Achter De Tralies Van De Tijd

Dalton / woensdag 23 september, om 21.25 uur, op Canvas

Ooit boezemden ze anderen waarschijnlijk angst in. En ze zijn vast ook bepaald niet voor niets gestraft. Inmiddels zouden de gedetineerden van zaal 1 van de Belgische gevangenis Merksplas echter gebaat zijn bij reguliere ouderenzorg. Op de slaapzaal verblijven 22 gedetineerden op leeftijd. Ze zijn dementerend, bedlegerig of hebben andere ernstige kwalen en leven noodgedwongen in ‘de vergeetput’, een omgeving die helemaal niet is toegerust op hun huidige noden.

Achter De Tralies Van De Tijd (87 min.) moeten zij afscheid van het leven nemen. Want in een rusthuis zijn ze niet welkom. ‘Men ziet vooral het dossier’, stelt gevangenisdirecteur Serge Rooman in deze schrijnende film van Stijn Geenen. ‘En niet de verouderde mens.’ Voor verpleegkundige Anneke en zorgkundige Koen lijken hun daden er dan weer nauwelijks toe te doen. Zij zien simpelweg een mens in nood – geen pedofiel of moordenaar – en verzorgen die met alles wat ze in zich hebben.

Het betrokken tweetal wordt in barre omstandigheden terzijde gestaan door de gedetineerde Michel, die zelf ook al behoorlijk op leeftijd is. Hij springt overal op de afdeling bij en heeft zichzelf inmiddels onmisbaar gemaakt. Koen beschouwt Michel zelfs als een echte collega. Zijn detentie zit er alleen, na drieënhalf jaar, bijna op. Hoe moeten ze zonder hem verder? Wat gaat er nu gebeuren? vraagt Koen zich af. Ook met Michel zelf. Redt hij zich buiten? En hoe dan?

Op zaal 1 kan hij echt iets betekenen, laat Geenen zien. Dat is ook bepaald niet slecht voor Michel zelf. Veel gedetineerden is het desondanks zwaar te moede, zoveel wordt eveneens duidelijk uit dit sombere kijkje in hun bestaan. Hun levens lijken volledig uitzichtloos. Voor zelfmedelijden is geen ruimte in de gevangenis, vindt gedetineerde Bernard desondanks. ‘Je hebt iets gedaan, daarom moet je ervoor boeten ook.’ Ook hij vraagt zich evenwel af wanneer ze genoeg hebben geboet.

Alle direct betrokkenen realiseren zich dat er binnen de huidige omstandigheden geen sprake kan zijn van een ‘waardige detentie’. Achter De Tralies Van De Tijd werpt tegelijk de vraag op of er wel voldoende maatschappelijke bereidheid is om deze mannen, die door de buitenwacht nog altijd eerst en vooral worden aangemerkt als ‘dader’, te bezien als ouderen die een humane laatste levensfase verdienen.

Mysteriet Om Den Danske Nazi-Donor

DR

Inmiddels zijn ze met vijftien. En de lijst met halfbroers en -zussen blijft gestaag groeien. Ze stammen allemaal af van één en dezelfde man. Dat is hen overigens pas later, véél later, duidelijk geworden. Toen hij allang dood was.

Thomas Rasmussen maakt zich aan het begin van de straffe driedelige documentaireserie Mysteriet Om Den Danske Nazi-Donor (internationale titel: The Nazi Donor Mystery, 90 min.) van Søren Klovborg op om drie van zijn halfbroers en -zussen voor het eerst te ontmoeten in zijn huis op het Deense schiereiland Sjællands Odde. Ze delen een donorvader met een uiterst dubieus verleden: Walther Frisch (1917-1992) zat tijdens de Tweede Wereldoorlog drie jaar bij de Waffen-SS.

In de loop van de jaren zestig heeft de Deense SS’er Frisch in zeker vier landen – Zweden, Finland, Denemarken en Duitsland – kinderen op de wereld gezet. Heeft hun vader daarmee het credo van zijn voormalige baas Heinrich Himmler in de praktijk gebracht? Volgens hem zou elke SS-officier minimaal vier kinderen moeten hebben. ‘Zijn wij het resultaat van die ideologie?’ vraagt zijn zoon Mats Rydberg, een Zweedse halfbroer van Thomas, zich nu af. ‘Of zijn we gewoon verwekt omdat hij dat kon?’

Samen met hun halfbroer Matthias Kötter en halfzus Charlotte Kudsk proberen Mats en Thomas ongemakkelijke vragen te beantwoorden. Over het oorlogsverleden van hun vader, natuurlijk. Welke rol speelde Walther Frisch bijvoorbeeld bij een massa-executie in april 1944 in Graz, waarbij meer dan tweehonderd mensen werden vermoord? Na de oorlog beweerde hun vader in de rechtbank dat hij op dat moment elders was, maar volgens deskundige Dennis Larsen loog hij dat het gedrukt stond.

En over wat er na er na de Tweede Wereldoorlog gebeurde: hoe kon het dat hun vader, ondanks zijn betrokkenheid bij oorlogsmisdaden, door het Zweedse Karolinska Sjukhuset werd ingezet als zaaddonor? Gebeurde dat gewoon tijdens werktijd of stiekem, in de donkere uurtjes, door specialisten van het ziekenhuis met nazisympathieën? En welke motieven had de man die werd omschreven als een leuke, grappige en genereuze persoon – ‘op dat ene ding na’ – daarvoor zelf?

Daarmee voegt Klovborgs miniserie een navrant element toe aan de stroom scandaleuze verhalen die in de afgelopen jaren al zijn losgekomen vanuit de ‘fertiliteitsindustrie’. Van de ene na de andere vruchtbaarheidsarts is inmiddels gebleken dat hij, in een tijd waarin ze zich onbespied waanden, onzorgvuldig is omgegaan met de selectie van spermadonoren en/of de bevruchting van patiënten met een kinderwens – of dat hij daarvoor, zoals de Nederlandse arts Jan Karbaat, zelfs zijn eigen zaad heeft gebruikt.

Die pijnlijke geschiedenissen zouden nooit boven tafel zijn gekomen zonder de introductie van DNA. En daar zijn ook de zoektochten van enkele Frisch-nazaten begonnen. Bij een onbezonnen DNA-test, soms zelfs als gevolg van een verjaardagscadeau. Met verstrekkende gevolgen. Terwijl zij de implicaties van die keuze proberen te bevatten, krijgen de vier zestigers met een onverwacht en ongewild oorlogsverleden vooralsnog nul op het rekest bij het Karolinska-ziekenhuis.

Zijn zij de belichaming van een doelbewust plan om nazi-genen veilig te stellen? Of simpelweg de nazaten van één enkele man die een geheel eigen en uiterst twijfelachtig levenspad heeft gekozen?

Conversations With A Killer: The Charles Manson Tapes

Netflix

Wat Charles Manson onderscheidt van Ted BundyJohn Wayne GacyJeffrey Dahmer en The Son Of Sam – aan wie true crime-specialist Joe Berlinger eerder een Conversations With A Killer-docuserie wijdde – is dat hij zelf geen bloed aan zijn handen lijkt te hebben gehad. Althans, niet letterlijk. Manson liet anderen voor zich moorden en werd zo, als de man die de geest van de jaren zestig hoogstpersoonlijk de nek omdraaide, net zo berucht als échte seriemoordenaars.

De vraag is wel wat de driedelige serie Conversations With A Killer: The Charles Manson Tapes (172 min.) nog kan toevoegen aan de eindeloze stroom documentaires over de maniakale hippie-sekteleider. Die is in de afgelopen jaren nog eens verrijkt met een Errol Morris-productie die onderzoekt of de Manson-moorden het resultaat waren van een uit de hand gelopen CIA-project, Chaos: The Manson Murders (2025), en een persoonlijke film van een jonge vrouw die Mansons kleindochter blijkt te zijn, My Grandfather Charles Manson (2026).

Eerlijk gezegd: vrij weinig. Naast de verplichte rechercheurs, deskundigen en Manson-biografen laat Berlinger ook de Family-leden Dianne LakeCatherine ‘Gypsy’ ShareStephanie Schram en Bobby Beausoleil (die inbelt vanuit de gevangenis) leeglopen over hun periode als Manson-discipel. Samen lopen ze netjes ’s mans levenswandel, het ontstaan van zijn losgeslagen sixties-enclave en de aanloop naar en afwikkeling van de beruchte Tate/LaBianca moorden af. Hij ondersteunt hun herinneringen met nogal opzichtige reconstructies.

Alle bekende elementen uit het Manson-verhaal passeren weer de revue. Zijn gefnuikte muziekcarrière die om wraak vraagt. Zijn opdrachten aan volgelingen om ‘creepy crawls’, inbraken in willekeurige huizen waarbij zomaar wat spullen worden verzet, te ondernemen. En zijn tirades over een rassenoorlog en de vermeende aankondiging daarvan in het Beatles-nummer Helter Skelter. De geluidsopnames, waaraan deze franchise z’n naam en bestaansrecht ontleent, spelen bovendien slechts een beperkte rol en voegen ook weinig toe.

‘Hij heette Roman Polanski omdat hij de Jood was die de Rooms-katholieke kerk bestuurde’, zegt Manson bijvoorbeeld met van sarcasme druipende stem, over de rouwende filmregisseur die na de moord op zijn hoogzwangere vrouw Sharon Tate en enkele van hun vrienden zelfs nog even verdacht werd gemaakt in de schandaalpers. ‘Hoeveel mensen stierven er vanwege die films? Rosemary’s Baby. Al die waanzin. Denk je dat Christus, als hij terugkwam, dat zou goedkeuren? En als hij het niet zou goedkeuren, zou hij dan worden afgewezen en verstoten?’

Voor iedereen die nooit genoeg krijgt van zulke diabolische gekte en die zich (opnieuw) wil verlustigen aan de infame Manson-moorden en de bizarre nasleep daarvan – een mediaspektakel van jewelste, binnen de rechtszaal met de publiciteitsgeile openbaar aanklager Vincent Bugliosi en daarbuiten met Mansons grondig gehersenspoelde harem – biedt deze true crime-miniserie een handzaam overzicht. Verder is ie tamelijk overbodig.

Trustorhärvan

Netflix

Vanuit een Deense gevangenis, waar hij een straf uitzit voor oplichting, begint Joachim Posener halverwege de jaren negentig het ‘Team Moyne’ samen te stellen. Voor een klus, de frauduleuze overname van een beursgenoteerd bedrijf, waarmee ze helemaal gaan binnenlopen. Zijn flamboyante neef Thomas Jisander, ‘consultant’, zal functioneren als z’n postiljon d’amour, terwijl diens maatje Peter Mattsson, kind van een bevoorrechte familie uit Gothenburg, voor de contacten zorgt. Zakenman Lindsay Smallbone wordt de beoogde ‘managing director’. En de Britse Lord Moyne, het zwarte schaap van een familie die fortuin heeft gemaakt met Guinness-bier, moet het geheel voldoende cachet geven. Zij worden Poseners stromannen in de Trustor-affaire.

Posener wil de aankoop van de Zweedse investeringsmaatschappij Trustor financieren met haar eigen kasreserve. Uitroepteken. Zo zet hij in 1997 een enorm oplichtingsschandaal, waarbij honderden miljoenen Zweedse kronen verdwijnen, in gang. Trustor wordt leeg geplunderd. En Posener had naderhand vermoedelijk niet eens de benen hoeven te nemen als zijn patserige neef Thomas, bijgenaamd Mr. No Limit, daarna niet ongegeneerd met geld was gaan smijten. ‘s Mans champagnefeesten in Saint-Tropez worden binnen de kortste keren een begrip. En Jisander laat zich, getuige enkele smakelijke scènes in Trustorhärvan (internationale titel: Inside The Trustor Scandal, 102 min.), nog altijd graag voorstaan op het luxe leven.

‘Als die jongens niet waren gaan pierewaaien aan de Côte d’Azur, waren ze er waarschijnlijk mee weggekomen’, stelt de doorgewinterde financier Björn Björnsson, een hardliner met naar verluidt de bijnaam ‘de Terminator van de zakenwereld’, in deze ferme witte boorden-docu van Karin Af Klintberg. Als er stront aan de knikker blijkt te zijn, moet hij als liquidateur de belangen van de aandeelhouders veiligstellen. Intussen heeft Trustors adjunct-directeur Richard Djursén, volgens Björnsson niet meer dan een ‘useful idiot’, in het openbaar de klappen opgevangen. De affaire zit de brave burgerman Djursén, bijna dertig jaar na dato, nog altijd zeer hoog. Hij gaat zichtbaar gebutst door het leven – al zit ie er tegenwoordig ook opvallend warmpjes bij.

Af Klintberg heeft daarmee enkele van de belangrijkste spelers voor de camera gekregen, waaronder zowaar ook Posener zelf. Hij is al drie decennia een enigma. Op de vlucht voor Interpol wordt ie in zowat elke uithoek van de wereld gespot. Nu de misdrijven zijn verjaard, wil hij er eindelijk openlijk over praten. Samen met de Zweedse rechercheur Jochum Söderström en journalist Gunnar Lindstedt leiden deze Team Moyne-leden de filmmaakster door het doolhof van de Trustor-affaire, waar wetten niet meer dan richtlijnen zijn – voor als het zo uitkomt – en de waarheid een zeer rekbaar begrip blijkt. Zij benadert hen met gezonde scepsis, kadert hun beweringen in met een snedige voice-over en probeert zo de feiten van de fictie te scheiden.

Met die no nonsense-attitude, gepaard aan een gedegen uitleg van allerlei ondoorzichtige malafide constructies en soms een opzichtige knipoog, tekent Trustorhärvan een financieel schandaal op, dat uiteindelijk een nogal ironische uitkomst krijgt. Op rekening van de belastingbetaler.

Abandonados

Disney+

‘Kent u ze?’, leest Marisa Manera in 1984 op een prikbord van de sociale dienst van Barcelona, bij een foto van een aandoenlijk tweejarig meisje en twee schattige jongetjes. ‘We hebben informatie nodig over deze kinderen. Als u ze kent, neem dan contact op met Montse Martí, sociaal werker.’ De ongewenst kinderloze Marisa meldt zich direct bij Montse: samen met haar man, de leerkracht Lluís Moral, wil ze de kinderen wel in huis nemen. Ruim veertig jaar later is Marisa, zeker na het overlijden van haar echtgenoot, nog altijd hun steun en toeverlaat, hun moeder.

Elvira Moral Manera en haar oudere broertjes Ramón (6) en Richi (4) zijn op 22 april 1984 op het treinstation Estació de Francia spelend in een trein aangetroffen door een conducteur. De drie kinderen zeggen dat ze daar zijn achtergelaten door een Franse man genaamd Denis, die hen vanuit Parijs met een witte Mercedes naar Barcelona zou hebben gebracht. Van hun ouders weten de kinderen, die vooral Frans spreken, verder hoegenaamd niets. Zelfs hun voornaam kunnen ze niet reproduceren. Ze kennen ook hun eigen achternaam niet.

Een half leven later tasten de Abandonados (163 min.) nog altijd in het duister over hun eigen achtergrond. Als Elvira zelf moeder wordt, wil ze echter meer weten over haar oorsprong. Die beslissing zet een enerverende zoektocht in gang, die in deze vierdelige serie door regisseur Carlos Alonso Ojea op de voet wordt gevolgd. Ramón, Richi en Elvira worden daarbij terzijde gestaan door een groepje amateurdetectives en onderzoeksjournalist Carles Porta en zijn team. Stukje bij beetje ontdekken de drie waar – en bij wie – ze vandaan komen.

Daarvoor moeten ze, zoveel jaar na dato, nog steeds onwil wegnemen bij bronnen die hen wellicht verder kunnen helpen. Want al snel wordt duidelijk dat hun ouders zich vermoedelijk in criminele kringen bewogen, waar doorgaans kordaat wordt gehandeld en zorgvuldig wordt gezwegen. Wellicht ligt daar ook het antwoord op de vraag waarom pa en ma hun kinderen – samen en toch moederziel alleen – aan hun lot hebben overgelaten op een treinstation en nooit meer iets van zich hebben laten horen. Toch boeken de broers en zus wel degelijk vooruitgang.

Als dit buitengewone verhaal, dat Ojea stapsgewijs en met de nodige suspense onthult, zijn voorlopige ontknoping nadert, hebben ze kennis gemaakt met pak ‘m beet een beruchte crimineel die in de Modelo de Barcelona-gevangenis wordt geliquideerd, een Parijse speelgoedwinkel met een krokodil aan het plafond en de Gouddieven van Andalusië. Op zoek naar sporen uit het verleden zijn ze bovendien in de landen Frankrijk, België en Zwitserland beland. Tegelijk leren de drie Abandonados zichzelf ook beter kennen – als producten van zowel nurture als nature.

Aan het einde van hun aangrijpende queeste – althans aan het einde van deze overrompelende miniserie, die in de verte aan de ingenieuze real life-thriller Three Identical Strangers (2018) doet denken – zijn ze heel wat wijzer, maar blijft er ook nog het nodige te raden en te wensen over. Zoals één van de sleutelfiguren uit hun speurnetwerk, de forensisch arts Montse Del Rio, hen bij aanvang al heeft gewaarschuwd: dit wordt een lange afstandsrace. En de finish lijkt nog altijd niet in zicht. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Free Nelson Mandela

Channel 4

Eerst bevrijdt muziek de geest, daarna de man. In dit geval: Nelson Mandela. Sinds 1964 zit de leider van het African National Congress (ANC) op Robbeneiland een levenslange gevangenisstraf uit. Zijn strijd tegen het Apartheidsregime, dat al zoveel zwarte Zuid-Afrikanen heeft geknecht of gedood, krijgt gaandeweg echter steeds meer internationale steun. En muziek speelt daarbij een essentiële rol. Eerst als manier om zelfrespect te verkrijgen en uitdrukking te geven aan hoe de zwarte meerderheid van de Zuid-Afrikaanse bevolking lijdt onder het witte minderheidsregime. Later om Mandela te lanceren als een wereldwijd symbool en druk uit te oefenen op datzelfde bewind.

Free Nelson Mandela (92 min.), ter gelegenheid van Mandela’s 65e verjaardag in 1983 uitgebracht door The Special AKA, is daarvan het meest iconische voorbeeld. De compositie van Jerry Dammers, de spil van de Britse skaband The Specials, groeit uit tot hét strijdlied van de Anti-Apartheidsbeweging. Deze boeiende documentaire van James Rogan, die zich in Freddie Mercury: The Final Act (2021) al richtte op hoe muziek het bewustwordingsproces rond AIDS bevorderde, belicht nu de rol van songs van Miriam Makeba, Hugh Masekela, Gill Scott-Heron, Peter Gabriel, Bob Marley & The Wailers, Labi Siffre en Artists United Against Apartheid in de strijd tegen een racistisch maatschappijmodel.

En hoewel Rogan Jerry Dammers en andere westerse artiesten zoals Peter Gabriel, Bono, Steven Van Zandt en Jim Kerr aan het woord laat, krijgen zij nooit de overhand. De filmmaker realiseert zich dat het échte verhaal bij zwarte Zuid-Afrikanen zit en roept de bloedige Apartheid-historie op met schokkende nieuwsbeelden, audiofragmenten van Nelson Mandela en zijn omstreden echtgenote Winnie en interviews met nazaten van ANC-kopstukken zoals Steve Biko, Oliver Tambo en Joe Slovo. Hun gezamenlijke inzet blijkt uiteindelijk succesvol: in 1990 komt Nelson Mandela na ruim 27 jaar gevangenschap vrij. Vier jaar later wordt hij beëdigd als de eerste zwarte president van Zuid-Afrika.

Ruim veertig jaar sociale strijd, weerspiegeld in en ook aangejaagd door muziek, zijn niet zonder resultaat gebleven en hebben nu ook hun weg gevonden naar een even geladen als swingende film.

Taxi To The Dark Side

THINKfilm

Hij is maar een gewone taxichauffeur. Toch behoort Dilawar blijkbaar tot ‘the worst of the worst’. Hij wordt op 1 december 2002 in elk geval door een Afghaanse krijgsheer overgedragen aan het Amerikaanse leger. Dilawar zou betrokken zijn geweest bij de voorbereidingen voor een raketaanval. Op 5 december leveren de militairen hem af bij de Bagram-gevangenis, een voormalige Sovjet-basis die wordt gebruikt door de Verenigde Staten. Binnen enkele dagen is hij dood.

Het overlijden van de Afghaanse taxichauffeur is door de patholoog van dienst officieel gekwalificeerd als ‘moord’, ontdekt de vanuit Kaboel opererende New York Times-journalist Carlotta Gall. Zij informeert Dilawars familie dat hij bovendien ernstig is mishandeld. De Amerikaanse bewaarders bleven hem net zo lang slaan en schoppen, totdat ze hoorden dat hij luidkeels om Allah riep. Als Dilawar alle ontberingen zou hebben overleefd, hadden zijn benen sowieso geamputeerd moeten worden. De zaak is in de welbekende doofpot gestopt.

In de gevangenissen die de Verenigde Staten, in het kader van hun militaire reactie op de terroristische aanslagen van 11 september 2001, hebben geopend in Afghanistan en Irak, zijn zeker honderd dodelijke slachtoffers gevallen, betoogt Alex Gibney in Taxi To The Dark Side (106 min.), de messcherpe documentaire waarvoor hij in 2007 een Oscar won. Dilawars dood is het logische gevolg van de keuze van de Amerikaanse president George W. Bush om het spel niet langer volgens de regels te spelen en de Conventies van Genève terzijde te schuiven.

De gewone soldaten, die van martelpraktijken worden beschuldigd, die zijn weggezet als ‘rotte appels’ en die hem nu te woord staan, zijn dus niet Gibneys voornaamste mikpunt in deze uitstekend gedocumenteerde film. Hij richt zich op de beslissers. Zij zijn moreel verantwoordelijk. Óók voor de ernstige misstanden in de Abu Ghraib-gevangenis in Irak en op Guantanamo Bay, de Amerikaanse gevangenis op Cuba waar kopstukken van Osama bin Ladens terreurorganisatie Al-Qaeda en andere PUCs (Persons under US Custody) worden vastgehouden.

Zij worden daar overvallen met kiezelharde muziek, bedreigd door agressieve honden, in stressposities geplaatst, gedwongen om zich uit te kleden, ongezond lang van hun slaap beroofd, seksueel vernederd… Vanuit de gedachte dat ze beschikken over wezenlijke informatie, waarmee de Amerikanen hun ‘war on terror’ kunnen winnen. Terwijl elke deskundige hen kan vertellen – en de gelegenheid in deze docu ook te baat neemt – dat gemartelde mensen vertellen wat ze denken dat de ander wil horen. De aldus verkregen informatie is volstrekt onbetrouwbaar.

Die dringt nochtans vrijwel ongefilterd door tot de hoogste regionen van de Amerikaanse overheid en beïnvloedt de beslissingen over leven en dood die daar worden genomen. Met oorlogsmisdaden, maakt Alex Gibney zonneklaar in dit pijnlijke schotschrift tegen marteling, als onvermijdelijk gevolg.

Brutalt Broderskab: Bandidos

HBO Max

Na het zoveelste gewelddadige incident in de dertig jaar dat de Bandidos actief zijn in Denemarken, besluit minister van Justitie Peter Hummelgaard in 2023 om in te grijpen. Hij probeert de zeer omstreden motorclub verboden te krijgen. Om de beeldvorming rond hun club te verbeteren, kiezen enkele Bandidos-kopstukken, onder aanvoering van hun Europese leider Michael ‘Kok’ Rosenvold, vervolgens de vlucht naar voren en doorbreken hun stilzwijgen.

In de zesdelige serie Brutalt Broderskab: Bandidos (internationale titel: Gang War: Bandidos, 253 min.) neemt Jon Adelsten met leden van de ‘1%MC’, alsmede journalisten, strafrechtdeskundigen en vertegenwoordigers van de Deense politie en justitie, eerst ‘De Scandinavische Motoroorlog’ door. Sinds begin jaren negentig worden Denemarken en de omringende landen opgeschrikt door een maalstroom van bloedige liquidaties, bom- en raketaanslagen en aanvallen op de gevangenis.

Wanneer na moeizame onderhandelingen eindelijk een staakt het vuren wordt bereikt met hun aartsrivalen van de Hell Angels, begint ’t aan het begin van de 21e eeuw binnen de Bandidos zelf te rommelen. Na interne conflicten moet het ene na het andere lid in ‘bad standing’ de club verlaten. Ook dan geldt het parool dat op Bandidos-insignes en -tattoos prijkt: ‘expect no mercy.’ Als de broederschap wegvalt, waarvoor ze zichzelf vaak op de borst kloppen, wordt er ook met bekende clubleden keihard afgerekend.

Elke dag laat je iets meer van je moraal los, vertelt Lars Toxværd, de voormalige president van de afdeling Holbæk en enige tijd lid van het landelijke Bandidos-bestuur. Na een aanvaring met andere bestuursleden wordt ie beschuldigd van verraad. Hij voelt zich ‘een levende dode’ binnen de club, die hem al snel buiten werkt. Hoewel dat niet zonder gevaar is, kijkt ie nu (zelf)kritisch terug op zijn jaren bij de Bandidos. Alle erecodes ten spijt had hij het gevoel ‘dat je nu juist niet kon vertrouwen op de mensen om je heen.’

Tegenover de klokkenluider Lars Toxværd staan gestaalde soldaten zoals de boomlange bodybuildbiker Claus Palermo. Hij was ooit een talentvolle volleyballer, maar werd betrapt op drugshandel. In de gevangenis leerde ie de Bandidos kennen, een organisatie waarbij hij zich direct thuis voelde en die hij nog altijd te vuur en te zwaard verdedigt. De motorclub is géén criminele organisatie, betoogt Palermo. En wat individuele leden in hun vrije tijd doen – de redenering klinkt zéér vertrouwd – is zijn zaak natuurlijk niet.

Adelsten brengt alle verwikkelingen in beeld met een combinatie van nieuwsreportages, achter de schermen-beelden en gereconstrueerde scènes. Net als Kampen Om Pusher Street (2025), een verwante docuserie over hoe de hippievrijstaat Christiania in Kopenhagen al decennia strijd levert met drugshandel en misdaadbendes, begint Brutalt Broderskab: Bandidos na verloop van tijd wel te lijden onder een overdaad aan interne en externe conflicten, die nauwelijks meer van elkaar zijn te onderscheiden.

Daarbij wreekt zich ook dat de miniserie zelden voorbij de strijd en het geweld kijkt. Over waarom mannen zich aansluiten bij éénprocentclubs zoals de Bandidos, wat dit hen oplevert en waarom de onderlinge dynamiek altijd weer uitmondt in moord en doodslag. Het antwoord laat zich wellicht raden, maar komt alleen in de kantlijn ter sprake in deze reconstructie van een eindeloze bendeoorlog, die toewerkt naar het antwoord op een vraag die ook aan de Deense rechter wordt voorgelegd: Bandidos, verbieden of niet?

En daarvoor brengt de Deense officier van justitie een anonieme getuige, een voormalige prospect met de codenaam Guldfugl, in stelling…

The Hillside Strangler

MGM+

Te midden van vakbroeders zoals The Night Stalker, Son Of Sam en The Zodiac Killer zouden we hem bijna over het hoofd zien: The Hillside Strangler (213 min.). De man die tussen oktober 1977 en februari 1978 maar liefst tien jonge vrouwen heeft vermoord in de omgeving van Los Angeles. De vraag is wel of hij in zijn eentje opereerde of toch een handlanger had.

Wanneer er begin 1979, als het moorden in Californië al een jaar is gestopt, een kleine tweeduizend kilometer verderop twee studenten blijken te zijn vermoord in Bellingham, Washington, wordt er een verdachte ingerekend, die ook wel eens de wurger van Los Angeles zou kunnen zijn: de 27-jarige beveiliger Kenneth Bianchi. Een kleine halve eeuw later ontkent hij, vanuit de Washington State Penitentiary, echter nog altijd ten stelligste dat hij The Hillside Strangler is. Bianchi beweert dat hij al die jaren onschuldig vastzit.

Regisseur Peter Logreco gebruikt de eerste aflevering van deze vierdelige true crime-serie om de wereld te schetsten waarbinnen de killer actief is geweest. Los Angeles is in die tijd volgens schrijfster/historica Joan Renner erg ‘seriemoordenaarvriendelijk’. Er zijn werkelijk overal afritten naar de snelweg. Binnen twintig minuten kun je in een totaal ander juridisch district belanden. En je krijgt te maken met een totaal versnipperd politiekorps, waarbij de linkerhand geen idee heeft van wat de rechterhand doet.

Nadat hij het jachtterrein van de moordenaar, met een overtuigende seventies-touch, heeft geschetst, zoomt Logreco in op de enigmatische man die verantwoordelijk wordt gehouden voor dei serie moorden. Bianchi’s eigen verdediging heeft hem onder hypnose laten brengen – en zorgt ervoor dat die sessies ook worden gefilmd – om aan te tonen dat hij een psychische aandoening heeft die dan behoorlijk in zwang is: een meervoudige persoonlijkheidsstoornis (ook wel DIS, Dissociatieve Identiteitsstoornis, genoemd).

Deze sessies, onderdeel van een poging om de doodstraf te ontlopen, vormen het hart van deze soms wat warrige vertelling, waarin ook de rechtsgang tegen Bianchi’s vermeende medeplichtige, zijn neef Angelo Buono, uitgebreid wordt belicht en verder de Australische journalist David Monaghan wordt opgevoerd, die overtuigd is geraakt van Bianchi’s onschuld. Zijn kritiek op het politieonderzoek blijft echter vaag en wordt ook direct weggewuifd door de betrokken rechercheurs. Hij heeft z’n feiten niet op orde.

Monaghans bijdrage, die ook betrokken lijkt te zijn geweest bij het productieproces van deze miniserie, werkt uiteindelijk vooral als steunbewijs voor de doortraptheid van The Hillside Strangler en het gemak waarmee hij anderen voor zich inneemt en daarna voor zijn karretje spant. Daarmee wordt de verhaallijn van deze miniserie alleen wel behoorlijk vertroebeld en dreigt deze exegese van een serie duistere moorden te verzanden in een slinks welles-nietes spelletje.

Surviving The Death Committee

Nimafilm

De Iraanse gast wordt op 9 november 2019 op het vliegveld van Stockholm opgewacht door enkele landgenoten. Hamid Noury heeft er geen idee van dat hij bij aankomst zal worden gearresteerd. Hij is in de val gelokt door mannen die ooit gevangen zaten in de Iraanse Gohardasht-gevangenis, waar hij destijds de lakens uitdeelde. Noury wordt ervan beschuldigd dat hij ook heeft geparticipeerd in de massa-executie van politieke gevangenen in de zomer van 1988 en zal in Zweden voor de rechter worden gebracht.

Samen met de schrijver Iraj Mesdaghi, die tien jaar in de Gohardasht-gevangenis zat en daarna politiek asiel kreeg in Zweden, is regisseur Nima Sarvestani één van de drijvende krachten achter dit proces. Hij heeft met eigen ogen gezien welke schade het Iraanse regime heeft aangericht. Zijn jongere broer Rostam, die in juli 1982 was gearresteerd omdat hij een communist zou zijn, behoort ook tot de slachtoffers. Hij werd ‘slechts’ eenmaal geëxecuteerd, stelt Sarvestani scherp. Hun ouders sindsdien echter talloze keren.

Hun gast oogt in Surviving The Death Committee (85 min.) als een gedistingeerde heer. Niet als de verpersoonlijking van het kwaad. Sterker: als we Noury moeten geloven, had hij het beste voor met de gedetineerden. Hij stond hen als een hulpvaardige gastheer terzijde. ‘Ze vroegen me: mag ik eerst naar het toilet?’, vertelt hij bijvoorbeeld doodgemoedereerd tijdens de rechtszaak. ‘Ja, mijn lieveling, reageerde ik dan. Ik mag je graag. Ga maar naar het toilet.’ Noury laat geroutineerd een stilte vallen. ‘Daarna bracht ik hen dan naar hun cel.’

De getuigen à charge kunnen naderhand alleen lachen om deze ‘standup-comedy’. Iedereen heeft nu eenmaal recht op een eerlijk proces, stelt Göran Hjalmarson, die de slachtoffers en nabestaanden van de Iraanse ‘doodscommissie’ bijstaat. Ook onverbeterlijke schurken. ‘Hamid Noury krijgt zijn negentig dagen met twee advocaten aan zijn zijde’, constateert de Zweedse mensenrechtenadvocaat tegelijkertijd. ‘Mijn cliënten hadden drie minuten, zonder advocaat, voordat ze hoorden of ze werden geëxecuteerd.’

De ter dood gebrachten verdwenen daarna veelal in anonieme graven, hun families kregen dus nooit de gelegenheid om afscheid te nemen. Een half leven later getuigen ze daar nu over in een Zweedse rechtbank, tegenover een man die het bloedbad van 1988 en alle andere mensenrechtenschendingen door het Iraanse bewind glashard blijft ontkennen. Hun verhalen, die door Sarvestani worden afgewisseld met getuigenissen en bewijsmateriaal dat hij eerder verzamelde in hun geboorteland, vormen samen een verpletterende aanklacht.

Het kan niet anders of Hamid Noury wordt, als vertegenwoordiger van het verdorven Iraanse regime, tot een lange gevangenisstraf veroordeeld. Maar of hij die ooit zal uitzitten?

Vonnis

VPRO

Als geestelijk verzorger wil humanist Jacob gedetineerden een veilige ruimte bieden. Om in de penitentiaire inrichting, een verder heel harde, masculiene en gesloten omgeving, even hun ware gezicht te kunnen laten zien – ook aan zichzelf. Dat gezicht kan film- en theatermaakster Zorba Huisman overigens niet laten zien in Vonnis (48 min.), haar documentaire over hoe je in de gevangenis en na een delict mens blijft of (weer) wordt.

Tijdens persoonlijke gesprekken en groepssessies laat ze dus Jacob en zijn islamitische collega, imam Omar, zien. Als spiegel van de ziel van die ander, een geanonimiseerde man met een delict op hun geweten. Die moet dealen met schuld, verantwoordelijkheid, berouw, eenzaamheid en vergeving. Buiten de gevangenismuren hebben Jacob en zijn vakbroeders zich ook tot zulke persoonlijke thema’s te verhouden.

Tussendoor deelt hij zijn eigen worsteling als vader. Net als sommige gedetineerden dreigde hij zijn kind kwijt te raken. Huisman gebruikt dit persoonlijke relaas, sfeervol en van zeer nabij opgetekend, als anker voor een verder best afstandelijk beeldverhaal, dat met een wirwar aan ontboezemingen, die lijken na te echoën in het hoofd van de geestelijk verzorgers, en een uitgesproken soundtrack wordt ingekleurd.

Jacob nodigt z’n gesprekspartners uit tot bezinning: wat betekent het voor mij om in detentie te zijn? ‘Wat ik gedaan heb, vind ik heel erg slecht’, zegt één van de gedetineerden treffend. ‘Ik weet van mezelf dat ik ook een heel goed mens kan zijn. Maar ik voel me nu geen goed mens.’ Jacob en zijn collega Omar helpen hem en zijn lotgenoten met het vinden van een weg door dat doolhof van gevoelens.

Hoe ga je om met wie je zelf denkt te zijn, wat je inmiddels op je kerfstok hebt en hoe de buitenwereld daarnaar en naar jou kijkt? Het zijn grote levensvragen die in Vonnis worden opgeworpen, zonder dat er direct een pasklaar antwoord komt. Als dit überhaupt al bestaat…

The Winning Generation

Bind Film

Nadat Shant Harutyunyan is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf, doet zijn zeventienjarige zoon Shahen van zich spreken tijdens de voetbalwedstrijd van hun land Armenie tegen Portugal op 13 juni 2015 in Jerevan. Met een spandoek, met de tekst ‘Freedom for Shant Harutyunyan and all poitical prisoners in Armenia’ erop, bestormt hij het veld. Shahen wordt al snel overmeesterd door de politie. De strijd van zijn vader is inmiddels echter de zijne geworden: samen eisen ze een vrij en onafhankelijk Armenië, dat niet langer wordt geknecht door Rusland.

Hij staat daarmee in een familietraditie die nog een generatie verder teruggaat. Shahens grootvader, naar wie hij ook is vernoemd, werd na twee arrestaties zelfs de Sovjet-Unie uitgezet en leeft nu in de Verenigde Staten. Hij liet zijn megafoon achter voor zijn naamgenoot. Die behoort tot wat hij zelf The Winning Generation (102 min.) noemt, de generatie Armeniërs die de patstelling rond hun volk nu eindelijk eens gaat doorbreken. Vanuit de gevangenis voorziet zijn nurkse vader hem intussen van advies en zit hij Shahen soms ook flink op de huid.

Ruim tien jaar lang volgt filmmaker Marco De Stefanis de volwassenwording van Shahen Harutunyan en het ontluiken van zijn politieke talent, in tijden die het uiterste vragen van hem en zijn medestanders. Intussen moet hij zich ook losmaken van zijn opa en vader, mannen die alles opgaven voor hun strijd, inclusief de relatie met hun vrouw en kinderen, en die van vechten hun tweede natuur hebben gemaakt. Kan Shahen daarmee breken en meteen een uitweg vinden uit de uitzichtloze positie waarin Armenië zich al sinds mensenheugenis bevindt?

Van dichtbij tekent De Stefanis zijn ontwikkeling op in deze klassieke coming of age-docu. Terwijl de relatie met buurland Azerbeidzjan in het nabijgelegen Nagorno-Karanach onder ernstige spanning komt te staan, probeert de beminnelijke jongeling – met steun van en soms ook ondanks z’n hoekige vader – zijn eigen stem te vinden als politicus. De tijd zal uitwijzen of hij zich kan ontwikkelen tot een soort Armeense Obama of uiteindelijk toch in de geschiedenisboeken belandt als de vertegenwoordiger van opnieuw een verliezende generatie.

Morderca Szyty Na Miarę

HBO Max

Het kan niet lang duren voordat de naam ‘Hannibal Lecter’ valt in de driedelige true crime-serie Morderca Szyty Na Miarę (internationale titel: Fit For A Killer, 145 min.). Dat doet ’t dus ook niet. Hooguit een minuut of vijf. En dan wordt de mysterieuze Poolse moordenaar, die eind jaren negentig de huid van zijn slachtoffer afstroopt, al vergeleken met de gestoorde killer uit The Silence Of The Lambs (1991). Zou de Hollywood-thriller als inspiratie hebben gediend voor de man die de 23-jarige studente Katarzyna Zowada op weerzinwekkende wijze van het leven heeft beroofd?

De verdenking valt al snel op voormalig geneeskundestudent Wlodymir Womaczko, die met het gezicht van zijn vader op wordt gesignaleerd. Uitroepteken. Zijn opa denkt in eerste instantie dat hij gewoon zijn zoon ziet, in plaats van zijn kleinzoon met een masker van mensenhuid op. Volgens Womaczko past deze daad in de cultuur van zijn ouders. Hij wil zo zijn minachting uitdrukken voor de man, die zijn moeder heel slecht zou hebben behandeld. Kat in het bakkie, zou je zeggen. Dit moet de verknipte moordenaar zijn – ook al ontkent hij zelf, nog steeds, in alle toonaarden dat hij ‘Kasia’ heeft vermoord.

De dader zal echter nog héél lang uit de handen van de politie blijven. Pas een kleine twintig jaar later belandt er een verdachte achter de tralies. Het duurt dan nog eens zeven jaar voordat er een vonnis wordt uitgesproken. Regisseur Rafael Skalski heeft de nietsvermoedende kijker tegen die tijd al vergast op duistere horrorbeelden en macabere bijzonderheden over het misdrijf. De man die daarvoor verantwoordelijk wordt geacht is bovendien opgetekend als een waanzinnige gek, met een ernstige vorm van godsdienstwaanzin, een verslaving aan de sportschool en diverse seksuele perversies.

In het mortuarium van het ziekenhuis, waar ie een tijdje werkte, zou hij een missverkiezing voor het mooiste vrouwelijke lijk hebben georganiseerd. Zo’n type. Een Poolse variant op Hannibal. Even geniaal als gek. Een ten diepste beschadigde figuur, zonder twijfel. ‘Soms moet je een kind berispen of zelfs een klap geven’, stelt zijn eigen vader Jozef, ongetwijfeld eufemistisch. Over zijn zoon zegt ie ook: ‘Ik was niet echt gehecht aan hem, maar hij draagt nu eenmaal onze achternaam.’ Met zo’n getroebleerde figuur moet ‘t, kortom, wel verkeerd aflopen – en met iedereen in zijn directe omgeving.

En dan draait Rafael Skalski de zaak om en plaatst al die onheilspellende signalen en gore details in een ander perspectief. Waarnaar hebben we gekeken en waarvan hebben we gegruweld? Tunnelvisie? Trial by media? Wie is de man die vanuit de schaduw meekijkt? Een Poolse variant op Dr. Jekyll & Mr. Hyde? Die zijn prooi als een slang beloert, zodat hij op een onbewaakt ogenblik kan toeslaan? Het verhaal dat tevoorschijn komt vanachter het misdrijf is net zo onrustbarend – al wordt het punt dat Skalski ermee wil maken enigszins vertroebeld door de vette vorm waarin hij z’n vertelling ook dan giet – en de implicaties van zijn eigen keuzes voor lieden die het niet meer kunnen navertellen.

Finding Fela

Kino Lorber

Bij leven en welzijn had Fela Anikulapo Kuti (1938-1997) waarschijnlijk nooit kunnen vermoeden dat hij de hoofdpersoon zou worden van een Amerikaanse musical. Twaalf jaar na zijn dood brengt regisseur/choreograaf Bill T. Jones het levensverhaal van de Nigeriaanse Afrobeat-pionier niettemin naar Broadway. En de musical Fela! vormt meteen één van de belangrijkste bouwstenen voor dit postume portret van de Amerikaanse documentairemaker Alex Gibney.

Finding Fela (119 min.) bestaat dus voor een belangrijk deel uit musicalscènes, met de acteur Sahr Ngaujah in de rol van Fela Kuti, een revolutionair pur sang. In alle opzichten: geïnspireerd door James Brown speelt hij een sleutelrol in de ontwikkeling van een eigen muziekgenre. En net als z’n Jamaicaanse geestverwant Bob Marley krijgt Kuti’s werk gaandeweg een uitgesproken politiek karakter. Het Nigeriaanse regime beschouwt hem als een oproerkraaier. Elk nieuw album kan ‘m op gevangenisstraf komen te staan.

Ze maken me alleen maar sterker, houdt Fela Kuti vol tegenover een interviewer, nadat hij weer eens is opgepakt en afgeranseld. ‘Ooit word ik president van dit land!’ Zover zal ‘t nooit komen – ook doordat hij relatief jong het tijdelijke voor het eeuwige verwisselt. En dat heeft alles met z’n levensstijl te maken. De Afrikaanse ster trouwt bijvoorbeeld met 27 vrouwen (!) en laat desondanks geen andere aantrekkelijke dame ongemoeid. Via seks kan hij spirituele krachten krijgen, meent Fela zelf. In werkelijkheid krijgt hij AIDS.

Met behulp van opwindende concertopnamen, oude reportages en (archief)interviews met Fela Kuti en zijn dochter Yeni, zoons Seun en Femi, voormalige geliefde Sandra Izsadora, ex-vrouw Queen Kewe, drummer Tony Allen, manager Rikki Stein en de bekende fans Paul McCartney en Ahmir ‘Questlove’ Thompson (drummer van The Roots en maker van de muziekdocumentaires Summer Of Soul en Sly Lives!) krijgt Gibney in deze biografie uit 2014 vat op een groots, meeslepend en excessief leven. 

Fela Kuti opereert daarin als de onbetwiste heerser van zijn eigen rijk. Z’n band Africa ’70 en entourage bestaan bijvoorbeeld al uit 28 mensen. Maar als hij eind 1978 in Europa gaat optreden, sluiten er maar liefst 71 mensen aan bij de tournee. Niet te doen, vindt Fela’s meesterdrummer en bandleider Tony Allen. Niet te betalen ook. Er is permanent geldtekort. Na een, overigens klassiek geworden, optreden op het Berlin Jazz Festival besluit Allen zijn drumstokken in de lucht te gooien. Een ander mag ze opvangen.

Daarmee is de man die het ritme bepaalt voor Fela’s lang uitgesponnen grooves verdwenen. Kuti gaat echter onverdroten verder. Africa ‘70 neemt een nieuwe gedaante aan, Egypt ’80, en de leider ervan haakt aan bij een spiritueel adviseur, de schimmige Professor Hindu, die zowaar mensen uit het graf kan laten herrijzen. Alex Gibney tekent zulke smakelijke verhalen vaardig op en smeedt daarmee een ge(s)laagd portret van deze Afrikaanse rebel, polygamist en muzikale legende.

The Echo Of The Capitol Attack – The Boy Who Turned In His Father

Jackson Reffitt / DR Sales

Aan de vooravond van de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2024 loopt in het gezin van Guy Reffitt de verkiezingskoorts véél hoger op dan elders. De man des huizes zit in de gevangenis. Hij is veroordeeld vanwege zijn bijdrage, als supporter van president Donald Trump, aan de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021. Als Trump nu opnieuw wordt gekozen, krijgen ‘gijzelaars’ zoals Guy waarschijnlijk amnestie.

Niet alle leden van het Texaanse gezin zitten erop te wachten dat papa weer thuiskomt. Net als in veel andere Amerikaanse families heeft Trump voor tweespalt gezorgd bij de Reffitts. Guys linkse tienerzoon Jackson staat recht tegenover zijn vader, die behoort tot de gewelddadige rechtse anti-overheidsmilitie The Three Percenters. De FBI heeft Jackson zelfs geadviseerd om het ouderlijk huis in Wylie, Texas, te verlaten.

De spanningen tussen de twee zijn in 2021 al zo hoog opgelopen dat Guy z’n zoon heeft bedreigd en landverrader noemde. Waarna Jackson op zijn beurt de FBI heeft getipt op zijn vader. Dat is ook het startpunt voor The Echo Of The Capitol Attack – The Boy Who Turned In His Father (53 min.), waarin Steffen Kretz moeder Nicole Reffitt, Jackson en zijn twee zussen Sarah en Peyton volgt in afwachting van de verkiezingsuitslag.

Nicole heeft zich in de jaren na Guys arrestatie opgeworpen als een vurige spreekbuis namens de zogeheten ‘J6’ers’, Jackson houdt vast aan de kritiek op zijn vader en zijn zussen zoeken de gulden middenweg in deze lastige familiesituatie. Zij proberen vooral het beeld van hun vader als een gewelddadige man te nuanceren. Tegelijk spreekt Peyton ook uit dat ze vindt dat Trump verantwoordelijk is voor 6 januari.

Intussen dreigen de Reffitts alles, waaronder ook hun huis, kwijt te raken. Er hangt dus nogal wat af van die verkiezingsuitslag, in dit boeiende portret van een Amerikaans gezin, dat model staat voor de oplopende spanningen in de Verenigde Staten. Op microniveau is te zien hoe wat ooit vanzelfsprekend één was nu van binnenuit wordt verscheurd. Totdat er veel meer is wat hen verdeelt dan wat hen bindt.

Als Trumps opponent Kamala Harris in 2024 zou zijn verkozen, dan zat Guy Reffitt nu nog gewoon in de Cimaron Prison te Oklahoma. Zoals bekend zal het anders lopen. Zijn zoon Jackson is alvast verhuisd naar een geheime locatie en heeft, typisch Amerikaans, maar een vuurwapen aangeschaft.

Fabrizio Corona: Io Sono Notizia

Netflix

Als vrijwel geen ander belichaamt hij het hedendaagse Italië. Fabrizio Corona speelde ruim vijftien jaar geleden al een belangrijke bijrol in Erik Gandini’s documentaire Videocracy (2009), een ontluisterend portret van Silvio Berlusconi’s Italië, en is nu klaar voor zijn eigen (bull)shitshow: Fabrizio Corona: Io Sono Notizia (internationale titel: The Paparazzi King, 270 min.).

Corona is een man van totale schaamteloosheid. Hij kent, werkelijk waar, geen enkele gêne. Welke pijnlijke episode uit zijn leven ook de revue passeert in deze vijfdelige documentaireserie van Massimo Cappello – zijn chantagepogingen, ontsnapping of detentie – de ultieme ‘bad boy’ maakt er een sterk verhaal van. Waar hij natuurlijk als winnaar uitkomt – of op z’n minst met zijn zakken flink gevuld. Want Fabrizio is volledig geobsedeerd door seks, status én geld. Anderen zijn voor deze ‘profeet van het niets’ nooit een doel, aldus de Italiaanse schrijver Enrico dal Buono, maar een middel om te krijgen wat hij wil.

Fabrizio Corona’s verdienmodel is even geslepen als verdorven. Hij stuurt een netwerk van paparazzi-fotografen aan, die compromitterende foto’s van de Italiaanse ‘rich & famous’ maken. Die biedt Corona vervolgens aan bij de slachtoffers, zodat ze nooit worden gepubliceerd. Afpersing noemen ze dat ook wel in de gewone mensenwereld. En met hetzelfde gemak speelt hij dubbelspel. Zo laat ie bijvoorbeeld in het ene roddelblad foto’s van een buitenechtelijke affaire lekken, die door de maîtresse in kwestie dan bij de concurrent wordt ontkend. En overal wordt er grof geld verdiend. Tenminste, dat zegt hij…

Op een leugentje meer of meer kijkt Corona echter niet – ook niet in deze ‘autofictie’, waarin ook televisieproducent Lele Mora, eveneens prominent aanwezig in Videocracy, weer de show probeert te stelen als zijn beschermheilige. In een wereld waarin niets heilig is, welteverstaan. Op Lele’s feesten laten Italië’s sterren, fotomodellen en profiteurs zich graag zien en kan de foute playboy Corona, op wie Mora niet al te stiekem verkikkerd is, z’n modus operandi verfijnen. Als ‘meester in het ontdekken van lijken in de kast’ is ie maar van één man écht onder de indruk: Silvio Berlusconi. Net een stripfiguur. Met zelfs een eigen sarcofaag!

De gevolgen van Corona’s immorele acties blijven, te midden van alle ‘mooie’ verhalen, grotendeels buiten beeld in deze gelikte miniserie. Natuurlijk, zelfs Fabrizio’s eigen moeder Gabriella Previtera maakt er geen geheim van dat hij bepaald geen koorknaap is. De echte ellende blijft echter beperkt tot het relaas van zijn ex-vrouw, het voormalige Kroatische topmodel Nina Morić. Hij dwingt haar bijvoorbeeld tot abortus, maar geeft de kinderen vervolgens wel een naam. En zonder dat zij ervan weet, huurt manlief de paparazzifotograaf Maurizio Sorge in om smeuïge foto’s te maken van het consumeren van hun huwelijksreis. 

Hoewel Fabrizio Corona: Io Sono Notizia alle slinkse trucs, controverses en misstappen van de ‘charmante’ chanteur belicht, krijgt hij in deze erg lijvige miniserie tegelijkertijd alle ruimte om de übercoole foute kerel uit te hangen. Cappello geeft hem de kans om zich te verlustigen in zijn eigen schelmenstreken en benadrukt die nog eens met volvet nagespeelde scènes en ironische entre nous. Een parasitaire influencer avant la lettre, een ‘Berlusconist’ die allerlei ethische vragen oproept, wordt zo ongegeneerd op het schild gehesen als een held van onze tijd, van een wereld waarin roem álles is en slechte publiciteit blijkbaar écht niet bestaat.

Ik Was Het Niet – Het Verhaal Van Laila B.

VPRO

Als de Noorse minister van Justitie Tor Mikkel Wara in 2018 dreigbrieven ontvangt, zijn huis wordt beklad met de belediging ‘rasisit’ en hakenkruizen en ook zijn dienstauto in vlammen opgaat, kijkt vrijwel iedereen direct naar ideologische tegenstanders van zijn rechts-populistische Vooruitgangspartij, Fremskrittpartiet.

Totdat zijn eigen echtgenote Laila Anita Bertheussen in beeld komt als verdachte. Zij ontkent echter ten stelligste dat ze iets met de intimidatie van doen heeft. Nog steeds – ondanks een veroordeling tot twintig maanden gevangenisstraf. Ook in de intrigerende documentaire Ik Was Het Niet – Het Verhaal Van Laila B. (56 min.) van de Nederlandse regisseur Stefanie de Brouwer. Terwijl ook echtgenoot Tor Mikkel inmiddels afstand heeft genomen van haar.

De zaak is vermoedelijk in gang gezet door de theatervoorstelling Ways Of Seeing in het Black Box Teater in Oslo. Het huis van Wara wordt daarin als achtergrond gebruikt. Laila zit in de zaal en legt deze inbreuk op haar privacy vast met haar mobiele telefoon. ‘Je vraagt je af: staat ze dit live te streamen naar een of ander platform?’ herinnert theatermaakster Hanan Benammar zich. Ze hoort pas later dat ‘t om de echtgenote van de minister gaat.

De Brouwer sluit aan als Bertheussen haar leven weer oppakt. Tijdens de rechtszaak heeft ze vooral van zich laten horen via zelfgemaakte tassen. Daarmee begint zij uit te drukken hoe ze zich voelt. ‘Ik was het niet’, staat er bijvoorbeeld op een fleurig groenrood exemplaar. Het is gaandeweg haar manier geworden om haar kant van het verhaal te doen. ‘Sorry dat ik je een zak noemde’, is er te lezen op een bloemetjestas. ‘Ik dacht dat dat bekend was.’

Laila Bertheussen houdt intussen stug vast aan haar eigen waarheid. De Brouwer bevraagt die wel, maar legt haar niet het vuur aan de schenen. Ze lijkt eerder het principe ‘show, don’t ask’ te huldigen. Door haar protagonist simpelweg te tonen – op bezoek in haar geboortedorp Lødingen, haar voormalige woning uitruimend of te gast bij het politieke festival Arendalsuka, waar ze haar tassen exposeert – laat die zelf wel zien uit welk hout ze is gesneden.

Achter dat koele uiterlijk schuilt een vrouw met een verleden, haar eigen uitdagingen en nauwelijks verholen rancune tegenover de man met wie ze een half leven samen was. Die zich sterk houdt, tóch naar binnen laat kijken en zichzelf opnieuw probeert uit te vinden – ook al blijft ze voor de buitenwacht vermoedelijk altijd de vrouw van Fremskrittpartiet-kopstuk Tor Mikkel Wara, die zijn tegenstanders verdacht probeerde te maken en zo zichzelf besmeurde.

Gerry Adams: A Ballymurphy Man

Galway Film Fleadh

Hij belichaamt als geen ander de afgelopen halve eeuw van Noord-Ierland. Toen ‘The Troubles’ losbarstten, sloot Gerry Adams zich aan bij het gewapende verzet van de Irish Republican Army (IRA) tegen de Britse overheersing. Later ontwikkelde hij zich tot het gezicht van Sinn Féin, de politieke tak van de IRA, en behoorde hij tot de architecten van het zogeheten Goedevrijdagakkoord in 1998, dat nu alweer ruim 25 jaar voor vrede zorgt op dit woelige stukje aarde dat ook wel Ulster wordt genoemd.

De ene Noord-Ier (of Brit) kan het bloed van de katholieke activist nog altijd wel drinken, terwijl een andere Noord-Ier juist zweert bij Gerry Adams: A Ballymurphy Man (117 min.). De Engelse documentairemaakster Trisha Ziff behoort in elk geval niet tot de eerste categorie. Zij voelt hem tenminste niet uitgebreid aan de tand over zijn bijdrage aan het sektarische geweld, zoals z’n vermeende rol als brein achter IRA-aanslagen. Deze beschuldiging stak onlangs weer de kop op in Say Nothing (2024), de veelgeprezen dramaserie die is gebaseerd op een non-fictie bestseller van Patrick Radden Keefe.

Dat zit ook ingebakken in de vorm van dit portret, waarin Adams zelf zijn levensverhaal doet, zonder vragen of andere sprekers, en daarmee meteen chronologisch Ulsters recente historie doorloopt, die wordt geïllustreerd met een weelde aan archiefmateriaal. De documentaire werd gefilmd in de loop van vijf jaar, die ogenschijnlijk vooral aan interviews zijn besteed, en heeft het karakter gekregen van een autobiografie. Dat heeft bij een sleutelfiguur zoals Gerry Adams beslist z’n waarde, maar dus ook zo z’n beperkingen. Want het achterste van zijn tong laat ie doorgaans niet zien.

Het is natuurlijk de vraag wat kritische bevraging van deze door de wol geverfde spreekbuis zou hebben opgeleverd. Elke vraag is waarschijnlijk al eens aan hem gesteld. En het antwoord, op z’n minst in gedachten, allang geformuleerd. Zoals elk deel van zijn leven ook z’n eigen oneliner heeft gekregen. Zijn jeugd in de wijk Ballymurphy in Belfast bijvoorbeeld, als telg van een zéér arm gezin. ‘Maar niemand die dat doorhad, want iedereen in onze omgeving was straatarm.’ Of de vijandigheid en het gevaar die hem al z’n hele leven ten deel vallen. ‘Ik ben gezegend met waardeloze moordenaars.’

Een bevlogen man die inmiddels plaats heeft gemaakt voor een nieuwe generatie Noord-Ieren en die nu nog eens goed op z’n praatstoel gaat zitten. Hij heeft ontegenzeggelijk iets te zeggen en krijgt daar in deze film ook alle gelegenheid voor.

De Deal Met Iran

VRT

‘Wat zijn we goedgelovig’, zegt Nasimeh Naami tegen haar vriend Amir Saadouni, die in de cel naast haar zit. ‘Waarom heb ik niet in die tas gekeken?’

De Belgische politie heeft het gesprek tussen de twee geliefden uit Wilrijk, die aan het begin van deze eeuw van Iran naar Europa zijn gevlucht, stiekem afgeluisterd. Zij worden ervan verdacht dat ze in juni 2018 hebben geprobeerd om in Parijs een bomaanslag te plegen bij een bijeenkomst van de Iraanse Volksmoedjahedien (MEK), de oppositie in ballingschap. Zijn zij daadwerkelijk om de tuin geleid, zoals hun gesprek lijkt te suggereren? Of proberen de twee achteraf hun eigen straatje schoon te vegen?

In De Deal Met Iran (46 min.), een driedelige documentaireserie van Maarten en Lennart Stuyck, staat in eerste instantie de enerverende klopjacht op deze ‘sleeper cell’ van het Iraanse regime centraal. Gaandeweg wordt duidelijk dat Nasimeh en Amir onderdeel zijn van een groter netwerk. De Belgische politie arresteert vervolgens ook hun opdrachtgever, de Iraanse diplomaat Assadollah Assadi. En die zal in 2023 onderdeel worden van een zéér omstreden ‘overbrengingsverdrag’ met de schurkenstaat Iran.

Want sinds februari 2022 wordt daar de Belgische humanitair hulpverlener Olivier Vandecasteele vastgehouden in de beruchte Evin-gevangenis. Hij is veroordeeld tot veertig jaar gevangenisstraf, 74 zweepslagen en één miljoen dollar boete. Zijn familie en vrienden in België zetten alles op alles om hem weer thuis te krijgen, het thema van de slotaflevering van deze spannende miniserie, waarin de Belgische premier De Croo en minister van Buitenlandse Zaken Lahbib het diplomatieke steekspel toelichten.

Stuyck en Stuyck ontleden de hele affaire vanuit Belgisch perspectief, maar kijken ook naar hoe het huidige regime aan de macht is gekomen en hoe dit nu al ruim veertig jaar met ijzeren hand regeert. Duidelijk is ook dat Iraanse veiligheidsdiensten zich niet laten beperken door de landsgrenzen. Ze slaan hun tentakels rustig uit naar het buitenland, om daar onwelgevallige stemmen te laten verstommen. Tegelijkertijd proberen tegenstanders op alle mogelijke manieren aandacht te vragen voor zulke misstanden.

Olivier Vandecasteele participeert zelf overigens niet in deze geopolitieke thriller. De honneurs worden waargenomen door Washington Post-journalist Jason Rezaian en enkele dissidenten die de Iraanse gevangenis van binnen hebben leren kennen. Zij schetsen een huiveringwekkend beeld van een land waar elke vorm van kritiek op de staat met wortel en tak wordt uitgeroeid. Een land ook dat internationaal de confrontatie durft te zoeken – en de tegenpartij dan voor allerlei lastige ethische keuzes zet.

Free Leonard Peltier

The Film Collaborative

Dat hij op die 26e juni 1975 op de Pine Ridge Indian Reservation in South Dakota op FBI-agenten heeft geschoten, geeft Leonard Peltier toe. Het was volgens hem zelfverdediging. Dat hij de agenten Ronald Williams en Jack Coler in koelen bloede heeft geëxecuteerd, ontkent de ‘Native American’ echter ten enen male. ‘Ik heb nog nooit in mijn leven iemand vermoord’, stelt Peltier, inmiddels begin tachtig. Hij zit al een halve eeuw in de gevangenis. Volgens zijn achterban is hij de langstzittende politieke gevangene van de Verenigde Staten – en een exemplarisch voorbeeld van hoe Amerika z’n inheemse bevolking behandelt.

In Free Leonard Peltier (108 min.) lichten Jesse Short Bull en David France de pijnlijke zaak, die in 1992 al eens werd behandeld in Michael Apteds klassieke documentaire Incident At Oglala, nog eens helemaal door. Daarvoor zoomen ze eerst uit: naar hoe de troosteloze situatie van de oorspronkelijke bewoners van de VS, die steeds opnieuw zijn bedrogen door ‘de witte man’ en ondertussen werden verdreven naar reservaten, begin jaren zeventig noopt tot actie. De belangenorganisatie AIM (American Indian Movement) begint zich te manifesteren met de zogeheten Trail Of Broken Treaties, organiseert een protestactie in het omstreden Bureau Of Indian Affairs en bezet 71 dagen lang Wounded Knee, een plek waar ruim tachtig jaar eerder een enorm bloedbad werd aangericht.

Als het in 1975 tot een dodelijke schietpartij komt bij Pine Ridge – de dood van de ‘Native American’ Joe Stuntz leidt overigens nooit tot vervolging – worden er drie inheemse activisten gearresteerd. Dino Butler en Bob Robideau beroepen zich op zelfverdediging en worden vrijgesproken. Leonard Peltier krijgt echter levenslang – hoewel er nauwelijks bewijs is tegen hem. Daarbij weegt zwaar dat zijn eigen vriendin Myrtle Poor Bear een getuigenverklaring tegen Peltier heeft afgelegd. Één probleem daarbij: Leonard kent Myrtle helemaal niet. Hij verdwijnt desondanks achter de tralies. De ongerijmdheden in deze zaak zullen in de navolgende decennia nog veel aandacht krijgen in de media. Tot vrijlating komt ‘t, ook door aanhoudende protesten vanuit de FBI, echter nooit.

Short Bull en France zetten deze tragische geschiedenis netjes op een rij, met gebruik van split screen en bezwerende inheemse muziek, en sluiten verder aan bij een nieuwe poging van de gedreven activisten Holly Cook Maccaro en Nick Tilsen om Peltier, die inmiddels bijna vijftig jaar vastzit en allerlei gezondheidsproblemen heeft, alsnog vrij te krijgen. Ze hopen president Joe Biden begin 2025 te bewegen om in de allerlaatste dagen en uren van zijn ambtstermijn alsnog amnestie te verlenen aan dit icoon van hun gemeenschap. Dan krijgt deze historische documentaire, die nog wat traag op gang is gekomen, ineens ook een enorme emotionele lading. ‘Ik ben verdomme een strijder’, zegt Peltier vanuit de gevangenis fel tegen Maccaro. ‘Ik ga nu echt niet opgeven!’

Free Leonard Peltier is begin 2025 in première gegaan op het Amerikaanse Sundance Film Festival, maar heeft sindsdien, vanwege nieuwe ontwikkelingen in de zaak, een ander, zeer aangrijpend slot gekregen. En, met een beetje geluk, wordt de vertoning van deze cruciale film over een schandvlek in Amerika’s geschiedenis, net als onlangs op het International Documentary Festival Amsterdam, ingeleid door Leonard Peltier zelf, een man met een broos lichaam, maar nog altijd met een roestvrijstalen wil. ‘We hebben jullie hulp nodig in dit gevecht’, houdt hij de kijker dan voor, recht in de camera kijkend. ‘Één allerlaatste gevecht.’