Becoming Madonna

Sky

Achteraf lijkt het logisch, voorbestemd bijna, dat Madonna de grootste popster van haar tijd zou worden. Toen ze in 1978 van Michigan naar New York vertrok, lag dat echter nog in de toekomst verscholen. Madonna, dochter van zeer katholieke Italiaanse immigranten, had niet veel meer in haar plunjezak dan geldingsdrang en ambitie. Twaalf jaar later, in 1992, was ze een gearriveerde ster die de ene na de andere hit had gescoord, continu in het middelpunt van de belangstelling stond en net de immens succesvolle Blond Ambition-tour had afgerond. Dat was niet vanzelf gegaan. Falen was geen optie, zegt ze er zelf over.

In Becoming Madonna (92 min.) documenteert Michael Ogden de tussenliggende periode, waarin de gedreven vrouw die is vernoemd naar haar jong overleden moeder haar weg zoekt in de muziekbusiness: als drummer in haar eerste bandje The Breakfast Club, frontvrouw van de Blondie-achtige groep Emma & The Emmy’s en als veilige Pat Benatar-kloon. Totdat ze de juiste mensen tegen het lijf loopt, niet geheel toevallig, en langzaam maar zeker de Madonna wordt die zich enkele decennia zal weten te handhaven in de absolute voorhoede van de popmuziek. Heeft ze ondertussen haar ziel aan de duivel verkocht? vragen mensen uit haar vroegere leven zich dan af.

Ogden reconstrueert de formatieve jaren van deze toonaangevende en beeldbepalende artiest met louter archiefmateriaal, dat buiten beeld wordt ingekaderd door Madonna zelf en intimi zoals haar broer Christopher Ciccone, ex-vriend Dan Gilroy, eerste manager Camille Barbone, clipregisseur Mary Lambert, producer Stephen Bray, videoproducer Sharon Oreck, choreograaf Vincent Paterson en danser Carlton Wilborn. De geschiedenis wordt verder ingekleurd met een soundtrack die behalve uit Madonna-hits zoals Borderline, Like A Virgin, Material Girl, Holiday en Like A Prayer ook uit underground-klassiekers van Talking Heads, The Runaways en Bikini Kill bestaat.

Zo ontstaat niet alleen een compleet overzicht van de wording van het fenomeen Madonna – inclusief haar worsteling met het alomtegenwoordige seksisme in de pers en muziekwereld, turbulente huwelijk met acteur Sean Penn en relatie met de gayscene, die zeker na de AIDS-crisis steeds inniger wordt – maar ook een treffend tijdsbeeld van de jaren tachtig, het decennium waarvan zij een perfecte representant is. Ze topt die onstuimige periode begin jaren negentig af met het scandaleuze boek Sex, misschien wel de ultieme Madonna-productie.

Over Madonna’s Blond Ambition-tour werd in 1991 overigens al de klassieker Madonna: Truth Or Dare uitgebracht. Later volgde de Nederlandse documentaire Strike A Pose (2016), waarin Madonna’s dansers de balans opmaken van hun periode in de entourage van de eigenzinnige wereldster.

Billy Joel: And So It Goes

HBO Max

Aan het einde van deel 1 van het lijvige tweeluik Billy Joel: And So It Goes (290 min.) is de hoofdpersoon, de Amerikaanse zanger, pianist en componist Billy Joel, populairder dan ooit. Tegelijk komt zijn echtgenote Elizabeth Weber, die tevens z’n management doet, tot de conclusie dat zij samen op een doodlopend spoor terecht zijn gekomen. Joel drinkt als een tempelier en spot soms met zijn gezondheid, getuige bijvoorbeeld een ernstig motorongeluk. Elizabeth maakt plaats voor een nieuwe manager, haar eigen broer Frank. Intussen loopt ook hun huwelijk spaak.

Tot dat moment is ze Billy Joels steun en toeverlaat geweest. Zijn muze ook. Toen de twee elkaar leerden kennen was Elizabeth nog de vrouw van zijn beste vriend Jon Small, met wie hij eind jaren zestig in de rockbands The Hassles en Attila speelde. Hun liefde mocht er in eerste instantie niet zijn, waardoor Joel door hele diepe dalen ging. ‘Zelfs dit kun je niet’, concludeerde hij zelfs na een mislukte poging om zijn leven te beëindigen. En toen keerde Elizabeth terug in zijn leven en nam als z’n strijdbare pleitbezorger meteen zijn muzikale carrière stevig bij de teugels.

‘Bill haalt de essentie uit iets wat er is gebeurd en creëert daarmee een universeel verhaal’, stelt zijn ex-vrouw in deze documentaire van Susan Lacy en Jessica Levin. ‘Zo bereikt hij het DNA van de menselijke ervaring.’ Vakbroeders zoals Bruce Springsteen, Paul McCartney, John Mellencamp, Jackson Browne en Nas strooien soortgelijke superlatieven uit over de zwaarmoedige bard uit Long Island, die zijn populariteit verder uitbouwt in de jaren tachtig – en deel 2 van deze docu – en een erg publieke relatie krijgt met een nieuwe muze: het supermodel Christie Brinkley.

Dit portret loopt chronologisch zijn leven en loopbaan door, met zo nu en dan een uitstapje naar het heden of verleden, bijvoorbeeld naar het ongelukkige huwelijk van zijn Joodse ouders, een uit Duitsland gevluchte klassieke pianist en een labiele jonge vrouw uit Brooklyn. Nadat zij uit elkaar gaan, als Billy nog maar een joch van zeven is, dreigt zijn moeder ten onder te gaan aan drankzucht en verdwijnt zijn vader vrijwel volledig uit beeld. De zanger zal een leven lang blijven verlangen naar wezenlijk contact met de man die hem ooit liet kennismaken met muziek.

Joel, gezeten op z’n praatstoel aan de piano, laat de hele flikkerse boel nog eens de revue passeren: al die bekende liedjes en succesalbums, de bijbehorende tours én het gedonder eromheen. Zowel met zijn muzikanten, de producers en die ene manager (die hem zowat bankroet zou hebben gemaakt) als in zijn persoonlijk leven, waar vrouwen komen en gaan (nieuwe muze: de ruim dertig jaar jongere televisiekok Katie Lee Biegel), de alcohol rijkelijk blijft vloeien en Billy, die klassieke outsider uit New York, in gevecht raakt met alles en iedereen, zichzelf in het bijzonder.

En aan het eind van de tunnel – de tocht heeft bijna vijf uur geduurd en was over het algemeen best onderhoudend – gloort er natuurlijk licht in het leven van de performer op leeftijd: een nieuwe muze (tot nader orde de laatste), die hij met zijn stem en piano het hart op hol heeft gespeeld, Alexis Joel, en ogenschijnlijk zowaar ook iets van gemoedsrust (eveneens tot nader order).

The Only Girl In The Orchestra

Netflix

Ze is allang niet meer de enige vrouw, maar ze was wel ooit het eerste meisje dat fulltime bij het New York Philharmonic speelde. Toen Orin O’Brien in 1966 toetrad tot het orkest, was dat bepaald geen vanzelfsprekend. Ze werd onderdeel van een mannenwereld, waar een vrouw met argusogen werd bekeken en soms ook ronduit seksistisch werd benaderd. Zo schreef een krant destijds zonder gêne dat O’Brien net zo ‘curvy als her double bass’ was.

Dan drukte Leonard Bernstein zich respectvoller uit. ‘Ik hou van Orins stralende energie in het orkest’, zei de befaamde dirigent. ‘Ze gaat volledig op in de muziek en telkens als ik haar kant op kijk en steevast haar aandachtige blik vang verbaas ik me over haar concentratie.’ Niet gek: Orin O’Brien voelde zich altijd volledig op haar plek binnen het New York Philharmonic. ‘Als we van het podium komen, kijken we elkaar aan en zeggen we: hier doe ik het voor als muzikant’, vertelt ze in deze korte film van haar nicht Molly O’Brien. ‘Voor deze ervaring.’

Als contrabassist moet je volgens The Only Girl In The Orchestra (35 min.) bovendien tweede viool kunnen spelen. In Orins woorden: je plek kiezen in de buik van de onderzeeër en genieten van de complete machinerie om je heen. En vooral niet de aandacht willen trekken. Dat gevoel heeft ze waarschijnlijk overgehouden aan haar ouders George en Marguerite. Die wilden als acteurs altijd in de belangstelling en konden ’t niet velen dat de schijnwerper gaandeweg op anderen werd gezet. Hun dochter blijft liever op de achtergrond.

Voor haar nicht Molly, een kind van haar jongere broer, blijft Orin niettemin een lichtend voorbeeld, een vrouw en een carrière om tegenop te kijken – en om te eren als ze met pensioen gaat. Want dat is de aanleiding voor dit liefdevolle portret: na 55 jaar neemt Orin O’Brien afscheid. Een professioneel leven, dat in gang werd gezet toen ze op haar dertiende halsoverkop verliefd werd op Beethoven, gaat daarmee richting z’n einde – al blijft ze doceren. Want haar liefde voor muziek – en heel praktisch: haar instrumenten – wil ze doorgeven aan een nieuwe generatie.

Marilyn Manson Unmasked

Videoland

Een slang verontschuldigt zich er niet voor dat ie een slang is, stelt Marilyn Manson. Hij wilde altijd een rockster worden en gedraagt zich dus ook zo. ‘Dus ik accepteer die rol en ga van alle aspecten ervan genieten. Daar voel ik me niet schuldig over.’ Of Manson nog spannende verhalen heeft over uitspattingen achter de schermen? wil een interviewer weten. ‘Als ik over de echt indrukwekkende uitspattingen vertel, word ik gearresteerd’, reageert de Amerikaanse shockrocker, die in werkelijkheid Brian Warner heet. ‘Daar kan ik dus niets over zeggen.’

Warner speelt zijn rol van ‘antichrist superstar’ bijzonder overtuigend. Hij meet zich vol verve een angstaanjagend personage aan, waarop ‘t heerlijk griezelen/haten is. In interviews omschrijft Manson zichzelf beurtelings als slang, engel, buitenaards wezen of – pak ‘m beet – ‘de kinderlokker van Chitty Chitty Bang Bang’. En de pers, zijn fans en iedereen die hij opzichtig tegen zich in het harnas jaagt, eten intussen uit zijn hand. Het lijkt een doorzichtige truc: een uitgekiende manier om de aandacht op zich gevestigd te houden en wereldberoemd te worden.

Of zou Brian Warner toch zo geperverteerd zijn als z’n demonische alter ego? Aanhoudende verhalen over seksueel misbruik van en geweld tegen (minderjarige) meisjes brengen Marilyn Manson in 2021 ernstig in verlegenheid en zorgen ervoor dat hij binnen 24 uur wordt gedropt door zijn manager, impresariaat en platenlabel. De getuigenis van zijn ex-vriendin Evan Rachel Wood, die in 2018 al een verklaring over seksueel misbruik door een dan nog niet bij naam genoemde ex-vriend heeft afgelegd in het Amerikaanse congres, speelt daarbij ongetwijfeld een cruciale rol.

De Amerikaanse actrice heeft haar verhaal ook al eens tot in detail gedaan in de documentaire Phoenix Rising (2022) en  herhaalt haar relaas nu in Marilyn Manson Unmasked (138 min.). Ze wordt terzijde gestaan door enkele fans en voormalige assistenten van de controversiële artiest. Zij hebben soortgelijke ervaringen met Manson en schetsen een man die daadwerkelijk de creep is (geworden) die hij al jaren aan de wereld toont. Hun verhalen laten samen een patroon zien van een man die rücksichtslos de grenzen van anderen opzoekt en doelbewust overschrijdt.

Warners jeugdvriend Scott Wade, muzikant Tim Vaughn en voormalig Marilyn Manson-bandlid Stephen Bier (alias Madonna Wayne Gacy) kenden de omstreden shocker al ruim voordat hij de schrik van Amerika’s moeders werd. Zij kúnnen hem in deze driedelige serie van Karen McGann plaatsen binnen het getroebleerde gezin Warner, waarvan Brian/Marilyn een aardige, hoewel tamelijk unheimische, afspiegeling lijkt. Tegelijk nuanceren zij sommige ervaringsverhalen ook en benadrukken dan dat ze zich niet kunnen voorstellen dat Manson zich zo heeft misdragen.

Diens advocaat Howard King ontkent namens zijn cliënt eveneens alle beschuldigingen. Alles heeft volgens hem met wederzijdse instemming plaatsgevonden. ‘Als je gaat daten met de antichrist superstar, wat verwacht je dan?’ verwoordt ‘video commissioner’ Randy Sosin, verantwoordelijk voor de Marilyn Manson-videoclip waarin Evan Rachel Wood zou zijn misbruikt, de voorspelbare scepsis rond de aantijgingen. Het antwoord is al even evident: dat ook extreem kunstenaarschap nooit een vrijbrief mag worden voor (seksueel) grensoverschrijdend gedrag.

McGanns he said/she-she-she… said-productie – gemaakt in samenwerking met het befaamde muziektijdschrift Rolling Stone, dat de #metoo-kwestie rond Marilyn Manson in november 2021 verder aan het rollen bracht met het artikel The Monster Hiding In Plain Sight – hamert die boodschap er in elk geval stevig in en geeft intussen een (on)aardig kijkje achter de schermen bij een typische ‘man you love to hate’.

Tom Petty: Heartbreakers Beach Party

Piece Of Magic

Toen de verloren gewaande docu Tom Petty: Heartbreakers Beach Party (65 min.) oorspronkelijk werd uitgebracht in 1983, golfden de Amerikaanse rocker en z’n band nog op het succes van hun derde album Damn The Torpedoes. Hun muziek paste perfect bij de rock van Bruce Springsteen, John Mellencamp en Little Steven, die begin jaren tachtig immens populair werd in de Verenigde Staten. En Petty en de zijnen wilden maar al te graag hun nieuwe elpee Long After Dark (1982) aan de man gaan brengen.

Vandaar ook die film. En de regisseur (en presentator) daarvan, Cameron Crowe, was in die jaren nog een jonge en springerige popjournalist. Pas later zou hij zich manifesteren als volwaardige cineast en zijn eigen herinneringen als jeugdige medewerker van Rolling Stone verfilmen onder de noemer Almost Famous (2000), de ultieme grunge-film Singles (1992) maken en één van de toonaangevende bands van dat rockgenre portretteren in de documentaire Pearl Jam Twenty (2011).

Toen Crowe met Tom Petty filmde, konden ze geen van tweeën vermoeden wat de toekomst nog in petto zou hebben voor de zanger/gitarist. Dat hij met Bob Dylan, Roy Orbison, Jeff Lynne en George Harrison de supergroep Traveling Wilburys zou vormen. Dat hij met The Heartbreakers nog veel grotere successen zou smaken. En dat in 2017 een hartstilstand een einde zou maken aan het leven van hem en van zijn groep, die toen net uitbundig z’n veertigjarige jubileum had gevierd.

Dat Petty nog veel meer van zichzelf zou gaan laten zien in z’n liedjes, vermoedde Cameron Crowe al in 1983. In de outtakes die aan deze heruitgave van de docu uit 1983 zijn toegevoegd, vertelt hij dat de persoonlijke insteek van pareltjes zoals Kings HighwayLearning To Fly en I Won’t Back Down zich toen al aandiende. Samen met een korte vooraankondiging geven zulke deleted scenes, inclusief een gesprekje met Petty’s dochter Adria (in totaal: 19 min.), Crowes oorspronkelijke film extra context.

Het interview dat Petty, met zonnebril, gaf in een limousine valt daardoor beter op z’n plek. Die setting was bedoeld als commentaar op de karikaturale rocksterrenattitude. ‘Ja, ik rol altijd m’n eigen sigaretten’, grapt hij voor het officiële interview begint. Tegelijkertijd zitten zulke clichés soms ook gewoon in die film. Waar denk je aan tijdens het drummen? vraagt een jonge Crowe bijvoorbeeld aan drummer Stan Lynch. ‘Wil je het eerlijke antwoord?’ vraagt die. ‘Ik denk aan…’ De rest is weg gebliept.

Verder is het ‘business as usual’ in deze docu: live-uitvoeringen van enkele bekende hits (American GirlRefugee en Listen To Her Heart), een interview bij Petty thuis, studiobeelden met Fleetwood Mac-zangeres Stevie Nicks, een Q&A met fans én een officiële gelegenheid in Petty’s geboorteplek Gainesville, waarbij hij van de burgemeester de sleutel van de stad krijgt overhandigd. Het is weer eens wat anders dan moeten verschijnen voor de jeugdrechtbank, reageert de rocker droog.

Deze documentaire toont Tom Petty in zijn jonge jaren als artiest, op een moment dat hij nog zo’n 35 jaar leven en carrière voor de boeg heeft, een toekomst die inmiddels alweer enkele jaren achter hem ligt.

Lost Boys

Joonas Neuvonen

Ze kwamen alleen om te feesten. Joonas Neuvonen zegt ‘t onderkoeld, bij de start van Lost Boys (98 min.), zijn koortsdroom van een film uit 2020. Via een gedragen voice-over, die in werkelijkheid lijkt te zijn ingesproken door de acteur Pekka Strang en die niet zou misstaan in Francis Ford Coppola’s duistere meesterwerk Apocalypse Now, doet de filmmaker zijn verhaal. Vanuit een unheimisch gefilmde gevangeniscel, waar de muren op hem afkomen.

Samen met de Finse jongeling Jani Raappana en diens kompaan Antti ging Neuvonen begin 2010 helemaal los in Thailand en Cambodja – en daarna naar de kloten. Sex, drugs en rock & roll in de rosse buurt. De filmer, die al hun uitspattingen had vastgelegd, reisde vervolgens met het aangeschafte retourticket weer naar huis. De andere twee lieten dat echter verlopen en bleven in Cambodja. Na twee maanden verbraken ze elk contact. Toen was er nieuws vanuit Zuidoost-Azië: Jani bleek dood te zijn aangetroffen in Phnom Penh, gewurgd met een elektriciteitskabel. Was het moord of toch zelfdoding?

Joonas Neuvonen gaat op onderzoek uit. Hij heeft Jani leren kennen tijdens de opnames voor Reindeerspotting – Escape From Santaland, de documentaire die Neuvonen maakte over drugsgebruikers uit Rovaniemi, de hoofdstad van Lapland. Jari fungeerde daarin als het belangrijkste personage. Hij was ernstig verslaafd en financierde dit met diefstal en inbraken. Die film werd een succes. En dat moest natuurlijk gevierd worden door de filmmaker en zijn hoofdpersoon. Zie daar: de bacchanalen in Thailand en Cambodja, vervat in zeer expliciete scènes van het spuiten van dope en (betaalde) seks.

Neuvonens queeste leidt hem nu opnieuw door de schimmigste Aziatische buurten, waar hij mijmert over de beladen geschiedenis van de bijbehorende plekken en ondertussen allerlei junks, klaplopers en ‘taxi girls’ aan de tand voelt. Zij moeten hem duidelijkheid verschaffen over wat er met Jari is gebeurd, maar het blijft steeds gissen of wat ze zeggen ook klopt – of simpelweg is ingegeven door de belofte van geld of drugs. Hij wil bovendien Antti opsporen, die na een epileptische aanval in een ziekenhuis te Bangkok is beland en daarna spoorloos lijkt te zijn verdwenen. Hij zal toch niets met de dood van zijn reisgenoot te maken hebben?

De Finse filmer heeft zijn zoektocht gelardeerd met scènes uit de tijd dat ze nog als ontspoord drietal in datzelfde voorportaal van de hel verkeerden en de Duivel opzichtig tartten. Terwijl hij nogmaals Jari’s doodlopende weg naar (zelf)destructie afstruint – waarop zijn overleden vriend er overigens, in minder dan twee maanden, 10.000 dollar doorheen heeft gejaagd – wandelt Neuvonen in deze donkere, associatieve en uiteindelijk ook intens treurige film tevens recht in de armen van de politie.

Girl, Taken

Abacus

‘Ik vroeg aan God: ga je me nu echt wegnemen terwijl ik mijn dochter nooit meer heb gezien?’ Die werkelijkheid is voor Celeste Nurse niet te bevatten. De Zuid-Afrikaanse vrouw heeft kanker, haar huwelijk met Morné, de vader van haar vier kinderen, ligt aan diggelen en er is nog altijd geen spoor van Zephany.

Het meisje verdwijnt op 30 april 1997, drie dagen na haar geboorte in het Groote Schuur-ziekenhuis te Kaapstad. Terwijl haar jeugdige moeder nog bijkomt van een heftige bevalling wordt zij als baby ontvreemd van de kraamafdeling. Girl, Taken (92 min.) dus. Het gerucht gaat dat Zephany Nurse is gestolen door een vrouw die even daarvoor een miskraam heeft gehad in het ziekenhuis, maar definitief uitsluitsel daarover blijft alsmaar uit.

De tieners Celeste en Morné zijn op dat moment pas enkele maanden getrouwd. In de navolgende jaren zullen ze nog drie kinderen krijgen. Eerst, vier jaar na Zephany, volgt dochter Cassidy. Daarna wordt het gezin nog verrijkt met de jongens Joshua en Micah. Tegelijkertijd blijft het gemis van hun oudste kind danig opspelen. Haar ouders weigeren om Zephany los te laten en blijven, ook jaren na de verdwijning, geloven in haar terugkeer.

Na ruim zeventien jaar, begin 2015, komt de geruchtmakende verdwijningszaak plotseling in een stroomversnelling. Met vrijwel alle direct betrokkenen reconstrueert deze slim opgebouwde film van Francois Verster en Simon Wood hoe de kwestie dan een beslissende wending krijgt en daarna van de ene in de andere verrassende ontwikkeling belandt. Intussen worden ieders incasseringsvermogen en loyaliteit danig op de proef gesteld.

Aan het einde, als alle familieleden van het verdwenen meisje ruim 25 jaar na dato de balans opmaken, is de conclusie onvermijdelijk: deze zaak kent alleen verliezers. Juist dan – en dat is toch wel een verrassing – wordt echter ook duidelijk dat de tijd echt alle wonden kan helen.

Milli Vanilli

SkyShowtime

Robert had een Beiers accent, legt Ingrid Segieth, bijgenaamd ‘Milli’, uit in de documentaire Milli Vanilli (106 min.). En Fabrice een Franse tongval. Zingen was voor hen dus ‘nicht im Frage’, volgens de assistente van de Duitse producer Frank Farian. Dansen konden de twee echter als de besten. En ze zagen eruit als potentiële wereldsterren.

Farian besloot de twee appetijtelijke zwarte jongens, die niets hadden te verliezen, dus maar te laten playbacken. Voor de zangpartijen van Milli Vanilli’s debuutsingle Girl, You Know It’s True schakelde hij de Amerikaan Brad Howell in. De raps kwamen voor rekening van Charles Shaw. ‘Hij schreef een cheque voor 12.000 dollar uit’, herinnert die zich. ‘Maar houd wel je mond.’

Volgens Fabrice Morvan, tegenwoordig woonachtig in Amsterdam, hadden Rob Pilatus en hij intussen geen keuze. Ze tekenden in 1988 een wurgcontract bij Farian, de man die ook Boney M. groot had gemaakt. ‘Don’t fuck with me’, had de producer gezegd bij de ondertekening ervan. ‘Don’t ever fuck with me.’ Zij konden dus niet anders en werden gewoon geacht om het spel mee te spelen.

Nonsens, volgens Ingrid Segieth. ‘Het was absoluut nooit een probleem’, stelt zij. ‘Zij wilden succes hebben en beroemd worden.’ En dat ging een hele tijd goed. Milli Vanilli scoorde de ene na de andere hit, brak ook door in Amerika en werd toen genomineerd voor een Grammy. Met Neneh Cherry, Indigo Girls, Soul 2 Soul en Tone Loc streden ze om de Award voor beste nieuwe artiest.

Terwijl zij de leugen leefden, maakt Luke Korem in deze lekkere popfilm duidelijk, was zo ongeveer iedereen in de muziekbusiness al op de hoogte van hun geheim. Het was een kwestie van tijd voordat de zeepbel zou worden doorgeprikt. En toen dat daadwerkelijk gebeurde, werden Rob en Fab het gezicht van dat echec – en bleven al die bobo’s met boter op het hoofd lekker buiten beeld.

Het is een tragische geschiedenis die door Fabrice en vrijwel alle andere direct betrokkenen uit de doeken wordt gedaan. Alleen Frank Farian, die eerder dit jaar overleed, en Rob Pilatus, wiens lot zich al snel laat raden, ontbreken in deze moderne parabel over de schone schijn van de popwereld. Waarbij het natuurlijk extra saillant is dat het ging om een witte producer en twee zwarte jongens.

Uiteindelijk maakten ze zich echter allemaal – zowel de betrokken zangers, rappers, dansers, songschrijvers en muzikanten als de medewerkers en honcho’s van Milli Vanilli’s platenlabels in Duitsland en de Verenigde Staten – schuldig aan een vorm van opportunisme die bepaald niet alleen in de entertainmentwereld voorkomt: zolang het scoort, doet de rest er eigenlijk niet toe.

Brandy Hellville & The Cult Of Fast Fashion

HBO

Knap, bleek en dun, heel dun. Typische Brandy Melville-meisjes. Op Instagram zorgen zulke tieners ongevraagd voor onbetaalbare hoeveelheden gratis reclame voor het modemerk. En in de winkels fungeren zij als lokaas voor alle meisjes die willen zijn zoals zij. Want in wezen verkoopt het van origine Italiaanse merk natuurlijk een ideaalbeeld, van het populaire meisje. En dus komt Brandy ermee weg dat ze maar één maat kleding aanbieden: one size fits all. Voor knappe, bleke én dunne meisjes dus.

Achter dat imago gaat een typisch fast fashion-bedrijf schuil, dat z’n kleding laat maken in ‘sweatshops’ in lage lonenlanden, nauwelijks maalt om de kwaliteit ervan en uiteindelijk ook flink bijdraagt aan de kledingberg, die op speciale dumpplekken in een Afrikaans land zoals Ghana wordt achtergelaten. En natuurlijk draagt Brandy Melville bepaald niet bij aan het zelfvertrouwen van de clientèle, lijken eetstoornissen bijna part of the job en zijn het achter de schermen (dubieuze) mannen die de lakens uitdelen.

Ofwel: Brandy Hellville & The Cult Of Fast Fashion (91 min.). Regisseur Eva Orner laat (geanonimiseerde) oud-werknemers, typische Brandy-meisjes en allerlei modekenners, trendwatchers en deskundigen aan het woord. Gezamenlijk lopen ze in vlot tempo alle verschillende pijnpunten in de Brandy-bedrijfsvoering langs en zoomen in op het giftige klimaat dat CEO Stephan Marsan in z’n directe omgeving, tijdens de communicatie met zijn medewerkers en binnen de onderneming als geheel heeft gecreëerd.

Alle verschillende aspecten van het fast fashion-bedrijf worden weliswaar aangeraakt, maar meestal slechts beperkt uitgewerkt. Daardoor is deze docu uitermate geschikt voor (ouders van) al dan niet knappe, bleke en dunne meisjes die zich snel willen informeren over Brandy Melville en fast fashion, maar heeft ie in wezen ook weinig nieuws of verdiepends te bieden.

The Queen

Kino Lorber

Jennie Livingstons documentaire Paris Is Burning (1980) geldt als een ijkpunt in de LHBTIQ+-historie. Een vitaal portret van de extravagante ballroom-scene van New York, een subcultuur waarbinnen homo’s, travestieten en transgenders een veilige wereld hebben gecreëerd voor zichzelf.

Twaalf jaar eerder was er echter al The Queen (65 min.), waarin filmmaker Frank Simon organisator en master of ceremonies Flawless Sabrina van de Miss All-America’s Camp Beauty Contest van 1967 en enkele deelnemers aan de schoonheidswedstrijd volgt. De drag queens worden ondergebracht in een hotel, waar ze alvast kunnen gaan werken aan hun voorkomen, uitdossing en performance. Tussendoor spreken ze met elkaar over uiteenlopende onderwerpen zoals (zelf)acceptatie, de oproep om te dienen in het leger en nut en noodzaak van een geslachtsoperatie.

Terwijl de queens zich prepareren voor een grootse avond loopt de spanning op. Lukt het bijvoorbeeld om al te opzichtige baardgroei weg te werken? Hoe kunnen de ‘ladies’ overtuigend een decolleté suggereren? En krijgt Richard, inmiddels verwend met overwinningen, nog op tijd een geschikte pruik geregeld? Als de bevallige Mario Montez met de onvermijdelijke Marilyn Monroe-pastiche Diamonds Are A Girl’s Best Friend de avond heeft geopend, verdwijnen al die issues echter subiet naar achtergrond en kan de missverkiezing van start.

Met een stijlvolle impressie van de verschillende onderdelen maakt Simon er een viering van ieders eigenheid van – al valt op dat het deelnemersveld veel witter is dan de ballroom-scene van Livingstons klassieke film. Daarna is het aan de jury om één van de missen te kronen tot ‘Thé Queen’. Als die geëmotioneerd alle felicitaties in ontvangst heeft genomen mag ze op een imposante troon plaatsnemen. En daarmee roept de winnaar, in een inmiddels klassiek geworden slotscène, de toorn over zich af van een andere deelnemer, Crystal Labeija.

Labija, die ook aan de basis zou staan van het House Of Labeija (waarvan een afvaardiging ook is te zien in Paris Is Burning), had zichzelf een veel betere koningin gevonden en laat dat op niet mis te verstane wijze weten.

American Nightmare

Netflix

Oké, het is misschien een vreemd verhaal waarmee de dertigjarige fysiotherapeut Aaron Quinn zich op 23 maart 2015 op het politiebureau van de Californische stad Vallejo meldt. Iemand is de avond ervoor zijn huis binnengedrongen en heeft zijn vriendin Denise Huskins ontvoerd. Aaron zelf werd gedrogeerd en vastgebonden en meldt zich daarom nu pas op het bureau.

Mat Mustard, de rechercheur van dienst, vertrouwt het niet. ‘Ik zal eerlijk zijn’, zegt hij tegen Aaron, die Denise leerde kennen tijdens zijn werk in het plaatselijke ziekenhuis. ‘Ik zal je de harde waarheid vertellen. Jouw verhaal is wel heel vergezocht.’ En hoewel hij Aaron even daarvoor nog heeft verzekerd dat hij geen verdachte is, laten zijn collega’s hem voor de zekerheid al wel gevangeniskleding aantrekken. En er komt een FBI-agent om een leugendetectortest te doen.

Die windt er geen doekjes om. ‘Jij bent zo’n kille, brute seriemoordenaar die het leven uit haar wurgde, haar doodde, en haar lichaam ergens dumpte waar we het nooit zullen vinden’, houdt de agent Aaron voor, terwijl hij doelbewust in zijn persoonlijke ruimte treedt. ‘Ik heb niks gedaan’, weet Aaron er nog nét tussen te krijgen. Hij had gedacht dat de politie een klopjacht op de daders zou openen toen hij meldde dat zijn vriendin was ontvoerd. ‘Maar ze gingen alleen achter mij aan.’

En dan zijn er in American Nightmare (134 min.) opmerkelijke nieuwe ontwikkelingen rond Denise en begint de politie aan het scenario van een Hollywood-film te denken. Letterlijk: in Gone Girl zet een vrouw haar eigen ontvoering in scène om de geliefde, waarmee ze nog een appeltje had te schillen, in de problemen te brengen. Heeft Denise misschien wraak willen nemen op Aaron, omdat hij zich maar niet los kon maken van zijn ex-vriendin Andrea, een collega van de twee geliefden in het ziekenhuis?

En dat is bepaald niet de laatste verrassende ontwikkeling in deze driedelige true crime-serie van Felicity Morris en Bernadette Higgins die, aangejaagd door een lekker nerveuze soundtrack en opgepompt met slinks gemonteerde close-ups van de hoofdrolspelers, een tamelijk bizar verhaal opzet en afwikkelt. Waarbij iedere kijker eerst waarschijnlijk denkt wat een lokale journalist ook uitspreekt (‘it’s always the boyfriend’) en daarna wordt geconfronteerd met z’n eigen assumpties.

Een typisch Amerikaanse nachtmerrie, kortom, door Morris en Higgins, het team ook achter de bingehit The Tinder Swindler, vervat in een smakelijke misdaadproductie. Waarbij best lang onduidelijk blijft wie dader en wie slachtoffer is en het begrip ‘tunnelvisie’ enkele keren een nieuwe dimensie krijgt…

Savior Complex

HBO Max

Of ze Renee een moordenaar vindt? wil documentairemaker Jackie Jesko aan het einde van de eerste aflevering van Savior Complex (176. min.) weten van Jackie Kramlich. ‘Nee’, begint de Amerikaanse verpleegkundige ferm aan haar antwoord. Daarna valt ze even stil. ‘Oké…’ Ze denkt nog eens terug aan haar periode als vrijwilliger bij Serving His Children en schraapt haar keel. ‘Ik zou niet… oh God, dat is me een vraag…’

Die vraag hangt niettemin vanaf de start van deze driedelige docuserie boven de markt. Renee Bach is dan al ‘Angel Of Death’ genoemd. Schuldig aan de dood van ‘honderden’ Afrikaanse kinderen, op wie ze medische experimenten zou hebben uitgevoerd. Renee is in 2007 nochtans met de beste bedoelingen afgereisd naar Oeganda. De christelijke tiener uit de Amerikaanse staat Virginia, die nog nooit in het buitenland is geweest, wordt ‘geroepen door God’ om vrijwilligerswerk te gaan doen.

Al snel heeft Renee haar eigen non-profit organisatie, Serving His Children. Ze houdt als Mission-Girl bovendien een blog bij, met dramatische impressies uit het leven van een hulpverlener in Afrika en foto’s van zielige kinderen erbij, Daarmee trekt ze veel aandacht en geld. ‘Sometimes when I’m in the shadow of the valley of death’, schrijft ze bijvoorbeeld. ‘I DO fear.’ Waarna de donaties weer loskomen. Alleen is in Oeganda zelf niet iedereen even enthousiast over haar werk.

Het is weer het witte reddersseizoen, sneert de zogenaamde White Savior Starter Kit bijvoorbeeld. ‘Make sure you’re prepared to pretend you know how to address complex problems abroad!’ Sinds we de ‘mzungu’, de witte mens, hebben leren kennen, stelt een activiste scherp, zijn we alles kwijtgeraakt.’ Westerse missionarissen zijn zo bezien niet meer dan een voorzetting van het kolonialisme. Ook omdat die ‘do gooders’ zich voortdurend beroepen op de Heer en diens wil.

‘Soms heb ik het gevoel dat God me vertelt wat ik moet doen’, zegt Renee Bach ook letterlijk als ze wordt aangesproken op haar werkwijze. Want ze is helemaal niet opgeleid om medicijnen te verstrekken, een infuus te plaatsen of een intensive care-afdeling in te richten. En is basale kennis over het ‘Refeeding syndroom’ ook niet noodzakelijk als ze ondervoede kinderen wil behandelen? Renee’s reactie is even simpel als doeltreffend: laat me met rust, ik ben bezig om kinderlevens te redden.

Via de casus van Renee Bach, een thuisgeschoolde jonge vrouw die zich het werk van een volwaardige arts toe-eigent, betreedt Jackie Jesko zo het mijnenveld van de ‘white saviors’, waarbij goede intenties zomaar kunnen uitgroeien tot een Godcomplex en ook ouderwets kolonialisme nooit ver weg lijkt. Terwijl hun directe omgeving de redders graag te vriend houdt – zij zorgen immers voor geld en banen – slijpen ideologische tegenstanders zoals No White Saviors ongegeneerd hun messen.

Voor hen is Renee Bach een schoolvoorbeeld van ‘white privilege’ en bovendien een ideale mogelijkheid om geld en support te verzamelen. Goede bedoelingen, kwade opzet, idealen en opportunisme beginnen intussen helemaal door elkaar te lopen. Ze veroorzaken een heuse cultuuroorlog en maken van Savior Complex een even pijnlijke als genuanceerde exploratie van private ontwikkelingshulp, de zegeningen daarvan en de weerstand die daarmee ook wordt opgeroepen.

Victim / Suspect

Netflix

‘Ik wil je geen leugenaar noemen’, zegt de agent van dienst tegen Dyanie Bermeo, een 21-jarige Amerikaanse studente die aangifte heeft gedaan van aanranding tijdens een verkeerscontrole. ‘Maar….’

En dan volgt een lange lijst met inconsistenties in haar verklaring, die tot een voor Dyanie verpletterende conclusie leidt: ze wordt aangeklaagd voor het doen van een valse aangifte. ‘Als je bekent, doen we een goed woordje voor je bij het OM’, zou de man die haar heeft verhoord erbij hebben gezegd. Niet veel later ontdekt Bermeo’s huisgenote een bericht dat de politie van Washington County, in de Amerikaanse staat Virginia, op Facebook heeft geplaatst. De jonge vrouw wordt met naam en toenaam genoemd. Er is ook een foto van haar bijgeplaatst. De reacties laten zich voorspellen.

Van slachtoffer van aanranding is Dyanie Bermeo binnen korte tijd veranderd in een verdachte, die in ‘the court of public opinion’ ook meteen wordt veroordeeld. En ze is bepaald niet de enige, ontdekt Rachel de Leon, een onderzoeksjournalist van The Center For Investigative Reporting en de hoofdpersoon van de documentaire Victim / Suspect (95 min.), die deze actuele maatschappelijke kwestie probeert te agenderen. De Leon is allerlei valse aangiftes op het spoor gekomen, die vermoedelijk helemaal niet vals waren. ‘Is aangifte doen het risico waard?’ vraagt ze zich op basis daarvan af.

De kans dat een melding van seksueel geweld tot een veroordeling leidt is sowieso zeer klein, concludeert de journaliste na jarenlang graafwerk. En het slachtoffer loopt het risico dat ze zelf tot verdachte wordt gebombardeerd. Regisseur Nancy Schwartzman volgt De Leon tijdens haar werk aan enkele casussen (waarvoor waarschijnlijk ook enkele scènes, getuige een paar wat opgeprikte gesprekken en scènes, zijn gereconstrueerd). Dat levert een schrijnend beeld op: van agenten die slachtoffers verhoren en de bijbehorende verdachten, waarmee ze soms ook wel erg familiair omgaan, veelal ongemoeid laten.

Om bekentenissen uit te lokken – van slachtoffers, welteverstaan – mogen ondervragers zelfs hun toevlucht nemen tot ‘listen’, een mooi woord voor leugens en verzinsels. Zo kunnen agenten tijdens een verhoor bijvoorbeeld inbrengen dat de verklaring van de jonge vrouw niet strookt met beveiligingsbeelden – ook al hebben ze die beelden zelf nooit gezien (of bestaan die misschien zelfs helemaal niet). En het meisje, vermoedelijk getraumatiseerd, heeft zich daar dan maar tegen te verdedigen. Houdt ze voet bij stuk of trekt ze haar aanklacht in, met daarbij het risico dat ze vervolgens zelf in de beklaagdenbank belandt?

Waar bij de mannen in de genoemde voorbeelden de onschuldpresumptie te allen tijde leidend blijft, lijkt een vrouw die aangifte durft te doen bij voorbaat al verdacht. Óók omdat zo’n omgekeerde aanklacht in de praktijk – over perverse prikkels gesproken – vaak minder werk oplevert voor de betrokken politieman dan een regulier onderzoek naar seksueel geweld. Het is een tragische constatering, die deze soms wel erg Amerikaanse film een bijzonder schrijnend karakter geeft. Dit is victim blaming in het kwadraat, die voor de aangeefsters ongetwijfeld voelt als de spreekwoordelijke ‘second rape’.

Waves Of Burlesque

Amstelfilm

Ze willen hun vrouwelijkheid vieren, maar dat valt niet overal in goede aarde. In hoeverre kan ‘burlesque’, de erotische kunstvorm die we pak ‘m beet associëren met de pin-up Bettie Page, Moulin Rouge en de ultieme stripsong Fever, bijvoorbeeld gecombineerd worden met een reguliere baan? Voor die uitdaging ziet Sofia La Notte, in het dagelijks leven medewerker van de TU Delft, zich gesteld. Één ding is duidelijk: het hebben van een ‘stage persona’ werkt bevrijdend voor haar, maar hoe reageert haar leidinggevende? En, trouwens, wat zou haar oma ervan vinden?

In de korte documentaire Waves Of Burlesque (27 min.) portretteert Colina van Bemmel drie vrouwen die zich bezig houden met ‘the art of tease’. Zij krijgen niet alleen positieve reacties. Nadat ze op haar zevenendertigste als centerfold in de Panorama had gestaan, werd Mechteld Geesing er volgens eigen zeggen bijvoorbeeld uitgewerkt bij enkele opdrachtgevers. Ze konden haar niet meer serieus nemen, was het argument. Ze verbaast zich er nog altijd over. ‘Waarom is daar zo’n raar verband tussen intelligentie en je lichaam laten zien’

Over vooroordelen gesproken: Bustie La Tish, in het dagelijks leven teamleider van een marketingafdeling, moet regelmatig voorkomen dat ze bij burleske shows weer in de rol van ‘funny fat girl’ terecht komt. Als organisator van zulke evenementen wordt ze bovendien geconfronteerd met hardnekkige percepties over burlesque. Hoe voorzichtig ze haar initiatieven via social media ook in de markt probeert te zetten, haar bijdragen worden toch al snel opgezadeld met het predicaat ‘adult entertainment’ en vervolgens rücksichtlos afgevoerd.

Van Bemmel laat zien hoe de activiteiten van deze drie vrouwen vooral een persoonlijk karakter hebben, waarbij ze via het tonen van zichzelf hopen te komen tot geloof in zichzelf, hun eigen kracht vinden en/of zich persoonlijk kunnen uitdrukken. Ze doorsnijdt hun dagelijkse activiteiten en performances daarnaast met burleske sequenties, die zijn voorzien van intieme/ongemakkelijke (*) Engelstalige teksten. ‘Look at me’, zegt een fluisterstem bijvoorbeeld. ‘Is this not art? I don’t have anything to lose. It’s me. Your judgement sets me free.’

Want terwijl hun kracht soms hun kwetsbaarste plek wordt, is hun kwetsbaarheid beslist ook hun kracht.

(*) doorhalen wat niet van toepassing is

The Girl In The Fountain

Dugong Films

Waar anders kan een film over Anita Ekberg beginnen dan bij de Trevi-fontein in Rome? Daar nestelde zij zich, via de sleutelscène van Federico Fellini’s klassieke film La Dolce Vita (1960), definitief in het collectieve geheugen als de ultieme voluptueuze blonde vamp. Tenminste, als we tijdgenoot Marilyn Monroe even buiten beschouwing laten. En wie kan er beter de rol van Ekberg op zich nemen in een film over haar leven dan… Monica Bellucci?

Dat is tenslotte ook een blondine – herstel – brunette. Een frêle brunette, zelfs. De Italiaanse actrice, een voormalig ‘supermodel’, weet overigens wél wat schoonheid is en hoe die je leven kan vergemakkelijken én vergallen. Daarom dacht Antongiulio Panizzi, de regisseur van The Girl In The Fountain (80 min.), in de film zelf overigens gespeeld door acteur Roberto De Francesco, meteen aan haar toen hij kernscènes uit het leven van de voormalige Miss Zweden (1951) wilde reconstrueren. De voorbereidingen, eveneens een soort re-enactments dus, werden ook meteen gefilmd als B-roll – als u het allemaal nog kan volgen.

‘Ik heb me je altijd voorgesteld in Anita’s kleren’, zegt de filmmaker, in werkelijkheid dus acteur De Francesco, daarin als Bellucci alvast een uitdagende jurk past. ‘En nu sta je hier.’ Zij vraagt zich vervolgens af of hij teleurgesteld is. ‘Je weet hoe mannen zoals jij zijn’, zegt ze, schalks lachend en een versie van zichzelf spelend, die straks de rol van Anita Ekberg moet gaan vertolken. ‘Je wilt iets, maar zodra je het hebt hoef je het niet meer.’ Samen creëren de acteurs zo een spiegelpaleis, waaruit op de één of andere manier, in Bellucci’s al dan niet uitgeschreven woorden, ‘twee geobjectiveerde vrouwen’ naar voren moeten komen.

Want De Legende Ekberg mag dan zijn begonnen in de Trevi-fontein, in zekere zin eindigden haar leven en carrière daar ook. Wie ze ook was of wat ze ook probeerde, voor haar publiek – en de paparazzi die haar belaagden – bleef ze altijd die voluptueuze blonde vamp. Een vrouw die was gereduceerd tot de fantasie die mannen van haar hadden gemaakt. Dat punt vindt op de één of andere manier ook wel zijn weg naar dit dubbelportret van Anita Ekberg en de al even bekoorlijke actrice die haar nu vertolkt – al is het de vraag of de duizelingwekkende constructie die Panizzi daaromheen heeft opgezet werkelijk meerwaarde heeft.

Amira

Videoland

Ze is negen jaar oud, weegt achtentwintig kilo en grossiert inmiddels in Europese en wereldtitels. Niet in turnen, ballet of stijldansen, maar als kickbokser. Tegelijkertijd is Amira Rahri een heel gewoon Marokkaans-Nederlands meisje dat naar de basisschool gaat, geniet van de kermis en zich houdt aan de Ramadan. Daarnaast staat haar jonge leven in het teken van de sport. En daarbij staat vader Younes constant aan haar zijde.

Tijdens een wedstrijd in Frankrijk wordt hij er tijdens de eerste ronde bijvoorbeeld mee geconfronteerd dat de tegenstandster van Amira (55 min.) ook op haar hoofd mikt. In Nederland mag dit helemaal niet. Younes ziet het vanuit de zaal met lede ogen aan, maar laat zijn dochter toch maar terugslaan. En die trekt de beladen tweekamp, haar opponent razendsnel stoten en schoppen toebrengend, gewoon naar zich toe.

In Marokko wordt Amira niet voor niets ‘The Wonder Girl’ genoemd. Als ze in deze (jeugd)documentaire van Elza Jo Tratlehner uit 2019 in het land van haar ouders arriveert, wordt ze op het vliegveld opgewacht door een enthousiaste menigte fans. ‘Papa, ik durf dit niet’, zegt ze tegen haar vader. Later moet ze ook nog allerlei journalisten te woord staan. In het Nederlands, want een andere taal spreekt ze niet.

Net als Tratlehners eerdere portretten van Jolene en Famke Louise is Amira, waarmee ze op het Cinekid-festival de prijs voor beste Nederlandse jeugdfilm won, over het algemeen erg ruw gefilmd en puur op de inhoud gemonteerd. Trefzeker werkt de film –  via een laatste rustmoment, de verplichte staredown met haar tegenstandster en de finale weging – toe naar een gevecht in Antwerpen, waar de jonge heldin opnieuw zal moeten zegevieren.

McCurry: The Pursuit Of Colour

Afghan Girl / Steamroller Media

In India kreeg de wereld kleur. Na enkele jaren buffelen voor een kleine krant in Philadelphia vond fotograaf Steve McCurry er in 1978 zijn stem. Hij ging voor het eerst met kleurfilm werken en ontdekte de bloemrijkste taferelen. Via buurland Pakistan belandde de Amerikaanse fotograaf vervolgens in Afghanistan, waar toen een bloedige oorlog met de Sovjet-Unie woedde. McCurry was er gek genoeg helemaal op zijn plek. ‘Hij koos de oorlog niet’, zegt Anthony Bannon, oud directeur van het George Eastman Museum of Photography, daarover. ‘Die koos hem.’

Daar, in dat jarenlange conflict, zou Steve McCurry in 1984 ook zijn beroemdste foto schieten: Afghan Girl, een portret van het twaalfjarige meisje Sharbat Gula dat in een Pakistaans vluchtelingenkamp was beland. Vanaf de cover van het tijdschrift National Geographic leek ze, met haar felgroene ogen, de wereld met een mengeling van wanhoop en verwijten aan te kijken. Pas toen hij enkele maanden later thuis zijn materiaal ging bekijken, ontdekte McCurry wat hij had gemaakt: een soort moderne Mona Lisa, een symbool voor alle slachtoffers van de oorlog.

‘Ik heb mijn leven gewijd aan het najagen van kleur’, zegt hij zelf in McCurry: The Pursuit Of Colour (53 min.). ‘Om de schoonheid van diversiteit uit te drukken.’ Samen met mensen uit zijn directe omgeving, zoals z’n zus Bonnie en vriend/schrijver Paul Theroux, loopt de fotograaf zijn loopbaan door en probeert intussen z’n filosofie onder woorden te brengen. Tegelijkertijd toont regisseur Denis Delestrac hoe de kwieke zeventiger nog altijd als een fotograferende nomade naar alle uithoeken van de wereld afreist, om te laten zien hoe kostbaar het leven is.

Aan het eind van de film komt ook de controverse aan de orde die ooit rond McCurry is ontstaan: in de nabewerking van zijn foto’s zou hij de waarheid nét iets te veel naar zijn hand hebben gezet. ‘Ik ben zeer dankbaar dat iemand dat heeft ontdekt en onder de aandacht heeft gebracht van mij en de wereld’, zegt hij onderkoeld tegen Delestrac. ‘Ik wil ze daar oprecht voor bedanken.’ Die kan zijn oren niet geloven. ‘Dat meen je niet, toch?’ Zijn gesprekspartner begint te lachen. ‘Nee, dat is bullshit.’

Steve McCurry is van mening dat hij als ‘visuele verhalenverteller’ meer artistieke vrijheid heeft dan een willekeurige fotojournalist. ‘Ik fotografeer niet voor jou’, zegt hij ferm. ‘Ik fotografeer ook niet voor iemand anders. Ik fotografeer voor mijn eigen plezier en hoop dat mijn foto’s communiceren. Punt.’ Wie niet beter weet – of gewoon heeft gezien: in de talloze foto’s waarmee dit verzorgde portret is aangekleed – zou bijna gaan denken dat die hele wereld hem gestolen kan worden.

The Children In The Pictures

BNNVARA

Het is een gruwelijke lakmoesproef. Nadat de undercoveragenten van de taskforce Argos de online identiteit van een kindermisbruiker hebben aangenomen en zijn geïnfiltreerd in hun internationaal opererende netwerk, volgt onvermijdelijk de vraag: kun je eens wat delen? Niet reageren is geen optie. Dan worden de banden onmiddellijk doorgesneden. En dus verlagen ze zich noodgedwongen tot zo’n beetje het walgelijkste waartoe een mens in staat is en klikken vervolgens op verzenden, met een luchtig berichtje erbij: Geniet ervan.

Met zulke omstreden infiltraties proberen rechercheur Jon Rouse, het Australische hoofd van de toonaangevende taskforce, en zijn Britse collega Paul Griffiths wereldwijd netwerken op te rollen en kinderen te redden van misselijkmakend misbruik. Daarmee is de kous dan overigens nog niet af. Jaren nadat ze zijn bevrijd kunnen er nog steeds foto’s of filmpjes van hen rondgaan op het dark web. ‘De seksuele uitbuiting van die kinderen gaat door lang nadat ze gered zijn’, vertelt Warren Bulmer, een Canadees lid van de taskforce Argos. ‘En zij moeten daar hun hele leven mee omgaan.’

In de schokkende documentaire The Children In The Pictures (80 min.) van Akhim Dev en Simon Nasht leggen de gedreven rechercheurs tot in detail uit hoe ze aan het begin van deze eeuw, tijdens een onderzoek genaamd Operation Achilles, infiltreren bij het netwerk ‘The Group’. Onder de schuilnaam ‘Red_Rocket’ jagen ze daar bijvoorbeeld twee jaar lang op een specifieke ‘producent’. Hij levert al jaren achter elkaar afzichtelijk beeldmateriaal van één enkel meisje, ‘Girl One’ gedubd, dat letterlijk voor de camera opgroeit. Het geweld in de filmpjes lijkt bovendien ernstig te escaleren.

Terwijl ze de identiteit weten vast te stellen van verschillende deelnemers aan het netwerk, waaronder een Nederlander met de bijnaam ‘Thunderbird’, en zo langzamerhand willen overgaan tot arrestaties, lukt het Rouse en zijn vakbroeders maar niet om de identiteit van Girl One en haar kwelgeest vast te stellen. Daardoor komen ze voor een duivels dilemma te staan: ze hebben nu de kans om een aantal notoire kindermisbruikers uit te schakelen, maar als ze dat doen raken Girl One en de man die haar misbruikt waarschijnlijk weer buiten beeld.

Van zulke keuzes liggen de gespecialiseerde rechercheurs, die dagelijks verschrikkelijke dingen (moeten) zien, nachten wakker. Behalve een afdaling in een bijzonder naargeestige schaduwwereld is deze unheimische film tevens een portret van hen, gedreven politiemensen die werkelijk door riemen en ruiten gaan voor de kinderen. Daarbij worden de omstandigheden steeds lastiger. De techniek staat, letterlijk, voor niets en faciliteert steeds grotere en geavanceerdere netwerken. Namen als The Love Zone, Child’s Play en Baby Corner laten weinig aan de verbeelding over.

En hoewel hun werk soms dweilen met de kraan vol open lijkt, sociale netwerken zoals TikTok (die kinderen stimuleren om selfies, ofwel: user generated content, te maken) alweer voor nieuwe uitdagingen zorgen en seksuele uitbuiting van kinderen sowieso het snelst groeiende zware misdrijf in de wereld is, blijven Rouse en zijn team op de één of andere manier optimistisch. ‘Zonder hoop zou ik niet naar m’n werk gaan’, zegt hij ferm, vast ook tegen zichzelf, in deze documentaire die niemand wil maar iedereen moet zien. Zolang de taskforce Argos maar één kind kan redden…

Vatican Girl: The Disappearance Of Emanuela Orlandi

Netflix

‘Ik wil mijn oprechte gevoelens uiten die ik deel met de familie Orlandi’, zegt paus Johannes Paulus II op 3 juli 1983, tijdens zijn wekelijkse toespraak op het Sint-Pietersplein in Vaticaanstad. ‘Zij lijden omdat hun vijftienjarige dochter Emanuela sinds woensdag 22 juni niet meer is thuisgekomen. Ik deel de angsten en de vrees van de ouders. We zullen de hoop niet verliezen in de menselijkheid van de verantwoordelijken in deze zaak.’

Daar zat hem echter meteen de crux in deze spraakmakende verdwijningszaak: is het Vaticaan misschien zelf betrokken bij de vermissing van Emanuela Orlandi? Waarom spreekt de geestelijk leider van de katholieke kerk zich überhaupt uit over deze zaak? vragen diverse betrokkenen zich af in Vatican Girl: The Disappearance Of Emanuela Orlandi (233 min.). En wie bedoelt de paus met de verantwoordelijken? Is er misschien sprake van een ontvoering en weet hij daar dan meer van?

Niet veel later meldt zich inderdaad een man bij de familie Orlandi met de mededeling dat hun dochter, een gewone tiener uit Vaticaanstad die op weg was naar muziekles, is ontvoerd. Als de Italiaanse autoriteiten Mehmet Ali Agca, een Turkse jongeling die twee jaar eerder een aanslag op de paus heeft gepleegd, niet vóór 20 juli vrijlaten, zijn ze bereid om Emanuela te doden. Uitroepteken. Of is dat brisante verhaal niet meer dan een dekmantel voor wat er écht is gebeurd?

Emanuela’s broer Pietro en zussen Natalina, Maria Cristina en Federica kunnen er, een kleine veertig jaar na dato, nog altijd niet bij dat hun zus onderdeel is geworden van een groots, duister en ondoorzichtig spel waarbij de maffiose Banda della Magliana, het Vaticaan zelf en de geheimzinnige organisatie Ganglion betrokken kunnen zijn geweest. Intussen weten ze nog steeds niet wat er met hun zus is gebeurd. Ligt ze misschien begraven in de basiliek van Sant’Apollinare in Rome? 

Regisseur Mark Lewis (Don’t F**k With Cats) maakt in deze vierdelige true crime-serie optimaal gebruik van het bijzondere fotogenieke decor van de vermissing en het mysterie dat sowieso kleeft aan de staat binnen een staat, het Vaticaan. Hij serveert het ingewikkelde complot rond de verdwijning van Emanuela Orlandi, dat een zekere Dan Brown-bravado niet kan worden ontzegd, bovendien met de nodige rookgordijnen, omtrekkende bewegingen en dwaalsporen uit.

Lewis neemt daarbij wel het risico dat de kijker zich na afloop een beetje bekocht voelt. Omdat ie is meegenomen in onderzoekspistes, waarvan allang duidelijk was dat ze op niets uitlopen. Zoals dat overigens goed gebruik is in true crime. Pas in 2016 zal het zogenaamde Vatileaks-schandaal zorgen voor nieuwe ontwikkelingen in de zaak van Emanuela, die de opmaat vormen naar de afwikkeling ervan. Dan staan er echter nog net zo veel vragen open als dat er zijn beantwoord.

RIP!: A Remix Manifesto

Van wie is een idee of creatie? En wat mag een ander daar dan mee doen? Die vragen staan centraal in Brett Gaylors baanbrekende documentaire RIP!: A Remix Manifesto (86 min). Ze monden uit – in Gaylors woorden – in oorlog tussen de ‘copyright’, de traditionalisten die het ouderwetse auteursrecht koste wat het kost willen beschermen en gewoon willen blijven inzetten als melkkoe, en de ‘copyleft’, de generatie die is opgegroeid met het internet, in wezen vindt dat alles van iedereen is en zweert bij samples, mashups, covers, citaten en alle andere toepassingen waarmee de vrije uitwisseling van ideeën wordt gegarandeerd. Het gevecht om intellectueel eigendom dus. En dat strekt zich uit ver voorbij de grenzen van muziek of kunst.

Bouwt kennis of cultuur sowieso niet altijd voort op al wat eerder is gedaan? En ging ’t ook niet altijd zo? Gaylor geeft een treffend muziekvoorbeeld: de hit The Last Time van The Rolling Stones was toch gebaseerd op This May Be The Last Time van The Staple Singers, dat overigens ook nog een behandeling kreeg van een project van de voormalige manager van The Stones, The Andrew Loog Oldham Orchestra? En toen besloot The Verve vervolgens The Stones weer te samplen voor Bittersweet Symphony. Nadat Jagger en Richards succesvol de rechten van dat nummer hadden geclaimd, verkochten ze het voor een commercial door aan sportmerk Nike. Waarna Gaylors favoriete artiest Girl Talk, die een centrale positie inneemt in deze film, het in 2007 weer gebruikte voor een eigen nummer: Once Again.

Wie het nog snapt, mag het zeggen. Welnu: Brett Gaylor doet een loffelijke poging, met ontzettend veel inventiviteit, heerlijke humor en fijne historische doorkijkjes (Mickey Mouse!): in het publieke domein kunnen/moeten we als mensheid voortbouwen op onze collectieve kennis. Niks mis mee. Toch? Of zijn het dan weer gewoon andere multinationals die daarvan profiteren, trekken de verantwoordelijke denkers/kunstenaars/ontwerpers sowieso aan het kortste tijd en zou daardoor de menselijke ontwikkeling wel eens kunnen stagneren? Hoewel de voornaamste spelers en conflicten sinds de release van deze documentaire in 2008 zijn veranderd – wie herinnert zich nog de strijd van Metallica tegen Napster of Radioheads opstelling als ‘grensverlegger’? – is de discussie in wezen niet veranderd.

Waar houdt zogenaamd ‘fair use’ op en begint inbreuk op auteursrecht, (intellectueel) eigendom of patenten? Het fijne van RIP is dat vorm en inhoud echt samen optrekken. De film zelf is ook een mashup en daarmee – afhankelijk van de stam waaraan je je hebt verbonden in deze ideeënoorlog – een belangrijk manifest over de vrijheid van meningsuiting/illegaal werk/verwarrende kunstuiting. Ruim tien jaar later, een eeuwigheid in deze discussie, heeft Brett Gaylors pièce de résistance in elk geval nog helemaal niets aan denkkracht, amusementswaarde en relevantie ingeboet.