Snelle: Zonder Jas Naar Buiten

Netflix

Nee, het is niet zo dat hij altijd al voorbestemd was om volle zalen te trekken: Lars Bos uit het Gelderse dorp Gorssel. Een hele gewone jongen, met een schisis bovendien. En als het grote succes dan tóch komt, onder zijn nom de plume Snelle, en de gelegenheid zich aandient om dat in heel het land hoogstpersoonlijk in ontvangst te komen nemen, slaat het Coronavirus toe en wordt de ‘singer-songrapper’ gedwongen om pas op de plaats te maken, in een speciaal voor het werk op de kop getikte flat te Diemen en op een jurystoel van het televisieprogramma The Voice Kids.

Intussen moeten ook zijn Gelderse vrienden, die zijn opmars in de afgelopen jaren hebben ondersteund en begeleid, elders hun heil zoeken. Het is een klassieke catch-22: de artiest die door zijn succes letterlijk wordt losgezongen van zijn achtergrond en natuurlijke omgeving. Snelle worstelt ermee. Net als met de roem die hem ten deel is gevallen en de druk die er daardoor op hem wordt uitgeoefend. Zie daar het, op zichzelf weinig opzienbarende, centrale drama van de documentaire Snelle: Zonder Jas Naar Buiten (89 min.), die enkele weken geleden is ‘aangekondigd’ met het nieuws dat de hoofdpersoon vanwege oververmoeidheid een pauze inlast.

De documentaire van Anne de Clercq wordt alleen nooit meer dan een tamelijk vlakke biografie, opgehangen aan een actueel haakje. Een prima platform ook om zijn nieuwe single, die toevallig dezelfde titel draagt, te lanceren. In de film komt natuurlijk Snelle’s complete entourage aan het woord: moeder Saskia, vader Jan, opa Willem, vriendin Sterre, collega Maan, platenbaas Jebroer en de kameraden die hem ter zijde staan als manager, muzikale partner of tourmanager. Zoals deze film vanzelfsprekend ook privèfilmpjes, videoclips en achter de schermen-werk van het gesleutel aan nieuwe hits bevat. En, ja, de hoofdpersoon komt sympathiek over, heeft ook best wat te melden en laat zo nu en dan zeker iets over zichzelf los.

Doordat De Clercq het complete Snelle-verhaal wil vertellen, komt de kijker echter ‘weinig over veel’ te weten. Terwijl ‘veel over weinig’ wellicht interessanter was geweest. Misschien zit ‘t ook in de hoofdpersoon zelf en is Snelle misschien toch nét iets te veel Lars Bos om interessant documentaire-materiaal te zijn. Om het te vertalen naar zijn muziek: hij lijkt uiteindelijk meer op Acda & De Munnik, niet voor niets zijn grote inspiratiebron, dan op pak ‘m beet Boef, die hem ooit na een sessie op het hiphopplatform 101Barz op weg hielp. Dat wordt ook duidelijk zichtbaar in de ontknoping van dit portret. Waar zijn controversiële concullega in de docuserie Gewoon Boef moederziel alleen eindigt in een protserige villa, gaat Snelle, als de verstandige jongen die hij nu eenmaal is, toch weer huiswaarts.

De Boontjes

Copper View

Het is een personage dat we al uit talloze films en documentaires kennen: de oude rot, ooit zelf op het slechte pad, die zich nu bekommert om verweesde jongeren die ook de verkeerde afslag dreigen te nemen. Met een aai over de bol, grofgebekte reprimandes en oprechte betrokkenheid probeert hij ze de juiste kant op te sturen en te behoeden voor de fouten die hij zelf ooit maakte. Lukt dat niet goedschiks, dan moet het maar kwaadschiks.

We kennen het type van verschillende situaties: de boksschool, het jongerenwerk en de verslavingskliniek. En nu ook van de Rotterdamse koffiezaak Heilige Boontjes. Daar zwaait Rodney van den Hengel de scepter: doorleefde kop, gemillimeterd haar en ringen in beide oren. Een man die weet wat er te koop is in de wereld. Een man ook met zijn eigen verhaal. ‘Ik denk niet dat mijn vader me ooit heeft gevraagd: jongen, hoe voel je je?’ vertelt hij bijvoorbeeld, zonder ook maar een ogenblik sentimenteel te worden.

In De Boontjes (25 min.) richt documentairemaker Anne van Helvoort zich op Rodneys omgang met de 23-jarige Mitchel, die bij de koffiezaak een frisse start probeert te maken. Terwijl we zien hoe deze ‘goeie jongen’ zich moet zien te handhaven in dat nieuwe (werk)leven, vertelt zijn begeleider over zijn eigen achtergrond. De implicatie is duidelijk: Mitchel is een soort jongere versie van Rodney. Goeie jongens in wezen, maar nogal lomp op de wereld gesmeten. Zonder al te veel bagage. Bij een kruispunt namen ze daarna al snel de verkeerde afslag.

Deze korte documentaire brengt hun levens mooi samen. De meester en zijn gezel. Waarbij het de vraag is of Mitchel uiteindelijk voor Heilige Boontjes kiest, of toch voor de straat. Dat zorgt voor zowel frictie als verbroedering. ‘Doe rustig aan, neem je tijd en eet ook wat’, zegt Rodney bijvoorbeeld vaderlijk als zijn pupil zich niet lekker voelt. Om er meteen aan toe te voegen: ‘Je stinkt uit je muil als een rotte kip, geloof me.’ In zulke directe interactie tussen man en jongen, soms ook gewoon in de vorm van een enkele blik of ‘bear hug’, zit de kracht van dit dubbelportret, dat verder netjes binnen de lijntjes van het genre kleurt.

Voorspel

VPRO

Nergens klinkt de bel zo indringend als in de gangen van een middelbare school. Uit met de pret, terug naar de les! Dit wordt wel een bijzondere bijeenkomst. Niet zozeer saai, als wel gênant. Of spannend. Informatief, misschien.

De pubers kijken elkaar veelbetekenend aan. Ze kunnen een lach niet onderdrukken. ‘Nou, hier zie je dus eigenlijk het vrouwelijk geslachtsorgaan’, zegt de lerares, met een plastic replica van een vagina in haar handen. ‘Heb je een ander woord daarvoor?’ De grappigste jongen van de klas reageert direct: ‘Kut’.

‘Dat is een woord wat we dus niet gebruiken’, laat de juf zich niet uit het veld slaan in de openingsscène van de ontwapenende jeugddocu Voorspel (15 min.). ‘Dit plekje daar is de clitoris. Als je dat van binnen zou voelen, dat kan net als bij de eikel van een jongen een prettig gevoel geven.’

In een ander lokaal kondigt de mannelijke leerkracht een les Basisstof 1: ‘primaire en secundaire geslachtskenmerken’ aan. Daarna volgen Basisstof 2 ‘voortplantingsstelsel man’, 3 ‘voortplantingsstelsel vrouw’, 4 ‘menstruatie’ en 5 ‘seksualiteit’. De klas zit in een kring, met de leraar midden in de groep.

En de camera van Anne van Campenhout observeert hoe de pubers de les aanhoren, in zich opnemen of gewoon uitzitten. En hoe ze een condoom over een houten penis proberen te rollen, dat ook. In de pauze bevraagt ze de jongens en meiden over seksualiteit, porno en de gevaren daarvan.

Zo maakt Van Campenhout tastbaar hoe tieners, nét voordat het kwartje echt is gevallen, worden voorbereid op hun relationele bestaan. Met timmermansoog legt de filmmaakster vast hoe de spelregels en -techniek van de seksualiteit worden uitgelegd, die ze vervolgens met dikke esoterische muziek naar een hoger plan tilt.

En dan kan elk moment de bel weer gaan…

Voorspel is hier te bekijken.

Anne Vliegt

KRO-NCRV

Zelden zal een popsong zo op zijn plek zijn gevallen in een documentaire als Friend Of Ours van Elbow in Anne Vliegt (21 min.). Het gedragen nummer van de Britse groep krijgt een compleet nieuwe lading: van de totale bevrijding van alle zorgen.

Terug naar het begin van deze bijzonder fijne jeugdfilm van Catherine van Campen uit 2010: we maken kennis met de elfjarige Anne, een op het eerste gezicht knap en weinig opvallend meisje. Toch lijkt ze soms helemaal niet lekker in haar vel te zitten.

Anne heeft Gilles de la Tourette, een neurologische aandoening die wordt gekenmerkt door onbedwingbare motorische en vocale tics. ‘Ik heb een stoornis in mijn hersenen’, vertelt ze zelf. ‘En daardoor heb ik dwangen en tics. En dat houd ik mijn hele leven.’

Zo móet Anne bijvoorbeeld rondjes draaien. Altijd naar dezelfde kant. Naar rechts. En daar blijft het niet bij: knipperen met de ogen. Draaien met de ogen. En, sinds kort, een liktic. ‘Mama had laatst geteld en toen had ik in tien minuten 23 keer ergens aan gelikt.’

Met bijzondere empathie observeert Van Campen het getroebleerde meisje op school, bij haar vriendinnen en tijdens therapie. Anne maakt daarbij soms een eenzame indruk. Alsof ze er toch niet helemaal bij hoort. Niet bij dúrft te horen. Bang dat ze wordt buitengesloten of gepest.

Daarom wil Anne vliegen, zegt ze. Zodat anderen haar tics niet kunnen zien. Eenmaal in de lucht, klauterend in palen of op containers, kan ze haar dwangmatige rituelen loslaten. Zichzelf loslaten. Vrijlaten.

En dan valt Elbows majestueuze Friend Of Ours, nadat het diverse keren op subtiele wijze is aangekondigd, met nietsontziende kracht definitief in tijdens een sowieso wonderschone glijbaanscène met Anne en haar vriendje Delano.

Het tafereel fungeert als vliegwiel naar een nieuwe Anne, die de schaamte even achter zich lijkt te hebben gelaten en vrede sluit met zichzelf. Hetgeen, als weldadig slotakkoord, wordt bezegeld met nóg een heel fijn liedje: Kite Strings van Kele Goodwin.

Reversing Roe

Netflix

Het is een even bekend als naargeestig beeld: een Amerikaans meisje probeert stilletjes een abortuskliniek binnen te glippen, maar wordt opgewacht door enkele luidruchtige demonstranten, die iets in de trant van ‘abortion is murder’ scanderen, borden over ‘America’s holocaust’ omhoog houden en de zwangere vrouw op intimiderende wijze tot een persoonlijk gesprek proberen te verleiden. In naam van de Heer willen ze haar overreden om haar keuze te herzien.

Intussen trekken hun representanten in politiek, kerk en advocatuur onversaagd ten strijde tegen Roe vs. Wade. Tijdens deze rechtszaak in 1973, aangespannen door een anoniem gebleven vrouw met de schuilnaam Jane Roe, werd in 1973 door het toenmalige hooggerechtshof het recht op abortus voor Amerikaanse vrouwen wettelijk vastgesteld. Tot afgrijzen van religieus rechts, dat in de navolgende decennia een genadeloze anti-abortusstrijd ontketende, slim geframed als ‘pro-life’.

Reversing Roe (99 min.) brengt die strijd op een genuanceerde manier in kaart; van de talloze pogingen om de balans in het Amerikaanse hooggerechtshof, de plek waar het gevecht uiteindelijk opnieuw moet worden uitgevochten, naar rechts te doen overhellen tot de talloze wetten en regelingen die op staatsniveau zijn ingevoerd. Zo wordt een vrouw die een abortus wil tegenwoordig in bepaalde staten verplicht om eerst naar een echo van de foetus in haar buik te kijken. Als ze het dan nog zeker weet…

Deze gedegen televisiedocumentaire van Ricki Stern en Anne Sundberglaat zowel pro-lifers als pro-choicers aan het woord en neemt de actuele stand van zaken op; terwijl president Trump met een nieuwe kandidaat het hooggerechtshof een ruk naar rechts probeert te laten maken, neemt het aantal abortusklinieken zienderogen af. In sommige staten is er nog maar één plek over waar vrouwen een abortus kunnen krijgen. Waardoor zij wellicht worden gedwongen om ervan af te zien – of om hun heil in het illegale circuit te gaan zoeken.

Abortus is een typisch ‘wedge issue’ in Amerika. Het zet zowel ter linker- als ter rechterzijde van het politieke spectrum mensen aan tot actie. Een ideaal onderwerp voor documentaires dus. Zo portretteert Emmy-winnaar After Tiller bijvoorbeeld vier artsen die ‘late term abortions’ verrichten nadat hun collega, de abortusarts/’massamoordenaar’ George Tiller, is vermoord.

12th & Delaware van Rachel Grady en Heidi Ewing, die eerder de klassieker Jesus Camp afleverden, richt zich op een plek in Florida waar zowel een abortuskliniek als een ‘crisis pregnancy center’, waar vrouwen een abortus juist uit het hoofd wordt gepraat, is gevestigd.

En Trapped zoomt in op de abortusklinieken die ondanks de stringentere wet- en regelgeving open proberen te blijven.

So Help Me God

VPRO

‘Ik vond niet dat hij zo’n lelijke bakkes had’, constateert de Brusselse onderzoeksrechter Anne Gruwez droogjes na afloop van het verhitte verhoor van een man van Noord-Afrikaanse afkomst. ‘Hij was knap, zelfs.’ De verdachte had haar zelf op dat spoor gezet. ‘U zult mijn lelijke bakkes niet meer zien in België’, klonk het even daarvoor ferm. Daarvoor hoefde ze alleen maar te besluiten dat hij niet zou worden vervolgd.

En toen ze daartoe niet bereid bleek – een aanklacht vanwege diefstal en inbraak zou er komen – was de verdachte woest geworden. ’Edelachtbare. Als u me de cel in stuurt, zal ik na mijn straf naar Syrië gaan’, had hij dreigend gezegd. ‘Ik ga ontploffen.’ Gruwez blijft er stoïcijns onder. Nadat de man is afgevoerd, neemt ze een taartje en concludeert onverstoorbaar dat het ondanks alles toch best een knappe vent is.

Volgende zaak. In haar rommelige kantoortje ontvangt ze als leider van het gerechtelijk onderzoek de ene na de andere verdachte met advocaat. Haar werk varieert van relatief onschuldige kwesties tot ronduit schokkende misdrijven. Aan Anne Gruwez zul je dat echter niet merken. Met een stalen gezicht, messcherpe tong en driftig meetypende vingers leidt ze haar gesprekspartners soepeltjes door de voorliggende strafzaak. En je gaat beslist niet met haar voeten spelen.

Intussen werkt ze in So Help Me God (92 min.) met een cold case-team aan twee onopgeloste moorden op tippelende prostituees uit de jaren negentig. Daarvoor doorkruist Gruwez in haar blauwe eend de gehele stad. Zo start ze bijvoorbeeld een diepgravend onderzoek op het kerkhof (hetgeen resulteert in een bijzonder expliciete scène, die sommigen zwaar op de maag zal liggen). En waar mevrouw de onderzoeksrechter ook komt, ze is mondfiat genoeg om de situatie meester te blijven en demonstreert en passant steeds haar gevoel voor humor.

Daarmee behoudt deze heerlijke no-nonsense film van Jean Libon en Yves Hinant (oorspronkelijke titel: Ni Juge, Ni Soumise) te allen tijde een zekere luchtigheid, ook als er wel héél veel treurnis bij Anne Gruwez over de schutting wordt geworpen. En zij is en blijft de absolute blikvanger van deze tragikomische documentaire, die stiekem meekijkt in het dagelijks leven van een onderzoeksrechter. Met veel bravoure roert ze beroepshalve in het afvoerputje van onze hedendaagse samenleving, waar mensen die zich niet kunnen of willen schikken naar de maatschappelijke mores hun hoofd boven troebel water proberen te houden.

Tijd Om Te Sterven

tijdomte

 

De jongeren die worden gevolgd in de televisieserie Over Mijn Lijk, waarvan over enkele weken een nieuw seizoen begint, leven in overdrive. Ze zijn letterlijk doodziek. ‘Maar rustig wachten op de dood willen ze niet’, zo geeft de vlotte voiceover de kijker steeds weer mee. ‘Ze proberen er juist nog een mooie tijd van te maken.’

Die drang om alles te halen uit de tijd die hen nog rest wordt gesymboliseerd door de verplichte bucketlist: reizen naar verre oorden, symbolische tatoeages en vette feesten. Voordat het leven met goed fatsoen kan worden afgerond, moeten er zoveel mogelijk zelf opgelegde taken en doelen worden weggestreept.

In de documentaire Tijd Om Te Sterven (53 min.), waarin de terminaal zieke mensen van middelbare leeftijd die verblijven in Hospice de Winde worden geportretteerd, is dat Carpe Diem-gevoel doorgaans ver te zoeken. Tot op zekere hoogte lijken de bewoners zich te hebben verzoend met hun lot. Één van hen wil op de valreep nog trouwen met zijn nieuwe vriendin. Tijdens het bruiloftsfeest valt hij in slaap. Dat is het wel zo’n beetje.

Anne Christine Girardot, zelf ook vrijwilliger van De Winde in Deventer, legt de laatste dagen van de stervenden en hun naasten geserreerd vast in deze traditioneel gemaakte documentaire. Hoewel de vorm en toon hemelsbreed verschillen van de Sturm & Drang van Over Mijn Lijk, zijn de thema’s en onderwerpen die worden opgeworpen vergelijkbaar. Met als centrale vraag: wanneer is het leven voltooid of nog waard om (verder) te leven?