The Fall Of Diddy

HBO Max

Het is een publiek geheim dat hij losse handjes heeft. Dat het er op zijn Great Gatsby-achtige feesten wild aan toe gaat. En dat hij niet bepaald van de eeuwige trouw is. Jarenlang durft niemand in de Amerikaanse entertainmentwereld zijn gedrag echter aan de kaak te stellen en kan Sean ‘Puffy’ Combs dus ongehinderd zijn gang gaan.

Nu hij onlangs tóch onder vuur is komen te liggen, nadat zijn vriendin Cassie Ventura in het najaar van 2023 een rechtszaak heeft aangespannen vanwege allerlei vormen van geweld en er zelfs een video is opgedoken waarin zij door hem wordt mishandeld, blijken er ineens toch wel heel veel mensen uit de hiphopscene met een saillant Puffy-verhaal rond te lopen. En dat delen ze ogenschijnlijk maar al te graag voor de camera.

Sommige van die getuigenissen ogen doorvoeld en oprecht. De sprekers – Cassie zelf ontbreekt overigens – zijn ernstig beschadigd geraakt door hun ervaringen met de Amerikaanse rapper, producer en platenbaas die zichzelf ook wel P. Diddy noemt. Anderen lijken vooral hun kans schoon te zien om ook eens een duit in het zakje te doen nu The Fall Of Diddy (191 min.) zich zowaar echt lijkt te voltrekken.

Ook deze vierdelige serie van Yoruba Richen en Emma Schwartz wordt behalve door personen uit Combs directe entourage (zoals zijn jeugdvriend Tim Patterson, chauffeur, chefkok, publiciteitsagenten, bodyguard, Bad Boy Records-medewerkers en allerlei gemaltraiteerde vrouwen) ook weer bevolkt door de onvermijdelijke muziekkenners, entertainmentjournalisten en social mediapersoonlijkheden.

‘Exemplarisch is het relaas van Kat Pasion. ‘You made your vision come true’, complimenteerde Combs de Canadese actrice, het nieuwste object van zijn veroverdwang, toen zij haar haren blond had geverfd. Trots laat ze de geluidsopname horen. Zo lief was ie dus. In het begin. ‘Het waren wittebroodsweken’, zegt ze nu. ‘Nu ik erop terugkijk lijkt het sterk op hoe de relatie tussen Cassie en Puff begon.’

Samen lopen al die figuren, ondersteund door kras gemonteerde archiefbeelden, Puffy’s turbulente leven door. Van ’s mans oneindige serie hits, onaantastbare status in de muziekbusiness en ambitieuze projecten tot de schandalen: de gewelddadige vete met West Coast-rappers, het drama waarbij negen concertgangers worden geplet bij een evenement in City College en de schietpartij in een New Yorkse nachtclub.

In een vijfde bonusaflevering doet Phil Pines, de ‘senior executive assistant’ van Sean Combs in de periode van december 2019-2021, in een interview met journalist Mara S. Campo, die zelf als expert opdraafde in de eerste vier delen van deze klassieke #metoo-serie, bovendien nog een boekje over ’s mans ‘Wild King Nights’ en laat hij de dwingende audioberichtjes horen die de hiphopmagnaat zo’n beetje elk uur aan hem stuurde.

Pines laat tevens zien hoe Comb’s rechterhand, ‘stafchef’ Kristine Khorram, zijn uitspattingen steeds weer faciliteert. Van de opdracht om de voorraad babyolie of glijmiddel aan te vullen tot het bevel tot een ‘emergency clean up at hotel’, als Diddy weer eens een kamer heeft gesloopt. Het is de ultieme sex, drugs & hiphop-ervaring, verzorgd door een man met héél veel geldingsdrang en een héél kort lontje.

Trump’s Comeback

Frontline / PBS

Elke keer als het boek Donald Trump definitief lijkt te worden gesloten – door huwelijkscrises, financiële problemen, Impeachment, een verkiezingsnederlaag, de bestorming van het Capitool, zijn veroordelingen of een moordaanslag, om maar enkele hoogte/dieptepunten te noemen – volgt er toch weer een nieuw hoofdstuk waarover we maar niet uitgepraat raken.

Letterlijk: nu Donald Trump opnieuw is gekozen tot president van de Verenigde Staten – en daarmee zonder enige twijfel tot de beeldbepalende figuren van de eerste 25 jaar van de 21e eeuw moet worden gerekend – kunnen ook alle Trump-kenners weer enkele zinnetjes toevoegen aan de eindeloze litanie van woorden die ze al hebben gewijd aan deze geboren winnaar die consequent weigert om te verliezen.

In de journalistiek docu Trump’s Comeback (52 min.), een nieuwe productie van Michael Kirk en het Frontline-team, draven ze dus weer trouw op: de Trumpografen Tony Schwartz, Gwenda Blair en Michael D’Antonio, kritische journalisten zoals Peter Baker, Megyn Kelly en Jane Mayer, en de oud-medewerkers Roger Stone, Steve Bannon, Kellyanne Conway, Brad Parscale en Anthony Scaramucci.

Met welbekende verhalen (en beelden) erbij over zijn bikkelharde vader Fred, oudere broer Freddy die onder diens druk bezweek (waarover zijn dochter Mary, die Donalds bloed wel kan drinken, dan weer vertelt), zijn meester-leerling verhouding met de diabolische advocaat Roy Cohn, z’n avonturen in onroerend goed, Trumps rol als superzakenman in de tv-show The Apprentice, grab ‘em by the pussy…

Trump’s Comeback is, kortom, oude wijn in nieuwe zakken. Voor wie er nooit genoeg van krijgt, nógmaals wil horen hoe ’t zover heeft kunnen komen of nog altijd niet kan geloven dat de komende vier jaar weer volledig in het teken van Donald J. Trump zullen staan.

Beatrix

Videoland

Zo flamboyant als haar vader Prins Bernhard, de hoofdpersoon van Joost van Ginkels vorige Koningshuis-productie, is de voormalige Nederlandse koningin Beatrix natuurlijk niet. Toch doet de driedelige serie Beatrix (142 min.) echt niet onder voor z’n voorganger. Want of je het koningshuis nu wezenlijk voor het welbevinden van Nederland of kolderieke poppenkast vindt, de lotgevallen van de Oranjes leveren doorgaans méér dan genoeg gespreksstof op.

Dat begint bij Beatrix al kort na haar geboorte, als ze vanwege het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog samen met haar moeder, de toenmalige prinses Juliana, naar Canada verkast. Daar ontmoet ze als peuter een ander Nederlands meisje, Reneé Smith-Roëll, met wie ze zo’n 85 jaar later nog altijd innig bevriend is. Samen met andere klasgenootjes van ‘Trixie’ kijkt zij in deze serie met plezier terug op hun idyllische jeugd. Daarna wacht voor Beatrix in Nederland het lastige huwelijk van haar ouders weer, met de Greet Hofmans-affaire, Bernhards buitenechtelijke escapades en diens betrokkenheid bij het Lockheed-omkoopschandaal.

Een centrale rol in deze lekker toegankelijke serie is weggelegd voor beeldresearcher René Kok van het NIOD, een geanimeerde verteller die aan de hand van foto’s, en begeleid door fraai archiefmateriaal, door het leven van de hoofdpersoon wandelt. Hij wordt gesecondeerd door kenners van de Nederlandse monarchie zoals Jolande Withuis, Jutta Chorus, Daniela Hooghiemstra, Jan Tromp en Annejet van der Zijl (die het koningshuis overigens consequent een ‘sprookjesfabriek’ noemt). De voormalige hofdame Miente Boellaard-Stheeman, adjudant Tom Zwollo, couturier Sheila de Vries en kunstenares Marte Röling spreken verder vanuit eigen ervaring over (en misschien ook wel een beetje namens) de inmiddels 87-jarige oud-koningin.

Zij schetsen een vrouw met een ijzeren wil, die de monarchie grondig professionaliseert en ondertussen heel wat te verduren krijgt: van de rellen in Amsterdam bij haar kroning en de aanslag op Koninginnedag in 2009 tot persoonlijk drama zoals de ziekte van haar echtgenoot Claus en de tragische dood van haar zoon Johan Friso. Van Ginkel zet alle ontwikkelingen soepel achter elkaar en geeft ze extra kleur met een nogal uitgesproken muziekkeuze die, net als bij zijn Prins Bernhard-productie, het midden houdt tussen lekker popi, bijna camp en tenenkrommend. Donna Summers I Feel Love begeleidt bijvoorbeeld de verloving met Claus, terwijl Everybody Wants To Rule The World van Tears For Fears Beatrix’s aantreden als koningin opluistert.

En wat te denken van Don’t Cry For Me Argentina als het huwelijk tussen Beatrix’s oudste zoon Willem-Alexander en Maxima kan worden ingezegend? Die tranen komen er dan overigens tóch. Bij haar Argentijnse schoondochter, welteverstaan, en voor het nageslacht vereeuwigd. Beatrix zelf houdt haar gezicht doorgaans in de plooi, laat op gezette tijden haar inlevend vermogen zien en toont zo nu en dan haar ‘boze oog’ als het ceremonieel, waarvan zij vindt dat het bij de monarchie hoort, door andermans fouten in het honderd dreigt te lopen. Als de rolvaste vorstin die ze, getuige deze interessante miniserie, eigenlijk haar hele leven is geweest.

American Manhunt: O.J. Simpson

Netflix

Op voorhand lijkt American Manhunt: O.J. Simpson (300 min.) een volstrekt overbodige productie. Er is namelijk al een gezaghebbende documentaireserie over de dubbele moord op Nicole Brown, de vrouw van de voormalige American footballer, en haar vriend Ron Goldman op 12 juni 1994: Ezra Edelmans epische vijfdelige reeks O.J.: Made In America, waarin de schokkende misdaad op een imposante manier in z’n historische en maatschappelijke context wordt geplaatst. Met O.J. Simpson, een Afro-Amerikaan die zich vrijwel alleen met witte landgenoten leek op te houden, als een wel heel ongemakkelijk symbool voor Zwart Amerika. De serie werd in 2017 geheel terecht gekozen tot winnaar van de Oscar voor beste documentaire.

En nu is er dus een true crime-productie van Floyd Russ. Waar Edelman uitzoomt, zoomt Russ juist in: op het misdrijf zelf: gemiste sporen, bewijs en getuigen. Op O.J.’s spectaculaire vlucht in een witte Ford Bronco, live uitgezonden op televisie. En op de rechtszaak, eveneens een mediaspektakel zonder weerga. Met uitstekende bronnen, zoals de lekker cynische moorddetective Tom Lange en zijn omstreden collega Mark Fuhrman, die een cruciale rol zal gaan spelen in de verdedigingsstrategie van Simpsons juridische Dream Team. Fuhrman wordt door hen geportretteerd als een door en door racistische rechercheur, die O.J. er willens en wetens bij heeft gelapt. Voor dat eerste is bewijsmateriaal te over, dat tweede lijkt toch wel hoogst twijfelachtig.

Verder bevat deze vierdelige serie bijdragen van onder anderen Ron Goldmans zus Kim, O.J.’s huisgenoot Kato Kaelin, zijn agent Mike Gilbert, O.J.’s en Nicoles vriend Ron Shipp, assistent-aanklager Christopher Darden, DNA-expert Bill Thompson, Simpson-advocaat Carl Douglas, juridisch expert Jeffrey Toobin, jurylid Yolanda Crawford en talkshowhost Geraldo Rivera en andere journalisten die de zaak destijds volgden. Met hen kan Russ zowel diep in de zaak duiken als er van enige afstand naar kijken. En het helpt ongetwijfeld dat de toenmalige verdachte een klein jaar geleden overleed. O.J. Simpsons belangen hoeven niet meer te worden beschermd – hooguit zijn imago. Daar was door latere strapatsen alleen toch al niet meer zoveel van over.

En zo wordt American Manhunt – een titel waaronder in 2023 ook The Boston Marathan Bombing van Floyd Russ werd uitgebracht door Netflix en die later dit voorjaar nog een vervolg over Osama bin Laden lijkt te krijgen – zowaar een heel interessante ontleding van een zaak die in de afgelopen dertig jaar natuurlijk al van voor tot achter is belicht. Niet in het minst door het Amerikaanse karakter van de zaak. Want zelfs een gruwelijke dubbele moord wordt, getuige bijvoorbeeld een DNA-kraswedstrijd en de enige echte O.J.-crimewatch, schaamteloos commercieel uitgevent. Óók door de hoofdverdachte zelf, die er rond de geruchtmakende rechtszaak blijkbaar geen been in zag om geboortekaartjes te verkopen met zijn handtekening erop.

Het tekent de man die, ondanks zijn succesvolle sportcarrière en jarenlange status als nationale knuffelbeer, toch vooral zal worden herinnerd vanwege de moord op zijn ex-vrouw Nicole en Ron Goldman. Of hij die nu heeft gepleegd – en daarvoor zijn toch wel héél sterke aanwijzingen – of niet.

Who Downed MH17?

Eliot Higgins, Bellingcat

Op 17 juli 2014 wordt niet alleen vlucht MH17 van Malaysian Airlines, op weg van Amsterdam naar Kuala Lumpur, uit de lucht geschoten boven Oost-Oekraïne. Bellingcat, het internationale onderzoekscollectief dat zojuist is opgericht door de Britse burgerjournalist/blogger Eliot Higgins, vindt op datzelfde moment z’n missie: het achterhalen van wie er verantwoordelijk is voor het neerhalen van dat passagiersvliegtuig en de dood van de 298 inzittenden, waaronder 196 Nederlanders.

Higgins en zijn multidisciplinaire team ontmoeten elkaar online, in de tijd dat Twitter nog een platform is om kennis en informatie uit te wisselen. Bellingcats uitgangspunt daarbij is: trust no one, test everything. Met behulp van Open Source Intelligence – ofwel: OSINT – krijgen de burgerjournalisten zo steeds meer zicht op wat er zich op die fatale donderdag heeft afgespeeld in Donetsk. Ze achterhalen essentieel bewijsmateriaal over het drama, dat zich heeft voltrokken in moeilijk toegankelijk oorlogsgebied. Het digitale spoor leidt naar een Russische BUK-raket.

In de driedelige docuserie Who Downed MH17? (132 min.) reconstrueert Jack Rampling met Higgins en getrouwen zoals Veli-Pekka Kivimäki, Iggy Ostanin en de Nederlander Robert van der Noordaa dat online-onderzoek waarmee Bellingcat doordringt tot het hart van het MH17-mysterie en meteen uitgroeit tot aartsvijand van Poetins Rusland. Dat heeft speciale trollenfabrieken ingericht om de schuld voor het neerhalen van het toestel bij Oekraïne neer te leggen. Heel lang ontbreekt echter het antwoord op twee cruciale vragen: wie vuurde die raket af en waarom?

Daarvoor meldt Christo Grozev, die later ook een sleutelrol zal spelen in het onderzoek naar de moordaanslag op de Russische oppositieleider Aleksej Navalny (zoals vervat in de Oscar-winnende documentaire Navalny), zich bij het onderzoekscollectief. Hij weet samen met de Russische journalist Roman Dobrokhotov audio-opnamen van de mogelijke daders te verbinden aan concrete personen. Zo voeden zij tevens het officiële MH17-onderzoek, waarin aanklager Digna van Boetzelaer, die eveneens participeert in deze miniserie, een centrale positie inneemt.

Who Downed MH17? laat zo treffend zien hoe ‘the wisdom of the crowd’ daadwerkelijk voor maatschappelijke doeleinden wordt ingezet. Om de impact van de aanslag duidelijk te maken en zijn vertelling extra emotionele lading te geven, introduceert Rampling bovendien, naast de toenmalige Nederlandse premier Mark Rutte en minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans, de nabestaanden van twee slachtoffers: de familie van de Britse passagier Richard Mayne en de moeder van de Nederlander Bryce Frederiksz die samen met z’n vriendin Daisy om het leven is gekomen.

Tijdens de rechtsgang moeten zij aanzien hoe de verantwoordelijken voor hun immense verdriet de dans proberen te ontspringen.

Feis Forever

Yalla Docs

Feis, je weet toch? De Rotterdamse rapper, die op 1 januari 2019 na ‘een onbenullige woordenwisseling’ in een café werd vermoord op de Nieuwe Binnenweg. In de sfeervolle documentaire Feis Forever (49 min.) probeert Olivier S. Garcia met de mensen uit zijn directe omgeving te vatten waarom hij, de 32-jarige Faisal Mssyeh, meer was dan de zoveelste gangsterrapper die voortijdig aan zijn einde is gekomen door precies datgene waarover hij zijn hele carrière had gerapt.

Want daarover lijken alle sprekers in dit postume portret – broeders uit de vaderlandse hiphopscene zoals Hype, Winne, Millz, U-niq, Bri en Kees (de Koning, de grote roerganger van het platenlabel Top Notch – ‘t roerend eens: Feis was een bijzonder talent. Een stem van de straat, die het straatleven inmiddels achter zich had gelaten. Zijn muziek had gelijke tred gehouden. Die gaf hij alle gelegenheid om langzaam te rijpen. Ook op dat gebied was Faisal volwassen geworden.

Feis had zijn leven op orde, luidt het verhaal: een baan, eigen huis en vriendin (die, geanonimiseerd, eveneens participeert in deze film). Heel veel meer laat Feis Forever daarover overigens niet los. Zo rijk als de documentaire is aan emotie – het verdriet over Feis’ vroegtijdige dood is voelbaar – zo arm is die aan concrete informatie. Over zijn verleden als hosselaar, boefje en straatsoldaat kom je als buitenstaander heel weinig te weten. Hij heeft er zich van losgemaakt. Punt.

Faisal Mssyehs familie ontbreekt ook om de losse eindjes met elkaar te verbinden. Hoe hij, een allochtone jongen uit een gebroken gezin en een achterstandswijk, het pad richting volwassenheid bewandelde – en daarbij dus ook enkele dubieuze afslagen nam. Ook basale vragen over zijn gewelddadige dood (wie, hoe, waarom?) blijven onbeantwoord. En hoe het daarbij afliep met zijn broer Bilal, die zwaargewond raakte. Die richting wil Garcia duidelijk niet op.

Hij richt zich in Feis Forever, dat de sfeer van oudjaar in nachtelijk Rotterdam uitstekend te pakken krijgt, nadrukkelijk op de tragiek van Faisals veel te vroege dood en hoe hij na zijn overlijden alleen maar populairder is geworden. Zijn ‘flowers’ kreeg hij zogezegd pas na zijn dood. En het aantal ‘views’ dat zijn tracks sindsdien heeft gekregen, had hij zelf waarschijnlijk nooit kunnen vermoeden. Zo leeft hij door. Óók in de loffelijke initiatieven die z’n vrienden in zijn naam organiseren.

Feis Forever, je weet toch?

Wild Coast Warriors

VPRO

Tijdens protesten op het strand hebben amaMpondo-demonstranten op een gegeven moment letterlijk een lijn in het zand getrokken. Tot hier en niet verder. De inheemse bewoners van de Zuid-Afrikaanse wildkust verzetten zich met hand en tand tegen de toestemming die Shell heeft gekregen om bij die kust op zoek te gaan naar olie en gas. De oceaan is hun levensbron en heeft voor de amaMpondo-gemeenschap sowieso grote symbolische betekenis. Onze voorouders huilen, stelt Siyabonga Ndovela, voorman van het Amadiba-crisiscomité.

In de documentaire Wild Coast Warriors (72 min.) belichten Nick Chevallier, Leigh Wood en Guido Zanghi hun David & Goliath-achtige strijd. De amaMpondo weten daarbij klimaatactivisten, natuurbeschermers en sociale strijders aan hun zijde. Want Shells activiteiten zouden wel eens zeer schadelijk kunnen zijn voor walvissen, dolfijnen, plankton en het leven onder water. En de opbrengsten van olie- en gaswinning komen, eufemistisch gesteld, ook niet automatisch ten goede aan de plaatselijke bevolking, die voor een belangrijk deel leeft van visserij.

Het conflict belandt onvermijdelijk in de rechtszaal, waar de pleitbezorger van de inheemse bevolking de degens kruist met het advocatenteam van de Britse multinational. Volgens Shell is er nauwelijks wetenschappelijk bewijs voor hoe schadelijk bijvoorbeeld het seismische onderzoek is dat de oliegigant wil laten uitvoeren in de oceaan. Tegenstanders van zulk onderzoek wijzen vervolgens direct op hoe moeilijk ‘t is om zulk bewijs te verzamelen. Dat er geen wetenschappelijk bewijs voor is, wil natuurlijk niet zeggen dat er ook geen schade is.

Aan welke kant Chevallier, Wood en Zanghi staan, daarover kan geen twijfel bestaan. Wild Coast Warriors is in wezen één lang betoog voor de missie van Shells opponenten, met hier en daar wat weerwoord van een vertegenwoordiger van de fossiele industrie. De strijdbare boodschap wordt begeleid door idyllische beelden van de leefwereld van amaMpondo-gemeenschap, stevig aangezet met gezwollen muziek. En aan het einde van deze activistische film – als duidelijk wordt wie aan het langste eind trekt: Goliath, of toch David? – volgt nog nét geen call to action:

‘The battle continues…’

Meiden Van De Keileweg. 25 Jaar Later

Lieke / c: Ivar Schutte / Powned

Met zijn camera bivakkeert hij voortdurend in de schemerzone van het bestaan. Als Roy Dames niet is te vinden in Willems Kantine, rondhangt met zijn Foute Vrienden of de strijd aangaat met randfiguren zoals Emile RatelbandFrank Masmeijer of Rob Scholte, dan filmt hij wel met de vrouwen die ooit hun brood verdienden op de inmiddels gesloten tippelzone in Rotterdam.

Dat resulteerde in 2000 in de rauwe docuserie Meiden Van De Keileweg, met een ongefilterde kijk in de levens van verslaafde vrouwen die hun lichaam verkochten ‘voor een snuif, een base of een shot’. Een kwart eeuw later pakt Dames de draad weer op in Meiden Van De Keileweg. 25 Jaar Later (144 min.), om te kijken hoe ‘t nu met de vrouwen gaat, hoe zij destijds in de straatprostitutie zijn beland en hoe het dagelijks leven daar – in dat hellehol van junks, pooiers en hoerenlopers – nu eigenlijk was.

Lieke zorgde in de oorspronkelijke serie voor enkele onvergetelijke scènes (die sommige mensen nochtans graag zouden vergeten) en is opnieuw van de partij. Ze lijkt clean en woont in een gewoon rijtjeshuis, ergens in Oost-Brabant. Tegelijkertijd heeft ze heel wat te stellen met haar veel jongere vriend Mike. Terwijl Lieke Dames een inkijkje in haar ziel en verleden geeft, vechten de twee vechten als kat en hond. Roy Dames filmt dan gewoon door, ook als de ruzies volledig ontsporen, niet alleen fysiek.

Het leven van Sonja lijkt inmiddels in rustiger vaarwater te zijn gekomen. De vrouw die 25 jaar geleden oogde als een menselijk wrak – graatmager, verwilderde blik in de ogen en nauwelijks een tand in haar mond – zit er tegenwoordig netjes bij, in een opgeruimde woning. Als BDSM-meesteres lijkt ze bovendien verzekerd van een stabiel inkomen. Toch kijkt Sonja met een zekere romantiek terug op de Keileweg, waar ’t volgens haar, op z’n heel eigen manier, ook wel gezellig was. De vrouwen probeerden er te zijn voor elkaar.

Huismoeder Wendy, ook allang afgekickt, heeft soortgelijke gevoelens. De onderlinge kameraadschap op de Keileweg was volgens de immigrante uit de Dominicaanse Republiek, die overigens niet in de oorspronkelijke reeks zat, werkelijk onbetaalbaar. Op de tippelzone voelde ze zich thuis. En dat is minder vreemd dan ‘t lijkt. Als Wendy uitweidt over haar jeugd, waarin geweld en misbruik bijna vanzelfsprekend waren, is het bijna de vraag waar ze anders terecht had moeten komen dan op een soort Keileweg.

Christel tenslotte leeft in geleende tijd. Ze is ernstig ziek. En de man die haar uit het wereldje haalde, een voormalige klant, is inmiddels ook al enkele jaren dood. Door zijn overlijden moest ze tevens hun huis verlaten. Daar heeft ze nog altijd geen vrede mee. In de rug gedekt door een draaiende camera gaat Christel verhaal halen bij zijn familie. En Roy Dames sluit ook aan als ze zich alsnog probeert te verzoenen met haar vader. Die wil daar niets van weten. Hij heeft al lang en breed afscheid genomen van zijn dochter.

Zo bevat deze vierdelige update met de vrouwen van de Keileweg opnieuw een aaneenschakeling van schrijnende verhalen. Over een traumatisch verleden, vervat in nog altijd schokkende beelden, dat vaak al lang vóór die tippelzone begon en waaraan nauwelijks valt te ontsnappen. En een heden dat niet altijd héél veel beter is dan die periode op straat. De aanwezigheid van een camera – van Dames en/of zijn rechterhand Sven Jacobs – helpt ook niet: conflicten lijken eerder en heftiger te escaleren. 

Daarmee krijgt ook deze wat fragmentarische miniserie soms een ranzige realityfeel en een trieste ondertoon – hoewel de meiden er, ondanks alle beschadigingen die ze hebben opgelopen, wel degelijk het beste van proberen te maken.

Death Without Mercy

VPRO

Het Turkse flatgebouw is een jaar of tien eerder gepresenteerd als een ‘stukje paradijs’. Rönesans Rezidans telt zo’n 250 appartementen, met in totaal ongeveer duizend bewoners. Op 6 februari 2023 wordt het complex in Antakya met de grond gelijk gemaakt door een aardbeving. Onder een enorme berg puin bevindt zich een groot deel van de bewoners. Dood of levend? Die vraag drijft ook de documentaire Death Without Mercy van de Syrische filmmaakster Waad Al-Kateab, die eerder haar eigen verhaal vertelde in het meermaals bekroonde For Sama (2019): wie hebben de ramp overleefd? Uiteindelijk zal het dodental oplopen tot boven de 60.000.

Onder dat puin ligt Safa Sayedissa, een jonge vrouw met twee zoontjes. ‘Ik zit niet beklemd’, spreekt ze anderhalf uur na de aardbeving in op haar telefoon. ‘Sami en ik leven nog.’ Ze kan de baby, veertig dagen oud nog maar, in haar benarde positie zelfs de borst geven. Safa weet alleen niet waar Kuteyba is. Toen het gebouw instortte, zei haar zevenjarige zoontje nog: ‘mama, ik hou niet van aardbevingen.’ En toen moest ze zijn arm loslaten en was hij weg. ‘Fuad, als je dit hoort of je krijgt m’n telefoon in handen’, vertrouwt ze op diezelfde telefoon toe aan haar echtgenoot, die op reis is voor zijn werk. ‘Ik hou ontzettend veel van je. Vergeef me, alstjeblieft.’

Zodra hij hoort van de ramp, probeert Fuad Sayedissa op zijn beurt natuurlijk in contact te komen met zijn vrouw en kinderen. Hij krijgt uiteindelijk iemand aan de lijn die bij de ingang van Rönesans Rezidans staat. ‘Ik zei: ga met de lift naar de elfde verdieping, daar zijn ze’, herinnert Fuad zich later. ‘Hij zei: er is geen elfde verdieping.’ Misschien zijn ze dan naar beneden gegaan? waagt de verontruste Fuad nogmaals een poging. Hij kan niet accepteren dat er helemaal geen Rönesans meer bestaat. Het gebouw is van de aardbodem verdwenen. ‘Waar zijn ze dan?’ vraagt Fuad nog aan de man. ‘Ze zijn allemaal weg. Ze liggen onder het puin.’

In zijn Syrische woonplaats Idlib ziet Fadi Alhalabi ondertussen welke schade de aardbeving heeft aangericht. De rest van zijn familie is inmiddels woonachtig in het Turkse Antakya, gevlucht voor de oorlog in eigen land. De jonge Syriër wil zijn dierbaren te hulp schieten, maar moet eerst überhaupt Turkije binnen zien te komen. De reis wordt een helletocht, die bij aankomst in Antakya alleen maar erger wordt. Waarom is dit gebouw ingestort? vraagt hij ter plaatse aan een man. ‘Omdat het de wil van God is’, reageert die. Daarmee neemt Fadi geen genoegen. ‘Uiteraard, maar we moeten ook naar de oorzaken kijken. Als je naar dit gebied kijkt: alle gebouwen zijn weggezakt.’

Via enkele hoofdpersonen die voor de camera ontdekken wat die verpletterende aardbeving in hun leven heeft aangericht, gecombineerd met honderden uren beeldmateriaal van andere bronnen, toont Waad El-Kateab de impact van de ramp. Soms lijkt dat leed veel te groot om te dragen. En toch moet ‘t – en doen ze ‘t. Zelfs wanneer blijkt dat een belangrijk deel van de schade misschien te voorkomen was geweest. Als de Turkse overheid minder laks zou zijn omgegaan met bouwvergunningen en na de aardbeving snel adequate hulp had geboden. Dan hadden – het is een onverdraaglijke gedachte – veel slachtoffers gered kunnen worden.

Het is de bijzonder wrange slotsom van een zielstriemende rampendocu, die de breekbaarheid van het menselijk leven, zowel letterlijk als figuurlijk, nog maar eens benadrukt.

Pipe Dream

AVROTROS

Hij beschouwde zichzelf ooit als een soort god, zegt ie. Sinds 1990 houdt de Nederlandse kunstenaar Theo Jansen zich al bezig met het maken van ‘strandbeesten’. Terwijl hij, in de openingsscène van dit aan hem gewijde persoonlijke portret, over hen vertelt als ware het levende wezens, is Jansen druk bezig met een soort perpetuum mobile van PVC-buizen dat, eenmaal aangejaagd door de wind, gracieus over het strand schrijdt. ‘Na verloop van tijd werd het steeds duidelijker dat ik meer een slaaf ben dan een god.’

Op ’s mans YouTube-kanaal @strandbeestfilm zijn talloze filmpjes te vinden van Jansens beesten op het Scheveningse strand. Soms lijken ze op rudimentaire vogels of prehistorische skeletten, een andere keer op een reusachtige rups of militaire parade. De meerderheid van zijn creaties mislukt overigens, bekent hij aan het begin van de internationale documentaire Pipe Dream (47 min.). Kunst is voor hem vooral veel spelen. En dan begint het materiaal vanzelf tegen je te praten.

(Zelf)spot is de man daarbij niet vreemd. Jansen realiseert zich dat er een Don Quichot-achtige figuur in hem schuilt. Die kan helemaal opgaan in zijn eigen creaties en wordt door anderen vast regelmatig voor gek versleten. Als hij bezig is met het vervoer van een aantal beesten naar een galerie in het Japanse Osaka, kan Jansen ‘t niet laten om daar dan weer de draak mee te steken. ‘Het is kunst, weet je?’ zegt hij tegen de filmmakers Nikolay Nikolov en Zachary Alfred. Hij laat een korte stilte vallen. ‘Wisten jullie dat niet?’

‘Als ik van mensen af wil zijn, zeg ik meestal dat het kunst is’, vertelt Jansen even later in zijn atelier, nadat hij daar een geïnteresseerde man heeft afgewimpeld. ‘Dan houdt het meestal wel op. Als ik zeg dat het strandbeesten zijn, gaan ze allerlei vragen stellen. Maar als het kunst is, hebben ze medelijden met je.’ Ook hier gaat z’n humor met Jansen op de loop. Zijn werk was al in de hele wereld te zien. Nu staat er ook een tentoonstelling in zijn geboortestad Den Haag op het programma, zijn allereerste in Nederland.

Deze film geeft intussen een alleraardigst inkijkje in de parallelle wereld van Theo Jansen. Zijn strandbeesten lijken uiteindelijk een treffende uiting van ‘s mans ‘irrationeel optimisme’. En hij manifesteert zich zelf als een aimabele paradijsvogel, die helemaal één lijkt te zijn geworden met zijn eigen idee. Jansen wil dan ook dat zijn as wordt uitgestrooid op het strand als hij er niet meer is – en, houdt hij zijn eigen mythe doelbewust in stand, ‘als de beesten hier zelfstandig rondlopen’.

Tallon: Onder Druk

HBO Max

Hij is van plan om in 2024 de top tien aan te gaan vallen. In het voorgaande jaar is de Nederlandse tennisser Tallon Griekspoor doorgestoten naar plek 23 op de wereldranglijst. Hij heeft zelfs het tennistoernooi van Rosmalen op zijn naam weten te schrijven. Aan de top blijven is alleen een stuk moeilijker dan aan de top komen.

Met zijn vader Ron en broers Kevin en Scott in het publiek moet Tallon eerst maar eens proberen om opnieuw boven zichzelf uit te stijgen in Rosmalen. Dat is zeker niet gemakkelijk. Pers en publiek vragen voortdurend om zijn aandacht en leiden hem af van waar ’t uiteindelijk allemaal om draait: presteren op de baan. Zijn Belgische trainer Kristof Vliegen probeert hem, door alle weerstand heen, naar overwinningen te loodsen.

De voormalige toptennisser Vliegen is tevens prominent aanwezig in Tallon: Onder Druk (49 min.), de korte film die Jan-Willem de Lange heeft gemaakt over Griekspoors verrichtingen in 2024. Wedstrijden worden belicht via zijn kritische blik. Hij roept Griekspoor soms non-verbaal tot de orde, geeft hem na een geslaagde rally opzichtig complimentjes of deelt hardop zorgen over z’n pupil met bondscoach Paul Haarhuis.

Duidelijk is: Tallon Griekspoor moet aan de bak. Om zijn huidige status te behouden of zelfs uit te bouwen, openlijke twijfelaars te logenstraffen en – vooral – aan zijn eigen verwachtingen te kunnen voldoen. Die druk was er altijd al. Van jongs af aan heeft Griekspoor moeten concurreren met andere talenten, waarvan de ouders, volgens zijn vader Ron, in de stellige overtuiging waren dat ze ‘de nieuwe Krajicek’ in huis hadden.

Terwijl hij de strijd aanbindt met cracks als Djokovic, Sinner en Zverev blijkt Griekspoors grootste tegenstander, jawel, Tallon te heten. Kristof Vliegen probeert dat in goede banen te leiden en tegelijk zijn relatie met de explosieve tennisser, die zijn woede na een verloren wedstrijd ouderwets botviert op z’n racket, te behouden. Dat blijkt een serieuze uitdaging, verraadt deze film, die verrassend dicht bij de trainer en z’n speler komt.

Want daar blijkt het hart van deze boeiende sportdocu te zitten: bij de delicate omgang tussen twee mensen die elkaar nodig hebben om te kunnen presteren, maar op een gegeven moment niet meer mét en niet meer zónder elkaar lijken te kunnen. En dat dreigt dan weer ten koste te gaan van de prestaties. Zo stevent Tallon: Onder Druk af op een onvervalst do or die-moment: op de tennisbaan en ernaast.

Half Moon

Selfmade Films

Waar hij zijn klarinet ook neerlegt, dat is thuis. Of dat nu is in Amsterdam, New York of… de stad waar zijn wortels liggen, Damascus. Sinds de burgeroorlog in Syrië in 2011 is losgebarsten, is Kinan Azmeh echter niet meer thuis thuis geweest. Samen met andere Syrische muzikanten probeert de componist en klarinettist elders in de wereld z’n thuis desondanks in leven te houden – ook al is ie nog zo ver van huis.

Muziek is Azmehs manier om gebruik te maken van zijn recht op vrijheid van meningsuiting, om uit te drukken wie hij is en hoe hij naar de wereld kijkt. En de Nederlandse documentairemaker Frank Scheffer geeft hem daarvoor alle gelegenheid in Half Moon (91 min.), een film die voor een belangrijk deel bestaat uit live-uitvoeringen van ’s mans composities, bijvoorbeeld met het Syrian Expat Philharmonic Orchestra. In traditionele concertzalen, een theatrale setting of de openbare ruimte, in wereldsteden zoals Londen, Hamburg en Beiroet. Fraai vereeuwigd, met meer dan genoeg ruimte om te kunnen ademen.

Verder vertelt Kinan Azmeh, ondersteund door intimi en collega’s als de Syrische sopraan Dima Orsho en de bekende Chinees-Amerikaanse cellist Yo-Yo Ma, zijn levensverhaal. Vlak voor 11 september 2001 verhuisde hij bijvoorbeeld naar New York om klarinet te gaan studeren aan The Juilliard School. Na de aanslagen van 9/11 was hij ineens ‘die Arabier’. Tegelijkertijd leerde hij er de muziek van zijn geboortegrond waarderen. Tegenwoordig speelt hij dus regelmatig ‘Arabic jazz’ met zijn CityBand in New York. Zo lijkt Azmeh’s leven doordesemd met politiek, die dan onvermijdelijk ook een verbinding aangaat met zijn muziek.

Treffend is in dat verband het verhaal van hoe hij zijn echtgenote Layale Chaker heeft ontmoet. Met The National Palestinian Symphony Orchestra zouden ze een tour doen in Palestina. De Libanees-Franse violiste en componiste was daar nooit eerder geweest en vond dit een heel ingrijpende ervaring. Bij de grens, op de brug vanuit Jordanië, werd het orkest in twee groepen gescheiden. Die besloten ter plaatse samen het Schumann Cello Concerto te gaan spelen. Van beide kanten van het checkpoint klonk er dus muziek, die vervolgens samenvloeide. Net als even later Kinan en Layale, die inmiddels een aandoenlijk zoontje op de wereld hebben gezet, Shams.

Shams werd geboren in Brooklyn, New York, als kind van een Syrisch-Amerikaanse vader en een Libanees-Franse moeder, en moet zich volgens Kinan Azmeh overal thuis kunnen voelen. Waar hij zijn hoed ook maar neerlegt – of het instrument dat hij ongetwijfeld zal gaan bespelen. Want muziek zou een voertuig kunnen zijn, maakt deze bespiegelende film duidelijk, om zo’n wereld te kunnen bereiken – of tenminste enigszins in zicht te houden.

Under The Surface

Storyhouse

Onder water voelt Anne Verelst zich volledig veilig. In de wereld boven het water staat de Vlaamse dertiger alleen permanent in de overlevingsstand, toont haar neef Guido in de delicate documentaire Under The Surface (77 min.). Ze heeft beperkt zicht en kan zich soms ook maar ternauwernood staande houden in het gewone sociale verkeer.

Anne had een lastige start. Ze werd op 13 april 1989 geboren na slechts zes en een halve maand zwangerschap. Zij woog 800 gram en mocht pas na drie maanden de kraamafdeling verlaten. Al snel merkte haar moeder Marianne dat Anne anders was. Ze zat volgens haar ‘onder d’r eigen stolpke’. Autisme, luidde de officiële diagnose.

Achter die lastige start ging weer een ander pijnlijk verhaal schuil: over Anne’s oma, die na enkele miskramen het medicijn Distilbène kreeg voorgeschreven. Zodat ze gezonde kinderen zou krijgen. Aan de mogelijke bijwerkingen daarvan besteedde destijds niemand aandacht. Haar dochter Marianne, Anne’s moeder, werd zo een DES-dochter.

Pas later werd duidelijk wat de gevolgen van dit kunstmatige vrouwelijke hormoon, dat wereldwijd zo’n tien miljoen slachtoffers zou hebben gemaakt, konden zijn. Belgische DES-vrouwen vragen nog altijd om erkenning. Hun strijd blijft enigszins een Fremdkörper in deze film, die toch vooral een portret van een moeder en dochter wordt.

In ‘mermaiden’, een soort combinatie van freediven en cosplay, heeft Anne zichzelf gevonden. Zij kan ruim drie minuten, op eigen adem, onder water verblijven. ‘De Ariel van de Kempen’, kopte de Gazet van Antwerpen al eens. En met haar oogverblindende staart oogt Anne inderdaad als een zeemeermin uit een sprookjesachtige wereld.

Met prachtige onderwateropnamen maakt haar neef Guido het goddelijke gevoel dat zich dan meester van haar maakt zichtbaar. In het water voelt Anne zich duidelijk volledig veilig en geborgen – net als in de baarmoeder, ben je onwillekeurig geneigd om te denken. Of, zoals ze ‘t zelf uitdrukt: ‘Het water accepteert mij zoals ik ben.’

Guido Verelst vangt zijn nicht daarnaast, ook via vlogs die zij zelf maakt, op haar meest kwetsbare momenten. Als alles haar even te veel wordt. Tegelijkertijd laat hij haar op haar meest ontspannen zien: als ze samen met vader Jef in de auto luidkeels meezingt met Queens Bohemian Rhapsody of op de tandem zit met haar vriend Johnny.

Want in de drie jaar dat Anne Verelst is gefilmd voor dit portret is ook de liefde in haar leven gekomen. Het lijkt voor een voorzichtige ontspanning te zorgen in haar bestaan, niet in het minst bij Annes zorgelijke moeder. Die worstelt met de vragen die elke ouder met een kwetsbaar kind zich stelt: hoe moet ’t straks verder, als ik er niet meer ben?

Afgaande op Under The Surface, een fraaie en sensibele film over een jonge vrouw die haar weg zoekt en uiteindelijk ook wel lijkt te vinden, kan Marianne Annes toekomst met enig vertrouwen tegemoet zien. Want Johnny lijkt toch wel verdacht veel op, inderdaad, prins Erik. En samen leefden zij… – al is het leven natuurlijk geen sprookje.

Javier Bardem’s Metamorphoses

Javier Bardem en Penélope Cruz in Jambón Jambón / VPRO

Hoe kan één en dezelfde man transformeren in zoveel verschillende mensen? De angstaanjagende huurmoordenaar Anton Chigurh in No Country For Old Men van de Coen-broers. Een onverbeterlijke charmeur in Woody Allens romantische komedie Vicky Cristina Barcelona. De aan een rolstoel gekluisterde euthanasie-activist Ramon Sampedro in Mar Adentro. Een karikaturale schurk in de James Bond-film Skyfall. En de homoseksuele Cubaanse dichter Reinaldo Arenas in de film die zijn internationale doorbraak betekende, Before Night Falls (2000).

Dat Javier Bardem acteur zou worden leek heel lang zo vanzelfsprekend dat hij er serieus werk van heeft gemaakt om aan dat lot te ontsnappen. Als vijfjarig jongetje stond Bardem, telg van een bekende Spaanse acteursfamilie, voor het eerst op een filmset. Hij vluchtte huilend weg en nam zich daarna, volgens de tv-docu Javier Bardem’s Metamorphoses (53 min.) van regisseur Sergio G. Mondelo, voor om alles te worden in zijn leven, behálve acteur. Die missie is, kunnen we enkele decennia later zonder enige terughoudendheid constateren, glorieus mislukt.

Verteller Sharon Mann loodst de kijker langs de hoogtepunten en dieptepunten uit Bardems carrière en laat zich daarbij influisteren door bronnen als theaterregisseur Juan Carlos Corazza, filmhistoricus Rafael Nieto, Hollywood-correspondent Guillermo de Mulder, regisseur Fernando León De Aranoa, Bardems vriend en producer Alvaro Longoria en zijn neef, de regisseur Miguel Bardem. Javier Bardem zelf laat zich alleen zien via archiefinterviews. Net als die andere helft van het acteurskoppel waarvan hij nu al een kleine twintig jaar deel uitmaakt, Penélope Cruz.

Gaandeweg verplaatst Mondelo zijn aandacht van Javier Bardems filmcarrière naar ’s mans linkse signatuur en activisme. Zijn hoofdpersoon spreekt zich uit over de deplorabele situatie van de Sahrawi’s, de oorspronkelijke bewoners van de Westelijke Sahara die nu al decennia in vluchtelingenkampen leven. Hij ondertekent in 2014 een brief tegen genocide door Israël in Gaza (die hem bijna op een boycot komt te staan). En hij gaat vier jaar later met een boot van Greenpeace naar Antarctica, om zo aandacht te vragen voor klimaatverandering (zoals is te zien in de documentaire Sanctuary).

Wie de man met de vele gezichten achter al die films en acties is, blijft intussen ongewis in dit vaardig vertelde portret van een geboren acteur die zijn lot uiteindelijk met verve heeft aanvaard.

Pavements

Pink Moon

Als ‘The World’s Most Important And Influential Band’ in 2022 aanstalten maakt om een comeback te maken, nadat die groep er in 1999 officieel het bijltje bij neer had gegooid, wordt dat natuurlijk luister bij gezet met een speelfilm, expositie, musical én documentaire: Pavements (127 min.). En dat allemaal ter gelegenheid van, zoals een gezworen fan ‘t verwoordt, ‘de slacker-Rolling Stones van de jaren negentig’.

Dat klinkt bijna te mooi om waar te zijn voor Pavement, een band die weliswaar een ‘darling of the press’ werd en een trouwe schare fans opbouwde, maar nooit écht doordrong tot het grote publiek. Dat is ‘t ook wel een beetje. Deze documentaire van Alex Ross Perry bevat naast een impressie van de reünie van de illustere gitaargroep en een min of meer regulier carrièreoverzicht ook mockumentary-elementen.

Want Range Life, een Hollywood-biopic over Stephen Malkmus en zijn kompanen, zeg nou zelf? En al die memorabilia in het museum? Zou de band echt hebben meegewerkt aan een Apple-campagne, zoals op het bijbehorende bordje wordt gesteld, waarop meteen wordt beweerd dat Steve Jobs groot fan was? En hebben ze voor de voorstelling Slanted! Enchanted! werkelijk geprobeerd om Pavement-songs te vertalen naar het theater?

Dat spelen met verhaalelementen – waarbij ongewis blijft wat precies wat is en wat niet –past wel bij de groep, die zelf regelmatig laks, tegendraads en vals voor de dag kwam – en daar ook weer mee wegkwam. Pavement was nu eenmaal, zoals een liefhebber ‘t uitdrukt, ‘de ideale band voor jongeren die vonden dat alles stom en klote was’. Trashy, underground en toch buitengewoon sensitief. De ideale soundtrack voor alto’s.

Al die verschillende elementen en perspectieven zijn door Perry associatief, met veelvuldig gebruik van split screen en geluidscrosses, met elkaar verbonden. Het resultaat is een spannende collageachtige film, waarmee de belangrijkste gitaarband van de nineties – althans, volgens een selecte groep fijnproevers, dat Nirvana, Radiohead en Red Hot Chili Peppers voor het gemak over het hoofd ziet – recht wordt gedaan.

Louder Than You Think is een documentaire over Pavements eerste drummer Gary Young.

Citizen Ashe

Magnolia

Nog nooit had een zwarte tennisser Wimbledon gewonnen. Zelfs Arthur Ashe (1943-1993) niet, de eerste Afro-Amerikaanse topspeler. In 1975, op 31-jarige leeftijd, kwam alsnog zijn kans. Tegen zijn grote rivaal, nota bene: Jimmy Connors. Een man die Ashe waarschijnlijk bedoelde toen hij zei. ‘Winnaars zijn de mensen die op een bepaalde dag tegenstander verslaan.’ Voor zichzelf had Arthur iets anders voor ogen: ‘Maar kampioenen laten hun sport beter achter dan ze die hebben aangetroffen.’

Daar zag ’t overigens lang niet naar uit, laten Rex Miller en Sam Pollard zien in Citizen Ashe (94 min.). Terwijl de basketballer Kareem Abdul-Jabbar de Olympische Spelen van 1968 in Mexico-stad boycotte, zijn sprintende landgenoten Tommie Smith en John Carlos daar hun Black Power Salute maakten en Muhammad Ali weigerde om naar Vietnam te gaan en zo zijn eigen carrière helemaal ontregelde, hield de enige zwarte tennisser in een verder volledig wit circuit zich ogenschijnlijk geheel afzijdig bij de strijd van de Afro-Amerikaanse gemeenschap om burgerrechten.

Arthur Ass, noemde Abdul-Jabbar hem. De zwarte activist Harry Edwards vond Ashe niet meer dan een ‘Oom Tom’. En de man zelf voelde zich een lafaard. Hij was bang om de familienaam in diskrediet te brengen en zo zijn vader, bij wie hij stevig onder de plak zat, te bruuskeren. Ashe had bovendien een toernooi te winnen: de US Open van 1968, waar hij ’t in de finale opnam tegen de Nederlander Tom Okker. Ashe kon daar overigens alleen spelen doordat zijn broer Johnnie besloot om nog een extra ‘tour of duty’ in Vietnam te doen. Zodat Arthur kon tennissen en studeren.

Arthur Ashe wist dat hij in een door en door witte sport van onbesproken gedrag moest zijn. Hij mocht toernooidirecteuren geen excuus geven om hem uit te sluiten. Dat idee had hij grondig geïnternaliseerd. Ashe was opgegroeid in Richmond, Virginia, een geheel gesegregeerde wereld. Jongens zoals hij zaten achter in de bus en hielden zich koest. En anders… Net als andere zwarte Amerikanen had hij natuurlijk ook meegekregen wat er was gebeurd met Emmett Till. De 14-jarige zwarte jongen werd in 1955 bruut gelyncht nadat hij zou hebben geflirt met een wit meisje.

Op zijn eigen diplomatieke manier was Ashe zich later toch uit gaan spreken. Over Apartheid in Zuid-Afrika bijvoorbeeld. Zo won hij uiteindelijk het respect van zwarte activisten die eerder nog zo kritisch op hem waren geweest. Zij spreken in dit portret stuk voor stuk met respect over de man, die als captain van het Amerikaanse Davis Cup-team nog heel wat te stellen kreeg met het heethoofd John McEnroe. ‘Ik ergerde me dood en was tegelijkertijd jaloers op hem’, zei Ashe daarover in een tv-interview. ‘Want ik zou dat ook wel willen doen. Die luxe heb ik alleen niet.’

Want hoewel hij zou uitgroeien tot een voorbeeld voor al die Afro-Amerikaanse sporters die zich in het openbaar durven uit te spreken, zoals Colin Kaepernick, Lebron James en de tennissende zussen Williams, bleef Arthur Ashe zich er altijd van bewust dat hij een gewone zwarte jongen was in een wereld die nog altijd werd gedomineerd door witte mannen. En toen hij verzeild raakte in het laatste gevecht van zijn leven – misschien wel het meest heroïsche gevecht in dit fijne portret – toonde Arthur Ashe zich nog eenmaal een echte kampioen.

Marion Bloem – Een Meisje Van 70

AVROTROS

Als ze schrijft, is ze gelukkig. Als Marion Bloem afscheid heeft moeten nemen van haar man Ivan Wolffers (1948-2022) zoekt ze echter haar toevlucht tot schilderen. ‘Schrijven is m’n echtgenoot, film maken is m’n vriend, schilderen is m’n minnaar’, vertelt ze in dit persoonlijke portret van regisseur Saskia Vredeveld. ‘Ik deed ’t dus als het ware een beetje stiekem. Ik moest de momenten stelen van het andere werk waar ik van hou.’ Nu, zonder Ivan, is alles alleen anders.

Vredeveld volgt de Indisch-Nederlandse schrijfster voor Marion Bloem – Een Meisje Van 70 (53 min.) in de anderhalf jaar nadat de man, met wie ze ruim een halve eeuw samen was, uit haar leven is weggevallen. Ze werkt toe naar een expositie met haar eveneens overleden zus Joyce in Amersfoort, brengt orde in het huis dat ze samen met Ivan bewoonde (en dat wellicht in de verkoop gaat) en probeert intussen de rouw toe te laten, zonder dat die haar leven volledig op slot mag zetten.

Marion Bloem brak in 1983 door met de roman Geen Gewoon Indisch Meisje, waar zij zelf, als gracieuze schoonheid, op de omslag stond. ‘Ik werd vanaf dat boek ineens belaagd door zestienjarige jongens die beste vrienden met me wilden worden en vroegen of ze konden komen spelen’, herinnert haar zoon Kaja Wolffers zich bij de uitreiking van de Constantijn Huygensprijs aan zijn moeder, slechts een maand na het overlijden van z’n vader. ‘Hun interesse in ongewone Indiase meisjes was… pittig.’

Met vlogjes en persoonlijke berichtjes documenteert zijn moeder het intieme proces dat ze nu doormaakt voor deze film. ‘De zoveelste slechte dag’, schrijft ze bijvoorbeeld aan Vredeveld, als ’t haar even zwaar te moede is. ‘Volgens bevriende weduwen kan dat nog 30 jaar duren.’ Na verloop van tijd begint ze toch ook weer officieel te schrijven. ‘Ik zoek nog’, concludeert Marion Bloem dan. ‘Ik blijf zoeken naar zinnen die mij kunnen vertellen waar ik me bevind en wie ik ben nu hij er niet meer is.’

Via de woorden vindt ze in dit aardige portret zo de weg terug naar het leven, dat niettemin voorgoed veranderd is door de dood.

Merckx

Gusto Entertainment

‘Op de fiets was hij net als zijn vader Jules: serieus, koppig en vasthoudend’, vertelt wielerjournalist Rodrigo Beenkens in deze archieffilm over de grootste wielrenner aller tijden. ‘Maar eenmaal van de fiets af was hij net als zijn moeder Jenny: emotioneel, melancholiek en vrijgevig. De ambivalentie van Eddy Merckx.’

In de documentaire Merckx (83 min.) richten Christophe Hermans en Boris Tilquin zich op de hoogtijdagen van de Belgische wielrenner die, bijvoorbeeld, vijf keer de Tour de France won, eveneens vijfmaal zegevierde in de Ronde van Italië, de Vuelta één keer won en nog eens drie keer wereldkampioen werd. Tussendoor schreef hij ook nog zo ongeveer alle wielerklassiekers op zijn naam. Nee, voor andere wielrenners was er van pakweg 1967 tot 1975 doorgaans héél weinig aan.

Eddy Merckx was een echte vechter die nooit van opgeven wilde weten, stelt zijn Nederlandse coureur Joop Zoetemelk, die mede door de verrichtingen van zijn Belgische rivaal de bijnaam ‘de eeuwige tweede’ verwierf. Verder komen in deze documentaire ook Merckx’s zus Micheline en broer Michel, zijn biograaf Johny Vansevenant, soigneur Guillaume Michiels en zijn concurrenten Jan Janssen, Felice Gimondi, Lucien van Impe, Cyrille Guimard en Bernard Thévenet aan het woord.

Zij blijven buiten beeld. En ook in het fraaie archiefmateriaal is vooral Eddy Merckx zelf te zien: demarrerend, terughalend, klimmend, tijdrijdend en sprintend. Winnend, dat vooral. Een tijd was hij de wielervariant op Duitsland in de boutade ‘voetbal is een eenvoudig spelletje, waarbij 22 mannen negentig minuten achter een bal aanrennen en op het einde Duitsland altijd wint’. Iedere coureur reed zich het snot voor ogen en moest daarna aanzien hoe hij toch weer als eerste de meet passeerde.

De Merckx van na de finish, toen hij zijn fiets definitief in het vet had gezet, bestaat in deze film niet. En zijn jeugd, met een moeder die in eerste instantie weinig fiducie had in de wielercarrière van haar kind en een vader die hardhandig ingreep als het joch weer eens nauwelijks te hanteren was, wordt in tamelijk ruwe pennenstreken afgedaan. Heden ten dage zou Eddy waarschijnlijk met ADHD worden gediagnosticeerd, toentertijd probeerden ze hem gewoon in het gareel te houden.

Hoe hij daar zelf naar kijkt, daarnaar blijft ’t overigens gissen in deze film. De man zelf – en ook zijn echtgenote Claudine, eerder wel prominent aanwezig in Joël Santoni’s Eddy Merckx: La Course En Tête uit 1973 – komen alleen aan bod in archiefinterviews en -reportages. Eddy mag eeuwig jong blijven, de man die Vlamingen en Walen voor de verandering eens trots maakte dat ze Belg waren – al werden wielerfans van buiten de landsgrenzen allengs strontziek van Merckx’s dominantie.

De bijnaam ‘De Kannibaal’ geldt als een weerslag van die weerzin. Merckx was er zelf naar verluidt niet blij mee. Bij de Tour de France van 1975 zou hij de eerste renner in de geschiedenis gaan worden die de ronde zes keer had gewonnen. Een chauvinistische Franse fan kon dat echter niet verkroppen en bracht de Belgische favoriet een slag toe. Merckx reed zich daarna volgens eigen zeggen helemaal kapot. Hij heeft na deze tour ook nauwelijks nog een overwinning van betekenis geboekt. 

Een geboren winnaar was een gewezen winnaar geworden – en Eddy, die enigszins verlegen Belgische jongen, niet langer Merckx, de beste wielrenner van zijn (en wellicht elke) tijd.

Roadrunner: A Film About Anthony Bourdain

Focus Features

‘Je komt er toch wel achter’, richt kunstenaar John Lurie zich rechtstreeks tot de kijker, als Roadrunner: A Film About Anthony Bourdain (119 min.), de documentaire over zijn vriend, pas enkele minuten onderweg is. ‘Dus ik zal het alvast verraden: er komt geen happy end. De eikel pleegde zelfmoord.’

Lurie wendt zich vervolgens tot de maker van die film, Morgan Neville. ‘Hoe ga je dit maken?’ wil hij weten. ‘Natuurlijk wil je praten over de roddels, maar dat is niet wat je wilt maken.’ Nee, antwoordt Neville. ‘Ik wil een film maken over waarom hij was zoals hij was.’ Lurie: ‘Daar heb ik ook geen antwoord op. Daarom zit ik zelf ook hier.’

Dat tragische einde, zo prominent neergezet bij de opening, hangt de hele film als een slagschaduw over het leven van Anthony Bourdain (1956-2018), dat een volstrekt nieuwe wending krijgt als hij, een kok van dik in de veertig bij het New Yorkse restaurant Les Halles, in 2000 een enorme bestseller schrijft: Kitchen Confessions.

In dat boek deelt hij zowel alle geheimen van de keuken als zijn eigen uitspattingen op het gebied van seks, drugs en rock & roll. Met een eigen reisprogramma bouwt Bourdain daarna al snel een vaste achterban op. Hij is een man die bereid lijkt om alles te eten, in Jan en alleman geïnteresseerd is en geweldig over zijn belevenissen kan vertellen.

Achter de schermen maakt hij ’t anderen – en zichzelf – bepaald niet gemakkelijk. Middelmatigheid beschouwt Bourdain bijvoorbeeld als een enorme zonde. ‘Geef deze nerds met eekhoornballen geen macht door ze hun zin te geven’, schrijft hij bijvoorbeeld in een boze bui aan een teamlid. ‘Ze zullen deze show doodknabbelen als hongerige eenden.’

Met Bourdains broer Chris, tweede vrouw Ottavia Busia, vriend Josh Homme (voorman van de rockband Queens Of The Stone Age), de sterkoks Eric Ripert en David Chang en verschillende leden van zijn vaste tv-team probeert Morgan Neville vat te krijgen op deze gecompliceerde persoonlijkheid, die gedurig in de knoop zit met zichzelf.

Als Bourdain, nadat ook zijn tweede huwelijk is stukgelopen en hij Ottavia en hun dochter Ariane heeft achtergelaten, halsoverkop verliefd wordt op de Italiaanse actrice en filmmaakster Asia Argento, begint zijn verslavingsgevoelige persoonlijkheid, waardoor hij eerder verslingerd raakte aan heroïne en cocaïne, hem danig op te breken.

‘Ik heb mijn haar niet meer geknipt sinds hij is gestorven’, vertelt zijn vriend David Choe geëmotioneerd. ‘Ik mis hem gewoon.’ Anthony Bourdains zelfverkozen dood heeft niet alleen bij hem diepe sporen achtergelaten, toont de stemmige apotheose van deze zeer doeltreffende biografie over een man die zoveel meer was dan zijn einde.

Toen Roadrunner in 2021 werd uitgebracht, ontstond er nog wel een controverse nadat bleek dat Neville, met behulp van kunstmatige intelligentie, enkele stukken geschreven tekst van Bourdain had omgezet in voice-overs en die, zonder dat verder expliciet te melden, tussen reguliere ingesproken teksten van zijn hoofdpersoon had geplaatst.

De Restaurantmoord

KRO-NCRV

‘Op een gegeven moment weet je van: moet ik haar nog wel geloven?’ noteert de politieagent die Jane heeft verhoord. ‘Bij de verhoren van Jane wist je eigenlijk niet meer wat waar was en wat niet waar was. Uit angst kwam ze met het goede verhaal.’

Op basis van de verklaringen van deze beïnvloedbare getuige/verdachte zijn desondanks drie jonge mannen en drie jonge vrouwen, waaronder zijzelf, veroordeeld voor De Restaurantmoord (144 min.) op 4 juli 1993. Op die fatale zaterdagnacht werd oma Mok vermoord in Peacock, het Chinese restaurant dat ze had overgedaan aan haar zoon.

Deze vierdelige serie van het team van KRO-NCRV dat eerder De Villamoord en De Pompmoord doorlichtte lijkt weer een gerechtelijke dwaling op het spoor te zijn. En opnieuw heeft een bekennende verklaring daarin een sleutelrol gespeeld. Van een jonge kwetsbare vrouw, waarvan bekend was dat haar fantasie soms met haar op de loop ging.

Op basis van Jane’s bekentenis zijn dan weer anderen door de politie verhoord. ‘Die verdachten gokken maar iets, omdat ze ‘t niet weten’, stelt oud-rechercheur Dick Gosewehr, die zich heeft gespecialiseerd in justitiële dwalingen en eerder ook al meewerkte aan De Villamoord. ‘Maar ze zitten tegenover iemand die ‘t ook niet weet.’

Met waarheidsvinding heeft dit volgens Gosewehr niets te maken. En ook Geert-Jan Knoops en Joost Loevendie, de advocaten van de verdachten die bekend zijn geworden als de Zes van Breda, zijn vanzelfsprekend kritisch op de verhoormethoden. Zij worden in deze miniserie bovendien geconfronteerd met nieuwe informatie uit het strafdossier.

Regisseur Joost van Wijk beschikt ditmaal niet over gelekte beelden van de oorspronkelijke politieverhoren. Hij compenseert dit met uitgebreide reconstructies met acteurs, die zijn gebaseerd op informatie uit het dossier. Dat komt net wat minder hard binnen, maar geeft hem nóg meer ruimte om het verhaal in te kleuren met straffe muziek.

Uit zijn spitwerk komt een nieuwe teamleider bij de plaatselijke politie, bijgenaamd ‘De Slimmerik’, naar voren, die de zaak hoe dan tot klaarheid wil brengen en op voorhand al lijkt te weten waar hij de oplossing moet zoeken: bij een soort studentenhuis voor kwetsbare meisjes aan de Teteringsedijk, dat is verworden tot een ‘Marokkanenhol’.

Alle kaarten gaan op de Zes van Breda, waarvan de drie meisjes uiteindelijk tot twee jaar gevangenisstraf worden veroordeeld en de drie jongens, die zelf participeren in deze serie, tot twaalf jaar. Intussen worden andere sporen consequent genegeerd – of zelfs doelbewust verstopt in het strafdossier. Zodat niemand daarover lastige vragen stelt.

Van Wijk deelt deze bevindingen met zijn gesprekspartners, waaronder ook forensisch deskundige Martin Eversdijk en de rechtspsychologen Robert Horselenberg en Eric Rassin. Zij maken stuk voor stuk gehakt van het politieonderzoek, de tunnelvisie die daaruit spreekt en de herziening van de zaak door de Hoge Raad in 2015.

Er blijkt belangrijke informatie achtergehouden die de vijftien rechters die deze zaak behandelden en de advocaten van de veroordeelden wel hadden moeten hebben. Alle reden om – daarover lijken alle sprekers ’t wel eens – de gewelddadige dood van oma Mok nader te onderzoeken.

Zodat Van Wijk en de rest van KRO-NCRV’s onderzoeksteam wellicht weer nieuwe input krijgen voor een vervolg op deze interessante true crime-serie. Zoals het onderzoek naar die andere geruchtmakende moorden, in een Arnhemse villa en bij een pompstation in Warnsveld, ongetwijfeld ook nog open staat.