Sex Sirens

Vice

Iemand verleiden. Ook als hij/zij niet op jouw geslacht valt. Dat is de uitdaging voor de zogenaamde Sex Sirens (25 min.). Want, aldus Mariah Vineyard, iedereen kan sexy zijn op zijn of haar manier. ‘It’s all about confidence’, zegt ze, alsof ze de essentie van haar Vogue-huis, het Rotterdamse House Of Vineyard, in een pakkende slogan heeft vervat. ‘It’s all about you.’

In deze korte docu van Max Kutschenreuter en Cholena de Koningh, voortgekomen uit de Vice x IDFA-documentaire-pitch van 2018, staat de vaderlandse Ballroom-cultuur centraal, extravagante dans- en schoonheidswedstrijden waaraan vooral donkere LGBT-ers deelnemen. Diezelfde subcultuur is in de afgelopen jaren al geportretteerd in de films Mother’s Balls en Father Figure, waarbij onvermijdelijk ook thema’s als zelfacceptatie, seksuele expressie en genderdiversiteit aan de orde kwamen.

Deze docu bestrijkt grotendeels hetzelfde terrein en concentreert zich in het bijzonder op deelnemers aan de balls die de zogenaamde Sex Siren lopen, een act die op het eerste gezicht draait om pure verleiding, maar uiteindelijk natuurlijk gaat om zelfrespect en de (sensuele) expressie daarvan, die zowel een heel vrouwelijke als een heel mannelijke kant op kan gaan. Dit resulteert in heel wat uiterlijk vertoon, dat door Amber Vineyard, de ‘moeder’ van House Of Vineyard, met veel bravoure aan elkaar wordt gepraat.

Punk

Epix

Punk gaat nooit verloooooren! Althans volgens enkele ogenschijnlijk goed geconserveerde iconen van het ruige rockgenre in dit aanstekelijke documentaire-vierluik. De ultieme middelvingermuziek stak in de jaren zeventig zijn lelijke kop op, kreeg tijdens de eighties onder de noemer hardcore een erg grimmig karakter en kon in de negentiger jaren als poppunk eindelijk commercieel worden geëxploiteerd. Intussen was het ooit zo dwarse genre natuurlijk allang ingekapseld door de muziekindustrie, waarop het in het openbaar altijd had gespuugd.

Niet dat de gestaalde miniserie Punk (219 min.) daar al te veel aandacht aan besteedt. De nadruk ligt, zoals gebruikelijk in dit soort muziekdocu’s, op het bewieroken van de eigen helden. Dat is in het geval van punk eerder gedaan, maar niet vaak beter of completer. De serie van Jesse James – goede naam trouwens voor een regisseur van een punkfilm – Miller behandelt niet alleen de beginperiode, toen de punkmuziek en -lifestyle hun naam vestigden, maar brengt ook de periode van de grote commerciële doorbraak – of, zo je wilt de grote uitverkoop – in beeld.

Aflevering 1 richt zich op de Amerikaanse voorvaderen van het genre (The MC5, Stooges, New York Dolls en Ramones). In het tweede deel staat de Britse sensaaaaatie die daarop volgde (Sex Pistols, Damned en The Clash) centraal. De Amerikaanse hardcorescene van begin jaren tachtig (Bad Brains, Black Flag, Dead Kennedys en Minor Threat) bevolkt episode 3. En in de slotaflevering (Bad Religion, Nirvana, Green Day, The Offspring en Rancid) worden tenslotte grunge en skatepunk als soundtrack voor de alternatieve jeugd belicht.

Deze slicke serie heeft een lekker verteltempo, is natuurlijk dichtgesmeerd met opwindende muziek en beschikt bovendien over een behoorlijke sterrencast met vedettes (en usual suspects) als Iggy Pop, Wayne Kramer, Johnny Rotten, Marky Ramone, Debbie Harry, Joan Jett, Ian MacKaye, Jello Biafra, Henry Rollins, Flea, Brett Gurewitz, Billie Joe Armstrong, Josh Homme en Dave Grohl. Zij stralen in zowat alles uit dat punk behalve muziek vooral ook een attitude is. Van: Wij tegen de rest. Waarbij alles mag, zolang het maar punk is. Zoiets.

’Het is heel eenvoudig’, zegt Penelope Spheeris, maakster van de klassieke punkdocu The Decline Of Western Civilization uit 1981, daarover. ‘Je bent het en je snapt het. Of je bent het niet en snapt het dus ook niet.’ Waarbij je je automatisch afvraagt: zouden al die sprekers, die je ervan verdenkt dat ze, net voordat de cameraploeg binnenkwam, nog gauw even een kleurspoelinkje door hun haar hebben gedaan en het nog eens lekker door elkaar hebben gehusseld, bijvoorbeeld nooit een héél klein beetje moe worden van de punkmores en bijbehorende haarkloverij? Zulke vragen stel je echter niet in een ode aan een muziekstroming die staat of valt bij kwalificaties als ‘authenticiteit’ en ‘street credibility’.

Ook dat heeft overigens zijn charme. Als Miller op een platenspeler oude punkklassiekers zoals I Wanna Be Your Dog of Anarchy In The UK afspeelt voor zijn gesprekspartners, blijven die lekker in hun rol en zingen of luchtgitaren enthousiast mee. Het levert fraaie taferelen op. Van metershoge helden die zichzelf terugbrengen tot doodgewone punks. En dat zou je de essentie van de stijlvorm kunnen noemen.

Porndemic

Zelf dachten ze dat hun stiel op het punt stond om de overstap naar de mainstream te maken. Eind jaren negentig leek porno zich definitief te hebben ontworsteld aan zijn schmutzige verleden. Het geld was goed. En de roem ook. Naast een carrière in de Amerikaanse seksindustrie lonkte voor menige performer zelfs een loopbaan als regulier acteur. En toen sloeg het noodlot toe in de miljardenbusiness. In de vorm van een seksueel overdraagbaar en dodelijk virus.

De eerste bekende performer die HIV-postief werd bevonden was de actrice Tricia Devereaux, die nog altijd woedend is over wat haar is overkomen. Niet veel later volgden nog een paar gekende namen. En daarna moesten er onmiddellijk schema’s worden getekend met dwarsverbanden tussen de verschillende acteurs en actrices: wie had met wie gewerkt binnen de kleine ‘pornofamilie’? Stuk voor stuk zouden ze worden getest, om de bron van alle besmettingen te traceren: Patient Zero.

Die taak kwam voor rekening van dokter Sharon Mitchell, zelf jarenlang actief als actrice en regisseur. In de documentaire Porndemic (93 min.) vertelt ze dat de business HIV in zekere zin over zichzelf heeft afgeroepen. Porno was in de jaren negentig, met de opkomst van video en internet, steeds extremer geworden; van anale seks tot gangbangs. De kans op aids, een ziekte die vreemd genoeg nog altijd werd geassocieerd met homoseksuelen en drugsgebruikers, was daardoor flink toegenomen.

En nu was het dus zover: een brandhaard in de porno-industrie. Wie o wie was Patient Zero? Nadat ze alle betrokken sekswerkers had getest, resteerde alleen een voormalige geliefde. Met een list verleidde Mitchell hem om zich te melden. Later maakte ze, zonder zijn toestemming, de resultaten van de bloedtest wereldkundig. ‘Daarvoor zou ze vervolgd moeten worden’, aldus Zero nu. ‘Het was kwaadaardig dat ze dat deed.’ Mitchell is zich nog steeds van geen kwaad bewust: ‘Wat moest ik anders?’

Patient Zero was de lul, constateert adult entertainment blogger Luke Ford in deze lekker slicke film van Brendan Spookie Daly, die is opgeleukt met allerlei kekke muziekjes. Intussen zien we beelden van Mitchell en Zero in betere tijden, hijgend en zwetend tijdens een gezamenlijke seksscène. In werkelijkheid probeerde de pornoster na de onheilstijding om het verhaal naar zijn hand te zetten, maar die missie had nauwelijks kans van slagen. Zeker toen er nog meer apen uit de mouw kwamen…

De langharige loverboy werd persona non grata binnen de wereld die altijd zoveel van hem had gehouden. Zero’s huisgenoot Tom Byron, zelf ook pornoster, wordt nog altijd emotioneel als hij eraan terugdenkt. Samen met insiders als acteur Herschel Savage, regisseur/publicist Bill Margold en de onvermijdelijke Ron Jeremy probeert hij in deze overtuigende documentaire, waarin slinks actiescènes en dialogen uit pornofilms zijn geïncorporeerd, de impact van de HIV-kwestie op de business te duiden.

Die werd, kort gezegd, danig verneukt.

Joyride

joyride

 

Het vrouwencondoom lijkt vooralsnog eenzelfde lot te zijn beschoren als de mannenpil; de realisatie ervan is technisch mogelijk en er lijkt ook wel behoefte aan te zijn. Maar is de vraag ook groot genoeg om de aanzienlijke ontwikkelingskosten te dekken, zodat het ‘product’ straks tegen een betaalbare prijs op de markt kan worden gebracht?

Het condoom moet daarnaast natuurlijk veilig, praktisch én aantrekkelijk zijn. Anders is het geen reëel alternatief voor andere anticonceptiemiddelen – of gewoon onbeschermde seks. Zie daar de uitdaging die enkele grote dromers aangaan in Joyride (52 min.). Ze willen een betaalbaar alternatief ontwikkelen voor het reeds beschikbare vrouwencondoom, dat simpelweg te duur is voor veel vrouwen in ontwikkelingsgebieden.

Allereerst is er de Luvli van de aandoenlijke Amerikaan Frank Sadlo, die de hele wereld afreist om zijn superpreservatief aan de vrouw te brengen. Hij kruist daarbij regelmatig het pad van aalgladde investeerders als Jud Ireland, die zonder enige gêne zoiets banaals als ‘we’re gonna own the pussy’ kan roepen. Aan de andere kant van het spectrum beweegt zich de Maleisische arts Jon Tang, die serieuze interesse heeft gewekt vanuit de business, maar volgens zijn concurrent Sadlo een soort ‘luier met een gat erin’ heeft ontworpen.

Dat tekent de veelal luchtige atmosfeer van deze film. Joyride heeft over het algemeen een laaginstapniveau en vlot verteltempo. Toch heeft die zoektocht naar het juiste materiaal dat prettig zit én aanvoelt, gezien het aantal ongewenste zwangerschappen en abortussen, natuurlijk wel degelijk serieuze betekenis. Volgens de World Health Organization lopen jaarlijks bovendien zo’n 350 miljoen mensen een seksueel overdraagbare ziekte op. Kunnen zij, vraagt regisseur Randall Woods zich af in deze vermakelijke documentaire, binnen afzienbare tijd misschien een beroep doen op de Luvli of Wondaleaf?

Voyeur

 

Het boek The Voyeur’s Motel moet in 2016 de kroon op de glorieuze carrière van Gay Talese als literaire journalist worden. Hij schreef over Frank Sinatra, Joe DiMaggio en de onlangs overleden Charles Manson en onderzocht in het veelbesproken boek Thy Neighbour’s Wife de seksuele moraal van Amerika in de jaren zestig en zeventig. Zo’n mooi verhaal, over een gluurder met zijn eigen motel, werd hem in zijn lange en imposante carrière echter niet eerder in de schoot geworpen.

De tintelende documentaire Voyeur (95 min.) belicht de pas de deux van twee hoogbejaarde mannen die hun leven en carrière met een daverende klap willen besluiten: de gevierde schrijver Talese, representant van de New Yorkse elite, en de schmutzige moteleigenaar Gerald Foos uit Colorado, die jarenlang via speciaal aangelegde roosters zijn eigen gasten bespiedde. Sinds 1980 hebben de mannen contact met elkaar. Ruim 35 jaar later besluiten ze om eindelijk naar buiten te treden.

De filmmakers Myles Kane en Josh Koury volgen de schrijver en zijn heerlijke ‘larger than life’-personage in de aanloop naar de publicatie van Taleses long read over Foos in The New Yorker, waarmee zijn boek lekker in de markt moet worden gezet. Niet veel later slaat de twijfel toe bij de oude rot Gay Talese, die alles al meegemaakt denkt te hebben: is dit een mooi verhaal óf gewoon te mooi om waar te zijn?

Het spannende verhaal van Talese en ‘peeping tom’ Gerald Foos heeft natuurlijk ook de interesse van Hollywood gewekt. Steven Spielberg en Sam Mendes hadden zelfs concrete plannen om er een speelfilm van te maken. Toen ze hoorden van de documentaire Voyeur hebben ze die echter afgeblazen.

Venus

 

Zet een stoel midden in de kamer, laat enkele jonge vrouwen daarop plaatsnemen en praat met hen over hoe ze hun seksualiteit beleven. Veel meer heeft de documentaire Venus (57 min.) van Lea Glob en Mette Carla Albrechtsen niet om het lijf.

De vrouwen die centraal staan in de Deense film, vorig jaar op het IDFA bekroond met de EDA Award voor best female-directed documentary, kwamen in eerste instantie op een castingoproep af. Voor een speelfilm over de seksuele verlangens en frustraties van vrouwen. Dat filmidee heeft gaandeweg plaats moeten maken voor deze praatdocu.

Venus, een titel die natuurlijk verwijst naar de Romeinse godin van de liefde, had met gemak een puberale aangelegenheid kunnen worden. Met platvloerse, exhibitionistische of juist treurige verhalen. De film ontwijkt die valkuilen echter met verve en toont gewone (en erg openhartige) jonge vrouwen in al hun intimiteit en kwetsbaarheid.

Ook als er wordt gesproken over hoe ze een orgasme beleven, pijnlijke sekservaringen of hoeveel bedpartners ze hebben gehad, leidt dit niet tot Spuiten & Slikken-achtige taferelen. Zelfs als de maaksters de geïnterviewden vragen om te flirten met de camera of zich in het zicht van de kijker te ontkleden, gaat Venus geen moment gebukt onder effectbejag.

After Porn Ends 2

 

In de tweede After Porn Ends-documentaire (99 min.) van Bryce Wagoner komt wederom een bonte verzameling voormalige pornosterren aan het woord. Hun verhalen hebben meestal een sombere ondertoon, ook al proberen enkele van de inmiddels very adult stars die te verbergen onder sterke verhalen en laconieke bekentenissen.

Het blijkt moeilijk loskomen van het vak, dat je de rest van je leven zal blijven achtervolgen. Sommige van hen keren er dan ook steeds weer in terug. Kunnen ze nog anders? Óf: mogen ze eigenlijk nog wel anders? Slechts een enkeling, zoals Darren James die besmet raakte met HIV en zichzelf daarna opnieuw uitvond als voorlichter van een aids-stichting, vindt een uitweg.

De somberste verhalen komen van twee sterren die ooit doordrongen tot de mainstream media: Chasey Lain, vereeuwigd in een even grappig als pijnlijk pophitje van The Bloodhound Gang, en Janine Lindemulder, ooit de femme fatale van een geinige videoclip van de pretpunkband Blink-182, vaste gast in de radioshow van shockdeejay Howard Stern en de geliefde van de zanger van hardrockgroep Mötley Crüe.

Inmiddels zijn beide dames ruim 15 jaar ouder en allang geen superster meer. De lamgeslagen Lain lijkt intussen te zijn afgegleden naar de duistere achterbuurten van het vak, terwijl Lindemulder een gevangenisstraf te boven probeert te komen, worstelt met geldgebrek en verslaving, en intussen koste wat het kost haar kind weer wil zien.
Het is al met al geen al te vrolijk stemmend beeld dat Bryce Wagoner in de rechttoe rechtaan documentaire After Porn Ends 2 schetst. Tegelijkertijd slaagt hij erin om geen veroordelende (of juist verheerlijkende) houding aan te nemen.