De Instagram Moord

Act Of Crime / BNNVARA / maandag 23 maart, om 21.25 uur, op NPO3

Hun zus Roxannne spreekt over ‘het ongeluk’. Die ene dag, 23 oktober 2021, waarop Bouchra Anouk doodstak. De 21-jarige vrouw uit Den Bosch streamde haar schokkende daad live op internet. Ze bevond zich in een acute psychose. ‘Achtentachtig steekletsels’ werden er later vastgesteld bij haar jongere zus, die ter plekke overleed.

In De Instagram Moord (50 min.) delen Bouchra, Roxanne en hun moeder Shirley hun verhaal over deze traumatische avond en wordt de familie gevolgd tijdens het hoger beroep in de zaak tegen Bouchra. ‘Hoe kan je verder gaan als je weet dat je iets vreselijks hebt gedaan bij de persoon die alle vertrouwen in jou had en jou niet slechts zou wensen?’, vraagt de jonge vrouw, die is gediagnosticeerd met schizofrenie, zichzelf af in de verklaring die ze voorleest in de rechtbank. ‘Het voelt als een zware last die ik niet zomaar van me af kan zetten. Het spijt me meer dan ik ooit kan uitdrukken.’

Het Openbaar Ministerie eist tien jaar gevangenisstraf en TBS tegen Bouchra. Volgens hen had zij niet naar de stemmen moeten luisteren die ze tijdens haar psychose hoorde. Anouks schokkende dood valt haar dus aan te rekenen. In afwachting van de uitspraak gaat Bouchra met haar familie nog een weekendje naar een vakantiepark. Het zouden wel eens de laatste dagen kunnen worden die ze met elkaar doorbrengen. Met een potje jenga proberen ze er toch nog een fijne tijd samen van te maken. De spanning voor het vonnis loopt intussen zienderogen op, in deze film die het gezin heel dicht op de huid zit.

Moeder Shirley blijft haar kind, dat nu eenmaal ziek is, onvoorwaardelijk steunen. Roxanne wil haar zus vergeven, maar durft haar eigen kinderen ook niet alleen te laten met haar. Duiding over Bouchra’s situatie komt er van Désirée Versteijen, de klinisch psycholoog bij wie ze in behandeling is. Zij probeert haar daad, mentale toestand en toekomstperspectief te schetsen in deze docu, die zich verder vooral bij de zaak zelf houdt. Bouchra’s jeugd, haar ziektegeschiedenis en de familiesituatie komen op weg naar de uitspraak op 11 december 2025 slechts beperkt aan de orde.

Op die dag wordt duidelijk welke gevolgen ‘het ongeluk’, waarover in en door de buitenwereld vaak hard is geoordeeld, verder nog zal hebben voor Bouchra en haar verwanten.

Trailer De Instagram Moord

Alles Moet Beter

Submarine

Ze zijn in het geweer gekomen tegen het systeem. Drie Nederlandse twintigers die naar hun eigen overtuiging simpelweg geen andere keuze hebben. Gedwongen door hun geweten, gezonde verstand of wanhopige situatie.

PvdA-commissielid Ruben Schilt lekte geheime informatie over een mogelijke schikking tussen de gemeente Dordrecht en de chemiefabriek Chemours. Klimaatadviseur Sam Schwencke van de gemeente Den Haag gaf haar baan eraan en sloot zich aan bij Extinction Rebellion. En Rohan Mahtabsing probeert als kinderslachtoffer van de Toeslagenaffaire al jaren zijn recht te halen en uit de financiële problemen te komen.

Regisseur Dikla Zeidler, die enkele jaren geleden in de korte documentaire De Kinderen Van Mokum, En Ik (2022)al verslag deed van haar zoektocht in de jongste Amsterdamse kraakgeneratie naar een nieuwe grote protestbeweging, probeert hun gevecht tegen een slinkse ‘massavergiftiger’, de fossiele industrie en het aloude ‘van het kastje naar de muur’-systeem in al z’n gedrevenheid, woede én opwinding op te tekenen.

Net als in die vorige film verlaat Zeidler zich daarbij ook op de muziek van deze nieuwe generatie activisten. Alles Moet Beter (55 min.) is niet voor niets vernoemd naar een strijdlied van de Amsterdamse punkband Hang Youth. Deze geheel bij de tijdse docu is doorsneden met vurige concertfragmenten van de Amsterdamse groep rond frontman Abel van Gijlswijk en uitgesproken zielsverwanten zoals Ploegendienst en Sophie Straat.

Zonder omhaal van woorden getuigen zij van hun (stijf)linkse idealen. ‘Er zijn mensen die geld heilig hebben gemaakt’, houdt Ruben Steens, alias YoungRubbi, een festivalpubliek bijvoorbeeld voor. ‘En wij moeten die shit ontheiligen, met muziek, met kunst, met dit wat we hier hebben. Hier kan geen ene politicus tegenop. Fuck them all!’ Waarna hij een muzikale tirade tegen genocide in Gaza lanceert, die erin gaat als koek.

Intussen betalen Zeidlers hoofdpersonen de tol voor hun activisme. Ruben dreigt te worden vervolgd, ‘veelpleger’ Sam moet voor de rechter verschijnen en Rohan wordt ingeschat als ‘zelfredzaam’ (en wordt in de praktijk dus aan z’n lot overgelaten). Deze urgente en energieke film toont hoe ze desondanks strijdbaar – en inherent optimistisch – blijven. Met het onwankelbare geloof dat het niet alleen beter móet, maar ook kán.

Cruijff

Lusus / Box To Box / NTR / vanaf zondag 22 maart, om 21.00 uur op NPO2

Cruijffie, El Salvador of simpelweg Johan. Waar hij ook kwam als voetballer, coach of opiniemaker, Johan Cruijff (1947-2016) veroorzaakte een revolutie. Bij Ajax, Oranje en FC Barcelona – en, helemaal aan het eind van zijn spelerscarrière, zelfs bij Ajax’s aartsrivaal Feyenoord. Een natuurtalent, totaalvoetballer, nummer veertien, rockster, dirigent, rebel, dwarsligger, geldwolf, visionair, bevrijder, leider, familieman, cijfergek, mislukt zakenman, betweter, ruziezoeker, hartpatiënt, baas, vaderfiguur en oneindige inspiratiebron.

Tien jaar na de dood van de bekendste Nederlander van de afgelopen honderd jaar is er de epische vierdelige serie Cruijff (192 min.), een internationale productie van het team achter de iconische documentaires Senna, Amy en Diego Maradona. Met een ontzagwekkende collectie archiefmateriaal en toegang tot familieplakboeken belicht regisseur Sam Blair het wereldwijde fenomeen Cruyff. Intussen probeert hij met zijn echtgenote Danny, kinderen Chantal, Susila en Jordi, en Cruijff-adepten zoals Pep Guardiola, Jan Mulder, Wim Jonk, Xavi Hernandez en Frank Rijkaard die volstrekt ongrijpbare figuur, niet alleen op het veld overigens, definitief vast te pakken.

Blair kan daarbij ook beschikken over de stem van de man zelf. Niet alleen via Cruijffs talloze interviews en media-optredens, maar ook via de persoonlijke geluidsopnames die z’n hoofdpersoon in de laatste fase van zijn leven maakte, om zijn verhaal en filosofie door te geven aan volgende generaties. In zinnen die zijn doorspekt met ingewikkelde redeneringen, omdenken avant la lettre en onvervalste Cruijffismen blikt hij terug op bijna zeventig jaar op z’n zelf gecreëerde barricaden staan. In de woorden van het orakel zelf: je ziet het of je ziet het niet. Maar, voegt hij er dan op onnavolgbare wijze aan toe: wat zie je? En die vraag is dan vast weer – het ultieme Cruijff-woord – ‘logisch’.

Johan Cruijff is ook een typisch Nederlands fenomeen. De ideale exponent van een kikkerlandje, dat altijd en overal wat op heeft aan te merken. Daarmee krijgt ie zelf ook constant te maken. Nadat Cruijff begin jaren zeventig drie keer achter elkaar de Europa Cup I heeft gewonnen met Ajax, een voorheen onmogelijk geachte prestatie, volgt er behalve lof ook kritiek. ‘Laat hem maar oprotten!’, concluderen enkele gewone Amsterdammers bijvoorbeeld als hun absolute sterspeler naar FC Barcelona verkast. Daar groeit hij uit tot de verlosser, de man die Catalonië bevrijdt van het Madrileense juk. Bij de gedachte daaraan houdt voormalig Barcelona-voorzitter Joan Laporta ’t nog steeds niet droog.

Deze ambitieuze miniserie doet zo ook recht aan het mondiale symbool Cruijff, dat door Blair met een scherpe soundtrack, sprekers zoals de Britse schrijver David Winner en psychoanalyticus Hans van den Hooff en een lekker associatieve montage, waarin links worden gelegd met de tijdgeest, cultuur en politieke verhoudingen, nog eens wordt benadrukt. En aan het eind wordt Johan Cruijff in deze vertelling, na de verloren WK-finale van 1974, zowaar alsnog wereldkampioen als ‘zijn’ Spaanse elftal in 2010 een veel te defensief, onCruijffiaans Oranje verslaat. Cruijff is dan allang de totaalproductie geworden die deze gestorven levende legende verdient – en feitelijk ook zelf afdwingt.

Vol Gas Door De Modder

BNNVARA / Kleine Storm Media

‘Dat wordt emotioneel als we hier weg zouden moeten’, zegt Tony Verhorevoort, een Brabantse zeventiger met een markante snor die al sinds jaar en dag voorzitter is van M.A.C. De Helm in Helmond, terwijl hij zijn emotie probeert weg te slikken. ‘En dat komt ervan, dat weten we.’ Het circuit van zijn motorcrossvereniging lijkt na 42 jaar te moeten verdwijnen.

En dat zou een kleine ramp zijn voor de Helmondse familie Verhorevoort. Tony’s vrouw Ria werkt niet alleen in hun eigen meubelzaak maar is tevens penningmeester bij de motorcrossclub. Hun zoon Jarno was ooit een nationale topper en is nog altijd bloedfanatiek. Zijn zestienjarige zoon Seth staat inmiddels ook z’n mannetje in de modder en wordt daarbij flink op z’n huid gezeten door vaderlief. En Tony’s kleindochter Kelsey verleent regelmatig hand- en spandiensten bij de vereniging en stapt soms zelf ook op de motor.

Het geluid van motoren klinkt de Verhorevoorts en andere crossliefhebbers als muziek in de oren. Dat geldt zeker niet voor iedereen in ons land. Steeds vaker krijgen clubs, circuits en wedstrijden te maken met strikte geluidsnormen en milieumaatregelen. Dat is ook de uitgangspositie van de vierdelige docuserie Vol Gas Door De Modder (147 min.), waarin regisseur Bas Voorwinde de bedreigde subcultuur, door critici vaak weggezet als ‘herriesport’, op een toepasselijke manier, rechttoe rechtaan en zonder poespas dus, optekent.

Hij kijkt verder mee bij een wedstrijd van de Cross Club Cuijk, laat zich bijpraten door commentator Kees De Omroeper, luistert naar de elektrische crossmotor van oudgediende Johan uit Hummelo en sluit aan bij de 22-jarige Kaylee van Dam die zich als Nederlands kampioen bij de amateurs wil meten met de professionals. Want motorsport mag dan het imago van een mannensport hebben, er stappen ook steeds meer vrouwen op de motor – al is er voor sommige mannelijke coureurs nog altijd niets erger dan verliezen van een meisje.

Op weg naar de finishlijn bezoekt Voorwinde, begeleid door een noeste voice-over van de Overijsselse zanger/acteur Hendrik Jan Bökkers, trainingen en races en vergezelt hij de rijders ook naar huis, waar de olie die door hun aderen vloeit kan worden ververst en hun motoren en lijven weer worden opgelapt. Zodat ze straks opnieuw – cliché-waarschuwing! – oerend hart van start kunnen.

Jip van den Toorn, Boekhouder

NTR / maandag 23 februari, om 22.45 uur, op NPO2

Een beeld zegt dus meer dan duizend woorden. Zeker voor haar. Als Jip van den Toorn door een krant of tijdschrift bladert, kijkt ze volgens eigen zeggen vooral naar de plaatjes.

Ze tekent al van kinds af aan. In de korte docu Jip van den Toorn, Boekhouder (24 min.) laat de Amsterdamse cartoonist, kind van een creatief milieu, bijvoorbeeld ‘Het Grooten Dierenboek voor Mamma en Pappa en Bas en Kees en Oma’ zien dat ze als meisje maakte. Daarin zijn haar allereerste cartoons te vinden, zoals die ene over een vrijen pingwing, een halfgevangen pingwing en een gevangen pingwing. ‘Misschien was ik toch wel bezig met onrecht’, constateert Van den Toorn als ze er nu naar kijkt.

Tegenwoordig probeert ze met haar werk nog altijd vat te krijgen op, zoals ze ’t tegenover radio-interviewer Willemijn Veenhoven uitdrukt, ‘wat er zich in de echte wereld afspeelt’ en orde in de chaos te brengen. Zodat ze zich iets minder machteloos voelt. ‘Er is gewoon zoveel kut nu in de wereld’, zegt Van den Toorn tegen documentairemaker Stephane Kaas. ‘Je kan de hele tijd een boze cartoon maken.’ En alleen boze tekeningen maken vindt ze als tekenaar, die in haar werk duidelijk stelling neemt, ook niet interessant.

‘Knip dit er maar gewoon uit’, zegt Van den Toorn elders, in één van de ‘vele entre nous’ met Kaas, als ze zichzelf toch wel heel arrogant vindt klinken. Hij heeft die gewoon in de film laten zitten. Als ze tijdens het uitlaten bijvoorbeeld tegen haar hond zegt: ‘Kom rennen, we zitten in een documentaire, Ben!’ En daarna, zittend op een bankje, tegen hemzelf: ‘Ik had eigenlijk mijn opschrijfboekje mee moeten nemen. Dat het dan lijkt alsof ik stress.’ ‘Oh ja’, reageert Kaas. Waarna zij haar punchline plaatst. ‘Maar dat heb ik niet. Wel dropjes.’

In wezen heeft ze alleen zichzelf, haar iPad en die hond nodig, constateert Jip van den Toorn zelf in dit handzame portret, waar alles wel inzit: het buitenbeentjesgevoel, haar wanhoop over de wereld en haar nieuwe liefde, schrijver Tobi Lakmaker. Zonder overigens dat ‘t héél erg de diepte ingaat.

De Verdwenen Buurt

EO

De vader van Louis de Leeuwe wilde uiting geven aan zijn ‘onbenoembare verdriet’. Bij zijn pensionering in 1989 kreeg Jacques de Leeuwe van zijn kinderen het boek De Verdwenen Buurt (58 min.) van ingenieur Ies van Creveld, die zich had opgeworpen als geschiedschrijver van Joods Den Haag. Na het lezen nam De Leeuwe direct contact op met de schrijver. ‘Ik ben er kapot van.’

Een missie voor de rest van zijn leven was geboren. Jacques de Leeuwe, die zelf zijn ouders verloor in de Tweede Wereldoorlog en daar nauwelijks over sprak, besloot om een maquette van ‘de Jodenbuurt’ te gaan maken. De op een na grootste Joodse gemeenschap van Nederland was door de nazi’s vrijwel volledig uitgeroeid. Van de 17.000 Joodse Hagenaars overleefden er slechts tweeduizend de oorlog.

In samenspraak met bewoners probeerde De Leeuwe de huizen van deze verdwenen buurt zo nauwkeurig mogelijk na te maken. Hij wilde volgens zijn zoon Louis niets aan het toeval overlaten en zou uiteindelijk zo’n zeven jaar werken aan deze historische reconstructie, die in 1996 een plek kreeg in het Haagse gemeentehuis. En Louis zorgt ervoor dat het bijbehorende verhaal twintig jaar later nog altijd wordt verteld.

Hij krijgt in deze degelijke documentaire van Danny Akker, waarvoor Job Cohen als verteller fungeert, gezelschap van rabbijn Mendel Katzman, de achterkleinzoon van Izak van Gelder en zijn vrouw Lea. Ook rabbijn Van Gelder ontkwam niet aan deportatie. Samen met zijn vrouw werd hij in 1943 meegenomen naar het Nederlandse kamp Westerbork. Van daaruit volgde hun laatste reis naar het vernietigingskamp Sobibor.

Hoewel zulke verhalen al telkenmale zijn verteld, blijven ze onwerkelijk. En elke ooggetuige of herinnering is er één, nu de oorlog steeds langer geleden is en nieuwe verhalen uit de eerste hand alsmaar spaarzamer worden.

Hoodfights

Liano (l), Yannick (m) en Wesje (r) / Powned / NPO Start

Als documentairemaker houdt Joost van der Valk er een opmerkelijke voorkeur voor rauwdouwers op na. Type heel ruwe bolster, min of meer blanke pit. Nee, dan worden natuurlijk niet de Nigeriaanse hulpverlener Sam Itauma (Saving Africa’s Witch Children), Oegandese activist Peter Sewakiryanga (The Witchdoctor Hunters) of meermaals bekroonde oorlogsfotograaf Eddy van Wessel (Eddy’s Oorlog) bedoeld.

Van der Valk, al dan niet met zijn vaste partner Mags Gavan, heeft er echter ook een sport van gemaakt om types aan Neerlands rafelranden te portretteren. Keylow (Crips: Strapped ‘N Strong) bijvoorbeeld, toentertijd oprichter van de Haagse Crips-gang en later voorman van de motorclub Caloh Wago en in die hoedanigheid naar verluidt ook de moordmakelaar van Ridouan Taghi. De volstrekt onaangepaste Hagenees John Waldschmit (Haagse Sjonnie). En enkele gestaalde generaals en drieste voetsoldaten van de Molukse motorbende Satudarah (Satudarah – One Blood).

Aan dat rijtje voegt hij in de vierdelige docuserie Hoodfights (126 min.), die verdacht dicht tegen reality-tv aanschurkt, weer enkele illustere helden toe. Om te beginnen: de Bosschenaar Yannick, alias ‘Turbulentie’, die tijdens de Coronacrisis illegale straatgevechten is gaan organiseren. ‘Als je totaal niks van vechten afweet, kan het allemaal heel heftig overkomen’, zegt deze vrije jongen, in reactie op alweer een gemeentelijke brief dat ie moet stoppen. ‘Maar het is ook gewoon een sport, snap je?’ Hij klokt z’n blikje energydrink leeg. ‘Ik heb zelf ook weer zin om te knokken.’

En dan is er Wesley, een licht ontvlambare 36-jarige vader uit Spijkenisse van maar liefst acht kinderen die ooit z’n brood verdiende als gigolo en tegenwoordig werkt als porno-acteur. ‘Wesje’, ogenschijnlijk een gedroomde hoofdpersoon voor de eerste echte Nederlandse kneukfilm, staat in de startblokken om ook eens helemaal los te gaan in een geïmproviseerde kooi in het Brabantse buitengebied. Hij komt daar tegenover de jongeling Liano, ofwel ‘De Hoevelakense Hamer’, te staan. Als moderne gladiatoren slaan en schoppen ze al hun verdriet, woede en overtollige energie van zich af.

Joost van der Valk legt de wedstrijden van deze Fight Club (waaronder een onvervalst bare knuckle-gevecht in de bossen, bij het licht van geparkeerde auto’s) met veel drama vast, schetst tussendoor met ruwe pennenstreken de mens achter de ‘soldaat’ en de lieden om hem heen en tekent zo een wereld met z’n geheel eigen codes en mores op. Zonder dat ie er zelf iets van vindt of ’t kritisch bevraagt. En als zijn hoofdpersoon, na een frustrerende periode, besluit om naar Engeland af te reizen voor z’n eigen gevecht in de ring, sluit hij aan en legt alles vast, inclusief de verbroedering na afloop.

Want zoals het echte gladiatoren betaamt, is eerst alles geoorloofd om de ander te verslaan en voelen ze zich daarna als broeders die samen een oorlog hebben overleefd. En Joost staat erbij, kijkt ernaar en laat de rest van de wereld ervan ‘meegenieten’.

Tortelduifjes

Human

Voor wie nog twijfelde of de spichtige man met die baard en dat lange haar, die in de openingsscène van Tortelduifjes 20 min.) een duif uit z’n kooitje haalt en met Amsterdamse tongval tegen het dier kletst, misschien ‘Dennis van de Dierenwinkel’ zou kunnen zijn, haalt Ester Gould direct zijn vaste bluesy muziekje uit de veelgeprezen serie Schuldig (2016) weer van stal.

Haar ontwapenende hoofdpersoon zet ondertussen een container en een plant buiten, zodat zijn zaak in de Amsterdamse Vogelbuurt weer open kan. Als de telefoon gaat, nadat hij ook de dieren in zijn winkel heeft begroet, neemt de man die zo’n tien jaar geleden een cultheld werd op vertrouwde toon op. ‘Dierenspeciaalzaak Ambulia’, klinkt ‘t, alsof de tijd heeft stilgestaan. ‘Goedemorgen, met Dennis.’

Alleen staat de vader van Dennis van den Burg niet meer achter toonbank. Die is enige tijd geleden overleden. Dat is heel snel gegaan. ‘Dus toen was het wel stil, ja’, constateert Dennis mismoedig. Een eenzaam bestaan lonkte. Totdat hij Swindey ontmoette. Op een vrijdagmiddag. In de winkel, natuurlijk. Zij was eenzaam en op zoek naar twee vogels. Ze vond een liefdevolle paradijsvogel.

Samen doen ze nu het hartverwarmende verhaal van hun late liefde, dat door Gould vanzelfsprekend is afgehecht met een sfeervolle soundtrack. Zingt Nick Cave daar bijvoorbeeld dat hij niet gelooft in een interveniërende God? Je zou er bijna (weer) van gaan geloven. Zoals ook de liefdevolle manier waarop de twee over elkaar vertellen – en hoe ze kijken als de ander dan spreekt – raakt.

‘O-o, wat ken een mens een sachte aap worden’, zegt Dennis zelf treffend in Tortelduifjes, als zijn liefde met Swindey definitief is bezegeld. Deze lekker onschuldige Schuldig-nabrander is dan al een kostbaar kleinood geworden voor de donkere dagen van het jaar. Een kerstverhaal, dat helemaal niet in december speelt en toch meer dan genoeg hoop en troost biedt voor een zalig uiteinde.

Ademnood: Het Echte Verhaal Van Linda, Roos En Jessica

HBO Max

Achteraf bezien is het zo logisch als wat dat de Nederlandse meidengroep Linda, Roos & Jessica halverwege de jaren negentig een doorslaand succes werd. Van drie van de populairste sterretjes uit de langstlopende Nederlandse soap Goede Tijden, Slechte Tijden was een soort polder-Spice Girls geformeerd, die door enkele doorgewinterde muziekprofi’s vervolgens werden voorzien van een kek imago, besmettelijke liedjes en een continue stroom aandacht. Zij maakten popsterren van Katja SchuurmanBabette van Veen en Guusje Nederhorst, respectievelijk Neerlands grootste sekssymbool, de dochter van kleinkunstenaar Herman van Veen en de (latere) kinderboekenschrijfster en echtgenote van Kane-frontman Dinand Woesthoff.

Dat succes was lang niet altijd gemakkelijk, blijkt uit de driedelige serie Ademnood: Het Echte Verhaal Van Linda, Roos En Jessica (123 min.) van Linda Hakeboom en Rolf Hartogensis. Die start op het Spaanse eiland Mallorca, waar Katja Schuurman en Babette van Veen herinneringen ophalen aan de clipopnames voor hun vijfde en laatste hitsingle Druppels in 1996. Hun korte en hectische muziekcarrière begon een jaar eerder met de nummer één-hit Ademnood. Tussendoor leerden ze dus ook de keerzijden van het succes kennen. Niet in het minst omdat ze, zoals Babettes vader Herman ‘t betitelt, werden beschouwd als een ‘verdienmodel’. En toen, binnen tien jaar nadat ze desondanks een hechte drie-eenheid waren geworden, overleed Guusje Nederhorst. Ze was nog geen 35.

Haar vroegtijdige dood loopt natuurlijk ook als een rode draad door deze miniserie. Schuurman en Van Veen schetsen daarin met familie en direct betrokkenen zoals platenbaas Frank Wisse, componist Eric van Tijn, geluidsman Sander de Kruif, Goede Tijden, Slechte Tijden-producent Joop van den Ende, Babettes ex Winston Gerschtanowitz en goede vriend Johnny de Mol de achterkant van het succesverhaal, vriendinnenclubje en verdienmodel Linda, Roos & Jessica. Hakeboom en Hartogensis maken daarbij veelvuldig gebruik van parallelmontage. Ze snijden op en neer tussen de toenmalige hectiek en de problemen die daarmee gepaard gingen – stereotypering, mentale problemen en te veel drank bijvoorbeeld – en de huidige beslommeringen van de twee nog levende leden.

De meiden van toen zijn allang vrouwen geworden en ook niet geheel ongeschonden uit de strijd gekomen. Schuurman worstelt nog altijd openlijk met wie ze is, wat ze wil zijn en hoe ze overkomt, ook in deze miniserie. Van Veen kan zomaar volschieten bij de gedachte aan de collega/vriendin die hen is ontvallen. Tezamen pakken ze nu de draad weer op. Want natuurlijk is er – of ze nu een verdienmodel willen zijn of niet – ook een nieuwe single gekomen en zijn Linda & Jessica weer gaan optreden. Met deze gesmeerd lopende productie als aardig visitekaartje.

Mo Ihattaren – De Beproeving

Act Of Sports / BNNVARA

Op het dieptepunt weegt hij 117 kilo. De kans op een carrière als topvoetballer lijkt enkele jaren geleden definitief verkeken voor Mohamed Ihattaren. Het voormalige supertalent is begin twintig en lijkt toch al volledig uitgerangeerd. De ‘slapzak eerste klas’, aldus Johan Derksen, heeft ‘t helemaal verknald bij topclubs als PSV, Juventus en Ajax en wordt alom uitgekotst. Geen club wil zijn vingers nog branden aan het Marokkaans-Nederlandse enfant terrible.

En dan besluit hij er toch nog een keer vol voor te gaan. Ondersteund door zijn eigen ‘Team Mo’, onder leiding van oud-speler José Fortes Rodriguez. Personal trainer Jivan Akihary probeert Ihattaren lichamelijk helemaal fit te krijgen, mental coach Bram Bakker bekommert zich om de geestelijke kant. En Koen Veenstra en Ricardo Kishna zorgen voor de dagelijkse begeleiding. Hij beschikt van zichzelf niet over de juiste mindset, windt Kishna er geen doekjes om in Mo Ihattaren – De Beproeving (55 min.). ‘Anders had ie ons allemaal niet nodig gehad.’

Getuige deze heel aardige docu van Joel van den Heuvel en Tim van Maanen is Mo’s grote steun en toeverlaat echter zijn oudere broer Yassir. Hij voedde hem zowat op, ging altijd mee naar Eindhoven toen Mohamed in de jeugd van PSV speelde en fungeert nog altijd als een soort vaderfiguur voor hem. Zeker nadat hun vader Mostapha na een lang ziekbed, waarbij Mo veelal weg was gehouden, in 2019 overleed, probeerde hij hem samen met moeder Ihattaren op koers te houden. De dood van het gezinshoofd markeerde overigens meteen de start van hun oogappels neergang.

Er is destijds, dat maakt deze film wel duidelijk, erg hard geoordeeld over de tiener die en plein public moest opgroeien en rouwen. Zodra hij over zijn vader spreekt in De Beproeving oogt die ogenschijnlijk nét iets te arrogante Mo al snel weer als een beschadigd joch, dat geen raad weet met zijn gevoelens. ‘Ik ben een emotievreter’, bekent hij onomwonden. Het Utrechtse raspaardje kan echter ook grappen over de tijd dat een voetbalcarrière verder weg leek dan ooit. ‘Op een gegeven moment wilde ik bijna naar de Hunkemöller gaan, om beha’s te passen.’

Ihattaren, die na enkele jaren weer thuis bij zijn moeder woont, krijgt dan echt iets ontwapenends. In de juiste omgeving, tussen de juiste mensen, is het helemaal geen slecht jong. Dat spreekt ook uit de warme woorden die Mark van Bommel, jarenlang zijn trainer bij PSV, nog altijd aan hem wijdt. Hij heeft de mens en de voetballer Mohamed Ihataren, die zich via RKC Waalwijk naar een contract bij eredivisieclub Fortuna Sittard heeft geknokt, duidelijk nog niet opgegeven – hoe sceptisch Johan Derksen, ooit één van de mannen die hem over het paard tilde, daarover ook is.

Dit portret is ongetwijfeld bedoeld om het joch Mo achter het %#@-ventje Ihattaren vandaan te halen. Zodat de allerlaatste kans voor deze potentiële topspeler ook daadwerkelijk kans van slagen heeft. Hij bezoekt daarin verder zijn eerste club S.V. Houten, laat zich als een eregast onthalen op een kickboksgala en geeft alles wat ie in zich heeft tijdens een bokstraining. En hij gaat, in het kader van zijn persoonlijke herbronning, naar Al Hoceima in Marokko, om het graf van zijn vader zaliger te bezoeken. Om nog eens goed te beseffen waarvoor – en voor wie – hij ’t doet.

Zie je,

Staccato Films / VPRO

Via het archiveren van haar kunstwerken, dagboeken en foto’s probeert de filmmaakster Kiki Ho haar oudere zus Siu vast te houden. Samen met hond Zula heeft ze zich verschanst in een klein huisje in de Schotse heuvels, om daar in totale afzondering de confrontatie aan te gaan met het verlies van haar zus, een getalenteerde kunstenares die met haar mentale gezondheid worstelde en die plotseling, net voordat ze zou afstuderen aan de Kunstacademie in Den Haag, uit het leven stapte.

Zie Je, (73 min.) is de indringende weerslag van een zeer persoonlijk proces, dat zowel de jonge maakster als haar ouders, met wie ze pijnlijk persoonlijke gesprekken heeft, doormaken na haar overlijden. Siu’s werk fungeert daarbij als spiegel van haar ziel: erin kijken betekent betoverd raken door haar talent en tegelijk bevangen worden door de angsten en bedreigingen die zij op haar pad vond. Toen Siu’s werk ooit werd geclassificeerd als ‘outsider art’, vroeg ze, enigszins beduusd: ‘Ben ik dan een outsider?’

We don’t see things as they are, citeert haar zus nu de schrijfster Anaïs Nin. We see them as we are. Het is één van de quotes waarmee ze deze zoektocht naar haar zus richting geeft en meteen het beeld over psychische problematiek probeert te kantelen. Dat deed Siu zelf ook. Haar psychose noemde ze ‘een buitenaardse ervaring’. En tijdens haar opname in een psychiatrische instelling, schreef ze: ‘Mijn hoofd overstroomt, ik word gek van de gedachte dat ik gek ben, wat ironisch is, omdat ik een gekkenhuis leef.’

De tekst wordt door Kiki geprojecteerd op foto’s die Siu tijdens haar opname maakte in de kliniek waar ze verbleef, analoge beelden van een wereld waarin eigenlijk geen mens kan aarden. Het is voor de filmmaakster een enorme verantwoordelijkheid om die ongrijpbare zus, via wat zij heeft nagelaten, te bewaren en onder de aandacht te brengen – en niet alleen omdat het persoonlijke verhaal erachter zo tragisch is. Kiki wil Siu niet stigmatiseren, reduceren tot patiënt. Haar kunst moet voor zichzelf kunnen spreken.

Behoedzaam ontsluit ze in deze delicate film de binnenwereld van haar zus, het gevecht dat Siu heeft moeten leveren met zichzelf en de hulpverlening en de sporen van schuld en verdriet die haar dood door de levens van de rest van het gezin heeft getrokken. Intiem, kwetsbaar en – niet in het minst door de dwingende muziek van Andre Heuvelman en Frans de Rond – bijzonder geladen. Op weg naar verzoening. Met die ongrijpbare zus, haar lot en hoe het leven ondanks alles toch doorgaat.

Ook, als je er gewillig naar kijkt, voor Siu – al is ‘t dan via haar nalatenschap. Zo opent ze zich alsnog voor de wereld, haar dierbaren in het bijzonder.

Ellis Park

Pink Moon

Als je ziet hoe hij zijn instrument nog altijd te lijf gaat, uitwringt als een vaatdoek of juist laat wenen als een troosteloze weduwe, is het niet vreemd dat Warren Ellis ooit ‘de Jimi Hendrix van de viool’ werd genoemd. De Australische multi-instrumentalist heeft met zijn favoriete instrument nooit de klassieke concertzalen opgezocht, maar is in de rock & roll beland, in rokerige zalen en op bruisende festivals.

Daar is ie in Ellis Park (105 min.), de documentaire die zijn landgenoot Justin Kurzel over hem maakte, dan overigens weer nauwelijks te zien. De Australische filmmaker heeft geen regulier popportret van Warren Ellis gemaakt, waarbij eerst diens opkomst als boegbeeld van de invloedrijke instrumentale rockband The Dirty Three uitgebreid wordt behandeld en daarna zijn entree bij Nick Cave & The Bad Seeds, waarin hij zich van één van de bandleden heeft ontwikkeld tot volwaardige partner in crime van de begenadigde frontman, nog eens goed aan de orde komt.

In de kantlijn passeren die twee groepen wel even de revue. Zoals onderweg tevens wordt vernoemd dat Warren Ellis, al dan niet met Cave, naam heeft gemaakt als maker van soundtracks. Daar blijft ’t dan ook bij. Geen obligate quotes van zijn muzikale bloedsbroeder of concullega-muzikanten dus en ook slechts een te verwaarlozen hoeveelheid concertfragmenten. Alleen een man en zijn viool (of synthesizer), op plekken waar hij zich kan overgeven aan zijn muziek. In een Parijse studio, alleen op het podium van een theaterzaal of in een lege kerk.

Musiceren als een vorm van meditatie. ‘De wereld stopt’, zegt de hoofdpersoon. ‘En je bent gewoon op die ene plek. Dat zou ik in het echte leven nooit kunnen doen.’ Kurzel volgt hem tevens naar zijn ouderlijk huis in de Australische stad, waar zijn inmiddels hoogbejaarde vader ‘Screaming Johnny’ Ellis nog altijd graag zijn liefde voor muziek met hem deelt en zijn fragiele moeder Diane inmiddels in niets meer lijkt op de labiele en onberekenbare vrouw die Warren ooit zo’n lastige jeugd bezorgde. Stukje bij beetje kleuren zulke scènes de hoofdpersoon verder in.

Het hart van deze film wordt echter gevormd door zijn verbondenheid met het Sumatra Wildlife Center, waar Femke den Haas en haar medewerkers illegaal verhandelde en mishandelde dieren oplappen. In Warren Ellis heeft de Nederlandse dierenredster een bondgenoot gevonden. Hij is alleen nog nooit op bezoek geweest bij de opvang. Als Ellis zich daar meldt, nederig en in een fleurige nieuwe blouse, sluit Justin Kurzel aan om hun eerste ontmoeting te vereeuwigen. De muzikant heeft een geschenk meegebracht: zijn persoonlijke talisman. De kauwgom van Nina Simone.

Ellis Park wordt ondertussen niet het definitieve portret van de begenadigde muzikant Warren Ellis – op dat vlak blijft er best nog het nodige te wensen over – maar een sfeervolle reis door het huidige leven van een gevoelsmens, dat zich steeds weer laat raken en ook nog steeds anderen weet te raken.

De A’dammer – De Man Achter De Kast

MAX/Michaël Ferron

Zijn ontwerp is om zeep geholpen, uitgemolken en daarna vervangen, schrijft Aldo van den Nieuwelaar in 2007 bitter aan Harm Scheltens, de directeur van het Nederlandse designmerk Pastoe. Begin jaren zeventig heeft hij De A’dammer ontworpen. De opbergkast voor grammofoonplaten, geïnspireerd door de bekende parkeerpaaltjes, wordt een enorm succes en zal zelfs een plek in de befaamde serie Star Trek verwerven. Het ontwerp dat zowel Pastoe als hemzelf status en fortuin heeft gebracht, is echter onderdeel geworden van een meningsverschil dat hen beiden te gronde dreigt te richten.

Het conflict loopt als een rode draad door De A’dammer – De Man Achter De Kast (55 min.), de verzorgde film die Harro Henkemans heeft gemaakt over de vermaarde ontwerper Aldo van den Nieuwelaar (1944-2010). Die wordt geboren in het Brabantse Haaren, waar zijn ouders een meubelzaak hebben. Zoon Aldo heeft oog voor design en bovendien een ingebakken verzet tegen burgerlijkheid. Volgens zijn zus Mia en broer Joop wil hij altijd in de belangstelling staan. Na de detailhandelschool in ’s-Hertogenbosch maakt de flamboyante jongeling de overstap naar de kunstacademie St. Joost in Breda.

Zelfs daar, nog altijd in het katholieke Brabant immers, loopt hij echter uit de pas: wanneer hij wordt betrapt op een relatie met een man, wordt Aldo van den Nieuwelaar van school gestuurd. Hij trekt naar het westen. In Amsterdam kan hij dan eindelijk zichzelf zijn, als mens en als ontwerper. Hij heeft een gretige dronk, aanstekelijke schaterlach en volop ideeën en begint zich met gelijkgestemde geesten te omringen. Vrijwel alle vrienden die in dit portret aan het woord komen, hebben zich bewezen als ontwerper, schrijver, interieurarchitect of sieraadontwerper. Aldo gedijt in hun midden.

Halverwege de jaren tachtig lijkt hij niet kapot te kunnen. En dan meldt zich een geduchte vijand: AIDS. ‘Ja, daar ging de vrijheid!’ constateert Aldo’s studievriendin Marieke van der Zeijden. ‘Amsterdam werd een dodenstad’, vult Jan Brokken aan, die een boek wijdde aan hun vriendengroep. ‘Van mijn kennissenkring was ik zeker de helft kwijt.’ Hun gezamenlijke vriend, de Russische concertpianist Yoeri Egorov, behoort tot de eerste AIDS-slachtoffers. Aldo en zijn partner, architect David Griffith, vluchten dan naar Italië. Brokken: ‘Zij moeten allebei hebben gedacht: dit staat ons te wachten.’

Dit strak vormgegeven portret heeft dan zijn verplichte breekpunt bereikt. Want ook de verkoop van de A’dammer loopt terug. De royalties die ervoor zorgen dat Aldo van den Nieuwelaar zijn luxe leven kan leiden, drogen langzaam maar zeker op. Als Harm Scheltens van Pastoe een nieuw ontwerp – de A’dammer – Sideboard – op de markt wil brengen, leidt dit vervolgens tot een ernstig conflict met de compromisloze geestelijk eigenaar ervan, die gaandeweg de greep op zijn bestaan helemaal kwijtraakt en uiteindelijk nog maar één mogelijkheid ziet om zijn leven weer in eigen hand te krijgen.

Terwijl Aldo’s vrienden in de epiloog van deze documentaire ook na zijn dood het glas op hem heffen tijdens zijn verjaardag, krijgt zijn signatuurontwerp bij Pastoe weer een nieuw leven.

Den Sorte Svane

DR Sales

De afspraak is helder: ze mag zich niet schuldig maken aan strafbare feiten. De Deense bedrijfsjuriste Amira Smajic, bijgenaamd De IJskoningin, onderhoudt al jaren nauwe banden met criminele motorbendes zoals de Hells Angels, Bandidos en Satudarah. Ze opereert voortdurend op de scheidslijn van onder- en bovenwereld, heeft intussen al menige dubieuze deal gesloten en wil daarover nu open kaart spelen.

Samen met documentairemaker Mads Brügger, die in The Mole al eens een informant in een zaak rond Noord-Korea runde, heeft de Bosnische vluchtelinge Smajic een nieuwe kantoorruimte geopend, die is volgehangen met camera’s en opnameapparatuur. Een journalistenteam kijkt vanuit een controlekamer mee hoe ze vervolgens criminelen, zwendelaars en corrupte advocaten ontvangt en schimmige zaakjes met hen opzet.

Één van de vaste gasten van Den Sorte Svane (Engelse titel: The Black Swan, 217 min.) is de van origine Pakistaanse crimineel Fasar Abrar Raja. Hij behoort tot de motorbende Bandidos, is actief binnen de illegale handel in verontreinigde grond en blijkt gaandeweg bij nog ernstigere misdrijven betrokken te zijn. Fasar, die zou zijn gediagnosticeerd met een ernstige psychische stoornis, laat zich kennen als een zeer onberekenbaar heerschap.

Tegelijkertijd is ook Jimmy Skjoldborg, een klassieke biker die behoort tot de leiding van de Bandidos, regelmatig bij Amira op kantoor te vinden. Hij draagt een ‘expect no mercy’-badge. Volgens de politie is dat een teken dat hij in naam van de club geweld heeft gebruikt. Skjoldborg heeft volgens eigen zeggen echter geen strafblad. De autoriteiten zijn er nooit in geslaagd om voldoende bewijs tegen hem te verzamelen.

Bij dit gezelschap voegt zich de tamelijk kakkineuze jongeman Martin Malm Hansen, die een ingenieus systeem met valse facturen heeft opgezet om zwart geld wit te wassen. Hij krijgt echter al snel serieuze betalingsproblemen en roept dan de hulp in van advocaat Nicolai Dyhr, partner bij het prestigieuze kantoor Horten uit Kopenhagen. Die moet ervoor zorgen dat er bij een faillissement van Hansen geen lijken uit de kast vallen.

Met verborgen camera’s documenteert deze unheimische vierdelige serie hoe de onder- en bovenwereld eendrachtig samenwerken om de wet te omzeilen of te breken. Amira Smajic betoont zich intussen een vaardige manipulator, die de gasten op haar kantoor verleidt – en soms ook bijna uitlokt – om zich uit te spreken over zaken die het daglicht niet kunnen verdragen en die en passant ook bewijsmateriaal tegen hen verzamelt.

In een soort verhoorsetting probeert Brügger, zelf ook niet vies van een dramatisch opgezet rollen- of dubbelspel, ondertussen te vatten wat Smajic’s motivatie is voor deze waaghalzerij voor de camera, die de hele (onder)wereld straks kan aanschouwen. Waarom is ze bereid om haar eigen veiligheid op het spel te zetten? Ook hij kan De IJskoningin echter moeilijk peilen – al maakt haar dat meteen een intrigerend personage.

Brügger maakt soms echt een ingewikkeld schimmenspel van deze miniserie, maar toont tegelijk ondubbelzinnig aan dat ook Denemarken, in de afgelopen jaren zesmaal gekozen tot minst corrupte land ter wereld, zeker niet vrij is van ondermijning. En dat heeft desastreuze gevolgen voor enkele vertegenwoordigers van de bovenwereld die, zo laten die verborgen camera’s feilloos zien, hun morele kompas hebben uitgeschakeld.

Daarmee ondermijnen ze niet alleen hun eigen positie, maar ook die van al hun integere vakgenoten.

Mijn Noord

Lydia / c: Jaap van den Beukel / Human

Ze gaan er nóóit meer weg. De documentaire Mijn Noord (58 min.) is nauwelijks een kwartier onderweg en al drie bewoners van Tuindorp Nieuwendam, een oude volkswijk in Amsterdam-Noord, hebben los van elkaar verklaard dat ze zich zo thuis voelen in hun eigen (arbeiders)woning dat ze alleen tussen zes planken willen vertrekken. ‘Ik heb ’t zo naar m’n zin hiero met de mensen’, vertelt Lydia. ‘En, nou, met dat kippenhok, ik vind ‘t perfect zo. Geld maakt niet gelukkig.’

‘Noorderlingen’ zoals zij zweren bij de familiaire sfeer en het dorpse gevoel van hun buurt. En dat lijkt ook precies waarnaar fotograaf Jaap van den Beukel, die enige tijd geleden zelf in Noord is komen wonen, op zoek is in dit wijkportret. Hij spreekt diverse, vooral oudere, bewoners aan op straat en maakt een praatje met hen. Over hoe de wijk steeds verder verjongt en daardoor ook van karakter verandert. En over hun eigen leven, waarbij elk huisje natuurlijk z’n eigen kruisje blijkt te hebben.

Van den Beukel heeft inmiddels ook een boek en een tentoonstelling gewijd aan zijn nieuwe buurtgenoten en de fotogenieke stadsomgeving – arbeiderswoningen en poortgebouwen met rode daken, met invloeden van de Amsterdamse school – waarmee zij volledig vergroeid zijn geraakt. Van de 3500 bewoners van Tuindorp Nieuwendorp is ongeveer een kwart op gevorderde leeftijd. De fotograaf vereeuwigt hen in hun leefomgeving en gaat bij sommigen ook naar binnen voor een kop koffie.

Fred loopt bijvoorbeeld al tegen de negentig, repareert computers en weet alles van mondharmonica’s. Hij verveelt zich nooit. Fred, altijd gekleed in een ruitjeshemd en Amsterdam-bretels, zit vaak samen met zijn parkiet Japie voor het raam. ‘De wil van het heilige moeten is weg’, zegt hij. ‘Dus je kunt doen en laten wat je wilt.’ Gadze zou intussen best een relatie willen. ‘Ik zou ’t wel fijn vinden als ik iemand zou vinden die een rijbewijs heeft en een beetje van mijn leeftijd is. Om een dagje weg te gaan.’

Het is een thema dat ook in andere gesprekjes in deze collageachtige film, ingekleurd met nostalgische mondharmonica- en accordeonmuziek, aan de orde komt: het gebrek aan contact en aanspraak dat zich met de jaren aandient. Dat wordt ook gerelateerd aan de verjonging van de wijk. ‘Yuppen’ hebben ’t nu eenmaal te druk met andere dingen. Jaap van den Beukel vraagt er niet al te zeer op door. Hij houdt ’t bij praatjes pot. Zijn gesprekspartners mogen vooral zichzelf zijn voor de camera.

Via flarden van hun individuele levens, waarin in deze film overigens geen ontwikkeling zit, ontstaat een sfeertekening van een veranderende gemeenschap. Die is weliswaar gesitueerd binnen Amsterdam-Noord – een stadsdeel dat in de afgelopen jaren al als decor fungeerde voor zowel de bekroonde series Schuldig en Klassen als documentaires zoals Paul En Paultje en De Verkrotte Droom – maar zou overal in Nederland kunnen worden gemaakt. Waar ‘ons kent ons’ plaatsmaakt voor ‘wie kent wie’?

Oranje Dromen – Alle Ogen Op De Bal

Human

Waar de droom lang was voorbehouden aan jongens, mijmeren nu ook Nederlandse meisjes over een leven als profvoetballer. In de driedelige serie Oranje Dromen – Alle Ogen Op De Bal (138 min.), het vervolg op Op Weg Naar De Top (2022), volgen Anouk Suntjens en Mildred Roethof ruim twee en een half jaar vier van zulke jonge talenten. Ze willen een contract bemachtigen, spelen bij een Betaald Voetbal Organisatie en liefst ook nog geselecteerd worden voor hun land, De Oranje Leeuwinnen.

Vlinder Ooijens wil bijvoorbeeld slagen bij haar favoriete club Ajax, maar ze heeft wel een extra uitdaging: een zeldzame groeistoornis. Dezelfde als Messi (!). Vlinder moet zichzelf elke dag prikken. Hopelijk lukt het zo nog om de 1.60 meter aan te tikken. Het Marokkaans-Nederlandse talent Aya el Benallali speelt vooral tussen de jongens. Haar vader Khalid heeft daar vanwege zijn geloof wel moeite mee. ‘Van mij mag het vandaag stoppen’, stelt hij onomwonden. ‘Maar ik zie haar niet stoppen.’

Loewé Boid (ADO Den Haag) komt uit een familie van bekende profvoetballers, zoals Sigi en Jeremain Lens. Als eerste meisje gaat zij nu ook proberen om de top te halen. Met haar team doet Loewé mee aan een internationaal toernooi, waarbij ze zich kan meten met de speelsters van Real Madrid en Aston Villa. Aanvaller Rose Ivens klopt intussen al flink aan de deur bij het eerste elftal van FC Twente, een toonaangevende club in het vrouwenvoetbal. Een profcontract lijkt binnen handbereik.

Net als talentvolle jongens hebben deze meisjes geen enkele garantie dat alle tijd en energie die ze nu in hun carrière steken zich straks ook zal uitbetalen. Suntjens en Roethof laten echter zien dat meisjes nog een aantal extra hobbels moeten nemen: ze worden bijvoorbeeld aangemoedigd om bij de jongens te blijven spelen, maar worden dan ook nog wel eens ten faveure van hen aan de kant geschoven. En ze moeten zich vaak zowel bij hun eigen amateurclub als bij een profclub en de KNVB bewijzen.

In dat kader komen ook allerlei insiders van het Nederlandse vrouwenvoetbal aan het woord. Suse van Kleef, de eerste vrouwelijke voetbalcommentator van Nederland, fungeert intussen als verteller en brengt alle verhaallijntjes bij elkaar. Haar teksten liggen er soms nogal dik bovenop en voelen ook wat gekunsteld, zeker als ze een soort live-verslag verzorgt bij de wedstrijden van de hoofdrolspeelsters. Dan gaat de serie nét iets te nadrukkelijk op z’n hurken voor het beoogde jonge publiek.

Oranje Dromen geeft desondanks een aardige inkijk bij een nieuwe generatie voetballende meisjes, voor wie de droom om later kampioen te worden, in de Champions League te spelen en op een groot toernooi uit te komen voor hun land inmiddels net zo vanzelfsprekend is als voor jongens.

Een Veilige Plek

Max

Samen met haar echtgenoot, de violist en dirigent Jaap van Zweden, heeft Aaltje van Zweden-van Buuren vier kinderen. Hun derde kind Benjamin heeft autisme, een verstandelijke beperking en epilepsie. Nadat de Van Zwedens lang tevergeefs hebben gezocht naar een geschikte woonplek voor hun inmiddels volwassen zoon, zijn ze in Laren een zogenaamd Papageno Huis gestart, een plek waar Nederlanders met een autismespectrumstoornis zich thuis kunnen voelen. Inmiddels wordt er in Lemmer aan de opstart van het Papageno Huis Fryslân. En als het aan Aaltje ligt komen er nog veel meer van zulke beschutte plekken voor kwetsbare kinderen.

Tegelijkertijd vraagt ze zich in Een Veilige Plek (54 min.) af: ‘Hoe dun is het laagje van onze beschaving?’ Want altijd als het erom spant, zijn het de kwetsbaren in de samenleving die aan het kortste eind trekken: de mensen met een psychische stoornis of een lichamelijke of verstandelijke beperking. Bij het Apeldoornsche Bos ontmoet Van Zweden bijvoorbeeld psycholoog Jetty Kropveld. Toen zij in 1945 werd geboren, was haar zes jaar oudere zus Lida, een meisje met een ontwikkelingsachterstand, al afgevoerd naar Auschwitz. Daar werd thuis echter nooit over gesproken. Het tragische lot van ‘het kind’ zou Jetty’s ouders niettemin hun hele leven achtervolgen.

Kinderen zoals Benjamin en Lida worden al snel als nutteloos beschouwd en dreigen vervolgens buiten de maatschappij te worden geplaatst, terwijl ze volgens Van Zweden juist zichtbaar zouden moeten zijn. Ze moeten als het ware gedeeld worden met de buitenwereld. In dat opzicht is er in het Oekraïense overheidsinternaat Moekatsjevo nog een wereld te winnen. Rond dit relikwie uit de Sovjet-tijd, waar vroeger kinderen die waren afgestaan aan de staat werden opgevangen, is nog altijd een hek opgetrokken. Toch proberen ze er nu een thuis te creëren voor Oekraïense kwetsbare kinderen en volwassenen, die hebben moeten vluchten voor de oorlog.

Aaltje van Zweden bezoekt in deze tv-docu van Erwin van den Berg ook nog een vluchtelingenopvang in Huizen, waar enkele Oekraïense moeders haar vertellen hoe ze omwille van hun kind huis en haard hebben verlaten. Het zijn aangrijpende verhalen, die het belang van plekken waar ook kwetsbare mensen tot hun recht komen nog eens benadrukken. Van Zweden beschouwt ‘t duidelijk als haar persoonlijke opdracht om daarvoor aandacht te vragen. Dat is natuurlijk een loffelijk streven, maar deze film blijft ook enigszins op dat niveau steken. Een Veilige Plek is vooral een aardige bijsluiter voor haar missie en wordt soms ook bijna een promofilm voor de Papageno Huizen.

The Hold Down

EO

Zijn surfplank voerde hem al naar Marokko, Indonesië, Hawaii, Namibië én Portugal. Want daar, in het woelige water bij het kustplaatsje Nazaré, kun je wedijveren met de hoogste – en gevaarlijkste – golven. En daar wil de Nederlandse big wave-surfer Sacha Bongaertz dus zijn eigen grenzen opzoeken – en zich meten met alle andere surfals van de wereld.

De documentaire The Hold Down (54 min.) van Jan Paul van der Velden oogt als een Nederlandse variant op 100 Foot Wave, de ultieme surfserie over de Amerikaanse crack Garrett McNamara en zijn entourage. Hij zette het slaperige Portugese kustdorp ooit op de kaart als dé plek om epische golven van ruim twintig meter te bedwingen. Sindsdien geldt Nazaré als een soort bedevaartsoord voor big wave-surfers.

Bongaertz lijkt op het eerste gezicht een typische ‘beach boy’ uit de badplaats Scheveningen. De man die nu imposante golven trotseert was ooit echter een jongetje met een ernstige vorm van reuma, dat helemaal vast dreigde te lopen. Totdat hij ontdekte dat water hielp tegen zijn klachten. Al snel was Bongaertz verknocht aan surfen en vond hij in Hans van den Broek van de plaatselijke surfwinkel een mentor.

In deze film paart Van der Velden het kwetsbare persoonlijke verhaal van zijn hoofdpersoon – verteld door hemzelf, zijn (gescheiden) ouders Mark en Katharina en z’n grootouders – aan spectaculaire beelden van zijn duizelingwekkende toeren op de surfplank, die met behulp van drones en point of view-shots zijn vereeuwigd. Sacha Bongaertz is in Nazaré, inmiddels ook zijn eigen surfplek gestart: Ghetto Palace.

In Portugal liggen ook wortels van de Nederlandse surfer. Zijn grootvader José groeide er op en speelde voor de topvoetbalclub Benfica en het nationale elftal, maar koos ineens halsoverkop het ruime sop en verkaste naar het buitenland. Die impulsiviteit ziet Sacha Bongaertz terug bij zijn vader Mark, die is gediagnosticeerd als manisch-depressief. En hij herkent ‘t ook bij zichzelf. Sacha vaart eveneens op de golven van zijn eigen gemoed.

Met een camper en zijn beste vriendin Suus gaat hij in dit geslaagde portret op zoek naar Portugese familieleden die hij nog nooit heeft ontmoet, bezoekt de reumatoloog die hem als jongetje behandelde en fantaseert over surfles voor kinderen met een broze gezondheid. Zodat hij zijn eigen levenservaring, op en naast die plank, kan doorgeven aan jongens en meisjes die dat goed kunnen gebruiken.

Het Is Niet Te Geloven

ESPN

‘Het is niet te geloven, het is niet te geloven!’ Bij deze woorden, uitgesproken door voetbalcommentator Koert Westerman, ziet iedere PSV-supporter direct de bijbehorende beelden voor zich: de Braziliaanse ‘grande goleiro’ Huerelho Gomes maakt een vreugdedans op het veld en belandt in de armen van verdediger Carlos Salcido, coach Ronald Koeman neemt opgelucht felicitaties in ontvangst en de fans in het Philipsstadion gaan he-le-maal uit hun dak. Het is zondag 29 april 2007, de dag waarop de Eindhovense ploeg tegen alle verwachtingen in tóch landskampioen wordt.

Westerman baalt er eerst van dat hij op deze wedstrijd is afgestuurd, vertelt hij bij de start van de sportdocu Het Is Niet Te Geloven (45 min.), waarin de hoofdrolspelers tien jaar na dato terugblikken. ‘Het was een zonnige dag’, herinnert hij zich. ‘Maar ik had geen zonnig humeur. Het zou namelijk Ajax worden of AZ. Niet PSV. En ik werd naar PSV gestuurd, tegen Vitesse. Ja, daar zou het niet gaan gebeuren. Dat was onmogelijk.’ Want de gedoodverfde kampioen PSV is in de voorgaande maanden een enorme voorsprong kwijtgeraakt en heeft daarmee ogenschijnlijk alle kansen op de titel verspeeld.

Deze docu van Jeroen Toet over de ongelóóflijke remonte begint met een regen aan goals van Eindhovense makelij. PSV lijkt op een slof en een ouwe voetbalschoen kampioen te gaan worden. Gaandeweg dient het AZ van trainer Louis van Gaal zich echter aan als een geduchte concurrent en sluipt er gemakzucht in de Brabantse sterrenploeg, met steeds weer nieuw puntverlies. Het kwartje valt pas tijdens een 1-5 thuisnederlaag tegen het Ajax van Wesley Sneijder, Klaas-Jan Huntelaar, Jaap Stam, Johnny Heitinga en Edgar Davids: PSV zit diep in de shit. ‘Einde oefening’, moppert een oudere supporter somber.

Ronald Koeman houdt desondanks staande dat hij destijds nooit hij de grip op de ploeg is kwijtgeraakt. In de media verschijnen er niettemin allerlei verhalen over een gebrek aan chemie tussen hem en de spelersgroep, zijn eigen staf en voorzitter Frits Schuitema. Koemans positie hangt aan een zijden draadje, schrijven ze. En de voorzitter wil geen duidelijkheid geven over zijn toekomst. ‘En dat was ook zo’, bevestigt Schuitema, die nog altijd weigert om zoete broodjes te bakken. In die gespannen sfeer moeten Koeman en zijn ploeg zich voorbereiden op de allesbeslissende laatste competitieronde.

Behalve de wrijving tussen de geplaagde coach en de bestuurder die hem geen openlijke rugdekking wilde geven, blijft een kritische analyse van de kampioensploeg die bijna ten onder gaat achterwege in deze nostalgische terugblik. Er is wel alle ruimte voor de PSV-spelers Phillip Cocu, Heurelho Gomes en Ibrahim Afellay en teambegeleider Mart van den Heuvel om samen de legendarische wedstrijd nog eens terug te kijken. De focus blijft daarbij volledig op PSV. Ontwikkelingen op de andere velden komen steeds binnen via het Philipsstadion, waar het geloof in de landstitel alsmaar groter wordt.

Totdat dan eindelijk het verlossende eindsignaal klinkt, de champagne kan worden ontkurkt en aanvoerder Cocu de kampioensschaal omhoog mag houden. Zoals ook negen jaar later – na een al even krankzinnige ontknoping in 2016 – de platte kar kan worden uitgereden in Eindhoven. Net als dit seizoen, wéér negen jaar later, na een ontsnapping die ze zelfs in Hollywood niet hadden kunnen bedenken. Een beetje PSV-fan verlekkert zich nu al op 2034…

Over de bizarre ontknoping van de eredivisie in 2007 werd overigens ook een aflevering van Andere Tijden Sport gemaakt. En de uitzending van het radio 1-programma Langs De Lijn van die dag is eveneens een klassieker geworden.

Front Row

Scenery / Banijay / Cinema Delicatessen

Zij vechten de oorlog aan het culturele front, constateert de Oekraïense veteraan Oleksandr Teren Budko, alias Sasha, over zijn landgenoten van de United Ukranian Ballet Company. Het dansgezelschap werd begin 2022 opgericht na de aanval van Rusland op Oekraïne, opereert tegenwoordig vanuit Den Haag en bestaat uit zestig gevluchte dansers.

Stuk voor stuk hebben zij zich te verhouden tot de oorlog, vervat in beelden van het front. De broer van Violetta Hurko lid van het corps de ballet, dient bijvoorbeeld in het leger. Zij is bang dat het verkeerd met hem afloopt. Soms schuilt ze even in zijn soldatenjas. Solodanser Vladyslav Bondar maakt zich zorgen over zijn vader die eveneens voor zijn land vecht. ‘Als ik er niet meer ben’, zegt hij tegen zijn zoon, ‘is het jouw beurt om ons land te verdedigen.’

Eerste solist Alexis Tutunnique voelt zich intussen schuldig: terwijl hij naar het buitenland is uitgeweken om te dansen, stellen leeftijdsgenoten hun leven in de waagschaal. Hij zet de documentaire Front Row (75 min.) definitief in gang. Als Tutunnique ontdekt dat Sasha in de omgeving verblijft, nodigt hij hem uit om de voorstelling Giselle bij te wonen. De voormalige soldaat heeft nog nooit een balletuitvoering bijgewoond.

Vanuit de zaal verbaast hij zich erover hoe hoog de dansers springen. ‘Ik heb nu nog meer waardering voor benen dan vroeger’, zegt Sasha met gevoel voor understatement. Want zelf is hij aan het front zijn beide onderbenen kwijtgeraakt. De voormalige barista en grafisch vormgever is voortaan aangewezen op beenprothesen. Dat weerhoudt Sasha niet van een opvallend idee: hij wil zijn strijd voortzetten op het toneel. Ofwel: meedoen aan een voorstelling.

Daarmee heeft de Nederlandse documentairemaakster Miriam Guttmann het warm kloppende hart voor haar sfeervolle exploratie van de rol en waarde van kunst in tijden van oorlog te pakken. Niet iedereen in het gezelschap is alleen even enthousiast over de toevoeging van een oorlogsveteraan met een lichamelijke beperking. Danseres Iryna Zhalovska, die met haar dochtertje Sofia in Nederland verblijft, vreest dat het een mislukking wordt.

Terwijl de United Ukranian Ballet Company toewerkt naar de première van dat nieuwe werk, waarmee de dansers ‘hun kracht, hun trots, hun vastberadenheid, hun liefde voor Oekraïne en de drang om haar cultuur in stand te houden’ willen uitdrukken, ontstaat er een hechte vriendschap tussen Alexis en Sasha, twee jonge mannen die in andere tijden waarschijnlijk nooit elkaars gezelschap zouden hebben opgezocht en die nu door het lot zijn verbonden.

Tijdens de geladen en fraai vereeuwigde uitvoering van het oorlogsballet, de vanzelfsprekende apotheose van deze krachtige film, komt het vervolgens allemaal samen: de moed, het doorzettingsvermogen en de eendracht. En het verlies, de rouw en het verdriet van Oekraïne. In kunst die schoonheid aan zeggingskracht paart – en met beide benen, prothesen of niet, in de hedendaagse tijd en wereld staat.