The Yes Men

Als je de grootst mogelijke onzin maar op gezaghebbende toon verkondigt, is die vaak nauwelijks te onderscheiden van de enige echte waarheid. Voorbeelden in de politiek en media te over. Zelden is dat basisidee echter doeltreffender én grappiger in de praktijk gebracht dan door The Yes Men, twee antiglobaliseringsactivisten die zich in het openbaar met veel succes voordoen als hun strak in het pak zittende, ideologische opponenten.

Het is allemaal begonnen met het bemachtigen van een internetdomeinnaam die op het eerste gezicht van de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush lijkt te zijn. Daarop plaatsen Jacques ’Andy Bichlbaum’ Servin en Igor ’Mike Bonanno’ Vamos een officieel ogende website en doen het in hun ogen werkelijke beleid van de Republikeinse politicus uit de doeken. Als Bush in interviews vervolgens met die pijnlijke waarheden wordt geconfronteerd, realiseren The Yes Men (82 min.) zich dat ze hun modus operandi hebben gevonden.

Met de website www.gatt.org, een domeinnaam die van de wereldhandelsorganisatie WTO had kunnen zijn, boren de beroepsactivisten vervolgens opnieuw een publicitaire goudmijn aan. Gewiekst fabriceren ze een ogenschijnlijk authentieke website voor de World Trade Organization, een organisatie die zij beschouwen als een zielloze spreekbuis van Het Grote Geld. Niet veel later stromen de verzoeken, klachten én uitnodigingen binnen. En met name die invitaties zijn natuurlijk onweerstaanbaar voor The Yes Men, die maar wat graag in de openbaarheid treden met hun satirische statements.

Nadat Bichlbaum bij een congres in Salzburg als ‘officiële’ WTO-vertegenwoordiger een bevlogen betoog heeft gehouden over het aan de hoogste bieder veilen van stemmen bij de Amerikaanse verkiezingen, om zo het hopeloos inefficiënte stemsysteem te verbeteren, krijgt hij geen enkel weerwoord. De seminargangers horen het onbewogen aan en lijken hem volstrekt serieus te nemen. Daarmee is het hek definitief van de dam en krijgen de plannen van The Yes Men een steeds doldriester karakter.

De filmmakers Chris SmithDan Ollman en Sarah Price leggen bijvoorbeeld met zichtbaar plezier vast hoe het ‘management leisure suit’, waarmee de topman van een multinational gemakkelijk zijn werknemers in ontwikkelingslanden in de gaten kan houden en toch lekker kan ontspannen, wordt ontwikkeld en gepresenteerd. Het ontwerp, een gouden pak waarop een enorme fallus met beeldscherm is bevestigd, wordt met verbazing begroet en gretig opgepikt door de media – essentieel voor de Yes Men-strategie.

Zo steken ze in deze activistische documentaire uit 2003, die met The Yes Men Fix The World (2009) en The Yes Men Are Revolting (2014) vooralsnog twee sequels heeft gekregen, uitbundig de draak met de neoliberale mindset, waarbinnen uiteindelijk alles z’n prijs heeft. Waarom is hongersnood in ontwikkelingslanden een probleem? staat er bijvoorbeeld bloedserieus op de powerpoint van een Yes Men-presentatie over de Reburger, een (meermaals) gerecyclede hamburger. Waarna een even ontluisterend als dolkomisch betoog volgt over hoe voedselgebrek voor eens en altijd uit de derde wereld kan worden geholpen.

King Bibi – The Life And Performances Of Benjamin Netanyahu

Met een gewiekste presentatie over de gevaren van Iran verleidde Benjamin Netanyahu de Amerikaanse president Trump in 2018 om zich terug te trekken uit de nucleaire wapendeal met Israëls aartsvijand. Hoe lukte het de leider van zo’n klein land om de grootste supermacht van de wereld te bewerken? vraagt filmmaker Dan Shadur zich af bij de start van King Bibi – The Life And Performances Of Benjamin Nethanyahu (87 min.). En hoe kan het dat hijzelf inmiddels zo onvermijdelijk is geworden dat zowel voor- als tegenstanders zich Israël niet meer kunnen voorstellen zónder hem?

Netanyahu kan binnenkort de langstzittende Israëlische premier worden. Shakur ziet een duidelijk startpunt voor ’s mans politieke carrière: het overlijden van zijn broer Yoni in 1976, tijdens de geruchtmakende bevrijdingsactie bij een gekaapt vliegtuig met Joodse passagiers in Entebbe. Na de dood van zijn broer vertrekt Netanyahu naar de Verenigde Staten en wordt hij uiteindelijk een vaste gast in Amerikaanse talkshows. Tijdens mediatrainingen heeft hij de taal van het volk leren spreken. Dat legt hem geen windeieren. Hij wordt steeds nadrukkelijker gezien als de ‘young and coming man’ van de Israëlische politiek.

Dit kritische portret laat, aan de hand van louter media-optredens, zien hoe ‘Bibi’ een Amerikaanse stijl van campagne voeren, en de bijbehorende spin doctor Arthur Finkelstein, introduceert in zijn eigen land. Shadur schetst Netanyahu als een typische mediapoliticus, die slim appelleert aan het sentiment van de man in de straat, via zijn eigen kanalen rechtstreeks met hem kan communiceren en intussen doelbewust voortdurend oorlog maakt met de ‘linkse’ pers. Daarbij gebruikt hij een insteek, toonzetting en begrippenkader (‘heksenjacht’ bijvoorbeeld), die we inmiddels met een andere politiek leider zijn gaan associëren.

En dat illustreert, volgens Shadur, weer de huidige positie van Benjamin Netanyahu: waar hij ooit zelf in de leer ging in de Verenigde Staten, laven rechtse Amerikaanse politici zich tegenwoordig aan zijn onomstreden knowhow.

Leaving Neverland

‘Jij en ik zijn samengebracht door God’, zou Michael volgens Wade hebben gezegd. ‘We zijn gewoon voorbestemd voor elkaar.’ Wade ‘Little One’ Robson, een Australische Jackson-fan en -imitator, was zeven. Ze waren voor het eerst intiem met elkaar. Er was niks engs aan. Gewoon twee kinderen die elkaar ontdekten – ook al was die ander, in theorie dan, al rond de dertig. Michael beschouwde zichzelf echter als Peter Pan, de jongen die nooit wilde opgroeien. Ze bevonden zich niet voor niets in Neverland. En misschien hoorde daar ook wel orale seks bij.

Jimmy Safechuck had soortgelijke ervaringen. Het Amerikaanse jongetje, dat met Michael in een commercial voor een colamerk had gespeeld, lichtte op onder de blik van het ultieme popicoon en beschouwde alles wat daarna kwam eigenlijk als normaal. En zijn ouders lieten zich, net als de familie van Wade, kinderlijk eenvoudig buitenspel zetten. Verblind als ze waren door Michaels sterrenstatus. Zodat de vriendschap met hun kind, die zelfs uitmondde in een soort van ‘huwelijk’, uitbundig kon bloeien.

Eenmaal uit elkaar, toen de muziek en het tourleven Michael weer riepen, floreerde hun omgang als nooit tevoren met urenlange telefoongesprekken, stapels faxen en logeerpartijtjes. En nog steeds greep er niemand in. Tenminste, als we Robson, Safechuck en hun families moeten geloven. Want Leaving Neverland (244 min.) is hún getuigenis. Ongefilterd, zonder weerwoord. De erven Jackson is niets gevraagd – en Michael zelf ligt alweer bijna tien jaar in zijn graf (waar hij zich nu wellicht omdraait).

Vanaf het moment dat de epische film van de Britse filmmaker Dan Reed eind januari in première ging op het Amerikaanse Sundance Film Festival werd de documentaire genadeloos onder vuur genomen door Michael Jackson-fans. De verklaringen van Robson en Safechuck, die hun relaas volgens Reed volledig los van elkaar hebben gedaan, zouden volstrekt ongeloofwaardig zijn en puur voor de poen. Echte Jacksonites bleven volledig overtuigd van Michaels onschuld en riepen dat van de hoogste toren – zónder overigens dat ze de film hadden gezien.

En nu is de gewraakte documentaire dan eindelijk toegankelijk gemaakt voor de ganse wereld. Met twee mannen, en hun directe verwanten, die helemaal tot de bodem gaan. En een regisseur die hun schokkende ervaringen, ondersteund door bijzonder archiefmateriaal van het in opspraak geraakte idool en de jongetjes die zij ooit geweest moeten zijn, met grootse (overzichts)shots en weelderige muziek heeft ingekleurd. Hij geeft ze bovendien alle tijd van de wereld: meer dan vier uur zuivere speeltijd.

Uit die (te) uitputtende interviews valt een verontrustende narratief te destilleren. Van een eeuwig (en beschadigd) kind, dat elk jaar een jeugdig object zoekt – een afspiegeling van zijn jonge, onschuldige zelf wellicht – waarop hij zijn liefde en lust kan projecteren. Totdat er een nieuw liefdeskind langskomt en z’n huidige protegé wordt afgedankt (of zich althans zo voelt). Voor wat het waard is: de andere jongensnamen die in dat verband vallen, waaronder de vermaarde kinderster Macaulay Culkin, houden (tot dusver) vol dat ze nooit een seksuele relatie hebben gehad met Jackson.

Waarmee je zou kunnen concluderen dat de nee- of nikszeggers het betoog van de ja-sprekers in deze interviewfilm vakkundig neutraliseren. Gezien de mate van detail in de belastende verklaringen van Robson en Safechuck, en het indirecte ondersteunende bewijsmateriaal, laten die zich echter niet zomaar wegredeneren. Het zijn aangrijpende, van schuld en schaamte doortrokken verhalen die blijven resoneren. Hetzelfde geldt voor deze krachtige, hoewel wat overcomplete documentaire, die het beeld van Michael Jackson wel eens definitief zou kunnen doen kantelen.

Binnen enkele uren is Neverland niet alleen voor Jacksons voormalige oogappels een plek geworden die je, als je er eenmaal geweest bent, nooit meer helemaal kunt verlaten.

Believer

HBO

Hij floreert op het podium, Dan Reynolds. En de zanger van de Amerikaanse indieband Imagine Dragons gebruikt dat podium tevens om een serieus pijnpunt in eigen kring aan te snijden (of, zoals sommigen in die gemeenschap dat zullen hebben ervaren, de hand te bijten die hem heeft gevoed): de benarde positie van homoseksuelen binnen de Mormoonse kerk.

Dan Reynolds groeide op als lid van de Latter-day Saints in de Amerikaanse staat Utah. Als jongeling werd hij op pad gestuurd om twee jaar lang de leer van zijn kerk aan de man te brengen. Een missionaris, die letterlijk van deur tot deur gaat. Inmiddels is Reynolds door zijn muziek uitgegroeid tot een Bekende Mormoon en voelt hij zich, gealarmeerd door het aantal zelfdodingen binnen het LGBT-deel van zijn gemeenschap, genoodzaakt om kleur te bekennen.

In de (geautoriseerde?) documentaire Believer (103 min.) van regisseur Don Argott probeert de zanger van Imagine Dragons, in eendrachtige samenwerking met zijn vrouw Aja Volkman, het taboe bespreekbaar te maken. Hij besluit het festival LoveLoud te gaan organiseren, dat in de zomer van 2017 voor het eerst moet plaatsvinden. Deze film documenteert het complete proces; van het allereerste idee via de verplichte strubbelingen onderweg tot de uiteindelijke festivaldag.

Dat roept meteen de vraag op wanneer Reynolds heeft besloten om te starten met filmen. Want als de zanger voor het eerst contact zoekt met Tyler Glenn, de openlijk homoseksuele frontman van de band Neon Treesdie door de Mormoonse kerk is geëxcommuniceerd, en vraagt of hij een festival een goed idee vindt, is de camera er al bij. Alsof deze documentaire altijd al onderdeel van het plan was.

Die film brengt de thematiek van mensen die door hun geaardheid ineens worden verstoten door de wereld waartoe ze altijd hebben behoord overigens wel treffend tot leven; van gewaardeerd kerklid verworden ze tot persona non grata. Believer, ondersteund door een catchy titelnummer van Imagine Dragons, voelt soms wel erg gestroomlijnd. Alsof de documentaire ook is bedoeld om het goede werk dat de heteroman Reynolds en zijn lieftallige echtgenote verrichten voor hun LGBT-medemens nog eens te benadrukken.

In april van dit jaar volgde bovendien nog een wat ongemakkelijke epiloog, in de vorm van een bericht op Twitter dat Reynolds en zijn vrouw ’na zeven mooie jaren’ uit elkaar zijn. Deze documentaire, slechts een half jaar eerder opgenomen, laat nochtans alleen een uiterst liefdevol koppel zien. Alle eventuele huwelijksproblemen zijn netjes buiten beeld gehouden of weg geretoucheerd. Je zou er bijna – bijna! – wat van gaan denken.

Solitary: Inside Red Onion Prison / Last Days Of Solitary

 

Achter klinische, blauwe deuren speelt zich een compleet mensenleven af. In een helverlichte cel van 2,5 bij 3 meter spenderen de gevangenen van de Red Onion State Prison 23 uur van elke dag. De luchtruimte, waar ze het resterende uur mogen doorbrengen is niet veel groter en al even hermetisch afgesloten. Een leven zonder uitzicht. Letterlijk.

Eenzame opsluiting, het moet de hel op aarde zijn. Solitary: Inside Red Onion State Prison (60 min.) van Kristi Jacobson is een treffende sfeerschets van het doodse leven in de extra beveiligde penitentiaire inrichting in Wise County, Virginia. Voor de meeste gedetineerden is hun (levenslange) celstraf een logische optelsom van de ervaringen in hun jeugd, die ook al een soort gevangenis moet zijn geweest.

Tegenover hen staan de cipiers die gewoon hun boterham proberen te verdienen in Red Onion, dat sinds de sluiting van de lokale kolenmijnen één van de belangrijke werkgevers in de directe omgeving is geworden. Een naargeestige plek, waar ze zichzelf en de mannen die ze bewaken van geweld, depressie en gekte proberen af te houden.

Over de hel van de isoleercel werd dit jaar nog een andere documentaire gemaakt, waarvan ik zelf enkele maanden geleden echt een beetje van slag was. In Last Days Of Solitary, nog steeds te zien op de website van de Amerikaanse publieke omroep PBS, worden enkele gedetineerden van de Maine State Prison tijdens en na hun gevangenschap gevolgd.

Zo brengen de filmmakers Dan Edge en Lauren Mucciolo tevens de (lange termijn) effecten van eenzame opsluiting in kaart. Het resultaat is een nachtmerrieachtige film, waarin je de gedetineerden soms letterlijk voor je ogen gek ziet worden.

Real life-horror dus, die je móet kijken (maar niet wilt zien) en die je vervolgens als een angstaanjagende koortsdroom blijft achtervolgen.