen bij de oorspronkelijke eigenaar of in een privécollectie. Tegelijkertijd is er ook onvrede: hebben sommige voorwerpen nu werkelijk geen persoonlijke, emotionele of geschiedkundige waarde voor de gemeenschap?

Het scheidingsproces – en scheiden doet onvermijdelijk lijden – brengt een maatschappelijke dialoog op gang. Jong en oud gaan in gesprek over wat van deze ‘collectie zonder thuis’ waarde heeft en dus behouden moet blijven. Daarmee ontwikkelt deze film zich tot een soort tegenpool van documentaires zoals Marten & OopjenMijn Rembrandt en Made In Holland, waarin gefortuneerde lieden of musea zich beijveren om prestigieuze en vaak ook peperdure kunstwerken aan de eigen collectie toe te voegen.

Zulke bezigheden zijn duidelijk voorbehouden aan ‘the happy few’, terwijl de kunst in Zoetermeer echt van en voor het volk is – of niet. Vrijwel alle objecten gaan dus gepaard met persoonlijke of historische verhalen, waarvan Makkinga er een paar uitlicht in deze interessante documentaire. Intussen belanden de objecten die tot het ‘onvervreemdbaar Zoetermeers erfgoed’ worden gerekend bij de gemeente zelf. En die heeft nog wel een bijzonder plekje: ergens waar voorlopig geen inwoner ze kan zien.

Sean Penn: The Outsider

Terranoa / VPRO

Meer dan een figurantenrol zat er niet in. Het zou een ‘match made in Hell’ zijn geweest: de geboren rebel Sean Penn, later ook wel ‘de nieuwe James Dean’ gedubd, als vast onderdeel van de entourage van de Ingalls-familie in de zoetsappige Amerikaanse televisieserie Little House On The Prairie. Penns bijdrage bleef echter beperkt tot een te vergeten rolletje in een aflevering die was geregisseerd door zijn vader Leo.

Bij die man zat wat, betoogt France Swimberge in het tv-portret Sean Penn: The Outsider (52 min.). Leo Penn was een WOII-veteraan die later als filmmaker op de zwarte lijst van de communistenjager Joe McCarthy was beland. Dat maakte hem het werken – en leven – lang onmogelijk en ontstak in zijn zoon een links vuur, dat nog lang bleef smeulen in ‘Citizen Penn’ – óók op plekken waar hij zijn vingers eraan kon branden.

Ten tijde van dat Kleine Huis op de Prairie was Sean veertien, zomaar een ‘Dogtown-brat’. Zo’n Californische lefgozer, die zich onledig hield met surfen – een wereld die hij later nog eens zou bezoeken als verteller van de documentaire Dogtown And Z-Boys (2001). Nog lang niet ‘the handsome broken face of film’, zoals verteller David Gasman hem noemt, één van de vele benamingen waarmee hij de held van deze docu opzadelt.

‘Mr. Madonna’ is een andere. Toen Sean ’t in zijn hoofd had gehaald om de grootste popster van dat moment te trouwen. Aan de zijde van Madonna zou hij in de jaren tachtig al snel nóg een bijnaam verwerven: ‘bad boy’. Een kerel die zich kon verliezen in drank en losse handjes had. Dat explosieve imago vertaalde zich ook naar het filmscherm met prachtige rollen in kaskrakers als Carlito’s WayDead Man Walking en Mystic River.

Net nadat zijn broer Chris op veertigjarige leeftijd was overleden maakte Sean Penn als regisseur zijn beste film: Into The Wild (2007), een exploratie van hoe een jonge Amerikaan alles achter zich laat om de wildernis in te trekken – om nooit meer terug te keren. Penn zelf ging zich intussen meer en meer toeleggen op activistische activiteiten, waarvoor hij bij Fox News dan weer ‘enemy of the state’ werd genoemd.

Zo jaagt dit profiel, dat natuurlijk is opgeleukt met talloze filmfragmenten en (talkshow)interviews met ‘America’s trouble maker’, Penns leven en loopbaan erdoorheen, voortdurend laverend tussen zijn ontwikkeling als ongeleid links projectiel en ‘method actor’, die ook tussen de opnames door in zijn rol wil blijven. Een man die gaat voor risico en lol, een neiging heeft tot zelfdestructie en altijd en overal reuring veroorzaakt.

Trailer Sean Penn: The Outsider

Fighting The Silence

IF Productions

Sommige vrouwen vertelden pas jaren later dat ze waren verkracht. Anderen bleven zwijgen. Tijdens de burgeroorlogen die rond de eeuwwisseling woedden in Congo leek seksueel geweld bijna een integraal onderdeel van het gevecht. ‘Ik schaamde me’, vertelt een vrouw, die werd overweldigd door een groep soldaten, in Fighting The Silence (52 min.). ‘Want het is hier niet normaal dat een volwassen vrouw naakt rondloopt en haar man moet vertellen dat ze verkracht is.’

Alsof dat ergens normaal is…  Na het zien van deze film van Ilse en Femke van Velzen uit 2007 is het alleen de vraag of ’t misschien tóch normaal is in Congo. Niet normaal, als in: geaccepteerd. Maar normaal, als in: regelmatig voorkomend. De Nederlandse tweelingzussen Van Velzen maakten diverse films over de positie van vrouwen in Afrika en laten in deze film zien hoe seksueel geweld vanuit de eigen cultuur kan worden vergoelijkt. Zodat de betrokken vrouwen eigenlijk tweemaal bruut worden overweldigd.

Vrouwen worden in Congo als minderwaardig gezien, stelt Chantal Andzjelani Kakozi van de hulporganisatie Sobifef, die opvanghuizen voor verkrachte vrouwen is gestart. Dat wordt treffend geïllustreerd door een Congolese man die bij thuiskomst ontdekt dat er iets loos is. Zijn vrouw ligt huilend op bed. Hij reageert zoals zijn cultuur hem blijkbaar heeft ingegeven. ‘Ik zei: een vrouw delen met een Burundees kan echt niet’, herinnert hij zich. ‘Je gaat terug naar je familie. Ik laat je los en hoef m’n bruidsschat niet terug.’

‘Als je als man bij je verkrachte vrouw blijft’, zegt een andere man even later, ‘dan krijg je geen rust.’ Zelfs kameraden blijven je dan lastigvallen. ‘Als je een beetje ruziet met vrienden, zeggen ze: jij deelt je vrouw met FDD soldaten. Wat kan je dan nog zeggen?’ Als Chantal Kakozi in gesprek gaat met mannen over seksueel geweld, krijgt ze dan ook alle mogelijke vormen van ‘victim blaming’ op zich afgevuurd – en het idee dat verkrachting door de legers van Burundi, Rwanda en Oeganda in Congo zou zijn geïntroduceerd.

‘De cirkel eindigt nooit omdat er niet gestraft wordt’, constateert Kakozi moedeloos, als ze de man – jongen – die zich heeft vergrepen aan een heel jong meisje in de gevangenis tevergeefs ter verantwoording probeert te roepen. Er is geen beginnen aan, lijkt de conclusie van Fighting The Silence in eerste instantie – ook al schreeuw je ’t van de daken. Toch vinden de zussen Van Velzen aan het einde van hun diep treurige film een sprankje hoop: een echtgenoot die z’n vrouw weer in genade heeft aangenomen.

Na Fighting The Silence maakten Ilse en Femke van Velzen nog twee films in Congo, Weapon Of War (2009) en Justice For Sale (2011). De drie documentaires vormen samen de Congo-trilogie.

Zorgen

BNNVARA

In de zorg zitten ze te springen om nieuwe medewerkers. Handen aan het bed, luisterende oren en – zo wil tenminste het cliché – billenwassers. In de zesdelige docuserie Zorgen (270 min.) volgen Veerle Neger en Tessa Louise Pope een jaar lang zeven leerlingen van de MBO-opleiding tot verpleegkundige op ROC Mondriaan in Zuid-Holland. Nederlandse jongeren die zelf nog druk bezig zijn om volwassen te worden moeten zich staande zien te houden in de thuiszorg, psychiatrie, ouderenzorg en gehandicaptenzorg.

Tussendoor krijgen ze op school allerlei theorievakken en praktische lessen. Vooral praten de leerlingen echter over het vak en hoe zij zich zelf daartoe verhouden. Want in de praktijk worden ze natuurlijk geconfronteerd met allerlei patiënten en problematieken, maar vooral met zichzelf. De zestienjarige tweedejaars Jill voelde zich bijvoorbeeld zo ongemakkelijk bij een huisbezoek dat ze er eigenlijk niet meer terug wil tijdens haar stage. Dat moet alleen wel. ‘Werken in de zorg is eigenlijk ook een beetje werken met jezelf’, houdt de begeleidster van school haar voor.

Zo krijgt elke leerling met z’n eigen uitdagingen te maken. Als een oudere patiënte met borderline bij haar vertrek van de psychiatrische afdeling bijvoorbeeld zegt dat ze het liefst haar polsen zou doorsnijden, raakt dat een gevoelige snaar bij stagiaire Reza. Het resulteert in een zeer aangrijpende scène, waarin de vrouw zich liefdevol ontfermd over het achttienjarige meisje. ‘Sorry, kind’, zegt zij terwijl ze Reza in haar armen neemt. ‘Ach meisje, ik ga dat niet doen, hè?’ Als de leerlinge weer is bedaard, zegt de vrouw tegen haar begeleider. ‘Ik schaam me dood, weet je dat?’

Terwijl ze meekijken met hun hoofdpersonen, vangen Neger en Pope hele intieme, fraaie en pijnlijke taferelen, die delicaat zijn gefilmd en gemonteerd. Ze volgen de jongeren daarnaast in hun privéleven. Als ze stoom afblazen op hun paard, tijdens het kickboksen of op een dancefestival. Het werk moet voortdurend wedijveren met de verlokkingen van het gewone leven. En dus komen ze, zoals tieners nu eenmaal doen, regelmatig niet of te laat op school. Ze vergeten hun huiswerk, halen ongein uit en zakken voor toetsen. Totdat ze de opleiding wellicht moeten verlaten.

Want ook dat is de realiteit van een zorgopleiding: niet iedereen haalt de eindstreep of blijkt uiteindelijk geschikt voor het beroep van zorgverlener. Zorgen brengt die werkelijkheid zonder opsmuk in beeld. Geen idee of de serie ook een wervend effect heeft op jongeren die nadenken over hun toekomst, maar Neger en Pope maken het belang van goede, menswaardige zorg in elk geval glashelder en roepen ook respect op voor de (jonge) mensen die bereid zijn om daarin te gaan werken.

Viktor

Cinephil

De Oekraïense jongeling Viktor (89 min.) wil het leger in. Zijn land verdedigen. En de onuitgesproken belofte aan zijn vader gestand doen. Die is in 2015 overleden en had toen vast niet kunnen vermoeden dat de Russen zeven jaar later aan de grens zouden staan, klaar om hun land binnen te vallen.

Aan de vooravond van die historische gebeurtenis start ook deze zwart-wit film van Olivier Sarbil. Viktor staat buitenspel bij die oorlog. Hij is sinds zijn vijfde doof – oorkanker – en mag daarom, tot zijn verdriet, niet in het leger. ‘Ik spreek tot jullie met een stem, die ik zelf niet kan horen’, zegt hij in de openingsscène, met de aardedonkere ‘inner voice’ waarmee hij/Sarbil de film aanstuurt. ‘De doven worden aan de kant geschoven en raken verloren. Ze verliezen het contact met de horende wereld. Ik wilde een krijger zijn, maar misschien heb ik mezelf voor de gek gehouden.’

Terwijl hij dit ‘zegt’ houdt Viktor een samoeraizwaard vast. Zijn andere houvast. Hij zweert bij Miyamoto Musashi’s boek De Strategie Van De Samoerai. Ondanks zijn imposante gestalde, een gepijnigde blik en donkere baard – die zijn moeder niet te kort mag knippen, anders verliest hij, gelijk Samson, wellicht zijn kracht – oogt hij op zulke momenten als een jongetje. Met een heel irreëel beeld van de oorlog. Sarbil, die zelf gehoorschade heeft opgelopen tijdens z’n werk, valt hem echter niet lastig met moeilijke vragen tijdens zijn pogingen om een plek in het Oekraïense leger te bemachtigen.

Intussen speelt de filmmaker met het geluid en die inwendige stem, die overigens heel anders klinkt dan Viktor zelf. Zodra die een machinegeweer krijgt omgehangen blijkt dat hij een talent heeft voor schieten. Instructeurs kunnen nauwelijks geloven dat Viktor dit nog nooit eerder heeft gedaan. Dat betekent alleen niet dat er ook plek is voor hem in één van de legereenheden. Daarvoor verloopt de communicatie met iemand die niet kan horen toch te stroef. Op momenten dat soldaten aan één woord genoeg moeten hebben, zou Viktor volstrekt aan de Goden zijn overgeleverd.

Deze documentaire is bedoeld als een immersieve ervaring, een poging om te benaderen hoe een jonge, vaderlandslievende en dove man de oorlog in zijn land ervaart. Dat voelt soms enigszins gekunsteld en staat zo nu en dan ook het ervaren van diezelfde oorlog in de weg. Alsof alles minder hard binnenkomt. Secundair. En misschien is dat precies hoe Viktor die oorlog ervaart en waarom hij er zo graag deel van wil uitmaken – al is het dan als fotograaf, de uitweg die hij uiteindelijk vindt om zijn diepgevoelde behoefte en de daaraan opgelegde beperkingen te omzeilen.

‘Stilte is geen leegte’, stelt die innerlijke stem intussen. ‘Er ontbreekt niets. Het is de aanwezigheid van het zelf en niets anders. En in deze stilte vind ik m’n vrede.’