OJ Unseen: Exploitation Of Evil

HBO Max

Hoewel hij officieel is vrijgesproken van de moord op zijn ex-vrouw Nicole Brown en haar vriend Ron Goldman in 1994, beschouwt een groot deel van Amerika Orenthal James ‘O.J.’ Simpson (1947-2024) na de spraakmakende rechtszaak wel degelijk als een moordenaar. De voormalige American footballer, filmacteur en bekendheid, ooit alom geliefd, wordt met de nek aangekeken en moet ook steeds twijfelachtigere klussen aannemen om aan z’n geld te komen. Het inhuren van een ‘dream team’ voor zijn verdediging heeft hem namelijk een godsvermogen gekost.

In 2004, na tien jaar van kwaad tot erger, besluit hij mee te werken aan Juiced, een variant op het dan razend populaire verborgen cameraprogramma Punk’d. Als autoverkoper probeert O.J., ook wel ‘Orange Juice’ genoemd, daarin bijvoorbeeld nietsvermoedende klanten een witte Ford Bronco aan te smeren, de wagen waarin hij na de dubbele moord tevergeefs aan de politie probeerde te ontsnappen. Of er worden jonge achtergrondzangeressen en danseressen ingehuurd om op te treden met de man, die meermaals in verband is gebracht met huiselijk geweld en naar alle waarschijnlijk twee moorden op zijn geweten heeft. En dan begint hij ze ook nog te versieren…

De vierdelige serie OJ Unseen: Exploitation Of Evil (178 min.) van Rebecca Halpern belicht deze ranzige episode uit de toch al beladen Amerikaanse televisiehistorie met nietsvermoedende deelnemers, entertainmentdeskundigen en Juiced-medewerkers, waaronder de aalgladde bedenker Rick Mahr, het prototype van de nietsontziende televisieproducer, en zijn ogenschijnlijk schuldbewuste regisseur Todd Lewis. De één glimt nog altijd van trots als hij de nooit eerder vertoonde opnames en achter de schermen-beelden terugkijkt en voorziet die van smeuïg commentaar. De ander zegt zich er al twintig jaar voor te schamen, maar kan er ook smakelijk over vertellen.

Alle reden om hen bij de enkels af te zagen, zou je zeggen, maar Halpern legt ze niet eens het vuur aan de schenen. Nee, Juiceds medewerkers mogen gewoon leeglopen over hun ervaringen met de gevallen ster en worden nooit écht uitgedaagd of verplicht tot serieuze reflectie. In wezen profiteren ze zo, ruim twee decennia na dato, opnieuw van O.J.’s onverwoestbare schurkenstatus. Dat blijkt tevens de specialiteit van hun realityshow: met smakeloze pranks spelen ze in op zijn bedenkelijke reputatie en de beschuldigingen die hem dan al tien jaar achtervolgen. Zogezegd in de hoop dat hij zich wellicht alsnog laat verleiden tot een bekentenis. Een volstrekt ongeloofwaardige dekmantel.

Hoewel het schaamteloze gedrag van O.J. (en de televisiemakers) op een verwrongen manier voor intrigerend beeldmateriaal zorgt, mag OJ Unseen niet in de schaduw staan van de eerdere O.J.-documentaireseries O.J.: Made In America (2016), beloond met een Oscar, en American Manhunt: O.J. Simpson (2025). Deze schmutzige miniserie toont vooral hoe ver het Afro-Amerikaanse icoon – lijfspreuk: ‘Ik ben niet zwart. Ik ben O.J.’ – is afgegleden. En juist dan is hij het meest interessant voor een bepaald type televisiemaker. Die bijvoorbeeld strippers, blonde Nicole-lookalikes, voor hem inhuurt.

Molly Vs. The Machines

VPRO / zondag 27 september, om 22.40 uur, op NPO2

Zoals elke avond had hij de voordeur afgesloten. Via de smartphone van zijn puberdochter kwam de buitenwereld echter alsnog binnen. In de nacht van 20 op 21 november 2017 maakte Molly Russell een einde aan haar jonge leven. Sindsdien voert haar vader Ian, namens haar en al die andere tieners die zijn overgeleverd aan social media, strijd tegen de tech-giganten. In de laatste uren van haar leven werd Molly op Instagram, onderdeel van Meta, gebombardeerd met berichten over zelfdoding, depressie en zelfpijniging. Totdat ze daar fatale consequenties aan verbond.

In de urgente documentaire Molly Vs The Machines (uitzendtitel: Molly versus het algoritme, 83 min.), geïnspireerd op het boek The Age Of Surveillance Capitalism van Harvard-hoogleraar Shoshana Zuboff, plaatst Marc Silver de tragische casus van de Britse tiener binnen de evolutie van het internet, het ontstaan van sociale media en de doorontwikkeling daarvan tot platforms voor ‘surveillance kapitalisme’. Uit de levens van gewone burgers destilleert Big Tech voorspellingen, die worden verkocht aan de hoogste bieder. Met hun eigen gebruikers, inclusief kwetsbare kinderen, als handelswaar.

Instagram heeft mijn veertienjarige dochter helpen doden, concludeert Ian Russell, die besluit om terug te vechten tegen de algoritmes en de tech-bro’s voor de rechter daagt. Hij fungeert als hoofdpersoon voor deze ingenieuze film, waarin daarnaast nog een andere verteller, gecreëerd met behulp van AI, wordt geïntroduceerd. Die schetst de techkant van de kwestie. Trefzeker reconstrueert Silver, met acteurs in een onwerkelijk decor, bovendien de rechtszitting, waarin zij tegenover elkaar komen te staan. Molly’s familie, haar vriendinnen en hun advocaten kijken toe.

Molly’s persoonlijke geschiedenis wordt zo vastgeklikt aan het Metaverhaal, waarin we allemaal – inclusief ons dierbaarste bezit, onze kinderen – participeren in een sociaal experiment. Daarbij geeft Silver, via enkele klokkenluiders, een alarmistische boodschap af: de techreuzen zijn zich bewust van de schade die hun product kan veroorzaken, maar willen er niets aan doen. Illustratief is de reactie van Meta-baas Mark Zuckerberg na de herverkiezing van Donald Trump als president van de Verenigde Staten: het moet afgelopen zijn met censuur op onze platforms.

De vrijheid van meningsuiting staat weer voorop, heet ‘t dan. ‘In reality it’s a trade off’, stelt Zuckerberg. ‘It means we’re gonna catch less bad stuff.’ Ian Russell bekijkt ‘t met een cynische glimlach. Catch. Less. Bad. Stuff. ‘Het is nu wel duidelijk dat veiligheid deze platforms geen ene zier kan schelen’, verzucht hij. Waarna Marc Silver er nog een dwingende call to action aan toevoegt: ‘Eis je slaapkamers weer op als plekken van privacy, veiligheid en zelfbeschikking. Vergeet niet: de macht ligt in jouw handen!’

FLY – Beyond The Spectrum

Cinema Zed / Dalton

Laten we eerst een open deur intrappen: aan hun voorkomen valt op geen enkele manier af te lezen met welk predicaat ze door het leven gaan. Jules Tilborghs, Kieran Verswijvelen, Brian Fonteyn en Jason Strijp ogen als volstrekt normale jongvolwassenen – ook al zijn ze alle vier gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis. De Vlamingen zijn druk doende om hun eigen plek te vinden in de wereld.

In 2015 zaten ze nog samen op een school voor buitengewoon secundair onderwijs in Sint-Niklaas, SBSO Baken. Regisseur Steven Janssens verzorgde daar toen een filmworkshop, die blijkbaar nogal uit de hand is gelopen. Tien jaar lang werkten ze samen aan de hybride documentaire FLY – Beyond The Spectrum (73 min.). Dat is dus geen film óver neurodiverse jongeren, maar ván en mét neurodiverse jongeren.

Zij hebben hun eigen ontwikkeling, en die van hun vrienden en klasgenoten, zelf gefilmd, maar zijn ook de straat opgegaan om vox pops van gewone Belgen over autisme op te halen. Kieran heeft bovendien foto’s en de soundtrack verzorgd, terwijl Jules daarin, als JTSO, enkele persoonlijke songs zingt en produceert. Dit emancipatoire project is echt in co-creatie tot stand gekomen en geeft een straf beeld van hun levens en belevingswereld.

Ze hebben elk hun eigen uitdagingen. Kieran voelt zich een outsider en zoekt nu na een bewogen schoolperiode naar z’n plek. Jules heeft het Alice In Wonderland-syndroom, een neurologische aandoening die de waarneming verstoort, en wil in Amerika een toekomst opbouwen met z’n vriendin. Brian heeft behalve autisme ook ADHD en Gilles de la Tourette. Hij is trots op z’n baan, maar heeft medicatie nodig om die vol te houden.

Jason tenslotte onderhoudt een lastige relatie met zijn ouders en baalt ervan dat hij zijn eigen geld niet mag beheren. ‘Geen zeg over m’n eigen’, legt hij bozig uit. Jason voelt zich gevangen en wil meer vrijheid. Bij hem wordt de spanning die zij allemaal soms ervaren in hun leven, net als veel leeftijdsgenoten overigens, het meest manifest. Tegelijk toont hun film hem ook helemaal in zijn element, boksend en werkend op een vissersboot.

Want FLY – een afkorting van First Love Yourself – reikt voorbij de stereotiepe beelden die een autismespectrumstoornis nog altijd kan oproepen.  Zonder de uitdagingen in hun levens weg te poetsen, laat de film clichés links liggen en presenteert Kieran, Jules, Brian en Jason, zowel via de inhoud als de vorm, als jongvolwassenen met hun eigen kansen, talenten en doelen – en, uiteindelijk, ook het zelfvertrouwen om daar achteraan te gaan.

Turning Point: Generation 9/11

Laurel Homer / Netflix

Met de Turning Point-serie heeft Brian Knappenberger in de afgelopen jaren de recente Amerikaanse historie in kaart gebracht: van de Koude Oorlog en de Vietnamoorlog tot de terroristische aanslagen van 11 september 2001. Bij die laatste dag, de meest traumatische gebeurtenis voor Amerikanen sinds Pearl Harbor en de moord op president John F. Kennedy, start ook Turning Point: Generation 9/11 (99 min.). Over de generatie die is opgegroeid met – en steeds vaker ook: zonder – de onvergetelijke beelden van hoe Al Qaeda’s vliegtuigen zich in het World Trade Center en het Pentagon boorden.

Over enkele jaren is het merendeel van de Amerikanen ná 9/11 geboren, stelt de historicus Garrett M. Graff, auteur van het boek The Only Plane In The Sky. Hij was zelf twintig ten tijde van de terroristische aanval in 2001. Terwijl hij gewone Amerikanen laat vertellen over hun herinneringen aan die traumatische dag en ook het leven daarna met hen bespreekt, vermeldt Knappenberger steeds hun leeftijd op die ene elfde september. Om het verglijden van de tijd en de hiaten die onderweg dreigen te ontstaan in het collectieve geheugen te illustreren – en aan te tonen dat 9/11 25 jaar later nog altijd doorwerkt in het hedendaagse Amerika.

Dat grote geopolitieke verhaal – de ‘war on terror’ in Irak en Afghanistan en afrekening met Al-Qaeda’s leider Osama bin Laden bijvoorbeeld – wordt in deze ferme film dus vooral vervat in persoonlijke verhalen. Laurel Homer (10 maanden) bijvoorbeeld, de dochter van LeRoy Homer, copiloot tijdens de beruchte United 93-vlucht. Zijn toestel, waarin passagiers de Al-Qaeda-kapers wisten te overmeesteren, crashte op 11 september bij Shanksville in Pennsylvania. Op sociale media wordt Laurel nog regelmatig geconfronteerd met 9/11, de uitzinnige complotten rond de aanslagen en de post-truth van het Trump-tijdperk.

Of de Amerikaanse moslima Azmat Khan (16). Na 11 september ervoer ook zij hoe haar geloofsgenoten verantwoordelijk werden gehouden voor Bin Ladens terreurdaad. Ze voelden zich buitenlanders in eigen land. Later onderzocht zij als journalist van The New York Times hoe militaire acties tegen Al-Qaeda’s erfgenaam Islamitische Staat tot een aanzienlijk aantal burgerslachtoffers onder de moslimbevolking leidden. Marinier Michael Smoak (5) was er tenslotte bij toen de Amerikanen zich in 2021 terugtrokken uit Afghanistan en zo de Taliban, die ten tijde van 11 september 2001 nog Bin Laden hadden gehuisvest, weer aan de macht lieten in Kaboel.

Via zulke zorgvuldig geselecteerde hoofdpersonen laat Knappenberger zien dat het huidige Amerika – van de operaties van ICE tot de oorlog met Iran – alleen valt te begrijpen vanuit 9/11 – ook al heeft straks niet meer elke Amerikaan automatisch de twee vliegtuigen die zich in de Twin Towers boren op z’n netvlies staan. ‘Bin Laden geloofde nooit dat hij de VS kon vernietigen’, stelt Garrett Graff, ‘maar door de Verenigde Staten aan te vallen, door in de randen van het Amerikaanse imperium te prikken, kon hij ervoor zorgen dat de VS zichzelf vernietigde.’

Kusama In Holland

Memphis Film / maandag 21 september, om 22.40 uur, op NPO2

Een protofeminist, een handenbindster, een bezienswaardigheid. Zo’n zestig jaar later roept het verblijf in Nederland van de Japanse kunstenares Yayoi Kusama, de onlangs op 97-jarige leeftijd overleden polka dot-koningin en Instagram-hype, nog altijd levendige beelden op. Via kunstenaars zoals Henk Peeters en Jan Schoonhoven vindt zij in de jaren zestig aansluiting bij de zogeheten Nul-beweging, een reactie op de Cobra-groep en de expressionistische schilderkunst. Ze maakt in die tijd bijvoorbeeld ‘infinity nets’, hele grote schilderijen met eindeloos herhaalde boogjes of puntjes.

Met haar excentriciteit, verzet tegen traditionele rolpatronen en seksueel geladen werk doet Kusama In Holland (53 min.) het nodige stof opwaaien. Bij de tentoonstelling ‘Facetten van de hedendaagse erotiek’ in de Haagse galerie Orez moet in 1965 zelfs de zedenpolitie eraan te pas komen. Preutse Nederlanders spreken schande van de in zilver of goud gespoten schoenen met fallussymbolen die zij daarvoor heeft gemaakt. Later begint ze ook naakt-happenings te organiseren en wordt haar werk alsmaar explicieter. Kusama schildert live stippen op blote mannenlijven – al is ze zelf, volgens de overlevering, wars van lichamelijk contact.

De kunstenares, die pas op latere leeftijd erkenning zal krijgen in eigen land en inmiddels geldt als één van de belangrijkste kunstenaars die Japan ooit heeft voortgebracht, wordt door de vrienden en kennissen uit haar Nederlandse periode in deze boeiende film van Sherman de Jesus zelfs gekenschetst als ‘geestesziek’. Ze blijft haar hallucinaties alleen de baas door ze te vertalen naar kunst. Obsessief, tot in het oneindige. De Jesus verbeeldt die binnenwereld met treffende geanimeerde sequenties van Cristina Garcia Martin, aangevuld met een voice-over die is geïnspireerd op originele teksten en citaten van Kusama en ingesproken door Kumi Sekimoto.

De rol van kunstenares Alicia Framis, die als onderdeel van haar werk onlangs is getrouwd met het AI-hologram Ailex, is minder evident. Of ‘t moet zijn dat zij, in navolging van Yayoi Kusama, eveneens een exponent is van een wereld, waarin kunstenaars ook zichzelf tot hun werk rekenen. Sterker: Kusama lijkt ook al in het Holland van de jaren zestig nauwelijks te kunnen worden onderscheiden van haar kunst. Ze heeft uiteindelijk bijna een eeuw kunnen bestaan – overleven, wellicht – bij de gratie ervan.

9/11 Reunited

Disney+

Door het lot werden ze 25 jaar geleden met elkaar verbonden. In de driedelige serie 9/11 Reunited (135 min.) ontmoeten enkele gewone Amerikanen elkaar nu weer, voor de camera van regisseur Julian Jones. Om herinneringen op te halen aan de dag waarop bijna drieduizend landgenoten de dood vonden bij terroristische aanslagen van Al-Qaeda. Of om de ander, die hun leven heeft gered op die fatale dag in New York op 11 september 2001, alsnog te bedanken.

Zij zijn elkaar sindsdien uit het oog verloren – terwijl er nog zoveel te zeggen valt. Ze zaten samen vast in een lift van één van de Twin Towers. Raakten ernstig gewond op weg naar hun baan in het in die torens gevestigde World Trade Center. Verloren daar alle anderen van hun kazerne aan ‘de brand van de eeuw’. Vingen elkaar letterlijk op, nadat ze uit het raam van een brandend Pentagon-gebouw waren gesprongen. Moesten als ambulancebroeder noodgedwongen hun enige patiënt achterlaten in een parkeergarage. Of hoorden de laatste woorden van een stervende collega.

25 Jaar later zijn ze eerst en vooral gewoon mens als ze weer oog in oog komen te staan. Dit zorgt vanzelfsprekend voor emotionele taferelen: verlegen glimlachen, herhaalde knuffels en – natuurlijk – opwellende tranen. Bij de gedachte aan hoe ze op de vijftigste verdieping van een wolkenkrabber met een ruitenwisser een gat in de muur probeerden te maken, op weg naar verlossing over de levenloze lichamen van andere slachtoffers kropen of zagen hoe anderen alvast hun BSN-nummer op hun lijf schreven (zodat ze te zijner tijd gemakkelijker geïdentificeerd konden worden).

De verhalen van zulke 9/11-overlevenden zijn vaker verteld. Veel vaker zelfs, maar de dramatische gebeurtenissen van dit sleutelmoment in de moderne Amerikaanse geschiedenis zijn zo ontzagwekkend en de acute menselijke nood op die dag nog altijd zo evident dat het blijft raken – ook al voelen die reünies, aangezet met geladen muziek, enigszins opgeprikt. 25 Jaar na dato spelen verbroedering, survivor’s guild en pure dankbaarheid voor het leven ouderwets op.

The Darkest Web

BBC

De beelden op het ‘dark web’, het onguurste hoekje van het internet, pakken iets van je af, stelt Greg Squire, een Amerikaanse speciaal agent die namens Homeland Security strijdt tegen de verspreiding van kinderporno. Maar ze geven je ook iets terug: brandstof om te gáán. Jagen op de mensen die kinderen misbruiken en de weerslag daarvan online plaatsen.

Squire deelt in The Darkest Web (84 min.) zijn eerste echte zaak: The Lucy Investigation. Onvermoeibaar blijven ze jacht maken op een man die jarenlang hetzelfde meisje misbruikt en de wanstaltige beelden daarvan deelt op duistere internetfora. Elk detail in het beeldmateriaal wordt uitgeplozen. Zonder resultaat. Totdat de agenten besluiten om de bakstenen in zijn slaapkamer te laten analyseren. Een medewerker van de Texaanse Acme Brick Company herkent de stenen direct, type Flaming Alamo, en kan zelfs het vermoedelijke afzetgebied daarvoor identificeren. Niet veel later kunnen Squire en zijn collega’s een verdachte inrekenen. Hij krijgt ruim zeventig jaar gevangenisstraf.

Met zulke verhalen zoekt Sam Piranty hetzelfde terrein op als de schokkende documentaire The Children In The Pictures (2022). Agenten van speciale units uit de Verenigde Staten, Portugal, Brazilië en Rusland worden gevolgd tijdens (undercover) operaties. Ze jagen bijvoorbeeld op Twinkle, de beheerder van de schmutzige website Babyheart. Als de Portugese agent Ricardo Vieira deze Twinkle op het spoor komt, valt hij direct zijn huis binnen en gaat op zoek naar de harde schijf van z’n computer. Die blijkt te zijn begraven in het bos. Viera documenteert ’t met z’n bodycam. Twinkle stond blijkbaar net op het punt om een weekendje weg te gaan met een ‘webvriend’ en enkele kinderen.

Behalve op hun werk richt Piranty zich in deze gestaalde documentaire ook op het effect dat dit heeft op de agenten. PTSS lijkt bijna onvermijdelijk. Zeker als je, zoals Greg Squire, zelf ook kinderen hebt. Hij moet leren leven met beelden, waaraan nooit meer valt te ontsnappen – al is het ook de vraag of hij ooit nog ander werk wil/kan doen. Want als geen ander weet Squire wat (of wie) er op het spel staat. In de slotscène wordt dit nog eens heel duidelijk tijdens een ontmoeting met een geanonimiseerde jonge vrouw: Lucy.

Clash Of The Superpowers: America Vs China

BBC

Als Donald Trump, met z’n echtgenote Melania aan zijn zijde, op 8 november 2017 in Beijing arriveert voor wat de Chinezen een ‘staatsbezoek plus’ dubben, hangt er nog altijd een conflict over Amerikaanse importheffingen boven de markt. De Chinese leider Xi Jinping besluit eens goed uit te pakken. ‘Xi wilde het natuurlijk zo spectaculair mogelijk maken’, vertelt hoogleraar internationale betrekkingen Xiang Lanxin in Clash Of The Superpowers: America Vs China (119 min.). ‘Iedereen weet dat Trump van spektakel houdt. Hij houdt er misschien wel van om als een koning behandeld te worden.’

‘We hadden het met Trump over de beelden die Xi Jinping wilde oproepen’, vult Trumps toenmalige nationale veiligheidsadviseur H.R. McMaster aan. ‘Het moest lijken alsof de leider van de vrije wereld, president Trump, naar Beijing kwam om te knielen voor de keizer, Xi Jinping.’ Samen inspecteren de twee wereldleiders vervolgens een militaire parade, genieten van spectaculaire dansvoorstellingen en dineren in de zogeheten Verboden Stad. De Chinezen stellen alles in het werk om Trump te paaien en proberen hem intussen los te weken van zijn meest geïnformeerde adviseurs.

Tegelijk blijft het altijd weer afwachten of zo’n charmeoffensief daadwerkelijk vat krijgt op deze onberekenbare Amerikaanse president. Een handelsoorlog hangt permanent boven de markt, toont dit interessante tweeluik over de betrekkingen tussen de twee supermachten van Tim Stirzaker en Barry Ronan, die onder de hoede van de gezaghebbende Britse producer Norma Percy en het productiehuis Brook Lapping, weer de mannen aan de knoppen – en een enkele vrouw – van de internationale politiek en diplomatie aan het woord laten in dit stevig doortimmerde tweeluik.

In de eerste aflevering staat de gespannen relatie tussen de VS en China tijdens Trumps eerste ambtstermijn centraal, die in deel twee onder zijn opvolger Joe Biden verder onder druk komt te staan door Taiwan en COVID-19. Het is een intrigerend machtsspel, dat in Clash Of The Superpowers opnieuw wordt opgeroepen – en van nieuwe context wordt voorzien. Want alle insiders – of ‘t nu gaat om Trumps veiligheidsadviseur John Bolton, congresleider Nancy Pelosi of oud-prime minister Boris Johnson – proberen met hun bijdrage aan dit soort producties de beeldvorming te beïnvloeden.

De autocratische leiders van China begrijpen dat Trump te werk gaat als een beroepsworstelaar, stelt de Chinese hoogleraar Xiang Lanxin bijvoorbeeld. ‘In het begin komt hij woest en angstaanjagend uit de hoek’, zegt hij olijk lachend over de man die al aan zijn tweede termijn als president is begonnen. ‘Als je terugdeinst, gaat hij nog harder duwen. Als je weet dat je in staat bent om overeind te blijven, gaat hij neer.’

Alive Inside: A Story Of Music And Memory

Bond / 360

Kom eens een dagje bij me filmen, zei sociaal werker Dan Cohen ooit tegen filmmaker Michael Rossato-Bennett. Die ene dag werd drie jaar. Samen maakten ze een sprankelende reis door de menselijke geest, via ouderen met dementie en hun relatie met muziek. In 2014 verscheen de weerslag daarvan: Alive Inside: A Story Of Music And Memory (78 min.).

Het procedé oogt al snel vertrouwd: we zien een oudere Amerikaan in het verzorgingshuis Cobble Hill, die in het gat is gevallen dat ooit zijn geheugen was. Hij of zij is nauwelijks meer aanspreekbaar. Daarna toont Rossato-Bennett met foto’s en verhalen van dierbaren de persoon die nog ergens in die verstopte geest en dat broze lijf verscholen moet zitten. En als een duveltje uit een doosje tovert Cohen die vervolgens toch weer tevoorschijn. Met een heel eenvoudig instrument, dat alleen niet wordt vergoed door de zorgverzekering: een iPod met koptelefoon.

‘Er bestaat geen pil die dat kan’, stelt Dan Cohen. ‘Een medicijn kan hooguit de vonk dempen of het licht dimmen, maar kan die nooit naar buiten halen.’ En dat geldt bepaald niet alleen voor ouderen met dementie, toont Rossato-Bennett. Muziek kan ook anderen uit hun isolement halen: psychiatrische patiënten, slachtoffers van oorlogsgeweld in Congo of mensen die vanwege een lichamelijke aandoening aan een ziekenhuisbed zijn gekluisterd. Muziek is ‘the quickening art’, volgens de befaamde neuroloog Oliver Sacks (Awakenings), de kortste route naar het binnenste van de mens.

Het is een kunstvorm die de gehele mens kan raken en die ‘de film die alleen in iemands hoofd wordt afgespeeld’, ook wel geheugen genoemd, weer kan aanzetten. Via Louis Armstrong, The Andrews Sisters of Beach Boys komen beelden, geuren én danspasjes weer terug – ook al is het maar voor even. ‘Ik onderzoek de Ziekte van Alzheimer al 38 jaar’, vertelt dokter Peter Davis. ‘Maar ik heb niets beters te bieden aan mijn patiënten dan muziektherapie.’ Het aanschaffen van iPods – we schrijven begin jaren ’10 – heeft echter meer voeten in de aarde dan wie dan ook zou willen.

Gelukkig zijn er beelden van ouderen zoals Henry, een Afro-Amerikaanse man die helemaal opleeft door gospelmuziek en zo viral gaat, om de zaak vlot te trekken. Behalve een pleidooi voor muziek als ontsluiter van de menselijke ziel wordt Alive Inside, aangestuurd met Rossato-Bennetts enigszins zijige voice-over, daardoor ook een soort aanklacht tegen gezondheidszorg, die mensen reduceert tot patiënten en definieert aan de hand van hun deficiënties. Deze docu toont overtuigend dat zij eerst en vooral nog altijd mens zijn – met een onbedwingbare liefde voor muziek.

Speechless

Good Soup Productions

‘De antiracisten, de antifascisten, de antiseksisten, de anti-imperialisten en, natuurlijk, de antikapitalisten’, besluit professor Russell Rickford van Cornell University in New York zijn vlammende speech. ‘Ze blijven ons inspireren. Dus blijf je organiseren en blijf herrie trappen.’ Rickford heeft slechts acht dagen na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 – en ruim vóór Israëls verwoestende respons in Gaza – flink van zich doen spreken. De aanval van Hamas is volgens hem ‘exhilarating’ en ‘energizing’.

Op dat moment, in het tweede deel van haar lijvige documentaire Speechless (176 min.), krijgt de zoektocht van Ric Esther Bienstock naar de aanhoudende frictie rond de vrijheid van meningsuiting op Amerikaanse universiteiten een persoonlijk karakter. De filmmaakster is zelf Joods en voelt zich aangesproken door Rickfords agressieve retoriek, nadat gewone Israëlische burgers het slachtoffer zijn geworden van een bloedige aanval. Enkele maanden later steekt de Amerikaanse veteraan Aaron Bushnell zichzelf in brand, om te protesteren tegen Israëls verpletterende optreden in Gaza.

Bienstocks zoektocht is al in 2017 begonnen op het Evergreen State College in Olympia, in de Amerikaanse staat Washington, waar de jaarlijkse ‘Day Of Absence’ voor witte medewerkers een verplichtend karakter heeft gekregen. Docent evolutionaire biologie Bret Weinstein laat zich echter niet zomaar wegsturen van de campus en zet zo een snel ontsporend debat in gang. Op pijnlijke beelden is te zien hoe militante studenten het schoolhoofd George Bridges ongenadig uitkafferen, fascist noemen en beschuldigen van ‘microagressie’ – omdat de man te veel met zijn handen zou praten.

Studenten van het York College in Pennsylvania gaan deze casus vervolgens bestuderen. Met hun docent Erec Smith constateren ze dat het conflict een typisch voorbeeld is van de botsing tussen klassiek links gedachtegoed en ‘Critical Social Justice’, een manier van kijken naar de wereld die ook wel ‘woke’ wordt genoemd. Onderwerpen worden door aanhangers daarvan benaderd vanuit het uitgangspunt van ‘onderdrukker versus onderdrukte’. Niet veel later wordt Smith een ‘white supremacist’ genoemd. Door een witte persoon. Om het helemaal ingewikkeld te maken: Erec Smith is zelf zwart.

Ric Esther Bienstock onderzoekt of de academische vrijheid door zulke ontwikkelingen in gevaar komt. Op diverse plekken verdiept ze zich in hoog oplopende discussies over de onderdrukkende of juist bevrijdende werking van taal, radicale vormen van antiracisme en cancelcultuur, alvorens ze in deel twee het terrein van (vermeende) transfobie betreedt. Ze spreekt met de wetenschappers Carole Hooven, evolutionair bioloog op Harvard, en Kathleen Stock, een filosofe verbonden aan Oxford, die ernstig onder vuur kwamen te liggen en nauwelijks steun van hun collega’s of werkgever ervoeren.

Het open klimaat op universiteiten wordt daarnaast ook onder vuur genomen, laat de filmmaakster zien, door conservatieve activisten zoals Christopher Rufo, Hij verzet zich demonstratief tegen het uitgangspunt van Diversity, Equity en Inclusion (DEI) en krijgt van Florida’s gouverneur Ron DeSantis de kans om de linkse universiteit New College te hervormen. De DEI-directeur wordt direct ontslagen, het genderstudie-programma afgesloten en genderneutrale toiletten verwijderd. Rufo maakt van zijn hart bovendien geen moordkuil, ook niet in deze film, en blijft bijvoorbeeld rustig ‘misgenderen’.

En dat is een terugkerend beeld in deze urgente film, die de ontsporing van het publieke debat pregnant in beeld brengt: aan de frontlinie van de cultuuroorlog is geen enkele ruimte meer voor begrip of nuance. ‘Suck my tranny dick’, schreeuwt de activistische student Libby Harrity bijvoorbeeld tegen Rufo. Waarop die dat provocerend ‘anatomisch incorrect’ noemt en meteen een zaak start tegen Libby, die bij het spugen op de grond zijn tenen zou hebben geraakt. Het schikkingsvoorstel dat uiteindelijk op tafel komt – leave and never come back – is voor de protesterende student een bijzonder bittere pil.

Enige koudwatervrees is in zo’n giftig klimaat best te begrijpen. Voor elke persoon die Ric Esther Bienstock bereid heeft gevonden om voor haar camera plaats te nemen, zijn er dus ook talloze anderen die deze gifbeker liever aan zich voorbij lieten gaan. Zelfcensuur is nu eenmaal een onvermijdelijk bijproduct van een zich vernauwend publiek debat.

Tetra: Acreditar De Novo

Netflix

Achter elke afzonderlijke naam hoort een uitroepteken. Carlos Alberto Parreira! (de coach die het Braziliaanse voetbalelftal in de aanloop naar het WK van 1994 door lastige tijden loodst). Dunga! (zijn onverwoestbare aanvoerder die daar de beslissende strafschop voor zijn rekening neemt). Branco! (de man die met z’n verwoestende linkerbeen dan al hoogstpersoonlijk het Nederlands elftal uit het toernooi heeft geknald). Bebeto! (de ene helft van het beste Braziliaanse spitsenduo sinds Pelé en Garrincha, die tijdens het toernooi vader wordt en al wiegend z’n doelpunten viert). En Romário! (Bebeto’s ongrijpbare aanvalsmaatje en de goaltjesdief onder de goaltjesdieven). In de Verenigde Staten maken ze hun land, na 24 lange jaren, met een zege op Italië eindelijk weer wereldkampioen.

Vrijwel de gehele Seleçao draaft ruim dertig jaar na dato ook op voor de terugblik Tetra: Acreditar De Novo (86 min.), inclusief ook Márcio Santos!, Jorginho!, Raí!, Mauro Silva!, Zinho!, Paulo Sérgio!, Viola!, Aldair! én reservekeeper Gilmar Rinaldi! Hij maakte in ‘94 achter de schermen maar liefst acht uur beeldmateriaal, dat nu als basis dient voor deze documentaire van Luis Ara. Alleen Rinaldi’s concurrent Taffarel! (de doelman die in de finale als overwinnaar uit de penaltyserie kwam) schittert ditmaal door afwezigheid. Zijn voormalige teamgenoten halen verrukt en geëmotioneerd herinneringen op aan een enerverend toernooi, dat even daarvoor extra lading heeft gekregen door het overlijden van hun teamgenoot Dener en de Braziliaanse Formule 1-legende Ayrton Senna.

Uit Rinaldi’s beelden komen smakelijke anekdotes voort, bijvoorbeeld over die ene motivatiespeech in de kleedkamer, nét voor aanvang van de WK-finale, waarin de spelers worden aangespoord om als Japanse Kawasaki-piloten voor de overwinning te gaan. Tot grote hilariteit van zijn medespelers corrigeert spits Romário de spreker direct: hij bedoelt kamikazepiloten! Zo wordt de spanning voor de belangrijkste wedstrijd van hun leven even doorbroken. Ook voormalige tegenstanders van Brazilië (de Zweed Patrik Andersson, de Amerikaan Tab Ramos, de Nederlanders Aron Winter en Ronald de Boer en de Italianen Gianluca Pagliuca, Demetrio Albertini, Alberico Evani) blikken in deze vermakelijke sportdocu terug op het toernooi dat voor hén uitloopt op een teleurstelling.

Inmiddels is het opnieuw 24 jaar geleden dat het Braziliaanse elftal wereldkampioen is geworden, tijdens het WK van 2002 in Zuid-Korea en Japan, en snakt ‘s werelds succesvolste voetballand naar een nieuwe titel – al zou het natuurlijk ook wel aardig zijn als Virgil van Dijk!, Frenkie de Jong! en Memphis Depay! over een jaar of dertig op een soortgelijke manier mogen terugkijken op hun avontuur in de Verenigde Staten, Canada en Mexico in 2026.

Torn: The Israel-Palestine Poster War On NYC Streets

Metallux Studio

Na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023, waarbij ook een groot aantal Israëlische burgers is ontvoerd, beginnen Amerikaanse familieleden van hen heel New York vol te hangen met felrode ‘Kidnapped’-posters, om aandacht te vragen voor de situatie van de gegijzelden en het onbeschrijflijke leed dat zo wordt veroorzaakt.

Als de situatie in Gaza ondertussen volledig escaleert, slaat de strijd ook over naar de Amerikaanse stad. Tegenstanders van Israëls meedogenloze militaire campagne beginnen diezelfde posters te verwijderen. Ze beschouwen die als niet meer dan propaganda, om de genocide op weerloze Palestijnse burgers te legitimeren.

Genuanceerd brengt Nimrod Shapira in Torn: The Israel-Palestine Poster War On NYC Streets (75 min.), aan de hand van de gebeurtenissen in Israël en Gaza in de laatste maanden van 2023, de ideologische strijd die ontbrandt op de New Yorkse straten in beeld. Over wie de echte slachtoffers zijn en welke slachtoffers aandacht krijgen.

Shapira bevraagt daarbij ook enkele posterplakkers. De verwijderaars wilden hem niet aan het woord staan. Hun standpunten en zorgen verwerkt hij via televisie-interviews en social media-uitingen alsnog in zijn film. Hij legt die ook voor aan de mensen achter de posters, die er serieus op ingaan. Zo komt het zowaar toch tot een soort conversatie.

Hoe anders gaat het er op straat, online en in de buitenwereld meestal aan toe. ‘The person who tore this poster supports the MURDER, RAPE and MUTILATION of Jews’, schrijft een boze Joodse Amerikaan bijvoorbeeld. Zo ontspoort het debat steeds verder en leidt dit ook tot het namen & shamen, cancelen en doxen van de opponent.

De Joodse schrijfster Nina Mogilnik, die zelf een kind met een autismespectrumstoornis heeft en die daardoor extra werd geraakt door de ontvoering van het twaalfjarige autistische jongetje Noya Dan, besluit uiteindelijk te stoppen met posteren. Ze gaat op zoek naar een manier om de woede en morele verontwaardiging achter zich te laten.

Met een stift schrijft ze ‘you are loved’ op de resten van weggerukte posters. Het is een klein menselijk gebaar, in een volledig gepolariseerd debat, dat allang niet meer alleen in New York op hoge toon wordt gevoerd. Die scherpte zorgt ervoor dat gewone mensen zich aangevallen en onveilig voelen en ervoor kiezen om voortaan hun mond te houden.

Torn maakt dit fundamentele ongemak, aan de hand van een concrete casus, pijnlijk voel- en zichtbaar.

Melania

Prime Video / Amazon MGM

Vóór deze Melania (2026) was er al een andere Melania (2022). Vóór Melania Trump was er natuurlijk ook Melania Knauss. Vóór de Amerikaanse presidentsvrouw een Sloveens topmodel. En vóór dit pompeuze portret van Brett Ratner dus al een ongeautoriseerde film uit haar geboorteland van Jurij Gruden.

Die eerste Melania-film probeert de vrouw te vangen, die de lange weg heeft afgelegd van een arbeidersgezin in de Balkan naar het Witte Huis in Washington. Gruden moet daarbij nogal wat hindernissen nemen: zijn hoofdpersoon blijft buiten bereik en mensen die dichtbij haar staan, als die er al zijn in Slovenië, krijgt hij ook niet te pakken. Hij moet ‘t doen met een jeugdvriendin, haar advocaat, meneer pastoor en diverse fotografen, waaronder de Fransman Philip Plisson, die totaal verrast is als hem duidelijk wordt dat hij talloze keren een jongere versie van de First Lady voor zijn camera heeft gehad.

Hoe anders zijn de werkomstandigheden voor Ratner. Hij krijgt zogezegd ongefilterd toegang tot Melania, haar liefdevolle man Donald, vader Viktor en de gehele hofhouding van de Trumps. Twintig dagen lang mag hij, ogenschijnlijk als een vlieg op de muur, bij haar aansluiten, in de aanloop naar de tweede inauguratie van haar echtgenoot in 2025. Melania is zelfs bereid gevonden om de film zelf te produceren en als verteller te fungeren. Met vaste hand en afgemeten stem kadert ze haar eigen dagelijkse bezigheden in. Een sterke, betrokken, creatieve, strenge en sociaal voelende vrouw.

Althans… voor iedereen die meegaat in Melania’s narratief. Want elke scène die Brett Ratner zomaar lijkt te registreren is natuurlijk zorgvuldig geregisseerd. Haar leven oogt als een continue choreografie van statige plekken, fotogenieke activiteiten en knipmessende medewerkers, waarbij niets aan het toeval is overgelaten. Of zou Donald haar echt informeren over hoeveel kiesmannen hij heeft gewonnen, terwijl de verkiezingsuitslag dan al zeker twee maanden bekend is? En zou zij werkelijk de omschrijving ‘vredestichter en vereniger’ aan zijn inauguratiespeech hebben toegevoegd om alvast een voorschot te nemen op z’n nalatenschap?

Bij Trump valt natuurlijk niets uit te sluiten. Zoals bij zijn vrouw niets op toeval lijkt te berusten. Elke blik, elk lachje, elke knuffel oogt professioneel. Deze vrouw weet hoe ’t is om bekeken te worden. Ratner legt ’t allemaal ademloos vast en geeft het geheel nog een extra plastic randje met een wezenloze soundtrack, bestaande uit aalgladde eightieshits en klassieke klassiekers. Met zijn film maakt hij van haar, nádat ze dus ooit een gewoon Sloveens arbeidersmeisje was dat begon te dromen over een carrière als supermodel, nu een soort ultieme combinatie van Imelda Marcos, Anna Wintour en Carmela Soprano.

Waarna ie tot besluit, onder de noemer ‘Melania Trump is reinventing the role of America’s First Lady’, nog braaf al haar gigantische prestaties in het eerste jaar van de navolgende ambtstermijn opsomt.

Red Army

Sony Pictures Classics

Sport is oorlog voor de Sovjets. Tijdens ijshockeywedstrijden wordt dus de Red Army (84 min.) ingezet. Het nationale team van de Sovjet-Unie moet de suprematie van het communistische ideaal uitdragen en regelmatig een tik aan het vrije westen uitdelen in de Koude Oorlog.

In de jaren tachtig is vooral eerherstel nodig. Bij de Olympische Spelen van Lake Placid is ‘Het Rode Leger’ onverwacht verslagen door de Verenigde Staten, een overwinning die de Amerikaanse geschiedenis zal ingaan als ‘the miracle on ice’ en die onlangs nog is gereconstrueerd in de documentaire Miracle: The Boys Of ‘80 (2026). In de Sovjet Unie wordt de pijnlijke nederlaag beschouwd als niets minder dan een vernedering.

Aan het vernieuwde Sovjet-team, opgebouwd rond hockeyers die samen ‘De Russische Vijf’ worden genoemd, de taak om wraak te nemen. Dat moet gebeuren onder leiding van de bikkelharde coach Viktor Tikhonov, een man die intens wordt gehaat door zijn eigen team. ‘Als ik ooit een harttransplantatie nodig heb, wil ik het hart van Tikhonov’, zou één van zijn spelers ooit hebben gezegd. ‘Want hij heeft het nog nooit gebruikt.’

Dat wordt in deze boeiende film van Gabe Polsky uit 2014 nog eens benadrukt, als de hoofdpersoon daarvan, Tikhonovs sterspeler Slava Fetisov, in de Amerikaanse National Hockey League wil gaan spelen. Fetisov weigert om het leeuwendeel van zijn salaris af te staan aan de staat, roept daarmee heel wat ellende over zich af en krijgt dan van zijn coach en sommige teamgenoten zeker niet de rugdekking waarop hij hoopt.

Polsky omlijst alle verwikkelingen op, naast en boven het ijs met een zwierige Russische soundtrack, houdt het tempo er flink in en beschikt met de soms lekker dwarse Fetisov over een fijn centraal personage. Hij belichaamt de ontwikkeling die zijn land in die laatste jaren van de Koude Oorlog doormaakt. Na de ontmanteling van de Sovjet-Unie zal ook hij bovendien een opmerkelijke remonte maken in Vladimir Poetins Rusland.

Red Army wordt daarmee méér dan zomaar een sportfilm, over een superteam dat de ene prijs op de andere stapelt. De documentaire dringt door tot het wezen van de Sovjet-Unie, waar de staat almachtig is en gewone burgers volstrekt ondergeschikt zijn, en laat ook zien hoe dat maatschappijmodel steeds verder onder druk komt te staan en daaronder bezwijkt. Waarna het aloude patriotisme al snel toch weer opgeld doet.

Hulk Hogan: Real American

Netflix

‘Wie was die vent nu echt?’ formuleert Hulk Hogan (1953-2025) zelf bij de start alvast de centrale vraag voor deze vierdelige serie van Bryan Storkel, terwijl de gitaarriff van AC/DC’s banger It’s A Long Way To The Top de titelsequentie aankondigt. Hij realiseert zich terdege dat daarin zijn grote successen als showworstelkampioen aan de orde komen, alsmede de vele scheve schaatsen die hij ondertussen ook nog heeft gereden. Want Terry Bollea, Hulks echte naam, is bepaald geen onbeschreven blad.

Van de cartooneske Amerikaanse viking, de grootste ster die de WWE (World Wrestling Entertainment) ooit heeft voortgebracht, is dan, begin 2025, al niet meer héél véél over. Een versleten man die de schijn probeert op te houden en nog eenmaal zijn verhaal doet in Hulk Hogan: Real American (224 min.). De boomlange, helblonde en zonnebankbruine blaaskaak met de druipsnor, het opengescheurde shirt, de theatraal opengesperde ogen en een bandana of zweetband in felle kleuren laat soms zowaar even de man achter het metershoge imago zien.

Hogan breekt definitief door bij de eerste editie van Wrestlemania in 1985, bezocht door sterren als Muhammad Ali, Liberace en Andy Warhol. Als dit evenement een doorslaand succes wordt, is zijn kostje gekocht. Bollea belichaamt alles wat Ronald Reagans Amerika wil zijn en wordt zijn eigen hype: Hulkamania. Tegelijkertijd zal hij ook vastlopen in zijn eigen mythe: voor Terry Bollea is nauwelijks meer ruimte in het woelige leven van Hulk Hogan. Al snel springt er ook een New Yorkse ondernemer op de trein, die nu graag meewerkt aan deze serie, ene Donald J. Trump.

De president van de Verenigde Staten, de showworstelaar onder de Amerikaanse politici, komt volgens eigen zeggen recht uit een belangrijke Rusland-vergadering. Dit is natuurlijk belangrijker. Verder komen in deze miniserie Hulks (herstel: Terrys) eerste vrouw Linda, zijn zoon Nick en concullega’s zoals Jesse ‘The Body’ Ventura, Bret ‘Hitman’ Hart en Jake ‘The Snake’ Roberts aan het woord over de vleesgeworden actiefiguur. Zelf constateert ie halverwege dat Hulkamania inmiddels een vergelijkbare status heeft als Het Wilde Westen en de Tweede Wereldoorlog..

Natuurlijk is er in Real American ook aandacht voor zijn (leugens over) anabole steroïdegebruik, Heintje Davids-complex, relatieproblemen, realityshow, sekstape en al die groter-dan-grote Wrestlemania-tweekampen met een nieuwe, (on)verslaanbare tegenstander. Zelfs filmmaker en worstelfan Werner Herzog draaft nog even op om de vraag op te werpen of het personage Hulk Hogan ook het privéleven beheerst van de man, waarvan hij de echte naam liever niet wil weten. ‘Houd die maar geheim’, zegt Herzog samenzweerderig bij de start van de laatste aflevering.

Daarin werkt Storkel, met name via gevechten die zijn held buiten de ring moet leveren, toe naar de laatste ronde van Hulk Hogans leven, waaruit hij ruim vier uur grotesk vermaak heeft gepeurd. Gespeend van elke vorm van diepgang of subtiliteit, dat wel.

Dolly Parton: America Reunited

Arte

Natuurlijk begint dit portret van Dolly Parton met haar grootste hit. Over Jolene, de haaibaai die haar vent probeerde te stelen. Tevergeefs, natuurlijk. De Amerikaanse zangeres, songschrijver en actrice blijkt steeds weer onweerstaanbaar. Niet alleen overigens door haar ‘royale rondingen’, aldus de verteller van Dolly Parton: America Reunited (52 min.). Ook door de tamelijk overdadige manier waarop de inmiddels tachtigjarige ster zich opmaakt en kleedt. Ofwel Dollyfashion, ‘een overdreven versie van vrouwelijkheid’.

Daarachter gaat een vrije, sterke en ambitieuze vrouw schuil. Ferm stippelt ze haar eigen carrière uit, die hier met louter archiefbeelden en -interviews wordt gereconstrueerd door Nicolas Maupied. Als meisje uit de Appalachen debuteert ze halverwege de jaren zestig in Nashville met de single Dumb Blonde, maar blijkt natuurlijk allesbehalve een dom blondje. Zestig jaar later is zij ‘s werelds countryhoofdstad allang ontgroeid. Dolly – achternaam overbodig – is een begrip geworden. De ‘wise old woman’ van de Amerikaanse entertainmentindustrie.

Daarvoor moet ze zich eerst nog wel losmaken van haar vaste muzikale partner Porter Wagoner. Dolly’s afscheid resulteert in nóg een ongenadige wereldhit: I Will Always Love You. Tweemaal zelfs. Als we de aalgladde versie van Whitney Houston meerekenen. Parton heeft zich dan ook al ontworsteld aan de conservatieve countrywereld. Geheel op eigen kracht groeit ze uit tot een pop- en filmster, ontwikkelt zich tot de peetmoeder van de Amerikaanse LHBTIQ+-scene en begint in Tennessee zowaar haar eigen themapark, Dollywood.

Deze televisiedocu zet al die ontwikkelingen, waarbij ze achter de schermen allerlei persoonlijke tegenslagen moet verstouwen en in het openbaar haar sociale hart laat zien, netjes achter elkaar, voegt daar kleurrijke animaties aan toe en laat de sterke vrouw in kwestie, via oude televisie-interviews, tussendoor ook nog reageren. Als Whitney Houston met die cover van Dolly’s ultieme liefdesverklaring ook haar kas flink heeft gespekt, reageert ze bijvoorbeeld met kenmerkende zelfspot. ‘Het kost veel geld om er zo goedkoop uit te zien.’

Zo maakt Dolly Parton zichzelf definitief onweerstaanbaar en blijft ze meteen eeuwig jong. Want intussen is ook Jolene, haar meesterzet als songschrijver, opgepakt door nieuwe generaties

Trailer Dolly Parton: America Reunited

The Last Class

Abramorama / CoffeeKlatch

Het wordt zijn laatste kunstje. Hoewel hij het idee dat ie met pensioen gaat verafschuwt, staat Robert Reich wel degelijk aan de vooravond van zijn laatste semester als docent aan de Universiteit van Berkely in Californië. Nog één keer gaat de vooraanstaande Amerikaanse econoom, ooit minister van arbeid in de Democratische regering van Bill Clinton, zijn reeks colleges over rijkdom en armoede geven.

De oorzaken en gevolgen van de toegenomen inkomensongelijkheid in de Verenigde Staten zijn sinds jaar en dag Reichs centrale thema. Ongelijkheid ondermijnt naar zijn stellige overtuiging ook de democratie. Dit idee heeft hij al eens uitgewerkt in de documentaires Inequality For All (2011) en Saving Capitalism (2017), die zijn gebaseerd op ’s mans bestsellers. The Last Class (71 min.) is vooral een eerbetoon aan een man die meer dan veertig jaar met alles wat ie had voor de klas heeft gestaan.

Met snippers uit zijn hoorcolleges, die bijna het karakter krijgen van theatervoorstellingen, toont regisseur Elliot Kirschner een meester aan het werk: orerend, ontregelend en zo nu dan ook even een denkpauze inlassend. Een docent die niet alleen wil zenden, maar ook de nieuwsgierigheid en het kritische denkvermogen van een nieuwe generatie Amerikanen wil stimuleren. Als tegengif tegen het ‘dumbing down’-klimaat dat hun land in zijn greep lijkt te hebben gekregen.

Tussendoor reflecteert Robert Reich op zijn leven. De kleine man, die als jongetje werd gepest, is zich een leven lang te weer blijven stellen tegen alle mogelijke pestkoppen en moet nu aanzien dat de ‘poster boy’ daarvan de lakens uitdeelt in de VS. Een echte leider, stelt Reich in dit soms wat brave portret, helpt z’n achterban juist om cynisme te overwinnen en schept ruimte voor diepgaand maatschappelijk debat. Protect the dissident, houdt hij zijn veelal linkse studenten in dat verband voor.

Want zolang het hem gegeven is, blijft hij onderwijzen. Ook nu het einde van zijn loopbaan en leven in zicht komen. Doceren is zijn roeping geweest, constateert Robert Reich geëmotioneerd als zijn laatste officiële college naderbij komt. Dat opgeven voelt als een aanzienlijk verlies. Hij oogt dan even als een gebroken man, die in vrijwel niets lijkt op de docent die z’n gehoor nog altijd uit zijn hand kan laten eten. De man die van z’n laatste kunstje toch maar weer een kunst heeft gemaakt.

Once Upon A Time In Space

BBC / NTR

De Russen zijn de Amerikanen in de jaren zestig steeds nét een stapje voor in de ruimtewedloop. De eerste man in de ruimte? De eerste vrouw? De eerste ruimtewandeling? Stuk voor stuk succesverhalen, waarvoor de Sovjet-Unie zich op de borst kan kloppen. En als de Amerikanen in de jaren zeventig een spaceshuttle ontwikkelen die zowaar meerdere keren de ruimte in kan, brengen de Russen een permanent ruimtestation, Mir, in een baan om de aarde. Het is dan nog ondenkbaar dat de aartsrivalen zullen samenwerken.

In het eerste deel van Once Upon A Time In Space (224 min.) schetst James Bluemel hoe het Amerikaanse ruimtevaartprogramma, dat van oudsher wordt gedomineerd door witte mannen, zich eerst langzaam openstelt voor Afro-Amerikanen. ‘Van slavernij naar ruimtevaart in vier generaties’, constateert Carl, de broer van de zwarte astronaut Ron McNair. NASA begint daarna ook vrouwen te rekruteren. Anna Fisher, de eerste moeder in de ruimte, moet zich alleen wel verweren tegen kritiek die nog geen vader heeft gekregen. Of ze niet thuis moet blijven voor haar dochter Kristin?

Bluemel, die ook al puike Once Upon A Time-series maakte in Irak en Noord-Ierland, concentreert zich in deze vierdelige serie op zulke persoonlijke verhalen. ‘Papa verdween naar Sterrenstad om hard te trainen voor z’n missie’, vertellen de allang volwassen dochters van ‘kosmonaut en held van Rusland’ Aleksandr Lazutkin bijvoorbeeld over hun jeugd. ‘Hij maakte sterrenstelsels van glow-in-the-dark-sterren op ons plafond.’ Zij kunnen dan nog niet bevroeden wat er nog op hun pad komt – en dat hun vader innig bevriend zal raken met een NASA-astronaut, Michael Foale.

Gedwongen door de omstandigheden – het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en economische malheur in de VS – moeten de Russen en Amerikanen namelijk gaan samenwerken. Niet veel later ontstaat er ook een commerciële variant, MirCorp, die voor de eerste burger in de ruimte zal zorgen. Private partijen zoals Elon Musks SpaceX zijn zich tegen die tijd actief met ruimtevaart gaan bemoeien. Elke vorm van Koude Oorlog lijkt dan definitief uit de ruimtewedloop te zijn verdwenen. Russische en Amerikaanse bemanningsleden bouwen een uitstekende verstandhouding op.

‘We dachten dat we ons hele leven vrienden zouden blijven’, vertelt de Amerikaanse astronaut Terry Virts. En dan valt Rusland in 2014 de Krim binnen, de opmaat naar de inval in Oekraïne in 2022, en wordt alles ineens anders. Ook aan boord van de ruimtevaartuigen. De opnieuw opgelaaide strijd tussen de aartsvijanden drijft zelfs een wig tussen ervaren ruimtereizigers die samen de aarde achter zich hebben gelaten, toont deze boeiende serie over de mens binnen de ruimtevaart. ‘Wie de baas is in de ruimte’, stelt de Russische kosmonaut Sergei Zalyotin nuchter, ‘is de baas over de wereld.’

Streetart Frankey

September Film

Met zijn guitige lach, pretoogjes en – jawel! – Frankey-rode muts zou hij kunnen doorgaan voor een personage uit zijn eigen oeuvre. Sterker, misschien is Streetart Frankey (68 min.) – want over hem hebben we ‘t – dat ook wel. Een naïeve, speelse en grappige kaaskopvariant op – pak ‘m gerust beet – de Britse straatkunstenaar Banksy.

Frankey is de man achter de legoversie van André Hazes op de Dam, een waterkraan die eruit ziet als Manneke Pis en de (Nederlandse) leeuw met het helpbordje die kopje onder gaat in een hoofdstedelijke gracht. Als een soort Kuifje in Amsterdam begeeft hij zich op het kruispunt tussen Maurizio Cattelan, Wim T. Schippers en – daar istie weer! – Banksy. Schatplichtig aan Suske en Wiske, Ghostbusters en Buurman & Buurman.

Peter Wingerder volgt Frankey, die eigenlijk – ssst! – Frank de Ruwe heet, van de ene vette knipoog naar de andere schelmenstreek. Samen met zijn geliefde Urs Hasham, die het ‘megaleuk’ vindt om mee te doen en mee te helpen, maakt ie van elke (on)bezonnen actie ook een lekkere foto, die onderdeel is van ’s mans alsmaar uitdijende collectie straatkunstwerkjes, waarmee hij ook best ’s werelds galerieën en musea in wil.

’s Mans strapatsen worden in deze joyeuze film opgeleukt met tekeningen van Typex en animaties van Ot Leendertse. Met een poppetje van een speels figuurtje met een Frankey-rode muts bijvoorbeeld. Zo heeft Streetart Frankey – de docu dus – uiteindelijk hetzelfde effect als het werk van de Nederlandse kunstenaar, designer en handige jongen met precies dezelfde naam: een mens wordt er zowaar vrolijk van.

Kom daar maar eens om in tijden waarin het begrip – lees het navolgende woord aub met gefronste wenkbrauwen –  ‘documentaire’ toch vooral associaties oproept met de oorlog in Oekraïne, het lijden van Gaza en de wankelende democratie in de Verenigde Staten. Over dat laatste gesproken: Frankey – en in zijn kielzog: Wingerder – is erbij als dat wankelen (weer) begint: tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2024.

Als de held van dit verhaal – nee, niet Donald Trump! – New York heeft voorzien van openbare Teenage Mutant Ninja Turtles en WALL-E verkeersborden, hijst hij zich in een levensgrote Hug For Unity-knuffelbeer. Voor de verandering zónder Frankey-rode muts. Als ie in dat pak, in het kader van de naderende verkiezingen, de straat op wil, moet Frankey echter wel een kogelvrij vest aan. Het blijft tenslotte Amerika.

Daar schrikt hij zich een hoedje – vast niet Frankey-rood – bij een campagnebijeenkomst van de Republikeinse presidentskandidaat: ‘nog nooit zo’n negatief event meegemaakt’. En dan wordt de zelfverklaarde held nog gekozen ook! Is de beoogde campagne ‘Frankey Comes To America’ daarna nog wel gepast? vraagt de echte held – Streetart Frankey dus – zich dan af. Al te lang laat hij zich echter niet uit het veld slaan. De plicht/pret roept!

En dus eindigt deze documentaire waar ie begon: bij een zorgvuldig voorbereide en secuur uitgevoerde ludieke actie van de Frankey-rode muts en het mannetje daaronder, de enige echte Frankey.

Borrowed Time: Lennon’s Last Decade

Kaleidoscope / VPRO

Voor documentairemakers zijn acts als The Beatles niets minder dan ‘the gift that keeps on giving’. Steeds is er weer nét een andere ingang, nieuwe bron of frisse invalshoek om de illustere Britse popband of het leven van (één van) ‘The Fab Four’ te belichten. Met John Lennon (1940-1980), niet in het minst door zijn tragische einde, als overduidelijke favoriet.

Borrowed Time: Lennon’s Last Decade (134 min.) probeert zijn leven ná The Beatles in kaart te brengen en kan dus doorgaan voor de zusterfilm van Paul McCartney: Man On The Run, de documentaire waarmee onlangs werd gedocumenteerd hoe Lennons muzikale bloedsbroeder zich losmaakte van de legendarische popgroep die van hen allebei iconen had gemaakt.

De film van Alan G. Parker is ook meteen een soort tegenhanger ervan. Waar McCartney en mensen uit zijn directe omgeving buiten beeld terugblikken aan de hand van bijzonder, soms nog niet eerder toegankelijk gemaakt archiefmateriaal, wordt deze Lennon-docu vooral bevolkt door bronnen uit zijn periferie en een hele stoet biografen, journalisten en andere deskundigen.

Zij spreken overigens niet met meel in de mond. Ze belichten tevens Lennons maar al te menselijke kanten, zijn (verplicht) kritisch over z’n partner Yoko Ono en strooien intussen met smeuïge anekdotes. En natuurlijk vergeten ze ook hun eigen, vanzelfsprekend héél bijzondere, ervaringen met de aanbeden Beatle niet. Samen schetsen ze zo een aardig beeld van Lennons laatste decennium.

Van hun uitgebreide verhalen moet deze praterige film ‘t ook hebben. Want hoewel Borrowed Time oude interviews bevat met John Lennon, diens tante Mimi en de andere Beatles, die bijvoorbeeld reageren op zijn gewelddadige dood, moet de documentaire ‘t wel zonder zijn muziek doen. En die had, zo is al veel vaker aangetoond, wonderen kunnen doen.