Teenage Wasteland

Netflix

De houding van Gary Grossman, de hoofdredacteur van de plaatselijke krant The Times Herald Record, is exemplarisch. Hooghartig wuift hij begin jaren negentig in een live-uitzending van MHS TV, een schoolproject van de Middletown High School, elke suggestie van de hand dat er sprake zou kunnen zijn van een milieuschandaal. Eerder hebben leerlingen, die onderzoek doen naar giftig afval op de lokale stortplaats, al tevergeefs een videotape met hun bevindingen afgeleverd bij zijn krant. En ook bij bestuurders van Middletown in de Amerikaanse staat New York vangen zij bot.

De jeugdige deelnemers aan het project onderzoeksjournalistiek, begeleid door de populaire docent Elektronische Media Fred ‘Hippiefred’ Isseks, laten zich echter niet afschrikken. Ze blijven hun tanden zetten in de ernstig vervuilde bodem en het vergiftige grondwater, die een serieus gevaar voor de volksgezondheid vormen in het Amerikaanse stadje. Ruim dertig jaar later blikken de jongeren van toen, die destijds de ‘Toxic Avengers’ werden genoemd, in de documentaire Teenage Wasteland (alternatieve titel: Middletown, 110 min.) terug op deze kwestie, die hun middelbare schoolperiode heeft gekleurd.

Het filmmakende duo Jesse Moss en Amanda McBaine, dat eerder samen de documentaires Boys State (2020), The Mission (2023) en Girls State (2024) maakte, laat hen voor deze reconstructie hun eigen reportages, studio-uitzendingen en de docu’s The Wallkill Dump en Garbage, Gangsters And Greed nog eens zien en brengt hen ook bij elkaar om die periode van jeugdig idealisme te herbeleven. Als middelbare schoolleerlingen werden zij de belichaming van het begrip ‘burgerlijke moed’. Hun begeleider Isseks had hen daarvoor een heel simpele instructie gegeven: doe alsof je in een functionerende democratie leeft.

Zo stuiten ze in deze stevige film, niets minder dan een reclamespot voor de journalistiek, op enkele onvergetelijke vuilnisbeltmedewerkers, een sympathiserende natuurpatholoog en een heuse anonieme bron, hun eigen ‘Deep Throat’. Terwijl de gedreven tieners door sommige bewoners van Middletown worden weggezet als notoire complotdenkers, zet de klokkenluider ‘Mr. B.’ hen op het spoor van een gezelschap dat zich als plaatselijke Sopranos onledig houdt met ‘waste management business’: het illegaal én lucratief dumpen van afval, waarbij lokale functionarissen nog wel eens een zakcentje toegestopt krijgen.

Want in deze wereld geldt: garbage is gold.

Monsters Of God

HBO Max

Zelfs vrienden staan na een praatje meestal bij hem in het krijt. Want Ray Van Nostrand, inmiddels een broze oude man met dementie, is een geboren verkoper. Zijn specialiteit zijn reptielen, slangen in het bijzonder. Die begint hij in de jaren zeventig in Florida te verkopen bij het bedrijf Pet Farm. En daarbij wil hij nog wel eens een loopje met de regels nemen.

Ray komt al snel in contact met de ‘Cocaine Cowboy’ Mario Tabraue, een Cubaanse drugshandelaar met een voorliefde voor wilde dieren en een eigen bedrijf, Zoological Imports Unlimited. Behalve leeuwen en tijgers bezit die bijvoorbeeld ook Caesar, een chimpansee met een gouden Rolex en een opzichtige ketting om. De aap is werkelijk verzot op coke. Al snel stapt Ray met Mario ook in een andere business. Hij houdt er een bijnaam aan over: Ray Van Nostril. Want hij voorziet ook zijn eigen neusgaten rijkelijk van witte lijntjes.

Met zijn bedrijf Strictly Reptiles, ‘de Amazon.com van de reptielen’, zet Rays zoon Mike de familiezaak voort. Net als zijn vader verwerft hij een bijnaam ‘The Lizard Ling of Florida’. Met Mike Van Nostrand kan deze vijfdelige serie van Eric Goode, die eerder met ditzelfde bijltje heeft gehakt als maker van de groteske bingehit Tiger King (2020) en het al bijna even scandaleuze Chimp Crazy (2024), weer verder. Jarenlang brengt Mike koffersvol regenboogboa’s, pijlgifkikkers en ringstaartleguanen het land in. Een miljoenenbusiness, volstrekt legaal. Toch?

Via deze ‘reptielmensen’ brengt Goode, die zelf sinds z’n zesde wilde dieren bezit en ook regelmatig een illegale aankoop heeft gedaan, de geschiedenis van de (illegale) handel in reptielen in de Verenigde Staten in kaart, een business waarin (bedreigde) diersoorten puur als handelswaar worden beschouwd. Die lijkt te zijn opgestart door twee aartsrivalen. De lepe leverancier Hank Molt en zijn concurrent, meesterfokker Tommy Crutchfield (voor al uw custom made-reptielen!), nemen het allebei niet zo nauw met de wet en mogen dus ook een tijdje brommen.

Monsters Of God (273 min.) zit barstensvol met zulke ‘larger than life’-personages. Types als Larry Loveless, géén artiestennaam, een agent van de Drugs Enforcement Agency die, volgens eigen zeggen dan, masturbeert bij de gedachte aan criminelen die hem op de korrel willen nemen. De kluizenaar Al Killian, die met een collectie gifslangen woont, waaronder de levensgevaarlijke koningscobra. Én de Maleisische superhandelaar Anson Wong die via Nederland, blijkbaar een knooppunt in de internationale reptielensmokkel, zo’n beetje elk exotisch dier kan leveren.

Waardige opvolgers van Tiger Kings Joe Exotic, zonder de bijbehorende reality-achtige ontwikkelingen. Zij vertegenwoordigen in deze intrigerende en (on)smakelijke serie een subcultuur, waarin sommigen (bedreigde) diersoorten puur als handelswaar beschouwen en anderen juist helemaal gebiologeerd zijn door de variëteit in reptielenland – en dus ook bereid zijn om de poeplap te trekken en/of schimmige paadjes te bewandelen.

Turning Point: Generation 9/11

Laurel Homer / Netflix

Met de Turning Point-serie heeft Brian Knappenberger in de afgelopen jaren de recente Amerikaanse historie in kaart gebracht: van de Koude Oorlog en de Vietnamoorlog tot de terroristische aanslagen van 11 september 2001. Bij die laatste dag, de meest traumatische gebeurtenis voor Amerikanen sinds Pearl Harbor en de moord op president John F. Kennedy, start ook Turning Point: Generation 9/11 (99 min.). Over de generatie die is opgegroeid met – en steeds vaker ook: zonder – de onvergetelijke beelden van hoe Al Qaeda’s vliegtuigen zich in het World Trade Center en het Pentagon boorden.

Over enkele jaren is het merendeel van de Amerikanen ná 9/11 geboren, stelt de historicus Garrett M. Graff, auteur van het boek The Only Plane In The Sky. Hij was zelf twintig ten tijde van de terroristische aanval in 2001. Terwijl hij gewone Amerikanen laat vertellen over hun herinneringen aan die traumatische dag en ook het leven daarna met hen bespreekt, vermeldt Knappenberger steeds hun leeftijd op die ene elfde september. Om het verglijden van de tijd en de hiaten die onderweg dreigen te ontstaan in het collectieve geheugen te illustreren – en aan te tonen dat 9/11 25 jaar later nog altijd doorwerkt in het hedendaagse Amerika.

Dat grote geopolitieke verhaal – de ‘war on terror’ in Irak en Afghanistan en afrekening met Al-Qaeda’s leider Osama bin Laden bijvoorbeeld – wordt in deze ferme film dus vooral vervat in persoonlijke verhalen. Laurel Homer (10 maanden) bijvoorbeeld, de dochter van LeRoy Homer, copiloot tijdens de beruchte United 93-vlucht. Zijn toestel, waarin passagiers de Al-Qaeda-kapers wisten te overmeesteren, crashte op 11 september bij Shanksville in Pennsylvania. Op sociale media wordt Laurel nog regelmatig geconfronteerd met 9/11, de uitzinnige complotten rond de aanslagen en de post-truth van het Trump-tijdperk.

Of de Amerikaanse moslima Azmat Khan (16). Na 11 september ervoer ook zij hoe haar geloofsgenoten verantwoordelijk werden gehouden voor Bin Ladens terreurdaad. Ze voelden zich buitenlanders in eigen land. Later onderzocht zij als journalist van The New York Times hoe militaire acties tegen Al-Qaeda’s erfgenaam Islamitische Staat tot een aanzienlijk aantal burgerslachtoffers onder de moslimbevolking leidden. Marinier Michael Smoak (5) was er tenslotte bij toen de Amerikanen zich in 2021 terugtrokken uit Afghanistan en zo de Taliban, die ten tijde van 11 september 2001 nog Bin Laden hadden gehuisvest, weer aan de macht lieten in Kaboel.

Via zulke zorgvuldig geselecteerde hoofdpersonen laat Knappenberger zien dat het huidige Amerika – van de operaties van ICE tot de oorlog met Iran – alleen valt te begrijpen vanuit 9/11 – ook al heeft straks niet meer elke Amerikaan automatisch de twee vliegtuigen die zich in de Twin Towers boren op z’n netvlies staan. ‘Bin Laden geloofde nooit dat hij de VS kon vernietigen’, stelt Garrett Graff, ‘maar door de Verenigde Staten aan te vallen, door in de randen van het Amerikaanse imperium te prikken, kon hij ervoor zorgen dat de VS zichzelf vernietigde.’

Death Of The Pastor’s Wife

Netflix

Als bevallig koormeisje valt de tiener Mica Francis predikant John-Paul ‘JP’ Miller vrijwel direct op. De voorganger van de Solid Rock Church, vijftien jaar ouder, is dan nog getrouwd. De afloop van hun affaire, die zal uitlopen op een getroebleerd huwelijk, is bij aanvang van Death Of The Pastor’s Wife (134 min.) al bekend: met de dan dertigjarige predikantsvrouw Mica Miller loopt het niet goed af. De vraag is alleen: heeft zij in het voorjaar van 2024 zelf haar leven beëindigd? Op de sociale media weten ze het antwoord wel.

‘Als jullie je mannen niet seksueel bevredigen’, heeft JP het vrouwelijke deel van zijn kerkgemeenschap dan al voorgehouden, ‘schotelt Satan hem de rest van de dag twintig andere mogelijkheden voor.’ Intussen schrijft Mica de volgende zinnen in haar dagboek. ‘Ik heb met John-Paul te doen, want hij verdient beter. Hij verdient een bevlogen, levendige echtgenote die van hem en God houdt, getalenteerd is en hem altijd het meeste aanmoedigt.’ Ze kan JP’s libido nauwelijks bijbenen.

Met familie, vrienden en andere (oud-)leden van Solid Rock Ministries reconstrueren Julia Willoughby Nason en Michael Gasparro in deze driedelige serie hoe Mica steeds meer in de verdrukking raakt tijdens haar huwelijk met John-Paul, die als echtgenoot en predikant aanzienlijke macht over haar heeft. Intussen ontwikkelt ze ernstige mentale problemen. JP komt daarbij niet aan het woord. Hij fungeert simpelweg als ‘bad guy’ in de tragedie die zich ontwikkelt rond zijn vrouw.

Dat is een tamelijk eendimensionaal verhaal, uitgeserveerd met soms bijna onwerkelijke kerkbeelden, overvloedig social mediamateriaal en – met behulp van AI ingesproken – dagboekfragmenten: over ‘een man van God’ die zijn lusten botviert op zijn echtgenote (en andere vrouwen binnen zijn kerk) en, buiten haar, altijd nog Satan heeft om de schuld te geven. Een kundig gemaakt true crime(?)-verhaal – ‘murder by suicide’ misschien? – dat helemaal ‘viral’ gaat.

Jimmy & The Demons

Magnet Film / VPRO

Op een gegeven moment begint Jimmy Grashow zelf een beetje te lijken op de Christusfiguur, met een heuse kathedraal op zijn rug, waaraan hij nu al drie jaar vol overgave werkt. De Amerikaanse kunstenaar, illustrator en beeldhouwer mag de tachtig dan al zijn gepasseerd, maar hij legt nog steeds ziel en zaligheid in zijn werk. En net als zijn uit hout gesneden Christus wordt hij daarbij omringd door zijn eigen duivels en demonen. In zekere zin is een kunstwerk nu eenmaal een zelfportret.

In de liefdevolle documentaire Jimmy & The Demons (94 min.) volgt Cindy Meehl de ontwapenende kunstenaar en zijn vrouw Guzzy, met wie hij al ruim een halve eeuw getrouwd is, tijdens het werken aan het groots opgezette houtsnijkunstwerk dat hij zelf beschouwt als zijn ‘grande finale’. Grashow is een warme en begeesterde man, met wie het gemakkelijk meeleven is – ook omdat hij op geen enkele manier blasé lijkt. Hij gáát ervoor, met alles wat ie heeft, en pleegt zo meteen roofbouw op zichzelf.

Zijn echtgenote ziet het soms met lede ogen aan. Op ‘Guzzy’s worry ladder’ geeft ze haar voornaamste zorgen van dat moment een plek. ‘Health’ staat nu op één, met ‘Jimmy’ daar net achter. Via het onafscheidelijke duo dringt Meehl door tot het wezen van het kunstenaarschap – zonder dat haar film al te serieus of zwaar wordt. Want voor Jimmy mag zijn werk dan een toevluchtsoord zijn, in een wereld vol chaos en ellende, hij houdt oog voor zijn omgeving en blijft dankbaar voor al wat die hem te bieden heeft.

Terwijl de voltooiing van zijn werk in zicht komt en Grashow nog te maken krijgt met de verplichte crisis die elke grote prestatie lijkt te vergezellen, vertelt deze fijne film ook het verhaal van zijn leven en werk. Hoe een onzeker Joods jongetje ontdekt dat hij een talent heeft en daarmee begint te ‘spelen’, een gevoel dat hij zijn leven lang vast weet te houden. Daarmee kan Jimmy ook zijn altijd weer opspelende angst voor de dood, de realisatie dat wij allen maar al te sterfelijk zijn, hanteerbaar houden.

Zo stevent hij ook zelf af op de grande finale. Dankbaar voor het leven dat hij heeft geleid, als kunstenaar en als familieman. En overmand door melancholie dat het einde nu echt in zicht is. Deze film toont hem als een man om van te houden, met ook werk waarvan het hart moeiteloos open bloeit.

Travis Barker: Louder Than Fear

Disney+

Travis Barker heeft zijn eigen kledingmerk, rent marathons en is getrouwd met een Kardashian, Kourtney. Eerst en vooral is hij echter drummer. Barker speelt alles wat los en vast zit. Als een bezetene. Bij de punkbands Blink-182, Transplants en Box Car Racer bijvoorbeeld, zijn natuurlijke habitat. Maar ook rappers zoals Eminem, Lil Wayne en Trippie Redd voorziet hij van een drive en fundament.

Bij de start van de documentaire Travis Barker: Louder Than Fear (100 min.), in de loop van negen jaar gefilmd (2017-2026) gefilmd door Michael Dwyer en Justin Krook, krijgt ie dan ook uitgebreid lof toegezwaaid door zijn vakbroeders Stewart Copeland (The Police), Lars Ulrich (Metallica), Questlove? (The Roots), Tommy Lee (Mötley Crüe), Sheila E. (Prince) en wijlen Taylor Hawkins (Foo Fighters).

De filmmakers portretteren hem als een authentiek drumbeest, een vleesgeworden variant op de Muppets-drummer Animal (die op zijn beurt weer een pastiche van Keith Moon van The Who is). Zijn moeder Gloria, veel te jong overleden, spoorde Barker aan om drummer te worden. Op z’n vijftiende nam hij er meteen enkele goed zichtbare tatoeages bij. Zodat ie nooit kan terugvallen op een reguliere baan.

Drummen is ook zijn therapie. Voor een rottige jeugd, de aanhoudende worsteling met verslaving en dat ene vliegtuigongeluk, in september 2008, waarbij hij enkele vrienden en collega’s verloor. Zelf kwam Travis Barker in kritieke toestand in een brandwondencentrum terecht, liefst 65 procent van zijn lichaam was verbrand. Er wachtten 27 operaties op hem – en, natuurlijk, survivor’s guild.

Sindsdien weigert hij te vliegen. Als er weer een wereldtournee voor de deur staat, reist hij per boot. Per cruiseschip, waar gewoon geoefend moet worden. Die crash, verwerkt in een zeer vurige drumsolo, heeft hem als mens getekend en fungeert ook als vliegwiel voor dit portret van een maniakale muzikant, dat gaandeweg, als al zijn andere activiteiten ook nog kort moeten worden belicht, wel wat wegloopt.

Travis Barker, zoveel is dan allang duidelijk, is er een treffend voorbeeld van dat ook drummers een apart slag volk zijn. Apart slagvolk.

Alive Inside: A Story Of Music And Memory

Bond / 360

Kom eens een dagje bij me filmen, zei sociaal werker Dan Cohen ooit tegen filmmaker Michael Rossato-Bennett. Die ene dag werd drie jaar. Samen maakten ze een sprankelende reis door de menselijke geest, via ouderen met dementie en hun relatie met muziek. In 2014 verscheen de weerslag daarvan: Alive Inside: A Story Of Music And Memory (78 min.).

Het procedé oogt al snel vertrouwd: we zien een oudere Amerikaan in het verzorgingshuis Cobble Hill, die in het gat is gevallen dat ooit zijn geheugen was. Hij of zij is nauwelijks meer aanspreekbaar. Daarna toont Rossato-Bennett met foto’s en verhalen van dierbaren de persoon die nog ergens in die verstopte geest en dat broze lijf verscholen moet zitten. En als een duveltje uit een doosje tovert Cohen die vervolgens toch weer tevoorschijn. Met een heel eenvoudig instrument, dat alleen niet wordt vergoed door de zorgverzekering: een iPod met koptelefoon.

‘Er bestaat geen pil die dat kan’, stelt Dan Cohen. ‘Een medicijn kan hooguit de vonk dempen of het licht dimmen, maar kan die nooit naar buiten halen.’ En dat geldt bepaald niet alleen voor ouderen met dementie, toont Rossato-Bennett. Muziek kan ook anderen uit hun isolement halen: psychiatrische patiënten, slachtoffers van oorlogsgeweld in Congo of mensen die vanwege een lichamelijke aandoening aan een ziekenhuisbed zijn gekluisterd. Muziek is ‘the quickening art’, volgens de befaamde neuroloog Oliver Sacks (Awakenings), de kortste route naar het binnenste van de mens.

Het is een kunstvorm die de gehele mens kan raken en die ‘de film die alleen in iemands hoofd wordt afgespeeld’, ook wel geheugen genoemd, weer kan aanzetten. Via Louis Armstrong, The Andrews Sisters of Beach Boys komen beelden, geuren én danspasjes weer terug – ook al is het maar voor even. ‘Ik onderzoek de Ziekte van Alzheimer al 38 jaar’, vertelt dokter Peter Davis. ‘Maar ik heb niets beters te bieden aan mijn patiënten dan muziektherapie.’ Het aanschaffen van iPods – we schrijven begin jaren ’10 – heeft echter meer voeten in de aarde dan wie dan ook zou willen.

Gelukkig zijn er beelden van ouderen zoals Henry, een Afro-Amerikaanse man die helemaal opleeft door gospelmuziek en zo viral gaat, om de zaak vlot te trekken. Behalve een pleidooi voor muziek als ontsluiter van de menselijke ziel wordt Alive Inside, aangestuurd met Rossato-Bennetts enigszins zijige voice-over, daardoor ook een soort aanklacht tegen gezondheidszorg, die mensen reduceert tot patiënten en definieert aan de hand van hun deficiënties. Deze docu toont overtuigend dat zij eerst en vooral nog altijd mens zijn – met een onbedwingbare liefde voor muziek.

Trump And The Tech Titans

BBC / donderdag 18 juni, om 20.45 uur, op Canvas

Het beeld spreekt boekdelen: bij de tweede inauguratie van Donald Trump als president van de Verenigde Staten, begin 2025, staan techmiljardairs zoals Elon Musk en Peter Thiel te glimmen op de eerste rij. Zij zijn stuk voor stuk, stelt Trump-biograaf Michael Wolff in de Britse documentaire Trump And The Tech Titans (58 min.), ‘rijker dan iemand ooit is geweest in de menselijke geschiedenis’.

De omstreden kopstukken van Big Tech hebben een ‘diabolisch verbond’ gesloten met de Republikeinse president, constateert de econoom en Democratische politicus Robert Reich. Het gevolg daarvan is ook duidelijk volgens senator Bernie Sanders, de spreekbuis van Links Amerika die altijd zegt waar het op staat. ‘Abraham Lincoln sprak over een overheid van, door en voor de mensen. Ik denk dat je nu met een gerust hart kunt zeggen dat Amerika een land van, door en voor de miljardairs is geworden.’

Onzin, werpt Trump-fluisteraar Steve Bannon tegen in deze journalistieke film van Matthew Hill. Jullie hebben helemaal niets tegen oligarchen, houdt hij z’n opponenten voor. ‘Jullie hebben alleen problemen met oligarchen die jullie niet steunen’. Daar valt wel iets voor te zeggen. Ook bij de Democratische partij zijn rijke donoren natuurlijk van harte welkom – al gaan hun Republikeinse tegenstrevers zonder twijfel véél verder. Sinds de entree van Trump ligt de rode loper uit voor de stoutste jongens van Silicon Valley.

Hill zoomt natuurlijk in op Elon Musk, die met de aankoop van Twitter z’n eigen megafoon heeft gekocht (waarmee ook ‘vrolijk’ voor Trump kan worden geroeptoeterd). In Brownsville, Texas, waar ie met z’n ruimtebedrijf SpaceX is neergestreken, runt Musk bovendien z’n eigen (bananen)republiek, waar hij rustig andere bewoners kan intimideren en een eigen milieuramp mag veroorzaken. Het is een somber stemmende proeftuin voor hoe de wereld eruit zal zien als Musk hem helemaal in z’n handen krijgt.

De ‘tech titan’ die in deze ontluisterende exegese van het monsterverbond tussen MAGA en Big Tech echter het meeste aandacht opeist is de libertariër Peter Thiel. Hij is steenrijk geworden met de betalingsdienst PayPal en faciliteert met zijn huidige bedrijf Palantir de totalitaire ordedienst ICE. En ook daarmee verdient ie, natuurlijk, geld als water. Vanuit Thiels ‘PayPal Mafia’ is bovendien vicepresident J.D. Vance voortgekomen, een man die met techgeld wordt klaargestoomd om zijn baas in 2028 op te volgen.

Net als Trump, die crypto-ondernemers en AI-ontwikkelaars vooral niet lastig valt met regulering en lekker meeprofiteert als er geld wordt verdiend, zal hij Big Tech geen strobreed in de weg leggen. ‘We zijn op weg naar een dystopie’, zegt nota bene Steve Bannon over de wereld die zo lijkt te ontstaan. ‘Tenzij we hen stoppen.’

Trump And The Tech Titans is hier te bekijken.

Brutalt Broderskab: Bandidos

HBO Max

Na het zoveelste gewelddadige incident in de dertig jaar dat de Bandidos actief zijn in Denemarken, besluit minister van Justitie Peter Hummelgaard in 2023 om in te grijpen. Hij probeert de zeer omstreden motorclub verboden te krijgen. Om de beeldvorming rond hun club te verbeteren, kiezen enkele Bandidos-kopstukken, onder aanvoering van hun Europese leider Michael ‘Kok’ Rosenvold, vervolgens de vlucht naar voren en doorbreken hun stilzwijgen.

In de zesdelige serie Brutalt Broderskab: Bandidos (internationale titel: Gang War: Bandidos, 253 min.) neemt Jon Adelsten met leden van de ‘1%MC’, alsmede journalisten, strafrechtdeskundigen en vertegenwoordigers van de Deense politie en justitie, eerst ‘De Scandinavische Motoroorlog’ door. Sinds begin jaren negentig worden Denemarken en de omringende landen opgeschrikt door een maalstroom van bloedige liquidaties, bom- en raketaanslagen en aanvallen op de gevangenis.

Wanneer na moeizame onderhandelingen eindelijk een staakt het vuren wordt bereikt met hun aartsrivalen van de Hell Angels, begint ’t aan het begin van de 21e eeuw binnen de Bandidos zelf te rommelen. Na interne conflicten moet het ene na het andere lid in ‘bad standing’ de club verlaten. Ook dan geldt het parool dat op Bandidos-insignes en -tattoos prijkt: ‘expect no mercy.’ Als de broederschap wegvalt, waarvoor ze zichzelf vaak op de borst kloppen, wordt er ook met bekende clubleden keihard afgerekend.

Elke dag laat je iets meer van je moraal los, vertelt Lars Toxværd, de voormalige president van de afdeling Holbæk en enige tijd lid van het landelijke Bandidos-bestuur. Na een aanvaring met andere bestuursleden wordt ie beschuldigd van verraad. Hij voelt zich ‘een levende dode’ binnen de club, die hem al snel buiten werkt. Hoewel dat niet zonder gevaar is, kijkt ie nu (zelf)kritisch terug op zijn jaren bij de Bandidos. Alle erecodes ten spijt had hij het gevoel ‘dat je nu juist niet kon vertrouwen op de mensen om je heen.’

Tegenover de klokkenluider Lars Toxværd staan gestaalde soldaten zoals de boomlange bodybuildbiker Claus Palermo. Hij was ooit een talentvolle volleyballer, maar werd betrapt op drugshandel. In de gevangenis leerde ie de Bandidos kennen, een organisatie waarbij hij zich direct thuis voelde en die hij nog altijd te vuur en te zwaard verdedigt. De motorclub is géén criminele organisatie, betoogt Palermo. En wat individuele leden in hun vrije tijd doen – de redenering klinkt zéér vertrouwd – is zijn zaak natuurlijk niet.

Adelsten brengt alle verwikkelingen in beeld met een combinatie van nieuwsreportages, achter de schermen-beelden en gereconstrueerde scènes. Net als Kampen Om Pusher Street (2025), een verwante docuserie over hoe de hippievrijstaat Christiania in Kopenhagen al decennia strijd levert met drugshandel en misdaadbendes, begint Brutalt Broderskab: Bandidos na verloop van tijd wel te lijden onder een overdaad aan interne en externe conflicten, die nauwelijks meer van elkaar zijn te onderscheiden.

Daarbij wreekt zich ook dat de miniserie zelden voorbij de strijd en het geweld kijkt. Over waarom mannen zich aansluiten bij éénprocentclubs zoals de Bandidos, wat dit hen oplevert en waarom de onderlinge dynamiek altijd weer uitmondt in moord en doodslag. Het antwoord laat zich wellicht raden, maar komt alleen in de kantlijn ter sprake in deze reconstructie van een eindeloze bendeoorlog, die toewerkt naar het antwoord op een vraag die ook aan de Deense rechter wordt voorgelegd: Bandidos, verbieden of niet?

En daarvoor brengt de Deense officier van justitie een anonieme getuige, een voormalige prospect met de codenaam Guldfugl, in stelling…

The Battle Over Citizen Kane

PBS

In The Battle Over Citizen Kane (110 min.) wordt een verpletterende botsing gereconstrueerd. Tussen twee gi-gan-ti-sche ego’s, welteverstaan. Tussen Orson Welles (1915-1985), de maker van de baanbrekende film Citizen Kane (1941), en William Randolph Hearst (1863-1951), de mediamagnaat op wiens leven die film is gebaseerd. Twee mannen met wie altijd wat loos is. Ze zijn allebei mateloos, roekeloos en grenzeloos en lijken waarschijnlijk ook meer op elkaar dan ze zichzelf realiseren.

Deze documentaire van Thomas Lennon en Michael Epstein uit 1996, die destijds werd genomineerd voor een Oscar, zet de levens van deze twee mastodonten tegenover elkaar. De rijkeluiszoon Hearst bouwt een eigen krantenimperium op, probeert tevergeefs burgemeester, gouverneur en president te worden en groeit desondanks uit tot één van de rijkste en machtigste mannen van de Verenigde Staten. Welles wordt intussen beschouwd als een absoluut wonderkind, maakt als jongeling furore in het New Yorkse theater en jaagt half Amerika in 1938 de stuipen op het lijf met het nét iets te realistische hoorspel War Of The Worlds over een acute aanval van buitenaardse wezens.

Als Orson Welles op 24-jarige leeftijd zijn eerste film gaat maken, kiest hij de meedogenloze mediatycoon als zijn doelwit. Die is wel wat kritiek gewend en trekt zich daar doorgaans weinig van aan. Welles maakt echter één cruciale fout: hij richt zijn peilen ook op Hearsts maîtresse, de 35 jaar jongere actrice Marion Davies. Het jeugdige genie bestaat het zelfs om zijn koosnaampje voor haar edele delen, ‘rosebud’, belachelijk te maken. Als dat nieuws uitlekt, stelt de grondlegger van de Amerikaanse riooljournalistiek alles in het werk om Welles film te laten vernietigen en de maker daarvan helemaal kapot te maken – een kwestie die ook nog zal worden opgeroepen in de speelfilm RKO 281 (1999).

The Battle Over Citizen Kane, in goede banen geleid door een lekker vileine verteller (schrijver Richard Ben Cramer), verhaalt over hoe die epische ruzie hen allebei ten gronde richt. William Randolph Hearst besmet er zijn eigen reputatie mee, terwijl Orson Welles al snel ‘Amerika’s jongste has been’ wordt gedubd en er nooit meer helemaal bovenop zal komen. En het gekke is, betogen Lennon en Epstein in deze gesmeerd lopende film, in de fictieve hoofdpersoon van de gewraakte film, Charles Foster Kane, zijn ze allebei te herkennen. ‘Orson maakte een autobiografische film’, stelt Robert Wise zelfs, die Citizen Kane monteerde. ‘Maar hij realiseerde zich dat helemaal niet.’

Michael Jackson: The Verdict

Netflix

Hij fungeert als een soort vooruitgeschoven post voor de familie Jackson. Nu de speelfilm Michael, waarin de beschuldigingen van kindermisbruik tegen de King Of Pop onbesproken blijven, is uitgegroeid tot een wereldwijde bioscoophit, wordt Michael Jacksons voormalige advocaat Brian Oxman ingezet om de schade ook in de documentaires die volgen op die film zoveel mogelijk te beperken. Michael Jackson: The Verdict (156 min.) is na An American Tragedy en The Trial de derde serie waarin de gestaalde ‘smooth talker’ opdraaft. En daarin treft hij opnieuw openbaar aanklager Ron Zonen tegenover zich.

Ook de Britse televisiemaker Martin Bashir is ditmaal van de partij. Zijn documentaire Living With Michael Jackson (2003) zette de zaak destijds in gang. Voor de camera bekende ‘Wacko Jacko’ dat Gavin Arvizo, het dertienjarige jongetje dat nét iets te dicht tegen hem aan zat, op zijn landgoed Neverland regelmatig bij hem in bed sliep. Daarna viel de halve wereld over Michael Jackson heen. De Amerikaanse zanger werd er later nog van beschuldigd dat hij Arvizo ‘Jezussap’, ofwel alcohol, had gegeven, pornografie met de jongen bekeek en hem ook had misbruikt. En het joch zou niet z’n enige slachtoffer zijn.

Verder wordt deze driedelige serie van Nick Green bevolkt door vertrouwde gezichten, bronnen die dik twee decennia na de rechtszaak tegen de popster in 2005 en zeventien jaar na zijn overlijden nog altijd een dagtaak hebben aan het belichten van Jacksons bedorven erfenis, zoals Jacksons oud-medewerkers Vincent Amen en Raymone Bain, voormalig familievriend Stacy Brown, de Arvizo-vertrouwelinge Louise Palanker en rechercheur Rosibel Smith. Green lijkt bovendien exclusief (?) toegang te hebben gekregen tot Jacksons beveiliger Kerry Anderson, rechtbankjournalist Diane Dimond en enkele juryleden.

Binnen deze zeer polariserende kwestie, die onlangs in Nederland een soort reprise heeft gekregen met de geruchtmakende strafzaken tegen Marco Borsato en Ali B., belanden zij doorgaans duidelijk aan één kant van de maatschappelijke discussie: als Jackson-apologeet, tegen beter weten in (?) zijn onschuld bepleitend. Of helemaal overtuigd van zijn schuld, gewapend met een heleboel belastende feiten (die niet zomaar met gezond verstand weggeredeneerd kunnen worden). Al deze vooruitgeschoven bronnen zijn niet meer dan pionnen in de aanhoudende media-oorlog rond Jackson, die ouderwets is opgelaaid.

Deze grondige terugblik op de rechtszaak die, hoeveel blaren Brian Oxman ook op zijn tong praat, ‘s mans nalatenschap is gaan domineren, gooit ongetwijfeld ook weer olie op het vuur – al is het wel opmerkelijk dat Michel Jackson: The Verdict helemaal geen aandacht besteedt aan de beschuldigingen die later, bijvoorbeeld via de spraakmakende documentaire Leaving Neverland, nog tegen Jackson zijn geuit.

The Yogurt Shop Murders: The Final Chapter

HBO Max

Er is nog geen maand verstreken na de release van The Yogurt Shop Murders, de beste true crime-serie van vorig jaar, als burgemeester Kirk Watson van de Texaanse stad Austin op 29 september 2025 een persconferentie geeft. Er is eindelijk antwoord op de vraag die zijn stad al 34 jaar in z’n greep houdt: wie heeft de tienerzussen Jennifer en Sarah Harbison en hun vriendinnen Eliza Thomas en Amy Ayers op 6 december 1991 van het leven beroofd in een plaatselijke yoghurtwinkel, die daarna volledig is uitgebrand? De viervoudige moord is nooit opgelost – al hebben enkele plaatselijke jongeren er wel dertien jaar (!) voor in de gevangenis gezeten.

De zoektocht naar een antwoord op die vraag krijgt een nieuwe dimensie als cold case-rechercheur Dan Jackson een kogelhuls, die destijds in de shop is aangetroffen, voor de vorm nogmaals door een landelijke databank haalt en dan zowaar een match heeft. Hetzelfde wapen blijkt te zijn gebruikt bij een andere onopgeloste moord. Linda Rutledge is in 1998 dood gevonden in de hoortoestellenzaak van haar ouders in Lexington in Kentucky, een winkel die eveneens is uitgebrand. Vanuit dit misdrijf kan Jackson al snel het verband leggen met diverse verkrachtingen en moorden in andere Amerikaanse staten. Die lijken stuk voor stuk het werk te zijn van een seriemoordenaar.

Net als bij de oorspronkelijke vierdelige serie maakt regisseur Margaret Brown van The Yogurt Shop Murders: The Final Chapter (96 min.) echter geen reguliere whodunnit, waarin de jacht op een diabolische killer wordt ingezet en de maker en kijker zich verlustigen aan zijn daden, alvorens er dan een verdachte in beeld komt. Brown geeft de naam van de man al snel prijs en richt zich vervolgens vooral op wat deze nieuwe ontwikkeling te weeg brengt bij zijn slachtoffers, de nabestaanden van de meisjes én de plaatselijke jongeren die destijds zijn vastgezet voor de moorden. Hun naam is nooit volledig gezuiverd. Een last die nauwelijks is te dragen.

De ouders van Jennifer, Sarah, Eliza en Amy ogen opmerkelijk monter in deze indringende epiloog. Er is duidelijk een enorme last van hun schouders gevallen. Ze kunnen het alleen niet opbrengen om mee te leven met de mannen die onterecht van de viervoudige moord werden beschuldigd. Dat leed willen/kunnen ze er niet bij hebben. Nu nog niet, in elk geval. Intussen moet een enkele politieman toegeven dat hij destijds wellicht aan tunnelvisie leed en onschuldige jongeren heeft vervolgd en moet elders in de Verenigde Staten een vrouw dealen met de constatering dat haar vader nóg meer slachtoffers op z’n geweten blijkt te hebben. Zo kost deze moord wéér meer levens.

The Yogurt Shop Murders: The Final Chapter doet qua drama en impact denken aan het afsluitende deel van de klassieke true crime-trilogie Paradise Lost, waarin eveneens de eindafrekening wordt opgemaakt van een misdrijf dat generaties lang heeft doorgeëtterd. Als vijfdelige serie kan deze productie van Margaret Brown bovendien dienen als een grondig, afgewogen en waardig slotstuk voor de tragedie waarin vier willekeurige tienermeisjes en talloze andere slachtoffers, hun families en de gemeenschappen waarvan zij deel uitmaken zijn beland.

Terror At The Mall

Disney+

Honderden uren beeldmateriaal leveren de talloze beveiligingscamera’s in de Westgate Mall in Nairobi af op zaterdag 21 september 2013. Al-Shabaab, een van oorsprong Somalische terroristische groepering die wordt gelinkt aan Al-Qaeda, pleegt dan een brute aanslag op het luxe winkelcentrum te Kenia, waarbij in totaal 71 dodelijke slachtoffers zullen vallen.

Met deze naargeestige camerabeelden, aangevuld met de getuigenissen van Westgate-medewerkers, klanten, hulpverleners, politiemensen en nabestaanden, reconstrueert Dan Reed in deze grimmige documentaire uit 2014 de Terror At The Mall (59 min.). De terroristische operatie begint met de ontploffing van een granaat. Niet veel later beginnen vier schutters aan hun moorddadige missie door het winkelcentrum. Koelbloedig maken ze (bijna) iedereen af die hun pad kruist.

De mensen waarop zij jagen houden zich voor dood. Moeten aanzien hoe anderen sterven. Raken zelf ernstig gewond. Worden gespaard omdat ze ook moslim zijn. Verstijven van angst. Proberen met hun eigen leven dat van hun kinderen te redden. Smeken om hun baby te sparen. Wandelen met stalen zenuwen, werkelijk waar, gewoon het winkelcentrum uit. Of wagen hun leven voor anderen. Op de dag die ze geen van allen zullen vergeten. Waarop ze allemaal getraumatiseerd raken.

Hun herinneringen laden de geluidloze beelden. De paniek, moed en pure pech van die ene fatale dag werken of winkelen, als direct gevolg van een barbaars besluit om gewone burgers te offeren voor het eigen doel of ideaal. Wanneer een SWAT-team, na een chaotische interventie, met al even bruut geweld een einde maakt aan de massamoord door de vier Al-Shabaab-terroristen, over wie verder later nauwelijks iets bekend is geworden, blijven alle betrokkenen beduusd achter.

In Reeds film is bijvoorbeeld te zien hoe de chauffeur Paul Muriuki zijn toevlucht zoekt onder een olifantenbeeld, dat een balie opluistert. ‘Waarom heeft hij zich nu juist onder die olifant verborgen?’ vraagt een overlevende zich af. ‘Iedereen kon hem zien.’ En, inderdaad, even later vuurt één van de terroristen achteloos een kogel op hem af. Als Muriuki later nog blijkt te leven, volgt er nog een salvo. Net zolang totdat er bloed stroomt over de tegelvloer en al het leven uit hem is weggevloeid.

Met behulp van verteller Michael Lumsden laat Dan Reed zulke persoonlijke verhalen, de  geregistreerde beelden en de ontwikkeling van de aanslag samenkomen. De terror at the mall, en de paniek, chaos en ontzetting daarbuiten, komt zo voor even weer tot leven.

Kylie

Netflix

‘Ik weet niet waar we heen gaan’, zegt Kylie Minogue bij de start van deze driedelige serie tegen documentairemaker Michael Harte. ‘Maar je zal veel gaan onthullen. Je kan niet wachten, hè? Je wil alle sappige details. Maar ik wil niet alles zien wat ik verberg. Want ik verberg het niet voor jou maar voor mezelf.’ Uitroepteken.

En voor de kijker die dan nog niet voldoende is geteasd om stante pede te beginnen aan dat (zelf)portret, voegt Minogue eraan toe: ‘Het was goed, geweldig, verschrikkelijk, maar ik blijf proberen weer op het podium te komen. Het leven heeft voor mij zin op het podium.’ Korte stilte. ‘En mensen weten niet waarom.’ Uitroepteken 2.

Welkom bij Kylie (181 min.), van het team dat u eerder vergelijkbare producties zoals Beckham en Wham! bracht. Met een zekere mate van diepgang en openheid – zolang die het uit te dragen ‘brand’ versterkt en niet in de weg zit. In dit geval: een Australische vrouw die al haar hele bestaan een publiek leven leidt – en soms ook lijdt.

Met Kylie zelf, haar beroemde zus Dannii, producer Pete Waterman, mede-soapie en ex-geliefde Jason Donovan en zanger/songschrijver Nick Cave gaat Harte terug naar het ideale buurmeisje uit de soap Neighbours, dat onder de hoede van het producersteam Stock, Aitken & Waterman uitgroeit tot de, ahum, ‘grootste vrouwelijke artiest’.

En dat daarna aan de zijde van Michael Hutchence, de frontman van de populaire Australische rockband INXS, en Nick Cave, als zijn slachtoffer in de onweerstaanbare moordballade Where The Wild Roses Grow, van bimbo naar diva transformeert. Om tenslotte van sekssymbool via een ernstige aandoening een ‘wise old woman’ te worden.

Minogue’s gecompliceerde relatie met de roddelpers loopt als een rode draad door al die ontwikkelingen heen. Omhoog geschreven naar de top van de hitlijsten, afgeschreven als ‘de zingende parkiet’. Opgejaagd ook als helft van een onweerstaanbaar sterrenkoppel en nét iets te hartelijk verwelkomd als bekende vrouw met borstkanker.

Die ziekte, waarover ze open spreekt in de slotaflevering, en het leed daaruit voortkomt geven deze amusante miniserie een geladen laatste akte, waarna de hoofdpersoon op herkansing mag bij het Glastonbury-festival, dat ze eerder noodgedwongen heeft moeten afzeggen, en en nog een allerlaatste intieme onthulling in petto heeft.

Marty, Life Is Short

Netflix

Het leven is kort. Die titel ligt, gezien de lengte en de achternaam van de hoofdpersoon, voor de hand: Marty, Life Is Short (101 min.). In het geval van de Canadese komiek/acteur Martin Short, die beweert dat hij aan een gelukkige jeugd lijdt, heeft die titel echter ook nog een andere betekenis: het leven kan zomaar ineens afgelopen zijn.

Regisseur Lawrence Kasdan, de maker van dit portret van de man die doorbrak bij de comedyshows Second City, SCTV en Saturday Night Live, daarna een ster werd in Hollywood en op Broadway en nu op late leeftijd opnieuw scoort met de serie Only Murder In The Building, behoort tot Shorts Bekende Vriendenkring. Die verzamelt zich sinds jaar en dag voor etentjes, feestjes en vakanties in Snug Harbour, het zomerhuis van Martin en zijn echtgenote Nancy Dolman in Ontario. Een groot deel van die groep participeert ook in deze documentaire: Eugene Levy, Steve Martin, Tom Hanks, Steven Spielberg, Andrea Martin, Paul Shaffer, Catherine O’Hara, Walter Parkes en Rita Wilson.

En er draait ook altijd wel een camera als zij zich bij de Shorts verpozen met hun gezinnen en andere bekendheden zoals Chevy Chase, Kurt Russell, Goldie Hawn, Sally Field, Danny Glover of Glenn Frey (Eagles) ontmoeten. In een jolige bui spelen Martin Short (als zijn eigen karikaturale typetje Ed Grimley) en Tom Hanks (in de iconische rol van Forrest Gump) er bijvoorbeeld een scène uit de filmklassieker Butch Cassidy And The Sundance Kid na. ‘Momma always said: jumping off cliffs is like a box of chocolates’, zegt Forrest in stijl. ‘You never know what you might hit.’ Waarna ze zich, tot hilariteit van de andere aanwezigheden en in navolging van Robert Redford en Paul Newman, in zee storten.

Die homevideo’s zijn zeer vermakelijk. Net als de talloze fragmenten uit zijn films, voorstellingen en shows. Short transformeert in de meest buitenissige personages (de plompe interviewer Jiminy Glick bijvoorbeeld, die de sterren écht alles mag vragen, vindt ie zelf) en zorgt continu voor kolderieke taferelen.  Hij laat zich intussen door Kasdan ook wel een beetje in z’n kaarten kijken, maar geeft, zeker als het gaat om zijn huwelijk en kinderen, beslist niet alles prijs. Want hoewel zijn leven inmiddels toch echt moet worden gekarakteriseerd als ‘long’ en zijn carrière als geslaagd, heeft Martin Short op sommige momenten in zijn leven onmiskenbaar ook aan het kortste eind getrokken.

Michael Jackson: The Trial

Videoland

Het bioscoopsucces van de nieuwe speelfilm Michael, door de erven Jackson vakkundig weggestuurd van de hardnekkige beschuldigingen van kindermisbruik tegen de Amerikaanse zanger, songschrijver en danser, zet de schijnwerper weer vol op Michael Jackson (1958-2009). Het is onvermijdelijk dat daarbij die onwelgevallige verhalen over de King Of Pop tóch weer opduiken.

Terwijl de BBC-serie Michael Jackson: An American Tragedy uitzoomt en de impact van de beschuldigingen op Jacksons leven en carrière probeert te vatten, zoomt deze miniserie van Channel 4 juist in: op de rechtszaak die voortvloeit uit Martin Bashirs scandaleuze documentaire Living With Michael Jackson (2003), waarin de wereldvreemde popster vertelt dat het dertienjarige jongetje Gavin Arvizo, dat tijdens het interview nét iets te intiem tegen hem aanzit, gewoon bij hem in bed mag slapen. Later zal Gavin verklaren dat de zanger hem dronken heeft gevoerd en misbruikt.

In de vierdelige docuserie Michael Jackson: The Trial (184 min.) van Gillian Pachter komt, behalve een aantal sprekers uit het kamp Jackson en anderen die hem juist veroordeeld probeerden te krijgen, ook de hoofdpersoon zelf aan het woord. ‘Als je me nu zou vertellen dat ik nooit meer een kind zou zien, zou ik er een eind aan maken’, zegt Michael Jackson bijvoorbeeld, in audio-opnames uit 2000-2001 van gesprekken met zijn vertrouwenspersoon, de rabbijn Shmuley Boteach, één van de bronnen die in beide producties participeren. ‘Dat zweer ik. Want ik heb niets anders om voor te leven.’

Zulke uitspraken zijn natuurlijk voor tweeërlei uitleg vatbaar – al roepen die allebei vragen op over Jacksons geestesgesteldheid. Ook het idee om een privéfilm van Arvizo en hem te maken, waarin de twee hand in hand voor de camera lopen, is op z’n minst twijfelachtig te noemen. De artiest wil bovendien dat zijn eigen mierzoete compositie I’ll Be There daaronder wordt gemonteerd. ‘Ik heb nooit zijn seksuele kant gezien’, stelt Jacksons vaste cameraman Christian Robinson (2001-2004) niettemin. ‘Ik zag een aseksuele man die twaalf jaar wilde zijn en met waterballonnen wilde spelen.’

Met z’n ‘less is more’-insteek werkt The Trial als een nadere inkleuring van An American Tragedy. De miniserie kruipt naar de binnenkant van een maatschappelijk en raciaal geladen schandaal en belandt daarmee op hetzelfde terrein als Ezra Edelmans epische docuserie O.J.: Made In America (2016), over de geruchtmakende rechtszaak tegen O.J. Simpson. In Pachters productie komen de onkreukbare openbaar aanklager Ron Zonen en Jacksons advocaat Brian Oxman, die als een Amerikaanse televisiedominee de zaak van zijn beroemde cliënt met veel theater blijft bepleiten, tegenover elkaar te staan.

Zij vertegenwoordigen de zoektocht naar de waarheid en het koste wat het kost beschermen van de nalatenschap van de grootste popster van de wereld, krachten die zeventien jaar na Jacksons dood nog altijd in gevecht met elkaar zijn. Intussen lijkt de muziek van Michael Jackson alweer uit het verdomhoekje te zijn gehaald.

Kort na Michael Jackson: The Trial werd door Netflix Michael Jackson: The Verdict uitgebracht. Een driedelige serie die eveneens de rechtszaak in 2005 belicht.

Woodstock, 3 Days Of Peace & Music

Warner Bros

In 1969 bestaat er nog niet zoiets als een festivalseizoen, met een ruim van tevoren vastgelegde evenementenkalender. De organisatoren van Woodstock, het festival dat de geschiedenis zal ingaan als de hoogmis van het hippietijdperk, betreden nog grotendeels onontgonnen terrein. Hun geesteskind veroorzaakt gigantische verkeersopstoppingen, bezorgt de lokale middenstand zowel een topomzet als kopzorgen en levert gevaren op voor de volksgezondheid, in de vorm van slechte LSD.

Ruim 400.000 ‘freaks’, véél meer dan verwacht, strijken van 15 tot en met 18 augustus neer op een weiland van de melkveehouder Max Yasgur in de Amerikaanse staat New York voor Woodstock, 3 Days Of Peace & Music (224 min.). Deze klassieke festivalfilm van Michael Wadleigh, die Martin Scorsese naar verluidt geen ‘credit’ als coregisseur gunde, ruimt natuurlijk alle ruimte in voor de line-up waarvoor zij naar dit Boomertown avant la lettre zijn getrokken: Richie Havens, The Who, Joan Baez, Ten Years After, Crosby, Stills & Nash, Santana, Jefferson Airplane, Canned Heat, Janis Joplin, Sha-Na-Na en Sly & The Family Stone.

Het levert onvergetelijke concertimpressies op, veelal in zeer effectief split screen uitgeserveerd: Joe Cockers carrière-definiërende uitvoering van With A Little Help From My Friends bijvoorbeeld. De anti-Vietnamoorlog-meezinger The “Fish” Cheer/I-Feel-Like-I’m-Fixin’-To-Die Rag van Country Joe & The Fish (‘Whoopee, we’re all gonna die!’). Of Jimi Hendrixs feedbackversie van het Amerikaanse volkslied. Tussendoor toont Wadleigh het leven in deze ad hoc geformeerde hippiemaatschappij, waar joints van hand tot hand gaan, naakt wordt gezwommen en tijdens onweer spontaan een regendans en modderglijpartijen ontstaan.

‘Ik kan met trots zeggen dat de inwoners van dit land trots kunnen zijn op deze kinderen’, laat de plaatselijke korpschef zowaar monter optekenen. En hoewel sommige omwonenden in Bethel, New York, wel degelijk mopperen, gaat het er doorgaans best beschaafd aan toe in Woodstock. ‘Dokter Jack Maitland, alstublieft, neem al uw hechtmaterialen mee, want u bent hier nodig’, meldt de festivalomroeper bijvoorbeeld. ‘U moet een bevalling doen.’ Luttele minuten later volgt een nieuwe oproep: ‘City McGee, kom onmiddellijk naar de rechterachterkant van het podium. Ik heb begrepen dat je vrouw aan het bevallen is. Gefeliciteerd.’

Het ultieme sixties-festival, een ongegeneerde viering van de tegencultuur, blijkt vaak een kwestie van improviseren. Geen draaiboek te bekennen. Er is te weinig water, nooit genoeg eten en nauwelijks een plek om te ontlasten. En toch blijven de ‘blommenkinderen’, waarvan er ook nog een paar aan het woord komen, alles van de positieve kant bekijken. Woodstock is en blijft daardoor te allen tijde ‘groovy’ – en daarmee ook een ongekend tijdsdocument. Van een periode waarin vrede en (vrije) liefde de wereld leken te gaan veroveren – totdat de ‘squares’, en hun onvermijdelijke ‘pigs’, hem toch weer in hun macht kregen.

Michael Jackson: An American Tragedy

BBC

Het is de tragiek van Michael Jackson (1958-2009). Nooit meer kan hij in ons collectieve geheugen weer dat ogenschijnlijk onbekommerde kindersterretje worden, dat z’n familiegroep The Jackson 5 begin jaren zeventig naar de toppen van de hitlijsten zong. De ongenaakbare popheld, die met het soloalbum Thriller (1982) het ene na het andere record brak en de popmuziek grondig vernieuwde. En zelfs niet die beeldbepalende figuur, met het bizarre gedrag, aan wie de wereld zich kon blijven vergapen.

Sinds hij in 1993 voor het eerst werd beschuldigd van het misbruiken van weerloze kinderen, is alles bezoedeld geraakt: Jacksons ongenadige talent als zanger, songschrijver en danser. Zelfs het weerloze kind dat hij zelf ooit was, in het oog van de wereld opgegroeid en als jongetje al opgezadeld met de verantwoordelijkheid voor een gehele familie, lijkt persona non grata te zijn geworden. Een onschuldig ogend welpje dat gaandeweg zou zijn uitgegroeid tot een grenzeloos seksueel roofdier.

In de driedelige serie Michael Jackson: An American Tragedy (175 min.) neemt Sophie Fuller nog geen uur de tijd om Jacksons leven en carrière te schetsen, vóórdat die helemaal door elkaar worden geschud door de beschuldigingen van de dertienjarige Jordan Chandler en zijn familie. En hoewel die zaak voor ettelijke miljoenen wordt geschikt, blijft hij besmet. Zelfs een huwelijk met de dochter van de King Of Rock & Roll, Lisa Marie Presley, kan de reputatie van de King Of Pop niet meer redden.

Zijn zus La Toya, tot dan de belangrijkste bron van deze miniserie, verdwijnt dan van het toneel. Alsof de familie Jackson, die naar verluidt ook bij de speelfilm Michael weer een dikke vinger in de pap heeft gehad, z’n handen aftrekt van het aardedonkere deel van zijn nalatenschap. Fuller kan echter terugvallen op een brede waaier aan bronnen: zowel vrienden, medewerkers en belangenbehartigers als onafhankelijke waarnemers, critici en de rechercheurs die de beschuldigingen tegen ‘Wacko Jacko’ hebben onderzocht.

Met al die getuigenissen, geïllustreerd met overdadig archiefmateriaal, schetst ze een scherp en toch genuanceerd overzicht van De Casus Michael Jackson: hoe een verknipte, eenzame en diep tragische figuur en z’n team met allerlei kunstgrepen (zoals een beroep op de zwarte identiteit, die hij eerder juist heeft afgezworen) zijn imago proberen te redden. Een man die volgens zijn spirituele adviseur, rabbi Shmuley Boteach, verslaafd is geraakt aan de adoratie van z’n fans en die zijn grip op de realiteit volledig kwijt is.

Martin Bashirs documentaire Living With Michael Jackson (2003 ), waarin Jacksons ongepaste omgang met de minderjarige Gavin Arvizo pijnlijk in het oog springt, lijkt zijn definitieve ondergang te hebben ingeluid, terwijl Leaving Neverland (2019), waarin Wade Robson en Jimmy Safechuck verklaren hoe Jackson hen als kind heeft misbruikt, hem tien jaar na zijn dood definitief brandmerkt als pedofiel – al blijven zijn fans toch wel achter hem staan en valt daar nog altijd een flinke duit mee te verdienen.

De eveneens in het voorjaar van 2026 verschenen docuseries Michael Jackson: The Trial en Michael Jackson: The Verdict zoomen volledig in op de casus van Gavin Arvizo.

Boy Band Confidential

HBO Max

Ze hebben eerder hun verhaal gedaan, belooft het intro van de tweedelige documentaire Boy Band Confidential (177 min.). Maar nog nooit zo. ‘We hebben nooit gepraat over hoe het voelde en wat er is gebeurd’, zegt initiatiefnemer Joey Fatone (*NSYNC). ‘Het is de hoogste tijd’, beaamt Jeff Timmons (98 Degrees). ‘We hebben dit nog nooit besproken.’ Zulke beloften zijn nodig. Want natuurlijk is er allang gesproken over de achterkant van de boybandbusiness.

Timmons zelf deed bijvoorbeeld ook al zijn zegje in de documentaire Larger Than Life: Reign Of The Boybands. Net als Lance Bass (*NSYNC), Nick Lachey (98 Degrees) en Alex ‘AJ’ McLean (Backstreet Boys). AJ en Bass zijn ook te zien in The Boy Band Con, terwijl de Backstreet Boy McLean eveneens optreedt in Dirty Pop: The Boy Band Scam. Daar treft hij overigens Erik-Michael Estrada (O-Town), die eveneens participeert in deze gelikte boyband-productie van Joey Fatone. 

Kunt u het nog volgen? Lang verhaal kort: het vertellen over het leven als lid van een boyband dreigt een business op zichzelf te worden, op het moment dat hun achterban waarschijnlijk richting midlifecrisis gaat en wellicht weer extra geïnteresseerd is. Over de volledig gefabriceerde muziek gaat het dan niet. Wel over: het verbergen van je seksuele geaardheid, gefnuikte solocarrières, geldproblemen, quarter-life crises, verslavingen en – natuurlijk, helaas – seksueel misbruik.

Vanzelfsprekend komt daarbij ook Lou Pearlman weer aan de beurt. Hij lanceerde eerst Backstreet Boys en daarna ook een concurrent voor die groep, *NSYNC. Naast McDonald’s was er immers ook ruimte voor Burger King, een treffende vergelijking. ‘Big Poppa’ beschouwde zichzelf bovendien als een extra bandlid en beloonde zichzelf ook als zodanig – los van het percentage dat hij als manager sowieso al afroomde. En – natuurlijk, helaas – de man had ook andere behoeften.

De mastodont doet dienst als de lelijke tronie van een industrie die volgens direct betrokkenen, waartoe ook insiders zoals manager Joe Mulvihill, medewerker Melissa Bell en groepsleden van Boyz II Men, All-4-One, Take 5 en LFO behoren, zowel geweldig als wreed kan zijn. ‘Succes was mijn wraak’, zegt Johnny Wright, agent van talloze Amerikaanse acts niet voor niets in dit tweeluik dat (opnieuw) een inkijkje geeft in de wereld achter de glitter en glamour van tienersterren.

PS Er zijn overigens ook nog boybanddocu’s, veelal volgens hetzelfde recept, over afzonderlijke groepen (Take That, Boyzone en Bros) en groepsleden (Robbie Williams en Nick & Aaron Carter).

#Skyking

Disney+

The sky’s no limit, staat er achter op het T-shirt van de man die op 10 augustus 2018 door de beveiligingspoortjes van vliegveld Sea-Tac in Seattle gaat. Niet veel later is hij doorgedrongen tot de cockpit van een Dash 8. Hij laat het Q400-vliegtuig van Alaska Airlines opstijgen en negeert pogingen van de luchtverkeersleiding om in contact met hem te komen. Bij het FAA Washington Operations Center gaan ondertussen alle alarmbellen af. Is het toestel gekaapt? En wat volgt er nu? Een (zelfmoord)aanslag?

‘Ik heb iets slechts en egoïstisch gedaan’, bekent ‘Horizon Guy 449’ even later, als hij zich toch bij de luchtverkeersleiding meldt. ‘Maar het is niet erg. Ik ga naar Rainier.’ Op de grond kunnen ze nauwelijks geloven wat ze zojuist te horen hebben gekregen. ‘449, wil je zeggen dat je het vliegtuig hebt gekaapt?’ vraagt iemand ontzet. ‘Ja, ik ben bang van wel’, beaamt de onbekende man laconiek, om er enkele ogenblikken later al even luchtig aan toe te voegen: ‘Heb je enig idee of Dash 8 Q400 een barrel roll kan maken?’

De potentiële brokkenpiloot wordt al snel geïdentificeerd als Richard Russell, een 28-jarige grondmedewerker van het vliegveld, met de bijnaam ‘Beebo’. Hij heeft nog nooit gevlogen. In #Skyking (90 min.) probeert Patricia E. Gillespie met Russells familie, vrienden en collega’s te begrijpen wat hun geliefde zoon, broer of vriend heeft bewogen. Via een koptelefoon krijgen zij bovendien voor het eerst zijn contacten met de luchtverkeersleiding te horen. Zo wordt zijn opzienbarende ‘vlucht’ gereconstrueerd.

‘Ik wilde gewoon een vluchtje maken’, vertelt Beebo, die klinkt als een toffe peer-variant op het Michael Douglas-personage in de speelfilm Falling Down, een gewone man die niet meer tegen het leven kan en dan een stap zet die eigenlijk alleen verkeerd kan aflopen. ‘Dus je bent in je eentje?’ vraagt de telefonist die Russell veilig naar de grond moet loodsen. ‘Ja’, antwoordt Beebo, die weet dat hij anderen in gevaar brengt met zijn doldrieste actie, hoorbaar schuldbewust. ‘Ik wilde niemand anders kwaad doen.’

Op de gezichten van zijn meeluisterende verwanten valt intussen af te lezen hoe zij zijn reis beleven. Ze leren hem opnieuw kennen. Wat ze horen roept ook talloze herinneringen op aan de man die zich met ‘zijn’ vliegtuig nu opmaakt voor een barrel roll, een levensgevaarlijke kurkentrekker-beweging. Gillespie vindt knap de middenweg tussen die twee verhaallijnen: de enerverende solovlucht zelf en het leven daarachter, van een desperate man die zichzelf wil bevrijden van zijn eigen beperkingen.

Aan het eind belicht zij ook nog het verhaal dat er naderhand is gemaakt van Beebo’s vlucht. Want die zal worden gekaapt door zowel uiterst links als rechts en door hen worden omgevormd tot een spectaculair broodjeaapverhaal, dat perfect past in hun eigen politieke agenda – en dat voor zijn familie en vrienden de man die zij nog altijd hoog hebben zitten juist bezoedelt. Deze indringende film brengt de #Skyking weer terug tot menselijke proporties en benadrukt tegelijk hoe onwaarschijnlijk zijn missie was:

Dramatisch, aangrijpend en totaal (on)begrijpelijk.