Patrice: The Movie

ABC News Studios / vrijdag 18 september, om 20.30 uur, op NPO2 Extra

Het leven lacht Patrice Jetter toe. De Afro-Amerikaanse vrouw, rond de zestig inmiddels, kan er niet over uit: ze heeft een fijne job als klaarover, kan helemaal wegdromen bij haar uitbundig aangeklede modeltreinenbaan en vormt samen met lief Garry Wickham bovendien een aandoenlijk kunstschaatsduo.

Dat leven is zo bijzonder dat ze er een film aan heeft gewijd: Patrice: The Movie (102 min.), geregisseerd door Ted Passon. Patrice heeft daarvoor tekeningen gemaakt van haar eigen leven. Ze gebruikt die als decor om haar eigen geschiedenis, met kinderen in de rol van haar ouders en andere sleutelfiguren uit haar kleurrijke bestaan, na te spelen. In een docu die laat zien dat het leven met een beperking ten volle kan worden geleefd – ook al was (en is) het lang niet altijd gemakkelijk.

Één ding zit de uitgesproken Patrice nog wel dwars. Garry en zij zijn verplicht aan het latten. Want als ze zouden trouwen raken zij hun uitkering kwijt. De twee voelen zich gestraft voor gevoelens die iedereen heeft. Ze mogen zelfs niet samen in een huis wonen. Patrice en Garry besluiten dus een soort huwelijksceremonie te organiseren, waarbij ze elkaar een ring gaan overhandigen. Die waren slechts twintig dollar per stuk, bij de Walmart. Want ze moeten wel op de centjes letten.

‘Ze kunnen de rambam krijgen’, zegt Garry strijdbaar. ‘Ze kunnen misschien tegenhouden dat we gaan trouwen of samenwonen, maar niet dat we van elkaar houden.’ Terwijl de twee zich voorbereiden op de ceremonie en de bijbehorende geldproblemen, nog eens verergerd door een kapotte rolstoelbus, proberen te tackelen, starten ze dus ook een campagne op tegen deze ‘huwelijksstraf’. Met hulp van hun autistische vriendin Elizabeth, die even gevoelig als doortastend en vindingrijk blijkt.

En daarmee heeft deze onweerstaanbare feel good-docu meteen een missie. Passon fietst er zo tegelijk, zonder dat zijn film ook maar een ogenblik topzwaar wordt, een groter thema in: de achtergestelde positie van Amerikanen met een functiebeperking. Een mensenrechtenkwestie waarvoor Patrice, Garry en hun vrienden de perfecte pleitbezorgers zijn. Hartveroverende personages, die voor een lach en een traan zorgen en van deze documentaire een héérlijke kijkervaring maken.

La Guerre, Donald Trump Et Nous

France TV

36 Dagen vóór de Russische inval in Oekraïne sloot documentairemaker Guy Lagache zich aan bij de Franse president Emmanuel Macron. Die was begin 2022 namens zijn land voorzitter van de Europese Unie geworden en moest proberen om oorlog te voorkomen. Een mission impossible, zo bleek al snel. Aan het eind van Lagaches documentaire Un Président, l’Europe Et La Guerre (2022), op dag 113 van de oorlog, brachten Macron en enkele andere regeringsleiders een bliksembezoek aan Kiev, om Oekraïne een hart onder de riem te steken.

Drie jaar later pakt de Franse filmmaker de draad weer op met Macron, die opnieuw met de trein afreist naar Oekraïne. Hij hoopt op een staakt-het-vuren in de ‘uitputtingsoorlog’. Inmiddels heeft er zich echter een nieuwe en volstrekt onberekenbare speler gemeld in het sowieso al zeer gecompliceerde internationale conflict: de Amerikaanse president Donald Trump. Die zal zijn Franse collega, zeker als ook de spanningen tussen Iran en Israël oplopen, nog voor de nodige uitdagingen stellen in Lagaches nieuwe film La Guerre, Donald Trump Et Nous (uitzendtitel: War, Donald Trump And Us, 102 min.).

Want Trump heeft wel wat met de Russische leider Vladimir Poetin, die hij steeds weer betitelt als een goede vriend en een sterke leider. Tegelijk ruziet hij in het openbaar met de Oekraïense president Volodymyr Zelensky. Ook Trumps vicepresident J.D. Vance doet al snel een fikse duit in het zakje: Europa moet zich in zijn ogen vooral druk maken over ‘de dreiging van binnenuit’, de uitsluiting van radicaal-rechts. Die rechtvaardiging kennen de Europese leiders, volgens de voormalige Amerikaanse NAVO-ambassadeur Ivo Daalder, nog van ene Adolf Hitler.

Terwijl zijn eerste Macron-documentaire een echte vlieg op de muur-film was, waarmee de achterkant van die oorlog in beeld werd gebracht, neemt Guy Lagache nu eerst de tijd om met politici, diplomaten en deskundigen uitgebreid de ontwikkelingen in en rond de oorlog te schetsen. Na een half uur duiding krijgt dit vervolg weer een meer observerend karakter en is er opnieuw een bescheiden bijrol voor Macrons naamgenoot en topadviseur Emmanuel Bonne, die ook al in Lagaches eerdere documentaire figureerde en als getuige-deskundige optrad. 

De beide Emmanuels moeten zich plooien naar zowel de kille Russische opponent Poetin als hun grillige ‘medestander’ Trump, die steeds ongegeneerd wordt opgevreeën door de nieuwe NAVO-baas Mark Rutte ‘Hij is geen verkiezingskandidaat’, legt Ivo Daalder uit, in een film die de diplomatieke kant van de oorlog tussen Oekraïne en Rusland netjes inkadert, maar minder bijzondere inkijkjes biedt dan zijn voorganger. ‘Hij kan zichzelf vernederen, terwijl Macon, Merz of Starmer dat niet kunnen doen.’ Ieder voor zich definiëren ze zichzelf via Poetin en Trump en proberen ze ondertussen die vervloekte oorlog tot stilstand te brengen.

Turning Point: Generation 9/11

Laurel Homer / Netflix

Met de Turning Point-serie heeft Brian Knappenberger in de afgelopen jaren de recente Amerikaanse historie in kaart gebracht: van de Koude Oorlog en de Vietnamoorlog tot de terroristische aanslagen van 11 september 2001. Bij die laatste dag, de meest traumatische gebeurtenis voor Amerikanen sinds Pearl Harbor en de moord op president John F. Kennedy, start ook Turning Point: Generation 9/11 (99 min.). Over de generatie die is opgegroeid met – en steeds vaker ook: zonder – de onvergetelijke beelden van hoe Al Qaeda’s vliegtuigen zich in het World Trade Center en het Pentagon boorden.

Over enkele jaren is het merendeel van de Amerikanen ná 9/11 geboren, stelt de historicus Garrett M. Graff, auteur van het boek The Only Plane In The Sky. Hij was zelf twintig ten tijde van de terroristische aanval in 2001. Terwijl hij gewone Amerikanen laat vertellen over hun herinneringen aan die traumatische dag en ook het leven daarna met hen bespreekt, vermeldt Knappenberger steeds hun leeftijd op die ene elfde september. Om het verglijden van de tijd en de hiaten die onderweg dreigen te ontstaan in het collectieve geheugen te illustreren – en aan te tonen dat 9/11 25 jaar later nog altijd doorwerkt in het hedendaagse Amerika.

Dat grote geopolitieke verhaal – de ‘war on terror’ in Irak en Afghanistan en afrekening met Al-Qaeda’s leider Osama bin Laden bijvoorbeeld – wordt in deze ferme film dus vooral vervat in persoonlijke verhalen. Laurel Homer (10 maanden) bijvoorbeeld, de dochter van LeRoy Homer, copiloot tijdens de beruchte United 93-vlucht. Zijn toestel, waarin passagiers de Al-Qaeda-kapers wisten te overmeesteren, crashte op 11 september bij Shanksville in Pennsylvania. Op sociale media wordt Laurel nog regelmatig geconfronteerd met 9/11, de uitzinnige complotten rond de aanslagen en de post-truth van het Trump-tijdperk.

Of de Amerikaanse moslima Azmat Khan (16). Na 11 september ervoer ook zij hoe haar geloofsgenoten verantwoordelijk werden gehouden voor Bin Ladens terreurdaad. Ze voelden zich buitenlanders in eigen land. Later onderzocht zij als journalist van The New York Times hoe militaire acties tegen Al-Qaeda’s erfgenaam Islamitische Staat tot een aanzienlijk aantal burgerslachtoffers onder de moslimbevolking leidden. Marinier Michael Smoak (5) was er tenslotte bij toen de Amerikanen zich in 2021 terugtrokken uit Afghanistan en zo de Taliban, die ten tijde van 11 september 2001 nog Bin Laden hadden gehuisvest, weer aan de macht lieten in Kaboel.

Via zulke zorgvuldig geselecteerde hoofdpersonen laat Knappenberger zien dat het huidige Amerika – van de operaties van ICE tot de oorlog met Iran – alleen valt te begrijpen vanuit 9/11 – ook al heeft straks niet meer elke Amerikaan automatisch de twee vliegtuigen die zich in de Twin Towers boren op z’n netvlies staan. ‘Bin Laden geloofde nooit dat hij de VS kon vernietigen’, stelt Garrett Graff, ‘maar door de Verenigde Staten aan te vallen, door in de randen van het Amerikaanse imperium te prikken, kon hij ervoor zorgen dat de VS zichzelf vernietigde.’

The Cult Of NatureBoy

ABC / Hulu / Disney+

‘Wie zijn wij?’ roept de charismatische Afro-Amerikaanse leider naar zijn jonge volgelingen, die zich aan weerszijden van hem op een trap hebben opgesteld. ‘Carbon Nation!’ antwoorden zij in koor, terwijl Eligio Bishop, als hun zelfverklaarde Godheid, over de traptreden schrijdt. Het tafereel is duidelijk geënsceneerd, voor een social mediaproductie van Bishops beweging.

‘Wat is Carbon Nation?’ vraagt ie vervolgens. Waarna zij opdreunen wat hij wil horen: ‘Het Christusbewustzijn.’ Bishop, die zich ook wel NatureBoy noemt en die leven in en van de natuur predikt, kijkt om zich heen, naar de fleurig geklede Afro-Amerikaanse mannen en vrouwen die in de houding blijven staan. ‘En wie zijn jullie?’ Zij antwoorden in koor: ‘Engelen van de Allerhoogste. Goddelijke Lichtengelen.’

En dan meldt NatureBoys echtgenote zich. ‘Wie ben ik?’ vraagt Velvet. Ook zij wordt als een vorstin onthaald. ‘Koningin Eliana’, roepen haar onderdanen deemoedig. ‘Opperbevelhebber van het aardse vlak. Mijn hogere zelf.’ Zij weet zelf echter wel beter. Ook Velvet is niet meer dan een figurant in The Cult Of NatureBoy (163 min.), een getroebleerde zwarte jongeling die zich opwerpt als geestelijk leider.

Ten tijde van het potsierlijke ritueel heeft hij in deze vierdelige serie van Benjamin Zand allang zijn ware gezicht laten zien. Het zal nu ook niet lang meer duren voordat hij zijn naam laat tatoeëren op de billen van zijn favoriete ‘godinnen’. Want zo gaat dat met sekteleiders: gaandeweg eigenen ze zich totale macht, al het geld en de vrouwen toe. Dan moeten alleen de mannen nog geknecht en vernederd worden.

Op de beelden die hij zelf via sociale media heeft verspreid vanuit exotische plekken zoals Costa Rica, Belize en Hawaii oogt NatureBoy simpelweg als een doorgedraaide gek, met een Bijbel-tic, misogyne trekjes en een gewelddadige inslag. Bij de jonge mannen en vrouwen van kleur die zich bij hem hebben aangesloten begint dat alleen pas te dagen als het al te laat is en ze ernstige schade hebben opgelopen.

Zand serveert deze klassieke sektegeschiedenis uit als een spannend verhaal, compleet met gelikte reconstructies waarvoor ook de slachtoffers zelf hun beste beentje voorzetten. Hij legt hen verder niet op het rooster: waarom hadden ze behoefte aan een leider die alles lijkt te weten en overal een antwoord op heeft? En zagen ze echt niet aankomen dat in Carbon Nation maar één persoon zou gedijen?

Zulke ongemakkelijke vragen blijven achterwege in de aalgladde miniserie The Cult Of NatureBoy, die de casus van de Carbon Nation, eerder ook wel de Melanation genoemd, behandelt als het kwaadaardige geesteskind van één enkele meestermanipulator, die zich zonder enige terughoudendheid uitgeeft voor de Messias.

36 Seconds: Portrait Of A Hate Crime

Disclosure Films / Prime Video

Als familieleden van de student tandheelkunde Deah Barakat (23), zijn vrouw en studiegenote Yusor Abu-Salha (21) en haar jongere zus Razan (19) op 10 februari 2015 door de politie  van Durham County in North Carolina op de hoogte worden gebracht van de moord op hun dierbaren, twijfelen ze geen seconde over wie de dader is: die ene boze buurman, Hicks.

‘Mijn naam is Craig Hicks’, zegt die even later inderdaad, zonder omhaal van woorden, tijdens zijn eerste politieverhoor. ‘Ik heb net drie mensen neergeschoten in Chapel Hill.’ Dodelijk kalm vertelt hij vervolgens hoe ie de drie Amerikaanse moslims koelbloedig heeft geëxecuteerd in hun eigen huis. Volgens Craigs vrouw Karen hadden ze ruzie over parkeerplekken. Geen haatmisdrijf dus.

Mohammad Abu-Salha laat zich daardoor niet van de wijs brengen. De vader van Yusor en Razan, als geneeskundestudent naar de VS gekomen vanuit Jordanië, houdt tijdens de uitvaart weliswaar een verzoenende toespraak – ‘Het gaat erom dit land, dat ze liefhebben en waar ze leefden en stierven, vreedzaam te maken voor iedereen.’ – maar is ervan overtuigd dat het wel degelijk om een ‘hate crime’ gaat.

Dat is in de rechtbank alleen verdomd lastig aan te tonen. Tarek Albaba toont in 36 Seconds: Portrait Of A Hate Crime (94 min.) hoe het jaren duurt voordat Craig Hicks, een man die houdt van ‘shooter games’ en Falling Down als favoriete film heeft, wordt berecht. Intussen worden Amerikaanse moslims, ook doordat presidentskandidaat Donald Trump steeds olie op het vuur gooit, alsmaar vijandiger benaderd.

Tegelijk hangt dus ook boven de markt of het eigenlijk wel gaat om een haatmisdrijf. De video die Deah zelf heeft gemaakt van de drievoudige moord – en waarvan zijn moeder Amira wil dat die wordt getoond in de rechtbank – maakt binnen 36 seconden een einde aan elke twijfel. Eenmaal in de woning van Deah en Yusor lijkt die boze buurman bovendien met voorbedachten rade te handelen.

Deze film laat tevens zien welke ravage Hicks heeft aangericht binnen een gemeenschap, die sowieso al machteloos moet toezien hoe het aantal haatmisdrijven in de Verenigde Staten alleen maar toeneemt en ondertussen worstelt met die ene, nauwelijks te verteren vraag: zou een aanval van moslims op witte Amerikanen ook zo gemakkelijk zijn afgedaan als een uit de hand gelopen parkeerconflict?

Speechless

Good Soup Productions

‘De antiracisten, de antifascisten, de antiseksisten, de anti-imperialisten en, natuurlijk, de antikapitalisten’, besluit professor Russell Rickford van Cornell University in New York zijn vlammende speech. ‘Ze blijven ons inspireren. Dus blijf je organiseren en blijf herrie trappen.’ Rickford heeft slechts acht dagen na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 – en ruim vóór Israëls verwoestende respons in Gaza – flink van zich doen spreken. De aanval van Hamas is volgens hem ‘exhilarating’ en ‘energizing’.

Op dat moment, in het tweede deel van haar lijvige documentaire Speechless (176 min.), krijgt de zoektocht van Ric Esther Bienstock naar de aanhoudende frictie rond de vrijheid van meningsuiting op Amerikaanse universiteiten een persoonlijk karakter. De filmmaakster is zelf Joods en voelt zich aangesproken door Rickfords agressieve retoriek, nadat gewone Israëlische burgers het slachtoffer zijn geworden van een bloedige aanval. Enkele maanden later steekt de Amerikaanse veteraan Aaron Bushnell zichzelf in brand, om te protesteren tegen Israëls verpletterende optreden in Gaza.

Bienstocks zoektocht is al in 2017 begonnen op het Evergreen State College in Olympia, in de Amerikaanse staat Washington, waar de jaarlijkse ‘Day Of Absence’ voor witte medewerkers een verplichtend karakter heeft gekregen. Docent evolutionaire biologie Bret Weinstein laat zich echter niet zomaar wegsturen van de campus en zet zo een snel ontsporend debat in gang. Op pijnlijke beelden is te zien hoe militante studenten het schoolhoofd George Bridges ongenadig uitkafferen, fascist noemen en beschuldigen van ‘microagressie’ – omdat de man te veel met zijn handen zou praten.

Studenten van het York College in Pennsylvania gaan deze casus vervolgens bestuderen. Met hun docent Erec Smith constateren ze dat het conflict een typisch voorbeeld is van de botsing tussen klassiek links gedachtegoed en ‘Critical Social Justice’, een manier van kijken naar de wereld die ook wel ‘woke’ wordt genoemd. Onderwerpen worden door aanhangers daarvan benaderd vanuit het uitgangspunt van ‘onderdrukker versus onderdrukte’. Niet veel later wordt Smith een ‘white supremacist’ genoemd. Door een witte persoon. Om het helemaal ingewikkeld te maken: Erec Smith is zelf zwart.

Ric Esther Bienstock onderzoekt of de academische vrijheid door zulke ontwikkelingen in gevaar komt. Op diverse plekken verdiept ze zich in hoog oplopende discussies over de onderdrukkende of juist bevrijdende werking van taal, radicale vormen van antiracisme en cancelcultuur, alvorens ze in deel twee het terrein van (vermeende) transfobie betreedt. Ze spreekt met de wetenschappers Carole Hooven, evolutionair bioloog op Harvard, en Kathleen Stock, een filosofe verbonden aan Oxford, die ernstig onder vuur kwamen te liggen en nauwelijks steun van hun collega’s of werkgever ervoeren.

Het open klimaat op universiteiten wordt daarnaast ook onder vuur genomen, laat de filmmaakster zien, door conservatieve activisten zoals Christopher Rufo, Hij verzet zich demonstratief tegen het uitgangspunt van Diversity, Equity en Inclusion (DEI) en krijgt van Florida’s gouverneur Ron DeSantis de kans om de linkse universiteit New College te hervormen. De DEI-directeur wordt direct ontslagen, het genderstudie-programma afgesloten en genderneutrale toiletten verwijderd. Rufo maakt van zijn hart bovendien geen moordkuil, ook niet in deze film, en blijft bijvoorbeeld rustig ‘misgenderen’.

En dat is een terugkerend beeld in deze urgente film, die de ontsporing van het publieke debat pregnant in beeld brengt: aan de frontlinie van de cultuuroorlog is geen enkele ruimte meer voor begrip of nuance. ‘Suck my tranny dick’, schreeuwt de activistische student Libby Harrity bijvoorbeeld tegen Rufo. Waarop die dat provocerend ‘anatomisch incorrect’ noemt en meteen een zaak start tegen Libby, die bij het spugen op de grond zijn tenen zou hebben geraakt. Het schikkingsvoorstel dat uiteindelijk op tafel komt – leave and never come back – is voor de protesterende student een bijzonder bittere pil.

Enige koudwatervrees is in zo’n giftig klimaat best te begrijpen. Voor elke persoon die Ric Esther Bienstock bereid heeft gevonden om voor haar camera plaats te nemen, zijn er dus ook talloze anderen die deze gifbeker liever aan zich voorbij lieten gaan. Zelfcensuur is nu eenmaal een onvermijdelijk bijproduct van een zich vernauwend publiek debat.

Vernon, Florida

IFC Films

Het verhaal wil dat Errol Morris in Vernon, Florida (55 min.) belandde omdat hij daar een saillante kwestie ging onderzoeken: in het Amerikaanse stadje werden in de jaren vijftig en zestig namelijk zoveel verzekeringsclaims ingediend vanwege tragische ongelukken, waarbij iemand een ledemaat was kwijtgeraakt, dat het verdacht was. Ze deden het toch niet expres?

Op die documentaire, met de werktitel Nub City, zat echter bepaald niet elke bewoner van het gehucht in Florida te wachten. Na tal van bedreigingen liet de eigenwijze filmmaker zijn oorspronkelijke plan varen, ten faveure van een groepsportret van enkele inwoners van het typische ‘southern town’, om zo het wezen van de plaatselijke gemeenschap bloot te leggen – al kan dat natuurlijk ook gewoon een Broodje Aapverhaal zijn. 

Zoals er in Morris’ tweede film, de opvolger van zijn tragikomische debuut Gates Of Heaven (1979), wel vaker sterke verhalen worden verteld. Door lokale mannen die duidelijk genieten van de aandacht die hen ten deel valt. Een wormenkweker, een jager en een dominee bijvoorbeeld. Zij dissen hun lotgevallen, filosofieën en herinneringen met het nodige drama, theater en (onbedoelde) humor op voor Morris’ camera.

Deze vermakelijke praatfilm uit 1981 is tamelijk sober van opzet en komt nooit echt op tempo. De documentaire is daardoor nauwelijks te vergelijken met latere films van Errol Morris, die worden gekenmerkt door virtuoos geframede interviews, ravissante vormgeving en een stuwende soundtrack. Samen vormen ze echter een geheel eigen universum, dat regelmatig gefronste wenkbrauwen en een besmuikte glimlach oproept. 

Vernon, Florida staat of valt met de personages, stuk voor stuk kleurrijke representanten van een welhaast vergeten Amerika, en de dingen die hen van het hart moeten over pak ‘m beet de kalkoenjacht, het menselijke brein en alle mogelijke betekenissen van het woord ‘therefore’. ‘We hadden een zes-minuten-regel’, legde Morris ooit uit. ‘Hou je mond en laat mensen zes minuten aan het woord, dan bewijzen ze vanzelf hoe gek ze eigenlijk zijn.’

Over verzekeringsfraude, en wat die kost, zwijgen ze echter als het graf.

Room To Move

Netflix

De Amerikaanse danser en choreograaf Jenn Freeman is al in de dertig als ze antwoord krijgt op de vraag waarmee ze al haar hele leven rondloopt: waarom ben ik anders dan anderen? Op de dag dat Freeman wordt gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis, neemt ook filmmaker Alexander Hammer contact met haar op. Hij wil een documentaire met haar maken.

Room To Move (112 min.) is doorsneden met een stem die mechanisch alle mogelijke kenmerken, uitingsvormen en symptomen van autisme opdreunt, die vervolgens zijn te herkennen in Jenns leven of gestileerde representaties daarvan voor een voorstelling waaraan zij werkt. Daarnaast gaat ze in gesprek met klinisch psycholoog Kimberly Gilbert. Op een gegeven moment nam dans me meer af dan het me gaf, vertelt Freeman dan. Ze is ergens onderweg haar reddingsboei kwijtgeraakt – al weet ze dat doorgaans goed te verbergen bij haar leerlingen en collega’s.

Met geregistreerde scènes, tevens gefilmd door Jenns echtgenoot Ian Stuart, kan Hammer zeer dicht op de huid komen bij zijn hoofdpersoon en de uitdagingen van haar dagelijks leven vangen. Hij klutst al die verschillende verhaalelementen, waaronder ook een hele zwik familiefilmpjes, bij elkaar en probeert zo ‘de neurodivergente ervaring’ te vatten. Gaandeweg komt de documentairemaker zelf ook steeds meer in beeld. Ook hij worstelt gedurig met zijn (psychische) gezondheid en belandt tijdens het maken van de film in diverse crises. Jenn en hij vinden elkaar daarin.

Zij begint hem dan ook te filmen. En Alex gaat eveneens in gesprek met dokter Gilbert. De grenzen tussen maker en subject zijn dan al behoorlijk vervaagd, in een lang uitgesponnen en erg grillige film waarin de uitdagingen en valkuilen van het leven met autisme, alsmede de aanverwante thematiek en diagnoses, worden geëxploreerd. Room To Move dreigt een kamer te worden waarin ze zichzelf in een hoek hebben geschilderd. Met steeds minder bewegingsruimte. Uiteindelijk, na het verplichte vallen en opstaan, volgt echter toch een positieve, lekker Amerikaanse eindconclusie.

Het maken van deze documentaire heeft, daarover zijn Jenn Freeman en Alexander Hammer ‘t aan het eind wel eens, niets minder dan hun leven gered. En die diagnose is een geschenk gebleken.

Tot De Laatste Noot

NTR

De één mist de ‘dodelijke perfectie’ niet, een ander beschouwt haar werk nog altijd als een ‘levenselixer’. In Tot De Laatste Noot (60 min.) portretteert Marlou van den Berge vier operazangeressen op leeftijd. Ze hebben in feite niets meer te bewijzen, maar dat voelt lang niet altijd zo.

Hoewel ze zich soms een marionet van de almachtige regisseur heeft gevoeld en aan het einde van haar carrière volgens een bruuske recensent ‘de vocale bruikbaarheid voorbij’ was, moest de Nederlandse sopraan Charlotte Margiono (1955) wel even wennen toen ze na een voorstelling niet meer werd begroet met een bos bloemen. ‘Dat is echt diva af’, vertelt ze zonder omhaal van woorden. ‘Géén bloemen meer.’

Haar Franse collega Sandrine Piau (1965) is nog altijd actief, maar twijfelt of ze moet doorgaan tot haar stem het begeeft. Iedere zangeres krijgt te maken met een afnemend stembereik, geleidelijk of juist héél plotseling. Dat betekent soms ook rollen opgeven of de componist vragen om de rol om te schrijven naar een iets lagere toonsoort. Maar waar en wanneer bereik je als performer je eigen grens?

De Duitse mezzosopraan Doris Soffel (1948) lijkt zich die vraag niet te willen stellen. Ze staat op late leeftijd nog altijd op de grootste podia en wil duidelijk in het harnas sterven. De Amerikaans-Nederlandse sopraan Roberta Alexander (1949–2025) tenslotte, die tijdens de montage van deze film is overleden, heeft dit uitgangspunt min of meer in de praktijk gebracht. Tot het laatst vraagt ze het uiterste van zichzelf.

Van den Berge (Ademtocht, De Vele Gevechten Van Maite Hontelé, Het Dinsdagavondgevoel en Klaas de Jonge, De Prijs Van Vrijheid) volgt deze vier gelauwerde operazangeressen tijdens repetities, voorstellingen en hun andere bezigheden, laat hen terugkijken naar fragmenten uit hun absolute hoogtijdagen en vangt ondertussen hun bespiegelingen op ouder worden en het dealen daarmee.

De opzet van Tot De Laatste Noot doet denken aan die van Tot De Laatste Snik!? (2022), de documentaire waarin Marcel Goedhart vijf Nederlandse pophelden portretteerde, en is al net zo effectief. Een boeiende film over hoe je als begenadigde veteraan vitaal, relevant én gelukkig blijft.

Yuja Wang

Sky UK & Arte / NTR / maandag 25 mei, om 22.40 uur, op NPO2

‘Het is een goed geoliede machine’, zegt de Chinees-Amerikaanse sterpianiste Yuja Wang, ongemakkelijk lachend, in de documentaire Yuja Wang (55 min.). ‘Hij blijft uit zichzelf doordraaien. En wij zijn niet meer dan de onderdelen. Belangrijke onderdelen. Maar als ik afval, kunnen andere onderdelen me vervangen. Dat klinkt akelig, maar zo zakelijk is het wel.’

Het is een wrange conclusie voor een vrouw, die wordt geroemd om haar ongeëvenaarde techniek en virtuositeit en die geldt als de rockster van de klassieke wereld. Ook zij wordt rücksichtslos vervangen als ze niet meer mee wil draaien. Als Yuja zou besluiten om haar agenda, die enkele jaren vooruit wordt gepland, eens helemaal schoon te vegen. Omdat ze even niet wil – of gewoon niet meer kan.

Documentairemaker Lorna Tucker, die eerder uitgesproken vrouwelijke kunstenaars zoals Greta Garbo, Katharine Hepburn en Vivienne Westwood portretteerde, legt Yuja Wang op een divan en confronteert het voormalige wonderkind met een associatieve beeldenstroom uit haar eigen verleden. Samen met haar muzikale helden, leraren en begeleiders reflecteert Wang ondertussen kritisch op haar leven en loopbaan.

‘Ik wil vanaf het begin al rustiger aan doen’, zegt ze, later in deze nogal weelderig vormgegeven film, waarin ook haar performances worden gematcht aan een wirwar van associatieve beelden die op een ‘green screen’ zijn geprojecteerd. ‘Ik klaag nu. Maar als ik het rustiger aan deed, zou ik ook klagen. Je blijft altijd aan jezelf twijfelen. En je bent onzeker. Wil ik heel productief zijn of liever gelukkiger en rustiger?’

Dit portret van de uitgesproken pianiste wordt zo bijna een update van Paul Cohens observerende documentaire Janine (2010) over Wangs Nederlandse vakzuster Janine Jansen – al worden de eenzaamheid, stress en kritiek van het leven als rondreizende topmusicus in deze film niet alleen zicht- en voelbaar gemaakt, maar ook nog eens zeer expliciet benoemd.

Stonewall Uprising

PBS

In de zomer van 1969 komen de jaren zestig alsnog op gang voor Amerikaanse homo’s, lesbiennes en drags, die hun eigen strijd om burgerrechten beginnen te voeren.

Homoseksualiteit wordt dan nog beschouwd als een psychische aandoening, die desnoods onder dwang moet worden behandeld. Met elektroshocks bijvoorbeeld, al zijn ook een lobotomie of castratie niet uitgesloten. ‘Twee-derde van de Amerikanen kijkt naar homoseksuelen met walging, ongemak of angst’, vat de befaamde journalist Chris Wallace het sentiment in zijn land samen in de televisiereportage The Homosexuals uit 1967. Praktiserende homoseksuelen moeten volgens hen vervolgd worden.

Het is dus niet vreemd dat deze Amerikanen doorgaans ondergronds proberen te blijven. ‘Het idee van uit de kast komen was belachelijk’, herinnert de schrijver Eric Marcus zich in deze documentaire van het echtpaar Kate Davis en David Heilbroner uit 2010. ‘Uit bestond helemaal niet. Iedereen bleef in de kast.’ Durfals en activisten, of gays die simpelweg niets te verliezen hebben, ontmoeten elkaar op clandestiene plekken. Die worden alleen met de regelmaat van de klok geconfronteerd met invallen van de politie.

De politieactie bij de New Yorkse homobar The Stonewall Inn op 28 juni 1969 is er echter nét één te veel en veroorzaakt een heftige tegenreactie, de zogeheten Stonewall Uprising (81 min.). Dit cruciale moment in de geschiedenis van de Amerikaanse LHBTIQ+-beweging wordt in deze film opgeroepen met direct betrokkenen, zowel bezoekers van The Stonewall als agenten van de NYPD. Ook de latere burgemeester Ed Koch, over wie wordt gefluisterd dat hij zelf wel eens gay zou kunnen zijn, blikt terug.

Davis en Heilbroner vullen het bestaande beeldmateriaal van de opstand aan met gedramatiseerde scènes. Zo verschijnt de dag waarop de groep die altijd in de hoek zit waar de klappen vallen terugslaat, weer helder op het netvlies. Vanachter die tumultueuze junidagen, die ook aan de basis staan van Gay Pride, komt een wereld tevoorschijn, die met hedendaagse ogen bekeken ronduit schokkend is. Waarin uiting geven aan wie je bent of wilt zijn illegaal is en zomaar kan leiden tot arrestatie.

The Dark Wizard

HBO Max

‘Als ik sterf, film het’, zegt Dean Potter voordat hij de rotswand ‘Heaven’ in het Yosemite Park in de Amerikaanse staat Utah gaat beklimmen. Wanneer The Dark Wizard (236 min.) valt, dondert hij honderden meters naar beneden. Want Potter klimt ‘free solo’, zonder enige vorm van zekering, en zoekt steeds zijn eigen grenzen op. Één fout betekent de dood. ‘Volg me tot op de grond, film het’, instrueert hij zijn vriend Brad Lynch. Die moet er zo’n twintig jaar later nog altijd niet aan denken. ‘Als hij daar valt, ga ik dat niet filmen.’

Het is een cruciaal moment in Potters ontwikkeling en deze vierdelige serie die aan hem is gewijd. Direct daarna, aan het einde van de eerste aflevering, loopt zijn relatie met topklimster Steph Davis op de klippen en heeft hij écht niets meer te verlezen. Graham Potter begint steeds nadrukkelijker met de dood te spotten. En hij beperkt zich niet alleen tot klimmen. De Amerikaanse waaghals houdt zich ook onledig met skydiven, basejumpen én slacklinen, het lopen over een zelf gespannen lijn tussen twee bergen, natuurlijk ook zonder deugdelijke zekering. Dat kan niet goed aflopen.

Als Potter wordt geconfronteerd met een jongere en getalenteerdere rivaal, Alex Honnold (de onverstoorbare hoofdpersoon van de Oscar-winnende documentaire Free Solo), ziet hij zich genoodzaakt om zijn eigen grenzen steeds verder te verleggen. Deze miniserie van Peter MortimerNick Rosen en Josh Lowell documenteert dat proces: met elk record dat hij verliest en elke bokkensprong die ie vervolgens maakt – ‘free basen’ bijvoorbeeld, een combinatie van free solo-klimmen en basejumpen – raakt hij zichzelf verder kwijt. En ook zijn beste vrienden beginnen gaandeweg af te haken.

Uit zijn dagboek, verlevendigd met elementaire illustraties (die voor dit portret tot leven worden gewekt), komt een man naar voren, die letterlijk de hoogste toppen beklimt en door de diepste dalen moet. Volgens zijn oudere zus Elizabeth had Dean van hun ouders, die in een pijnlijke scheiding verzeild waren geraakt, een ‘sad gene’ geërfd. Hij was, zoals één van z’n vrienden ‘t uitdrukt, zowel gezegend als vervloekt. Te midden van alle adembenemende beelden – want elke zelfoverwinning, recordpoging en verplaswedstrijd is natuurlijk gefilmd – openbaart zich een labiele man.

Die emotionele onderlaag kan The Dark Wizard soms ook goed gebruiken, want vier uur springen, balanceren en vliegen (met een wingsuit – en soms ook een hond in wingsuit) wordt toch al snel méér van hetzelfde. Dean Potter lijkt bezig aan een desperate vlucht voor zichzelf. Als een menselijke raaf, de onheilspellende zwarte vogel waarmee Potter zich is gaan identificeren. Die wordt door het filmmakende drietal ook optimaal uitgenut in deze typisch Amerikaanse productie, waarin de alfaman/paria/antiheld uiteindelijk, met ware doodsverachting, afstevent op een ‘glorieus’ slotakkoord.

Michael Jackson: An American Tragedy

BBC

Het is de tragiek van Michael Jackson (1958-2009). Nooit meer kan hij in ons collectieve geheugen weer dat ogenschijnlijk onbekommerde kindersterretje worden, dat z’n familiegroep The Jackson 5 begin jaren zeventig naar de toppen van de hitlijsten zong. De ongenaakbare popheld, die met het soloalbum Thriller (1982) het ene na het andere record brak en de popmuziek grondig vernieuwde. En zelfs niet die beeldbepalende figuur, met het bizarre gedrag, aan wie de wereld zich kon blijven vergapen.

Sinds hij in 1993 voor het eerst werd beschuldigd van het misbruiken van weerloze kinderen, is alles bezoedeld geraakt: Jacksons ongenadige talent als zanger, songschrijver en danser. Zelfs het weerloze kind dat hij zelf ooit was, in het oog van de wereld opgegroeid en als jongetje al opgezadeld met de verantwoordelijkheid voor een gehele familie, lijkt persona non grata te zijn geworden. Een onschuldig ogend welpje dat gaandeweg zou zijn uitgegroeid tot een grenzeloos seksueel roofdier.

In de driedelige serie Michael Jackson: An American Tragedy (175 min.) neemt Sophie Fuller nog geen uur de tijd om Jacksons leven en carrière te schetsen, vóórdat die helemaal door elkaar worden geschud door de beschuldigingen van de dertienjarige Jordan Chandler en zijn familie. En hoewel die zaak voor ettelijke miljoenen wordt geschikt, blijft hij besmet. Zelfs een huwelijk met de dochter van de King Of Rock & Roll, Lisa Marie Presley, kan de reputatie van de King Of Pop niet meer redden.

Zijn zus La Toya, tot dan de belangrijkste bron van deze miniserie, verdwijnt dan van het toneel. Alsof de familie Jackson, die naar verluidt ook bij de speelfilm Michael weer een dikke vinger in de pap heeft gehad, z’n handen aftrekt van het aardedonkere deel van zijn nalatenschap. Fuller kan echter terugvallen op een brede waaier aan bronnen: zowel vrienden, medewerkers en belangenbehartigers als onafhankelijke waarnemers, critici en de rechercheurs die de beschuldigingen tegen ‘Wacko Jacko’ hebben onderzocht.

Met al die getuigenissen, geïllustreerd met overdadig archiefmateriaal, schetst ze een scherp en toch genuanceerd overzicht van De Casus Michael Jackson: hoe een verknipte, eenzame en diep tragische figuur en z’n team met allerlei kunstgrepen (zoals een beroep op de zwarte identiteit, die hij eerder juist heeft afgezworen) zijn imago proberen te redden. Een man die volgens zijn spirituele adviseur, rabbi Shmuley Boteach, verslaafd is geraakt aan de adoratie van z’n fans en die zijn grip op de realiteit volledig kwijt is.

Martin Bashirs documentaire Living With Michael Jackson (2003 ), waarin Jacksons ongepaste omgang met de minderjarige Gavin Arvizo pijnlijk in het oog springt, lijkt zijn definitieve ondergang te hebben ingeluid, terwijl Leaving Neverland (2019), waarin Wade Robson en Jimmy Safechuck verklaren hoe Jackson hen als kind heeft misbruikt, hem tien jaar na zijn dood definitief brandmerkt als pedofiel – al blijven zijn fans toch wel achter hem staan en valt daar nog altijd een flinke duit mee te verdienen.

De eveneens in het voorjaar van 2026 verschenen docuseries Michael Jackson: The Trial en Michael Jackson: The Verdict zoomen volledig in op de casus van Gavin Arvizo.

#Skyking

Disney+

The sky’s no limit, staat er achter op het T-shirt van de man die op 10 augustus 2018 door de beveiligingspoortjes van vliegveld Sea-Tac in Seattle gaat. Niet veel later is hij doorgedrongen tot de cockpit van een Dash 8. Hij laat het Q400-vliegtuig van Alaska Airlines opstijgen en negeert pogingen van de luchtverkeersleiding om in contact met hem te komen. Bij het FAA Washington Operations Center gaan ondertussen alle alarmbellen af. Is het toestel gekaapt? En wat volgt er nu? Een (zelfmoord)aanslag?

‘Ik heb iets slechts en egoïstisch gedaan’, bekent ‘Horizon Guy 449’ even later, als hij zich toch bij de luchtverkeersleiding meldt. ‘Maar het is niet erg. Ik ga naar Rainier.’ Op de grond kunnen ze nauwelijks geloven wat ze zojuist te horen hebben gekregen. ‘449, wil je zeggen dat je het vliegtuig hebt gekaapt?’ vraagt iemand ontzet. ‘Ja, ik ben bang van wel’, beaamt de onbekende man laconiek, om er enkele ogenblikken later al even luchtig aan toe te voegen: ‘Heb je enig idee of Dash 8 Q400 een barrel roll kan maken?’

De potentiële brokkenpiloot wordt al snel geïdentificeerd als Richard Russell, een 28-jarige grondmedewerker van het vliegveld, met de bijnaam ‘Beebo’. Hij heeft nog nooit gevlogen. In #Skyking (90 min.) probeert Patricia E. Gillespie met Russells familie, vrienden en collega’s te begrijpen wat hun geliefde zoon, broer of vriend heeft bewogen. Via een koptelefoon krijgen zij bovendien voor het eerst zijn contacten met de luchtverkeersleiding te horen. Zo wordt zijn opzienbarende ‘vlucht’ gereconstrueerd.

‘Ik wilde gewoon een vluchtje maken’, vertelt Beebo, die klinkt als een toffe peer-variant op het Michael Douglas-personage in de speelfilm Falling Down, een gewone man die niet meer tegen het leven kan en dan een stap zet die eigenlijk alleen verkeerd kan aflopen. ‘Dus je bent in je eentje?’ vraagt de telefonist die Russell veilig naar de grond moet loodsen. ‘Ja’, antwoordt Beebo, die weet dat hij anderen in gevaar brengt met zijn doldrieste actie, hoorbaar schuldbewust. ‘Ik wilde niemand anders kwaad doen.’

Op de gezichten van zijn meeluisterende verwanten valt intussen af te lezen hoe zij zijn reis beleven. Ze leren hem opnieuw kennen. Wat ze horen roept ook talloze herinneringen op aan de man die zich met ‘zijn’ vliegtuig nu opmaakt voor een barrel roll, een levensgevaarlijke kurkentrekker-beweging. Gillespie vindt knap de middenweg tussen die twee verhaallijnen: de enerverende solovlucht zelf en het leven daarachter, van een desperate man die zichzelf wil bevrijden van zijn eigen beperkingen.

Aan het eind belicht zij ook nog het verhaal dat er naderhand is gemaakt van Beebo’s vlucht. Want die zal worden gekaapt door zowel uiterst links als rechts en door hen worden omgevormd tot een spectaculair broodjeaapverhaal, dat perfect past in hun eigen politieke agenda – en dat voor zijn familie en vrienden de man die zij nog altijd hoog hebben zitten juist bezoedelt. Deze indringende film brengt de #Skyking weer terug tot menselijke proporties en benadrukt tegelijk hoe onwaarschijnlijk zijn missie was:

Dramatisch, aangrijpend en totaal (on)begrijpelijk.

Dolly Parton: America Reunited

Arte

Natuurlijk begint dit portret van Dolly Parton met haar grootste hit. Over Jolene, de haaibaai die haar vent probeerde te stelen. Tevergeefs, natuurlijk. De Amerikaanse zangeres, songschrijver en actrice blijkt steeds weer onweerstaanbaar. Niet alleen overigens door haar ‘royale rondingen’, aldus de verteller van Dolly Parton: America Reunited (52 min.). Ook door de tamelijk overdadige manier waarop de inmiddels tachtigjarige ster zich opmaakt en kleedt. Ofwel Dollyfashion, ‘een overdreven versie van vrouwelijkheid’.

Daarachter gaat een vrije, sterke en ambitieuze vrouw schuil. Ferm stippelt ze haar eigen carrière uit, die hier met louter archiefbeelden en -interviews wordt gereconstrueerd door Nicolas Maupied. Als meisje uit de Appalachen debuteert ze halverwege de jaren zestig in Nashville met de single Dumb Blonde, maar blijkt natuurlijk allesbehalve een dom blondje. Zestig jaar later is zij ‘s werelds countryhoofdstad allang ontgroeid. Dolly – achternaam overbodig – is een begrip geworden. De ‘wise old woman’ van de Amerikaanse entertainmentindustrie.

Daarvoor moet ze zich eerst nog wel losmaken van haar vaste muzikale partner Porter Wagoner. Dolly’s afscheid resulteert in nóg een ongenadige wereldhit: I Will Always Love You. Tweemaal zelfs. Als we de aalgladde versie van Whitney Houston meerekenen. Parton heeft zich dan ook al ontworsteld aan de conservatieve countrywereld. Geheel op eigen kracht groeit ze uit tot een pop- en filmster, ontwikkelt zich tot de peetmoeder van de Amerikaanse LHBTIQ+-scene en begint in Tennessee zowaar haar eigen themapark, Dollywood.

Deze televisiedocu zet al die ontwikkelingen, waarbij ze achter de schermen allerlei persoonlijke tegenslagen moet verstouwen en in het openbaar haar sociale hart laat zien, netjes achter elkaar, voegt daar kleurrijke animaties aan toe en laat de sterke vrouw in kwestie, via oude televisie-interviews, tussendoor ook nog reageren. Als Whitney Houston met die cover van Dolly’s ultieme liefdesverklaring ook haar kas flink heeft gespekt, reageert ze bijvoorbeeld met kenmerkende zelfspot. ‘Het kost veel geld om er zo goedkoop uit te zien.’

Zo maakt Dolly Parton zichzelf definitief onweerstaanbaar en blijft ze meteen eeuwig jong. Want intussen is ook Jolene, haar meesterzet als songschrijver, opgepakt door nieuwe generaties

Trailer Dolly Parton: America Reunited

Love, Ted Bundy

Oxygen

Hij werkte als vrijwilliger voor een zelfmoordpreventiehulplijn, publiceerde over hoe seksueel geweld kan worden voorkomen en was actief binnen een misdaadcommissie van de Amerikaanse stad Seattle. Edna Cowell Martin vond haar knappe neef Ted een moordkerel. Ze adoreerde hem als een oudere broer. De twee waren samen opgegroeid en belandden daarna allebei op de Seattle University. En toen begonnen er in 1974 in hoog tempo jonge vrouwen te verdwijnen in de staat Washington, meisjes die zomaar vriendinnen hadden kunnen zijn van Edna. De gedachte dat Ted in de buurt woonde gaf haar toch wel enig gevoel van veiligheid.

Bijna een halve eeuw heeft de Amerikaanse vrouw gezwegen over deze neef, de man die tegenwoordig als ‘de popster onder de seriemoordenaars’ te boek staat. In 1986 nam Edna weer contact op met Ted Bundy, die toen al lang en breed in een dodencel zat te wachten op zijn executie. Ze hadden in de voorgaande tien jaar geen contact met elkaar gehad. Zijn nicht had besloten om Ted te schrijven, in de hoop hem informatie over zijn (nog onbekende) slachtoffers te kunnen ontfutselen. De neef, die z’n hele leven dus een complete vreemde voor haar was gebleven, beantwoordde haar brieven. Hij ondertekende die alsof er niets aan de hand was: Love, Ted Bundy (85 min.).

Edna Cowell Martin wil haar briefwisseling met die beruchte neef nog altijd alleen met handschoenen aanraken. Ze heeft haar schroom om over hem te vertellen inmiddels wel laten varen. Ze was bepaald niet de enige die zich door Ted in de luren had laten leggen. Haar latere echtgenoot Don vond het een ‘goeie gast’, vertelt hij aan documentairemaker Christopher Cassel, die hun herinneringen omkleedt met een mixture van archiefmateriaal en erg gelikte reconstructies. De twee kunnen een uniek persoonlijk perspectief toevoegen aan wat er al bekend is over de diabolische killer – al tasten ook zij nog altijd, letterlijk, in het duister over wat er écht in hem omging.

Edna kan zich met terugwerkende kracht nog wel een paar momenten herinneren, waarin zijn ogen letterlijk zwart werden en haar geliefde neef even een totaal andere man leek. Het monster dat zich in eigen kring altijd verscholen had gehouden, zou later diepe schaamte veroorzaken bij alle mensen die hem ooit tot hun familie of vriendenkring hadden gerekend. Anna, het enige kind van Edna en Don, ontdekte zelfs pas later dat haar moeder verwant was aan Ted Bundy, de seriemoordenaar over wie we bijna veertig jaar na zijn dood, getuige ook Edna’s boek Dark Tide en deze degelijke true crime-docu die daarop is gebaseerd, nog altijd niet zijn uitgepraat.

The Last Class

Abramorama / CoffeeKlatch

Het wordt zijn laatste kunstje. Hoewel hij het idee dat ie met pensioen gaat verafschuwt, staat Robert Reich wel degelijk aan de vooravond van zijn laatste semester als docent aan de Universiteit van Berkely in Californië. Nog één keer gaat de vooraanstaande Amerikaanse econoom, ooit minister van arbeid in de Democratische regering van Bill Clinton, zijn reeks colleges over rijkdom en armoede geven.

De oorzaken en gevolgen van de toegenomen inkomensongelijkheid in de Verenigde Staten zijn sinds jaar en dag Reichs centrale thema. Ongelijkheid ondermijnt naar zijn stellige overtuiging ook de democratie. Dit idee heeft hij al eens uitgewerkt in de documentaires Inequality For All (2011) en Saving Capitalism (2017), die zijn gebaseerd op ’s mans bestsellers. The Last Class (71 min.) is vooral een eerbetoon aan een man die meer dan veertig jaar met alles wat ie had voor de klas heeft gestaan.

Met snippers uit zijn hoorcolleges, die bijna het karakter krijgen van theatervoorstellingen, toont regisseur Elliot Kirschner een meester aan het werk: orerend, ontregelend en zo nu dan ook even een denkpauze inlassend. Een docent die niet alleen wil zenden, maar ook de nieuwsgierigheid en het kritische denkvermogen van een nieuwe generatie Amerikanen wil stimuleren. Als tegengif tegen het ‘dumbing down’-klimaat dat hun land in zijn greep lijkt te hebben gekregen.

Tussendoor reflecteert Robert Reich op zijn leven. De kleine man, die als jongetje werd gepest, is zich een leven lang te weer blijven stellen tegen alle mogelijke pestkoppen en moet nu aanzien dat de ‘poster boy’ daarvan de lakens uitdeelt in de VS. Een echte leider, stelt Reich in dit soms wat brave portret, helpt z’n achterban juist om cynisme te overwinnen en schept ruimte voor diepgaand maatschappelijk debat. Protect the dissident, houdt hij zijn veelal linkse studenten in dat verband voor.

Want zolang het hem gegeven is, blijft hij onderwijzen. Ook nu het einde van zijn loopbaan en leven in zicht komen. Doceren is zijn roeping geweest, constateert Robert Reich geëmotioneerd als zijn laatste officiële college naderbij komt. Dat opgeven voelt als een aanzienlijk verlies. Hij oogt dan even als een gebroken man, die in vrijwel niets lijkt op de docent die z’n gehoor nog altijd uit zijn hand kan laten eten. De man die van z’n laatste kunstje toch maar weer een kunst heeft gemaakt.

We Have To Survive

Taskovski Films

Mick Farkas gelooft niet in klimaatverandering. De verzengende hitte in Coober Pedy, in het zuiden van Australië, is volgens hem simpelweg het gevolg van de evolutie. Ooit stond deze plek toch ook onder water, was het een tropisch gebied en of moest het een ijstijd verduren?

Met al dat geëmmer over de opwarming van de aarde proberen ze gewoon elektrische auto’s en andere producten aan de man te brengen, is zijn stellige overtuiging. Intussen is Farkas zelf, die voor de zekerheid toch maar een fikse watervoorraad heeft aangelegd, druk met het bouwen van ondergrondse woningen. Zelf woont hij met zijn vrouw Irene al twintig jaar in zo’n grot. Het is volgens hem dé manier om aangenaam te kunnen blijven wonen als de temperaturen in zijn deel van de wereld nog verder oplopen.

Elders, in We Have To Survive (101 min.) en de wereld, moeten andere aardbewoners ook dealen met de gevolgen van klimaatverandering – ook al zien ze soms weinig in dat idee en de manier waarop het wordt gepolitiseerd. In Groenland is het ijs inmiddels vaak te dun voor de Inuit om er met sledehonden overheen te rijden, terwijl de Amerikaanse kustplaats Rodanthe steeds meer last krijgt van de stijgende zeespiegel. Woeste golven dreigen strandhuizen te verzwelgen – en soms voegen ze ook de daad bij het woord.

In de Gobi-woestijn te Mongolië heeft Baraaduuz Demchig de strijd aangebonden met de aanhoudende droogte. Hij plant bomen, irrigeert de grond en probeert zo een nieuwe groene oase te creëren – en de toekomst van zijn nageslacht veilig te stellen. Het is een opmerkelijk staaltje omdenken. Vanuit die gedachte belicht de Slowaakse filmmaker Tomás Krupa in deze documentaire ook de gevolgen van klimaatverandering: hoe kunnen we dealen – of ons voordeel doen – met de nieuwe aardse verhoudingen?

Dat vereist wel inventiviteit en aanpassingsvermogen, want een paar kuub zand helpen niet tegen de woeste golven van de Atlantische oceaan, zoals is te zien in spectaculaire beelden van een strandhuis in Rodanthe dat door zijn hoeven zakt. Want op de – ondanks alles: soms nog altijd verblindend mooie – aarde die door Krupa in imposante shots is vervat, blijft de mens niet meer dan een eenvoudige onderknuppel. Zoals één van de hoofdpersonen ‘t uitdrukt: de natuur gaat zich echt niet aan ons aanpassen.

The Rise Of The Red Hot Chili Peppers: Our Brother, Hillel

Netflix

De band moet nog definitief doorbreken als het oorspronkelijke driemanschap van The Red Hot Chili Peppers al uiteenvalt in 1988.

De drie hebben elkaar eind jaren zeventig leren kennen op Fairfax High, een middelbare school in Los Angeles. Anthony Kiedis en Mike Balzary zien er het bandje Anthym optreden. Enige tijd later krijgen ze een lift van de gitarist, Hillel Slovak. De drie worden onafscheidelijk. En als de bassist van Anthym er de brui aan geeft, vraagt Hillel Mike. Die heeft nog nooit een basgitaar aangeraakt, maar hapt toch toe. ‘Hij geloofde in mij’, vertelt Mike, een jongen uit een getroebleerd gezin die zich tegenwoordig ‘Flea’ noemt. ‘Hij zag me.’ Bij de gedachte aan dat moment moet de bassist ruim veertig jaar later nog altijd zijn emoties wegslikken. ‘Dat heeft mijn leven definitief veranderd.’

Wanneer Hillel en Flea, die z’n heil een tijdje elders zoekt als Anthym niet echt van de grond komt, weer eens samen willen optreden, sluit ook die andere boezemvriend, Anthony, zich bij hen aan. Zij worden in de rug gedekt door Anthym-drummer Jack Irons. De allereerste incarnatie van The Red Hot Chilli Peppers maakt in december 1982 z’n live-debuut voor een dolenthousiast publiek. Het zal alleen nog jaren kosten voordat de band definitief vlam vat. Tegen die tijd hebben ook drugs al hun verpletterende entree gemaakt. Of zoals Hillel ’t, volgens zijn vriendin Addie Brik, zegt: het is vrijdag, waar is de tofu? Voor Anthony en hem is het alleen al snel elke dag vrijdag.

De Peppers gaan er bijna aan onderdoor en moeten afscheid nemen van Slovak, het eindstation van deze film. Hij wordt opgevolgd door John Frusciante, die later in zijn eigen drugshel zal belanden – in 1994 vereeuwigd in een geruchtmakende aflevering van het Nederlandse muziekprogramma Lola da Musica. Zover komt The Rise Of The Red Hot Chili Peppers: Our Brother, Hillel (95 min.) niet. Documentairemaker Ben Feldman concentreert zich volledig op de onstuimige beginjaren van de Amerikaanse groep en had dus even goed Becoming Peppers kunnen heten. Net als vergelijkbare portretten van muzikale helden zoals David Bowie, Led Zeppelin en Madonna.

De roem en het succes die later altijd vanzelfsprekend lijken te zijn geweest, liggen dan nog in de toekomst verscholen. De meeste Anthony Kiedissen en Fleas van deze wereld – jong, wild en klaar om de wereld te veroveren – lopen onderweg averij op of bereiken, zoals hun maat Hillel Slovak, nooit de jaren waarin het sterrendom wel degelijk komt. Zijn voormalige boezemvrienden betonen de gitarist, tevens tot leven gewekt met z’n tekeningen en persoonlijke geschriften, in deze film alle eer. Hij stond mede aan de basis van – of, zoals dat nu eenmaal gaat bij gevallen helden: hij was de onbetwiste inspiratiebron voor – wat zij uiteindelijk wél zijn geworden.

In Whose Name?

Amsi Entertainment / Prime Video

Binnen vijf minuten zijn Lady Gaga, LeBron James, Chris Rock, P. Diddy en Pharrell Williams in de documentaire In Whose Name? (104 min.) al zijn ring komen kussen. De Amerikaanse hiphopper Kanye West staat in 2009 onmiskenbaar op eenzame hoogte. En dan wordt hij ingehaald door zijn eigen onmogelijke gedrag. Tijdens de uitreiking van de MTV Awards heeft hij bruusk Taylor Swifts dankbetuiging onderbroken, met de mededeling dat eigenlijk Beyoncé had moeten winnen.

‘Ye’ laat zich door alle commotie niet van de wijs brengen – dat is ie waarschijnlijk allang – en brengt backstage, met zangeres Rihanna erbij, een toast uit op alle ‘douchebags’. Daarna kan deze observerende documentaire van Nico Ballesteros, samengesteld uit drieduizend uur ‘fly on the wall’-beeldmateriaal uit de periode 2018-2024, daadwerkelijk beginnen. Met als dominante thema de mentale gezondheid van de alsmaar verder ontsporende rapper, ontwerper en innovator.

Dat biedt geen fijne aanblik – ook niet op hoe zijn entourage op hem reageert. Allerlei gênante varianten op ‘kiss the ring’, bij de man die altijd en overal het middelpunt is. Of ie nu zijn steun uitspreekt aan president Donald Trump, helemaal uit de bocht vliegt in Saturday Night Live, op een megalomane manier tot christen wordt gedoopt, zich kandidaat stelt voor het Amerikaanse presidentschap, zijn deal met The Gap halsoverkop beëindigt, stuitende antisemitische uitspraken doet of…

Slechts een enkeling gaat de confrontatie aan met de bipolaire artiest. En zijn echtgenote, influencer Kim Kardashian, participeert de ene keer maar al te gewillig in het sprookje dat ze samen, ook voor zichzelf, ophouden en geeft een andere keer haar grenzen aan. In zulke gevallen is een redeloze woedeaanval van de keizer, die er volledig van overtuigd is dat ie z’n kleren nog aanheeft, nooit ver weg. Een echtscheiding blijkt onvermijdelijk voor het wereldberoemde koppel.

Ballesteros is geen maker die onderweg kritische vragen stelt, tegenwerpingen maakt of het gedrag van zijn hoofdpersoon inkadert. Hij laat hem begaan – show, don’t tell – en gaat, net als bijvoorbeeld Kenny G, Marilyn Manson en Elon Musk, mee in wat Wests brein nu weer dicteert. Dit resulteert in een even fragmentarisch als unheimisch portret van een in zichzelf verdwaalde man, dat nooit echt een coherente vertelling wordt.