Trump And The Tech Titans

BBC / donderdag 18 juni, om 20.45 uur, op Canvas

Het beeld spreekt boekdelen: bij de tweede inauguratie van Donald Trump als president van de Verenigde Staten, begin 2025, staan techmiljardairs zoals Elon Musk en Peter Thiel te glimmen op de eerste rij. Zij zijn stuk voor stuk, stelt Trump-biograaf Michael Wolff in de Britse documentaire Trump And The Tech Titans (58 min.), ‘rijker dan iemand ooit is geweest in de menselijke geschiedenis’.

De omstreden kopstukken van Big Tech hebben een ‘diabolisch verbond’ gesloten met de Republikeinse president, constateert de econoom en Democratische politicus Robert Reich. Het gevolg daarvan is ook duidelijk volgens senator Bernie Sanders, de spreekbuis van Links Amerika die altijd zegt waar het op staat. ‘Abraham Lincoln sprak over een overheid van, door en voor de mensen. Ik denk dat je nu met een gerust hart kunt zeggen dat Amerika een land van, door en voor de miljardairs is geworden.’

Onzin, werpt Trump-fluisteraar Steve Bannon tegen in deze journalistieke film van Matthew Hill. Jullie hebben helemaal niets tegen oligarchen, houdt hij z’n opponenten voor. ‘Jullie hebben alleen problemen met oligarchen die jullie niet steunen’. Daar valt wel iets voor te zeggen. Ook bij de Democratische partij zijn rijke donoren natuurlijk van harte welkom – al gaan hun Republikeinse tegenstrevers zonder twijfel véél verder. Sinds de entree van Trump ligt de rode loper uit voor de stoutste jongens van Silicon Valley.

Hill zoomt natuurlijk in op Elon Musk, die met de aankoop van Twitter z’n eigen megafoon heeft gekocht (waarmee ook ‘vrolijk’ voor Trump kan worden geroeptoeterd). In Brownsville, Texas, waar ie met z’n ruimtebedrijf SpaceX is neergestreken, runt Musk bovendien z’n eigen (bananen)republiek, waar hij rustig andere bewoners kan intimideren en een eigen milieuramp mag veroorzaken. Het is een somber stemmende proeftuin voor hoe de wereld eruit zal zien als Musk hem helemaal in z’n handen krijgt.

De ‘tech titan’ die in deze ontluisterende exegese van het monsterverbond tussen MAGA en Big Tech echter het meeste aandacht opeist is de libertariër Peter Thiel. Hij is steenrijk geworden met de betalingsdienst PayPal en faciliteert met zijn huidige bedrijf Palantir de totalitaire ordedienst ICE. En ook daarmee verdient ie, natuurlijk, geld als water. Vanuit Thiels ‘PayPal Mafia’ is bovendien vicepresident J.D. Vance voortgekomen, een man die met techgeld wordt klaargestoomd om zijn baas in 2028 op te volgen.

Net als Trump, die crypto-ondernemers en AI-ontwikkelaars vooral niet lastig valt met regulering en lekker meeprofiteert als er geld wordt verdiend, zal hij Big Tech geen strobreed in de weg leggen. ‘We zijn op weg naar een dystopie’, zegt nota bene Steve Bannon over de wereld die zo lijkt te ontstaan. ‘Tenzij we hen stoppen.’

Trump And The Tech Titans is hier te bekijken.

Brutalt Broderskab: Bandidos

HBO Max

Na het zoveelste gewelddadige incident in de dertig jaar dat de Bandidos actief zijn in Denemarken, besluit minister van Justitie Peter Hummelgaard in 2023 om in te grijpen. Hij probeert de zeer omstreden motorclub verboden te krijgen. Om de beeldvorming rond hun club te verbeteren, kiezen enkele Bandidos-kopstukken, onder aanvoering van hun Europese leider Michael ‘Kok’ Rosenvold, vervolgens de vlucht naar voren en doorbreken hun stilzwijgen.

In de zesdelige serie Brutalt Broderskab: Bandidos (internationale titel: Gang War: Bandidos, 253 min.) neemt Jon Adelsten met leden van de ‘1%MC’, alsmede journalisten, strafrechtdeskundigen en vertegenwoordigers van de Deense politie en justitie, eerst ‘De Scandinavische Motoroorlog’ door. Sinds begin jaren negentig worden Denemarken en de omringende landen opgeschrikt door een maalstroom van bloedige liquidaties, bom- en raketaanslagen en aanvallen op de gevangenis.

Wanneer na moeizame onderhandelingen eindelijk een staakt het vuren wordt bereikt met hun aartsrivalen van de Hell Angels, begint ’t aan het begin van de 21e eeuw binnen de Bandidos zelf te rommelen. Na interne conflicten moet het ene na het andere lid in ‘bad standing’ de club verlaten. Ook dan geldt het parool dat op Bandidos-insignes en -tattoos prijkt: ‘expect no mercy.’ Als de broederschap wegvalt, waarvoor ze zichzelf vaak op de borst kloppen, wordt er ook met bekende clubleden keihard afgerekend.

Elke dag laat je iets meer van je moraal los, vertelt Lars Toxværd, de voormalige president van de afdeling Holbæk en enige tijd lid van het landelijke Bandidos-bestuur. Na een aanvaring met andere bestuursleden wordt ie beschuldigd van verraad. Hij voelt zich ‘een levende dode’ binnen de club, die hem al snel buiten werkt. Hoewel dat niet zonder gevaar is, kijkt ie nu (zelf)kritisch terug op zijn jaren bij de Bandidos. Alle erecodes ten spijt had hij het gevoel ‘dat je nu juist niet kon vertrouwen op de mensen om je heen.’

Tegenover de klokkenluider Lars Toxværd staan gestaalde soldaten zoals de boomlange bodybuildbiker Claus Palermo. Hij was ooit een talentvolle volleyballer, maar werd betrapt op drugshandel. In de gevangenis leerde ie de Bandidos kennen, een organisatie waarbij hij zich direct thuis voelde en die hij nog altijd te vuur en te zwaard verdedigt. De motorclub is géén criminele organisatie, betoogt Palermo. En wat individuele leden in hun vrije tijd doen – de redenering klinkt zéér vertrouwd – is zijn zaak natuurlijk niet.

Adelsten brengt alle verwikkelingen in beeld met een combinatie van nieuwsreportages, achter de schermen-beelden en gereconstrueerde scènes. Net als Kampen Om Pusher Street (2025), een verwante docuserie over hoe de hippievrijstaat Christiania in Kopenhagen al decennia strijd levert met drugshandel en misdaadbendes, begint Brutalt Broderskab: Bandidos na verloop van tijd wel te lijden onder een overdaad aan interne en externe conflicten, die nauwelijks meer van elkaar zijn te onderscheiden.

Daarbij wreekt zich ook dat de miniserie zelden voorbij de strijd en het geweld kijkt. Over waarom mannen zich aansluiten bij éénprocentclubs zoals de Bandidos, wat dit hen oplevert en waarom de onderlinge dynamiek altijd weer uitmondt in moord en doodslag. Het antwoord laat zich wellicht raden, maar komt alleen in de kantlijn ter sprake in deze reconstructie van een eindeloze bendeoorlog, die toewerkt naar het antwoord op een vraag die ook aan de Deense rechter wordt voorgelegd: Bandidos, verbieden of niet?

En daarvoor brengt de Deense officier van justitie een anonieme getuige, een voormalige prospect met de codenaam Guldfugl, in stelling…

The Battle Over Citizen Kane

PBS

In The Battle Over Citizen Kane (110 min.) wordt een verpletterende botsing gereconstrueerd. Tussen twee gi-gan-ti-sche ego’s, welteverstaan. Tussen Orson Welles (1915-1985), de maker van de baanbrekende film Citizen Kane (1941), en William Randolph Hearst (1863-1951), de mediamagnaat op wiens leven die film is gebaseerd. Twee mannen met wie altijd wat loos is. Ze zijn allebei mateloos, roekeloos en grenzeloos en lijken waarschijnlijk ook meer op elkaar dan ze zichzelf realiseren.

Deze documentaire van Thomas Lennon en Michael Epstein uit 1996, die destijds werd genomineerd voor een Oscar, zet de levens van deze twee mastodonten tegenover elkaar. De rijkeluiszoon Hearst bouwt een eigen krantenimperium op, probeert tevergeefs burgemeester, gouverneur en president te worden en groeit desondanks uit tot één van de rijkste en machtigste mannen van de Verenigde Staten. Welles wordt intussen beschouwd als een absoluut wonderkind, maakt als jongeling furore in het New Yorkse theater en jaagt half Amerika in 1938 de stuipen op het lijf met het nét iets te realistische hoorspel War Of The Worlds over een acute aanval van buitenaardse wezens.

Als Orson Welles op 24-jarige leeftijd zijn eerste film gaat maken, kiest hij de meedogenloze mediatycoon als zijn doelwit. Die is wel wat kritiek gewend en trekt zich daar doorgaans weinig van aan. Welles maakt echter één cruciale fout: hij richt zijn peilen ook op Hearsts maîtresse, de 35 jaar jongere actrice Marion Davies. Het jeugdige genie bestaat het zelfs om zijn koosnaampje voor haar edele delen, ‘rosebud’, belachelijk te maken. Als dat nieuws uitlekt, stelt de grondlegger van de Amerikaanse riooljournalistiek alles in het werk om Welles film te laten vernietigen en de maker daarvan helemaal kapot te maken – een kwestie die ook nog zal worden opgeroepen in de speelfilm RKO 281 (1999).

The Battle Over Citizen Kane, in goede banen geleid door een lekker vileine verteller (schrijver Richard Ben Cramer), verhaalt over hoe die epische ruzie hen allebei ten gronde richt. William Randolph Hearst besmet er zijn eigen reputatie mee, terwijl Orson Welles al snel ‘Amerika’s jongste has been’ wordt gedubd en er nooit meer helemaal bovenop zal komen. En het gekke is, betogen Lennon en Epstein in deze gesmeerd lopende film, in de fictieve hoofdpersoon van de gewraakte film, Charles Foster Kane, zijn ze allebei te herkennen. ‘Orson maakte een autobiografische film’, stelt Robert Wise zelfs, die Citizen Kane monteerde. ‘Maar hij realiseerde zich dat helemaal niet.’

Michael Jackson: The Verdict

Netflix

Hij fungeert als een soort vooruitgeschoven post voor de familie Jackson. Nu de speelfilm Michael, waarin de beschuldigingen van kindermisbruik tegen de King Of Pop onbesproken blijven, is uitgegroeid tot een wereldwijde bioscoophit, wordt Michael Jacksons voormalige advocaat Brian Oxman ingezet om de schade ook in de documentaires die volgen op die film zoveel mogelijk te beperken. Michael Jackson: The Verdict (156 min.) is na An American Tragedy en The Trial de derde serie waarin de gestaalde ‘smooth talker’ opdraaft. En daarin treft hij opnieuw openbaar aanklager Ron Zonen tegenover zich.

Ook de Britse televisiemaker Martin Bashir is ditmaal van de partij. Zijn documentaire Living With Michael Jackson (2003) zette de zaak destijds in gang. Voor de camera bekende ‘Wacko Jacko’ dat Gavin Arvizo, het dertienjarige jongetje dat nét iets te dicht tegen hem aan zat, op zijn landgoed Neverland regelmatig bij hem in bed sliep. Daarna viel de halve wereld over Michael Jackson heen. De Amerikaanse zanger werd er later nog van beschuldigd dat hij Arvizo ‘Jezussap’, ofwel alcohol, had gegeven, pornografie met de jongen bekeek en hem ook had misbruikt. En het joch zou niet z’n enige slachtoffer zijn.

Verder wordt deze driedelige serie van Nick Green bevolkt door vertrouwde gezichten, bronnen die dik twee decennia na de rechtszaak tegen de popster in 2005 en zeventien jaar na zijn overlijden nog altijd een dagtaak hebben aan het belichten van Jacksons bedorven erfenis, zoals Jacksons oud-medewerkers Vincent Amen en Raymone Bain, voormalig familievriend Stacy Brown, de Arvizo-vertrouwelinge Louise Palanker en rechercheur Rosibel Smith. Green lijkt bovendien exclusief (?) toegang te hebben gekregen tot Jacksons beveiliger Kerry Anderson, rechtbankjournalist Diane Dimond en enkele juryleden.

Binnen deze zeer polariserende kwestie, die onlangs in Nederland een soort reprise heeft gekregen met de geruchtmakende strafzaken tegen Marco Borsato en Ali B., belanden zij doorgaans duidelijk aan één kant van de maatschappelijke discussie: als Jackson-apologeet, tegen beter weten in (?) zijn onschuld bepleitend. Of helemaal overtuigd van zijn schuld, gewapend met een heleboel belastende feiten (die niet zomaar met gezond verstand weggeredeneerd kunnen worden). Al deze vooruitgeschoven bronnen zijn niet meer dan pionnen in de aanhoudende media-oorlog rond Jackson, die ouderwets is opgelaaid.

Deze grondige terugblik op de rechtszaak die, hoeveel blaren Brian Oxman ook op zijn tong praat, ‘s mans nalatenschap is gaan domineren, gooit ongetwijfeld ook weer olie op het vuur – al is het wel opmerkelijk dat Michel Jackson: The Verdict helemaal geen aandacht besteedt aan de beschuldigingen die later, bijvoorbeeld via de spraakmakende documentaire Leaving Neverland, nog tegen Jackson zijn geuit.

The Yogurt Shop Murders: The Final Chapter

HBO Max

Er is nog geen maand verstreken na de release van The Yogurt Shop Murders, de beste true crime-serie van vorig jaar, als burgemeester Kirk Watson van de Texaanse stad Austin op 29 september 2025 een persconferentie geeft. Er is eindelijk antwoord op de vraag die zijn stad al 34 jaar in z’n greep houdt: wie heeft de tienerzussen Jennifer en Sarah Harbison en hun vriendinnen Eliza Thomas en Amy Ayers op 6 december 1991 van het leven beroofd in een plaatselijke yoghurtwinkel, die daarna volledig is uitgebrand? De viervoudige moord is nooit opgelost – al hebben enkele plaatselijke jongeren er wel dertien jaar (!) voor in de gevangenis gezeten.

De zoektocht naar een antwoord op die vraag krijgt een nieuwe dimensie als cold case-rechercheur Dan Jackson een kogelhuls, die destijds in de shop is aangetroffen, voor de vorm nogmaals door een landelijke databank haalt en dan zowaar een match heeft. Hetzelfde wapen blijkt te zijn gebruikt bij een andere onopgeloste moord. Linda Rutledge is in 1998 dood gevonden in de hoortoestellenzaak van haar ouders in Lexington in Kentucky, een winkel die eveneens is uitgebrand. Vanuit dit misdrijf kan Jackson al snel het verband leggen met diverse verkrachtingen en moorden in andere Amerikaanse staten. Die lijken stuk voor stuk het werk te zijn van een seriemoordenaar.

Net als bij de oorspronkelijke vierdelige serie maakt regisseur Margaret Brown van The Yogurt Shop Murders: The Final Chapter (96 min.) echter geen reguliere whodunnit, waarin de jacht op een diabolische killer wordt ingezet en de maker en kijker zich verlustigen aan zijn daden, alvorens er dan een verdachte in beeld komt. Brown geeft de naam van de man al snel prijs en richt zich vervolgens vooral op wat deze nieuwe ontwikkeling te weeg brengt bij zijn slachtoffers, de nabestaanden van de meisjes én de plaatselijke jongeren die destijds zijn vastgezet voor de moorden. Hun naam is nooit volledig gezuiverd. Een last die nauwelijks is te dragen.

De ouders van Jennifer, Sarah, Eliza en Amy ogen opmerkelijk monter in deze indringende epiloog. Er is duidelijk een enorme last van hun schouders gevallen. Ze kunnen het alleen niet opbrengen om mee te leven met de mannen die onterecht van de viervoudige moord werden beschuldigd. Dat leed willen/kunnen ze er niet bij hebben. Nu nog niet, in elk geval. Intussen moet een enkele politieman toegeven dat hij destijds wellicht aan tunnelvisie leed en onschuldige jongeren heeft vervolgd en moet elders in de Verenigde Staten een vrouw dealen met de constatering dat haar vader nóg meer slachtoffers op z’n geweten blijkt te hebben. Zo kost deze moord wéér meer levens.

The Yogurt Shop Murders: The Final Chapter doet qua drama en impact denken aan het afsluitende deel van de klassieke true crime-trilogie Paradise Lost, waarin eveneens de eindafrekening wordt opgemaakt van een misdrijf dat generaties lang heeft doorgeëtterd. Als vijfdelige serie kan deze productie van Margaret Brown bovendien dienen als een grondig, afgewogen en waardig slotstuk voor de tragedie waarin vier willekeurige tienermeisjes en talloze andere slachtoffers, hun families en de gemeenschappen waarvan zij deel uitmaken zijn beland.

Terror At The Mall

Disney+

Honderden uren beeldmateriaal leveren de talloze beveiligingscamera’s in de Westgate Mall in Nairobi af op zaterdag 21 september 2013. Al-Shabaab, een van oorsprong Somalische terroristische groepering die wordt gelinkt aan Al-Qaeda, pleegt dan een brute aanslag op het luxe winkelcentrum te Kenia, waarbij in totaal 71 dodelijke slachtoffers zullen vallen.

Met deze naargeestige camerabeelden, aangevuld met de getuigenissen van Westgate-medewerkers, klanten, hulpverleners, politiemensen en nabestaanden, reconstrueert Dan Reed in deze grimmige documentaire uit 2014 de Terror At The Mall (59 min.). De terroristische operatie begint met de ontploffing van een granaat. Niet veel later beginnen vier schutters aan hun moorddadige missie door het winkelcentrum. Koelbloedig maken ze (bijna) iedereen af die hun pad kruist.

De mensen waarop zij jagen houden zich voor dood. Moeten aanzien hoe anderen sterven. Raken zelf ernstig gewond. Worden gespaard omdat ze ook moslim zijn. Verstijven van angst. Proberen met hun eigen leven dat van hun kinderen te redden. Smeken om hun baby te sparen. Wandelen met stalen zenuwen, werkelijk waar, gewoon het winkelcentrum uit. Of wagen hun leven voor anderen. Op de dag die ze geen van allen zullen vergeten. Waarop ze allemaal getraumatiseerd raken.

Hun herinneringen laden de geluidloze beelden. De paniek, moed en pure pech van die ene fatale dag werken of winkelen, als direct gevolg van een barbaars besluit om gewone burgers te offeren voor het eigen doel of ideaal. Wanneer een SWAT-team, na een chaotische interventie, met al even bruut geweld een einde maakt aan de massamoord door de vier Al-Shabaab-terroristen, over wie verder later nauwelijks iets bekend is geworden, blijven alle betrokkenen beduusd achter.

In Reeds film is bijvoorbeeld te zien hoe de chauffeur Paul Muriuki zijn toevlucht zoekt onder een olifantenbeeld, dat een balie opluistert. ‘Waarom heeft hij zich nu juist onder die olifant verborgen?’ vraagt een overlevende zich af. ‘Iedereen kon hem zien.’ En, inderdaad, even later vuurt één van de terroristen achteloos een kogel op hem af. Als Muriuki later nog blijkt te leven, volgt er nog een salvo. Net zolang totdat er bloed stroomt over de tegelvloer en al het leven uit hem is weggevloeid.

Met behulp van verteller Michael Lumsden laat Dan Reed zulke persoonlijke verhalen, de  geregistreerde beelden en de ontwikkeling van de aanslag samenkomen. De terror at the mall, en de paniek, chaos en ontzetting daarbuiten, komt zo voor even weer tot leven.

Kylie

Netflix

‘Ik weet niet waar we heen gaan’, zegt Kylie Minogue bij de start van deze driedelige serie tegen documentairemaker Michael Harte. ‘Maar je zal veel gaan onthullen. Je kan niet wachten, hè? Je wil alle sappige details. Maar ik wil niet alles zien wat ik verberg. Want ik verberg het niet voor jou maar voor mezelf.’ Uitroepteken.

En voor de kijker die dan nog niet voldoende is geteasd om stante pede te beginnen aan dat (zelf)portret, voegt Minogue eraan toe: ‘Het was goed, geweldig, verschrikkelijk, maar ik blijf proberen weer op het podium te komen. Het leven heeft voor mij zin op het podium.’ Korte stilte. ‘En mensen weten niet waarom.’ Uitroepteken 2.

Welkom bij Kylie (181 min.), van het team dat u eerder vergelijkbare producties zoals Beckham en Wham! bracht. Met een zekere mate van diepgang en openheid – zolang die het uit te dragen ‘brand’ versterkt en niet in de weg zit. In dit geval: een Australische vrouw die al haar hele bestaan een publiek leven leidt – en soms ook lijdt.

Met Kylie zelf, haar beroemde zus Dannii, producer Pete Waterman, mede-soapie en ex-geliefde Jason Donovan en zanger/songschrijver Nick Cave gaat Harte terug naar het ideale buurmeisje uit de soap Neighbours, dat onder de hoede van het producersteam Stock, Aitken & Waterman uitgroeit tot de, ahum, ‘grootste vrouwelijke artiest’.

En dat daarna aan de zijde van Michael Hutchence, de frontman van de populaire Australische rockband INXS, en Nick Cave, als zijn slachtoffer in de onweerstaanbare moordballade Where The Wild Roses Grow, van bimbo naar diva transformeert. Om tenslotte van sekssymbool via een ernstige aandoening een ‘wise old woman’ te worden.

Minogue’s gecompliceerde relatie met de roddelpers loopt als een rode draad door al die ontwikkelingen heen. Omhoog geschreven naar de top van de hitlijsten, afgeschreven als ‘de zingende parkiet’. Opgejaagd ook als helft van een onweerstaanbaar sterrenkoppel en nét iets te hartelijk verwelkomd als bekende vrouw met borstkanker.

Die ziekte, waarover ze open spreekt in de slotaflevering, en het leed daaruit voortkomt geven deze amusante miniserie een geladen laatste akte, waarna de hoofdpersoon op herkansing mag bij het Glastonbury-festival, dat ze eerder noodgedwongen heeft moeten afzeggen, en en nog een allerlaatste intieme onthulling in petto heeft.

Marty, Life Is Short

Netflix

Het leven is kort. Die titel ligt, gezien de lengte en de achternaam van de hoofdpersoon, voor de hand: Marty, Life Is Short (101 min.). In het geval van de Canadese komiek/acteur Martin Short, die beweert dat hij aan een gelukkige jeugd lijdt, heeft die titel echter ook nog een andere betekenis: het leven kan zomaar ineens afgelopen zijn.

Regisseur Lawrence Kasdan, de maker van dit portret van de man die doorbrak bij de comedyshows Second City, SCTV en Saturday Night Live, daarna een ster werd in Hollywood en op Broadway en nu op late leeftijd opnieuw scoort met de serie Only Murder In The Building, behoort tot Shorts Bekende Vriendenkring. Die verzamelt zich sinds jaar en dag voor etentjes, feestjes en vakanties in Snug Harbour, het zomerhuis van Martin en zijn echtgenote Nancy Dolman in Ontario. Een groot deel van die groep participeert ook in deze documentaire: Eugene Levy, Steve Martin, Tom Hanks, Steven Spielberg, Andrea Martin, Paul Shaffer, Catherine O’Hara, Walter Parkes en Rita Wilson.

En er draait ook altijd wel een camera als zij zich bij de Shorts verpozen met hun gezinnen en andere bekendheden zoals Chevy Chase, Kurt Russell, Goldie Hawn, Sally Field, Danny Glover of Glenn Frey (Eagles) ontmoeten. In een jolige bui spelen Martin Short (als zijn eigen karikaturale typetje Ed Grimley) en Tom Hanks (in de iconische rol van Forrest Gump) er bijvoorbeeld een scène uit de filmklassieker Butch Cassidy And The Sundance Kid na. ‘Momma always said: jumping off cliffs is like a box of chocolates’, zegt Forrest in stijl. ‘You never know what you might hit.’ Waarna ze zich, tot hilariteit van de andere aanwezigheden en in navolging van Robert Redford en Paul Newman, in zee storten.

Die homevideo’s zijn zeer vermakelijk. Net als de talloze fragmenten uit zijn films, voorstellingen en shows. Short transformeert in de meest buitenissige personages (de plompe interviewer Jiminy Glick bijvoorbeeld, die de sterren écht alles mag vragen, vindt ie zelf) en zorgt continu voor kolderieke taferelen.  Hij laat zich intussen door Kasdan ook wel een beetje in z’n kaarten kijken, maar geeft, zeker als het gaat om zijn huwelijk en kinderen, beslist niet alles prijs. Want hoewel zijn leven inmiddels toch echt moet worden gekarakteriseerd als ‘long’ en zijn carrière als geslaagd, heeft Martin Short op sommige momenten in zijn leven onmiskenbaar ook aan het kortste eind getrokken.

Michael Jackson: The Trial

Videoland

Het bioscoopsucces van de nieuwe speelfilm Michael, door de erven Jackson vakkundig weggestuurd van de hardnekkige beschuldigingen van kindermisbruik tegen de Amerikaanse zanger, songschrijver en danser, zet de schijnwerper weer vol op Michael Jackson (1958-2009). Het is onvermijdelijk dat daarbij die onwelgevallige verhalen over de King Of Pop tóch weer opduiken.

Terwijl de BBC-serie Michael Jackson: An American Tragedy uitzoomt en de impact van de beschuldigingen op Jacksons leven en carrière probeert te vatten, zoomt deze miniserie van Channel 4 juist in: op de rechtszaak die voortvloeit uit Martin Bashirs scandaleuze documentaire Living With Michael Jackson (2003), waarin de wereldvreemde popster vertelt dat het dertienjarige jongetje Gavin Arvizo, dat tijdens het interview nét iets te intiem tegen hem aanzit, gewoon bij hem in bed mag slapen. Later zal Gavin verklaren dat de zanger hem dronken heeft gevoerd en misbruikt.

In de vierdelige docuserie Michael Jackson: The Trial (184 min.) van Gillian Pachter komt, behalve een aantal sprekers uit het kamp Jackson en anderen die hem juist veroordeeld probeerden te krijgen, ook de hoofdpersoon zelf aan het woord. ‘Als je me nu zou vertellen dat ik nooit meer een kind zou zien, zou ik er een eind aan maken’, zegt Michael Jackson bijvoorbeeld, in audio-opnames uit 2000-2001 van gesprekken met zijn vertrouwenspersoon, de rabbijn Shmuley Boteach, één van de bronnen die in beide producties participeren. ‘Dat zweer ik. Want ik heb niets anders om voor te leven.’

Zulke uitspraken zijn natuurlijk voor tweeërlei uitleg vatbaar – al roepen die allebei vragen op over Jacksons geestesgesteldheid. Ook het idee om een privéfilm van Arvizo en hem te maken, waarin de twee hand in hand voor de camera lopen, is op z’n minst twijfelachtig te noemen. De artiest wil bovendien dat zijn eigen mierzoete compositie I’ll Be There daaronder wordt gemonteerd. ‘Ik heb nooit zijn seksuele kant gezien’, stelt Jacksons vaste cameraman Christian Robinson (2001-2004) niettemin. ‘Ik zag een aseksuele man die twaalf jaar wilde zijn en met waterballonnen wilde spelen.’

Met z’n ‘less is more’-insteek werkt The Trial als een nadere inkleuring van An American Tragedy. De miniserie kruipt naar de binnenkant van een maatschappelijk en raciaal geladen schandaal en belandt daarmee op hetzelfde terrein als Ezra Edelmans epische docuserie O.J.: Made In America (2016), over de geruchtmakende rechtszaak tegen O.J. Simpson. In Pachters productie komen de onkreukbare openbaar aanklager Ron Zonen en Jacksons advocaat Brian Oxman, die als een Amerikaanse televisiedominee de zaak van zijn beroemde cliënt met veel theater blijft bepleiten, tegenover elkaar te staan.

Zij vertegenwoordigen de zoektocht naar de waarheid en het koste wat het kost beschermen van de nalatenschap van de grootste popster van de wereld, krachten die zeventien jaar na Jacksons dood nog altijd in gevecht met elkaar zijn. Intussen lijkt de muziek van Michael Jackson alweer uit het verdomhoekje te zijn gehaald.

Kort na Michael Jackson: The Trial werd door Netflix Michael Jackson: The Verdict uitgebracht. Een driedelige serie die eveneens de rechtszaak in 2005 belicht.

Woodstock, 3 Days Of Peace & Music

Warner Bros

In 1969 bestaat er nog niet zoiets als een festivalseizoen, met een ruim van tevoren vastgelegde evenementenkalender. De organisatoren van Woodstock, het festival dat de geschiedenis zal ingaan als de hoogmis van het hippietijdperk, betreden nog grotendeels onontgonnen terrein. Hun geesteskind veroorzaakt gigantische verkeersopstoppingen, bezorgt de lokale middenstand zowel een topomzet als kopzorgen en levert gevaren op voor de volksgezondheid, in de vorm van slechte LSD.

Ruim 400.000 ‘freaks’, véél meer dan verwacht, strijken van 15 tot en met 18 augustus neer op een weiland van de melkveehouder Max Yasgur in de Amerikaanse staat New York voor Woodstock, 3 Days Of Peace & Music (224 min.). Deze klassieke festivalfilm van Michael Wadleigh, die Martin Scorsese naar verluidt geen ‘credit’ als coregisseur gunde, ruimt natuurlijk alle ruimte in voor de line-up waarvoor zij naar dit Boomertown avant la lettre zijn getrokken: Richie Havens, The Who, Joan Baez, Ten Years After, Crosby, Stills & Nash, Santana, Jefferson Airplane, Canned Heat, Janis Joplin, Sha-Na-Na en Sly & The Family Stone.

Het levert onvergetelijke concertimpressies op, veelal in zeer effectief split screen uitgeserveerd: Joe Cockers carrière-definiërende uitvoering van With A Little Help From My Friends bijvoorbeeld. De anti-Vietnamoorlog-meezinger The “Fish” Cheer/I-Feel-Like-I’m-Fixin’-To-Die Rag van Country Joe & The Fish (‘Whoopee, we’re all gonna die!’). Of Jimi Hendrixs feedbackversie van het Amerikaanse volkslied. Tussendoor toont Wadleigh het leven in deze ad hoc geformeerde hippiemaatschappij, waar joints van hand tot hand gaan, naakt wordt gezwommen en tijdens onweer spontaan een regendans en modderglijpartijen ontstaan.

‘Ik kan met trots zeggen dat de inwoners van dit land trots kunnen zijn op deze kinderen’, laat de plaatselijke korpschef zowaar monter optekenen. En hoewel sommige omwonenden in Bethel, New York, wel degelijk mopperen, gaat het er doorgaans best beschaafd aan toe in Woodstock. ‘Dokter Jack Maitland, alstublieft, neem al uw hechtmaterialen mee, want u bent hier nodig’, meldt de festivalomroeper bijvoorbeeld. ‘U moet een bevalling doen.’ Luttele minuten later volgt een nieuwe oproep: ‘City McGee, kom onmiddellijk naar de rechterachterkant van het podium. Ik heb begrepen dat je vrouw aan het bevallen is. Gefeliciteerd.’

Het ultieme sixties-festival, een ongegeneerde viering van de tegencultuur, blijkt vaak een kwestie van improviseren. Geen draaiboek te bekennen. Er is te weinig water, nooit genoeg eten en nauwelijks een plek om te ontlasten. En toch blijven de ‘blommenkinderen’, waarvan er ook nog een paar aan het woord komen, alles van de positieve kant bekijken. Woodstock is en blijft daardoor te allen tijde ‘groovy’ – en daarmee ook een ongekend tijdsdocument. Van een periode waarin vrede en (vrije) liefde de wereld leken te gaan veroveren – totdat de ‘squares’, en hun onvermijdelijke ‘pigs’, hem toch weer in hun macht kregen.

Michael Jackson: An American Tragedy

BBC

Het is de tragiek van Michael Jackson (1958-2009). Nooit meer kan hij in ons collectieve geheugen weer dat ogenschijnlijk onbekommerde kindersterretje worden, dat z’n familiegroep The Jackson 5 begin jaren zeventig naar de toppen van de hitlijsten zong. De ongenaakbare popheld, die met het soloalbum Thriller (1982) het ene na het andere record brak en de popmuziek grondig vernieuwde. En zelfs niet die beeldbepalende figuur, met het bizarre gedrag, aan wie de wereld zich kon blijven vergapen.

Sinds hij in 1993 voor het eerst werd beschuldigd van het misbruiken van weerloze kinderen, is alles bezoedeld geraakt: Jacksons ongenadige talent als zanger, songschrijver en danser. Zelfs het weerloze kind dat hij zelf ooit was, in het oog van de wereld opgegroeid en als jongetje al opgezadeld met de verantwoordelijkheid voor een gehele familie, lijkt persona non grata te zijn geworden. Een onschuldig ogend welpje dat gaandeweg zou zijn uitgegroeid tot een grenzeloos seksueel roofdier.

In de driedelige serie Michael Jackson: An American Tragedy (175 min.) neemt Sophie Fuller nog geen uur de tijd om Jacksons leven en carrière te schetsen, vóórdat die helemaal door elkaar worden geschud door de beschuldigingen van de dertienjarige Jordan Chandler en zijn familie. En hoewel die zaak voor ettelijke miljoenen wordt geschikt, blijft hij besmet. Zelfs een huwelijk met de dochter van de King Of Rock & Roll, Lisa Marie Presley, kan de reputatie van de King Of Pop niet meer redden.

Zijn zus La Toya, tot dan de belangrijkste bron van deze miniserie, verdwijnt dan van het toneel. Alsof de familie Jackson, die naar verluidt ook bij de speelfilm Michael weer een dikke vinger in de pap heeft gehad, z’n handen aftrekt van het aardedonkere deel van zijn nalatenschap. Fuller kan echter terugvallen op een brede waaier aan bronnen: zowel vrienden, medewerkers en belangenbehartigers als onafhankelijke waarnemers, critici en de rechercheurs die de beschuldigingen tegen ‘Wacko Jacko’ hebben onderzocht.

Met al die getuigenissen, geïllustreerd met overdadig archiefmateriaal, schetst ze een scherp en toch genuanceerd overzicht van De Casus Michael Jackson: hoe een verknipte, eenzame en diep tragische figuur en z’n team met allerlei kunstgrepen (zoals een beroep op de zwarte identiteit, die hij eerder juist heeft afgezworen) zijn imago proberen te redden. Een man die volgens zijn spirituele adviseur, rabbi Shmuley Boteach, verslaafd is geraakt aan de adoratie van z’n fans en die zijn grip op de realiteit volledig kwijt is.

Martin Bashirs documentaire Living With Michael Jackson (2003 ), waarin Jacksons ongepaste omgang met de minderjarige Gavin Arvizo pijnlijk in het oog springt, lijkt zijn definitieve ondergang te hebben ingeluid, terwijl Leaving Neverland (2019), waarin Wade Robson en Jimmy Safechuck verklaren hoe Jackson hen als kind heeft misbruikt, hem tien jaar na zijn dood definitief brandmerkt als pedofiel – al blijven zijn fans toch wel achter hem staan en valt daar nog altijd een flinke duit mee te verdienen.

De eveneens in het voorjaar van 2026 verschenen docuseries Michael Jackson: The Trial en Michael Jackson: The Verdict zoomen volledig in op de casus van Gavin Arvizo.

Boy Band Confidential

HBO Max

Ze hebben eerder hun verhaal gedaan, belooft het intro van de tweedelige documentaire Boy Band Confidential (177 min.). Maar nog nooit zo. ‘We hebben nooit gepraat over hoe het voelde en wat er is gebeurd’, zegt initiatiefnemer Joey Fatone (*NSYNC). ‘Het is de hoogste tijd’, beaamt Jeff Timmons (98 Degrees). ‘We hebben dit nog nooit besproken.’ Zulke beloften zijn nodig. Want natuurlijk is er allang gesproken over de achterkant van de boybandbusiness.

Timmons zelf deed bijvoorbeeld ook al zijn zegje in de documentaire Larger Than Life: Reign Of The Boybands. Net als Lance Bass (*NSYNC), Nick Lachey (98 Degrees) en Alex ‘AJ’ McLean (Backstreet Boys). AJ en Bass zijn ook te zien in The Boy Band Con, terwijl de Backstreet Boy McLean eveneens optreedt in Dirty Pop: The Boy Band Scam. Daar treft hij overigens Erik-Michael Estrada (O-Town), die eveneens participeert in deze gelikte boyband-productie van Joey Fatone. 

Kunt u het nog volgen? Lang verhaal kort: het vertellen over het leven als lid van een boyband dreigt een business op zichzelf te worden, op het moment dat hun achterban waarschijnlijk richting midlifecrisis gaat en wellicht weer extra geïnteresseerd is. Over de volledig gefabriceerde muziek gaat het dan niet. Wel over: het verbergen van je seksuele geaardheid, gefnuikte solocarrières, geldproblemen, quarter-life crises, verslavingen en – natuurlijk, helaas – seksueel misbruik.

Vanzelfsprekend komt daarbij ook Lou Pearlman weer aan de beurt. Hij lanceerde eerst Backstreet Boys en daarna ook een concurrent voor die groep, *NSYNC. Naast McDonald’s was er immers ook ruimte voor Burger King, een treffende vergelijking. ‘Big Poppa’ beschouwde zichzelf bovendien als een extra bandlid en beloonde zichzelf ook als zodanig – los van het percentage dat hij als manager sowieso al afroomde. En – natuurlijk, helaas – de man had ook andere behoeften.

De mastodont doet dienst als de lelijke tronie van een industrie die volgens direct betrokkenen, waartoe ook insiders zoals manager Joe Mulvihill, medewerker Melissa Bell en groepsleden van Boyz II Men, All-4-One, Take 5 en LFO behoren, zowel geweldig als wreed kan zijn. ‘Succes was mijn wraak’, zegt Johnny Wright, agent van talloze Amerikaanse acts niet voor niets in dit tweeluik dat (opnieuw) een inkijkje geeft in de wereld achter de glitter en glamour van tienersterren.

PS Er zijn overigens ook nog boybanddocu’s, veelal volgens hetzelfde recept, over afzonderlijke groepen (Take That, Boyzone en Bros) en groepsleden (Robbie Williams en Nick & Aaron Carter).

#Skyking

Disney+

The sky’s no limit, staat er achter op het T-shirt van de man die op 10 augustus 2018 door de beveiligingspoortjes van vliegveld Sea-Tac in Seattle gaat. Niet veel later is hij doorgedrongen tot de cockpit van een Dash 8. Hij laat het Q400-vliegtuig van Alaska Airlines opstijgen en negeert pogingen van de luchtverkeersleiding om in contact met hem te komen. Bij het FAA Washington Operations Center gaan ondertussen alle alarmbellen af. Is het toestel gekaapt? En wat volgt er nu? Een (zelfmoord)aanslag?

‘Ik heb iets slechts en egoïstisch gedaan’, bekent ‘Horizon Guy 449’ even later, als hij zich toch bij de luchtverkeersleiding meldt. ‘Maar het is niet erg. Ik ga naar Rainier.’ Op de grond kunnen ze nauwelijks geloven wat ze zojuist te horen hebben gekregen. ‘449, wil je zeggen dat je het vliegtuig hebt gekaapt?’ vraagt iemand ontzet. ‘Ja, ik ben bang van wel’, beaamt de onbekende man laconiek, om er enkele ogenblikken later al even luchtig aan toe te voegen: ‘Heb je enig idee of Dash 8 Q400 een barrel roll kan maken?’

De potentiële brokkenpiloot wordt al snel geïdentificeerd als Richard Russell, een 28-jarige grondmedewerker van het vliegveld, met de bijnaam ‘Beebo’. Hij heeft nog nooit gevlogen. In #Skyking (90 min.) probeert Patricia E. Gillespie met Russells familie, vrienden en collega’s te begrijpen wat hun geliefde zoon, broer of vriend heeft bewogen. Via een koptelefoon krijgen zij bovendien voor het eerst zijn contacten met de luchtverkeersleiding te horen. Zo wordt zijn opzienbarende ‘vlucht’ gereconstrueerd.

‘Ik wilde gewoon een vluchtje maken’, vertelt Beebo, die klinkt als een toffe peer-variant op het Michael Douglas-personage in de speelfilm Falling Down, een gewone man die niet meer tegen het leven kan en dan een stap zet die eigenlijk alleen verkeerd kan aflopen. ‘Dus je bent in je eentje?’ vraagt de telefonist die Russell veilig naar de grond moet loodsen. ‘Ja’, antwoordt Beebo, die weet dat hij anderen in gevaar brengt met zijn doldrieste actie, hoorbaar schuldbewust. ‘Ik wilde niemand anders kwaad doen.’

Op de gezichten van zijn meeluisterende verwanten valt intussen af te lezen hoe zij zijn reis beleven. Ze leren hem opnieuw kennen. Wat ze horen roept ook talloze herinneringen op aan de man die zich met ‘zijn’ vliegtuig nu opmaakt voor een barrel roll, een levensgevaarlijke kurkentrekker-beweging. Gillespie vindt knap de middenweg tussen die twee verhaallijnen: de enerverende solovlucht zelf en het leven daarachter, van een desperate man die zichzelf wil bevrijden van zijn eigen beperkingen.

Aan het eind belicht zij ook nog het verhaal dat er naderhand is gemaakt van Beebo’s vlucht. Want die zal worden gekaapt door zowel uiterst links als rechts en door hen worden omgevormd tot een spectaculair broodjeaapverhaal, dat perfect past in hun eigen politieke agenda – en dat voor zijn familie en vrienden de man die zij nog altijd hoog hebben zitten juist bezoedelt. Deze indringende film brengt de #Skyking weer terug tot menselijke proporties en benadrukt tegelijk hoe onwaarschijnlijk zijn missie was:

Dramatisch, aangrijpend en totaal (on)begrijpelijk.

The Orkney Assassin: Murder In The Isles

Videoland

Andere gasten van het Indiase restaurant Mumutaz in Kirkwall denken in eerste instantie dat hij simpelweg eten komt afhalen. Totdat ze zien dat de onbekende man een zwarte bivakmuts draagt. Vastberaden loopt hij op donderdagavond 2 juni 1994 op zijn doel af: de 26-jarige ober Shamsuddin Mahmood, afkomstig uit Bangladesh. Die schiet ie met een pistool door het hoofd. Het is de eerste moord in 25 jaar op de afgelegen Orkney Islands, die doorgaans vredig ten noorden van het Schotse vasteland liggen.

Is het een koel uitgevoerde liquidatie? Een uit de hand gelopen ruzie? Of toch een racistische moord, op één van de weinige moslims in Orkney? Het schokkende misdrijf zorgt voor onrust. Zowel bij de plaatselijke bevolking, die verdwaasd en getraumatiseerd achterblijft, als bij de Aziatische gemeenschap, die het leeuwendeel van de Indiase restaurants in Schotland runt. Kunnen zij nog veilig over straat of hun werk doen? Als er een verdachte in beeld komt, wordt de ontzetting alleen maar groter. De zaak is daarmee ook bepaald nog niet afgehandeld. Dat zal nog jaaaren kosten.

In de tweedelige documentaire The Orkney Assassin: Murder In The Isles (91 min.) laat Matt Pinder zien hoe Eddy Ross, de vuurwapenexpert van de lokale politie, een sleutelrol speelt in deze tragische kwestie, die de gemeenschap van Orkney ruim dertig jaar later nog altijd tot op het bot verdeelt. De oud-militair gaat met de 9mm-kogelhulzen die bij Mumutaz zijn gevonden op zoek naar het moordwapen en de man die de trekker heeft overgehaald. Al snel blijkt dat Ross zelf aan z’n tijd bij het Black Watch-regiment ook kogels van de Indiase munitieproducent Kirkee Arsenal heeft overgehouden.

Die ongemakkelijke constatering blijkt niet meer dan de opmaat naar een bijzonder moeizaam moordonderzoek, dat nog heel wat onverwachte wendingen zal nemen en commotie blijft veroorzaken bij de Schotse eilanders. Pinder serveert deze ontwikkelingen met diverse direct betrokkenen, waaronder Eddy Ross en zijn vrouw Moira, trefzeker en toch zonder al te veel effectbejag uit. De moord in Kirkwall, zo wordt al snel duidelijk, gaat niet alleen om de zoektocht naar de dader, maar draait net zo goed om de onmogelijke positie van familieleden, vrienden en ooggetuigen.

Door alle verwikkelingen op Orkney blijft het slachtoffer, een Bengalese man die ook maar gewoon zijn werk deed, ondertussen vrijwel buiten beeld – ook omdat hij in feite slechts een mineure rol lijkt te spelen in wat er zich heeft afgespeeld.

Trailer The Orkney Assassin: Murder In The Isles

Once Upon A Time In Space

BBC / NTR

De Russen zijn de Amerikanen in de jaren zestig steeds nét een stapje voor in de ruimtewedloop. De eerste man in de ruimte? De eerste vrouw? De eerste ruimtewandeling? Stuk voor stuk succesverhalen, waarvoor de Sovjet-Unie zich op de borst kan kloppen. En als de Amerikanen in de jaren zeventig een spaceshuttle ontwikkelen die zowaar meerdere keren de ruimte in kan, brengen de Russen een permanent ruimtestation, Mir, in een baan om de aarde. Het is dan nog ondenkbaar dat de aartsrivalen zullen samenwerken.

In het eerste deel van Once Upon A Time In Space (224 min.) schetst James Bluemel hoe het Amerikaanse ruimtevaartprogramma, dat van oudsher wordt gedomineerd door witte mannen, zich eerst langzaam openstelt voor Afro-Amerikanen. ‘Van slavernij naar ruimtevaart in vier generaties’, constateert Carl, de broer van de zwarte astronaut Ron McNair. NASA begint daarna ook vrouwen te rekruteren. Anna Fisher, de eerste moeder in de ruimte, moet zich alleen wel verweren tegen kritiek die nog geen vader heeft gekregen. Of ze niet thuis moet blijven voor haar dochter Kristin?

Bluemel, die ook al puike Once Upon A Time-series maakte in Irak en Noord-Ierland, concentreert zich in deze vierdelige serie op zulke persoonlijke verhalen. ‘Papa verdween naar Sterrenstad om hard te trainen voor z’n missie’, vertellen de allang volwassen dochters van ‘kosmonaut en held van Rusland’ Aleksandr Lazutkin bijvoorbeeld over hun jeugd. ‘Hij maakte sterrenstelsels van glow-in-the-dark-sterren op ons plafond.’ Zij kunnen dan nog niet bevroeden wat er nog op hun pad komt – en dat hun vader innig bevriend zal raken met een NASA-astronaut, Michael Foale.

Gedwongen door de omstandigheden – het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en economische malheur in de VS – moeten de Russen en Amerikanen namelijk gaan samenwerken. Niet veel later ontstaat er ook een commerciële variant, MirCorp, die voor de eerste burger in de ruimte zal zorgen. Private partijen zoals Elon Musks SpaceX zijn zich tegen die tijd actief met ruimtevaart gaan bemoeien. Elke vorm van Koude Oorlog lijkt dan definitief uit de ruimtewedloop te zijn verdwenen. Russische en Amerikaanse bemanningsleden bouwen een uitstekende verstandhouding op.

‘We dachten dat we ons hele leven vrienden zouden blijven’, vertelt de Amerikaanse astronaut Terry Virts. En dan valt Rusland in 2014 de Krim binnen, de opmaat naar de inval in Oekraïne in 2022, en wordt alles ineens anders. Ook aan boord van de ruimtevaartuigen. De opnieuw opgelaaide strijd tussen de aartsvijanden drijft zelfs een wig tussen ervaren ruimtereizigers die samen de aarde achter zich hebben gelaten, toont deze boeiende serie over de mens binnen de ruimtevaart. ‘Wie de baas is in de ruimte’, stelt de Russische kosmonaut Sergei Zalyotin nuchter, ‘is de baas over de wereld.’

We Have To Survive

Taskovski Films

Mick Farkas gelooft niet in klimaatverandering. De verzengende hitte in Coober Pedy, in het zuiden van Australië, is volgens hem simpelweg het gevolg van de evolutie. Ooit stond deze plek toch ook onder water, was het een tropisch gebied en of moest het een ijstijd verduren?

Met al dat geëmmer over de opwarming van de aarde proberen ze gewoon elektrische auto’s en andere producten aan de man te brengen, is zijn stellige overtuiging. Intussen is Farkas zelf, die voor de zekerheid toch maar een fikse watervoorraad heeft aangelegd, druk met het bouwen van ondergrondse woningen. Zelf woont hij met zijn vrouw Irene al twintig jaar in zo’n grot. Het is volgens hem dé manier om aangenaam te kunnen blijven wonen als de temperaturen in zijn deel van de wereld nog verder oplopen.

Elders, in We Have To Survive (101 min.) en de wereld, moeten andere aardbewoners ook dealen met de gevolgen van klimaatverandering – ook al zien ze soms weinig in dat idee en de manier waarop het wordt gepolitiseerd. In Groenland is het ijs inmiddels vaak te dun voor de Inuit om er met sledehonden overheen te rijden, terwijl de Amerikaanse kustplaats Rodanthe steeds meer last krijgt van de stijgende zeespiegel. Woeste golven dreigen strandhuizen te verzwelgen – en soms voegen ze ook de daad bij het woord.

In de Gobi-woestijn te Mongolië heeft Baraaduuz Demchig de strijd aangebonden met de aanhoudende droogte. Hij plant bomen, irrigeert de grond en probeert zo een nieuwe groene oase te creëren – en de toekomst van zijn nageslacht veilig te stellen. Het is een opmerkelijk staaltje omdenken. Vanuit die gedachte belicht de Slowaakse filmmaker Tomás Krupa in deze documentaire ook de gevolgen van klimaatverandering: hoe kunnen we dealen – of ons voordeel doen – met de nieuwe aardse verhoudingen?

Dat vereist wel inventiviteit en aanpassingsvermogen, want een paar kuub zand helpen niet tegen de woeste golven van de Atlantische oceaan, zoals is te zien in spectaculaire beelden van een strandhuis in Rodanthe dat door zijn hoeven zakt. Want op de – ondanks alles: soms nog altijd verblindend mooie – aarde die door Krupa in imposante shots is vervat, blijft de mens niet meer dan een eenvoudige onderknuppel. Zoals één van de hoofdpersonen ‘t uitdrukt: de natuur gaat zich echt niet aan ons aanpassen.

Foute Erfenis

Pink Moon

Zijn opa werd begin jaren dertig al ontslagen bij Vroom & Dreesmann vanwege zijn steun voor het gedachtegoed van de NSB. De grootouders van Xander Beks hebben ook nooit afstand gedaan van hun dubieuze sympathieën – al zouden ze op latere leeftijd nog wel spijt hebben betuigd. ‘In alle eerlijkheid’, zegt hun kleinzoon, ‘in de processen-verbaal staat van mijn oma ook dat ze verklaard heeft dat ze baalt dat de Duitsers de oorlog hadden verloren. Wij hebben verder niks feitelijk kunnen ontdekken dat ze enige gruweldaad hebben gepleegd.’

Xander Beks, Nederlands militair en mede-initiatiefnemer van deze documentaire, vertelt ogenschijnlijk gemakkelijk over de Foute Erfenis (50 min.), die de kinderen en kleinkinderen hebben gekregen van opa en oma. Over hoe hun oudste zoons als kind bijvoorbeeld actief waren binnen de Jeugdstorm en later ook nog hebben gediend in de SS. Ook andere afstammelingen van ‘foute’ Nederlanders delen hun persoonlijke relaas in deze interviewfilm van Klaas van Eijkeren, die hun verhalen aankleedt met nieuwsbeelden, persoonlijke foto’s en stemmige animaties.

Zulke herinneringen zijn al eerder opgetekend – ook uit de eerste hand, zoals in de bekroonde documentaire Zwarte Soldaten (2011) van Joost Seelen. Deze docu voegt daar vooral een aantal ervaringsverhalen aan toe, verteld vanuit het perspectief van de derde en vierde generatie. Over hoe er keihard werd afgerekend met de Nederlanders die de verkeerde kant kozen. En over de gevolgen daarvan voor hun kinderen, die in tehuizen en heropvoedingskampen belandden en die samen met hun eigen kinderen moesten dealen met hardnekkige gevoelens van schuld en schaamte.

Het interessantst wordt Van Eijkerens film als de erfgenamen vertellen hoe het verleden ook hun eigen persoonlijkheid heeft gevormd. Ze schetsen zichzelf als mensen die willen pleasen, conflicten vermijden en moeite hebben om grenzen te stellen. Als mensen, kortom, die zeker niet in oude fouten willen vervallen. Slechte keuzes maken zit helemaal niet in je DNA, relativeert Isa Drion dan weer. Haar overgrootvader heeft dan misschien slechte keuzes gemaakt. Dat betekent niet dat haar opa, haar moeder of zijzelf datzelfde zouden doen. Het is, kortom, niet hun schuld.

The Rise Of The Red Hot Chili Peppers: Our Brother, Hillel

Netflix

De band moet nog definitief doorbreken als het oorspronkelijke driemanschap van The Red Hot Chili Peppers al uiteenvalt in 1988.

De drie hebben elkaar eind jaren zeventig leren kennen op Fairfax High, een middelbare school in Los Angeles. Anthony Kiedis en Mike Balzary zien er het bandje Anthym optreden. Enige tijd later krijgen ze een lift van de gitarist, Hillel Slovak. De drie worden onafscheidelijk. En als de bassist van Anthym er de brui aan geeft, vraagt Hillel Mike. Die heeft nog nooit een basgitaar aangeraakt, maar hapt toch toe. ‘Hij geloofde in mij’, vertelt Mike, een jongen uit een getroebleerd gezin die zich tegenwoordig ‘Flea’ noemt. ‘Hij zag me.’ Bij de gedachte aan dat moment moet de bassist ruim veertig jaar later nog altijd zijn emoties wegslikken. ‘Dat heeft mijn leven definitief veranderd.’

Wanneer Hillel en Flea, die z’n heil een tijdje elders zoekt als Anthym niet echt van de grond komt, weer eens samen willen optreden, sluit ook die andere boezemvriend, Anthony, zich bij hen aan. Zij worden in de rug gedekt door Anthym-drummer Jack Irons. De allereerste incarnatie van The Red Hot Chilli Peppers maakt in december 1982 z’n live-debuut voor een dolenthousiast publiek. Het zal alleen nog jaren kosten voordat de band definitief vlam vat. Tegen die tijd hebben ook drugs al hun verpletterende entree gemaakt. Of zoals Hillel ’t, volgens zijn vriendin Addie Brik, zegt: het is vrijdag, waar is de tofu? Voor Anthony en hem is het alleen al snel elke dag vrijdag.

De Peppers gaan er bijna aan onderdoor en moeten afscheid nemen van Slovak, het eindstation van deze film. Hij wordt opgevolgd door John Frusciante, die later in zijn eigen drugshel zal belanden – in 1994 vereeuwigd in een geruchtmakende aflevering van het Nederlandse muziekprogramma Lola da Musica. Zover komt The Rise Of The Red Hot Chili Peppers: Our Brother, Hillel (95 min.) niet. Documentairemaker Ben Feldman concentreert zich volledig op de onstuimige beginjaren van de Amerikaanse groep en had dus even goed Becoming Peppers kunnen heten. Net als vergelijkbare portretten van muzikale helden zoals David Bowie, Led Zeppelin en Madonna.

De roem en het succes die later altijd vanzelfsprekend lijken te zijn geweest, liggen dan nog in de toekomst verscholen. De meeste Anthony Kiedissen en Fleas van deze wereld – jong, wild en klaar om de wereld te veroveren – lopen onderweg averij op of bereiken, zoals hun maat Hillel Slovak, nooit de jaren waarin het sterrendom wel degelijk komt. Zijn voormalige boezemvrienden betonen de gitarist, tevens tot leven gewekt met z’n tekeningen en persoonlijke geschriften, in deze film alle eer. Hij stond mede aan de basis van – of, zoals dat nu eenmaal gaat bij gevallen helden: hij was de onbetwiste inspiratiebron voor – wat zij uiteindelijk wél zijn geworden.

The London Railway Murders

Videoland

De nacht is van ons, scanderen Londense vrouwen halverwege de jaren tachtig. De ‘Women Against Rape’ zijn de straat opgegaan om aandacht te vragen voor een serieverkrachter die nu al enkele jaren huishoudt in hun stad. Deze ‘Railway Rapist’ attaqueert zijn slachtoffers in de buurt van treinstations. Er worden inmiddels ruim twintig aanvallen aan hem toegeschreven. Al snel blijkt dezelfde man ook in verband te kunnen worden gebracht met de moorden op de jonge vrouw Alison Day en een vijftienjarig Nederlands meisje, Maartje Tamboezer.

De politie stuit op een verdachte, John Francis Duffy, die op basis van zijn kille ‘laserogen’ ook kan worden geïdentificeerd door slachtoffers. Hij wordt in 1988 daadwerkelijk veroordeeld. Tot een levenslange gevangenisstraf. Case closed, zo lijkt het. Tien jaar later wordt de Britse rechercheur Caroline Murphy echter geconfronteerd met een aantal verkrachtingszaken in Hampstead Heath, die toch wel heel erg aan Duffy doen denken. Zit hij nog steeds in de zwaarbewaakte Whitemoor-gevangenis? Of is er misschien een ‘copycat’ of handlanger actief geworden?

In de tweedelige true crime-docu The London Railway Murders (90 min.) ontleedt Naomi Pallas de twee reeksen misdrijven en bekijkt samen met de betrokken politiemensen en enkele deskundigen of die misschien gerelateerd zijn. Daarbij hebben ze in 1998 een nieuw bewijsmiddel tot hun beschikking: DNA. En Duffy zelf kan eveneens worden gebruikt als een belangrijke informatiebron. Óók in deze gedegen vertelling, die steeds op en neer springt tussen de oorspronkelijke verkrachtingen en moorden in de jaren tachtig en de heropening van het onderzoek daarnaar, ruim tien jaar later.

En dat behelst óók het opnieuw benaderen van slachtoffers van vreselijk seksueel geweld, voor wie ook de aangifte bij de politie en de argwaan waarmee ze toen zijn benaderd soms traumatiserend heeft gewerkt.

Killing Anna

KEO Films / Dogwoof

Ieder misdadig regime weet: als er geen bewijs is van misdaden tegen de menselijkheid, dan zijn die gruwelijkheden verdomd lastig aan te tonen. Wanneer de Syrische dictator Bashar al-Assad in 2011 wordt geconfronteerd met aanhoudend verzet tegen zijn schrikbewind, slaat hij dus bruut terug én verdonkeremaant hij het bewijs daarvan.

In 2019 weet Uğur Ümit Üngör, hoogleraar Holocaust- en Genocidestudies bij de Universiteit van Amsterdam, via een bron uit Damascus echter de hand te leggen op schokkende videobeelden van ernstige oorlogsmisdaden door het Assad-regime. Hij ontwaart bovendien een officier van de Syrische inlichtingendienst Moeghabarat die de lakens lijkt uit te delen. Samen met zijn student Annsar Shahhoud gaat Üngör op zoek naar deze ‘Shadow Man’, die een opvallend klein litteken heeft bij zijn linkerwenkbrauw en afgaande op z’n Facebook-pagina een volstrekt normaal bestaan leidt.

Is hij de persoon via wie ze het onmenselijke karakter van de Syrische dictatuur onomstotelijk kunnen bewijzen? Üngör en Shahhoud bedenken een list om in contact te komen met de man die ze hebben leren kennen als Amgd Yusuf. Op Facebook creëren ze een nepprofiel voor een pro-Assad meisje uit Homs, dat in het buitenland studeert. Onder het nom de plume ‘Anna Sh’ begint Annsar vervolgens een online-netwerk op te bouwen, waarna ze contact legt met de hoofdverdachte zelf. Die gesprekken vormen het hart van deze reconstructie van hun enerverende Catfish-operatie.

Met veel drama en suspense serveert regisseur Sam Benstead in Killing Anna (75 min.) de actie uit. Die legt volgens journalist Michael Safi van de Britse krant The Guardian, die in het voorjaar van 2022 als eerste publiceert over de zogeheten Tadamon-bloedbaden, een angstaanjagende wereld bloot. Waarin gewone mensen kunnen uitgroeien tot monsters. En hoewel de Syrische leider inmiddels met donderende geraas van zijn zelf gecreëerde voetstuk is gevallen, lijkt het loslippige hoofd van Assads doodseskader, dat in zijn opdracht zonder scrupules moordde, de dans vooralsnog te ontspringen.