The Kings Of Tupelo: A Southern Crime Saga

Netflix

‘Nu wordt alles duidelijk’, concludeert Kevin Curtis. ‘Denk erover na: Steve Holland, volksvertegenwoordiger, directeur van een uitvaartcentrum, orgaanoogsten, lijken…’ In het hoofd van Curtis worden ineens allerlei verbanden gelegd. De Elvis-imitator uit Tupelo, de geboorteplaats van ‘The King of rock & roll’, is al enige tijd bevangen door een complottheorie over de handel in lichaamsdelen op de zwarte markt en weet ‘t nu zeker: Holland, volksvertegenwoordiger in de Amerikaanse staat Mississippi, maakt zich daaraan schuldig en wordt door alles en iedereen in de rug gedekt.

Het zaadje voor deze steeds ingewikkeldere samenzweringstheorie is in Curtis’ hoofd geplant tijdens zijn werk als schoonmaker in het North Mississippi Medical Center. In het mortuarium van dat ziekenhuis zou hij in een vriezer het afgehakte hoofd hebben gevonden van een patiënt die twee dagen eerder nog gewoon in leven was. Kort daarna werd ‘KC’ ontslagen omdat hij zich op verboden terrein had begeven en begon hij via allerlei websites wilde complottheorieën over ‘orgaanoogsten’ te verspreiden. En zo dreef hij dan weer een wig tussen hemzelf en zijn broer, de verzekeringsagent Jack Curtis, met wie hij al enige tijd een act had als het Elvis-imitatieduo Double Trouble.

Volgt u ‘t nog? Ja, tis wel opletten geblazen in The Kings Of Tupelo: A Southern Crime Saga (193 min.), een driedelige serie van Chapman Way en Maclain Way (Wild Wild Country en de Untold-serie) over de doldwaze lotgevallen van de ‘crazy Southerner’ Kevin Curtis, die na ledematenhandel ook complotten rond ‘chem trails’, 9/11 én zijn eigen vervolging ontdekt. Hij duikt van het ene in het andere konijnenhol en wordt alsmaar meer paranoïde. Ten einde raad zou hij in 2013 vervolgens brieven hebben gestuurd aan een assistent-aanklager in Mississippi, rechter Sadie ‘moeder van Steve’ Holland, de Republikeinse senator Wicker en president ‘Barack Hussein Obama’. De enveloppen bevatten het dodelijke gif ricine.

‘I am KC and I approve this message’, stond er onder de bijbehorende dreigbrieven. Hoe heeft ’t zover kunnen komen? Dat is ook de vraag die deze miniserie probeert te beantwoorden. De gebroeders Way kiezen ervoor om deze kwestie met veel humor aan te vliegen, de sowieso al kleurrijke personages nog eens extra dik aan te zetten en Curtis zelf alle ruimte te geven. Samen met een volvette soundtrack, illustratieve tekeningen en een slicke verhaalopbouw zorgt dit voor een bijna campy vertelling, waarbinnen de ernst van ‘s mans mentale problemen en zijn afdaling in steeds uitzinnigere complotten vooral voer zijn voor verbazing en vermaak – niet voor serieuze ongerustheid. The Kings Of Tupelo maakt er liever een gimmick van dan een invoelbaar persoonlijk verhaal.

En dan – aflevering 3 van deze kluchtige serie is al begonnen – steekt er met de introductie van een ander larger than life-personage, J. Everett Dutschke, nog een andere vraag de kop op: is Kevin Curtis eigenlijk wel de (enige) afzender van die dodelijke brieven?

Sporen Van Een Spermabank

KRO-NCRV / vanaf dinsdag 17 december op NPO Start

Zouden sommige vruchtbaarheidsartsen, donoren en medewerkers van spermabanken in het verleden de overtuiging hebben gehad dat het doel alle middelen heiligde? En dat toch niemand erachter zou komen hoe ze hun klus klaarden? De misstanden die in de afgelopen jaren, met behulp van moderne DNA-toepassingen, zijn blootgelegd in de fertiliteitswereld – van pak ‘m beet het zaad van de beruchte vruchtbaarheidsarts Jan Karbaat tot de duizend kinderen van de Nederlandse ‘vikingdonor’ Jonathan Meijer – doen vermoeden van wel.

De excessen daargelaten lijkt er in het algemeen, bij mensen die doorgaans natuurlijk vanuit de beste bedoelingen handelden, sprake te zijn geweest van onachtzaamheid, gebrek aan invoelend vermogen en doodgewone slordigheid. Donorkinderen worden echter donorvolwassenen, zoals Roos, zelf kind van een donor, ‘t treffend uitdrukt in de vierdelige serie Sporen Van Een Spermabank (145 min.). De vragen over oorsprong, verwantschap en aanleg volgen dan vanzelf. En mannen die ooit (anoniem) zaad doneerden kunnen dan ineens worden aangesproken als vader.

Deze miniserie van Annemieke Ruggenberg en Martijn Willemen concentreert zich op misstanden binnen het Arnhemse Rijnstate-ziekenhuis en laat zien – op basis van achtergrondgesprekken en inzage in medische dossiers, onderzoeksrapporten en vertrouwelijke stukken – waartoe al dat geïmproviseer kan leiden. Donoren met veel meer nageslacht dan ze door hadden bijvoorbeeld. ‘Het is gewoon veel te veel’, zegt Peter, die zelf geen kinderwens had, maar inmiddels naar schatting zestig tot tachtig kinderen heeft verwekt. Hij betrapt zichzelf op ‘de hoop dat kinderen zich niet melden’. 

Bij donoren zoals Peter, die soms zelfs al zijn vergeten dat ze ooit zaad hebben gedoneerd, kan er echter zomaar een brief van de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting op de deurmat vallen: één van hun kinderen wil contact. Hans ziet zichzelf bijvoorbeeld niet als vader, maar eerder als ‘biologische veroorzaker’. Ook hij heeft er inmiddels echter diverse malen aan moeten geloven. Het ene na het andere kind meldde zich. Voor de camera van deze serie wordt Hans opgezocht door een gezelschap van vijf volwassen dochters, waarvan hij er eentje zelfs voor het eerst ontmoet.

De eerste twee delen van deze boeiende journalistieke productie richten zich op de donorkinderen en hun donoren, het derde deel speelt zich vooral binnen het ziekenhuis zelf af. Waar artsen en medewerkers van het matchen van wensouders en donoren nogal eens een (administratief) rommeltje hebben gemaakt. Met alle gevolgen van dien: voor onwetende/onwillige donoren, de betrokken ouderparen en – vooral – hun inmiddels volwassen kinderen, die in het duister tasten over van wie ze afstammen – of uitermate ongelukkig worden van de informatie die ze daarover krijgen verstrekt.

De volle reikwijdte van wat er toentertijd mis is gegaan in het Rijnstate dringt pas echt door in de afsluitende aflevering van Sporen Van Een Spermabank, die is opgebouwd rond een onthulling van Karbaat-achtige proporties. Dit bijzonder pijnlijke verhaal krijgt ongetwijfeld nog een staartje en maakt ook erg benieuwd naar de inhoudelijke reactie van het ziekenhuis en de betrokken arts.

Stephanie Louwrier: Dichterbij Mij

NTR

Het is natuurlijk geen nieuw uitgangspunt: een documentairemaker volgt een kunstenaar tijdens de totstandkoming van een nieuwe voorstelling/plaat/expositie/concertreeks (doorhalen wat niet van toepassing is) en probeert via de hobbels onderweg de essentie van z’n hoofdpersoon te vangen. In de korte docu Stephanie Louwrier: Dichterbij Mij (29 min.) poogt Marcel Goedhart zo, juist, dichterbij het Nederlandse podiumbeest te komen. Stephanie Louwrier werkt aan haar derde theatershow, Let’s Get Louder. En dat gaat – het lijkt zo te horen – bepaald niet vanzelf.

Louwrier begint met een voorstudie. Daarna moeten er try-outs volgen. En die monden dan weer uit in een première, het vanzelfsprekende sluitstuk van deze film. Als het zover komt. Want maken is een kwetsbaar proces. Zeker als je je hebt voorgenomen om ‘ongefilterd eerlijk te zijn’ over alles wat er in je omgaat. En dat is nogal wat: een roerig familieverleden, stembandproblemen en een al dan niet expliciete relatiecrisis. Nadat ze helemaal los is gegaan tijdens een bokstraining blijkt één vraag van Goedhart (wat eruit moet?) al voldoende om haar verdediging te breken. ‘Alles’, zegt Stephanie geëmotioneerd.

Op de spiegel van Louwriers kleedkamer hangen, ergens onderweg naar (g)een voorstelling, een heleboel geeltjes, die de verschillende onderdelen representeren van wat een heel persoonlijke theatershow moet worden. Vormen ‘latina’, ‘jazz’ en ‘talk dirty to me’ bijvoorbeeld een logisch trio? Moet ‘tekstangst’ inderdaad ná ‘Ryan Gosling is mijn held’ en net vóór ‘ecstatic dance’? En waar horen ‘cellulitis is cool’ en ‘kinderwens’? Horen die er überhaupt wel in? ‘Zeg me dat ’t beter wordt’, zingt de hoofdpersoon dan alvast een stukje van die voorstelling – en zichzelf moed in. ‘Zeg me dat ik veilig ben.’

Er bestaat dus een kans dat die ‘muzikale onewomanshow’ er helemaal niet komt – of in elk geval niet nu. Louwriers vaste regisseur Titus Tiel Groenestege komt, vlak voor het einde van deze intieme film, poolshoogte nemen. Is het een omen? Waarvan dan? En krijgt Marcel Goedhart daarmee een logisch einde voor zijn observerende film?

The Only Girl In The Orchestra

Netflix

Ze is allang niet meer de enige vrouw, maar ze was wel ooit het eerste meisje dat fulltime bij het New York Philharmonic speelde. Toen Orin O’Brien in 1966 toetrad tot het orkest, was dat bepaald geen vanzelfsprekend. Ze werd onderdeel van een mannenwereld, waar een vrouw met argusogen werd bekeken en soms ook ronduit seksistisch werd benaderd. Zo schreef een krant destijds zonder gêne dat O’Brien net zo ‘curvy als her double bass’ was.

Dan drukte Leonard Bernstein zich respectvoller uit. ‘Ik hou van Orins stralende energie in het orkest’, zei de befaamde dirigent. ‘Ze gaat volledig op in de muziek en telkens als ik haar kant op kijk en steevast haar aandachtige blik vang verbaas ik me over haar concentratie.’ Niet gek: Orin O’Brien voelde zich altijd volledig op haar plek binnen het New York Philharmonic. ‘Als we van het podium komen, kijken we elkaar aan en zeggen we: hier doe ik het voor als muzikant’, vertelt ze in deze korte film van haar nicht Molly O’Brien. ‘Voor deze ervaring.’

Als contrabassist moet je volgens The Only Girl In The Orchestra (35 min.) bovendien tweede viool kunnen spelen. In Orins woorden: je plek kiezen in de buik van de onderzeeër en genieten van de complete machinerie om je heen. En vooral niet de aandacht willen trekken. Dat gevoel heeft ze waarschijnlijk overgehouden aan haar ouders George en Marguerite. Die wilden als acteurs altijd in de belangstelling en konden ’t niet velen dat de schijnwerper gaandeweg op anderen werd gezet. Hun dochter blijft liever op de achtergrond.

Voor haar nicht Molly, een kind van haar jongere broer, blijft Orin niettemin een lichtend voorbeeld, een vrouw en een carrière om tegenop te kijken – en om te eren als ze met pensioen gaat. Want dat is de aanleiding voor dit liefdevolle portret: na 55 jaar neemt Orin O’Brien afscheid. Een professioneel leven, dat in gang werd gezet toen ze op haar dertiende halsoverkop verliefd werd op Beethoven, gaat daarmee richting z’n einde – al blijft ze doceren. Want haar liefde voor muziek – en heel praktisch: haar instrumenten – wil ze doorgeven aan een nieuwe generatie.

Flipside

Oscilloscope Laboratories

Waar gaat de film over en waar wil ie naartoe? In tijden van formats is ook bij documentaires doorgaans binnen twee minuten duidelijk wat een film wil zijn. Deze productie lijkt dan te gaan over de Amerikaanse fotograaf Herman Leonard, die halverwege de twintigste eeuw iconische zwart-wit portretten maakte van jazzgrootheden zoals Dexter Gordon, Duke Ellington, Louis Armstrong, Billie Holiday en Miles Davis. Herman heeft niet lang meer te leven, documentairemaker Chris Wilcha heeft de opdracht gekregen om hem op de valreep nog te portretteren. Een tot mislukken gedoemde opdracht, die dan ook op niets zal uitlopen.

Na enkele minuten schakelt Wilcha dus noodgedwongen door. Naar een film over… – ja, waarover eigenlijk? – de zin, het gevoel of pak ‘m beet de keerzijde van het bestaan: Flipside (96 min.). Een documentaire over de documentairemaker zelf, Chris Wilcha. Herstel over commercialmaker Chris Wilcha. En over zijn vader, de eigenaar van zijn favoriete platenzaak, diens lokale concurrent die ook Dan heet, comedyschrijver Judd Apatow, would be-schrijfster Starlee Kine, radiohost Ira Glass, popsnob Tracy Flipside, gewezen tv-held Uncle Floyd, de vermaarde showrunner David Milch en, ja, Herman Leonard. En over heel veel ongemaakte documentaires – die nu alsnog zijn afgerond.

Die film gaat daarnaast ook over respect hebben voor wie je was, tevreden zijn over wie je bent geworden en vrede hebben met waar je nog zult uitkomen. ‘Één van de vreemde inzichten van middelbare leeftijd is dat je diep van binnen weet dat twee volledig tegengestelde ideeën allebei waar zijn’, probeert Wilcha de basisgedachte van zijn persoonlijke film onder woorden te brengen, in één van de voice-overs waarmee hij richting geeft aan dit zoveelste tot mislukken gedoemde documentaireproject. ‘Dat je je echt rot kunt voelen over de dingen die je nooit hebt gedaan en ook nooit zult gaan doen. En dat je tegelijkertijd houdt van het leven dat je wél hebt geleid.’

Die realisatie heeft geresulteerd in – of is juist het resultaat van – een nauwelijks na te vertellen vertelling, die afwisselend – en soms tegelijkertijd – blij, melancholisch en tot nadenken stemt. Flipside is Amerikaans, indie, Gen Z., High Fidelity, (anti)marketing, Mr. Peanut, hotelzeepjes, midlife én David Bowie. Een film die vrijwel tot het einde toe nog alle kanten op kan, ongericht en toch helemaal raak. Net als het leven, één groot onafgewerkt project dat maar om aandacht blijft vragen.

Biggest Heist Ever

Netflix

Was het Rusland, Noord-Korea of toch Iran? Als het Bitfinex-fonds uit Hongkong in 2016 op ingenieuze wijze wordt gehackt, denken insiders meteen aan een schurkenstaat. De onbekende daders hebben maandenlang rondgeneusd en een flinke slag geslagen. Dit is niet het werk van kwaadbedoelende amateurs, zo is het algehele gevoel.

De daders kampen alleen met één probleem: transacties met het buitgemaakte geld zijn voor de hele wereld te volgen. Het is alsof de buit gewoon op straat ligt, voor alles en iedereen zichtbaar. Hoe haal je die dan stiekem binnen? Intussen loopt de waarde van de gestolen Bitcoins zienderogen op: tot maar liefst 4,5 miljard dollar.

Amerikaanse opsporingsambtenaren tasten een hele tijd volledig in het duister over de identiteit van de cryptoboeven. Totdat ze via enkele opmerkelijke transacties een adres in New York op het spoor komen: Wall Street 75, het thuisadres van twee wannabe-influencers met opvallend diepe zakken, Ilya ‘Dutch’ Lichtenstein en Heather Morgan.

De twee blijken er online nogal een opmerkelijk leven na op te houden. Met name Morgan trekt de aandacht als een kneuzige parodie op een vrouwelijke rapper, die echter serieus bedoeld lijkt te zijn: @Razzlekhan, volgens een kennis een soort ‘Heather maal honderd’. Met wanstaltige ‘hits’ als Versace Bedouin en Vacuum Cleaner.

De Amerikaanse documentaire-lopende band Chris Smith krijgt in Biggest Heist Ever (87 min.) maar geen genoeg van de online-strapatsen van de vermeende Bitcoins-dievegge. En ook haar nerdy echtgenoot Dutch, met wie zij op extravagante wijze in het huwelijk is getreden, mag zich in zijn warme belangstelling verheugen.

Met zichtbaar plezier volgt Smith ook de Amerikaanse speurders tijdens hun zoektocht door het darknet, waarbij ‘follow the money’ nog altijd een bruikbaar uitgangspunt blijkt te zijn om, te midden van alle rookgordijnen en dwaalsporen, de naakte waarheid bloot te leggen, zodat ze deze Bitcoin-Bonnie & Clyde dan toch kunnen inrekenen.

Waarbij het dan nog wel de vraag is hoe een hoogopgeleide en kosmopolitische Amerikaanse vrouw en haar Russische echtgenoot de vaardigheden en mogelijkheid hebben verkregen om zich wederrechtelijk zo’n ontzettende smak virtueel geld toe te eigenen? Wacht, even terugspoelen… Rússisch? Zou ’t dan misschien tóch?

Aan het eind van deze smakelijke film zijn er evenveel vragen beantwoord als weer opgeworpen – en komt de cryptoleek desalniettemin ‘verrijkt’ de krochten van het internet weer uit.

Paul En Paultje

Mooie Nel / BNNVARA

Binnen luttele minuten heeft zich in deze film een geheel eigen wereld geopend. Zomaar in een rijtjeshuis in Amsterdam-Noord, in zwart-wit vereeuwigd. Een wel heel bizar samengesteld gezin, vervat in pijnlijke scènes en sprekende shots en lekker aangezet met tragikomische muziek. Met twee onvergetelijke personages bovendien: Paul En Paultje (49 min.). Broers: Paul (79) en Paultje (61).

Dat verdient enige uitleg. Ze hebben dus dezelfde vader, maar een andere moeder. En dat klinkt dan weer eenvoudiger dan ’t is. Want Paultje is volgens eigen zeggen ‘een incestkindje’. Pauls zus is zijn moeder. Dat verdient natuurlijk nog veel meer uitleg. En die komt er ook in deze nieuwe versie van de docu waarmee Hugo Drechsler in 2023 is afgestudeerd aan de Filmacademie. Met frisse tegenzin en horten en stoten, dat wel.

Die film begint bij de gevangenis, als Paultje vrijkomt na een ongedefinieerde straf voor een vergrijp dat verder ook niet ter sprake komt. Het doet er blijkbaar niet toe. Paultje ziet geen andere mogelijkheid en reist af naar dat rijtjeshuis in Amsterdam-Noord, waar zijn nurkse oudere broer Paul en diens vrouw Jannie wonen. Paul zit alleen helemaal niet op hem te wachten. ‘Hier kun je ook niet terecht, jongen’, zegt hij bars. ‘Het spijt me voor je.’

Zijn vrouw wil nog wel een keer met de hand over het hart strijken, maar Paul is niet te vermurwen. Hij is vaak genoeg in de maling genomen. ‘Dus je moet maar kijken waar je kunt slapen. Het park is groot genoeg.’ En als hij dan toch, met gezonde tegenzin, overstag is gegaan, kijkt hij z’n broer ongegeneerd de deur uit. ‘Ga jij maar effe lekker boodschappen doen, jongen’, zegt hij dan bijvoorbeeld. ‘En blijf zo lang mogelijk weg.’

De twee broers kampen intussen allebei met ernstige gezondheidsproblemen. Daardoor zijn ze in zekere zin veroordeeld tot elkaar. En anders is er nog wel die gedeelde familiegeschiedenis: hun vader, die ‘teringlijer’. De man die zoveel kapot heeft gemaakt en hen heeft opgescheept met elkaar. Twee mannen die niet meer mét, maar uiteindelijk toch ook niet meer zónder elkaar blijken te kunnen. Broers, tegen wil en dank.

In een hartveroverend dubbelportret, dat een gulle lach oproept, soms verbazingwekkend grimmig wordt en uiteindelijk ook weer oprecht ontroert.

God, Ik Ben Gay

KRO-NCRV

In de kerk in Bergambacht, het zwaar gelovige Zuid-Hollandse dorp waar Robbert Rodenburg opgroeide, werd er soms gebeden voor mensen die psychisch lijden, een onzichtbaar kruis met zich meedragen of worstelen met hun geaardheid. Zijn jeugdvriend Nick van Herk herinnert dat zich hij daar als kind absoluut niet bij wilde horen. Robert hoorde er wel bij. Hij was homo. En alleen Nick, die zelf ook op jongens viel, wist daarvan. Van de dominee kregen ze te horen dat mensen zoals zij nooit ‘een praktiserende relatie’ mochten aangaan. Het leidde bij Rodenburg tot ‘heel erge bewijsdrang, omdat ik toch ergens heb gevoeld dat je toch de teleurstelling bent.’

Inmiddels is de influencer, presentator en acteur, die bekendheid verwierf met de online-serie Open Kaart, Expeditie Robinson en The Passion (!), uit de kast. In God, Ik Ben Gay (51 min.) deelt Robbert Rodenburg zijn worsteling met het geloof met Linda Hakeboom. Zij doet daarbij dienst als een soort biechtmoeder, die geduldig luistert, vragen stelt en ook voorstellen doet over wat hij zou kunnen doen. Samen duiken ze in zijn getroebleerde verleden met het geloof. Rodenburg herinnert zich bijvoorbeeld hoe hij als kind al verkikkerd raakte op een judoleraar. ‘Als ik een meisje was geweest, was ik echt op hem verliefd geworden’, zou hij toen, zich van geen kwaad bewust, hebben gezegd.

Heel pijnlijk is een ontmoeting met de directeur en staffunctionaris leerlingenzorg van zijn oude middelbare school Het Driestar College. Terwijl zij hem bij binnenkomst enthousiast oude schoolfoto’s laten zien, heeft Rodenburg vooral nare herinneringen. Het derde en vierde jaar noemt hij in hun bijzijn ‘de ongelukkigste jaren van mijn leven’. In boekjes hield hij bij hoeveel dagen hij nog moest ‘doorstaan’, voordat hij weg kon. Zijn ‘homofiele gerichtheid’ was er niet geoorloofd. Daardoor voelde hij zich absoluut niet veilig op school. Het leidt tot een ongemakkelijke, maar wel respectvolle uitwisseling van standpunten, waarbij elk van de betrokkenen zich kwetsbaar durft op te stellen.

Verder spreekt Robbert Rodenburg met zijn broers en zussen, voormalige klasgenoten en een voormalige docent. Zo stevent hij af op geladen ontmoetingen met zijn eigen ouders en de dominee van de kerkgemeenschap waarbinnen hij opgroeide. Het is geen gemakkelijk proces, bekent hij met een gepijnigde blik, die wel vaker zijn gezicht bepaalt. ‘Ik heb echt een zware error. In de zin van: waarom ben ik al deze lades van teleurstelling aan het opentrekken?’ Hij vraagt zich ook af: is er een uitweg uit deze impasse? Daarvoor belandt Rodenburg in deze treffende tv-docu bij de gay-voorganger van de Oranjekerk en een theoloog, in de hoop dat hij via hen weer vrede kan sluiten met het/zijn geloof.

Trains

IDFA

Vanaf het moment dat de binnenkomende trein van één van de allereerste films, L’Arrivée D’Un Train En Gare De La Ciotat van de gebroeders Lumière, in 1896 voor paniek heeft gezorgd in de geïmproviseerde bioscoop – zo wil tenminste de overlevering – omdat het publiek in de veronderstelling was dat de locomotief de zaal in zou rijden, hebben treinen altijd een prominente plek geclaimd op het witte doek.

Als een symbool van beweging, van actie of van vooruitgang – of simpelweg als een object om te overvallen of om op te klimmen en vervolgens een episch gevecht af te wikkelen. De Poolse regisseur Maciej J. Drygas appelleert in Trains (80 min.), op het International Documentary Festival Amsterdam van 2024 gekozen tot beste film, aan de sleutelrol die treinen tevens in de gehele twintigste eeuw hebben gespeeld.

En hoewel de zwart-witte en volledig woordeloze film luchtig begint, met goedgemutste leden van de gegoede burgerij die zich maar al te graag naar hun plek van bestemming laten brengen, is ook van meet af aan duidelijk dat Drygas eveneens de andere kant van treinen wil belichten. Hij begint zijn film niet voor niets met een citaat van Franz Kafka: ‘There is plenty of hope, an infinite amount of hope… but not for us.’

Binnen een kwartier staat de eerste groep soldaten dus klaar op het perron, om naar het front te worden vervoerd en zet de duivelse cadans van oorlog zich in gang. De aanvoer van troepen, wapentuig en Der Führer komt op gang, onvermijdelijk gevolgd door de afvoer van doden, gewonden en krijgsgevangenen. En dan moet het echte afvoeren nog beginnen, van Settela Steinbach bijvoorbeeld. Naar de kampen…

Deze ritmisch gemonteerde archieffilm, waarin ook het toegevoegde geluid een essentiële rol opeist, speelt voortdurend met zulke grote krachten, waarvoor de mens niet meer dan een speelbal is. De voor het leven verminkten, soms met een totaal verwilderde blik in de ogen, zijn bijvoorbeeld nauwelijks weggevoerd of er wordt alweer een kolossale afbeelding van Stalin de trein in gehesen. Op naar nog meer onheil.

Tussendoor speelt ook het gewone leven zich af in en om de treinen, perrons en stations. Onderweg kan de reiziger genieten van een spelletje kaart, dat lekkere diner of het lezen van De Telegraaf. En voor je ’t weet stapt er bij aankomst een zwerver onder de trein vandaan, die toch wel verdacht veel weg heeft van Charlie Chaplin. En daarna dendert de trein ongetwijfeld weer verder, op weg naar de volgende bestemming.

My Sister / My Agent

Flanders Tax Shelter / Watertower TV

Bij toeval is Mélissa Onana in een wereld beland die haar ooit volledig vreemd was. Via haar jongere halfbroer Amadou – dezelfde vader, andere moeder – maakte ze enkele jaren geleden kennis met de internationale voetbalwereld. Toen hij werd uitgenodigd voor een trainingsstage bij Hoffenheim, ging zij mee om hem te begeleiden. Hij verdiende een contract bij de Bundesliga-club, dat zij professioneel uitonderhandelde.

Inmiddels speelt Amadou Onana in de Britse Premier League en het Belgische nationale elftal en is Mélissa, als zwarte vrouw, uitgegroeid tot een professionele spelersmakelaar, die samen met haar compagnon Geoffrey Hoogland een portfolio van ruim dertig betaalde voetballers van veelal Afrikaanse origine beheert. Ze behoort inmiddels tot de gevestigde namen in een business die verder vooral uit witte mannen bestaat.

Met de voetbalacademie IFA probeert Mélissa Onana bovendien nieuwe talenten in haar moederland Senegal te scouten en op te leiden. Ze gelooft daarbij in een ferme aanpak. Geef ze de juiste wapens voor de oorlog, zegt ze over die talenten in My Sister / My Agent (72 min.). Iedereen die zich niet volledig geeft moet direct keihard aangepakt worden. Als ze ’t straks willen redden in Europa, zijn er nu eenmaal geen excuses. Nooit.

Zulke ‘tough love’ geeft ze overigens ook aan zichzelf. Want deze documentaire van Gilles Simonet toont tevens Onana’s kwetsbare kant. Ze kampt al haar halve leven met ernstige gezondheidsproblemen. Als kind was ze bang dat ze vanwege sikkelcelziekte de 35 nooit zou halen. Als Mélissa vertelt hoe ze onlangs toch haar vijfendertigste verjaardag heeft mogen vieren, moet ze voor de camera even een traantje wegslikken.

Terwijl ze haar eigen gezondheid voortdurend in acht moet nemen, ontfermt ze zich als een moederkloek over haar broer en cliënt Amadou, die tussen de wedstrijden en trainingen voldoende rust moet nemen, ook best eens mag ontspannen met het opnemen van een rapnummer en tegelijkertijd nog altijd moet afstuderen (waarvoor zijn zus speciale afspraken probeert te maken met de Belgische voetbalbond).

En dan roept de business weer: spelers die aan een nieuw contract of een andere club moeten worden geholpen. Ogenschijnlijk zonder moeite houdt Mélissa Onana, getuige dit boeiende inkijkje dat ze zelf mede-produceerde, zich staande in de voetbalwereld. Zoals ze ook probleemloos schijnt te kunnen schakelen tussen haar verschillende rollen naar Amadou. Want diens zus mag natuurlijk nooit zijn zaakwaarnemer in de weg zitten.

En die laatste moet aan het eind van het seizoen 2023-2024 aan de slag als de Belgische voetballer – alwéér, na korte verblijven bij Hoffenheim, Hamburger SV, Lille en Everton –een nieuwe stap in zijn carrière wil zetten. Het is alleen de vraag of Mélissa ook nu een goede deal weet uit te onderhandelen.

Iraq’s Invisible Beauty

Las Belgas

Samen met de Belgische-Koerdische filmmaker Sahim Omar Kalifa reist Latif Al Ani nog eenmaal door het land waarvan hij in zijn jonge jaren alle uithoeken heeft verkend. De hoogbejaarde fotograaf legde destijds een Irak vast dat nog niet was aangetast door oorlog, een idyllisch land dat de huidige inwoners zich nauwelijks meer kunnen voorstellen. Zo bruisend en welvarend kennen zij hun land helemaal niet. ‘We dachten toen dat Irak net als Amerika zou worden’, vertelt hij in de voice-over waarmee Iraq’s Invisible Beauty (86 min.) wordt aangestuurd.

Die voorspoed verdween eind jaren zeventig met de komst van dictator Saddam Hoessein. Net als Latif Al Ani, die wordt beschouwd als de vader van de Iraakse fotografie. Hij vluchtte naar het buitenland en moest van daaruit aanzien hoe zijn land te gronde werd gericht, met als dieptepunt de Amerikaanse inval in 2003. Daarbij werden naar verluidt ook een kwart miljoen fotonegatieven uit het staatsarchief vernietigd. ‘Irak is het enige land ter wereld, waarvan het verleden beter is dan het heden’, constateert de fotograaf mismoedig. ‘Misschien is vandaag beter dan morgen.’

Die ontwikkeling was overigens al ingezet vóór Hoesseins entree als leider. Toen Iraks complete koninklijke familie in 1958 werd vermoord bij een staatsgreep, kwam er een tragische dynamiek op gang, die tot op de dag van vandaag voortduurt, met als meest zwarte voorbeeld de opkomst van Islamitische Staat. Er lijkt vrijwel permanent bloed door de Tigris te vloeien. Het resultaat van al dat geweld is alomtegenwoordig tijdens Al Ani’s reis. De ravage die hij aantreft – ook in de mensen die hij ontmoet – contrasteert met de wereld die hij ooit vereeuwigde op talloze zwart-wit foto’s.

Als hij de totale vernietiging van Irak aanschouwt, is het de hoogbejaarde fotograaf, die in 2021 op 89-jarige leeftijd overleed, even zwaar te moede in deze melancholieke roadmovie, die Kalifa maakte met coregisseur Jurgen Buedts. Ook Al Ani heeft waarschijnlijk ooit gedacht dat de democratie en welvaart in zijn land vanzelfsprekend waren. Zijn tweeduizend bewaard gebleven foto’s, van in totaal naar schatting tweehonderdduizend foto’s (!), vormen het tastbare bewijs dat dit kosmopolitische Irak wel degelijk ooit heeft bestaan.

Big Time: De NBA-Droom Van Jesse Edwards

Nozem Films / Omroep Zwart

D’rop of d’ronder. Nog 98 dagen tot de NBA-draft van 2024. Dan selecteren de teams van de National Basketball Association in totaal zestig jonge spelers. Het Nederlandse talent Jesse Edwards stond enige tijd geleden nog op plek veertig op de voorlopige ranglijst, maar is daaruit, mede door een blessure, inmiddels weggevallen. Hij zal zich snel in de kijker moeten spelen. Anders is zijn kans, in elk geval voor dit jaar, verkeken.

Eva van Weeghel, Kim Smeekes en Eef Hilgers gebruiken die draft als richtpunt voor de sportdocu Big Time: De NBA-Droom Van Jesse Edwards (53 min.). Wanneer de lange Amsterdammer daar niet wordt geselecteerd, zou zijn Amerikaanse avontuur na vijf jaar universiteitsbasketbal wel eens abrupt kunnen eindigen. Als zijn team al snel faalt bij een cruciaal meetmoment, hangt Edwards’ toekomst dus aan een zijden draadje.

Stilistisch is deze film nogal een ratjetoe. Er zijn de geijkte elementen voor elk sportportret: enerverende jeugd-, wedstrijd- en trainingsbeelden, achter de schermen-impressies en gesprekken met de hoofdpersoon en sleutelfiguren uit zijn directe omgeving, zoals zijn Nederlandse moeder, Amerikaanse vader en enthousiaste broers, enkele medespelers en zijn voormalige coach bij West-Virginia University, Bob Huggins.

Daarnaast bevat Big Time echter ook vox pops met Amerikaanse tieners, enkele gereconstrueerde scènes en een paar korte explainers over hoe het Amerikaanse basketbalsysteem werkt door de voormalige NBA-spelers Geert Hammink en Henk Norel en Edwards’ jeugdcoach in Nederland, journalist Arno Kantelberg. Hoewel alle elementen met smakelijke muziek bij elkaar zijn geklutst, is dat wat veel van het goede.

Intussen neemt het aantal dagen naar die allesbepalende NBA-draft zienderogen af – en loopt intussen de spanning op bij Jesse Edwards. Deze film brengt dat zenuwslopende proces van heel dichtbij in beeld en werkt toe naar het selectiemoment, dat hij thuis in Nederland, te midden van z’n complete familie en gevolgd door de camera’s van de Nederlandse sportzender ESPN, beleeft: d’rop of d‘ronder, nu!

Churchill At War

Netflix

Zoals ze daar zitten, gebroederlijk naast elkaar op twee stoeltjes in Casablanca, lijken ‘t heel even twee heel gewone oude mannetjes, vrienden voor het leven wellicht, die samen genieten van het zonnetje. In werkelijkheid gaat ’t om twee beeldbepalende leiders uit lang vervlogen tijden, voor de gelegenheid ingekleurd. Om hen van de twintigste eeuw, waarin ze allebei een prominente rol speelden, naar de éénentwintigste te tillen. De één zit er breed glimlachend bij, ogenschijnlijk een gulle politicus. De ander kijkt enigszins zuinig, het toonbeeld van de onverzettelijke leider.

De Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt en Britse premier Winston Churchill hebben elkaar, na even zoeken, gevonden in hun strijd tegen nazi-Duitsland en Japan. Er is zowaar iets van vriendschap ontstaan, betogen enkele historici in Churchill At War (235 min.). Die krijgt echter al snel een serieuze knauw als de Russische leider Stalin zich tijdens een volgende top in Teheran bij het duo voegt en de leider van het grote Britse rijk het mikpunt van spot wordt. Daar, in die ‘schoolpleindynamiek’ van 1943, wordt al de basis gelegd voor de naoorlogse wereld en de Koude Oorlog.

Zulke sfeertekeningen behoren tot de pluspunten van deze vierdelige historische serie, waarin regisseur Malcolm Venville traditionele documentaire-elementen zoals authentiek (hoewel dus ingekleurd) archiefmateriaal en commentaar daarbij van bekende historici zoals Douglas Brinkley, Dan Snow en Jon Meacham, Churchills kleindochter Emma Soames en de prominenten Boris Johnson, George W. Bush en David Petraeus ‘verrijkt’ met uitgebreide gedramatiseerde scènes, waarin de Britse acteur Christian McKay het larger than life-personage Winston Churchill vertolkt.

En daar, bij die combinatie van non-fictie en fictie, wringt ’t ook meteen. Want die twee komen, zoals wel vaker, slechts zelden geloofwaardig bij elkaar. De Churchill van McKay blijft te allen tijde een rol. Ook doordat hij, samen met Venville, soms echt het clichébeeld van de man opzoekt: de moeilijk kijkende bullebak, met z’n hoed, vlinderstrik en die eeuwige sigaar, die regelmatig onbehouwen uit de hoek komt, maar ‘t eigenlijk niet zo slecht meent en ‘t in elk geval als beste weet. Het is de Winston Churchill die al in talloze dramaproducties is opgetekend. Meer icoon dan mens.

Uit ‘s mans nalatenschap zijn bovendien vijf miljoen gepubliceerde en zes miljoen uitgesproken woorden gedestilleerd, meldt Churchill At War bij aanvang trots. Die hebben, zo nodig met kunstmatige intelligentie omgezet in audio, hun weg gevonden naar een narratief over een geboren leider met een vooruitziende blik: hij herkende al heel vroeg het gevaar van Adolf Hitler, muntte de term ‘Het IJzeren Gordijn’ en had wellicht zelfs voorzien, of erop gespeculeerd, dat hij zelf postuum alleen nog maar aan belang zou winnen.

Ernest Cole: Lost And Found

Ernest Cole / Imagine

Met zijn boek House Of Bondage schetst fotograaf Ernest Cole in 1967 een ontluisterend beeld van het dagelijks leven van zwarte Zuid-Afrikanen onder het Apartheidsregime. Hij heeft tien jaar gewerkt aan het fotoboek, dat echter direct wordt verboden en nooit te koop zal zijn in z’n geboorteland. Dat heeft hij dan zelf al achter zich gelaten. ‘Ik was blij om niets te verlaten, triest om alles achter te laten’, zegt hij daarover in Ernest Cole: Lost And Found (106 min.). Althans, dat zegt de acteur Lakeith Stanfield daarover, in de dragende voice-over van deze documentaire, die is gebaseerd op geschriften van Cole.

Vijftig jaar na de uitgave van House Of Bondage worden er – als een soort reprise van het verhaal van de onbekende fotografe Vivian Maier – 60.000 onbekende negatieven van de fotograaf gevonden in een Zweedse bankkluis. Deze film van Raoul Peck, die eerder de zwarte schrijver James Baldwin tot leven wekte in I Am Not Your Negro (2017), probeert te reconstrueren wat er in de tussenliggende periode is gebeurd met Ernest Cole, die in 1966 in de Verenigde Staten belandt en daar al snel tot een bijzonder pijnlijke conclusie is gekomen: Afro-Amerikanen zijn nauwelijks beter af dan zwarte Zuid-Afrikanen.

Borden die hij kent uit eigen land, zoals ‘Nie blanke kassier’ of ‘Drinkfonteintjie vir blankes’ blijken hun eigen variant te hebben in het land van hoop en dromen, dat in wezen net zo gesegregeerd is als de natie die hij is ontvlucht. ‘Witte mensen in de Verenigde Staten hebben dezelfde houding ten opzichte van zwarte mensen als witten in Zuid-Afrika’, laat Ernest Cole optekenen in The New York Times. Hij gaat er dus door met het vastleggen van het lot van de zwarte gemeenschap en vindt ’t tegelijkertijd ondraaglijk om ‘de chroniqueur van ellende, onrecht en ongevoeligheid’ te moeten zijn.

Ruim een halve eeuw later roepen die foto’s, in de rug gedekt door een levendig geluidsdecor, moeiteloos een wereld op, waarin zwarten, zowel in Zuid-Afrika als de Verenigde Staten, bijna per definitie aan het kortste eind trekken. Met die geconstrueerde voice-over slaagt Peck er bovendien in om de psyche te pakken te krijgen van de banneling Cole. Een buitenstaander, in een wereld waarin hij vanwege zijn huidskleur sowieso al serieus op achterstand staat. Hij raakt langzaam geïsoleerd en kampt met heimwee, naar een land waar hij allang niet meer welkom is.

In 1990, het jaar dat Apartheid officieel wordt afgeschaft, valt ook het doek voor Ernest Cole. De succesvolle fotograaf is mettertijd verworden tot een dakloze man, die is gestopt met fotograferen en volledig in de vergetelheid is geraakt. Zijn werk lijkt bovendien voor een belangrijk deel verloren te zijn gegaan. Pas als in Zweden een bankkluisje z’n geheimen prijsgeeft, het startpunt van deze boeiende en knap gemaakte film, blijkt nog eens hoe vitaal en wezenlijk Cole’s werk was en ís.

The Commandant’s Shadow

HBO

Hans Jürgen Höss heeft volgens eigen zeggen ‘een fijne en idyllische jeugd’ gehad. Hij speelde met z’n zusje Inge-Brigitt, bijgenaamd ‘Püppi’, in het zwembad bij hun huis, ravotte met de hond of ging met zijn vader kanoën op de rivier. Als kind had hij er geen idee van dat hij naast het vernietigingskamp Auschwitz woonde – en dat zijn vader Rudolf daarvan de commandant was. Vanuit hun huis konden ze het crematorium zien.

Dat gruwelijke uitgangspunt – het gelukkig gezinnetje Höss, naast een moordmachine zonder gelijke – vormde natuurlijk al het uitgangspunt voor de Oscar-winnende speelfilm The Zone Of Interest (2023). De documentaire The Commandant’s Shadow (103 min.) zorgt voor verdere context. Rudolf Höss’s zoon Hans Jürgen houdt daarin vol dat hij zich als kind geen moment bewust is geweest van wat er zich daar, aan de andere kant van de tuinmuur, afspeelde. Zijn eigen zoon Kai, de kleinzoon van de commandant en zelf pastor in een kerk te Stuttgart, kan zich dat nauwelijks voorstellen. Hij vermoedt dat zijn vader die herinneringen, uit pure zelfbescherming, heeft verdrongen.

In deze film van Daniela Volker gaat Hans Jürgen eindelijk de confrontatie aan. Hij verdiept zich bijvoorbeeld in de memoires van zijn vader. Als hij leest hoe die tijdens het afvoeren van vrouwen en kinderen naar de gaskamers moest denken aan zijn eigen gezin, reageert Hans Jürgen geschokt. Zo komt ’t wel heel dichtbij. Hij reist ook af naar de Verenigde Staten voor een ontmoeting met ‘Püppi’, die hij al ruim een halve eeuw niet heeft gezien. Hun vader was ‘een goed mens’, houdt zij dan staande, ook tegenover zichzelf. Hij was ergens in beland waaruit ie niet meer kon ontsnappen. En hun moeder Hedwig schermde de kinderen af, zodat zij een onbezorgd leventje konden leiden.

Tegenover de verschillende leden van de familie Höss plaatst Volker de Joodse vrouw Anita Lasker-Wallfish, die als celliste een plek veroverde in het kamporkest van Auschwitz en mede daardoor de oorlog overleefde, en haar dochter Maya, die met typische tweede generatie-problematiek kampt. ‘Ik ben de verkeerde moeder voor mijn dochter’, stelt Anita. ‘Ik ben heel simpel. Getraumatiseerd? Vergeet ‘t. Ga door met je leven.’ Maya wil die geschiedenis echter verder onderzoeken en legt in dat kader contact met vader en zoon Höss. Hun ontmoeting vormt de climax van deze stemmige film over verzoening met een verleden waarmee geen mens zich eigenlijk kan verzoenen.

Hans Jürgen en zijn zoon moeten accepteren dat ze afstammen van, in Kais woorden, ‘de grootste massamoordenaar uit de menselijke historie’, Anita en haar dochter dat zelfs hun traumatisch verleden geen enkele garantie biedt voor de toekomst. Want om hen heen zien ze hoe de tegenstellingen weer ouderwets worden opgepookt en ook de zondeboktheorie gewoon weer opgeld doet.

Doodstrijders

Powned

Samen met zijn dochter Tamar oefent Loek de verklaring die hij wil afleggen in de rechtbank. ‘Edelachtbaar college’, begint hij geëmotioneerd. ‘Nooit heb ik uit minachting voor de wet deze willen overtreden. Mijn actieve rol op het gebied van hulp bij zelfdoding heb ik altijd uitgevoerd om anderen te helpen dezelfde wens te vervullen die ik zelf ook had: beschikking te hebben over Middel X, om te zijner tijd, vroeger of later, de mogelijkheid te hebben zelf invulling te geven aan het levenseinde wanneer anderen daar niet toe bereid zouden zijn.’

Tegen de voormalig humanistisch geestelijk raadsman bij het Ministerie van Justitie wordt een celstraf van tweeëneenhalf jaar geëist, waarvan een jaar voorwaardelijk. Drie dagen na de laatste dag van de strafzaak komt Loek op tachtigjarige leeftijd te overlijden. Een natuurlijke dood – al willen de politie en het Openbaar Ministerie dat nog wel even zeker weten. Zijn lichaam wordt onderzocht voordat het wordt vrijgegeven. ‘En dan krijg je je vader terug met een open gezaagde schedel’, zegt z’n dochter bitter. Net als de andere Doodstrijders (61 min.) van de Coöperatie Laatste Wil is Loek door zijn idealisme hard in aanvaring gekomen met de wet en voor de rechter beland.

‘Heel eerlijk gezegd vraag ik me af hoeveel machinisten ik, door te zijn wie ik ben en te hebben gedaan wat ik gedaan heb, heb voorkomen dat zij een mens voor de trein kregen’, zegt Tineke (74), die er niet omheen draait dat ze Middel X heeft verstrekt, in deze documentaire van Christien van der Aar en Manon Hoornstra. Dat verstrekken wordt overigens pas strafbaar als er daadwerkelijk een zelfdoding volgt. In de woorden van Tineke worden zij dan ‘gestraft voor medemenselijkheid’. Overtuigde Laatste Wil-strijders zoals zij vinden dat ze recht hebben op zelfbeschikking: ‘baas over eigen sterven’. En dus zoeken ze de grenzen van de wet op, omdat die moet worden verlegd.

Tegenover zulke activisten staan in deze film enkele ervaringsverhalen. Zo is Bart (44) er bijvoorbeeld nog altijd verdrietig over dat zijn partner Kevin (32) in 2021 zelf het Middel X moest nemen en zo geheel alleen uit het leven stapte. Of Kevin daadwerkelijk de beoogde ‘zachte dood’ heeft gekregen, weet Bart dus niet. De zussen Eefje en Martine hebben geconstateerd dat Middel X bij hun 92-jarige vader Dick in elk geval niet voor een waardig einde heeft gezorgd. Het was ‘een griezelfilm’ volgens Eefje (60). Nu Martine (62) zelf ongeneeslijk ziek is, geeft het haar rust dat zij zelf in aanmerking komt voor euthanasie en niet een vergelijkbaar pijnlijk stervensproces hoeft mee te maken.

Zo brengt deze boeiende en urgente documentaire de uitdrukkelijke wil van een aantal oudere idealisten om de (euthanasie)wet te verruimen in beeld, maar schromen Van der Aar en Hoornstra ook niet om de complicaties van het gekozen middel en de strafrechtelijke gevolgen van hun acties in kaart te brengen. Jos van Wijk (75), de ex-voorzitter van de Coöperatie Laatste Wil, blijft nochtans optimistisch. ‘De geest is uit de fles en die gaat er niet meer in terug’, stelt hij. ‘Dit is nog lang geen gelopen strijd. Sterker nog: die zelfbeschikking en Middel X om een einde aan je leven te maken is geen kwestie van óf ’t gaat gebeuren maar wanneer ’t gaat gebeuren.’

Het Spel Van Tao

Human

Al die verhalen over de giftige cultuur binnen de topsportwereld kent Bettine Vriesekoop natuurlijk uit eigen ervaring. Als tafeltennisster kende ze tijdens haar lange loopbaan veel succes, maar moest ze ook enkele fikse tegenvallers incasseren. Toen Vriesekoop in 1988 bijvoorbeeld in de kwartfinale werd uitgeschakeld bij de Olympische Spelen van Seoul, gaf haar coach Gerard Bakker haar publiekelijk van onder uit de zak. In de korte docu Het Spel Van Tao (11 min.) is het pijnlijke fragment alleen te zien, niet te horen. Het spreekt nochtans boekdelen.

Bettine Vriesekoop stopte gedesillusioneerd met tafeltennis. Een jaar later maakte ze, zonder Gerard Bakker aan haar zijde (of hijgend in haar nek), een succesvolle comeback. ‘Ik ben getraind volgens het conflictmodel’, vertelt ze nu in deze gestileerde film van Esther Pardijs. ‘Je moet je tegenstander haten. Je moet ‘m afmaken. Meedogenloos zijn. En daar haal je je energie uit.’ In China, de bakermat van het tafeltennissen, leerde ze een heel andere manier van kijken naar de sport. Zoeken naar balans, tussen het mannelijke en het vrouwelijke in haar. De yin en yang, natuurlijk.

‘De Chinezen zeggen: wij hebben maar één tegenstander’, herinnert Bettine Vriesekoop zich. ‘Jullie hebben er twee: de echte tegenstander en jezelf.’ En die laatste moet en kun je volgens hen onschadelijk maken, zonder er al te veel energie aan kwijt te raken. Die gedachte heeft de interesse gewekt van Esther Pardijs. Die maakte enkele jaren geleden Turn!, een persoonlijke film over haar zoon Roman, een turntalent, en het veeleisende topsportklimaat waarin kinderen zoals hij terechtkomen. Als turnmoeder deed ze daaraan misschien wel meer mee dan ze eigenlijk wilde.

Maar is er een alternatief? Kun je topsport bedrijven, zonder grensoverschrijdend gedrag? Terwijl ze verwikkeld is in een tweekamp met een jonge Chinese speler – door Pardijs geplaatst in een sfeervol uitgelichte setting, ritmisch gemonteerd en aangekleed met een prikkelend sound- en muziekdecor – deelt Bettine Vriesekoop de filosofie die ze in China opdeed. Ze voer er zelf in elk geval wel bij: in 1992 won ze, tien jaar na haar eerste kampioenschap, opnieuw de Europese titel in het enkelspel. En zeven jaar later werd Vriesekoop gekozen tot beste Nederlandse tafeltennisster van de twintigste eeuw.

Kerviel: Un Trader, 50 Milliards

HBO

Één enkele trader dreigt in 2008 de positie van de Franse bank Société Générale en het totale financiële systeem te destabiliseren. De durfal Jérôme Kerviel – een man die helemaal z’n eigen plan trekt, onnavolgbare posities inneemt en verslaafd lijkt aan gokken – heeft het voorgaande jaar afgesloten met een onwaarschijnlijk rendement van bijna anderhalf miljard euro. Dat jaagt hij er binnen enkele weken ook weer doorheen. Al snel heeft hij voor vijftig miljard euro aan posities uitstaan en dreigt zijn werkgever voor vijf miljard het schip in te gaan. Het lijkt om een onvoorstelbaar grote fraude te gaan.

Het is nauwelijks voor te stellen dat niemand binnen Société Générale heeft opgemerkt dat Kerviel, toch echt geen toptrader binnen de bank, er een wel héél opmerkelijk beleggingspatroon op nahield. Dit zou betekenen dat de interne controlemechanismen van de bank helemaal niets voorstellen. Logischer is ’t dat een enkeling doelbewust een oogje dicht heeft geknepen – zolang hij/zij er zelf er ook beter van zou worden, bijvoorbeeld in de vorm van een bonus. Óf – een wel heel ongemakkelijke optie – zouden ze binnen de bank eigenlijk ook niet precies weten hoe het systeem werkt?

De mentaliteit van sommige traders wordt in Kerviel: Un Trader, 50 Milliards (Engelse titel: Breaking The Bank: One Trader, 50 Billion, 184 min.) omschreven als: met 160 kilometer per uur over de snelweg razen en denken dat je alles onder controle hebt. De ondoorzichtigheid van het financiële stelsel speelt intussen ook deze vierdelige docuserie parten. Zeker in de eerste twee delen heeft regisseur Fred Garson soms moeite om de affaire tot z’n kern terug te brengen en van z’n heisa, jargon en totale abracadabra te ontdoen. Voor een buitenstaander blijft ’t daardoor lastige materie.

Dat is ongetwijfeld ook de bedoeling van de sterren van de beursvloer. Met die geheimtaal kunnen ze immers hun eigen positie beschermen. Jérôme Kerviel zelf – geïnterviewd in een ontmantelde kantoorruimte en voor een enorm scherm waarop hij zelf is te zien, een vervreemdend beeld – spreekt doorgaans klare taal en voldoet sowieso niet aan het clichébeeld van de aalgladde trader, die alleen op geld en status uit is. Wanneer hij in de gerechtelijke molen belandt, dringt de vraag zich steeds sterker op of hij echt alleen heeft gehandeld en Société Générale werkelijk van niets wist.

Het antwoord laat zich raden, maar dat betekent natuurlijk niet dat dit ook onomstotelijk kan worden bewezen. Garson duikt in de laatste twee delen diep in Kerviels rechtsgang, waarbij ook de Franse justitie en politiek gaandeweg flink onder vuur komen te leggen. Ook dan weidt hij alleen behoorlijk uit, met bijdragen ván oud-president François Hollande en óver de toenmalige minister Christine Lagarde, de latere voorzitter van de Europese Centrale Bank. Een schandaal van zo’n omvang rechtvaardigt ongetwijfeld ook een stevige productie, maar deze miniserie is wel erg ruim bemeten.

Ruigoord – Een Kosmisch Lek

Gusto Entertainment

Aan de vooravond van het vijftigjarig bestaan van Ruigoord, in juli 2023, is het de vraag hoe de toekomst van het kunstenaarsdorp eruit ziet. Ontwikkelingen binnen het Amsterdamse havengebied, waar wordt ingezet op vergroening, zetten de situatie in dat, ja, Asterix en Obelix-achtige dorpje behoorlijk onder druk. Voor de bewoners staat één ding als een paal boven water: Ruigoord moet en zal blijven. Een stad als Amsterdam heeft nu eenmaal – in de woorden van één van de oprichters, dichter Hans Plomp – een plek nodig waar de scharrelmens kan bestaan.

Plomp en andere mannen van het eerste uur zoals ‘burgemeester’ Rudolph Stokvis en beeldend kunstenaar Theo Kley speelden tijdens de opnames voor de documentaire Ruigoord – Een Kosmisch Lek (80 min.) van Peter Wingerder nog een prominente rol in de culturele vrijplaats, waar de verbeelding al een halve eeuw aan de macht is. Inmiddels zijn ze alle drie overleden. Het tekent de transitie waarin Ruigoord zich bevindt: hoe kan de kunstenaarsgemeenschap intussen het goede van het verleden behouden en tegelijkertijd toekomstbestendig blijven?

Deze vraag sluimert voortdurend op de achtergrond in deze oogstrelende film over de hippie-enclave en meldt zich zo nu en dan ook op de voorgrond, bijvoorbeeld als vertegenwoordigers van de Stichting Ruigoord in de weer moeten met de gemeente Amsterdam om hun toekomst veilig te stellen. Ze willen een huurcontract voor de lange termijn, een veld waarop ze in die periode evenementen mogen organiseren en – niet te vergeten – de kerk, waarmee ‘t allemaal ooit is begonnen, blijven exploiteren. Die wensen worden niet allemaal automatisch ingewilligd.

Deze documentaire fladdert ondertussen alle kanten op, langs een aantal kleurrijke figuren, de activiteiten die zij op touw zetten en Ruigoords roemruchte historie. Zonder dat Wingerder écht halthoudt. En al te veel context geeft hij doorgaans ook niet. Het bezorgt zijn film een wat fragmentarisch karakter. Er valt méér dan genoeg te kijken – van een uitbundig huwelijksfeest en een heuse Mohawk-ceremonie tot een brand in Ruigoord en een associatieve sequentie over de geschiedenis van de zogenaamde Luchtbus – maar een dwingende verhaallijn ontstaat er zo niet.

Misschien is dat ook wat Ruigoord is en wil zijn – een plek waar niets vastligt en waarvan iedereen zijn eigen beeld mag vormen – maar Ruigoord – Een Kosmisch Lek zou wel hebben gevaren bij iets meer richting en focus.

10 Meldingen In 10 Minuten

Human

In deze korte docu gebeurt helemaal niets – en tegelijkertijd ontzettend veel. Ruim tien minuten lang zit één en dezelfde jonge man voor de camera, te midden van zijn collega’s in hun werkruimte. Hij is close in beeld, kijkt recht in de lens en vertelt simpelweg wat hij op zijn eigen computerscherm aantreft.

Eko werkt bij het Meldpunt Kinderporno. ‘Samen met vijf andere analisten beoordeelt hij jaarlijks ruim een miljoen foto’s en filmpjes’, heeft een tekst in beeld hem dan al geïntroduceerd in deze indringende productie van Jefta Varwijk, Carola Houtekamer en Jaap van Heusden. ‘Strafbaar materiaal sturen ze door naar de politie of Interpol.’

En dan kan 10 Meldingen In 10 Minuten (16 min.) daadwerkelijk van start. Als langstzittende analist bekijkt Eko inmiddels vier jaar lang dagelijks schokkende beelden. Nu loopt hij de binnengekomen meldingen langs en beschrijft wat hij daarbij te zien krijgt. De beelden die zijn woorden oproepen, nuchter en feitelijk, branden zich ongezien op je netvlies.

‘Ik zie een meisje, ingezoomd op de geslachtsdelen’, vertelt hij bijvoorbeeld bij het zoveelste doorgestuurde plaatje. ‘En haar vagina wordt gespreid door een volwassen hand.’ Eko twijfelt niet: meteen wegklikken. En dan noteert hij: ‘baseline, female, prepubescent’. Save. Nog even het IP-adres van het domein controleren: buiten Nederland. En door.

Volgende melding. Weer een foto of filmpje van een kind in nood. Professioneel werkt Eko zich door afschuwelijke beelden uit de donkerste krochten van het internet. Een enkele keer ziet hij een bekend kind. Een andere keer is zelfs hij nog geschokt. Hij bijt dan even op z’n lip, hervat daarna zijn taak en neemt zich voor om straks een sigaretje te gaan roken. 

Het is bewonderenswaardig en tegelijk niet te begrijpen hoe Eko en Cleaners zoals hij steeds weer aan een nieuwe werkdag willen beginnen – en kunnen slapen na de vorige. Deze korte film maakt dat met heel beperkte middelen uitstekend invoelbaar. Eko’s ogen zien waarvoor wij ze het liefst sluiten.