The Gig Is Up

IDFA

Hij doet zich voor als zwarte Republikein. In werkelijkheid is Jason Edwards zo wit als wat. Een uitgesproken politieke voorkeur lijkt de Amerikaanse dertiger met de criminele antecedenten en gouden tanden – echt! zegt hij, geen grillz! – ook niet te hebben. Voor de mening van rechtse Afro-Amerikanen is simpelweg een markt. Met het invullen van online surveys kan Edwards, die inwoont bij zijn morsige, aan krasloten verslaafde moeder in Florida, zo volgens eigen zeggen een fatsoenlijke boterham verdienen.

De op het eerste oog tamelijk labiele Edwards is onderdeel van de snel uitdijende klusjeseconomie. De klant is daarbij koning. Om ervoor te zorgen dat die zich inderdaad als een vorst behandeld voelt, zijn alleen talloze ‘ghost workers’ nodig: Über-chauffeurs, Deliveroo-bezorgers en TaskRabbit-klussers – en de anonieme werkbijen, zoals Amazons zwaar onderbetaalde MTurkers, die daar weer achter schuilgaan. Zij worden doorgaans per opdracht betaald en werken dus niet meer voor een baas. Denken ze. Beter: dachten ze. Wie eenmaal met ‘de tirannie van de algoritmen’ is geconfronteerd, weet wel beter.

Met ‘gig workers’ uit verschillende landen en deskundigen met een helikopterview brengt de Canadese documentairemaker Shannon Walsh deze nieuwe economie in kaart, waarbij klantbeoordelingen en sterwaarderingen het welzijn van de wereld en het op waarde schatten van de individuele mens vreemd genoeg vooral in de weg lijken te zitten. Walsh focust zich in deze gedegen film vooral op die misstanden, ongevallen en excessen (zoals een afzichtelijk groot huurfietsenkerkhof in het Chinese Shenzhen). Zodat de vraag zich onvermijdelijk opdringt of deze vorm van platformkapitalisme eigenlijk wel kan bestaan zónder schaduwarbeid. Walsh draait er in elk geval niet omheen: The Gig Is Up (90 min.). Ofwel: het spel is uit!

Al zou de wens daarbij toch wel eens de vader van de gedachte kunnen zijn…

Normal Is Over

Renée Scheltema

Bijna een halve eeuw geleden waarschuwde een groep prominente wetenschappers, verzameld in de Club van Rome, al dat de aarde de oneindige behoefte aan beter, groter en meer van de mens nooit aan zou kunnen. Het rapport De Grenzen Aan De Groei fungeerde in 1972 als een wake-up call voor een complete generatie: het moest en zou anders met de wereld. Renée Scheltema was één van hen. Ze herinnert zich nog goed hoe ze tijdens de oliecrisis ging rolschaatsen op autoloze zondagen. Tegelijkertijd zag ze dat er uiteindelijk (te) weinig veranderde. Economische groei bleef leidend.

Sinds begin jaren negentig woont de Nederlandse met haar gezin in Zuid-Afrika. Gaandeweg groeide bij haar behoefte om de staat van de aarde op te maken in een persoonlijke film en te bekijken hoe de klimaatverandering, milieuverontreiniging en de massale uitroeiing van allerlei diersoorten tot staan kan worden gebracht. Want het roer moet om volgens haar en, zoals wiskundige/filosoof Charles Eisenstein het uitdrukt, Normal Is Over (102 min.). Dat uitgangspunt brengt haar gedurende enkele jaren naar alle uithoeken van de wereld, waar ze in gesprek gaat met wetenschappers, deskundigen en activisten.

De teneur van de film is beurtelings idealistisch, alarmistisch én hoopvol. Want initiatieven om de zaak ten goede te keren zijn er ook volop. Al blijft het vigerende maatschappijmodel, en de daarmee verbonden economische mores en verhoudingen, erg hardnekkig. Een enkele keer stuit Scheltema tevens op een luchtig tafereel, zoals wanneer de enorme koe van dierenactiviste Marina Rust-Evans in de keuken belandt en het halve interieur dreigt te verpletteren. Knuffelend krijgt de ‘cowgirl’ hem uiteindelijk toch weer naar buiten. 

Door zijn inhoud en toonzetting zal Normal Is Over, dat ongegeneerd ijvert voor een betere wereld, niettemin vooral aftrek vinden bij een kijkersgroep, die zich sowieso al bekommert om de toekomst van de aarde en haar bewoners. Want om de (meeste) ideeën in de documentaire te omarmen, zal ieder van ons ook zijn eigen streven naar economische groei moeten loslaten. En dat lukt vermoedelijk pas als we in ons eigen leven de absolute noodzaak daartoe zien.

Wellicht dat de Coronacrisis daarin nog als vliegwiel gaat fungeren…

Capital In The Twenty-First Century

Thomas Piketty / Human

Staan we aan de vooravond van een terugkeer naar het ongebreidelde kapitalisme van de achttiende en negentiende eeuw, met een kleine aristocratie die leeft in weelde en het gewone volk dat omkomt van de honger? Deze zorg spreekt de Franse econoom Thomas Piketty nadrukkelijk uit bij de start van de boeiende documentaire Capital In The Twenty-First Century (102 min.), die is gebaseerd op zijn baanbrekende boek uit 2013. De eerste tekenen dienen zich volgens hem aan: groeiende ongelijkheid en, als een soort bliksemafleider daarvoor, toenemend nationalisme.

Samen met vooraanstaande collega-economen, psychologen, historici en politicologen licht Piketty vervolgens de ontwikkeling van het kapitalisme door, de talloze pogingen om dat bij te sturen en de recente opkomst van de ‘Greed is good’-mentaliteit, waardoor er weer een ouderwetse samenleving van Haves, een kleine elite, en Have-nots, de rest van de bevolking, dreigt te ontstaan. In politieke termen: één dollar, één stem. In plaats van wat je zou verwachten in een goed functionerende democratie: één mens, één stem.

De bijbehorende winnaarsattitude wordt ook direct verinnerlijkt, zo toont een fascinerend experiment met het bordspel Monopoly aan. Door het opgooien van een munt wordt steeds bepaald welke van twee spelers allerlei voordeeltjes krijgt toebedeeld. Die geluksvogels gaan zich vervolgens binnen enkele minuten ook als winnaar gedragen. Ze verplaatsen hun pion met meer geluid, graaien vaker in de chipszak en beginnen hun opponent te kleineren. Na afloop geloven ze dat ze puur op basis van hun kwaliteiten hebben gewonnen. Niet als gevolg van stom toeval.

Het is niet moeilijk om die mentaliteit te ontwaren in de hedendaagse samenleving. In zowel individuele personen als ondernemingen. Met deze uitstekend gedocumenteerde film van Justin Pemberton, die is geïllustreerd met nieuwsbeelden, televisiefragmenten en scènes uit speelfilmklassiekers zoals Pride And Prejudice, Les Misérables en The Grapes Of Wrath, bepleiten Piketty en zijn mededenkers dan ook een beter gereguleerde vorm van kapitalisme, waaraan echt iedereen zijn steentje bijdraagt, bijvoorbeeld via het betalen van belasting.

Enig optimisme is daarbij op zijn plaats, meent hij. De menselijke geschiedenis toont volgens Piketty aan dat we altijd streven naar een samenleving met harmonie en samenhang. Daarvoor moet dan alleen de huidige ongelijkheid nog wel even worden bestreden.

Push

De mensenrechten van inwoners van pak ‘m beet Barcelona, Toronto, Valparaiso, Londen en Seoul worden met voeten getreden, zo is de vaste overtuiging van de Canadese advocate Leilani Farha, die als speciale rapporteur voor de Verenigde Naties het thema ‘adequate housing’ beheert. Het op grote schaal speculeren met woningen en leefomgevingen moet worden gestopt. ‘Goud is geen mensenrecht’, zegt ze. ‘Een fatsoenlijk huis wel.’

Het gegeven dat in westerse steden hele woonwijken worden opgekocht door buitenlandse investeerders, de oorspronkelijke bevolking vertrekt of wordt weggepest en overal ‘dood gebied’ dreigt te ontstaan, spreekt natuurlijk minder tot de verbeelding dan oorlog, ziekte of armoede. Daarvoor krijgt ze dus ook moeilijk de handen op elkaar bij VN-gedelegeerden. Als hoofdpersoon van Push (91 min.) grijpt Farha alsnog de kans om haar punt kracht bij te zetten.

Deze boeiende documentaire van de Deense filmer Fredrik Gertten buigt zich over de oververhitte huizenmarkt, gentrificatie en de ongegeneerde handel in onroerend goed. Een pijnlijk voorbeeld is de Grenfell Tower in Londen. Nadat flatbewoners jaren hadden gewaarschuwd voor veiligheidsproblemen, brak er in 2017 brand uit. 72 bewoners vonden de dood. Ruim tweehonderd mensen raakten bovendien thuisloos. En diezelfde tragedie wordt nu benut om de wijk, liefst zonder hen, te upgraden.

Econoom Joseph Stiglitz plaatst dit fenomeen, dat ook in andere wereldsteden is te ontwaren, in het kader van de extreme vrije markt-ideologie die jarenlang is gepropageerd door zijn invloedrijke collega Milton Friedman. Die ging er vanuit dat minder regeltjes automatisch tot meer groei zou leiden. Dat zou uiteindelijk voor iedereen goed zijn. Elke vorm van moraliteit werd intussen terzijde geschoven, aldus Stiglitz. En dat zien we nu. ‘Je kunt geld verdienen door de wereld te vernietigen. En daar is echt iets mis mee.’

VN-rapporteur Leilani Farha wil in dat verband bijvoorbeeld graag in contact komen met het investeringsfonds Blackstone. Deze ‘aasgieren’ spelen overal ter wereld een soort real life-Monopoly met de huizen, straten en buurten van gewone mensen. Zulke internationaal opererende ondernemingen laten zich alleen niet gemakkelijk ter verantwoording roepen. Als ze weer eens bot vangt, zorgt dat voor elementaire twijfel bij Farha. ‘Ben ik belachelijk?’ vraagt ze zich hardop af.

Niet veel later hervindt ze de kracht om haar verhaal te blijven doen en verbinding te zoeken met lokale bestuurders. Want als het urgente Push één ding duidelijk maakt, is dat elke burgemeester van een grote stad, waar ook ter wereld, met min of meer dezelfde problematiek kampt.