Het Bloed Van Mijn Vader

BNNVARA / Tangerine Tree

Een belangrijk deel van wat Kimberley van haar biologische vader weet, weet ze uit het televisieprogramma Opsporing Verzocht. Op zaterdagochtend 25 januari 2014 is Kenneth Renaldo Richards dood aangetroffen in zijn Amsterdamse woning. De Surinaamse café-eigenaar, bijgenaamd ‘Flaco’, is om het leven gebracht. ‘Kenneth deed niet zomaar voor iedereen open’, stelt presentatrice Anniko van Santen. ‘Nee, hij was daar zelfs heel kritisch in’, beaamt politiewoordvoerder Ellie Lust. ‘Dat hij zo voorzichtig was, kan te maken hebben met het feit dat hij in 1996 ontvoerd is geweest vanwege een drugsgerelateerd conflict.’

Kenneths dochter Kimberley is zeventien als hij wordt vermoord. Ze kennen elkaar slechts beperkt. Ruim tien jaar later zoekt zij nog altijd naar antwoorden: wat is er destijds gebeurd en wie was haar vader eigenlijk? Ze reist naar Suriname en begint eens rond te bellen in de familie- en vriendenkring. ‘Wanneer iemand is overleden, kan jij die persoon niet meer zien’, houdt één van haar gesprekspartners Kimberley voor. ‘Maar vanuit de hemel ziet ie alles. Hij ziet ‘t.’ Ze herhaalt: ‘Hij ziet ‘t.’ Veel wijzer wordt z’n dochter verder niet. Mensen die haar vader hebben gekend laten het achterste van hun tong niet zien of willen hem niet in een kwaad daglicht stellen.

Een Surinaamse paragnoste kenschetst Kenneth dan weer als een levensgenieter. ‘Hij heeft bijna alles gedaan wat God verboden heeft’, zegt ze tegen Kimberley. ‘Ik hoop dat je dat weet.’ Daarmee moet de jonge vrouw ’t zo’n beetje doen. Kenneth Richards wil maar niet meer worden dan een schim uit het verleden. Terwijl zij in Het Bloed Van Mijn Vader (52 min.) de man die haar op de wereld heeft gezet probeert te vatten en ook stappen zet om officieel zijn dochter te worden, komt ook haar eigen achtergrond steeds duidelijker in beeld. Op het moment dat haar vader stierf, was Kimberley bijvoorbeeld zelf uit huis geplaatst. Ze werd beschouwd als een probleemjongere.

Hoewel ze in de praktijk niet veel verder komt, boekt Kimberley in haar hoofd wel degelijk vooruitgang. Regisseur Jorn Koning omlijst dit persoonlijke proces met sfeervolle sequenties die haar gemoedstoestand weerspiegelen en mythische dronebeelden van de Surinaamse jungle, waarin allerlei familiegeheimen verborgen lijken te zijn én blijven. Het is uiteindelijk aan Kimberley Richards zelf – de jonge vrouw die voorheen bekend stond als Kimberley van Friderici – om de man die achter haar herinneringen vandaan komt te omarmen. Ondanks – of juist door – dat haar vader was wie hij was.

Boom Box: Beats And Betrayal

HBO Max

Afhankelijk van het gekozen perspectief zie je in de Boom Box-muziekwinkel en opnamestudio in Noord-Londen een plek waar aspirant-rappers in 2009 door undercoveragenten zijn aangezet tot allerlei strafbare feiten óf een broeinest van criminaliteit, waar de Britse politie een aantal jeugdbendeleden op heterdaad heeft kunnen betrappen op de handel in drugs, gestolen spullen en wapens (de zogeheten ‘clickers’).

De vierdelige serie Boom Box: Beats And Betrayal (184 min.) start bij de lezing van de verdachten, zwarte tieners die zijn opgegroeid in de probleemwijk Edmonton. Bij Boom Box hopen ze via hiphop een uitweg te vinden uit een leven dat onvermijdelijk richting de verkeerde kant van de wet leidt. In de studio krijgen ze onder andere te maken met Fish, een larger than life-persoonlijkheid met zijn eigen agenda. Zijn lezing van wat er zich op die ‘toevallige’ ontmoetingsplek heeft afgespeeld staat doorgaans lijnrecht tegenover het verhaal van de anderen.

Om het geheugen van alle betrokkenen op te frissen heeft regisseur Toby Paton de belangrijkste gebeurtenissen, op basis van rechtbankdocumenten, verhoorverslagen en getuigenverklaringen, gereconstrueerd met acteurs. Bij deze scènes kijken en luisteren de echte personen mee. Zo nodig mogen zij de geportretteerde situatie ook corrigeren. Ter voorbereiding op en aan de hand van deze gedramatiseerde scènes gaan de hoofdpersonen bovendien in gesprek met de acteurs over wat er is gebeurd en hoe dit met de kennis van nu moet worden geduid.

Met deze ingenieuze vorm, eerder bijvoorbeeld ook al toegepast in de superieure miniserie L’Affaire D’Outreau (2023), laat Paton zien dat er niet zoiets als één waarheid bestaat. Achter de naakte feiten van Operation Peyzac – 26 ingenomen wapens, 37 arrestaties en meer dan vierhonderd jaar gevangenisstraf – gaan persoonlijke verhalen schuil. Van mensen, elk met hun eigen verhaal, die elkaar op een willekeurig punt in hun leven tegenkomen in een Londense muziekstudio. De gebeurtenissen daar zullen hun verdere levensloop bepalen.

Boom Box: Beats And Betrayal doet intussen ook denken aan de fameuze dramaserie The Wire. Die begon bij een relatief eenvoudig kat- en muisspel tussen de politie en jeugdige criminelen en zoomde daarna elk seizoen nét iets verder uit. Een relatief eenduidige kwestie werd zo ingebed in de wereld waarvan die het product was. Toby Paton maakt met deze ferme true crime-serie hetzelfde punt: we zijn stuk voor stuk een optelsom van onze genen en achtergrond. Die beperkt onze speelruimte – al blijven we zelf verantwoordelijk voor welk spel we spelen.

Tot die slotsom komen ook de Boom Boxers.

Irvine Welsh: Reality Is Not Enough

Kaleidoscope

Hoe rijk z’n loopbaan inmiddels ook is – als schrijver, deejay en scenarist – zijn naam blijft altijd verbonden aan dat ene boek en de film die daarvan werd gemaakt: Trainspotting. En hij, Irvine Welsh, wordt geacht om zich te gedragen als het personage dat hij destijds in het leven heeft geroepen: de onverbeterlijke drugsgebruiker Mark Renton, vereeuwigd door acteur Ewan McGregor.

Je bent afgekickt van de heroïne, start de Ierse host van de podcast The Michael Anthony Show bijvoorbeeld een interview met de Schotse auteur. ‘Ben je nu gelukkig?’ Voordat Welsh, die inmiddels ook bestsellers als Acid House, Ecstacy en Filth op zijn naam heeft staan, kan antwoorden, volgt alweer een vraag: heb je je ooit geschaamd toen je een junkie was?

Binnen enkele minuten jast Anthony er vervolgens al zijn drugsvragen doorheen: ben je ooit in therapie geweest? Hoe reageerden je ouders toen je aan de heroïne zat? Reageerden ze net als de ouders van Renton? Hoe lekker is heroïne? Was jij degene in de groep die anderen aan de heroïne bracht? Irvine Welsh laat het over zich heen komen. Hij is en blijft Mr. Trainspotting.

Da’s overigens niet geheel onterecht. De schrijver uit Edinburgh heeft inmiddels een hele serie boeken rond dezelfde groep personages afgeleverd. En voor Irvine Welsh: Reality Is Not Enough (88 min.) geeft hij zich bij Field Trip Toronto over aan een sessie met psychedelica. Die wordt door documentairemaker Paul Sng vervolgens gebruikt als ‘a trip down memory lane’.

Van daaruit belicht hij Welsh’s leven en werk, die nog altijd onlosmakelijk met elkaar verbonden lijken te zijn. En dat geheel, van snedig commentaar voorzien door de schrijver zelf, is weer doorsneden met scènes uit verfilmingen van ’s mans boeken en passages uit zijn romans, die zijn ingelezen door onder anderen Liam Neeson, Stephen Graham en Nick Cave.

Jij kiest het materiaal niet, beweert Irvine Welsh’s intussen stellig in dit aardige schrijversportret. Het materiaal kiest jou. ‘Dus als ik racistische, seksistische, gewelddadige of psychopathische personages tot me krijg, dan is dat maar zo. Ik ga me niet voordoen als een verheven schrijver die de personages in zijn boek goed- of afkeurt.’ Waarvan akte.

Snoepjes

Canal+

Jack ‘Den Regelaar’ heeft, zoals ze dat in Brabant zeggen, ‘unne verrekeskop’. Niet dat de man zo’n dikke kop heeft – althans, niet dat we weten. De ‘XTC Kingpin’ heeft letterlijk een varkenskop op, zodat zijn anonimiteit is gewaarborgd. Vermoedelijk weten insiders uit het Brabantse criminele milieu desondanks direct wie hij is, want hij behoort tot de (voormalige) kopstukken van de lokale drugscriminaliteit. Die opereerde overigens bepaald niet alleen in de regio. Ooit was Jack goed voor zo’n miljoen pillen per week.

Zijn vakbroeder, Aad ‘De Kluiskraker’, ook al met ‘zonne verrekeskop’ op, was lid van de beruchte West-Brabantse York-bende, draaide eerst zijn hand niet om voor een bankoverval en zette daarna echt wereldwijd pillen af. En die werden gefabriceerd op het platteland, in pak ‘m beet paardenmaneges of struisvogelbedrijven of – vandaar die kop – varkensstallen. Want er was altijd wel een boer te vinden die een centje wilde bijverdienen – of die zich gedwongen voelde om ‘an offer you can’t refuse’ te accepteren.

In de vierdelige docuserie Snoepjes (176 min.), die kan worden beschouwd als de missing link tussen Amsterdam Narcos, De IRT Affaire, De Godfather Van Oss en Over Grenzen, laat Bart van den Aardweg leden van de Brabantse maffia leeglopen over hun ervaringen in de designer drugsbusiness, waar kerels met bijnamen zoals ‘De Man Op De Berg’, ‘De Zigeunerkoning’ en ‘De Commissionaris’ de toon zetten en een sleutelrol is weggelegd voor ‘De Gekke Professor’, chemicus Robert Hollemans.

Hun herinneringen zijn door Van den Aardweg omlijst met fraaie archiefbeelden en gereconstrueerde scènes en worden verder van kleur voorzien door hardcore-DJ Dano, feestorganisator Ilja Reiman, Roxy-portier Remco Doorn en Bhagwan-volgeling en XTC-therapeut Peter den Haring. De misdaadjournalisten Hessel de Ree en Jens Olde Kater, oud-officieren van justitie Monique Klinkenbijl en Cees Spierenburg en ex-minister van Justitie Winnie Sorgdrager zorgen voor context en tegenwicht.

Die is broodnodig. Anders waren de varkenskoppen en al die andere pillenboeren wellicht overgekomen als relatief onschuldige geinponems. Deze smeuïge miniserie maakt er echter geen geheim van: de Brabantse drugscriminaliteit mocht dan provinciaals overkomen, het was wel degelijk een internationaal vertakte business, die gepaard ging met geweld, ripdeals en liquidaties. En ter plaatse, in het beruchte dorp Sint Willebrord bijvoorbeeld, werd daarover zorgvuldig gezwegen. Omerta, juist.

Snoepjes toont nog maar eens ondubbelzinnig aan: Nederland – lees Brabant – deed (en doet) dienst als een internationaal zenuwcentrum voor de productie van en handel in synthetische drugs.

Studio One Forever

Kanopy

Héél Hollywood kwam er in de jaren zeventig: Liza Minnelli, Rock Hudson, Betty Davis, Cary Grant, Gregory Peck, Diana Ross, Kirk Douglas, Burt Reynolds…. In Studio One Forever (96 min.) lijken de oud-medewerkers en -bezoekers van de gayclub in Los Angeles de namen van alle bekende bezoekers, die ze zich nog kunnen herinneren van die wilde tijden, te willen droppen. Totdat het de kijker bijna begint te duizelen…

Homo-emancipatie was destijds bepaald nog niet vanzelfsprekend. Studio One, een voormalige filmstudio in West Hollywood, speelde een sleutelrol in het ontwikkelen van een eigen cultuur voor de Amerikaanse LHBTIQ+-gemeenschap, daarover zijn alle betrokkenen het een halve eeuw later wel eens. En op de dansvloer werd meteen de basis gelegd voor de dominante muziekstroming van de jaren zeventig: disco.

Van de New Yorkse tegenhanger Studio 54, die eerst de kunst kwamen afkijken en daarna ook maar een jaar of drie open waren, moeten ze in elk geval nog altijd weinig hebben. Studio One, met al z’n onweerstaanbare ‘menergy’, was écht veel puurder, bracht bovendien eigen queerhelden zoals SylvesterDivine en Wayland Flowers and Madame voort en had dus ook nog eens aanzienlijk meer Ausdauer dan 54.

Zoals één van de insiders ’t geheel in stijl verwoordt: New York mocht dan de Stonewall-opstand hebben en San Francisco de moord op het homoseksuele gemeenteraadslid Harvey Milk, maar wij in Los Angeles hadden de enige echte Studio One. Van de mannen die met ontbloot en bezweet bovenlijf op foto’s en film uit die tijd staan is alleen een groot deel niet meer in leven. Drugsverslavingen en – vooral – AIDS eisten hun tol.

Ook die keerzijden van de medaille komen natuurlijk uitgebreid aan de orde in deze vlotte film van Marc Saltarelli, waarin oude tijden herleven en, in het kader van het behoud van cultureel erfgoed, ook het pand van Studio One nog van de ondergang moet worden gered.

F*ck Drugs

Tangerine Tree / BNNVARA

Nadat hij in Samen Vreemdgaan? (2024) enkele leden van de swingersgemeenschap heeft geportretteerd, volgt Jesse Bleekemolen in F*ck Drugs (60 min.) nu drie Nederlandse queers die zich regelmatig overgeven aan ‘chemsex’: (groep)seks onder invloed van drugs.

Het procedé is eigenlijk vergelijkbaar met zijn eerdere film: hij portretteert enkele hoofdpersonen in hun thuisomgeving, nodigt hen dan uit om openlijk te spreken over hun (seks)leven en volgt hen daarna naar de plekken waar zij zich volledig kunnen overgeven aan hun lustgevoelens. Zo maakt hij een subcultuur toegankelijk, die doorgaans alleen binnen de eigen ‘safe space’ z’n ware gezicht toont. Een broeierige wereld die door Bleekemolen bovendien is vervat in enkele gestileerde erotische sequenties.

Anthony (35) heeft één keer per week seks, vertelt hij lachend in de openingsscène van de film: ‘Het hele weekend!’ In de voorbije tien jaar heeft hij volgens eigen zeggen zo’n 376 feesten bezocht. Davo (22) gaat nu ongeveer tweeëneenhalf jaar naar chemsex-feesten. Hij kan er zijn wildste fantasieën uitleven en heeft volgens eigen zeggen verder geen behoefte aan een romantische relatie. Voor Erik (61) komen de feesten tegemoet aan zijn avontuurlijke inborst en zijn behoefte aan autonomie.

Met een shotje GHB, ketamine en/of een lijntje (of spuit) 3-MMC verdwijnen alle belemmeringen en kunnen ze helemaal los. Vanachter de extase komt echter ook een andere wereld tevoorschijn: van soms haperende zelfacceptatie, onbegrip vanuit de directe omgeving, heteronormativiteit en angst voor echte intimiteit. ‘In mij zit een afschuwelijke ijsvlakte die maar niet ontdooit en die ik zelf dus ook in stand houd’, constateert Erik, die ook thuis 3-MMC is gaan injecteren. Hij zorgt er zo voor dat ook Bleekemolen, achter de camera, even heel kwetsbaar wordt.

Net als eerder Samen Vreemdgaan? wordt F*ck Drugs daarmee een film over de mens achter de seks. Kwetsbaar en behoeftig, op zoek naar lust en bevestiging. Zoals we dat waarschijnlijk allemaal zijn, ieder op z’n eigen manier.

Lost Women Of Alaska

HBO Max

Alaska is een speeltuin voor moordenaars, stelt Amber Morrison-Waters. Zij werpt zich op als woordvoerder van de daklozen in de uitgestrekte Amerikaanse staat. Vrouwen kunnen er zomaar verdwijnen. In 2019 raakte haar vriendin Cassandra Boskofsky bijvoorbeeld vermist. Amber kent nóg twee vrouwen uit Anchorage, de grootste stad van ‘The Last Frontier’, die van de aardbodem zijn verdwenen: Kathleen Jo Henry en Veronica Abouchuk. En niemand lijkt zich druk te maken over deze kwetsbare vrouwen, die aan de rafelranden van de samenleving bivakkeren.

‘Dochters, zussen, moeders, vriendinnen’, probeert de Afro-Amerikaanse actrice Octavia Spencer, de verteller van deze driedelige true crime-serie van regisseur Sara Kandasamy, hen te duiden. ‘Elke ontvoerde vrouw heeft een verhaal.’ Bij de Lost Women Of Alaska (132 min.) gaat ‘t om native Americans, inheemse vrouwen. Teruggeworpen op zichzelf zijn zij ten prooi gevallen aan verslaving, nemen ze hun toevlucht tot prostitutie en raken onderweg ook nog dakloos. Ideale prooien voor een totaal verknipte man, die als een beest tekeer gaat en tegelijk continu in controle lijkt.

Zoiets zou Jeffrey Dahmer doen, vertelt Valerie Casler, een dakloze sekswerker die op de telefoon van een klant beelden uit een kamer in het Marriott Hotel te Anchorage vindt. Die tarten elke verbeelding. De man levert zelf commentaar bij zijn horrordaden, die door Kandasamy buiten beeld worden gehouden. ‘Helaas is het in mijn films zo’, zegt hij tegen zijn slachtoffer, ‘dat iedereen doodgaat.’ Casler kopieert de beelden en levert ze af bij de politie. Ook de dienstdoende rechercheur kan zijn ogen nauwelijks geloven. ‘Voor al m’n fans’, zegt de onbekende moordenaar uiterst kil. ‘Laat een like achter.’

Deze ‘snuff movie’ brengt uiteindelijk een verdachte in beeld, ene Brian Steven Smith. Alicia Youngblood, een vrouw met wie hij een buitenechtelijke relatie had, is al eens met een melding over hem bij de politie geweest. Tegelijk blijft zijn echtgenote Stephanie Bissland pal achter hem staan. ‘Hij is mijn eten dat is aangebrand’, zegt zij cryptisch. ‘Maar het is nog steeds van mij. Ik moet het opeten.’ Is dit dan de sadistische killer? In de slotaflevering van deze schrijnende miniserie wordt die vraag beantwoord. Ook door hemzelf, in gesprek met een vertegenwoordigster van lokale sekswerkers.

Intussen zijn nog altijd niet alle verloren vrouwen van Alaska gevonden. Door een tragische speling van het lot zijn ze in de beeldvorming bij elkaar gaan horen, als slachtoffers van één enkele killer.

Sins Of My Father

HBO

Sebastian Marroquin was pas zestien toen zijn vader in december 1993 werd gedood in de stad waarin hij zo lang had geheerst, Medellin. De zoon van de beruchte Colombiaanse drugsbaron Pablo Escobar hoorde het nieuws van een verslaggeefster. ‘Hallo, wilt u ons aub niet storen?’ nam Sebastian toen de telefoon op. ‘We kijken net naar de televisie en denken dat het nieuws over mijn vader niet klopt.’

Zij hielp hem direct uit de droom, die net zo goed een nachtmerrie kon worden genoemd. ‘De politie heeft het nieuws zojuist bevestigd. Hij was in het winkelcentrum Obelisco in Medellin.’ Heel even klonk Sebastian daarna als de zoon van zijn vader. ‘Ik ga alle klootzakken die hem vermoord hebben zelf doden.’ Al snel volgde de bezinning. Samen met zijn moeder Maria Isabel Santos en zus vluchtte hij vervolgens naar Argentinië.

Daar zoekt regisseur Nicolas Entel hem vijftien jaar later op voor Sins Of My Father (88 min.). ‘Mensen kunnen ons niet verbieden om van mijn vader te houden’, zegt Sebastian dan. ‘Het heeft geen zin om te ontkennen dat we een liefdevolle relatie hadden. Een gewone familierelatie.’ Voor hem was de alom gevreesde Pablo Escobar de man die een verhaaltje voorlas. Of de zanger die, niet al te toonvast, La Donna È Mobile galmde.

Toch heeft Juan Pablo Escobar, zoals de echte naam luidt van Sebastian Marroquin, zich wel degelijk te verhouden tot het criminele verleden van zijn liefdevolle vader. Die tekende bijvoorbeeld voor twee schokkende politieke moorden, op minister van justitie Rodrigo Lara Bonilla in 1984 en op presidentskandidaat Luis Carlos Galán, vijf jaar later. Zijn zoon zoekt nu contact met hun kinderen, om hen om vergiffenis te vragen.

‘Toen mijn vader overleed, was ik acht jaar oud’, vertelt Lara Bonilla’s zoon Rodrigo. ‘Ik herinner me hoe ik muziek luisterde en dan fantaseerde over hoe ik een wapen in mijn hand had en zijn dood zou wreken.’ Ook hij moet in deze bespiegelende film over z’n eigen schaduw stappen. Want mag een zoon gestraft worden voor de zonden van zijn vader? En verdient Sebastian niet gewoon de erkenning dat ook hij een slachtoffer is?

Entel tast dit terrein, in het kielzog van zijn bedachtzame hoofdpersoon, voorzichtig af in deze bezonken film, die de schurkenmythe rond Pablo Escobar terugbrengt tot menselijke proporties en die zich vervolgens ontwikkelt tot een overtuigend pleidooi voor vergeving en verzoening.

Murder In Glitter Ball City

HBO Max

Met enige goede wil kan de tragische vondst in het Victoriaanse huis van Jeffrey Mundt en Joey Banis in juni 2010 worden beschouwd als een verrijking van de plaatselijke folklore. De oude stadswijk Old Louisville, waar volgens Jan en alleman regelmatig geesten worden waargenomen, kan nog wel een ‘moordhuis’ gebruiken.

De plaatselijke schrijver David Dominé vertelt er graag over tijdens de rondleidingen die hij verzorgt door de grootste stad van Kentucky. Hij heeft eerder ook al een boek gewijd aan het lijk dat is aangetroffen op 1435 South 4th Street, de woning van het homoseksuele koppel: A Dark Room In Glitter Ball City. In het souterrain van Mundt en Banis blijkt al zo’n zes maanden het levenloze lichaam van Jamie Carroll verstopt te liggen. Door wie de ‘drag queen’ om het leven is gebracht, blijft echter ongewis. Daarover gaan héél verschillende verhalen de ronde.

Fenton Bailey en Randy Barbato beginnen hun tweedelige documentaire over deze moord eveneens bij Dominé, die de nare geschiedenis ook als verteller lekker opleukt en tevens de nodige ‘coureur locale’ toevoegt. De filmmakers borduren daarop lustig verder en laten kleurrijke inwoners van Old Louisville voorlezen uit zijn boek. Murder In Glitter Ball City (149 min.) begint daardoor bedrieglijk luchtig – al zit er vóór de rondgang langs al die paradijsvogels nog wel een intrigerende bekentenisvideo. Die zal een doorslaggevende rol spelen in de afwikkeling van de moord.

Deze video keert regelmatig, steeds op een nét iets andere manier, terug in de film én in de rechtszaal, waar de zaak definitief dient te worden beslecht. Daarvoor moet eerst de relatie tussen de ‘bad boy’ Joey en de braverik Jeffrey helemaal worden uitgevlooid. De punker met de hanenkam, tattoos en het strafblad versus een IT’er, die jarenlang aan de universiteit werkt en nu een bed & breakfast wil starten. Op het eerste gezicht ligt voor de hand wie Carroll naar de andere wereld heeft geholpen, maar een nadere blik op de kinky relatie van de twee zorgt toch voor twijfel.

Van een zwierige rondgang langs de bonte gemeenschap van Old Louisville is Murder In Glitter Ball City dan allang getransformeerd in een klassieke true crime-vertelling rond de vraag der vragen in misdaadverhalen: whodunnit?

I’m Chevy Chase And You’re Not

CNN

‘Ik probeer je gewoon te begrijpen’, zegt documentairemaakster Marina Zenovich tegen de protagonist van haar nieuwste film. ‘Dat meen je niet!’ reageert Chevy Chase sarcastisch. ‘Dat wordt dan niet gemakkelijk voor je.’ Zij vraagt door: ‘Waarom niet?’ Hij reageert rücksichtslos. ‘Daar ben je niet slim genoeg voor. Wat vind je daarvan?’

De documentaire I’m Chevy Chase And You’re Not (98 min.) is nauwelijks begonnen. En de Amerikaanse komiek heeft zijn reputatie van onverbeterlijke hork alweer eer aangedaan. Chase legt uit: ‘Ik ben complex en diep en kan gemakkelijk pijn worden gedaan. Op mensen die me proberen te doorgronden, reageer ik dus direct. Dan houd ik mijn schild omhoog. Ik laat me liever niet uitpluizen.’

Aan Zenovich, die eerder portretten maakte van Chase’s vakbroeders Richard Pryor en Robin Williams, de schone taak om die klus tóch te klaren. Ze gaat daarvoor te rade bij mensen die met hem werkten, zoals Martin Short, Goldie Hawn en Dan Aykroyd, maar haalt ook zijn broer Ned Chase, halfbroer John Cederquist, (derde) vrouw Jayni en dochters Cydney, Emily en Caley voor de camera.

Zij laten zijn gehele leven de revue passeren: Chase’s rol als blikvanger in de beginperiode van Saturday Night Live, het navolgende succes in Hollywood, z’n hardnekkige cocaïneverslaving, volledig mislukte talkshow, depressies, drankprobleem en rol als ‘pain in the ass’ bij de serie Community. Een man met zowel een aardedonkere als een liefdevolle kant, laverend tussen grappig en gemeen.

Tussendoor handelt Chevy Chase met z’n personal assistant/vriend Pat de wekelijkse fanmail af, koopt hij een bloemetje voor Jayni of speelt hij een potje schaak in het café. Daarbij kan hij grappig uit de hoek komen. Ook, of júist, als Marina Zenovich ’t hem even moeilijk maakt. Want dat wordt gedurende deze vermakelijke docu steeds duidelijker: humor is voor Chase ook een afweermechanisme.

Achter het lompe, klunzige en dolkomische personage, zowel op als naast het scherm, zit een beschadigde man – lees: een beschadigd kind – verscholen, die zich met allerlei fratsen uit lastige situaties probeert te redden en het leven meester wil blijven. Dat lijkt op z’n ouwe dag behoorlijk te lukken. En zoals ’t een Amerikaanse film betaamt, krijgt dit portret van een komiek op leeftijd dus een lekker Hollywood-eind.

Waarna de aftiteling begint en die ene Paul Simon-videoclip, waarin hij de absolute hoofdrol claimde, natuurlijk nog op het scherm verschijnt.

Zwangere Guy: Dansen Op De Vulkaan

Nozem Films / BNNVARA / VRT

Hoe lang mag je boos blijven en kan die woede als brandstof blijven fungeren voor je leven en carrière? Als hij in 2022 de tournee na zijn eerste albums Wie Is Guy? en Brutaal heeft afgerond, staat de Belgische rapper Zwangere Guy, alias Gorik van Oudheusden, op een keerpunt: kan hij de boosheid richting zijn moeder, die hem met een nieuwe relatie in zijn tienerjaren noopte om vroegtijdig het huis te verlaten, als dertiger loslaten en zichzelf hernieuwen?

Zijn lichaam zegt in elk geval stop. Gesloopt door drank en drugs. ‘Het is heel confronterend geweest om te zien hoe hard bepaalde substanties deel uitmaakten van mijn leven, om mijn kunst te kunnen maken’, zegt de rapper in het persoonlijke portret Zwangere Guy: Dansen Op De Vulkaan (59 min.), waarvoor Leon Veenendaal en Matthijs van Camerijk hem in de navolgende jaren van heel dichtbij hebben gevolgd. Gorik wil zijn destructieve ik achter zich laten.

‘Zelfs ik moet groter zijn dan mijn probleem’, constateert hij sans gêne – hoe tof anderen die kwaaie Guy ook vinden. De transformatie gaat, getuige deze geladen film, alleen niet vanzelf. Tijdens therapiesessies, in de opnamestudio en op reis in Costa Rica werkt Van Oudheusden gedurig aan zichzelf en lijkt ie ook vooral bezig met zichzelf. Intussen werkt hij aan de muziek, die een plek dient te krijgen op z’n nieuwe langspeler Dit Is Guy, het logische eindstation van deze film.

En daarop moet ook Gorik Pt. 1, het razende schotschrift van een beschadigd jongetje aan zijn moeder dat was te vinden op z’n debuutalbum, een vervolg krijgen, dat past bij de levensfase en -instelling van de nieuwe ZG, de échte ZG. ‘Hey dag liefste mama, hoe gaat het ermee?’, begint Guy, als hij de juiste woorden heeft gevonden. ‘Ik ben zo vaak herbegonnen aan die Gorik Pt. 2 / Zat vast achter een muur, met de kleine ZG / Maar na 100 keer vallen, komt de 101.’

Veenendaal en Van Camerijk tekenen dit verlate coming of age-verhaal, over een dertiger die erg op zichzelf betrokken is en eindelijk volwassen moet/wil worden, sfeervol op en laat ook zien hoe fragiel de ontwikkeling die Gorik doormaakt is. Zo nu en dan lonkt nog wel degelijk de roes, om de pijn van het zijn weer even te verdoven. De verantwoordelijkheden die zijn nieuwe bestaan met zich meebrengen nopen hem echter om fit te worden, ook mentaal, en dit ook te blijven.

En dan kan de geheel vernieuwde Zwangere Guy, ‘met een krop in de keel’ bij de gedachte aan al wat hij heeft overwonnen, weer het podium op. Met een heldere boodschap: dit is, tot nader order in elk geval, Guy. Aangenaam.

New Wave: De Reünie

Videoland

Uiteindelijk worden het gewoon weer jongens. Jorik die bij Ronnie bleef pitten. En Ronnies moeder Eunice, die zelf gewoon een reguliere baan had, zag dan ’s ochtends aan de schoenen wel wie er was blijven slapen. Het zou ook Julien kunnen zijn. Ze kenden elkaar allemaal van school en maakten samen muziek. Nederlandstalige hiphop, om precies te zijn. En al snel kwam daar ook deejay Monica nog bij, op wie Yorik helemaal verkikkerd raakte.

Later leerde de rest van Nederland hen kennen als Lil’ Kleine, Ronnie Flex en Jack $hirak. En samen met onder anderen Frenna, Jonna Fraser en Lijpe zouden ze het hiphopcollectief New Wave vormen. In 2015 gingen ze daarmee, op initiatief van het toonaangevende platenlabel Top Notch, op schrijverskamp op het Waddeneiland Schiermonnikoog. Ze maakten daar een baanbrekend album, met de kneiterhit Drank & Drugs, dat begin 2016 werd beloond met de prestigieuze Popprijs en inmiddels wordt beschouwd als een ijkpunt in de Nederlandse hiphophistorie.

Tien jaar later zijn die jongens, die destijds met één been in het artiestenleven stonden en met het andere nog ferm op straat, allang mannen geworden, met een eigen huis, dikke auto en enkele kinderen. Dan heeft een comeback, via een serie uitverkochte optredens in de Ziggo Dome, zo z’n voordelen. Voor New Wave: De Reünie (81 min.) moeten er echter nog wel enkele hordes worden gekomen: Lijpe bivakkeert tegenwoordig bijvoorbeeld vooral in Dubai. En Ronnie Flex is in de voorbije jaren in een publieke rel verzeild geraakt met Top Notch-honcho Kees de Koning.

Deze aardige tweedelige docu van Jonas Beck werkt toe naar die reünie en brengt intussen via interviews met de belangrijkste spelers in en rond New Wave en fraaie backstage-beelden van Schiermonnikoog en de periode daarna de korte geschiedenis van de hiphopsupergroep in beeld. Een steeds terugkerende term daarbij is: geld. Dat zorgt aanvankelijk voor euforie, levert daarna continu problemen op (die ook de comeback naar verluidt heeft bemoeilijkt – of op z’n minst enkele jaren vertraagd) en faciliteert vanzelfsprekend uiteindelijk ook weer die reünie.

Dogs Of War

BBC

Hoewel internationale wetten het inzetten van huurlingen bij gewapende conflicten verbieden, zijn er wereldwijd naar schatting zo’n 100.000 buitenlandse beroepssoldaten actief. ‘Oorlog is verslavend’, vertelt de Britse huursoldaat David Tomkins, die zo’n veertig jaar (mee)vocht en voor wapens zorgde in landen als Somalië, Koeweit, Afghanistan, Sierra Leone en Colombia in Dogs Of War (87 min.). ‘Chaos is verslavend. Het is net een drug. En ik vond het geweldig!’

Zijn carrière als huurling kreeg halverwege de jaren zeventig een pikstart in Angola. Toen er een burgeroorlog uitbrak in het Afrikaanse land, bleek er behoefte aan een explosievenexpert. En Dave had net naam gemaakt in Londen als bankrover. Met zelfgemaakte nitroglycerine bracht hij kluizen tot ontploffing. Zo’n man konden ze goed gebruiken. ‘Ik schaam me diep voor een aantal dingen die in Angola zijn gebeurd’, stelt David een halve eeuw later. ‘Die zouden nooit mogen gebeuren, in welke oorlog dan ook.’

Angola mocht dan een voorbeeld zijn van hoe ’t niet moest. Tomkins had de smaak wel degelijk te pakken gekregen. Volgende missie: het omleggen van president Étienne Eyadéma van Togo. Rationalisatie: de man had zelf zijn voorganger laten liquideren. Oog om oog, tand om tand. Opblazen, die kerel! Zover zou ’t echter nooit komen. Uiteindelijk ging Dave zelfs nog op bezoek bij Eyadéma, vertelt hij in deze boeiende film van David Whitney, waarin ie het verhaal van zijn loopbaan in de oorlogs- en wapenbusiness doet.

Van de revenuen daarvan kon hij zijn gezin prima onderhouden, stelt Tomkins. Er stond zowaar een Rolls Royce in de garage. Intussen viel en valt hij zichzelf niet lastig met ethische vragen. ‘I can’t be sorry for everybody in the world’, legt hij uit. ‘The world is what it is.’ Hij was nu eenmaal ‘proud to be a criminal’. Zo doet de gepensioneerde huurling elke kwestie af met een straffe oneliner. Over de jaren negentig, toen de halve wereld in brand stond, zegt ie bijvoorbeeld: ‘A bad time for the world, but good for me.’

David Whitney verbeeldt ‘s mans herinneringen met enigszins kluchtige reconstructies en kadert ze verder in met quotes van direct betrokkenen, deskundigen en de huurlingen Alex Lennox, Dean Shelley en Peter McAleese (die samen met Tomkins ook al was te zien in Killing Escobar, Whitneys reconstructie van hun mislukte moordaanslag op de Colombiaanse drugscrimineel). Samen schetsen zij letterlijk een gewetenloze business, waarin het eigen gewin voorop staat en de rest een zorg is voor anderen of voor later.

Als ík ‘t niet zou doen, zegt David Tomkins bijna letterlijk, dan zou een ander ’t doen. En wanneer David Whitney maar blijft doorvragen naar zijn gevoelens over z’n roemruchte verleden, schiet dat bij hem in het verkeerde keelgat. Hij heeft helemaal geen berouw. ‘I wouldn’t swap one day of my fucking life for you or anybody else’, bijt hij de filmmaker toe. ‘I live for me and my family only. That’s the end of the story… Done!’

Broken English

Paradiso Films

The Ministry Of Not Forgetting, belast met het bewaren van cultureel erfgoed, heeft zich nu over de casus Marianne Faithfull gebogen. Een typisch geval van: verkeerd herinnerd. Als ex van Rolling Stones-zanger Mick Jagger, op de eerste plaats. En daarna: als hopeloze junk, ruim twintig jaar verslaafd aan alle mogelijke drank en drugs.

Daar wil het Ministerie van Niet-Vergeten, waar deze hybride film is gesitueerd, dus subiet verandering inbrengen. In een futuristisch ogend researchcentrum gaat de onderzoeker van dienst, een rol van de jonge Britse acteur George McKay (1917), het subject nog eens grondig doorlichten. Daarvoor heeft hij Faithfull zelf ook uitgenodigd, om samen met haar de opgediepte bewijsstukken – archiefinterviews, nieuwsbeelden en concertopnamen – te analyseren.

Toegegeven: de opzet van Broken English (99 min.) doet in eerste instantie gekunsteld aan. De regisseurs Iain Forsyth en Jane Pollard, die eerder samen bijvoorbeeld ook de geweldige Nick Cave-docu 20.000 Days On Earth (2014) maakten, hebben wel heel veel beeld- en verteltrucs, inclusief een onderzoeksleider die toch wel erg veel wegheeft van Tilda Swinton, uit hun mouw geschud om de gebruikelijke plaatje-praatje muziekdocu te vermijden. Het werkt alleen wel. Geweldig zelfs. Deze film kantelt het beeld van de hoofdpersoon en ontstijgt haar tegelijk ook.

Met de misogynie waarmee Marianne Faithfull, tijdens het maken van de film overleden, in haar leven stelselmatig te maken kreeg bijvoorbeeld. De continue vragen in talkshows over met welke bekendheid ze nu weer het bed had gedeeld. Of de volledig overtrokken reactie van alles en iedereen op haar ‘drugslied’ Sister Morphine, dat in 1969 direct in de ban werd gedaan. Toen The Stones het nummer twee jaar later op hun album Sticky Fingers zetten, kraaide er echter geen haan meer naar.

Aan Mick maakt de dame in kwestie weinig woorden vuil. Hij komt natuurlijk wel langs in het archiefmateriaal dat wordt bekeken en beoordeeld. En, natuurlijk, in oude interviews met Marianne Faithfull zelf. ‘Stel je voor dat je op je 45e nog Satisfaction moet zingen’, zegt een eerdere incarnatie van haar. ‘Arme donder’, voegt ze er in tegenwoordige tijd aan toe. Faithfull maakt, in die laatste levensfase, een even kwetsbare als montere indruk. Een vrouw die vrede heeft gesloten met het leven. Háár leven.

Forsyth en Pollard geven ook haar beste songs een nieuw leven. Omdat hun heldin tegenwoordig een artiest in ruste is, afhankelijk van zuurstoftoevoer, laten ze onder andere Beth Orton, Suki Waterhouse, Courtney Love en Nick Cave, in de rug gedekt door Warren Ellis, Ben Christophers, Ed Harcourt en Thurston Moore, enkele van haar songs uitvoeren op het Ministerie. En uiteindelijk geeft de grande dame zelf natuurlijk ook nog een allerlaatste performance. Met Johnny Cash-achtige allure.

Haar werk is niet gestold geraakt in de tijd, maar nog net zo vitaal als ooit. Wanneer het onvermijdelijke nieuws komt – Tilda Swintons woorden ‘Onze onbevreesde vriendin is weg. Weg, maar niet vergeten.’ galmen nog wel even na – zijn de keuzes in en uitvoering van misschien wel de beste muziekfilm van het jaar bovendien op een geloofwaardige manier verklaard en lijkt alles ook wel gezegd, gezien en bezongen. Marianne Faithfull gaat ‘gracefullly’ de herinnering in. Als artiest, als icoon en als mens.

Sean Combs: The Reckoning

Netflix

Achter de schermen moet er iemand vuil spel gespeeld hebben. Omdat het doel de middelen blijkbaar rechtvaardigt – of omdat er genoeg geld op tafel is gekomen. Hoe dan ook: de beelden die Sean ‘Puff Daddy / P. Diddy’ Combs in september 2024 achter de schermen laat maken door een cameraman, als hij in New York zijn alsmaar benardere positie probeert te managen, zijn gelekt naar de makers van deze vierdelige serie. Tot woede van de megalomane entertainer en businessman zelf, die volgens mensen uit zijn omgeving een ‘God-complex’ heeft.

Want laat Sean Combs: The Reckoning (242 min.) nu net door Curtis James Jackson III, ofwel zijn aartsrivaal 50 Cent, zijn geproduceerd. Dat moet dus wel een lynchpartij worden volgens Team Diddy. Daarover later meer. Want ook dit verhaal begint bij het begin: Combs’ jeugd in Harlem, ’s mans opmars als hitproducent bij Uptown Records, de heldenstatus die hij verwerft met z’n eigen Bad Boy Entertainment en tenslotte de geruchtmakende oorlog tussen hiphoppers van de West- en de Oostkust, die halverwege de jaren negentig achtereenvolgens de rappers Tupac Shakur en The Notorious B.I.G. het leven kost en die hier nog eens dunnetjes wordt overgedaan.

Want ook daarin had Diddy, althans volgens Bad Boy mede-oprichter Kirk Burrowes, een sleutelrol. Nu is Burrowes, die zichzelf beschouwt als één de eerste facilitatoren van de hiphopmagnaat, ook al een hele tijd gebrouilleerd met Combs. Misschien kleurt dat zijn herinneringen, die zijn voormalige compagnon bepaald niet in een goed daglicht stellen. Dat is overigens ook een terugkerend thema in het leven van deze machtige man (en figuren zoals hij): zolang ze tot zijn entourage behoren, voelen veel bronnen nooit de aandrang om hem aan te spreken op zijn gedrag. Nu ze los van hem zijn gekomen en zijn macht en status tanende lijken, krijgt Combs alsnog van onder uit de zak.

Ook deze pijnlijk gedetailleerde en rijk gedocumenteerde miniserie van Alexandria Stapleton maakt met graagte gebruik van de docu-industrie die direct rond een gevallen ster wordt opgetrokken. Zo waren Combs’ jeugdvriend Tim ‘Dawg’ Patterson, producer Rodney ‘Lil Rod’ Jones en beveiliger Roger Bonds bijvoorbeeld ook al te zien in The Fall Of Diddy en draafden Patterson, alweer hij, en Al B. Sure! tevens op in Diddy: The Making Of A Bad Boy. Ditmaal krijgen ze ondersteuning en rugdekking van Diddy’s personal assistant Capricorn Clark, rapper Erick Sermon, gigolo Clayton Howard en beschadigde Bad Boy-artiesten zoals Mark CurryKalenna Harper en Aubrey O’Day.

Zij schetsen hem als een ongelooflijke controlefreak. Een man die alles wil bepalen en ook alles wil hebben, inclusief de vrouw van een ander. Zijn leven, zoals dit door Stapleton wordt opgetekend, is een aaneenschakeling van conflicten, geweld én seksueel misbruik. Dat begint al in 1991. Diddy’s collega Joi Dickerson-Neal zou door hem gedrogeerd en misbruikt zijn. En daarvan maakte hij naar verluidt een ‘obscene videoband’. Tijdens feestjes liet hij die zien op een groot scherm. Geëmotioneerd leest Dickerson voor de camera een brief voor die haar ouders in 1992, ruim dertig jaar voordat ze een aanklacht zou indienen, aan Seans ouders schreven.

Sean heeft nooit het verschil tussen goed en kwaad geleerd, stelt zijn jeugdvriend Tim Patterson dan. Hij werd thuis flink geslagen door zijn moeder Janice, keek op tegen zijn gangstervader Melvin en leerde dat alles geoorloofd is om te overleven en winnen. Dit is in zijn hele verdere levensloop, tenminste zoals die in Sean Combs: The Reckoning wordt neergezet, te herkennen. En dat brengt hem in 2006, halverwege aflevering 3, in het leven van Cassie Ventura. In het najaar van 2023 spant zij een rechtszaak tegen hem aan vanwege allerlei vormen van geweld. Er duikt zelfs een video op waarin zij door hem wordt mishandeld. Naar ‘t zich nu laat aanzien markeert die het begin van zijn einde.

Dat proces wordt inzichtelijk gemaakt met de gelekte beelden, waarover Team Diddy zich zo kwaad maakt, als hij in september 2024, enkele dagen voordat de rechtszaak tegen hem van start staat, de PR-machine in gang zet die de schade voor hem moet zien te beperken. En dan is hij, op een totaal verknipte manier, in zijn element. Deze serie – noem het gerust een lynchpartij, al heeft Diddy dan wel zelf de strop om zijn nek gedaan – zet een uitroepteken achter de ondergang van deze man, die lijdt aan een God-complex en ook anderen daaronder laat lijden. Als Sean Combs echter daadwerkelijk is wie hij zelf denkt te zijn, dan kan er natuurlijk altijd nog een wederopstanding komen.

Kampen Om Pusher Street

HBO Max

Van de idealen waarmee de hippievrijstaat Christiania in de jaren zestig werd uitgeroepen in de Deense hoofdstad Kopenhagen, lijkt ruim een halve eeuw later weinig meer over. Criminele bendes bevechten elkaar op leven en dood, op een plek waar bloemenkinderen ooit droomden over vrede op aarde. Met als absoluut dieptepunt de moordaanslag van de Loyal To Familia-bende op een dertigjarige Hells Angels-prospect in augustus 2023, overdag en midden op straat, waarbij ook vier onschuldige omstanders worden geraakt.

De zesdelige serie Kampen Om Pusher Street (internationale titel: Gang War: Pusher Street, 256 min.) reconstrueert met dealers, agenten, deskundigen en gewone ‘Christianieten’ hoe ‘t zover heeft kunnen komen. De ellende begint in elk geval in de jaren zeventig met wiethandel in en om de coffeeshop Woodstock en de Community Kitchen. De hippiewijk ontwikkelt zich dan tot ‘de sociale vuilnisbelt van Denemarken’. Een wetteloze buurt met junks en dealers, die door de Deense politie zelfs actief naar Christiania zouden worden gestuurd.

En dan melden zich in de jaren tachtig ook nog motorbendes zoals Bullshit, Black Sheep en de Hells Angels, die de heerschappij in de internationale wiethandel, waarin Nederland dan overigens een absolute voortrekkersrol speelt, naar zich toe willen trekken. Om de ellende te beteugelen stellen bewoners in het hart van Christiana een soort vrijhandelszone in: Pusher Street. Daar zal ’t echter tot keiharde confrontaties tussen de politie en Christianieten komen, die doen denken aan de heftige Nederlandse krakersrellen in min of meer diezelfde tijd.

Als in 1993 de zogeheten ‘kerstvrede’ wordt getekend, lijkt de rust zowaar weder te keren op Pusher Street. De wiethandel begint meteen ouderwets te floreren. En dat valt ook de bikers op. Die willen een deel van de buit, goedschiks dan wel kwaadschiks. Voor de nieuwe rechtse regering van Denemarken is de maat in 2003 vol: politiecommandant Bjarne Christensen, bijgenaamd De Straatgeneraal, Bjarne Beenklem én Shit Bjarne, krijgt de opdracht om deze losgeslagen Deense variant op Ruigoord eens een toontje lager te laten zingen.

Regisseur Søren Rasmussen brengt al deze verwikkelingen met een karrenvracht aan archiefmateriaal in beeld en illustreert de sleutelmomenten in de tumultueuze Christiania-historie bovendien met poppetjes op een maquette van de wijk. Zo krijgt hij de atmosfeer in de anarchistische vrijstaat en de bijbehorende tijdgeest uitstekend te pakken – al beginnen de schermutselingen tussen de politie, bewoners en (straat)bendes al snel als een eindeloze herhaling van zetten te voelen. Dat tekent tegelijk ook het gebed zonder end dat die strijd is geworden.

De Kampen Om Pusher Street haalt het slechtste in de mens boven – van puberale provocatie en keiharde criminaliteit tot verbeten zero tolerance en een oog-om-oog-tand-om-tand mentaliteit – en ondermijnt het idee waarmee Christiania ooit is gesticht volledig. Totdat de vraag op tafel komt hoeveel toekomst deze vrijstaat, Pusher Street in het bijzonder, nog heeft.

The Nazi Cartel

SkyShowtime

Vóór Pablo Escobar was er de Boliviaanse drugsbaas Roberto Suárez. Hij wordt beschouwd als de eerste cocaïnekoning van de wereld en zou zelfs model hebben gestaan voor het personage Alejandro Sosa in de ultieme gangsterfilm Scarface.

En als rechterhand van Suárez fungeerde ene Klaus Altmann, een Duitser die na de Tweede Wereldoorlog in Zuid-Amerika was beland. In werkelijkheid ging het om de oorlogsmisdadiger Klaus Barbie, bijgenaamd ‘De Beul van Lyon’, die ook in Nederland nog ongenadig huis had gehouden. Samen met enkele andere oud-nazi’s speculeerde Barbie eind jaren zeventig nog altijd over een Vierde Rijk.

En er was een Amerikaanse undercoveragent, die zich namens de Drug Enforcement Agency (DEA) al jaren voordeed als dealer. Michael Levine begon zich actief met de handel te bemoeien. Samen met Suárez’s zoon Gary en schoonzoon Gerardo Caballero fungeert deze klassieke ‘tough guy’ nu als voornaamste getuige-deskundige van The Nazi Cartel (145 min.), een driedelige docuserie van Justin Webster.

Die duikt diep in deze onverkwikkelijke geschiedenis, waarin ook het Boliviaanse leger een belangrijke rol zou gaan spelen, en serveert die met veel drama en suspense uit. Webster maakt daarbij gebruik van nieuwsbeelden en reconstructies, spreekt allerlei direct betrokkenen en deskundigen en zet tevens enkele met AI geconstrueerde voice-overs in, die zijn gebaseerd op citaten uit een boek over Suárez.

De kongsi tussen Roberto Suárez en Klaus Barbie leidde in 1980 tot een bloedige staatsgreep, de zogenaamde Cocaïne Coup. Met hulp van het leger en huurlingen van Los Novios De La Muerte werd een linkse regering voorkomen. Onder de nieuwe militaire leider García Meza kon Bolivia vervolgens uitgroeien tot de eerste Zuid-Amerikaanse narcostaat. En de kans dat die Barbie zou uitleveren leek vrijwel nihil.

Dit politieke verhaal, mede verteld door slachtoffers van het regime, beklijft uiteindelijk meer dan de tamelijk routineuze jacht van Amerikaanse DEA-agenten op drugscriminelen. De vraag die daarachter ligt spreekt eveneens tot de verbeelding: was de CIA, die een kleine tien jaar eerder in Chili al de dictator Pinochet aan de macht had geholpen, misschien ook betrokken bij de Boliviaanse coup?

Volgens zijn zoon was Roberto Suárez er in elk geval best trots op dat hij was geportretteerd in Scarface. Hij herkende enkele filmpersonages ook uit zijn eigen omgeving. García Meza bijvoorbeeld. En Pablo Escobar, ofwel het legendarische Al Pacino personage Tony Montana. Suárez zou met Escobar breken, vóórdat die echt helemaal losging en zo aan de basis stond van de narcostaat Colombia.

Terrazza Sentimento

Netflix

De opdracht van de huiseigenaar is helder: wis direct alle beelden van het camerasysteem. Het is duidelijk dat de bekende Italiaanse webondernemer Alberto Genovese iets te verbergen heeft. In de nacht van 10 oktober 2020 lijkt één van zijn exclusieve privéfeesten, berucht vanwege hun losse moraal, overschot aan jonge meisjes en enorme hoeveelheden cocaïne en andere harddrugs, helemaal uit de hand te zijn gelopen. Genovese zou in Terrazza Sentimento (127 min.) een achttienjarig meisje, speciaal voor de gelegenheid gerekruteerd, hebben gedrogeerd en zich daarna bruut aan haar hebben vergrepen.

De zaak van ‘Flaminia’ – vermoedelijk één van de gefingeerde namen in deze productie, waarin op last van de Italiaanse autoriteiten ook sommige originele beelden, chats en audiofragmenten zijn verwijderd en vervolgens digitaal gereconstrueerd – staat niet op zichzelf: Alberto Genovese wordt in deze vet aangezette en helemaal bijdetijds vormgegeven driedelige serie van Nicola Prosatore tevens in verband gebracht met andere gevallen van seksueel geweld. En de alsnog door de politie opgesnorde beelden zorgen voor het bijbehorende bewijsmateriaal dat sommige vrouwen inderdaad zijn gereduceerd tot ‘een lappenpop in Genovese’s handen’.

De Bunga Bunga-achtige feesten in ’s mans penthouse lijken een Italiaanse variant op de zogeheten ‘white party’s’ van de Amerikaanse hiphopmagnaat P. Diddy, die eveneens tot een veelbesproken rechtszaak hebben geleid. Prosatore reconstrueert het decadente milieu waarbinnen deze Milanese feesten plaatsvinden en de levensloop van de grote roerganger daarvan, de alsmaar meer doorgesnoven patser Alberto Genovese, met enkele kennissen, journalisten, politiemensen én zijn onverstoorbare bodyguard Simone Bonino. Hij hield de wacht bij Genoveses slaapkamerdeur, waarachter een ogenschijnlijk volledig uitgetelde Flaminia toen te ‘gast’ was.

Als slachtoffer hebben meisjes zoals zij overigens niet per definitie ook de sympathie van het grote publiek. Ze zullen ‘t er zelf wel naar hebben gemaakt, veronderstelt menigeen. ‘Brave meisjes overkomt dit niet’, klinkt ‘t dan eufemistisch, in een klassiek voorbeeld van ‘victim blaming’. Terwijl Genovese’s perversies allang bekend waren bij mensen uit zijn directe entourage. Een algehele ‘omerta’ weerhield hen er echter van om zich uit te spreken. Zo werden niet alleen jonge, veelal op drift geraakte, meisjes niet beschermd tegen een man die zichzelf volledig had uitgewoond met coke, maar werd ook Alberto Genovese geconfronteerd met het beest in zichzelf. Sindsdien probeert hij de brokstukken van een ooit zo glamoureus bestaan bijeen te rapen.

In Waves And War

Netflix

Voor de camera hebben drie stoere mannen – nee: de stoerste mannen, want: Navy SEALs – plaatsgenomen. Na de terroristische aanslagen van 11 september 2011 zijn ze naar Afghanistan gestuurd, om de verantwoordelijken op te sporen en voor eens en altijd orde op zaken te stellen. Ze komen stuk voor stuk kapot terug. Hun lichaam heeft de onophoudelijke stroom militaire missies, met talloze dodelijke slachtoffers, min of meer ongeschonden doorstaan, maar hun geest begint serieuze mankementen te vertonen.

Hun levens worden ontregeld door hyper-waakzaamheid, survivor’s guilt, angst, woedeaanvallen, nachtmerries, déjà vu-gevoelens en depressies. Kortweg: PTSS. Ze keren zich af van de wereld, verliezen zichzelf in drank of drugs en beginnen te denken aan zelfmoord. ‘Sinds 9/11 zijn er 7100 dodelijke slachtoffers gevallen bij gevechten’, legt admiraal Brian Losey uit in In Waves And War (108 min.). ‘In diezelfde periode hebben zo’n 30.000 veteranen zelfmoord gepleegd. Dat zijn er ongeveer 22 per dag.’

‘I could have done more’, schrijft Navy SEAL Marcus Capone, in de brief waarmee hij in 2013 zijn medisch pensioen aanvraagt. De voormalige footballer is ten einde raad. Als zijn vrouw Amber hem op een ochtend aantreft met een lege fles whisky en een doorgeladen geweer, besluit ze om zelf actie te ondernemen. Zij stuit op een alternatieve therapie met psychedelica in Mexico. ‘En dit moet onze geharde krijgers redden?’ lacht haar echtgenoot cynisch, voordat ie zich toch laat overhalen. Hij heeft ook geen keus.

Behalve Capone volgen de documentairemakers Jon Shenk en Bonni Cohen nog twee andere SEAL-veteranen. D.J. Shipley is zichzelf en zijn relatie dan al enige tijd ten gronde aan het richten. ‘Terminale kanker zou een zegen zijn geweest’, zegt hij nu. Z’n vrouw Patsy dwingt hem om een behandeling te ondergaan bij de Ambio Psychedelic Clinic in Baja California. ‘Als je van me houdt, ga je’, herinnert hij zich haar woorden. ‘Dat is raar om te zeggen: als je van je vrouw houdt, ga je in Mexico psychedelische drugs gebruiken.’

Matty Roberts tenslotte, op het eerste gezicht ook al zo’n roestvrijstalen elitesoldaat, loopt al een tijd met een serieus oorlogstrauma rond. Hij zit volledig opgesloten in zijn hoofd en functioneert alleen nog tussen de broeders van zijn clan. Op een gegeven moment kan hij thuis helemaal geen rust meer vinden. Eenmaal terug op de basis slaapt hij echter weer ‘als een baby’. Ook hij ziet in eerste instantie echter helemaal niets in een behandeling die toch vooral associaties oproept met trippende bloemenkinderen.

In de eerste helft van deze documentaire nemen Shenk en Cohen de tijd om, samen met hun hoofdpersonen en met behulp van trainingsfilms en de foto’s en video’s die zij zelf maakten tijdens hun uitzending, hun periode in actieve dienst te schetsen. Daarna wagen die in Mexico, en gadegeslagen door onderzoekers van de Stanford University, de sprong in de diepte van hun eigen geest, een ervaring die de filmmakers proberen op te roepen met animaties, die het geheel een aantrekkelijk Hollywood-randje geven.

In eerste instantie lijkt In Waves And War triptherapie, onlangs ook al belicht in de Nederlandse documentaire Psychedelisch Pionieren, dan ook als een soort wondermiddel te presenteren. Een duizenddingendoekje voor al uw psychisch leed. Gaandeweg komt de nuance: hoe heilzaam een trip naar binnen ook kan zijn, daarmee is het leed nog niet automatisch geleden of elk pijnpunt ook weggewerkt. De ervaringen van deze stoere mannen doen vermoeden dat er nog een wereld te ontsluiten is – en te winnen.

Voor de camera – en daarmee ook voor zichzelf en hun directe omgeving – stellen ze zich in elk geval opmerkelijk kwetsbaar op en lijken ze ook daadwerkelijk vooruitgang te boeken. Terug naar het gewone leven, naar zichzelf.

Remake

remakemovie.com

Ze hebben een andere betekenis gekregen, de beelden die Ross McElwee al zijn hele leven lang maakt van zijn zoon. Sinds Adrian zeven jaar eerder is overleden, zijn ze van kleur verschoten. De hoofdpersoon behoort niet meer tot dit leven, maar bevindt zich ergens in een soort halfbestaan. Adrian is weer dat ontwapenende jongetje, een weerspannige tiener en de jongvolwassene die met zichzelf in de knoop ligt – en vervolgens een uitweg zoekt in drank en drugs.

Zijn vader bekijkt de beelden die hij door de jaren heeft gemaakt van zijn opgroeiende zoon, diens moeder Marilyn en zijn geadopteerde zus Maryah met een nieuw paar ogen. Ooit claimden deze snapshots van zijn eigen leven al hun rechtmatige plek in documentaires zoals Sherman’s March, In Paraguay en Photographic Memory, nu kiezen ze opnieuw positie in het bestaan dat Ross McElwee sinds Adrians dood grondig moet herbezien. Met een nieuwe film documenteert ie – hij kan blijkbaar niet anders – dat pijnlijke proces: Remake (116 min.).

Tussendoor houdt hij zich onledig met het voorstel van een andere regisseur om een fictiefilm te maken, die is gebaseerd op McElwees pièce de résistance Sherman’s March. En hij wil daar zelf – het bloed kruipt nu eenmaal… – weer een making of-documentaire bij maken. Over het Droste-effect gesproken: leven -> documentaire -> fictieproductie -> documentaire -> leven. Adrian heeft alvast het moment vastgelegd waarop zijn vader z’n handtekening zet op de overeenkomst. Want ook zoonlief wilde filmen. Alsof/omdat zijn leven ervan afhing.

Alles krijgt zo opnieuw betekenis: de echtscheiding waarbij zowel Ross McElwee als zijn ex-echtgenote Marilyn zich zorgen maakten over wat die betekende voor de kinderen. ‘Maar niet bezorgd genoeg om er niet mee door te gaan.’ De nieuwe relatie die hij kreeg met de Zuid-Koreaanse filmmaakster Hyun Kyung Kim, die alleen niet met haar gezicht in beeld wil bij zijn films. En McElwees beste vriendin Charleen Swansea, één van de ‘sterren’ van Sherman’s March, die inmiddels haar herinneringen kwijt is. Zij vormen stukjes voor een nieuwe puzzel.

Die probeert hij in deze sensitieve documentaire, die tevens het karakter krijgt van een retrospectief, hardop denkend te leggen. Met zijn ingetogen voice-over doorzoekt Ross McElwee scènes uit de verschillende uithoeken van zijn leven en laat die een nieuwe verbinding met elkaar aangaan. Zo probeert hij, de obsessieve beeldenverzamelaar, zijn herinneringen aan Adrian en het leven dat ze samen hebben geleid vast te houden en een ander verhaal te laten ontstaan, dat op de één of andere manier zin kan geven aan de grootste tragedie van zijn leven.