Michael Jackson: An American Tragedy

BBC / vanaf dinsdag 5 mei, om 22.15 uur, op Canvas

Het is de tragiek van Michael Jackson (1958-2009). Nooit meer kan hij in ons collectieve geheugen weer dat ogenschijnlijk onbekommerde kindersterretje worden, dat z’n familiegroep The Jackson 5 begin jaren zeventig naar de toppen van de hitlijsten zong. De ongenaakbare popheld, die met het soloalbum Thriller (1982) het ene na het andere record brak en de popmuziek grondig vernieuwde. En zelfs niet die beeldbepalende figuur, met het bizarre gedrag, aan wie de wereld zich kon blijven vergapen.

Sinds hij in 1993 voor het eerst werd beschuldigd van het misbruiken van weerloze kinderen, is alles bezoedeld geraakt: Jacksons ongenadige talent als zanger, songschrijver en danser. Zelfs het weerloze kind dat hij zelf ooit was, in het oog van de wereld opgegroeid en als jongetje al opgezadeld met de verantwoordelijkheid voor een gehele familie, lijkt persona non grata te zijn geworden. Een onschuldig ogend welpje dat gaandeweg zou zijn uitgegroeid tot een grenzeloos seksueel roofdier.

In de driedelige serie Michael Jackson: An American Tragedy (175 min.) neemt Sophie Fuller nog geen uur de tijd om Jacksons leven en carrière te schetsen, vóórdat die helemaal door elkaar worden geschud door de beschuldigingen van de dertienjarige Jordan Chandler en zijn familie. En hoewel die zaak voor ettelijke miljoenen wordt geschikt, blijft hij besmet. Zelfs een huwelijk met de dochter van de King Of Rock & Roll, Lisa Marie Presley, kan de reputatie van de King Of Pop niet meer redden.

Zijn zus La Toya, tot dan de belangrijkste bron van deze miniserie, verdwijnt dan van het toneel. Alsof de familie Jackson, die naar verluidt ook bij de speelfilm Michael weer een dikke vinger in de pap heeft gehad, z’n handen aftrekt van het aardedonkere deel van zijn nalatenschap. Fuller kan echter terugvallen op een brede waaier aan bronnen: zowel vrienden, medewerkers en belangenbehartigers als onafhankelijke waarnemers, critici en de rechercheurs die de beschuldigingen tegen ‘Wacko Jacko’ hebben onderzocht.

Met al die getuigenissen, geïllustreerd met overdadig archiefmateriaal, schetst ze een scherp en toch genuanceerd overzicht van De Casus Michael Jackson: hoe een verknipte, eenzame en diep tragische figuur en z’n team met allerlei kunstgrepen (zoals een beroep op de zwarte identiteit, die hij eerder juist heeft afgezworen) zijn imago proberen te redden. Een man die volgens zijn spirituele adviseur, rabbi Shmuley Boteach, verslaafd is geraakt aan de adoratie van z’n fans en die zijn grip op de realiteit volledig kwijt is.

Martin Bashirs documentaire Living With Michael Jackson (2003 ), waarin Jacksons ongepaste omgang met de minderjarige Gavin Arvizo pijnlijk in het oog springt, lijkt zijn definitieve ondergang te hebben ingeluid, terwijl Leaving Neverland (2019), waarin Wade Robson en Jimmy Safechuck verklaren hoe Jackson hen als kind heeft misbruikt, hem tien jaar na zijn dood definitief brandmerkt als pedofiel – al blijven zijn fans toch wel achter hem staan en valt daar nog altijd een flinke duit mee te verdienen.

#Skyking

Disney+

The sky’s no limit, staat er achter op het T-shirt van de man die op 10 augustus 2018 door de beveiligingspoortjes van vliegveld Sea-Tac in Seattle gaat. Niet veel later is hij doorgedrongen tot de cockpit van een Dash 8. Hij laat het Q400-vliegtuig van Alaska Airlines opstijgen en negeert pogingen van de luchtverkeersleiding om in contact met hem te komen. Bij het FAA Washington Operations Center gaan ondertussen alle alarmbellen af. Is het toestel gekaapt? En wat volgt er nu? Een (zelfmoord)aanslag?

‘Ik heb iets slechts en egoïstisch gedaan’, bekent ‘Horizon Guy 449’ even later, als hij zich toch bij de luchtverkeersleiding meldt. ‘Maar het is niet erg. Ik ga naar Rainier.’ Op de grond kunnen ze nauwelijks geloven wat ze zojuist te horen hebben gekregen. ‘449, wil je zeggen dat je het vliegtuig hebt gekaapt?’ vraagt iemand ontzet. ‘Ja, ik ben bang van wel’, beaamt de onbekende man laconiek, om er enkele ogenblikken later al even luchtig aan toe te voegen: ‘Heb je enig idee of Dash 8 Q400 een barrel roll kan maken?’

De potentiële brokkenpiloot wordt al snel geïdentificeerd als Richard Russell, een 28-jarige grondmedewerker van het vliegveld, met de bijnaam ‘Beebo’. Hij heeft nog nooit gevlogen. In #Skyking (90 min.) probeert Patricia E. Gillespie met Russells familie, vrienden en collega’s te begrijpen wat hun geliefde zoon, broer of vriend heeft bewogen. Via een koptelefoon krijgen zij bovendien voor het eerst zijn contacten met de luchtverkeersleiding te horen. Zo wordt zijn opzienbarende ‘vlucht’ gereconstrueerd.

‘Ik wilde gewoon een vluchtje maken’, vertelt Beebo, die klinkt als een toffe peer-variant op het Michael Douglas-personage in de speelfilm Falling Down, een gewone man die niet meer tegen het leven kan en dan een stap zet die eigenlijk alleen verkeerd kan aflopen. ‘Dus je bent in je eentje?’ vraagt de telefonist die Russell veilig naar de grond moet loodsen. ‘Ja’, antwoordt Beebo, die weet dat hij anderen in gevaar brengt met zijn doldrieste actie, hoorbaar schuldbewust. ‘Ik wilde niemand anders kwaad doen.’

Op de gezichten van zijn meeluisterende verwanten valt intussen af te lezen hoe zij zijn reis beleven. Ze leren hem opnieuw kennen. Wat ze horen roept ook talloze herinneringen op aan de man die zich met ‘zijn’ vliegtuig nu opmaakt voor een barrel roll, een levensgevaarlijke kurkentrekker-beweging. Gillespie vindt knap de middenweg tussen die twee verhaallijnen: de enerverende solovlucht zelf en het leven daarachter, van een desperate man die zichzelf wil bevrijden van zijn eigen beperkingen.

Aan het eind belicht zij ook nog het verhaal dat er naderhand is gemaakt van Beebo’s vlucht. Want die zal worden gekaapt door zowel uiterst links als rechts en door hen worden omgevormd tot een spectaculair broodjeaapverhaal, dat perfect past in hun eigen politieke agenda – en dat voor zijn familie en vrienden de man die zij nog altijd hoog hebben zitten juist bezoedelt. Deze indringende film brengt de #Skyking weer terug tot menselijke proporties en benadrukt tegelijk hoe onwaarschijnlijk zijn missie was:

Dramatisch, aangrijpend en totaal (on)begrijpelijk.

Dolly Parton: America Reunited

Arte

Natuurlijk begint dit portret van Dolly Parton met haar grootste hit. Over Jolene, de haaibaai die haar vent probeerde te stelen. Tevergeefs, natuurlijk. De Amerikaanse zangeres, songschrijver en actrice blijkt steeds weer onweerstaanbaar. Niet alleen overigens door haar ‘royale rondingen’, aldus de verteller van Dolly Parton: America Reunited (52 min.). Ook door de tamelijk overdadige manier waarop de inmiddels tachtigjarige ster zich opmaakt en kleedt. Ofwel Dollyfashion, ‘een overdreven versie van vrouwelijkheid’.

Daarachter gaat een vrije, sterke en ambitieuze vrouw schuil. Ferm stippelt ze haar eigen carrière uit, die hier met louter archiefbeelden en -interviews wordt gereconstrueerd door Nicolas Maupied. Als meisje uit de Appalachen debuteert ze halverwege de jaren zestig in Nashville met de single Dumb Blonde, maar blijkt natuurlijk allesbehalve een dom blondje. Zestig jaar later is zij ‘s werelds countryhoofdstad allang ontgroeid. Dolly – achternaam overbodig – is een begrip geworden. De ‘wise old woman’ van de Amerikaanse entertainmentindustrie.

Daarvoor moet ze zich eerst nog wel losmaken van haar vaste muzikale partner Porter Wagoner. Dolly’s afscheid resulteert in nóg een ongenadige wereldhit: I Will Always Love You. Tweemaal zelfs. Als we de aalgladde versie van Whitney Houston meerekenen. Parton heeft zich dan ook al ontworsteld aan de conservatieve countrywereld. Geheel op eigen kracht groeit ze uit tot een pop- en filmster, ontwikkelt zich tot de peetmoeder van de Amerikaanse LHBTIQ+-scene en begint in Tennessee zowaar haar eigen themapark, Dollywood.

Deze televisiedocu zet al die ontwikkelingen, waarbij ze achter de schermen allerlei persoonlijke tegenslagen moet verstouwen en in het openbaar haar sociale hart laat zien, netjes achter elkaar, voegt daar kleurrijke animaties aan toe en laat de sterke vrouw in kwestie, via oude televisie-interviews, tussendoor ook nog reageren. Als Whitney Houston met die cover van Dolly’s ultieme liefdesverklaring ook haar kas flink heeft gespekt, reageert ze bijvoorbeeld met kenmerkende zelfspot. ‘Het kost veel geld om er zo goedkoop uit te zien.’

Zo maakt Dolly Parton zichzelf definitief onweerstaanbaar en blijft ze meteen eeuwig jong. Want intussen is ook Jolene, haar meesterzet als songschrijver, opgepakt door nieuwe generaties

Trailer Dolly Parton: America Reunited

Love, Ted Bundy

Oxygen

Hij werkte als vrijwilliger voor een zelfmoordpreventiehulplijn, publiceerde over hoe seksueel geweld kan worden voorkomen en was actief binnen een misdaadcommissie van de Amerikaanse stad Seattle. Edna Cowell Martin vond haar knappe neef Ted een moordkerel. Ze adoreerde hem als een oudere broer. De twee waren samen opgegroeid en belandden daarna allebei op de Seattle University. En toen begonnen er in 1974 in hoog tempo jonge vrouwen te verdwijnen in de staat Washington, meisjes die zomaar vriendinnen hadden kunnen zijn van Edna. De gedachte dat Ted in de buurt woonde gaf haar toch wel enig gevoel van veiligheid.

Bijna een halve eeuw heeft de Amerikaanse vrouw gezwegen over deze neef, de man die tegenwoordig als ‘de popster onder de seriemoordenaars’ te boek staat. In 1986 nam Edna weer contact op met Ted Bundy, die toen al lang en breed in een dodencel zat te wachten op zijn executie. Ze hadden in de voorgaande tien jaar geen contact met elkaar gehad. Zijn nicht had besloten om Ted te schrijven, in de hoop hem informatie over zijn (nog onbekende) slachtoffers te kunnen ontfutselen. De neef, die z’n hele leven dus een complete vreemde voor haar was gebleven, beantwoordde haar brieven. Hij ondertekende die alsof er niets aan de hand was: Love, Ted Bundy (85 min.).

Edna Cowell Martin wil haar briefwisseling met die beruchte neef nog altijd alleen met handschoenen aanraken. Ze heeft haar schroom om over hem te vertellen inmiddels wel laten varen. Ze was bepaald niet de enige die zich door Ted in de luren had laten leggen. Haar latere echtgenoot Don vond het een ‘goeie gast’, vertelt hij aan documentairemaker Christopher Cassel, die hun herinneringen omkleedt met een mixture van archiefmateriaal en erg gelikte reconstructies. De twee kunnen een uniek persoonlijk perspectief toevoegen aan wat er al bekend is over de diabolische killer – al tasten ook zij nog altijd, letterlijk, in het duister over wat er écht in hem omging.

Edna kan zich met terugwerkende kracht nog wel een paar momenten herinneren, waarin zijn ogen letterlijk zwart werden en haar geliefde neef even een totaal andere man leek. Het monster dat zich in eigen kring altijd verscholen had gehouden, zou later diepe schaamte veroorzaken bij alle mensen die hem ooit tot hun familie of vriendenkring hadden gerekend. Anna, het enige kind van Edna en Don, ontdekte zelfs pas later dat haar moeder verwant was aan Ted Bundy, de seriemoordenaar over wie we bijna veertig jaar na zijn dood, getuige ook Edna’s boek Dark Tide en deze degelijke true crime-docu die daarop is gebaseerd, nog altijd niet zijn uitgepraat.

The Last Class

Abramorama / CoffeeKlatch

Het wordt zijn laatste kunstje. Hoewel hij het idee dat ie met pensioen gaat verafschuwt, staat Robert Reich wel degelijk aan de vooravond van zijn laatste semester als docent aan de Universiteit van Berkely in Californië. Nog één keer gaat de vooraanstaande Amerikaanse econoom, ooit minister van arbeid in de Democratische regering van Bill Clinton, zijn reeks colleges over rijkdom en armoede geven.

De oorzaken en gevolgen van de toegenomen inkomensongelijkheid in de Verenigde Staten zijn sinds jaar en dag Reichs centrale thema. Ongelijkheid ondermijnt naar zijn stellige overtuiging ook de democratie. Dit idee heeft hij al eens uitgewerkt in de documentaires Inequality For All (2011) en Saving Capitalism (2017), die zijn gebaseerd op ’s mans bestsellers. The Last Class (71 min.) is vooral een eerbetoon aan een man die meer dan veertig jaar met alles wat ie had voor de klas heeft gestaan.

Met snippers uit zijn hoorcolleges, die bijna het karakter krijgen van theatervoorstellingen, toont regisseur Elliot Kirschner een meester aan het werk: orerend, ontregelend en zo nu dan ook even een denkpauze inlassend. Een docent die niet alleen wil zenden, maar ook de nieuwsgierigheid en het kritische denkvermogen van een nieuwe generatie Amerikanen wil stimuleren. Als tegengif tegen het ‘dumbing down’-klimaat dat hun land in zijn greep lijkt te hebben gekregen.

Tussendoor reflecteert Robert Reich op zijn leven. De kleine man, die als jongetje werd gepest, is zich een leven lang te weer blijven stellen tegen alle mogelijke pestkoppen en moet nu aanzien dat de ‘poster boy’ daarvan de lakens uitdeelt in de VS. Een echte leider, stelt Reich in dit soms wat brave portret, helpt z’n achterban juist om cynisme te overwinnen en schept ruimte voor diepgaand maatschappelijk debat. Protect the dissident, houdt hij zijn veelal linkse studenten in dat verband voor.

Want zolang het hem gegeven is, blijft hij onderwijzen. Ook nu het einde van zijn loopbaan en leven in zicht komen. Doceren is zijn roeping geweest, constateert Robert Reich geëmotioneerd als zijn laatste officiële college naderbij komt. Dat opgeven voelt als een aanzienlijk verlies. Hij oogt dan even als een gebroken man, die in vrijwel niets lijkt op de docent die z’n gehoor nog altijd uit zijn hand kan laten eten. De man die van z’n laatste kunstje toch maar weer een kunst heeft gemaakt.

We Have To Survive

Taskovski Films

Mick Farkas gelooft niet in klimaatverandering. De verzengende hitte in Coober Pedy, in het zuiden van Australië, is volgens hem simpelweg het gevolg van de evolutie. Ooit stond deze plek toch ook onder water, was het een tropisch gebied en of moest het een ijstijd verduren?

Met al dat geëmmer over de opwarming van de aarde proberen ze gewoon elektrische auto’s en andere producten aan de man te brengen, is zijn stellige overtuiging. Intussen is Farkas zelf, die voor de zekerheid toch maar een fikse watervoorraad heeft aangelegd, druk met het bouwen van ondergrondse woningen. Zelf woont hij met zijn vrouw Irene al twintig jaar in zo’n grot. Het is volgens hem dé manier om aangenaam te kunnen blijven wonen als de temperaturen in zijn deel van de wereld nog verder oplopen.

Elders, in We Have To Survive (101 min.) en de wereld, moeten andere aardbewoners ook dealen met de gevolgen van klimaatverandering – ook al zien ze soms weinig in dat idee en de manier waarop het wordt gepolitiseerd. In Groenland is het ijs inmiddels vaak te dun voor de Inuit om er met sledehonden overheen te rijden, terwijl de Amerikaanse kustplaats Rodanthe steeds meer last krijgt van de stijgende zeespiegel. Woeste golven dreigen strandhuizen te verzwelgen – en soms voegen ze ook de daad bij het woord.

In de Gobi-woestijn te Mongolië heeft Baraaduuz Demchig de strijd aangebonden met de aanhoudende droogte. Hij plant bomen, irrigeert de grond en probeert zo een nieuwe groene oase te creëren – en de toekomst van zijn nageslacht veilig te stellen. Het is een opmerkelijk staaltje omdenken. Vanuit die gedachte belicht de Slowaakse filmmaker Tomás Krupa in deze documentaire ook de gevolgen van klimaatverandering: hoe kunnen we dealen – of ons voordeel doen – met de nieuwe aardse verhoudingen?

Dat vereist wel inventiviteit en aanpassingsvermogen, want een paar kuub zand helpen niet tegen de woeste golven van de Atlantische oceaan, zoals is te zien in spectaculaire beelden van een strandhuis in Rodanthe dat door zijn hoeven zakt. Want op de – ondanks alles: soms nog altijd verblindend mooie – aarde die door Krupa in imposante shots is vervat, blijft de mens niet meer dan een eenvoudige onderknuppel. Zoals één van de hoofdpersonen ‘t uitdrukt: de natuur gaat zich echt niet aan ons aanpassen.

The Rise Of The Red Hot Chili Peppers: Our Brother, Hillel

Netflix

De band moet nog definitief doorbreken als het oorspronkelijke driemanschap van The Red Hot Chili Peppers al uiteenvalt in 1988.

De drie hebben elkaar eind jaren zeventig leren kennen op Fairfax High, een middelbare school in Los Angeles. Anthony Kiedis en Mike Balzary zien er het bandje Anthym optreden. Enige tijd later krijgen ze een lift van de gitarist, Hillel Slovak. De drie worden onafscheidelijk. En als de bassist van Anthym er de brui aan geeft, vraagt Hillel Mike. Die heeft nog nooit een basgitaar aangeraakt, maar hapt toch toe. ‘Hij geloofde in mij’, vertelt Mike, een jongen uit een getroebleerd gezin die zich tegenwoordig ‘Flea’ noemt. ‘Hij zag me.’ Bij de gedachte aan dat moment moet de bassist ruim veertig jaar later nog altijd zijn emoties wegslikken. ‘Dat heeft mijn leven definitief veranderd.’

Wanneer Hillel en Flea, die z’n heil een tijdje elders zoekt als Anthym niet echt van de grond komt, weer eens samen willen optreden, sluit ook die andere boezemvriend, Anthony, zich bij hen aan. Zij worden in de rug gedekt door Anthym-drummer Jack Irons. De allereerste incarnatie van The Red Hot Chilli Peppers maakt in december 1982 z’n live-debuut voor een dolenthousiast publiek. Het zal alleen nog jaren kosten voordat de band definitief vlam vat. Tegen die tijd hebben ook drugs al hun verpletterende entree gemaakt. Of zoals Hillel ’t, volgens zijn vriendin Addie Brik, zegt: het is vrijdag, waar is de tofu? Voor Anthony en hem is het alleen al snel elke dag vrijdag.

De Peppers gaan er bijna aan onderdoor en moeten afscheid nemen van Slovak, het eindstation van deze film. Hij wordt opgevolgd door John Frusciante, die later in zijn eigen drugshel zal belanden – in 1994 vereeuwigd in een geruchtmakende aflevering van het Nederlandse muziekprogramma Lola da Musica. Zover komt The Rise Of The Red Hot Chili Peppers: Our Brother, Hillel (95 min.) niet. Documentairemaker Ben Feldman concentreert zich volledig op de onstuimige beginjaren van de Amerikaanse groep en had dus even goed Becoming Peppers kunnen heten. Net als vergelijkbare portretten van muzikale helden zoals David Bowie, Led Zeppelin en Madonna.

De roem en het succes die later altijd vanzelfsprekend lijken te zijn geweest, liggen dan nog in de toekomst verscholen. De meeste Anthony Kiedissen en Fleas van deze wereld – jong, wild en klaar om de wereld te veroveren – lopen onderweg averij op of bereiken, zoals hun maat Hillel Slovak, nooit de jaren waarin het sterrendom wel degelijk komt. Zijn voormalige boezemvrienden betonen de gitarist, tevens tot leven gewekt met z’n tekeningen en persoonlijke geschriften, in deze film alle eer. Hij stond mede aan de basis van – of, zoals dat nu eenmaal gaat bij gevallen helden: hij was de onbetwiste inspiratiebron voor – wat zij uiteindelijk wél zijn geworden.

In Whose Name?

Amsi Entertainment / Prime Video

Binnen vijf minuten zijn Lady Gaga, LeBron James, Chris Rock, P. Diddy en Pharrell Williams in de documentaire In Whose Name? (104 min.) al zijn ring komen kussen. De Amerikaanse hiphopper Kanye West staat in 2009 onmiskenbaar op eenzame hoogte. En dan wordt hij ingehaald door zijn eigen onmogelijke gedrag. Tijdens de uitreiking van de MTV Awards heeft hij bruusk Taylor Swifts dankbetuiging onderbroken, met de mededeling dat eigenlijk Beyoncé had moeten winnen.

‘Ye’ laat zich door alle commotie niet van de wijs brengen – dat is ie waarschijnlijk allang – en brengt backstage, met zangeres Rihanna erbij, een toast uit op alle ‘douchebags’. Daarna kan deze observerende documentaire van Nico Ballesteros, samengesteld uit drieduizend uur ‘fly on the wall’-beeldmateriaal uit de periode 2018-2024, daadwerkelijk beginnen. Met als dominante thema de mentale gezondheid van de alsmaar verder ontsporende rapper, ontwerper en innovator.

Dat biedt geen fijne aanblik – ook niet op hoe zijn entourage op hem reageert. Allerlei gênante varianten op ‘kiss the ring’, bij de man die altijd en overal het middelpunt is. Of ie nu zijn steun uitspreekt aan president Donald Trump, helemaal uit de bocht vliegt in Saturday Night Live, op een megalomane manier tot christen wordt gedoopt, zich kandidaat stelt voor het Amerikaanse presidentschap, zijn deal met The Gap halsoverkop beëindigt, stuitende antisemitische uitspraken doet of…

Slechts een enkeling gaat de confrontatie aan met de bipolaire artiest. En zijn echtgenote, influencer Kim Kardashian, participeert de ene keer maar al te gewillig in het sprookje dat ze samen, ook voor zichzelf, ophouden en geeft een andere keer haar grenzen aan. In zulke gevallen is een redeloze woedeaanval van de keizer, die er volledig van overtuigd is dat ie z’n kleren nog aanheeft, nooit ver weg. Een echtscheiding blijkt onvermijdelijk voor het wereldberoemde koppel.

Ballesteros is geen maker die onderweg kritische vragen stelt, tegenwerpingen maakt of het gedrag van zijn hoofdpersoon inkadert. Hij laat hem begaan – show, don’t tell – en gaat, net als bijvoorbeeld Kenny G, Marilyn Manson en Elon Musk, mee in wat Wests brein nu weer dicteert. Dit resulteert in een even fragmentarisch als unheimisch portret van een in zichzelf verdwaalde man, dat nooit echt een coherente vertelling wordt.

American Doctor

Tiny Boxer Films

Hij dwingt de filmmaakster om voor haar eigen camera kleur te bekennen. De Joods-Amerikaanse orthopedisch chirurg Mark Perlmutter toont Poh Si Teng in de openingsscène van American Doctor (93 min.) beelden van zijn werk in Gaza. En hij wil dat zij die ook voorschotelt aan de kijkers van haar documentaire.

‘Deze eerste foto laat de kinderen zien die we in feite direct elimineren’, zegt hij geëmotioneerd, bij de aanblik van Palestijnse kinderen die niet meer waren te redden. ‘Dit ga ik blurren of toch niet gebruiken’, reageert Teng afwijzend. Ze wil de waardigheid van de kinderen niet beschadigen. ‘Nee, ik heb de toestemming van hun nabestaanden om deze foto’s te laten zien’, corrigeert Perlmutter. ‘Hun lichamen vertellen het verhaal van dit trauma, van deze genocide. Je bewijst hen geen dienst door die niet te laten zien.’

Tengs documentaire is nog geen drie minuten onderweg en de gewraakte foto verschijnt vol in beeld: zes lichaampjes van Palestijnse kinderen, die het geweld in Gaza niet hebben overleefd. Het is niet om aan te zien, maar moet naar de stellige overtuiging van Mark Perlmutter – en in zijn kielzog dus ook Poh Si Teng – wél worden gezien. Daarmee is ook de missie van deze film helder – en van de protagonisten ervan. Drie Amerikaanse artsen die aandacht vragen – nee: eisen! – voor oorlogsmisdaden in Gaza.

De Pakistaans-Amerikaanse trauma-arts Feroze Sidhwa werkt samen met Perlmutter in het Nasser-ziekenhuis in Khan Younis, in het zuiden van Gaza. Samen met hun collega’s stellen zij in gevaarlijke omstandigheden alles in het werk om gewonde Palestijnse burgers zo goed mogelijk te behandelen. ‘Als deze man het overleeft, dan komt dat door God’, zegt Sidhwa bijvoorbeeld tegen hen na een spoedoperatie, waarbij ze gevoelsmatig met één arm op hun rug moesten werken. ‘Niet door wat wij hebben gedaan.’

Zijn collega Thaer Ahmad, een Palestijns-Amerikaanse spoedarts, zou niets liever doen dan ook zijn bijdrage leveren in Gaza. Hij wordt bij de grens echter steeds tegengehouden door de Israëli’s. In eigen land probeert hij dus aandacht te genereren voor de situatie van de Palestijnen, in het bijzonder voor zijn overtuiging dat het Israëlische leger gericht schiet op journalisten, medisch personeel én kinderen. Artsen zoals zij zien vrijwel dagelijks jonge slachtoffers, beaamt zijn collega Feroze Sidhwa.

In Gaza sterven er volgens hem zelfs zeshonderd keer zoveel kinderen door geweld als in Oekraïne. De gezamenlijke aanklacht van Perlmutter, Ahmad en Sidhwa, die allemaal met hun poten in de modder (en het bloed) hebben gestaan, tegen Israëls optreden in Gaza is nauwelijks te negeren, maar lijkt vooralsnog wel aan dovenmansoren gericht. Met American Doctor zet Poh Si Teng hun wanhopig woedende boodschap nog eens kracht bij: in deze oorlog wordt elk recht geschonden. Wie roept Israël een halt toe?

Als in maart 2025 een staakt-het-vuren wordt beëindigd, volgt er bijvoorbeeld binnen enkele dagen een luchtaanval op een ‘terrorist’ die in het Nasser-ziekenhuis zou verblijven. ‘Dit is de eerste keer dat ik een patiënt die was opgeblazen heb geopereerd die vervolgens werd opgeblazen in zijn ziekenhuisbed’, blikt Feroze Sidhwa, nog altijd strijdbaar, terug. ‘Met zulke situaties krijg je als arts niet vaak te maken.’ Zelf is ie ook door het oog van de naald gekropen. Voor hetzelfde geld was hij bij z’n patiënt geweest.

Deze film wordt daarmee een indringend eerbetoon aan zorgverleners zoals hij, die steeds weer de moed vinden om in een hopeloze omgeving hun essentiële vak te blijven uitoefenen.

All About The Money

Fís Éireann Screen Ireland

Hoeveel geld hij ook weggeeft, zijn kapitaal blijft toch wel intact – of het groeit zelfs gestaag door. Als telg van één van de allerrijkste families van de Verenigde Staten behoort James ‘Fergie’ Chambers tot de meest vermogende 0,01 procent van de Amerikaanse bevolking. Fergie, die met zijn petten, hoodies en tattoos oogt als de eerste de beste anti-globalist, is goed voor meer dan 250 miljoen dollar en weet feitelijk van gekkigheid niet wat hij met al dat geld aan moet.

Hij kan er zijn eigen communistische leefgemeenschap mee financieren, om maar eens wat te noemen. In Alford, op het platteland van Massachusetts, laat ie een groep stijflinkse activisten gratis op zijn land wonen. De commune is bedoeld als een soort proeftuin voor een andere manier van leven – en de totale ontwrichting van het kapitalistische systeem. Behalve All About The Money (95 min.) is Fergie namelijk ook van de extreme ideeën. En dat begint zich na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 te wreken.

Wanneer Israël keihard terugslaat in Gaza, begint de rijkeluiszoon zich publiekelijk uit te spreken voor Hamas en brengt zo ook ‘zijn’ communeleden in lastig vaarwater. De Ierse documentairemaakster Sinéad O’Shea volgt Chambers en zijn begunstigden dan al enige tijd en blijft hem ook daarna opzoeken als hij het land ontvlucht, in Tunesië belandt en daar direct weer nieuwe initiatieven ontplooit, terwijl de anderen verweesd achterblijven en worden geconfronteerd met de consequenties van hun acties.

Als ‘extreem rijk, wit lid van de Amerikaanse bourgeoisie’ lijkt Fergie de dans te ontspringen. Hij begint zich echter steeds meer te gedragen als een ongeleid projectiel, komt daarmee ook zelf in de problemen en geeft intussen ook het een en ander prijs over z’n getroebleerde verleden. O’Shea confronteert hem met de tegenstrijdigheden in zijn leven, maar zorgt er ook voor dat ze een goede werkrelatie behouden. Zo houdt zij toegang tot deze ‘rich kid with daddy issues’ die écht in een parallelle wereld leeft.

All About The Money groeit ondertussen uit tot een totaal demasqué, een ontluisterend portret van een man die zich, ondanks z’n maatschappelijke idealen, vooral onledig lijkt te houden met het vullen van de leegte in zichzelf. Fergie, die al vervreemd is geraakt van zijn familie en nu ook z’n geliefde Stella Schnabel dreigt kwijt te raken, wordt daarmee het levende bewijs van de gedachte dat geld weliswaar niet gelukkig maakt, maar wel verdomd handig is bij het ontlopen van de consequenties van je eigen gedrag.

Southern Comfort

HBO

In het diepe Amerikaanse zuiden, het land van ‘good ol’ boys’, heeft documentairemaakster Kate Davis rond de eeuwwisseling een kleine en hechte transgemeenschap gevonden: Southern Comfort (88 min.). Samen houden ze zich staande in een omgeving, die doorgaans weinig op heeft met LHBTIQ+-ers.

De beminnelijke Robert Eads is de centrale figuur van dit kleurrijke gezelschap uit Toccoa, Georgia. Als Davis met ‘papa Robert’ begint te filmen, weet de transman dat ie nog maar kort heeft te leven. Hij heeft eierstokkanker. Het is een wrede grap, zegt Eads nuchter en met een kenmerkende ‘southern drawl’, dat mijn laatste vrouwelijke deel nu ook voor mijn dood zorgt.

Het duurde even voordat duidelijk werd wat er precies aan de hand was met hem. Een aantal artsen en ziekenhuizen in wat hij gekscherend – zonder dat ’t overigens grappig wordt – ‘KKK-gebied’ of ‘Bubbaland’ noemt, weigerden Robert Eads in eerste instantie te behandelen. De overwegingen van deze professionals leken het midden te houden tussen koudwatervrees en pure onwil.

De pijp rokende transman heeft inmiddels een relatie met de transvrouw Lola en bekommert zich als een vader om de transjongen Maxwell. Die onderhoudt geen contact meer met zijn biologische familie en heeft zo z’n eigen frustraties over de medische zorg die mensen zoals zij krijgen. Ze weigeren om hen compleet te maken, vindt Maxwell. Zodat zij zich écht man kunnen voelen.

Zo krijgen de leden van deze ‘gekozen familie’ regelmatig te maken met weerstand, vooroordelen én ongemak. Roberts vader, voor deze film geanonimiseerd, introduceert hem bij vreemden bijvoorbeeld als zijn neef. Hij haast zich vervolgens om te zeggen dat ie zich niet voor z’n kind schaamt. De buren hoeven alleen niet te weten dat Barbara inmiddels als Robert door het leven gaat.

Als hij jeugdfoto’s van zichzelf als meisje bekijkt, kan zijn zoon ‘t niet laten om dit grappend zijn travestieperiode te noemen. Hij herinnert zich ook nog goed hoe ie ‘als man’ zwanger was. En hoewel zijn inmiddels volwassen zoon hem graag wil accepteren, noemt die hem nog steeds ‘mom’. De enige die hem gewoon neemt zoals ie is, is Roberts driejarige kleinkind. Dat weet niet beter.

Binnen Southern Comfort is er een vergelijkbare veiligheid en vanzelfsprekendheid. Deze ‘familieleden’ vormen een hecht collectief. Met wijlen Robert Eads als eloquente vertolker van het recht om te zijn wie je bent en om lief te hebben wie je wilt – en om van te worden gehouden.

What Will I Become?

Deep Dive Films / Taskovski Films

De cijfers liggen er niet om: iets meer dan vijftig procent van de Amerikaanse jongeren die in transitie gaan van meisje naar jongen proberen volgens onderzoek op enig moment een einde aan hun leven te maken. Lexie Bean en Logan Rozos overleefden zelf ooit zo’n poging tot zelfdoding en exploreren de achterliggende problematiek nu in de documentaire What Will I Become? (88 min.).

Daarvoor verdiepen ze zich in twee transmannen die hun leven wél beëindigden. Van Blake Brockington (1996-2015) is een interview uit 2013 bewaard gebleven. Daarin vertelt hij uitgebreid over zijn achtergrond en leven. Een jaar later zal Blake als eerste transpersoon worden gekozen tot Homecoming King op zijn middelbare school in North Carolina. Die uitverkiezing zorgt natuurlijk ook voor heel veel negatieve reacties. Zeker online krijgt de Afro-Amerikaanse tiener, die vervolgens muziekeducatie gaat studeren aan de universiteit van Charlotte, ’t zwaar te verduren.

In San Diego, Californië, spreken Bean en Rozos met de ouders van Kyler Prescott (2000-2015), een tiener die is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis, last heeft van depressies en worstelt met genderdysforie. ‘Ik wist eerst niet of dat een idee was wat in Kylers hoofd was beland of dat het echt van binnenuit kwam’, vertelt zijn vader Carl. ‘Uiteindelijk ontdekten we echter dat het echt in hem zat en authentiek was. Vanaf dat moment stonden we honderd procent achter hem.’ Bij therapeuten en zorgmedewerkers vindt Kyler echter niet altijd zulke erkenning.

Dat blijkt een constante in de verhalen die de twee filmmakers tijdens hun reconstructie van de levens van Blake en Kyler bij familie, vrienden, lotgenoten en vertegenwoordigers van de LHBTIQ+-gemeenschap ophalen: het onbegrip en de vijandigheid waarmee zij in de buitenwereld worden geconfronteerd, kunnen een sowieso al héél ingewikkeld proces ernstig compliceren. Ze voelen zich lang niet altijd gesteund door de professionals waarbij ze hulp zoeken. Die komen overigens niet aan het woord in deze documentaire. Zij hadden vast inzicht kunnen geven in hun motieven.

Bean en Rozos maken van hun film liever een ‘safe space’ voor de LHBTIQ+-gemeenschap. Ze verbeelden het gevoelsleven van hun hoofdpersonen met fraaie animaties, laten een gedicht van Kyler vertolken door queerartiesten en vragen vrienden en transmuzikanten om Blake’s favoriete nummer You Are My Sunshine uit te voeren. Verder spreken ze met een kunstenaar die speciale ‘gender expansive life wearable art’ maakt, besteden ze aandacht aan de telefonische hulpdienst Trans Lifeline en sluiten ze aan bij een wandelclub voor oudere transmannen.

Dat laatste voorbeeld is duidelijk ook bedoeld als hart onder de riem: een transitie kan wel degelijk leiden tot een bevredigend leven als volwassene. Die boodschap helpt wellicht bij het lastige pad dat veel transjongens nog moeten bewandelen. Het blijft desondanks een schrale troost voor de directe omgeving van tieners die de weg uit het leven hebben gekozen. Hoeveel respect ze wellicht ook hebben voor hun keuze, die zorgt bij familie en vrienden onvermijdelijk voor schuldgevoelens. Hebben ze hun kind, vriend of familielid wel voldoende ondersteund?

Zo heeft het huwelijk van Kylers ouders Carl en Katharine hun rouwproces bijvoorbeeld niet overleefd. Wellicht geeft het kleine monumentje dat in What Will I Become? wordt opgericht voor hun kind en z’n lotgenoot Blake – en het pleidooi dat daarvan uitgaat om de vraag en zorgen van transjongeren vooral serieus te nemen – hen een héél klein beetje gemoedsrust.

Robert Rauschenberg: Everything Is Art

ZDF / AVROTROS / maandag 2 maart, om 22.45 uur, op NPO2

Hij koopt in de jaren vijftig een opgezette angorageit voor 30 dollar, beschildert die met felle kleuren en plaatst er vervolgens een autoband omheen, als een soort zwemband. Geplaatst op een zorgvuldig vormgegeven plateau vormt het dier de ‘combine’ Monogram, een huwelijk van schilderij en sculptuur. Het is een typisch werk voor Robert Rauschenberg (1925-2008), één van de toonaangevende kunstenaars van de twintigste eeuw die regelmatig ‘found objects’ integreerde in zijn werk en die in zijn lange loopbaan alle mogelijke kunstvormen en -stijlen aftastte.

Volgens zijn zoon Christopher was zo’n kunstwerk als Monogram niet bedoeld als kritiek op de consumptiemaatschappij, maar simpelweg zijn manier om de wereld verder te ontdekken. Gedreven door een nooit te bevredigen nieuwsgierigheid. Rauschenberg vertelde volgens zijn zoon ooit dat hij medelijden had met mensen die een oude sok lelijk vinden. Want met zulke spullen krijgen ze dagelijks te maken. ‘Als mensen zich afvragen waarom ik zoveel lelijke spullen in mijn kunst verwerk’, zei hij volgens Christopher wel eens, ‘zeggen ze in wezen dat ze de wereld waarin ze leven lelijk vinden.’

Zijn vader wordt in Robert Rauschenberg: Everything Is Art (52 min.) geportretteerd als een man die altijd in beweging is gebleven en daardoor zóveel heeft geproduceerd dat zijn werk soms bijna als weinig exclusief wordt gezien. Zelf kon Rauschenberg daar overigens wel om grinniken. Alles beter dan de dood in de pot. Hij wilde laten zien dat kunst leeft en verbonden is met sociale en technologische ontwikkelingen, stelt de verteller van dit kunstportret van Susanne Brand. Kunstenaars waren voor hem een katalysator voor sociale verandering, mensenrechten en de vrijheid van expressie.

Rauschenberg wilde, kort gezegd, het leven (terug)brengen in de kunst, hield daarmee ook zichzelf in leven en wordt een kleine twintig jaar na zijn dood, zo blijkt in dit vitale portret, nog altijd in leven gehouden door liefhebbers en kenners die zijn omvangrijke en zeer diverse oeuvre in kaart proberen te brengen.

Trailer Robert Rauschenberg: Everything Is Art

Law And Order

Zipporah Films

Het idee is sindsdien nog eindeloos uitgemolken, totdat het z’n oorspronkelijke kracht allang is kwijtgeraakt. Als de Amerikaanse documentairemaker Frederick Wiseman (1930-2026), die net de direct cinema-klassiekers Titicut Follies (1967) en High School (1968) heeft afgeleverd, in het najaar van 1968 voor het eerst instapt bij een dienstauto van de Kansas City Police Department, moet dat echter een opwindend uitgangspunt zijn geweest. Hoeveel machtsmisbruik zal hij, onderweg en op het bureau, met zijn observerende camera kunnen registreren?

Na vierhonderd uur in het gezelschap van veelal witte agenten moet Wiseman zijn mening toch enigszins bijstellen. Behalve klassieke ‘bad cops’, die nét iets te hardhandig verdachten in de boeien slaan en continu (zwarte) mensen afbekken op straat, ontmoet hij onderweg ook plaatselijke varianten op Oom Agent, die de helpende hand bieden na een ongeluk, bemiddelen tussen een taxichauffeur en zijn passagier over de precieze ritprijs of een zoekgeraakt klein meisje meenemen naar het bureau en haar daar snoep geven, in afwachting van de ouders.

Toch is de scène van Law And Order (80 min.) die uiteindelijk het meeste indruk maakt wel degelijk een klassiek voorbeeld van politiegeweld. Nadat een agent in burger een deur heeft ingestampt, trekt hij een Afro-Amerikaanse vrouw uit haar bed en neemt haar in een verstikkende wurggreep. En hoeveel ze ook hoest of naar adem hapt, hij wil maar niet loslaten. Het unheimische tafereel lijkt verdacht veel op de fatale arrestatie van Eric ‘I can’t breathe’ Garner, die een kleine halve eeuw later tot grootschalige Black Lives Matter-demonstraties zal leiden.

Met deze typische fly on the wall-film kijkt Wiseman op microniveau naar hoe staatsmacht in de praktijk werkt, waarbij gewone burgers worden geconfronteerd met mannen in blauw. Hij schetst zo meteen een beeld van zijn land dat, getuige de manier waarop de huidige president Donald Trump de federale politiedienst ICE inzet, nog altijd zeer actueel is. En als tegen het einde van de documentaire één van Trumps voorgangers, de typische Law & Order-politicus Richard Nixon, nog even mag speechen, gebruikt die zowaar de woorden ‘make America right again’.

Met een variant op die belofte zal een kleine halve eeuw later Trump zelf tot president worden gekozen, een man die deze staatsmacht zonder scrupules aanwendt voor zijn eigen persoonlijke agenda. Bij de aanblik van hoe ICE begin 2026 huishoudt in de straten van Amerika, moet Frederick Wiseman in zijn allerlaatste levensdagen toch heel even de aanvechting hebben gevoeld om opnieuw met draaiende camera aan te sluiten, om te (laten) zien wat er van zijn land is geworden.

Becoming Katharine Graham

Prime Video

Als Katharine Graham (1917-2001) nog de lakens had uitgedeeld bij The Washington Post, dan was het ondenkbaar geweest dat de Amerikaanse krant zo z’n oren had laten hangen naar de regering van Donald Trump als de huidige eigenaar Jeff Bezos in de afgelopen tijd heeft gedaan.

Toch wees in eerste instantie niets erop dat ‘Kay’ de toonaangevende krantenuitgeefster van haar tijd zou worden. Ze was weliswaar de dochter van eigenaar Eugene Meyer, die de krant in 1933 op een publieke veiling had gekocht voor de luttele som van 825.000 dollar, en werkte in haar jonge jaren ook daadwerkelijk op de redactie, maar papa vertrouwde de leiding van de krant toch liever toe aan zijn schoonzoon, Katherine’s echtgenoot Phil. Pas toen die in 1963 een einde aan zijn leven maakte, als gevolg van een veronachtzaamde bipolaire stoornis, kwam zij als vrouw in aanmerking voor de toppositie bij The Post.

Één foto – Becoming Katharine Graham (92 min.) is nog geen twintig minuten onderweg – verraadt de situatie waarin zij toen als werkende moeder terecht kwam: aan de bestuurstafel zitten 22 witte mannen in pak en welgeteld één vrouw, in een blauw jurkje. Van ‘doormat wife’ was Graham volgens eigen zeggen ineens een ‘working woman’ geworden. Een feministe avant la lettre, dat ook. Dit liet overigens onverlet dat ook zij, als werkgever bij een bedrijf waar vrouwen nog altijd vooral ondergeschikte functies bekleedden, een doelwit werd van de vrouwenbeweging. En daarvoor was de voormalige huismoeder zeker niet ongevoelig.

Toen Graham eind jaren zestig eenmaal in haar rol was gegroeid, toont deze gedegen biografie van George en Teddy Kunhardt, was ze ook klaar voor de grote uitdaging die op The Washington Post wachtte: Watergate. Samen met hoofdredacteur Ben Bradlee gaf zij de sterverslaggevers Bob Woodward en Carl Bernstein, die allebei ook participeren in deze film, rugdekking bij een stroom journalistieke onthullingen die de zittende president Richard Nixon steeds verder in het nauw brachten en in 1974 leidden tot zijn aftreden. ‘Tricky Dick’ had haar toen, getuige de geruchtmakende Nixon-tapes, allang tot staatsvijand verklaard.

Die geluidsopnames vormen, samen met archiefinterviews met Graham, passages uit haar Pulitzer Prize-winnende memoires Personal History en de herinneringen van haar kinderen Don en Lally, Post-medewerkers en intimi zoals Gloria Steinem en Warren Buffett, het geraamte van dit postume portret. Ruim een halve eeuw na dato zijn de tapes nog altijd schokkend. ‘She’s gonna get her tit caught in a big fat wringer’, liet Nixons campagnemanager bijvoorbeeld optekenen over de vrouw die later tot haar onvrede – was ze nu weer gepasseerd door kerels? – bleek te zijn weggesneden uit de Oscar-winnende film over Watergate, All The President’s Men (1976).

Zo kan ‘t er dus aan toe gaan als er in Het Witte Huis geen enkele morele code meer geldt. En zo dapper was Katharine Graham destijds, een leider met een héél rechte rug.

The Tony Blair Story

VPRO

Even lijkt hij de wereld, of op zijn minst Groot-Brittannië, in zijn hand te hebben. Tony Blair slaagt er in 1998 zowaar in om vrede te sluiten in Noord-Ierland, iets wat zijn conservatieve voorgangers Thatcher en Major niet wilden of konden. Tegenwoordig staat de voormalige Britse premier, die met zijn geheel vernieuwde Labour-partij een einde heeft gemaakt aan achttien jaar heerschappij van The Tories, er véél minder goed op.

Als premier ontwikkelt Blair zich destijds, aan de zijde van zijn Amerikaanse geestverwant Bill Clinton, tot een erkende wereldleider. Ook met Clintons opvolger George W. Bush ontwikkelt hij een ‘special relationship’. Na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 volgt ie Bush dus ook bij diens zeer omstreden inval in Irak in 2003. En dan begint ook Blairs ogenschijnlijk onverwoestbare imago af te bladderen.

De hoofdpersoon gaat er zelf eens goed voor zitten aan het begin van deze driedelige serie van Michael Waldman. Hij wordt in The Tony Blair Story (156 min.) in de rug gedekt door zijn echtgenote Cherie, de Amerikaanse politici Bill Clinton en Condoleezza Rice en z’n getrouwen Anji Hunter, Alastair Campbell en de onlangs door de zaak Epstein ernstig in opspraak geraakte Peter Mandelson. Daartegenover staan (zeer) kritische partijgenoten zoals Jack Straw, Clare Short en Jeremy Corbyn.

Tijdens zijn eerste campagne is Tony Blair net een bloem die tot bloei komt in de zonneschijn, stelt schrijver/journalist Robert Harris, die ziet hoe de jurist groeit in zijn rol als politicus, in deel 1 van deze miniserie. Op het toppunt van Blairs roem, wanneer hij in 1999 een sleutelrol heeft gespeeld in het bezweren van het gewapende conflict in Kosovo, bespeurt Harris ook dat de premier losgezongen begint te raken van de realiteit.

Dat neemt tragische vormen aan als hij Groot-Brittannië meesleept in een oorlog in Irak, het onderwerp van aflevering 2, om nooit aangetroffen massavernietigingswapens onschadelijk te maken. Die beslissing was volgens z’n vrouw Cherie in eerste instantie helemaal niet zo vanzelfsprekend. ‘Je moet kiezen. En als Tony eenmaal heeft gekozen, kan hij anderen ervan overtuigen dat dit altijd al de voor de hand liggende keuze was.’

Of dat een teken van te veel zelfvertrouwen is? wil Waldman weten. Daarover houdt Cherie zich op de vlakte. Duidelijk is dat de beeldvorming rond haar man dan definitief verandert: Tony Blair wordt de leugenaar Tony Bliar. De man zelf weigert intussen om zich echt in de kaarten te laten kijken. ‘Als mensen een eerlijk verhaal willen, vraag een leider dan niet om zichzelf te beoordelen. Want dan krijg je een politiek antwoord.’

Hij toont zich strijdbaar in dit breed opgezette en genuanceerde portret, overtuigd van wie hij is, wat hij heeft gedaan en welke resultaten hij heeft geboekt. Een man die door sommigen nog altijd diep wordt geminacht en bij anderen juist op een zekere herwaardering mag rekenen. Een politicus die, wat je ook van hem vindt, tot de beeldbepalende leiders van de afgelopen dertig jaar moet worden gerekend.

Trailer The Tony Blair Story

Miracle: The Boys Of ’80

Netflix

Een ijshockeystadion als arena om de Koude Oorlog nog eens uit te vechten. Op weg naar een gouden medaille op de Olympische Spelen van 1980 in Lake Placid stuiten de ‘underdogs’ van de Verenigde Staten op de gedoodverfde kampioen, de Sovjet-Unie. Drie keer raden wie er wint in de (typisch) Amerikaanse sportdocu Miracle: The Boys Of ‘80 (101 min.). En die zege betekent natuurlijk véél meer dan zomaar een gewonnen ijshockeywedstrijd.

Ruim 45 jaar later nemen enkele sleutelfiguren uit dat legendarische Amerikaanse team gezamenlijk plaats op de tribune van het Olympic Center, om beelden terug te kijken en herinneringen op te halen. Hun bikkelharde coach Herb Brooks (1937-2003) maakte destijds een hecht team van deze mannen, die elkaar vanuit verschillende teams jarenlang naar het leven hadden gestaan. Geen beter team immers dan een ‘team of rivals’. En coach Brooks wilde best als hun gezamenlijke vijand fungeren.

Dat ging niet bepaald subtiel. ‘Je hebt niet genoeg talent om daarop te leunen’, zei hij tegen de één, ‘gouden benen, maar oerdom’ tegen een ander. En Mike Eruzione kreeg te horen dat hij speelde met ‘a ten pound fart’ op z’n hoofd. ‘Hoe ziet zo’n scheet eruit?’ vraagt Eruzione zich nog altijd af. ‘Ik ben 68 en ik word nog steeds ‘s nachts zwetend wakker’, bekent zijn teamgenoot Steve Janaszak. ‘Janaszak, je speelt elke dag slechter’, zei Herb Brooks tegen hem. ‘Je speelt nu al als volgende week.’

Met andere woorden: zonder Brooks’ ‘tough love’ zouden de Yanks op 22 februari 1980 geen enkele kans hebben gehad tegen de ongenaakbare Sovjets. Die boodschap hameren de filmmakers Max Gershberg en Jacob Rogal er stevig in, terwijl ze de weg naar die allesbeslissende match afleggen en de voornaamste hoofdrolspelers op deze route eruit lichten. En dat met het verslaan van de ‘Soviet bastards’ ook het gedachtegoed van deze vijanden van de vrijheid onschadelijk zou worden gemaakt.

De ironie van dat idee – gezien de huidige ontwikkelingen in de Verenigde Staten – gaat volledig aan deze ronkende documentaire voorbij. In dat opzicht is het patriottische Miracle: The Boys Of ’80 inderdaad een typisch Amerikaanse film: met hun zogeheten ‘miracle on ice’ creëren de helden van weleer, stuk voor stuk aandoenlijke kerels overigens, een aantrekkelijk David & Goliath-verhaal dat nog altijd tot de verbeelding spreekt. Al is een overwinning op het ‘evil empire’ zeker nog geen garantie voor goud.

Chuck Berry: The Original King Of Rock ‘N’ Roll

Cardinal Releasing

De stoet vakbroeders die in de documentaire Chuck Berry: The Original King Of Rock ‘N’ Roll (97 min.) eer bewijst aan de Amerikaanse meestergitarist, die dit jaar honderd jaar oud zou zijn geworden, is indrukwekkend:  Steven Van Zandt, George Thorogood, Joe Bonamassa, Nile Rodgers, Steve Jones, Nils Lofgren, Wayne Kramer en Joe Perry. Stuk voor stuk gitaristen van formaat. Één adept die je direct met Berry associeert ontbreekt echter: Keith Richards.

De muzikale leider van The Rolling Stones is natuurlijk tóch aanwezig in Jon Brewers postume portret van de aartsvader van de rock & roll, die klassiekers zoals Johnny B. Goode, Sweet Little Sixteen en Roll Over Beethoven afleverde en de fameuze ‘duck walk’ introduceerde. Ook hij kan niet heen om dat onvergetelijke fragment uit de concertfilm Chuck Berry: Hail Hail Rock ‘N’ Roll (1987), waarin Chuck Berry, terwijl zijn vaste pianist Johnnie Johnson met grote ogen toekijkt, Keith Richards tot gekmakens toe de gitaarriff van zijn hit Carol opnieuw laat spelen.

Behoudens een aantal gereconstrueerde scènes – geheel in zwart-wit met enkele zorgvuldig gekozen elementen, Chuck zelf bijvoorbeeld of de door hem bezongen auto’s, in felle kleuren – wikkelt Brewer met Berry’s echtgenote Themetta, enkele van zijn kinderen en bekende fans zoals Alice Cooper en Gene Simmons verder netjes de hoogte- en dieptepunten uit het leven en de loopbaan van Charles ‘Chuck’ Berry (1926-2017) af. Een baanbrekende zwarte artiest die doorbreekt naar een wit publiek – al gaat dat in de jaren vijftig bepaald niet vanzelf.

Illustratief zijn ‘s mans aanhoudende problemen met de wet. Die hebben ongetwijfeld met Chuck Berry’s gedrag en keuzes te maken, maar kunnen in het gesegregeerde Amerika zeker niet los worden gezien van zijn huidskleur. Ook in de muziekbusiness wordt hij aan de lopende band besodemieterd. Berry’s eerste hit Maybelline wordt bijvoorbeeld alleen gedraaid op de radio, omdat een derde van de royalties stiekem zijn verpatst aan de deejay Alan Freed en de een of andere verkoper van kantoorartikelen. Payola, juist. En dan ontdekken de luisteraars dat Chuck zwart is.

Een half leven later zal hij door de films Back To The Future en Pulp Fiction nog een keer ouderwets furore maken. Berry staat dan bekend als een lastpak, een man die met zijn gitaar, een kam en z’n tandenborstel de wereld rondreist en in elke uithoek optreedt met een plaatselijk begeleidingsbandje, waarna hij erop staat om in keiharde cash te worden uitbetaald. Een muzikant ook, die navolgers graag op hun plek zet, zoals Keith Richards dus aan den lijve ondervindt. En een onverbeterlijke ‘womanizer’ die desondanks ook, als we zijn gezin mogen geloven, een echte familieman is.

Tot op hoge leeftijd zal Chuck Berry zijn signatuursongs blijven spelen en de duck walk doen. Totdat de Duivel de man die hoogstpersoonlijk zijn muziek naar de wereld bracht tóch tot zich roept…

I’m Carl Lewis!

VRT

Als negenjarig joch mag Carl Lewis op de foto met de Afro-Amerikaanse atletieklegende Jesse Owens. Een kleine vijftien jaar kan Lewis zowaar in de voetsporen treden van zijn grote held, die tijdens de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn vier gouden medailles in de wacht sleepte. Hij staat bij de Spelen van 1984 in Los Angeles aan de start bij dezelfde onderdelen als Owens: de 100 meter en 200 meter sprint, het verspringen en de 4×100 meter estafette.

Vier gouden medailles maken van hem echter nog geen volksheld. Ondanks zijn kamerbrede glimlach wordt Carl Lewis beschouwd als arrogant, geldbelust en veel te berekenend. Zeker geen aaibare allemansvriend. Er wordt bovendien gefluisterd dat hij homo is. Die geruchten bezorgen hem ook een weinig vleiende bijnaam: The Flying Faggot. Het feit dat Lewis zich uitstapjes richting de entertainmentwereld veroorlooft werkt daarbij ook niet in zijn voordeel.

In de gedegen sportdocumentaire I’m Carl Lewis! (99 min.) blikt de voormalige ‘wonder boy’ op zijn lange carrière. Hij wordt daarbij in de rug gesteund door onder anderen zijn broer Cleve (oud-voetballer) en zus Carol (voormalige verspringer), coach Tom Tellez, Nike-oprichter Phil Knight en concurrent Mike Powell. Zij plaatsen hem op één lijn met de iconen Michael Jordan, Tiger Woods en Muhammad Ali, als één van de grootste Amerikaanse sporters aller tijden.

De filmmakers Julie Anderson en Chris Hay maken het Lewis verder niet al te moeilijk. Ook niet als zijn rivaliteit met de Canadese sprinter Ben Johnson aan de orde komt. In de aanloop naar de Spelen van 1988 in Seoul beschuldigt Lewis zijn concurrent van dopinggebruik. Nadat Johnson de 100 meter heeft gewonnen, test ie daadwerkelijk positief. Hij moet z’n gouden plak afstaan aan Lewis. Enkele maanden eerder is die alleen zelf, zo blijkt later, ook betrapt.

De voormalige topatleet doet dat een kleine dertig jaar later af als een vergissing. ‘Ik heb nooit prestatieverhogende middelen gebruikt’, zegt Lewis stellig. ‘Die had ik niet nodig.’ Een Chinees kruidensupplement zou destijds voor de positieve test hebben gezorgd – hoewel in Daniel Gordons documentaireklassieker 9.79 (2012), waarin alle finalisten van die beruchte 100 meter aan het woord komen, toch echt wordt geïmpliceerd dat ook Carl Lewis niet brandschoon was.

Hij is uiteindelijk echter min of meer onbeschadigd uit de strijd gekomen, met maar liefst negen Olympische gouden medailles. Er wordt hem inmiddels ook een sleutelrol toegedicht in de professionalisering en commercialisering van zijn sport. Lewis zit er tegenwoordig duidelijk ook warmpjes bij. Als hij alleen in een bubbelbad in zijn tuin zit en vertelt dat hij nog nooit een lange relatie heeft gehad, krijgt dat echter ook wel iets treurigs. Wie is hij behalve de gewezen sportheld?

De Onterechte Kampioen

Video 2000 Deluxe

Theo Maassen is al cabaretier, standup comedian en acteur als hij in 2003 ook documentairemaker wordt met de korte film De Onterechte Kampioen (37 min.). Hij zal daarna ook nog televisiepresentator, regisseur en podcastmaker worden. En tussendoor steelt hij tot twee keer toe (*) een Europese bokaal van zijn favoriete voetbalclub PSV – althans, hij is degene die de UEFA Cup (1978) en de UEFA Super Cup (1988) via de televisie weer terugbezorgt aan de rechtmatige eigenaar.

Als achter straatartiest Heintje Bondo geen echte persoon had gezeten, de kleurrijke Eindhovenaar Huub van Bijnen, dan had hij zomaar een personage kunnen zijn uit de eerste voorstellingen van de cabaretier Maassen. Een oudere, lekker opgefokte versie van De Eindhovenaar bijvoorbeeld. De fanatieke oom van Prins CarnavalBerry van Aerle’s boze buurman. Of een ondergeschikte van Henk van de Tillaart bij Mengvoeders United. Brabanders die voortdurend balanceren tussen komedie en tragedie en intussen, gemoedelijk natuurlijk, hun publiek alle hoeken van de zaal laten zien.

Theo Maassen maakte deze observerende documentaire overigens met zijn jeugdvriend Marco Jansen. Ooit stonden ze samen al heerlijk hinderlijk in beeld tijdens een standupper van Shownieuws-verslaggever Albert Verlinde, nu kijken ze mee hoe Huub bij het Living Statue-kampioenschap in Oostende de hoofdprijs in de wacht probeert te slepen. De avond van tevoren is hij in elk geval strijdvaardig. ‘Ik dacht thuis al: ik sta m’n mannetje wel hoor’, zegt Huub, terwijl hij met een ijsje in de hand rondkijkt in een speelgoedwinkel. ‘Dat doe ik zeker. Ik laat me niet op m’n kop zitten. Dat doe ik niet.’

De volgende dag in de Belgische stad begint ontspannen. ‘Ik doe m’n best en ik hoop dat God de rest doet’, zegt Huub en start monter met de wedstrijd. Totdat hem geruchten bereiken over een concurrent. Behalve dat ie iedereen nat spuit, schijnt ‘De Fontein’ ook helemaal niet te stáán. Hij zít stiekem – althans, daar raakt Huub van overtuigd. ‘Ik sta hier ontzettend mijn best te doen, van heb ik jou daar’, fulmineert hij tijdens een Kees Momma-achtige tirade met Brabantse tongval, die zowel ontroert als op de lachspieren werkt. ‘En hij zit daar prinsheerlijk op een zetel, als de koning van Spanje.’

Maassen toont hoe zijn held ondertussen alles op alles moet zetten om als Amerikaans vrijheidsbeeld stil te blijven staan, laat hem tussendoor lekker uitrazen voor zijn camera en werkt daarna, met de wel erg dramatische themamuziek van de film Requiem For A Dream, toe naar de prijsuitreiking. Waarbij Huub licht beteuterd toekijkt hoe de jury een ander beloont. Of zoals hij dat zelf verwoordt: een ervaring rijker en een illusie armer. Als levend standbeeld mag hem dan geen eeuwige roem vergund zijn, dit aardige portret zet Huub vol in de spotlights, die hij al zijn hele leven lijkt te hebben gezocht.

Enkele jaren later spreekt Theo Maassen bij de uitvaart van Huub van Bijnen (1937-2016) zijn vriend nog eens hartelijk toe. ‘Als de spelers van het Nederlands elftal zijn mentaliteit hadden gehad, dan waren we al vier keer wereldkampioen geweest.’ De schrijver Henk van Straten heeft dan ook al een boek gewijd aan Heintje Bondo, Mijn Beste Nieuwe Vriend (2008).

(*) In 2012 bleek in het televisieprogramma De Wereld Draait Door overigens dat Theo Maassen ook de kampioensschaal van Ajax in z’n bezit had gekregen. Die prijs heeft ie vanzelfsprekend héél snel teruggegeven aan de onterechte kampioen van dat jaar.