Bully. Coward. Victim. The Story Of Roy Cohn

In de hoogtijdagen van de Koude Oorlog zouden ze Amerikaanse atoomgeheimen hebben doorgespeeld aan aartsvijand de Sovjet-Unie. Het echtpaar Julius en Ethel Rosenberg werd in 1953 ter dood gebracht. Ruim 65 jaar later portretteert hun kleindochter Ivy Meeropol de man die een sleutelrol speelde in hun veroordeling: Roy Cohn (1927-1986), een jonge advocaat die destijds aan de vooravond stond van een prachtige carrière als rechterhand van communistenjager Joe McCarthy, raadsman van de georganiseerde misdaad in New York én lichtend voorbeeld van een jonge, ambitieuze zakenman uit die stad, ene Donald Trump.

Die laatste rol, als mentor van de huidige Amerikaanse president, vormde onlangs al het uitgangspunt voor een andere film over de man die ook wel ‘de verpersoonlijking van slechtheid’ is genoemd: Where’s My Roy Cohn? (2018], een tamelijk traditionele en doeltreffende biografie van Matt Tyrnauer. De openingsscène van Bully. Coward. Victim. The Story Of Roy Cohn (98 min.) maakt direct duidelijk dat Meeropol een persoonlijkere aanpak voor ogen heeft: in oude zwart-wit beelden spreekt ze als klein meisje met haar vader Michael over de terechtstelling van diens ouders. Haar familie heeft aan den lijve ondervonden wat de gevolgen kunnen zijn van de rücksichtslose handelswijze van Cohn, die de verklaring van een belangrijke getuige tegen haar grootouders op een onoorbare manier zou hebben beïnvloed.

Tegelijkertijd probeert de documentairemaakster met bronnen als filmmaker John Waters (die Cohn, als homo die zijn hele leven in de kast bleef, regelmatig tegenkwam op een soort gayparadijs), collega-advocaat Alan Dershowitz (waarmee hij aan de geruchtmakende zaak tegen Claus von Bülow werkte), en roddelcolumniste Cindy Adams (die hij regelmatig van nieuwtjes voorzag over lieden die hij in verlegenheid wilde brengen) ook een tamelijk traditioneel portret van het ‘larger than life’-personage Roy Cohn te schetsen. Die twee verhaallijnen komen alleen niet altijd even soepel samen, waardoor de film soms een wat rommelige indruk maakt.

Via onlangs ontdekte audiocassettes van een interview dat journalist Peter Manso in 1980 met hem deed voor een Playboy-profiel komt de man met de spottende lach, boksersneus en bijzonder kille ogen zelf ook nog aan het woord, waarbij hij nooit om een scherpe oneliner verlegen lijkt te zitten. Behálve als het gaat over zijn eigen seksuele geaardheid en de dodelijke ziekte die hij uiteindelijk zou oplopen, een publiek geheim dat hem, ongewild, tot een belangrijk personage in de theatervoorstelling Angels In America zou maken. Dat verborgen leven krijgt veel aandacht in deze onevenwichtige film, die natuurlijk ook inzoomt op zijn rol als mentor van de jonge Trump, in Cohns ogen een genie met een gouden toekomst.

Van de executie van de Rosenbergs heeft Roy Cohn volgens eigen zeggen nooit ook maar een nacht wakker gelegen. Die kregen gewoon hun verdiende loon. Zelfs als hun zoon Michael Meeropol hem in een tv-programma confronteert met gerommel in de rechtszaak tegen zijn ouders geeft Cohn geen duimbreed toe en houdt vast aan zijn eigen werkelijkheid. Een modus operandi waarvan ook zijn protegé, op wie hij zonder enige twijfel trots zou zijn geweest, als president van de Verenigde Staten zijn handelsmerk heeft gemaakt. Zo leeft Roy Cohn voort: als de man die eerst het McCarthyisme en later Donald Trump (mede) mogelijk maakte.

Mr Gay Syria

‘Is er een behandeling voor dit soort mensen?’ vroeg hij anderen, als er een homo langsliep. ‘Waarom heeft Allah hem zo gemaakt? Kan hij echt niet worden genezen?’ Het antwoord was altijd hetzelfde: ‘Ja, als hij de Koran leest en besluit om te trouwen.’

Intussen zat Husein Sabat zelf ook in de kast. De 24-jarige Syrische kapper leefde als hetero en probeerde zichzelf wijs te maken dat die situatie wel oké was. Totdat hij er echt niet meer onderuit kon: hij was homo en wilde daar ook voor uitkomen. Dat was alleen niet mogelijk in eigen land.

In Istanboel, de hoofdstad van buurland Turkije, leeft hij nu zes dagen per week als homoseksuele man. Op dag zeven keert Husein terug naar huis, naar zijn vrouw, dochtertje en oerconservatieve familie. Zij weten van niets.

Dat broze evenwicht komt verder onder druk te staan als hij besluit mee te doen aan de wedstrijd Mr Gay Syria (52 min.). Als Husein wint, wordt hij uitgezonden naar de Mr. Gay World-verkiezing op Malta. En dat biedt hem wellicht de kans om definitief naar het ‘veilige’ Europa te verkassen.

Deze beklemmende film van Ayse Toprak vangt hoe Syrische gays zich noodgedwongen in de schaduw moeten ophouden en hoeveel lef ervoor nodig is om uiteindelijk tóch in de openbaarheid te treden, in de wetenschap dat er thuis mensen zijn die hen op de Koran laten zweren dat ze geen homo zijn en verder niemand hun veiligheid kan garanderen.

Zolang ze tenminste niet beschikken over een westers visum, het ‘verlaat de gevangenis, zonder te betalen’-kaartje dat slechts een enkeling gegeven is.

Circus Of Books

Netflix

‘Op de vraag waar onze ouders werkten was het antwoord: in een boekwinkel’, vertelt Micah Mason. Het duurde niet lang of de jongen wist wel beter. ‘Wij hebben een boekwinkel’, luidde de instructie van zijn vader en moeder volgens broer Josh. ‘Dat vertel je mensen.’ De kinderen moesten echter naar beneden kijken als ze in diezelfde winkel waren. Want behalve een boekenzaak was de firma van hun ouders Karen en Barry ook ‘een hardcore gaypornozaak‘: Circus Of Books (86 min.) aan de Santa Monica Boulevard in West-Hollywood. Zus/dochter Rachel Mason wijdde er deze documentaire aan.

Niet dat haar vader en moeder zich schaamden voor hun business, die ook nog het maken van ‘adult entertainment’ voor mannen omvatte, maar ze wilden niet dat hun kinderen er last van zouden krijgen. Via hun winkel zou het Joodse echtpaar deelgenoot worden van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de strijd van puriteins Amerika tegen pornografie, de AIDS-epidemie van de jaren tachtig en de opkomst van het internet – en de onvermijdelijke neergang van (porno)videotheken die daarop zou volgen. Die roerige geschiedenis doen Karen en Barry Mason, samen op de bank, nuchter uit de doeken. Daarbij wordt al snel duidelijk dat zij thuis de broek aanheeft en hij over de beste glimlach van het westelijk halfrond beschikt.

Het no-nonsense koppel wordt bij het ophalen van herinneringen aan de tijd dat ze in de frontlinie stonden van de strijd tegen censuur en homodiscriminatie bijgestaan door hun kinderen, medewerkers en klanten van hun winkel én blikvangers uit de business waarin ze zich al die jaren hebben opgehouden: Hustler-uitgever Larry Flynt (altijd op zoek naar distributie voor zijn schmutzige tijdschriften), gaypornoster Jeff Stryker (met zijn eigen actiepoppetje, inclusief te verbuigen geslachtsdeel) en LGBT-activist van het eerste uur Alexei Romanoff (die net als veel andere gays een geborgen plek vond bij Circus Of Books, waar je tussen de schappen bovendien lekker kon vozen).

Toch was de homo-emancipatie ook in Huize Mason nog altijd niet volledig afgerond. Daar zit ook het persoonlijke drama van deze aardige egodocu, die tevens van dichtbij vastlegt hoe de klad er inmiddels stevig inzit bij Circus Of Books. Voor Karen en Barry is het tegenwoordig steeds afwachten of ze aan het eind van de week het personeel kunnen betalen. Hun winkel, die al sinds 1982 draait, dreigt roemloos ten onder te gaan. Voor de zekerheid ruimen ze alvast het magazijn leeg. Hele stapels gayporno, educatief materiaal voor hele generaties opgroeiende homo’s, verdwijnt in de afvalcontainer. Waar het volgens sommige Amerikanen altijd al thuishoorde. En voor die mannen was er dan een kast.

5B

Het was duidelijk dat honderd procent van de ziektegevallen zou sterven, aldus één van de toenmalige artsen. Toch wilden lang niet alle doktoren en verpleegkundigen deze patiënten behandelen. ‘Ik raak hem met geen vinger aan’, zou een arts tegen een uitgemergelde jongeman hebben gezegd. Natuurlijk, sommige medewerkers van het San Francisco General Hospital waren gewoon bang, maar anderen vonden ook dat die mannen het er zelf naar hadden gemaakt. ‘Homokanker’ kreeg je immers niet zomaar.

En dus moest er begin jaren tachtig een speciale afdeling komen voor AIDS-patiënten. Met artsen en verplegers van 5B (95 min.), waar het gebruikelijke ‘cure’ al snel werd losgelaten ten faveure van ‘care’, blikken Dan Krauss en Paul Haggis terug op de AIDS-uitbraak in de Amerikaanse gaystad bij uitstek, San Francisco. Van professionele distantie kon in elk geen geval sprake zijn, zoveel was hen al snel duidelijk. Deze mannen gingen een wisse dood tegemoet. Hoe kon je hun lijden verlichten en hen op een menswaardige manier naar hun einde begeleiden?

De beelden daarvan zijn bijna veertig jaar later nog altijd hartverscheurend. Toch waren de meningen in de buitenwereld niet mals: homoseksualiteit was bepaald nog niet algemeen geaccepteerd, van het (vermeende) bijbehorende promiscue gedrag werd zelfs schande gesproken. Werd daar op die speciale afdeling soms de homoseksuele levensstijl gepropageerd? En in hoeverre liepen ‘gewone’ Amerikanen gevaar? Die laatste vraag werd nog eens extra pregnant toen één van de verpleegkundigen zich prikte aan een injectienaald en vervolgens HIV-positief bleek.

Krauss en Haggis zoomen in op enkele persoonlijke verhalen van 5B en plaatsen de gebeurtenissen op de speciale ziekenhuisafdeling binnen het politieke klimaat van die veelbewogen jaren. De bekroonde (en homoseksuele) verslaggever Hank Plante herinnert zich bijvoorbeeld nog goed hoe de toenmalige Amerikaanse president Ronald Reagan in 1987 voor de allereerste keer het woord ‘AIDS’ in de mond nam. ‘De epidemie was toen al zes jaar gaande’, zegt hij verbeten. ‘Op het moment dat hij dat woord voor het eerst uitsprak waren er al 21.000 Amerikanen gestorven.’

Die onverschilligheid contrasteert enorm met de onbaatzuchtigheid van de 5B-medewerkers, die in hachelijke tijden de menselijke waardigheid van ‘hun’ patiënten waarborgden en tevens het grote hart vormen van deze aangrijpende film, die in 2019 op het Filmfestival van Cannes de Grand Prix Award won.

Jonathan Agassi Saved My Life

Trots laat Yonatan Langer de speelfilm zien waarin hij zelf de hoofdrol speelt. Zijn moeder kijkt geïnteresseerd toe. Op het scherm drinkt hij een biertje en bestuurt met ontbloot bovenlijf een boot. ‘Het is geweldig’, zegt moeder. ‘Yonatan, je bent het echt!’ Haar zoon kijkt zelf trots toe als de film verder gaat en het moment nadert dat die niet meer zo geschikt is voor zijn moeder. ‘En nu gaan we naar boven om te neuken.’

De Israëlische hunk Yonatan is in de gayscene bekend, beroemd zelfs, als Jonathan Agassi. Pornoster van beroep. Deze documentaire van Tomer Heymann toont hem in zijn dagelijks leven: tijdens filmshoots, rond live-performances en gewoon bij mams thuis, met wie hij een erg innige band heeft. ‘Ik ben jouw vent’, zegt hij, als hij haar weer eens geld toestopt. Ze voelt zich zichtbaar ongemakkelijk. Yonatan blijft toch eerst en vooral haar kind.

Jonathan Agassi Saved My Life (106 min.), meent de getroebleerde hoofdpersoon, die stelselmatig lijkt weg te lopen voor wie hij werkelijk was en is. Hij gaat van feest naar feest, verhuurt zichzelf als escort en wordt steeds vaker high. Heymann legt acht jaar lang onverbiddelijk vast hoe Agassi zo in ijl tempo afstevent op een catharsis, waarin hij de problematische relatie met zijn moeder, afwezige vader én zichzelf onder ogen moet zien.

Van de ongecompliceerde patser, die met veel bravoure door het leven dendert, is dan weinig meer over. Alleen het moederskindje Yonatan Langer, een beschadigde jongen, die hunkert naar liefde, handelt in seks en in deze pijnlijke, ontluisterende film op alle terreinen dreigt te verliezen.

XY Chelsea

‘Misschien ben ik gewoon jong, naïef en dom’, schreef soldaat Bradley Manning aan Adrian Lamo, een hacker waarmee hij al een tijdje chatte en die hem niet veel later rücksichtslos zou verraden. Lamo gaf Manning aan bij het Amerikaanse leger: hij had in 2010 honderdduizenden geheime documenten gelekt naar de klokkenluiderssite Wikileaks, waaronder de geruchtmakende Collateral Murder-video met beelden van Amerikaanse soldaten die vanuit een helikopter willekeurige Iraakse burgers neermaaiden. Manning zou hoogverraad hebben gepleegd.

De Amerikaanse militair verdween in 2013 voor 35 jaar achter slot en grendel en groeide intussen uit tot een martelaar voor het vrije woord. En alsof dat nog niet genoeg was, maakte hij vanuit de cel bekend dat hij voortaan als vrouw door het leven ging en Chelsea genoemd wilde worden. De documentaire XY Chelsea (92 min.) pakt het verhaal op als Mannings advocatenteam begin 2017 te horen krijgt dat de Amerikaanse president Barack Obama, net voor het einde van zijn ambtstermijn, heeft besloten om hun cliënt strafvermindering te geven.

Enkele maanden later staat ze plotseling op straat, in een wereld die transvrouwen en ‘landverraders’ zoals zij met argusogen bekijkt. Vervreemd doolt Chelsea door haar nieuwe leven, gaat op bezoek bij de mensen die haar in de voorgaande jaren door dik en dun hebben gesteund en treedt in interviews en fotoshoots voor het eerst als vrouw in de openbaarheid. Intussen vertelt ze filmmaker Tim Travers Hawkins haar tragische levensverhaal.

Het resultaat is een unheimische film over een getroebleerd mens dat wil werken aan een nieuwe toekomst, maar steeds opnieuw wordt geconfronteerd met haar verleden. ‘Ik heb het gevoel dat ik in een hoek word gedreven’, zegt ze strijdbaar. ‘Ik heb geen andere keus dan terugvechten. Ik ga in elk geval zeker niet zitten wachten op het moment dat iemand mij, of ons allemaal, komt redden. Want de kans lijkt me groot dat er helemaal niemand komt.’

Terwijl Chelsea Manning spreekt, laat de filmmaker langzaam het geluid van een Trump-speech opkomen. De boodschap is duidelijk: ook van hem heeft Chelsea niets te verwachten. Enkele seconden later verschijnt er een tweet in beeld: transgenders zijn volgens de president niet welkom in het leger. Waarna de hoofdpersoon doet wat Amerikaanse helden doen in zulke situaties: ze pakt de handschoen op en haalt zich in dit stemmige portret weer een heleboel nieuwe problemen op de hals.

All In My Family

‘Ik ben er keihard op tegen dat mensen zoals jij kinderen krijgen’, zegt mama Zhang zonder te verblikken of verblozen tegen haar zoon Hao. ‘Als je een normaal gezin had zoals je zus, zou ik er niet op tegen zijn.’ De Chinese vrouw is op bezoek bij haar kind en diens vriend Eric in New York en heeft bij aankomst ook al het hele huis gepoetst (dat speciaal voor haar komst al extra goed onder handen was genomen door Eric).

Papa drukt zich al even subtiel uit. Toen hij ontdekte dat zijn zoon homoseksueel was, gaf het al zijn dromen ‘een vernietigende klap’. Hao Wu is China niet voor niets op zijn twintigste ontvlucht. Behalve zijn voortdurend op elkaar vittende ouders, een begripvolle zus en die ene invoelende tante weet thuis niemand van zijn ‘situatie’. Daar zit hij gewoon nog/weer in de kast. Maar hoe moet het verder nu er kinderen, twee maar liefst, op komst zijn? En wat vinden ze thuis eigenlijk van het fenomeen draagmoeders?

In de korte egodocu All In My Family (40 min.) moet Hao niet alleen de confrontatie aangaan met zijn kibbelende ouders. Hij krijgt met de complete familie van doen. En die is te kenschetsen als driftig, bot en luidruchtig. Dat levert diverse ongemakkelijke scènes op, waarbij de filmmaker steeds voor de keuze staat of hij voor de camera (waarom eigenlijk?) met de billen bloot wil gaan of verder zijn leugen leeft. Want wil je als enige kleinzoon écht je inmiddels dik negentigjarige opa, die steeds roept dat je maar eens met een meisje thuis moet komen, nog een keer grondig tegen de haren instrijken?

Acting Straight

Tofik Dibi (l) en Willem Timmers (r) zitten ‘mannelijk’ op de bank / VPRO

‘Zou jij niet op Tofik vallen’, vraagt gelegenheidsinterviewer Sunny Bergman aan Willem Timmers, nadat hij zojuist heeft verteld dat hij vrouwelijke trekken bij jongens een minpunt vindt. De twee makers van Acting Straight (25 min.) beginnen licht gegeneerd te lachen. ‘Dat is venijnig’, reageert Timmers. Hij laat een stilte vallen en antwoordt: ‘nee.’

De kerel naast hem op de bank, voormalig GroenLinks-kamerlid Tofik Dibi, vult aan: ‘Als ik eerlijk ben, dan zou ik ook zeggen dat ik niet persé geen enkel vrouwelijk trekje accepteer – ik bedoel: kijk naar mezelf – maar dat ik wel neig naar een mannelijk ogende jongen.’ En daarmee is, binnen twee minuten, de thematiek van deze boeiende korte documentaire haarscherp neergezet.

Afgaande op de hoofdpersonen van deze korte film moeten veel homo’s weinig hebben van ‘nichten’ of ‘verwijfde gasten’. Ze vallen op mannelijke jongens en willen liefst zelf ook een mannelijke jongen zijn. Is het een vorm van zelfafkeer? vraagt één van de geportretteerde homo’s, die onmatig veel tijd in de sportschool doorbrengt, zich af. En zo ja, vult Willem Timmers aan: zou die schaamte ooit weggaan?

Samen met Dibi laat hij, in een heel geinige sequentie, zien hoe je gewone dagelijkse dingen mannelijk of juist vrouwelijk doet: zitten, praten, dansen, een ijsje eten of zelfs kijken naar je nagels. Homo’s worden bijna gedwongen om te kiezen: gedragen ze zich op en top mannelijk en onderdrukken ze hun vrouwelijke kant? Of voelen ze binnen hun eigen subcultuur daadwerkelijk de ruimte om echt zichzelf te zijn?

The Celluloid Closet

Sinds jaar en dag vormen Hollywood-films een nauwgezette afspiegeling van de Amerikaanse normen en waarden. Als er in de begindagen van de cinema, in de eerste helft van de twintigste eeuw, dus al een homoseksueel was te zien, dan ging het om de traditionele ‘sissy’, een even verwijfd als aseksueel type waaraan eigenlijk niemand zich een buil kon vallen. Zoals de homo in een televisiesoap als Goede Tijden Slechte Tijden jaren later bijvoorbeeld nog altijd viel te herkennen aan zijn roze trui.

In puriteins Amerika was in elk geval geen ruimte voor films over een ‘gay’ van vlees en bloed. Zeker nadat in de jaren dertig de zogenaamde Hays Code werd ingesteld, die zelfcensuur in Hollywood afdwong. Vanaf dat moment waren filmmakers genoodzaakt om homoseksualiteit zeer omzichtig te benaderen. Als er al een homoseksueel of lesbienne werd opgevoerd, dan ging het vrijwel altijd om een vampier of seriemoordenaar. Of de onverlaat stierf een tragische dood. Over de moraal van het verhaal mocht in elk geval geen misverstand ontstaan.

Sommige filmmakers gingen echter veel subtieler te werk. De documentaire The Celluloid Closet (101 min.) van Rob Epstein en Jeffrey Friedman uit 1995, gebaseerd op het gelijknamige boek van Vito Russo, bekijkt de Hollywood-historie met een ‘gaydar’: hoe werd homoseksualiteit in speelfilms geportretteerd? Welk effect had dat op mannen en vrouwen die (stiekem) homoseksueel waren en de samenleving in het algemeen? En, nog spannender, bevatten klassieke films misschien ook verhulde homoseksuele rollen en relaties tussen mannen of vrouwen?

Zo bezien heeft de vriendschap tussen James Dean en zijn beste vriend in de klassieker Rebel Without A Cause (1959) bijvoorbeeld beslist een homoseksueel karakter. Om over Ben-Hur uit 1959 nog maar te zwijgen. De vete tussen de hoofdpersoon en zijn voormalige boezemvriend Messala, die tot een climax komt tijdens de legendarische paardenwagen-scène, heeft onmiskenbaar een romantische oorsprong. Scenarioschrijver Gore Vidal kan er decennia later nog steeds om grinniken: hoofdrolspeler Charlton Heston, een onvervalste macho, had eens moeten weten.

Verteller Lili Tomlin leidt de kijker aan de hand van talloze filmfragmenten door de Amerikaanse cinema van de twintigste eeuw, waarin Hollywood soms opzichtig blijft worstelen met LBGT-rollen. Want als die er daadwerkelijk komen, leidt dit weer tot andere dilemma’s: koudwatervrees bij heteroseksuele acteurs die een homo moeten spelen, het veelvuldig gebruikte scheldwoord ‘faggot’ en de constatering dat vrijende vrouwen veel gemakkelijker worden geaccepteerd – erotisch gevonden, zelfs – dan liefhebbende mannen.

Toch is elke stap vooruit die Hollywood zet er één die telt voor een bevolkingsgroep die wil emanciperen. ’Elke minderheid kijkt hoopvol naar films’, concludeert scenarioschrijver Arthur Laurents in deze intrigerende documentaire. ‘Ze hopen dat ze te zien krijgen wat ze willen zien. Daarom ziet niemand echt dezelfde film.’

De documentaire Scotty And The Secret History Of Hollywood vormt een aardige aanvulling op The Celluloid Closet. Deze vermakelijke film vertelt het levensverhaal van een voormalige marinier, die na de Tweede Wereldoorlog een florerende escortservice opzette voor Hollywood-sterren die hun hele leven en carrière lang in de kast zouden blijven.

Church & State

 

Is Utah een democratie of een theocratie? Die vraag lijkt gerechtvaardigd. In de Amerikaanse staat is de wil van de Mormoonse kerk wet. En die kerk moet weinig hebben van homoseksuelen. Om over het homohuwelijk nog maar te zwijgen. Ze hebben er zelfs een speciale wet voor opgetuigd: Amendement 3. Daarmee moet het traditionele huwelijk, en de toekomst van onschuldige kinderen, worden beschermd.

Mark Lawrence, een oudere homoseksuele man, besluit om de knuppel in het hoenderhok te gooien. Hij chartert twee koppels en een zeer betrokken advocatenteam om een principezaak aan te spannen en de omstreden wet neer te halen, zodat mannen in Utah voortaan met mannen kunnen trouwen en vrouwen met vrouwen. Hoe ze dat precies moeten aanpakken, daarover gaan de meningen echter al snel verschillen.

De stevige documentaire Church & State (85 min.) belicht de juridische – en morele – strijd vanuit hun perspectief en laat zien wat de mogelijkheid om te trouwen, en bijvoorbeeld ook om kinderen te adopteren, concreet betekent in de levens van de betrokken stellen. Intussen schetst de film van Holly Tuckett en Kendall Wilcox ook de achtergronden van The Church Of Jesus Christ Of The Latter-Day Saints en haar lastige verhouding tot de LGBT-gemeenschap.

Believer

HBO

Hij floreert op het podium, Dan Reynolds. En de zanger van de Amerikaanse indieband Imagine Dragons gebruikt dat podium tevens om een serieus pijnpunt in eigen kring aan te snijden (of, zoals sommigen in die gemeenschap dat zullen hebben ervaren, de hand te bijten die hem heeft gevoed): de benarde positie van homoseksuelen binnen de Mormoonse kerk.

Dan Reynolds groeide op als lid van de Latter-day Saints in de Amerikaanse staat Utah. Als jongeling werd hij op pad gestuurd om twee jaar lang de leer van zijn kerk aan de man te brengen. Een missionaris, die letterlijk van deur tot deur gaat. Inmiddels is Reynolds door zijn muziek uitgegroeid tot een Bekende Mormoon en voelt hij zich, gealarmeerd door het aantal zelfdodingen binnen het LGBT-deel van zijn gemeenschap, genoodzaakt om kleur te bekennen.

In de (geautoriseerde?) documentaire Believer (103 min.) van regisseur Don Argott probeert de zanger van Imagine Dragons, in eendrachtige samenwerking met zijn vrouw Aja Volkman, het taboe bespreekbaar te maken. Hij besluit het festival LoveLoud te gaan organiseren, dat in de zomer van 2017 voor het eerst moet plaatsvinden. Deze film documenteert het complete proces; van het allereerste idee via de verplichte strubbelingen onderweg tot de uiteindelijke festivaldag.

Dat roept meteen de vraag op wanneer Reynolds heeft besloten om te starten met filmen. Want als de zanger voor het eerst contact zoekt met Tyler Glenn, de openlijk homoseksuele frontman van de band Neon Treesdie door de Mormoonse kerk is geëxcommuniceerd, en vraagt of hij een festival een goed idee vindt, is de camera er al bij. Alsof deze documentaire altijd al onderdeel van het plan was.

Die film brengt de thematiek van mensen die door hun geaardheid ineens worden verstoten door de wereld waartoe ze altijd hebben behoord overigens wel treffend tot leven; van gewaardeerd kerklid verworden ze tot persona non grata. Believer, ondersteund door een catchy titelnummer van Imagine Dragons, voelt soms wel erg gestroomlijnd. Alsof de documentaire ook is bedoeld om het goede werk dat de heteroman Reynolds en zijn lieftallige echtgenote verrichten voor hun LGBT-medemens nog eens te benadrukken.

In april van dit jaar volgde bovendien nog een wat ongemakkelijke epiloog, in de vorm van een bericht op Twitter dat Reynolds en zijn vrouw ’na zeven mooie jaren’ uit elkaar zijn. Deze documentaire, slechts een half jaar eerder opgenomen, laat nochtans alleen een uiterst liefdevol koppel zien. Alle eventuele huwelijksproblemen zijn netjes buiten beeld gehouden of weg geretoucheerd. Je zou er bijna – bijna! – wat van gaan denken.

I Will Speak, I Will Speak!

I_will_speak_I_will_speak_Shrey_trap

 

Ooit was het niet minder dan een doodvonnis: de mededeling dat je hiv-positief was. Aids richtte in de jaren tachtig en negentig een waar slagveld aan in de internationale homoscene en hield ook gruwelijk huis in Afrika. Nieuwe medicijnen maakten van de fatale ziekte sindsdien een chronische aandoening. Inmiddels valt er behoorlijk goed en lang te leven met hiv. Het stigma is alleen gebleven.

Wereldwijd hebben bijna 37 miljoen het afschrikwekkende virus. Regisseur Willem Aerts en ‘verhalenverteller’ Erwin Kokkelkoren leven zelf al dertig jaar met hiv. Drie jaar lang reisden ze de wereld rond om lotgenoten te ontmoeten en hun verhalen op te tekenen voor de tentoonstelling I Will Speak, I Will Speak! Atlas2018, die komend weekend wordt geopend in de Beurs van Berlage in Amsterdam.

In de bijbehorende documentaire I Will Speak, I Will Speak! (54 min.) worden vijf dragers van het virus geportretteerd: een oudere homoseksueel uit San Francisco die de ‘plaag’ overleefde, de Britse maker van het online tijdschrift Beyond Positive, het Afrikaanse meisje dat bij geboorte al was besmet, een transgender-sekswerker in Cambodja en een voormalige Russische gedetineerde die ooit een drank-en drugsprobleem had.

Stuk voor stuk kampen ze met gevoelens van schaamte, krijgen ze te maken met onbegrip, of zelfs vijandigheid, vanuit hun omgeving en worstelen ze met welke plek het virus inneemt in hun leven. Veertig jaar nadat de onbekende aandoening genadeloos toesloeg, lijkt het acute levensgevaar rond hiv en aids verdwenen. Gebleven is echter de wijze waarop het virus zijn dragers definieert.

The Untold Tales Of Armistead Maupin

 

Hij was de man die acteur Rock Hudson vlak voor zijn dood ongevraagd outte. Schrijver Armistead Maupin kwam zelf pas op latere leeftijd uit de kast als homoseksueel en vond dat hij de Hollywood-held Hudson, die stervende was aan aids, moest helpen met schoon schip maken. Of de vermeende womanizer dat nu wilde of niet.

Het is één van de weinige keren dat The Untold Tales Of Armistead Maupin (91 min.) een weerhaakje vindt bij de chroniqeur van de gayscene van San Francisco, die met zijn eigen rubriek Tales Of The City in de plaatselijke krant een menselijk gezicht gaf aan de ontluikende LGBT-cultuur in de Verenigde Staten. Maupin had in deze zachte en ook wat veilige film van Jennifer M. Kroot, waarin zijn schrijfwerk een prominente plek krijgt en celebrities als Laura Linney en Ian McKellen de loftrompet over hem steken, soms wel wat scherper bevraagd mogen worden.

Hij oogt tegenwoordig als de gedistingeerde Republikeinse heer, die zijn conservatieve ouders ooit voor ogen moeten hebben gehad in de tijd dat hij, nog altijd stevig in de kast, een baantje had bij de rabiate homohater, senator Jesse Helms. Sindsdien is Maupin opgeschoven naar de andere kant van het politieke spectrum, naar homo-activisme. Toen het HIV-virus ongenadig huishield in de Amerikaanse homoscene en er, ook voor Armistead Maupin, geen weg terug meer was naar de bloeiperiode van San Francisco’s gaywijk Castro, die hij ooit zo treffend had opgetekend.

Dream Boat

 

Ik geloof niet dat ik eerder zo’n lijfelijke documentaire heb gezien als Dream Boat (92 min.). Of die lijfelijkheid zo nadrukkelijk heb ervaren, dat kan ook. Navels, billen en tepels, gestileerd in beeld gebracht. Mannenlichamen, welteverstaan. In de film zit geen enkele vrouw. Alleen maar mannen. Gesoigneerde mannen, harige mannen en vrouwelijke mannen. Mannen. Schaars geklede mannen, dat ook.

Plaats van handeling is een gigantisch cruiseschip, waarop homoseksuele mannen uit alle windstreken zeven dagen lang de tijd van hun leven proberen te hebben. Elke avond is er een ander thema; van kinky en extravagant tot ronduit snoezelig. De een gaat een week lang helemaal door het lint, een ander voelt zich juist ongelooflijk eenzaam of worstelt met zijn geaardheid.

Regisseur Tristan Ferland Milewski volgt vijf mannen uit vijf verschillende landen, van India tot Palestina, tijdens de zonovergoten boottocht en praat met hen over het leven als homoseksueel. Kun je, durf je, ervoor uit te komen in eigen land? Wat nu als je HIV-positief bent of wordt? En hoe weersta je de lokroep van gemakkelijke seks? Als je dat al zou willen…

Dream Boat, een titel die natuurlijk verwijst naar de gesuikerde televisieserie Love Boat (waarnaar deze documentaire lijkt te zijn gemodelleerd), is echter allesbehalve een praatfilm. Milewski observeert met milde blik: hoe de mannen met elkaar omgaan, in gesprek komen en de liefde, of iets wat erop probeert te lijken, bedrijven. En na een week gaat, móet, iedereen weer huiswaarts, waar leven als gay niet altijd even vanzelfsprekend is.

Forbidden Games: The Justin Fashanu Story

 

‘Ik ga niet spelen of me omkleden in de buurt van…’, zegt de Britse voetbalinternational John Fashanu (Wimbledon) zonder te verblikken of verblozen tijdens een televisie-interview uit 1990. Hij heeft het over zijn oudere broer Justin, die zojuist als eerste voetbalprof uit de kast is gekomen. Justin en John groeiden samen op, als de donkere kinderen van een blank pleeggezin.

Justin Fashanu, de hoofdpersoon van Forbidden Games (80 min.), was allereerst een getalenteerde voetballer. In 1980 scoorde hij het doelpunt van het jaar in Engeland, een jaar later werd hij de eerste zwarte speler waarvoor een miljoen pond werd betaald. Bij Nottingham Forest wilde het echter niet lukken met de Engelse jeugdinternational. Hij moest al snel weg. Volgens oud-medespeler Frank Clark omdat manager Brian Clough, zelf onlangs ook de hoofdpersoon van een documentaire, had gehoord dat Fashanu regelmatig het plaatselijke gaycircuit bezocht.

In de navolgende jaren zwierf de ooit zo veelbelovende aanvaller van B-club naar C-vereniging, terwijl hij ondertussen van het ene in het andere schandaal belandde; van een affaire met een Brits parlementslid tot roddels over seks met minderjarige schandknapen. Fashanu, de ontheemde zwarte jongen die vanwege zijn talent ooit liefdevol was opgenomen door de voetballerij, werd gaandeweg een outcast in diezelfde wereld.

Het is een dramatisch en gelaagd verhaal, waarbij de gecompliceerde hoofdpersoon echt niet alleen slachtoffer van zijn situatie is. Met vaste hand portretteren de filmmakers Adam Darke en John Carey de met tragiek omgeven Justin Fashanu in deze boeiende documentaire, die het niveau van de gemiddelde sportfilm met gemak ontstijgt.

Homoseksualiteit en voetbal, het blijkt een dikke twintig jaar later nog altijd een ongemakkelijk huwelijk. Deze week was er bijvoorbeeld ophef rond oud-international Ruben Schaken, die in zijn biografie memoreerde dat hij bij Feyenoord met twee homo’s zou hebben gevoetbald en daarbij ook nadrukkelijk vermeldde dat hij zich daarvan distantieerde.

Persoonlijke noot: in 2005 maakte ik voor Omroep Brabant een portret van zaalvoetbalinternational en -oud-prof John de Bever, tegenwoordig actief als levensliedzanger, die zich toen openlijk uitsprak over zijn homoseksualiteit. Voor zover ik weet is hij de bekendste Nederlandse voetballer die uit de kast is.

 

The Death And Life Of Marsha P. Johnson

 

Is Marsha P. Johnson vermoord? Die vraag drijft deze boeiende documentaire. Tegelijkertijd is de zoektocht naar de dood van Marsha in 1992 vooral ook een alibi om de geschiedenis van de New Yorkse LGBT-gemeenschap in beeld te brengen, waarin Johnson (echte naam: Malcolm Michaels) een prominente rol speelde.

In The Death And Life Of Marsha P. Johnson (105 min.) volgt regisseur David France de pogingen van activiste Victoria Cruz om bijna 25 jaar na dato klaarheid te brengen in de dood van de flamboyante travestiet. Samen met haar entourage kijkt hij terug op een tijd waarin alles wat afweek van de heersende seksuele moraal kwetsbaar en soms ook gewoon strafbaar was.

In de tweede helft van de twintigste eeuw kwamen travestieten en transgenders daardoor al snel aan de zelfkant terecht, waar prostitutie, geweld, verslaving, dakloosheid en zelfmoord aan de orde van de dag waren. Wat o wat zou de kleurrijke Marsha P. Johnson de kop hebben gekost?

Genderbende

 

In de Nederlandse documentaire Genderbende (55 min.) portretteert Sophie Dros vijf jongeren die zich niet thuis voelen bij een traditioneel geslacht. Zij voelen zich soms vrouw en dan weer man. In een wereld die wel dergelijke eenduidige kwalificaties hanteert, proberen ze hun eigen plek te vinden.

Filmmaker Dros brengt dat ongemak gestileerd in beeld. Zo is Genderbende bijvoorbeeld gelardeerd met traditionele man- en vrouwbeelden en wijzen de genderfluïde hoofdpersonen letterlijk aan waar op de lijn tussen masculien en feminien zij zichzelf zien. De documentaire herbergt slechts een beperkt aantal spontane scènes, waaronder een erg treffende ontmoeting van één van de hoofdpersonen met een nagelstyliste die al snel een vriendin opbelt om te vertellen wie/wat ze nu weer heeft ontmoet.

Wat de film aan actie en dramatische ontwikkeling soms een beetje mist, wordt door de boeiende thematiek en overtuigende vormgeving ruimschoots gecompenseerd.

De Tragische Finale Van Scheidsrechter John Blankenstein

 

Waarom werd scheidsrechter John Blankenstein op het allerlaatste moment van de Europa Cup I-finale van 1994 tussen AC Milan en Barcelona afgehaald? Die vraag staat centraal in de 101e uitzending van Andere Tijden Sport (30 min.). Was Blankensteins leven werkelijk in gevaar zoals de UEFA beweerde, werd hij misschien gezien als partijdig tegenover Cruijffs Barcelona óf wilde de Europese voetbalbond bij nader inzien toch geen openlijk homoseksuele arbiter?

John Blankenstein zelf wist het antwoord wel: zijn geaardheid had hem de finale gekost. De mannen die destijds de beslissing hebben genomen kunnen zich daar in Andere Tijden Sport echter niets meer van herinneren. Een brief met doodsbedreiging (uit de koker van Berlusconi’s Milan?) zou de reden zijn geweest om Blankenstein en zijn nog altijd verontwaardigde grensrechters te vervangen.

Niet veel later maakte een te trage Coopertest een definitief einde aan de loopbaan van de geboren scheidsrechter, die getuige de beelden van zijn afscheidswedstrijd, Roda JC – Fortuna Sittard in 1996, nog wel enkele jaren had meegekund. Vooral het geluid daarbij is prachtig: Blankenstein als heer en meester, die korte commando’s uitdeelt aan tierende en scheldende spelers.