Cheer Season 2

Cheer Season 2. Maddy Brum (center) in Cheer. Cr. Netflix © 2022

Seizoen 1 van de docuserie Cheer maakte begin 2020 halve beroemdheden van hoofdcoach Monica Aldama en het cheerleadingteam van Navarro College uit Corsicana, Texas. Dit vervolg start twee weken na de première van de serie, als Aldama en haar meest in het oog sprekende atleten mogen opdraven in zowat elk zichzelf respecterend Amerikaans televisieprogramma. Totdat de hype hen inhaalt en ook de schaduwzijde van de roem zich begint te manifesteren.

Intussen heeft showrunner Greg Whitely voor Cheer Season 2 (459 min.) ook zijn kamp opgeslagen bij Navarro’s grote concurrent bij de nationale studentenkampioenschappen in Daytona: het cheerleadingteam van Trinity Valley Community College (TVCC) uit Athens, ook in Texas. En daarmee krijgt Monica Aldama, de strenge blik(vanger) van het eerste seizoen, meteen een serieuze tegenstrever: TVCC-hoofdcoach Vontae Johnson, ook al zo’n ongelofelijke streber. En die deelt meteen de eerste klap uit: hij strikt Navarro’s voormalige choreograaf Brad Vaughan. Trinity oogt sowieso hongerig en gefocust, terwijl de ‘sterren’ van de grote concurrent zich ook onledig houden met influencerklusjes, commerciële activiteiten én Dancing With The Stars.

Die nieuwe elementen zijn nodig. Anders zouden de negen afleveringen van seizoen 2 echt een carbonkopie van hun voorgangers worden: eerst de moordende concurrentie binnen het team over welke van de veertig atleten een plek ‘op de mat’ bemachtigen tijdens de wedstrijd en daarna de ijzeren discipline van de geselecteerde turngroep om op het moment suprême de concurrentie met een perfecte ‘routine’ af te troeven. En dan gooit het Coronavirus, spelbreker/scherpsteller in menige documentaire, ook in de cheerwereld roet in het eten, wordt het seizoen plotseling afgebroken en moeten Navarro en Trinity in een nieuw jaargang, en zonder enkele sterkhouders, weer helemaal van voren af aan beginnen.

Als dat nog niet voldoende basis was voor een nieuw seizoen, dan zijn er ook de beschuldigingen vanwege seksueel misbruik tegen Navarro’s flamboyante stunter Jerry Harris. Er wordt halverwege de serie zelfs een complete aflevering vrijgemaakt voor belastende verklaringen van de minderjarige tweeling Sam en Charlie en hun advocaat Sarah Klein, zelf oud-topatleet en in die hoedanigheid slachtoffer van de beruchte sportarts Larry Nassar. Ook de geschokte teamgenoten van Harris komen aan het woord. Alleen de beschuldigde zelf, één van de ‘sterren’ van het eerste Cheer-seizoen, laat verstek gaan. Van Jerry Harris rest alleen beeldmateriaal uit betere tijden, dat alleen wel erg schuurt met de verhalen die er ondertussen over hem worden verteld.

Deze episode blijft een fremdkörper binnen de serie. In de volgende afleveringen gaan de twee teams gewoon verder waar ze waren gebleven. Cheer besteedt dan zelfs aandacht aan de kapsels bij Navarro en een ruzie over wie de eigenaar is van een bepaalde hond. In het licht van de gebeurtenissen rond Harris voelt dat wel heel futiel. En de aanloop naar de apotheose van dit tweede seizoen, als de turnploegen van Monica Aldama en Vontae Johnson in Daytona met elkaar gaan strijden om het nationale kampioenschap van 2021, oogt zelfs als een herhalingsoefening. In de trant van: been there, done that, won the trophy.

De vraag in deze erg Amerikaanse sportserie, die zich vooral richt op de spectaculair in beeld gebrachte verwikkelingen op en rond de turnmat en zo nu en dan uitstapjes maakt naar het persoonlijk leven van de atleten, is vooral: wie gaat er dit jaar vandoor met die felbegeerde trofee? De gedoodverfde favoriet of toch de supergemotiveerde uitdager? Als dat is bepaald, rest er alleen nog een lange, emotioneel geladen epiloog waarin de ongenaakbare Monica Aldama zich ineens van haar kwetsbare kant laat zien.

Cusp

Showtime

Op de één of andere manier wordt het idee in Cusp (81 min.) steeds weer bevestigd: jongens zijn niet te vertrouwen. Ze lijken dan misschien leuk, attent of zelfs liefdevol, maar als puntje bij paaltje komt laten ze je toch zitten of blijken ze eerst en vooral een verlengstuk van hun geslachtsdeel. Voor meisjes van vijftien of zestien, zoals Brittney, Autumn en Aaloni uit een kleine Texaanse gemeenschap, ligt het gevaar voortdurend op de loer. Ze moeten opletten met wie ze waar en wanneer wat doen. Anders kunnen ze zomaar een rotervaring opdoen – of, dat ook, hun maagdelijkheid verliezen.

Die waarschuwing is al direct latent aanwezig in de openingsscène van deze observerende documentaire van Parker Hill en Isabel Bethencourt. Op een zonovergoten terrein liggen Brittney en een vriendin te luieren op een schommel. Terwijl de meiden foto’s van zichzelf bekijken op hun mobiele telefoons – met opmerkingen erbij als ‘mijn fucking ogen staan in vuur en vlam’ of ‘oh nee, nu heb ik net zo’n crackhoofd!’ – voegen twee jongens met een heel arsenaal aan wapens zich bij hen. De meisjes kijken er helemaal niet van op als de rouwdouwers eens lekker gaan schieten. En naderhand mogen ze ook best de schommel nog wel even duwen.

‘Sometimes life gets fucked up’, zingt de Amerikaanse rapper Lil’ Peep, op zijn 21e bezweken aan een overdosis, even later tijdens de titelsequentie van deze sfeervolle coming of age-film. ‘That’s why we get fucked up.’ Een hele zomer lang, vervat in prachtige shots van de opkomende, stralende of ondergaande zon en nachtelijke luchten in alle kleuren van de regenboog, worden de drie tienermeisjes gevolgd terwijl ze kleine stapjes vooruit, en soms ook weer achteruit, richting volwassenheid zetten. Ze spelen het klassieke spel van aantrekken en afstoten met elkaar, hun ouders en – natuurlijk! – die vermaledijde jongens.

Stuk voor stuk hebben ze zo al hun butsen en deuken opgelopen. In de omgang met zuipende ouders, de smeerlap die werd beschouwd als een familievriend of een vader met PTSS (die, hoewel hij nooit in beeld komt, toch dwingend aanwezig is). Niet dat ze daar al te lang bij stil lijken te staan. Dat is nu eenmaal onderdeel van het leven – althans, zoals zij het hebben leren kennen. De tijd heelt alle wonden, zei Hans Dorrestijn al, maar slaat er nog veel meer. De meiden maken het er soms ook wel naar. Ze ontvluchten het ouderlijk huis om naar een illegaal feest te gaan, zetten zelf een tepelpiercing of hangen simpelweg rond met veel te oude jongens.

Het is de onbezonnenheid van de jeugd, die nochtans serieuze consequenties kan hebben. De hoofdpersonen van Cusp lijken dat ergens diep van binnen wel te beseffen, maar het blijft lastig om dit in handelen om te zetten. Hill en Bethencourt nemen in deze intieme film de hartslag op van die drie jonge levens, op de drempel van volwassenheid, en laten hen dan weer lekker fladderen. Zodra ik achttien word, ben ik hier weg, zegt Brittney als een archetypische puber. ‘Dan zien mijn ouders me nooit meer. En ik kom hier nooit meer, echt nooit meer, terug.’ Het werpt de vraag op: hoe zou het leven van Autumn, Aaloni en zij er over twintig jaar uitzien? En valt dat te voorspellen?

The Phantom

Netflix

Geen krachtiger argument tégen de doodstraf dan iemand die onschuldig ter dood blijkt te zijn gebracht.

Carlos DeLuna leek zo schuldig als wat. Op 4 februari 1983 was er een telefoontje binnengekomen bij de politie van de Texaanse stad Corpus Christi: de 24-jarige Wanda Lopez, medewerkster van een tankstation, belde op dat ze werd overvallen. Toen de agenten ter plaatse arriveerden, was Wanda al dood. Er werd direct een verdachte aangehouden. Die beweerde echter dat niet hij, maar een andere latino met de naam Carlos, Carlos Hernandez, de jonge caissière had neergestoken.

DeLuna had levenslang kunnen krijgen, met kans op voorwaardelijke invrijheidstelling. Hij hield echter vast aan zijn onschuld. Dat zou hem duur komen te staan. De jury veroordeelde de ontspoorde jongeling, die tijdens het proces consequent was afgeschilderd als een ‘roofdier’, tot de doodstraf. Zes jaar later werd het vonnis daadwerkelijk voltrokken. Carlos DeLuna kreeg op 7 december 1989 om middernacht een dodelijke injectie toegediend. Case closed. Toch?

Niet echt. Nog eens veertien jaar later werd de zaak opnieuw onder de loep gehouden door principiële tegenstanders van de doodstraf. Zij stuitten zowaar op Die Andere Carlos, ofwel The Phantom (80 min.). Zou het dan tóch? Documentairemaker Patrick Forbes licht de pijnlijke zaak nog eens grondig door met DeLuna’s broer en zus, z’n advocaat, de aanklager en een verslaggeefster van de lokale tv-zender, die tot twee uur vóór zijn executie contact had met de veroordeelde.

Minutieus reconstrueert Forbes bovendien met ooggetuigen de gebeurtenissen op de fatale avond, die met gedramatiseerde scènes en een dreigende soundtrack verder worden aangekleed. Gaandeweg wordt de conclusie onontkoombaar dat er sprake moet zijn geweest van een gerechtelijke dwaling. Intussen ontwikkelt deze doeltreffende film zich tot een krachtig schotschrift tegen de doodstraf.

Outcry

‘Hij stopte zijn pee-pee in mijn mond’, vertelt het vierjarige jongetje tijdens z’n gesprek met een kinderrechercheur. En ook dat Greg een veel grotere pee-pee heeft. Hij is tenslotte nog maar een kind. Het is een schokkend tafereel: een kleuter die op de hoogte lijkt te zijn van dingen waaraan ie nog lang niet toe is.

Vanaf de openingsscène van de vijfdelige serie Outcry (300 min.) is ook helder dat de achttienjarige Greg Kelley, een bekende footballspeler van de Leander-middelbare school in Williamson County te Texas, serieus in de problemen zit. Zeker als zich al snel nog een tweede slachtoffer meldt. Dat kan alleen fout gaan. En dat gebeurt dan ook: Kelly verdwijnt voor 25 jaar achter de tralies.

Maar… – en dan volgt nu de vraag der vragen die vrijwel elke true crime-productie drijft – heeft hij ‘t eigenlijk wel gedaan? Zijn aalgladde nieuwe advocaat Keith Hampton is in elk geval overtuigd van Kelleys onschuld en is ook van mening – al even voorspelbaar – dat diens oorspronkelijke advocaat allerlei steken heeft laten vallen. Hampton weet zich bovendien in de rug gesteund door een soort burgercomité dat er voetstoots van uitgaat dat zijn cliënt onschuldig vastzit voor zo’n beetje het ergst denkbare misdrijf, kindermisbruik.

Drijvende kracht daarachter is ene Jake Brydon, een plaatselijke aannemer, die, zonder duidelijk motief of al te veel kennis van zaken, een #FightForGK-campagne begint op te zetten. Lijnrecht daartegenover staat dan weer ervaringsdeskundige Lindsay Armstrong, die zich in deze serie opwerpt als pleitbezorger van de slachtoffers. Hun bemoeienis geeft deze toch al gecompliceerde zaak, die natuurlijk ook slordige of zelfs kwaadwillende agenten, aanklagers met scoringsdrift, een door spijt overmand jurylid en alternatieve verdachten opvoert, een vet Amerikaans randje.

Gedurende enkele jaren volgt documentairemaker Pat Kondelis alle ontwikkelingen in deze Making A Murder-achtige miniserie, die vanzelfsprekend ook een stortvloed aan beelden van getuigenverklaringen en rechtbankzittingen bevat. Hij schaart zich bovendien erg nadrukkelijk aan de zijde van Team Kelley, waarbij het voor buitenstaanders moeilijk is om vast te stellen of hij zo een waarheidsgetrouw beeld van de kwestie schetst.

Feit is dat de serie wel erg lang is uitgevallen, desondanks nog enkele opzichtige losse eindjes bevat en het leeuwendeel van de andere betrokkenen bovendien de gelegenheid laat lopen om te reageren op alle verdachtmakingen en beschuldigingen. Hoewel de zaak tegen Greg Kelley aan het eind tot een min of meer sluitende oplossing komt, laat Outcry daardoor allerlei vragen onbeantwoord en een onbevredigend gevoel achter.

Bulletproof

Het is belangrijk dat je ‘superior firepower’ hebt, vertelt de beveiliger van een middelbare school in Texas. ‘We hebben 40.000 dollar betaald voor 22 AR-15’s’, vertelt hij met het semiautomatische geweer in de hand. ‘We hebben negentien beveiligers. We hebben er dus drie over, voor het geval er een wapen kapot is en gerepareerd moet worden.’ De man kijkt nog eens naar het wapen en plaatst het vervolgens zorgvuldig terug in de kluis. Het is de praktische vertaling van het typisch Amerikaanse adagio ‘the only thing stopping a bad guy with a gun, is a good guy with a gun’ en het idee van de school als een potentieel slagveld.

Welkom in Amerika, het land dat ‘school shootings’ niet beantwoordt met het terugdringen van het wapenbezit, maar met nóg meer wapens en beveiliging. Want het ‘second amendment’ van de grondwet, waarin het recht op het dragen van wapens is vastgelegd, mag op geen enkele manier worden aangetast en zorgt ervoor, in theorie althans, dat elke Amerikaan toekomt aan zijn drie basisrechten: ‘life, liberty and the pursuit of happiness’. The National Rifle Association vaart er wel bij. Net als entrepeneurs vanuit allerlei verschillende hoeken, getuige de documentaire Bulletproof (85 min.).

Van de vertegenwoordigers die kogelwerende schoolborden aan de man brengen tot instructeurs die met levensechte games schiettraining geven aan leerkrachten. Van leveranciers van geavanceerde camerasystemen tot het tienermeisje dat op haar eigen kamer ‘wonder hoodies’ fabriceert, coole scherfvesten voor de leerling die het klaslokaal graag levend wil verlaten. En van trainers die workshops geven over hoe onderwijspersoneel dreigend gevaar kan traceren bij leerlingen tot de nieuwscrews die trouw uitrukken als er weer een geweersalvo klinkt in een schoolgebouw.

Filmmaker Todd Chandler schetst in deze kille en afstandelijke documentaire, waarin de camera vanaf een vaste positie de bizarre werkelijkheid vastlegt, een ijzingwekkend beeld van de hele industrie die is ontstaan rond buitensporig schoolgeweld en de reactie daarop van gewone scholieren, bezorgde burgers en demonstranten. Van een zekere distantie bekeken is de conclusie eigenlijk onvermijdelijk: dit is totaal krankjorum. En in Bulletproof, juist door die afstandelijke blik, echt huiveringwekkend in beeld gebracht.

I Am A Killer: Released

Netflix

Er mag dan geen tweede kans bestaan om een eerste indruk te maken voor Dale Sigler (een beer van een vent met de bijpassende verlopen kop, lijzige ‘southern drawl’ en een lijf bezaaid met tatoeages, waarvoor je graag een straatje omloopt). Dat hoeft nog niet te betekenen dat hij geen tweede kans verdient in zijn leven. Sigler heeft al bijna dertig jaar in een Texaanse gevangenis versleten, nadat hij ooit in eerste instantie de doodstraf had gekregen. Hij hoopt nu opnieuw op clementie: de mogelijkheid om zijn laatste jaren in vrijheid door te brengen.

De nabestaanden van John Zeltner, de man die hij in april 1990 vermoordde tijdens een overval op de fastfoodketen Subway, hebben er geen enkel vertrouwen in. Zeltner was nota bene een oude bekende van wie hij even van tevoren nog een sigaretje had gebietst. Dale, zo twijfelen Zeltners halfbroers geen moment, gaat binnen de kortste keren weer de fout in. Een oudere vrouw die hij tijdens zijn gevangenisstraf heeft leren kennen, en die Dale liefkozend ‘mama Carole’ is gaan noemen, zegt nochtans toe dat hij welkom is bij haar.

En daarmee staan alle pionnen op het bord voor de driedelige true crime-serie I Am A Killer: Released (105 min.), een spin-off van de gelijknamige reeks over ter dood veroordeelden. Regisseur Itamar Klasmer is erbij als Dale voor het eerst Caroles stacaravan betreedt, waar hij in elk geval voor het komende jaar een klein slaapkamertje kan betrekken. Klasmer blijft hem daarna volgen als de inmiddels tot het geloof bekeerde ex-gedetineerde een normaal leven probeert op te bouwen. Intussen heeft Dale nog iets op zijn lever, dat zijn misdrijf in een ander perspectief zet en dat ook heel wat losmaakt bij de familieleden van zijn slachtoffer.

Deze serie brengt die ontwikkelingen betrekkelijk ingetogen in beeld en ontvouwt intussen rustig, op het trage af, wat er volgens Dale Sigler echt is gebeurd in die Subway, waar zijn leven voorgoed veranderde en dat van John Zeltner eindigde, met een heleboel kogels in zijn lijf.

Boys State

Apple TV

Zet duizend zeventienjarige jongens een week bij elkaar in hun eigen Boys State (109 min.), verdeel ze volstrekt willekeurig over twee politieke partijen en verzin vervolgens een aantal functies waarvoor ze zich verkiesbaar kunnen stellen. Binnen de kortste keren zijn ze verwikkeld in een soort carbonkopie van de hedendaagse Amerikaanse politiek, waarin iedereen een rol krijgt toebedeeld: lijsttrekker, partijbons, spin doctor, persmuskiet of gewoon klapvee.

Sinds 1935 nodigt de American Legion, een veteranenorganisatie die burgerschap wil bevorderen, jaarlijks een groep geselecteerde jongeren uit om hen een stoomcursus democratie te geven. De documentairemakers Jesse Moss en Amanda McBaine sloten aan bij de editie van 2018 in Texas en volgden enkele jongens die in de voetsporen traden van vroegere Boys Nation-deelnemers als Bill Clinton, Samuel Alito, Dick Cheney, Cory Booker en Rush Limbaugh.

Of ze zo echt leren wat democratie inhoudt? Mwah, tot een diepgaande uitwisseling van ideeën en besluitvorming daarover komt het nauwelijks. Ook in deze onstuimige laboratoriumsetting draait het vooral om politiek met kleine p. Kandidaten presenteren geen coherente set ideeën, maar zijn vooral bezig met iedereen naar de mond praten, bedelen om steun en uiteindelijk de prijs binnenhalen: een politieke functie die er écht alleen voor de eer is.

Tussendoor wordt er heel wat gewheeld en gedeald, ontstaan er ongemakkelijke coalities en wordt de tegenpartij ongegeneerd zwartgemaakt. ‘Het is nu eenmaal politiek’, zegt Ben Feinstein, de partijvoorzitter van The Federalists die zich zonder scrupules bedient van slinkse trucs. ‘Je speelt om te winnen.’ Zijn tegenpool, René Otero van The Nationalists, vindt Feinstein een fantastische politicus. ‘Maar het lijkt me geen compliment om een fantastische politicus te worden genoemd.’

Wat natuurlijk eveneens een slimme manier is om de opponent te framen, als een doortrapte machtspoliticus van nog geen achttien. Ook Otero weet immers hoe het werkt als je iets wilt bereiken in die veel bewierookte democratie. Moss en McBaine leggen intussen feilloos vast hoe Amerika’s future leaders – jongens nog, aangejaagd door nét te veel testosteron en bewijsdrang – in dat kader zonder enige terughoudendheid worden bevestigd in hun ‘winners takes all’-mentaliteit.

Kritische vragen stellen de filmmakers niet. Het is overigens ook maar de vraag of veel Amerikanen überhaupt kanttekeningen plaatsen bij het competitieve karakter van deze introductie in de democratie. Boys State is opgebouwd als een typische wedstrijdfilm, die toewerkt naar het moment waarop bekend wordt gemaakt wie de belangrijkste politieke positie (governor) heeft bemachtigd. Daarna mogen alle strebertjes van deze fijne jeukdocu weer huiswaarts. Gepokt en gemazeld, maar vooralsnog als gewone ambteloze zeventienjarigen.

The Trade – Season 2

Showtime

In 2015 bracht Matthew Heineman in Cartel Land op een meeslepende manier de bloedige drugsoorlog in beeld, die in Mexico en het grensgebied met de Verenigde Staten wordt uitgevochten. Die geweld(dad)ige film kreeg drie jaar later een onofficieel vervolg met de vijfdelige documentaireserie The Trade, waarin de Amerikaanse filmmaker alle hoeken en gaten van de Amerikaanse Opioid Crisis belichtte: van de Mexicaanse drugsdons en federale agenten die daar poppyvelden laten platbranden tot de gewone dealers en gebruikers in de Verenigde Staten en de politieagenten die fanatiek op hen jagen.

En nu is er seizoen 2 van The Trade (200 min.), waarin Heineman het spoor verlegt van de handel in drugs naar de handel in mensen: vluchtelingen, illegale immigratie, smokkel, slavernij, seksuele uitbuiting en Amerikanen zonder geldige verblijfsvergunning. De documentairemaker richt zich in deze vierdelige reeks op enkele hoofdpersonen, die elk een deel van de problematiek representeren, en observeert hen terwijl ze hun eigen kleine rolletje spelen in het drama dat zich in Midden- en Noord-Amerika voltrekt. Van zulke gewone mensen maakt hij memorabele personages.

Een vrouw uit Honduras die na de moord op haar echtgenoot, een voormalig bendelid van het beruchte MS-13, met haar dochtertje aanhaakt bij de vluchtelingenkaravaan naar de Verenigde Staten. Texaanse rechtshandhavers die de wacht houden bij de grens met Mexico. Een mensenrechtenactivist die strijdt tegen vrouwenhandel en seksueel misbruik. Mensen die al decennia illegaal in de Verenigde Staten verblijven en nu, met achterlating van hun partner en kinderen, dreigen te worden uitgezet. En een vrouw, een beetje een fremdkörper in deze vertelling, die getuigt tegen de leider van een invloedrijke Mexicaanse kerkgemeente, die stelselmatig kinderen zou hebben misbruikt.

Ook in dit tweede seizoen van The Trade, hoewel wellicht wat minder overweldigend dan z’n voorganger, legt Matthew Heineman met oog voor detail, de menselijke natuur en het grotere geheel een welhaast duivels systeem bloot, waarin gewone mensen helemaal vast kunnen komen te zitten en het beste/slechtste uit zichzelf naar boven halen.

Shut Up & Sing

Terwijl het Amerika van president George W. Bush zich in het voorjaar van 2003 opmaakt voor een bijzonder omstreden militaire inval in Irak, geeft het populaire countrytrio The Dixie Chicks uit zijn thuisbasis Texas een optreden in Londen. ‘Wij zijn tegen deze oorlog, dit geweld’, zegt zangeres Natalie Maines daarbij. ‘En we schamen ons dat de president van de Verenigde Staten uit Texas komt.’ Ze moet er zelf om lachen. Het was geen vooropgezet plan. De woorden zijn haar per ongeluk ontsnapt.

Na afloop van het concert lijkt er geen vuiltje aan de lucht. De drie vrouwen en hun management zijn tevreden over de show. Ze hebben geen idee dat half Amerika, het patriottische deel, straks over hen heen zal vallen. Regisseur Barbara Kopple registreert vervolgens van dichtbij hoe Maines en de zussen Martie Maguire en Emily Robison reageren als de conservatieve countrywereld z’n favoriete dochters in de ban doet, hun cd’s publiekelijk worden vernietigd en de algehele sfeer rond de dames ronduit bedreigend wordt.

’Ze schaden onze mannen overzee’, zegt een gast in een praatprogramma. ‘Dit zijn de domste bimbo’s die ik ooit heb gezien’, stelt een ander. En de beruchte talkshowhost Bill O’Reilly concludeert dat iemand die meiden eigenlijk eens alle hoeken van de kamer moet laten zien. Shut Up & Sing (92 min.) documenteert hoe The Dixie Chicks in de drie jaar na Maines’ slip of the tongue de storm proberen te trotseren, hun persoonlijk leven verder gestalte geven én de weg terug naar het hart van Amerika hopen te vinden.

Het is uiteindelijk een klein en menselijk verhaal over hoe je in tijden van nationale eenheid ineens helemaal uit de gratie kunt raken en hoe moeilijk het dan is om in zo’n storm, ook al raast die slechts in een glas water, echt bij jezelf te blijven. En dan, als die oorlog in Irak maar blijft voortduren en slachtoffers blijft maken, verandert zowaar de ‘you’re either with us or with the terrorists’-attitude in het land en worden de moed en standvastigheid van The Dixie Chicks (die sinds kort overigens door het leven gaan als The Chicks) alsnog beloond.

Cheer

Netflix

Het imago van cheerleading – all American girls die stoere sportmannen een hart onder de riem steken met een vrolijk dansje, enthousiaste yell en flonkerende tandpastasmile – zit de sport zelf in de weg. En die sport, een soort groepsturnen, is een bloedserieuze zaak, zo wordt in de documentaireserie Cheer (354 min.) meermaals benadrukt. Niet alleen voor meisjes trouwens. Op het Navarro College in het provinciestadje Corsicana, de toonaangevende cheerleaderschool van Amerika, trainen ook ambitieuze jongens.

De lefgozer La’Darius bijvoorbeeld, een voormalige American footballer. Of Jerry, een jongen die altijd op zijn gewicht moet letten. Samen met meisjes als Sherbs, een flyer die de top van een menselijke piramide moet gaan vormen, en het voormalige probleemkind Lexi vormen ze een team dat jaarlijks meedingt om de landstitel. De cheerleaders worden in dat kader aan een streng regime onderworpen door de gelauwerde hoofdcoach Monica Aldama. Uiteindelijk bepaalt zij ook wie er tijdens de nationale kampioenschappen, over een slordige zeventig dagen in Daytona, voor die allesbeslissende twee minuten en vijftien seconden ‘op de mat’ mag en wie er dan vanaf de zijkant moet toekijken.

Alle ingrediënten voor een enerverende wedstrijdfilm, waarin bovendien een onbekende wereld met zijn eigen codes wordt blootgelegd, lijken aanwezig. Toch komt deze zesdelige serie van Greg Whiteley, een cheerleading-variant op de American football-serie Last Chance U, maar moeilijk op gang. Episode 1 wordt geheel besteed aan het introduceren van de sport cheerleading en de setting ervan, een topsport-enclave in small town America. Daarbij worden een behoorlijk aantal hoofdpersonen en nog veel meer andere sprekers, die ergens iets over hebben te vertellen, geïntroduceerd bij de kijker. In eerste instantie beklijft er weinig. Pas in latere afleveringen zoomt dit portret van een subcultuur echt in op enkele personages, die dan ook tot leven komen. Met een héél Amerikaans sausje erover, dat wel.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld America To Me, een recente documentaireserie die is gesitueerd op een middelbare school in Chicago en daar de raciale verhoudingen behandelt, komt Cheer nauwelijks onder de waterlijn en worden er ook geen grotere thema’s aangesneden. ‘What you see’ is ditmaal ook het enige ‘what you get’: training, onderlinge competitie, blessures, teleurstellingen en – uiteindelijk – winst of verlies. Dat is het. Meer niet. En zeker naar het eind wordt dat nog best enerverend.

Begin 2022 is Cheer Season 2 uitgebracht op Netflix.

The Confession Killer

‘Ze vonden letsel aan de slaapkwab en aan de voorhoofdskwab’, vertelt journalist Nan Cuba over het hersenonderzoek dat was verricht bij Henry Lee Lucas. ‘Een slechtere combinatie kan bijna niet. De slaapkwab betekent geen zelfbeheersing, de voorhoofdskwab een gebrek aan medeleven, empathie. Als je die samenvoegt, dan heb je een seriemoordenaar.’

Lucas beweert dat hij in de jaren zeventig en tachtig ettelijke honderden moorden heeft gepleegd. Journalist Hugh Aynesworth, die eerder uitgebreid sprak met seriemoordenaar Ted Bundy (de hoofdpersoon van de Netflix-docuserie Conversations With A Killer), vertrouwt het echter niet. Probeert Lucas echt schoon schip te maken of geniet hij gewoon van alle aandacht die zijn bekentenissen genereren? En waarom slikken de Texas Rangers al zijn verhalen voor zoete koek?

Die vragen vormen het startpunt voor de vijfdelige docuserie The Confession Killer (240 min.), waarin Robert Kenner en Taki Oldham De Zaak Henry Lee Lucas nog eens onder de loep nemen. Ze kunnen daarbij een beroep doen op een enorme hoeveelheid beeldmateriaal. Het lijkt alsof zo’n beetje elk verhoor en elk bezoek aan een mogelijke plaats delict van de moordzuchtige (?) outsider werd vastgelegd door een cameraploeg.

Dat biedt een onwerkelijke aanblik. Alle belangrijke spelers, inclusief de betrokken agenten en advocaten, moeten zich er voortdurend bewust van zijn geweest dat hun handelingen zouden worden gedeeld met de wereld – al konden ze toen natuurlijk niet vermoeden dat true crime ooit zo’n populair documentaire-genre zou worden. Het is niet vreemd dat ze zich vervolgens ook zijn gaan gedragen als personages, die naar een hoofdrol hengelen in dit spannende misdaadverhaal.

De nadruk ligt in deze boeiende miniserie niet op de (vermeende) daden van de pathologische leugenaar Lucas of het leed dat hij, of toch een andere dader, heeft veroorzaakt (waarvoor in true crime sowieso niet altijd evenveel aandacht is). The Confession Killer focust zich vooral op ‘s mans controversiële bekentenissen. Heeft hij die moorden daadwerkelijk op zijn geweten? Of waren die bekentenissen vooral een alibi voor plaatselijke gezagsdragers om onopgeloste zaken te sluiten?

A 3 Minute Hug

Netflix

Familie 1 tot en met 15 mogen naar voren komen, roept een man met een megafoon. Ze gaan in de rij staan voor A 3 Minute Hug (28 min.). Op de achtergrond prijkt een groot spandoek: #hugsnotwalls.

Het is 12 mei 2018. Tussen El Paso en Juarez. Van beide zijden van de Amerikaans-Mexicaanse grens stromen mensen toe. Ouders met kinderen. Geliefden. Opa’s en oma’s. Ze hebben hun verwanten van de andere kant van de grens vaak jarenlang niet gezien. ’Families klaar….’ En dan zijn er enkele luttele minuten om die ander aan te raken, eens goed vast te pakken en diep in de ogen te kijken.

Everardo González observeert slechts in deze korte film als immigranten die toegang hebben gekregen tot de Verenigde Staten familieleden ontmoeten van wie de asielaanvraag werd afgewezen. Woorden schieten tekort en blijven dus ook achterwege. De beelden, veelal in slow-motion, vertellen alles en krijgen extra lading door vet aangezette, indringende muziek van de Vlaamse componist Wim Mertens.

Na enkele ogenblikken ontlading volgt de doffe realiteit: ‘de tijd is om’. Het afscheid. En daarna weer een leven zonder elkaar.

Waco: Madman Or Messiah

Een leider die alle antwoorden heeft en zelf toch één groot vraagteken blijft. Het is niet vreemd dat charismatische mannen als Bhagwan Sri Rajneesh, Jim Jones en Charles Manson een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefenen op zowel hun (voormalige) volgelingen als filmmakers. Na recente documentaires over de Bhagwan-beweging (Wild Wild Country), The Peoples Temple (Jonestown: Terror In The Jungle) en de Manson-familie (Inside The Manson Cult: The Lost Tapes) heeft Christopher Spencer nu de Waco-archieven uitgeplozen om met negen voormalige leden van de Branch Davidians en zijn tegenstanders een al even illustere sekteleider te portretteren: David Koresh.

Alle elementen voor een interessant en dramatisch verhaal dienen zich in 1993 als vanzelf aan rond de thuisbasis van diens religieuze gemeenschap op Mount Carmel, nabij Waco, Texas. De enigmatische leider die zich als vanzelfsprekend, omdat hij nu eenmaal een heilige plicht heeft, de (minderjarige) meisjes toe-eigent, gaat steeds meer in zichzelf geloven en zorgt zo intern voor spanningen. Het absolute Wij-gevoel, dat hij probeert af te dwingen, zorgt automatisch ook voor frictie met de buitenwereld. Waar Koresh zijn volgelingen de hemel op aarde leek bieden, leidt hij ze in werkelijkheid met vaste hand naar de poorten van de hel. Waar een eindconfrontatie van liefst Bijbelse proporties volgt. In het geval van Waco: de langste belegering uit de Amerikaanse historie. Met 82 dode leden, waaronder 23 kinderen, tot gevolg.

Het tweeluik Waco: Madman Or Messiah (172 min.) vertelt in eerste instantie twee parallelle verhalen: de ontwikkeling van de Branch Davidiansen de getormenteerde jongeling Vernon Howell – net als Charles Manson een mislukte muzikant – die zich onder de naam David Koresh opwerpt als absolute leider van de religieuze gemeenschap. Én de aanloop naar de maandenlange belegering van de thuisbasis van de sekte in Waco, die in het tweede deel zal uitlopen op een bloedige confrontatie tussen zwaarbewapende sekteleden en de FBI. Waarbij de federale agenten de ene na de andere tactische blunder begaan en Koresh en de zijnen, in een slinkse mediaoorlog, rücksichtslos als niets minder dan de vijand portretteren. Dat zal alle betrokkenen duur komen te staan.

Behalve voormalige sekteleden komen in deze stevige film ook hun voormalige opponenten aan het woord: FBI-medewerkers, de undercoveragent die bij de Branch Dividians infiltreerde en onderhandelaars die een confrontatie met Koresh’ familie moesten zien te voorkomen. Bijbel-kenners proberen intussen vat te krijgen op de ideologie en profetieën van Koresh, terwijl zijn stiefbroer en tante de persoon achter de messias/madman proberen te duiden. De grote leider zelf laat van zich horen via 247 geluidsbanden die door de FBI zijn gemaakt tijdens de belegering. Die opnames maken tastbaar hoe de situatie in Waco steeds verder ontspoort en een dramatische ontknoping, met het bijbehorende martelaarschap voor David Koresh, onafwendbaar wordt.

Tegelijkertijd geven de tapes een inkijkje in het hoofd van deze zelfverklaarde heiland, die nog altijd diep onder de huid zit bij zijn voormalige volgelingen. Waarbij onvermijdelijk de vraag opspeelt: was de man echt in zichzelf gaan geloven of was alles, van de diepe vergezichten tot de vurige preken, onderdeel van één grote relishow die alleen nog met hel en verdoemenis kon eindigen?

Running With Beto

HBO

Als Beto O’Rourke inderdaad een soort nieuwe Kennedy zou blijken te zijn, dan kan deze campagnedocu zijn eigen Primary worden, de film die JFK in 1960 in de volledige Verenigde Staten op de kaart zette. Running With Beto (91 min.), een positief ingestoken verslag van ‘s mans poging om in 2018 de senaatszetel van über-Texaan Ted Cruz te bemachtigen, komt in elk geval goed van pas nu de linkse Democraat zich kandidaat heeft gesteld voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2020.

De klassieke Democratische wonderjongen in hemdsmouwen, een Amerikaanse variant op onze eigen Jesse Klaver (nu mag u gerust even grinniken), staat in deze oerdegelijke documentaire voor de godsonmogelijke opdracht om het linkse smaldeel van de oerconservatieve lone star state ervan te overtuigen dat hij wel degelijk een kansrijke kandidaat is, die het de gedoodverfde Republikeinse winnaar Cruz moeilijk zou kunnen maken. En daarna moet hij die verduivelde verkiezingen nog zien te winnen ook!

Net als het thematisch verwante Knock Down The House, waarin de metamorfose van serveerster Alexandria Ocasio-Cortez tot linkse hoop in bange dagen (simpelweg AOC genaamd) in beeld werd gebracht, toont deze documentaire van David Modigliani zowel de vitaliteit van de Amerikaanse democratie als de geheel eigen mores daarvan, zoals het eindeloze gebedel om geld en aandacht. Cruz verlaat zich daarbij op een ouderwets negatieve campagne terwijl de ‘big government gun grabbing liberal’ O’Rourke stug probeert vast te houden aan een Obama-achtige hoopvolle boodschap.

De tweekamp speelt zich af op welbekend terrein: bij gewone Texanen aan de deur, tijdens zogenaamde town halls en op partijbijeenkomsten. De campagne komt tot een voorzichtige climax in een vinnig debat tussen de kemphanen, waarna het stemmen kan beginnen. De documentaire focust zich daarbij niet alleen op de kandidaat zelf en zijn vrouw en kinderen, maar volgt ook zijn campagneteam en vrijwilligers als er weer eens een school shooting plaatsvindt, het scheiden van illegale immigranten en hun kinderen aan de Amerikaanse grens een hot issue wordt of hun held ongenadig onder vuur wordt genomen in een Republikeinse mediacampagne.

Running With Beto benadert intussen nooit het niveau van klassieke campagnedocu’s als A Perfect Candidate, The War Room of Weiner. Het blijft allemaal tamelijk dertien-in-een-dozijn. Net als O’Rourke zelf, die ondanks zijn verleden als punkrocker oogt als een enigszins saaie brave borst die de echte ‘star power’ van Kennedy, Obama en AOC lijkt te ontberen. Het is dus maar de vraag of hij daarmee de Democratische concurrentie voor het presidentschap kan afschudden, zodat hij in 2020 hoogstpersoonlijk de strijd mag aangaan met hun aartsvijand, Donald J. Trump.

Love & Hate Crime

‘Ik moet leren leven met het feit dat ik Mercedes heb vermoord’, zegt Josh Vallum bij de start van Double Lives, deel 1 van de zesdelige BBC-serie Love & Hate Crime (312 min.)Hij zit levenslang in een cel in de Amerikaanse staat Mississippi en heeft spijt als haren op zijn hoofd. Want Josh heeft vrede gesloten met God. ‘En zij zit nu in de hel.’

Na die intrigerende openingsscène ontwikkelt zich geen traditionele whoduunit, maar een televisiedocu die je een whydunnit zou kunnen noemen. Waarom is de schuldbewuste twintiger in godsnaam overgegaan tot zijn gruwelijke daad? Stapsgewijs wordt het diep tragische verhaal van zowel dader als slachtoffer onthuld, waarbij uiteindelijk niets is wat het lijkt.

Het tweede deel van deze broeierige true crime-miniserie van Ben Steele, Murder In Mississippi, behelst een wat traditionelere haatmisdaad in een typische redneck county bijgenaamd Jafrica, waar een groep blanke tieners de hoogtijdagen van de Ku Klux Klan doet herleven. Een willekeurige donkere man wordt als een hond overreden. Of ligt het toch nét iets genuanceerder?

Zo probeert deze serie steeds beide kanten van de medaille te laten zien. Is Onésimo Marcelino Lopez-Ramos, de Guatemalaanse jongen uit Trouble In Paradise, bijvoorbeeld werkelijk het slachtoffer van een racistische moord, van ‘Guat-jacht’? En was het inderdaad zelfverdediging toen de homoseksuele leerling Abel Cedeno uit Killing In The Classroom zijn klasgenoot Matthew McCree, naar verluidt een gevreesd bendelid, neerstak?

De Texaanse rechercheur moordzaken Fil Waters beweert in de aflevering Honour Killings dat hij ervoor heeft gezorgd dat negen mensen in de dodencel zijn beland. Vier van hen zijn ‘gerehabiliteerd’. Ofwel: geëxecuteerd. ‘Ze zijn nu kunstmest’, volgens Waters. En zo zou Ali Irsan ook nog van nut kunnen zijn. De Amerikaanse moslim, ’een afgezant van Satan’, wordt beschuldigd van dubbele moord. Eerwraak, om precies te zijn. Niet voor het eerst, trouwens.

Een andere aflevering van Love & Hate Crime, Killer With A Camera, duikt in de strafzaak tegen Adrian Loya. Hij heeft een vrouwelijke collega gedood en twee anderen ernstig verwond. De schietpartij is vastgelegd met een GoPro-cameraatje dat Loya speciaal voor die gelegenheid had meegebracht. De kogelregen vormde de zwartomrande apotheose van een ongenadige duik in zijn eigen duisternis.

Terwijl hij de aanval plande, legde de schutter twee jaar lang zijn gedachten vast in een geheim dagboek genaamd Loya Wars. In deze teksten, die in de beklemmende docu worden voorgelezen door een acteur, was een centrale plek weggelegd voor Loya’s obsessie voor één van zijn latere slachtoffers. Lisa bleek echter lesbisch en getrouwd – en tekende daarmee haar eigen doodvonnis.

‘Evil or… just kind of nuts?’, vraagt zijn eigen advocaat Drew Segadelli zich hardop af. En dat is tevens de centrale kwestie tijdens de rechtszaak tegen zijn cliënt, die een hoogtepunt vormt van deze sfeervolle en indringende misdaadserie.

Tower


Over zogenaamde ‘school shootings’ zijn al talloze documentaires gemaakt. Van Michael Moores klassieker Bowling For Columbine tot Newtown over de verschrikkelijke schietpartij in het gelijknamige plaatsje, waarbij twintig basisschoolkinderen en enkele leerkrachten om het leven kwamen.

Tower (86 min.) gaat terug naar de allereerste Amerikaanse schoolschietpartij, in Austin in 1966. In de toren van de Universiteit van Texas heeft zich een schutter verschanst die volstrekt willekeurig tientallen slachtoffers maakt. Dat gruwelijke verhaal wordt ronduit superieur verteld. Stap voor stap onthult regisseur Keith Maitland de achtergronden en gevolgen van de slachting.

Gewone mensen proberen te overleven te midden van een zee van kogels. Hoe ’t met hen afloopt blijft tot het zinderende einde onduidelijk. Ook de vorm van de documentaire is ronduit overweldigend. Tower bestaat zeker voor tachtig procent uit animaties, die echter nooit afleiden van het verhaal.

De film is bovendien messcherp gemonteerd en op smaak gebracht met dampende muziek. Zo transporteert de absolute topdocumentaire Tower je vijftig jaar terug in de tijd, naar een helse universiteitscampus in Austin. Waar werkelijk niemand zijn leven zeker is.