Billy Idol Should Be Dead

Live Nation

Zijn arrogante grijns wordt inmiddels omlijst door een oude mannengezicht. Het haar is, een kleine halve eeuw nadat hij met zijn band Generation X onderdeel werd van de eerste punkgolf, in elk geval nog altijd peroxideblond. En, ogenschijnlijk zonder al te veel moeite, krijgt hij ook die gebalde vuist nog wel stoer in de lucht.

In zijn jonge jaren was Billy Idol even onuitstaanbaar als onweerstaanbaar. Een wandelend – nee: continu poserend – rock & roll-cliché, zeker toen hij eenmaal solo en naar New York was gegaan. Samen met MTV werd Idol groot en scoorde hij in de eighties hits als White Wedding, Rebel Yell en Eyes Without A Face. Rockend, snuivend en neukend in de allerhoogste versnelling – op weg naar het totale niets.

Want uiteindelijk wordt de act Billy Idol zelfs William Broad, kind van een net middenklassegezin uit Bromley in Greater London, te veel. Halverwege de jaren tachtig begint dat ongenaakbare imago, en het bijbehorende destructieve gedrag, hem steeds meer op te breken. Hij is voortdurend ‘coked up’, neemt nogal eens een overdosis en heeft een motorongeluk. Wel met een Harley-Davidson, gelukkig.

Vandaar ongetwijfeld ook de titel van deze typische rockdoc: Billy Idol Should Be Dead (135 min.), waarin regisseur Jonas Åkerlund behalve Billy zelf ook zijn moeder Joan, zus Jane, ex Perri en kinderen Willem, Bonnie en Brant, allerlei profi’s uit de muziekbusiness en bekende collega’s zoals Miley Cyrus, Nile Rodgers, Billie Joe Armstrong, Steve Jones en Pete Townshend aan het woord laat.

Zijn lotgevallen hebben vaak een karikaturaal randje. Als hij probeert te stoppen met heroïne, vertelt Billy Idol bijvoorbeeld over zijn bijzonder hardnekkige drugsverslaving, stapt ie over naar crack. Zulke sterke verhalen zijn door Åkerlund vervat in comic-achtige animaties, die ‘s mans cartooneske karakter nog eens bevestigen en laten zien dat hij, zonder dat motorongeluk, ook carrière had kunnen maken als actieheld.

Totdat het zelfs voor hem, de Britse bloedsbroeder van onze eigen Herman Brood, te zwaar wordt om ‘Mr. Rock & Roll 24/7’ te zijn. De schuinsmarcheerder van weleer lijkt tegenwoordig zelfs eerst en vooral een echt familiemens, dat bovendien zeker niet onsympathiek overkomt. Maar of dit betekent dat hij ook een brave burgerman is geworden?

Clash Of The Superpowers: America Vs China

BBC

Als Donald Trump, met z’n echtgenote Melania aan zijn zijde, op 8 november 2017 in Beijing arriveert voor wat de Chinezen een ‘staatsbezoek plus’ dubben, hangt er nog altijd een conflict over Amerikaanse importheffingen boven de markt. De Chinese leider Xi Jinping besluit eens goed uit te pakken. ‘Xi wilde het natuurlijk zo spectaculair mogelijk maken’, vertelt hoogleraar internationale betrekkingen Xiang Lanxin in Clash Of The Superpowers: America Vs China (119 min.). ‘Iedereen weet dat Trump van spektakel houdt. Hij houdt er misschien wel van om als een koning behandeld te worden.’

‘We hadden het met Trump over de beelden die Xi Jinping wilde oproepen’, vult Trumps toenmalige nationale veiligheidsadviseur H.R. McMaster aan. ‘Het moest lijken alsof de leider van de vrije wereld, president Trump, naar Beijing kwam om te knielen voor de keizer, Xi Jinping.’ Samen inspecteren de twee wereldleiders vervolgens een militaire parade, genieten van spectaculaire dansvoorstellingen en dineren in de zogeheten Verboden Stad. De Chinezen stellen alles in het werk om Trump te paaien en proberen hem intussen los te weken van zijn meest geïnformeerde adviseurs.

Tegelijk blijft het altijd weer afwachten of zo’n charmeoffensief daadwerkelijk vat krijgt op deze onberekenbare Amerikaanse president. Een handelsoorlog hangt permanent boven de markt, toont dit interessante tweeluik over de betrekkingen tussen de twee supermachten van Tim Stirzaker en Barry Ronan, die onder de hoede van de gezaghebbende Britse producer Norma Percy en het productiehuis Brook Lapping, weer de mannen aan de knoppen – en een enkele vrouw – van de internationale politiek en diplomatie aan het woord laten in dit stevig doortimmerde tweeluik.

In de eerste aflevering staat de gespannen relatie tussen de VS en China tijdens Trumps eerste ambtstermijn centraal, die in deel twee onder zijn opvolger Joe Biden verder onder druk komt te staan door Taiwan en COVID-19. Het is een intrigerend machtsspel, dat in Clash Of The Superpowers opnieuw wordt opgeroepen – en van nieuwe context wordt voorzien. Want alle insiders – of ‘t nu gaat om Trumps veiligheidsadviseur John Bolton, congresleider Nancy Pelosi of oud-prime minister Boris Johnson – proberen met hun bijdrage aan dit soort producties de beeldvorming te beïnvloeden.

De autocratische leiders van China begrijpen dat Trump te werk gaat als een beroepsworstelaar, stelt de Chinese hoogleraar Xiang Lanxin bijvoorbeeld. ‘In het begin komt hij woest en angstaanjagend uit de hoek’, zegt hij olijk lachend over de man die al aan zijn tweede termijn als president is begonnen. ‘Als je terugdeinst, gaat hij nog harder duwen. Als je weet dat je in staat bent om overeind te blijven, gaat hij neer.’

Free Nelson Mandela

Channel 4

Eerst bevrijdt muziek de geest, daarna de man. In dit geval: Nelson Mandela. Sinds 1964 zit de leider van het African National Congress (ANC) op Robbeneiland een levenslange gevangenisstraf uit. Zijn strijd tegen het Apartheidsregime, dat al zoveel zwarte Zuid-Afrikanen heeft geknecht of gedood, krijgt gaandeweg echter steeds meer internationale steun. En muziek speelt daarbij een essentiële rol. Eerst als manier om zelfrespect te verkrijgen en uitdrukking te geven aan hoe de zwarte meerderheid van de Zuid-Afrikaanse bevolking lijdt onder het witte minderheidsregime. Later om Mandela te lanceren als een wereldwijd symbool en druk uit te oefenen op datzelfde bewind.

Free Nelson Mandela (92 min.), ter gelegenheid van Mandela’s 65e verjaardag in 1983 uitgebracht door The Special AKA, is daarvan het meest iconische voorbeeld. De compositie van Jerry Dammers, de spil van de Britse skaband The Specials, groeit uit tot hét strijdlied van de Anti-Apartheidsbeweging. Deze boeiende documentaire van James Rogan, die zich in Freddie Mercury: The Final Act (2021) al richtte op hoe muziek het bewustwordingsproces rond AIDS bevorderde, belicht nu de rol van songs van Miriam Makeba, Hugh Masekela, Gill Scott-Heron, Peter Gabriel, Bob Marley & The Wailers, Labi Siffre en Artists United Against Apartheid in de strijd tegen een racistisch maatschappijmodel.

En hoewel Rogan Jerry Dammers en andere westerse artiesten zoals Peter Gabriel, Bono, Steven Van Zandt en Jim Kerr aan het woord laat, krijgen zij nooit de overhand. De filmmaker realiseert zich dat het échte verhaal bij zwarte Zuid-Afrikanen zit en roept de bloedige Apartheid-historie op met schokkende nieuwsbeelden, audiofragmenten van Nelson Mandela en zijn omstreden echtgenote Winnie en interviews met nazaten van ANC-kopstukken zoals Steve Biko, Oliver Tambo en Joe Slovo. Hun gezamenlijke inzet blijkt uiteindelijk succesvol: in 1990 komt Nelson Mandela na ruim 27 jaar gevangenschap vrij. Vier jaar later wordt hij beëdigd als de eerste zwarte president van Zuid-Afrika.

Ruim veertig jaar sociale strijd, weerspiegeld in en ook aangejaagd door muziek, zijn niet zonder resultaat gebleven en hebben nu ook hun weg gevonden naar een even geladen als swingende film.

McCartney – The Hunt For The Lost Bass

BBC / Freemantle / Dartmouth Films

Toen The Beatles in het voorjaar van 1970 uit elkaar gingen, raakte het instrument waarmee Paul McCartney groot was geworden vermist. Hij kocht de Höfner-vioolbasgitaar nadat Stu Sutcliffe, de oorspronkelijke bassist van de Britse band, in 1961 had besloten om voor de liefde in Hamburg te blijven en niet met de rest terug te keren naar Liverpool. Gitarist McCartney nam Sutcliffes taak toen over en kocht een bas die de hele Beatles-carrière meeging – en toen spoorloos verdween.

De zoektocht naar ‘de heilige graal van de rock & roll’ drijft de documentaire McCartney – The Hunt For The Lost Bass (87 min.) van Arthur Cary. Het is nog wel even de vraag om welke basgitaar het precies gaat: in 1963 kreeg McCartney namelijk een vervangende bas, van dezelfde Duitse fabrikant. Het oorspronkelijke instrument is waarschijnlijk voor het laatst vereeuwigd op een foto van de befaamde Let It Be-sessies in 1969. Jan en alleman heeft hem sindsdien echter nog gezien, vermoedelijk in de contreien van Bigfoot, het Monster van Loch Ness of Elvis.

Met de goedkeuring van Paul zelf, die ook zijn jongere broer Mike heeft gecharterd voor deze smakelijke film, gaat een medewerker van Höfner, Nick Wass, op zoek naar de befaamde basgitaar. Zijn echtgenote Cathy Harrison bedenkt een pakkende slogan: #TraceTheBass. De twee krijgen in 2023 versterking van een ander echtpaar, de ‘basdetectives’ Scott en Naomi Jones. Zodra hun zoektocht uitlekt naar de media, ontstaat er zelfs een soort nieuwe Beatlemania: de Joneses ontvangen binnen 48 uur zeshonderd e-mails met tips en aanknopingspunten.

Op het pad dat hen naar die befaamde bas moet leiden stuiten ze op een bonte stoet aan personages, zoals de Duitse graphic designer Klaus Voormann (die in Hamburg nog bijna zelf bassist van The Beatles was geworden), Pauls vakbroeder Elvis Costello, Wings-geluidstechnicus Ian Horne, de verdachte roadie Dik Mik, anti-Beatlesband Hawkwind en twee ambulancebroeders die helemaal idolaat zijn van de ‘fab four’. Via hen en die bas vindt Cary intussen een nieuw geitenpaadje naar de weg die McCartney en z’n bandje hebben afgelegd en die in docu’s al zo vaak is nagelopen.

White With Fear

So Much Film / PBS

Tijdens de Amerikaanse presidentscampagne van 1968 vindt Richard Nixon de sleutel naar verkiezingswinst: maak de witte kiezer bang voor zwarte inwoners, zónder openlijk racistisch te klinken. Hij begint te spreken over ‘law & order’ en de goede verstaander weet dan wel wie/wat hij bedoelt: die vermaledijde zwarte Amerikanen. Sindsdien is datzelfde procedé nog door talloze conservatieve politici toegepast. Ze spreken over ‘welfare queens’, ‘illegal aliens’ of ‘gangbangers’, termen die volgens Ian Haney López, auteur van Dog Whistle Politics, werken als een hondenfluitje.

Het grote geheim van de Amerikaanse politiek, citeert historicus Kevin Kruse de Nixon-fluisteraar Kevin Phillips in de interessante documentaire White With Fear (84 min.), is nu eenmaal: ‘wie haat wie?’ Deze vraag krijgt nieuwe dimensies na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 als de Republikeinse president George W. Bush de oorlog verklaart aan Osama bin Ladens Al-Qaeda en er in zijn land een anti-moslim stemming ontstaat, die vervolgens door de rechtse televisiezender/woedemachine Fox News wordt uitgebouwd tot een heuse cultuuroorlog.

Na de entree van Amerika’s eerste zwarte president Barack ‘Hussein’ Obama, die dus ook nog in verband kan worden gebracht met islam, gaat de ‘witte haat-industrie’ vanaf 2008 helemaal los. ‘De strategie was om reactionaire, racistische beelden over niet-witte immigranten aan de achterban te presenteren als politieke keuzes van de elite om de hardwerkende witte man te verraden’, vertelt Katie McHugh, voormalig medewerker van de website Breitbart, die ziet hoe haar werkgever ook doelbewust wordt ingezet als werktuig van een nieuwe politieke kracht, Donald Trump.

Documentairemaker Andrew Goldberg akkert de tumultueuze historie van het exploiteren van latente onlustgevoelens bij witte Amerikanen, vervat in talloze unheimische speeches, uitspraken en campagnefilmpjes, door met insiders uit beide politieke partijen, zoals Hillary Clinton en Steve Bannon, en een aantal neutrale beschouwers. Trump – en de man die hem zijn meest extreme taal influistert: Stephen Miller – is zo bezien een logisch gevolg van ruim een halve eeuw, vanuit zowel electorale als financiële motieven, doelbewust inspelen op de onderbuik.

‘Het fascinerende aan Donald Trump is dat hij het hele spelbord heeft omgegooid’, stelt de historicus Rick Perlstein, auteur van Nixonland. ‘Van het hondenfluitje heeft hij een stoomfluit gemaakt. Dat zou hem natuurlijk nooit zijn gelukt zonder het fundament van 55 jaar Republikeins hondengefluit.’ Waarna Donald Trump daar in zijn acceptatiespeech op de Republikeinse conventie van 2016 hoogstpersoonlijk een uitroepteken achter plaatst, met een Nixonesk eufemisme: ‘We worden een land van law & order.’

I Was A Teenage Sex Pistol

Pink Moon

Hij schittert nu eens door afwezigheid: John Lydon. Ofwel: Johnny Rotten, het boegbeeld van The Sex Pistols. De man die de geschiedenis van de legendarische Britse punkband heeft bepaald en geschreven. En daarbinnen was wel héél véél ruimte voor ‘bassist’ Sid Vicious, de wildeman die in 1979 op 21-jarige leeftijd overleed aan een overdosis heroïne – en verdacht weinig voor zijn voorganger, de man die de basgitaar daadwerkelijk bespeelde: Glen Matlock.

Hij krijgt nu alle gelegenheid om zijn eigen versie van dat stukje pophistorie te delen in de documentaire I Was A Teenage Sex Pistol (96 min.) van Andre Relis en Nick Mead, die is gebaseerd op Matlock gelijknamige autobiografie (2012). Hij wordt daarbij in de rug gedekt door zijn voormalige Pistol-maatjes, gitarist Steve Jones en drummer Paul Cook. Samen schetsen zij de opkomst van hun band, waarvan hij als bassist en songschrijver een integraal onderdeel was.

Niet zonder trots demonstreert Glen Matlock hoe zijn baslijnen het fundament hebben gevormd voor de Pistols-klassiekers Anarchy In The UK, Pretty Vacant en God Save The Queen. Tegen de tijd dat die werden opgenomen voor het klassieke debuutalbum Never Mind The Bollocks (1977), was hij echter al de laan uitgestuurd. Volgens de officiële persverklaring van manager Malcolm McLaren, altijd op zoek naar nieuwe relletjes, omdat hij stiekem van The Beatles hield.

In werkelijkheid botste Matlock gedurig met Rotten en moest ie dus het veld ruimen. Hij zou echter nooit een punkvariant worden op de vergeten Beatle Pete Best of de man die nooit echt een Stone mocht zijn, Ian Stewart. Want het lukte de bassist in de navolgende decennia met Rich Kids, Iggy Pop, Johnny Thunders, The Faces en Blondie om een bestendige muzikale carrière op te bouwen. Hij zou zelfs nog op het podium belanden met zijn illustere opvolger, Sid Vicious.

Met dat vermakelijke relaas, opgetekend met fraai archiefmateriaal en aangekleed met quotes van Billy Idol en leden van verwante bands zoals The MC5, Blondie, The Damned, Sigue Sigue Sputnik, Dead Boys, The Vandals, Spandau Ballet en The Stray Cats, zetten Relis en Mead de schijnwerper nu eens vol op de grote onbekende Sex Pistol.

Trump And The Tech Titans

BBC / donderdag 18 juni, om 20.45 uur, op Canvas

Het beeld spreekt boekdelen: bij de tweede inauguratie van Donald Trump als president van de Verenigde Staten, begin 2025, staan techmiljardairs zoals Elon Musk en Peter Thiel te glimmen op de eerste rij. Zij zijn stuk voor stuk, stelt Trump-biograaf Michael Wolff in de Britse documentaire Trump And The Tech Titans (58 min.), ‘rijker dan iemand ooit is geweest in de menselijke geschiedenis’.

De omstreden kopstukken van Big Tech hebben een ‘diabolisch verbond’ gesloten met de Republikeinse president, constateert de econoom en Democratische politicus Robert Reich. Het gevolg daarvan is ook duidelijk volgens senator Bernie Sanders, de spreekbuis van Links Amerika die altijd zegt waar het op staat. ‘Abraham Lincoln sprak over een overheid van, door en voor de mensen. Ik denk dat je nu met een gerust hart kunt zeggen dat Amerika een land van, door en voor de miljardairs is geworden.’

Onzin, werpt Trump-fluisteraar Steve Bannon tegen in deze journalistieke film van Matthew Hill. Jullie hebben helemaal niets tegen oligarchen, houdt hij z’n opponenten voor. ‘Jullie hebben alleen problemen met oligarchen die jullie niet steunen’. Daar valt wel iets voor te zeggen. Ook bij de Democratische partij zijn rijke donoren natuurlijk van harte welkom – al gaan hun Republikeinse tegenstrevers zonder twijfel véél verder. Sinds de entree van Trump ligt de rode loper uit voor de stoutste jongens van Silicon Valley.

Hill zoomt natuurlijk in op Elon Musk, die met de aankoop van Twitter z’n eigen megafoon heeft gekocht (waarmee ook ‘vrolijk’ voor Trump kan worden geroeptoeterd). In Brownsville, Texas, waar ie met z’n ruimtebedrijf SpaceX is neergestreken, runt Musk bovendien z’n eigen (bananen)republiek, waar hij rustig andere bewoners kan intimideren en een eigen milieuramp mag veroorzaken. Het is een somber stemmende proeftuin voor hoe de wereld eruit zal zien als Musk hem helemaal in z’n handen krijgt.

De ‘tech titan’ die in deze ontluisterende exegese van het monsterverbond tussen MAGA en Big Tech echter het meeste aandacht opeist is de libertariër Peter Thiel. Hij is steenrijk geworden met de betalingsdienst PayPal en faciliteert met zijn huidige bedrijf Palantir de totalitaire ordedienst ICE. En ook daarmee verdient ie, natuurlijk, geld als water. Vanuit Thiels ‘PayPal Mafia’ is bovendien vicepresident J.D. Vance voortgekomen, een man die met techgeld wordt klaargestoomd om zijn baas in 2028 op te volgen.

Net als Trump, die crypto-ondernemers en AI-ontwikkelaars vooral niet lastig valt met regulering en lekker meeprofiteert als er geld wordt verdiend, zal hij Big Tech geen strobreed in de weg leggen. ‘We zijn op weg naar een dystopie’, zegt nota bene Steve Bannon over de wereld die zo lijkt te ontstaan. ‘Tenzij we hen stoppen.’

Trump And The Tech Titans is hier te bekijken.

The Crash

Netflix

Een gebroken dijbeen, drie gebroken ribben, een gescheurde lever en nier, en beschadigde halsslagaders. Mackenzie Shirilla overleeft het ernstige ongeluk op 31 juli 2022 weliswaar, maar ze komt er bepaald niet ongeschonden uit. De zeventienjarige Amerikaanse scholier heeft er in eerste instantie ook geen weet van dat haar vriendje Dom en hun gezamenlijke vriend Davion, die ook in de auto zaten waarmee zij op volle snelheid tegen een huis in Strongsville is gebotst, de crash niet hebben overleefd. Die informatie houden haar ouders nog even bij zich.

Via schrijnende bodycam-beelden van de politie is te zien hoe zij, moeder Natalie en vader Steve Shirilla, in het ziekenhuis worden geïnformeerd over hun overlijden. De aanloop naar het ongeluk, het drama zelf en de nasleep daarvan worden in The Crash (94 min.) in beeld gebracht met een indringende collectie beeldmateriaal van bodycams, beveiligingscamera’s, social media-posts, politieverhoren en de rechtszaak. In die zin is deze true crime-docu van Gareth Johnson, die eerder de intrigerende miniserie The Body Next Door maakte, helemaal van deze tijd. Niets lijkt privé. Dat roept allerlei ethische vragen op, maar zorgt tevens voor een fascinerende film, waarin ook de families van de twee dodelijke slachtoffers zijn vereeuwigd op bijzonder kwetsbare momenten.

Enne… true crime? Jazeker, want aan dat dodelijke ongeluk lijkt een luchtje te zitten. Via gesprekken met alle belangrijke spelers in deze tragische geschiedenis probeert Johnson duidelijkheid te krijgen over wat er zich op die vroege zondagochtend, nadat Mackenzie Shirilla, Dominic Russo en Davion Flanagan op een feestje zijn geweest, heeft afgespeeld. In de Toyota waarmee zij plankgas door de bebouwde kom reden, worden zowel wiet als paddo’s aangetroffen. ‘Kenzie’ beweert dat ze zich helemaal niets van deze dodemansrit kan herinneren. Lijdt ze werkelijk aan geheugenverlies? Of speelt ze een spelletje, om te verhullen dat ze haar auto bewust – en wellicht ook met voorbedachte rade – heeft laten crashen? Bij ruzies zinspeelde de tiener al eens op een ongeluk.

En net als het typische TikTok-meisje, met name op basis van haar eigen (online-)gedrag, zo schuldig als wat lijkt te zijn, voegt Gareth Johnson extra informatie of een nieuw verhaalelement toe, die deze conclusie toch weer in twijfel trekken. Kan Mackenzie misschien ook een black-out hebben gehad? Al die verschillende scenario’s van wat er tijdens die fatale autorit gebeurd kan zijn, zorgen ervoor dat deze documentaire continu blijft boeien, maar maken het ook verdomd lastig om definitieve conclusies te trekken over wat nu het vervolg zou moeten zijn voor Mackenzie Shirilla: fikse gevangenisstraf of toch intensieve zorg? Of allebei?

Marty, Life Is Short

Netflix

Het leven is kort. Die titel ligt, gezien de lengte en de achternaam van de hoofdpersoon, voor de hand: Marty, Life Is Short (101 min.). In het geval van de Canadese komiek/acteur Martin Short, die beweert dat hij aan een gelukkige jeugd lijdt, heeft die titel echter ook nog een andere betekenis: het leven kan zomaar ineens afgelopen zijn.

Regisseur Lawrence Kasdan, de maker van dit portret van de man die doorbrak bij de comedyshows Second City, SCTV en Saturday Night Live, daarna een ster werd in Hollywood en op Broadway en nu op late leeftijd opnieuw scoort met de serie Only Murder In The Building, behoort tot Shorts Bekende Vriendenkring. Die verzamelt zich sinds jaar en dag voor etentjes, feestjes en vakanties in Snug Harbour, het zomerhuis van Martin en zijn echtgenote Nancy Dolman in Ontario. Een groot deel van die groep participeert ook in deze documentaire: Eugene Levy, Steve Martin, Tom Hanks, Steven Spielberg, Andrea Martin, Paul Shaffer, Catherine O’Hara, Walter Parkes en Rita Wilson.

En er draait ook altijd wel een camera als zij zich bij de Shorts verpozen met hun gezinnen en andere bekendheden zoals Chevy Chase, Kurt Russell, Goldie Hawn, Sally Field, Danny Glover of Glenn Frey (Eagles) ontmoeten. In een jolige bui spelen Martin Short (als zijn eigen karikaturale typetje Ed Grimley) en Tom Hanks (in de iconische rol van Forrest Gump) er bijvoorbeeld een scène uit de filmklassieker Butch Cassidy And The Sundance Kid na. ‘Momma always said: jumping off cliffs is like a box of chocolates’, zegt Forrest in stijl. ‘You never know what you might hit.’ Waarna ze zich, tot hilariteit van de andere aanwezigheden en in navolging van Robert Redford en Paul Newman, in zee storten.

Die homevideo’s zijn zeer vermakelijk. Net als de talloze fragmenten uit zijn films, voorstellingen en shows. Short transformeert in de meest buitenissige personages (de plompe interviewer Jiminy Glick bijvoorbeeld, die de sterren écht alles mag vragen, vindt ie zelf) en zorgt continu voor kolderieke taferelen.  Hij laat zich intussen door Kasdan ook wel een beetje in z’n kaarten kijken, maar geeft, zeker als het gaat om zijn huwelijk en kinderen, beslist niet alles prijs. Want hoewel zijn leven inmiddels toch echt moet worden gekarakteriseerd als ‘long’ en zijn carrière als geslaagd, heeft Martin Short op sommige momenten in zijn leven onmiskenbaar ook aan het kortste eind getrokken.

Ghost Elephants

Skellig Rock, Inc / Piece Of Magic

Ze hebben hem Henry genoemd. De grootste olifant die de mens ooit heeft gezien. Of op zijn minst: de grootste olifant die de mens ooit heeft gedocumenteerd. Een opgezette versie van het kolossale dier behoort tot de pronkstukken van het Amerikaanse museum The Smithsonian in Washington D.C.

Achter het museumstuk gaat een foto schuil, die de vermaarde Duitse cineast Werner Herzog in z’n nieuwste avonturendocu ook laat zien: van een man die met een brede glimlach op zijn trofee is geklommen. Hij steekt z’n geweer trots in de lucht. Na het vastleggen van dit pijnlijke tafereel, op 13 november 1955, heeft Josef Fénykövi de mastodont nog nauwkeurig opgemeten, vooral om zijn eigen prestatie te markeren.

Volgens de Zuid-Afrikaanse bioloog en natuurbeschermer Steve Boyes moet ‘Henry’ meer dan honderd jaar oud zijn geweest. Met zijn team, bestaande uit antropologen en plaatselijke spoorzoekers, zoekt hij in de Angolese hooglanden al tien jaar naar afstammelingen van Henry, de zogeheten Ghost Elephants (99 min.). Maar of deze mythische dieren ook daadwerkelijk rondlopen in het hedendaagse Afrika?

‘Is het belangrijk of ze echt of alleen in onze verbeelding bestaan? wil Werner Herzog, die als filmmaker weer eens op een expeditie naar een onbekende wereld op aarde is beland, van zijn hoofdpersoon weten. Het is geen probleem als ze alleen in onze dromen bestaan, vindt Boyes. ‘Dat is misschien nog wel beter. Dan zouden ze er voor altijd zijn of kunnen zijn – en kan ik er ook voor de rest van mijn leven naar blijven zoeken.’

Een typisch Herzog-personage, kortom. Een man met een levensopdracht, die tot het einde der dagen kan worden nagejaagd. Omringd door een ensemble van kleurrijke figuren met bijzondere gaven of zienswijzen bovendien, zoals drie ‘bosjesmannen’ van de KhoiSan-stam. Zij staan véél dichter bij de natuur dan de gemiddelde westerse mens, vertelt de Duitse regisseur erbij, met die uit duizenden herkenbare vertelstem.

Samen gaan zij op zoek naar de spookolifant, een missie die door een inmiddels wel erg oud klinkende Herzog van context en cachet wordt voorzien. Als het Steve Boyes in deze interessante film, verrijkt met fraaie dronebeelden en theatrale muziek, lukt om DNA van het dier veilig te stellen, kan dit worden vergeleken met Henry in het Smithsonian. En dan kan meteen worden vastgesteld of het inderdaad om een unieke olifantensoort gaat.

Scandalous: Phone Hacking On Trial

BBC

‘Succes is geweldig, maar privacy is onbetaalbaar’, zegt Heather Mills. Als ze haar leven over mocht doen, zou ze nooit meer bekend willen worden. Toen Mills zich in 2001 verloofde met Paul McCartney was er echter geen houden meer aan. Ze werd opgejaagd voor de Britse tabloids, die geen middel onbenut lieten om elk detail van haar relatie met de voormalige Beatle op te diepen en aan de grote klok te hangen. ‘Een normale relatie was vrijwel onmogelijk’, liet het stel optekenen, toen ze enkele jaren later alweer uit elkaar gingen. En daarna werd Mills pas echt de gebeten hond. Want McCartney zelf bleef natuurlijk onaantastbaar.

Samen met andere bekende slachtoffers van de Britse roddelkranten, zoals Sienna MillerSteve Coogan en Hugh Grant, doet Heather Mills haar verhaal in de documentaire Scandalous: Phone Hacking On Trial (91 min.) van James Newton. Die richt zich in het bijzonder op het illegaal afluisteren van telefoons en hacken van voicemails. Het duo Dan Waddell en Evan Harris verdiept zich in zulke zaken en probeert ze voor de rechter te brengen. Daarvoor maken ze gebruik van klokkenluiders van Fleet Street, tabloid-medewerkers die ooit zelf vuile handen hebben gemaakt. Newton haalt zulke spijtoptanten voor de camera, om weerwoord te halen en hen te bevragen.

Neil Wallace (The Sun/News Of The World) geeft geen krimp en is strijdbaar, Duncan Larcombe (The Sun) toont zich enigszins schuldbewust over de manier waarop hij de Britse prins Harry heeft bejegend en Dan Evans (The Sunday Mirror), die volgens eigen zeggen gedurende enkele jaren meer dan honderd mensen per dag hackte, heeft zich inmiddels opgeworpen als klokkenluider. Zelfs Glenn Mulcaire, de privédetective die voor News Of The World de voicemail van het vermoorde meisje Millie Dowler hackte en zo een enorm schandaal veroorzaakte, waarna eigenaar Rupert Murdoch de schandaalkrant maar meteen helemaal opdoekte, komt nog even aan het woord.

Het juridische gevecht met hun opdrachtgevers, die rechtszaken consequent framen als een lucratieve aanval op de journalistiek en vrijheid van meningsuiting, eindigt zelden voor de rechter, laat Newton zien in deze stevig doortimmerde docu. Vaak worden de slachtoffers van tevoren al, tandenknarsend, gedwongen tot een schikking – omdat ze anders zelf aanzienlijk financieel risico lopen. Wat bij hen rest is een gevoel van fundamentele onveiligheid en permanente argwaan: is iemand in hun vriendenkring misschien toch de figuur die in tabloids wordt opgevoerd met een variant op ‘a friend said…’? Of ging het echt ‘alleen’ om gehackte telefoons en voicemails?

Daley – Olympic Superstar

BBC

‘Hij heeft het Duitse volk beloofd dat hij thuiskomt met de gouden medaille’, zegt de Britse tienkamper Daley Thompson, tijdens een persconferentie bij de Olympische Spelen van Los Angeles in 1984, over zijn Duitse concurrent Jürgen Hingsen. ‘Dat betekent óf dat hij mijn gouden medaille gaat stelen óf dat hij gaat meedoen aan een andere wedstrijd.’

Het is Thompson ten voeten uit, de grootste Britse olympiër aller tijden én een hork eerste klas. Bij de start van de puike sportdocu Daley – Olympic Superstar (102 min.) wordt de man alvast kort samengevat: arrogant, egoïstisch en lomp. En daarna verschijnt hij zelf voor de camera: een goedlachse man van inmiddels dik in de zestig, die overduidelijk trots is op z’n eigen prestaties en zijn gedrag inmiddels in perspectief kan plaatsen.

Thompson is het kind van een witte moeder en een zwarte vader. Zij is vooral aan het werk en toont hem weinig liefde, hij zit intussen in de bak en wordt daarna al snel om het leven gebracht. In de Londense wijk Notting Hill is de jonge Daley aan zichzelf overgeleverd. Hij ontdekt dat ie in de wieg is gelegd voor het koningsnummer van de atletiek, de decatlon. Zijn moeder komt alleen nooit kijken bij zijn wedstrijden. ‘Dat is toch vreemd, of niet?’

Tegelijkertijd kan regisseur Vadim Jean natuurlijk niet om ‘s mans onbehouwen gedrag heen. Dat T-shirt bijvoorbeeld dat hij droeg na de Olympische Spelen van Los Angeles in 1984, waarbij Carl Lewis vier gouden medailles won: ‘Is the world’s 2nd best athlete gay?’ Wat vind je er nu van als je hem toen ernstig hebt beledigd? vraagt Jean. ‘Ik zou het heel triest vinden als ik hem daarmee, zonder dat dit mijn bedoeling was, pijn heb gedaan.’

‘Voor Daley was het niet genoeg om een wedstrijd te winnen’, legt de Britse Olympiër Sebastian Coe uit. ‘Hij wilde z’n opponenten ook vernietigen.’ Die indruk wordt bevestigd door oud-topatleten zoals Caitlyn Jenner, Steve Cram en aartsrivaal Jürgen Hingsen. Voor Daley Thompson is alles, inclusief psychologische oorlogsvoering, geoorloofd om te winnen. ‘The Terminator doesn’t stop until he gets what he wants’, stelt sprinter Linford Christie.

De meeslepend gemonteerde sportdocu Daley – Olympic Superstar toont de man achter de onverbeterlijke winnaar: de eerste zwarte sportheld in een veelal witte wereld, de verweesde jongen op zoek naar een vaderfiguur én de afwezige ouder, die verloren tijd wil inhalen met zijn vijf kinderen, waaronder zoon Elliot die zich eveneens toelegt op de tienkamp– al realiseert ie zich terdege hij nooit op kan tegen z’n pa. Die had de Griekse goden nog kunnen verslaan.

Miracle: The Boys Of ’80

Netflix

Een ijshockeystadion als arena om de Koude Oorlog nog eens uit te vechten. Op weg naar een gouden medaille op de Olympische Spelen van 1980 in Lake Placid stuiten de ‘underdogs’ van de Verenigde Staten op de gedoodverfde kampioen, de Sovjet-Unie. Drie keer raden wie er wint in de (typisch) Amerikaanse sportdocu Miracle: The Boys Of ‘80 (101 min.). En die zege betekent natuurlijk véél meer dan zomaar een gewonnen ijshockeywedstrijd.

Ruim 45 jaar later nemen enkele sleutelfiguren uit dat legendarische Amerikaanse team gezamenlijk plaats op de tribune van het Olympic Center, om beelden terug te kijken en herinneringen op te halen. Hun bikkelharde coach Herb Brooks (1937-2003) maakte destijds een hecht team van deze mannen, die elkaar vanuit verschillende teams jarenlang naar het leven hadden gestaan. Geen beter team immers dan een ‘team of rivals’. En coach Brooks wilde best als hun gezamenlijke vijand fungeren.

Dat ging niet bepaald subtiel. ‘Je hebt niet genoeg talent om daarop te leunen’, zei hij tegen de één, ‘gouden benen, maar oerdom’ tegen een ander. En Mike Eruzione kreeg te horen dat hij speelde met ‘a ten pound fart’ op z’n hoofd. ‘Hoe ziet zo’n scheet eruit?’ vraagt Eruzione zich nog altijd af. ‘Ik ben 68 en ik word nog steeds ‘s nachts zwetend wakker’, bekent zijn teamgenoot Steve Janaszak. ‘Janaszak, je speelt elke dag slechter’, zei Herb Brooks tegen hem. ‘Je speelt nu al als volgende week.’

Met andere woorden: zonder Brooks’ ‘tough love’ zouden de Yanks op 22 februari 1980 geen enkele kans hebben gehad tegen de ongenaakbare Sovjets. Die boodschap hameren de filmmakers Max Gershberg en Jacob Rogal er stevig in, terwijl ze de weg naar die allesbeslissende match afleggen en de voornaamste hoofdrolspelers op deze route eruit lichten. En dat met het verslaan van de ‘Soviet bastards’ ook het gedachtegoed van deze vijanden van de vrijheid onschadelijk zou worden gemaakt.

De ironie van dat idee – gezien de huidige ontwikkelingen in de Verenigde Staten – gaat volledig aan deze ronkende documentaire voorbij. In dat opzicht is het patriottische Miracle: The Boys Of ’80 inderdaad een typisch Amerikaanse film: met hun zogeheten ‘miracle on ice’ creëren de helden van weleer, stuk voor stuk aandoenlijke kerels overigens, een aantrekkelijk David & Goliath-verhaal dat nog altijd tot de verbeelding spreekt. Al is een overwinning op het ‘evil empire’ zeker nog geen garantie voor goud.

Chuck Berry: The Original King Of Rock ‘N’ Roll

Cardinal Releasing

De stoet vakbroeders die in de documentaire Chuck Berry: The Original King Of Rock ‘N’ Roll (97 min.) eer bewijst aan de Amerikaanse meestergitarist, die dit jaar honderd jaar oud zou zijn geworden, is indrukwekkend:  Steven Van Zandt, George Thorogood, Joe Bonamassa, Nile Rodgers, Steve Jones, Nils Lofgren, Wayne Kramer en Joe Perry. Stuk voor stuk gitaristen van formaat. Één adept die je direct met Berry associeert ontbreekt echter: Keith Richards.

De muzikale leider van The Rolling Stones is natuurlijk tóch aanwezig in Jon Brewers postume portret van de aartsvader van de rock & roll, die klassiekers zoals Johnny B. Goode, Sweet Little Sixteen en Roll Over Beethoven afleverde en de fameuze ‘duck walk’ introduceerde. Ook hij kan niet heen om dat onvergetelijke fragment uit de concertfilm Chuck Berry: Hail Hail Rock ‘N’ Roll (1987), waarin Chuck Berry, terwijl zijn vaste pianist Johnnie Johnson met grote ogen toekijkt, Keith Richards tot gekmakens toe de gitaarriff van zijn hit Carol opnieuw laat spelen.

Behoudens een aantal gereconstrueerde scènes – geheel in zwart-wit met enkele zorgvuldig gekozen elementen, Chuck zelf bijvoorbeeld of de door hem bezongen auto’s, in felle kleuren – wikkelt Brewer met Berry’s echtgenote Themetta, enkele van zijn kinderen en bekende fans zoals Alice Cooper en Gene Simmons verder netjes de hoogte- en dieptepunten uit het leven en de loopbaan van Charles ‘Chuck’ Berry (1926-2017) af. Een baanbrekende zwarte artiest die doorbreekt naar een wit publiek – al gaat dat in de jaren vijftig bepaald niet vanzelf.

Illustratief zijn ‘s mans aanhoudende problemen met de wet. Die hebben ongetwijfeld met Chuck Berry’s gedrag en keuzes te maken, maar kunnen in het gesegregeerde Amerika zeker niet los worden gezien van zijn huidskleur. Ook in de muziekbusiness wordt hij aan de lopende band besodemieterd. Berry’s eerste hit Maybelline wordt bijvoorbeeld alleen gedraaid op de radio, omdat een derde van de royalties stiekem zijn verpatst aan de deejay Alan Freed en de een of andere verkoper van kantoorartikelen. Payola, juist. En dan ontdekken de luisteraars dat Chuck zwart is.

Een half leven later zal hij door de films Back To The Future en Pulp Fiction nog een keer ouderwets furore maken. Berry staat dan bekend als een lastpak, een man die met zijn gitaar, een kam en z’n tandenborstel de wereld rondreist en in elke uithoek optreedt met een plaatselijk begeleidingsbandje, waarna hij erop staat om in keiharde cash te worden uitbetaald. Een muzikant ook, die navolgers graag op hun plek zet, zoals Keith Richards dus aan den lijve ondervindt. En een onverbeterlijke ‘womanizer’ die desondanks ook, als we zijn gezin mogen geloven, een echte familieman is.

Tot op hoge leeftijd zal Chuck Berry zijn signatuursongs blijven spelen en de duck walk doen. Totdat de Duivel de man die hoogstpersoonlijk zijn muziek naar de wereld bracht tóch tot zich roept…

Paul Weller – Wild Wood

LW_WellerBook_32

Hij is begin dertig en lijkt al volledig uitgerangeerd. De Britse zanger, gitarist en songschrijver Paul Weller is de spil geweest van twee invloedrijke bands, The Jam en The Style Council, maar zit begin jaren negentig zonder platencontract en vraagt zich af of hij zichzelf nog een keer opnieuw kan uitvinden.

Dat is de dramatische setup voor de documentaire Paul Weller – Wild Wood (69 min.) over het (tweede) soloalbum dat hij vervolgens – niet alleen, overigens – begint te maken. Vanaf dat moment gaat alles alleen crescendo. Volgens Paul zelf, zijn muzikanten, hun producer en de platenbaas. En ook fotograaf Lawrence Watson, die het hele opnameproces in The Manor Studio in het landelijk gelegen Oxfordshire vastlegt en meteen voor de iconische hoesfoto zorgt, heeft louter positieve herinneringen.

Eigenlijk kunnen alle betrokkenen ruim dertig jaar dato nog altijd geen enkel vuiltje aan de lucht ontdekken: Wellers songs waren puntgaaf, de sfeer op het Britse platteland was zeer ontspannen (en toch professioneel), de opnames gingen dus geweldig, de reacties op de plaat waren eveneens uitstekend en de optredens daarna zonder meer heerlijk. Het album Wild Wood geldt tegenwoordig niet voor niets als een klassieker, waarbij ‘het plezier van het musiceren’ voorop stond en zich uitstekend had uitbetaald.

Met alle spontaniteit was ‘t bij zijn volgende album Stanley Road (1995) wel gedaan, stelt Weller zelf in deze popdocu van Joe Connor, waarvan er wel veertien in een dozijn gaan. ‘Het geld was goed, maar verder kreeg ik er vooral buikpijn van’, zegt de zanger, ogenschijnlijk uit de grond van zijn hart. ‘Ik vond ‘t daarvoor echt veel leuker, toen ‘t allemaal nog niet zo groot was, iedereen dacht dat je een ster was en al die andere onzin. In zo’n omgeving voel ik me veel prettiger. Dat is mijn ding.’

How Much Wood Would A Wouldchuck Chuck…: Beobachtungen Zu Einer Neuen Sprache

Werner Herzog Filmproduktion

‘Ich kann es gar nicht glauben’, zegt Steve Liptay, de nieuwe wereldkampioen veeveilen. ‘Jetzt bin Ich es!’ Althans, zo klinkt ‘t als Werner Herzog één van de hoofdpersonen van zijn korte documentaire How Much Wood Would A Wouldchuck Chuck…: Beobachtungen Zu Einer Neuen Sprache (46 min.) in het Duits nasynchroniseert. In werkelijkheid zegt de man, die zojuist zijn kinderdroom heeft verwezenlijkt: ‘I just can’t believe that I’ve done it. It’s a golden life.’

Een goede veilingmeester heeft de gave des woords, gevoel voor ritme en oog voor wie er daadwerkelijk geïnteresseerd is. Want kopers maken zich kenbaar middels kleine, soms nauwelijks herkenbare handbewegingen. Intussen draaft het vee, de koopwaar, letterlijk op, zodat het door de potentiële kopers kan worden beoordeeld. Het is een opmerkelijke setting voor een wereldkampioenschap. Want hoewel er alleen deelnemers zijn uit de Verenigde Staten en Canada, 53 in totaal, gaat het toch om het World Livestock Auctioneer Championship. Dit is en blijft tenslotte Amerika.

Herzog kijkt in deze korte docu uit 1976 mee als de dertiende editie van deze folkloristische wedstrijd, met voor het eerst ook een vrouwelijke titelpretendent, zich voltrekt in Pennsylvania en laat tussendoor enkele deelnemers aan het woord. De ene veilingmeester par excellence vertelt dat ie, onderweg voor zijn werk, op de snelweg alvast z’n mogelijke teksten oefent. Hij kan volgens eigen zeggen inmiddels vee verkopen aan de telefoonpalen. Een ander repeteert zijn ‘geratel’, dat afwisselend bewondering en een lachstuip oproept, tijdens het melken van koeien.

Het kampioenschap vindt overigens plaats in New Holland, het leefgebied van een bevolkingsgroep die zich juist afkeert van het kapitalisme: de Amish. In ‘Pennsylvaniadeutsch‘, het Westmiddelduitse dialect dat zij met elkaar spreken, bestaat zelfs helemaal geen woord voor ‘wereldkampioenschap’. En Herzog zou verder Herzog niet zijn als hij daar aan het eind, nadat ie zich het leeuwendeel van de film behoorlijk koest heeft gehouden, niet nog een grote, lekker pretentieuze draai aan geeft. Verder beperkt Der Werner zich, gelukkig, veelal tot ‘show, don’t tell’ – en ‘sell’.

Thank You Very Much

Drafthouse Films

Zelfs bij zijn dood, op slechts 35-jarige leeftijd als gevolg van longkanker, waren mensen in Andy Kaufmans omgeving op hun hoede, bang dat ze (opnieuw) het slachtoffer waren geworden van een onsmakelijke grap. Want voor Kaufman was alles – nee: álles – een act. Tot gekmakens toe.

‘Wat zou Andy Kaufman hebben gedaan als hij niet was gestorven’, filosofeert zijn beste vriend Bob Zmuda hardop in de documentaire Thank You Very Much (99 min.). ‘Hij zou zijn eigen dood gefingeerd hebben!’ Sterker: samen met z’n vriendin Lynne Margulies speculeerde hij daar ook over. ‘We spraken er regelmatig over hoeveel jaar hij weg zou moeten blijven. En dat werd steeds langer en langer, want één jaar was niet genoeg.’ Tien jaar? Twintig? Dertig zelfs? ‘Denk je dat mensen me nog zullen herinneren als ik dertig jaar ben weg geweest? vroeg hij dan. En dan zei ik: dat doen ze zeker als je terugkomt.’

Inmiddels duurt de afwezigheid van Andy Kaufman (1949-1984) al meer dan veertig jaar.  Tegelijkertijd  is zijn werk levend gebleven. Via de speelfilm Man On The Moon (1999), waarin Jim Carrey een onvergetelijke Andy Kaufman neerzet. Via een onnavolgbare documentaire over het maken van die film, Jim & Andy: The Great Beyond – Featuring A Very Special, Contractually Obligated Mention Of Tony Clifton (2017) en hoe Carrey bijna ten onder ging aan die onvergetelijke rol. En nu via dit portret van Alex Braverman, die met heerlijk archiefmateriaal kan laten zien waarom we Kaufman maar niet kunnen/willen vergeten.

Hij herleidt diens geheel eigen kijk op comedy, en op het leven in het algemeen, tot één gebeurtenis in Kaufmans vroegste kindertijd. Als kleine jongen uit Long Island in New York is Andy gek op zijn opa. Wanneer die plotseling overlijdt, besluiten zijn ouders dat dit nieuws een te grote schok is. Ze vertellen hem dat ‘Papu Sy’ op reis is gegaan naar het buitenland – een versluierde dood, juist. Andy is woest. ‘Waarom nam hij me dan niet mee?’ Hij sluit zich op in z’n kamer, begin daar in z’n eentje op te treden en biedt zichzelf, zonder dat z’n ouders ’t weten, via een advertentie in de krant aan voor kinderfeestjes.

Deze act groeit in de navolgende jaren uit tot een alsmaar serieuzere bezigheid en krijgt in 1975 een vervolg in het legendarische televisieprogramma Saturday Night Live. Enkele jaren later bemachtigt Kaufman ook een rol in de populaire sitcom Taxi. Het sullige typetje Latka Gravas, dat oorspronkelijk Baji Kimran of Foreign Man wordt genoemd, is gebaseerd op zijn Iraanse studiegenoot Bijan Kimiachi. ‘Ik ben de echte Latka Gravas’, zegt die trots. Hij kijkt verwonderd toe als zijn vriend in zijn grote succesperiode een reguliere baan neemt in de bediening bij een restaurant. Waarom? Niemand die ’t zeker weet. 

Schaamte en ongemak zijn Kaufmans handelsmerk. Undercover in het televisieprogramma The Dating Game, als zijn schofterige alter ego Tony Clifton en bij het showworstelen met vrouwen, die hij consequent afzeikt. Acts die routineus te ver worden doorgevoerd, tot het niet meer ‘leuk’ is – of juist wel. Thank You Very Much profiteert daar een kleine halve eeuw later nog altijd van. Het eeuwige kind Andy Kaufman zorgt afwisselend voor opperste verbazing, schaamrood op de kaken en buikpijn van het lachen – al is de film uiteindelijk minder ontregelend dan de lekker dwarse start doet vermoeden.

‘Zij lachen om ons’, zei Kaufman volgens zijn vriend en professioneel ’hoaxer’ Bob Pagani over z’n publiek. ‘En wij lachen om hen. Kortom: iedereen lacht!’ Totdat dit hen vergaat, als Kaufman zolang in zijn rol blijft dat anderen zich afvragen of het (nog) wel een rol is. Deze hartveroverende documentaire zet de schijnwerper nog eens vol op deze man die zijn leven als ‘één lange, verwarrende en prachtige performance’ zag.

The Last Republican

Media Courthouse Documentary Collective

Samen met Liz Cheney is hij verworden tot de risee van zijn eigen partij. Niet alleen heeft het Republikeinse congreslid Adam Kinzinger begin 2021 vóór het opstarten van een afzettingsprocedure tegen de Amerikaanse president Donald Trump gestemd. Net als Cheney is hij nu ook toegetreden tot de commissie die de gebeurtenissen op 6 januari van dat jaar – de dag waarop het Capitool, op instigatie van zijn partijgenoot Trump, werd bestormd – officieel gaat onderzoeken.

Rond die tijd begint Steve Pink ook te filmen met The Last Republican (90 min.). De twee komen allebei uit de Amerikaanse staat Illinois, maar hebben verder niets met elkaar. Pink is een klassieke ‘liberal’, Kinzinger een conservatief. In andere tijden zouden ze elkaar te vuur en te zwaard bestrijden. Nu Donald Trump de Republikeinse partij echter volledig heeft overgenomen, zijn ze ineens veroordeeld tot elkaar – en gaan ze zowaar samen een film maken. Over het verval van de Amerikaanse democratie.

Dat gaat in het begin gepaard met enig wantrouwen, maar dat maakt al snel plaats voor een vertrouwelijke sfeer én humor. Wat had je dan verwacht? houdt Pink zijn hoofdpersoon bijvoorbeeld voor, als die weer eens met pek en veren is overgoten door zijn eigen partijgenoten. Het zijn Republikeinen. Uitroepteken. Kinzinger laat zich op zijn beurt ook niet onbetuigd over Pinks verrichtingen als filmmaker – diens Hot Tub Time Machine in het bijzonder – en blijkt over een gezonde dosis zelfspot te beschikken.

Adam Kinzinger is een klassieke conservatieve Republikein, een man die zijn liefde voor het partij-icoon Ronald Reagan nog altijd niet onder stoelen of banken steekt. Hij werd als jongetje al actief voor de partij (van zijn ouders), begon als tiener taferelen uit de Amerikaanse burgeroorlog te re-enacten en nam na 11 september 2021 direct dienst. Als piloot van de United States Air Force raakte hij betrokken bij de oorlogen in Irak en Afghanistan. Een volbloed patriot, kortom, met bovendien bona fide ‘pro life’-ideeën.

Die nochtans wordt uitgekotst door de mensen waar hij al z’n hele leven bij hoort. Vanwege zijn stem tégen Trump en het feit dat hij in die vervloekte onderzoekscommissie is gaan zitten. Niet uit vrije wil overigens, stelt hij tegenover Pink. Nancy Pelosi, de gewiekste leider van de Democraten in het Amerikaanse congres, heeft hem erin geluisd. Tijdens een televisie-interview kondigde Pelosi doodleuk aan dat ze hem zou gaan bellen, in de wetenschap dat hij dan geen nee meer kon zeggen.

The Last Republican biedt talloze van zulke interessante doorkijkjes. Over Kinzingers bijdrage aan de eerste hoorzitting van de commissie bijvoorbeeld, waarin hij enkele politieagenten toespreekt die gebutst en gehavend uit 6 januari zijn gekomen. ‘You guys won!’ houdt hij hen voor, woorden die hem even daarvoor blijken te zijn ingefluisterd door zijn echtgenote Sofia. Bij de gedachte aan wat die agenten hebben doorgemaakt op de dag dat de Amerikaanse democratie werd aangevallen, schiet Kinzinger zelf vol.

En daarmee maakt hij zichzelf tot een doelwit van volksopruiers zoals Tucker Carlson en Sean Hannity. Intussen stromen de bedreigingen permanent binnen, op kantoor en thuis, waar Sofia hun eerste kind verwacht. Met zijn principiële keuze vóór de democratie vervreemdt Kinzinger zich van vrijwel zijn complete natuurlijke omgeving. Zelfs enkele familieleden zien zich genoodzaakt om in een openbare brief afstand van hem te nemen. Het congreslid begint intussen steeds meer te ogen als een gewond dier.

Met deze meeslepende documentaire brengt Steve Pink de ontmanteling van de Amerikaanse democratie in beeld via één enkele man die daaraan weigert mee te werken. Hij toont tevens hoe dat ontluisterende proces doorwerkt bij Adam Kinzinger zelf, zijn directe familie en z’n medewerkers. Want de nasleep van 6 januari wordt behalve een maatschappelijke ook een persoonlijke tragedie. De relativerende humor van het duo Pink-Kinzinger houdt de ellende nochtans draaglijk en de film in balans.

De tijd zal leren of ook die andere Republikeinen ooit nog worden aangesproken op de keuzes die zij maakten in de nasleep van de bestorming van het Capitool.

All The Empty Rooms

Netflix

En dan staan ze ineens voor de deur, een journalist en een fotograaf. Steve Hartman en Lou Bopp bellen netjes aan. De ouders nemen hen vervolgens mee naar boven. Ze hebben eerder al uitgebreid met de twee gesproken. Naar die immens lege slaapkamer. Alhoewel, leeg? De kamer staat vol met SpongeBob, foto’s en vuile kleren. Met een houten kastje, fleurige schoolprojecten en die ene kattentrui van Amazon. Of: met knuffelberen, roze muren en allerlei lichtjes, die sindsdien nooit meer uit zijn geweest.

Toen verslaggever Steve Hartman van CBS News in 1997 zijn eerste reportage maakte over een schietpartij op school, waren er nog maar zo’n zeventien ‘school shootings’ per jaar in de Verenigde Staten. Inmiddels staat de teller op 132. Om de dag dringt er een schutter een willekeurig schoolgebouw in en maakt daar één of meerdere slachtoffers. Hartman is lam geslagen door al dit uitzinnige geweld en zijn eigen verslagen daarvan. Sinds zeven jaar werkt hij daarom aan een langere productie over de slaapkamers van vermoorde kinderen. Samen met fotograaf Lou Bopp heeft hij er nog drie te gaan.

In de korte documentaire All The Empty Rooms (35 min.) sluit filmmaker Joshua Seftel bij hen aan, te beginnen met de online-kennismaking met de getroffen ouders. Daarna stappen ze samen die huizen binnen, waar het leed nog altijd alomtegenwoordig is. De ouders ontvangen Hartman en Bopp met verhalen over hun kinderen en laat hen  familiefoto’s en -filmpjes zien. Tussendoor koesteren de twee mannen hun eigen kinderen, ook hun dierbaarste bezit. Met zijn dochter Rose maakt Bopp bijvoorbeeld elke dag ‘de ochtendfoto’, om de voortgang van het leven vast te leggen. Die elders ontbreekt.

Hartman denkt tevens na over de rol van de media na de ‘shootings’. Is er niet veel te veel aandacht voor de daders, met de schutters van Columbine als meest navrante voorbeeld? En heeft hij met zijn eigen, veelal positief ingestoken, reportages de wereld niet vaak witgewassen? Met hun productie over de verlaten slaapkamers, en Seftels ingetogen weerslag daarvan, leggen ze de aandacht weer waar die hoort: bij de kinderen. En hun ouders krijgen naderhand een persoonlijk fotoboek. Met herinneringen aan de jurk voor het schoolbal, een schoenenverzameling en briefjes aan een toekomstige zelf.

Aileen: Queen Of The Serial Killers

Netflix

Kun je compassie voelen met een seriemoordenaar? Bij Aileen Wuornos, toevallig ook de bekendste vrouwelijke seriemoordenaar, is het bijna onvermijdelijk dat ook haar achtergrond in beeld komt: de dochter van een tienermoeder en een veroordeelde seksdelinquent wordt door haar ouders achtergelaten bij hardhandige en drinkende grootouders, loopt als getroebleerde tiener weg van huis en leidt vervolgens een liftend bestaan als prostituee. Daarbij zou ze volgens eigen zeggen zeker dertig keer zijn verkracht, waaronder twee groepsverkrachtingen.

Natuurlijk is ze zo ernstig beschadigd geraakt. En is het dan vreemd dat zij uiteindelijk, in opperste wanhoop, blinde woede of puur om te overleven, heeft teruggeslagen? ‘Lee’ wordt begin 1991 opgepakt bij de biker bar The Last Resort in de Amerikaanse staat Florida, samen met haar geliefde Tyria Moore. De twee lesbiennes worden verdacht van zeven moorden binnen een jaar, in 1989 en 1990. De slachtoffers hebben een vergelijkbaar profiel: het gaat om plaatselijke witte mannen van middelbare leeftijd. De ‘hooker from hell’ legt ook al snel een volledige bekentenis af bij. Zoals ze later zegt: om haar vriendin Tyria vrij te pleiten. Die heeft haar er dan echter al rücksichtslos bij gelapt.

Het is de vraag of dit het complete verhaal is. Later zal Aileen: Queen Of The Serial Killers (104 min.) ook verklaren dat ze bruut is bedreigd en verkracht door haar eerste slachtoffer Richard Mallory, die zo een dodelijke dynamiek in gang heeft gezet. ‘Ze heeft een eerlijk proces gekregen en ze verdient de doodstraf’, zegt hoofdaanklager Jon Tanner desondanks met een stalen gezicht, als televisiejournalist Michele Gillen hem enkele jaren later confronteert met nieuwe informatie over Mallory. Die maakt aannemelijk dat Wuornos bij hem inderdaad uit zelfverdediging heeft gehandeld, zoals zij later ook consequent heeft verklaard. Ruim dertig jaar later is ’t nog altijd een ontluisterende scène.

Emily Turner zet de kwestie rond Aileen Wuornos – onderwerp van de film Monster en talloze documentaires, waaronder het geruchtmakende tweeluik Aileen Wurnos: The Selling Of A Serial Killer / Aileen: Life And Death Of A Serial Killer van Nick Broomfield – nog eens netjes op een rijtje. Onderdeel van dat verhaal is ook de mediahype die vrijwel direct ontstaat rond de ‘ultieme mannenhater’. Één van de bronnen die, buiten beeld, terugblikt is filmproducer Jackie Giroux. Met anderen strijdt zij om de rechten van Aileens levensverhaal. En politieman Steve Binegar, verantwoordelijk voor het onderzoek naar de moorden, krijgt het ene na het andere aanbod om zijn kant daarvan te delen.

Verder geeft Turner het woord aan Aileens christelijke ‘adoptiemoeder’ Arlene Pralle, medegedetineerde Deidre Hunt, rechter Gayle Graziano én de Australische filmmaker Jasmine Hirst. Als slachtoffer van seksueel geweld begint zij na Aileens arrestatie met haar te schrijven. Ze zoekt haar in 1997 ook met een cameraploeg op in de dodencel. ‘Jullie gaan hier miljoenen mee verdienen’, fluistert Wuornos haar dan toe, in een scène die wéér een ander licht op haar complexe persoonlijkheid schijnt. Emily Turner verlaat zich voor een belangrijk deel op dit gevangenisinterview en de reportage van Michele Gillen en serveert dat, in combinatie met nieuws- en rechtbankbeelden, tamelijk sec uit.

In weerwil van de toch wat smakeloze titel wordt Aileen: Queen Of The Serial Killers daardoor nu eens géén dik aangezette true crime-docu, waarbij de maker zich verlustigt aan de gruwelijke daden van een troebele geest. Sterker: Wuornos’ daden worden begrijpelijk gemaakt vanuit het leven dat ze heeft geleid en de situatie waarin ze is beland. Een vrouw die zowel erfelijk belast was als ernstig verminkt is geraakt en uiteindelijk nog maar één ding wil: verlossing.