On The President’s Orders

Frontline

‘Adolf Hitler slachtte drie miljoen Joden af. Wij hebben drie miljoen verslaafden. Die zou ik met liefde en plezier afslachten.’ Was getekend: Rodrigo Duterte, president van de Filipijnen. Een man die ook niet schroomt om de daad bij het woord te voegen en van de ‘war on drugs’ daadwerkelijk een oorlog te maken.

Hoe dat gevecht tegen drugsgebruikers en -dealers er in de praktijk uitziet, wordt glashelder in de huiveringwekkende documentaire On The President’s Orders (55 min.). De business loopt als een tierelier, vertelt een plaatselijke uitvaartondernemer. Zijn houding is exemplarisch voor de totale ontmenselijking van alles en iedereen die met drugs te maken heeft. Ze worden opgejaagd door doodseskaders, die er met hun skeletmaskers uitzien als de schurken in een slechte horrorfilm.

‘Veel schietpartijen ogen heel professioneel’, constateren de filmmakers James Jones en Olivier Sarbil als ze de commandant van een gemilitariseerde politie-eenheid confronteren met de enorme hoeveelheid dodelijke slachtoffers. ‘U kunt zich vast voorstellen waarom mensen denken dat de politie erbij betrokken was?’ Ja, antwoordt Octavio Deimos, met een mitrailleur in de hand. ‘Het kan best zijn dat mensen dat denken, maar in werkelijkheid klopt dat niet.’

Even later: ‘Natuurlijk doodt de politie mensen als ze terug vecht.’ Deimos schiet er spontaan van in de lach. ‘Als de politie dat doet, is het geoorloofd. Wij zijn nu eenmaal de politie. En wij handhaven de wet.’ Waarna de man zijn flinterdunne verdedigingslinie helemaal laat vallen. ‘Drugsgebruikers of -dealers hebben hier helemaal niks te zoeken. Zij willen gewoon niet leven. Ze leven al in de hel, dus kunnen wij ze er net zo goed ook echt naar toesturen.’

Zelden zal de zondeboktheorie zo openlijk en zonder enige vorm van verontschuldiging in de praktijk zijn gebracht als tijdens Dutertes schrikbewind in de Filipijnen. Het gevolg, daadkrachtig vervat in deze onrustbarende film, is doodeng: een duistere politiestaat, waarin de absolute leider zijn domme krachten, geanonimiseerd en zwaarbewapend, rücksichtslos op de bevolking loslaat en uiteindelijk – dat valt vrij eenvoudig te voorspellen – niemand veilig zal blijken te zijn.

The Hydra

De beeldspraak is bijzonder treffend: de georganiseerde misdaad als een hydra, een veelkoppige gifslang. Zodra er een kop wordt afgehakt, steekt er elders een nieuwe de kop op. Alleen vuur kan ervoor zorgen dat het monster wordt gedood, aldus Volodymyr Tymoshenko, een voormalige KGB-officier en werknemer van de Oekraïense veiligheidsdienst. Hij bedoelt: als de vraag naar harddrugs, XTC en (meth)amfetamine, in de rest van de wereld opdroogt. Anders is de wildgroei van The Hydra (73 min.) op geen enkele manier te stoppen.

Deze slicke documentaire van Ram Devineni reconstrueert met medewerkers van veiligheidsdiensten en hun informanten hoe begin jaren negentig, na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, in Oekraïne een crimineel netwerk ontstond rond de massaproductie van en grootschalige handel in synthetische drugs. Dit drugskartel vertakte zich al snel naar de rest van Europa. Alle reden dus om een grootschalige operatie op touw te zetten, teneinde die hydra de nekken om te draaien.

Het verhaal van die campagne, onderkoeld verteld zoals alleen typische Oostblokkers dat kunnen, wordt door Devineni met de nodige zwier en humor uit de doeken gedaan. Tarantino-achtige scènes met acteurs, een lekker aanstekelijke synthesizersoundtrack en de nodige wisecracks leuken de boel behoorlijk op. ‘Hee, aan de linkerkant zit je plaksnor los’, grapt Tymoshenko bijvoorbeeld tegen één van zijn contacten uit de tijd dat hij de onderwereld een kopje kleiner probeerde te maken.

De twee mannen ogen tegenwoordig als oude kameraden, die met veel plezier herinneringen ophalen. Écht spannend wordt The Hydra daardoor nooit. Al maken de oude kameraden van de toenmalige operatie wel een vermakelijk schouwspel. En uiteindelijk leidt het spoor naar – hoe kan het ook anders – ons eigen Nederland, waar vertegenwoordigers van de hydra in labs het eindproduct fabriceren en de distributie daarvan naar de rest van Europa in gang zetten. Ruim 25 jaar na dato laat die impuls zich nog altijd niet zomaar… de kop indrukken.

Murder Mountain

De vergelijking met Deadwood dringt zich op: een vrijstaat aan de rafelranden van de Verenigde Staten, waar outlaws kunnen ontsnappen aan de wet. Terwijl eind negentiende eeuw de zoektocht naar goud figuren als de louche kroegeigenaar Al Swearengen, sheriff Seth Bullock, cowgirl Calamity Jane en revolverheld Wild Bill Hickok, die er zijn laatste kogel zou vinden, naar de zwarte heuvels van South Dakota lokte, zorgt marihuana er nu al jaren voor dat vrijbuiters, klaplopers en tweederangs criminelen verkassen naar Humboldt County in Californië.

Het begon in de jaren zestig met een groep hippies, die in ‘The Emerald Triangle’ een woongemeenschap startte en illegale wietplanten ging verbouwen. Daar bleek, behalve heel veel rookgenot, ook goed geld in te zitten. En daarvan ging, natuurlijk, een aanzuigende werking uit. Een halve eeuw later is het uitgestrekte, bosrijke gebied uitgegroeid tot een soort moderne variant op het wilde westen, waar plaatselijke bendes de dienst uitmaken en de politie niks heeft te vertellen. Humboldt heeft zelfs zijn eigen ‘ghost town’: Alderpoint, ook wel bekend als Murder Mountain (248 min.), tevens de titel van deze zesdelige documentaireserie.

Sinds 1975 raakten er maar liefst tweehonderd mensen vermist in Humboldt County. Of ze bewust van de radar zijn verdwenen of een handje werden geholpen, blijft de vraag. Regisseur Joshua Zeman werkt één van deze casussen verder uit: de zoektocht naar de 29-jarige Garret Rodriguez, die zijn geluk ging beproeven in de softdrugs-business, in de hoop daarna te kunnen gaan rentenieren op zijn eigen visplek. Rodriguez’s verdwijning zet een serie van steeds verder escalerende gebeurtenissen in gang, die uitmondt in bot en dom geweld. Die ene zaak, boordevol simpele schurken, gesjeesde Vietnam-veteranen en schietgrage burgerwachten, wordt vet uitgeserveerd met spannende slow-motion reconstructies en dreigende muziekjes.

De true crime-achtige verhaallijn, die zich voor het leeuwendeel in 2013 afspeelt, slorbt zeker de helft van deze serie op en wordt enigszins geforceerd samengebracht met een portret van het hedendaagse Humboldt County. De ‘white trash’-variant op ons eigen Ruigoord heeft onlangs te maken gekregen met nieuwe ontwikkelingen. Vanaf 1 januari 2018 is recreatief marihuanagebruik gelegaliseerd in Californië, nadat eerder al medicinaal gebruik van cannabis werd toegestaan. Dat zou de zwarte handel en bijbehorende problematiek tot een halt moeten brengen, maar kunnen én willen de op hun vrijheid gestelde telers wel aan de bijbehorende regels voldoen? Het is in elk geval even aanpassen. De doorgewinterde stoner Jason Dookie van de firma Dookie Brothers neemt na elke bedrijfsbeslissing bijvoorbeeld nog steeds een flinke ‘bong hit’ met zijn waterpijp.

Zo blijft het behelpen in Humbold County, met telers en handelaren die binnen en buiten de wet willen opereren. Één van de kleine zelfstandigen in Humboldt County trekt niet voor niets de vergelijking met de drooglegging, toen de Amerikaanse maffia via dranksmokkel groot kon worden. Zoals ook het Nederlandse softdrugsbeleid aantoont, laten mensen zich nu eenmaal niet zomaar vertellen welke genotsmiddelen ze wel of niet mogen gebruiken en is er op de grens van legaal/illegaal goud geld te verdienen. Intussen is er een behoorlijke kans dat de rechtstaat danig wordt ontwricht. Met alle gevolgen van dien, zo bewijst deze wat onevenwichtige serie, voor gewone burgers die liever aan de zijlijn zouden blijven staan.

Zoals Al Swearengen het ooit, heerlijk profaan, verwoordde in de fictieserie Deadwood (waarvan binnenkort zowaar een speelfilm uitkomt): ‘Every fuckin’ beatin’, I’m grateful for. Every fuckin’ one of them. Get all the trust beat out of you. And you know what the fuckin’ world is.’

Cartel Land

 

Als het aan de huidige Amerikaanse president ligt, had er allang een muur gestaan in Cartel Land (94 min). Betaald door Mexico, vanzelfsprekend. Deze geweld(dad)ige documentaire uit 2015 dateert echter nog van ruim voor Trumps (imaginaire) afscheiding tussen de Verenigde Staten en zijn zuiderbuur, als in Mexico en het grensgebied met de Verenigde Staten ook al een bloedige drugsoorlog wordt uitgevochten.

Regisseur Matthew Heineman, die sindsdien de huiveringwekkende IS-documentaire City Of Ghosts en het vijfdelige drugsepos The Trade (een soort verdere uitwerking van Cartel Land) maakte, begeeft zich als een vlieg op de muur in het heetst van de strijd en belandt zo in hachelijke omstandigheden. Dat resulteert in talloze onvergetelijke scènes, zoals bijvoorbeeld de hardhandige arrestatie van Chaneque, de leider van het uiterst bloeddorstige Tempeliers-kartel, die ondertussen woedende dorpsbewoners van zich af moet zien te houden.

Heineman vindt ook diverse kleurrijke personages. Amerikaanse vigilantes, die het recht in eigen hand nemen en bij de grens doodgemoedereerd burgerarrestaties verrichten. En aan de andere kant van diezelfde grens volkshelden zoals de enigmatische Mexicaanse arts José Manuel Mireles en zijn rechterhand ‘Papa Smurf’, die als leiders van de Autodefensas-burgermilitie terugvechten en dorpen proberen te veroveren op het Tempeliers-kartel. Ook in deze oorlog is echter niets wat het lijkt.

Cartel Land brengt zo behalve de hardheid van de drugsoorlog ook het ambigue karakter ervan op weergaloze wijze in beeld: wie zijn eigenlijk de good guys in dit vuile gevecht om de ziel van het land? En wanneer worden de middelen om de kartels uit te roeien erger dan de oorspronkelijke kwaal?

Laila At The Bridge

 

In een busje gaat Laila de verschoppelingen hoogstpersoonlijk ophalen. De mannen en vrouwen liggen onder een brug, in hun zelfverkozen roes of helemaal naar de kloten. Laila Haidari, de ‘moeder van de verslaafden’, en haar broer Hakim, die zelf dertig jaar verslingerd was aan heroïne, nemen ze mee naar hun verslavingscentrum in de Afghaanse hoofdstad Kaboel. Eenmaal in het moederkamp worden de junks direct ontsmet en kaalgeschoren. Hun nieuwe leven kan – nee, moet! – beginnen.

Sinds de Amerikaanse inval in 2001 bloeien de poppyvelden als nooit tevoren in Afghanistan. Heroïne is spotgoedkoop in het land, dat geldt als de grootste opiumproducent van de wereld. Een dagelijkse dosis is ongeveer net zo duur als enkele broden – en voor menige Afghaan, geraakt door de eeuwig durende oorlog in het land, bovendien minstens zo aantrekkelijk. Vol overtuiging blijven Laila en de haren echter met de kraan open dweilen. Al zouden ze er maar één mensenleven mee redden…

Op zoek naar financiële steun banjert de daadkrachtige powervrouw in Laila At The Bridge (52 min.), een schrijnende documentaire van Elizabeth en Gulistan Mirzae, intussen als een vrouwelijke olifant door een verder vrijwel geheel mannelijke porseleinkast. Ze raakt daarbij regelmatig de weg kwijt in de volledig gecorrumpeerde Afghaanse bureaucratie. En zo nu en dan krijgt ze anonieme telefoontjes. Van de plaatselijke drugsmaffia? Laila doet er niet moeilijk over, scheldt haar bellers ongegeneerd de huid vol en vervolgt haar missie. Intussen neemt ze de kijker voor zich in.

Recovery Boys

Bedremmeld staan ze aan de rand van de dansvloer. Niemand zit toch op hen te wachten? Het hele dorp Aurora kijkt vast op hun neer. Zij, de bewoners van Jacob’s Ladder, een boerderij waar verslaafden definitief een streep onder hun woelige verleden willen zetten. Met de zorg voor dieren, noeste arbeid en de onvermijdelijke groepsgesprekken proberen ze terug te keren bij zichzelf.

Op het feest in het Amerikaanse heartland, West Viginia om precies te zijn, moeten ze wel uit de buurt van drank en drugs zien te blijven. Uiteindelijk laten Jeff, Rush, Adam en Ryan zich toch overhalen. Aan de arm van een plaatselijke vrouw zwieren ze, broodnuchter, over de dansvloer. Intussen verschijnt op hun gezicht een glimlach, die ze allang kwijt geraakt dachten te zijn.

De mannen zijn al enkele maanden clean als ze op het plattelandsfeest verzeild raken en werken gestaag aan zichzelf op de boerderij van Kevin Blankenship, die zelf een zoon heeft die ooit verslaafd was. Hun vertrek uit het veilige Jacob’s Ladder nadert. Ze hebben vertrouwen in de toekomst. Sobriety rocks my socks!, staat er ferm op de deur van één de slaapkamers.

Halverwege de indringende documentaire Recovery Boys (90 min.) van Elaine McMillion Sheldon, die eerder het voor een Oscar genomineerde Heroin(e) maakte, lijkt de toekomst de mannen eindelijk toe te lachen. Vergeten zijn het misbruik en de misère van hun jeugd en het eenzame gevecht met heroïne en coke. Ze lijken klaar voor de rest van hun leven. Maar de film is dan nauwelijks over de helft…

Over de Amerikaanse Opioid Crisis zijn in het afgelopen jaar al diverse documentaires gemaakt. McMillion Sheldons Heroin(e) focust zich bijvoorbeeld op de hulpverleners, terwijl Warning: This Drug May Kill You kijkt naar de verslaafden zelf, gewone mensen die door een wrede speling van het lot (vaak een ziekte of ongeluk) in de hoek zijn beland waar de klappen vallen.

En als je echt diep in de materie wilt duiken, de problematiek aan den lijve wilt ervaren als het ware, ga dan op zoek naar de geweldige vijfdelige documentaireserie The Trade van Matt Heineman (Cartel Land), een soort real life mash-up van Narcos en The Wire waarin alle aspecten van de drugsepidemie aan bod komen.

 

Eric Clapton: Life In 12 Bars

 

Nog voordat John Lennon verklaarde dat The Beatles toch echt groter waren dan Jezus en The Stones de Duivel probeerden aan te roepen, werd gitarist Eric Clapton hoogstpersoonlijk uitgeroepen tot opperwezen. De fameuze ‘Clapton Is God’-muurschildering, die in 1965 op een station in Londen verscheen, moet als een molensteen om zijn nek hebben gehangen. Want God werd – in tegenstelling tot die andere legendarische gitaarheld, Jimi Hendrix – gewoon oud. Als een doodnormale sterveling.

Hij is inmiddels in de zeventig, de rockgod van weleer. Sadder & wiser ook. In de geautoriseerde biografie Eric Clapton: Life In 12 Bars (133 min.) van confidant Lili Fini Zanuck, die door Het Uur Van De Wolf in twee delen wordt uitgezonden, wordt zijn glorieuze carrière, en het getormenteerde leven daarachter, afgepeld tot de kern: de moeizame relatie met zijn moeder, die hij tot z’n negende beschouwde als zijn oudere zus. Zij heeft nooit een serieuze poging ondernomen om een relatie op te bouwen met haar zoon. Die hechtingsproblematiek is hem een leven lang blijven achtervolgen.

Van daaruit legt Zanuck (of is het Clapton zelf?) met een weldaad aan archiefmateriaal en off screen-interviews met alle relevante passanten uit Claptons leven een direct verband met diens verdoemde liefde voor Pattie Boyd, de vrouw van boezemvriend en Beatles-gitarist George Harrison, en zijn afhankelijkheid van drugs en drank (die in 1976 tot deze pijnlijke rant over een Blank Engeland zou hebben geleid). Vanuit ongeluk zoop en snoof hij zich een ongeluk, naar de onvermijdelijke catharsis die je de hele film ziet aankomen.

En als Clapton eindelijk vrede met zichzelf en zijn leven lijkt te hebben gesloten, slaat het noodlot opnieuw toe. Het zal hem, in een tragische speling van het lot, zijn allergrootste hit opleveren: Tears In Heaven, tevens het emotionele hoogtepunt van deze krachtige film, die de afgelopen twintig jaar in het bestaan van deze maar al te menselijke man afdoet met enkele zoetsappige ‘eind goed al goed’-constateringen. En dat ‘Clapton is God’ zou trouwens wel eens een publiciteitsstunt kunnen zijn geweest, bekende hij onlangs in een interview. Of was die uitspraak opnieuw een poging om zichzelf tot menselijke proporties terug te brengen?

Faithfull

 

‘I sit and watch as tears go byyy-hyyy-hyy-hyyy.’ Dat catchy refrein, speciaal voor haar geschreven door Mick Jagger en Keith Richards, raakt ze nooit meer kwijt. Marianne Faithfull, de onwillige (?) hoofdpersoon van dit traditioneel opgezette en met veel fraai archiefmateriaal aangeklede portret, zingt ’t ruim een halve eeuw later nog steeds.

Van het bevallige en brave meisje, dat in 1964 werd gelanceerd door de gewiekste Rolling Stones-manager Andrew Loog Oldham, is echter weinig meer over. De tranen hebben een spoor door haar leven en gezicht trokken. De gemakkelijke verklaring daarvoor is Mick Jagger, de man aan wie ze eerst vol-le-dig verslingerd raakte en daarna he-le-maal kapot ging. Totdat ze als de eerste de beste junk op een hoek van de straat belandde.

Sister Morphine, het nummer dat zij schreef en dat The Stones bekend maakten, is echter niet autobiografisch, zo bezweert ze in het wat brave Faithfull (61 min.) van de Franse actrice/regisseuse Sandrine Bonnaire. Na Jagger raapte ze zichzelf bij elkaar en vervolgde haar pad als een vrouw van het leven, met zwaar doorrookte stem en meer dan genoeg levenservaring voor een interessant muzikaal oeuvre.

The Day I Met El Chapo

 

Ze speelt de rol van haar leven. Kate del Castillo droomde jarenlang van een doorbraak in Hollywood. De Mexicaanse soapactrice vond uiteindelijk een mecenas in Joaquín Guzmán Loera. Ofwel: de beruchte drugsbaas met zijn eigen televisieserie, El Chapo. Hij bezorgde haar de onbetwiste hoofdrol in de driedelige documentaire The Day I Met El Chapo (162 min.).

Sean Penn speelt daarin de bad guy. De Amerikaanse steracteur stuurde Del Castillo’s plannen om op El Chapo’s verzoek een speelfilm over zijn leven te maken helemaal in de war. Tijdens de eerste ontmoeting van het drietal bleek hij haar erin te hebben geluisd. Penn wilde helemaal geen film maken, hij wilde gewoon een interview met de meest gezochte crimineel van de wereld, die even daarvoor met veel bombarie uit de gevangenis was ontsnapt.

Guzmán Loera had haar persoonlijk uitgenodigd, vertelt Del Castillo in een van de vele zorgvuldig geënsceneerde en (melo)dramatische scènes van deze documentaire. El Chapo mag dan verdacht worden van betrokkenheid bij tientallen moorden. In zijn handgeschreven brief aan haar liet hij zien dat hij wel degelijk een ‘goei hartje’ heeft. Aldus een vereerde Kate, die drugshandel verder natuurlijk absoluut niet wil vergoelijken.

En zo rijgen de ‘spannende’ en ‘ontroerende’ momenten zich aaneen in deze uiterst zepige docu over de ontmoeting tussen de hedendaagse The Good (de onverschrokken femme fatale Kate del Castillo, tevens executive producer van deze film), The Bad (de Mexicaanse meesterbandiet met de Robin Hood-achtige allure en een zwak voor aantrekkelijke soapsterren) en The Ugly (dat miezerige Amerikaanse acteurtje met zijn gladde praatjes en ook al een zwak voor aantrekkelijke soapsterren, Sean Penn).

Penn verzet zich inmiddels met hand en tand tegen de rol die hem is toebedeeld in deze, op een welhaast perverse manier fascinerende film. Hij wordt neergezet als de man die de beruchte drugsbaas, die na zijn spectaculaire ontsnapping weer werd opgepakt, zou hebben verraden. Kate del Castello kan de kijker echter recht in de ogen kijken. Dat doet ze dan ook regelmatig.

Op basis van haar gedenkwaardige hoofdrol in The Day I Met El Chapo komt de actrice, die zich nog altijd niet te groot voelt voor een soaprol, bovendien beslist in aanmerking voor een Oscar.