De Vereniging Rembrandt, Een Uitzonderlijk Jaar

NTR

Die naam roept verwarring op: De Vereniging Rembrandt. Alsof de vereniging, in 1883 opgericht door particuliere kunstliefhebbers, zich alleen met Rembrandt van Rijn zou bezighouden. Het ‘collectief mecenaat’ telt tegenwoordig 18.000 leden en heeft inmiddels meer dan 2500 Nederlandse kunstaankopen gesteund. Zonder De Vereniging Rembrandt zou er in eigen land nauwelijks een Hollandse meester zijn te zien, maar de leden ontfermen zich net zo goed over moderne kunst. ‘Elke aankoop is een wonder’, stelt directeur Fusien Bijl de Vroe.

En dan komt er zowaar toch een aanvraag voor de aankoop van een Rembrandt binnen. Van één van de bestuursleden nota bene. Directeur Taco Dibbits van het Rijksmuseum in Amsterdam vraagt een aanzienlijke bijdrage voor de aankoop van De Vaandeldrager, een schilderij uit 1636 dat wellicht kan worden aangekocht van de familie De Rothschild. Zij vragen tweehonderd miljoen voor het kunstwerk, dat zijn dagen al sinds jaar en dag in een kluis te Monte Carlo slijt en niet toegankelijk is voor het publiek. Niet elk bestuurslid is op voorhand even enthousiast.

Terwijl het bestuur onder leiding van voorzitter Arent Fock begint te delibreren over of steun aan het Rijksmuseum nu wel of niet opportuun is, bivakkeert Dibbits op de gang. En als hij terugkeert in de vergadering, laat geen van zijn collega’s iets los. Er kan nog geen knipoogje vanaf, verzucht hij in De Vereniging Rembrandt, Een Uitzonderlijk Jaar (55 min.) van Oeke Hoogendijk, die na Het Nieuwe RijksmuseumMarten & Oopjen: Portret Van Een Huwelijk en Mijn Rembrandt dus monter verder is gegaan met het ontsluiten van het beheer van (inter)nationale kunst door de gegoede burgerij.

De documentairemaakster slaagt er opnieuw in om van een op zichzelf tamelijk elitair onderwerp een toegankelijke film te maken, die bovendien actuele vragen stelt over de manier waarop musea hun collecties samenstellen. Kiezen die bijvoorbeeld niet veel te gemakkelijk voor de grootmeesters van De Gouden Eeuw, die door een gebrek aan interesse van de Nederlandse overheid in de achttiende en negentiende eeuw veelal in buitenlandse handen zijn beland? En souperen die dan niet veel te veel van het beschikbare budget voor kunst en cultuur op?

Fusien Bijl de Vroe laat zich door zulke discussies niet meer van de wijs brengen. ‘Dat is één van de dingen die ik prachtig vind van naar het museum gaan: er hangen geen prijskaartjes meer aan’, stelt ze. ‘Je mag gewoon kijken.’

Longstay

Mok & Uslu BV

In principe is dit het perspectief voor de rest van hun leven, hier op de Longstay (90 min.). Want deze mannen vormen volgens hun begeleiders nog steeds een gevaar voor de samenleving. In 2009 biedt de Pompestichting in het Brabantse dorp Zeeland aan zo’n veertig mensen Langdurig Forensisch Psychiatrische Zorg. Zij hebben ooit TBS opgelegd gekregen, maar worden inmiddels beschouwd als uitbehandeld. Het is de vraag of ze ooit nog naar buiten mogen. De patiënten moeten zich er dus mee verzoenen dat dit hun leven is, achter de hekken van de longstay-afdeling.

‘Ik heb zelf voor longstay gekozen, omdat ik weet dat ik gevaarlijk ben’, vertelt Frank in deze observerende documentaire, waarmee Meral Uslu en Maria Mok een Gouden Tegel hebben gewonnen. Frank weet van zichzelf: buiten gaat ’t mis. Hij wil geen slachtoffers meer maken. ‘Wat heeft het namelijk voor zin om jezelf te belazeren en gewoon net te doen alsof, naar een resocialisatie te gaan en daar naar buiten te stappen en het volgende slachtoffer voor je neus te zien staan?’ zegt hij. ‘Nee, sorry, dat ging er bij mij dus niet in. Dus heb ik gezegd: pas.’

Zo berust de één in zijn lot, terwijl een ander er maar geen vrede mee kan hebben. Rudy, een goedlachse Antilliaanse man die een kleine twintig jaar geleden een ernstig geweldsdelict pleegde, heeft nog altijd de hoop dat hij ooit vrijkomt. ‘Ik beschouw het toch wel als inhumaan’, zegt zijn advocaat tijdens een rechtszitting over de verlenging van Rudy’s TBS, ‘dat deze cliënt, die toch al heel veel  jaren stabiel is en ook goed functioneert, toch een soort verkapt levenslang heeft gekregen en hem eigenlijk door de kliniek weinig tot geen behandelperspectief wordt geboden.’

‘Wij hebben allemaal een stoornis in het hoofd’, vertelt Willem, die inmiddels bijna veertig jaar vastzit en zich daar ook mee verzoend lijkt te hebben. ‘En dat gaat niet meer weg en is erger geworden door drugs en drank.’ Samen met zijn begeleider Marjo gaat hij op bezoek bij zijn familie. Zij maakt zich er geen zorgen over dat hij er onderweg tussenuit knijpt. ‘Willem is bang dat ie mij uit het oog verliest’, zegt ze vanachter het stuur. ‘Samen uit, samen thuis’, beaamt de man, die soms last heeft van psychoses en stemmen in z’n hoofd en dan erg angstig en wantrouwend kan zijn.

Als vliegen op de muur, hun handelsmerk, kijken en luisteren Uslu (camera) en Mok (geluid) mee op de longstay-unit. Het resultaat is een uniek kijkje achter de hekken. Als er een groep nette dames wordt rondgeleid, een sneeuwballengevecht ontstaat of een tatoeage wordt gezet. Bij het werk, de pedicure of het separeren. Intussen volgen en voeren ze kleine gesprekjes. Over het hebben van een relatie, medicatie innemen, op verlof gaan, drugs gebruiken, ‘getherapeutiseerd’ zijn, stiekem porno kijken en de nieuwe woonlocatie, waar ze met een grotere groep gaan samenleven.

Bij de ene patiënt blijft de achterliggende problematiek goed verborgen en zie je als leek een ogenschijnlijk netjes gesocialiseerde man, bij een ander is vanaf de eerste aanblik duidelijk dat er iets grondig mis is. Meral Uslu en Maria Mok oordelen verder niet en laten elke persoon, hoe beschadigd ook, in z’n waarde. Deze film maakt weer mensen van hen – al is Longstay ook zeker geen pleidooi om iedereen weer een leven buiten de kliniek te gunnen. Want in andere omstandigheden kunnen ze zomaar weer een gevaar zijn. Voor zichzelf, hun directe omgeving én de samenleving als geheel.

Danger Zone

Dogwoof

Als het hommeles is in Somalië, wil iedereen volgens Rick Sweeney naar Somalië. Wanneer het misgaat in Irak, dan ontstaat er automatisch vraag naar Irak. Zo werkt het volgens de Amerikaanse reisorganisator in de wereld van de War Zone Tours. Sweeney wilde als jongen het leger in, maar werd afgekeurd vanwege rugproblemen. Omdat hij echter nadrukkelijk bleef zoeken naar de adrenalinerush van, zoals hij dat zelf noemt, de betere Bruce Willis-film, begon de ‘thrillseeker’ commerciële reizen naar oorlogsgebieden te organiseren.

Eleonora Giuliani uit Los Angeles is zo’n toerist die af en toe de Danger Zone (92 min.) opzoekt. Ze ervaart het normale leven vaak als nep en oppervlakkig en heeft daarom volgens eigen zeggen soms behoefte aan de drie R’en: raw, real en rough. In Irak mocht ze bijvoorbeeld al eens met een mortier op een kamp van Islamitische Staat schieten. Nu maakt ze zich op voor een trip naar het Afghanistan van de Taliban. Eerst krijgt ze in eigen land nog een training. Eleonora gaat, natuurlijk, schieten en mag ook een auto besturen die zogenaamd op de vlucht is en allerlei objecten moet ontwijken. En aan het eind wacht de verplichte foto met een coole blik en indrukwekkende mitrailleur.

De Amerikaanse jongeling AJ Harris wil ook wel eens zo’n gevaarlijke trip maken en sluit in deze sterke film van Vita Maria Drygas aan bij de ervaren oorlogstoerist Andrew Drury. Thuis laat de Brit hem alvast wat parafernalia zien, die hij in de loop der jaren heeft verzameld: een raket uit Tsjetsjenië, het naamplaatje van een opgeblazen man en een menselijk botje dat hij opdeed in Soedan. Drury heeft zulke heftige ervaringen nodig in zijn leven, zegt hij. Hij houdt weliswaar zielsveel van zijn vrouw en kinderen, maar gewoon is ook maar zo gewoon. En we kunnen met z’n allen, legt hij voor de zekerheid nog eens uit in een vlog, natuurlijk ook leren van het lijden van anderen.

Drygas kijkt zonder commentaar mee bij de pleziertrip van Eleonora naar Afghanistan en het ramptoerisme van het duo AJ (steevast met zonnebril) en Andrew (die de stemming erin houdt/brengt met observaties zoals: dit moet toch echt ‘één van de gevaarlijkste plekken op aarde’ zijn) in het Somalische Mogadishu. De twee reizen zijn parallel gemonteerd. Als de spanning op de ene plek oploopt, zijn er op de andere genoeg weerloze kinderen om je weer een goed gevoel te bezorgen. ‘Het is net als in een film’, vertelt AJ aan zijn vriendin. En Eleonora bezigt nog maar eens de lijfspreuk van verwende westerlingen: YOLO, You Only Live Once.

Zo sterft iedereen natuurlijk ook maar één keer – al willen sommige ramptoeristen eigenlijk wel duizend doden sterven (om dan overigens weer vrolijk verder te gaan met hun leven). Gaandeweg blijkt echter dat deze geheel verzorgde all inclusive-tripjes naar oorlogsgebied toch niet voor iedereen zijn weggelegd of op z’n minst meer kosten dan in eerste instantie gedacht. Zonder opsmuk of al te opzichtig waardeoordeel kijkt Vita Maria Drygas naar deze parasitaire industrie, waarbij menige kijker desondanks toch wel even zijn wenkbrauwen zal fronsen.

De Wereld In Ter Apel

BNNVARA

Als er één onderwerp is waarbij feiten en fabels voortdurend door elkaar lopen, dan is ‘t wel de Nederlandse asielcrisis. Aan de journalistiek de taak om het kaf van het koren te scheiden en de feiten, en de daarbij betrokken personen, te laten spreken. Waar de miniserie Bij Ons Op Het AZC onlangs het dagelijks leven binnen het asielzoekerscentrum van Zutphen in beeld bracht en de mensen portretteerde die daar verblijven en werken, kiest De Wereld In Ter Apel (212 min.) nu een systeembenadering: hoe werkt het veelbesproken Nederlandse asielbeleid in de praktijk?

De vierdelige serie van Martin Maat en Hans Hermans, het duo dat de afgelopen jaren ook al De Boerenrepubliek en Een Porseleinen Huwelijk uitbracht, start op 21 november 2023, de avond vóór de Tweede Kamerverkiezingen, die een politieke aardverschuiving te weeg brengen. In het veelbesproken aanmeldcentrum in het Groningse dorp, ‘de enige voordeur van Nederland’ brengen 165 asielzoekers dan de nacht door op de vloer van drie wachtkamers. Het is het beschamende sluitstuk van een turbulent jaar, waarin de filmmakers hebben meegekeken in Ter Apel.

Daarna gaat de miniserie terug naar het begin van 2023, als het nog relatief rustig is in het centrum. Stapsgewijs lopen Maat en Hermans in eerste instantie de verschillende elementen van de asielprocedure door, waarbij ze getuige zijn van verhoren door de vreemdelingenpolitie, IND-gehoren en terugkeergesprekken met mensen uit landen als Syrië, Colombia, Somalië, Marokko en Iran. Na afloop delen de makers, die de gebeurtenissen via een voice-over op neutrale toon inkaderen, de uitkomst ervan. Meestal is dat een variant op: de procedure loopt, de uitkomst ervan laat nog op zich wachten.

Tegelijkertijd neemt De Wereld In Ter Apel ook elders in de wereld poolshoogte. In Raqqa bijvoorbeeld, waar het leven door de Syrische burgeroorlog nog altijd volledig ontregeld is. Bij het oerbos tussen Polen en Belarus, waar vluchtelingen, in strijd met Europees en internationaal recht, gedwongen worden teruggestuurd. Op de Middellandse Zee, ‘de dodelijkste grens ter wereld’, waar Artsen Zonder Grenzen vluchtelingen uit gammele boten proberen te redden. En in Ethiopië, waar honderdduizenden gevluchte Somaliërs ‘in de eigen regio’ worden opgevangen.

Hoewel de verwikkelingen in binnen- en buitenland soms echt met elkaar gematcht moeten worden, is de bedoeling duidelijk: de Nederlandse asielcrisis is niet los te zien van ontwikkelingen in de rest van de wereld en dus ook niet zomaar vanuit hier bij te sturen. Intussen loopt de situatie in de loop van 2023 steeds verder uit de hand. Ter Apel kampt met veel te weinig plekken en overlast gevende asielzoekers. In de rest van het land blijft er een schrijnend tekort aan opvanglocaties en is er ook weinig animo om bij te springen. En Den Haag blijft maar bakkeleien over de spreidingswet.

Daarmee krijgt deze serie, die nuchter, kalm en beschrijvend begint, gaandeweg steeds meer drama en urgentie. Als het systeem aan de basis helemaal dreigt vast te draaien. Omdat elders het vermogen of de bereidheid ontbreekt om de maatregelen te nemen die nodig zijn om deze uitdaging, die het kleine Nederland natuurlijk ontstijgt, beheersbaar te houden.

The Player

Cinema Delicatessen

‘Misschien is niets geheel waar en zelfs dát niet.’ Met dit citaat van Multatuli opent John Appel deze bekroonde zoektocht naar zijn vader. Naar de man zelf en mannen zoals hij. Gokkers. Waaghalzen. Oplichters. Mannen die leven met, door en voor risico.

Appel start in The Player (84 min.) bij een zwart-wit foto. Van zijn vader, bij diens luxewagen, een Mercedes. Hij pakt een brief erbij, gedateerd op dinsdagochtend 18 april 1978. De enige die zijn vader hem ooit schreef, een half jaar voor zijn dood. ‘Je vader heeft het “ei van Columbus” uitgevonden’, schrijft hij. Even later gevolgd door: ‘Natuurlijk zul je denken: dat is weer een truc van je vader, maar nee, dat is het niet. Het resultaat zal ongelovelijk succesvol zijn.’ Pas aan het einde van de film wordt duidelijk wat voor een ei John Appels vader denkt te hebben gevonden en of ‘t een gouden exemplaar is – of toch eerder een lege dop.

Om dichter bij die spannende en ook onbegrijpelijke ouder te komen, zoekt zijn zoon in deze persoonlijke film uit 2009 zielsverwanten van hem op, mannen die een deel van de ‘thrillseeker’ Appel senior representeren. Op de renbaan in Duindigt, bij de paardenraces die zijn vader ook veelvuldig bezocht in de laatste fase van zijn leven, ontmoet John bijvoorbeeld de charmante en ondoorgrondelijke bookmaker Harry Engels. ‘Er is één ding in mijn leven’, vertelt die, niet zonder trots. ‘Alles is onzeker.’ De joviale heer pronkt bovendien met een eindeloze rij foto’s van vriendinnen, die hun heil echter stuk voor stuk elders hebben gezocht.

In de Koepelgevangenis van Haarlem spreekt Appel daarnaast met Harry Hofland, een man die al een aanzienlijke periode vastzit vanwege oplichting en nu echt zijn leven wil beteren. Echt. Tegelijkertijd vertelt Hofland hoe liegen en bedriegen hem met de paplepel zijn ingegoten en inmiddels ook een soort tweede natuur zijn geworden. Als het hem lukt om ergens mee weg te komen, vindt hij dat ‘onbeschrijfelijk mooi’. In San Remo tenslotte mag de documentairemaker meekijken bij gokker Ted Stolzenbach. ‘Zodra je het Casino binnenloopt heb je geen verleden’, stelt die filosofisch. ‘Je hebt alleen nog maar een toekomst.’

Van Stolzenbach is ook de uitspraak die als een soort leidmotief voor deze documentaire geldt: een echte gokker zet zichzelf op het spel. Het is een vorm van Russische roulette, beweert hij. Die levenshouding spreekt ook uit zo’n beetje elke anekdote van John Appel over zijn vader, waarmee hij deze intrigerende film aanstuurt en richting geeft. De man móest balanceren op het slappe koord tussen spel en realiteit. De gedachte dat hij elk moment naar beneden zou kunnen vallen bleef tot het allerlaatst onweerstaanbaar. En dat was weer volstrekt onbegrijpelijk voor al wie hem liefhad.

Bassie & Adriaan – Een Schat Aan Herinneringen

AVROTROS

Adriaan is acrobaat. En Bassie zit vol kattenkwaad. Tenminste, zo zitten ze in het collectieve geheugen van (eeuwige) kinderen opgeslagen: Bassie & Adriaan.

De Vlaardingse broers Bas en Aad van Toor, beiden inmiddels dik in de tachtig, begonnen echter allebei als acrobaat. Onder de naam The Crocksons traden ze van 1955 tot 1980 op als duo. En op dat acrobatenwerk zijn ze misschien nog wel het meest trots, stelt Aad. Ze hadden echt internationaal succes. ‘Wat de gein is: je komt op als de grote onbekende’, vult zijn oudere broer aan. ‘En na vijf minuten hebben die mensen door dat je wat presteert… Jóh, zie je dat? Dat is natuurlijk fantastisch!’

In Bassie & Adriaan – Een Schat Aan Herinneringen (45 min.) gaan de twee er eens lekker voor zitten om herinneringen op te halen. Want toen ze te oud werden voor het acrobatenleven, vonden de gebroeders Van Toor zichzelf opnieuw uit als komisch duo. Hele generaties Nederlanders zijn opgegroeid met B&A en door hen verzonnen creaties zoals De Plaaggeest (een schurk waarvan kinderen echt wakker lagen), De Baron, Robin de robot, Vlugge Japie en de boeven B2 en B100.

De verhalen van Bas en Aad zijn natuurlijk gelardeerd met hoogtepunten uit hun oeuvre en worden aangevuld door oud-medewerkers zoals acteur Hans Beijer (B100) en archivaris Martijn Passchier. De bekende Bassie & Adriaan-liefhebbers Paul de Leeuw, Gert Verhulst, Danny Verbiest en Mart Hoogkamer dragen eveneens hun steentje bij aan deze ongegeneerde lofzang op de kindervrienden, waarbij de ruzies tussen de twee, breed uitgemeten in de roddelpers, maar achterwege zijn gelaten.

Want wat er ook gebeurt in het Bassie & Adriaan-universum, altijd blijven lachen….

The Fog Of War

Sony Pictures Classics

Hoe is ’t toch mogelijk dat een groep vooraanstaande Amerikaanse denkers en politici jarenlang zo de mist is ingegaan in Vietnam? Wat heeft een evident intelligente man als Robert McNamara (1916-2009) bijvoorbeeld bewogen om zijn land, als de langstzittende minister van Defensie uit de geschiedenis van de Verenigde Staten, consequent dat duivelse moeras in te blijven sturen?

Hij had kunnen voortleven als de man die autofabrikant Ford eind jaren vijftig grondig moderniseerde, als president Kennedy’s topadviseur bij het bezweren van de Cubacrisis in 1962 (toen de toekomst van de wereld aan een zijden draadje hing) of als president van de Wereldbank. Robert McNamara zou alleen de geschiedenis ingaan als ‘de architect van de Vietnamoorlog’.

In The Fog Of War (107 min.), in 2003 bekroond met de Oscar voor beste documentaire, gaat Errol Morris samen met de briljante, stronteigenwijze en nog altijd strijdbare intellectueel en politicus op zoek naar een antwoord. Dat resulteert volgens de ondertitel van de film in ‘Eleven lessons from the life of Robert S. McNamara’. Die zijn door Morris uit hun interviews gedestilleerd.

Probeer je te verplaatsen in je opponent, bijvoorbeeld. Of: verhoog de efficiëntie. En: kijk altijd kritisch naar je eigen gedachtegang. Het gesprek tussen de heren, van in totaal zo’n twintig uur, heeft plaatsgevonden via de door Morris ontwikkelde ‘interrotron’. De twee mannen maken oogcontact met elkaar via een spiegel in de cameralens. Daardoor kan McNamara récht in de camera kijken.

Indringend. Fel. En een enkele keer ook geëmotioneerd. Een oudere man inmiddels. Sadder and wiser, maar nog net zo helder denkend en messcherp formulerend als in de dagen dat hij in het centrum van de macht stond. ‘Ik denk dat wij als menselijk ras meer over doden moeten nadenken’, zegt hij bijvoorbeeld. ‘Hoeveel slechtheid kunnen we ons veroorloven om goed te doen?

Via zijn gesprekspartner schetst Errol Morris de Amerikaanse historie van pak ‘m beet de Tweede Wereldoorlog via de Koude Oorlog tot de smadelijke terugtocht uit Vietnam. De nadruk ligt natuurlijk op die verdoemde oorlog, waarvan Robert McNamara, die zowel John F. Kennedy als diens opvolger Lyndon Johnson diende als minister van Defensie, het tamelijk hautaine gezicht is geworden.

Morris illustreert de bespiegelingen van de inmiddels 87-jarige oud-politicus met archiefbeelden, audio-opnamen van diens gesprekken met zijn presidenten en collega’s en een enkele visualisatie, zoals bijvoorbeeld van de beruchte Dominotheorie, op basis waarvan de Verenigde Staten ooit heeft geïntervenieerd in Vietnam. Want het Aziatische land mocht beslist niet communistisch worden.

De befaamde componist Philip Glass heeft ook deze Morris-productie weer van een urgente soundtrack voorzien, die de film continu voortstuwt. En dan ligt aan het eind alleen de beginvraag nog ongeduldig op antwoord te wachten: hoe dan? McNamara’s antwoord zit al vervat in de titel: het is de mist die nu eenmaal rondom oorlog hangt. Oorlog is te complex voor het menselijke brein.

Door die mist kun je als beslisser vaak geen hand voor ogen zien en is het dus onvermijdelijk dat je verkeerde beslissingen neemt. Tien jaar later zou de Amerikaanse filmmaker overigens nog een soort vervolg op The Fog Of War maken: The Unknown Known. Over de Amerikaanse minister van Defensie, Donald Rumsfeld, de architect van de oorlog in Irak. Ook hij raakte verdwaald in de mist.

Hell Camp: Teen Nightmare

Netflix

Eens in de zoveel tijd steekt het idee weer de kop op: de jeugd van tegenwoordig deugt nergens voor en moet dus collectief naar een heropvoedingskamp worden gestuurd.

Sommige ouders voegen de daad bij het woord. Nadine, volgens eigen zeggen het opstandige zwarte schaap van haar familie, was vijftien jaar oud toen ze in 1989 ’s ochtends vroeg van haar bed werd gelicht. ‘Als ik probeerde te vluchten’, herinnert de Amerikaanse vrouw zich, ‘zouden ze me in de boeien slaan.’ In het donker werd ze naar het vliegveld gebracht en met een privévliegtuig naar de woestijn van Utah vervoerd. Daar kreeg de tiener een briefje in haar handen gedrukt: ‘Beste Nadine, dit is voor je eigen bestwil. We houden van je. Papa & mama’.

Ze is terechtgekomen bij de Challenger Foundation, het geesteskind van Steve Cartisano, een voormalige sergeant bij de Amerikaanse luchtmacht. En dan kan iedereen wel bedenken hoe ’t er tijdens dat ‘wildernistherapiekamp’ aan toegaat: discipline, tucht en héél veel psychologie van de koude grond. Een beetje angst kan geen kwaad, meent voormalig field director Lance ‘Horsehair’ Jaggar in Hell Camp: Teen Nightmare (90 min.). Hij is absoluut tegen mishandeling, maar zegt ook: een goed pak slaag kan soms wonderen doen.

Deze documentaire van Liza Williams had een kritische reflectie kunnen worden op zulke heropvoedingskampen voor probleemjongeren, die met name in de Verenigde Staten nog altijd zeer populair zijn. Het is een industrie waarin behoorlijk wat geld omgaat. En het blijft natuurlijk de vraag wat het totaal afbreken van tieners, om ze vervolgens weer helemaal opnieuw op te bouwen, uiteindelijk doet met jongeren. Dat is echter niet de insteek van deze film, die liever het fenomeen Steve Cartisano en de misstanden bij zijn kampen belicht.

’s Mans carrière verloopt al net zo rommelig als deze weerslag daarvan. Als bij één van zijn kampen een zestienjarige deelneemster overlijdt, gaat het al snel bergafwaarts met Steve en zijn lucratieve onderneming. Hij zoekt zijn heil noodgedwongen in het buitenland. In exotische oorden probeert hij ontspoorde jongeren van gefortuneerde ouders weer op het juiste spoor te krijgen. In plaats daarvan belandt Steve Cartisano echter zelf steeds nadrukkelijker in de problemen. En hij trekt de aan hem toevertrouwde tieners met zich mee, inclusief twee van zijn eigen kinderen.

Hell Camp – de goedkope titel en het effectbejag in de openingsscène deden ’t al een beetje vermoeden – belandt ondertussen op steeds schimmiger terrein en verkiest consequent spanning en sensatie – met een pijnlijke beschuldiging aan het adres van Cartisano, als nauwelijks meer te verifiëren uitsmijter – boven het serieus doorlichten van heropvoedingskampen: wat is het effect op de lange termijn van zo’n kamp? En heeft de jeugd van tegenwoordig baat bij zo’n strikte, wat meer militair ingestoken aanpak of wordt er vooral schade aangericht?

Lutar, Lutar, Lutar

ESPN

Alleen de liefde zelf maakt net zulke grote emoties los als de belangrijkste bijzaak van de wereld, voetbal. Lutar, Lutar, Lutar (110 min.) levert het tastbare bewijs, via de aanhang van Clube Atlético Mineiro, sinds 1908 de trots van de Braziliaanse mijnwerkersstad Belo Horizonte. De gezworen fans Sérgio Borges en Helvécio Marins Jr. belichten de turbulente historie van hun club, vanuit de beleving van supporters zoals zijzelf. ‘Wij zijn geen team dat de ene na de andere cup wint’, zegt een fan van ‘Galo’ treffend. ‘Wij zijn een team van eer, lef en traditie. Nog een beker in de prijzenkast? Big fucking deal. Ik ben een Atleticano. Die cups kunnen me gestolen worden. Ik ben een martelaar.’

‘Huwelijken, verjaardagen, noem ’t maar op’, zegt Tia Célia Diniz, een oudere vrouw, die voor de camera heeft plaatsgenomen in het zwart-witte clubshirt. ‘Als Galo speelt, hoeven ze niet op me te rekenen. Dan zit ik in het stadion.’ De quote zou zo afkomstig kunnen zijn uit Fever Pitch, het heerlijke boek dat Nick Hornby schreef over zijn tragische liefde voor de Londense voetbalclub Arsenal. Tia illustreert nog maar eens hoever haar liefde gaat: ‘Mijn dochters bevielen altijd als het seizoen al was begonnen. Ik bracht hen dan naar het ziekenhuis en zei: als ik terugkom van de wedstrijd, kun je me vertellen of het een jongen of een meisje is geworden. Het is hoe dan ook een Atleticano.’

De club maakt elementaire clangevoelens los. Die spelen nog altijd duchtig op bij de herinnering aan de dramatische beslissingswedstrijd om het Braziliaanse kampioenschap van 1977 tegen grote rivaal São Paulo. Het onrecht stapelde zich werkelijk op: Galo had in de competitie elf punten voorsprong opgebouwd (die nu ineens niet meer meetelden), moest aantreden zonder z’n sterspeler Reinaldo, werd een glaszuivere strafschop onthouden en ging toen de bietenbrug op na een dramatisch verlopen penaltyreeks. Het verlies leidde tot massale rouwtaferelen in de Braziliaanse stad. ‘Belo Horizonte heeft nooit een triestere dag gekend’, zegt Reinaldo in dit gepassioneerde clubportret.

De traumatische nederlaag is ook een bevestiging: Atlético Mineiro wordt stelselmatig benadeeld tegenover de clubs uit grote steden zoals Rio de Janeiro of São Paulo. En dat Calimero-complex blijkt, in combinatie met blinde clubliefde, een prima drijfveer om tóch te komen tot grote prestaties. Al kunnen die dat gevoel van miskenning nooit helemaal wegnemen. Want zeg nou zelf: Reinaldo is toch beslist niet minder dan de legendarische Pele, die alom wordt beschouwd als de beste speler aller tijden? Bedenk daarbij dat de sterspeler van Galo jarenlang he-le-maal kapot is geschopt en daarnaast op alle mogelijke manieren werd tegengewerkt door de militaire machthebbers in het land.

Borges en Marins Jr. volgen hun club over hoge toppen en door diepe dalen. Via interviews met voormalige topspelers als ÉderToninho Cerezo en Ronaldinho en ronduit schitterende voetbalbeelden uit de meer dan een eeuw omvattende clubhistorie, natuurlijk. Eerst en vooral is Lutar, Lutar, Lutar – wat zoveel betekent als: streef, streef, streef, een leus die regelmatig door Galo’s thuisbasis Mineirão galmt – echter een lyrische ode aan al die Atleticano’s en de manier waarop zij leven met hun club. Als Atlético Mineiro na enkele magere jaren in 2013 eindelijk de Copa Libertadores in de wacht sleept, het hoogtepunt uit de clubhistorie en de climax van deze film, is het volksfeest dan ook niet te overzien.

‘Dank u God, vader, moeder, oom dat ik een Atleticano mocht worden’, vat verteller Carol Leandro dit sentiment nog even samen, bij een beeld waarop ze in het stadion met andere fans een doelpunt viert. ‘Dit ben ik: Carol. Vrouw, zwart en supporter. Maar er is geen betere definitie van mij dan de zin op het spandoek hier achter op de foto. Wij als Atleticano spreken altijd in meervoud. Wij blijven en wij zingen. Wat er ook gebeurt, ongeacht de tijd of omstandigheden, dat is een vanzelfsprekendheid in ons leven. Wij blijven en wij zingen.’ Waarna het ‘Galo, Galo, Galo…’ weer van de tribunes neerdaalt…

Indië Verloren… Selling A Colonial War

Periscoop Film

Onze jongens gingen de lokale bevolking helpen. Zo probeerde de Nederlandse regering de oorlog in Indonesië, dat zich na de Tweede Wereldoorlog los wilde maken van de westerse kolonisator, tenminste jarenlang te framen. En gevechtshandelingen door Nederlandse troepen werden, in een opzichtige poging om de geschiedenis te falsificeren, verkocht als een binnenlandse aangelegenheid: ‘politionele acties’.

In Indië Verloren… Selling A Colonial War (131 min.), onlangs bekroond met de Beeld & Geluid IDFA ReFrame Award, onderzoekt In-Soo Radstake de pijnlijke geschiedenis van Nederlands Indïe, die in de jaren 1947-1949 tot een climax komt tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. Het Nederlandse leger, waaronder veel dienstplichtigen, heeft zich daarbij schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden. Ruim een halve eeuw later komen daarvan echter pas de eerste beelden naar buiten. Decennialang heeft niemand, een enkele klokkenluider daargelaten, zijn vingers eraan durven te branden.

Met een bulk aan onthullend, inzichtelijk en ontluisterend beeld- en geluidsmateriaal, van commentaar voorzien door onafhankelijkheidsstrijders en Nederlandse en Indonesische veteranen en ingekaderd met behulp van Indonesische, Amerikaanse, Australische en Nederlandse historici en onderzoekers, waadt Radstake behoedzaam door het stinkende moeras dat is ontstaan rondom een ogenschijnlijk best eenvoudig conflict tussen een westerse kolonisator en een kolonie die zich na eeuwenlange overheersing eindelijk los wil maken.

De situatie wordt echter ernstig bemoeilijkt door de weerspannigheid van de Nederlandse overheid (niet gehinderd door de slaafse pers), politieke strubbelingen binnen Indonesië zelf en de gespannen internationale verhoudingen. Na de Tweede Wereldoorlog, waarin de Aziatische eilandstaat bezet is geweest door Japan, breekt vrijwel direct de Koude Oorlog uit en begint bij de Verenigde Staten en andere westerse mogendheden de zogenaamde Dominotheorie opgeld te doen. Indonesië mag dus in geen geval in communistische handen vallen.

Indië Verloren… lijkt soms bewust ruw gemonteerd en laat zien dat de deskundigen ook niet altijd alle kennis direct paraat hebben, soms even de tijd moeten nemen om iets op te zoeken of door de filmmaker nadrukkelijk worden geïnstrueerd of ingefluisterd. De functie daarvan is niet helemaal helder – of het moet bedoeld zijn als bewijs dat het hier om een gecompliceerde geschiedenis gaat, die alle betrokkenen noopt om de verschillende gebeurtenissen, denkbeelden en ontwikkelingen op kousenvoeten te doorlopen.

Ruim 75 jaar na dato blijkt de term ‘oorlogsmisdaden’, ondanks excuses van de Nederlandse regering, bijvoorbeeld nog altijd zeer gevoelig te liggen. En ook in Indonesië verkiest menigeen een eenvoudig heldenverhaal boven de diffuse en soms ook gewoon ongemakkelijke waarheid, die in deze breed opgezette, stevig doortimmerde en ook nog steeds urgente film wél de ruimte krijgt. Want wie het verleden niet kent (of wil kennen), is gedoemd om dat te herhalen.

Hear And Now

HBO

Ruim 65 jaar hebben ze geleefd zonder te horen. En dan willen Sally en Paul Taylor alsnog de oversteek wagen naar de horende wereld. Het Amerikaanse echtpaar besluit een cochleair implantaat te nemen. Hun dochter, de filmmaker Irene Taylor Brodsky, heeft zo haar twijfels. ‘Ik werd zenuwachtig van hun keuze’, vertelt ze in de aangrijpende egodocu Hear And Now (83 min.) uit 2007. ‘Wie zijn ze na de operatie? Zijn ze dan nog steeds doof? Horend? Of iets ertussenin? Wat als het implantaat niet werkt? Of één van hen straks kan horen en de ander niet?’

De film start een week voordat Irene’s ouders onder het mes gaan. Eerst moeder Sally, enkele dagen later vader Paul. Voordat het zover is tekent hun dochter het leven op dat ze tot dusver hebben geleid. Dat begint met de realisatie van haar grootouders – en eerst ook de ontkenning daarvan – dat hun kind doof is. Sally en Paul worden allebei op jonge leeftijd naar het gerenommeerde Central Institute For The Deaf in St. Louis gestuurd, waar ze leren praten en ook elkaar ontmoeten. Op de middelbare school, tussen horende kinderen, realiseren ze zich voor het eerst wat het betekent om doof te zijn en hoezeer zij daardoor losstaan van de horende wereld.

Inmiddels hebben de twee hun eigen plek in die wereld gevonden en samen drie, horende, kinderen op de wereld gezet. ‘Mijn ouders zijn goed in doof zijn’, constateert Irene trots. Maar waarom dan tóch een gehoorprothese laten implanteren? Sally wil volgens eigen zeggen nieuwe dingen ontdekken. En Paul hoopt aan zelfvertrouwen te winnen. De twee lijken zich intussen nauwelijks te realiseren dat ze met hen keuze ook een risico nemen. Ze hebben meer te verliezen dan ze zelf in de gaten hebben. Hun filmende dochter herkent dat eerder en legt het kwetsbare en emotionele proces, vanaf de ingrijpende chirurgische ingreep, minutieus vast.

Een maand na de operatie wordt dan eindelijk het cochleair implantaat aangezet en maakt het leven zoals Sally en Paul dat kenden plaats voor een nieuw bestaan, waarbij het wonder van horen regelmatig ook een bezoeking wordt. Met een persoonlijke voice-over kadert Irene de ervaringen van haar ouders in hun eerste horende jaar in. Leren horen, zo wordt al snel duidelijk, betekent ook leren wat niet te horen. Want de wereld waarmee horenden ongemerkt opgroeien, blijkt voor de Taylors vaak overweldigend en soms zelfs ondraaglijk. Zij ervaren een permanente kakofonie van geluid, die door hun dochter echt voelbaar wordt gemaakt in deze film.

Hear And Now ontwikkelt zich zo tot een even schrijnend als liefdevol portret van twee mensen die op latere leeftijd doelbewust hun comfort zone verlaten, om toch nog onderdeel te worden van de wereld van alle anderen. In dat intensieve proces dreigen ze zichzelf en ook elkaar kwijt te raken.

In 2020 maakte Irene Taylor Brodsky een soort vervolg: Moonlight Sonata: Deafness In Three Movements, want haar elfjarige zoon Jonas heeft ook ernstige gehoorproblemen. En ook haar ouders Sally en Paul spelen daarin weer een prominente rol. Net als Beethoven trouwens.

Beyond Utopia

Madman

Op de grens tussen Noord- en Zuid-Korea liggen naar schatting twee miljoen landmijnen. Gewone Noord-Koreanen die willen ontvluchten aan Kim Jong-uns communistische heilstaat, volgens een mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties alleen te vergelijken met Nazi-Duitsland, doen dat dus meestal via de grens met China. Daar worden ze dan opgewacht door militairen, die het regime medailles en extra vakantie in het vooruitzicht heeft gesteld als ze een overloper neerschieten. En als vluchtelingen de overtocht tóch overleven, wacht hen nog een zeer gevaarlijke reis, begeleid door mensensmokkelaars voor wie ze vooral handelswaar zijn, op weg naar de vrijheid. 

In Beyond Utopia (115 min.) volgt Madeleine Gavin pastor Seungeun Kim van de Caleb Mission Church in Zuid-Korea. Als lid van de zogenaamde ‘Underground Railroad’ staat hij, met gevaar voor eigen lijf en leden, al jarenlang Noord-Koreanen op de vlucht bij. Hij bekommert zich nu om de familie Roh, die met drie generaties op de vlucht is geslagen. Het wordt een barre tocht, die moet eindigen bij hun familielid Hyukchang in Seoul. Zover is het echter nog lang niet. Intussen probeert Soyeon Lee, een gevluchte Noord-Koreaanse vrouw, ook haar zeventienjarige zoon Cheong over te halen naar Zuid-Korea. Ze heeft hem al tien jaar niet gezien en verkeert permanent in onzekerheid over hoe het met de jongen gaat en of hij aan de wurggreep van de dictatuur kan ontsnappen.

Al het beeldmateriaal in deze spannende documentaire is gemaakt door de vluchtelingen zelf, hun ondergrondse netwerk en de filmmakers. Géén reconstructies dus. Gavin heeft alleen details versluierd, die betrokkenen of hun verwanten in gevaar kunnen brengen, en enkele cruciale scènes uit het verleden laten animeren. Zo komt een onvervalste surveillancestaat in beeld, waar je zomaar naar de goelag of een concentratiekamp kunt worden gestuurd – en het is maar de vraag of je daarvan ooit kunt of mag terugkeren. Soyeon moest haar eerste ontsnappingspoging bijvoorbeeld bekopen met twee jaar in een strafkamp. Daarna mocht ze haar leven als menselijke robot vervolgen, in een land dat door de machthebbers zorgvuldig wordt afgeschermd van de wereld.

Want de Noord-Koreaanse bevolking moest eens weten hoe ’t er daar, bij de barbaarse aartsvijand Amerika bijvoorbeeld, aan toegaat…. Onafhankelijke pers is er echter niet. Vrij toegankelijk internet evenmin. Of gewoon zomaar een werkende mobiele telefoon. Om het volk onder de knoet te houden neemt Kim Jong-un (1984-), net als zijn vader Kim Jong-il (1942-2011) en grootvader Kim Il-sung (1912-1994), bovendien stelselmatig z’n toevlucht tot marteling, gedwongen abortussen en publieke executies. In de kantlijn besteedt deze indrukwekkende film ook aandacht aan die zwartgeblakerde historie van het Aziatische land. En via de gevluchte inwoners wordt zichtbaar wat het inmiddels ruim 75-jarige bewind heeft aangericht in de psyche van dit volk.

Eenmaal uit de grijpgrage armen van Kim Jong-un en zijn trawanten, blijven de gevluchte Noord-Koreanen hun geboorteland, ogenschijnlijk oprecht, portretteren als een soort paradijs op aarde. Totdat ze echt, zeker, werkelijk waar!, Beyond Utopia zijn. Dan kunnen ze eindelijk, ook naar zichzelf, de werkelijkheid erkennen in deze belangwekkende documentaire, die een ronduit akelige wereld schetst, waaruit zowel fysiek als mentaal nauwelijks valt te ontsnappen.

Life Is Beautiful

IDFA

Het zou een culturele uitwisseling worden van een maand. De jonge Palestijnse filmmaker Mohamed Jabaly wordt in 2014 met open armen ontvangen door een gastgezin in de Noorse zustergemeente Tromsø. Dan gaat echter onverwacht en voor onbepaalde tijd de grens naar Gaza dicht en zit hij vast in een kleine gemeenschap boven de poolcirkel. De Noorse regering wil bovendien zijn Palestijnse paspoort niet erkennen. Jabaly wordt beschouwd als ’statenloos’.

En daarmee komt in de aardige egodocu Life Is Beautiful (originele titel: Al Haya Helwa, 86 min.) een lang en slopend bureaucratisch proces op gang. Want terwijl zijn debuutfilm Ambulance, afgerond in Tromsø, is te zien op alle internationale filmfestivals, wordt hij als autodidact door de Noorse autoriteiten niet erkend als filmmaker. Mohamed Jabaly komt dus ook niet in aanmerking voor een nieuw visum en wordt geacht om het land weer te verlaten.

Hoewel de goedlachse Palestijn alle steun krijgt van de plaatselijke gemeenschap lijkt het verdict, na diverse slepende beroepszaken, eind 2016 wel duidelijk: hij zal nog vóór Kerstmis moeten vertrekken. Maar waar moet hij heen? De situatie lijdt tot een steunbetuiging vanuit de Scandinavische filmwereld: ‘Mohamed is mijn collega.’ Deze docu heeft een soortgelijk effect: het is moeilijk om niet te sympathiseren met de Palestijnse filmer die zich in korte tijd geliefd heeft gemaakt.

Intussen zit Mohamed jarenlang vast in een soort niemandsland, tussen de winterse taferelen van Noord-Noorwegen, waar hij zich welkom voelt maar niet mag blijven, en Gaza, waar hij thuis is maar al jaren niet naartoe kan. Die patstelling krijgt gaandeweg steeds meer vat op zijn gemoed. Elke keer valt er weer, voor het oog van de camera, een nieuwe beslissing op de digitale deurmat. Waarop hij samen met zijn medestanders en de moed der wanhoop dan weer moet anticiperen.

Mohamed Jahaby’s situatie lijkt tevens exemplarisch voor de benarde positie van zijn volk, dat al decennia in de verdrukking zit en zich door de actuele politieke situatie in Gaza weer even in de belangstelling van de rest van de wereld mag verheugen. Het leven is mooi, de optimistische titel van deze documentaire waarmee de Palestijnse filmer op het IDFA de prijs voor beste regie won, valt ondertussen alsmaar moeilijker vol te houden. Waar dan? En hoe valt het tij te keren?

Daniel

HBO Max

Het loopt slecht af – of in elk geval: af. Dat staat vanaf het begin vast. Voortijdig, dat ook. Op z’n zevende kreeg Daniel Northcott zijn eerste camera. Daarna filmde hij 22 jaar zijn leven en de wereld om hem heen. Het resulteerde in maar liefst 1475 uur beeldmateriaal uit 42 verschillende landen, waarvan zijn oudere zus Erin nu een film heeft gemaakt. Met die informatie wordt de collageachtige Daniel (69 min.) afgetrapt.

Het navolgende dikke uur staat in het teken van het leven dat de jonge avonturier uit Vancouver heeft geleid. Een leven dat hem naar alle uithoeken van de aarde bracht. Een leven ook dat dus inmiddels achter de rug is. Hoe en waar het is geëindigd, dat is de vraag die tot het einde van deze documentaire van Daniel en Erin Northcott wordt bewaard. Als sluitstuk van een levenslange zoektocht naar zingeving.

Halverwege is overigens al wel duidelijk waar het naartoe gaat met Daniel Northcott – en ook waarom. ‘Het wordt goed nieuws’, houdt Daniel zichzelf dan nog voor, maar de wetten van de storytelling hebben voor buitenstaanders dan allang verraden wat voor hem nog in de toekomst verscholen ligt. ‘Het komt goed, ja!’ roept hij uit als het water hem echt aan de lippen begint te staan in dit sensitieve (zelf)portret.

Intussen blijft hij onverminderd filmen, om zijn verbondenheid met de plekken en mensen die hij heeft gekend, het universum en het leven zelf te vereeuwigen. Uiteindelijk, als alles wat hij liefheeft uit zijn vingers glipt, durft Daniel kleur te bekennen over wie hij is – en wie hij, voor iedereen die hem nooit heeft gekend, ooit was. En dan is het aan zijn nabestaanden om zijn cryptische afscheidsboodschap te ontcijferen.

Met deze film over de waarde van het leven, de betekenis die symboliek daarin speelt en ook het (nood)lot, geven zij bovendien opnieuw zin aan Daniels bestaan, dat vroegtijdig, nu alweer meer dan tien jaar geleden, ten einde kwam.

How We Get Free

HBO Max

Noem het beestje gewoon bij z’n naam: met het borgsysteem criminaliseren we armoede. De Amerikaanse activiste Elisabeth Epps spreekt niet met meel in de mond. Het betalen van een contante borgsom schiet z’n doel volgens haar allang voorbij. Het was ooit bedoeld als dwangmiddel, zodat mensen die waren aangehouden ook naar de rechtbank kwamen als hun zaak daar voorkwam.

In de praktijk heeft dat systeem echter allerlei ongewenste effecten. Er zitten bijvoorbeeld permanent zo’n 350.000 Amerikanen, veelal afkomstig uit de zwarte gemeenschap, in voorlopige hechtenis, te wachten totdat ze, voor veelal kleine vergrijpen, kunnen worden berecht. Ze zitten daar alleen omdat ze de gevraagde borgsom, die zomaar 5.000 of 10.000 dollar kan bedragen, niet kunnen ophoesten.

In de gevangenis kan je leven binnen 72 uur grondig veranderen, stelt Denver County Sheriff Elias Diggins in How We Get Free (30 min.) van Geeta Gandbhir en Samantha Knowles. Voor je het weet ben je je baan kwijt. Het is dus niet vreemd dat ook veel onschuldige verdachten uiteindelijk maar gewoon schuld bekennen. Waarna ze de gevangenis mogen verlaten en hun leven kunnen hervatten.

In deze effectieve korte docu, die het zowaar tot de shortlist voor de Oscars heeft geschopt, volgen Gadbhir en Knowles de strijdbare Epps, die met donateurs het Colorado Freedom Fund heeft opgezet. Daarmee schiet ze borgsommen voor, zodat minder kapitaalkrachtige landgenoten niet nodeloos dagen, weken of zelfs maanden in de gevangenis hoeven te zitten. Zij weet zelf hoe dat voelt.

Als de zaak vervolgens juridisch is afgehandeld, krijgt Epps dat geld weer terug en kan dit worden ingezet voor een volgende zaak. De vraag overstijgt echter permanent het aanbod. En dus wil Elizabeth Epps dat het gehele juridische systeem wordt hervormd en gewone Amerikanen, die nauwelijks iets op hun kerfstok hebben, niet meer zomaar in een ‘kooi’ kunnen worden gestopt.

Glas, Mijn Onvervulde Leven

Zelovic Film

‘Eigenlijk had Rogier een beroemde muzikant willen worden, liefst zanger’, stelt verteller Kay Mastenbroek bij een oud zwart-wit filmpje van een man in net pak die zingende glazen bespeelt, beelden die Rogier Kappers als jongetje zag en die altijd op zijn netvlies zijn blijven staan. ‘Het publiek raken, de wereld ontroeren’, gaat de stem verder. ‘Maar hij had het nooit doorgezet. Zijn vader zegt dat dat komt omdat hij altijd andere plannen heeft. Maar wat als hij ‘t nu wél zou gaan doen, muzikant op de zingende glazen?’

En daarmee is de queeste van Glas, Mijn Onvervulde Leven (90 min.) in gang gezet. Over een eeuwig jongetje in een (oudere) mannenlijf. Een typische man ook van twaalf ambachten, dertien ongelukken – al heeft ie toch echt een Gouden Kalf op de schouw staan (of ergens anders in z’n Amsterdamse woning, of het vakantiehuisje buiten de stad, dat langzaam in de veengrond zakt). En Rogier Kappers, tevens de maker van deze kostelijke docu, heeft ook twee jongens te onderhouden, van twee exen. En nog geen nieuwe vriendin, trouwens. Zijn omgeving reageert natuurlijk sceptisch: halverwege de vijftig en dan straatmuzikant worden met een eigen glasorgel, hoe verzin je ‘t?

Voor een type als Rogier werkt zo’n reactie blijkbaar als een aanmoediging. Zoals ‘t eerder ging met boten, muziekinstrumenten en die ene oorlogsfilm. Totdat de droom werd ingehaald door zoiets ontmoedigends als de realiteit. Gelukkig heeft hij nu, als alles onverhoopt toch in het honderd loopt, altijd deze film nog, waarmee het zoveelste project wordt gedocumenteerd. Want Kappers’ pogingen om het publiek te raken en de wereld te ontroeren krijgen natuurlijk met het ene na het andere obstakel te maken. Een ontmoeting met zijn idool, de Estse componist Arvo Pärt, is nog niet mislukt of een tamelijk rampzalig optreden in Dubai – en korte broek – staat alweer op het programma.

‘s Mans avonturen worden, behalve door die tragikomische voice-over in de derde persoon, voortdurend begeleid door dikke klassieke (pop)hits. Die versterken de dramatische lijn van de film en werken daarnaast, ook niet geheel onbelangrijk, regelmatig op de lachspieren. En dat geldt eveneens voor de steeds weer terugkerende chats met allerlei potentiële nieuwe vriendinnen – ook omdat op voorhand al bijna vaststaat dat het toch weer niks wordt. Zijn vader Jan, een beminnelijke oud-leraar Grieks en Latijn die het beste voor heeft met zijn oudste zoon en die ‘glasbak’, houdt intussen een oogje in het zeil en de moed erin. Zijn belletjes aan Rogier structureren de boel een beetje.

Glas, Mijn Onvervulde Leven ontwikkelt zich, ook door zijn deskundige commentaar, tot een onweerstaanbare jongensboekfilm, die heerlijk het midden houdt tussen zelfreflectie en -spot. Een onvervalst pleidooi ook om ongegeneerd te blijven dromen.

ABBA Silver ABBA Gold

NTR

Als schrijver of componist van popmuziek heb je maar een bepaalde tijd de oren en de geest van de jeugd, zou Björn Ulvaeus, volgens promotor/tourmanager Thomas Johansson, in de laatste fase van ABBA’s bestaan hebben gezegd. ‘Die tijd hadden we net gehad en we wisten dat we het niet moesten forceren.’ Agnetha, Björn, Benny en Anni-Frid gaan in 1983 dus ieder hun eigen weg, maar zullen nooit meer helemaal los van elkaar komen. Want hits als Dancing Queen, Take A Chance On Me en I Have A Dream blijken zowaar tóch tijdloos en veroveren steeds nieuwe generaties.

Sterker: in mei 2022 staat het viertal, dat eerder met Voyage (2021) al z’n eerste nieuwe langspeler in bijna veertig jaar heeft uitgebracht, ineens weer samen op het podium. Niet om op te treden, overigens, maar om de première van een nieuw ABBA-concept op te luisteren. In Londen is een speciale concertzaal verrezen, met een capaciteit van drieduizend bezoekers, waar hologrammen van jongere uitvoeringen van de vier groepsleden oude hits gaan vertolken met een live-band. Zo geeft ABBA zichzelf bijna letterlijk het eeuwige leven – en ook zoiets als eeuwige roem.

Het aardige van de tv-docu ABBA Silver ABBA Gold (52 min.) van Chris Hunt is dat die de complete eerste halve eeuw van ABBA belicht – ook al heeft de groep feitelijk slechts zo’n tien jaar bestaan. Die succesperiode, van Songfestival-hit Waterloo tot afscheidssingle Thank You For The Music, wordt opnieuw opgeroepen met concertbeelden, videoclips en (archief)interviews met de vier groepsleden en ABBA-getrouwen zoals songschrijver Neil Sedaka, kostuumontwerper Owe Sandström, arrangeur Anders Eljas, geluidstechnicus Michael Tretow en regisseur Lasse Hallström.

Nadat begin jaren tachtig het fundament onder ABBA is weggevallen – doordat de twee huwelijken binnen de groep allebei zijn uitgelopen op een echtscheiding – krijgt de toch wat kitscherige pop en disco van de Zweedse hitfabriek ineens drama en diepgang, met als meest tastbare voorbeeld de geladen echtscheidingssong The Winner Takes It All. Daarna is ’t ieder voor zich, constateert verteller Tamsin Greig, die alle verhaallijntjes verbindt. Alhoewel… Bjorn en Benny blijven samen optrekken en scoren enorme hits met de musical Chess en de ABBA-musical en -films Mamma Mia.

Want alles wat met ABBA wordt geassocieerd schijnt, in weerwil van Björn Ulvaeus’ verwachting, maar niet uit de tijd te raken. Hoe dat komt? Het antwoord daarop ligt misschien in dat huisje op het Zweedse eiland Viggsö, waar ABBA’s eindeloze stroom hits, die zo’n tien jaar zal aanhouden, ooit op gang is gekomen. Daar, ver weg van de popbusiness, vindt het viertal begin jaren zeventig z’n eigen stem, die comfortabel langs de heersende trends links scheert en uiteindelijk zelf trendsettend wordt.

Maestro Ton Koopman: Gedreven Door Muziek

Max

Eerst naar Venetië, daarna door naar Den Haag en dan weer naar de Canarische Eilanden. In Ton Koopmans agenda voor 2024, het jaar waarin de Nederlandse dirigent en barokmusicus tachtig wordt, staan verder nog uitvoeringen gepland in Salzburg, Tokio, Utrecht, Berlijn, Palermo, Weimar, Lausanne, Rome, Madrid, Lyon, Stuttgart…. Zijn vrouw Tini Mathot maakt zich er soms wel eens zorgen over. Natuurlijk, de muziek houdt natuurlijk nooit op, maar al dat reizen… Zelf wil Ton in elk geval nog zeker tot zijn 85e door. 

De twee leerden elkaar kennen in 1970 tijdens een cursus in Zuid-Duitsland. Hij, de docent, was net getrouwd en zij, de enige leerling piano en klavecimbel, had al een vriend. Hun liefde liet zich echter niet beteugelen door regeltjes. ‘Het was meteen “ons”’, zegt zij – al probeerden ze het onvermijdelijke toch nog even te vermijden. ‘Jij deed examen bij mij en jij was zwanger van mij’, herinnert hij zich. ‘Ja, dat was ook zoiets wat ze nog nooit hadden meegemaakt’, valt zij hem weer bij. Toen zijn Ton en Tini toch maar ‘braaf gaan trouwen’.

Zo ontwikkelt Maestro Ton Koopman: Gedreven Door Muziek (60 min.) zich in zekere zin tot een dubbelportret, van een befaamde Nederlandse dirigent/musicus en de vrouw die altijd trouw aan zijn zijde bivakkeert. ‘Ton is één en ik ben twee’, zegt ze zelf, als ze allebei achter een vleugel hebben plaatsgenomen voor een uitvoering. ‘Maar ik kan ook wel eens één zijn. Dus ik grijp wel mijn kans.’ Tini vindt het in zulke gevallen ook best leuk om hem eens af te troeven, bekent ze. Lachend: ‘En dat hoort ie ook, maar dat is een leuk spelletje.’

En zo gaat het ook in deze film van Jeroen Tiemes. Ton bezoekt bijvoorbeeld het graf van zijn grote held Johann Sebastian Bach, gaat terug naar zijn geboortestad Zwolle, jureert bij een dirigentenconcours, woont de opening van de Ton Koopman-collectie in het Orpheus Instituut in het Belgische Gent bij en floreert met zijn eigen Amsterdam Baroque Orchestra & Choir op het Bachfest in Leipzig. En terwijl iedereen daarbij voortdurend de loftrompet over hem steekt, plaatst Tini zo nu en dan kanttekeningen en accenten.

Thuis in Bussum vinden de twee tussendoor tijd en gelegenheid om even uit te blazen – al is er ook daar natuurlijk muziek en wordt die er ook nog eens onderwezen. Want Ton, een toonaangevende dirigent/musicus die buiten de landsgrenzen nog altijd meer wordt gewaardeerd dan in eigen land, en Tiny, zijn vrouw die getuige dit aardige portret met liefde en plezier de tweede eh… vleugel, orgel of klavecimbel speelt, willen die liefde maar al te graag doorgeven.

And A Happy New Year

IDFA

Nog zestien uur, als deze korte documentaire van Sebastian Mulder begint, tot nieuwjaar. De hoofdpersonen van And A Happy New Year (21 min.) hebben geen idee wat eraan zit te komen, maar ze voelen ‘t waarschijnlijk aan hun water. En anders horen ze ‘t gewoon. Het komt van alle kanten naarmate twaalf uur dichterbij komt. Totdat hun leven volstrekt ondraaglijk wordt. Dat is pas een hondenleven.

Mulder heeft een aantal trouwe viervoeters uitgerust met een GoPro-camera. Zo legt hij vanuit hun gezichtsveld vast wat al dat vuurwerk, voor in totaal zo’n honderd miljoen euro, aanricht. Ze verroeren zich niet, janken of bibberen van angst. Op een stil plekje in de badkamer of in een hoek van de woonkamer. Of het baasje nu woedend verhaal gaat halen bij enkele van die knallers of maar blijft zeggen dat er niets kan gebeuren, deze paniek laat zich niet zomaar bezweren.

Met nachtbeelden, gemaakt met infraroodcamera’s, toont deze bijna tactiele film, op het International Documentary Festival Amsterdam gekozen tot beste jeugddocu, tevens de angst onder dieren in de natuur. Paarden draven in het wilde weg rond. Vogels zitten als een, ja, dood vogeltje om zich heen te kijken. En konijnen nemen ras de benen (maar waarnaartoe?). En dat allemaal voor het vertier van de mens, die het jaar knallend wil inluiden. Daar valt je bek toch van open?

Een gelukkig nieuwjaar dan maar, door Sebastian Mulder vervat in tripachtige vuurwerksequenties. Nog 364 dagen, 23 uur, 59 minuten en 59 seconden, wrijft hij er meteen maar even in. Dan is het weer feest.

De Butlers

BIND

‘Jullie service hier in de ochtend moet zijn als frisse lucht die hier binnenwaait, moet schoonheid en poëzie zijn’, houdt Robert Wennekes van The International Butler Academy (TIBA) in Simpelveld de butlers in opleiding voor. ‘Perfectie is wat ze zoeken en waar jullie naar streven.’

Ze hebben zich vanuit landen zoals Brazilië, de Verenigde Staten en Georgië gemeld om in Limburg een tienweeks trainingsprogramma te volgen – nee: te ondergaan – in een Downton Abbey-achtige omgeving en sfeer. De aspirant-butlers worden bij TIBA opgevoed met een ogenschijnlijk tamelijk archaïsch idee van etiquette en leren bijvoorbeeld eten serveren, strijken, schoenen poetsen, wijn schenken en de werkgever uit de regen houden.

In de chique vierdelige serie De Butlers (108 min.) observeert Marlies Smeenge hoe ’t hen daarbij vergaat. Wennekes is in elk geval een strenge leermeester, een man die hen nu alvast klaarstoomt voor een veeleisende werkgever. ‘Nee, verkeerd!’, corrigeert hij de verbouwereerde trainees bijvoorbeeld ferm. ‘Je kunt je geen fout veroorloven.’ En als ‘t in zijn ogen helemaal fout gaat, schreeuwt de opperbutler hen rustig toe dat de service ‘fucking terrible’ was.

Uit zijn mond klinkt feedback als ‘Beter. Niet perfect, maar beter.’ zowaar als een enorm compliment. Pas later, zoals dat gaat bij trainingen waarbij de deelnemers eerst worden afgebroken en daarna weer langzaam worden opgebouwd, laat hij ook zijn waardering zien in deze serie, die zich volledig afspeelt binnen de setting van TIBA en invoelbaar maakt hoeveel plichtsbetrachting, doorzettingsvermogen en discipline er nodig zijn om je staande te kunnen houden binnen dit strenge regime.

Uiteindelijk leven zij (en wij) toe naar de verplichte apotheose van dit soort opleidingsfilms: het moment waarop wordt bepaald of de butlers daadwerkelijk hun opwachting kunnen maken in ‘a world of style, elegance, decorum and exceptional service’. En daarna mogen ze, als alles naar wens is verlopen, een gelofte uitspreken: ‘Ik beloof de filosofie, regels en principes te respecteren en te volgen van The International Butler Academy en de normen en waarden die het vertegenwoordigt…’