Newtopia

VPRO

Progressie of tragedie? Het ligt er maar aan hoe je ernaar kijkt, meent Audun Amundsen. In 2004 belandde hij als avontuurlijk ingestelde Noorse backpacker in de Indonesische jungle bij een inheemse stam, de Mentawai. Samen met de sjamaan/medicijnman Aman Paksa ging hij met pijl en boog op jacht naar apen. Wie had toen kunnen bedenken dat diezelfde Aman binnen een jaar of tien een bankrekening, televisie en mobiele telefoon zou hebben?

Als Amundsen de Mentawai vier jaar na zijn eerste verblijf opnieuw bezoekt, brengt hij allerlei moderne verworvenheden mee. Een zonnepaneel bijvoorbeeld, zodat ze voortaan zelf energie kunnen opwekken. Maar kleven aan al die nieuwe ontwikkelingen ook geen gevaren? Zo slecht lijkt hun huidige bestaan immers niet. Aman werkt bijvoorbeeld maar een paar uur per dag. Bij de Mentawai zijn er slechts beperkte inkomensverschillen. Hun manier van leven is niet schadelijk voor de aarde. En criminaliteit kennen ze ook al nauwelijks. Een ideaal bestaan, als je het oppervlakkig bekijkt.

Toch kan Audun Amundsen zich zelf nauwelijks staande houden in dit Newtopia (54 min.). Zijn westerse lijf is niet bestand tegen de zon, infecties en insecten. Aman op zijn beurt snakt naar dingen die het leven gemakkelijker kunnen maken: plastic spullen bijvoorbeeld of een motor voor zijn boot. Terwijl hij en zijn gemeenschap aansluiting proberen te vinden bij de rest van de wereld, ziet zijn Noorse vriend met lede ogen aan hoe hun idyllische leven dreigt te verdwijnen. Met geweren is het bijvoorbeeld een stuk gemakkelijker jagen op apen, maar wordt ook het gevaar dat ze de hele soort naar de eeuwige jachtvelden schieten alsmaar groter.

Vooruitgang werkt nu eenmaal als een perpetuum mobile. Eenmaal op gang gebracht laat die zich niet meer zomaar stoppen. Óók, of júist, in de hoofden van de betrokken mensen. Als ze eenmaal hebben geproefd van technische gemakken en luxeartikelen, worden zij net als wij, onderdanen van het vrije westen: meer, meer, meer! Tegelijkertijd maakt Amundsen inzichtelijk hoe wreed het ook door hem geïdealiseerde leven in de jungle, dat inmiddels zijn weg heeft gevonden naar allerlei musea, kan zijn. Van daaruit is het dan weer heel goed te begrijpen dat zijn inheemse vriend Aman Paksa dit achter zich probeert te laten.

Behalve het relaas van een opmerkelijke vriendschap tussen twee mannen uit volstrekt verschillende wereld toont Newtopia, in de loop van vijftien jaar gefilmd, op microniveau ook hoe de wereld verandert en wat dat – vaak letterlijk – kost en oplevert.

Downfall: The Case Against Boeing

Netflix

Al snel kwam ‘the blame game’ op gang. De 189 slachtoffers van de vliegramp met de Indonesische vlucht 610 op 29 oktober 2018 waren nog niet geborgen of het zwartepieten begon. Het zou wel aan luchtvaartmaatschappij Lion Air liggen, een Indonesische prijsvechter. Aan de luchthaven, Soekarno-Hatta in Jakarta. Of anders aan de gezagvoerder, de Indiase piloot Bhavye Suneja. Over één ding waren deskundigen het in elk geval eens: het kon niet liggen aan de Amerikaanse fabrikant van de gloednieuwe Boeing 737 Max. En toen, negentien weken later, viel er op 10 maart 2019 ineens nóg zo’n kist, vlucht 302 van Ethiopian Arlines, uit de lucht in Addis Abeba. Ruim honderdvijftig inzittenden lieten het leven.

En daarmee kwam Boeing, een bedrijf waar Amerika trots op was, een onderneming die zichzelf in de mark zette met de slogan ‘If it ain’t Boeing, I ain’t going’, ineens tóch serieus onder vuur te liggen. Rory Kennedy ontleedt in Downfall: The Case Against Boeing (90 min.) nauwgezet hoe de luchtvaartgigant zichzelf in de voorgaande jaren uiterst effectief in de nesten had gewerkt. Ze herleidt alle problemen tot één specifiek moment: Boeings fusie met McDonnell Douglas in 1997. Daarna was het gedaan met de aandacht voor kwaliteit bij de betrouwbare vliegtuigfabrikant, werd winst maken het enige parool en bezuinigen de voornaamste bedrijfsstrategie. Intussen verhuisde het hoofdkantoor naar Chicago, weg van de vaste thuisbasis Seattle.

De nieuwe focus op snel en goedkoop moest wel tot problemen leiden, stellen oud-medewerkers onomwonden in deze film. En als ze daarover hun zorg probeerden uit te spreken, werden ze direct de mond gesnoerd en linea recta naar de uitgang gedirigeerd. Zoals het echte klokkenluiders betaamt. Een gegeven dat Boeing na de ongelukken in Jakarta en Addis Abeba, toen het bedrijf druk doende was om de schuld op anderen af te schuiven, natuurlijk bepaald niet meer goed uitkwam. De Amerikaanse vliegtuigbouwer nam dus zijn toevlucht tot wat multinationals nu eenmaal doen in dit soort kwesties (en wat ook al in talloze documentaires aan de kaak is gesteld): ze huren de ‘allerbeste’ juristen in. Die mogen hun positie gaan beschermen, waarbij veel, zo niet gewoon alles, is geoorloofd.

En de rekening komt dan bij het gewone publiek te liggen. In dit specifieke geval: bij de crew van de twee gecrashte Boeings, hun passagiers én de nabestaanden daarvan. Zij brengen de grote, soms ook technische verwikkelingen in deze oerdegelijke documentaire terug tot menselijke proporties. ‘Boeings totale onvermogen om alles op alles te zetten om het tweede ongeluk te voorkomen heeft ons leven compleet verpest’, zegt Michael Stumo, die zijn dochter Samya verloor bij de crash in Ethiopië. ‘En dat geldt niet alleen voor ons gezin. Dat geldt voor iedereen die stierf met deze vliegtuigen.’

Gij Zult Niet Doden – Treinkaping De Punt

KRO-NCRV

Op zaterdagochtend 11 juni 1977 wordt de gekaapte trein bij De Punt eerst langdurig beschoten en daarna bestormd door mariniers. Twee passagiers komen daarbij om het leven. En zes van de negen Zuid-Molukse kapers. Zij hebben drie weken lang 56 mensen gegijzeld gehouden. Met die actie probeerden ze aandacht te vragen voor de positie van Molukkers. Die zijn in 1951, na de oorlog om het toenmalige Nederlands Indië, naar ons land gekomen. Hen was beloofd dat er een onafhankelijke Molukse staat zou komen.

Zeventig jaar zijn inmiddels verstreken. De Republik Maluku Selatan is er nog altijd niet. Intussen zijn er ook steeds meer vragen gerezen over de gewelddadige beëindiging van de treinkaping bij De Punt. Was het geweld proportioneel of zijn enkele gijzelnemers demonstratief, zonder absolute noodzaak, geëxecuteerd? Advocaat Liesbeth Zegveld heeft aanwijzingen voor het laatste en staat de nabestaanden van twee kapers, Max Papilaya en Hansina Uktolseja, bij in een emotioneel geladen rechtszaak tegen de Nederlande staat.

In Gij Zult Niet Doden – Treinkaping De Punt (73 min.) volgt Koert Davidse gedurende vijf jaar Zegvelds pogingen om vier decennia na dato recht te krijgen voor mensen die al die tijd toch vooral als dader, of als terrorist, te boek hebben gestaan. Ze noemt het ‘een gevecht op elke vierkante millimeter’, waarbij de advocate regelmatig stevig botst met de vertegenwoordiging van de Nederlandse overheid. Het is duidelijk dat er voor beide partijen heel wat op het spel staat. Als de rechters de lijn van de klagers volgt, heeft de toenmalige Nederlandse regering immers zijn geweldsmonopolie misbruikt en zijn de mariniers ingezet als een soort doodseskader.

Ondanks het feit dat Davidse is aangesloten bij Zegveld probeert hij ook de tegenargumenten van de staat een volwaardige plek te geven in z’n weergave van de rechtsgang. Zo ontstaat een afgewogen beeld van de juridische afwikkeling van een tragische gebeurtenis, die al ruim veertig jaar op allerlei plekken in de samenleving schrijnt. Tegelijkertijd wordt en passant ook het verhaal verteld van de Molukse gemeenschap van Nederland en de beruchte treinkapingen, die zich in het collectieve geheugen hebben vastgezet.

Assassins

Het tafereel op het vliegveld van Kuala Lumpur is zo bizar dat geen thrillerschrijver ermee zou wegkomen…

Een Aziatische man wordt op 14 februari 2017, rond negen uur ‘s ochtends, van achteren benaderd door twee jonge vrouwen. Ze leggen hun handen voor zijn ogen en lijken tegelijkertijd iets op zijn gezicht te smeren. Beveiligingscamera’s leggen vervolgens vast hoe de vrouwen zich, ogenschijnlijk opgetogen, uit de voeten maken. De man legt intussen aan de politie uit wat er is gebeurd. Terwijl hij samen met agenten naar een hulppost wandelt, begint hij met een been te trekken. Lopen gaat al snel steeds moeilijker.

Binnen een uur is de man dood. Slachtoffer van VX-zenuwgas. Hij wordt op een brancard afgevoerd. Het is Kim Jong-nam, de halfbroer van de Noord-Koreaanse dictator King Jong-un. Als oudste zoon was hij ooit de beoogde opvolger van hun vader Kim Jong-il. Toen die in 2011 overleed, werd de scepter echter overgedragen aan die andere nazaat Kim Jong-un. Die stelt sindsdien alles in het werk om de absolute macht naar zich toe te trekken en schroomt daarbij niet om mensen die zijn positie zouden kunnen bedreigen uit de weg te ruimen.

Na Kim Jong-nams dood zijn de Assassins (104 min.) snel gevonden: Siti Aisyah en Doan Thi Huong. Het leidt geen twijfel dat deze twee jonge vrouwen, uit respectievelijk Indonesië en Vietnam, daadwerkelijk de dood van Kim Jong-nam, van wie wordt vermoed dat hij als informant werkte voor de CIA, hebben veroorzaakt. Maar wat was hun oogmerk? Hebben ze zich welbewust laten inzetten als werktuig in een complot van het moorddadige Noord-Koreaanse regime? Of zijn ze toch – hoe ongelofelijk dat ook klinkt – erin geluisd toen ze dachten te participeren in een ‘prank video’, waarbij een onbekende voor de camera bij de neus zou worden genomen?

Regisseur Ryan White belicht het misdrijf vanuit het perspectief van de twee vrouwen en hun advocatenteams, aangevuld met de goed ingevoerde Maleisische journalist Hadi Azmi. Hij plaatst de gebeurtenissen bovendien overtuigend binnen de campagne van de Noord-Koreaanse dictator Kim Jong-un om zijn schrikbewind te bestendigen. Het resultaat is een spannende docuthriller, die van het ongeloofwaardige uitgangspunt uiteindelijk toch een aannemelijk scenario maakt en die, voor de zoveelste keer, het angstaanjagende karakter van de totalitaire staat Noord-Korea aan de kaak stelt.

The Trials Of Henry Kissinger

Zou voormalig minister van Buitenlandse Zaken, nationaal veiligheidsadviseur van de Verenigde Staten én winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede Henry Kissinger vanwege misdaden tegen de menselijkheid voor het Internationaal Strafhof in Den Haag moeten worden gedaagd? Waarom zou de gelauwerde diplomaat, een graag geziene gast in de media (ook door hemzelf), niet hetzelfde lot moeten ondergaan als pak ‘m beet Slobodan Milosevic en Augusto Pinochet?

Voornaamste verschil: Kissinger is een politicus uit de Verenigde Staten, een land dat zweert bij de internationale rechtsorde. Zolang het zich daar zelf niet aan hoeft te houden. In The Trials Of Henry Kissinger (79 min.) uit 2002, gebaseerd op een boek van Christopher Hitchens, zet regisseur Eugene Jarecki de ‘aanklacht’ tegen de machtspoliticus op een rij. Die is gestoeld op ‘s mans betrokkenheid bij conflicten in Vietnam, Cambodja, Chile en Oost-Timor.

Als aanklagers fungeren historici en goed ingevoerde journalisten zoals Seymour Hersh, daar tegenover neemt Kissingers voormalige collega Alexander Haig de rol van getuige à decharge op zich. De man zelf zwijgt in alle toonaarden, maar is via uitgebreid archiefmateriaal toch prominent aanwezig. Vanuit al die bronnen komt een vrij consistent beeld naar voren: van een meester in ‘plausible deniability’, die geen woorden nodig heeft om te communiceren wat hij wil en dus ook verdomd lastig op woorden is te pakken.

Intussen schetst deze scherpe film, waarin acteur Brian Cox als verteller fungeert, met verve de duistere achterkant van de internationale politiek, waarbij individuele mensen niet meer dan pionnen lijken te zijn op een levensgroot schaakbord – waar ze elk ogenblik ook weer vanaf geslagen kunnen worden.

Liesbeth List – Heb Me Lief

https://www.deborahvandam.nl/projects/liesbeth-list-heb-me-lief

‘Onopgemaakt ben ik Elly Driessen’, zegt de zangeres, terwijl ze zich in de openingsscène van deze documentaire zorgvuldig opmaakt. ‘En met make-up is ’t het Liesbeth List-gezicht.’ Haar karakteristieke zangstem weerklinkt. ‘Als een boom die is ontworteld. Door de adem van de tijd losgerukt uit de grond onder mijn voeten ben ik herbeplant op onbekend terrein.’ Waarna de titel van de film uit 2006 in beeld verschijnt: Liesbeth List – Heb Me Lief (52 min.).

‘Het ontbreekt me eigenlijk aan niets’, zingt ze vervolgens, op het podium van alweer een theater. ‘Maar toch: ik hoor niet hier.’ Het is geen toeval dat filmmaakster Deborah van Dam haar portret van List juist met dit lied start. Het refereert aan het centrale drama uit haar leven: de zangeres bracht haar jongste jaren door in een jappenkamp in Nederlands Indië. Na de dood van haar moeder werd ze op zevenjarige leeftijd door haar vader achtergelaten bij Jaap List, de vuurtorenwachter van Vlieland. Elly Driessen werd Liesbeth List.

En die kreeg, als geen ander, van doen met Ramses. Altijd weer Ramses (in wiens docu Ramses: Où Est Mon Prince ze ook prominent aanwezig was). De weergaloze chansonnier, flamboyante mediapersoonlijkheid en onverbeterlijke drinkebroer. Ramses Shaffy, de (onbeantwoorde) liefde van Lists leven. Deze film bevat een fijne scène waarin ze met Ramses, inmiddels een breekbare oude man, een prachtige nieuwe versie van diens klassieker Laat Me opneemt met Alderliefste. De oude magie herleeft. Voor haar theatervoorstelling Dichterbij Liesbeth werkt de grand old lady daarnaast vanzelfsprekend samen met Beau van Erven Dorens, Bastiaan Ragas en wijlen Antonie Kamerling.

Intussen herontdekt Liesbeth List in deze film, allereerst met frisse tegenzin, haar eigen verleden als Elly Driessen. Waarbij het afgewezen kind altijd zichtbaar blijft in de volgroeide vrouw, die zich hier van haar kwetsbaarste kant toont. Als halfzus van een ander kind van haar vader, maar ook als moeder van haar eigen dochter Elisah. Gevoelens die perfect zijn vervat in een tekst die Freek de Jonge voor haar schreef: ‘En nu ben ik moeder. Moeder dan mijn moeder. Meer moeder dan mijn moeder. Ooit heeft kunnen zijn.’ Daarmee bewijst List/Driessen haar moeder Corrie, die ze eigenlijk nooit heeft leren kennen, op passende wijze eer.

En als apotheose voor dit portret, dat de essentie van de vrouw blootlegt, leeft de zangeres zich uit in een gedragen interpretatie van Frank Boeijens De Verzoening, met de sleutelwoorden die ook haar eigen leven lijken te domineren: Heb Me Lief.

De documentaire Liesbeth List – Heb Me Lief is hier te bekijken.

Klanken Van Oorsprong

Toen Nederland in de jaren na de Tweede Wereldoorlog het onafhankelijk geworden Indonesië met de staart tussen de benen verliet, nadat we daar eeuwenlang de kolonisator hadden uitgehangen, nam het de revolutie mee naar een huis. Een muzikale revolutie, welteverstaan. Op schepen zoals de Oranje en Willem Ruys bivakkeerde een nieuwe generatie Indische Nederlanders, die rock & roll en hun eigen variant daarop, indorock, introduceerde in het kneuterige Holland.

Daarmee zouden ze niet alleen in eigen land furore maken. In Duitsland werd de ‘Exoten aus Tulpenland’ volgens gitarist Eddy Chatelin van The Crazy Rockers zo opgehemeld dat ze terstond van hun minderwaardigheidscomplex waren verlost. Met indorock viel in heel Europa een goede boterham te verdienen. En die Indische showpikkies zetten echt de toon, getuige de altijd weer opduikende anekdote over The Beatles. Tijdens hun jonge jaren in Hamburg zouden die de kneepjes van het vak hebben geleerd van Nederlandse indobands (*).

De gouden jaren van de indorock, waarbij The Tielman Brothers uitgroeiden tot de absolute vaandeldragers van het genre, zijn eerder opgeroepen in de documentaire Rockin’ Ramona van Hans Heijnen uit 1991. Regisseur Hetty Naaijkens – Retel Helmrich plaatst datzelfde verhaal in Klanken Van Oorsprong (112 min.) uit 2018 binnen een breder perspectief. Als bastaardzoon van de Indische krontjongmuziek en ruige broertje van de zogenaamde indopop, waarmee The Blue Diamonds, Anneke Grönloh en Sandra Reemer (internationaal) succes boekten.

Én als lekker escapistisch vervolg op een ronduit traumatische periode, waarbij Indische Nederlanders, net als eerst de Japanners en daarna de Hollanders, uit Indonesië werden verdreven om aan het andere eind van de wereld een nieuw leven op te bouwen. Ook artiesten zoals Liesbeth List, Boudewijn de Groot en Ernst Jansz grepen in hun oeuvre regelmatig terug op die ervaringen. De Indische invloed vond via de gebroeders Eddie en Alex van Halen zelfs zijn weg naar Amerikaanse hardrock.

Klanken Van Oorsprong neemt de tijd en graaft toch niet héél diep, maar brengt al die verschillende stromingen wel netjes bij elkaar. Zo ontstaat een liefdevol totaalbeeld van het stempel dat Indische Nederlanders in de afgelopen halve eeuw op de vaderlandse muziekhistorie hebben gezet.

(*) En wie staan daar op de foto bij een optreden van The Tielman Brothers? Juist, Paul en John.

Ze Noemen Me Baboe

Cinema Delicatessen

‘Ba’ betekent juffrouw, ‘boe’ moeder. Ze noemen haar dus Baboe. Juffrouwmoeder. Oftewel: kindermeisje. Haar echte naam doet er niet toe. Het is zelfs maar de vraag of de ‘Belandas’ die kennen: Alima. Op de vlucht voor een gearrangeerd huwelijk is de Javaanse vrouw bij het Nederlandse gezin beland. Niet veel later zit ze zelfs met hen op de boot naar Holland. ‘Baboe’ draagt voortaan zorg voor de aandoenlijke peuter Jantje.

Eenmaal terug in Nederlands Indië worden zij en haar bijna-familie eerst geconfronteerd met de Japanse bezetting en daarna met de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd, die voor Alima een heel persoonlijke dimensie krijgt via de onweerstaanbare revolutionair Riboet. Het is een tijd waarin haar loyaliteiten, en die van vele andere lokale gezinshulpen, danig op de proef worden gesteld.

Het kindermeisje doet in Ze Noemen Me Baboe (78 min.) zelf haar verhaal. Althans, regisseur Sandra Beerends heeft op basis van getuigenissen van (kinderen en kleinkinderen van) voormalige baboes en Nederlandse kinderen die een baboe hadden een poëtische voice-over tekst geschreven. Vanuit het perspectief van een fictief kindermeisje, Alima dus, dat zich richt tot haar jong gestorven moeder.

De filmmaakster heeft dit persoonlijke relaas – van een gewone vrouw die op een scharnierpunt in de Nederlandse koloniale historie belandt – verbeeld met een vloeiende combinatie van privé-video’s en (nooit eerder vertoond) beeldmateriaal uit Nederlandse en Indonesische archieven. Een subtiel geluidsdecor en zorgvuldig samengestelde soundtrack kleuren de zwart-wit beelden verder in.

Met deze absolute tour de force brengt Beerends zo op een klein en menselijk niveau, via de empowerment van een kindermeisje, een pregnant stuk Nederlandse historie tot leven.

The Act Of Killing


Als je iemand een bijzonder ongemakkelijke filmavond wilt bezorgen, schotel hem dan zonder al te veel voorinformatie The Act Of Killing(2012) voor. Ik heb tweemaal een avond – en de bijbehorende nacht en dagen daarna – laten vergallen door de bikkelharde film van Joshua Oppenheimer en begin nooit meer aan een derde kijkbeurt. Terwijl ik dit intik, spuug ik tussen twee vingers door op de grond. Beloofd. Uit puur zelfbehoud overigens.

Tegelijkertijd zou ik iedereen die de film nog niet heeft gezien aanraden om er direct een paar uurtjes voor vrij te maken. The Act Of Killing, de zogenaamde director’s cut zelfs (159 min.). Zorg dan wel voor tissues, een emmertje en enkele hulplijnen, want een walgelijkere kijk op de wrede inborst van dé mens – nee, laten we het comfortabel houden – van sómmige mensen zul je niet snel meer krijgen.

Oppenheimer heeft voormalige Indonesische massamoordenaars, die het land halverwege de jaren zestig enthousiast zuiverden van communisten en andere onwelgevallige landgenoten, gevraagd of ze de hoofdrol willen spelen in een overdadig aangeklede speelfilm over hun eigen heldendaden. De inmiddels bejaarde mannen happen enthousiast toe en kruipen nog eenmaal in de rol van hun leven.

Waar de gemiddelde kijker – hopelijk – een stel voormalige criminelen met een nauwelijks ontwikkeld moreel besef ziet, die tegenwoordig zowaar een soort macabere fanbasis lijken te hebben, menen ze zelf dat die film hen eindelijk die welverdiende roem zal brengen. De camera biedt hen tevens de mogelijkheid om hun vakkennis over te dragen, want hoe kun je nu eigenlijk het beste prikkeldraad om iemands nek wikkelen en waar moet je die dan aantrekken? Wacht, ze demonstreren het wel even.

The Act Of Killing is zo’n film die je nooit meer vergeet – al zou je eigenlijk niets liever willen. Oppenheimer filmde tegelijkertijd overigens ook het aangrijpende The Look Of Silence (2014), een documentaire met een conventionelere opzet, waarin de kant van de slachtoffers van de Indonesische genocide wordt belicht. Ook die film klapt er genadeloos in. Beide documentaires werden genomineerd voor een Oscar en sleepten diverse prijzen in de wacht.

Joshua Oppenheimer is na het filmen van zijn indrukwekkende tweeluik uit Indonesië vertrokken en zal daar ook niet snel terugkeren. ‘Ik kan Indonesië waarschijnlijk zonder problemen in’, vertelde hij halverwege 2015 in een interview met The New York Times. ‘Ik weet alleen niet zeker of ik het land ook weer levend kan verlaten.’