Waltz With Bashir

Ons geheugen haalt gemene streken met ons uit – of beschermt ons tegen onszelf. Het licht de ene herinnering buitensporig op, terwijl een andere stiekem wordt weggestopt. En dan is er nog de waarheid. Hoe verhoudt die zich tot wat het brein op ons commando opdist? Ari Folmans geheugen heeft hem in elk geval jaren in de steek gelaten. Zijn diensttijd als Israëlisch militair in Libanon hield zich schuil achter een luikje dat hij allang was vergeten. Totdat een oude vriend hem ruim twintig jaar later vertelde over zijn nachtmerrie over 26 woedende honden…

Dat ene geopende luikje bracht Folman in een ruimte met nog veel meer gesloten luikjes. in de navolgende jaren zocht hij daarom oude maten op en keerde met hen terug naar 1982, het jaar dat ze als dienstplichtige militairen in tanks naar Libanon werden gestuurd, een land waar toentertijd een permanente oorlog woedde. De geestesbeelden die zijn vrienden en hij van die tijd opriepen heeft de filmmaker vervat in magisch-realistische animaties. Het zijn geen feitelijke herinneringen, eerder hallucinaties of koortsdromen. Van een geest die de feiten naar zijn hand zet en ze naar behoefte inkleurt, uitvergroot of dragelijk maakt.

Het resultaat is een zinsbegoochelende trip down memory lane. Door een dwarsstraat uit het verleden die je eigenlijk liever zou mijden, maar die ook onvergetelijke beelden oplevert: naakte jongens die met hun wapen in de hand door het water waden, (dodelijk) verwonde Palestijnen waarbij in hun borst een kruis is gekerfd of een levensgrote blote vamp die een Israëlische soldaat van een wisse dood redt. Het met prijzen overladen Waltz With Bashir (89 min.) uit 2008 is tevens een heel persoonlijke film, die op onvergetelijke wijze het schemergebied tussen egodocumentaire en animatiefilm aftast en impliciete vragen stelt over wat ons geheugen doet met onwelgevallige herinneringen.

Zeker in Israël, dat de gevolgen van ‘Wir haben es nicht gewusst’ met zich meedraagt, is dat een heikel punt. Gaandeweg hervindt Ari Folman in gesprek met z’n vrienden en therapeut echter zijn eigen verleden als militair en gaat hij in de apotheose van de film uiteindelijk de confrontatie aan met Sabra en Shatila, een traumatische gebeurtenis die ieder enigszins functionerend brein zou willen verdringen.

The Cleaners


Zou bij de content moderatoren van Facebook, Google en Twitter ook posttraumatische stress voorkomen? De vraag stellen is hem beantwoorden. Deze werkbijen van het internet, veelal afkomstig uit ontwikkelingslanden zoals de Filipijnen, schuimen voortdurend als een soort onzichtbare beveiligingsbeambten het worldwide web af en stuiten daarbij op alle mogelijke vuiligheid; van kinderporno en cyberpesten tot executies en terroristische aanvallen.

Het is lopende bandwerk: ignore, ignore, delete, ignore, delete… Met gezwinde spoed ruimen ze zulke rotzooi op. Maar kunnen en mogen deze vuilnismannen en -vrouwen, die elk ook weer hun eigen context en perspectief meebrengen, werkelijk bepalen wat er weg kan of moet? Was het verwijderen van dat schilderij van Trump met een hele kleine pik – nadat hij in een verkiezingsdebat had gepocht over zijn gereedschap – bijvoorbeeld een kwestie van goede smaak of toch een serieus geval van censuur? De verantwoordelijke kunstenares weet het antwoord wel.

Wie bepaalt wat er hoe op het internet belandt? Komt de vrijheid van meningsuiting in het gedrang als we dat overlaten aan de Mark Zuckerbergs van deze wereld? En in hoeverre laten die hun oren hangen naar de regimes van landen als Turkije, Myanmar en de Filippijnen? De documentaire The Cleaners (88 min.) van Hans Block en Moritz Riesewieck stelt prangende vragen over de manier waarop de sociale media worden beheerd en laat ook de gewone frontsoldaten in de bijbehorende informatieoorlog aan het woord. Zij moeten dagelijks keuzes maken, die letterlijk voor miljarden mensen gevolgen kunnen hebben. En fouten kunnen ze zich daarbij niet permitteren volgens hun bazen.

Ook opponenten van de almachtige techbedrijven mengen zich in de strijd. Zo is er bijvoorbeeld een club die direct oorlogsbeelden veilig stelt, vóórdat die door de digitale schoonmakers worden weggepoetst. Dat blijkt geen overbodige luxe. De klassieke foto van Kim Phuc, het naakte meisje dat met een verbrand lijf op de vlucht ging na een napalmaanval en zo het symbool werd van de vuile oorlog in Vietnam, zou nu direct worden verwijderd, stelt één van de cleaners onomwonden. Het is een tekenend voorbeeld van de dilemma’s die in deze bijzonder urgente film, over de wereld waarin wij met zijn allen leven en hoe we daarbinnen de democratie proberen te onderhouden, aan de orde worden gesteld.

Crazy

IDFA

De troostende en helende werking van muziek. Zelden zal ie zo tastbaar zijn gemaakt als in de documentaire Crazy (99 min.), waarmee Heddy Honigmann zowel de publieksprijs van het IDFA als een Gouden Kalf won. Zodra de camera zich vastzet op het gezicht van een Nederlandse militair die zijn oorlogservaringen herbeleeft tijdens het beluisteren (nee: ondergaan) van zijn lijflied uit die tijd, verdwijnt elke mogelijke weerstand en krijgen zelfs overbekende hits van Elvis, U2 en – God betere ’t – Paul de Leeuw een geheel nieuwe lading.

Via die muziek dringt Honigmann in deze film uit 1999 door tot de kern van de soldaten tegenover haar. Veteranen van vergeten VN-missies in Cambodja, Libanon, Rwanda en Joegoslavië. Ze delen tevens hun verhalen, herinneringen en persoonlijke brieven en foto’s met haar, maar houden hun kaarten soms ook tegen hun borst. Want: een man mag niet huilen, zoals een getormenteerde Brabantse soldaat het uitdrukt. Zeker een militair niet. Zodra het intro van hun favoriete nummer klinkt – in zijn geval Knockin’ On Heaven’s Door van Guns N’ Roses – is er echter geen houden meer aan. Die muziek maakt weerloos.

Soms moet de filmmaakster verdomd hard werken om tot haar hoofdpersonen door te dringen. Rwanda-veteraan Niels Verheul wuift tijdens het gesprek bijvoorbeeld consequent elke vorm van emotie weg. ‘Ik zie mezelf niet in een hoekje gaan zitten huilen hoor’, vertelt hij nadat Honigmann diverse malen heeft doorgevraagd. Voor de zekerheid vraagt ze het nóg een keer: ‘Heb je dat nooit gedaan?’ ‘Nee’, bezweert hij. Zijn vrouw vult aan: ‘Daar niet, denk ik.’ Even later zit het stel samen op de bank zachtjes mee te zingen met De Figuranten van Stef Bos.

Ik ben in een gehaktmolen gegaan, zegt Peter Jan Dullaert over zijn uitzending naar Bosnië. ‘Daaruit is weer een ander mens gekneed. En ben ik wie ik nu ben.’ Hij specificeert: ‘bier drinken, roken en elke seconde leven. Niet elke dag, maar van seconde op seconde leven.’ Hij oogt als een gespannen veer, die op knappen staat. PTSS, denk je dan als leek, maar daar was toentertijd nog niet zoveel aandacht voor bij de Nederlandse krijgsmacht. In de afgelopen twintig jaar is er op dat gebied veel veranderd. En wellicht heeft de klassieke Nederlandse documentaire Crazy daarin nog een bescheiden rol gespeeld.