Jane


Jane Goodall is als onvermoeibare beschermvrouwe van ’s werelds chimpansees een soort merknaam geworden. Met haar eigen wereldwijde non-profit organisatie, waar je zelfs een aap kunt adopteren. Deze weldadige film gaat terug naar begin jaren zestig toen ze als 26-jarige zonder enige wetenschappelijke ervaring naar Tanzania werd gestuurd om daar een chimpansee-gemeenschap te observeren en zo iets te leren over (de voorvaderen van) de mens.

Haar latere geliefde, de vermaarde Nederlandse natuurfilmer en -fotograaf Hugo van Lawick, maakte prachtig beeldmateriaal van de bevallige Britse met haar onmetelijke liefde voor dieren en de natuur. Materiaal, zonder geluid overigens, dat verloren leek te zijn gegaan. Totdat het in 2014 werd teruggevonden. Honderd uur in totaal. Afgelopen week, 17 jaar na Van Lawicks overlijden, goed voor een Emmy Award. Me ape, you Jane. In alle soorten en maten. Waarbij de man achter de camera zichtbaar fantaseert over ‘me Hugo, you Jane’.

Regisseur Brett Morgen, die eerder ook al een overrompelend mooie biopic maakte over Nirvana-zanger Kurt Cobain, had op alle mogelijke manieren kunnen verdwalen in die overvloedige beeldenpracht, maar heeft er een kleine en intieme vertelling in gevonden, die tevens model staat voor een groter, universeel verhaal. Over hoe intelligente wezens, mensen en dieren, met elkaar samenleven, voor elkaar zorgen of – ja, dat ook! – oorlog voeren.

Jane (90 min.) is bovendien virtuoos gemonteerd. De verhaallijn wordt slim op- en uitgebouwd en op diverse niveaus voorzien van symboliek, waarbij de erg dwingende muziek van Philip Glass uiteindelijk ook helemaal op zijn plek valt. Met deze betoverende film, een fraaie demonstratie van het adagium 1 + 1 = 3, opent Brett Morgen een wonderbaarlijke wereld, waarnaar je eigenlijk steeds zou willen terugkeren.

De Prijs Van De Hemel


Morgen komt waarschijnlijk een jongensdroom uit. In Camp Nou, het imposante voetbalstadion van FC Barcelona, staat PSV-middenvelder Pablo Rosario dan in zijn eerste Champions League-wedstrijd tegenover de superster Lionel Messi. Zes jaar geleden belichtte regisseur Jack Janssen het leven van de dertienjarige Rosario in de documentaire De Prijs Van De Hemel (61 min.).

De verwachtingen zijn dan al hooggespannen rond de HAVO-scholier met de paardenstaart. Volgens zijn jeugdtrainer bij de Amsterdamse amateurclub DWS wordt Pablo Paulino Rosario zelfs beter dan Ruud Gullit, die samen met Frank Rijkaard bij dezelfde vereniging speelde. Hij staat in de belangstelling van Ajax, Feyenoord en zijn huidige werkgever PSV. Vertegenwoordigers van die clubs blijven hem met voorstellen bestoken. Aan Pablo de keuze…

Pa Rosario treedt op als zaakwaarnemer. Ook hij denkt dat zijn zoon de top gaat halen. ‘Hij komt absoluut in het Nederlands elftal te spelen.’ Tegelijkertijd ziet de van oorsprong Dominicaanse spraakwaterval ook beren op de weg. ’Er zijn hele mooie vrouwen die je het hoofd helemaal op hol kunnen brengen’, oreert hij tegen zijn zoon. Pablo moet ervoor zorgen dat hij op een dag ‘een kusje en ketting van de koningin’ krijgt als het Nederlands elftal met hem het WK heeft gewonnen. De jongen zit de preek onbewogen uit.

Tijdens de halve finale van het WK-voetbal in Zuid-Afrika laat Pablo een heel andere kant van zich zien. In een krachtige scène juicht hij (om zijn vriendjes te sarren?) heel nadrukkelijk voor Oranjes tegenstander Uruguay, bij een wedstrijd waarin ook zijn huidige trainer Mark van Bommel actief is. Ineens is ‘Pablito’ weer gewoon een lekker dwarse puber, die school, vriendjes en een alles overwoekerende ‘hobby’ moet zien te combineren en soms gewoon de kont tegen de krib gooit.

Intussen brengt deze observerende documentaire uit 2012 ook treffend de gekte in beeld die kan ontstaan rond jeugdig voetbaltalent, waarbij volwassen mannen hun eigen dromen projecteren op een kind en anderen daar weer een slaatje uit proberen te slaan. Terwijl steeds opnieuw blijkt hoe moeilijk het is om te voorspellen wie er later tegenover Messi komt te staan en wie gedoemd is om weg te kwijnen in de verste uithoeken van het betaalde voetbal.

The Jinx: The Life And Deaths Of Robert Durst


Verdacht van drie afzonderlijke moorden, maar nooit veroordeeld. Ook al heeft Robert Durst toegegeven dat hij één van de lijken in stukken heeft gezaagd en vervolgens in het water heeft gedumpt. Dat is het fascinerende uitgangspunt van de Amerikaanse true crime-klassieker The Jinx: The Life And Deaths Of Robert Durst (268 min.) uit 2015, die in eigen land een ongelofelijke mediahype veroorzaakte.

Meer zou je eigenlijk niet moeten willen weten over deze opzienbarende zesdelige serie, die in zijn geheel online is te bekijken. En ga ook vooral niet googelen op Durst, zijn steenrijke New Yorkse vastgoedfamilie of de moorden waarvan hij wordt verdacht, waaronder die op zijn echtgenote Kathleen McCormack. Je zou op informatie kunnen stuiten die de overrompelende kijkervaring kan vergallen. The Jinx bekijk je bij voorkeur zonder enige verdere voorkennis.

Feit is – voor de nieuwsgierige aagjes onder ons, die zich toch niet kunnen bedwingen – dat Robert Durst een hoofdpersoon is om van te dromen: charmant, gelaagd en totaal onvoorspelbaar. En soms ronduit angstaanjagend. In regisseur Andrew Jarecki, die eerder al de prachtige documentaire Capturing The Friedmans maakte, treft Durst echter een waardig opponent, die samen met hem op zoek gaat naar de waarheid. Daarbij gaan de handschoenen uit en – spoiler alert! – blijven de zendersetjes aan.

Dat is dan ook écht alles wat je hoeft te weten over deze superspannende miniserie, waarin Durst en Jarecki elkaar, zichzelf én de kijker de ene na de andere vernietigende vuistslag geven. Want The Jinx: The Life And Deaths Of Robert Durst is zowel ‘too good to be true’ als ‘too true to be good’.

In het voorjaar verscheen een tweede seizoen van deze true crime-serie: The Jinx Part Two.

The Oslo Diaries


Op 13 september 1993, 25 jaar geleden dus, werd er gedroomd over vrede in de Noorse hoofdstad Oslo. De Israëlische premier Yitzhak Rabinschudde op neutraal terrein de hand van zijn gezworen vijand Yasser Arafat, de leider van de Palestijnse vrijheidsbeweging/terroristische organisatie PLO. En er leek zowaar een reële kans op een permanent staakt het vuren in het explosieve hart van het Midden-Oosten.

Inmiddels weten we helaas wel beter. Ruim twee jaar later, in de turbulente dagen na het tweede Oslo-akkoord van 1995, zou de Joodse kolonist Yigal Amir, een fervente tegenstander van de akkoorden, de Israëlische leider vermoorden en daarmee ook de droom van vrede om zeep helpen. Anno 2018 kunnen we ons de wereld nog altijd nauwelijks voorstellen zonder het deprimerende Palestijns-Israëlische conflict, dat steeds weer opnieuw oplaait.

In The Oslo Diaries (97 min.) wordt de aanloop naar het vredesakkoord, waarbij er in het diepste geheim op het scherp van de snede is onderhandeld, gereconstrueerd met enkele direct betrokkenen. Daarbij putten de filmmakers Mor Loushy en Daniel Sivan ook veelvuldig uit dagboeken die enkele onderhandelaars hebben bijgehouden. Enkele cruciale scènes zijn bovendien gedramatiseerd met acteurs.

Behalve voor het grote politieke verhaal heeft deze boeiende documentaire ook aandacht voor de menselijke kant van het vredesproces; de onderhandelaars zijn elkaar gaandeweg als mens (of zelfs als vriend) gaan zien, in plaats van als gezichtsloze vijand. In hun hart, en dat van veel anderen, groeide intussen de hoop dat er wellicht tóch een uitweg was uit alle ellende. Uiteindelijk is die echter (nog) nooit gevonden.

City Of Joy

Netflix

Verkrachting als strategisch wapen. Volgens Christine Schuler-Deschryver, één van de oprichters van City Of Joy (76 min.), wordt dit brute middel systematisch ingezet tijdens de oorlog in Congo. Een gebied waar genoeg vrouwen en kinderen zijn overweldigd stroomt immers vanzelf leeg en kan dus worden ingenomen. Prettige bijkomstigheid: verkrachting is niet alleen traumatisch voor de vrouw zelf. Het is ook een vernedering voor haar echtgenoot. Dikke kans dat hij haar verlaat.

Via de vrouw wordt zo de vijand, en uiteindelijk de gehele gemeenschap, ontwricht. Want wat kan er terecht komen van de kinderen die worden geboren uit zo’n gruwelijke gewelddaad? Hoe kunnen zij ooit anderen, vrouwen in het bijzonder, respecteren? In de ‘stad der vreugde’, een veilige enclave nabij de Oost-Congolese stad Bukavu, proberen ze die vicieuze cirkel te doorbreken. De slachtoffers van ‘seksueel terrorisme’ worden opgevangen, op de been geholpen en vervolgens voorbereid op een voortrekkersrol in de samenleving.

Belangrijk werk, van moedige mensen die zich onderscheiden tijdens een eindeloze en vrijwel vergeten oorlog, dat in deze documentaire van Madeleine Gavin terecht onder de aandacht wordt gebracht. De film zelf spreekt alleen minder tot de verbeelding. Indringende interviews en scènes genoeg, maar een dwingende narratief of dramatische ontwikkeling ontbreekt. City Of Joy werkt vooral als een krachtig pleidooi voor medemenselijkheid, van vrouwen én mannen die van geen opgeven willen weten.

The Cleaners


Zou bij de content moderatoren van Facebook, Google en Twitter ook posttraumatische stress voorkomen? De vraag stellen is hem beantwoorden. Deze werkbijen van het internet, veelal afkomstig uit ontwikkelingslanden zoals de Filipijnen, schuimen voortdurend als een soort onzichtbare beveiligingsbeambten het worldwide web af en stuiten daarbij op alle mogelijke vuiligheid; van kinderporno en cyberpesten tot executies en terroristische aanvallen.

Het is lopende bandwerk: ignore, ignore, delete, ignore, delete… Met gezwinde spoed ruimen ze zulke rotzooi op. Maar kunnen en mogen deze vuilnismannen en -vrouwen, die elk ook weer hun eigen context en perspectief meebrengen, werkelijk bepalen wat er weg kan of moet? Was het verwijderen van dat schilderij van Trump met een hele kleine pik – nadat hij in een verkiezingsdebat had gepocht over zijn gereedschap – bijvoorbeeld een kwestie van goede smaak of toch een serieus geval van censuur? De verantwoordelijke kunstenares weet het antwoord wel.

Wie bepaalt wat er hoe op het internet belandt? Komt de vrijheid van meningsuiting in het gedrang als we dat overlaten aan de Mark Zuckerbergs van deze wereld? En in hoeverre laten die hun oren hangen naar de regimes van landen als Turkije, Myanmar en de Filippijnen? De documentaire The Cleaners (88 min.) van Hans Block en Moritz Riesewieck stelt prangende vragen over de manier waarop de sociale media worden beheerd en laat ook de gewone frontsoldaten in de bijbehorende informatieoorlog aan het woord. Zij moeten dagelijks keuzes maken, die letterlijk voor miljarden mensen gevolgen kunnen hebben. En fouten kunnen ze zich daarbij niet permitteren volgens hun bazen.

Ook opponenten van de almachtige techbedrijven mengen zich in de strijd. Zo is er bijvoorbeeld een club die direct oorlogsbeelden veilig stelt, vóórdat die door de digitale schoonmakers worden weggepoetst. Dat blijkt geen overbodige luxe. De klassieke foto van Kim Phuc, het naakte meisje dat met een verbrand lijf op de vlucht ging na een napalmaanval en zo het symbool werd van de vuile oorlog in Vietnam, zou nu direct worden verwijderd, stelt één van de cleaners onomwonden. Het is een tekenend voorbeeld van de dilemma’s die in deze bijzonder urgente film, over de wereld waarin wij met zijn allen leven en hoe we daarbinnen de democratie proberen te onderhouden, aan de orde worden gesteld.

Man In De Knoop


Frans Bromet is geen ijdele interviewer. Uit de mond van de nestor van de Nederlandse televisiedocumentaire komen zelden heel ingewikkelde of net iets te slimme vragen. Hij houdt het vaak bij een bevestigend ‘ja’ of ‘oh ja’ en zo nu en dan een quasi-verbaasd ‘ach’. En natuurlijk herhaalt hij – zijn handelsmerk – ook vaak simpelweg de laatste woorden van zijn gesprekspartner.

De persoon voor de camera krijgt van hem in elk geval alle ruimte om zijn verhaal te doen – al schroomt Bromet ook niet om confronterende vragen te stellen. In Man In De Knoop (54 min.) gaat hij in gesprek met drie vrouwen, waarvan de echtgenoot uit het leven stapte. Als één van de weduwen opmerkt dat je heel veel kunt overwinnen als je maar van elkaar houdt, riposteert Bromet direct. ‘Maar dat is bij jullie dus niet gelukt.’ Haar gezicht betrekt: ‘Nee, helaas niet.’

De ontwapenende eerlijkheid van de vrouwen is de voornaamste troef van deze interviewdocu, waarin gesprekken worden afgewisseld met fotosequenties op muziek. Een van de drie vrouwen bekent bijvoorbeeld dat ze de wanhoopsdaad van haar man op geen enkele manier had zien aankomen. ‘Daar had ik echt nooit rekening mee gehouden.’ Na de verbazing volgde boosheid: hoe kon hij haar en zijn kinderen zonder enige verklaring achterlaten?

Via het persoonlijke verhaal van drie verschillende vrouwen probeert Bromet (die deze documentaire maakte met journalist Nathan Vos, schrijver van het boek Man O Man, over de zelfdoding van zijn broer) vat te krijgen op een tot nadenken stemmend feit: mannen maken tweemaal zo vaak een einde aan hun leven als vrouwen. Zonder al te veel pretentie vraagt Frans Bromet zich af of ‘de man’ eigenlijk nog wel toegerust is voor de hedendaagse maatschappij.

Crazy

IDFA

De troostende en helende werking van muziek. Zelden zal ie zo tastbaar zijn gemaakt als in de documentaire Crazy (99 min.), waarmee Heddy Honigmann zowel de publieksprijs van het IDFA als een Gouden Kalf won. Zodra de camera zich vastzet op het gezicht van een Nederlandse militair die zijn oorlogservaringen herbeleeft tijdens het beluisteren (nee: ondergaan) van zijn lijflied uit die tijd, verdwijnt elke mogelijke weerstand en krijgen zelfs overbekende hits van Elvis, U2 en – God betere ’t – Paul de Leeuw een geheel nieuwe lading.

Via die muziek dringt Honigmann in deze film uit 1999 door tot de kern van de soldaten tegenover haar. Veteranen van vergeten VN-missies in Cambodja, Libanon, Rwanda en Joegoslavië. Ze delen tevens hun verhalen, herinneringen en persoonlijke brieven en foto’s met haar, maar houden hun kaarten soms ook tegen hun borst. Want: een man mag niet huilen, zoals een getormenteerde Brabantse soldaat het uitdrukt. Zeker een militair niet. Zodra het intro van hun favoriete nummer klinkt – in zijn geval Knockin’ On Heaven’s Door van Guns N’ Roses – is er echter geen houden meer aan. Die muziek maakt weerloos.

Soms moet de filmmaakster verdomd hard werken om tot haar hoofdpersonen door te dringen. Rwanda-veteraan Niels Verheul wuift tijdens het gesprek bijvoorbeeld consequent elke vorm van emotie weg. ‘Ik zie mezelf niet in een hoekje gaan zitten huilen hoor’, vertelt hij nadat Honigmann diverse malen heeft doorgevraagd. Voor de zekerheid vraagt ze het nóg een keer: ‘Heb je dat nooit gedaan?’ ‘Nee’, bezweert hij. Zijn vrouw vult aan: ‘Daar niet, denk ik.’ Even later zit het stel samen op de bank zachtjes mee te zingen met De Figuranten van Stef Bos.

Ik ben in een gehaktmolen gegaan, zegt Peter Jan Dullaert over zijn uitzending naar Bosnië. ‘Daaruit is weer een ander mens gekneed. En ben ik wie ik nu ben.’ Hij specificeert: ‘bier drinken, roken en elke seconde leven. Niet elke dag, maar van seconde op seconde leven.’ Hij oogt als een gespannen veer, die op knappen staat. PTSS, denk je dan als leek, maar daar was toentertijd nog niet zoveel aandacht voor bij de Nederlandse krijgsmacht. In de afgelopen twintig jaar is er op dat gebied veel veranderd. En wellicht heeft de klassieke Nederlandse documentaire Crazy daarin nog een bescheiden rol gespeeld.

Land of The Free

IDFA

Hoe één enkel gebaar een compleet verhaal kan vertellen. De achttienjarige Juan zet een coole zonnebril op en de aandachtige kijker weet genoeg: foute boel!

Juan kwam als elfjarige vanuit El Salvador naar de Verenigde Staten en belandde al snel in een bende. Na zijn detentie komt hij nu vrij. Samen met zijn zestienjarige vrouw Maggie en hun dochtertje Marilyn moet hij zijn proeftijd zonder problemen, zoals drugsgebruik en bendeactiviteit, zien door te komen. En dan zet hij dus die zonnebril op.

Drie van de vier Amerikaanse gedetineerden keert vroeger of later terug naar de gevangenis. Gevangen in de draaideur. De Deense filmmaakster Camilla Magid volgt in de heel intieme documentaire Land Of The Free(58 min.) drie voormalige gevangenen vanaf het moment dat ze de deur, liefst definitief, achter zich dicht trekken en opnieuw de achterbuurten van South Los Angeles in trekken.

Voor Brian was het 24 jaar geleden dat hij vrij man was. Sinds zijn negentiende, toen hij tot levenslang werd veroordeeld, zag hij zijn moeder welgeteld drie keer. En nu is hij terug. In een wereld die hem volkomen vreemd is geworden. Met supersonische auto’s. En e-mail. Hoe werkt dat eigenlijk? En, ook niet onbelangrijk, hoe ga je ook alweer met vrouwen om?

De 28-jarige Cezanne, die is aangehouden met negentig kilo marihuana en daarna enige tijd in een cel doorbracht, kampt intussen met problemen van een geheel andere orde. Haar zoon Gianni is onhandelbaar. Hij mist thuis elke vorm van veiligheid. Het groeit moeder al snel boven het hoofd. Dat leidt tot intense confrontaties met haar kind, die echt van héél dichtbij zijn vastgelegd (en bijna niet om aan te zien zijn).

Juan, Brian en Cezanne proberen elk op hun eigen manier het hoofd boven water te houden. Ze krijgen daarbij extra begeleiding, in de vorm van persoonlijke- en groepsgesprekken, en hopen zo de ontnuchterende statistieken te logenstraffen. Deze observerende film brengt hun pogingen om écht terug te keren in de maatschappij treffend in beeld en raakt je soms ongenadig hard in de onderbuik.

Doof Kind


‘Ik heb de horende wereld niet nodig’, zegt Tobias de Ronde en voegt er, half grappend, aan toe: ‘Deaf Power!’ Via zijn broer Joachim en vader Alex, die de documentaire Doof Kind (71 min.) over hem maakte, is en blijft Tobias natuurlijk wel degelijk verbonden met de wereld van de horenden. Maar of hij er ook (nog) thuis hoort? Twintiger Tobias voelt zich inmiddels helemaal op zijn plek te midden van louter doven, bijvoorbeeld op de enige dovenuniversiteit van de wereld in Washington. ‘Het is mijn cultuur, mijn identiteit.’

Die zogenaamde dovenidentiteit is een terugkerend aspect in deze persoonlijke film van Alex de Ronde, waarmee hij zowel op het IDFA in Amsterdam als op het Belgische festival Docville de publieksprijs won. In hoeverre wordt die identiteit bedreigd door de komst van implantaten? Kinderen die nu met een gebrekkig gehoor worden geboren, krijgen direct een Cochleair Implantaat (CI). Als gevolg daarvan zou de gebarentaal, waarin Tobias floreert en die hem ook is gaan definiëren, wel eens helemaal verloren kunnen gaan. Dat gaat hem zichtbaar aan het hart.

En dan te bedenken dat het voor diezelfde Tobias en zijn familie ooit een onmogelijke keuze leek: een ‘normale’ middelbare school in Amsterdam of toch die speciale dovenschool in het verre Groningen? Hij koos uiteindelijk voor het hoge Noorden en bewees daar, ook aan zichzelf, dat doofheid niet per definitie een handicap hoeft te zijn. Soms heb je er zelfs uitgesproken voordeel van, vertelt hij op de hem kenmerkende lichtvoetige wijze. Bijvoorbeeld als je geen zin hebt om de tram te betalen. Je reist als dove overigens sowieso met korting.

Die nuchtere toon is kenmerkend voor de geboren verhalenverteller Tobias en deze ontroerende film over zijn leven. Terwijl er in de familie De Ronde toch ook voldoende drama is geweest: beestjes in mama’s borst bijvoorbeeld, ooit nog ongewild onderwerp van gesprek in de talkshow van Catherine Keyl. Vader en debuterend filmmaker Alex, in het dagelijks leven directeur van het Amsterdamse filmtheater Het Ketelhuis, kiest er echter voor om deze familietragedie niet te benadrukken en simpelweg zijn onvermijdelijke plek te geven in het leven van zijn opgroeiende zoon.

In Doof Kind versnijdt hij activiteiten van en interviews (in gebarentaal) met de inmiddels volwassen Tobias, zoals een nieuwe liefde en de daarmee gepaard gaande toekomstplannen, met oude familiefilmpjes, waarmee de weg naar zijn huidige, ogenschijnlijk tamelijk zorgenvrije bestaan in beeld wordt gebracht. Intussen komen actuele dilemma’s voor Tobias aan bod. Of hij bijvoorbeeld zelf een doof of horend kind wil? Het officiële antwoord is dat het niet uitmaakt, stelt hij onomwonden. Maar: ‘een olifant wil toch ook niet liever een tijgerwelpje?’

The Most Unknown


Het uitgangspunt van deze documentaire schept een helder kader, maar legt de maker tegelijkertijd een serieuze beperking op. The Most Unknown (92 min.) is het gevolg van een experiment. Regisseur Ian Cheney heeft een keten van blind dates tussen negen wetenschappers gearrangeerd; A ontmoet B, die op bezoek gaat bij C, die op zijn beurt D opzoekt… Totdat de cirkel rond is en A de laatste in de rij, bolleboos numero negen, te gast heeft gehad.

Onderweg raken de wetenschappers in gesprek met elkaar; de natuurkundige en de psycholoog, een neurowetenschapper met een gedragsonderzoeker. Ze delen hun fundamentele onderzoeksvragen en gaan op zoek naar overeenkomsten en verschillen. Dat resulteert in amusante ontmoetingen, een aardig inkijkje in verschillende disciplines en al met al ook een boeiend overzicht van actuele ontwikkelingen binnen de hedendaagse wetenschap (dat er bovendien vaak geweldig uitziet, met enerverende experimenten in grotten, op bergtoppen of bij een apengemeenschap, verspreid over de hele wereld).

Tegelijkertijd zorgt de gekozen vorm ervoor dat The Most Unknown steeds door moet. Net als een bepaalde ontmoeting echt diepte begint te krijgen, stoomt de film weer op naar een nieuwe hoofdpersoon met een andere expertise (en bijbehorend speeltje, zoals bijvoorbeeld een robothand die je met je hersenen kunt sturen of een geavanceerde installatie, waarmee je op zoek kunt naar ’dark matter’). Als kijker krijg je daardoor slechts beperkt vat op de materie en snak je aan het eind, na een vermakelijke rondreis langs alle uithoeken van de wetenschap, naar afdoende antwoorden op al die prangende vragen die onderweg zijn opgeworpen.

De Achtste Dag


Er zit letterlijk geen enkele vrouw in de documentaire De Achtste Dag(92 min.). Alleen maar mannen. Gezamenlijk moesten die, op het moment dat de financiële crisis van 2008 ontbrandde, het bankroet van de Belgisch-Nederlandse systeembank Fortis zien te voorkomen. Een crisis die, zo zou je kunnen betogen, door typisch mannengedrag was veroorzaakt.

Ze kijken recht in de camera, de mannen die dat klusje toen klaarden. Ze dragen namen als Wouter Bos, Yves Leterme, Nout Wellink, Didier Reynders, Mervyn King en Jean Claude Trichet. En bekleedden officiële functies zoals premier, minister van financiën en president van de centrale Europese Bank. Tien jaar na dato leggen ze verantwoording af voor hun handelingen toen het water hen, en ons, aan de lippen stond.

Deze film van Yan Ting Yuen en Robert Kosters doet denken aan de documentaires van Brian Lapping, die geopolitieke gebeurtenissen reconstrueert met de hoofdrolspelers. Ook De Achtste Dag bestaat voor het leeuwendeel uit zitinterviews met politieke kopstukken, die smaakvol zijn aangekleed met archiefmateriaal en figuratieve beelden. De turbulente acht dagen in het najaar van 2008, waarin Nederland en België achter de schermen soms recht tegenover elkaar kwamen te staan, komen tot leven.

De acute crisis werd met het nodige kunst- en vliegwerk bezworen, maar het achterliggende gevaar is tien jaar later nog altijd niet verdwenen, zo constateren ze stuk voor stuk. Het haantjesgedrag dat de bancaire sector, en de financiële wereld in het algemeen, in de afgrond dreigde te storten, doet nog altijd opgeld. In die zin kan De Achtste Dag gerust als een waarschuwing worden opgevat. Zolang de machomores onaangetast blijft, lijkt elke vorm van regelgeving nog altijd kansloos.

Cartel Land


Als het aan de huidige Amerikaanse president ligt, had er allang een muur gestaan in Cartel Land (94 min). Betaald door Mexico, vanzelfsprekend. Deze geweld(dad)ige documentaire uit 2015 dateert echter nog van ruim voor Trumps (imaginaire) afscheiding tussen de Verenigde Staten en zijn zuiderbuur, als in Mexico en het grensgebied met de Verenigde Staten ook al een bloedige drugsoorlog wordt uitgevochten.

Regisseur Matthew Heineman, die sindsdien de huiveringwekkende IS-documentaire City Of Ghosts en het vijfdelige drugsepos The Trade (een soort verdere uitwerking van Cartel Land) maakte, begeeft zich als een vlieg op de muur in het heetst van de strijd en belandt zo in hachelijke omstandigheden. Dat resulteert in talloze onvergetelijke scènes, zoals bijvoorbeeld de hardhandige arrestatie van Chaneque, de leider van het uiterst bloeddorstige Tempeliers-kartel, die ondertussen woedende dorpsbewoners van zich af moet zien te houden.

Heineman vindt ook diverse kleurrijke personages. Amerikaanse vigilantes, die het recht in eigen hand nemen en bij de grens doodgemoedereerd burgerarrestaties verrichten. En aan de andere kant van diezelfde grens volkshelden zoals de enigmatische Mexicaanse arts José Manuel Mireles en zijn rechterhand ‘Papa Smurf’, die als leiders van de Autodefensas-burgermilitie terugvechten en dorpen proberen te veroveren op het Tempeliers-kartel. Ook in deze oorlog is echter niets wat het lijkt.

Cartel Land brengt zo behalve de hardheid van de drugsoorlog ook het ambigue karakter ervan op weergaloze wijze in beeld: wie zijn eigenlijk de good guys in dit vuile gevecht om de ziel van het land? En wanneer worden de middelen om de kartels uit te roeien erger dan de oorspronkelijke kwaal?

The Bleeding Edge

Netflix

Innovatie. Wie kan daar nu tegen zijn? Zeker als er mensenlevens mee zijn gemoeid. En dus levert de Amerikaanse medische industrie continu nieuwe hulpmiddelen af. Omdat er altijd weer wanhopige patiënten, en bereidwillige doktoren, op zitten te wachten.

Deze stevige documentaire van de erkende tegellichter Kirby Dick, die eerder anti-homo politici aanpakte die zelf in de kast bleken te zitten (Outrage) en seksuele intimidatie binnen het Amerikaanse leger (The Invisible War) en op universiteitscampussen (The Hunting Ground) aan de kaak stelde, richt zich op de keerzijde van de drang om nieuwe hulpmiddelen in te zetten, zonder dat die van tevoren grondig zijn getest.

The Bleeding Edge (100 min.), sinds eind juli te zien op Netflix, schraagt het grotere, politieke verhaal dat wordt geschetst door artsen, wetenschappers en lobbyisten met de schrijnende ervaringen van individuele slachtoffers: mensen die een nieuwe heup nodig hadden of geen kinderen meer wilden (en hun toevlucht namen tot het nefaste sterilisatiemiddel Essure). Zij kregen te maken met complicaties bij middelen die, natuurlijk ook vanwege financiële overwegingen, overhaast op de markt waren gebracht.

De marketing wint altijd, stelt de advocaat van enkele gedupeerden defaitistisch. De afgelopen tien jaar hebben rechtszaken Johnson & Johnson, dat zogenaamde ’vaginal meshes’ maakt, bijvoorbeeld 300 miljoen dollar gekost. Tegelijkertijd maakte het bedrijf volgens The Bleeding Edge in diezelfde periode bijna 700 miljoen winst. Tel uit je…, juist. En er blijken altijd weer bedrijven bereid te zijn om dat winstbejag voorop te stellen, zo toont deze film feilloos aan.

Toch is deze documentaire meer dan alleen een vlammend betoog tegen het commerciële karakter van de hulpmiddelensector. Kirby Dick gaat subtieler te werk dan bijvoorbeeld Amerika’s bekendste documentairemaker Michael Moore, die zijn pijlen in Sicko (2007) ook ooit richtte op de Amerikaanse gezondheidszorg. Dick zet weliswaar het mes in zijn onderwerp, maar poogt daarnaast ook genuanceerd de dilemma’s te schetsen van een medische wetenschap die soms sneller vooruit wil dan eigenlijk verstandig is.

Laila At The Bridge


In een busje gaat Laila de verschoppelingen hoogstpersoonlijk ophalen. De mannen en vrouwen liggen onder een brug, in hun zelfverkozen roes of helemaal naar de kloten. Laila Haidari, de ‘moeder van de verslaafden’, en haar broer Hakim, die zelf dertig jaar verslingerd was aan heroïne, nemen ze mee naar hun verslavingscentrum in de Afghaanse hoofdstad Kaboel. Eenmaal in het moederkamp worden de junks direct ontsmet en kaalgeschoren. Hun nieuwe leven kan – nee, moet! – beginnen.

Sinds de Amerikaanse inval in 2001 bloeien de poppyvelden als nooit tevoren in Afghanistan. Heroïne is spotgoedkoop in het land, dat geldt als de grootste opiumproducent van de wereld. Een dagelijkse dosis is ongeveer net zo duur als enkele broden – en voor menige Afghaan, geraakt door de eeuwig durende oorlog in het land, bovendien minstens zo aantrekkelijk. Vol overtuiging blijven Laila en de haren echter met de kraan open dweilen. Al zouden ze er maar één mensenleven mee redden…

Op zoek naar financiële steun banjert de daadkrachtige powervrouw in Laila At The Bridge (52 min.), een schrijnende documentaire van Elizabeth en Gulistan Mirzaei, intussen als een vrouwelijke olifant door een verder vrijwel geheel mannelijke porseleinkast. Ze raakt daarbij regelmatig de weg kwijt in de volledig gecorrumpeerde Afghaanse bureaucratie. En zo nu en dan krijgt ze anonieme telefoontjes. Van de plaatselijke drugsmaffia? Laila doet er niet moeilijk over, scheldt haar bellers ongegeneerd de huid vol en vervolgt haar missie. Intussen neemt ze de kijker voor zich in.

Zion


Welgeteld elf minuten duurt ie. Elf. Na slechts acht minuten liep er een stiekeme traan over mijn wang. Onaangekondigd. Plotseling geraakt door Zion, de man en deze minidocumentaire. En door ‘zijn’ Coach Donahue. Zonder voornaam.

Hij wil worstelen, Zion Clark. Kleine complicatie daarbij: de jongeling heeft geen benen. En ook geen ouders trouwens. Zie daar het uitgangspunt voor een hartveroverend portret van Floyd Russ. Waarin geen woord te veel valt en de beelden en montage het moeten doen: gestileerd, geënsceneerd en gedramatiseerd slaan ze genadeloos hun slag.
 

Één enkel leven dus, vervat in een handvol quotes, enkele flarden uit het verleden en talloze overweldigende mise-en-scènes. In slechts elf minuten dus. Eigenlijk meer tien. Van je hele leven. Niet dat je dat door hebt. Zion neemt je mee naar een wereld waarin je je even helemaal kunt verliezen. Bij terugkeer ben je, voor een heel klein beetje, een ander mens.

Andre The Giant

HBO

Vroeger zouden ze hem in een freakshow ten toon hebben gesteld. Als een ouderwetse attractie, naast de degenslikker, dwerg en vrouw met de baard. Een heuse reus. Een gigant. Monster. Ergens tussen de 2.15 en 2.25 meter, ruim tweehonderdvijftig kilo schoon aan de haak: André The Giant (85 min.). Het was onvermijdelijk dat hij vroeger of later in het karikaturale Amerikaanse showworstelen terecht zou komen (en later, veel later, zijn eigen biopic zou krijgen).

Ze kenden hem in Amerika ook wel als The Polish Giant, André Roussimoff of The Giant Frenchman. Achter al die vet aangezette aliassen ging – zo luidde het verhaal – ene Jean Ferré (ook dat was een artiestennaam) schuil, een houthakker (nee, nooit geweest) uit de Franse alpen (ook niet, gewoon uit een nietszeggend dorpje). Mythevorming in optima forma. Sterke verhalen, juist, waarmee André perfect paste te midden van all star wrestling-grootheden als Hulk Hogan, The Iron Sheik en Mr. T.

En zo belandde hij tevens in speelfilms. Want, zoals worstelhistoricus David Shoemaker het stelt in deze echte mannendocumentaire van Jason Hehir: ‘Vóór CGI was er alleen André The Giant.’ Als Hollywood in de jaren zeventig en tachtig dus een monster zocht, dan konden ze terecht bij het achtste wereldwonder uit Frankrijk. Het resulteerde in rollen in de serie The Six Million Dollar Man en de Rob Reiner-film The Princess Bride.

En dan was er nog de tamelijk prozaïsche werkelijkheid van alledag. ‘Flatulentie, dat was zijn handelsmerk’, zegt voormalig worstelspeaker Gene Okerland met een stalen gezicht. ‘Dan deed hij zijn been omhoog…’ Andrés voormalige assistent Tim White vult aan: ‘Dan zag ik hoe hij in de lanceerpositie ging staan en zei ik “Oh, mijn God, daar komt ie!” Zoiets had je nog nooit gehoord.’ ‘Het klonk als een soort diepe oergrom’, bevestigt promoter Vince McMahon Jr. Waarna diverse geïnterviewden het geluid hoogstpersoonlijk nabootsen. Aan Andrés bovenmenselijke scheten worden zeker drie minuten van deze documentaire gespendeerd.

En zuipen dat ie kon. Ongelofelijk! En daarmee wordt eindelijk de onderlaag van deze film aangeboord. The Giant worstelde met zijn status als freak en leed bovendien onder helse pijnen. Dat enorme lijf had hij niet zomaar, maar was het resultaat van een zeer zeldzame ziekte: acromegalie, een tumor in de hypofyse waardoor overmatige groei van lichaamsdelen kan ontstaan. Die aandoening zou ook de ondergang van André betekenen. Dat drama wordt in deze typisch Amerikaanse film zo vakkundig uitgeserveerd dat ook echte mannen overstag gaan. Maar: ‘there’s no cryin’ in wrestling’, bezweert zijn Personal Assistant Tim White 25 jaar na dato, terwijl hij zijn tranen wegslikt.

Bombshell: The Hedy Lamarr Story

‘Any girl can look glamorous, all she has to do is stand still and look stupid.’ Was getekend: Hedy Lamarr, de Hollywood-ster die naar verluidt model stond voor Disneys Sneeuwwitje en Catwoman. ‘Ze had één van de herkenbaarste gezichten van haar tijd’, zegt schrijver Richard Rhodes in deze schrijnende documentaire van Alexandra Dean. ‘En toch zei ze dat ze nooit werd gezien zoals ze werkelijk was.’ Achter die prachtige facade, in latere jaren bijeen gehouden door een overdaad aan plastische chirurgie, zat een geëngageerde vrouw, feministe avant la lettre én begenadigde uitvindster verscholen.

De traditioneel opgezette biografie Bombshell: The Hedy Lamarr Story(89 min.) is opgebouwd rond een onlangs ontdekt audio-interview met de gewezen wereldster. Samen met haar eigen (klein)kinderen en een bonte verzameling vrienden, filmmakers, acteurs, wetenschappers en historici schetst ze een veelbewogen leven dat in 1914 begon in een bevoorrecht Joods gezin te Oostenrijk en ruim 75 jaar later tamelijk troosteloos eindigde als gefrustreerde eenzaat in Florida.

Als tiener maakte ze in eigen land een film die haar de rest van haar leven zou blijven achtervolgen: Ecstacy (1933). Ze was daarin niet alleen naakt te zien, maar speelde zelfs een expliciete masturbatie-scène. De film werd echter verboden door Adolf Hitler omdat de hoofdrolspeelster Joods was. Uiteindelijk vluchtte Lamarr naar het land van de onbegrensde dromen – en úit haar eerste huwelijk met een veertien jaar oudere industrieel, die munitie leverde aan de nazi’s.

Haar vertrek naar Amerika vormde het startschot voor een duizelingwekkende filmcarrière, zeven mislukte huwelijken als ‘trophy wife’ en een alles ontregelende verslaving aan allerlei stimulerende middelen. Intussen zag de vrouw, die niet alleen om haar uiterlijk beoordeeld wilde worden, hoe de uitvinding die ze aan het begin van de Tweede Wereldoorlog patenteerde, een geheim communicatiesysteem, stelselmatig werd genegeerd. Dit postume portret ontrukt de wetenschapper Lamarr, die met haar vondst wifi, bluetooth en navigatiesystemen mogelijk maakte, alsnog aan de vergetelheid en doet haar eindelijk recht.

Muhi – Generally Temporary


Al zolang hij leeft, zit de dood Muhammad, liefkozend Muhi genoemd, op de hielen. Het vierjarige jongetje heeft een auto-immuunziekte die hem zomaar fataal zou kunnen worden. Deze aandoening heeft Muhi al zijn handen en voeten gekost. Om zijn prille leven te redden moesten die worden geamputeerd.

Het leven heeft Muhi nóg een beroerde kaart gegeven; hij is Palestijns en verblijft in een Israëlisch ziekenhuis. Vanwege veiligheidsoverwegingen mag hij het gebouw niet verlaten. Hij heeft zijn moeder, die is achtergebleven in Gaza, dus al enkele jaren niet gezien. Alleen zijn grootvader Abu Naim, een familieman met een groot hart, bivakkeert al vier jaar aan zijn zijde.

Als Muhi’s moeder voor 48 uur een visum krijgt om de vijfde verjaardag van haar zoon bij te wonen, is ze verrast dat hij haar überhaupt nog herkent. Ze ziet ook voor het eerst hoe hij tóch heeft leren lopen. Tegelijkertijd ontdekt ze dat Muhi langzaam maar zeker vervreemd raakt van zijn roots. Hij telt nog steeds in het Arabisch, maar zingt Joodse liedjes.

De observerende documentaire Muhi – Generally Temporary (87 min.) van Rina Castelnuevo-Hollander en Tamir Elterman laat zien hoe het schattige jongetje gedijt in zijn eigen kleine wereldje waarin tegenstellingen verdampen, terwijl zijn opa en de rest van de familie steeds weer worden opgeslokt door het Palestijns-Israëlische conflict en de praktische complicaties die dat met zich meebrengt. Zeker als het noodlot weer ongenadig toeslaat…

12 Jours

In de beperking toont zich de meester. Of: het beste idee is een simpel idee. De drie gitaarakkoorden die tezamen een wereldhit vormen, het gebaar dat een stortvloed aan woorden voorkomt of – in dit geval – de doodeenvoudige documentairesetting die elke verdere regie-ingreep overbodig maakt.

Regisseur Raymond Depardon kiest in 12 Jours (85 min.) voor een mise-en-scène zonder enige opsmuk: gewone, kwetsbare mensen presenteren zich aan de rechter, houden hun pleidooi en leveren zich daarna over aan zijn/haar oordeel. Gewone, kwetsbare mensen die gedwongen zijn opgenomen in een psychiatrische inrichting, dat wel. Binnen twaalf dagen na de verplichte opname moet worden bepaald of die behandeling nog noodzakelijk is.

En daar zitten ze dan: tot in elke vezel van hun lijf gespannen, troebel voor zich uitstarend of, gewoon, zoals wij daar zouden zitten. Strijdbaar misschien, de schijn ophoudend en afhankelijk, heel afhankelijk. Ze zijn schizofreen, gaan gebukt onder paranoia of hebben een zeer zware depressie. Ze leiden hun leven niet, ze lijden het.

Neem de man met de ontheemde blik. Hij zou zomaar in een willekeurig nieuwsbericht kunnen worden opgevoerd. Als anonieme dader van een gruwelijke misdrijf, met alleen een hoofdletter en punt als achternaam. Een monster, zonder enige twijfel. Deze indringende film laat hem zien als mens: een gewone man, overspoeld door wanen en nachtmerries. Een man die een politieke partij wil oprichten om psychiaters af te schaffen.

Tussen al die tragische gesprekken plaatst Depardon, een Franse documentairemaker met inmiddels een indrukwekkende staat van dienst, trage beelden van patiënten in hun verplichte leefomgeving. Dramatische muziek begeleidt hoe ze verweesd en ontzield ronddolen in een wereld, die maar niet van hen wil – en mag – worden. Als schimmen van wie ze ook hadden kunnen zijn.