Housewitz

Mokum

‘Van reizen heb ik nooit gehouden’, zegt de moeder van Oeke Hoogendijk, terwijl ze eindeloos zit te turen naar beelden uit het tv-programma Die Schönsten Bahnstrecken, van een trein die zich gestaag door een typisch Zwitsers landschap beweegt. Daar zou ze nog wel eens naartoe willen. Ooit. ‘En dan vroegen ze wel eens: heb je zin om te kamperen? Dan zeg ik altijd: ik heb al drie jaar gekampeerd, in de oorlog en de kampen. Dus daar heb ik echt geen behoefte aan.’ Intussen dendert de trein op het scherm voort en voort…

Die treinen fungeren in Housewitz (67 min.) natuurlijk als metafoor voor plekken die ze had kunnen ontdekken, voor levens die ze had kunnen leven. En als metafoor ook, vanzelfsprekend, voor die verdoemde oorlog, voor geliefden die nooit terugkeerden. Ruim vijftien jaar is Oeke Hoogendijk (Het Nieuwe Rijksmuseum, Mijn Rembrandt en De Schatten Van De Krim) bezig geweest met deze persoonlijke film over haar moeder Lous, die zich al dertig jaar in haar eigen burcht heeft verschanst. Ze lijdt aan agorafobie, pleinvrees, en komt de deur niet meer uit. De ongenadige rotzooi in haar woning lijkt een veruiterlijking van de ravage in haar hoofd, die ze samen met haar dochter, ook via de telefoon, binnen de perken probeert te houden. Intussen staat de televisie – herstel: staan de televisies – permanent aan.

Als fervent kijker had ze het portret dat haar dochter nu van haar heeft gemaakt overigens ook best zelf kunnen regisseren. ‘Ik zou deze film zo kunnen maken’, zegt ze, te midden van allerlei regie-aanwijzingen aan Oeke. ‘Ik zou daar echt geschikt voor zijn.’ Het moet voor Hoogendijk niet gemakkelijk zijn om met haar om te gaan, als moeder, als ‘medemaker’ en als (tot de verbeelding sprekend) personage. Soms stemt die hoofdpersoon slechts mokkend in met de plannen van haar dochter. ‘Jesus Christ Superstar, ik wou dat ik dood neerviel!’ moppert Lous bijvoorbeeld, vastgelegd met de webcams die Oeke, op haar eigen verzoek, in de woning heeft geïnstalleerd. ‘Andere mensen hebben een prettige zaterdagavond. En ik moet godverdomme het kamp weer in!’

Moeder straalt het misschien niet altijd uit – en herkent het ook vast niet in zichzelf – maar iets in haar wil dat verleden oprakelen. En iets in haar wil zichzelf ook delen. Hoe ze zomaar uit het niets een schrijver kan citeren, geraakt kan worden door de technomuziek van DJ Tiësto of niets moet hebben van gezamenlijk herdenken (‘Dat kan ik niet: het is mijn oorlog, niet die van jullie’). Zij doet dat alleen. In die geheel eigen wereld waarvan ze haar kinderen permanent deelgenoot maakt. Met Housewitz schetst Oeke van binnenuit een sensitief, knarsend en soms ook grappig portret van deze vrouw die, ondanks al haar tics en trucs, honger blijft houden naar de wereld.

Intussen dendert de trein op het scherm voort en voort…

Misha And The Wolves

Ze besloot haar ouders te gaan zoeken. Duitsland was toch niet zo ver weg? En dus trok ze als zevenjarig meisje de stoute schoenen en zette vanuit België koers richting het oosten, naar haar Joodse ouders die waren afgevoerd door de nazi’s. Misha bleef zoveel mogelijk uit de buurt van mensen en werd vervolgens opgenomen door een roedel wolven, waarmee ze vier jaar optrok. Haar ouders zou ze natuurlijk nooit vinden. Die stierven in een vernietigingskamp.

Toen Misha Defonseca, inmiddels geëmigreerd naar de Amerikaanse staat Massachusetts, op latere leeftijd haar levensverhaal begon te vertellen, maakte dat heel wat los bij vrienden en kennissen. Een plaatselijke uitgever probeerde de vrouw ervan te overtuigen om haar memoires uit te brengen. Voor zo’n bijzonder levensverhaal zou beslist een publiek zijn. En, inderdaad, niet veel later hing de redactie van Oprah Winfrey’s talkshow aan de lijn en nam Misha’s verhaal een enorme vlucht.

In Misha And The Wolves (90 min.) reconstrueert Sam Hobkinson deze bizarre geschiedenis met de hoofdpersoon zelf en allerlei mensen uit haar directe omgeving: de buren, haar advocate, journalisten, een wolvenhoudster, Misha’s tante, genealogen, een Holocaust-deskundige én haar uitgeefster, waarmee ze ernstig gebrouilleerd zou raken. Ieder levert zijn eigen stukje van het verhaal, waarmee Misha’s puzzel te langen leste helemaal kan worden gelegd.

Waarbij niets is wat het in eerste instantie lijkt, zoveel maakt Hobkinson vanaf het allereerste begin duidelijk. De Britse documentairemaker trekt de vertelling helemaal naar zich toe met gedramatiseerde scènes, fraaie animatie en een gewiekste verhaalopbouw. Hij lijkt de werkelijkheid daarbij regelmatig te versimpelen of zelfs een handje te helpen. Omdat Misha nu eenmaal een spannend verhaal heeft te vertellen, dat dan ook met de nodige bravoure moet worden uitgeserveerd.

Daardoor voelt Misha And The Wolves zo nu en dan eerder aan als een thriller met authentieke elementen dan als een documentaire die zo dicht mogelijk bij de waarheid probeert te komen – al is dat, uiteindelijk, toch echt Hobkinsons doel.

Lezecher: De Lange Strijd Voor Een Holocaustmonument

Max

Een monument met de namen van de 102.000 Joden en 220 Roma en Sinti die in de Tweede Wereldoorlog zijn vermoord. Dat wordt in Amsterdam vast met open armen ontvangen, zou je denken. Toch krijgt het initiatief van Jacques Grishaver, de voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité, vanaf het allereerste begin met tegenwerking te maken. 

In 2010, aan het begin van de documentaire Lezecher: De Lange Strijd Voor Een Holocaustmonument (55 min.), lijkt het Westermanplantsoen, in het hart van de oude Amsterdamse Jodenbuurt, de gedroomde locatie. Na aanhoudende protesten moet het Holocaust Namenmonument echter verkassen naar het Wertheimpark, maar ook daar loopt het project, waarvoor inmiddels de gerenommeerde architect Daniel Libeskind is aangetrokken, vast in het drijfzand van eindeloze bezwaarprocedures: tegen aantasting van het aangezicht, bomenkap of de hoge bouw…

Op al te veel begrip kan dat niet rekenen bij de gedreven Grishaver – of bij documentairemaker Deborah van der Starre, die duidelijk met hem en zijn ideaal sympathiseert. ‘Misschien denkt men dat wij na dertien jaar opgeven’, zegt de man, die een groot deel van zijn familie verloor in de vernietigingskampen, strijdbaar als hij weer een tegenslag heeft moeten incasseren. ‘Dat gebeurt dus niet. We gaan rustig verder.’ Dan laat hij toch even in zijn kaarten kijken. ‘Alleen zullen vele mensen, die het mee hadden willen maken, er niet meer zijn. Die zijn dood. Maar ja, dat gaat om Joden. Dat maakt verder dus niks uit.’

’s Mans emotie doet misschien niet helemaal recht aan de positie van de bezwaarmakers, maar is gezien de teleurstellingen die hij tijdens de realisering van het Namenmonument krijgt te verwerken wel begrijpelijk. In deze gedegen documentaire registreert Van der Starre het complete moedeloos makende proces, waarbij ze Jeroen Krabbé als verteller alle gebeurtenissen met elkaar laat verbinden en toewerkt naar het moment waarop dan eindelijk de eerste schop in de grond mag. Voor een monument dat er volgens Jacques Grishaver allang had moeten zijn.

De Rijksbouwmeester: De Kracht Van De Verbeelding

VPRO

Architecten moeten ontwerpen voor de problemen die de samenleving op dit moment kent, vindt Rijksbouwmeester Floris Alkemade. Als ‘architect des konings’ wil hij de Nederlandse steden bijvoorbeeld ‘intelligenter’ maken. Zodat sociale inwoners zich niet, of in elk geval minder, sociaal geïsoleerd voelen of minder afhankelijk worden van verschralende zorg. En: hoe kunnen we positiever gaan denken over het platteland?

Tegelijkertijd houdt Alkemade zich bezig met grote projecten, die in het oog van pers en publiek – met bijzondere aandacht voor eventuele kostenoverschrijding – moeten worden uitgevoerd. Regisseur André de Laat volgt hem in De Rijksbouwmeester: De Kracht Van De Verbeelding (60 min.) bijvoorbeeld tijdens de totstandkoming van de renovatie van het Binnenhof, verbouwing van paleis Het Loo en realisatie van het Holocaust Namenmonument in Amsterdam. Elk project kent zijn eigen uitdagingen en zorgt onvermijdelijk ook voor frictie met stakeholders.

Die worden in deze degelijke documentaire door de hoofdpersoon wel benoemd, maar slechts zelden echt zichtbaar gemaakt (zoals bijvoorbeeld wel gebeurt in het portret van Winy Maas, zijn voormalige collega bij meesterarchitect Rem Koolhaas). De hoofdpersoon wordt ook vooral geportretteerd binnen zijn vak en functie. De persoon daarachter, kind van twee huisartsen uit het Brabantse dorp Sint-Oedenrode, komt slechts zijdelings aan de orde. Of het moet zijn via de ‘Wunderkammer’, waarin zijn vader, een halve kunstenaar, bezielde voorwerpen verzamelde en zo het fundament legde voor de missie van zijn zoon.

De Rijksbouwmeester is uiteindelijk vooral een interessante inkijk in het werk van ‘s lands toonaangevende architect (die deze zomer afscheid neemt en ter gelegenheid daarvan ook Zomergast was) en zijn voornaamste uitgangspunt: ‘de belofte dat het anders kan’.

The Last Days

Netflix

Terwijl duidelijk werd dat de oorlog verloren was, gingen de Duitsers onverminderd door met het uitroeien van Joden. ‘Als ze zes maanden voor het einde van de oorlog waren gestopt en al die energie hadden gestoken in het versterken van hun eigen verdediging, hadden ze het vast langer volgehouden’, zegt Holocaust-overlever Bill Basch aan het begin van The Last Days (87 min.). ‘Maar het doden van Joden was belangrijker voor hen dan het winnen van de oorlog.’

Het hart van deze Oscar-winnende documentaire van James Moll uit 1998 wordt gevormd door de getuigenissen van vijf Hongaarse Joden. Zij overleefden alle ontberingen, maar die domineren ruim vijftig jaar later (natuurlijk) nog altijd hun leven. ‘Ik kende niemands naam’, vertelt Basch als hij met zijn zoon Martin het vernietigingskamp bezoekt waar ze letterlijk over lijken moesten stappen. ‘Ik heb nooit iemand willen leren kennen. Ik wilde het nooit weten, voor het geval iemand die persoon kende wiens schoenen ik uittrok toen hij stierf.’

De bijbehorende beelden zijn groot en afschrikwekkend. Graatmagere, naakte mannen die lijken op wezenloze zombies. Stapels verweesde schoenen of koffers. En eindeloze lijsten, waarop mensenlevens worden gereduceerd tot zielloze gegevens. Tegelijkertijd zijn er talloze delicate details: de diamanten die Irene Zisblatt bewaarde door ze in te slikken, het badpak waaraan Renée Firestone zich vastklampte als laatste tastbare herinnering aan haar vader en de zelfgemaakte menora die de Amerikaanse militair Paul Parks kreeg van een Joodse man die hij uit Dachau bevrijdde.

De herinneringen van de overlevenden worden in deze klassieke Holocaust-film vergezeld door gesprekken met een Duitse arts die in Auschwitz werkte, een lid van het zogenaamde Sonderkommando dat in een kamp lijken moest afvoeren en enkele Amerikaanse soldaten die aan het eind van de oorlog werden geconfronteerd met de (on)menselijke catastrofe van deze plekken des doods. Ergens in die onbeschrijfelijke ellende vonden al deze gewone mensen de moed en kracht om door te gaan met hun bestaan, er in de navolgende halve eeuw zelfs nog iets van te maken.

Why We Hate

Haat valt af te leren. Is logisch. Beschermt ons. Wordt doelbewust ingezet. Kan besmettelijk zijn. Én maakt héél veel kapot.

Aan de hand van zes subthema’s en een daarbij behorende wetenschapper schetst de docuserie Why We Hate (264 min.), geregisseerd door Geeta Gandbir en Sam Pollard en geproduceerd door Steven Spielberg en Alex Gibney, de psychologische, genetische, sociologische, juridische, neurologische en biologische achtergronden van de menselijke behoefte om De Ander te wantrouwen, beschimpen of zelfs bestrijden. Dit levert interessante inzichten en dwarsverbanden op, die met soms schokkende beelden worden geïllustreerd.

Over tribalisme bijvoorbeeld, een fenomeen dat zowel zichtbaar is in de rivaliteit tussen voetbalclubs als de permanente stammenstrijd tussen de Democratische en Republikeinse partij in de Verenigde Staten en de steeds weer oplaaiende oorlog tussen Israël en de Palestijnen. Hopeloze kwesties ogenschijnlijk, waarbij ‘de psychologie van het slachtofferschap’ (ook al behoor je tot de bovenliggende partij) een dominante rol lijkt te spelen. Wetenschappelijke experimenten tonen echter aan dat die verhoudingen wel degelijk zijn te reframen – al leidt dat helaas niet per definitie ook tot betere verhoudingen.

Het blijft tevens pijnlijk hoe effectief propaganda kan zijn als middel om een andere bevolkingsgroep te dehumaniseren. De bijbehorende weerzinwekkende beelden – de Obama’s als apen, moslims als vleesgeworden bommen en Joden als afgezanten van de Duivel – mogen dan bekend zijn, het blijft nauwelijks te bevatten dat mensen bereid zijn om dit soort vuiligheid te produceren en consumeren. En de gevolgen daarvan zijn onmiskenbaar. In Rwanda werden de Tutsi’s in de jaren negentig bijvoorbeeld stelselmatig door kranten en radiostations van de Hutu-meerderheid uitgemaakt voor ‘kakkerlakken’. En wat doe je met zulke beesten? Juist: kapot maken.

Met verve slalomt de zesdelige serie Why We Hate verder langs de burgeroorlog in het voormalige Joegoslavië, Pol Pots Cambodja en het Hongarije van Viktor Orbán, zoomt in op het Internationaal Strafhof in Den Haag, de Charleston Church Shooting en de beruchte Milgram– en Stanford Prison- experimenten (en de rol van instructie daarbij) en introduceert haatzaaiers die tot inkeer zijn gekomen, zoals een voormalige neonazi, ex-extremistische moslim en oud-lid van de omstreden Westboro Baptist Church. Uit hun gezamenlijke relaas kan tóch hoop worden geput. Als voorbeelden daarvan focussen Gandbir en Pollard op hoe Zuid-Afrika Apartheid en Duitsland het Derde Rijk achter zich hebben gelaten.

Er is uiteindelijk ook geen alternatief voor het loslaten van de haat, zo wordt glashelder. Met het ontmenselijken van de ander, stelt mensenrechtenadvocaat Patricia Viseur Sellers bijvoorbeeld, doen we ook onze eigen humaniteit geweld aan.

Het Geheugen Van Auschwitz

EO

Sommige gebouwen staan op het punt van instorten. In zekere zin is dat goed: ze hadden er nooit mogen zijn en werden ook niet voor de eeuwigheid gebouwd. Toch moet Auschwitz-Birkenau, daar zijn alle betrokkenen het wel over eens, koste wat het kost behouden blijven. Om de vreselijke boodschap van de Holocaust door te geven en de authentieke plaatsen en spullen daarvan te kunnen laten zien.

In Het Geheugen Van Auschwitz (50 min.) documenteert Manfred van Eijk de herstelwerkzaamheden in het voormalige vernietigingskamp, zoals de conservering van enkele stenen barakken. Waarbij er geen klusje kan worden uitgevoerd, zónder dat dit indringende beelden of emoties oproept. Zeker als er een vrouw op bezoek komt die het kamp overleefde. Intussen moet ook het prikkeldraad, dat maar een beperkte levensduur blijkt te hebben, weer eens worden vervangen en ligt er nog een blik Zyklon B dat moet worden geconserveerd.

Een buitengewoon indringende aanblik biedt ook de verzameling kinderschoenen die vanuit het kamp bewaard is gebleven. In die schoentjes werd van alles aangetroffen: sokken, krantenknipsels en zelfs een wiskundeproefwerk. In één ervan, laat een conservator zien, staat een handtekening. ‘Je kunt hier lezen dat hij van Eva Mahler was. Uit andere informatie die we vonden, weten we dat ze op haar achtste naar Auschwitz werd gebracht.’

Van Eijk legt het herstelwerk en de bijbehorende verhalen en herinneringen sereen vast en doorsnijdt die met tekeningen en teksten die eveneens bewaard zijn gebleven. Het resultaat is een stemmige film, die de noodzaak om te blijven herinneren nog maar eens onderstreept. ‘Wat heeft mij gemotiveerd om in leven te blijven?’, zegt een vrouw die de tragedie doorstond. ‘Dat ik het de wereld wilde vertellen. De wereld moet de waarheid weten.’

Mr. Death: The Rise And Fall Of Fred A. Leuchter, Jr.

‘Ik raakte betrokken bij het vervaardigen van executie-apparatuur omdat ik me zorgen maakte over de beroerde staat van de hardware die in veel gevangenissen werd gebruikt.’, vertelt Fred A. Leuchter. Uit louter humanitaire overwegingen, zodat de doodstraf op een gepaste manier kon worden vertrokken, knutselde hij daarom in zijn vrije tijd een elektrische stoel in elkaar, die daarna in half Amerika in gebruik werd genomen. Gortdroog: ‘De apparatuur is volledig gestandaardiseerd en voldoet aan de hedendaagse eisen voor elektrocutie.’

Van het één kwam vervolgens het ander: na de stoel volgde de vraag om een machine te ontwerpen, waarmee dodelijke injecties konden worden gegeven. En later het verzoek om een deugdelijke galg te fabriceren. Zo lukte het Leuchter uiteindelijk, oneerbiedig gezegd, om van z’n hobby zijn beroep te maken. ‘Het moge duidelijk zijn dat ik vóór de doodstraf ben’, zegt de vakman in Mr. Death: The Rise And Fall Of Fred A. Leuchter, Jr. (91 min.). Hij is echter mordicus tegen marteling. De ter dood veroordeelde moet op een humane manier naar zijn einde worden begeleid.

Leuchter zit duidelijk op zijn praatstoel in deze bizarre documentaire van Errol Morris uit 1999. Hij krijgt alle ruimte om uit te wijden over de technische details van de door hem ontworpen werktuigen van de Duivel (al zal hij ze zelf eerder aan God toeschrijven), zijn voorliefde voor koffie én de vernietigingskampen van de nazi’s. Die natuurlijk nooit die functie hebben gehad. Dat spreekt voor zich. De Amerikaanse ingenieur, als getuige-deskundige bij een proces ingezet door de notoire Holocaust-ontkenner Ernst Zündel, kan er tijdens een werkbezoek aan Auschwitz-Birkenau in elk geval geen enkel wetenschappelijk bewijs voor vinden.

‘Het is een ongelofelijk moeilijke klus om honderden mensen tegelijkertijd te executeren’, stelt Leuchter over zijn bezoek aan de gaskamers. ‘Wij hebben al moeite genoeg om één man naar de andere wereld te helpen.’ Bovendien: ‘kogels waren veel gemakkelijker geweest dan dit.’ Morris omwikkelt Leuchters twijfelachtige conclusies in dit psychologische portret met zinnenprikkelende beelden en weelderige muziek en zet er getuigenissen van deskundigen tegenover, die zijn beweringen stuk voor stuk grondig ontmantelen. Is de man een overtuigde antisemiet en/of revisionist? Of gewoon een naïeveling, die zich voor het verkeerde karretje heeft laten spannen?

Ask Dr. Ruth

Het is gemakkelijk om haar te onderschatten en af te doen als dat kleine kittige vrouwtje met het bijna karikaturale Duitse accent, dat werkelijk alles weet over seks. Dokter Ruth Westheimer noemt zichzelf misschien geen feminist, maar ze heeft met haar seksuele adviezen wel degelijk een sleutelrol gespeeld in de emancipatie van de Amerikaanse vrouw en het bespreekbaar maken van alle denkbare vormen van seksualiteit.

In Ask Dr. Ruth (99 min.) wordt de goedlachse seksuoloog, die al decennia een vaste gast in de internationale media is, gevolgd terwijl ze van de ene naar de andere activiteit stiefelt. Ze is de negentig inmiddels gepasseerd, maar aan energie nog altijd geen enkel gebrek bij ‘oma Freud’. Ze geniet duidelijk ook van de aandacht. Tussen alle mediaoptredens door bezoekt ze in deze film de mensen en plekken die haar leven hebben bepaald.

Achter dokter Ruth Westheimer gaat Karola Siegel schuil, het enige kind van een orthodox-Joods gezin in Frankfurt an Main. Op tienjarige leeftijd werd ze naar Zwitserland gestuurd, om daar te ontsnappen aan de grijpgrage klauwen van Hitlers nationaal-socialisme. Ze zou haar ouders nooit meer zien. Als ‘wees van de Holocaust’ moest ze zichzelf helemaal opnieuw uitvinden. Zonder familie, in een vreemd land.

Dat tragische verleden wordt in deze documentaire van Ryan White opgeroepen met een combinatie van dagboekfragmenten en animaties, die de gebeurtenissen enigszins een Disney-laagje geven. Erg bijzonder is het traditioneel opgebouwde Ask Dr. Ruth sowieso niet. Het zijn de onverschrokken vrouw en haar bijzondere verhaal die het uiteindelijk moeten doen in deze eikenhouten film.

Shoah

Blijmoedig glimlachend heeft hij Lanzmann tot dan toe te woord gestaan. Wat moet hij anders? Michaël Podchlebnik, één van de slechts twee overlevenden van Hitlers vernietigingskamp in het Poolse Chelmno, waar voor het eerst met gas werd gewerkt. Vierhonderdduizend anderen stierven er een wisse dood. Wat rest hem anders dan die peilloze ellende weglachen? Podchlebnik probeert te volharden in zijn lach. Moet hij soms huilen? En dan stelt Claude Lanzmann die ene vraag: hoe reageerde je toen je voor het eerst lijken moest inladen, nadat de deuren van de gaskamers werden geopend?

De vraag moet eerst worden vertaald naar het Hebreeuws. Het gezicht van Podchlebnik betrekt zienderogen: ‘Wat moest ik anders dan huilen?’ Het lid van het ’Sonderkommando’, gevangenen die anderen van en naar de gaskamers moesten begeleiden, probeert op zijn lip te bijten, maar de tranen laten zich niet meer beteugelen. ‘Op de derde dag vond ik mijn vrouw en kinderen.’ Hij kijkt bijna smekend naar de Franse filmmaker, alsof hij nog eenmaal om genade wil vragen. Die laat echter een stilte vallen. ‘Ik heb mijn vrouw begraven en daarna gevraagd of ik ook gedood kon worden. De Duitsers vonden me echter nog sterk genoeg om te werken.’

Het is Lanzmann ten voeten uit: hij dwingt zijn subjecten, met alle beschikbare middelen, om he-le-maal tot de bodem te gaan. Zoals in de klassiek geworden scène met Abraham Bomba, de kapper van concentratiekamp Treblinka. Het eindresultaat van al dat vragen en wroeten wordt beschouwd als het ultieme document over de Holocaust: Shoah (551 min.), een episch werk van ruim negen uur. In 1985 eindelijk opgeleverd, na twaalf jaar afschrikwekkend monnikenwerk. Tweehonderd uur beeldmateriaal, verzameld in veertien landen, vijf jaar lang gemonteerd. Een levenswerk over de dood – of hoe je die, vaak door puur geluk of anders door enorm doorzettingsvermogen, te slim af kunt zijn. En – vooral – hoe je een handlanger van diezelfde dood kunt worden.

Lanzmann stelt in dat kader vaak kleine, praktische vragen. Over zaken die door hun enormiteit nauwelijks zijn te bevatten. Om zo via herinnering uiteindelijk bij herbeleving te komen. Hij wil van de Poolse spoorwegwerker Henryk Gawkowski, machinist van de trein naar Treblinka, bijvoorbeeld weten of hij in de locomotief ooit geschreeuw hoorde vanuit de wagons. ‘Natuurlijk, ze schreeuwden om water.’ ‘Kun je daar ooit aan wennen’, vraagt Lanzmann door. Nee, antwoordt de machinist. Hij wist natuurlijk dat de mensen achter hem menselijk waren. Net als hijzelf. Gawkowski valt even stil. De Duitsers gaven hem Wodka te drinken, bekent hij. Zonder drank had hij het nooit kunnen doen. Zo wordt de uitvoering van die gruwelijke genocide klein en menselijk gemaakt.

Is Shoah, met zijn kolossale omvang en detaillistische insteek, nog altijd een probaat middel om jongeren te waarschuwen voor de verschrikkingen van extreemrechtse ideologieën? Dat valt te betwijfelen. Daarvoor is de film veel te lang van stof en wreekt zich de keuze om geen archiefmateriaal te gebruiken, maar de overlevenden, getuigen én functionarissen van het naziregime (soms gebruikmakend van een verborgen camera) in het hier en nu leeg te laten lopen over het toen en daar. Shoah is daardoor uiteindelijk meer een verzameling verpletterend bewijsmateriaal dan wat we tegenwoordig een meeslepende film zouden noemen. In die zin heeft Steven Spielbergs speelfilm Schindler’s List, met dat meisje in de roze jas tegen een verder volledig zwart-wit decor als een ultiem onschuldig symbool voor de Jodenvervolging, tegenwoordig waarschijnlijk meer overtuigingskracht.

Kijkers met een ‘ouderwetse’ aandachtsspanne kunnen echter volledig wegzinken in de tocht door de hel, waartoe Lanzmann zijn gesprekspartners (‘meedogenloos’, zegt hij zelf in de aan hem en zijn magnum opus gewijde documentaire Claude Lanzmann: Spectres of The Shoah) verleidt dan wel dwingt. Shoah veroorzaakt dan een soort secundaire herbeleving, waarbij je stapsgewijs afdaalt naar de diepste krochten van de menselijke ziel.

Tedje & Meijer: De Belofte Van Liefde

tedjeMeijerTedje2_3173c49603

Als overjarige pubers zitten ze samen op de bank, de hoofdpersonen van Tedje & Meijer: De Belofte Van Liefde (53 min.). Dik in de negentig zijn meneer en mevrouw Van der Sluis inmiddels. En ze zitten het liefst naast elkaar, de handen verstrengeld. Ze willen elkaar nooit meer loslaten. ‘Een band waarin eigenlijk geen plaats is voor anderen’, zegt hun dochter Mirjam Coole. ‘Ook niet voor kinderen.’

Het fragiele Joodse echtpaar staat voor een verhuizing. In de allerlaatste fase van hun bewogen leven samen, dat ooit begon op de Gemeentelijke Inhaalcursus Voor Ondergedoken Leerlingen (GICOL) in mei 1945. Ze hadden allebei helemaal niemand meer, maar vonden elkaar. ‘Het is vanzelf gegaan, het oud worden’, zegt de slechtziende Meijer liefdevol tegen zijn echtgenote, die steeds vergeetachtiger wordt. ‘We zijn gewoon niet dood gegaan.’

Zonder elkaar zijn ze niets, weet dochter Mirjam. Als zij eens een dagje ziek was, wist ook hij niet waar ie het zoeken moest. Daar konden zelfs de kinderen nooit tussenkomen. En altijd was er die oorlog: moeder, bijgenaamd IJzeren Rinus, sprak er nooit over, vader juist vrijwel permanent. Hun dochter: ‘Mijn credo is altijd geweest: Auschwitz zat bij ons aan tafel en at iedere avond een hapje mee.’

Vader zelf houdt vol dat ze hebben geprobeerd om zich geen ‘Auschwitz-mentaliteit’ aan te meten. Toch vindt ook zoon Ruben dat de ‘shoah’ soms het dagelijks leven in de weg heeft gezeten. Dat verschil tussen de ouders en kinderen Van der Sluis – die met typische tweede generatie-problematiek kampen – geeft een kartelrandje aan deze verzorgde documentaire van Heleen Minderaa over een stel dat tegen elke verwachting in oud is geworden. Samen nota bene.

The Forger / Joe’s Violin

The New York Times

Hij vervalst voor een betere wereld, de hoofdpersoon van deze korte documentaire. De idealist Adolfo Kaminsky begon in de Tweede Wereldoorlog als 18-jarige jongen met het vervaardigen van Joodse paspoorten en heeft zijn activiteiten daarna nooit meer gestaakt.

The Forger (16 min.) valt niet alleen op door het bijzondere verhaal van deze Franse evenknie van Oskar Schindler, die ruim 14.000 Joodse levens zou hebben gered. Ook de vorm van deze korte film is ronduit overweldigend. Een groot deel van het verhaal is verbeeld met papieren schaduwpoppen.

Er is overigens al eens eerder een documentaire gemaakt over Adolfo Kaminsky (die ik zelf nog niet heb gezien): Forging Identity. Zijn dochter Sarah heeft bovendien een Ted Talk over hem gehouden.

Vergeet verder ook niet om de ontroerende korte documentaire Joe’s Violin (24 min.) te bekijken. In deze film, die werd genomineerd voor een Oscar, is te zien hoe Holocaust-overlever Joe Feingold zijn viool doorgeeft aan een nieuwe generatie bespelers, verpersoonlijkt door de 12-jarige middelbare schoolleerling Brianna Perez uit de beruchte New Yorkse wijk The Bronx.