Bokken En Geiten

IDFA

Ooit vormden ze één harmonie. Halverwege de 19e eeuw ontstond er echter een conflict met de dienstdoende pastoor en volgde een opsplitsing. Sindsdien vechten de opstandige Bokken en de Geiten, de meelopers van meneer pastoor, als kat en hond. Op wereldniveau, dat wel. Twee toonaangevende harmonieën uit één en hetzelfde plaatsje, het Limburgse Thorn. De rivaliteit tussen de Koninklijke Harmonie van Thorn, alias De Bokken, en de Kerkelijke Harmonie St. Michael, bijgenaamd De Geiten, heeft voor twee volledig langs elkaar (heen) levende gemeenschappen gezorgd. Met eigen cafés, middenstand en verenigingen.

Hans Heijnen, zelf Limburger van geboorte, tekent de tweespalt in ‘het witte stadje’ met zichtbare compassie, gevoel voor drama en een stiekeme knipoog op in de documentaire Bokken En Geiten (85 min.) uit 1998. De harmonieën zijn niet met elkaar te vergelijken, vinden ze van elkaar. ‘De vuile was van de Bokken ligt eerder op straat dan die van de Geiten’, meent een overtuigde Bok. ‘Dat betekent dat de Bokken het hart op de tong dragen.’ Huichelaars, wil hij maar zeggen, die Geiten. ‘De Geiten, en ik dus ook,’ zet een geit daartegenover, ‘zijn zachter van karakter dan de Bokken.’

Notabelen houden zich intussen zorgvuldig op de vlakte tegenover Heijnen, die het vuurtje zo nu en dan voorzichtig oppookt. Voordat ze het weten worden ook zij, en hun hele gezin erbij, voortaan tot één van de twee kampen gerekend. De rivaliteit in Thorn doet denken aan de strijd tussen de voetbalclubs Spakenburg en IJsselmeervogels, zoals vastgelegd in de sportdocu Hoe Rood En Blauw Spakenburg Verdeelt (2005), en Heijnens eigen film over de kinnesinne tussen de Groesbeekse verenigingen Achilles en de Treffers, Voetbal Is Oorlog (2018).

Eerst en vooral is deze film, waarin verteller Huub Stapel de kijker in Limburgs dialect door het Thornse mijnenveld leidt en Heijnen op gepaste momenten ferme accenten zet met meeslepende concertpassages, echter een bijzonder vermakelijke ode aan het langzaam wegkwijnende verenigingsleven, dat overal in Nederland vergrijst en op sommige plekken zelfs uitsterft. Zowel de Bokken als de Geiten, die elkaar tijdens officiële wedstrijden zoveel mogelijk ontwijken, hebben inmiddels al hun 150-jarig jubileum gevierd en blazen nog altijd een duchtig deuntje mee.

En aan het eind van Bokken En Geiten wordt er, gelukkig, ouderwets ‘zo’ne goeie hebben wij nog niet gehad’ gezongen. Waarbij de ene harmonie wereldkampioen is en de andere kampioen van het dorp. Terwijl dat nog niet zo lang daarvoor toch echt andersom was.

Bokken En Geiten is hier te bekijken.

Bewakers Van Bemelen

L1

Al bijna dertig jaar levert Hans Heijnen een gestage stroom documentaires af. Zijn sterkste werk is vrijwel altijd geworteld in zijn eigen geboortegrond: Limburg. Voor De Waterwolf van Itteren won hij in 1996 bijvoorbeeld een Gouden Kalf, terwijl hij met Bokken En Geiten twee jaar later op bijzonder aanstekelijke wijze de rivaliteit tussen twee harmoniekorpsen in het dorp Thorn in beeld bracht. Ook Bewakers Van Bemelen (75 min.), een film uit 2015, bevat onmiskenbaar ’s mans signatuur.

Het procedé is eigenlijk altijd hetzelfde. Heijnen nestelt zich in een kleine (dorps)gemeenschap, brengt rustig de bijbehorende activiteiten en verenigingen in beeld en keuvelt intussen ontspannen met de sleutelfiguren. Gesprekken zoals die dagelijks, in elk willekeurig Nederlands dorp, aan de keukentafel of in de sportkantine worden gevoerd. Alsof Heijnen gewoon één van hen is geworden – en waarschijnlijk is dat ook zo. Zijn hoofdpersonen staan hem in elk geval ontwapenend eerlijk te woord. Hij laat hen intussen, hoewel er doorgaans ook heel wat te lachen valt, volledig in hun waarde.

In het kleine dorpje Bemelen, onder de rook van Maastricht, stuit Hans Heijnen ditmaal op een bonte verzameling dorpsgenoten, die op de één of andere manier allemaal met elkaar zijn verbonden. Rita lijkt uitgekeken op haar relatie met parttime koster/misdienaar Paul, die de post bezorgt bij de oudere vrijgezel Willie, die altijd in z’n ouderlijk huis is blijven wonen met zijn broer en spil van het dorp Pierre, die net iets te goed bevriend is met Tiny, die eigenlijk getrouwd is met truckchauffeur Servé, die nauwelijks contact heeft met zijn doodzieke zus José, die getrouwd is met No, die overweegt om straks terug te keren naar Maastricht.

Tussendoor moeten de lijnen van het plaatselijke voetbalveld worden gekalkt, is er de jaarlijkse sacramentsprocessie en staat Carnaval weer voor de deur. Maar kan de optocht wel doorgaan nu er iemand op sterven ligt? Heijnen maakt invoelbaar hoe de bewoners van het vergrijzende en door Hollanders bedreigde dorp hun gewoonten en tradities in stand proberen te houden. Met behulp van voiceovers en interviews in dialect en de melancholieke muziek van de Limburgse zanger Arno Adams, over wie hij twee jaar eerder de fijne film Belfeld Blues maakte, dringt hij door tot de kern van de Bemelenaren – en Nederlandse dorpelingen in het algemeen.

Os Buul

KRO-NCRV

In Budel werden geen dode varkens aan bomen opgehangen. Toch maakte de komst van een asielzoekerscentrum heel wat los in het Brabantse dorp, gelegen aan de grens met Limburg en België. Ellen Davids, die opgroeide in ’Os Buul’, maakte er een genuanceerde documentaire over.

Als (voormalige) insider dringt ze door tot in het hart van het dorp en komt ze voorbij de clichés en het bijbehorende wij-zij denken die elk echt gesprek in de weg staan. Zo blijken niet alle tegenstanders van het centrum doorgewinterde racisten en dragen echt niet alle voorstanders geitenwollen sokken.

Os Buul (54 min.) is daardoor een even afgewogen als menselijk portret geworden van een dorp dat (on)gewild middelpunt wordt van een actuele maatschappelijke kwestie.