Cannabis

KRO-NCRV

Hij is een wat tragische ‘poster boy’ geworden voor het Nederlandse softdrugsbeleid: Johan van Laarhoven, de grote man van de coffeeshopketen The Grass Company. In 2014 werd de Brabander gearresteerd in Thailand. Hij zou voor jaren achter de tralies verdwijnen en moest zien te overleven in ronduit erbarmelijke omstandigheden. Het initiatief voor zijn aanhouding zou volgens zijn broer en compagnon Frans en z’n advocaten Gerard Spong en Sidney Smeets zijn gekomen vanuit het drugsgidsland Nederland. Iets wat door het Openbaar Ministerie dan weer wordt genuanceerd.

De zaak Van Laarhoven loopt als een rode draad door de zesdelige serie Cannabis (304 min.) waarin Arjen Sinninghe Damsté stijlvol door de geschiedenis van het Nederlandse softdrugsbeleid zwiert. Van het hippiefestival Kralingen en de allereerste Amsterdamse coffeeshops tot de hedendaagse wietzolders, internationale cannabisindustrie en medicinale wiet. In de tussenliggende jaren is er altijd reuring geweest rond het vaderlandse gedoogbeleid. Was het niet de aanhoudende kritiek vanuit Amerika, waar al decennia een ‘war on drugs’ wordt uitgevochten, dan ontstond er wel een enorm schandaal rond het feit dat politie en justitie enorme hoeveelheden drugs bleken te hebben doorgelaten, de zogenaamde IRT-affaire.

Cannabis geeft crimefighters het woord, maar focust zich vooral op de vrije jongens die ooit besloten om een boterham te gaan verdienen met hashhandel. Zij zouden stelselmatig worden gemangeld tussen de steeds steviger optredende overheid en de altijd weer brutaler denkende georganiseerde misdaad. Zo kreeg Henk de Vries, eigenaar van de befaamde coffeeshop The Bulldog, tussen de invallen van de politie en belastingdienst door bijvoorbeeld ineens bezoek van ene Klaas Bruinsma. Het criminele kopstuk kondigde doodleuk een vijandige overname van de coffeeshop aan. Niet veel later werd Bruinsma geliquideerd. De Vries had er niets mee van doen, zegt hij. ‘Ik moet er enkel bij zeggen: ik was op dat moment wel bereid om het te doen. Iemand anders heeft mijn probleem opgelost.’

Met zulke verhalen uit alle uithoeken van de softdrugswereld dringt Cannabis, lekker sjiek gefilmd en verlevendigd met bijzonder fijn archiefmateriaal, door tot het hart van een business die zich noodgedwongen op het snijvlak tussen legaal en illegaal afspeelt. Een sleutelrol is daarbij weggelegd voor de joyeuze verteller Tom Vermeir. Met losse, informele voice-overs, die qua toonzetting doen denken aan de series Schuldig en Stuk, en het nodige kunst- en vliegwerk houdt hij de verschillende verhaallijnen en personages bij elkaar. Vermeir moet ook steeds de verbinding leggen met de zaak Van Laarhoven, waarin Nederlands dubbelhartige houding tegenover softdrugs, vervat in die ene multi-interpretabele term ‘gedogen’, nog eens goed onder het vergrootglas komt te liggen.

De kwestie rond de Brabantse coffeeshophouder claimt gaandeweg steeds meer ruimte. Als in de slotafleveringen de vraag op tafel komt of Van Laarhoven naar Nederland kan worden gehaald (en of hij hier dan nog de rest van zijn straf moet uitzitten), schaart Sinninghe Damsté zich bovendien heel nadrukkelijk aan zijn kant en krijgt het Openbaar Ministerie ondubbelzinnig de schurkenrol toebedeeld. Het is een laatste akte die deze ambitieuze serie enigszins uit het lood trekt.

Rusteloze Zielen: Scènes Uit De TBS

VPRO

Een hand speelt met een streng haar. Één enkel oog in een extreme close-up. Het oog zingt. ‘Couldn’t look you in the eye.’ Creep, Radioheads eerste hit. Ook de lippen vallen in. ‘I wish I was special. So fuckin’ special’. Een jonge vrouw, één met de woorden van zanger Thom Yorke. ‘But I’m a creep. I’m a weirdo. What the hell am I doing here?’ Ze wordt afgebroken voordat ze ‘I don’t belong here’ kan zingen.

Zij is ter beschikking gesteld. Veel meer dan die mond, de hand en dat oog krijgen we niet te zien van haar. ‘Ik ben geen lelijk persoon. Ik zie er wel goed uit’, zegt ze, buiten beeld. ‘Maar soms als ik in de spiegel kijk, zie ik weer helemaal dat verminkte gezicht. En omdat ik ooit eens een keer slachtoffer was, voordat dit allemaal begon in de TBS, ben ik dader geworden.’

De korte documentaire Rusteloze Zielen: Scènes Uit De TBS (25 min.) van Ingrid Kamerling richt zich niet op het dagelijks bestaan van TBS-patiënten, hun leefomstandigheden of het nut van de opgelegde maatregel. Dit is een zinnenprikkelende film over hoe enkele patiënten van de Utrechtse Van der Hoeven Kliniek in het reine willen komen met het verleden en hun leven ten goede proberen te keren. 

Óók, of júist, als ze een verpletterende boodschap hebben gekregen. ‘Je moet je richten op een leven binnen’ kreeg een andere jonge vrouw te horen. ‘Je komt nooit meer buiten.’ Het waren niet eens de stemmen in haar hoofd die spraken. Die haar eerder tot brandstichting hadden aangezet. En die haar nu vertellen dat de theaterdocent haar eigenlijk niet op het podium wil en steeds minder tekst zal geven.

Terwijl ze eigenlijk snakt naar dat spel. ‘Als je lang in TBS zit, word je niet meer aangeraakt. En als we samen spelen, raken we elkaar ook heel veel aan. En dat is gewoon heel fijn.’ En, ook niet onbelangrijk: de stemmen vallen stil. Even. Het geeft haar, en de andere deelnemers aan een theaterproject, wellicht de kans om binnenbrandjes te blussen en een nieuw beter ik te exploreren.

‘In de bajes zit je om wat je gedaan hebt…’, vertelt een doek in Delfts blauw. ‘In de TBS om wat je te doen hebt…’ Het is een opdracht waarmee ieder voor zich worstelt. Kamerling slaat dat proces van heel dichtbij gade en dringt zo door tot het zielenleven van haar personages, terwijl ze hen toch niet nodeloos onder het vergrootglas legt. Een nerveus tappende voet, voortdurend wrijvende vingers en een licht trillende haardos. Impressies uit levens in de pauzestand, die toch niet stil kunnen blijven staan.

Rusteloze Zielen: Scènes Uit De TBS is hier te bekijken.

S21: The Khmer Rouge Killing Machine

‘Als we uit vrije wil mensen hadden gedood – en ik heb persoonlijk inderdaad mensen gedood – dan zou dat natuurlijk slecht zijn geweest’, legt een voormalige bewaarder in de S21-gevangenis uit aan enkele van zijn familieleden. ‘Maar we volgden alleen bevelen op. Ze dwongen ons.’ Het kwaad zat volgens hem in de leiders van het Rode Khmer-bewind, dat in de jaren zeventig ongenadig huishield in Cambodja. Zij gaven tenslotte de bevelen. ‘Diep van binnen was ik bang voor de slechtheid. Ik was ook bang om zelf te sterven. Ik ben nog altijd bang.’

Regisseur Rithy Panh laat de ‘bekentenis’ van de S21-medewerker direct volgen door de getuigenis van een man, die de horrorplek als één van de weinigen overleefde. ‘Ik werd gearresteerd in Battambang’, vertelt Vann Nath, terwijl hij een schilderij van identieke, geblinddoekte gedetineerden maakt. ‘Ze verhoorden me en martelden me met stroomstoten.’ De man wist niet wat hij verkeerd had gedaan. Na een week gevangenschap werd hij echter samen met een dertigtal anderen geboeid, in een truck gegooid en naar een andere plek vervoerd: Tuol Sleng, een voormalige school in Phnom Penh, die was omgedoopt tot Bureau S21.

Als de schilder en mensenrechtenactivist, een oude man inmiddels, in de prijswinnende documentaire S21: The Khmer Rouge Killing Machine (101 min.) uit 2003 opnieuw op de plek des onheils arriveert, komt hij daar oog in oog te staan met voormalige bewaarders. Zij waren destijds, in de tweede helft van de jaren zeventig, hooguit begin twintig. Jongens nog. Het wordt een bijzonder unheimische ontmoeting, want ook zij voelen zich slachtoffer van de gevreesde Rode Khmer van broeder nummer één, Pol Pot. ‘Als de mensen die hier gewerkt hebben slachtoffer zijn’, wil Nath weten, ‘hoe zit het dan met gevangenen zoals ik?’ De ongemakkelijke stilte wordt snel doorbroken. ‘Dat zijn secundaire slachtoffers’, antwoordt één van de cipiers. ‘Want als je hier niet gehoorzaamde, ging je er zeker aan.’

Het gesprek vormt de aanloop naar een minutieuze ontleding van de wandaden bij Bureau S21. In de administratie ontdekt Vann Nath de veelal Kafkaëske beschuldigingen waartegen de ‘ondervraagden’ zich moesten verdedigen en de grotendeels verzonnen bekentenissen die ze uiteindelijk deden. Hij stuit tevens op de bijzonder bureaucratische geweldsinstructies voor de S12-medewerkers en de gedetailleerde verslagen die zij maakten van hun martelpraktijken. Gezamenlijk vormen ze de bloedeloze weerslag van een ongekend bloedige periode, die met diepgravende interviews en naargeestige re-enactments, een stijlvorm die later in de thematisch verwante gruwelfilm The Act Of Killing naar bijna onverdraaglijke hoogte werd gebracht, nog eens nauwgezet wordt gereconstrueerd.

The devil is in the detail. Letterlijk, in dit geval. Stapvoets werkt S21: The Khmer Rouge Killing Machine zich door de hel die S21 werd voor alle betrokkenen. Zo maakt Rithy Panh (die de Rode Khmer-tijd in 2013 nog met kleipoppetjes zou reconstrueren in The Missing Picture) de verschrikkingen inzichtelijk en invoelbaar van een onmenselijke regime, dat tot oneindige ‘Killing Fields’ zou leiden.

Murder To Mercy: The Cyntoia Brown Story

Netflix

‘De baarmoeder van mijn moeder had op haar zestiende verwijderd moeten worden’, zegt Joan Warren, het type morsige Amerikaanse vrouw, voor wie het predicaat ‘white trash’ lijkt te zijn uitgevonden. Als ze het allemaal had geweten, was ze zelf ook nooit aan kinderen begonnen, zegt Joan ferm. Haar dochter Georgina Mitchell zit ernaast en moet er, enigszins gegeneerd, om lachen. Zij was verslaafd aan alcohol en crack, zat een tijd in de gevangenis en kreeg op haar zestiende een dochter: Cyntoia Brown.

En ook die zit vast, levenslang zelfs. Op haar zestiende zou ze, weggelopen bij haar adoptiegezin en zichzelf prostituerend, in koelen bloede een klant hebben vermoord. Dat Cyntoia de trekker heeft overgehaald staat buiten kijf, maar zou het ook noodweer kunnen zijn? En mag je zo’n jong meisje, met een bijzonder getroebleerde achtergrond bovendien, zomaar als een volwassene berechten? Dat zijn de centrale vragen van Murder To Mercy: The Cyntoia Brown Story (97 min.)

Regisseur Daniel H. Birman volgt de zaak al sinds 6 augustus 2004, de dag waarop de ontspoorde tiener een fatale black-out had, en maakte er in 2011 ook al een film over: Me Facing Life: Cyntoia’s Story. Dit vervolg laat zien hoe de kwestie vervolgens jarenlang aansleept en uiteindelijk een zwieper krijgt als celebrities zoals Rihanna, Lana del Rey en Kim Kardashian op Instagram (via de hashtag #FreeCyntoiaBrown) aandacht beginnen te vragen voor het lot van de jonge vrouw die heeft moeten opgroeien in de gevangenis.

Hoewel het gaat om een schrijnende kwestie – was Cyntoia achteraf bezien eigenlijk wel een prostituee, of toch eerder een minderjarig slachtoffer van vrouwenhandel? – wordt Murder To Mercy nooit écht enerverend of aangrijpend. Daarvoor is de documentaire te traag en voorspelbaar. Bovendien wordt het familieverhaal, dat toch als basis dient voor de zoveelste beroepszaak, slechts beperkt uitgewerkt. Daar had Birman de diepte in gekund – en gemoeten.

Nu wordt de zaak rond Cyntoia Brown, hoe tragisch ook, nooit meer dan een dertien-in-een-dozijn true crime-verhaal, waarin de pleitbezorgers van een gedetineerde voor diens (vroegtijdige) vrijlating ijveren.

The Changin’ Times Of Ike White

VPRO

Volgens kenners had hij de potentie om de nieuwe Jimi Hendrix te worden, die toen net was overleden. Een virtuoze gitarist. Multi-instrumentalist zelfs. Soulvolle zanger, begenadigde songschrijver en muzikant met een geheel eigen visie bovendien. Één probleem: optreden kon niet. Ike White zat achter de tralies, in de beruchte San Quentin-gevangenis. Veroordeeld tot levenslang vanwege de moord op een winkelmedewerker.

The Changin’ Times Of Ike White (79 min.) ontrukt deze grillige artiest, die halverwege de jaren zeventig vanuit de gevangenis debuteerde met de elpee Changin’ Times, aan de vergetelheid. Als het leven anders was gelopen, had hij wellicht de status van generatiegenoten als Hendrix, Sly Stone of Stevie Wonder (met wie White kortstondig samenwerkte) kunnen verwerven. Zo zou het niet lopen, al kwam hij nog wel vrij: op 5 februari 1978 openden de gevangenisdeuren zich. Na veertien jaar eindigde Ike’s detentie, maar niet lang daarna verdween hij volledig uit beeld.

Regisseur Daniel Vernon gaat op zoek naar de man die na zijn gevangenschap een andere naam aannam en ontrafelt met de geliefden en kinderen die hij heeft achtergelaten het uiteindelijk toch tamelijk tragische levensverhaal van rasmuzikant, vrouwenverslinder en ‘zijn eigen grootste vijand’ Ike White. Hij kan daarbij een beroep doen op ’s mans privé-archief en heeft enkele cruciale gebeurtenissen uit zijn leven bovendien met animaties verbeeld.

Ike bleef weg lopen voor zijn verleden, luidt op basis daarvan de conclusie. Voor zichzelf ook, waarschijnlijk. Zonder ooit een klassieker als Hey Joe of Purple Haze achter te laten. Alleen beduimelde geluidsopnames, talloze rekwisieten en herinneringen, heel veel herinneringen. Aan een man met vele gezichten, die zijn potentieel nooit helemaal waarmaakte.

Sunless Shadows

IDFA

Hierbinnen is het geweldig’, zegt een jonge Iraanse vrouw. ‘Buiten is het stomvervelend.’ Zij heeft echter pech: haar straf zit er inmiddels op. Ze mag hooguit nog eens op bezoek komen in de jeugdgevangenis, waar haar vriendinnen nog altijd hun straf uitzitten en gezellig een spelletje Hints doen of elkaar met een waterslang natspuiten.

Het lijkt de omgekeerde wereld in Sunless Shadows (73 min.). In de gevangenis kunnen de jeugdige moslima’s oprecht van hun leven genieten, terwijl de buitenwereld hen voortdurend allerlei beperkingen oplegt. Dat leefklimaat heeft hen ook gebracht tot de wanhoopsdaad waardoor ze ooit in de cel zijn verdwenen: moord op een man. Hun echtgenoot, zwager of vader. Vaak in samenwerking met een zus of moeder. Die laatsten zitten er vaak veel minder florissant bij: ze verblijven in een normale gevangenis, wachtend tot de doodstraf wordt voltrokken.

Documentairemaker Mehrdad Oskouei gaat met de jonge vrouwen in gesprek en geeft hen tevens de kans om een videoboodschap in te spreken. Voor hun familieleden, medeplichtigen óf het slachtoffer. ‘Ik dwong mezelf om met jou te trouwen, ook al was ik nog maar twaalf jaar oud’, zegt een vrouw bijvoorbeeld tegen Hossein, de echtgenoot die ze doodde. ‘Ik geef toe dat ik in eerste instantie niet van je hield. Ik wilde gewoon ontsnappen aan de hel die mijn ouders ‘thuis’ noemden.’ Even later, mismoedig: ‘Helaas bleek jij niet degene die ik nodig had.’

In alle verhalen klinkt de benarde positie van Iraanse vrouwen door. Het is opmerkelijk hoe open ze daarover spreken met ‘oom Mehrdad’. Hij legt tevens vast hoe de meisjes elkaar in een gefingeerd groepsgesprek het vuur aan de schenen leggen: in hoeverre hebben ze hun positie aan zichzelf te danken en zijn ze eigenlijk wel solidair met elkaar? Intussen wordt het wel degelijk voorstelbaar dat deze jonge vrouwen eigenlijk niet eens zo ongelukkig zijn met het feit dat ze ‘de beste jaren van hun leven’ achter slot en grendel doorbrengen.

It’s A Hard Truth Ain’t It

Op tweederde van de documentaire komen ze bij elkaar om de balans op te maken: is dit de film die we willen maken? De mannen hebben nog drie draaidagen om een passend einde te bedenken voor dit project over hun eigen leven. Welke kant slaan ze daarin op? Eigenlijk is er maar één gepast slot. Dat weten ze zelf ook wel.

En nu staan ze, dertien man sterk, gezamenlijk op de toonaangevende filmwebsite IMDB als coregisseur van It’s A Hard Truth Ain’t It (74 min.), een aangrijpende documentaire over levens die allemaal op dezelfde manier lijken te eindigen: achter de tralies. Stuk voor stuk hebben ze één of meerdere geweldsdelicten achter hun naam staan. De gevangenis is hun thuis geworden.

Daar, in hun eigen Pendleton Correction Facility in de Amerikaanse staat Indiana, maakten ze ook deze film, tijdens een project dat werd geïnitieerd en begeleid door Madeleine Sackler. Zij filmde ter plaatse de speelfilm O.G., een gevangenisdrama waarin enkele gedetineerden hun acteerdebuut maakten. Daarna was de tijd rijp om van die bijrollen een hoofdrol te maken.

Al doende leren de mannen hoe je dat doet: het maken van een film. Maar ook: het vertellen van een verhaal. Sterker: het zien van je eigen leven als een verhaal. Met een inleiding (vrijwel altijd: een beroerde jeugd), kern (de steeds verdergaande ontsporing) en een ellenlang slot (tientallen jaren in de bajes). Een verhaal dat je misschien niet opnieuw mag schrijven, maar wel achteraf kunt proberen te begrijpen.

Ze interviewen elkaar en leren zo ook iets over zichzelf. Hetzelfde geldt voor de fraaie animaties van Yoni Goodman (die eveneens betrokken was bij het voor een Oscar genomineerde Waltz With Bashir) waarmee hun herinneringen indringend zijn verbeeld. Ook die zorgen ervoor dat de mannen meer zicht krijgen op zichzelf. En ze mogen het beeld tevens corrigeren als het hen, op tweederde van de docu, tóch niet helemaal bevalt.

Die vrijheid heb je nu eenmaal als coregisseur. Met die zeggenschap komt ook verantwoordelijkheid: dat eerlijke einde. En dat krijgt deze aangrijpende film, die doet denken aan het eveneens in een Amerikaanse gevangenis gesitueerde The Work. Terwijl in die film confrontatie, amateurpsychologie en catharsis voor vuurwerk zorgden, is It’s A Hard Truth Ain’t It juist bespiegelend van aard: hoe had ik dit leven kunnen voorkomen?

Beide films humaniseren de mensen die schuilgaan achter vreselijke misdrijven. Mensen die wij, brave burgers, simpelweg kennen als ‘dader. ‘We zijn niet zo slecht als het ergste wat we ooit hebben gedaan’, zegt producer Stacey Reiss daarover in de meegeleverde Behind The Scenes-reportage. Zoals we – en dat zou eveneens een sterke film kunnen opleveren – natuurlijk ook niet zo goed zijn als onze beste daad.

Ik Heb Het Niet Gedaan

Waarom, zo vraag je je af na de openingsscène van Ik Heb Het Niet Gedaan (85 min.), corrigeert documentairemaker Elena Lindemans haar hoofdpersoon zo nadrukkelijk als hij zijn eerste brief aan de Nederlandse autoriteiten voorleest? ‘Er staat toch wél Van der Dussen?’, stelt ze scherp. ‘Je vergeet je achternaam.’ ‘Maar dan komt het zo stom over’, werpt Romano tegen. Lindemans wil echter van geen wijken weten. Vanwaar deze prominente rol voor de regisseur zelf? In de tweede helft van de film volgt het antwoord als de filmmaker en haar subject serieus met elkaar beginnen te botsen.

Tot die tijd vertelt deze documentaire het verhaal dat je zou verwachten en blijft Lindemans grotendeels buiten beeld: Romano van der Dussen, in 2016 vrijgekomen nadat hij twaalf jaar onschuldig vastzat in een Spaanse cel, probeert zijn leven weer te op te pakken, de band met zijn vader Rob te herstellen en (financiële) genoegdoening te krijgen van de Spaanse overheid. Intussen weidt hij uit over zijn verleden. Nee, hij was geen lieverdje. En ja, hij is in zijn jeugd regelmatig in aanraking met justitie gekomen. Type ontspoorde ADHD’er. Maar dat is natuurlijk geen reden om iemand vast te zetten voor drie gewelddadige verkrachtingen die hij beslist niet heeft gepleegd.

Het is een schrijnend verhaal, dat vooralsnog echter niet tot een opzienbarende documentaire leidt. Enerverender wordt het als Van der Dussen halverwege de film besluit om een brief te schrijven aan de veroordeelde serieverkrachter en moordenaar Mark Dixie. Zijn DNA is aangetroffen bij één van de verkrachtingszaken waarvoor Romano werd veroordeeld. Die vondst leidde tot de vroegtijdige vrijlating van de Nederlander. Nu wil die hem een gunst vragen: of Dixie nog één keer wil proberen om zich te herinneren of hij ook die andere verkrachtingen heeft gepleegd. Van der Dussen sluit onwerkelijk beleefd af: ‘Bedankt voor wat je voor me hebt gedaan.’

En daarna komt Lindemans zelf in actie en gaat de confrontatie met haar hoofdpersoon aan. Want de puzzel Romano van der Dussen, zoals zijn eigen vader het treffend uitdrukt, blijkt nog enkele ontbrekende stukjes te bevatten. Die wending doet Ik Heb Het Niet Gedaan beslist goed. Het geeft de documentaire spanning en maakt van het hoofdpersonage, dat met enige verhaaltechnische soepelheid had kunnen worden gereduceerd tot een bordkartonnen slachtoffer, weer een man van vlees en bloed. Met zijn eigen karakterzwaktes, frustraties en geheimen. ‘Mensen worden niet zo geboren’, zegt hij er zelf over, als Lindemans hem de duimschroeven aanzet. ‘Mensen worden zo gemaakt door omstandigheden in het leven. En dan later zeggen ze: die is gek!’

The Work


‘Pas als iedereen heeft gehuild, mogen we naar huis’, maakten mijn klasgenoten en ik elkaar ooit wijs voor aanvang van enkele vormingsdagen, die hoorden bij de zorgopleiding die ik een grijs verleden volgde. Ik moest eraan denken tijdens de daverende documentaire The Work (89 min.), waarin een groep gedetineerden van de beruchte Folsom Prison én enkele mannen van buiten de gevangenis een gezamenlijke vierdaagse training aangaan.

Ze vertellen de anderen hun diepste trauma’s, kruisen gedurig de degens met elkaar en beleven vrijwel stuk voor stuk een soort catharsis. In een kring zitten ze en kijken elkaar diep in de ogen: de leider van een Crips-gang, het voormalige lid van de Aryan Brotherhood, de native American die helemaal kan doordraaien en… drie gewone mannen van buiten die aan zichzelf willen werken. Elk met hun eigen verhaal en reden om de confrontatie aan te gaan.

Soms wordt het contact fysiek en krijgt één van de mannen letterlijk de opdracht om zich ergens doorheen te vechten. Of geeft hij zichzelf die opdracht. Dan wordt het bijna knokken. Een andere keer wordt iemand uitgedaagd, getergd zelfs, om ‘het’ eruit te gooien. En vrijwel altijd volgen er aan het eind diepgewortelde tranen. Ze worden eruit geperst, gelepeld of geschreeuwd. En daarna zijn er knuffels. Van die typisch mannelijke ‘bear hugs’, die alles weer goed maken. Voor even. Heel even.

Regisseur Jairus McLeary en zijn cameraploeg concentreren zich in The Work op een groep van zo’n vijftien mannen. Van heel dichtbij en zonder enige opsmuk registreren ze de emotionele achtbaan die zij ondergaan. Mannen die zijn getekend door het leven en die zelf op hun beurt het leven van anderen hebben getekend. Ze maken voor de camera ongeremd de verlies- en winstrekening op en proberen zichzelf en elkaar vervolgens weer op koers te krijgen. Dat gaat gepaard met de allerbeste bedoelingen en ook heel wat psychologie van de koude grond.

Maar blijkbaar werkt dat wel; van de gedetineerden die Folsom na deze training hebben verlaten is tot dusver niemand teruggekeerd in de cel. Want die training komt ongenadig hard binnen, zeker bij mannen die nooit eerder over hun gevoelens hebben leren praten – laat staan dat ze die ook aan anderen hebben laten zien. Die ruwe emotie maakt van The Work een film die aanvoelt als een ongenadige kaakslag. Waarna deze kijker, eerlijk gezegd, ook wel een ‘bear hug’ had kunnen gebruiken.

Land of The Free

IDFA

Hoe één enkel gebaar een compleet verhaal kan vertellen. De achttienjarige Juan zet een coole zonnebril op en de aandachtige kijker weet genoeg: foute boel!

Juan kwam als elfjarige vanuit El Salvador naar de Verenigde Staten en belandde al snel in een bende. Na zijn detentie komt hij nu vrij. Samen met zijn zestienjarige vrouw Maggie en hun dochtertje Marilyn moet hij zijn proeftijd zonder problemen, zoals drugsgebruik en bendeactiviteit, zien door te komen. En dan zet hij dus die zonnebril op.

Drie van de vier Amerikaanse gedetineerden keert vroeger of later terug naar de gevangenis. Gevangen in de draaideur. De Deense filmmaakster Camilla Magid volgt in de heel intieme documentaire Land Of The Free(58 min.) drie voormalige gevangenen vanaf het moment dat ze de deur, liefst definitief, achter zich dicht trekken en opnieuw de achterbuurten van South Los Angeles in trekken.

Voor Brian was het 24 jaar geleden dat hij vrij man was. Sinds zijn negentiende, toen hij tot levenslang werd veroordeeld, zag hij zijn moeder welgeteld drie keer. En nu is hij terug. In een wereld die hem volkomen vreemd is geworden. Met supersonische auto’s. En e-mail. Hoe werkt dat eigenlijk? En, ook niet onbelangrijk, hoe ga je ook alweer met vrouwen om?

De 28-jarige Cezanne, die is aangehouden met negentig kilo marihuana en daarna enige tijd in een cel doorbracht, kampt intussen met problemen van een geheel andere orde. Haar zoon Gianni is onhandelbaar. Hij mist thuis elke vorm van veiligheid. Het groeit moeder al snel boven het hoofd. Dat leidt tot intense confrontaties met haar kind, die echt van héél dichtbij zijn vastgelegd (en bijna niet om aan te zien zijn).

Juan, Brian en Cezanne proberen elk op hun eigen manier het hoofd boven water te houden. Ze krijgen daarbij extra begeleiding, in de vorm van persoonlijke- en groepsgesprekken, en hopen zo de ontnuchterende statistieken te logenstraffen. Deze observerende film brengt hun pogingen om écht terug te keren in de maatschappij treffend in beeld en raakt je soms ongenadig hard in de onderbuik.

12 Jours

In de beperking toont zich de meester. Of: het beste idee is een simpel idee. De drie gitaarakkoorden die tezamen een wereldhit vormen, het gebaar dat een stortvloed aan woorden voorkomt of – in dit geval – de doodeenvoudige documentairesetting die elke verdere regie-ingreep overbodig maakt.

Regisseur Raymond Depardon kiest in 12 Jours (85 min.) voor een mise-en-scène zonder enige opsmuk: gewone, kwetsbare mensen presenteren zich aan de rechter, houden hun pleidooi en leveren zich daarna over aan zijn/haar oordeel. Gewone, kwetsbare mensen die gedwongen zijn opgenomen in een psychiatrische inrichting, dat wel. Binnen twaalf dagen na de verplichte opname moet worden bepaald of die behandeling nog noodzakelijk is.

En daar zitten ze dan: tot in elke vezel van hun lijf gespannen, troebel voor zich uitstarend of, gewoon, zoals wij daar zouden zitten. Strijdbaar misschien, de schijn ophoudend en afhankelijk, heel afhankelijk. Ze zijn schizofreen, gaan gebukt onder paranoia of hebben een zeer zware depressie. Ze leiden hun leven niet, ze lijden het.

Neem de man met de ontheemde blik. Hij zou zomaar in een willekeurig nieuwsbericht kunnen worden opgevoerd. Als anonieme dader van een gruwelijke misdrijf, met alleen een hoofdletter en punt als achternaam. Een monster, zonder enige twijfel. Deze indringende film laat hem zien als mens: een gewone man, overspoeld door wanen en nachtmerries. Een man die een politieke partij wil oprichten om psychiaters af te schaffen.

Tussen al die tragische gesprekken plaatst Depardon, een Franse documentairemaker met inmiddels een indrukwekkende staat van dienst, trage beelden van patiënten in hun verplichte leefomgeving. Dramatische muziek begeleidt hoe ze verweesd en ontzield ronddolen in een wereld, die maar niet van hen wil – en mag – worden. Als schimmen van wie ze ook hadden kunnen zijn.

Life And Death Row: The Mass Execution


‘Wie is hier dan de moordenaar?’, wil Stacey Johnson weten. Het is een retorische vraag. Johnson is ter dood veroordeeld vanwege moord – ook al is ie volgens eigen zeggen onschuldig. Binnen een maand wordt hij geëxecuteerd. Net als zeven anderen. Acht executies in tien dagen. Terwijl er in Arkansas al twaalf jaar niemand meer ter dood is gebracht. ‘Nu is het tijd voor gerechtigheid’, stelt gouverneur Asa Hutchinson van de Amerikaanse staat ferm.

Hij zegt er in eerste instantie niet bij dat de voorraad Midazolam, het dodelijke middel dat moet worden geïnjecteerd, zijn houdbaarheidsdatum nadert. En dus dringt de tijd. Voor zowel de familie van slachtoffers (de dochter van een vermoorde vrouw verwoordt het eenvoudig: ‘let’s get it over with’) als de beoogde ‘slachtoffers’ van The Mass Execution, die alles op alles zetten om de executiedatum op zijn minst uit te stellen. Hun zaken staan centraal in de zesdelige documentaireserie Life And Death Row (308 min.), die de komende dinsdagavonden is te zien op NPO2.

Deel 1 introduceert bijvoorbeeld de zaken van drie van de acht ter dood veroordeelde mannen: Stacey Johnson (de enige van de veroordeelden van wie je volgens zijn advocaat redelijkerwijs kunt veronderstellen dat hij onschuldig zou kunnen zijn), Don Davis (die overduidelijk schuldig is en ook berouw toont over zijn gruwelijke daad) en Bruce Ward (die helemaal niets zegt of toont en is gediagnosticeerd met paranoïde schizofrenie). Gezamenlijk vertegenwoordigen zij de veelheid aan mannen, daden en motieven, die in deze indringende serie worden belicht.

De filmmakers pluizen de daden van de te executeren mannen nauwgezet uit, waarbij zowel de aanklagers en politie als de verdediging aan bod komen. Daarnaast concentreren ze zich vooral op de aanloop naar de executie en de emotionele impact die deze laatste (?) dagen hebben op de mannen zelf, hun familieleden én de nabestaanden van hun slachtoffers. Met die brede insteek, waarbij ook nog voor- en tegenstanders van de doodstraf aan het woord komen, schetst Life And Death Row een krachtig en afgewogen beeld van een zeer gecompliceerde en omstreden kwestie: de doodstraf.

En intussen tikt de klok onverbiddelijk door en komt het galgenmaal voor deze ‘dead men walking’ zienderogen dichterbij…

Bewaarders

bewaarders

 

In de beperking toont zich de meester. De manier waarop Marc Schmidtin Bewaarders (76 min.) omgaat met het feit dat hij de gedetineerden van het hypermoderne Justitieel Complex Zaanstad (JCZ) niet herkenbaar in beeld kan brengen, behoort tot de absolute pluspunten van deze observerende documentaire. De gevangenen zijn op een virtuoze manier, met een versluierend motiefje en een eigen kleur, gedigitaliseerd. Ze ogen nu als gezichtsloze objecten – werkmateriaal zou je kunnen zeggen – en hebben toch een individueel karakter gekregen.

Die vormkeuze benadrukt de insteek van deze Teledoc, die volledig vanuit het perspectief van de bewaarders wordt verteld. Zij hebben ook letterlijk een stem gekregen in de film. ‘Mijn mond is mijn wapen’, zegt die. Of: ‘Het is heel gemakkelijk om conflicten te krijgen hier, het is juist de kunst om ze niet te krijgen.’ Én: ‘Het werk verandert eigenlijk nooit.’ En met die laatste stelling sluit de stem aan bij een kernvraag van deze film: levert de moderne manier van werken in de JCZ, de grootste en modernste gevangenis van Nederland, daadwerkelijk een andere gevangenis op, met een andere rolverdeling tussen bewakers en bewaakten?

De stem twijfelt hoorbaar: zijn de ‘boeven’ eigenlijk wel in staat om verantwoordelijkheid voor hun eigen leven te nemen? En hebben de medewerkers van het Justitieel Complex Zaanstad, dat is voorzien van de nieuwste digitale technieken en volhangt met camera’s, op hun beurt voldoende tools om hen daarbij optimaal te ondersteunen? Zeker omdat het aantal gedetineerden met een psychiatrische stoornis en afwijkend gedrag lijkt toe te nemen, hangt die vraag voortdurend boven de markt. Zijn die camera’s er misschien ook een beetje om mij in de gaten te houden? vraagt de stem zich af.

De centrale verteller, die in de ik-vorm reflecteert op het werk van een medewerker van de JCZ, is een sterke troef van deze documentaire, die volledig binnen de afdeling Noord van de gevangenis is opgenomen. Terwijl echte hoofdpersonen ontbreken in deze beklemmende film – hooguit enkele gezichten keren steeds terug – verwoordt die stem wat er in al die verschillende bewaarders met hun eigen aanpak en ‘tone of voice’ omgaat. Zo brengt Schmidt zowel het dagelijks bestaan van een moderne cipier als diens psyche in kaart.

Ghost Hunting


In de openingsscène wordt direct voelbaar wat de Palestijnse filmmaker Raed Andoni zijn hoofdpersonen gaat aandoen in dit sociale experiment, dat slim is vermomd als documentaire. Hij leidt een geboeide en geblinddoekte man een kale, duistere ruimte binnen, trekt de kap van diens hoofd en opent vervolgens zijn handboeien. Samen kijken ze om zich heen: wat moet waar komen, zodat de hal straks zoveel mogelijk gaat lijken op de gevangenis waar de man ooit vastzat?

In Ghost Hunting (90 min) begeeft Andoni zich op het terrein van ongemakkelijke documentaires als The Act Of Killing, waarin Indonesische massamoordenaars met zichtbaar plezier hun vroegere wandaden naspeelden, en Stranger In Paradise, een film waarvoor de Nederlandse regisseur Guido Hendrikx acteur Valentijn Dhaenens opdracht gaf om als beurtelings barse en empathische leraar vluchtelingen de mores van Europa bij te brengen. Ook de associatie met het geruchtmakende Stanford Prison Experiment is natuurlijk onontkoombaar.

Samen met Palestijnen die ooit, vaak voor langere tijd, in een Israëlische gevangenis hebben gezeten bouwt Raed Andoni, die zelf als achttienjarige ook een jaar in een cel doorbracht, een nauwgezette replica van een cellencomplex. Intussen bepaalt hij wie voor welke rollen in aanmerking komt. Ook daarbij gaat hij tegendraads te werk. Een acteur die tijdens zijn auditie net een angstaanjagende ondervrager heeft neergezet, wordt doodleuk gecast als gevangene. Alsof de regisseur wil zeggen dat het in wezen ook niet uitmaakt welke rol je krijgt toebedeeld in deze horrorfilm: ondervrager of ondervraagde.

‘Wij moeten allemaal pionnen zijn in jouw schaakspel’, voegt één van de medewerkers aan de film hem fijntjes glimlachend toe, als ze inmiddels druk aan het improviseren zijn en niemand meer weet waar het experiment zal eindigen. ‘Denk je dat?’, wil Andoni weten. ‘Ja, jij bent een controlfreak.’ Even later vraagt een acteur waarom hij deze film überhaupt wil maken. Andoni, die met Ghost Hunting de massale Palestijnse gevangenschap zegt te willen aankaarten, heeft duidelijk ook een persoonlijk motief: ‘Jij verslaat je demonen of zij verslaan jou.’

De scènes die zich onder Andoni’s hoede ontvouwen kunnen elk moment ontsporen en doen dat soms ook. Soms moeten ze zelfs worden stopgezet omdat de emoties te hoog oplaaien. Als kijker blijf je intussen gissen naar wat gescript is en wat niet (en of dat ertoe doet). Duidelijk is dat de deelnemers, indachtig ook het beruchte experiment in de Stanford Prison-gevangenis (dat hier overigens wordt betwist), geen enkele moeite hebben om zich in hun ‘rol’ in te leven. Ghost Hunting, dat is aangekleed met stemmige animaties, reikt intussen geen hapklare emoties aan, maar brengt zowel de participanten op de buis als de observanten thuis systematisch uit het evenwicht.

Time: The Kalief Browder Story

Netflix

Ruim duizend dagen in de gevangenis, waarvan achthonderd in een isoleercel. Voor het stelen van een rugzak. Het overkwam de 16-jarige Kalief Browder uit The Bronx. Zonder dat er overtuigend bewijs tegen hem was verzameld, moest hij bijna drie jaar in voorarrest doorbrengen in de beruchte New Yorkse gevangenis Rikers Island.

De zesdelige documentaireserie Time: The Kalief Browder Story (258 min.) plaatst de persoonlijke tragedie van Browder, die principieel voor zijn recht blijft vechten, binnen z’n maatschappelijke context: het lot dat jonge zwarte mannen, die toevallig in de verkeerde buurt opgroeien, ten deel valt.

Te midden van eenoudergezinnen, jeugdbendes en etnisch profilerende agenten moeten zij zichzelf op het rechte spoor zien te houden. Met een beetje pech belanden ze echter al snel in het volledig verstopte rechtsysteem, waar het hen aan het geld ontbreekt om een goede advocaat in te huren of gewoon de veel te hoge borgsom te betalen.

En als je écht pech hebt, zoals de onfortuinlijke Kalief Browder, gaan de bendeoorlogen, drugshandel en corruptie achter slot en grendel gewoon verder en dreigt bovendien eenzame opsluiting als je uit arren moede eens door je remmen schiet (of daartoe door anderen wordt uitgedaagd dan wel gedwongen).

Regisseur Jenner Furst laat in deze aangrijpende, richting de war on drugs en Black Lives Matter-beweging uitwaaierende docuserie zowel direct betrokkenen als deskundigen aan het woord en belicht met hen het grote drama rond Kalief Browder, die een even dapper als tragisch ‘poster child’ van de Amerikaanse nachtmerrie is geworden.

Solitary: Inside Red Onion Prison / Last Days Of Solitary

HBO

Achter klinische, blauwe deuren speelt zich een compleet mensenleven af. In een helverlichte cel van 2,5 bij 3 meter spenderen de gevangenen van de Red Onion State Prison 23 uur van elke dag. De luchtruimte, waar ze het resterende uur mogen doorbrengen is niet veel groter en al even hermetisch afgesloten. Een leven zonder uitzicht. Letterlijk.

Eenzame opsluiting, het moet de hel op aarde zijn. Solitary: Inside Red Onion State Prison (60 min.) van Kristi Jacobson is een treffende sfeerschets van het doodse leven in de extra beveiligde penitentiaire inrichting in Wise County, Virginia. Voor de meeste gedetineerden is hun (levenslange) celstraf een logische optelsom van de ervaringen in hun jeugd, die ook al een soort gevangenis moet zijn geweest.

Tegenover hen staan de cipiers die gewoon hun boterham proberen te verdienen in Red Onion, dat sinds de sluiting van de lokale kolenmijnen één van de belangrijke werkgevers in de directe omgeving is geworden. Een naargeestige plek, waar ze zichzelf en de mannen die ze bewaken van geweld, depressie en gekte proberen af te houden.

Over de hel van de isoleercel werd dit jaar nog een andere documentaire gemaakt, waarvan ik zelf enkele maanden geleden echt een beetje van slag was. In Last Days Of Solitary, nog steeds te zien op de website van de Amerikaanse publieke omroep PBS, worden enkele gedetineerden van de Maine State Prison tijdens en na hun gevangenschap gevolgd.

Zo brengen de filmmakers Dan Edge en Lauren Mucciolo tevens de (lange termijn) effecten van eenzame opsluiting in kaart. Het resultaat is een nachtmerrieachtige film, waarin je de gedetineerden soms letterlijk voor je ogen gek ziet worden.

Real life-horror dus, die je móet kijken (maar niet wilt zien) en die je vervolgens als een angstaanjagende koortsdroom blijft achtervolgen.

The Condemned

VPRO

Alle elementen voor een gruwelijke horrorverhaal zijn aanwezig: In een Russisch bos. Groter dan Duitsland. Zeker zeven uur rijden van de bewoonde wereld. Waar het ijs- en ijskoud kan zijn. Staat een extra beveiligde gevangenis. Met 260 gevangenen. Goed voor 800 moorden.

Met heel veel moeite hebben Mark Franchetti en Nick Read voor de grimmige documentaire The Condemned (80 min.), die donderdag wordt herhaald op NPO2, als eerste buitenlanders toegang gekregen tot de afgelegen strafkolonie Colony 56, waar enkele honderden Russen zijn opgeborgen.

Net als Subkhan Dadashiov, de directeur van de gevangenis. Die zit ook al 26 jaar. Hij heeft geen enkel medelijden met de mannen die volgens aloude Sovjet-traditie een enkeltje Nergenshuizen hebben gekregen. Eigenlijk vindt hij dat deze moordenaars, verkrachters en terroristen beter kunnen worden geëxecuteerd.

De verdoemden zelf hebben helemaal niets meer te verliezen en doen dus ongeremd hun verhaal in deze fascinerende film. Want diep van binnen weten ze: de enige manier waarop je hier wegkomt is tussen zes planken.

Jimmy Rosenberg: De Vader, De Zoon & Het Talent

 

Hij had de Hendrix van de zigeunermuziek moeten worden. Wonderkind Jimmy, telg van de beroemde Rosenberg-familie. Een drugsverslaving gooide roet in het eten. De gitaarvirtuoos belandde in de gevangenis en raakte los gezongen van zijn gezin en familie.

 

In deze indringende en bijzondere sfeervolle film, waarvoor Jeroen Berkvens in 2007 een geheel terecht Gouden Kalf verdiende, probeert de inmiddels 26-jarige Jimmy Rosenberg zijn leven en loopbaan weer op te pakken. Intussen meldt ook zijn vader Macky, die acht jaar vastzat, zich weer in het leven van de man die de Helmondse Django Reinhardt had moeten worden.