The Secret Life Of Uri Geller: Psychic Spy?

Springer Films

Hij zegt ’t met een stalen gezicht. ‘Ik kan je dit alleen vertellen omdat het programma inmiddels is vrijgegeven’, vertelt de Amerikaanse wetenschapper Russell Targ van het gerenommeerde Stanford Research Institute over de pogingen van de Amerikaanse veiligheidsdienst CIA om, midden in de Koude Oorlog, een gecrasht Sovjet-vliegtuig in Zaïre te traceren. Om er vervolgens bloedserieus aan toe te voegen: ‘Anders had ik jullie, nadat ik had verteld wie dit programma had gefinancierd, moeten doden.’

Welkom in een levensechte James Bond-film. Met zowaar een absolute hoofdrol voor ’s werelds beroemdste paragnost, Uri Geller. De Israëlische lepeltjesbuiger, helderziende en gedachtelezer zou jarenlang in het geheim voor enkele veiligheidsdiensten hebben gewerkt. Eerst voor de Mossad, daarna dus ook voor de CIA. De man wil – nee: kán – er zelf niets over kwijt in de documentaire The Secret Life Of Uri Geller: Psychic Spy? (91 min.) uit 2013, maar zegt steeds nét genoeg om de aandacht toch vast te houden.

Geller zou met zijn bijzondere gaven bijvoorbeeld een essentiële rol hebben gespeeld bij de Israëlische aanval op het Oegandese vliegveld van Entebbe in 1976, waarbij de Joodse passagiers van een gekaapt vliegtuig konden worden bevrijd. Daarover zegt hij dan: ‘Wat ik lees en hoor is dat ik radarsystemen tot aan Entebbe heb uitgeschakeld tijdens de bestorming, waarbij de broer van Benjamin Netanyahu is omgekomen. Zo zouden de Israëlische vliegtuigen veilig hebben kunnen landen in Entebbe.’

Maar dat heb je dus niet van hem. Filmmaker Vikram Jayanti moet de bevestiging van dit soort sterke verhalen dus elders halen. Bij wetenschappers van de prestigieuze Stanford University, zoals Russell Targ en zijn collega-natuurkundige Hal Puthoff, astronaut Edgar Mitchell, enkele oud-CIA-medewerkers en legerofficieren én de Israëlische premier Benjamin Netanyahu. Zij ondersteunen, direct dan wel indirect, Gellers suggesties. Want hij mag dan de schijn tegen hebben, wellicht heeft wel de waarheid aan zijn zijde.

Jayanti lardeert zijn zoektocht door de wereld van psyops met een wirwar aan ludieke muziekjes: van het Peter Gunn Theme en de soundtrack van The X Files tot het Mission Impossible-deuntje en – natuurlijk – dat uit duizenden herkenbare James Bond-thema. Daarmee relativeert hij zijn eigen bevindingen, die hem ook nog brengt bij de Hollywood-komedie The Men Who Stare At Goats (2009), waarin een Amerikaanse legereenheid wordt opgevoerd die gebruik maakt van paranormale tactieken en zo geiten doodt.

Dat kolderieke idee blijkt zowaar een snipper van een flinter van een kern van waarheid te bevatten: tijdens een wetenschappelijk experiment zou een helderziende in staat zijn geweest om de hartslag van een rat zo te vertragen dat die eraan overleed. En als dat inderdaad echt is gebeurd, zouden zo dan ook politieke rivalen om zeep kunnen worden geholpen? Naar het antwoord op die vraag blijft het gissen. Omdat a) het nooit is gebeurd. b) dit helemaal niet kan. Of c) dat zo geheim is dat niemand ‘t ooit zal toegeven.

En dus blijft ook ná het bekijken van deze vermakelijke film in nevelen gehuld of Uri Geller daadwerkelijk een paranormaal begaafde superspion is – of toch een charlatan, die weer een nieuwe manier heeft gevonden om zichzelf in het middelpunt van de belangstelling te plaatsen.

Broken English

Paradiso Films / vanaf donderdag 2 april in de bioscoop

The Ministry Of Not Forgetting, belast met het bewaren van cultureel erfgoed, heeft zich nu over de casus Marianne Faithfull gebogen. Een typisch geval van: verkeerd herinnerd. Als ex van Rolling Stones-zanger Mick Jagger, op de eerste plaats. En daarna: als hopeloze junk, ruim twintig jaar verslaafd aan alle mogelijke drank en drugs.

Daar wil het Ministerie van Niet-Vergeten, waar deze hybride film is gesitueerd, dus subiet verandering inbrengen. In een futuristisch ogend researchcentrum gaat de onderzoeker van dienst, een rol van de jonge Britse acteur George McKay (1917), het subject nog eens grondig doorlichten. Daarvoor heeft hij Faithfull zelf ook uitgenodigd, om samen met haar de opgediepte bewijsstukken – archiefinterviews, nieuwsbeelden en concertopnamen – te analyseren.

Toegegeven: de opzet van Broken English (99 min.) doet in eerste instantie gekunsteld aan. De regisseurs Iain Forsyth en Jane Pollard, die eerder samen bijvoorbeeld ook de geweldige Nick Cave-docu 20.000 Days On Earth (2014) maakten, hebben wel heel veel beeld- en verteltrucs, inclusief een onderzoeksleider die toch wel erg veel wegheeft van Tilda Swinton, uit hun mouw geschud om de gebruikelijke plaatje-praatje muziekdocu te vermijden. Het werkt alleen wel. Geweldig zelfs. Deze film kantelt het beeld van de hoofdpersoon en ontstijgt haar tegelijk ook.

Met de misogynie waarmee Marianne Faithfull, tijdens het maken van de film overleden, in haar leven stelselmatig te maken kreeg bijvoorbeeld. De continue vragen in talkshows over met welke bekendheid ze nu weer het bed had gedeeld. Of de volledig overtrokken reactie van alles en iedereen op haar ‘drugslied’ Sister Morphine, dat in 1969 direct in de ban werd gedaan. Toen The Stones het nummer twee jaar later op hun album Sticky Fingers zetten, kraaide er echter geen haan meer naar.

Aan Mick maakt de dame in kwestie weinig woorden vuil. Hij komt natuurlijk wel langs in het archiefmateriaal dat wordt bekeken en beoordeeld. En, natuurlijk, in oude interviews met Marianne Faithfull zelf. ‘Stel je voor dat je op je 45e nog Satisfaction moet zingen’, zegt een eerdere incarnatie van haar. ‘Arme donder’, voegt ze er in tegenwoordige tijd aan toe. Faithfull maakt, in die laatste levensfase, een even kwetsbare als montere indruk. Een vrouw die vrede heeft gesloten met het leven. Háár leven.

Forsyth en Pollard geven ook haar beste songs een nieuw leven. Omdat hun heldin tegenwoordig een artiest in ruste is, afhankelijk van zuurstoftoevoer, laten ze onder andere Beth Orton, Suki Waterhouse, Courtney Love en Nick Cave, in de rug gedekt door Warren Ellis, Ben Christophers, Ed Harcourt en Thurston Moore, enkele van haar songs uitvoeren op het Ministerie. En uiteindelijk geeft de grande dame zelf natuurlijk ook nog een allerlaatste performance. Met Johnny Cash-achtige allure.

Haar werk is niet gestold geraakt in de tijd, maar nog net zo vitaal als ooit. Wanneer het onvermijdelijke nieuws komt – Tilda Swintons woorden ‘Onze onbevreesde vriendin is weg. Weg, maar niet vergeten.’ galmen nog wel even na – zijn de keuzes in en uitvoering van misschien wel de beste muziekfilm van het jaar bovendien op een geloofwaardige manier verklaard en lijkt alles ook wel gezegd, gezien en bezongen. Marianne Faithfull gaat ‘gracefullly’ de herinnering in. Als artiest, als icoon en als mens.

I Cut Off His Penis: The Truth Behind The Headlines

HBO Max

Het is inmiddels ruim dertig jaar geleden. En nog altijd roept haar naam, Lorena Bobbitt, dat ene beeld op: van een afgesneden penis. Het slachtoffer? Haar eigen echtgenoot John Wayne Bobbitt. Het bizarre incident op 23 juni 1993 maakte wereldnieuws van de twee echtelieden. Zij kwam daarmee te boek te staan als de archetypische wraakzuchtige vrouw. En hij maakte, eenmaal gerepareerd, bescheiden carrière in de porno-industrie. Een spraakmakend en volstrekt uniek verhaal, dat natuurlijk helemaal werd uitgemolken door de media – en dat eerder al z’n weg vond naar de vierdelige docuserie Lorena (2019).

Zo uniek is dat verhaal echter niet, betoogt Annabel Gillings in een tweedelige documentaire, met een wat onfortuinlijke titel: I Cut Off His Penis: The Truth Behind The Headlines (84 min.). Alleen in Thailand waren er tussen 1973 en 1980 al meer dan honderd gevallen. En er zijn later ook golven van ‘penicide’ geweest in Vietnam en Kenia. Want één sensatieverhaal kan kopieergedrag in de hand werken. En voor je het weet gaan ‘copycats’ met een mes of schaar in de weer. ‘In gemeenschappen waarin er veel van dit soort misdaden zijn komen zeker na-apers voor’, stelt Jacqueline Helfgott van het Crime & Justice Research Center. ‘We zijn allemaal een product van de tijd waarin we leven, de cultuur waarin we leven en de media die we consumeren.’

Gillings koppelt het verhaal van Lorena Bobbitt, een Venezolaanse immigrante die probeerde te overleven in de relatie met een gewelddadige man, aan de al even saillante zaak rond Brigitte Harris. Zij attaqueerde haar eigen vader. Die had haar vanaf heel jonge leeftijd misbruikt, vertelt ze. Toen ze hem na jaren afstand voor het eerst weer ontmoette en zag hoe hij haar vijfjarige nichtje op schoot nam, sloegen de stoppen door bij Harris. ‘Brigitte was absoluut schuldig’, stelt haar advocaat Arthur Aidala daarover. ‘Als de jury haar schuldig had bevonden aan doodslag, dan hadden ze wettelijk gezien gelijk.’ Aidala’s strategie was echter dat ze de wetboeken uit het raam zouden gooien en het totale verhaal van Brigitte Harris tot zich zouden nemen.

Tegenover deze getuigenissen staat in dit aardige tweeluik het relaas van “Ollie”, een geanonimiseerde man die met een stanleymes werd bewerkt door een vrouw, met wie hij zogezegd een weinig serieuze relatie had. Zij bleek later ook al eerder geweld te hebben gebruikt. Geconfronteerd met deze casus speculeert Harriet Wistrich, directeur van het Centre For Women’s Justice, dat er bij deze “Linda” waarschijnlijk sprake is geweest van een achtergrond met seksueel geweld. Dan kunnen nieuwe ervaringen zomaar een paniekreactie ‘triggeren’. Met alle gevolgen van dien. Bij een man is ‘t min of meer geaccepteerd dat hij als agressor opereert, vult Jacqueline Helfgott aan. Vrouwen worden echter geacht om de rol van slachtoffer aan te nemen.

Als de rollen voor de verandering eens zijn omgedraaid – en daarbij iemands mannelijkheid wordt aangetast – wordt dit dan direct wereldnieuws.

Quad Gods

HBO Max

Als de kolossale krachtpatser Titus O’Neil staat hij beslist zijn mannetje in de worstelring. In werkelijkheid zit de Afro-Amerikaanse dertiger Richard Jacobs in een rolstoel. Een kleine tien jaar geleden heeft zijn leven een dramatische wending gekregen en liep hij een dwarslaesie op. ‘Niet zo’, dacht hij nog, toen het noodlot zich aandiende, in de vorm van twee mannen met een wapen. En, denkend aan zijn vrouw en kinderen: ‘God, niet nu!’

Met teamgenoten zoals Repnproof, Mongo Slade en Whiplash247 behoort Richard, onder de noemer Breadwinner1007, tegenwoordig tot de Quad Gods (83 min.), een e-sportsteam dat volledig uit Amerikanen in een rolstoel bestaat. In videogames proberen ze hun tegenstanders te verslaan en zichzelf te overwinnen. Want videogamen kan heilzaam zijn. Dat is tenminste de stellige overtuiging van Quad Father, ofwel dokter en neurowetenschapper David Putrino.

De arts van het Abilities Research Center van het New Yorkse Mount Sinai Hospital wil het idee onderuit halen ‘dat biologie je lot bepaalt’. Concreet: dat iemand die ruggengraatletsel heeft opgelopen, de gevolgen ondervindt van een hersentrauma of een beroerte heeft gehad zich maar moet schikken in z’n lot. Putrino is ervan overtuigd dat ook mensen zoals zij zich kunnen blijven ontwikkelen en dat gamen daarin een essentiële rol kan spelen.

Deze straffe film van Jess Jacklin volgt hoe enkele Quad Gods zich staande proberen te houden in zowel de echte als de virtuele wereld. Het zijn mannen, door het lot met elkaar verbonden, die weten hoe ’t is om gevangen te zitten in je eigen lichaam en die tegelijkertijd het leven ten volle willen aangaan. Kun je bijvoorbeeld autorijden als je verlamd bent? Een baan als etensbezorger voor Über aanhouden? Lekker daten? Of toch weer ‘gewoon’ lopen?

Bij elkaar vinden ze steun, kameraadschap en humor. En deze documentaire, waarin Jacklin met animaties hun vorige levens en de games verbeeldt, toont hen zoals ze nu zijn: mensen van vlees en bloed die nog altijd balen als ze verliezen, kunnen ruziën over het ontbreken van winnaarsmentaliteit bij de ander of een blowtje roken, omdat daarmee zenuwpijn op de lange termijn misschien wel beter is te bedwingen dan met reguliere, doorgaans zeer verslavende pijnstillers.

De Quad Gods werken in dit groepsportret toe naar een all-adaptive esportstoernooi, waar maar liefst 50.000 dollar aan prijzengeld is te verdelen, maar zijn uiteindelijk vooral onderweg naar zelfacceptatie. ‘Ik ben trots op mezelf’, stelt Blake Hunt, aka Repnproof, bijvoorbeeld aan het einde. ‘Ik ben trots op m’n rolstoel. Ik hoef niet te lopen. Dat betekent niets meer voor me. Ik heb één identiteit verloren en mijn echte ik gevonden. Het was een hergeboorte. Ik ben wie ik moest zijn.’

The Enfield Poltergeist

Apple TV+

Het is duidelijk wie de hoofdrolspelers zijn, in dat behekste huis in de Londense deelgemeente Enfield: Janet Hodgson, een meisje van elf met heel veel verbeeldingskracht. En haar moeder Margaret ‘Peggy’ Hodgson, een gescheiden Britse vrouw van 47 met vier kinderen. Omdat een klopgeest regelmatig hun huis bezoekt, worden zij vanaf 1977 twee jaar lang intensief geobserveerd door zakenman en uitvinder Maurice Grosse, die paranormale zaken ‘op een wetenschappelijke manier’ wil onderzoeken, en zijn assistent, geestenexpert Guy Playfair. De twee maken uiteindelijk meer dan tweehonderd uur audio-opnamen in ‘the haunted house’ aan 284 Green Street.

En die vormen nu het fundament onder The Enfield Poltergeist (234 Min.). Want op basis van die tapes heeft regisseur Jerry Rothwell, die enkele jaren geleden de immersieve autismefilm The Reason I Jump maakte, belangrijke gebeurtenissen gereconstrueerd. Acteurs spelen in een ingenieus decor lip sync mee met het oorspronkelijke geluid. Deze vierdelige serie bestaat dus voor een belangrijk deel uit gedramatiseerde scènes, het audio daarbij is echter authentiek en rechtstreeks afkomstig van de geluidsbanden van Grosse en Playfair. Dat is even wennen – in de Nederlandse documentaire Moeders deed Nirit Peled ’t overigens ook al – maar werkt wonderwel.

Rothwell spreekt daarnaast met (directe familie van) de Hodgsons, de woordvoerder van de zogenaamde Society For Psychical Research, medewerkers van The Daily Mirror, de BBC-verslaggever die er destijds op af werd gestuurd en diverse psychologen en (neuro)wetenschappers, die een kijkje gingen nemen bij de Hodgsons of met de wijsheid van nu naar de bizarre gebeurtenissen aldaar kijken. Ook Maurice Grosse’s aanvankelijk erg sceptische zoon Richard komt uitgebreid aan het woord. Hij liet zich gaandeweg verleiden om toch een bezoek te brengen aan het huis. Richard sprak daar toen – hij kan zich er nog altijd nauwelijks toe zetten om het te zeggen – met een geest.

Dat is maar één van de vele vreemde zaken in Enfield: er klinken allerlei sinistere geluiden, objecten vallen om of belandden op een andere plek en er wordt, natuurlijk, volop geklopt. En alles speelt zich af in, om of door de tiener Janet, die als medium lijkt te fungeren voor iets wat zich tussen hemel en aarde beweegt, een overledene wellicht die verleden heeft in dat vervloekte huis. Vanzelfsprekend ontmoet Maurice Grosse ook scepsis als hij verhaalt over zijn bevindingen. De psychologe Anita Gregory komt bijvoorbeeld eens kijken in Enfield en zet daarna in het rapport Problems In Investigating Psychokinesis grote vraagtekens bij de authenticiteit van wat zich daar afspeelt.

En die Enfield Poltergeist is, vanaf enige afstand bekeken, natuurlijk ook ‘too bad to be true’. Soms lijkt ie te citeren uit The Exorcist, een horrorfilm die halverwege de jaren zeventig immens populair is. Op andere momenten is het dan weer alsof de dan wereldberoemde ‘lepeltjesbuiger’ Uri Geller als z’n inspiratiebron heeft gefungeerd. De gebeurtenissen in de Londense deelgemeente trekken in elk geval zoveel aandacht dat zelfs de beruchte Amerikaanse spokenjagers Ed en Lorraine Warren, onlangs nog te zien in de documentaire The Devil on Trial, even poolshoogte komen nemen. En er is ook een Nederlandse connectie: het medium Dono Gmelig-Meyling meldt zich. 

Rothwell neemt dit spraakmakende verhaal krachtig bij de hand en blijft zoveel mogelijk uit de buurt van effectbejag, maar speelt alle ontwikkelingen wel bijzonder slim uit, waarbij hij bijvoorbeeld zeer gedoseerd informatie deelt. Zo valt zijn publiek eerst van de ene verrassing in de andere en wordt daarna ook nog geraakt door personages zoals Janet, Margaret en Maurice, die elk hun eigen issues meebrengen naar dat veelbesproken huis in Enfield. Het resultaat is een absolute tour de force, een bijzonder inventieve, enerverende en toch ook heel menselijke serie die het midden houdt tussen een documentaire- en een ‘based on a true story’-productie en die na bijna vier uur speeltijd nog een flinke tijd nazindert.

Life According To Sam

HBO

Hij oogt als een hoogbejaard kind. Sam Berns heeft Progeria, een aandoening waardoor hij vroegtijdig veroudert. In de hele wereld zijn er zo’n 250 kinderen met Progeria. Er bestaat geen remedie. De meeste van hen worden niet ouder dan dertien of veertien. Dan vallen ze ten prooi aan ouderdomskwalen of een hartinfarct.

Sam uit Foxborough, Massachusetts, is inmiddels dertien. Zijn ouders, Leslie Gordon en Scott Berns, zijn allebei arts en runnen hun eigen stichting, The Progeria Research Foundation. Ze hebben inmiddels het gen ontdekt dat Progeria veroorzaakt en het medicijn Lonafarnib gevonden, dat ze willen gaan uittesten op een kleine dertig kinderen uit zestien verschillende landen. De tijd dringt. Ze hopen dat hun kind nog de vruchten van hun inspanningen kan plukken.

Dat is de startpositie voor Life According To Sam (94 min.), waarin het echtpaar Sean Fine en Andrea Nix Fine zes kinderen en hun ouders volgt. Vanuit India, Canada, Italië, Pakistan en de Verenigde Staten participeren zij in het wetenschappelijke onderzoek van Sams ouders. Ze variëren in leeftijd van zes tot en met achttien jaar oud en hopen stuk voor stuk, waarschijnlijk tegen beter weten in, dat ze die dodelijke ziekte achter zich kunnen laten.

Intussen zoomen de Fines ook in op de gedreven Leslie en Scott, hun zoon en de race tegen de klok waarin zij al sinds zijn geboorte zijn verwikkeld. ‘Ik ga heel anders met de dood om dan de meeste andere mensen’, zegt Sam in deze documentaire uit 2013. Hij is in de voorgaande jaren al de nodige vriendjes kwijtgeraakt. ‘Kinderen met Progeria kunnen het gevecht soms niet winnen en komen te overlijden. Daaraan probeer ik niet al te veel te denken.’

Sam is natuurlijk meer dan zijn aandoening. Een gelauwerde leerling, om maar eens wat te noemen. Toch wordt zijn leven wel degelijk gedomineerd door Progeria. Het is bijvoorbeeld mooi en wrang tegelijk om te zien hoe de jongen als een soort eregast wordt ontvangen bij een optreden van zijn favoriete groep, The Dave Matthews Band. Vader Scott, zelf ook fan, zou echter graag afzien van deze voorkeursbehandeling, bekent hij, als dat zou betekenen dat Sam gezond en gewoon kind kon zijn.

In werkelijkheid is de familie Berns, dat maakt deze aangrijpende documentaire heel tastbaar, veroordeeld tot leven met een zandloper die zienderogen door zijn korrels heen begint te raken. En tot de hoop, die je als ouder nu eenmaal nooit mag laten varen, dat er toch nog op tijd een remedie wordt gevonden.

Hoe het Sam Berns en zijn ouders ná Life According To Sam is vergaan, is hier te lezen.

Indian Space Dreams

NTR

Waar elke ruimtevlucht van de Amerikaanse NASA op een grootse Hollywood-productie lijkt, ogen de pogingen van de Indian Space Research Organisation om een astronomische satelliet de ruimte in te krijgen eerder op een uit de hand gelopen project van professor Barabas. Het budget van de Indiërs is dan ook maar een tiende van wat NASA ter beschikking heeft. Met de Astrosat hopen ze niettemin zwarte gaten te kunnen gaan bestuderen en meer inzicht te krijgen in hoe het heelal is ontstaan.

Voor het zover is moeten er in Indian Space Dreams (51 min.), waarin Sue Sudbury enkele wetenschappers van ruimteonderzoekscentrum TIFR in Mumbai volgt, nog wel de nodige logistieke hobbels worden genomen. Variërend van vertraging van een essentieel onderdeel, doordat een vrachtwagen onderweg vaststaat met twee lekke banden, tot het jaarlijkse regenseizoen dat het vervoer van de satelliet naar de lanceerlocatie in Bangalore tot een hachelijke onderneming maakt.

En dan is er nog een onhandige actie van promovenda Vinita Navalkar, die haar harddisk, met 800 GB aan informatie, heeft geformatteerd toen ze er een backup van wilde maken. De 26-jarige wetenschapper heeft sowieso van alles aan haar hoofd. Wanneer ga je trouwen? vragen ze vanuit haar familie, die maar al te graag een huwelijk wil arrangeren. Ook de geïnteresseerde mannen willen liefst snel duidelijkheid. Bij voorkeur bij de eerste date. En anders toch zeker bij de tweede.

Intussen leven de kinderen in Mumbai’s sloppenwijk Geeta Nagar mee met de pogingen van hun dappere landgenoten om een raket te lanceren, als eerste ontwikkelingsland in de menselijke historie. Ze krijgen elke zaterdag natuurkundeles van het hoofd van TIFR’s röntgen-detector team, de aimabele professor Rao. De beoefening van wetenschap is in zijn ogen een zeer krachtig middel tegen armoede, vertelt hij in deze sympathieke film.

Zijn collega, professor Manchanda, verbaast zich er tegelijkertijd over hoeveel tijd hij, een vooraanstaande wetenschapper, moet besteden aan stom regelwerk. Dat behoort evenwel tot de realiteit van de dag in een land, waarbij de aspiraties vooralsnog de mogelijkheden lijken te ontstijgen. Creativiteit is onontbeerlijk, laat KP Singh, hoofd van het röntgen-telescoop team, zien. Met isolatiemateriaal heeft hij een willekeurige kamer laten ombouwen tot een heuse ‘clean room’.

De pogingen van de Indiërs om hun ruimteproject tot een succes te maken dwingen zowel respect als sympathie af. Na vijftien jaar komt de climax, die tot zoveel stress heeft geleid en die al diverse malen is uitgesteld, eindelijk in zicht. Kunnen ze hun eigen ambities waarmaken en een nieuwe generatie wetenschappers inspireren?

Agents Of Chaos

HBO

‘Maakt het wat uit wie er heeft gehackt?’ glimlacht Vladimir Poetin vilein als hem wordt gevraagd of Rusland achter de gestolen e-mails van Hillary Clinton zit. ‘Het gaat om de inhoud van wat er is gehackt.’ In de wereld van een autocratische leider kan dat bijna doorgaan voor een bekentenis. Duidelijk is dat de publicatie van Clintons mails, naar verluidt ontvreemd door de Russische hackersgroep Fancy Bear, in 2016 ernstige schade heeft toegebracht aan de door Poetin zo gehate presidentskandidaat. En dat speelde de uiteindelijke winnaar van die verkiezingen, Donald Trump, natuurlijk in de kaart.

Met Agents Of Chaos (237 min.) begeeft de Amerikaanse documentairemaker Alex Gibney zich op bekend terrein. In We Steal Secrets: The Story Of Wikileaks (toevallig ook de club die de Clinton-mails de wereld in hielp) en Zero Days drong hij al door tot de diepste krochten van het internet, waar schimmige (informatie)oorlogen worden uitgevochten. Aan de hand van de in onmin geraakte Russische oligarch Mikhail Khodorkovsky exploreerde Gibney in Citizen K bovendien de duistere uithoeken van Poetins regime. En Trump werd onder handen genomen in The Confidence Man, een episode van Gibneys reeks Dirty Money, en komt binnenkort ongetwijfeld weer aan de beurt in Totally Under Control, een nog voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen te verschijnen film over de respons van zijn regering op het Coronavirus.

Nee, goed voor het vertrouwen in de mens zijn de films van Alex Gibney niet. En daarin brengt dit tweeluik over Ruslands clandestiene buitenlandpolitiek geen verandering. Deel 1 richt zich op de Russische desinformatiecampagne via sociale media, waarbij de insteek vooral lijkt om in het westen tweespalt te creëren of bestaande tegenstellingen te vergroten. Vanuit trollenfabrieken in Sint-Petersburg worden dus zowel Black Lives Matter- als Blue Lives Matters-accounts beheerd, die in Amerikaanse steden demonstraties en de bijbehorende tegendemonstraties organiseren. De implicaties daarvan zijn lastig te kwantificeren. In hoeverre hebben webcampagnes zoals ‘I won’t vote, WILL YOU?’, speciaal gericht op de zwarte gemeenschap, bijvoorbeeld daadwerkelijk de opkomst bij de verkiezingen van 2016 beïnvloed? In Detroit gingen 75.000 mensen die vier jaar eerder nog op Obama hadden gestemd niet naar de stembus. Clinton verloor de staat Michigan uiteindelijk met slechts 10.000 stemmen verschil. Overwinning voor Trump, maar ook voor Poetin?

Het tweede deel richt zich volledig op Russiagate en de inmenging van het Kremlin in de Amerikaanse verkiezingen. Gibney reconstrueert deze kwestie minutieus met belangrijke spelers en deskundigen, zoals Andrew Weissmann (hoofdonderzoeker Müller-onderzoek), Andrew McCabe (adjunct-directeur FBI), Timothy Snyder (historicus en Rusland-deskundige), John Brennan (directeur CIA) en John Podesta (Clinton-campagneleider). Over het feit dat Poetin zijn Agents Of Chaos opdracht heeft gegeven om de Amerikaanse verkiezingsstrijd te beïnvloeden, bestaat nauwelijks verschil van mening. Of dat ook tot de conclusie leidt dat Team Trump daarin actief heeft geparticipeerd en zich dus, in de woorden van Rusland-deskundige Celeste Wallander (National Security Council), schuldig heeft gemaakt aan hoogverraad, blijft een kwestie van interpretatie. Feit is dat Amerika z’n eigen Agent Of Chaos in het Witte Huis heeft gekregen, met de steun en goedkeuring van zijn vrind Vladimir.

Alex Gibney, die deel twee heeft geregisseerd samen met Javier Alberto Botero, presenteert zijn bevindingen op karakteristieke wijze: met een sturende voice-over, Hollywood-vormgeving en een hele stoet aan schimmige personages, waaronder ook nog Trumps omstreden zakenpartner Felix Sater (met wie hij tot diep in de presidentscampagne een Trump Tower in Moskou probeerde te realiseren), zijn dubieuze buitenlandadviseur Carter Page, een medewerker met gewetensbezwaren van de Russische trollenfabriek The Internet Research Agency en de eindredacteur van Poetins propagandazender Russia Today, Margarita Simonyan. Vanuit hun eigen invalshoek belichten zij de slimme/slinkse wijze waarop Rusland zijn grote tegenstrever Amerika bespeelt. Donald Trump lijkt daarbij eerder een min of meer toevallige passant in Poetins machtsspel dan een doortrapte samenzweerder die zelf aan de touwtjes trekt. Deze boeiende afdaling naar het riool van de wereldpolitiek fungeert zo als een ferme waarschuwing voor ongetwijfeld weer een turbulent verkiezingsjaar.