Motorbendes

Powned

In Nederland staan politie en justitie al jaren recht tegenover enkele beruchte motorclubs, die door hen worden beschouwd als een vorm van georganiseerde misdaad. In de vierdelige serie Motorbendes (166 min.) neemt Joost van der Valk, die daarmee een vervolg geeft aan zijn documentaires over de Haagse Crips-gang en de Molukse motorclub Satudarah, de woelige historie van de Nederlandse bikerclubs door. Zijn productie doet denken aan de Scandinavische Brutalt Broderskab-docuseries over de Bandidos, Comanches en de penoze van Oslo.

In afleveringen over respectievelijk de Hells Angels, Satudarah, No Surrender en nieuwe kleine clubs belicht Van der Valk de kaaskopvariant op de beruchte Nordic Biker War, die Scandinavië al decennia teistert. De verhoudingen zijn duidelijk: terwijl de motorclubs zelf stug volhouden dat zij een toonbeeld van broederschap zijn en in wezen geen kwaad in de zin hebben, zien politiemensen, officieren van justitie, burgemeesters en politici in diezelfde club juist een criminele organisatie. Zij hebben in de afgelopen jaren ook verwoede pogingen gedaan om die de voet dwars te zetten en verboden te krijgen.

Deze ontwikkelingen worden met een karrenvracht archiefmateriaal tot leven gewekt. In feite komen ook die steeds op hetzelfde neer: vroeger of later komt er een conflict met een andere club en ontstaat er ook intern gedoe – en van daaruit weer een nieuwe club. Waarna de geschiedenis zich herhaalt. Zo moet ‘Big Willem’ van Boxtel in 2004, vanwege vermeende betrokkenheid bij een moordcomplot tegen Willem Holleeder, in ‘bad standing’ de Hells Angels verlaten, de club waarvan hij decennia president was. Misdaadjournalist Paul Vugts: ‘Uiteindelijk is de vriend van vandaag de vijand van morgen.’

Voor Van Boxtel, die later opduikt bij Klaas Otto’s No Surrender, was het een hard gelag. ‘Ja, was zwaar’, zegt hij geëmotioneerd over zijn vertrek bij de Angels. ‘Ik wist ook niet waar ik heen moest.’ Het is één van de weinige momenten dat een motorclubkopstuk écht iets van zichzelf laat zien. Verder hangen zij bij Van der Valk hun eigen stoere zelf uit, het type biker waar media verzot op zijn. ‘Ik krijg net te horen dat ik me moet voorstellen, maar dat lijkt me overbodig’, zegt ‘Captain Henk’ Kuipers, die ook al z’n eigen docusoap had, bijvoorbeeld bij zijn introductie. ‘Ik denk dat iedereen dat wel weet – en waarvan ook.’

Motorbendes doet verder geen serieuze poging om achter de façade te komen bij zulke opperbikers, maar zet wel de roemruchte motorclubhistorie netjes op een rij, met ankerpunten zoals het openlijke geweld tegen de tv-presentatoren Jan Lenferink (RUR) en Barend & Van Dorp, de drievoudige moord bij een Nomads-chapter in Limburg en een wilde schietpartij in Eindhoven in 2014. In de wat meer bespiegelende slotaflevering wordt tenslotte de huidige stand van zaken opgemaakt, waarin de motorclubwereld als gevolg van (wel) erg daadkrachtig optreden van de overheid volledig versplinterd is geraakt.

A Modern Roma Fairytale

Witfilm

De tienjarige Nicoleta, de verteller van dit verhaal, mag nog nét kind zijn. Nicoleta’s moeder Anca, die veertien was toen ze haar kreeg, leeft voor haar man en kinderen. En Regina, Nicoleta’s jeugdige tante, wordt klaargestoomd voor het huwelijk en de bijbehorende kinderen. Zij is slechts enkele jaren ouder dan Nicoleta, maar al van school gehaald en verloofd met Cosmin.

Drie Roma-vrouwen, verbonden aan de zigeunerkoning van het Roemeense dorp Ciurea. Ze lijken daar het goede leven te leven. Binnen de eigen, naar binnen gerichte gemeenschap. In een kolossaal, smakeloos ingericht huis. Als vrouwen zitten ze er ook vast. Veroordeeld tot de kinderen en het huishouden. Voor Regina en Cosmin wordt inmiddels ook zo’n kast van een huis gebouwd. Zij krijgt een bruidsschat van enkele honderden jurken mee.

Via haar smartphone ziet de tiener hoe elders jongeren van haar leeftijd de wereld ontdekken. Intussen maakt zij zich in A Modern Roma Fairytale (82  min.) op voor de mooiste dag van haar leven – dat dan meteen wel over zijn hoogtepunt lijkt. Want daarna zit Regina vast aan die vent. Cosmin, nu nog een beminnelijke en tamelijke schuchtere jongen, wordt namelijk de baas des huizes. En daarover mag geen enkel misverstand be- of ontstaan.

Nicoleta’s vader Dragoş geeft hem in deze observerende film van Raluca Lupaşcu alvast het ‘goede’ voorbeeld. Voor zijn werk is hij soms maanden van huis. Het zou best kunnen dat hij Anca dan ook bedriegt. En als de twee ruzie hebben, laat hij zonder gêne zijn handen spreken. Zij is volgens hem alleen goed voor de keuken. ‘Als wij samen de stad ingaan, jij en ik’, zegt Dragoş dus tegen Cosmin, ‘dan blijven de vrouwen lekker thuis. Dat is hun taak.’

Van Dragoş hoeft Nicoleta eigenlijk ook niet meer naar school. Misschien kan ze nog wat Engels of Frans leren. ‘Voor als we op vakantie gaan.’ Zijn dochter wil alleen nog van alles leren – goed lezen, bijvoorbeeld, in het Roemeens – maar dat zit er vermoedelijk niet meer in. Ook zij is voorbestemd om echtgenote, moeder en huissloof te worden. Met haar poppen speelt het meisje alvast het huwelijkse leven van haar tante Regina en Cosmin uit.

Het is een triest tafereel: de vanzelfsprekendheid waarmee ook zij, als Roma-vrouw, zich straks zal moeten schikken naar de verwachtingen ligt erin opgesloten. Ook een krachtig beeld: hoe Nicoleta in een traditionele jurk naar zichzelf kijkt in de spiegel en daarna, met ook de haren netjes ingevlochten, rondjes om haar eigen as draait. Met zulke trefzekere scènes, aangekleed met weemoedige liederen, tekent Lupaşcu het lot van deze Roma-vrouwen op.

Hun leven is al volledig voor hen uitgetekend.

Nobody’s Business

Alan Berliner / IDFA

‘In ieder leven zit wel iets bijzonders’, houdt de Joods-Amerikaanse documentairemaker Alan Berliner z’n vader Oscar voor bij de start van zijn film over hem. ‘Nee’, antwoordt die gedecideerd. ‘Jij probeert van niets iets te maken.’ Terwijl de titel van die film in beeld komt – Nobody’s Business (55 min.) – is nog net te horen hoe Alan reageert: ‘Maar Jij bent mijn vader!’

Hij begeleidt hun permanente gekibbel met zwartwit-beelden van een bokswedstrijd. De ene uppercut volgt op de andere maagstoot. Geen van beiden weigeren ze echter knock-out te gaan. Zoonlief wil terug naar het begin. De oorsprong van de Berliners. Die ligt in Rusland en Polen, maar waar precies? Alans neven en nichten weten het ook niet. Alsof hun geschiedenis pas in Amerika is begonnen. Uiteindelijk weet hij toch een precieze locatie vast te stellen: Rajgrod, een dorp dat afwisselend Pools en Russisch was. ‘Dit kan overal zijn’, reageert Oscar, geheel in stijl. ‘Big fucking deal!’

In zijn voorouders is vader Berliner al even weinig geïnteresseerd. Ich bin ein Berliner, so what? Zijn zoon vraagt zich intussen af hoe zijn vader is gevormd door zijn eigen vader Benjamin, naar verluidt een harde en koude man. Samen met zijn echtgenote, volgens de overlevering wél een warme vrouw, zette hij elf kinderen op de wereld, waarvan Oscar de laatste is. Een knappe en charmante man, zo wil het verhaal. Een geboren verkoper ook. Hij weet zichzelf aan een veel jongere vrouw te verkopen, Alans moeder Regina Cassuto, en graaft daarmee, figuurlijk gezien, zijn eigen graf.

Het huwelijk, dat de jeugd van Alan en zijn zus Lynn heeft getekend, mondt uit in een echtscheiding. Het is de grootste teleurstelling in Oscars leven – en de meest traumatische ervaring in het leven van zijn zoon. Alan wil daarover in gesprek, maar treft ook dan een onwillige participant in zijn vader. Ondanks alle tegenwerking weet de filmmaker hem toch het een en ander te ontfutselen. En voor de rest gaat hij te rade bij andere familieleden. Over waarom Oscar altijd alleen is gebleven en ook weinig vriendschappen heeft opgebouwd – en hoe het kan dat de tijd blijkbaar niet alle wonden heelt.

Oscar wil zelf ook nog wel het één en ander kwijt. ‘Je had accountant, jurist of ingenieur kunnen zijn’, zegt hij, nét iets te scherp, tegen z’n zoon, die in zijn ogen maar een armzalige filmmaker is geworden. Ondanks zulke stekeligheden laten Oscar en Elkaar elkaar niet los. Ze kunnen samen wel wat hebben en beschikken allebei over meer dan genoeg zelfspot. Nobody’s Business (1996) ontwikkelt zich intussen tot een prikkelende exploratie van familiebanden, ingenieus aangekleed met messcherpe beeldsequenties en typografie, aan de hand van de vraag of je jezelf beter leert kennen als je weet waar je vandaan komt.

Saman: La Verità Nascosta

HBO Max

Het drama zit vervat in de combinatie van twee foto’s, die na haar verdwijning in omloop worden gebracht. Eerst het beeld van een jonge moslima met een bril en een hoofddoek. Daarna dat van een geheel bij de tijds meisje, met een neusringetje en een felrode haarband en matchende lippenstift. Twee totaal verschillende tieners, maar één en dezelfde persoon: het achttienjarige Pakistaanse meisje Saman Abbas, dat is opgegroeid in het Italiaanse dorp Novellara. ‘Die twee beelden zal ik nooit vergeten’, zegt een direct betrokkene. ‘Het is het conflict tussen je afkomst en deze nieuwe wereld.’

En dat zal in 2021, als Saman door haar ouders wordt gedwongen om te trouwen met haar eigen neef Akmal in Pakistan, uitmonden in een tragisch familiedrama. De tiener, die zich online @ItalianGirl noemt, verdwijnt van de aardbodem. Ze wordt in de nacht van 1 mei voor het laatst waargenomen. Met een rugzak over haar schouder en begeleid door haar vader Shabbar en moeder Nazia, op beelden van een beveiligingscamera. Dat geladen tafereel vormt het startpunt van Saman: La Verità Nascosta (Saman: The Hidden Truth,177 min.), een driedelige serie van Lorenzo Avola en Carmen Vogani.

Er bestaat nog een derde Saman: in traditionele Pakistaanse klederdracht, met een sluier.  Zo wordt ze vastgelegd tijdens de plechtige verlovingsceremonie. Intussen verkent ze ook in Italië de liefde. Online ontmoet Saman Saqib Ayub, een Pakistaanse asielzoeker die in een opvangcentrum in Rome verblijft. De twee worden smoorverliefd en delen, tot afgrijzen van haar familie, hun gevoelens via sociale media. Er kan beslist geen sprake zijn van een huwelijk, want Saqib behoort tot een lagere kaste. Het duurt niet lang of zijn familie wordt ernstig bedreigd. En ook zijn vriendin is bepaald niet veilig.

Het lijkt een hedendaags Romeo & Julia-verhaal – al valt er ook op die kalverliefde wel het een en ander af te dingen. Avola en Vogani pellen de kwestie in de eerste twee afleveringen stapsgewijs af, met een combinatie van interviews met direct betrokkenen, waaronder Samans jongere broer Ali Haider, en de sporen die het vermiste meisje heeft achtergelaten op sociale media, telefoons en beveiligingscamera’s. Totdat de zaak in het slotdeel van deze somber stemmende miniserie in z’n volle omvang in zicht komt voor de rechter en definitief duidelijk wordt wat er is gebeurd met Saman Abbas.

Tina In Sexbierum

VPRO

Haar vrienden voorspellen dat ze binnen de kortste keren terug komt naar Amsterdam. Met hangende pootjes, natuurlijk. Want wat heeft zij als Iraanse kunstenares nu te zoeken in – ongemakkelijke stilte, nauwelijks onderdrukte lach of misprijzende blik – een dorp in Friesland? Tina Farifteh (Kitten Of Vluchteling?) gaat het desondanks proberen in het verre Noorden, waar ook nog Nederlanders schijnen te wonen.

In Sexbierum sluit ze vriendschap met de aimabele aardappelboer Auke. Zijn hele familie, inclusief zijn vrouw, ligt begraven in het Friese dorp. En Auke, inmiddels al even in de tachtig, straks ook. ‘Ik wil hier ook koste wat het kost niet vandaan’, zegt hij stellig. Zij krijgen hem echt met nog geen honderd paarden Sexbierum uit. ‘Zelfs jij niet.’ Auke is weleens in Amsterdam geweest, vertelt hij lachend, maar dan wil ie meestal al snel weer terug naar huis. ‘Dan begonnen we halverwege de Afsluitdijk het Friese volkslied weer te zingen.’

Die dijk is Tina, op zoek naar een betaalbare woning, nu ook overgestoken. In Amsterdam heeft ze zich nooit ‘de ander’ gevoeld. Lukt het haar in Sexbierum ook om onderdeel te worden van de ‘Mienskip’, de plaatselijke gemeenschap? Dat lijkt tevens de centrale vraag van de driedelige serie Tina In Sexbierum (95 min.). Kan zij zich als ontwortelde vrouw thuis voelen in de provincie – en buiten haar eigen bubbel? Samen met de plaatselijke bevolking, enkele ‘Hollanders’ en andere import tast Farifteh de grenzen af.

Is het Sinterklaasfeest in Sexbierum bijvoorbeeld een beetje met z’n tijd meegegaan? En in hoeverre is integratie in het Friese dorp werkelijk een proces dat van beide kanten komt? Wat valt er op dat gebied te leren van de fanfare, die is samengegaan met twee andere verenigingen? Naarmate de miniserie vordert, krijgt die ook meer scherpe randjes – niet in het minst omdat de situatie in Fariftehs geboorteland Iran steeds verder ontspoort en zij zich daardoor nog eens extra realiseert waar ze vandaan komt en waar ze nu is beland.

Ver van Teheran verlangt ‘Onze Vrouw in Friesland’ naar een thuisgevoel, waarin al wat zij is op een vanzelfsprekende manier samenkomt. Ze drukt die behoefte uit in een theatrale apotheose, de zorgvuldig gechoreografeerde ontmoeting tussen haar twee werelden waarmee Tina in Sexbierum, onderdeel van een gelijknamig transmediaal project, wordt afgerond. Die voelt enigszins als een Fremdkörper, niet in het minst omdat de held van deze fijne serie, haar steun en toeverlaat Auke, dan even ontbreekt.

De Glazen Kerk

EO

Coby Boot is in 1959 getrouwd in de kerk van het kleine Zeeuwse dorp Kortgene. En nog geen tien jaar geleden heeft de oma van filmmaker Matthijs Vuijk er haar overleden echtgenoot uitgeleide gedaan. Nu is diezelfde kerk, negenhonderd jaar oud inmiddels, failliet.

Ruben van Zwieten, predikant en ondernemer op de Amsterdamse Zuidas, heeft het kerkgebouw opgekocht. Hij wil er een ‘huis van ontmoeting en inspiratie’ van maken. Als het aan hem ligt, wordt de bediening straks gedaan door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. En in maanden dat het minder druk is met toeristen, kunnen er groepen uit de randstad op retraite komen. ‘Het beloofde land is niet ver weg vandaag’, houdt Van Zwieten zijn achterban enthousiast voor.

Aan sommige dorpsbewoners is De Glazen Kerk (55 min.) echter niet besteed. Dat huis is hun kerk niet meer. Wordt het werkelijk meer dan ‘een snel Zuidas-project, waar jongens inzitten met geld, die uiteindelijk rendement willen maken’? Ook Coby ervaart vooral verlies, een volgende stap in het afscheid nemen van het leven zoals ze dat kende. Op de verjaardagskalender heeft zij al heel wat kruisjes moeten zetten achter de namen van mensen met wie ze altijd heeft gekerkt. ‘Overleden.’

De kerk zelf denkt er ook het zijne van. ‘Ik dacht dat ik alles had gehoord, alles had gezien’, spreekt het gebouw via teksten in beeld, ondersteund door gerommel uit het binnenste ervan, terwijl een 3D-camera alle uithoeken van de kerk scant. ‘Vijf keer ben ik overstroomd, omhelsd door de zee. Maar nu hoor ik nieuwe geluiden. Ik voel dat er langzaam iets verandert.’ Zo werkt Vuijk toe naar de slotscène waarin hij zijn oma haar vertrouwde geestelijke thuis op een geheel nieuwe manier laat beleven.

Intussen krijgt Kortgene’s kerk, tot vreugde van de initiatiefnemer en verdriet van oudere kerkgangers zoals Coby Boot, z’n nieuwe bestemming. Dit gaat niet zonder slag of stoot. Van Zwieten heeft voldoende ‘return on investment’ nodig. Om de tent draaiende te houden, moeten er ook inkomsten komen, houdt hij de bezoekers van een kerstdienst voor. Met behulp van Chat GPT heeft ie dit zelfs in een spreekwoord vervat: ‘Je kan niet én het uiterste onder de kan krijgen en de kan heel laten.’

Matthijs Vuijk zet de botsende werelden recht tegenover elkaar en maakt er ook geen geheim van waar zijn hart ligt. Bij de vrouw die ruim 65 jaar geleden in die failliete kerk, tegenwoordig ‘De Nieuwe Poort Zeeland’ genaamd en nog altijd ‘overgoten met een theologisch sausje’, in het huwelijk trad, natuurlijk.

Nuisance Bear

Documist

Als ijsbeer heeft ie ‘t er maar druk mee. Steeds weer poseren voor de fototoestellen van toeristen – al gaat dat inmiddels in één moeite door met gewoon leven. Als er weer zo’n toeristenbus van Lazy Bear Expeditions langskomt, kijkt hij daar niet meer van op. ‘It’s all in a day’s work for polar bear’ in Churchill, de zelfverklaarde ‘ijsbeerhoofdstad van de wereld’, die is gelegen aan de Hudsonbaai. De dagjesmensen lijken in de veronderstelling te zijn dat hij met uitsterven wordt bedreigd.

De Inuit, de inheemse bewoners van het noordelijke deel van de Canadese provincie Manitoba, noemen hem Avinnaarjuk. Ofwel: Nuisance Bear (91 min.). Voor hen is hij op z’n best een lastpak, die overal inbreekt, voedsel steelt en spullen vernielt. In het slechtste geval, als de winter uitblijft en hij niet de oversteek naar het noorden kan maken, is ie levensgevaarlijk. ‘Hoe langer ze op het land blijven’, constateert de Inuit-verteller Mike Tunalaaq Gibbons, ‘hoe gevaarlijker ze worden.’

In tegenstelling tot officiële rapporten van wetenschappers dat ijsberen zoals hij aan het uitsterven zijn, lijken de Inuit ervan overtuigd dat de berenpopulatie juist groeit. In hun dorp Arviat beschouwen ze hem inmiddels als een ongenode gast, die ze het liefst direct naar de andere wereld helpen. Jagen mag alleen niet meer, zo heeft de witte man bepaald. Die heeft sowieso hun hele leven op z’n kop gezet. Van een traditioneel nomadenbestaan kan bijvoorbeeld ook al geen sprake meer zijn.

Zo woelt hij als ijsbeer, op zoek naar eten in de wereld die de mens zich heeft toegeëigend, heel wat los in deze oogstrelende film van Gabriela Osio Vanden en Jack Weisman en wordt hij tegelijk een symbool van al wat er is veranderd in de biotoop van de Inuit, die zijn losgerukt uit het leven dat hun voorouders leidden. Hij heeft er overigens ook geen bezwaar tegen om zo geportretteerd te worden. Als roofdier is hij misschien niet helemaal in zijn element, maar hij doet overtuigend alsof.

Met het verhaal van zijn volk, dat uitmondt in een persoonlijk drama, tilt verteller Gibbons de lotgevallen van deze ‘ergernisbeer’ naar een metaforisch niveau. Zo groeit de ‘natuurfilm’ Nuisance Bear, die werd voorafgegaan door een shortfilm over hetzelfde thema en op het Sundance Film Festival onlangs de Grand Jury Prize won, uit tot een ontzaglijk mooie weerslag van het veranderen van de loop der dingen. Bij de Inuit, hun leefomgeving en andere bewoners daarvan. Zoals hij, die ene onverstoorbare ijsbeer.

Knokke In Cadzand

BNNVARA / D2D Media

Ploegleider Maarten Molema ziet het met lede ogen aan. Als ze met de vrijwillige brandweer van Cadzand moeten uitrukken, heeft hij steeds minder mensen tot z’n beschikking. Totdat het eigenlijk niet meer verantwoord is.

Het Zeeuwse dorp is groter dan ooit, maar heeft feitelijk nog altijd maar zeshonderd vaste inwoners. Net als de nabijgelegen Belgische kustplaatsen herbergt Cadzand alsmaar meer zomerhuizen, vakantieappartementen en tweede woningen. Voor de lokale bevolking heeft dat nogal wat consequenties: een groot deel van het jaar staat het dorp een heel eind leeg, de huizen zijn onbetaalbaar geworden en plaatselijke voorzieningen, zoals de brandweer, zijn nauwelijks overeind te houden.

‘Het dorpsgevoel is helemaal weg’, zegt Molema in de documentaire Knokke In Cadzand (50 min.) van Ellis Smulders. ‘Het begint steeds meer op Knokke te lijken.’ Dat is niet bedoeld als compliment. De lokale makelaar Wim van Akker behoorde tot de architecten van dat nieuwe Cadzand. Toen Knokke helemaal volgebouwd leek, zag hij daarin een kans voor zijn eigen dorp, dat wel wat nieuwe impulsen kon gebruiken. Tegenwoordig verblijven er in het hoogseizoen zo’n zestigduizend mensen in Cadzand.

De kustlijn is er intussen, net als in België, bepaald niet mooier op geworden. En met die ‘verroompottisering’ zijn ook toeristen van het eerste uur, zoals het oudere Belgische stel Willy en Nicole, niet blij. Zij maken zich daarnaast zorgen over de stijgende kosten. Zo hebben alle hoofdpersonen van dit aardige portret van een dorp in transitie hun eigen gedachten bij het massale toerisme. Zonder kan Cadzand, dat ooit dreef op landbouw en visserij, niet meer, maar hoe voorkomen ze dat het dorp definitief z’n ziel verliest?

De geboren Cadzander Maarten Molema overweegt in elk geval om elders te gaan wonen. En het moment dat de lokale brandweerwagen niet meer kan uitrijden komt ook steeds dichterbij.

The Tale Of Silyan

Ciconia Film / Jean Dakar

De aardappels die ze even daarvoor nog enthousiast hebben gerooid, liggen nu te rotten in de schuur. De oudere Macedonische boer Nikola Conev en zijn familie komen ze aan de straatstenen niet kwijt. Niet tegen een fatsoenlijke prijs, tenminste. Op de markt blijven ze ook met hun tomaten, paprika’s en kroppen sla zitten.

Hier valt niet tegenaan te werken, vinden Nikola en de andere bewoners van Cesinovo, het dorp met de grootste ooievaarpopulatie van Noord-Macedonië. Samen met andere boeren blokkeren ze met hun tractor de straat, protesterend tegen het overheidsbeleid dat voor véél te lage prijzen heeft gezorgd. Met een theatraal gebaar gooien ze daarbij hun watermeloenen kapot op de straat en kieperen bakken met groente en fruit om, zodat de weg bezaaid is met hun oogst. Zonder opbrengst of resultaat.

Nikola’s dochter Ana en haar echtgenoot hebben eieren voor hun geld gekozen en de wijk genomen naar Duitsland, om daar werk te gaan zoeken. Nikola’s vrouw Jana reist hen al snel achterna, om voor hun kleindochter Ilina te gaan zorgen. Haar opa blijft dus alleen achter, in een dorp dat duidelijk betere tijden heeft gekend. Ook de ooievaars hebben daaronder te lijden. Op de akkers is ook voor hen weinig meer te halen. Net als Nikola zoeken ze dus hun toevlucht tot de plaatselijke vuilstort.

En daar krijgt The Tale Of Silyan (80 min.), de nieuwe film van Tamara Kotevska, pas echt een mythisch karakter. Zij heeft het relaas van de Macedonische boer ingebed in een eeuwenoud (?) volksverhaal, dat wordt verteld door een dorpeling. Over een zoon die z’n geboortedorp verlaat, wordt veranderd in de ooievaar Silyan en vanuit die hoedanigheid het leven van de achterblijvers aanschouwt. Intussen ontfermt Nikola zich op die stortplaats over een verminkte ooievaar: Silyan. Juist.

Net als in de voor een Oscar genomineerde publieksfavoriet Honeyland (2019), die ze samen met Ljubomir Stefanov maakte, creëert Kotevska in deze sprookjesachtige film een geheel eigen universum, niet in het minst door het verbluffende camerawerk van Jean Dakar. Hij heeft de parallelle werelden van de ooievaars en menselijke bewoners van Cesinovo majestueus vereeuwigd. Daarvoor geldt vermoedelijk wel hetzelfde als voor de rest van deze documentaire: te mooi om (volledig) waar te zijn.

The Tale Of Silyan verweeft intussen grote maatschappelijke thema’s – de tragiek van de hedendaagse boer, arbeidsmigratie en de achterkant van de consumptiemaatschappij – met een parabel over de moderne mens, die losgetrokken is van zijn wortels, en de moderne ooievaar, die daardoor gedwongen wordt om ‘fast food’ te scoren op een vuilnisbelt. Een betoverende film, waardoor de kijker zich maar al te graag in de luren laat leggen.

Slave Island

Periscoop Film

In de koloniale tijd stond het Indonesische eiland Sumba bekend om slavenmarkten, die werden gerund door adellijke families. Sumba kan echter nog steeds voor een Slave Island (93 min.) doorgaan. De Maramba, de plaatselijke ‘upper class’, bezitten ook nu nog huisslaven, de zogeheten Ata. Voor activist Jeremy Kewuan is dit een onverteerbare kwestie. Hij bijt zich vast in de benarde positie van deze bedienden/slaven en stelt die aan de kaak in deze schrijnende film, die hij maakte met Jimmy Hendrickx.

Kewuan bekommert zich in het bijzonder om de drie kinderen Witta, Rangga en Kedo. Zij worden beschouwd als het bezit van Meester Lucky, die tot de bovenklasse van het dorp Noha behoort. Hun gepijnigde blik en de littekens op hun lijf verraden de behandeling die hen al hun hele leven ten deel valt. Als afstammelingen van de slaven zijn Ata zoals zij in Lucky’s ogen, in tegenstelling tot fijnbesnaarde lieden zoals hijzelf, lomp en grof in de mond. ‘Het zijn mensen’, vertelt hij aan Kewuan. ‘Maar ze denken als dieren.’

 ‘Zie het niet als iets wreeds’, zegt de meester even later. ‘Als een kat iets verkeerds doet, geven we die ook een tik. Terwijl we er nog steeds van houden.’ Hij herhaalt: ‘Terwijl we er nog steeds van houden.’ Niet alleen katten krijgen dus geregeld een pedagogische tik. Ook bedienden, kinderen soms nog, worden zo nodig hardhandig gecorrigeerd. En als ze komen te overlijden, dan wacht een anoniem graf, bij het huis van hun meester. Sterker: als die overlijdt, gaan zij volgens de overlevering mee het graf in. Levend.

De hele gemeenschap weet van deze eeuwenoude praktijken, maar niemand op Sumba grijpt in. Het Robinson Crusoë-achtige eiland is van een bedrieglijke schoonheid, die door Kewuan en Hendrickx ook volledig wordt uitgenut. Een tropisch paradijs uit vervlogen tijden, met stiekem ook de slavenarbeid en mensenhandel die eeuwenlang goed gebruik waren. En Jeremy Kewuan moet behoedzaam manoeuvreren om zijn kritiek daarop bespreekbaar te maken, zonder dat hij Lucky tegen zich in het harnas jaagt.

Als het verlegen meisje Witta ineens verdwenen blijkt te zijn, lopen de gemoederen desondanks hoog op en beginnen ook de andere dorpelingen zich uit te spreken…

32 Meters

Road Pictures

Normaal wordt er bij wedstrijden vanaf 45 meter afstand geschoten. Door mannen. De vrouwen gaan nu, hebben diezelfde mannen besloten, vanaf 32 Meters (84 min.) schieten. Als dat echt zo nodig moet.

Want eerlijk gezegd zitten de meeste mannen in de Turkse dorpsgemeenschap er niet op te wachten. Vrouwen horen, kortgezegd, in de keuken. Dan kennen ze Halime echter nog niet. Beter: die kennen ze wel. Deze plaatselijke vrijbuitster heeft al eens aan schietwedstrijden meegedaan en daarbij menige schutterende kerel in het stof laten bijten. Als gevreesde scherpschutter noopt ze nu ook haar vriendinnenclub om eens te gaan schieten.

Daarvoor hebben die dan wel toestemming nodig van de man des huizes. Zeker als ze niet alleen voor de kat z’n… willen gaan schieten, maar echt voor de prijzen willen gaan bij een lokale wedstrijd. Deze vrouwen zijn echter niet voor een kleintje vervaard. Als ‘t niet mag van onze mannen, zeggen ze tegen elkaar in deze kostelijke film van Morteza Atabaki, maken we die gewoon tot doelwit. En dan noemen ze zichzelf De Mannen Vernietigingsbende.

Alle gekheid op een stokje: 32 Meters snijdt wel degelijk een relevant maatschappelijk thema aan: de achtergestelde positie van vrouwen in een patriarchale samenleving. Stukje bij beetje weet de rebbel(en)club in deze real life-comedy beweging te krijgen in hun vastgeroeste wereld – al is dat schieten nog best lastig. ‘Proficiat, je hebt een berg geraakt!’, zegt Halime sarcastisch als één van de aspirant-schutters de trekker voor het eerst heeft overgehaald.

Van de meeste kerels hebben ze overigens weinig te vrezen. Op een enkele Joris Goedbloed die alles doet voor zijn ‘prinses’ na, zijn dat niet meer dan sukkels die lamlendig op de bank voor de tv hangen, zonnebloempitten zitten weg te knagen of in het gemeenschapshuis oeverloos met elkaar lullen. Althans, zo zet Atabaki ze in de wereld. Dat wordt soms bijna te leuk om waar te kunnen zijn. En dit zou je ook op deze lekker gestileerde docu tegen kunnen hebben.

Logischer is het echter om de personages en premisse zonder voorbehoud te omarmen en eens lekker te schuddebuiken om dit onvervalste stukje vrouwemancipatie, dat al die oenige mannen met wie zij leven en werken, zonder dat ze ’t doorhebben, toch maar overkomt. Tot besluit gooien de prijsschutsters voor de zekerheid zelfs nog letterlijk een steen in de vijver.

Cover-Up

Netflix

‘This son of a bitch is a son of a bitch’, zegt de Amerikaanse president Richard Nixon begin jaren zeventig, op geheime geluidsopnames, tegen zijn nationale veiligheidsadviseur Henry Kissinger. ‘But he’s usually right, isn’t he?’ Ze hebben ‘t over onderzoeksjournalist Seymour Hersh, die zich dan namens The New York Times in het Watergate-onderzoek heeft gemengd. De Amerikaanse krant loopt op dat moment gigantisch achter de feiten van The Washington Post aan, waar Bob Woodward en Carl Bernstein al de ene na de andere primeur hebben gehad. Zij zijn een complot op het spoor, dat Nixon in 1974 ten val zal brengen. Hersh kan daaraan uiteindelijk ook nog bijdragen met enkele onthullingen.

Hersh geldt dan al als een enorme lastpak, de spreekwoordelijke luis in de pels. Met onthullingen over een bloedbad dat Amerikaanse soldaten in 1968 hebben aangericht in het Vietnamese dorpje My Lai brengt hij de militaire top en regering ernstig in verlegenheid. Zoals hij 35 jaar later opnieuw zal doen met berichtgeving over marteling door Amerikaanse militairen in de Iraakse gevangenis Abu Ghraib in 2004. Op dat moment is ‘Sy’ overigens al weg bij The Times. Als hij besluit om het Amerikaanse bedrijfsleven onder de loep te nemen en daarbij ook onwelgevallig nieuws over hooggeplaatsten binnen de krant tegenkomt, heeft hij volgens eigen zeggen z’n langste tijd bij The New York Times gehad.

Want Seymour M. Hersh is ook een ‘character’. Dwars, zéér vasthoudend en met een bijtend gevoel voor humor. Ideaal documentairemateriaal, kortom. Regisseur Laura Poitras (Citizenfour en All The Beauty And The Bloodshed) had hem na het Abu Ghraib-schandaal al op de korrel voor een film. Het zou haar echter nog twintig jaar, veel overredingskracht en de hulp van coregisseur Mark Obenhaus, die eerder enkele onderzoeksfilms met Hersh heeft gemaakt, kosten om de hardkop zelf van het nut en de noodzaak daarvan te overtuigen. En dan moet de tegellichter uit Chicago ook nog zijn aantekeningen, stapels papier op een rommelig kantoortje, met hen delen. Terwijl bronbescherming zo’n beetje z’n hoogste goed is.

In Cover-Up (118 min.) belichten Poitras en Obenhaus via Seymour Hersh de hoogtijdagen van de Amerikaanse journalistiek. Ze hebben hun documentaire een onmiskenbare seventies-feel meegegeven, die herinneringen oproept aan filmklassiekers zoals The Parallax view, Three Days Of The Condor en – natuurlijk – de ultieme journalistenfilm All The President’s Men. Één van de hoofdrolspelers daarvan, Bob Woodward, doet overigens ook nog een bescheiden duit in het zakje voor deze film over zijn al even vermaarde concullega Hersh, die onderweg nog héél even aan een zijden draadje hangt als Sy, omdat ie nu eenmaal Sy is, voor een draaiende camera zijn medewerking aan de documentaire opzegt.

Het spreekt voor de makers ervan dat ze daarin ook Hersh’s grootste canard belichten – een intieme briefwisseling tussen president John F. Kennedy en het sekssymbool Marilyn Monroe, die gefingeerd blijkt te zijn – al hadden ze in feite geen keuze. Met prutsers die zulk nieuws over het hoofd zouden zien en dus van ‘speaking truth to power’ geen kaas hebben gegeten, zou Seymour M. Hersh ongetwijfeld niets van doen willen hebben.

2000 Meters To Andriivka

Periscoop Film

Het Zhyzhky-bos heeft al talloze levens geëist. Je zou er in tien minuten doorheen kunnen rennen. Rennen is alleen onmogelijk. Het gebied eromheen is eveneens onbegaanbaar. De Russen hebben dit bezaaid met mijnen. Er is geen andere optie: de Oekraïense soldaten moeten stapvoets door dat bos, de inkomende granaten ontwijken en ondertussen alle ‘klootzakken’ uit de weg ruimen. Zo probeert de Derde Aanvalsbrigade de 2000 Meters To Andriivka (108 min) te overbruggen, zodat daar, in een ogenschijnlijk volstrekt onbelangrijk dorpje, de nationale vlag kan worden gehesen.

Het Oekraïense tegenoffensief heeft onmiskenbaar een symbolisch karakter: het terugveroveren van land, hún land. De situatie aan de frontlinie heeft evenwel niets verhevens: gewone mannen stellen voor een betwistbaar ideaal hun leven in de waagschaal. De Oekraïense Associated Press-journalist Mstyslav Chernov, die voor zijn vorige film 20 Days In Mariupol (2023) een dik verdiende Oscar won, heeft zich op 16 september 2023 bij de brigade gevoegd. Na de Russische inval nam hij geen wapen op, maar zocht zijn toevlucht tot zijn eigen wapentuig: de alziende camera.

De filmmaker begeleidt de verwikkelingen die zich voor zijn eigen lens, dronecamera’s en de helmcamera’s van zijn hoofdpersonen voordoen met een bespiegelende voice-over. Soms gebruikt hij daarbij ook wijsheid van achteraf: over hoe ’t verder zal gaan met de soldaat die nu in de loopgraaf een sigaretje met hem rookt of een praatje maakt – als ’t daarmee überhaupt nog verder gaat. Een zeer effectieve keuze. De oorlog kent immers geen genade. Ook hun eigen vierkante centimeter van dat gedoemde gevecht met de Russen zal zijn slachtoffers eisen. Mannen die het bos nooit meer zullen verlaten.

Hoezo sterven helden niet? vraagt de moeder van één van hen zich af bij diens uitvaart, in één van de weinige scènes waarin deze mokerslag van een film de frontlinie even verlaat. ‘Je kunt beter thuisblijven’, zegt ze verbitterd over de gewone Oekraïense mannen die vrijwillig dienst hebben genomen. ‘Onze helden sterven wel degelijk!’ Zij hebben hun leven dan officieel misschien voor hun land gegeven, in werkelijk zijn ze geslachtofferd voor de verovering van een dorp dat vast al van de kaart is geveegd als het ooit kan worden ingenomen. Als ze überhaupt in de buurt van Andriivka komen…

Behalve de grimmigheid tekent Mstyslav Chernov in 2000 Meters To Andriivka, dat is voorzien van een onheilszwangere soundtrack en dramatische droneshots die de totale verwoesting van het land in kaart brengen, ook de zinloosheid van die oorlog op. Het Oekraïense tegenoffensief aan het Oostfront is gedoemd om te mislukken, maar welke andere mogelijkheden heeft het bedreigde land? Behalve de rug rechten, de vlucht naar voren kiezen en er maar het beste van hopen?

Cutting Through Rocks

Autlook

Ze gaan op haar stemmen, zeggen ze tegen Sara. Hand op het hart. Niet alleen vrouwen spreken hun steun uit, ook mannen beloven haar hun stem. En dat is bepaald niet vanzelfsprekend als een vrouw zich in Iran verkiesbaar stelt voor een plek in de lokale volksvertegenwoordiging, blijkt al snel in Cutting Through Rocks (93 min.).

Nu is Sara Shagverdi ook geen gewone vrouw. Ze werd door haar vader, die eigenlijk op een zoon had gehoopt, behandeld als een jongen. Hij leerde haar bijvoorbeeld motorrijden, als eerste meisje in de wijde regio. Zo kwam ze op plekken, waar normaal gesproken alleen mannen komen. ‘Ik voelde me vrij’, herinnert Sara zich die tijd.

Toen haar vader overleed, waren al haar zussen al getrouwd en het huis uit en Sara’s broers nog te jong om het gezin te runnen. Daarom werd zij als zestienjarig meisje kostwinner. Ze werkte ook jarenlang als verloskundige en zou sowieso altijd een buitenbeentje blijven, een vrouw die zich nu eens niet liet afschrikken door mannen.

Inmiddels is Sara, na een scheiding, alweer tien jaar alleen en heeft ze zich kandidaat gesteld als raadslid. In een regio waar nog nooit een vrouw is gekozen. Sommige mannen vinden ’t dan ook maar niks dat zij kandidaat is. Ook haar eigen broer, die zelf ook één van de vijf zetels wil winnen, heeft er geen fiducie in, laat ie haar weten.

Sara heeft echter meer dan genoeg haar op d’r tanden om al die mannen met huid en haar op te vreten en dan ook nog daadwerkelijk iets voor elkaar te krijgen. Zoals bijvoorbeeld het regelen van een gasvoorziening voor haar dorp, die ze dan weer inzet om de mannen te dwingen om het bezit van hun huis en land te delen met hun vrouw.

Het Iraanse echtpaar Sara Khaki en Mohammadreza Eyni, dat met deze observerende film debuteert, laat tegelijkertijd ook zien hoe een vrouw als Sara werkelijk alles moet bevechten en vrijwel permanent – direct of juist zeer slinks – wordt tegengewerkt. Ze krijgt niets voor niets en kan elk ogenblik alles kwijtraken, zelfs haar eigen identiteit.

De gedreven voorvechtster van vrouwenrechten, die op een meisjesschool een hartstochtelijk betoog heeft gehouden om vooral hoge doelen te stellen, wordt geconfronteerd met de realiteit: op elke stap vooruit kan zomaar een pas achterwaarts volgen – of twee. Zelfs een rolmodel zoals zijzelf is daarvan niet gevrijwaard.

En het is ook de vraag of ze in staat is om volgende generaties te behoeden voor de knoet van het patriarchaat. Ze kan Fereshteh, een twaalfjarig meisje dat net is gescheiden van een twintig jaar oudere man, bijvoorbeeld leren motorrijden en inwijden in de geheimen van een vroedvrouw, maar kan ze ook voorkomen dat zij opnieuw wordt uitgehuwelijkt?

Wanhoop en moedeloosheid nemen ‘t in deze indringende film dan over van strijdlust en optimisme. Over een gevecht dat weliswaar kan – en ook moet – worden aangegaan, maar dat tegelijkertijd nooit is te winnen. Want emancipatie mag dan beginnen bij jezelf, in het eigen hoofd en hart, maar blijft toch ook afhankelijk van de wereld eromheen.

En dan pakken vrouwen zoals Sara Shagverdi de handschoen toch weer op…

Coexistence, My Ass!

Autlook

Nu ze al 32 is, maakt het haar familie niet meer uit of ze met een Jood trouwt of niet, vertelt de Israëlische stand-up comedian Noam Shuster Eliassi in 2019 op de Arabische televisiezender i24 News. Zolang ze maar trouwt. In die tijd zoeken de gezworen vijanden Israël en Saoedi-Arabië net toenadering tot elkaar. Noam ziet haar kans schoon. Één en één is twee. ‘Ik dacht bij mezelf: ik wil niet zomaar iemand’, stelt ze olijk. ‘Ik mik hoog. En weet je wie ik zie als ik omhoog kijk? MBS.’ Ze kijkt recht in de camera en richt zich direct tot de omstreden Saoedische kroonprins Mohammad bin Salman: ‘You want peace in the Middle East, you’ll have a piece of this. Wink-wink.’

Ze gaat direct ‘viral’. Het blijkt een breekpunt voor Shuster, die haar carrière als vredeszoeker bij de Verenigde Naties heeft ingeruild voor een microfoon en podium en ineens een groot publiek bereikt. Ze kan daar overigens smakelijk over vertellen in haar one-woman show Coexistence, My Ass! (91 min.). Zoals ook haar jeugd in de ‘oase van vrede’ Neve Shalom / Wahat Al-Salam, een dorp waar Israëliërs en Arabieren uit vrije wil zijn gaan samenwonen, met een vette knipoog wordt belicht. Ze leerde er als kind zowel Hebreeuws als Arabisch, ontmoette haar beste (Palestijnse) vriendin Ranin en mocht bloemen overhandigen aan prominente gasten zoals Hillary Clinton en Jane Fonda.

Die stand-up comedyshow vormt tevens de onderlegger voor deze ferme documentaire van Amber Fares, die via haar protagonist de recente historie van de Israëli’s en Palestijnen belicht. Dat begint nog tamelijk luchtig, met veel ruimte voor Shusters (zelf)relativerende humor, maar wordt richting de verkiezingen van 2023, waarbij Benjamin Netanyahu en enkele radicaal-rechtse partijen aan de macht komen, allengs grimmiger. Een man noemt Noam bijvoorbeeld ‘een vijand van de staat’. Ja, beaamt zij, ‘een vijand van de fascistische staat’. De terroristische aanslagen van 7 oktober 2023 en Israëls vernietigende respons in Gaza moeten op dat moment nog komen.

Ook de overtuigingen van vredesactivisten zoals Noam Shuster Eliassi worden dan, getuige deze verfrissende film over een zwaarbeladen onderwerp, danig op de proef gesteld. Haar gevoel voor humor, broodnodig in deze hachelijke tijden, dreigt haar in de steek te laten – ook al lijkt ze zowaar, op de valreep, nog wel een kerel aan de haak te hebben geslagen.

Maré Branca: A Surreal História De Rabo De Peixe

Netflix

Het verhaal is te goed om niet verfilmd te worden: in de zomer van 2021 ontdoet de Italiaanse crimineel Antonino Quinci zich in zijn zeilboot van enkele honderden kilo’s cocaïne. Die spoelen vervolgens aan in het Portugese vissersdorp São Miguel op de Azoren, een afgelegen archipel in de Atlantische Oceaan. De gevolgen? Niet alleen gedonder op de eilanden, maar ook een Netflix-serie: Rabo De Peixe (2023). Geïnspireerd door ware gebeurtenissen.

Tegelijk met seizoen 2 van deze veelbekeken serie verschijnt als bijsluiter ook de documentaire Maré Branca: A Surreal História De Rabo De Peixe (Engelse titel: Turn of The Tide: The Surreal Story Of Rabo De Peixe, 90 min.), van João Marques. Voor wie het écht echte verhaal wil of er simpelweg nooit genoeg van krijgt. Een truc die eerder werkte met ‘companion documentaries’ over pak ‘m beet Ted Bundy, Marilyn Monroe en Jeffrey Dahmer.

Vóór de onverwachte komst van het zeilschip dat een enorme lading coke in de Oceaan dumpt, wordt Rabo de Peixe overigens al geconfronteerd met repatrianten: Amerikanen met roots op de Azoren, die de wet hadden overtreden, werden rücksichtslos teruggestuurd naar de Portugese eilandengroep. Deze ‘burgers van nergens’, gerepatrieerd vanuit het land van de hoop en dromen, gaan op de Azoren door met waar ze in de VS mee moesten ophouden.

António Pacheco is zo’n ‘repatriado’. Net als zijn verlopen maatje Rui Couto. Eenmaal terug op de Azoren gaan deze kleine krabbelaars verder met drugshandel (en -gebruik). En als ze over die boot horen, gaan ze enthousiast op zoek naar een paar gram voor een feestje, nog niet wetende dat in werkelijkheid de zilvervloot is binnengevaren. Het was een wonder voor hen, herinnert de met hen bevriende rapper Sandro G, zelf ook niet vies van een schimmige deal, zich vanuit de VS.

Veel eilanders hebben overigens geen idee van wat ze aangereikt hebben gekregen: ze gebruiken het witte poeder als suiker in de koffie, om lijnen aan te leggen op het voetbalveld of als paneermeel om de vis mee te bakken. Tenminste, dat is de smeuïge versie van dit onwaarschijnlijke verhaal. In 2017 tekenen de journalisten Macarena Lozano en Rebeca Queimalinos in een stuk in de Spaanse krant El Pais de werkelijke schade op: geweld, corruptie en overdosissen.

Alle ellende is in deze film treffend vervat in een deerniswekkend tafereel: een doorgesnoven jongen is op de vlucht voor de politie naar het dak van een huis geklommen en dreigt ervan af te springen. Een vriend probeert hem te redden, waarna de twee, boven op het dak, in een vuistgevecht verzeild raken. Tegen die tijd is deze docu het ondeugende schelmenverhaal allang voorbij en hebben ook de hoofdpersonen hun Guy Ritchie-achtige bravoure verloren.

De Bus Naar Mostar

BNNVARA / De Haaien

Er was in feite geen weg terug meer. De 26 meisjes van een Joegoslavisch handbalteam, in leeftijd uiteenlopend van dertien tot en met achttien jaar, waren in 1992 naar het Noord-Hollandse dorp Oosterblokker gekomen voor een pinkstertoernooi. Ze zouden een dag of tien blijven. Daarop hadden ook hun gastouders zich ingesteld. En toen bracht Joško Stanic, de voorzitter van de handbalclub van Mostar en initiatiefnemer van hun trip naar Nederland, een videoband mee uit hun geboorteland. De tieners konden daarop met eigen ogen zien dat hun stad inmiddels helemaal kapot geschoten was.

Achteraf bezien was het een omslagpunt, concluderen enkele speelsters ruim dertig jaar later in de driedelige docuserie De Bus Naar Mostar (128 min.). Het tafereel is destijds ook vastgelegd: een groep meisjes in een willekeurige Nederlandse woonkamer kijkt ontzet naar de ravage die er op hun geboortegrond is aangericht. Ze hebben geen keuze: alles beter dan daar. Een half leven verder woont de helft van de handbalsters nog altijd hier. Ze hebben in Nederland een bestaan opgebouwd. Als, ja, vluchteling. En in de wetenschap dat hun families en vrienden in barre omstandigheden moesten zien te overleven.

Onder begeleiding van psycholoog Iva Bicanic maken vier van deze vrouwen nu een symbolische reis, met de bus terug naar waar ze ooit, 33 jaar geleden, zijn vertrokken. ‘Het is maar voor een paar dagen’, grapt één van hen naar de Hollandse vrienden die zijn gekomen om hen uit te zwaaien. ‘Daar gaan die buitenlanders uit Blokker’, vult een ander geëmotioneerd aan. Onderweg komen er in deze miniserie van Yvette Nieuwstad, die voortborduurt op het boek De Bus Uit Mostar van GerBen van ’t Hek en Rens Lieman, natuurlijk allerlei herinneringen boven aan de heenreis die al snel meer dan zomaar een pleziertripje werd.

Tegelijk blijkt het geheugen ook trucs met Tea, Lidija, Mirela en Lemja uit te hebben uitgehaald. Niet alles wat ze nu tegenkomen strookt met hun herinneringen. Om voor eens en altijd duidelijkheid te krijgen, leggen ze in de bus alle brieven en dagboeken naast elkaar en maken een sluitende tijdlijn. En eenmaal op de plaats van bestemming, het Mostar van hun jeugd, gaan ze in gesprek met de achterblijvers – al gaat dat niet bij iedereen van harte. Want de oorlog blijkt ook ruim dertig jaar na dato nog altijd lastig terrein. En die heeft tevens de 26 tienermeisjes, die naar de andere kant van Europa werden gestuurd, ernstig beschadigd.

Via archiefbeelden van hoe ’t de handbalsters en hun gastgezinnen destijds verging in het verre Nederland brengt Yvette Nieuwstad ook dat beladen verleden in beeld. Daarnaast kijkt ze in het hier en nu mee bij de activiteiten, ontmoetingen en gesprekken van haar hoofdpersonen en begeleidt die met een toepasselijke Balkan-soundtrack. Iva Bicanic verbindt de verschillende elementen intussen met een bespiegelende voice-over. Samen fabriceren ze zo een solide verslag van een bewogen trip. Waarbij alle betrokkenen, zoals ‘t hoort bij een roadmovie, ook een innerlijke reis maken en daar gelouterd uitkomen.

Het verleden mag dan niet definitief afgesloten zijn, het heeft wel meer z’n plek gevonden.

The Golden Spurtle

Bantam Film

Elk jaar staat Carrbridge, een dorp in de Schotse hooglanden, geheel in het teken van Porridge Day. Op ‘Papdag’ krijgen dertig deelnemers een half uur de tijd om hun beste havermoutpap te maken. Die wordt daarna blind beoordeeld. De zes beste papmakers strijden vervolgens in de finale om de wereldtitel, The Golden Spurtle (75 min.).

In zijn eigen werkplaats maakt hoofdorganisator Charlie Miller ‘spurtles’, de traditionele ronde roerstaven waarmee de pap wordt klaargemaakt. Als ‘The Chieftan of The Golden Spurtle’ gaat hij in 2023 z’n laatste jaar in. De koddige, welbespraakte Schot, die van het wereldkampioenschap zijn levenstaak heeft gemaakt, moet een tandje terugschakelen.

Daarmee is de uitgangspositie helder voor Constantine Costi’s kostelijke portret van een Schotse dorpsgemeenschap, het evenement waarmee die toeristen hoopt te trekken en de deelnemers daaraan, die vanuit Australië, Canada, Cyprus, Zimbabwe én Nederland zijn overgekomen voor een folkloristisch wedstrijdje pap maken.

Costi beziet de voorbereidingen in Carrbridge met een licht ironische blik, begeleidt die met Heel Holland Bakt!-achtige muziek en geeft intussen alle betrokken dorpelingen even hun momentje in de zon. Met deze Schotten creëert hij een onweerstaanbare feel good-docu, waarin ruimte is voor ieders mening, eigenaardigheden en lolletjes.

Tombolakoningin Jane Weston neemt de lootjes waarmee ze elk jaar leurt ooit mee haar graf in, stelt ze bijvoorbeeld lachend. Volgens hoofd afwas Barbara Kuwall lukt ’t best om al die aangekoekte pannen schoon te krijgen. En oud-wereldkampioen Neil Robertson heeft zijn zege op z’n rechterarm laten tatoeëren: ‘world porridge champion 10.10.10.’

De deelnemers worden in Costi’s handen al even onweerstaanbaar. Voor de Engelse titelhouder Lisa Williams is meedoen door haar broze gezondheid belangrijker dan winnen. Terwijl de streberige Londenaar Nick Barnard na tien deelnames tot z’n eigen verbazing nog nooit heeft gewonnen. Daar moet nu maar eens verandering in komen.

Zij gaan het allebei afleggen tegen oud-wereldkampioen Ian Bishop, die na jaren afwezigheid zijn rentree maakt tijdens deze editie van Heel Schotland Papt! Hij is de gedoodverfde favoriet. Althans: volgens zichzelf. Samen maken zij, ondanks de verplichte Schotse regen, van The Golden Spurle in elk geval een ontzéttend leuke film. 

En daar lusten we wel… gaat ie ‘m maken? nee toch? jawel hoor!…. pap van. Porridge, om precies te zijn.

Het Complot

EO

Bloemen leggen op een begraafplaats. Het lijkt een liefdevolle daad. In het Zuid-Hollandse dorp Bodegraven krijgt dit ritueel in 2020, als het Coronavirus Nederland in z’n greep neemt, echter een zeer unheimisch karakter. De bloemen zijn bedoeld voor misbruikte en vermoorde kinderen, die daar stiekem zouden zijn begraven. En de leggers ervan, uit het hele land overgekomen, hebben zich laten aansporen door een complottheorie, op basis van hervonden herinneringen, waarvoor geen enkel bewijs is. Toch grijpt die in de krochten van het internet wild om zich heen.

In de fascinerende vierdelige serie Het Complot (175 min.) onderzoekt Joost Engelberts, die eerder ook de intrigerende podcast Onland maakte, hoe de wilde beschuldigingen van één enkele inwoner, de inmiddels in het buitenland woonachtige Joost Knevel, over Satanisch Ritueel Misbruik (SRM) door notabelen van Bodegraven konden uitmonden in intimidatie, bedreigingen en fundamenteel wantrouwen tegenover de Nederlandse overheid. Hij belandt zo in de unheimische wereld van notoire complotdenkers zoals Micha Kat en Wouter Raatgever, die het vuur in hun eigen Red Pill Journal telkenmale blijven oppoken.

Engelberts spreekt ook met Knevel zelf, die van de rechter voortaan zijn mond moet houden over deze gevoelige kwestie. Hij is er echter niet op uit om nu hém aan de schandpaal te nagelen, maar wil oprecht begrijpen waar Knevels beschuldigingen vandaan komen en hoe die konden leiden tot een naargeestige samenzweringstheorie. Engelberts kijkt daarna ook voorbij Bodegraven: naar de angst van bepaalde christelijke stromingen voor de Duivel, de ‘Satanic Panic’ die de Verenigde Staten ooit in z’n greep kreeg en hoe onverantwoord media, ook in Nederland, soms berichten over vermeend grootschalig kindermisbruik.

Het kost Engelberts moeite om mensen te vinden die hem te woord willen staan over dit gevoelige thema. Menigeen wil daar zijn vingers liever niet aan branden. Christiaan van der Kamp, de voormalige burgemeester van Bodegraven, en Johan, een dorpsbewoner wiens overleden broer onterecht in verband werd gebracht met Satanisch Ritueel Misbruik, stemmen uiteindelijk wel in met een gesprek. En gaandeweg, als hij uitzoomt naar het grotere thema van complotten over kindermisbruik, komen daar een officier van justitie, rechercheurs, therapeuten, theologen, een Amerikaanse podcastmaakster én enkele SRM-gelovers bij.

Samen met hen waadt Engelberts, die het onderzoek aanstuurt met zijn betrokken vertelstem, behoedzaam door een moeras waarin ‘t makkelijk verdwalen of verzuipen is. Hij kijkt bijvoorbeeld naar de oorsprong van complottheorieën over ritueel kindermisbruik, die al duizenden jaren steeds weer de kop lijken op te steken. Nog niet zo lang geleden ook in Nederland, waar therapeuten werden beïnvloed door Amerikaanse verhalen over seksueel misbruik en de Dissociatieve Identiteitsstoornis (DIS), die daarmee soms wordt geassocieerd. Twee vrouwen vertellen bijvoorbeeld hoe zij tijdens hun behandeling pijnlijke ‘herinneringen’ hervonden.

Bij cases rond SRM is er vaak sprake van omgekeerde bewijslast, laat Engelberts tevens zien. Want hoe kun je nu bewijzen dat iets niet bestaat en nooit is gebeurd? En mensen die onterecht van de gruwelijkste wandaden worden beschuldigd en volgens de criminoloog Marnix Eysink-Smeets, die over de treurige kwestie in Bodegraven het rapport Bloemen Op De Begraafplaats schreef, dus het slachtoffer zijn van ‘famacide’, reputatiemoord, waken er wel voor om olie op het vuur te gooien en zichzelf opnieuw tot doelwit te maken.

In dit vacuüm kan er, aangejaagd door een maatschappelijke crisis zoals het Coronavirus, ruimte ontstaan voor een kwalijke samenzweringstheorie rond het dierbaarste van het menselijke ras: onze kinderen. In Het Complot tast Joost Engelberts dit zeer gevoelige thema met zowel oprechte interesse, empathie en respect als doortastendheid en een kritische blik af. Het eindresultaat raakt het hart van wat wij/zij geloven.

The Real Project X

Netflix

Het wordt een zestiende verjaardag om nooit te vergeten. Een dag voordat het feestje op de Stationsweg in het Groningse dorp Haren daadwerkelijk moet losbarsten, is het aantal genodigden al gestegen tot boven de 350.000. Terwijl de jarige Job, de Nederlandse tiener Merthe Weusthuis, in eerste instantie slechts 78 mensen heeft uitgenodigd. Ze maakt daarbij één klein foutje: Merthe zet het aangemaakte Facebook-evenement voor vrijdag 21 september 2012 op ‘openbaar’.

Een grapjas verzendt vervolgens 500 invites. Al snel gevolgd door anderen. Als de jarige het evenement dan toch maar cancelt, opent een andere Facebooker direct een nieuwe feestaankondiging. En als die de pagina op verzoek van Merthe’s vader delete, is er wéér iemand anders die het feest opnieuw aankondigt. Totdat de situatie he-le-maal uit de hand is gelopen. Net als in de film. Letterlijk: de Hollywood-film Project X, eerder dat jaar uitgebracht, over een feest dat he-le-maal uit de hand loopt.

‘Waar is dat feestje?’ zingen bezoekers als The Real Project X (48 min.) goed op gang komt. ‘Hier is dat feestje!’ Rellen in Haren zijn onvermijdelijk. En dat vindt zeker niet iedereen erg, getuige deze terugblik van Alex Wood, waarin Merthe en andere feestgangers de aanloop naar Project X Haren en de avond zelf nog eens de revue laten passeren. Dat moet noodgedwongen in het Engels – het gaat tenslotte om een internationale productie – waardoor die party een extra plastic Hollywood-randje krijgt.

Project X wordt nooit meer dan een sterk verhaal, waarbinnen menigeen – de nachtburgemeester van Groningen, het Harense gemeenteraadslid, de relschopper met nog altijd de borst fier vooruit en de YouTubers van StukTV die viral gaan met hun Haren-repo’s – z’n eigen heldenrol kan claimen. En Merthe Weusthuis? Die kan er achteraf, als de uiteindelijke schade toch best mee blijkt te vallen, wel om lachen. ‘Ik zou zeker zijn gegaan’, grinnikt ze, ‘als het niet mijn eigen feest was geweest.’