A Deadly American Marriage

Netflix

Afhankelijk van welke lezing van de feiten prevaleert tijdens de rechtszaak is Jason Corbett een gewelddadige echtgenoot die alleen met een honkbalknuppel en baksteen was te stoppen of een onschuldige man die rücksichtslos van het leven en zijn kinderen werd beroofd door zijn tweede echtgenote en haar vader. Die feiten zijn ronduit gruwelijk. Op 2 augustus 2015 wordt de 39-jarige Ierse zakenman zo toegetakeld dat Alan Martin, een openbaar aanklager met dertig jaar ervaring, er nog van volschiet.

Wie daarvoor verantwoordelijk zijn lijdt geen twijfel: Molly Martens en haar vader, de gepensioneerde FBI agent Tom Martens. Zij houden in A Deadly American Marriage (102 min.) evenwel staande dat er sprake was van noodweer. Tegelijkertijd zijn Jasons zus Tracey en haar echtgenoot David ervan overtuigd dat zij Corbett doelbewust hebben afgeslacht, om de voogdij over diens kinderen Jack en Sarah te kunnen krijgen. En Jasons kinderen? Die dreigen een speelbal van de verschillende partijen te worden.

Het drama, dat pas onlangs definitief (?) is afgehandeld wordt in zekere zin al in november 2006 in gang gezet. Dan overlijdt Jasons eerste vrouw Mags, de biologische moeder van Jack en Sarah, plotseling na een astma-aanval. De rouwende weduwnaar uit Janesboro, in het Ierse graafschap Limerick, krijgt hulp van een Amerikaanse au pair, die niet alleen voor zijn kinderen begint te zorgen. Jason is als was in de handen van de veel jongere Molly, die hem tot een huwelijk en verhuizing naar de VS weet te verleiden.

Daar, in Meadowlands, North Carolina, zou de relatie al snel zijn verzuurd. Afhankelijk van wie er over die tijd vertelt ontwikkelde Jason Corbett een serieus woedeprobleem, dat voor zeer bedreigende situaties zorgde en blijkbaar alleen met uitzinnig geweld was te stoppen. Óf bleek zijn voormalige vrouw Molly toch een geslepen intrigante, die haar zinnen had gezet op Jasons kinderen en toen ze haar positie dreigde te verliezen haar toevlucht nam tot zéér oneigenlijke methoden. Met moord als tragisch eindstation.

Als buitenstaander word je in deze slim opgebouwde en uitgeserveerde true crime-docu van Jenny Popplewell en Jessica Burgess steeds heen en weer geslingerd tussen twee volstrekt tegengestelde versies van de werkelijkheid, waarbij één van de twee partijen de waarheid aan z’n zijde heeft en de andere er schaamteloos mee woekert. Maar welke dan: de Martensen of toch de Burgesses? En hoe slaagt de andere kant er dan in om tien jaar na dato nog altijd met een stalen gezicht keiharde leugens te verkondigen?

Die balanceeract werkt in A Deadly American Marriage wonderwel en dwingt de kijker om z’n eigen veronderstellingen en vooroordelen onder de loep te nemen – al is aan het einde ook wel duidelijk aan welke zijde de makers staan.

Hollywoodgate

Rolling Narratives

Wees gerust, zegt de nieuwe Taliban-commandant Mawlawi Mansour op de voormalige Amerikaanse basis Hollywoodgate (88 min.) in de Afghaanse hoofdstad Kaboel. ‘Als hij snode plannen blijkt te hebben, is ie snel dood.’ Hij bedoelt de man die hen staat te filmen, waarover een ander Talib zich verbaasde. Ibrahim Nash’at maakt een documentaire, legt Mansour uit. ‘Net een film, maar dan met echte mensen’.

De Egyptenaar heeft toestemming gekregen om hen een jaar te filmen. Met gevaar voor eigen leven kan Nash’at zo documenteren hoe de Taliban in augustus 2021 de macht weer overnemen in Afghanistan. Van 1996 tot 2001 hebben ze een waar schrikbewind gevoerd in het land, dat al sinds de jaren zeventig wordt geteisterd door oorlog en waarop na de Russen nu dus ook de Amerikanen zich hebben stukgebeten.

De filmmaker moet zich strikt houden aan de regels die hem door Mansour en zijn manschappen worden opgelegd. De nieuwe machtshebbers weten heel goed wat ze wel en niet willen laten zien. Ibrahim Nash’at realiseert zich terdege dat hij alleen een incompleet en gekleurd beeld van de werkelijkheid kan laten zien – zonder het dagelijks leven en lijden van gewone Afghanen, vrouwen in het bijzonder, bijvoorbeeld.

Tussendoor hoopt hij nochtans de geest van het nieuwe (oude) Afghanistan te kunnen vangen. Een land waar woeste mannen met baarden en tulbanden weer de dienst uitmaken. Veelal laag opgeleide kerels ook – rekenen blijkt bijvoorbeeld moeilijk – die zich verbazen over wat de Amerikanen bij hun vertrek voor hen hebben achtergelaten. Volgens het Pentagon gaat het om ruim zeven miljard dollar aan militaire spullen.

Voor Nash’ats camera inspecteren Mansour en zijn gevolg, waaronder de ambitieuze voetsoldaat Mukhtar, verweesde oorlogsvliegtuigen, proberen ze de uitgebreide sportfaciliteiten uit of checken de houdbaarheidsdatum van de aangetroffen medicijnvoorraad. Intussen speculeren ze voortdurend over het aanpakken van politieke tegenstanders of het starten van een nieuwe oorlog met buurland Tadzjikistan.

Hoewel ze ’t in deze interessante film voornamelijk bij woorden houden, is glashelder wat de aard van dit gezelschap is. En tijdens de even indrukwekkende als angstaanjagende militaire parade, om het eerste jaar van het nieuwe regime luister bij te zetten, tonen ze alsnog het ware gezicht van het nieuwe Afghaanse regime. Dat voorspelt weinig goeds voor de toekomst.

The Crash Reel

HBO

Op 23 september 1988, 7817 dagen voor de Olympische Winterspelen van Vancouver van 2010, zet Kevin Pearce, als baby van elf maanden, zijn eerste stapjes. Niemand kan dan nog vermoeden dat hij een befaamde Amerikaanse snowboarder zal worden en dat hij bij diezelfde Spelen de gedoodverfde winnaar Shaun White wil gaan verslaan. En helemaal niemand kan dan natuurlijk vermoeden dat Kevin op 22-jarige leeftijd, nog geen vijftig dagen vóór Vancouver, een verschrikkelijke val zal maken. En die zet niet alleen een streep door zijn deelname aan de Olympische Spelen.

Op 31 december 2009 komt de snowboarder helemaal verkeerd terecht na een mislukte ‘cab double cork’. In de sneeuw ligt een zielig hoopje mens dat met een traumahelikopter naar het ziekenhuis wordt vervoerd, het startpunt van de aangrijpende documentaire The Crash Reel (102 min.) van Lucy Walker uit 2014. ‘Ik moet huilen’, verwoordt David Pearce, Kevins broer met het syndroom van Down, enkele dagen later in een revalidatiekliniek in Denver wat al zijn geliefden denken. ‘Omdat ik Kevin zo mis.’ Zijn broer – of althans een variant op zijn broer – zit nochtans recht tegenover hem.

Als Kevin in de spiegel kijkt, ziet hij echter nog steeds Kevin, de onverschrokken snowboarder die nog niet zo lang geleden White, de koele kampioen van het type Billy Mitchell, naar de kroon stak. Hij is vastbesloten om zijn rentree te maken. Walker pakt dit proces op, nadat Kevins broer Adam direct na het ongeluk al is begonnen met filmen, en legt de verwikkelingen in huize Pearce van zeer nabij vast. Enige tijd later is het opnieuw David die de knuppel in hoenderhok gooit. ‘Ik wil niet dat je doodgaat’, zegt hij tijdens Thanksgiving tegen zijn broer. ‘En niet dat je in een rolstoel terechtkomt.’

Het feit dat Kevin daar heel anders over denkt past bij de mindset van een topsporter en is ook onderdeel van de dynamiek van extreme sporten zoals snowboarden, betoogt Lucy Walker via hen. En hersenletsel vergroot de kans op volgende ongelukken. Omdat de geest misschien nog wel wil – en soms ook letterlijk minder gevaren ziet – maar het lichaam lang niet alles meer kan. Tegelijkertijd hebben de financiers van deze sporters er alle belang bij om hen tot het uiterste drijven. Spectaculaire acties, op de grens van wat mogelijk is, zijn nodig om het publiek vast te houden. Dat is vragen om problemen.

Om dat punt goed in de verf te zetten laat de Britse filmmaakster nog talloze andere voorbeelden zien van sporters die hun eigen grenzen niet kenden en tegen zichzelf in bescherming hadden moeten worden genomen. Trefzeker werkt The Crash Reel, vlot gemonteerd en voorzien van een up tempo-soundtrack, zo toe naar het moment waarop Kevin Pearce wordt gedwongen om de waarheid onder ogen te zien. Hij is niet meer de Kevin Pearce, die een gouden medaille had kunnen winnen. Hij is Kevin Pearce, een jonge vent met een hersenbeschadiging, die nog altijd meer wél dan niet kan.

Of dat echter genoeg is voor iemand waarvoor altijd alleen het allerbeste goed genoeg was? Lucy Walker laat zien dat zijn broer David in dat opzicht nu eens geen heel goed voorbeeld vormt: hij kan nog altijd niet accepteren dat hij het syndroom van Down heeft.

Toxic

Brabant+

Achteraf bezien was het volgens José van de Vliets broer Albert een veeg teken dat ze op die dag in 2012 haar vlucht miste. Want aan India had de 35-jarige Brabantse vrouw haar hart verpand. Met een eigen hulporganisatie probeerde ze leprapatiënten en minder validen te ondersteunen. Nu had José alleen helemaal geen zin om het vliegtuig in te stappen. Want hij ging ook mee, de man die haar leven al een hele tijd onmogelijk maakte en die er ook voor zou zorgen dat die vlucht naar India haar allerlaatste zou worden.

De vijfdelige docuserie Toxic (115 min.) van Nicole Theuns en Ricardo Paz Belvis is een eerbetoon aan het veel te korte leven van José van de Vliet (1976-2012), een reconstructie van hoe dat reislustige bestaan voorgoed werd ontregeld door haar relatie met de Limburgse controlfreak Remco en een overzicht van de gevolgen daarvan. Want, zoals wijlen Peter R. de Vries placht te zeggen: een moord kost meer levens. En dus bezweek José’s moeder Mien bijna onder haar gemis, verdronk haar echtgenoot zijn verdriet tot hij eraan kapot ging en moest hun zoon en José’s broer Albert, ofwel de bekende PSV-fan Appie, naar ‘agressieregulatietherapie’.

En ook haar vriendinnen Ellen en Anita zijn nog altijd lamgeslagen door wat hun maatje José op 21 maart 2012 is overkomen in de Indiase tempelstad Mahabalipuram. ‘Waarom heb je me niet in vertrouwen genomen?’ vraagt Ellen zich regelmatig af. ‘Waarom kon ik je niet helpen?’ Toch kwam dat drama aan de andere kant van de wereld, achteraf bezien, bepaald niet uit de lucht vallen. In 2010 was José al eens zonder bericht een half jaar in India gebleven, in plaats van de geplande zes weken. Later bleek dat ze in het ziekenhuis was beland, waarschijnlijk omdat ze door Remco was mishandeld. Pas naderhand vielen alle puzzelstukjes echter in elkaar.

Theuns en Paz Belvis hebben dit schrijnende familieverhaal opgeknipt in vijf hoofdstukken van ongeveer twintig minuten. Die ogen als een klassieke true crime-productie, met duistere beelden, een onheilszwangere soundtrack, de verplichte deskundigen (hoogleraar forensische psychologie Corine de Ruiter, voormalig cold case-rechercheur Leo Simaïs en forensisch patholoog Bela Kubat) én een archetypische engerd, die onherkenbaar in beeld wordt gebracht. Een man van wie het Anita al bij de eerste ontmoeting opviel hoe hij José claimde – al kan die herinnering natuurlijk ook een beetje zijn gekleurd door wat hij later heeft aangericht.

Vanaf aflevering 4 krijgt de miniserie ineens een ander karakter als de filmmakers namens de familie op onderzoek uitgaan en de hand weten te leggen op een deel van het oorspronkelijke politiedossier. ‘Sommige dingen zullen voor jou wel pittig zijn, denk ik’, waarschuwt Theuns dan José’s broer Albert, die vervolgens voor de camera wordt geconfronteerd met allerlei details van het misdrijf – niet héél subtiel – en daarna meer informatie over de dader krijgt toegespeeld. Een maand later vertrekt zij naar India om als een vrouwelijke variant op Peter R. de Vries zelf poolshoogte te gaan nemen en liefst ook Remco K. in beeld ter verantwoording te roepen.

Het wordt de tamelijk ongemakkelijke apotheose van een tragisch verhaal over een toxische relatie die op de ergst denkbare manier is geëindigd.

Britain And The Blitz

Netflix

Als de Duitse aanvallen op het Verenigd Koninkrijk beginnen op 7 september 1940, komt Joan Wyndham op een feestje haar knappe buurman Rupert tegen. ‘Hij wou dat ik me door hem zou laten ontmaagden’, schrijft de achttienjarige Britse kunststudente in haar dagboek. Ze is niet geheel ongevoelig voor Ruperts charmes. Terwijl Hitlers Luftwaffe de volgende acht maanden lang bommen blijft droppen – de zogenaamde ‘Blitz’ – bloeit de romance tussen Joan en Rupert op. Totdat een eerste nacht onvermijdelijk is geworden.

De 21-jarige medewerkster van de Britse inlichtingendienst Edith Heap en haar vriend Denis Wissler, een gevechtspiloot van de Royal Air Force die continu strijd levert met de Duitsers, consumeren de liefde juist niet. Nadat hij haar ten huwelijk heeft gevraagd, gaan ze ieder naar hun eigen bed. Heel respectvol, vindt zij. Toch had Denis haar kunnen overhalen, realiseert Edith zich. ‘Want als je weet dat iemand misschien niet terug zal komen, wil je die kans niet missen. Je krijgt hem misschien nooit meer terug.’

In Britain And The Blitz (78 min.) probeert Ella Wright een cruciale periode in de Tweede Wereldoorlog een menselijk gezicht te geven met dagboekfragmenten van enkele direct betrokkenen. De vijfjarige Londenaar Eric Brady wordt bijvoorbeeld samen met zijn zus Kitty de stad uitgestuurd naar een veilige plek. Phil Piratin, een communistische activist, bezet met medestanders een luxehotel, om toegang te krijgen tot schuilkelders. En brandweerman Richard Holsgrove beschermt een stad die in vuur en vlam staat.

Wright omlijst hun off screen-getuigenissen met een weelderig geluidsdecor, dienende muziek en oorlogsbeelden die zijn gerestaureerd, ingekleurd en soms ook met elkaar gecombineerd. Zo worden de 85 jaar die sindsdien zijn verstreken overbrugd: Winston Churchill gaat weer voorop in de strijd, de Koninklijke familie bezoekt gebombardeerd gebied en, oorlog of geen oorlog, de bekerfinale van 1941 tussen Preston North End en Arsenal gaat voor 60.000 voetballiefhebbers in het Wembley-stadion gewoon door.

Want ook als de bommen vallen, laat deze geslaagde historische reconstructie zien, gaat het leven ‘gewoon’ verder.

We Want The Funk!: A History Of Funk Music And Black Liberation In The Seventies

PBS

‘Say it loud’, croonde James Brown. ‘I’m black and I’m proud.’ Het werd eind jaren zestig het lijflied van een nieuwe beweging. En hij, de vuige, bezwete en sexy zanger, werd de vaandeldrager van een nieuwe muziekstroming: funk. Die maakte korte metten met Motown, het platenlabel waarmee Berry Gordy zwarte muziek acceptabel had gemaakt voor een wit publiek. Zijn artiesten mochten niet al te wulps dansen en al helemaal geen politieke statements maken. In een tijd dat Half Amerika in brand stond door de strijd voor burgerrechten van Afro-Amerikanen.

Funk wilde allesbehalve braaf zijn. En de groove werd allesbepalend. Alles op de één. Zodat je wilt – nee, niet anders kúnt dan: – dansen. Browns muziek was een kwestie van ‘simplexity’, stelt één van de sprekers in We Want The Funk!: A History Of Funk Music And Black Liberation In The Seventies (82 min.). Het lijkt zo simpel, maar probeer alles maar eens helemaal kloppend te krijgen. Na Brown volgden Sly & The Family Stone, met de moddervet slappende bassist Larry Graham, en Parliament/Funkadelic. En toen was de funk wel helemaal volgroeid.

Regisseur Stanley Nelson heeft deze gedegen docu helemaal volgepropt met dampende muziekfragmenten. Hij plaatst het genre met George Clinton en Jeanette Washington-Perkins (Parliament/Funkadelic), Robert ‘Kool’ Bell (Kool & The Gang), Leo Noncentelli (The Meters), Nona Hendryx (Labelle), Questlove (The Roots), David Byrne (Talking Heads), Fred Wesley (The J.B.’s) en diverse kenners en historici nadrukkelijk binnen de zwarte historie, religie en cultuur en laat enkele muzikanten bovendien demonstreren hoe je iets gigantisch kunt laten funken.

Via het multitalent Prince, de afrobeat-pionier Fela Kuti én spierwitte acts zoals Elton John, David Bowie en Talking Heads werkt Nelson (Miles Davis: Birth Of The Cool, Attica en Crack: Cocaine, Corruption & Conspiracy) vervolgens toe naar hiphop, een muziekgenre dat bijna bestaat bij de gratie van vette funksamples. Het uitgangspunt is in wezen precies hetzelfde. ‘Free your mind’, verwoordt Dr. Todd Boyd, kenner van (Afro-)Amerikaanse cultuur, dit geheel in stijl. ‘And your ass will follow.’

Salo: Nee Is Misschien

Witfilm / EO

Zijn naam was vooral verbonden met het grote Ajax van begin jaren zeventig. Salo Muller, de man die Johan Cruijff, Piet Keizer en al die andere sterren van het Nederlandse totaalvoetbal masseerde en verzorgde. Enkele jaren geleden deed hij op een totaal andere manier van zich spreken: Muller dwong de Nederlandse Spoorwegen tot het betalen van vijf miljoen euro schadegeld aan de slachtoffers van de Jodenvervolging.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vervoerden zij Joodse Nederlanders van Westerbork naar vernietigingskampen zoals Sobibor en Auschwitz. De Spoorwegen kregen daarvoor gewoon betaald. En dat werd weer gefinancierd vanuit ingeleverd Joods geld en sieraden. ‘Dat is roofgeld, bloedgeld’, zegt Muller daarover fel in Salo: Nee Is Misschien (60 min.). ‘De mensen hebben hun eigen treinkaartje betaald naar de gaskamers.’

Nu heeft de inmiddels 89-jarige Joodse Nederlander zijn blik verlegd naar Duitsland: ook Deutsche Bahn moet over de brug vormen. Documentairemaker Joris Postema gebruikt deze campagne als rode draad voor zijn portret van Salo Muller, die het leeuwendeel van zijn familie kwijtraakte tijdens de oorlogsjaren. Zelf moest hij zich staande houden op maar liefst negen onderduikadressen. Naderhand sprak hij nooit meer over de oorlog.

Totdat hij zich in 1995 liet overhalen voor een interview met de Shoah Foundation van Steven Spielberg, die zich ten doel heeft gesteld om de ervaringsverhalen van Holocaust-overlevenden op te tekenen. Dertig jaar later maakt Postema gretig gebruik van dit gesprek, waarin Muller zijn levensverhaal doet. Hij was nog maar zes jaar oud toen zijn ouders in 1942 via de beruchte Hollandsche Schouwburg werden afgevoerd.

Dat is een tamelijk klassiek overleversverhaal, dat later nog extra kleur krijgt als Muller verhaalt over zijn periode bij Ajax. Hij claimt bijvoorbeeld een belangrijke bijrol in de klassieke goal van Johan Cruijff tegen ADO Den Haag: als die vanaf de zijlijn, met een rolletje verbandgaas dat de fysiotherapeut hem net heeft overhandigd, naar binnen komt en met een boogbal over de keeper scoort. ‘Door mijn aanwijzingen en mijn bandje.’

Het interessantst wordt deze tv-docu echter als Muller reageert op actuele ontwikkelingen in Israël, de verkiezingswinst van de PVV, het veelbesproken bezoek van de Israëlische president Herzog aan zijn stad Amsterdam en de rellen na de wedstrijd Ajax – Maccabi Tel Aviv. Hij is strijdbaar en maakt zich zorgen over toenemend antisemitisme. En Joris Postema schroomt niet om ook kritische vragen te stellen.

Dan is Salo: Nee Is Misschien ineens niet meer een film die over het verleden gaat, maar een urgent verhaal over het hier en nu. Waarin Salo Muller uitdrukt wat een deel van de Joodse Nederlanders denkt: ze voelen zich niet meer altijd veilig. Net als toen: in een tijd die nooit mag worden vergeten en toch langzaam van ons lijkt weg te glippen.

Caravaggio: The Vanished Masterpiece

Terranoa

Is het een echte ‘Caravaggio’, de originele versie van het schilderij Maria Magdalena In Extase dat in 1610 na de dood van de Italiaanse kunstenaar verdween uit Napels? Het kunstwerk werd enkele jaren geleden aangetroffen in een privécollectie en wordt nu gereinigd en in oude glorie hersteld door de restaurateur Cinzia Pasquali. De eigenaars, woonachtig in Umbrië, willen graag anoniem blijven.

In Caravaggio: The Vanished Masterpiece (92 min.) neemt Frédéric Wilner de tijd om te ontdekken of het een authentieke Caravaggio is – of toch één van de vele kopieën of het werk van een navolger. De restauratie dwingt eenieder in elk geval om héél goed te kijken naar het schilderij en de werkwijze van de kunstenaar. De Caravaggio-kenner Mina Gregori is alvast overtuigd geraakt van de echtheid, maar nader onderzoek is gewenst.

Daarvoor probeert Wilner allereerst zicht te krijgen op het leven van Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610) zelf, één van de meest invloedrijke kunstenaars van zijn tijd en een inspiratiebron voor zijn Nederlandse vakbroeder Rembrandt van Rijn. Volgens de overlevering was Caravaggio ook een zeer sterke persoonlijkheid met een dwars karakter. Een donkere man, in alle opzichten. Hij schilderde vanuit zijn onderbuik.

En nadat hij overdag maniakaal had gewerkt, in opdracht van de kerk of een gefortuneerde kunstverzamelaar, dook hij de nacht in. In duistere kroegen zocht hij het gezelschap op van dubieuze figuren, vechtersbazen en dames van lichte zeden. Hij toonde zich dan een provocateur die nogal eens in vechtpartijen verzeild raakte. Toen hij daarbij in 1606 ene Ranuccio Tomassoni doodde, moest Caravaggio Rome ontvluchten.

De omstreden kunstenaar nam de wijk naar Napels, op een tocht die hem in de laatste jaren van zijn leven ook nog naar Sicilië en Malta zou brengen. En overal werkte hij zich flink in de nesten. Waar Caravaggio kwam, kwam ruzie. Met kunstwerken probeerde de schilder de schade dan weer te repareren. Frédéric Wilner vervat al die verwikkelingen in gedramatiseerde scènes, die zijn vormgegeven als tot leven gewekte schilderijen.

Door de scandaleuze levenswandel van zijn protagonist is het lastig om zicht te krijgen op diens oeuvre. De kunsthistorici Orietta Verda en Francesca Curti duiken allerlei archieven in, om te ontdekken hoe Maria Magdalena In Extase bij z’n huidige eigenaren terecht is gekomen. Op hun zoektocht stuiten ze bijvoorbeeld op de markiezin Colonna, Caravaggio’s levenslange beschermvrouwe, en de machtige kardinaal Borghese.

En wellicht is het schilderij, als het al authentiek is, ook nog in handen gekomen van een magistraat, die ’s mans erfenis moest afhandelen en die zich het kunstwerk toen zou hebben toegeëigend. Het korte, tumultueuze leven van de schilder en de eeuwenlange nasleep daarvan wordt in Caravaggio: The Vanished Masterpiece in elk geval gepresenteerd als een gigantisch doolhof, dat vervolgens zeer omzichtig wordt verkend.

Trailer Caravaggio: The Vanished Masterpiece

De Afhaalchinees: Thuisbezorgd

Omroep Zwart

Toen Kelly-Qian van Binsbergen de veelgeprezen miniserie De Afhaalchinees (2023) afleverde, was ze nog in de overtuiging dat zij niet zo nodig op zoek hoefde naar haar biologische ouders. Ze was heel wat wijzer worden over haar eigen adoptie, door een Zeeuws echtpaar dat een seksshop runde in de grensgemeente Sluis, en interlandelijke adoptie in het algemeen. Ze had tijdens dat persoonlijke proces bovendien haar licht kunnen opsteken bij lotgenoten, adoptieouders en deskundigen. En ze had zo vat gekregen op haar eigen positie als jonge vrouw van Chinese komaf in Nederland.

Toch is er ergens onderweg ook een luikje opengegaan bij Kelly-Qian. In de vierdelige serie De Afhaalchinees: Thuisbezorgd (191 min.) maakt ze met adoptiekameraad Rohan, oorspronkelijk afkomstig uit Sri Lanka, een zogenaamde ‘rootsreis’ naar China. Daar gaat ze met correspondent Cindy Huijgen, die ooit werd geadopteerd vanuit hetzelfde staatsweeshuis in Guiyang als Van Binsbergen zelf, op zoek naar waar ze vandaan komt. Op haar veertiende is ze met haar adoptieouders al eens naar China geweest, maar dat bezoek heeft zeker niet al haar vragen beantwoord.

‘Het enige wat ik voel is verdriet dat ik hier niet terecht ben gekomen en in Nederland ben opgegroeid’, constateert Kelly-Qian onderweg in China. Aan haar was altijd verteld dat ze was gered uit een ‘armoedig, grijs, communistisch en naar land’. Voor het eerst in haar leven voelt ze zich nu echter thuis. Tegelijk wordt ze geconfronteerd met haar eigen beperkingen omdat ze de taal niet spreekt. ‘Vind jij dat zelfs jij, de meest Chinese van alle afhaalchinezen, dat jij ook kan worden thuisbezorgd?’ vraagt ze ostentatief aan Huijgen. ‘Nee, dat denk ik niet’, antwoordt die. ‘Ik ben nog steeds te Hollands ook.’

Vanuit deze reis keert Kelly-Qian in dit tweede seizoen van De Afhaalchinees ook terug naar de mensen en onderwerpen van serie één. Ze gaat in gesprek met enkele geadopteerden die ze eerder sprak, bevraagt verder nieuwe lotgenoten en hun geliefden, laat een ‘kudde’ met volwassen adoptiekinderen reageren op stellingen, organiseert een cirkelgesprek met geadopteerden die te maken kregen met (seksueel) grensoverschrijdend gedrag en heeft individuele ontmoetingen met interlandelijk geadopteerde Nederlanders. Tussendoor steekt ze haar licht op bij diverse deskundigen.

Fluks springt Thuisbezorgd op en neer tussen al die verschillende verhaallijntjes en de landen Nederland en China. Kelly-Qian van Binsbergen houdt de wind er goed onder en leukt de boel op met kekke vormgeving, dik gedramatiseerde scènes en een popi soundtrack, waarin een bijzondere rol is weggelegd voor Aziatische versies van bekende pophits. Met een losse voice-over en het nodige kunst- en vliegwerk – inclusief flashbacks, flashforwards en cliffhangers – probeert ze al die elementen bij elkaar te brengen, de aandacht vast te houden en haar punt te maken.

Die drukte lijkt een afspiegeling van Van Binsbergens expressieve persoonlijkheid en geeft haar werk een eigen signatuur, maar het wordt in dit vervolg wel wat veel van het goede. Voor een deel is deze serie, die werkelijk alle kanten opgaat, bovendien een reprise van het eerste seizoen van De Afhaalchinees. Hoewel de persoonlijke noodzaak van Thuisbezorgd duidelijk is, blijft de echte meerwaarde van dit tweede seizoen dus beperkt – al kan het natuurlijk geen kwaad om nogmaals te attenderen op de schade die interlandelijke adoptie kan veroorzaken.

An Eternity Of You And Me

MCO Film

Zo vanzelfsprekend als de kippen in hun tuin eieren leggen, zo moeizaam verlopen de pogingen van de Belgische filmmaakster Sanne This en haar Deense echtgenoot Albert Davidsen om zwanger te worden. Het leek zo vanzelfsprekend dat ze samen een kind zouden krijgen. Totdat dit helemaal niet zo vanzelfsprekend blijkt.

Hun pogingen om nageslacht te verwekken beginnen luchtig – en worden in deze persoonlijke film dan nog begeleid door vrolijke muziekjes – maar raken meer en meer beladen als een spontane zwangerschap uitblijft en het stel in de medische molen terecht komt. In verwachting raken – in de ideale wereld het resultaat van een enkel spontaan moment – verwordt dan tot een taai proces, waarin Sanne en Albert voortdurend heen en weer worden geslingerd tussen hoop en wanhoop.

This heeft dit zelf vastgelegd. Van binnenuit dus. Dat geeft An Eternity Of You And Me (79 min.) een zeer intiem karakter – al moet ’t ook lastig zijn geweest om voor kwetsbare momenten een camera klaar te zetten en alvast op ‘record’ te drukken. Als er weer een zwangerschapstest moet worden gedaan bijvoorbeeld, waarvan de uitslag natuurlijk ongewis is. Tussendoor gaan ze af en toe op bezoek bij een bevriend koppel, dat inmiddels wel kinderen heeft. Dat is gaandeweg vast een bezoeking geworden.

Deze documentaire speelt zich voor een belangrijk deel in en om hun woning te Kopenhagen af, met uitstapjes naar allerlei vruchtbaarheidsartsen en klinieken. Terwijl ze klussen aan hun huis, de kippen proberen te beschermen tegen een vos en plannen maken voor een boomhut in de tuin, fantaseren ze samen over hoe ’t leven eruit gaat zien als… Ja, als. Maar wat nu als er niets gebeurt – en tegelijk ongelooflijk veel? Een kinderwens die (nog) niet wordt vervuld kan zelfs de sterkste persoon of relatie breken.

Sanne This en Albert Davidsen lijken elkaar in elk geval stevig vast te houden. Dat is tenminste het beeld dat zij ervan schetst in deze film. Ze doen ’t echt samen: hopen, slikken en huilen – en dan weer, verrassend snel ogenschijnlijk, opkrabbelen en doorgaan. An Eternity Of You And Me, in de loop van ruim drie jaar gefilmd, wordt zo een optimistische vertelling, die tegelijkertijd héél privé en universeel voelt.

Turning Point: The Vietnam War

Netflix

Een halve eeuw is inmiddels verstreken sinds de Verenigde Staten met de staart tussen de benen afdropen uit Vietnam. Aan het begin van dit jaar verscheen in dat kader al Rob Coldstreams docuserie Vietnam: The War That Changed America op Apple TV+. Nu volgt Netflix met Turning Point: The Vietnam War (381 min.), een vijfdelige serie van regisseur Brian Knappenberger en het team dat eerder ook al verantwoordelijk was voor de miniseries Turning Point: 9/11 And The War On Terror (2021) en Turning Point: The Bomb And The Cold War (2024).

Beide producties hebben zich te verhouden tot The Vietnam War (2017), de gezaghebbende historische serie van Ken Burns en Lynn Novick over de oorlog, die in Vietnam overigens ‘de Amerikaanse oorlog’ wordt genoemd. Terwijl Coldstream het vooral zoekt in de persoonlijke verhalen van de (Amerikaanse) mannen en vrouwen aan het front, kiest Knappenberger meer voor een helikopterview: hoe hebben de politieke ontwikkelingen in de Verenigde Staten én Vietnam geleid tot een oorlog, die voor het eerst via de televisie, met sterrollen voor verslaggevers als Peter Arnett en Dan Rather, werd uitgevochten en die bovendien nog altijd een schaduw werpt over het heden?

Een essentiële rol is er daarbij voor geluidsopnames van gesprekken in het Witte Huis, waarmee de achterkant van het officiële beleid kan worden blootgelegd. Zo komt de zogenaamde ‘credibility gap’ in beeld: tussen wat de Amerikaanse overheid zegt dat er gebeurt in Vietnam en wat er daadwerkelijk gebeurt. Berichten van de regering en legerleiding bevatten volgens historici vaak een ‘onzinnig optimisme’. Tegelijk richt Knappenberger zich ook op de Vietnamese kant van de zaak. Hij gaat bijvoorbeeld in op de politieke verhoudingen, schetst de achtergronden van de communistische leider Ho Chi Min en belicht het opvallende aantal vrouwelijke strijders in de Vietcong.

Binnen die grote vertelling is er vervolgens ook weer ruimte voor persoonlijke verhalen. Van de Vietnamese overlevenden van het bloedbad in het dorpje My Lai bijvoorbeeld en de Amerikaanse fotograaf Ronald Haeberle, die de oorlogsmisdaden daar met een privécamera vereeuwigde. Van Everett Alvarez Jr., die in 1964 als eerste Amerikaanse piloot werd neergeschoten en daarna ruim acht jaar krijgsgevangene was. En van Scott Camil, die zich enkele jaren na zijn diensttijd aansloot bij de protestbijeenkomsten van Vietnam Veterans Against The War. Vanwege zijn ijzingwekkende herinneringen werd hij ook onderwerp van een lied van zanger Graham NashOh! Camil (The Winter Soldier).

Alvarez en Camil waren overigens ook al te zien in respectievelijk The Vietnam War en Vietnam: The War That Changed America. Dat tekent meteen de uitdaging van dit soort historische producties: wat kun je bij een inmiddels behoorlijk afgekloven onderwerp zoals ‘Vietnam’ nog toevoegen? Turning Point: The Vietnam War belicht weliswaar enkele interessante deelonderwerpen (heroïneverslaving bij soldaten, de biraciale kinderen die zij verwekten en wangedrag door de Vietcong), presenteert bovendien een afgewogen collectie bronnen uit beide landen en schetst daarmee ook een tamelijk compleet beeld van de Amerikaanse oorlog, maar heeft in wezen niets nieuws te melden. 

Misschien kan de serie die oorlog, via de toonaangevende streamer, echter nog aan een ander publiek of aan een nieuwe generatie slijten.

The TMF Story

Videoland

Enkele generaties Nederlandse jongeren zijn opgegroeid met The Music Factory, de Nederlandse muziekzender die grofweg van 1995 tot 2011 – 24 uur, 7 dagen per week – bepaalde wat er populair was. In het tweeluik The TMF Story (95 min.) blikken kopstukken van voor en achter de schermen in de voormalige Studio Concordia in Bussum, waar alle uitzendingen destijds werden opgenomen, terug op een periode die ook voor hen vormend was.

In deel 1 worden de kwajongensjaren belicht van de zender, die begin jaren negentig uit de grond wordt gestampt door Veronica-coryfee Lex Harding en – kent-u-deze-nog-nog-nog? – Herman Heinsbroek, de latere LPF-minister. Ze beginnen met een nieuw veejayteam, dat deels bestaat uit bekende deejays van Radio 538. Zij krijgen gezelschap van de voormalige banketbakker Jeroen Post en vier nieuwe vrouwelijke gezichten: Fabienne de Vries, Bridget Maasland, Isabelle Brinkman en de latere BIJ1-politica Sylvana Simons. Die meiden moesten er vooral goed uitzien.

‘Nou ja, kijk, de pluspunten van Fabienne waren natuurlijk duidelijk waarneembaar’, zegt Erik de Zwart, die ‘de bril van toen’ duidelijk weer heeft opgezet, bij beelden van het voormalige boegbeeld van The Music Factory met een decolleté. ‘Zij was toch wel het naschoolse vriendinnetje’, vult Lex Harding aan. ‘De jongens moesten het een lekker wijf vinden. En de meiden moesten zich kunnen identificeren met haar.’ De vrouwelijke veejay zelf was vooraf ook goed geïnstrueerd: ‘Jij moet de beste vriendin van de meiden worden en de natte droom van de jongens.’

‘Woke was iets wat bij TMF niet bestond’, verduidelijkt Harding even later. ‘Waren opmerkingen grensoverschrijdend? Naar de maatstaven die nu gehanteerd worden: zeer zeker. Er werd gevloekt, er werd gescholden, er werd uitgelachen… weet ik veel allemaal.’ Hij laat een korte stilte vallen. ‘En dat was heel goed voor de sfeer.’ Fabienne bleef er ogenschijnlijk rustig onder, getuige ook een interview met Robbie Williams. Op de vraag wat hij leuk vindt aan zichzelf, antwoordt de Britse popster doodleuk ‘my massive penis’. Oké, blijft zij verbazingwekkend koel: ‘show me!’

En ook Sylvana, die later als Tweede Kamerlid een soort woke-boegbeeld zou worden, kan zich er nog altijd niet al te druk om maken: zo ging dat toen nu eenmaal. De presentatoren van het eerste uur lijken zich vooral de opwinding van die tijd te herinneren. Het was keihard werken, voor een grijpstuiver bovendien, maar dan werd je wel wereldberoemd in Nederland en mocht je bijvoorbeeld ook de immens populaire TMF Awards presenteren. En als iets hot was, dan kwam het naar de studio: van Madonna en Backstreet Boys tot Notorious B.I.G. en Mariah Carey.

En dan meldt zich in deel twee van The TMF Story een nieuwe generatie veejays, waarvan het leeuwendeel ook graag nog eens voor de camera plaatsneemt om over hun grote doorbraak te vertellen. TMF markeerde voor bijvoorbeeld Daphne Bunskoek, Valerio Zeno en Miljuschka Witzenhausen de start van een televisiecarrière, die nog altijd voortduurt. Zij reden scheve schaatsen, gingen doldwaze avonturen aan en werden geconfronteerd met zichzelf. Intussen waren ze er getuige van hoe The Music Factory van karakter veranderde en langzaam naar z’n einde ging.

Dit anekdotische en vluchtige tweeluik raakt in de kantlijn ook onderwerpen zoals divagedrag, burn-outs én drugsgebruik aan, maar gaat nooit de diepte in. Als veejay Sylvie Meis bijvoorbeeld vertelt dat zij op een afterparty met collega’s schrok van wit poeder, ‘niet het spul wat je doet op pannenkoeken’, blijft ‘t daar ook bij. De bewering wordt verder niet onderzocht of voorgelegd aan de anderen. The TMF Story is daarmee een documentaire die uitstekend past bij The Music Factory, een film die even gemakkelijk wegkijkt als ook weer uit het geheugen verdwijnt.

F*ck Normaal

Human

F*ck Normaal (50 min.), houden de deelnemers aan het het Pioneers Programme in Rotterdam elkaar voor. Ze hebben stuk voor stuk een beperking of psychiatrische problemen en willen nu wel eens geaccepteerd worden voor wie ze zijn – ook door zichzelf, overigens.

In de zomer van 2024 gaan ze samen, onder begeleiding van allerlei professionals, een speelfilm maken. Ze nemen daarbij alle belangrijke functies zelf voor hun rekening. Van het bedenken van het verhaal tot de montage van de gemaakte opnames. En in het najaar moet de rode loper worden uitgerold voor een officiële première.

De opdracht lijkt eenvoudig: een verhaal dat zich afspeelt in een wereld waarin iedereen een beperking heeft, ‘ook de dieren’. John Appel legt in deze documentaire vast hoe ze met dat uitgangspunt aan de slag gaan. Iedereen bedenkt en presenteert zijn eigen ideeën, die ze vervolgens stuk voor stuk een plek proberen te geven in de film.

Voordat ze die kunnen gaan draaien, moet er gecast worden. Dat is en blijft lastig . Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat de degenen die niet gekozen worden dat niet opvatten als een afwijzing van wie ze zijn? Dat is sowieso een thema bij deze mensen, die vaak worden onderschat en wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken.

Roxanne Oostdijk, een jonge vrouw die oorspronkelijk uit Roemenië komt, heeft bijvoorbeeld moeite met afwijzingen. De eerste drie jaar van haar leven zat ze in een kindertehuis, daarna werd ze geadopteerd door een Nederlands gezin. Zij zweert nog altijd bij een knuffeldier. ‘Flap blijft bij me’, vertelt ze daarover, ‘en wijst me niet af.’

Joyce van der Velden heeft vanwege een darmaandoening soms zoveel buikpijn dat ze overwoog om een einde aan haar leven te maken. ‘Toen ben ik in transitie gegaan, want ik moet een eigen identiteit ontwikkelen die niet gaat over mijn darmziekte.’ Ze realiseert zich dat dit vreemd klinkt. ‘Maar voor mijn mentale rust heeft het enorm geholpen.’

Hoofdrolspeler Timothy Dos Santos heeft een lichamelijke handicap, maar had moeite om naar zichzelf en anderen te erkennen dat hij ook een verstandelijke beperking heeft. Zijn rol in de film, en de bijbehorende documentaire, dwingen hem nu om zichzelf te tonen aan de wereld. ‘Heel veel mensen gaan mij écht echt zien. Ben je daar klaar voor?’

Appel volgt de deelnemers tijdens het maakproces en probeert tussendoor in korte interviews de mens achter het probleem of de diagnose vandaan te halen. Daarin slaagt hij heel behoorlijk – al blijven die miniportretjes tamelijk schetsmatig. Samen slagen die er wel in om het beeld dat er van mensen zoals zij leeft te nuanceren en bij te stellen.

Intussen weten ze de korte film Pizza Paniek met vereende kracht tot een goed einde te brengen. F*cking goed!, constateren de filmmakers eensgezind na afloop van een project – en de sympathieke documentaire die daarbij hoort – dat ongetwijfeld positief heeft bijgedragen aan hun zelfwaardering.

Patatje Oorlog

Franky & Coen / WW Entertainment

Nee, Patatje Oorlog (52 min.) is geen verslag van een broedertwist in het vredige Nederland tussen Friet-zeggers en Patat-roepers, die in het voordeel van de hardste schreeuwers is beslecht. Deze documentaire van Pamela Sturhoofd en Jessica van Tijn portretteert twee Nederlanders die friet bakken voor een betere wereld – of gewoon omdat het lekker is, óók of júist wanneer je wereld wordt bedreigd.

Tenminste, zo begon de missie van Franky van Hintum en Coen van Oosten enkele jaren geleden. Ze trokken met hun frietkraam naar Oekraïne, om de plaatselijke bevolking een hart onder de riem te steken en een bakje goudgele troost te offreren. Zo nodig met een combinatie van pindasaus, mayonaise en gesnipperde uien erop, ook wel een frietje oorlog genoemd. Of, voor de harde G’ers onder ons: een patatje oorlog.

Inmiddels is dat kleine menselijke gebaar, friet voor allen, uitgegroeid tot een loffelijk humanitair initiatief. Het Paulo Coelho-citaat ‘De wereld verandert door jouw voorbeeld, niet door je mening’, waarmee deze film start, in de praktijk gebracht. Daarna volgt een heftige raketaanval, waarin Franky en Coen in de zomer van 2023 verzeild raakten in de stad Kramatorsk. Hun grimmige eigen beelden getuigen van de hectiek ter plaatse.

De twee Nederlanders wisten ternauwernood aan de dood te ontsnappen. In tegenstelling tot dertien Oekraïners. ‘Ik wil naar huis’, was Coens eerste reactie. En toen daalde weer in waarom ze daar waren en reden ze hun ‘Holland supports Ukraine’-busje, met daarachter die roodgele frietkar, gewoon naar een andere plek in het door oorlog geteisterde land en vuurden daar, met een kogelvrij vest aan, het vet weer aan.

Inmiddels zijn Franky, die een Oekraïense vrouw heeft en die zich dus prima redt in de lokale taal, en zijn vriend Coen alweer aan een nieuw project begonnen. Ze hebben een voormalig hotel in Dnipro geschikt gemaakt voor de opvang van vluchtelingen. Met hulp van Denys Khrystov, bijgenaamd ‘De Hollander’, rijden ze af en aan naar de frontlinie, om met gevaar voor eigen leven bewoners te evacueren naar ‘The Holland House’.

Sturhoofd en Van Tijn geven de twee goeddoeners in deze deels door henzelf gefilmde docu alle ruimte om hun werk en drijfveren te delen. ‘Als je ‘t daar een heel klein beetje kunt verlichten, dat voelt wel heel fijn’, vertelt Franky bijvoorbeeld nuchter. ‘Misschien is het nog wel een soort egoïsme ook, want ik voel me fijn als ik bepaalde dingen gedaan heb. Dus misschien is het niet voor die ander, maar is het wel voor mezelf.’

Hoe het ook zij, deze sympathieke film toont hoe ook gewone Nederlanders het leven kunnen verlichten van medemensen die worden getroffen door oorlog. En dat gaat bij Franky en Coen veel verder dan het bakken van een portie friet of het serveren van een mexicano of lihanboutje. Luchtalarm of niet, aan iedereen die ’t wil serveren zij niets minder dan een Patatje Vrede. Vanuit een goed hart en met een praatje erbij.

Celtics City

HBO Max

F**k The Celtics, heet de vijfde aflevering van deze negendelige docuserie van Lauren Stowell over het succesvolste basketbalteam uit de NBA-historie. De Boston Celtics zijn in de zomer van 2024 voor de achttiende keer Amerikaans kampioen geworden. Of zoals ze ‘t in de Verenigde Staten zeggen: wereldkampioen.

De epische reeks Celtics City (540 min.) gaat terug naar het begin: de start van de National Basketball Association. Basketbal geldt dan als een B-sport, veel minder populair dan bijvoorbeeld honkbal of ijshockey. Vanaf begin jaren vijftig meldt de sterrenploeg van coach Arnold ‘Red’ Auerbach (die vanaf 1969 directeur zal worden, een functie die hij tot aan zijn dood in 2006 zal bekleden) zich als één van de grote teams van het Amerikaanse basketbal. De Celtics-dynastie dient zich aan.

Basketbal is dan nog vooral een witte sport. De Celtics hebben in ‘point guard’ Bob Cousy een aansprekend boegbeeld. Pas als de zwarte ‘center’ Bill Russell zich bij het team voegt, vallen de puzzelstukjes echter in elkaar. Vanaf 1958 winnen ze acht keer achter elkaar de landstitel (herstel: wereldtitel). Aan het eind van zijn carrière leidt Russell, als eerste zwarte coach in de NBA-historie, zijn team ook nog naar twee kampioenschappen. In totaal wint hij er elf, in slechts dertien jaar.

Russell manifesteert zich ook nadrukkelijk binnen de burgerrechtenbeweging. De verhoudingen tussen zwart en wit lopen sowieso als een rode draad door deze serie. Want Boston is een gesegregeerde stad en heeft bepaald geen goede reputatie onder zwarte Amerikanen. Dat wordt in de jaren tachtig nog eens bevestigd door de rivaliteit tussen Earvin ‘Magic’ Johnson van The Los Angeles Lakers, de hoop van zwart Amerika, en de ‘great white hope’ Larry Bird, de sterspeler van Boston.

‘Fuck The Celtics’, verwoordt Laker James Worthy dan een sentiment dat breed wordt gevoeld in de Amerikaanse basketbalwereld. The Celtics zijn een gehaat wit team geworden, in een league die inmiddels grotendeels zwart is. Ooit was dat wel anders: Auerbach selecteerde met Chuck Cooper de eerste zwarte speler en stelde ook als eerste een geheel zwart line-up op, in een tijd dat veel teams nog een zwartenquotum hanteerden. Die baanbrekende keuzes zijn naar de achtergrond verdreven.

En als de succesploeg rond Larry Bird met pensioen gaat, komt de klad erin bij The Celtics. Het lijkt zelfs alsof er een vloek rust op de kampioenen uit Boston, die hun beoogde vaandeldragers Len Bias en Reggie Lewis vroegtijdig kwijtraken, afscheid moeten nemen van hun vaste thuisbasis The Boston Garden en sterspeler Paul Pierce lijken kwijt te raken na een steekpartij. Dan bereikt deze meeslepende serie zijn dieptepunt, waarna de wederopstanding van The Boston Celtics gestalte kan krijgen.

Lauren Stowell kan bij haar geschiedschrijving van de Amerikaanse sportdynastie terugvallen op bijzonder fraai archiefmateriaal en een keur aan Celtics-helden, waaronder Bob Cousy, Larry Bird en de huidige ster Jaylen Brown, allerlei basketbal-insiders en prominente ‘Bostonians’ zoals de leden van New Edition, nieuwspresentator Lawrence O’Donnell en popzanger Donnie Wahlberg (die met zijn groep New Kids On The Block nog een onofficieel Celtics-clublied Hangin’ Tough uitbracht). 

Met typisch Amerikaanse zwier en bravoure weet Stowell hun ‘Celtic Pride’ te pakken te krijgen. Een attitude die nog het best werd belichaamd door die onverwoestbare voorman Red Auerbach. ‘Als ik al die vlaggen zo zie’, wijst die naar de groene banieren in de thuishaven van de Celtics, die stuk voor stuk een kampioenschap representeren, ‘staan die voor mensen, zweet, werk en de prijs betalen voor de overwinning.’

I Cut Off His Penis: The Truth Behind The Headlines

HBO Max

Het is inmiddels ruim dertig jaar geleden. En nog altijd roept haar naam, Lorena Bobbitt, dat ene beeld op: van een afgesneden penis. Het slachtoffer? Haar eigen echtgenoot John Wayne Bobbitt. Het bizarre incident op 23 juni 1993 maakte wereldnieuws van de twee echtelieden. Zij kwam daarmee te boek te staan als de archetypische wraakzuchtige vrouw. En hij maakte, eenmaal gerepareerd, bescheiden carrière in de porno-industrie. Een spraakmakend en volstrekt uniek verhaal, dat natuurlijk helemaal werd uitgemolken door de media – en dat eerder al z’n weg vond naar de vierdelige docuserie Lorena (2019).

Zo uniek is dat verhaal echter niet, betoogt Annabel Gillings in een tweedelige documentaire, met een wat onfortuinlijke titel: I Cut Off His Penis: The Truth Behind The Headlines (84 min.). Alleen in Thailand waren er tussen 1973 en 1980 al meer dan honderd gevallen. En er zijn later ook golven van ‘penicide’ geweest in Vietnam en Kenia. Want één sensatieverhaal kan kopieergedrag in de hand werken. En voor je het weet gaan ‘copycats’ met een mes of schaar in de weer. ‘In gemeenschappen waarin er veel van dit soort misdaden zijn komen zeker na-apers voor’, stelt Jacqueline Helfgott van het Crime & Justice Research Center. ‘We zijn allemaal een product van de tijd waarin we leven, de cultuur waarin we leven en de media die we consumeren.’

Gillings koppelt het verhaal van Lorena Bobbitt, een Venezolaanse immigrante die probeerde te overleven in de relatie met een gewelddadige man, aan de al even saillante zaak rond Brigitte Harris. Zij attaqueerde haar eigen vader. Die had haar vanaf heel jonge leeftijd misbruikt, vertelt ze. Toen ze hem na jaren afstand voor het eerst weer ontmoette en zag hoe hij haar vijfjarige nichtje op schoot nam, sloegen de stoppen door bij Harris. ‘Brigitte was absoluut schuldig’, stelt haar advocaat Arthur Aidala daarover. ‘Als de jury haar schuldig had bevonden aan doodslag, dan hadden ze wettelijk gezien gelijk.’ Aidala’s strategie was echter dat ze de wetboeken uit het raam zouden gooien en het totale verhaal van Brigitte Harris tot zich zouden nemen.

Tegenover deze getuigenissen staat in dit aardige tweeluik het relaas van “Ollie”, een geanonimiseerde man die met een stanleymes werd bewerkt door een vrouw, met wie hij zogezegd een weinig serieuze relatie had. Zij bleek later ook al eerder geweld te hebben gebruikt. Geconfronteerd met deze casus speculeert Harriet Wistrich, directeur van het Centre For Women’s Justice, dat er bij deze “Linda” waarschijnlijk sprake is geweest van een achtergrond met seksueel geweld. Dan kunnen nieuwe ervaringen zomaar een paniekreactie ‘triggeren’. Met alle gevolgen van dien. Bij een man is ‘t min of meer geaccepteerd dat hij als agressor opereert, vult Jacqueline Helfgott aan. Vrouwen worden echter geacht om de rol van slachtoffer aan te nemen.

Als de rollen voor de verandering eens zijn omgedraaid – en daarbij iemands mannelijkheid wordt aangetast – wordt dit dan direct wereldnieuws.

Congonhas: Tragédia Anunciada

Netflix

De ramp na de ramp. En vooral: de ramp vóór de ramp. Die zijn bijna net zo erg als het vliegtuigongeluk zelf. Wanneer een Airbus A320 van vliegmaatschappij TAM op 17 juli 2007 bij z’n landing op de luchthaven Congonhas, midden in de metropool São Paolo, niet voldoende kan remmen en tegen een gebouw aanvliegt, is de schade nauwelijks te overzien. Het gaat om de dodelijkste vliegramp in de Latijns-Amerikaanse geschiedenis, met 187 doden aan boord en twaalf slachtoffers op de grond.

In Congonhas: Tragédia Anunciada (139 min.) reconstrueert Angelo Defanti eerst met overlevenden, nabestaanden en direct betrokkenen hoe vlucht JJ3054, twee uur eerder opgestegen in Porto Allegre, bij z’n landing het gebouw voor vrachtverkeer van TAM binnenvliegt. Daarna concentreert de driedelige serie zich op de commotie na de ramp, waarbij de vliegmaatschappij, het Braziliaanse agentschap voor veilig vliegverkeer ANAC en zelfs president Lula danig onder vuur komen te liggen.

Want kijkend naar de voorgeschiedenis lijkt het om een ‘aangekondigde tragedie’ te gaan. ‘Het was vreselijk’, zegt een insider, ‘maar voorspelbaar.’ Brazilië is immers al enkele jaren in de greep van een luchtvaartcrisis. Het vliegverkeer is in de voorgaande jaren enorm toegenomen, de luchthavens kunnen de drukte allang niet meer aan. Op Congonhas zijn er ook al langer problemen met de landingsbaan, waarop groeven voor waterafvoer ontbreken. Er dreigt voortdurend slipgevaar.

Ruimte om pas op de plaats te maken en afdoende veiligheidsgaranties in te bouwen zien de betrokken bedrijven en instanties echter niet. Ze willen door. De prijsvechter TAM heeft z’n prioriteit in elk geval zeker niet bij de veiligheid van de passagiers liggen. De Braziliaanse vliegmaatschappij gaat prat op z’n zeven geboden. De eerste? ‘Er gaat niets boven winst.’ Dat dit gebod voorop staat is toeval, beweert CEO Marco Antonio Bologna, achttien jaar na de ramp op Congonhas, nog altijd met droge ogen.

Haarfijn identificeert Defanti in deze pijnlijke miniserie alle losse elementen die samen wel tot een ramp móesten leiden. ‘Winst is natuurlijk belangrijk’, stelt Dario Scott, vader van de tiener Thaís. Na het ongeluk waarbij zijn dochter om het leven kwam heeft hij zich onvermoeibaar opgeworpen als woordvoerder van de nabestaanden – óók in Congonhas: Tragédia Anunciada. ‘Elk bedrijf moet winstgevend zijn, maar winst mag niet belangrijker zijn dan mensenlevens.’

Vergeven Of Vergelden

KRO-NCRV

Levert het huidige rechtssysteem ook een bijdrage aan een rechtvaardigere wereld? Naar de stellige overtuiging van de Nederlandse strafrechtadvocaten Klaartje Freeke en Wikke Monster, de hoofdpersonen van Vergeven Of Vergelden (72 min.), is er op z’n minst een wereld te winnen.

Want is straffen wel het hoogste doel van de rechtspraak? Wie wordt daar beter van? En is het je taak als advocaat om koste wat het kost, desnoods via een vormfout, te winnen? In deze observerende documentaire laat Anneloor van Heemstra zien hoe de twee juristen vanuit een knus eigen kantoor invulling proberen te geven aan hun ideaal van een rechtsgang waarin de mens centraal staat.

De twee zijn in elk geval niet van de school dat een advocaat zichzelf en z’n geweten helemaal moet uitschakelen als ie met cliënten aan de slag gaat. Zij investeren echt in de mensen die ze aantreffen. Of dat nu de jonge echtgenote van een neergestoken man is, die twijfelt of ze gebruik wil maken van haar spreekrecht. Of een Eritrese bootvluchteling die dronken in een ernstige vechtpartij verzeild is geraakt.

Deze film speelt zich dus voor een belangrijk deel buiten de rechtszaal af. Tijdens persoonlijke gesprekken geven Freeke en Monster de aan hen toevertrouwde Nederlanders hun volledige aandacht – en vaak veel meer tijd dan eigenlijk de bedoeling is. Daarmee lijken de twee soms ook op de stoel te gaan zitten van een coach, reclasseringsmedewerker, psycholoog, hulpverlener of mediator.

Als advocaat kijken zij naar méér dan alleen de laagste, of juist de hoogste, straf. Het resulteert in fraaie scènes waarin de twee juristen hun cliënten echt bij de arm nemen, moed inspreken of juist aanspreken op hun gedrag. Ze hebben zwaar vet misbruik van jou gemaakt, houdt Monster bijvoorbeeld een jongen voor die betrokken was bij de oplichting van ouderen en toen is afgescheept met een nieuw trainingspak. ‘Jij bent de sukkel.’

Tegelijkertijd wordt ook de keerzijde van hun beroepsopvatting steeds duidelijker zichtbaar. In hoeverre passen zij daarmee wel binnen hun huidige werkveld? Is dit wel hun taak? En wat kost dat dan? Beter: levert ‘t voldoende op? Van Heemstra legt haar hoofdpersonen niet het vuur aan de schenen, maar laat simpelweg zien (en wil van hen horen) hoe en vanuit welke gedachtegang ze te werk gaan en waar ’t dan werkt en knelt.

Gaandeweg wordt in deze boeiende film over rechtvaardigheid en rechtspraak ook duidelijk dat de sporen van de twee kantoorgenoten uiteen beginnen te lopen.

Enkele maanden na Vergeven Of Vergelden? bracht Van Heemstra nog een soort zusterfilm uit: De Buurtrechter.

De Onbekende Soldaat: Erik Hazelhoff Roelfzema

Omroep Max

In het collectieve geheugen zit hij waarschijnlijk opgeslagen met het gezicht van Rutger Hauer, de acteur die van hem een nationaal icoon maakte in de kaskraker Soldaat van Oranje (1977), Paul Verhoevens film die losjes was gebaseerd op zijn autobiografie. Met Erik Hazelhoff Roelfzema, die in de film Erik Lanshof heet, als belichaming van de Nederlandse verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een man met ook in werkelijkheid een ‘heilig zelfvertrouwen’.

In De Onbekende Soldaat: Erik Hazelhoff Roelfzema (56 min.) concentreert regisseur Jean van de Velde zich op het vergeten leven van Hazelhoff Roelfzema, die veel meer was dan alleen een Oranjegezinde oorlogsheld. Hij heeft Jeroen Krabbé, die in Verhoevens film juist schitterde als Lanshofs verzetsvriend Guus LeJeune, gestrikt als verteller. Die leest tevens fragmenten voor uit het boek van de protagonist, dat oorspronkelijk werd uitgebracht onder de titel Het Hol Van De Ratelslang (1970).

Na dik twintig minuten zit de Tweede Wereldoorlog erop in deze documentaire – en is ook Erik Hazelhoff Roelfzema’s jeugd in Nederlands Indië al behandeld – en begint de rest van een leven dat voor het gemiddelde bioscooppubliek waarschijnlijk een soort variant lijkt op ‘En hij leefde nog lang en gelukkig’. De échte soldaat van Oranje zou echter nog in een andere oorlog betrokken raken: de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië. In het bijzonder: de positie van de Molukkers daarbinnen.

Ook dan laat hij zich kennen als een tamelijk roekeloze avonturier. Voor hemzelf is er geen onderscheid: zijn clandestiene activiteiten in De Oost, al dan niet gesteund door westerse inlichtingendiensten, zijn een logisch vervolg op zijn heldenrol tijdens de Tweede Wereldoorlog. ‘Als je in iets gelooft, vecht er dan voor’, leest Jeroen Krabbé voor uit zijn autobiografie. ‘Altijd. Want de dingen waarin je gelooft zijn als je kinderen: vaak verdomd lastig, maar je hebt ze nu eenmaal. En je bent ervoor verantwoordelijk.’

Via sfeervol gestylede interviews met ’s mans schoondochter Patricia Steur, Gerard Soeteman (scenarioschrijver Soldaat van Oranje), auteur/historicus Victor Laurentius (Spion In Smoking), documentairemaker Carel Erasmus (Soldaat van Ambon), auteur Kester Freriks (Tempo Doeloe), historicus Wim Manuhutu en astronaut André Kuipers probeert Van de Velde vat te krijgen op zijn ‘held’, die ook nog betrokken raakt bij een dubieuze staatsgreep in Nederland en de strijd tegen het communisme in het Oostblok.

Op dat moment bestaat er nog helemaal niet zoiets als een Soldaat van Oranje. Pas als Erik Hazelhoff Roelfzema al even in de vijftig is en zijn boek in de jaren zeventig een bestseller wordt, ontstaat de mythe die het zicht op de man zal ontnemen. Deze interessante documentaire zet die durfal, spion én Amerikaanse staatsburger nog eens goed in de spotlights.

Zodiac Killer Project

Sundance Institute.

Charlie Shackleton zag de film naar verluidt al helemaal voor zich: een true crime-documentaire over de beruchte Amerikaanse seriemoordenaar Zodiac. De voorbereidingen waren zelfs al begonnen. Toen liepen de onderhandelingen met de erven van de Californische verkeersagent Lyndon E. Lafferty om de rechten te verwerven van zijn boek The Zodiac Killer Cover-Up alsnog spaak en ging dat hele Zodiac Killer Project (92 min.) niet door.

En dus vertelt Shackleton wat hij voor ogen had, op de plekken waar ie wellicht zou hebben kunnen filmen. Dat levert geen enerverende beelden op. Stillevens van Amerika, waarbij de camera alleen zo nu en dan inzoomt. En rijders, overdag en ’s nachts, over eindeloze Amerikaanse ‘highways’. Intussen verhaalt de would be-maker tamelijk monotoon over hoe hij daar, met behulp van de verplichte re-enactments, een archetypische true crime-productie zou hebben gemaakt van Lafferty’s boek.

Die was ervan overtuigd geraakt dat de angstaanjagende man die hij in november 1970 op een verlaten parkeerplaats nabij Vallejo was tegengekomen de gevreesde killer moest zijn. Zijn naam bleek George Russell Tucker te zijn. Een klassieke seriemoordenaarsnaam, aldus Shackleton. Om verwarring te voorkomen wordt bij een beetje killer immers ook zijn middelste naam gebruikt. Bij het horen van drie namen denkt menigeen dus al gauw dat ie met een seriemoordenaar van doen heeft.

Zo gebruikt de Britse filmmaker de virtuele verfilming van Lafferty’s onderzoek permanent als uitgangspunt voor overpeinzingen over misdaadverhalen en het true crime-genre. Waar crimedocu’s met een helikopterview zoals I’ll Be Gone In The DarkCitizen Sleuth en Cybersleuths: The Idaho Murders kritische kanttekeningen plaatsen bij de populariteit van het genre, benadert Shackleton true crime zelfs nog meer meta: beeldtaal, storytelling, esthetiek, rolpatronen en ethiek.

Zijn onderkoelde betoog, soms onderbroken door een jongensachtig lachje, is gelardeerd met fragmenten uit genreklassiekers zoals Making A Murdererde Paradise Lost-trilogie en The Jinx: The Life And Deaths Of Robert Durst. Daaruit zijn zonder al te veel moeite allerlei wetmatigheden te destilleren. Shackleton hoeft zich daar zelf niet aan te houden, constateert hij met de nodige zelfspot. Hij prijst zich bijvoorbeeld gelukkig dat ie niet weer al die Zodiac-moorden hoeft te behandelen.

Het contrast tussen Zodiac Killer Project, zo nu en dan kracht bijgezet met een zeer effectieve soundtrack, en reguliere Zodiac-docu’s zoals The Most Dangerous Animal Of All en This Is The Zodiac Speaking is levensgroot. Deze true crime²-film ontdoet het genre van z’n mysterie. Dat werkt even intrigerend als frustrerend – ook omdat de documentaire geen enerverende kijkervaring lijkt te kunnen of mogen worden.