Jan Brokken Zijn Oorlog

Max

De Nederlandse schrijver Jan Brokken was een buitenbeentje in zijn eigen gezin. Hij, de jongste van drie kinderen, had als enige nooit in Nederlands Indië gewoond. Zijn ouders Han en Olga waren in de jaren dertig naar de Nederlandse kolonie vertrokken, hadden daar Brokkens oudere broers Boris en Michiel gekregen en waren vervolgens alle vier in een Jappenkamp beland. Eenmaal terug in Nederland werd de benjamin Jan geboren, een jongen zonder Indisch verleden. En toch zouden die oorlogstrauma’s ook in zijn leven een belangrijke rol gaan spelen.

Dit is het verhaal van Jan Brokken Zijn Oorlog (55 min.), verteld door de schrijver zelf en vastgelegd door regisseur Nathalie Toisuta. De documentaire bevat tevens de nodige voorgelezen fragmenten uit de drie boeken die Brokken schreef over de Indische geschiedenis van zijn familie: Mijn Kleine Waanzin (2004), De Tuinen Van Buitenzorg (2021) en De Kampschilders (2022). Deze Indië-trilogie kon hij overigens pas voltooien toen alle andere gezinsleden waren overleden. De achterstand die Jan had opgelopen, was tegelijkertijd niet meer in te halen.

In deze reisfilm loopt Jan Brokken, veelal in zijn eentje en begeleid door een weelderige soundtrack, in Indonesië door het schuldige landschap, dat door Toisuta, met veel gebruik van droneshots, bijna idyllisch is vereeuwigd. Tot ontmoetingen met gewone Indonesiërs komt het nauwelijks. Zij worden nooit meer dan decorstukken in het relaas van de schrijver, dat wel wordt geïllustreerd met familiefoto’s en ander archiefmateriaal over Nederlands Indië. Verder zijn het Brokkens woorden, met een zeker gewicht uitgesproken of voorgelezen, die ’t moeten doen.

Lang was er volgens de schrijver weinig begrip voor het leed dat de Nederlanders aan dat andere front van de Tweede Wereldoorlog moesten doorstaan en dat in het gezin Brokken, inmiddels neergestreken in het Zuid-Hollandse dorp Rhoon, nog decennia zou doorwerken in de vorm van psychische en lichamelijke kwalen en drankmisbruik. Alsof ze daar in een soort vakantiekamp hadden gezeten! Via zijn eigen familiegeschiedenis vraagt hij nu nog eens nadrukkelijk aandacht voor dit belangrijke hoofdstuk uit Neerlands koloniale historie, dat de afgelopen jaren weer vol in de belangstelling staat.

De A’dammer – De Man Achter De Kast

MAX/Michaël Ferron

Zijn ontwerp is om zeep geholpen, uitgemolken en daarna vervangen, schrijft Aldo van den Nieuwelaar in 2007 bitter aan Harm Scheltens, de directeur van het Nederlandse designmerk Pastoe. Begin jaren zeventig heeft hij De A’dammer ontworpen. De opbergkast voor grammofoonplaten, geïnspireerd door de bekende parkeerpaaltjes, wordt een enorm succes en zal zelfs een plek in de befaamde serie Star Trek verwerven. Het ontwerp dat zowel Pastoe als hemzelf status en fortuin heeft gebracht, is echter onderdeel geworden van een meningsverschil dat hen beiden te gronde dreigt te richten.

Het conflict loopt als een rode draad door De A’dammer – De Man Achter De Kast (55 min.), de verzorgde film die Harro Henkemans heeft gemaakt over de vermaarde ontwerper Aldo van den Nieuwelaar (1944-2010). Die wordt geboren in het Brabantse Haaren, waar zijn ouders een meubelzaak hebben. Zoon Aldo heeft oog voor design en bovendien een ingebakken verzet tegen burgerlijkheid. Volgens zijn zus Mia en broer Joop wil hij altijd in de belangstelling staan. Na de detailhandelschool in ’s-Hertogenbosch maakt de flamboyante jongeling de overstap naar de kunstacademie St. Joost in Breda.

Zelfs daar, nog altijd in het katholieke Brabant immers, loopt hij echter uit de pas: wanneer hij wordt betrapt op een relatie met een man, wordt Aldo van den Nieuwelaar van school gestuurd. Hij trekt naar het westen. In Amsterdam kan hij dan eindelijk zichzelf zijn, als mens en als ontwerper. Hij heeft een gretige dronk, aanstekelijke schaterlach en volop ideeën en begint zich met gelijkgestemde geesten te omringen. Vrijwel alle vrienden die in dit portret aan het woord komen, hebben zich bewezen als ontwerper, schrijver, interieurarchitect of sieraadontwerper. Aldo gedijt in hun midden.

Halverwege de jaren tachtig lijkt hij niet kapot te kunnen. En dan meldt zich een geduchte vijand: AIDS. ‘Ja, daar ging de vrijheid!’ constateert Aldo’s studievriendin Marieke van der Zeijden. ‘Amsterdam werd een dodenstad’, vult Jan Brokken aan, die een boek wijdde aan hun vriendengroep. ‘Van mijn kennissenkring was ik zeker de helft kwijt.’ Hun gezamenlijke vriend, de Russische concertpianist Yoeri Egorov, behoort tot de eerste AIDS-slachtoffers. Aldo en zijn partner, architect David Griffith, vluchten dan naar Italië. Brokken: ‘Zij moeten allebei hebben gedacht: dit staat ons te wachten.’

Dit strak vormgegeven portret heeft dan zijn verplichte breekpunt bereikt. Want ook de verkoop van de A’dammer loopt terug. De royalties die ervoor zorgen dat Aldo van den Nieuwelaar zijn luxe leven kan leiden, drogen langzaam maar zeker op. Als Harm Scheltens van Pastoe een nieuw ontwerp – de A’dammer – Sideboard – op de markt wil brengen, leidt dit vervolgens tot een ernstig conflict met de compromisloze geestelijk eigenaar ervan, die gaandeweg de greep op zijn bestaan helemaal kwijtraakt en uiteindelijk nog maar één mogelijkheid ziet om zijn leven weer in eigen hand te krijgen.

Terwijl Aldo’s vrienden in de epiloog van deze documentaire ook na zijn dood het glas op hem heffen tijdens zijn verjaardag, krijgt zijn signatuurontwerp bij Pastoe weer een nieuw leven.

Darklands: Are You Ready To Go Deep?

Cinemien

Sinds 2010 wordt Darklands elk jaar nét iets groter. Behoedzaam brengt de Vlaamse organisator Jeroen van Lievenoogen het grootse indoor gay fetishfestival steeds een stapje verder. Totdat het Coronavirus in 2020 roet in het eten gooit en Darklands noodgedwongen pas op de plaats moet maken.

De COVID-19 periode, waarin ook Darklands verliezen moet incasseren en het doorgaan van het festival elke editie weer onzeker is, markeert het meest geladen deel van deze documentaire van Roland Javornik uit 2023, die soms bijna een promofilm lijkt voor het festival dat jaarlijks zo’n zevenduizend homomannen en andere fetishfreaks verleidt om een kleine week hun wildste fantasieën uit te leven in Waagnatie, een oude loods te Antwerpen.

In Darklands: Are You Ready To Go Deep? (84 min.) gunt Van Lievenoogen, net als tijdens het festival terzijde gestaan door zijn creatieve jongere zus Nathalie (die zelf overigens niet tot de doelgroep van alle festiviteiten behoort), eenieder een kijkje achter de schermen bij Darklands, Het festival heeft zich ontwikkeld tot een vrijplaats voor een internationaal publiek, dat zich onbekommerd kan overgeven aan z’n eigen kinky voorkeuren.

Voor deze kleurrijke gemeenschap – van gayporno- en BDSM-liefhebbers tot leer- en furryfreaks – weerspiegelt het festival de ‘pure vrijheid’, die elders in de wereld nog wel eens ontbreekt. Zo bezien heeft deze productie, die toewerkt naar de festivaleditie van 2022, zeker z’n waarde – al is de Darklands-docu wel héél veel braver dan de thematiek van het festival, waar eigenlijk weinig te gek lijkt, doet vermoeden.

Goeie Mensen

Max

Er zijn nu eenmaal rijke mensen en arme mensen. Daar hebben Sjaak en Clara Sies, de oprichters van de eerste Voedselbank van Nederland, al best vragen bij. ‘Welk recht heeft de één wel wat de ander niet heeft?’ vraagt Sjaak zich af. Nog meer problemen hebben ze echter met verspilling. Dat er hier iets over is, wat een ander elders tekort komt. En dat het dan tóch wordt weggegooid. Clara kan er met haar hoofd niet bij.

Ze weten uit eigen ervaring wat armoede is. Sjaak en Clara hadden zelf een jaar of dertien een winkel in Rotterdam, de toepasselijke getitelde boetiek Don Quichotte. Dat ging lang fantastisch. Totdat het tóch fout ging en er schulden moesten worden gesaneerd. ‘Met Gods hulp en hulp van anderen’, aldus Clara, lukte dat. En dat inspireerde deze Goeie Mensen (52 min.) om ook anderen te gaan helpen – en nodeloze verspilling tegen te gaan.

Ruim twintig jaar geleden richtten ze in hun eigen stad een voedselbank op. Het werd een enorm succes en kreeg overal in het land navolging. Al bleek het ook een omstreden initiatief: armoede in Nederland, dat bestond toch helemaal niet? Later volgden nog andere ideeën: een gaarkeuken en het sociaal café Onder De Oranjeboom. Daar bieden ze nog altijd goedkope (of gratis) maaltijden aan. Geserveerd met een praatje, gezelligheid en oprechte interesse.

Peter Tetteroo en Anneloek Sollart volgen het echtpaar Sies in hun laatste jaar als sociale aanjagers in Rotterdam. Voordat ze de deur definitief achter zich dicht trekken. Sjaak, begin tachtig inmiddels, moet het echt wat rustiger aan doen. En Clara, dik tien jaar jonger, herstelt van een ingrijpende operatie. Het is niet moeilijk om te zien wat zij achterlaten: hun geesteskind wordt nu grotendeels gerund door vrijwilligers, die ooit zelf een beroep op hun hulp hebben gedaan.

Goed voorbeeld deed ook in dit geval dus volgen. En goeie mensen zorgen – getuige dit warme groepsportret, waarin ook nog enkele vrijwilligers en jongste dochter Lea aan het woord komen – voor nóg meer goeie mensen. Dat is een hoopvolle boodschap, die klinkt vanuit een omgeving, waar armoede, eenzaamheid en verslaving ook wel eens vrij spel hebben. Tenminste, totdat er een Sjaak of Clara opstaat en de helpende hand biedt die iedereen wel eens nodig heeft.

My Wife, My Abuser

Channel 5

Richard Spencer heeft het ogenschijnlijk goed voor elkaar: een groot vrijstaand huis, een jaguar voor de deur en een ideaal gezin, met een knappe vrouw en drie dochters. Achter de voordeur is de spanning echter te snijden bij het Britse gezin. Totdat in 2021 ineens de politie voor die deur staat om een einde te maken aan het huiselijk geweld. En het is niet Richard die wordt ingerekend. Hij is juist het slachtoffer. Zijn echtgenote Sheree wordt aangehouden en naar het politiebureau gebracht voor verhoor.

In My Wife, My Abuser (90 min.) doet Spencer, ondersteund door agenten die de zaak destijds behandelden, zijn verhaal. Over hoe hij in het uitgaansleven een aantrekkelijke vrouw ontmoette die lekker sarcastisch uit de hoek kon komen. Richard was in de veronderstelling dat een schoonheid zoals Sheree nooit voor een jongen zoals hij zou kunnen vallen. Dat deed ze wel. Tijdens hun bruiloft in Thailand begon de ellende echter. En in de navolgende twintig jaar zou ‘t van kwaad tot erger gaan.

In deze tweedelige tv-docu maakt regisseur David Ward regelmatig gebruik van het bewijsmateriaal dat Richard op een gegeven moment ging verzamelen van de intimidatie, mishandelingen en vernederingen door Sheree – ook om zichzelf te beschermen tegen mogelijke beschuldigingen van zijn vrouw, die hem daarmee regelmatig onder druk zette. Deze verborgen camera-beelden en stiekeme geluidsopnames, met wel heel veel echo ingezet, onderstrepen zijn lezing van de feiten.

In het huiselijk geweld waarmee Richard werd geconfronteerd is een duivels patroon te herkennen: de excessen worden steeds heftiger, vaak aangejaagd door drankmisbruik. Omdat de man in dit geval nu eens niet de dader maar het slachtoffer is – in 2017 maakte Elena Lindemans overigens al de documentaire Vrouw Slaat Man over twee bewoners van een Nederlandse mannenopvang – lijkt dit met nóg meer schaamte gepaard te gaan dan sowieso al gebruikelijk is bij relationeel geweld.

Ward ruimt heel veel tijd in voor verhalen over en opnames van Shiree’s intimiderende gedrag en gewelddadige uitspattingen. Dat krijgt na verloop van tijd iets ongemakkelijks. Zoals ook de beelden van haar politieverhoor voyeuristisch aandoen. Naar de mogelijke achtergronden van Shiree’s gedrag blijft het dan weer gissen. Serieuze duiding ontbreekt. Wat zou een moeder kunnen bewegen om haar man, ten overstaan van hun drie kinderen bovendien, zo agressief te bejegenen?

My Wife, My Abuser lijkt echter vooral een omkering van het aloude ‘good women love bad men’-adagium te willen worden: good man, bad woman. En dat is, hoewel pijnlijk en schokkend, uiteindelijk toch nét iets te gemakkelijk.

Den Sorte Svane

DR Sales

De afspraak is helder: ze mag zich niet schuldig maken aan strafbare feiten. De Deense bedrijfsjuriste Amira Smajic, bijgenaamd De IJskoningin, onderhoudt al jaren nauwe banden met criminele motorbendes zoals de Hells Angels, Bandidos en Satudarah. Ze opereert voortdurend op de scheidslijn van onder- en bovenwereld, heeft intussen al menige dubieuze deal gesloten en wil daarover nu open kaart spelen.

Samen met documentairemaker Mads Brügger, die in The Mole al eens een informant in een zaak rond Noord-Korea runde, heeft de Bosnische vluchtelinge Smajic een nieuwe kantoorruimte geopend, die is volgehangen met camera’s en opnameapparatuur. Een journalistenteam kijkt vanuit een controlekamer mee hoe ze vervolgens criminelen, zwendelaars en corrupte advocaten ontvangt en schimmige zaakjes met hen opzet.

Één van de vaste gasten van Den Sorte Svane (Engelse titel: The Black Swan, 217 min.) is de van origine Pakistaanse crimineel Fasar Abrar Raja. Hij behoort tot de motorbende Bandidos, is actief binnen de illegale handel in verontreinigde grond en blijkt gaandeweg bij nog ernstigere misdrijven betrokken te zijn. Fasar, die zou zijn gediagnosticeerd met een ernstige psychische stoornis, laat zich kennen als een zeer onberekenbaar heerschap.

Tegelijkertijd is ook Jimmy Skjoldborg, een klassieke biker die behoort tot de leiding van de Bandidos, regelmatig bij Amira op kantoor te vinden. Hij draagt een ‘expect no mercy’-badge. Volgens de politie is dat een teken dat hij in naam van de club geweld heeft gebruikt. Skjoldborg heeft volgens eigen zeggen echter geen strafblad. De autoriteiten zijn er nooit in geslaagd om voldoende bewijs tegen hem te verzamelen.

Bij dit gezelschap voegt zich de tamelijk kakkineuze jongeman Martin Malm Hansen, die een ingenieus systeem met valse facturen heeft opgezet om zwart geld wit te wassen. Hij krijgt echter al snel serieuze betalingsproblemen en roept dan de hulp in van advocaat Nicolai Dyhr, partner bij het prestigieuze kantoor Horten uit Kopenhagen. Die moet ervoor zorgen dat er bij een faillissement van Hansen geen lijken uit de kast vallen.

Met verborgen camera’s documenteert deze unheimische vierdelige serie hoe de onder- en bovenwereld eendrachtig samenwerken om de wet te omzeilen of te breken. Amira Smajic betoont zich intussen een vaardige manipulator, die de gasten op haar kantoor verleidt – en soms ook bijna uitlokt – om zich uit te spreken over zaken die het daglicht niet kunnen verdragen en die en passant ook bewijsmateriaal tegen hen verzamelt.

In een soort verhoorsetting probeert Brügger, zelf ook niet vies van een dramatisch opgezet rollen- of dubbelspel, ondertussen te vatten wat Smajic’s motivatie is voor deze waaghalzerij voor de camera, die de hele (onder)wereld straks kan aanschouwen. Waarom is ze bereid om haar eigen veiligheid op het spel te zetten? Ook hij kan De IJskoningin echter moeilijk peilen – al maakt haar dat meteen een intrigerend personage.

Brügger maakt soms echt een ingewikkeld schimmenspel van deze miniserie, maar toont tegelijk ondubbelzinnig aan dat ook Denemarken, in de afgelopen jaren zesmaal gekozen tot minst corrupte land ter wereld, zeker niet vrij is van ondermijning. En dat heeft desastreuze gevolgen voor enkele vertegenwoordigers van de bovenwereld die, zo laten die verborgen camera’s feilloos zien, hun morele kompas hebben uitgeschakeld.

Daarmee ondermijnen ze niet alleen hun eigen positie, maar ook die van al hun integere vakgenoten.

Lomax: The Songhunter

MM Filmprodukties

John en Alan Lomax hebben zo’n tienduizend veldopnames op hun naam gezet, schat Michael Taft van de Library Of Congress, terwijl hij door het gigantische archief van Amerika’s centrale bibliotheek loopt. Vader en zoon Lomax reisden in de eerste helft van de twintigste eeuw stad en land af, om in elke uithoek van de Verenigde Staten volksliedjes vast te leggen.

Toen pa John besloot om af te gaan bouwen, sloeg Alan Lomax (1915-2002) zijn vleugels uit naar het buitenland en ontwikkelde zich tot een toonaangevende folklorist en etnomusicoloog. Hij wilde de traditionele volksmuziek vastleggen, vóórdat die definitief door de gulzige massacultuur zou worden opgeslokt. Met zijn bandrecorder vereeuwigde Lomax een wereld, eigen en aards, die inmiddels zowat lijkt te zijn weggevaagd.

Als Rogier Kappers hem aan het begin van de 21e eeuw opzoekt in Florida, is Alan Lomax door een hersenbloeding niet meer in staat om hem echt te woord te staan. Met zijn kinderen, medewerkers en muzikanten zoals Pete en Peggy Seeger, Henrietta Yurchenco en Shirley Collins vangt de Nederlandse filmmaker in Lomax – The Songhunter (92 min.) niettemin het leven en werk van de gepassioneerde Texaanse collectioneur.

In een busje reist Kappers bovendien in het spoor van Alan Lomax naar landelijke gebieden in Schotland, Spanje en Italië. Hij grijpt daarbij terug op diens oorspronkelijke dagboekaantekeningen en gaat op zoek naar lokale mensen die ooit door Lomax met zijn recorder werden vastgelegd. Dit resulteert in prachtige scénes van oudere mensen die zichzelf of een dierbare voor het eerst terug horen. Alsof de geesten van een ver verleden tot hen spreken.

De Nederlandse liedjesjager heeft deze innemende roaddocu uit 2004 bovendien verrijkt met prachtig archiefmateriaal. Van illustere singer-songwriters zoals Woody Guthrie en Pete Seeger, maar vooral van gewone (werke)mensen, die hun dagelijks bestaan inkleurden, opluisterden of simpelweg draaglijk maakten met traditionele liederen: wasvrouwen, schaapsherders, spoorweglui, gevangenen, mijnwerkers en vissers.

Voor Lomax had zijn levensmissie, waaronder z’n eigen familieleven overigens flink had te lijden, een enorm maatschappelijk belang. Het ging hem, vertelt hij gepassioneerd in een archiefinterview uit de tijd dat hij zijn ideeën nog heel krachtig kon formuleren, om niets minder dan de vrijheid voor een cultuur om zich uit te kunnen drukken. Deze film van Rogier Kappers, bekroond met een Gouden Kalf, is een weldadige weerslag van die gedachte.

Horen – en zien – is geloven.

The Life And Deaths Of Christopher Lee

Sky

Die diepe, sinistere stem is uit duizenden herkenbaar. Als Saruman, Francisco Scaramanga en – natuurlijk – Graaf Dracula. Van gene zijde vertelt de Britse acteur Christopher Lee (1922-2015) nu zijn levensverhaal – ook al ligt hij in werkelijkheid dus al tien jaar in z’n graf. Maar dat was tijdens zijn filmcarrière eigenlijk ook nooit een beletsel.

‘How do you do? I am Christopher Lee… How do you do? I am Christopher Lee…’ Na even zoeken heeft acteur Peter Serafinowicz Lee’s stem te pakken en kan hij aan dat levensverhaal beginnen. ‘On the 7th of June in the year 2015 I passed away at the age of 93’, gaat hij voortvarend van start. ‘To some this might seem like a defining moment, but not me. Oh no, by then I had become quite accustomed to dying.’

Tegen die tijd heeft zijn stem ook al een gezicht gekregen: van een lange gedistingeerde heer met een donkere oogopslag en strenge wenkbrauwen. Hij lijkt verdacht veel op Christopher Lee, maar beweegt houterig en wordt door een andere man met de hand aangestuurd. Een marionet, juist. En daarmee kan de documentaire The Life And Deaths Of Christopher Lee (102 min.) daadwerkelijk van start.

Over een jonge Britse acteur, afkomstig uit een bevoorrecht milieu, die na een rol als spion (?) tijdens de Tweede Wereldoorlog een tijd anoniem figureert in allerlei films. Totdat hij ineens wordt ontdekt als de infame Graaf Dracula, een horrorheldenrol die hij nog talloze malen, in verschillende gedaanten, zal herhalen in enkele kaskrakers en nog veel meer – en dan formuleren we het sympathiek – B-films.

Christopher Lee heeft zichzelf voorgoed getypecast als slechterik. Voor een James Bond-film, Star Wars én de Lord Of The Rings-trilogie. Al had hij daarin, als enorme Tolkien-fan, liever de goede tovenaar Gandalf gespeeld, vertelt regisseur Peter Jackson. Lee deed zelfs ongevraagd auditie, maar moest toch genoegen nemen met de rol die hem op het lijf was geschreven: de boze tovenaar Saruman.

Met insiders zoals zijn nicht Harriet Walter, actrice Caroline Munro en de filmmakers John Landis en Joe Dante loopt ‘Christopher Lee’ (ofwel: Serafinowicz, ingefluisterd door documentairemaker Jon Spira) onderkoeld en niet zonder zelfspot zijn eigen leven langs. Dat wordt natuurlijk geïllustreerd met talloze (enge) filmfragmenten, terwijl enkele vormende gebeurtenissen zijn vervat in animaties.

In die ruim negentig jaar zitten meer dan genoeg saillante verhalen – ‘s mans oorlogsactiviteiten zouden Lee’s neef Ian Fleming bijvoorbeeld op het spoor hebben gezet van het personage 007 – maar de man zelf komt, ondanks zijn meermaals aangetoonde vermogen om terug te keren uit het graf, toch niet helemaal tot leven. Hij blijft een beetje verscholen achter dat onheilspellende uiterlijk en die stem.

Treffend is wel het tv-interview, nadat hij voor z’n verdiensten is geridderd. Sir Christopher Lee heeft net verteld hoe trots hij is op zijn rollen als Indiase politicus in de kwaliteitsfilm Jinnah, de Bond-schurk in The Man With The Golden Gun en de tragische Saruman. Hij is een vertrouwd gezicht voor meerdere generaties geworden. Waarna de interviewster het gesprek bot afrondt met de woorden ‘Nog steeds de horrorkoning’.

‘De koning van wat?’ reageert Lee, als door een adder gebeten. ‘Ik heb in geen 34 jaar in een horrorfilm gespeeld!’ Heel even valt hij uit zijn rol en klinkt dan bijna net zo gevaarlijk als in zijn beste/slechtste Dracula-jaren.

Vietnam: The Birth Of A Nation

Looksfilms

Voor veel westerlingen is ‘Vietnam’ een begrip geworden: de plek waar het Amerikaanse leger halverwege de jaren zeventig op een ontluisterende manier z’n Waterloo vond, na wat steeds nadrukkelijker als een zinloze en onmogelijk te winnen oorlog werd beschouwd. Vietnam is echter eerst en vooral een Aziatisch land, dat zich in de afgelopen honderd jaar aan z’n koloniale juk heeft ontworsteld en tegenwoordig geldt als een stabiele en welvarende natie. Vietnam: The Birth Of A Nation (211 min.) is het relaas van dat land, verteld door gewone Vietnamezen.

De Amerikaanse betrokkenheid is niet meer dan een korte, zeer tragische episode in de Vietnamese onafhankelijkheidsstrijd. De eerste Amerikaanse militair zet dus ook pas aan het einde van aflevering 2 voet aan de grond. De vierdelige serie van Philipp Gromov, Luci Mollica en Lena Noad start enkele decennia eerder, in de jaren twintig. Samen met Laos en Cambodja vormt Vietnam dan nog Indochina, de Zuidoost Aziatische kolonie van Frankrijk. Na de Tweede Wereldoorlog klinkt ook hier de roep om onafhankelijkheid steeds luider. Daarbij is er in het westen de vrees dat Vietnam dan communistisch wordt. Tijdens een conferentie in Genève in 1954 wordt het land letterlijk opgedeeld.

In het zuiden schuiven de Verenigde Staten de voormalige Vietnamese keizer Bao Dai naar voren. Noord-Vietnam wordt geleid door de Vietminh van de communistische voorman Ho Chi Minh. ‘Oom Ho’ heeft zich dan al ontwikkeld tot een soort vader des vaderlands. Zijn medewerkster Trân Thi Ngà leest hem in die tijd boeken, kranten en tijdschriften voor. Als hij haar tijdens het avondeten vraagt hoeveel zij verdient, antwoordt ze: ‘Oom, ik krijg 83 dong.’ De president blijkt zelf niet veel meer te verdienen: 200 dong. ‘Ik liep vol wroeging de kamer uit’, herinnert Trân zich. ‘Waarom verdient onze president maar zo weinig en krijg ik dit salaris? Dus ik vroeg om salarisverlaging.’

De tegenstellingen tussen Noord-Vietnam, waar landhervormingen voor veel spanningen zorgen, en Zuid-Vietnam, waar de Amerikaans gezinde president Ngo Dinh Diem de keizer naar de zijlijn verdrijft en communistische bolwerken op het platteland begint uit te roken, moeten wel tot een uitbarsting komen. ‘Als je iemand kende die een volgeling was van Oom Ho zouden ze je doden of je martelen om informatie uit je te krijgen’, verduidelijkt Le Ly Hayslip, die opgroeide in Zuid-Vietnam. De communistische leider Le Duan laat het er niet bij zitten en richt Het Nationaal Bevrijdingsfront van Zuid-Vietnam op. Diems regime dubt hen de Vietcong. Ofwel: Vietnamese commies.

Tegen die tijd zien de Amerikanen zich genoodzaakt om in te grijpen. Met alle gevolgen van dien. Ook dan belicht deze puike historische miniserie de gebeurtenissen echter vanuit Vietnamees perspectief: via persoonlijke verhalen van alle kanten van de oorlog, ondersteund met een weelde aan archiefmateriaal, komt de immense tragedie weer tot leven. En nadat de Verenigde Staten in 1975 met de staart tussen de benen zijn vertrokken, halverwege de slotaflevering, woekert de ideologische strijd gewoon verder en is het leed voor gewone burgers, of ze nu met de vijand hebben geheuld of niet, nog altijd niet geleden. De hereniging van het verdeelde land vraagt tijd en vergiffenis.

De wonden van het verleden leven ondertussen nog altijd voort in de hoofden en harten van gewone Vietnamezen, in eigen land of als onderdeel van de omvangrijke Vietnamese gemeenschap in de Verenigde Staten.

From Roger Moore With Love

BBC

De kritieken zijn niet mals: ‘Mr. Moore overtuigt niet’, ‘seksistische snob’, ‘eendimensionale vertolking’. De Britse acteur Roger Moore (1927-2017) heeft in 1973 grote schoenen te vullen als hij wordt geselecteerd als de nieuwe James Bond. Hij moet Sean Connery doen vergeten. Tijdens de opnames voor Live And Let Die raakt hij direct betrokken bij een speedbootongeluk, dat gelukkig goed afloopt. En hoewel de recensenten bepaald niet overtuigd zijn, wordt de film wel een commercieel succes.

Moore is subiet een graag geziene gast in het talkshowcircuit, waar hij met zijn gesoigneerde uiterlijk, charme en ‘tongue in cheek’-humor de ideale Roger Moore kan zijn. Roger Moore, het personage. Niet: Roger Moore, het omhoog gevallen jongetje uit de Londense arbeiderswijk Stockwell, die zichzelf uitstekende manieren en een bekakt accent heeft aangeleerd. ‘Roger Moore’ is volgens eigen zeggen zijn grootste creatie. Niet Ivanhoe, niet Simon Templar (ofwel: The Saint). En zelfs niet James Bond.

Met z’n dochter Deborah en zoons Geoffrey en Christian Moore en bekende vrinden zoals Joan Collins, Christopher Walken en Dick Cavett, alsmede de Bond-girls Jane Seymour en Gloria Hendry, regisseur John Glen en zijn opvolger als 007, Pierce Brosnan, wandelt Moore zelf met z’n kenmerkende timbre, timing en zelfspot door zijn eigen leven en loopbaan. Althans: de woorden zijn van hem, afkomstig uit zijn memoires. De stem is van acteur/komiek Steve Coogan, die hier eveneens zijn beste ‘Roger Moore’ doet.

Regisseur Jack Cocker heeft From Roger Moore With Love (78 min.) verder volgestort met filmfragmenten, televisie-interviews met de charmeur zelf én niet eerder vertoonde privé-opnamen en beelden uit ‘s mans persoonlijke archief. Met zijn eigen videocamera filmde de acteur het luxe leven dat hij zelf inmiddels leefde, te midden van andere beroemdheden. Met zijn derde vrouw Luisa, met wie hij uiteindelijk dertig jaar samen zou zijn. Totdat hij weer een nieuwe levensfase in wilde, met een nieuwe vrouw, Kristina.

Dat is een terugkerend element in dit portret: Roger Moore was niet alleen op het scherm als Saint, Persuader of Bond een rokkenjager, ook in het echte leven bleek hij niet altijd ‘every inch a gentlemen’. Moore/Coogan redt er zich echter altijd wel weer uit, met even schmieren of een kwinkslag. En dat is ook meteen een beetje de makke van dit soepele portret: Roger Moore blijft wel heel erg ‘in character’. De man kan comfortabel achter het personage blijven schuilen – al is dat misschien ook wel weer treffend.

The Real Project X

Netflix

Het wordt een zestiende verjaardag om nooit te vergeten. Een dag voordat het feestje op de Stationsweg in het Groningse dorp Haren daadwerkelijk moet losbarsten, is het aantal genodigden al gestegen tot boven de 350.000. Terwijl de jarige Job, de Nederlandse tiener Merthe Weusthuis, in eerste instantie slechts 78 mensen heeft uitgenodigd. Ze maakt daarbij één klein foutje: Merthe zet het aangemaakte Facebook-evenement voor vrijdag 21 september 2012 op ‘openbaar’.

Een grapjas verzendt vervolgens 500 invites. Al snel gevolgd door anderen. Als de jarige het evenement dan toch maar cancelt, opent een andere Facebooker direct een nieuwe feestaankondiging. En als die de pagina op verzoek van Merthe’s vader delete, is er wéér iemand anders die het feest opnieuw aankondigt. Totdat de situatie he-le-maal uit de hand is gelopen. Net als in de film. Letterlijk: de Hollywood-film Project X, eerder dat jaar uitgebracht, over een feest dat he-le-maal uit de hand loopt.

‘Waar is dat feestje?’ zingen bezoekers als The Real Project X (48 min.) goed op gang komt. ‘Hier is dat feestje!’ Rellen in Haren zijn onvermijdelijk. En dat vindt zeker niet iedereen erg, getuige deze terugblik van Alex Wood, waarin Merthe en andere feestgangers de aanloop naar Project X Haren en de avond zelf nog eens de revue laten passeren. Dat moet noodgedwongen in het Engels – het gaat tenslotte om een internationale productie – waardoor die party een extra plastic Hollywood-randje krijgt.

Project X wordt nooit meer dan een sterk verhaal, waarbinnen menigeen – de nachtburgemeester van Groningen, het Harense gemeenteraadslid, de relschopper met nog altijd de borst fier vooruit en de YouTubers van StukTV die viral gaan met hun Haren-repo’s – z’n eigen heldenrol kan claimen. En Merthe Weusthuis? Die kan er achteraf, als de uiteindelijke schade toch best mee blijkt te vallen, wel om lachen. ‘Ik zou zeker zijn gegaan’, grinnikt ze, ‘als het niet mijn eigen feest was geweest.’

Hurricane Katrina: Race Against Time

National Geographic

Het was het slechtst denkbare moment om arm te zijn in Amerika, stelt Malik Rahim, sociaal werker in New Orleans. Hij heeft ‘t over 29 augustus 2005, de dag waarop de orkaan Katrina een ongelooflijke ravage veroorzaakte in zijn stad, in het bijzonder in de zwarte gemeenschap van ‘The Big Easy’. De natuurramp zelf zorgde natuurlijk al voor enorme ontzetting, maar de respons van de (federale) overheid veroorzaakte niets minder dan ongebreidelde volkswoede. Alsof ’t ze in Washington, bij de Republikeinse regering van president George W. Bush, echt geen ene mallemoer kon schelen!

‘Katrina was een orkaan van overheidsfalen’ heeft Rahim dan al geconstateerd bij de start van Hurricane Katrina: Race Against Time (220 min.). ‘En het was een orkaan van onrecht.’ Twintig jaar na dato onderzoekt Traci A. Curry in de vijfdelige serie zowel de verpletterende storm, het breken van de dijken en de navolgende staat van de beleg in de ondergelopen straten van New Orleans als de nasleep en erfenis van die traumatische gebeurtenissen. ‘Wat er na Katrina gebeurde’, concludeert Malik Rahim nog altijd verontwaardigd, ‘is met geen mogelijkheid te rechtvaardigen.’

Met duizenden uren aan beeldmateriaal van de ramp en interviews met gewone inwoners, politiemensen, brandweerlieden, militairen, ambtenaren, journalisten en medewerkers van de gewraakte landelijke hulporganisatie FEMA maakt Curry een soort update van When The Levees Broke, de epische documentaireserie waarmee Spike Jones in 2006, slechts een jaar na Katrina, de desolate staat van New Orleans aan de kaak stelde. Hele gemeenschappen, van voornamelijk Amerikanen van kleur, werden volledig aan hun lot overgelaten en raakten zo grondig ontwricht.

Dat had ook met beeldvorming te maken. In Amerikaanse media werd een stad geschetst die was verworden tot een wetteloze jungle, waar winkels werden geplunderd, seksueel geweld aan de orde van de dag was en hulpverleners gedurig werden bedreigd en soms zelfs beschoten. Generaal Russel Honoré, commandant van de Joint Task Force Katrina, kan zich nog altijd opwinden als hij denkt aan hoeveel energie er moest worden besteed aan het bijstellen van die mediawerkelijkheid: het ging om mensen in nood die hulp verdienden, niet om schurken die keihard moesten worden aangepakt.

Die woedend makende maalstroom van gebeurtenissen – de veronachtzaamde bescherming van de stad, de alsmaar uitblijvende hulp, het gebrek aan oprechte interesse vanuit de autoriteiten, de criminalisering van de slachtoffers en tenslotte de manier waarop ‘t de oorspronkelijke bevolking moeilijk werd gemaakt om terug te keren naar hun eigen leefomgeving – werkt nog altijd door bij de direct betrokkenen en geeft deze diepgaande reconstructie een nóg tragischer karakter dan die andere recente National Geographic-serie over een natuurramp, Tsunami: Race Against Time.

Ook bij deze in wezen veel ernstigere ramp, die driekwart jaar vóór Katrina plaatsvond, werden gewone mensen overspoeld door ellende, die wellicht te voorkomen was geweest. De bewoners van New Orleans kregen echter ook nog eens meermaals met het ‘add insult to injury’-principe te maken: het gevoel dat ze niets waard waren – of erger – en net zo goed van de aardbodem weggevaagd konden worden.

Netflix bracht ongeveer tegelijkertijd een miniserie uit over de orkaan die in 2005 huis hield in New Orleans: Katrina: Come Hell And High Water.

Les Glaneurs Et La Glaneuse

Cinéart / vanaf donderdag 4 september in de bioscoop

De opzet van de film zit al in de titel verscholen. Met haar zojuist aangeschafte digitale camera verzamelt de befaamde Franse cineaste Agnès Varda, oftewel La Glaneuse, fragmenten uit de levens van landgenoten die na de oogst verlaten akkers, boomgaarden of kassen leegrapen, tussen het restafval nog voldoende voedsel vinden of overal afdankertjes op de kop weten te tikken. Deze Glaneurs leven van wat er in de hedendaagse consumptiemaatschappij overblijft. En Varda weer van wat zij aan haar overlaten. Les Glaneurs Et La Glaneuse (82 min.), juist.

Agnès Varda (1928-2019) is al even in de zeventig als ze door Frankrijk trekt. Ze gold in de jaren vijftig als één van de pioniers van de nouvelle vague-filmstroming, maakte vervolgens als documentairemaakster naam met films over onder andere de tegencultuur in de Verenigde Staten (Black Panthers, 1968), de winkeliers in haar eigen Parijse straat (Daguerréotypes, 1975) en actrice Jane Birkin (Jane B. Par Agnès V., 1988) en zou later, enkele jaren voor haar dood, samen met fotograaf JR nog eens duchtig pieken met de weldadige roadmovie Visages Villages (2017).

Deze reisdocu over verzamelaars, afgerond in 2000, geldt als een essentiële titel in Varda’s oeuvre. Het is een zoektocht naar wat werkelijk waarde heeft. Ze spreekt daarvoor met een keur aan rapers, jutters en verzamelaars. Zij hebben allemaal hun eigen redenen: om in hun levensonderhoud te voorzien, verspilling en overconsumptie tegen te gaan of gewoon voor de leuk. Anderen, de rechtmatige eigenaars, stellen daar dan weer grenzen aan of vaardigen een verbod uit – óf ze geven hun bezit juist vrij, zodat ieder aan z’n trekken komt en er ook niets verloren gaat.

Op haar tocht ontmoet Agnès Varda, die haar sprokkeltocht begeleidt met een bespiegelende voice-over, bijvoorbeeld alternatieve jongeren die voor de rechter zijn gedaagd omdat ze steeds de vuilcontainer van een supermarkt plunderen en spreekt ze tevens met de desbetreffende winkelier. Zij trekt even op met een man die al ruim tien jaar vanuit principe leeft van weggegooid voedsel en in die tijd volgens eigen zeggen nooit ziek is geweest. En ze laat zich verrassen door de kok van een tweesterrenrestaurant die een deel van zijn kaart zelf verzamelt op het land.

Tussendoor waaiert Varda ook lekker uit, bijvoorbeeld naar de vochtplekken en schimmel in haar eigen huis. Die zorgen ervoor dat de muren ogen als landschappen of abstracte schilderijen. Of ze buigt zich over het pionierswerk van de chronofotograaf Étienne-Jules Marey, die halverwege de negentiende eeuw al met bewegend beeld experimenteerde. Het is, zo lijkt ze te willen zeggen in dit subtiele vertoog tegen de hedendaagse consumptiemaatschappij waarin alles van waarde in feite weerloos is, afhankelijk van hoe je naar de wereld kijkt wat je ziet.

Les Glaneurs Et La Glaneuse is 25 jaar dato, getuige de voedselbanken, weggeefwinkels en blikjesverzamelaars in onze hedendaagse wereld, bovendien nog even actueel als toen de film, direct na de millenniumwisseling, werd uitgebracht.

De Buurtrechter

Mint Film

In de documentaire Vergeven Of Vergelden portretteerde Anneloor van Heemstra onlangs de Nederlandse strafrechtadvocaten Klaartje Freeke en Wikke Monster. Vanuit een eigen kantoor in Amsterdam probeerden zij invulling te geven aan hun ideaal van een rechtsgang waarin de mens centraal staat.

In de zusterfilm De Buurtrechter (55 min.) onderzoekt Van Heemstra datzelfde uitgangspunt nu bij de buurtrechtbank in de wijk Venserpolder in Amsterdam-Zuidoost. Rechters reizen daarvoor af naar de buurt zelf en behandelen daar incassozaken en kleine strafzaken. Zij gaan bijvoorbeeld met bewoners in gesprek over hun verslaving, de hennepzolder in hun huis of kleine geweldsincidenten en delen daarna eventueel een passende straf uit. Tegelijk kijken ze of er ook een oplossing is voor hun problematiek of bieden ze, in samenwerking met medewerkers van de buurtteams, hulp aan.

Zowel de verdachte en aanklager als de rechters nemen op gelijke hoogte plaats aan dezelfde tafel. De rechters vormen, ook in deze observerende film, het gezicht van de rechtspraak: geïnteresseerd, streng en empathisch. Menselijk. De buurtrechter is tevens onderdeel van een breder traject om recht toegankelijk te maken voor gewone burgers, de jeugd in het bijzonder. Zo krijgen buurtkinderen bijvoorbeeld stellingen voorgelegd. Daders moeten goed gestraft worden. Eens of oneens? Je moet wraak nemen als iemand één van je vrienden iets aandoet. Eens? En ze mogen zelf rechtbankje spelen.

Één van de drijvende krachten achter de buurtrechter is projectleider Maria Leijten. In de reguliere rechtbank, waar ze zo’n dertig jaar heeft meegedraaid, voelde zij zich op een gegeven moment een soort ‘productiemedewerker strafrecht’. Samen met collega’s is zij nu onderdeel van een alternatief, waarin het daadwerkelijk tot een ontmoeting komt met de mensen waarover zij recht spreken. Binnen die context is het logisch dat ze oog hebben voor de persoonlijke verhalen van de buurtbewoners en zorg besteden aan hun uitleg bij het vonnis. Leijten vat het samen in een eenvoudig motto: ‘justice cares’.

Anneloor van Heemstra laat plaatselijke kinderen ook nog voorlezen uit de toepasselijke roman De Vreemdeling van Albert Camus. Dat blijft alleen wel een buitenbeentje in deze interessante film die via de verwikkelingen in Venserpolder vragen oproept over onze rechtspraak: wat verwachten we bijvoorbeeld van de mensen die recht over ons spreken? Hoe komen zij tot de beste uitspraken? En wat is ervoor nodig om met behulp van het recht tot een beter werkende samenleving te komen?

Jaws @50: The Definitive Inside Story

National Geographic / Disney+

Alle voortekenen voor een gigantisch fiasco lijken aanwezig. De regisseur is erg onervaren, filmen op open water blijkt een ramp en de mechanische haai ‘Bruce’ veroorzaakt continu problemen. De productie loopt daardoor ernstige vertraging op en de kosten rijzen al snel de pan uit. Toch wordt Jaws in 1975 een ongelooflijke bioscoophit, de film die het blockbuster-tijdperk inluidt. En Steven Spielberg groeit uit tot de meest succesvolle filmmaker van de afgelopen vijftig jaar.

In de vermakelijke documentaire Jaws @50: The Definitive Inside Story (88 min.) blikt Laurent Bouzereau samen met ‘the man who freightened America’, leden van zijn crew en collega-regisseurs zoals George Lucas, James Cameron, J.J. Abrams, Guillermo del Toro, Robert Zemeckis, Cameron Crowe en Steven Soderbergh (die beweert dat hij de haaienfilm 31 keer heeft gezien in de bioscoop!) terug op het maken van Jaws, de gigantische impact van de film en het effect van ‘Jaws-mania’ op het imago van haaien.

Bouzereau, die onlangs ook een docu maakte over componist John Williams (ja, die van tada, tada… ), graaft niet al te diep, maar haalt wel aardige verhalen boven. Over de betrokkenheid van haaienexperts bij Jaws, de frictie tussen de hoofdrolspelers Richard Dreyfuss (die ontbreekt in deze docu) en wijlen Robert Shaw en de cast die verder vrijwel volledig bestaat uit inwoners van Martha’s Vineyard. Dit eilandje doet dienst als het fictieve stadje Amity, dat koste wat het kost de stranden open wil houden voor toeristen.

Op Martha’s Vineyard is die moordlustige witte haai nog altijd alomtegenwoordig. Zowel in talloze Jaws-parafernalia als in de harten van de plaatselijke bevolking, die direct betrokken is geweest bij het maken van de film. Ook geinig: de anekdote van Peter Benchley, de schrijver van de bestseller Jaws, over Fidel Castro. In archiefbeelden vertelt Benchley, die ook nog een cameo in de film krijgt, glunderend dat de Cubaanse leider in Jaws ‘een geweldige metafoor voor het corrumperende effect van kapitalisme’ zag.

Het kassucces kan zelf ook als een exemplarisch voorbeeld daarvan worden beschouwd. Na de ‘summer of the shark’ zijn de eigenwijze jaren van Hollywood wel voorbij. Blockbusters worden de nieuwe norm. En Steven Spielberg, de 27-jarige filmregisseur die volgens eigen zeggen nog een hele tijd nachtmerries heeft gehad van de opnames voor Jaws en hoe die ook hadden kunnen aflopen, wordt Hollywood’s nieuwe wonderkind, die nog talloze grote publieksfilms zal maken.

Ik Ben Roxy

Prime Video

We willen de hype nu door ontwikkelen naar structureel succes, verkondigt vader Jan Arie, tevens de manager van Roxy Dekker, tijdens een overleg met zijn dochter en andere direct betrokkenen waarin de ambities voor 2025 worden doorgesproken. Zo hopen ze de ‘lijpe rollercoaster’, waarin de tienerster terecht is gekomen, te kunnen continueren. Op het overzicht dat op een digischerm wordt gepresenteerd staan bijvoorbeeld ‘Vrienden van Amstel Live’, ‘Noorderslag’ en ‘AFAS Live’. Één doelstelling die sindsdien is gerealiseerd ontbreekt op de lijst: een eigen docuserie.

Deze: Ik Ben Roxy (100 min.), uitgeserveerd in vier delen van nog geen half uur. YouTube-lengte. Het Nederlandse TikTok-fenomeen Roxy Dekker is met singles zoals Anne-Fleur Vakantie, Sugardaddy en Satisfyer in nog geen jaar uitgegroeid tot een popfenomeen, heeft een bekend vriendje (Koen van Heest van Bankzitters, met wie ze de hit Huisfeestje scoorde) op de kop getikt en wil nu dus de vervolgstap zetten. En dat gaat in deze vlotte, reality-achtige miniserie van Nick Hoedeman bijvoorbeeld gepaard met clipopnames, een schrijverskamp, luistersessies en de nodige stress.

Want ‘Rox’ is natuurlijk allang niet meer dat onbevangen meisje dat in haar eentje liedjes schrijft, opneemt en uitbrengt – al is het de vraag of ze dat ooit was. Dekker was ook al onderdeel van een meidengroep en is nu in elk geval het middelpunt geworden van haar eigen business, die in deze productie onder andere wordt vertegenwoordigd door platenbaas Niels Walboomers, de A&R-managers Soraib el Jelali en Lekeisha Irion, boeker Rens Peters en producer Julian Vahle (die er als ‘nepobaby’ hoogstpersoonlijk voor zorgde dat zijn moeder Linda de Mol is te zien in Roxy’s videoclip Ga Dan!).

En dat brengt z’n eigen verplichtingen met zich mee, zoals bijvoorbeeld een releaseparty voor de nieuwe editie van Linda.meiden, waarvoor ze is gevraagd als ‘guest editor’. ‘De cover is wel ok’, zegt Roxy, terwijl ze nog even haar haren doet. ‘Maar van die andere foto’s zijn er misschien drie leuk. En de rest vind ik eigenlijk allemaal…, ja, bijzonder… laat ik het zo zeggen.’ Ze heeft er zelfs niet van geslapen. ‘Dit ben ik toch gewoon niet!’ Even later speelt Dekker, professioneel als ze is, het spel tijdens het feest natuurlijk gewoon mee. ‘Fantastisch!’ Waarna met veel bombarie die cover wordt onthuld.

Van zulk klein ongemak, passend bij een jonge vrouw die nog moet wennen aan de plotselinge roem die haar ten deel valt, moet deze gelikte productie, waarmee Roxy’s populariteit op z’n minst wordt bestendigd en waarschijnlijk, geheel volgens plan, verder wordt uitgebouwd, ’t ook hebben. Verder houdt de miniserie zich vooral onledig met hoe gewoon de hoofdpersoon is (gebleven) en het uitventen van haar onstuimige succes dat volgens de glunderende profi’s van dienst ‘veel groter dan een hype’ is en nu al moet worden ingeschaald op het niveau van Doe Maar en André Hazes.

‘Er was niemand zoals Rox’, zegt Lekeisha Irion, head of Artist & Repertoire van haar platenmaatschappij Warner Chappell Benelux, zonder een spier van haar gezicht te vertrekken. ‘En er gaat ook nooit meer iemand zoals Rox zijn.’

Beest

Dalton

Op het televisietoestel in de rommelige woonkamer is de Nederlandse popgroep BZN te ontwaren. Het geluid is weggedraaid. Luid snuivend gaat Walter Arfeuille op zoek naar een rol tape. De morsige oudere Vlaming scheurt er twee stukken af en plakt die aan de zijkant van zijn hoofd, bij de slapen. Daarna trekt hij voor de spiegel rubberen handschoenen aan, nog altijd heel nadrukkelijk ademend. Arfeuille begint vervolgens eerst zijn lange baard en daarna zijn haren in te smeren met zwarte haarverf. In gedachten lijkt hij zo nog altijd op de viriele sterke man die ooit 220 kilogram kon tillen.

Walter Arfeuille is inmiddels al even in de zeventig. In zijn jonge jaren kon dit beest met zijn tanden ijzer buigen of een trein voorttrekken, maar nu is een fietstocht van nog geen driehonderd kilometer eigenlijk al te veel gevraagd. Toch is dat precies wat hij zich heeft voorgenomen, met de ijzeren wil die hem nog altijd kenmerkt. De voormalige spierbundel uit het West-Vlaamse dorp Vlamertinge wil het graf bezoeken van zijn grote held, de Belgische gewichtheffer Serge Reding. Die stierf op z’n 34e, naar verluidt als gevolg van dopinggebruik. Walter Arfeuille wil daar echter niets van weten.

Joost Laperre en Jillis Schriel gebruiken de fietstocht van hun (anti)held, die noodgedwongen wordt uitgesmeerd over diverse dagen, als geraamte voor hun tragikomische portret Beest (72 min.). Ondertitel: De laatste krachttoer van Walter Arfeuille. Ze doorsnijden die met impressies uit het leven van Arfeuille, een man die groot durfde te dromen, maar altijd in de schaduw bleef staan van zijn eeuwige rivaal John Massis, een bluffer die zichzelf en de concurrent, die zich had voorgenomen om hem al zijn records af te pakken, tot steeds uitzinnigere krachtpatserij dreef.

In West-Vlaams dialect steekt het Beest van wal over zijn leven, grootste prestaties en de concurrentiestrijd met Massis. In zijn eigen ogen is hij geboren voor grootsheid, in de praktijk is ’t er alleen niet altijd helemaal van gekomen. Die tragiek, gekoppeld aan een ontaarde koppigheid, maakt van hem een onweerstaanbaar filmpersonage. Niet in het minst omdat ook zijn karakterzwakheden gaandeweg steeds nadrukkelijker in het oog springen. Als getrouwde man met drie kinderen verwekte hij bijvoorbeeld twee kinderen bij een vriendin, die hij er ook weer alleen mee achterliet. Zij ziet hem nog altijd graag.

Terwijl een afgematte versie van het beest dat hij ooit was, eigenlijk altijd al een echte einzelgänger, puffend en zwoegend de verschillende etappes van zijn fietstocht naar Herbeumont probeert af te leggen, komen er ook nog wat andere lijken uit de kast en wordt het tijd voor een confrontatie met de man die stug in zijn eigen mythes wil blijven geloven.

Averroès & Rosa Parks

Cherry Pickers

Met de bekroonde documentaire Sur L’Adamant (2023), een kalme film over een boot op de Seine waar een dagcentrum voor patiënten van de afdeling psychiatrie van het Saint Maurice-ziekenhuis in Parijs is gevestigd, had Nicolas Philibert na de absolute publieksfavoriet Être Et Avoir (2002) opnieuw een succesfilm te pakken. De Adamant-boot bleek een geschikte locatie voor een kalme, observerende film, boordevol liefde voor de mens en z’n kwetsbaarheden.

Nu heeft dit tedere portret van een veilige wereld, waarin iedereen zichzelf mag zijn, een vervolg gekregen: Averroès & Rosa Parks (143 min.). Twee eigenlijk. Die andere film, La Machine A Écrire Et Autres Sources De Tracasheeft alleen weinig om het lijf. Daarin bezoekt de Franse filmmaker, in het spoor van enkele klusjesmannen van de instelling, bekende personages van de eerste film. Het wordt uiteindelijk niet meer dan een verzameling lange deleted scenes, die weinig toevoegen aan Sur L’Adamant.

Ook deze volwaardige opvolger bestaat uit lange scènes: veelal persoonlijke gesprekken tussen behandelden en behandelaars. De patiënten laten daarbij vaak diep in hun ziel kijken en hun begeleiders zoeken daarna subtiel dan wel direct, maar altijd respectvol, naar wat de mens tegenover hen nodig zou kunnen hebben. Tijdens dit proces krijgen ze samen te maken met depressies, paranoia, hallucinaties, angst, suïcidale gedachten en megalomanie. En dat is intrigerend, intiem en ongemakkelijk tegelijk.

Philibert versnijdt al die gesprekken niet, maar plaatst ze achter elkaar. Dat geeft de film iets heel traags. Veel patiënten, waarvan een enkeling ook in Sur L’Adamant was te zien, krijgen bovendien maar eenmaal de gelegenheid om hun hart te luchten en verdwijnen dan weer van het toneel. Verder bevat de documentaire nog enkele geladen groepsgesprekken. Naar andere scènes blijft ’t echter zoeken. Hysterisch gegil vanaf de gang of een man die op z’n gitaar Ode An Die Freude tokkelt, dat is ‘t wel zo’n beetje.

Averroès & Rosa Parks wordt daarmee een erg sobere productie, een echte praatfilm. Dat is overigens geen diskwalificatie, want die gesprekken doen er wel toe. Behalve over de mensen zelf en hun begeestering, tristesse of ontreddering gaan ze ook over de psychiatrie. Over het nut ervan, de werkdruk en het medicijngebruik. En, impliciet, over de maakbaarheid van het leven, dat vaker niet dan wel de afslag neemt die je zelf in gedachten had. En Nicolas Philibert beziet dit met begrip en compassie. 

Dear Ms.: A Revolution In Print

HBO Max

Ze overwegen talloze namen voor het tijdschrift. Sojourner. Lilith. Bimbo. Bitch. Sister. De keuze valt uiteindelijk op Ms., een mix van mevrouw en juffrouw. Onder die vlag wordt het tijdschrift, dat is bedoeld als een platform voor de Amerikaanse vrouwenbeweging, in januari 1972 uitgebracht. De eerste reacties zijn direct enthousiast: Harry Reasoner, de presentator van ABC News en een zelfverklaarde ‘chauvinist pig’, geeft het blad in zijn televisiecommentaar bijvoorbeeld hooguit vijf nummers. Binnen een half jaar moet hij echter het boetekleed aantrekken en zich publiekelijk verontschuldigen.

Ms. wordt een doorslaand succes. Het vrouwentijdschrift past perfect in de tweede feministische golf en publiceert over thema’s die vrouwen raken, zoals kinderopvang, huiselijk geweld of seksuele intimidatie op het werk. Onder de kop ‘We have had abortions’ steken 53 bekende Amerikaanse vrouwen bovendien hun nek uit en maken bekend dat zij ooit een zwangerschap hebben laten afbreken. Onder hen zijn singer-songwriter Judy Collins, tennisser Billie Jean King, schrijver Susan Sontag én feministisch kopstuk Gloria Steinem, één van de initiatiefnemers van Ms. Zij riskeren zowel schade en schande als een veroordeling, want abortus is volstrekt illegaal.

Dear Ms.: A Revolution In Print (110 min.) verhaalt in drie bedrijven, geregisseerd door verschillende makers, over het baanbrekende vrouwenblad. In deel 1, A Magazine For All Women, belicht Salima Koroma de opkomst van Ms., met een vrijwel volledig wit colofon. Onder invloed van de zwarte concurrent Essence begint het tijdschrift een inclusievere koers te varen. Shirley Chisholm, de eerste zwarte en vrouwelijke presidentskandidaat, wordt de eerste zwarte vrouw op Ms.’s cover. En met eerst Alice Walker, auteur van bestseller The Color Purple, en later Michele Wallace en Marcia Ann Gillespie haalt het tijdschrift ook krachtige Afro-Amerikaanse stemmen binnen.

Alice Gu richt in A Portable Friend, het tweede deel van deze documentaire die als één geheel wordt gepresenteerd, het vizier op mannen. De spreekbuis van de ‘women’s liberation movement’ krijgt niet alleen stapels post van enthousiaste vrouwen, maar ook ontelbare boze brieven van mannen, die hun vrouw niet meer de baas kunnen, bang zijn voor welig tierende homoseksualiteit en/of een algeheel verlies aan vrijheid vrezen. Tegelijkertijd zijn er mannelijke feministen zoals de bekende acteur Alan Alda (*M*A*S*H), die zich verenigen in mannenbevrijdingsgroepen, om zich te kunnen bevrijden van ‘het stereotiepe beeld van mannelijkheid. Kritiek gegarandeerd.

In het slotdeel tenslotte, No Comment, zoomt Cecilia Aldarondo in op de soms lastige verhouding van de vrouwenbeweging tot seksualiteit en pornografie. De organisatie Women Against Pornography komt in de jaren tachtig lijnrecht tegenover de Feminist Anti-Censorship Taskforce te staan en dreigt intussen ook de zogeheten ‘moral majority’ van televisiedominee Jerry Fallwell en christelijk rechts in de kaart te spelen. De felle discussie wordt uitgevochten in Ms.-magazine en vormt tevens het sluitstuk van deze interessante, vrouw(enbeweging)vriendelijke film over het tijdschrift, dat decennia als betrouwbare barometer voor het feministische gemoed fungeert.

Swamp Dogg Gets His Pool Painted

Eye Film

Vorm is inhoud. Vanaf de allereerste seconde is duidelijk dat Swamp Dogg Gets His Pool Painted (97 min.) geen regulier popportret wordt van de Amerikaanse muzikant (Little) Jerry Williams alias Swamp Dogg. Deze lekker grillige film van Isaac Gale, Ryan Olson en David McMurry, opgeleukt met bijzondere performances, animaties, blaxploitation-titels en pure ongein, herbergt net zoveel gekte als de loopbaan van hun protagonist en wordt zo een ode aan losgeslagen creativiteit.

Dit begint met al met de setting: Swamp Doggs zwembad. Een belangrijk deel van de interviews met de zanger, muzikant, producer en platenbaas vindt plaats aan de rand van zijn zwembad, dat net van een broodnodige schilderbeurt wordt voorzien. Bij een tafeltje gaat Williams gewoon op zijn praatstoel zitten en ontvangt hij gasten zoals acteur/komiek Tom Kenny (SpongeBob), stuntman Johnny Knoxville (Jackass) en West Coast-deejay en hiphop-icoon Alonzo Williams.

Dat zwembad hoort bij het huis dat Swamp Dogg in de San Fernando Valley, ten zuiden van Los Angeles, met twee muzikale vrienden bewoont: zijn trouwe secondant Guitar Shorty (die vroeger een koprol en handstand kon maken tijdens het spelen) en het flamboyante multitalent Moogstar (die bij het graf van de befaamde waaghals Evil Knievel diens kostuum en ziel zou hebben gestolen). Samen hebben ze er een creatieve vrijplaats van gemaakt, een plek waar vrijwel alles mag en kan.

Met deze kleurrijke personages hinkstapspringen Gale, Olson en McMurry met veel panache en humor door de carrière van Jerry Williams Jr. Die begint halverwege de jaren vijftig, levert een jaar of tien later z’n eerste hit op (I’m The Lover Man) en verkent daarna alle uithoeken van de soul, blues, country en hiphop. Swamp Dogg leverde een bijdrage aan zo’n tweeduizend songs, werkte met honderden artiesten en zag daarnaast ook nog kans om 26 albums onder z’n eigen naam uit te brengen.

Hij werkte verder bij Atlantic Records en in de Muscle Shoals-studio, zorgde voor het muzikale hoogstandje Beatle Barkers (waarvoor Beatles-hits worden uitgevoerd door dieren) en runde de Swamp Dogg Entertainment Group. De schuur staat nog helemaal vol met dozen met onverkochte parafernalia. Een druk man, kortom. En een man die zielsveel van zijn kind houdt, als je ’t zijn dochter Jeri vraagt. Én een man die zielsveel van zijn vrouw Yvonne houdt, als je ’t hemzelf vraagt.

En ook voor een kookprogramma met Dizzy Fae draait deze Dogg zijn hand niet om. Tagline: if you can kill it, I can cook it. Op een gegeven moment had de man alles – negen auto’s bijvoorbeeld – maar toch een hondenleven, blijkt in de laatste akte van dit zeer vermakelijke portret, waarvoor Gregg Grease hand- en spandiensten verleent als verteller. Dan tillen Williams en z’n muzikale huisgenoten even het gordijn op en laten een ogenblikje zien wat daarachter schuilgaat.

En dan is ’t alweer tijd – vorm blijft tenslotte inhoud – voor Swamp Doggs tachtigste verjaardag en, jawel!, een pool party!