Mel Brooks: The 99 Year Old Man!

HBO Max

Als ambassadeur van de Amerikaanse comedy doet Judd Apatow zich al jaren gelden. Hij speelde als producer een belangrijke rol bij de Hollywood-hits The Cable Guy, Knocked Up en The 40 Year Old Virgin en behoorde tot de drijvende krachten achter series zoals The Larry Sanders Show, Girls en Love.

En als documentairemaker eert Apatow z’n helden. Met The Zen Diaries Of Garry Shandling (2018) bijvoorbeeld en het dit jaar te verschijnen Paralyzed By Hope: The Maria Bamford Story. Samen met Michael Bonfiglio, met wie hij eerder ook al George Carlin’s American Dream maakte, portretteert hij nu ook een levende legende: Mel Brooks: The 99 Year Old Man! (217 min.), in het jaar, op 28 juni om precies te zijn, waarin die honderd jaar oud hoopt te worden.

De Joodse komiek, regisseur, producer en schrijver Mel Brooks (echte naam: Melvin Kaminsky) scoorde in zijn leven kaskrakers zoals The ProducersBlazing Saddles en Spaceballs, maar leverde zo nu en dan ook flinke flops af. Collega’s zoals Ben Stiller, Conan O’Brien, Jerry Seinfeld, Dave Chappelle en Adam Sandler vinden hem ronduit geniaal. Anderen, ‘de critici’ waarvoor hij graag z’n neus ophaalt, noemen zijn werk dan weer dom en platvloers.

Deze lijvige biografie in twee delen, waarin ook z’n zoons Nicholas, Eddie en Max hun zegje doen, neemt zijn leven van begin tot eind door. Sterke verhalen, smakelijke anekdotes en grappige fragmenten te over. Iemand die zo lang leeft, moet zichzelf nu eenmaal steeds opnieuw uitvinden – als producent van serieuze films, gelauwerd musicalschrijver of ‘wise old man’ van de Amerikaanse comedy bijvoorbeeld – en kan diverse malen in en uit de mode raken.

Te midden van alle (on)gein, gevatheid en wansmaak verschijnt een man die alle tegenslag met humor tegemoet treedt en op de één of andere manier altijd de moed vindt om verder te gaan. Nadat zijn echtgenote Anne Bancroft is overleden, spendeert Mel Brooks bijvoorbeeld elke avond bij zijn beste vriend, collega-komiek Carl Reiner. Hij is ook bij hem als Reiner in 2020 op 98-jarige leeftijd overlijdt. En Brooks blijft ook daarna naar diens woning komen.

‘Maandenlang kwam hij naar het huis, nadat mijn vader gestorven was, om daar te zitten, tv te kijken en te eten’, vertelt Carls zoon Rob Reiner, die onlangs samen met zijn echtgenote Michele op tragische wijze om het leven werd gebracht, aan Apatow en Bonfiglio. Brooks vraagt Rob ook om het hem te laten weten als ze het huis willen verkopen. ‘En toen zei ik: misschien is het beter als we het huis te koop zetten, met jou erin? Wellicht is het dan meer waard.’

Wat er ook zijn levenspad komt – een jong gestorven vader, de Tweede Wereldoorlog of bezoek van Magere Hein – Mel Brooks blijft ogenschijnlijk onverstoorbaar doorwandelen. Nog steeds. Totdat de weg toch doodloopt en even later de allerlaatste lach wegsterft…

App Me Als Je Thuis Bent

KRO-NCRV / NPO Start

Hun namen zijn synoniemen geworden voor ieders nachtmerrie: Marianne Vaatstra, Anne Faber en Lisa uit Abcoude. Één enkele ontmoeting met een onbekende man werd hen fataal. In de driedelige serie App Me Als Je Thuis Bent (105 min.) van Elly de Bont vertellen enkele andere jonge vrouwen over hún ervaringen met zo’n man die de nacht van hen en andere vrouwen afpakt.

De engste versie van seksueel geweld, kortom. Niet door een familielid, niet door een (ex-)partner en niet door een bekende – de meest voorkomende vormen – maar door een volstrekt onbekende man. Een seksueel roofdier, dat vanuit het niets toeslaat en dat dan naar hun keel grijpt, dreigt met een mes en doet wat ie niet laten wil. ‘Gaat het verder zo?’ vroeg de man die Sonja in 2003, op 8 september om precies te zijn, net had verkracht. ‘Rennen, jij!’ kreeg Jolanda op haar beurt te horen van de ‘jogger’ die zich in Nijmegen aan haar vergreep, herinnert ze zich in de eerste aflevering van deze miniserie. Hij zou zeker nog tien andere slachtoffers maken.

Zij vroeg zich later af of ze zijn smerige spel niet te veel had meegespeeld. ‘Had je jezelf niet iets minder weg kunnen geven en dan alsnog kunnen overleven?’ vertelt ze in het tweede deel, dat dealt met de gevoelens die zo’n traumatische ervaring oproept en de ‘victim blaming’ die dan ook onvermijdelijk lijkt. Hadden de Leidse studenten Willemijn en Frederique bijvoorbeeld wel zo laat alleen de straat op moeten gaan? En was het wel verstandig om zoveel te drinken? Willemijn probeerde zelf nog een tijd te ontkennen wat er was gebeurd en gedroeg zich volgens eigen zeggen een beetje ‘jongensgek’. Totdat ze toch echt onder ogen moest zien wat haar was misdaan.

Het seksuele geweld tegen deze jonge vrouwen zorgde tevens voor een algeheel gevoel van onveiligheid in de steden Nijmegen en Leiden. Dat gold al helemaal voor Utrecht, waar eind jaren negentig jarenlang een serieverkrachter actief was. Één van zijn slachtoffers, de geanonimiseerde Noa, vertelt hoe ze van de politie, die zijn sporen wilde vastleggen, in eerste instantie niet mocht douchen. Thuis kon ze zich eindelijk ontdoen van hem. ‘Het is de langste en heetste douche die ik in m’n leven ooit heb gehad.’ Schoon voelde Noa zich echter niet. En dat gevoel bleef, niet in het minst omdat die kerel heel lang uit de handen van de politie wist te blijven.

Jolanda loopt nog altijd met vragen rond. De man die haar overweldigde is nooit gepakt. Zou ‘t dan toch de Utrechtse serieverkrachter zijn? vraagt ze zich af in de slotaflevering van App Me Als Je Thuis Bent, waarin de lange termijn-gevolgen van zo’n traumatische ervaring worden onderzocht. Dan komen ook twee vriendinnen van Anne Faber, die in 2017 werd vermoord door een man die destijds al onder behandeling was van een psychiatrische instelling, aan het woord. Ze zochten destijds mee naar Anne, die bijna twee weken spoorloos was. ‘Je hoopt dat ze nog ergens wordt vastgehouden.’ Meer dan haar jas zou er in eerste instantie echter niet worden gevonden.

Hun herinneringen tarten nog altijd elke verbeelding. De Bont omkleedt alle ervaringsverhalen met stemmige reconstructies en getuigenissen van enkele politiemensen en een officier van justitie, casemanager van Slachtofferhulp en cold case-rechercheur die bij de zaken betrokken waren. Samen geven zij in deze miniserie een indringend inkijkje bij hoe ’t is om de willekeurige prooi te worden en zijn (geweest) van een seksueel roofdier.

Stiller & Meara: Nothing Is Lost

Apple TV+

Samen met zijn acterende oudere zus Amy is de Amerikaanse acteur, komiek, regisseur en producent Ben Stiller druk doende met het ontruimen van het appartement van hun ouders, Jerry Stiller en Anne Meara. Zij braken in de jaren zestig, via optredens in het populaire televisieprogramma The Ed Sullivan Show, door als het komische duo Stiller & Meara en waren later ook los van elkaar succesvol. Zij als serieuze actrice, hij als het populaire personage Frank Constanza in de comedy Seinfeld. Meara overleed in 2015, Stiller vijf jaar later. Vrijwel hun hele leven, in totaal ruim zestig jaar, waren ze bij elkaar – al was dat lang niet altijd gemakkelijk.

De egodocu Stiller & Meara: Nothing Is Lost (98 min.) past in de Hollywood-traditie van kinderen die in de voetsporen van hun ouder(s) treden en daar dan een film over maken. Robert De Niro portretteerde senior, Robert Downey Jr. ook. En Law & Order-ster Mariska Hargitay zocht onlangs in een zeer fraaie documentaire naar haar moeder Jayne Mansfield. Net als zijn collega’s maakt Ben Stiller via zijn ouders ook een film over zichzelf, in het bijzonder over de parallellen tussen het huwelijk van zijn ouders en zijn eigen relatie met de actrice Christine Taylor. Die leek in 2017 op de klippen te zijn gelopen, maar werd enkele jaren later toch weer in ere hersteld.

‘Jerry, ik weet niet waar de act eindigt en het huwelijk begint’, zei Stillers moeder Anne ooit tegen Bens vader, met de scherpe tong die ook schade kon aanrichten. Toen ze een sketch over een ruziënd koppel oefenden, kwam dochter Amy eens binnen. Die legden ze uit: mama en papa zijn nu aan het repeteren. Enkele weken later was ‘t echt prijs. Amy kwam opnieuw binnen en wist ‘t zeker: mama en papa zijn aan het repeteren. Nee, zeiden die: mama en papa hebben ruzie. Hoe ‘t werkelijk zat? Hun kinderen ‘Benji’ en Amy zijn de draad een beetje kwijtgeraakt. Daarom maken we ook deze documentaire, zeggen ze tegen elkaar, zittend in de woonkamer van hun ouders.

De relatie tussen de tegenpolen Jerry Stiller en Anne Meara was in elk geval stormachtig. Hij moest keihard werken om te floreren, bij haar kwam ’t meer van nature. Zij haalde haar neus alleen een beetje op voor comedy. En allebei hadden ze een verleden om te vergeten – of, op de één of andere manier, in hun werk te verwerken. Hun kinderen kregen, ongevraagd, ook een plek in het publieke leven van hun ouders. Zo moesten Amy en Benji begin jaren zeventig bijvoorbeeld een muzikaal optreden geven in The Mike Douglas Show. ‘Relax’, zegt hun moeder, zogenaamd bemoedigend, op de toch wat pijnlijke beelden. ‘Er kijken maar dertig miljoen mensen.’

Met de wijsheid van nu probeert hun zoon hun levens en relatie te vatten. Hij kan daarbij terugvallen op het monnikenwerk van zijn vader, die alles filmde en opnam, bewaarde en documenteerde. Dit verzoenende nepoportret is dus rijk aan kijkjes achter de schermen bij de Stillers. Van twee – nee: vier – levens die tot elkaar waren veroordeeld. ‘Kinderen van acteurs hebben zo hun issues’, zegt Bens dochter Ella Stiller, die net als haar broer Quin zelf ook in Hollywood is beland, niet zonder ironie tegen haar vader. ‘Het fijne van jou is dat je zowel de acterende ouder als het kind van acteurs bent. Dat heb ik niet met mama. Die is alleen acteur.’

12th & Delaware

Loki Films / HBO

Om vijf uur ’s ochtends staat er in de schemering al een demonstrant te posten. In haar handen houdt de oudere vrouw een bord: thou shalt not kill. ‘Laat God in je leven’, roept ze even later naar de beheerders van de kliniek, Candace Lye en haar echtgenoot Arnold, wanneer die aan hun dag beginnen. ‘Dit werk gaat je niet verder brengen. Dit is het werk van de Duivel.’ De antiabortusactiviste krijgt al snel versterking van medestanders. Samen geven de pro-lifers ook de arriverende meisjes en vrouwen een warm welkom. ‘God heeft je zwanger gemaakt’, houdt de vrouw hen voor, met een piepklein plastic baby’tje in haar hand. Haar collega’s tonen intussen bloederige billboards. ‘Neem geen abortus. Kies het leven.’

Sinds 1991 zit er een abortuskliniek op de hoek van 12th & Delaware (80 min.) in Fort Pierce, Florida. Acht jaar later heeft een pro-life organisatie het pand ertegenover opgekocht en daarin het Pregnancy Care Center geopend. Als zwangere vrouwen zich daar melden, al dan niet per ongeluk, krijgen ze na een goed gesprek met de katholieke consulent Anne, dat ook voor een hartig woordje kan doorgaan, vrijwel direct een echo. Zodat ze alvast de hartslag van de snel groeiende baby in hun buik kunnen zien. Intussen vertelt Anne hen plastische verhalen over wat een abortus inhoudt en toont zo nodig zeer expliciete foto’s. Ze deinst er ook niet voor terug om de betrouwbaarheid van condooms in twijfel te trekken. Alles voor de goede zaak. Bij vertrek geeft zij de vrouw een echofoto mee, gericht aan de aanstaande ‘mommy’ en/of ‘daddy’.

Na gedane arbeid steekt Anne, een alleenstaande diepgelovige vrouw, gevolgd door de camera, de straat over, naar haar medestanders met de protestborden. Hebben ze al gehoord dat een kliniek in Philadelphia vrije abortussen heeft verstrekt ter ere van George Tiller? Die abortusarts werd in 2009, toen de opnames voor deze unheimische film van Rachel Grady en Heidi Ewing (Jesus Camp) nog liepen, vermoord door een fanatieke pro-lifer, een traumatische gebeurtenis die nog altijd nazindert in de Amerikaanse pro-choice beweging en die later is vervat in de indringende documentaire After Tiller (2013). Het was de zoveelste escalatie in een ideologische oorlog, die wordt uitgevochten op de straten van Amerika. Zoals op die ene straathoek in Florida, waar zwangere vrouwen op een T-splitsing belanden: door of niet?

Volgens pastor Tom Euteneuer, de voorman van het Pregnancy Care Center, is de ‘abortusindustrie’ niets minder dan een ‘diabolische religie’, die met wortel en tak moet worden uitgeroeid. Uitgevoerde abortussen voelen voor de medewerkers van zijn organisatie als een persoonlijk nederlaag. De kliniek aan de overkant van de straat is volgens Anne in wezen te vergelijken met een autodealer: het echtpaar dat de tent runt, Candace en haar echtgenoot Arnold, wil gewoon zoveel mogelijk ‘auto’s’ verkopen. In de tweede helft van hun ontluisterende film nemen Grady en Ewing dan eindelijk ook zelf poolshoogte bij die abortuskliniek. Daar verbazen ze zich over de ‘Ausdauer’ van hun ideologische tegenstanders – hebben die lui niets beters te doen? – en hun slinkse tactieken – van die misleidende naam tot het verstrekken van incorrecte informatie.

Dagelijks ervaren zij ook de consequenties daarvan: hoe vrouwen worden beïnvloed, gemanipuleerd en/of geïntimideerd terwijl ze één van de moeilijkste beslissingen van hun leven moeten nemen. Inmiddels, zo’n vijftien jaar later, is de situatie van zulke meisjes en vrouwen overigens alleen maar verslechterd. Sinds het Amerikaanse hooggerechtshof in 2022 het federale recht op abortus heeft geschrapt, kan elke staat zijn eigen regels bepalen en hoeven antiabortusactivisten zoals Anne zich niet meer te beperken tot protest, suggestie en desinformatie. Met de Bijbel in de hand kunnen ze het recht op abortus nu daadwerkelijk inperken.

Ik Ben Roxy

Prime Video

We willen de hype nu door ontwikkelen naar structureel succes, verkondigt vader Jan Arie, tevens de manager van Roxy Dekker, tijdens een overleg met zijn dochter en andere direct betrokkenen waarin de ambities voor 2025 worden doorgesproken. Zo hopen ze de ‘lijpe rollercoaster’, waarin de tienerster terecht is gekomen, te kunnen continueren. Op het overzicht dat op een digischerm wordt gepresenteerd staan bijvoorbeeld ‘Vrienden van Amstel Live’, ‘Noorderslag’ en ‘AFAS Live’. Één doelstelling die sindsdien is gerealiseerd ontbreekt op de lijst: een eigen docuserie.

Deze: Ik Ben Roxy (100 min.), uitgeserveerd in vier delen van nog geen half uur. YouTube-lengte. Het Nederlandse TikTok-fenomeen Roxy Dekker is met singles zoals Anne-Fleur Vakantie, Sugardaddy en Satisfyer in nog geen jaar uitgegroeid tot een popfenomeen, heeft een bekend vriendje (Koen van Heest van Bankzitters, met wie ze de hit Huisfeestje scoorde) op de kop getikt en wil nu dus de vervolgstap zetten. En dat gaat in deze vlotte, reality-achtige miniserie van Nick Hoedeman bijvoorbeeld gepaard met clipopnames, een schrijverskamp, luistersessies en de nodige stress.

Want ‘Rox’ is natuurlijk allang niet meer dat onbevangen meisje dat in haar eentje liedjes schrijft, opneemt en uitbrengt – al is het de vraag of ze dat ooit was. Dekker was ook al onderdeel van een meidengroep en is nu in elk geval het middelpunt geworden van haar eigen business, die in deze productie onder andere wordt vertegenwoordigd door platenbaas Niels Walboomers, de A&R-managers Soraib el Jelali en Lekeisha Irion, boeker Rens Peters en producer Julian Vahle (die er als ‘nepobaby’ hoogstpersoonlijk voor zorgde dat zijn moeder Linda de Mol is te zien in Roxy’s videoclip Ga Dan!).

En dat brengt z’n eigen verplichtingen met zich mee, zoals bijvoorbeeld een releaseparty voor de nieuwe editie van Linda.meiden, waarvoor ze is gevraagd als ‘guest editor’. ‘De cover is wel ok’, zegt Roxy, terwijl ze nog even haar haren doet. ‘Maar van die andere foto’s zijn er misschien drie leuk. En de rest vind ik eigenlijk allemaal…, ja, bijzonder… laat ik het zo zeggen.’ Ze heeft er zelfs niet van geslapen. ‘Dit ben ik toch gewoon niet!’ Even later speelt Dekker, professioneel als ze is, het spel tijdens het feest natuurlijk gewoon mee. ‘Fantastisch!’ Waarna met veel bombarie die cover wordt onthuld.

Van zulk klein ongemak, passend bij een jonge vrouw die nog moet wennen aan de plotselinge roem die haar ten deel valt, moet deze gelikte productie, waarmee Roxy’s populariteit op z’n minst wordt bestendigd en waarschijnlijk, geheel volgens plan, verder wordt uitgebouwd, ’t ook hebben. Verder houdt de miniserie zich vooral onledig met hoe gewoon de hoofdpersoon is (gebleven) en het uitventen van haar onstuimige succes dat volgens de glunderende profi’s van dienst ‘veel groter dan een hype’ is en nu al moet worden ingeschaald op het niveau van Doe Maar en André Hazes.

‘Er was niemand zoals Rox’, zegt Lekeisha Irion, head of Artist & Repertoire van haar platenmaatschappij Warner Chappell Benelux, zonder een spier van haar gezicht te vertrekken. ‘En er gaat ook nooit meer iemand zoals Rox zijn.’

De Rockstar À Tueur: Le Cas Cantat

Netflix

Ze zou tegen de verwarming zijn gevallen. De zware verwondingen die de bekende Franse actrice Marie Trintignant in de nacht van 26 op 27 juli 2003 heeft opgelopen, corresponderen alleen helemaal niet met een tragisch ongeval. Het verhaal dat haar nieuwe geliefde, de bekende zanger Bertran Cantat, tegen de Litouwse politie heeft verteld, kan dus niet kloppen.

De twee zijn in Vilnius vanwege de opnames voor een film, waarin zij een belangrijke rol speelt. De frontman van de populaire rockband Noir Désir komt haar daar opzoeken en wordt, vanwege zijn bezitterige en jaloerse gedrag, al snel beschouwd als een stoorzender op de filmset. Op hun hotelkamer is het ‘s nachts tot een serieus handgemeen gekomen, moet Cantat al snel toegeven, waarna Trintignant, een telg van de bekende Franse filmfamilie, in coma is beland.

In De Rockstar À Tueur: Le Cas Cantat (124 min.) reconstrueren Zoé de Bussiere, Karine Dusfour, Anne-Sophie Jahn en Nicolas Lartigue de geruchtmakende zaak, die Frankrijk ruim twintig jaar geleden in rep en roer heeft gebracht. Als het nieuws uitlekt dat Marie Trintignant op de intensive care voor haar leven vecht, is nog helemaal niet bekend dat zij een relatie heeft met Cantat, die voor haar halsoverkop zijn Hongaarse vrouw Krisztina Rády en hun twee kinderen heeft verlaten. 

Deze driedelige true crime-serie vliegt De Casus Cantat niet al te subtiel aan en probeert in eerste instantie vooral uit te vlooien wat er zich precies heeft afgespeeld tijdens die traumatische nacht in dat Litouwse hotel. Een cruciale rol is daarbij weggelegd voor een publiek verhoor van de – afhankelijk van wie je ‘t vraagt – zeer emotionele/manipulatieve Bertrand Cantat, die de verantwoordelijkheid voor de dramatische gebeurtenissen ook nadrukkelijk bij het slachtoffer legt.

Zijn ex-vrouw Krisztina bivakkeert daarbij nadrukkelijk aan zijn zijde en staat in voor zijn karakter. Nee, Bertrand is tegenover haar nooit gewelddadig geweest, houdt ze vol, waarschijnlijk ook in het belang van hun kinderen. Die aap zal in de slotaflevering van deze miniserie nog een dramatisch staartje krijgen als de twee hun gezamenlijke leven vervolgen. Met terugwerkende kracht wordt dan ook duidelijk dat Marie Trintignants tragische lot wellicht te voorkomen was geweest.

Als de situatie in die Litouwse hotelkamer niet simpelweg was afgedaan als een passiemoord, zo’n tot de verbeelding sprekende ‘crime passionel’. Als Trintignant – vier kinderen van vier verschillende vaders, wat ben je dan voor een vrouw? – niet doelbewust was afgeschilderd als een onmogelijke femme fatale. En als hij, de onweerstaanbare zanger, niet vergoelijkend was bekeken als zo’n typische gekwelde ziel die de rockhistorie wel vaker aflevert.

Het is de trieste conclusie van een casus die tegelijk gauw en nooit mag worden vergeten.

Under The Surface

Storyhouse

Onder water voelt Anne Verelst zich volledig veilig. In de wereld boven het water staat de Vlaamse dertiger alleen permanent in de overlevingsstand, toont haar neef Guido in de delicate documentaire Under The Surface (77 min.). Ze heeft beperkt zicht en kan zich soms ook maar ternauwernood staande houden in het gewone sociale verkeer.

Anne had een lastige start. Ze werd op 13 april 1989 geboren na slechts zes en een halve maand zwangerschap. Zij woog 800 gram en mocht pas na drie maanden de kraamafdeling verlaten. Al snel merkte haar moeder Marianne dat Anne anders was. Ze zat volgens haar ‘onder d’r eigen stolpke’. Autisme, luidde de officiële diagnose.

Achter die lastige start ging weer een ander pijnlijk verhaal schuil: over Anne’s oma, die na enkele miskramen het medicijn Distilbène kreeg voorgeschreven. Zodat ze gezonde kinderen zou krijgen. Aan de mogelijke bijwerkingen daarvan besteedde destijds niemand aandacht. Haar dochter Marianne, Anne’s moeder, werd zo een DES-dochter.

Pas later werd duidelijk wat de gevolgen van dit kunstmatige vrouwelijke hormoon, dat wereldwijd zo’n tien miljoen slachtoffers zou hebben gemaakt, konden zijn. Belgische DES-vrouwen vragen nog altijd om erkenning. Hun strijd blijft enigszins een Fremdkörper in deze film, die toch vooral een portret van een moeder en dochter wordt.

In ‘mermaiden’, een soort combinatie van freediven en cosplay, heeft Anne zichzelf gevonden. Zij kan ruim drie minuten, op eigen adem, onder water verblijven. ‘De Ariel van de Kempen’, kopte de Gazet van Antwerpen al eens. En met haar oogverblindende staart oogt Anne inderdaad als een zeemeermin uit een sprookjesachtige wereld.

Met prachtige onderwateropnamen maakt haar neef Guido het goddelijke gevoel dat zich dan meester van haar maakt zichtbaar. In het water voelt Anne zich duidelijk volledig veilig en geborgen – net als in de baarmoeder, ben je onwillekeurig geneigd om te denken. Of, zoals ze ‘t zelf uitdrukt: ‘Het water accepteert mij zoals ik ben.’

Guido Verelst vangt zijn nicht daarnaast, ook via vlogs die zij zelf maakt, op haar meest kwetsbare momenten. Als alles haar even te veel wordt. Tegelijkertijd laat hij haar op haar meest ontspannen zien: als ze samen met vader Jef in de auto luidkeels meezingt met Queens Bohemian Rhapsody of op de tandem zit met haar vriend Johnny.

Want in de drie jaar dat Anne Verelst is gefilmd voor dit portret is ook de liefde in haar leven gekomen. Het lijkt voor een voorzichtige ontspanning te zorgen in haar bestaan, niet in het minst bij Annes zorgelijke moeder. Die worstelt met de vragen die elke ouder met een kwetsbaar kind zich stelt: hoe moet ’t straks verder, als ik er niet meer ben?

Afgaande op Under The Surface, een fraaie en sensibele film over een jonge vrouw die haar weg zoekt en uiteindelijk ook wel lijkt te vinden, kan Marianne Annes toekomst met enig vertrouwen tegemoet zien. Want Johnny lijkt toch wel verdacht veel op, inderdaad, prins Erik. En samen leefden zij… – al is het leven natuurlijk geen sprookje.

Music By John Williams

Disney+

Alleen al vanwege de soundtrack voor de film Jaws verdient componist John Williams een plek in Hollywoods eregalerij. Zonder hem zou Steven Spielbergs witte haai waarschijnlijk eerder lachwekkend dan doodeng zijn geworden. Williams schreef een elementair muziekstuk, waarmee een aanval van het bloeddorstige monster wordt aangekondigd. En een ongelooflijke bioscoophit was geboren. Music By John Williams (105 min.) begint dan ook met die twee uit duizenden herkenbare noten. Tada… Tadaa… En de haai is alweer onderweg, op zoek naar z’n prooi.

Williams componeerde natuurlijk de muziek voor zo’n beetje alle films van Spielberg: van Close Encounters Of The Third Kind, Indiana Jones en E.T. tot Jurassic Park, Schindler’s List en The Fabelmans. Daarnaast leverde hij ook iconische soundtracks voor Fiddler On The Roof, The Poseidon Adventure, Superman, Home Alone, JFK en Harry Potter. In totaal staan er vijf Oscars op de schouw in huize Williams. Met zijn muziek voor de Star Wars-franchise werd hij zelfs een rockster. Als hoogbejaarde dirigent trekt hij nog altijd volle zalen, waarbij tijdens The Imperial March een groot deel van z’n gehoor zelfs enthousiast meedirigeert met een heus lichtzwaard.

Dat succes heeft ook zijn keerzijde gehad, toont deze doeltreffende documentaire van Laurent Bouzereau, waarin verder nauwelijks een wanklank valt. Het duurt namelijk even voordat Williams ook serieus wordt genomen door z’n vakbroeders. Juist omdat hij zo succesvol is met filmmuziek. Want die wordt door sommige musici beschouwd als een bastaardkunstvorm. Als ‘Johnny’ wordt aangesteld als dirigent van het Boston Pops Orchestra, zorgt dit in eerste instantie dus voor spanningen. Uiteindelijk bezwijkt echter ook het sikkeneurigste orkestlid voor het muzikale vakmanschap van John Williams en wordt zijn tijd bij het orkest alsnog een succes.

Zelf vindt hij ‘t geweldig om en plein public te musiceren. ‘Voor het gewonde ego van een filmcomponist die geen publiek of applaus kent is het genieten van het magnifieke publiek in Boston.’ Dat al dan niet gewonde ego wordt in deze Hollywood-docu ook nog eens duchtig gestreeld door regisseurs (George Lucas, Chris Columbus, Ron Howard, J.J. Abrams en – natuurlijk – Steven Spielberg, die ook een dikke vinger in de pap had bij deze film) en muzikanten (violist Itzhak Perlman, saxofonist Branford Marsalis, cellist Yo-Yo Ma en violist Anne-Sofie Mutter) waarmee hij werkte. Samen dragen zij één  boodschap uit: muziek verbindt en John Williams is de ultieme verbinder.

Music By John Williams concentreert zich vrijwel volledig op ‘s mans liefde voor muziek en werkleven. De tragiek uit zijn persoonlijk leven – zijn vrouw, actrice/zangeres Barbara Ruick, stierf op slechts 41-jarige leeftijd en liet hem met drie jonge kinderen achter – wordt binnen enkele minuten afgewerkt. Misschien ook omdat muziek écht zijn eerste liefde was – en straks ook, als dan toch ‘The End’ verschijnt, z’n allerlaatste. De appel is in dat opzicht overigens niet ver van de boom gevallen. Zijn zoons zijn eveneens ‘lost in music’: Mark speelde met Cher, Air Supply en Tina Turner en Joe is leadzanger van Toto. Alleen Jenny, het enige familielid dat in deze film optreedt, houdt ’t bij een rondje golf.

En dat lijkt ook zo’n beetje het enige wat John Williams buiten de muziek doet.

Thelma & Louise – Born To Live

AVROTROS

In één beeld is het complete idee van de film vervat: op de achterbank van een auto die door de Verenigde Staten scheurt, een groene Ford Thunderbird cabriolet uit 1966, heeft een mannelijke scharrel plaatsgenomen, terwijl er twee vrouwen aan het stuur zitten. In het Hollywood van begin jaren negentig is dat vloeken in de kerk. De man bepaalt normaal gesproken de weg. En de vrouw zit erbij, mooi te wezen.

Juist daarom is Thelma & Louise ook zo’n bijzondere film. Een feministische roadmovie over twee krachtige vrouwen die hun eigen weg gaan in een wereld waar mannen nog altijd de lakens uitdelen. En die scharrel – gespeeld door een jeugdige Brad Pitt, die naar verluidt Grant Show, Mark Ruffalo en George Clooney heeft afgetroefd – wordt nooit meer dan een aantrekkelijk bijpersonage. Een lustobject, zelfs.

Die film is overigens gebaseerd op het scenario van een vrouwelijke schrijfster, Callie Khourie, en stelt psychologisch, lichamelijk en sociaal geweld van mannen tegenover vrouwen aan de kaak, maar hij werd wel geregisseerd door een man. Ridley Scott heeft dan als filmmaker allang zijn sporen verdiend in Hollywood, met kaskrakers zoals Alien en Blade Runner. Dit wordt echter een totaal ander avontuur.

In de interessante tv-docu Thelma & Louise – Born To Live (53 min.) onderzoeken Leni Mérat en Joséphine Petit de betekenis van Scotts baanbrekende film. Zij plaatsen die nadrukkelijk binnen de filmhistorie, waarbij de traditionele ‘male gaze’ ditmaal vervangen is door een vrouwelijke blik. Veel scènes uit Thelma & Louise lijken reacties of varianten op hoe mannen doorgaans worden geportretteerd door Hollywood.

Via gesprekken met Callie Khouri, producent Mimi Polk, filmsetontwerper Anne Ahrens en de acteurs Christopher McDonald, Stephen Tobolowsky en Jason Beghe, aangevuld met archiefinterviews met Ridley Scott en de hoofdrolspeelsters Geena Davis en Susan Sarandon, krijgen Mérat en Petit zicht op het maakproces van de film en op wat die bij hen en (vrouwen) in de rest van de wereld heeft losgemaakt.

Want toen Thelma & Louise in 1991 werd uitgebracht, kreeg de film niet alleen lof. Critici zagen er ook een onvervalst staaltje ‘male bashing’ of de verheerlijking van geweld tegen mannen in. Met een hedendaagse blik bekeken dealde Callie Khouri’s geesteskind toen al met issues die in de afgelopen jaren binnen de #metoo-beweging en discussies over grensoverschrijdend gedrag aan de orde zijn gesteld. 

Tegelijkertijd is de film er dan weer niet in geslaagd om de positie van vrouwen in Hollywood significant te verbeteren. In dat opzicht is zelfs Thelma & Louise een druppel op een gloeiende plaat gebleken.

Anne (32) Zoekt Vrienden

KRO-NCRV

Haar oude vriendschappen zijn verwaterd en nieuwe lijken nauwelijks te beklijven. Actrice en theatermaakster Anne van der Steen is begin dertig en vraagt zich af wie ze op haar verjaardag moet uitnodigen. De oorzaken voor die haperende vriendschappen lopen uiteen. De één heeft inmiddels kinderen en dus een andere belevingswereld, een ander zit eigenlijk al vol en niet te wachten op nieuwe verplichtingen. Feit is: Anne (32) Zoekt Vrienden (30 min.). Maar hoe doe je dat eigenlijk: een goede vriend zijn?

Anne gaat in deze speelse korte docu te rade bij enkele vriendenkoppels. ‘Vriendschap kun je niet kopen’, stellen twee gezworen vismaatjes. ‘Dat kun je niet dwingen.’ Je moet uitkijken voor te veel kieskeurigheid, waarschuwt een vrouwelijk messenwerpersduo. ‘Niet te veel eisen hebben.’ En twee vriendinnen met een gezamenlijke camper adviseren haar om vooral niet te veel haar best doen. ‘Jij ben een heel grappig en leuk iemand’, houden ze Anne voor. ‘Daar hoef je volgens mij niet zo aan te twijfelen. En dan ga je er zelf ook veel meer lol in hebben.’

Tijd om de koe bij de horens te vatten: op vriendschapsdate met een andere jonge vrouw. Samen paardrijden of een taartje gaan eten. Of alleen op stap, dat kan natuurlijk ook. Vrouwen ontmoet ze dan alleen niet en bij de mannen leidt zo’n avondje al snel tot drinken en geflirt. Met een losse, tragikomische voice-over praat Van der Steen alle verwikkelingen en haar eigen gedachten daarbij aan elkaar. De theatermaakster en actrice in haar zijn nooit ver weg – al lijken de emoties die sommige gesprekken en ontmoetingen oproepen wel degelijk oprecht.

Het is natuurlijk een construct, deze film. Alles lijkt van tevoren uitgedacht. Toch zit dat de docu niet in de weg. Die heeft een aanstekelijk feelgood-karakter. Met een melancholieke ondertoon. Waardoor ie toch ook wel raakt. Anne (32) snijdt losjes, zonder dit verder onder het vergrootglas te leggen, ook een wezenlijk thema aan: het feit dat veel mensen er tegenwoordig alleen voorstaan. Verbinding is niet meer zo vanzelfsprekend als het ooit was. Zeker als je een andere afslag neemt – of de geijkte afslag gewoon mist – dan de mensen in je directe omgeving.

Het kan tot een gevoel van eenzaamheid leiden. Onthechtheid. Onzekerheid ook. Angst om niet in de smaak te vallen. En hoe gemakkelijk ‘t ook klinkt, realiseert Anne zich in deze fijne kleine film, daarvoor is uiteindelijk maar één remedie: de stoute schoenen aantrekken. Uitnodigingen versturen, de taart alvast aansnijden en er samen met anderen toch maar een feestje van proberen te maken.

Free Space

Marian Markelo en Boris van Berkum / Zeppers / NTR

Wie mag wat maken? vraagt Karin Junger zich af in Free Space (65 min.), de film die ze in samenwerking met schrijver Stephan Sanders heeft gemaakt over de verlegenheid daarover bij veel hedendaagse kunstenaars. Wie bepaalt dat? Op grond waarvan? En hoe ga je om met de kritiek dat je je op het terrein van een ander hebt begeven?

Toen Junger als witte vrouw enkele jaren geleden een documentaire maakte over haar eigen donkere kinderen en hun vrienden (Ik Alleen In De Klas, 2020), kreeg zij volgens eigen zeggen het verwijt dat ze haar ‘white privilege’ misbruikte. Het was niet aan haar om dat verhaal te vertellen. ‘En ik voelde me ineens de vijand’, vertelt ze in een voice-over, bij de start van deze persoonlijke film, die actuele thema’s zoals identiteit, representatie, cancelen, stereotypen en culturele toe-eigening onderzoekt.

Dat blijkt overigens een stuk lastiger dan gedacht. Veel kunstenaars en kenners die Junger benadert zien af van een bijdrage of haken in een later stadium alsnog af. Bang om hun vingers te branden aan een onderwerp, waarbij de emoties hoog kunnen oplopen. Zangeres Anne-Faye Kops, kind van een zwarte moeder en een witte vader, maakte bijvoorbeeld een theaterconcert over haar gemengde afkomst. Die kwam haar, vanwege haar witte voorkomen, op veel kritiek te staan.

Dit roept de vraag op van wie verhalen zijn. Ligt het ‘ownership’ bij de groepen waarover ze gaan? Wie bepaalt wie bij de groep hoort? En mogen leden van een andere groep zich dan niet over zulke verhalen buigen? Bij zijn voorstelling De Gendermonologen heeft theatermaker Raymi Sambo criticasters bijvoorbeeld duidelijk moeten maken dat hij geen voorstellingen maakt óver mensen, maar mét en vanuit hen. Schrijver Ted van Lieshout ervaart dergelijke discussies als ‘verlammend’.

In de samenwerking tussen de Surinaamse wintipriesteres Marian Markelo en de witte Nederlander Boris van Berkum komen twee werelden samen. Ze maken een soort Delftsblauwe wintikunst. Samen willen ze over de bestaande grenzen heen kijken. Want ‘die kunnen ons beperken in het voortbrengen van mooie dingen’, stelt Marian ferm. Als we blijven uitgaan van oprechte interesse in de ander en verbinding met elkaar, ontstaat er waardevol erfgoed dat echt van ons allen is.

Toch is het onvermijdelijk dat verschillende visies over wat van wie is en wat daarbij mag soms flink botsen. ‘If you are cis, straight and white’, schreef kunstenares Angel-Rose Oedit Doebé bijvoorbeeld op een spiegel, ‘this ain’t for you.’ Het werk riep een venijnige reactie op van haar collega Floyd, die zich wilde afzetten tegen ‘woke-populisme’. Deze venijnige clash resulteert in het enerverendste deel van deze film – al roept de afhandeling ervan vragen op. Want wat vindt Angel-Rose van Floyds respons?

Behoedzaam tast Karin Junger in Free Space het werkterrein van hedendaagse kunstenaars af, dat soms verdacht veel op een mijnenveld lijkt. Als laatste sluit ze aan bij Stephan Sanders, die in gesprek gaat met de ‘zwarte’ Amerikaanse schrijver Thomas Chatterton Williams. Hij schrijft in het boek Self-Portrait In Black And White: Unlearning Race (2019) dat hij niet meer wil meedoen aan ‘het Amerikaanse huidspel’. Het antiracistische discours schiet volgens hem z’n doel voorbij.

Jungers conclusie, in deze boeiende en actuele film, lijkt in het verlengde daarvan te liggen: uiteindelijk hebben al die verschillende mensen meer gemeen met elkaar dan dat ze van elkaar verschillen, stelt ze. Bovendien weten ze zelf echt wel wat goed voor hen is.

STEVE! (martin) – A Documentary In 2 Pieces 

Apple TV+

‘Steve, mag ik je één vraag stellen?’ smeekt sterreporter Dennis Pennis, een vilein typetje van de Britse acteur Paul Kaye dat in het leven is geroepen om op de rode loper Hollywood-sterren te beledigen, aan de Amerikaanse komiek Steve Martin. Na enig aarzelen stemt die in. De vraag is dodelijk: ‘Hoe komt ’t dat je niet meer grappig bent?’

De pijnlijke scène is exemplarisch geworden voor de verwording van Steve Martin in de jaren negentig tot een zouteloze entertainer en laat in de documentaire STEVE! (martin) – A Documentary In 2 Pieces (191 min.) tot halverwege het tweede deel op zich wachten. Met de filmflop Mixed Nuts (1996) is zijn carrière dan helemaal vastgelopen. Als ook zijn huwelijk strandt, lijkt een gigantische midlifecrisis niet meer af te wenden.

Dit tweeluik van regisseur Morgan Neville, die met documentaires als 20 Feet From StardomWon’t You Be My Neighbor? en They’ll Love Me When I’m Dead alle uithoeken van de entertainmentwereld al eens heeft onderzocht, is dan bijna tweeënhalf uur onderweg. Then, de opwindende eerste film, heeft zich volledig gericht op de eerste twintig jaar van Martins carrière, waarin hij probeert door te breken als stand-upcomedian.

Dit heeft nogal wat voeten in de aarde. Martins act als ‘arrogante idioot’ lijkt lang te dwars voor een groot publiek. Pas als hij door de televisie wordt ontdekt en een plek bemachtigt bij het populaire programma Saturday Night Live is er geen houden meer aan. De ‘goofy’ Martin wordt de succesvolste Amerikaanse comedian aller tijden, een man die met flauwe, bizarre en hilarische toeren het halve land de slappe lach bezorgt.

Die eerste fase van ‘s mans loopbaan wordt door Neville buitengewoon zwierig opgetekend met prachtig archiefmateriaal, dat ruimte krijgt om te ademen en tegelijkertijd zo opwindend is gemonteerd dat de gekte van Martins act opnieuw voelbaar wordt. De man zelf en mensen uit zijn directe omgeving geven daarbij, volledig buiten beeld, tekst en uitleg. ‘Ik garandeer je: ik heb geen talent’, zegt Martin bijvoorbeeld stellig. ‘Géén!’

Als hij eind jaren zeventig, na heel veel vallen en nog meer opstaan, desondanks op eenzame hoogte belandt, besluit Steve Martin het roer om te gooien. ‘De act is in essentie een concept’, constateert hij aan het einde van STEVE!’s eerste deel. ‘En toen ik dat concept eenmaal door had, viel er eigenlijk niets meer te ontwikkelen. Ik had mijn eigen doodlopende straat gecreëerd.’ Hij besluit de afslag richting Hollywood te nemen.

Docu 2, Now, slaat direct een geheel andere toon aan: in de openingsscène maakt de hoofdpersoon rustig een ontbijtje in zijn keuken. Hij laat zich vervolgens uitgebreid interviewen over zijn leven en loopbaan, observeren tijdens z’n dagelijks leven en filmen tijdens een brainstormsessie met zijn beste vriend en collega Martin Short, waarin de twee luchtig (bijna-)grappen uitwisselen. Het is een totaal andere film – en een totaal andere Steve Martin.

Doelbewust gemaakt ook met een andere editor, componist en vormgever, stelt Neville in dit interessante interview. Collega’s als Tina Fey, Eric Idle, Diane Keaton, Jerry Seinfeld en Lorne Michaels komen bovendien aan het woord in dit tweede STEVE!-deel. Net als Martin zus Melinda Dobbs en tweede echtgenote Anne Stringfield. Zij helpen mee om de achterkant in beeld te krijgen van een man, die zichzelf altijd graag buiten beeld houdt.

Die persoonlijke onderlaag helpt Now overeind. Want in eerste instantie voelt de docu als een koude douche na de enerverende eerste film. Het tweede deel zorgt wel voor verdieping. Over het liefdeloze WASP-gezin waarin Martin opgroeide bijvoorbeeld. Dat verleden blijft hem achtervolgen. Nadat hij Steve’s succesfilm The Jerk (1979) heeft gezien, zegt zijn vader bijvoorbeeld helemaal niets. Op de vraag wat ie ervan vindt, antwoordt hij: ‘Nou, tis geen Charlie Chaplin.’

Gezamenlijk vormen de twee delen, de doldwaze achtbaan en de enigszins bedaagde reflectie daarna, een compleet portret van een eigenzinnige kunstenaar, die sinds zijn midlifecrisis z’n vleugels heeft uitgeslagen richting theater, muziek, literatuur en cartoons, op z’n oude dag toch weer is gaan standuppen en zowaar nog gelukkig is geworden ook – al blijft ‘toen’ voor de buitenwacht toch echt nog wel een stukje leuker dan ‘nu’.

Verdwenen Stad

Periscoop Film

Na het epische De Bezette Stad, waarin Steve McQueen allerlei plekken in het hedendaagse Amsterdam toont en ondertussen verteller Carice van Houten gedetailleerd laat opdreunen wat er zich daar in de inktzwarte periode 1940-1945 heeft voltrokken, is er nu opnieuw een documentaire over de oorlogsjaren van de hoofdstad. In Verdwenen Stad (91 min.) concentreert filmmaker en schrijver Willy Lindwer zich op de rol van de Amsterdamse tram bij de Jodenvervolging.

Samen met schrijver Guus Luijters rijdt Lindwer in een oude tram door de stad. Al pratende plaatsen ze alle gebeurtenissen in hun historische context. Ze komen bijvoorbeeld langs Anne Franks Achterhuis. Tijdens hun laatste route van de gevangenis naar het station, waar de fatale trein vertrok, heeft de familie Frank daarvan waarschijnlijk nog een glimp kunnen opvangen, constateert Lindwer. ‘Ja, dat is waar’, beaamt Luijters. ‘Dat heb ik me nooit gerealiseerd. Ze kwamen langs hun eigen onderduikadres. Sodeju!’

Verder geeft Willy Lindwer, zelf een bevrijdingskind, de inmiddels hoogbejaarde overlevenden van de Jodenvervolging uitgebreid het woord. Vanaf de schuldige plekken in de hoofdstad, vanwaar de deportatie op gang werd gebracht, delen zij hun herinneringen aan de jaren die hen en de hunnen volledig hebben ontworteld en meteen ook de stad van z’n ziel hebben beroofd. Het zijn overbekende verhalen, die binnenkort echter niet meer uit de eerste hand kunnen worden opgetekend.

Van de ongeveer 77.000 Joden werden er 63.000 gedeporteerd. De Amsterdamse tram speelde daarbij een bijzonder dubieuze rol. Bijna 50.000 afgevoerde Joden werden met de tram afgeleverd op een tussenstation, dat hen naar de vernietigingskampen zou brengen. In het boek Verdwenen Stad, dat Lindwer en Luijters samen met deze film uitbrengen, zijn facturen te vinden die de gemeentetram aan de bezetter stuurde. Zo wordt het gehele deportatietraject inzichtelijk gemaakt.

Het vervoer van de familie Franks zal na de oorlog overigens nog een naargeestig staartje krijgen als het gemeentelijk vervoerbedrijf de nog onbetaalde factuur alsnog betaald wil krijgen. Het is een treffend slot voor deze degelijke, met een wel erg smartelijke soundtrack aangeklede WOII-docu: de Jodenvervolging kon ook plaatsvinden doordat gewone Nederlanders en de organisaties waartoe zij behoorden te weinig stokken tussen de spaken staken van de nazi-vernietigingsmachine.

ABBA Silver ABBA Gold

NTR

Als schrijver of componist van popmuziek heb je maar een bepaalde tijd de oren en de geest van de jeugd, zou Björn Ulvaeus, volgens promotor/tourmanager Thomas Johansson, in de laatste fase van ABBA’s bestaan hebben gezegd. ‘Die tijd hadden we net gehad en we wisten dat we het niet moesten forceren.’ Agnetha, Björn, Benny en Anni-Frid gaan in 1983 dus ieder hun eigen weg, maar zullen nooit meer helemaal los van elkaar komen. Want hits als Dancing Queen, Take A Chance On Me en I Have A Dream blijken zowaar tóch tijdloos en veroveren steeds nieuwe generaties.

Sterker: in mei 2022 staat het viertal, dat eerder met Voyage (2021) al z’n eerste nieuwe langspeler in bijna veertig jaar heeft uitgebracht, ineens weer samen op het podium. Niet om op te treden, overigens, maar om de première van een nieuw ABBA-concept op te luisteren. In Londen is een speciale concertzaal verrezen, met een capaciteit van drieduizend bezoekers, waar hologrammen van jongere uitvoeringen van de vier groepsleden oude hits gaan vertolken met een live-band. Zo geeft ABBA zichzelf bijna letterlijk het eeuwige leven – en ook zoiets als eeuwige roem.

Het aardige van de tv-docu ABBA Silver ABBA Gold (52 min.) van Chris Hunt is dat die de complete eerste halve eeuw van ABBA belicht – ook al heeft de groep feitelijk slechts zo’n tien jaar bestaan. Die succesperiode, van Songfestival-hit Waterloo tot afscheidssingle Thank You For The Music, wordt opnieuw opgeroepen met concertbeelden, videoclips en (archief)interviews met de vier groepsleden en ABBA-getrouwen zoals songschrijver Neil Sedaka, kostuumontwerper Owe Sandström, arrangeur Anders Eljas, geluidstechnicus Michael Tretow en regisseur Lasse Hallström.

Nadat begin jaren tachtig het fundament onder ABBA is weggevallen – doordat de twee huwelijken binnen de groep allebei zijn uitgelopen op een echtscheiding – krijgt de toch wat kitscherige pop en disco van de Zweedse hitfabriek ineens drama en diepgang, met als meest tastbare voorbeeld de geladen echtscheidingssong The Winner Takes It All. Daarna is ’t ieder voor zich, constateert verteller Tamsin Greig, die alle verhaallijntjes verbindt. Alhoewel… Bjorn en Benny blijven samen optrekken en scoren enorme hits met de musical Chess en de ABBA-musical en -films Mamma Mia.

Want alles wat met ABBA wordt geassocieerd schijnt, in weerwil van Björn Ulvaeus’ verwachting, maar niet uit de tijd te raken. Hoe dat komt? Het antwoord daarop ligt misschien in dat huisje op het Zweedse eiland Viggsö, waar ABBA’s eindeloze stroom hits, die zo’n tien jaar zal aanhouden, ooit op gang is gekomen. Daar, ver weg van de popbusiness, vindt het viertal begin jaren zeventig z’n eigen stem, die comfortabel langs de heersende trends links scheert en uiteindelijk zelf trendsettend wordt.

De Laatste Kans

VPRO

De stem is er weer. Die eerder was te horen in Stuk (2019) de baanbrekende documentaireserie over de patiënten en medewerkers van revalidatiecentrum Heliomare in Wijk aan Zee.

De stem die namens hen tot ons sprak en verwoordde wat er in hen omging. Over de grote dingen des levens en de kleine dingetjes waar de menselijke geest zich soms ook aan kan vasthaken. De stem van Jurjen Blick, een Nederlandse filmmaker die risico durft te nemen. Die onze gewone mensenwereld nu opnieuw probeert te bezielen met een ‘docuroman’. In vijf delen, ditmaal. Geïnspireerd door literatuur, ingefluisterd door een redacteur, Soraya Pol, die hun hoofdpersonen het hemd van het lijf heeft gevraagd en bijgestaan door zo’n beetje de voltallige Stuk-crew.

Die stem heeft nu zijn eigen arena gecreëerd. Laat zich niet langer belemmeren door een tijd, plaats of situatie. Hij verlaat zich ditmaal op een idee dat hij had met eindredacteur Maarten Slagboom over De Laatste Kans (250 min.) die een mens krijgt om een levensdoel te verwezenlijken. Het do or die-moment waarop we ons ware gezicht tonen. Als het nu niet gebeurt, dan gebeurt het nooit meer. Als, dan. Als Brigitte bijvoorbeeld haar hoogbejaarde moeder nu niet dwingt om te vertellen wie haar vader is, desnoods met juridische middelen, dan zal ze het nooit te weten komen.

Als bokser Delano geen medaille wint, wordt hij vervangen door een jongere concurrent. Als Ebru nu niet zwanger raakt, blijft ze kinderloos. Als historica Anne-Goaitske geen Friese walvisvaarders strikt voor haar podcast, zijn ze straks allemaal overleden. Als ecoloog Janneke niet ingrijpt, raakt half Nederland overwoekerd door de watercrassula-plant. Als Charissa nu geen tekeningen maakt met haar dochtertje, kan het door de spierziekte PSMA straks niet meer. Als Johnny zijn leven niet betert, is hij thuis niet meer welkom. En als Scooby een kind aanvalt, krijgt ie vast geen nieuw baasje meer.

Als, dan… Steeds weer. De vanzelfsprekende eenheid in tijd en plaats van Stuk en de daarmee gepaard gaande dramatische setting heeft Blick losgelaten. Hij verlaat zich ogenschijnlijk nog meer op de stem in zijn hoofd. Die moet daardoor wel harder werken. Om de verhaallijnen te verbinden en de losse eindjes aan elkaar te knopen. In de rug gedekt door vertrouwde elementen: het zowel observerende als gestileerde camerawerk, de ingenieuze montage, een tot de verbeelding sprekende soundtrack en projecties op de muur, om het verleden van zijn personages weer te geven.

Die stem laat hen boven zichzelf uitstijgen. Zij worden pionnen in Blicks intrigerende spel over levensdoelen, obsessies en het accepteren dat alles eindig is. Zoals de poster van de serie zich afvraagt: ‘Wat krijg je nog voor elkaar als de tijd je op de hielen zit?’ Dat pakt nét iets minder aangrijpend uit dan in Stuk, dat de lat natuurlijk erg hoog heeft gelegd.

Deze bespreking is na elke aflevering aangevuld.

Bilal Wahib: Altijd, Altijd

Prime Video

Zonder ‘het incident’ zou deze film nooit worden gemaakt, stelt zij. Maar de film mag niet alleen daarover gaan, vindt hij. Zo begint die film: Bilal Wahib: Altijd, Altijd (70 min.). Met een gesprek op metaniveau tussen de hoofdpersoon en regisseur, Anne de Clercq (Snelle: Zonder Jas Naar Buiten). Over de film waarnaar we nu zitten te kijken – en de olifant in de kamer waarover intussen continu wordt gesproken: zeventienduizend euro heeft Bilal tijdens een livestream op Instagram geboden aan een minderjarige jongen, om zijn piemel te laten zien. Maar piemels kunnen natuurlijk helemaal niet kijken.

Flauw grapje, totaal verkeerd gevallen. Heel Nederland sprak er in 2021 schande van. Het pedo-woord viel. En dan zijn de rapen gaar. Iedereen die zakelijke banden had met de jonge Marokkaans-Nederlandse acteur, zanger en presentator wist niet hoe snel ie die weer moest verbreken. Gecanceld. Daarom wordt er nu, ruim twee jaar later, een documentaire uitgebracht over Bilal Wahib, nadat hij eerder al eens een soort openbare boetedoening heeft gedaan bij de talkshow Op1. Want wat er ook gebeurt in het leven van een BN’er, het is en blijft allemaal materiaal. Bilal lijkt trouwens ook alweer een tijdje weg uit het verdomhoekje.

De Clercq vraagt haar protagonist niet alleen om terug te blikken op deze traumatische periode uit zijn leven en carrière. Ze wil ook dat hij samen met zijn moeder Fatima, vriendin Sophie en enkele vrienden in een studiosetting enkele cruciale scènes uit zijn eigen leven naspeelt, waarbij zij dan regieaanwijzingen geeft. De release van zijn grote hit Tigers bijvoorbeeld, ‘het incident’ natuurlijk en z’n tijd in een politiecel. Het is de bedoeling dat hij daardoor teruggebracht wordt naar zo’n moment, maar werkt uiteindelijk eerder als het fictionaliseren van die werkelijkheid. Wat een authentieke ervaring moet zijn geweest – spijt, verdriet of angst – krijgt daardoor het karakter van tamelijk goedkoop drama.

Intussen wil Wahib zijn ervaring ook verwerken in een performance, waarmee hij alsnog hoopt af te studeren aan de Toneelschool Amsterdam. Zijn eindpresentatie, over of je als bekende Nederlander een fout mag/kan maken, vormt tevens het logische eindstation van dit portret. Tussendoor worden overigens ook nog, niet al te diepgaand, zijn ADHD, de echtscheiding van zijn ouders en zijn snelle opkomst behandeld. Zodat het zowaar even lijkt alsof dit niet alleen een film over ‘het incident’ is, een poging om definitief te ontcancelen, maar een compleet portret van een jonge artiest die z’n overmoed achter zich heeft gelaten en nu gelouterd zijn loopbaan vervolgt.

Juan Carlos: Downfall Of The King

SkyShowtime

Wat definieert een man? De scandaleuze miniserie Salvar Al Rey (2022), over het leven van de voormalige Spaanse vorst Juan Carlos I, neemt de dood van zijn veertienjarige broer Alfonso als uitgangspunt. Die is in 1956 gestorven bij een ongeluk. En de latere koning, dan een achttienjarige prins, zou de kogel hebben afgevuurd.

Juan Carlos: Downfall Of The King (176 min.), een andere serie over dezelfde monarch, start in 1981 als er een staatsgreep dreigt in zijn land. Juan Carlos treedt dan opvallend kordaat op en voorkomt daarmee de terugkeer van het fascisme. Het bezorgt de voormalige protégé van dictator Francisco Franco, opgezadeld met de bijnaam ‘de marionet’, het imago van onversaagde beschermer van de Spaanse democratie.

Zelfde man, andere insteek. Wat is het bepalende moment van zijn leven? Wanneer heeft hij zichzelf écht laten zien? Dat zit toch vooral in wie er naar hem kijkt. In dit geval: de Duitse filmmakers Anne von Petersdorff en Georg Tschurtschenthaler. Over één ding zijn de beide takes ‘t eens: de inmiddels 85-jarige Juan Carlos I is een ongekende rokkenjager. Koning Casanova werd hij genoemd door de Spaanse tabloids.

Dat zijn huwelijk met koningin Sofia niet meer was dan een sprookje, blijkt in Downfall met name uit het verhaal van Corinna Larsen. De ambitieuze blondine was jarenlang ‘s mans minnares. Hun relatie kwam aan het licht na een jachttrip naar Botswana, die een protserige foto met een dode olifant opleverde en funest bleek voor zijn imago. Ook Corinna’s ex-man Philip Adkins, die haar bloed inmiddels wel kan drinken, komt aan het woord.

Om aan te tonen dat hij nog altijd tot de intimi van de inmiddels 85-jarige ex-koning behoort, belt Adkins Juan Carlos gewoon even op. ‘Om de een of andere reden geloven ze niet veel van wat ik zeg. Daarom wilde ik u bellen.’ De twee kunnen er samen wel om lachen. Tegelijk verbaast de gesoigneerde Brit zich over het gebrek aan loyaliteit dat zijn koninklijke vriend ten deel valt. Van het weerspannige high society-meisje Corinna bijvoorbeeld.

Zij doet in deze vierdelige serie – volgens eigen zeggen tegen heug en meug, maar dat gelooft geen mens – een boekje open over hoe ze door de geheime dienst werd bespioneerd en dat ze zich daardoor op een gegeven moment zorgen begon te maken over haar veiligheid. In Salvar Al Rey is ‘t overigens een andere maîtresse, de actrice Bárbara Rey, die de ruimte neemt om over haar escapades met de koning te verhalen.

Hoewel de twee series zo hun eigen bronnen kiezen om Juan Carlos te vangen (in dit geval: een afgewogen combinatie van persoonlijke vrienden, medewerkers, politici, historici, koningshuiskenners, journalisten en medewerkers van de geheime dienst) komen ze uiteindelijk uit bij precies dezelfde thema’s: gerommel met vrouwen, geld en voorrechten. Precies wat van het kind van een dynastie mag worden verwacht.

Afgaande op Juan Carlos: Downfall Of The King is het cruciale moment in z’n vorstelijke bestaan toch echt de ontmoeting met Corinna Larssen. Van de liefde van zijn leven heeft zij zich ontwikkeld tot een onversaagde wraakengel, die een belangrijk deel van het, deels op dubieuze wijze verkregen, fortuin van de ooit zo populaire telg van het Huis Bourbon in bezit heeft gekregen. Intussen leeft hijzelf alweer enige tijd in ballingschap.

Deze smeuïge productie komt verder nooit écht bij de man achter de troon terecht, maar jaagt er via hem gewoon alle schandalen nog eens doorheen en bevestigt zo vooral het (veelal terechte) imago van ‘the rich and famous’. Alleen dat ene tragische ongeluk met zijn jongere broer Alfonso blijft in deze serie over de Spaanse zielsverwant van prins Bernhard vreemd genoeg helemaal onbenoemd.

In De TBS

Hans Faber / BNNVARA

Als iemand overtuigd moet worden van de effectiviteit van TBS, dan is ‘t Hans Faber – of zijn broer Wim en diens gezin. Wims dochter Anne wordt in 2017 op brute wijze vermoord door Michael P., die al eerder is veroordeeld voor gewelds- en zedendelicten en die op dat moment het laatste deel van zijn straf uitzit op de Forensisch Psychiatrische Afdeling Roosenburg in Den Dolder. Tijdens de grootscheepse zoekactie naar Anne en de dramatische nasleep daarvan fungeert Hans Faber als woordvoerder van de geschokte familie.

Na het verschijnen van zijn boek Anne: Kroniek Van Een Familie (2019) wordt Hans gevraagd door regisseur Elena Lindemans of hij wil meewerken aan een documentaireserie over TBS. ‘Mijn journalistieke hart schreeuwt: ja’, zegt hij daarover in één van de voice-overs, waarmee de verschillende verhaalelementen in deze serie met elkaar worden verbonden. ‘Wat is er veranderd na het Anne-drama?’ Zijn broer Wim, Annes vader, is aanmerkelijk minder enthousiast. ‘Je wordt gebruikt voor positieve beeldvorming van de TBS.’ 

Hans Faber snapt de scepsis van zijn broer, maar besluit toch in te stemmen. Op 3 juni 2022 gaat hij voor het eerst op bezoek In De TBS (265 min.), voor wat een jaar bij de Van der Hoevenkliniek in Utrecht zal worden. Justitie heeft daarbij wel een harde eis gesteld: hij mag niet vragen waarom de patiënten, die hij op de leefgroepen ontmoet en ogenschijnlijk vrijelijk mag volgen en bevragen, hier precies zitten. Om hun slachtoffers te beschermen. ‘Je moet TBS-patiënten niet humaner maken dan ze zijn’, heeft zijn broer Wim hem nog meegegeven.’

Toch is dat wel de insteek waarmee Hans de, digitaal geanonimiseerde, TBS’ers tegemoet treedt: als mensen die de kans krijgen – en ook moeten krijgen – om hun leven grondig bij te sturen. De kliniek lijkt intussen soms bijna een ontspanningsoord. De patiënten genieten van allerlei sporten, zitten bij een koor of gaan lekker op wandel- of zeilvakantie. Tegelijkertijd is er wel degelijk controle. Via een drugshond bijvoorbeeld die geregeld de leefgroep afspeurt. Of een ‘herstelkamer’, ofwel separeerruimte, waar iemand tot rust mag (of gewoon moet) komen.

De buitenstaander Hans Faber beziet het ogenschijnlijk welwillend. Ook al weet hij als geen ander waartoe deze mensen in staat kunnen zijn. ‘Begin ik nu verschijnselen te vertonen van een embedded oorlogsjournalist?’ vraagt hij zich op een gegeven moment af. ‘Iemand die niet meer kritisch kan zijn over het leger waarmee hij optrekt?’ En soms zou je inderdaad willen dat hij, al is het alleen om de zaak een keer goed op scherp te zetten, even doorbijt. In de ‘pornotheek’ bijvoorbeeld, waar een patiënt doodleuk de film Dominate Me 2 kan lenen.

Dat is tegelijkertijd ook de kracht van deze vijfdelige serie, waarbij Faber soms ook even uit beeld verdwijnt. Het leven in de kliniek wordt nergens gesensationaliseerd, maar ook niet geromaniseerd. Nuchter en genuanceerd, met oog voor zowel de mens als z’n voetangels en klemmen, brengt Lindemans het dagelijks leven van enkele vaste hoofdpersonen in (en buiten) de kliniek in beeld. Van dichtbij is te zien hoe TBS’ers aan zichzelf werken, ontspannen, uitdagingen aangaan, (gedwongen) reflecteren of, achter slot en grendel, helemaal vastlopen.

Dit resulteert in fraaie, ongemakkelijke en indringende scènes. Een beschadigde vrouw, die soms ook een gevaar is voor zichzelf, gaat bijvoorbeeld voor het eerst in vier jaar met een begeleider de straat op. Een oudere man, die als vader vaak niet thuis heeft gegeven en op het punt staat om grootvader te worden, zingt bij muziekles een duidelijk diepgevoelde versie van Papa van Stef Bos. En een jonge joviale kerel is aan het daten en loopt na achttien jaar eindelijk warm voor transmuraal verlof, maar moet accepteren dat dit langer in beslag neemt dan hij wil.

Als de veiligheid niet kan worden gegarandeerd, krijgt Hans Faber onderweg te horen, gaan de deuren op slot. En daarmee wordt precies het dilemma van TBS weergegeven. Want wanneer is iemand veilig? Wanneer reageert de mens en wanneer diens sociaal wenselijke façade op een kritische vraag of interventie? En als ‘zero tolerance’ zelfs op een plek zonder internet een utopie is, zoals één van de begeleiders toegeeft, hoe kunnen patiënten dan daadwerkelijk uit de buurt worden gehouden van schadelijke elementen, zoals drank en drugs?

Want het leven buiten sijpelt onvermijdelijk naar binnen, voorbij de door patiënten zelf gemaakte tralies. Zoals de mensen binnen, die gemiddeld zo’n acht jaar in de kliniek verblijven, uiteindelijk toch naar buiten gaan – of op z’n minst de hoop daarop moeten houden. Uit de humane benadering van de Van der Hoevenkliniek, die op Hans Faber soms ook als ‘pamperen’ overkomt, spreekt onherroepelijk vertrouwen in de mens. Ook al is dat regelmatig beschaamd en bieden resultaten uit het verleden, positief of negatief, geen enkele garantie voor de toekomst.

‘De TBS als wasstraat waar iedereen weer schoon uitkomt’, concludeert Faber uiteindelijk nuchter maar niet onwelwillend, ‘is een utopie.’

Patti Smith: Electric Poet

Arte

Na een concert met Bruce Springsteen & The E Street Band voelde gitarist Steven van Zandt onlangs de behoefte om met een tweet een recensent te corrigeren: nee, Bruce speelde geen cover van Patti Smith, het was zijn eigen compositie!

Vreemd is het overigens niet dat Because The Night door menigeen vooral wordt geassocieerd met de zangeres, dichter en kunstenares uit New York. Zij eigende zich het prijsnummer volledig toe en maakte er een absolute wereldhit van, haar enige overigens. Smith zelf werd intussen in het collectieve geheugen opgeslagen als een performer die floreerde op het braakliggende terrein tussen poëzie en rock & roll. Ze stond daarbij op de schouders van giganten als Arthur Rimbaud, Brian Jones, James Dean, Albert Camus en Bob Dylan en werd volgens eigen zeggen regelmatig verrast door de kracht van haar eigen verbeelding.

Als outsider had ze haar plek gevonden in het illustere Chelsea Hotel, een bastion van de tegencultuur waar je in de lobby zomaar bohémiens als Janis Joplin, William Burroughs of Allen Ginsberg tegen het lijf kon lopen. En even verderop huisde Andy Warhol’s The Factory, waar The Velvet Underground kind aan huis was. Gedragen door de eerste punkgolf van halverwege de jaren zeventig, waarbinnen ze helemaal op haar plek was, werd Smith zelf ook een icoon van die scene: oorspronkelijk, eigenzinnig en androgyn. Gaat het te ver om haar ‘non-binair avant la lettre’ te dubben? Feit is dat ze speelde met de traditionele man- en vrouwrollen.

Het gedegen portret Patti Smith: Electric Poet (53 min.) van Anne Cutaia en Sophie Peyrard richt zich vooral op het decennium waarin de geboren performer zich openbaarde aan de wereld. Zoals wel vaker wordt de periode daarna, waarin ze ook nog eens bijna tien jaar uit het publieke leven verdween om zich samen met haar echtgenoot Fred ‘Sonic’ Smith (oud-gitarist van The MC5) te wijden aan haar gezinsleven, bijna behandeld als een soort epiloog. Alsof dat latere leven simpelweg kan worden gereduceerd tot de comeback, na Freds vroegtijdige overlijden in 1994, en de blijvende artistieke waardering die haar sindsdien, ook als fotograaf, ten deel is gevallen.

‘Ik ben nooit normaal geweest’, stelt ze zelf, na een leven lang liefdevol laveren tussen punk en poëzie. ‘Maar ik ben een normale excentriekeling.’

Zon In de Nacht

VPRO

In een gesprek met haar overleden grootvader probeert filmmaakster Anne Vaandrager vat te krijgen op haar familiegeschiedenis. ‘Heb ik een graf?’ wil hij weten. ‘Nee’, antwoordt zij resoluut. ‘Oh, jammer’, klinkt opa Cees, alias acteur Eelco Smits, enigszins verrast. ‘Ik besta niet meer?’ Terwijl in beeld een golvende zee is te zien, blijft Anne onverbiddelijk: ‘Nee. Volgens mij ben jij uitgestrooid over zee.’

Via scènes uit het huwelijk van haar opa Cees en oma Ursula, gespeeld door Smits en Nazmiye Oral, probeert Vaandrager een gesprek uit te lokken met hun zoon, haar eigen vader Kees. Want over dat verleden, haar grootvader in het bijzonder, wordt nauwelijks gesproken in de familie. Dat zit haar dwars: de schaamte van haar vader is haar eigen schaamte geworden, constateert ze gefrustreerd. Die wil ze kwijt.

Voor de korte documentaire Zon In De Nacht (27 min.) heeft ze letterlijk een decor geconstrueerd waarbinnen de olifant in de kamer eindelijk eens kan worden benoemd. Ze heeft zelf wat op haar lever, maar wil ook haar vader en oudtante Ineke, de zus van opa Cees, eens goed (uit)horen. Over het ophouden van de schone schijn en de disfunctionele familiedynamiek die daardoor aan het zicht moest worden onttrokken.

De acteurs mengen zich, al dan niet geregisseerd door Anne Vaandrager, ook nog in die conversatie. Zodat alle familieleden uiteindelijk het achterste van hun tong moeten laten zien – en hun tranen de vrije loop kunnen laten. Zo helpt de gecontroleerde setting, een bedachte en theatrale vorm, eenieder om oprechte emoties te tonen. Die waren anders, al blijft dat natuurlijk altijd koffiedik kijken, wellicht binnengehouden.