The Synanon Fix

HBO Max

Als allerlei ‘Lifestylers’, Amerikaanse hippies zonder verslavingsproblematiek, zich in de loop van de jaren zestig aansluiten bij Synanon, groeit het afkickcentrum in Californië al snel uit zijn voegen en ontstaat een gemeenschap die toch wel verdacht veel op een sekte begint te lijken.

Toen Charles ‘Chuck’ Dederich eind jaren vijftig het intramurale programma voor verslaafden in Santa Monica creëerde, had niemand kunnen bevroeden dat hij daarbij zou uitgroeien tot de goeroe en dictator. Dederich was simpelweg een voormalige probleemdrinker die al twee huwelijken en een carrière als vertegenwoordiger kapot had gezopen en die nu andere verslaafden een plek wilde bieden om af te kicken. En dat werkte vaak wonderwel. De voormalige junks durfden alleen de wijde wereld niet meer in, bang dat ze opnieuw ten prooi zouden vallen aan alle verleidingen.

Zo is een hechte gemeenschap ontstaan, met Dederich, op het eerste gezicht bepaald geen charismatische leider, als voornaamste aanjager en geheel eigen codes en gebruiken. Binnen de groep zweren ze bijvoorbeeld bij The Synanon Game, gesprekssessies waarbij deelnemers elkaar ongezouten de waarheid zeggen. Voor buitenstaanders oogt dit, op de zwart-witte beelden die ervan bewaard zijn gebleven, simpelweg als ordinair bekvechten, maar voor de participanten schijnt het een heilzaam effect te hebben – en er gaat dus blijkbaar ook een aanzuigende werking van uit.

Met Dederichs dochter Jady en allerlei oud-leden waden Rory Kennedy en Mark Bailey in The Synanon Fix (237 min.) door de roerige geschiedenis van de beweging, die gaandeweg helemaal ontspoort. Chuck Dederich ontwikkelt zich tot een totaal onvoorspelbare leider die, heel voorspelbaar, steeds verder over ieders grenzen heen gaat. Wat begint met het relatief onschuldige bevel dat iedereen zich moet kaalscheren, mondt uit in verplichte vasectomie, afgedwongen abortussen en het collectief beëindigen van relaties. Waarna elk lid met een ander verder moet.

De oorspronkelijke uitgangspunten van Synanon – geen drank en drugs en geen geweld – zijn dan allang losgelaten. De zelfhulpgroep is verworden tot een typische sekte, met alle bijbehorende uitwassen. Dit is een erg herkenbaar, bijna voorspelbaar proces, al talloze malen eerder in beeld gebracht en soms ook meeslepender, dat ook weer het hart van deze vierdelige serie vormt. Die krijgt na een wat langdradig middenstuk in de laatste aflevering weer meer vaart en urgentie als Synanon zich ook naar buiten toe steeds vijandiger begint op te stellen en een gevaar voor de samenleving dreigt te worden.

Chuck Dederich oogt tijdens deze ontwikkeling, die met veel archiefbeelden en audio-opnamen levendig wordt opgeroepen, eerder als een tragische figuur, een raaskallende dronkenlap, dan als de klassieke kwaadaardige sekteleider. Hij, en de mensen aan zijn zijde, richten niettemin heel wat schade aan – al heeft menig oud-groepslid nog altijd heimwee naar de belofte die Synanon ooit in zich leek te bergen. ‘Synanon redde mijn leven’, vat Mike Gimbel, die met Dederichs hulp een heroïneverslaving overwon, dat gevoel aan het eind kernachtig samen. ‘Maar verneukte het tegelijkertijd ook.’

Crime Scene Berlin: Nightlife Killer

Netflix

Wie deed wat met wie en waar, hoe en in welk kamertje? wil de Duitse recherche op 5 mei 2012 weten als ’s nachts het levenloze lichaam van de 32-jarige Nicky M. wordt aangetroffen in de Berlijnse gaybar Grosse Freiheit. Maar wie houdt er nu een overzicht bij van wie zich in welke darkroom heeft teruggetrokken? En waarom heeft niemand het slachtoffer gehoord toen hij van het leven werd beroofd? Duidelijk is dat Nicky’s creditcard vlak na zijn dood nog is gebruikt.

En dan dient zich nog een tweede slachtoffer aan in Crime Scène Berlin: Nightlife Killer (106 min.). Levend. Miroslaw Wawak kwam een uur na de moord op Nicky, rond vijf uur ’s nachts, in een trein een man tegen. Ze wisselden een flaconnetje sterke drank uit. Daarna is de jonge man kwijt wat er met hem is gebeurd. Miroslaw komt pas bij zijn positieven in het ziekenhuis. Hij blijkt ternauwernood een GHB-vergiftiging te hebben overleefd. Z’n creditcard en contant geld zijn wel ontvreemd.

Niet veel later komt in deze driedelige true crime-serie van Jan Zabeil en Caroline Schaper, onderdeel van Joe Berlingers Crime Scene-franchise, een dader in beeld. Deze man – vooralsnog blijft onbekend wie het is – vertelt over wat hem rond zijn misdaden bezig hield. Waarom hij precies tot zijn daden overging, blijft echter ongewis. Omdat het kon? ‘Ik weet dat ik iets doe wat verboden is, iets verkeerds’, stelt hij. ‘Bij ieder ander zou ik deze daden veroordelen. Maar het bevredigde iets in mij.’

Gaandeweg breidt de zaak zich uit naar mogelijke andere misdaden. Die zijn stuk voor stuk gesitueerd in de Duitse gayscene. Langzaam komt dan ook steeds nadrukkelijker de persoon in beeld achter de anonieme man, die eerder ook al met Miroslaw op beveiligingscamerabeelden van het Berlijnse station Ostbahnhof was te zien. Hij begint verdacht veel te lijken op een klassieke seriemoordenaar, inclusief de jeugdtrauma’s die wellicht ten grondslag hebben gelegen aan zijn drang om te doden.

De partyscene van de Duitse hoofdstad, waarin sowieso van alles gebeurt wat het daglicht niet kan verdragen, vormt een perfect jachtterrein voor deze ‘Koma-Killer’. Zabeil en Schaper nutten dit decor ook ten volle uit en geven de jacht op hem een naargeestig karakter met duistere reconstructiescènes en hectische dancemuziek. Enig effectbejag is hen daarbij niet vreemd. Het nachtelijke Berlijn wordt in hun handen geen plek om individuele vrijheid te beleven, maar een hedonistisch oord vol gevaren.

Uiteindelijk vallen alle puzzelstukjes in Crime Scene Berlin min of meer in elkaar – al blijven er, mede door de afloop van deze intrigerende casus, ook de nodige vragen onbeantwoord.

Holland Pop 1970

In-Edit

Tegenwoordig heeft elk dorp z’n eigen popfestival. Toen organisator Georges Knap en impresario Berry Visser, oprichter van Mojo Concerts, in 1970 aan de slag gingen om een festival te organiseren in het Kralingse Bos te Rotterdam, lag er echter nog helemaal geen infrastructuur. Er was alleen een voorbeeld: het legendarische Amerikaanse Woodstock-festival.

Het Holland Pop Festival, dat uiteindelijk plaatsvond in het weekend van 26-28 juni, werd georganiseerd in het kader van 25 jaar Bevrijding. De wederopbouw van Rotterdam, volledig kapotgeschoten tijdens de Tweede Wereldoorlog, leek een heel eind voltooid. Dat moest gevierd worden volgens de gemeente, die onder de noemer C70 allerlei activiteiten wilde organiseren. Om te voorkomen dat dit met operette-uitvoeringen en zaklopen voor de kinderen enkel een feest voor het establishment zou worden, wilde Knap ook ‘de jeugd van toentertijd’ eens goed bedienen.

In Holland Pop 1970 (71 min.) laat Ferri Ronteltap vanaf de montagetafel oude tijden herleven met Knap, Visser en sprekers zoals feministe/politica Hedy d’Ancona, muzikant Robert Jan Stips (die optrad met de band Supersister) en fotograaf Vincent Mentzel (die er fraaie zwart-wit foto’s maakte). Ronteltap kan ook teruggrijpen op de welbekende beelden uit de film Stamping Ground (1971) over ‘Kralingen’: concertimpressies van Santana, Jefferson Airplane, The Byrds, Pink Floyd, Soft Machine en Country Joe en onvergetelijke beelden van relaxte, uitzinnige en onbeschaamde Nederlandse hippies.

‘Bijzonderheden ten aanzien van de bezoekers’, leest de toenmalige commissaris Cees Ottevanger voor uit de eindrapportage van de politie. ‘Naar het uiterlijk te oordelen bestond het merendeel der bezoekers uit zogenaamde hippies. Bizar gekleed, met vaak zeer lange haren. Variërend in leeftijd van vijftien tot vijfentwintig jaar.’ Sommige bezoekers liepen naakt rond, hadden hun kinderen en huisdieren meegenomen en gebruikten openlijk softdrugs. Het festival verliep volgens Ottevanger daardoor/desondanks ‘volkomen agressieloos’. Eigenlijk kon geen mens er bezwaar tegen hebben.

En, inderdaad, zelfs de Rotterdamse burgemeester Wim Thomassen noemt het verloop van het festival naderhand ‘hartverwarmend’ – al kan hij er eigenlijk pas echt iets over zeggen als de eindbalans is opgemaakt. ‘Één van onze bezorgdheden was de medische en hygiënische kant ervan en of er bepaalde ziekten uit voortkomen, besmettingen of iets van dien aard, dat merken we natuurlijk pas na afloop. Maar tot nu toe zijn we tevreden.’ ’s Mans eigen dochter heeft Kralingen ook bezocht. ‘De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat die vannacht in haar eigen bed is komen te slapen.’

Zij en andere generatiegenoten, tegenwoordig opgezadeld met het predicaat boomer, zullen deze degelijke ‘trip down memory lane’ over het Nederlandse Woodstock ongetwijfeld ook liefdevol omarmen. Terwijl anderen zich erover kunnen verbazen hoeveel van de toenmalige vrijheid sindsdien verloren is gegaan.

Putin And The West: At War

Alamy / VPRO

Ruim twee jaar na dato is de Russische invasie van Oekraïne inmiddels op alle mogelijke manieren in beeld gebracht in documentaires. Van de gevolgen op de grond voor de Oekraïense burgerbevolking in ooggetuigenverslagen zoals Mariupol: The People’s Story20 Days In Mariupol en de Nederlandse productie Eddy’s Oorlog tot de diplomatieke schermutselingen van westerse mogendheden met Rusland voor aanvang van die oorlog in Un President, l’Europe Et La Guerre, waarin de Franse president Macron alles op alles zet om zijn Russische ambtsgenoot Vladimir Poetin van gedachten te doen veranderen, en de gezaghebbende miniserie Putin And The West, die Poetins betrokkenheid bij de oorlog in Syrië en de jarenlange aanloop naar ’s mans aanval op z’n buurland Oekraïne vanuit allerlei verschillende gezichtspunten belicht.

Het tweeluik Putin And The West: At War (118 min.), eveneens van regisseur Tim Stirzaker (Trump Takes On The World) en het gereputeerde Britse productiehuis Brook Lapping, gaat verder waar die laatste productie eindigde. Als Poetin zijn troepen op 23 februari 2022 richting de Oekraïense grens heeft gedirigeerd. De invasie wordt nota bene opgestart als de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties net bijeen is en veroorzaakt alom ontzetting: er komt dus daadwerkelijk weer oorlog in Europa. Stirzaker probeert de verwikkelingen in het navolgende jaar in kaart te brengen met een indrukwekkende rij politici en topdiplomaten, waaronder de Oekraïense president Zelensky, de regeringsleiders van Groot-Brittannië, Senegal, Indonesië, Finland en Zweden, NAVO-secretaris-generaal Stoltenberg, VN-secretaris-generaal Guterres, voorzitter Michel van de Europese Raad, de Chinese hoogleraar Xiang Lanxin en enkele topfunctionarissen uit de regering van de Amerikaanse president Biden.

Samen met een aantal ministers van Buitenlandse zaken, ministers van Defensie en VN-ambassadeurs schetsen zij de diplomatieke achterkant van de Russische inval: hoe de belangrijkste westerse landen alles in het werk stellen om de oorlog niet verder te laten escaleren en tegelijk Poetin tot de orde proberen te roepen, Oekraïne moeten beschermen en China en Afrikaanse landen niet van zich willen vervreemden. Deze veelheid aan belangen, die regelmatig met elkaar conflicteren, zorgt voor druk op de onderlinge verhoudingen, versterkt ook de behoefte om de NAVO te versterken en uit te breiden met landen als Zweden en Finland en zorgt bovendien in grote delen van de wereld voor zorgen over de voedselproductie. Zou deze oorlog tot grote tekorten elders op aarde kunnen leiden? Ook het Russische perspectief op al deze onderwerpen ontbreekt niet, met bijdragen van VN-ambassadeur Vasili Nebenzja en Andrea Kelin, de Russische ambassadeur in het Verenigd Koninkrijk.

Net als in de echte wereld leidt dit ook in deze tweedelige documentaire soms tot bijna absurde taferelen. Als president Zelensky begin april 2022 bijvoorbeeld een video van Russische oorlogsmisdaden heeft laten zien bij de VN-veiligheidsraad, zegt Valentin Rybakov, de VN-ambassadeur van Ruslands bondgenoot Wit-Rusland: ‘Je moet zeker weten dat dit geen nep is, want ik heb video’s gezien met dezelfde doden die opstaan en een sigaretje gaan roken en dan weer gaan liggen alsof ze dood zijn. In deze informatieoorlog weet je het nooit honderd procent zeker.’ Zoals de waard is, denkt een buitenstaander daarbij vrijwel automatisch, vertrouwt ie z’n gasten. Tegelijkertijd heeft elke spreker in dit tweeluik natuurlijk z’n eigen agenda, binnen een wereldwijd conflict dat nog altijd ongenadig voortwoekert en dat hier alvast met potlood is opgetekend door een aantal hoofdrolspelers en belangrijke bijfiguren.

Once Upon A Time In Northern Ireland

BBC

Ruim 25 jaar geleden, op 10 april 1998, werd het Goedevrijdag-akkoord gesloten. Daarmee kwam er een eind aan ‘The Troubles’, die Noord-Ierland sinds eind jaren zestig in vuur en vlam hadden gezet. Katholieken en protestanten stonden in die dertig jaar recht tegenover elkaar. Republikeinen, die zich los wilden maken van Groot-Brittannië, tegenover loyalisten, die zich daar juist tegen verzetten. Het resultaat was een aaneenschakeling van conflicten, schietpartijen en bomaanslagen.

In de ijzersterke vijfdelige docuserie Once Upon A Time In Northern Ireland (275 min.) brengt James Bluemel de menselijke tol van deze bloedige burgeroorlog in kaart met gewone Noord-Ieren. Van leden van het ondergrondse Republikeinse leger, de IRA, en hun aartsvijanden van de privémilitie Ulster Defence Association (UDA) – fanatiekelingen die de strijd doelbewust hadden opgezocht – tot burgers die ongewild betrokken raakten bij Bloody Sunday, de geruchtmakende hongerstakingen of de zoveelste dodelijke actie.

Zeker de verhalen van willekeurige mensen die plotsklaps werden getroffen door het noodlot, maken diepe indruk. Michael McConville en zijn familie verkeerden bijvoorbeeld dertig jaar in onzekerheid over wat er met zijn moeder Jean was gebeurd. De alleenstaande moeder van tien kinderen werd in 1972 ontvoerd door de IRA. Of het verhaal van June, de vrouw van politieman John Proctor van The Royal Ulster Constabulary. Hij werd in 1981 geliquideerd toen hij in het ziekenhuis naar zijn pasgeboren kind kwam kijken.

En dan zijn er nog de voetsoldaten die veelal met gemengde gevoelens terugkijken op hun eigen betrokkenheid bij The Troubles – en hun partners en kinderen die daar maar mee hadden te leven. Ricky O’Rawe werd bijvoorbeeld gearresteerd tijdens een bankoverval voor de IRA toen zijn vrouw hoogzwanger was. Of Bernadette McDonnell, de tienjarige dochter van de overtuigde Republikein Joe McDonnell. Als kind voelde zij zich verplicht om zijn zaak te bepleiten. Totdat hij na 61 dagen hongerstaking bezweek en een IRA-icoon werd.

‘Als je er nu naar kijkt, is het gestoord’, constateert de ‘vredelievende loyalist’ John Chambers. ‘Maar niet als je geboren bent in een stammenstrijd en je leven wordt bepaald door The Troubles.’ Katholieken zagen er niet uit, stonken en waren voor hem dus de natuurlijke vijand. Chambers liep alleen met een geheim rond: zijn eigen moeder was katholiek. Zo’n detail kon iemand ten tijde van de onlusten in Ulster zomaar fataal worden – al waren er wel degelijk ook Noord-Ieren voor wie religie of politieke voorkeur er niet toe deed.

En toen de Noord-Ierse bevolking zich steeds massaler begon te verzetten tegen het alomtegenwoordige sektarisch geweld – van een aanval op een uitvaart tot een moordaanslag op de gehate Britse premier Margaret Thatcher in een hotel te Brighton – ontstond er zelfs bij de meest geharnaste strijders draagvlak voor een wapenstilstand. In de slotaflevering van deze aangrijpende miniserie reconstrueert Bluemel hoe de verschillende partijen uiteindelijk stapvoets, met zo nu en dan ook een flinke stap achterwaarts, af koersten op vrede.

Die houdt nu al ruim 25 jaar, met veel pijn en moeite, stand.

Alex’s War

Play Nice

‘Vanaf de frontlinies van de informatieoorlog, hier is Alex Jones.’ De vaste aankondiging van The Alex Jones Show op z’n eigen platform Infowars fungeert als een soort startschot voor de gastheer om de zoveelste editie van Alex’s War (131 min.) op te starten. Binnen de kortste keren heeft hij zichzelf weer verloren in een uitzinnige ‘rant’ over een grootschalige samenzwering rond pak ‘m beet Waco, de aanslagen van 11 september of de Sandy Hook-‘school shooting’.

Tegen de achtergrond van de steeds verder ontsporende protesten tegen de officiële uitslag van de presidentsverkiezingen van 2020, waarbij ‘zijn’ kandidaat Donald Trump is verslagen door Joe Biden, duikt Alex Lee Moyer in deze documentaire uit 2022 in de achtergrond van Amerika’s meest beruchte complotdenker. De filmmaakster doet dat volgens het ‘show, don’t tell’-principe. Zonder de juiste voorkennis of context, vrezen kenners, kan dat zomaar verkeerd uitpakken.

Moyer volgt Alex Jones tijdens zijn pogingen om het verzet tegen Bidens verkiezing verder op te poken en stelt daarbij geen kritische vragen. ‘We zullen nooit opgeven’, schreeuwt haar protagonist bijvoorbeeld ten overstaan van een door Trumpisten opgejutte Stop The Steal-meute. ‘Wij geven ons nooit over. En we zullen nooit buigen voor de satanische, pedofiele, globalistische nieuwe wereldorde.’ En zij legt hem daarna niet het vuur aan de schenen.

Moyer stelt ook geen kritische vragen bij al zijn strapatsen uit het verleden. In deze film wordt zijn ontwikkeling van Texaanse probleemjongere tot de belichaming van het Trump-tijdperk inzichtelijk gemaakt met een karrenvracht aan oude beelden. Waar Jones jarenlang doorging voor de gekke Henkie van de Amerikaanse talkradio, met een schier onuitputtelijk arsenaal complotten, is hij inmiddels uitgegroeid tot een invloedrijke stem in het maatschappelijk debat.

Jones beschikt ook zonder meer over de gave van het woord. Als hij eenmaal op stoom komt, is er vaak geen woord meer tussen te krijgen en gaat de ‘ik stel alleen maar vragen’-tactiek, die hij al bij Timothy McVeighs aanslag op overheidsgebouwen in Oklahoma in 1995 hanteerde, snel over in bizarre en groteske beweringen, die zijn achterban in de juiste stemming moeten brengen om de portemonnee te trekken. Want daarna volgt al snel een commerciële break.

Zulk ondernemerschap laat Alex Lee Moyer echter maar eenmaal zien in Alex’s War. Het is een treffende scène, maar die doet geen recht aan het belang van dit verdienmodel voor Jones’ imperium. Hoewel hij totaal ongecontroleerd oogt – en waarschijnlijk ook wil lijken: spontaan en authentiek – moet daarachter een berekenende man schuilgaan. Een nietsontziend aandachtsdier dat steeds weer snuffelt naar nieuwe ophef en de daaraan verbonden inkomsten.

En dus pist ‘de Dan Rather van de samenzweringstheorieën’, aldus zijn eerste cameraman Mike Hanson, ongegeneerd voor de camera tegen de zogenaamde Georgia Guidestones, stenen des aanstoots voor elke zichzelf respecterende complotdenker. Of beweert hij doodleuk dat de ringen van de Olympische Spelen door Adolf Hitler zijn ontworpen. Flagrante onzin, die met één keertje googelen is te ontkrachten – maar die door Moyer dus niet wordt weersproken.

Met de juiste bril op wordt deze film, die toewerkt naar de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 en de rol van Alex Jones op die dag belicht, daadwerkelijk een naargeestige afdaling in de verdorven geest van een handelaar in leugens, angst en woede. Puur op basis van wat hij zelf doet en zegt. Zonder kritische blik kan Alex’s War en de cynische (en fascinerende) man die erin wordt geportretteerd echter wel eens volstrekt verkeerd begrepen worden.

Going To Mars: The Nikki Giovanni Project

HBO

Als er nu één groep mensen is die zich staande kan houden in de ruimte, dan zijn het zwarte vrouwen. Dat is één van de opmerkelijke stellingen die de Amerikaanse dichteres Nikki Giovanni inneemt in Going To Mars: The Nikki Giovanni Project (101 min.). Afro-Amerikaanse vrouwen weten immers hoe ’t is om te leven in een vreemde, misschien wel vijandige omgeving.

Giovanni zou overigens daadwerkelijk wel naar Mars willen, vertelt ze in dit persoonlijke portret van Michèle Stephenson en Joe Brewster. De film volgt grofweg de strijd van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Die heeft vanzelfsprekend ook zijn weg gevonden naar Giovanni’s poëzie. In haar werk reageert ze bijvoorbeeld op de brute moord op Emmett Till, Rosa Parks’ busactie en de voortrekkersrol van Martin Luther King. Ze zoekt ’t ook dichter bij huis. Letterlijk: thuis. Wat daar gebeurt is echter ook een afspiegeling van wat er zich in de Amerikaanse samenleving afspeelt.

Zo werden en worden zwarte mannen buitenshuis vaak slecht behandeld. Dat is geen geheim. Thuis probeerden ze dat soms te compenseren. Zo reageerde Giovanni’s vader zich bijvoorbeeld af op zijn vrouw. En dat had weer z’n weerslag op zijn dochter, die uiteindelijk naar haar oma verkaste, bang dat het thuis helemaal uit de hand zou lopen en dat ze elkaar wat zouden aandoen. ‘Ik hou niet van witte mensen’, zegt ze in dat verband tijdens een tweegesprek met de zwarte schrijver James Baldwin in het televisieprogramma The Conversation uit 1971. ‘En ik ben bang voor zwarte mannen.’

Met haar vlijmscherpe pen heeft Nikki Giovanni desondanks zonder enige twijfel bijgedragen aan het zelfbewustzijn van Afro-Amerikaanse vrouwen. Nieuwe generaties dragen haar op handen, blijkt uit dit wervelend gemonteerde en vormgegeven portret, dat tevens dienst doet als ode aan de zwarte vrouw. ‘We gaan naar Mars’, stelt de gevierde dichteres daarin. ‘Omdat alles wat er mis is met ons niet zomaar in orde komt bij ons. En dus reizen we verder, dragen nog altijd dezelfde bagage en laten zo nu en dan één klein dingetje achter ons.’

Robbie Williams

Netflix

Er ging in 1997 een memo rond bij zijn platenmaatschappij, stelt Robbie Williams (149 min.). Het was slechts een kwestie van tijd voordat ze hem zouden dumpen. Een ‘hasbeen’ van net 23. Nadat Williams Take That had verlaten, de populaire boyband waarin hij als zestienjarige terecht was gekomen, ging het steeds slechter met de Britse zanger. Eerst was Robbie ernstig verslaafd geraakt aan drank en coke. En toen hij daar eindelijk vanaf was, sloeg zijn solodebuut volkomen dood.

Op zulke momenten is de muziekbusiness bikkelhard: als de investeringen niet snel terug worden verdiend, volgt een gedwongen exit. Williams had echter nog een troef achter de hand: Angels, zijn allereerste wereldhit als soloartiest. En vanaf dat moment gold hij als een onomstreden popster – al zorgde ook dat niet voor het zelfvertrouwen, de stabiliteit en het levensgeluk waarnaar hij hunkerde. ‘Er zit een gebroken tiener in mij die in de toekomst de puinhopen van het verleden zal moeten opruimen’, zegt de publiekslieveling als hij voor deze vierdelige docuserie een selectie uit de duizenden uren beeldmateriaal terugkijkt, die in de afgelopen dertig jaar van hem zijn gemaakt.

Hij doet dat in deze productie van Joe Pearlman (Bros: After The Screaming Stops / Lewis Capaldi: How I’m Feeling Now) liggend in zijn eigen bed, zo nu en dan vergezeld door één van zijn vier kinderen. Williams is open over zijn antipathie en rancune richting Gary Barlow (de spil van Take That), zijn veelbesproken relaties met Nicole Appleton en Gerri Halliwell en de breuk met zijn vaste songschrijfpartner Guy Chambers. Aan het begin van de derde aflevering van deze vermakelijke autobiografie heeft de hoofdpersoon – die zeer openhartig lijkt, maar natuurlijk wel alle teugels in handen houdt – er alleen even geen zin meer in. ‘Ik ga iemand zien die een zenuwinzinking heeft.’

Pearlman werkt geduldig naar dat moment toe, als zijn protagonist in 2006 tijdens een concert in Leeds, voor het oog van 90.000 fans, een paniekaanval krijgt, die van geen wijken wil weten en resulteert in donkere episodes die hem waarschijnlijk regelmatig aan datzelfde bed hebben gekluisterd. Daarmee is het verhaal van deze miniserie een heel eind verteld – ook al heeft Robbie Williams dan nog dik vijftien jaar, inclusief de verplichte Take That-reünie, te overbruggen naar het hier en nu, als hij, een brave huisvader van bijna vijftig die zijn zegeningen telt, afstevent op wat hij zelf een ‘happy end’ noemt. En daarbij lijkt zowaar niet eens een nieuwe plaat of tournee te horen.

To End All War: Oppenheimer & The Atomic Bomb

MSNBC

De tragiek van de man en zijn grootste verdienste is al vaak benadrukt. J. Robert Oppenheimer wilde de westerse beschaving redden en ontwierp vervolgens een wapen waarmee elke vorm van beschaving kon worden vernietigd. En de Amerikaanse wetenschapper, over wie regisseur Christopher Nolan onlangs de groots opgezette speelfilm Oppenheimer maakte, besefte dat zelf als geen ander. To End All War: Oppenheimer & The Atomic Bomb (87 min.) vormt het tastbare bewijs. ‘Nu ben ik de Dood geworden’, zegt hij daarin mistroostig. ‘De vernietiger van werelden.’

Door zijn reputatie als outsider en relatie met een overtuigde communiste, ex-vriendin Jean Tatlock, leek de natuurkundige Oppenheimer niet de meest voor de hand liggende kandidaat  om het nucleaire programma van de Verenigde Staten, The Manhattan Project, te gaan leiden en zo het gevaar van nazi-Duitsland te bezweren. ‘Hij had geen grote verdiensten op zijn naam staan’, stelt Gregg Herken, auteur van het boek Brotherhood Of The Bomb. ‘Een wetenschapper die Oppenheimer kende zei zelfs: hij kan niet eens een hotdogkraam runnen.’

En die man moest er dus voor zorgen dat de race tegen het Duitse bomproject, geleid door zijn concullega Werner Heisenberg, werd gewonnen. Vanuit Los Alamos, in de woestijn van New Mexico, zette Oppenheimer met zijn team alles op alles om Hitler voor te blijven. En toen de Duitsers begin 1945 geen bedreiging meer vormden voor de VS – zo betogen enkele historici in deze breed ingestoken, goed gedocumenteerde en subtiel met animaties aangeklede film van Christopher Cassel – werd er een andere vijand gezocht. Want De Bom moest uitgeprobeerd worden!

‘Hoe kon de wereld anders de kracht ervan ontdekken?’ stelt historicus Richard Rhodes (The Making Of The Atomic Bomb). Met dit afschrikwekkende nieuwe wapen hoopten ze bovendien het aantal Amerikaanse slachtoffers in de rest van de oorlog te kunnen beperken. ‘Mijn vader en moeder zijn veteranen uit de Tweede Wereldoorlog’, zegt tv-wetenschapper Bill Nye daarover. ‘Na vier jaar oorlog was er volgens mijn moeder echt niemand die zich afvroeg of het wel ethisch verantwoord was om een nucleair wapen te gebruiken.’ Alles was geoorloofd om de oorlog te verkorten.

‘We hebben meer dan twee miljard dollar geïnvesteerd in de grootste wetenschappelijke gok in de geschiedenis’, declameerde de Amerikaanse president Harry Truman triomfantelijk, nadat een Amerikaans vliegtuig op 6 augustus 1945 een atoombom had gedropt op de Japanse havenstad Hiroshima. ‘En we hebben gewonnen!’ ’t Was een gotspe! ‘Ik herinner me elke seconde,’ vertelt overlevende Hideko Tamura, die zelf de bom overleefde, maar haar halve familie verloor. ‘Ik heb me nog nooit zo hulpeloos gevoeld.’ Drie dagen later zou ook Nagasaki nog worden geslachtofferd.

Robert Oppenheimer werd het gezicht bij die beruchte paddenstoelenwolk. Een wereldwijde bekendheid, die werd gekweld door schuldgevoelens. ‘Hij had geen spijt van zijn rol en werk tijdens de oorlog’, vertelt zijn kleinzoon Charles Oppenheimer. ‘Maar vrijwel direct daarna begon hij al zijn aandacht te richten op het beheersen van de gevolgen ervan.’ En daarmee werd ‘de vader van de atoombom’, in de hoogtijdagen van het McCarthisme, zowaar het slachtoffer van een heksenjacht. De briljante wetenschapper eindigde zijn carrière als een tragische figuur.

The Insurrectionist Next Door

HBO Max

‘Ging je naar het Capitool om mijn moeder te vermoorden?’ De toon van de vraag – direct en ogenschijnlijk onbekommerd – is uit duizenden herkenbaar sinds haar eerste documentaire, de verrukkelijke roadmovie Journeys With George (2002) over de Republikeinse president George W. Bush. En de inhoud ervan, afgevuurd vanachter haar eigen camera, refereert dan weer rechtstreeks aan haar vorige film Pelosi In The House (2022), een portret van haar eigen moeder, het Democratische congreslid Nancy Pelosi.

Ditmaal richt documentairemaakster Alexandra Pelosi, tevens de echtgenote van de bekende Nederlandse Amerika-deskundige Michiel Vos, zich op de Amerikanen die op 6 januari 2021, na de verkiezingsnederlaag van hun held Donald Trump, het Capitool bestormden en ‘t daarbij ook specifiek gemunt hadden op haar moeder. Ze wil weten wat er omging en –gaat in ‘de doorsnee-opstandeling’. In The Insurrectionist Next Door (72 min.) vuurt ze, ogenschijnlijk feller dan ooit, haar vragen af op deze ‘Jan Sixers’.

Hoe voelt het om terug te zijn in Washington D.C.? Waar had je die gevechtsuitrusting vandaan? Dus je pronkt met je MAGA-tatoeage en je Trump-sokken? Hoe kom je aan het stempel witte racist? Dus omdat je gedumpt werd door een hoertje, werd je christelijk-conservatief? Acht maanden in de cel en je bent nog steeds een overtuigde volgeling van de Trump-sekte? Probeer je me nu te vertellen dat de Proud Boys geen haatgroep vormen? Was je een beetje gehersenspoeld door Trump? Sta je nog steeds achter wat je hebt gedaan?

De antwoorden klinken doorgaans voorspelbaar: zonder ook maar een sikkepitje spijt. De verhalen van de mensen achter al die boutades ook: een lastige jeugd, geweld, verslavingsproblematiek, psychische problemen en celstraf. Pelosi’s gesprekspartners hebben een achtergrond als (homoseksuele) veteraan, bajesklant, pornoacteur of showworstelaar. En los van elkaar, in hun eigen omgeving, ogen ze meestal niet heel erg gevaarlijk – en lijken ze soms zelfs ook gewoon aardig en redelijk. Totdat vanachter de façade hun ware gezicht tevoorschijn komt.

‘Speel eens een liedje dat geschikt is voor kinderen’, zegt ze tegen gangsterrapper Billy Knutson. Die laat een nummer horen. ‘If I say ’Fuck’, you say ‘Biden’, klinkt ‘t al snel.  ‘Fuck Joe. Biden. Fuck Joe. Biden.’ ‘Nu moet je even je oren dichthouden’, waarschuwt Knutson en geeft zelf het voorbeeld. ‘I fuckin’ hate Nancy Pelosi. I hate the bitch, but I would fuck AOC.’ Waarom heb je zo’n hekel aan mijn moeder? wil Alexandra Pelosi weten. Knutson zoekt een uitweg: ‘Volgens mij wordt er op de deur geklopt.’ Waarna inderdaad zijn vrouw en kinderen binnenkomen.

De filmmaakster heeft ook Emily Hernandez gestrikt voor een ontmoeting. Zij poseerde op 6 januari met een bord dat ze had gestolen uit het kantoor van Pelosi’s moeder Nancy. Vanaf dat moment zou het bergafwaarts gaan met de jonge, beïnvloedbare vrouw. Dat er voor Pelosi persoonlijk heel wat op het spel staat geeft de film intussen beslist meerwaarde – al schetst een serie zoals Shadowland uiteindelijk een diepgaander beeld van deze lieden die uit de, zoals de door hen gehate Hillary Clinton ’t ooit formuleerde, ‘basket of deplorables’ zijn gevallen.

De meerwaarde van The Insurrectionist Next Door zit in de gesprekken tussen Amerikanen die ’t in vrijwel niets met elkaar eens zijn. Dit komt het best tot uiting tijdens Alexandra Pelosi’s ontmoeting met de toch wel heel aaibare complotdenker Johnny Harris. ‘Als je me voor gek zet, word ik boos op mezelf’, zegt hij. Waarna zij zelf het podium neemt. ‘Ik ga je niet voor gek zetten, want ik denk niet dat dat constructief is’, zegt Pelosi tegen Harris en daarmee ook meteen tegen haar eigen publiek. ‘We moeten naar elkaar luisteren en proberen elkaar te begrijpen.’

Shadowland

Peacock

Als er geen gedeelde waarheid meer lijkt te bestaan, een ‘Us vs. Them’-mentaliteit heeft postgevat aan beide uitersten van het politieke spectrum en sommige leiders dat liever exploiteren dan bestrijden, kan dit een samenleving in het hart raken. De verdeeldheid in de Verenigde Staten is voor The Atlantic in 2020 aanleiding om het Shadowland-project te starten. Het Amerikaanse tijdschrift wil onderzoeken hoe complottheorieën het land ontwrichten. De zesdelige docuserie Shadowland (320 min.) van Joe Berlinger is gebaseerd op deze artikelenreeks en portretteert gewone Amerikanen die de afgelopen jaren in een ‘complotfuik’ terecht zijn gekomen, waaronder ook enkele mensen die hebben meegedaan aan de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021. Met compassie, geduld en begrip voor hun positie en gevoel van onrechtvaardigheid, maar ook onafhankelijk en kritisch. Zónder ook meteen hun ideeën of methoden te omarmen.

Pauline Bauer, de eigenaresse van een pizzeria in Pennsylvania ging op 6 januari bijvoorbeeld met de meute het Capitoolgebouw binnen en wacht nu op berechting. Ze riskeert twintig jaar cel. Haar man en zoon willen niet gefilmd worden, maar zelf verhaalt Pauline onverbloemd over hoe ze tijdens de financiële crisis van 2008 haar complete pensioen kwijt is geraakt op de aandelenmarkt. Toen bijna alles was afbetaald, moest haar zaak in 2020 dicht vanwege het Coronavirus. Door de ‘plandemic’ lijkt ze definitief geradicaliseerd. Inmiddels gelooft Pauline in De Nieuwe Wereldorde, die in handen zou zijn van het Vaticaan, de koninklijke familie en ‘de dertien elitefamilies’, waaronder de Rothschilds en de Rockefellers. ‘We moeten in opstand komen’, zegt ze. ‘We moeten vechten. Daarom was ik erbij op 6 januari.’ Op advies van de bouwvakker, autonome burger en ‘rechtsdeskundige’ Bobby Lawrence besluit Pauline zichzelf te gaan verdedigen in de rechtbank – en werkt ze zich ongenadig in de nesten.

Voor ‘Google-klokkenluider’ en ondernemer Zach Voorhies en ‘onderzoeksjournalist’ Maryam Henein vormen hun theorieën over de wereld tevens een businessmodel. Dat resulteert in een eindeloze stroom YouTube-video’s, podcasts en optredens bij dubieuze media. Ze leerden elkaar kennen via de infame Infowars-show van de ultieme complotroeper Alex Jones. Nu zijn de twee onafscheidelijk. Ook letterlijk: ze komen nauwelijks het huis uit. Maryam: ‘Ik grap altijd: wie heeft er nou seks en luistert samen naar Yuri Bezmenov?’ Behalve een opmerkelijke voorliefde voor een anticommunistische activist vinden de twee elkaar ook in hun strijd tegen de manier waarop de ‘deep state’ COVID-19 heeft gebruikt om de wereldbevolking te knechten. Dat brengt ze overigens zeker niet alleen voorspoed. Het stel wordt volgens Maryam, die zich ernstig miskend voelt, behandeld als ‘ongevaccineerd ongedierte’. Ze liggen zowel met hun familie als allerlei instanties overhoop en overwegen of ze elders moeten gaan wonen.

Het zijn herkenbare verhalen, ook binnen de Nederlandse context, waarbij inmiddels vertrouwde begrippen als QAnon, pedonetwerken, de ‘Main Stream Media’, cancelcultuur en omvolking de revue passeren en – door de sociale media aangejaagde – verwarring, woede en totale zelfoverschatting zichtbaar worden. In deze ijzersterke serie, die echt de tijd neemt om z’n personages uit te diepen en gedurende een langere periode te volgen, komen bijvoorbeeld ook de zelfbenoemde leider van de ‘vaccinpolitie’, een tegen mondkapjes strijdende psychiatrisch verpleegkundige en de aalgladde predikant Greg Locke die Amerika ‘wakker’ wil schudden in beeld. Journalisten van The Atlantic zorgen tussendoor voor duiding. ‘Het voelt goed om te denken dat je het geheim achter rijkdom en macht kent’, vertelt redacteur Ellen Cushing bijvoorbeeld, die als tiener zelf in complotten geloofde. ‘Dat voelt alsof je high bent.’

Cushing en haar collega’s volgen natuurlijk ook de geldstromen achter al die nefaste theorieën, want de handel in woede en complotten heeft zich ontwikkeld tot een miljardenindustrie. ‘Klaar met een overheid die onze rechten afpakt die nota bene in de grondwet zijn vastgelegd’, houdt Liz Wheeler het publiek van haar eigen podcast bijvoorbeeld voor. ‘Straks meer, maar nu eerst…’ Waarna ze een product aanprijst, waarop de kijker een zeer aantrekkelijke korting kan krijgen. Zulke schaamteloos geëxploiteerde woede heeft z’n tentakels inmiddels uitgeslagen naar alle uithoeken van de Verenigde Staten en zaait daar ongenoegen en verdeeldheid. Dat is funest voor de sociale cohesie in een samenleving, zoals deze serie op een ontluisterende manier aantoont, en kan volgens historicus Jeffrey Herf ook zomaar tot geweld leiden. Het leeuwendeel van de in Shadowland geportretteerde complotdenkers lijkt bovendien helemaal niet gelukkig te zijn in de alternatieve realiteit, die wij met z’n allen zouden moeten leren kennen.

A Storm Foretold

Guldbrandsen Film

Achteraf bezien heeft de documentaire Get Me Roger Stone (2017), die de hoofdpersoon wel degelijk kritisch belicht, diens imago van ‘dirty trickster’ alleen maar goed gedaan. Het portret documenteert op uiterst soepele wijze de spraakmakende carrière van Donald Trumps smoezelige rechterhand Roger Stone en geeft de politieke straatvechter bovendien de gelegenheid om met veel aplomb de ene na de andere oneliner, de zogenaamde Stone Rules, te debiteren. Van ‘Het is beter om berucht te zijn dan helemaal niet beroemd’ tot ‘Politiek is showbusiness voor lelijke mensen’.

Die kant van de overtuigde Richard Nixon-fan Roger Stone wordt ook zichtbaar in A Storm Foretold (101 min.), maar de Deense filmmaker Christoffer Guldbrandsen weet tevens de achterkant daarvan bloot te leggen: een verbeten politieke extremist, die rücksichtslos macht en invloed probeert te vergaren en last van venijnige zenuwtrekjes krijgt als de zaken niet naar wens gaan. Een man die als geen ander – move over, Steve Bannon! – weet wat er leeft aan de extreme rechterkant van het Amerikaanse politieke spectrum en tevens feilloos Trumps onderbuik kan bespelen.

Guldbrandsen was in het najaar van 2018, twee jaar na de verkiezing van Donald Trump tot president, op zoek naar het hart van die beweging. Via Roger Stone – nooit vies van wat extra publiciteit, al blijkt ie ook op dat gebied totaal onbetrouwbaar – vindt hij een ingang. De documentairemaker is er bijvoorbeeld bij als Stone een belletje van president Trump krijgt, te gast is bij de Infowars-show van complotroeper Alex Jones of het omstreden congreslid Matt Gaetz, Enrique Tarrio van de extreemrechtse knokploeg The Proud Boys en een gestaalde QAnon-supporter ontmoet.

Hij stelt zich dan op als typische vlieg op de muur, maar plaatst de gebeurtenissen vervolgens met zijn voice-over wel degelijk in perspectief. Want Stone is een verneukeratief personage. Met zijn straatwijsheid, humor en zelfspot oogt hij ongevaarlijk, een parodie op een politieke profi. ‘Fuck the Lord’, grapt hij bijvoorbeeld, op weg naar een bijeenkomst waarbij fanatieke Trumpisten weer danig worden opgejut. ‘And let’s get right to the violence.’ Totdat ‘t, met de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 als meest tastbare voorbeeld, daadwerkelijk tot geweld komt…

Deze observerende film start als Roger Stone onder vuur ligt vanwege het Russiagate-onderzoek, pikt de draad na een dramatische gebeurtenis in Guldbrandsen leven weer op in de laatste week voor de presidentsverkiezingen van 2020 en komt daarna tot een zinderende apotheose tijdens én na 6 januari, een dramatische dag waarvoor Stone met zijn ‘Stop The Steal’-campagne hoogstpersoonlijk het grondwerk heeft verricht. En al die tijd houdt Christoffer Guldbrandsen verrassend veel toegang tot de ‘Prince of Darkness’, een bijnaam waarmee een type als Stone niet eens ongelukkig is.

Guldbrandsen kijkt letterlijk over zijn schouder mee als ’s werelds grootste democratie van binnenuit frontaal wordt aangevallen. Dat is een fascinerend schouwspel – ook voor Stone zelf, die is veroordeeld tot het televisietoestel van een hotelkamer en daar meteen zijn verantwoordelijkheid probeert te ontlopen. A Storm Foretold komt zo achter de façade van deze politieke nihilist en brengt tevens historische gebeurtenissen van binnenuit in beeld. Daarmee heeft Christoffer Guldbrandsen een essentiële film afgeleverd over het Trump-tijdperk, waarvan niemand nog weet hoe ’t afloopt.

Jeff Beck: Still On The Run

Mercury

‘Ik zei hem dat hij in mijn ogen de Pablo Picasso van de elektrische gitaar is’, herinnert Guns N’ Roses-gitarist Slash zich. ‘En toen antwoordde hij: ik zat zelf meer aan Jackson Pollock te denken.’ Zelfspot van een man die ’t ongemakkelijk vindt om te worden bewierookt? Of toch gewoon arrogantie van een kunstenaar die in zijn eigen mythe is gaan geloven? Feit is dat Jeff Beck, die eerder dit jaar overleed, alom werd beschouwd als een meestergitarist. Rod Stewart, die voordat hij als soloartiest furore maakte zong bij The Jeff Beck Group, noemt hem zelfs ‘de meest originele gitarist aller tijden’.

In Jeff Beck: Still On The Run (87 min.), een typisch muzikantenportret van Matthew Longfellow uit 2018, gaat de man zelf er eens goed voor zitten om samen met collega-snarentemmers als David Gilmour (Pink Floyd), Jimmy Page (Led Zeppelin) en Ronnie Wood (The Rolling Stones) en de musici waarmee hij werkte zijn loopbaan, muzikale visie en eigen stijl te ontleden. Gaandeweg opereerde Beck steeds vaker zonder vocalisten en fungeerde z’n gitaar als zijn eigen persoonlijke stem. Alles wat hij deed, concludeert Aerosmith-gitarist Joe Perry, had een zekere ‘Fuck You-ness’.

Jeff Beck scoorde desondanks gewoon een pophitje (Hi Ho Silver Lining), speelde een essentiële rol in de totstandkoming van de Stevie Wonder-kraker Superstition en fungeerde als gast bij iconen zoals Diana Ross, Mick Jagger en Tina Turner. Uiteindelijk waren dat echter vooral opstapjes naar het baanbrekende werk dat hij met zijn eigen Group zou afleveren. Volgens zijn collega-gitaargod Eric Clapton (die net als Beck en Jimmy Page carrière maakte bij het Britse beatbandje The Yardbirds) behoorde Jeff Beck daarmee tot een zéér exclusief gezelschap: rock & roll-muzikanten die jazz begrijpen.

Of de man intussen verliefd, verloofd en getrouwd is geweest en kinderen op de wereld heeft gezet? Dat blijft in Jeff Beck: Still On The Run tot tien minuten voor het einde onduidelijk. Afgaande op deze lekkere muziekdocu heeft Becks complete bestaan echter vooral in het teken gestaan van zijn gitaar (en, vooruit, een onmetelijke liefde voor het sleutelen aan auto’s). Dat instrument was helemaal geen verlengstuk van Jeff Beck (1944-2023), de man zelf was een verlengstuk van zijn gitaar geworden.

Een Amerikaanse Nachtmerrie

BNNVARA

Hoe zou de ideale true crimezaak eruit zien? Een maker stuit op een gerechtelijke dwaling, achterhaalt na allerlei dramatische verhaalwendingen, doodlopende onderzoekspistes en gigantische cliffhangers wat er werkelijk is gebeurd en pleit vervolgens zijn protagonist vrij, zodat die alsnog in vrijheid van de rest van zijn leven kan genieten? Zo eenvoudig en plooibaar is de werkelijkheid doorgaans echter niet, hoezeer sommige makers hem ook hun wil proberen op te leggen.

Ook Hans Pool zal misschien, toen hij zich zes jaar geleden in De Zaak Singh begon te verdiepen, héél even hebben gedacht dat hij de Nederlandse Errol Morris zou worden en dat Jaitsen Singh wellicht kon uitgroeien tot zíjn Randall Adams, de Amerikaan die door Morris werd vrijgepleit van moord in de true crime-klassieker The Thin Blue Line (1988). Pool is echter geen Amerikaanse amateurdetective die even snel en gemakkelijk wil scoren met Een Amerikaanse Nachtmerrie (internationale titel: The Singh Case, 235 min), maar een gelauwerde Nederlandse documentairemaker, met bijvoorbeeld een Emmy Award voor Bellingcat – Truth In A Post-Truth World op zak. Hij wil zich ook niet zomaar voor iemands karretje laten spannen – al is dat in deze gecompliceerde zaak bepaald geen sinecure. Hoe voorkom je bijvoorbeeld dat je aan de tunnelvisie gaat lijden die je bij de politie vermoedt? Of een instrument wordt van de aanklagers of verdediging?

De zaak leek in eerste aanleg, vanuit het verre Nederland, vast nog bedrieglijk simpel: Jaitsen Singh, een Surinaamse Nederlander die met zijn gezin ooit ‘The American Dream’ was gaan najagen, zit al sinds halverwege de jaren tachtig in een Amerikaanse cel als vermeende opdrachtgever van de moord op zijn vrouw Grace en stiefdochter Daphne. Onschuldig, welteverstaan. Singh zou erin zijn geluisd door een overijverige openbaar aanklager, die warm liep voor een politieke carrière en veel te graag wilde scoren, en een verslaafde crimineel, die in ruil voor strafvermindering bereid was om op te treden als kroongetuige. Maar is de werkelijkheid net zo simpel als het verhaal dat ervan kan worden gemaakt? Van de andere kant: het kan toch ook niet zo zijn dat Jaitsen Singh, zoals de aanklagers lijken te beweren, simpelweg een gewetenloze killer is, die een overval op zijn eigen huis heeft geënsceneerd en daarbij zijn eigen echtgenote en stiefkind heeft laten ombrengen?

Via Singhs Nederlandse advocate Rachel Imamkhan, die in de afgelopen jaren uitgebreid zijn onschuld heeft bepleit in Nederlandse media en vanaf het begin betrokken is geweest bij deze Nederlandse Making A Murderer, komt Hans Pool ook in direct contact met Jaitsen Singh zelf. Hij stelt dat zijn zaak, net als de veelbesproken dood van George Floyd, ’voor honderd procent puur op racisme gebaseerd is’. Zó eenvoudig zijn de beschuldigingen tegen hem echter zeker niet te weerleggen. Behoedzaam pelt Pool de verschillende lagen er vanaf, in de hoop zo bij de kern te komen. Hij neemt de kijker daarbij letterlijk mee in zijn onderzoek. In beeld, als de man die Singhs verleden doorwandelt en uiteindelijk zelfs voor het spreekwoordelijke true crimebord belandt. En via verbindende voice-overs, waarmee hij zijn bevindingen, gevoelens én twijfels deelt. Want waar de filmer ooit begon vanuit het idee dat zijn protagonist waarschijnlijk onschuldig vastzit, krijgt hij daarbij gaandeweg steeds meer vragen.

Een Amerikaanse Nachtmerrie blijft mede daardoor vijf afleveringen lang onverminderd boeien. Ook omdat Pool al zijn bronnen, achtergrondinformatie en ontdekkingen slim en gedoseerd uitserveert en er dus steeds een andere verhaallijn of -laag wordt blootgelegd. Elk nieuw stukje informatie plaatst wat je al denkt te weten over de twee moorden en de achtergronden daarvan in een nieuw perspectief. Een echte true crimezaak dus, die zich echter niet zomaar laat reduceren tot een hap-slik-weg misdaadverhaal. Daarvoor is De Zaak Singh te ingewikkeld en diffuus. Hans Pool wordt er bijna zichtbaar ‘sadder and wiser’ van en weerstaat tegelijkertijd de verleiding om al te gemakkelijke conclusies te trekken. Samen met productiemaatschappij Submarine is de filmmaker desondanks in een conflict verzeild geraakt over wat hij wel of niet wil, mag en kan vertellen. Via de rechter hebben Singh en zijn advocaat, vooralsnog tevergeefs, geprobeerd om uitzending van de serie te verhinderen.

Anita: Speaking Truth To Power

First Run Features

Hij kwam onlangs opnieuw in opspraak. Clarence Thomas, het langstzittende lid van het Amerikaanse hooggerechtshof. Niet omdat hij samen met de conservatieve meerderheid in het hof, waarvan hij inmiddels wordt beschouwd als de grote architect, het landelijke recht op abortus heeft afgeschaft en nu pogingen lijkt te ondernemen om positieve discriminatie de nek om te draaien, maar omdat hij zich blijkbaar al jaren laat fêteren door de rechtse miljardair Harlan Crow. Zijn echtgenote Ginni, een conservatieve activiste, ligt overigens ook al een tijdje onder vuur omdat ze nog altijd weigert om de verkiezingsoverwinning van president Biden in 2020 te accepteren.

Voor Clarence Thomas, misschien wel de machtigste zwarte man van de Verenigde Staten, is al die controverse bepaald niet vreemd. Hij was ook onderdeel van wat ruim dertig jaar na dato de eerste geruchtmakende #metoo-zaak kan worden genoemd. Tijdens zijn benoemingsproces voor het hooggerechtshof in 1991 meldde zich een voormalige medewerkster van Thomas, Anita Hill, die hem beschuldigde van seksuele intimidatie. Sindsdien hebben zich, stelde journalist Jane Mayer onlangs in de interessante tv-docu Clarence & Ginni Thomas (2023), overigens nog méér vrouwen met slechte ervaringen met Thomas gemeld. Die heeft zelf altijd in alle toonaarden ontkend.

Anita: Speaking Truth To Power (76 min.), een film van Freida Lee Mock uit 2013, concentreert zich op de oorspronkelijke affaire, waarin ook Joe Biden, als voorzitter van de speciale senaatscommissie die Thomas’ voordracht door de Republikeinse president George H. Bush moet beoordelen, nog een essentiële rol speelt. Hij laat de zwarte vrouw Hill, die eerst helemaal niet wilde getuigen, tot in detail verklaren voor een commissie die volledig uit witte mannen bestaat. Over hoe Thomas aan haar zou hebben gevraagd ‘who put pubic hair on my coke?’, routineus sprak over films met groeps- en dierenseks en zichzelf vergeleek met een goed toegeruste pornoacteur, Long Dong Silver.

Deze film is eerst en vooral het persoonlijke relaas van Anita Hill, die inmiddels hoogleraar sociaal beleid, rechten en vrouwenstudies aan de Brandeis University in Massachusetts is. Over hoe zij, ongewild, verzeild raakte in een partijpolitieke ‘shitstorm’ en vervolgens het slachtoffer werd van een serieuze lastercampagne. Haar herinneringen worden in deze documentaire aangevuld door Jill Abramson en Jane Mayer (de schrijvers van het boek Strange Justice: The Selling Of Clarence Thomas), enkele medestanders en deskundigen. Thomas zelf speelde intussen doelbewust de ‘rassenkaart’ en noemde de zaak voor de senaatscommissie ‘a high tech lynching for uppity blacks’.

Het moddergevecht tussen de Democraten en Republikeinen, aan de hand van een typische ‘he said, she said’-kwestie, zou een voorbode blijken van de strijd rond de hooggerechtshofnominatie van Brett Kavanaugh in 2018, ruim 25 jaar na de kwestie rond Thomas en vijf jaar na deze documentaire daarover. Ook hij werd beticht van seksueel geweld, ditmaal door universitair docent Christine Blasey Ford. En de slotsom was hetzelfde: zowel hij als zij werden publiekelijk besmeurd, maar uiteindelijk trok hij toch echt aan het langste eind. Zowel Thomas als Kavanaugh werden voor het leven benoemd in het hooggerechtshof en konden zo de koers van hun land naar rechts bijsturen.

Het laatste, wel erg zoete deel van Anita: Speaking Truth To Power behandelt de nasleep van de Thomas-affaire voor Anita Hill. Het werd haar als zwarte vrouw zeer kwalijk genomen dat ze zich publiekelijk had uitgesproken tegen zo’n prominente Afro-Amerikaan. Tegelijkertijd verschafte die rol haar ook een positie in de strijd voor meer gelijkheid in haar land. Van de rechter zelf zou Hill trouwens nooit meer iets vernemen. Diens vrouw Ginni zou zich nog wel melden: in 2010 vroeg zij Hill in een voicemail-bericht om nu eindelijk eens haar excuses aan te bieden, het startpunt van deze nog altijd actuele film. Was ze het echt? Of toch een flauwe grappenmaker?

Music For Black Pigeons

Anorak Films

Deze film gaat niet over succes, roem of – God betere ‘t – de seks, drugs en rock & roll. En ook niet over de seks, drugs én jazz. Want dat is de muzieksoort die centraal staat in Music For Black Pigeons (92 min.), een kalme, bespiegelende film waarmee Jørgen Leth en Andreas Koefoed het wezen van de muziek en z’n vertolkers proberen te doorgronden.

Waarnaar ben je op zoek? vragen de Deense documentairemakers bijvoorbeeld aan Mark Turner. Dan volgt er een hele lange stilte. En nog één. Hij is op zoek naar een thuis, concludeert de Amerikaanse jazzsaxofonist. Naar focus, een middelpunt. Hij is eigenlijk altijd bezig met ontwikkeling, zegt Turner, te vergelijken met een cirkel die naar binnen beweegt. Met elke noot komt hij dichter bij zichzelf en bij de mensen – mannen – waarmee hij speelt.

‘Elke keer als ik mijn instrument pakt, lijkt het alsof ik weer helemaal opnieuw begin’, vertelt gitarist Bill Frisell dan weer, terwijl hij zich verliest en ook weer vindt op het instrument dat een verlengstuk van zijn lichaam lijkt te zijn geworden. ‘Ik speel al zo’n vijftig jaar, maar diep van binnen voelt ’t hetzelfde als aan het begin. Wat er voor me ligt is nog altijd even groot als toen. Soms kost het me moeite om me met die gedachte te verzoenen.’

Hoe voel je je als je speelt? vragen Leth en Koefoed aan contrabassist Thomas Morgan. Ook nu volgt weer een hele lange stilte. Intussen gaat er duidelijk van alles door Morgan heen, maar hij kan de juiste woorden maar niet vinden. En dan komen ze alsnog. ‘Muziek spelen is zoveel tegelijk. Het is net een meditatie waarin je je helemaal kunt verliezen. Tegelijkertijd kun je ook heel erg gefocust op één specifiek ding. En het kan je ook helpen bij het oplossen van problemen.’

Net als de muzikanten die ze portretteren, concentreren de filmmakers zich niet alleen op de muziek zelf, maar gebruiken ze ook de stilte, de ruimte tussen de noten, en proberen ze de ontmoeting tussen deze gelijkgestemden te vangen. De licht ongemakkelijke en toch vertrouwde knuffel bij de ontmoeting. Bloedsbroeders, zoveel is duidelijk. En dan moet het musiceren nog beginnen. Het verbinding zoeken, aftasten en afstemmen – en soms de confrontatie.

Intussen opent Music For Black Pigeons de ziel van deze rechtgeaarde musici. In hen zijn hun inspiratiebronnen verankerd en klinken ook de mannen waarmee ze ooit speelden door. Ze zijn er jong door gebleven en kunnen er vaak – dat lukt in de jazz doorgaans beter dan in de rock & roll – ook oud mee worden. Zoals saxofonist Lee Konitz. Die is al 89. Zegt hij. Of nee: 87. Ach, hij roept ook maar wat. Zoals elke (levens)kunstenaar houdt hij van improviseren

En net als zijn muzikale broeders speelt hij zich in deze sensibele film moeiteloos het hart in.

Verhoeven Versus Verhoeven

BNNVARA

Paul Verhoeven is zo’n begaafde regisseur. Je voelt je veilig bij hem.’ (Michael Douglas, acteur Basic Instinct)

‘We maakten ruzie, schreeuwden en lachten. Er zat een geweldige, maffe hartstocht in onze communicatie, die heel inspirerend was.’ (Sharon Stone, actrice Basic Instinct)

‘Hij wordt altijd een beetje verliefd op zijn hoofdrolspeelster, maar dat levert vaak wel een fantastische rol op. Omdat hij heel gepassioneerd regisseert.’ (Derek de Lint, acteur Soldaat Van Oranje en Zwartboek)

‘Ik heb z’n fijngevoeligheid leren kennen. Dat lijkt misschien verbazingwekkend, gezien de films die hij maakt.’ (Isabelle Huppert, actrice Elle)

 ‘Paul is geïnteresseerd in grijstinten, in dubbelzinnigheid en in hoe mensen werkelijk zijn.’ (Joe Eszterhas, scenarist Basic Instinct en Showgirls)

‘Er is een gek iets met Pauls films,: er zit heel vaak een vertraging in. Het duurt even voordat het allemaal op waarde wordt geschat. Dat geldt voor Spetters, dat geldt voor Showgirls en dat geldt voor Starship Troopers. Hij loopt dus voor de muziek uit.’ (biograaf Rob van Scheers)

‘Paul Verhoeven is een cineast die een groot publiek kan boeien en verleiden’, vat verteller Antoinette Beijen-van den Steenhoven ’t aan het eind, met de eloquentie van de betere filmcriticus, nog eens samen in het gedegen portret Verhoeven Versus Verhoeven (54 min.). ‘Maar bijna al zijn films leiden tot een schandaal. Hij neemt risico’s bij elk nieuw verhaal dat hij verfilmt. Hij aarzelt niet om aanstoot te geven of te choqueren en doet dat met een explosief mengsel van vernietigende ironie en aanstekelijke energie.’ Waarvan akte.

Deze documentaire van Elisabeth van Zijll Langhout uit 2016, uitgebracht rond de release van zijn speelfilm Elle, vat de carrière van Neerlands belangrijkste filmmaker samen in een straf uurtje. Hij kan ’t zelf overigens in grofweg twee zinnen. ‘Toen ik films maakte in Nederland noemden de critici m’n films decadent, pervers en vunzig’, zei hij bij de uitreiking van een Razzie Award, voor slechtste film van het jaar, voor Showgirls (1995) in het hart van de Amerikaanse filmindustrie. ‘Inmiddels worden m’n films in dit land bekritiseerd als zijnde pervers, decadent en vunzig.’

Verhoeven maakt nu eenmaal subversieve publieksfilms. Over de belangrijkste thema’s van het/zijn leven: seks, geweld en religie. En deze docu, waarin de man zelf ook uitgebreid aan het woord komt en fragmenten uit producties zoals Floris, Turks Fruit, Flesh+Blood, Robocop en Total Recall natuurlijk ook niet ontbreken, slaagt er heel aardig in om de essentie te vangen van de mens en filmmaker Paul Verhoeven, wiens thematiek in de afgelopen jaren overigens nader is uitgewerkt in aparte documentaires over Basic Instinct (Basic Instinct: Sex, Death & Stone) en Showgirls (You Don’t Nomi).

Lewis Capaldi: How I’m Feeling Now

Netflix

Hij heeft vrienden die grafdelver, dakdekker of recruiter zijn geworden. Twee anderen spelen in zijn band. Want Lewis Capaldi, een guitig joch uit het Schotse dorp Whitburn, is uitgegroeid tot een wereldberoemde zanger. Van zijn debuutalbum Divinely Uninspired To A Hellish Extent (2019), met de hit Someone You Loved, zijn inmiddels meer dan tien miljoen exemplaren verkocht.

Nu moet er een opvolger worden geproduceerd. De altijd moeilijke – cliché-waarschuwing! – tweede plaat. Die moet aantonen dat Lewis géén eendagsvlieg is. Dat hij onder druk kan presteren. Dat hij op commando hits, hits, hits! kan produceren. En filmmaker Joe Pearlman mag dit vanaf de eerste rij aanschouwen voor de documentaire Lewis Capaldi: How I’m Feeling Now (97 min.).

Vanaf het begin zit de druk er goed op bij de Schotse singer-songwriter. Voortdurend wordt er vanuit zijn professionele entourage benadrukt hoeveel albums en singles hij heeft verkocht, welke plaats die bereikten in de hitlijsten en hoe vaak hij in totaal is gestreamd. Als Capaldi al geen last had van het ‘imposter syndrome’ en schrijverspaniek, dan zou hem dat al snel worden aangepraat.

Op een gegeven moment heeft hij, samen met allerlei ingevlogen songschrijvers, toch maar liefst 54 kant en klare liedjes afgeleverd. Als hij in de opnamestudio een voorbeeld laat horen, is de eerste vraag die bij zijn manager Ryan Walter opkomt: ‘Wat vinden we? Is het zo een hitsingle?’ Toetsenist en ‘musical director’ Aiden Halliday reageert met een gepijnigde glimlach: ‘Wat een vraag, Ryan.’

‘Maar dat zijn de vragen die we moeten beantwoorden’, riposteert Walter. ‘Het heeft niet dezelfde aantrekkingskracht als Someone You Loved’, moet Halliday bekennen. Dit gesprek wordt gevoerd in aanwezigheid van de verantwoordelijke artiest, die zelf ook kritisch is. ‘Mensen houden van dingen die hetzelfde klinken’, stelt Capaldi’s manager nog. ‘Willen ze hetzelfde, maar beter, of hetzelfde?’

Het is een pijnlijke scène: de jongen die ooit onbekommerd zijn hart uitstortte op zang en gitaar dreigt vermalen te worden door de machinerie die rond hem is ontstaan. Scoren moet hij! En dat gevoel wordt alleen maar sterker naarmate de albumrelease dichterbij komt en Capaldi om de tafel moet met allerlei types uit de popbusiness. Dan spelen zijn paniekaanvallen en tics steeds nadrukkelijker op.

Dit portret maakt dat ongemak invoelbaar, maar heeft tegelijkertijd zelf ook iets ongemakkelijks. Want dat persoonlijke verhaal, en de daaraan verbonden diagnose Gilles de la Tourette, wordt nadrukkelijk ingezet om de doorstart van Lewis Capaldi’s carrière kracht bij te zetten en zijn tweede album Broken By Desire To Be Heavenly Sent, dat er op 19 mei dus gewoon gaat komen, aan te keilen. 

Deze documentaire wordt daarmee toch weer eerst en vooral een promoproduct, waarbij het kwetsbare persoonlijke relaas van de artiest slim wordt uitgevent om een ‘verhaal’, en daarmee aandacht, te creëren rond zijn muziek.

Brother’s Keeper

Creative Thinking

Hoewel ze alle vier de zestig al zijn gepasseerd, worden ze nog steeds ‘the boys’ genoemd. De jongens Ward. Vier broers zijn er: Roscoe, Lyman, Bill en Delbert. Als Bill in 1990 op 63-jarige leeftijd overlijdt, wordt jongste broer Delbert ervan verdacht dat hij dit op zijn geweten heeft. In het gehucht Munnsville zijn veel mensen ervan overtuigd dat hij onschuldig is – ook al heeft Delbert in eerste instantie toch echt een bekentenis afgelegd. Zonder dat er een advocaat aanwezig was, zou hij hebben verklaard dat hij zijn broer Bill, die al een tijd ziek was en veel pijn had, uit zijn lijden heeft verlost.

De Wards zijn geen gewone jongens. Ze zijn altijd in hun ouderlijk huis blijven wonen, slapen samen in één van de twee kamers en kunnen nauwelijks lezen en schrijven. Ze zien er ook verwaarloosd uit en schijnen behoorlijk te stinken. De rest van het rurale dorp in de Amerikaanse staat New York heeft eigenlijk nooit veel aandacht besteed aan de ‘boys’, die in een andere tijd zijn blijven steken, maar zet zich nu schrap: de Wards mogen dan simpele zielen zijn, het zijn wel Munnsville’s simpele zielen. En dus wordt er op een speciaal feest geld ingezameld voor Delberts verdediging.

Joe Berlinger en Bruce Sinofsky concentreren zich in Brother’s Keeper (105 min.), de film die hun carrière in 1992 in een stroomversnelling bracht, eerst vooral op het leven van de Ward-broers en de plattelandsgemeenschap waarvan zij deel uitmaken. Later verleggen ze hun aandacht naar de rechtszaal, waar Delbert terecht moet staan en zijn broers onder druk worden gezet om belastende verklaringen tegen hem af te leggen. Dan wordt pijnlijk duidelijk hoe kwetsbaar deze woest uitziende mannen zijn en hoeveel moeite ’t hen kost om mee te draaien in de snel veranderende wereld.

Terwijl The New York State Police de zaak tegen Delbert in de steigers probeert te zetten en media uit het hele land overkomen om verslag te doen van dit spraakmakende verhaal in een door God vergeten hoek van de Verenigde Staten, willen de drie nog levende broers Ward liefst zo snel mogelijk terug naar het leven zoals ze dat kennen: in een huis zonder stromend water, op een land dat al generaties in de familie is en binnen een gemeenschap die hen laat zijn wie ze nu eenmaal zijn.

January 6th

Discovery+

Voor de gemiddelde Amerikaan behoeven datums zoals 4 juli, 7 december en 11 september geen nadere toelichting. De bijbehorende jaren denken ze er wel bij: 1776, 1941 en 2001. Net als hun betekenis: onafhankelijkheidsverklaring, Pearl Harbor en de terroristische aanslagen in New York. Twee jaar geleden kwam er een nieuwe datum bij: January 6th (153 min.) Het is waarschijnlijk nog te vroeg om te zeggen of de gebeurtenissen op die schokkende dag een aberratie, culminatie of inspiratie zijn geweest, maar het is vrij eenvoudig om te constateren dat de Amerikaanse politiek nog altijd wordt gedreven door 6 januari 2021.

Een jaar na dato zette Jamie Roberts de gebeurtenissen al eens op een rij in de huiveringwekkende documentaire Four Hours At The Capitol. Nu is er deze groots opgezette film van de Franse broers Jules en Gédéon Naudet (9/1113 Novembre: Fluctuat Nec Mergitur en Notre-Dame, Our Lady Of Paris), waarin de traumatische dag nog eens chronologisch wordt gereconstrueerd met ruim vijftig bronnen: Capitool-medewerkers, politieagenten, beveiligers, (foto)journalisten en politici, waaronder kopstukken zoals Liz Cheney, Adam Kinzinger en Nancy Pelosi (wiens sleutelrol op 6 januari tevens wordt belicht in de docu die haar dochter Alexandra onlangs afleverde: Pelosi In The House). Opvallend verder: (vrijwel) alleen Republikeinse uitzonderingen op de regel dat je beter geen afstand kunt nemen van Donald Trump. Én: geen oproerkraaiers (die Roberts nog wel uitgebreid aan het woord liet). De broers waren, volgens dit interview, geïnteresseerd in de slachtoffers van de bestorming, niet zozeer in de daders ervan.

Via inzooms naar en uitzooms van een digitale replica van het Capitoolgebouw schakelen de Naudets tussen de gebeurtenissen binnen, waar de verkiezingsuitslag moet worden gecertificeerd zodat de weg vrij is voor Joe Biden als nieuwe president, en buiten, waar Trump-aanhangers worden opgehitst en zich klaarmaken om het gebouw te bestormen. Die twee parallelle verhalen komen na ruim een half uur samen als de Republikein James Lankford aan zijn betoog tegen certificering begint. ‘In Amerika beslechten we onze meningsverschillen met verkiezingen’, stelt de senator uit Oklahoma tijdens een nog altijd onwerkelijke scène. ‘Maar wat als je de telling niet vertrouwt of bezorgd bent dat rechtbanken zaken afwijzen vlak nadat ze veel bewijsmateriaal hebben ontvangen?’ Op datzelfde moment wordt vicepresident Mike Pence door beveiligingsmedewerkers afgevoerd, waarna de voorzitter direct de zitting verdaagt. ‘Ze zijn in het gebouw’, fluistert iemand tegen Lankford. ‘Het ligt niet aan iets wat je zei.’

Een paar minuten later moeten met name Democratische politici, samen met hun beveiligers, rennen voor hun leven. ‘Ik bevond me binnen zeven meter van de opstandelingen’, vertelt senaatsleider Chuck Schumer bijvoorbeeld. ‘Uit tweede hand hoorde ik dat iemand wees en zei: we pakken die grote Jood.’ In het parlementsgebouw breekt paniek uit. ‘Terwijl iedereen met z’n geliefden praat voer ik eigenlijk een mentale strijd over of ik mijn kinderen moet bellen, zodat ze mijn stem kunnen horen en ik die van hen’, vertelt het Democratische congreslid Susan Wild geëmotioneerd. ‘Of bel ik ze niet op, omdat ik ze niet ongerust wil maken?’ Uiteindelijk heeft Wild geen keuze en wordt ze ook al snel uit de droom geholpen: thuis hebben ze de glasscherven allang gezien en de pistoolschoten gehoord. Intussen moet The Metropolitan Police Department, die de gebroeders Naudet opvallend veel toegang heeft gegeven, de ellende zien te bezweren. ‘We doen dit voor jullie’, zegt één van de relmakers tegen de Afro-Amerikaanse politieman Ray, die even daarvoor nog voor ‘nigger’ is uitgescholden. ‘Zwarte mensen zouden hier bij ons moeten zijn.’ Ray wil er niks van horen: ‘Je bent een verrader. Knoop dat in je oren terwijl je hier staat.’

Hoewel Four Hours At The Capitol, met alle lelijkheid van Trumps ontspoorde achterban, uiteindelijk toch een completer beeld geeft, brengt January 6th de dag waarop de Amerikaanse democratie op z’n grondvesten schudde toch weer heel dichtbij. En het is niet moeilijk om te zien hoe die nog altijd doorwerkt in de politieke verhoudingen van twee jaar later.